Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

5.3. Bevriezen en in de toekomst minder verhogen van beginpunt van de hoogste tariefschijf

In de huidige situatie wordt het inkomen waarbij het toptarief ingaat, dus het beginpunt van de hoogste tariefschijf (huidige vierde schijf en de tweede schijf in de nieuwe tariefstructuur), jaarlijks geïndexeerd, dat wil zeggen verhoogd op basis van op de inflatie. Ook zit er in het basispad tot en met 2031 jaarlijks een beleidsmatige verhoging van circa € 900. Deze beleidsmatige verhogingen komen voort uit de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II en het Belastingplan 2016.

Voorgesteld wordt om het beginpunt van de hoogste tariefschijf gedurende de kabinetsperiode (tot en met 2021) te bevriezen op het niveau van 2018. Doordat het beginpunt van deze hoogste tariefschijf niet wordt geïndexeerd blijft deze schijf gedurende de kabinetsperiode beginnen bij een inkomen van meer dan € 68.507. Dit is weergegeven in de figuren 1 en 2. Door deze maatregel begint het toptarief bij een lager inkomen dan het geval zou zijn geweest zonder de maatregel. Hierdoor krijgt 7% van de belastingplichtigen te maken met het toptarief, terwijl dat zonder deze maatregel 5,5% geweest zou zijn. Het bevriezen van het beginpunt van de hoogste tariefschijf levert € 1,4 miljard op (2021). De opbrengst van deze maatregel maakt het mede mogelijk om het tweeschijvenstelsel in te voeren.

Ook wordt voorgesteld de beleidsmatige verhoging van het beginpunt van de hoogste tariefschijf na 2021 uit het basispad te beperken, door deze beleidsmatige verhoging tot en met 2024 op nul te zetten en in 2025 met € 134 te verlagen. De beleidsmatige verhoging van dit beginpunt bedraagt dan in 2025 € 759 in plaats van € 893. Vanaf 2026 tot en met 2031 vindt de verhoging weer plaats overeenkomstig het basispad. In totaal stijgt het beginpunt van de hoogste tariefschijf, los van indexatie, volgens het voorstel van het kabinet na de kabinetsperiode nog met € 5.981 in plaats van met € 8.794 in het basispad. De opbrengst van deze maatregel bedraagt € 0,7 miljard (structureel). Daarnaast zal dit beginpunt vanaf 2022 weer worden geïndexeerd. Het effect van deze maatregelen wordt samengevat in tabel 1.

Tabel 1: Verwachte ontwikkeling1 beginpunt hoogste tariefschijf van 2018 tot en met 2031

Jaar

Beleidsmatige verhoging basispad

Verwachte indexatie basispad1

Beginpunt hoogste tariefschijf basispad1

Maatregelen Belastingplan 2019

Totale verhoging na BP 2019

Beginpunt hoogste tariefschijf na BP 20191

2018

   

€ 68.507

   

€ 68.507

2019

€ 898

€ 964

€ 70.369

– € 1.862

€ 0

€ 68.507

2020

€ 898

€ 1.273

€ 72.540

– € 2.171

€ 0

€ 68.507

2021

€ 898

€ 1.459

€ 74.897

– € 2.357

€ 0

€ 68.507

2022

€ 893

 

€ 75.790

– € 893

€ 0

€ 68.507

2023

€ 893

 

€ 76.683

– € 893

€ 0

€ 68.507

2024

€ 893

 

€ 77.576

– € 893

€ 0

€ 68.507

2025

€ 893

 

€ 78.469

– € 134

€ 759

€ 69.266

2026

€ 888

 

€ 79.357

€ 0

€ 888

€ 70.154

2027

€ 888

 

€ 80.245

€ 0

€ 888

€ 71.042

2028

€ 883

 

€ 81.128

€ 0

€ 883

€ 71.925

2029

€ 878

 

€ 82.006

€ 0

€ 878

€ 72.803

2030

€ 863

 

€ 82.869

€ 0

€ 863

€ 73.666

2031

€ 822

 

€ 83.691

€ 0

€ 822

€ 74.488

Totaal

€ 11.488

€ 3.696

 

– € 9.203

€ 5.981

 
1

De verwachte indexatie van het beginpunt hoogste tariefschijf is tot en met 2021 meegenomen. Na 2021 zijn alleen de beleidsmatige verhogingen van dit punt opgenomen.

Licence