Base description which applies to whole site

Derde incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen voor sneltesten in het vo, mbo en ho in verband met COVID-19 | 29-01-2021

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De behandeling van de OCW-begroting in de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft plaatsgevonden en is bij stemming op 8december 2020 aangenomen. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen, om het budgetrecht van de Staten Generaal te waarborgen, bevat de kolom Vastgestelde begroting zowel de vastgestelde stand bij ontwerpbegroting als de aangenomen amendementen en de ingediende Nota's van Wijziging op de OCW-begroting 2021.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten extra hulp en ondersteuning voor het Hoger Onderwijs vanaf 1januari t/m 30juni 2021 in verband met COVID-19, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 14december 2020 over Uitwerking ondersteuning cruciale sectoren met tijdelijke coronabanen (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten extra middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs in verband met COVID-19, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Voor de indiening van deze zesde Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 17februari 2021 over Nationaal Programma Onderwijs: steunprogramma voor herstel en perspectief (Kamerstukken II 2020/21, 3...., nr....). Zoals in deze brief is aangegeven wordt er de komende twee en een half jaar 8,5miljard extra genvesteerd in het gehele onderwijs. Voor een deel van de maatregelen in het programma (2,2miljard) is het noodzakelijk om op korte termijn voor de voorbereiding en de uiteindelijke uitvoering ervan spoedig verplichtingen aan te gaan en daarmee regelingen zo snel mogelijk operationeel te krijgen. Voor deze maatregelen (verder gespecificeerd in de memorie van toelichting) is deze zesde Incidentele Suppletoire Begroting opgesteld. Omdat niet kan worden gewacht op de Eerste Suppletoire Begroting worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten extra middelen voor het opschalen van kunst en cultuur initiatieven voor kwetsbare groepen in verband met COVID-19, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Voor de indiening van deze zevende Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 12februari 2021 over Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 988). Zoals in deze brief is aangegeven wordt 10,0miljoen extra genvesteerd in het opschalen van kunst en cultuur initiatieven voor kwetsbare groepen. Deze culturele activiteiten kunnen nu helpen om mensen te steunen die door corona in eenzaamheid, gebrek aan zingeving of depressiviteit zijn geraakt. Hiervoor wordt het bestaande programma Samen Cultuur Maken bij het Fonds voor Cultuurparticipatie uitgebreid. De regeling wordt opgehoogd om de verplichtingen voor de initiatieven aan te gaan en daarmee zo snel mogelijk operationeel te krijgen. Omdat niet kan worden gewacht op de Eerste Suppletoire Begroting worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting middels deze zevende Incidentele Suppletorie Begroting. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten extra middelen voor eindexamens vo en pilots voor sneltesten in het po in verband met COVID-19, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Voor de indiening van deze vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 16december 2020 over Besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 31289, nr.437) en per brief van 12februari 2021 over Aanvulling besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 3...., nr...). Zoals in deze brieven is aangegeven vraagt de uitvoering van het besluit om de examens door te laten gaan een extra inspanning van scholen. Scholen en het personeel zullen dan ook gecompenseerd worden, vanwege de extra werkzaamheden die ontstaan door de uitbreiding van het examenrooster en de extra herkansing voor leerlingen. Daarnaast ontstaan door dit besluit extra uitvoeringskosten voor de examenketen. Hiervoor is het noodzakelijk om op korte termijn verplichtingen aan te gaan voor de uitvoeringskosten van de examenketen en de compensatie van scholen en personeel. Daarnaast, voor de voorbereiding en de uiteindelijke uitvoering van de pilots is het noodzakelijk dat er spoedig verplichtingen moeten worden aangegaan om daarmee de pilots zo snel mogelijk operationeel te krijgen. Omdat niet kan worden gewacht op de Eerste Suppletoire Begroting worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Echter, de uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten zelftesten in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs in verband met COVID-19, kan niet wachten tot formele autorisatie van beide kamers der Staten-Generaal. Het kabinet vindt het belangrijk met het oog op de ontwikkeling en het mentale en fysieke welbevinden van studenten en het voorkomen van verdere studievertraging dat studenten in het hoger onderwijs (ho) 1 dag per week fysiek onderwijs kunnen volgen. Onderdeel van dit besluit is dat zelftesten beschikbaar gesteld worden voor het po, vo, mbo en ho, zodat studenten en docenten preventief getest kunnen worden. Daarom zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze negende Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per Kamerbrief over de stand van zaken Covid-19van 23maart 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1063).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vierde Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. De middelen in deze vierde Incidentele Suppletoire Begroting worden zo snel mogelijk toebedeeld aan de makers en culturele professionals in de culturele en creatieve sector door middel van projectsubsidies aan verschillende fondsen. Door de noodgedwongen lockdown, die steeds langer voortduurt, krijgen culturele en creatieve makers weinig opdrachten aangezien instellingen hun deuren gesloten moeten houden. Deze middelen worden ingezet om de culturele en creatieve makers door deze moeilijke periode te helpen. Voor de indiening van deze vierde Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 10februari 2021 over Uitwerking extra steun voor de makers in de culturele en creatieve sector vanwege de lockdown (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K.van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Echter, de uitvoering van de maatregelen die in de tiende Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten plafondcorrectie middelen Nationaal Programma Onderwijs en extra middelen boekenvak, kan niet wachten tot formele autorisatie van beide kamers der Staten-Generaal. Voor de indiening van deze tiende Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 25juni 2021 over Verdeling achterstandsmiddelen en aanpak studievertraging ontstaan door de coronacrisis te voorkomen (KamerstukkenII 2020/21, 35570, nr.255) en per brief over Heroverweging steunpakket in het derde kwartaal en aankondiging steunpakket vierde kwartaal (KamerstukkenII 2020/21, ....., nr....).

In de Kamerbrief over de verdeling van de achterstandsmiddelen is vermeld dat middelen van 2022 naar 2021 geschoven worden middels een plafondcorrectie om een uitvoerbaar betaalritme voor DUO te realiseren. Om financile zekerheid te bieden aan scholen en om de uitvoering van de maatregelen niet in het geding te laten komen, is spoed geboden. De verplichtingen worden begin juli 2021 aangegaan en de daadwerkelijke betaling vindt aan het begin van schooljaar 2021/22 plaats.

In de Kamerbrief, waarin uitvoering aan de motie Romke de Jong wordt gegeven, is aangegeven dat er 20,0miljoen vrij wordt gemaakt in het steunpakket ten behoeve van de fysieke boekhandel. Overleg over de uitvoering van de motie is momenteel nog gaande tussen het Ministerie van OCW, het Letterenfonds en het boekenvak. Dit overleg is met name gericht op een rechtmatige, snelle en controleerbare uitvoering van de motie. In verband hiermee zal ook een staatssteuntoets plaatsvinden. Vervolgens is het noodzakelijk om op korte termijn voor de voorbereiding en de uiteindelijke uitvoering van de maatregel spoedig verplichtingen aan te gaan. Dit bedrag wordt als projectsubsidie beschikt aan het Nederlands Letterenfonds.

Omdat niet kan worden gewacht op de Begroting 2022 worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting middels deze tiende Incidentele Suppletoire Begroting. Met het voorgaande wordt gehandeld conform artikel2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Omdat het kabinet, als onderdeel van de Toeslagenherstelactie, de publieke schulden van de gedupeerden zo snel mogelijk wil kwijtschelden, zodat gedupeerden met een schone lei verder kunnen, acht de regering het wenselijk en in het belang van het Rijk om vooruitlopend op formele autorisatie door beide Kamers uitvoering te geven aan de in deze achtste Incidentele Suppletoire Begroting opgenomen maatregelen. Over de beleidsmatige inhoud van deze incidentele suppletoire begroting zijn de Staten-Generaal eerder genformeerd per Kamerbrief over hersteloperatie kinderopvangtoeslag t.b.v. debat 19januari (Kamerstukken II 2020/21, 31066, nr. 773) van 18januari 2021. Hierin staat dat alle openstaande schulden die gedupeerde ouders nog hebben, worden kwijtgescholden. Dit geldt ook voor andere publieke schuldeisers dan de Belastingdienst, waaronder DUO. De geraamde kwijtscheldingen van studieschulden en de bijbehorende uitvoeringskosten bij DUO komen per saldo neer op 227,5 miljoen. Naast deze maatregel worden de bijstellingen op artikel 11, 12 en 13 in deze achtste Incidentele Suppletoire Begroting opgenomen. Deze bijstellingen zijn grotendeels het gevolg van de grotere instroom leerlingen en studenten.

Met het voorgaande wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Echter, de uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten sneltesten in het voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs in verband met COVID-19, kan niet wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal. Het kabinet vindt het belangrijk dat fysiek onderwijs zo snel mogelijk weer doorgang kan vinden en sneltesten kunnen hier een belangrijke rol bij spelen. Daarom zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 12januari 2021 over Stand van zaken COVID-19 (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Echter, de uitvoering van de maatregelen die in de elfde Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten de tegemoetkoming voor ongeplaceerde (culturele) activiteiten, kan niet wachten tot formele autorisatie van beide kamers der Staten-Generaal, hierom zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Voor de indiending van deze elfde Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf geïnformeerd per brief van 24 september over Steun aan de culturele en creatieve sector en herstelplan (Kamerstukken II 2020/21, ...). Zoals in deze brief is aangegeven is het vanaf 25 september weer mogelijk om ongeplaceerde evenementen te laten plaatsvinden. Er geldt echter nog wel een capaciteitsbeperking van 25% op de reguliere capaciteit voor ongeplaceerde evenementen die binnen plaatsvinden. In de Kamerbrief heeft het kabinet aangekondigd dat er € 15,0 miljoen is gereserveerd als tegemoetkoming voor deze evenementen, die niet op volledige capaciteit kunnen doorgaan. Organisatoren van ongeplaceerde evenementen die plaatsvinden tussen 25 september en 13 november kunnen een aanvraag indienen voor de tegemoetkoming. Om ervoor te zorgen dat het aanvraagloket tijdig kan worden ingericht en de aanvragen nog in 2021 kunnen worden behandeld, kan niet worden gewacht op de Tweede Suppletoire Begroting. Door een tegemoetkoming te bieden, wil het kabinet eraan bijdragen dat evenementen ondanks de beperking kunnen doorgaan.

Omdat niet kan worden gewacht op de Tweede Suppletoire Begroting worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting middels deze elfde Incidentele Suppletoire Begroting. Met het voorgaande wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen, om het budgetrecht van de Staten Generaal te waarborgen, bevat de kolom Vastgestelde begroting het volgende: de vastgestelde stand bij ontwerpbegroting, de aangenomen amendementen, de ingediende Nota's van Wijziging op de OCW-begroting 2021 en de Incidentele Suppletoire Begroting 2021 inzake extra middelen voor coronabanen in het hoger onderwijs.

Nieuw beleid wordt pas in uitvoering genomen nadat het parlement de Ontwerpbegrotingswet 2021 heeft geautoriseerd. De spoedeisende maatregelen in deze Tweede Incidentele Suppletoire Begroting 2021 kunnen daar echter niet op wachten en gaan in vanaf 6januari 2021. Vanaf dat moment kunnen de spoedeisende maatregelen tot verplichtingen en/of betalingen leiden. Hiermee worden de nodige apparaten ingekocht vanaf begin januari zodat deze voor onderwijs op afstand gebruikt kunnen worden. Indien de formele autorisatie van beide Kamers op dat moment niet is afgerond zal het kabinet de uitvoering van de voorgenomen maatregelen in het belang van het Rijk conform artikel2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016 starten. Voor de indiening van deze Tweede Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de brief van 18december 2020 over Specifieke aanpassingen in economisch steun- en herstelpakket (KamerstukkenII 2020/21, 35..., nr...).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Echter, de uitvoering van de maatregelen die in de twaalfde Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten de verlenging van de tegemoetkoming voor ongeplaceerde (culturele) activiteiten, kan niet wachten tot formele autorisatie van beide kamers der Staten-Generaal, hierom zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Uw Kamer is vooraf geïnformeerd per brief van 24 september over Steun aan de culturele en creatieve sector en herstelplan (Kamerstukken II 2021/22, 35 420, nr. 406). Zoals in deze brief is aangegeven is het vanaf 25 september weer mogelijk om ongeplaceerde evenementen te laten plaatsvinden. Er geldt echter nog wel een capaciteitsbeperking van 25% op de reguliere capaciteit voor ongeplaceerde evenementen die binnen plaatsvinden. Organisatoren van ongeplaceerde evenementen die plaatsvonden tussen 25 september en 13 november konden een aanvraag indienen voor de tegemoetkoming. Vanwege de verlenging van de huidige maatregelen is ook het aanvraagloket verlengd (zie hiervoor: Stand van zakenbrief Covid-19 (Kamerstukken II 2021/22, 25295, nr. 1468)). Om ervoor te zorgen dat het aanvraagloket tijdig kan worden ingericht en de aanvragen nog in 2021 kunnen worden behandeld, kan niet worden gewacht op de Tweede Suppletoire Begroting. Door een tegemoetkoming te bieden, wil het kabinet eraan bijdragen dat evenementen ondanks de beperking kunnen doorgaan.

Omdat niet kan worden gewacht op de Tweede Suppletoire Begroting worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting middels deze twaalfde Incidentele Suppletoire Begroting. Met het voorgaande wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K.van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

B Begrotingstoelichting

B Begrotingstoelichting

B BEGROTINGSTOELICHTING

B BEGROTINGSTOELICHTING

B BEGROTINGSTOELICHTING

B Begrotingstoelichting

B Begrotingstoelichting

B BEGROTINGSTOELICHTING

B BEGROTINGSTOELICHTING

B Begrotingstoelichting

B BEGROTINGSTOELICHTING

B BEGROTINGSTOELICHTING

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

In de Kamerbrief over Besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 31289, nr.437) van 16december 2020 is gemeld dat de eindexamens in het voortgezet onderwijs doorgaan. Er zijn echter wel zorgvuldig afgewogen maatregelen nodig omtrent het centraal eindexamen, om zo het eindexamen te organiseren in tijden van corona en leerlingen meer voorbereidingstijd te geven. Leerlingen kunnen in 2021 hun examens spreiden over twee volledige tijdvakken en n extra centraal examen herkansen.

Onlangs zijn de maatregelen rondom de eindexamens herijkt met name door de herinvoering van de anderhalve meterregel in het voortgezet onderwijs. Hierover bent u genformeerd op 12februari 2021 over Aanvulling besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (KamerstukkenII 2020/21, 3...., nr...). Eindexamenleerlingen, die anders net gezakt zouden zijn, mogen dit jaar het eindresultaat van n vak (geen kernvak) wegestrepen, als zij daarmee kunnen slagen voor het diploma. Daarnaast krijgt deze groep examenleerlingen de komende maanden extra ondersteuning.

Bovengenoemde maatregelen hebben financile consequenties. De uitvoering van dit besluit vraagt om een extra inspanning van scholen. Scholen en personeel worden dan ook gecompenseerd voor de extra werkzaamheden die ontstaan door de uitbreiding van het examenrooster en de extra herkansing voor leerlingen. Voor deze compensatie stelt het Kabinet nu 35,0miljoen beschikbaar. Ook leidt dit besluit tot extra uitvoeringskosten voor de examenketen van 12,0miljoen.

De budgettaire verwerking van de 37,0miljoen voor extra ondersteuning voor examenleerlingen vo loopt mee in het nationaal programma onderwijs na corona.

Daarnaast wordt in deze vijfde Incidentele Suppletoire Begroting een bedrag van 0,9miljoen beschikbaar gesteld in 2021 om te starten met pilots voor het sneltesten in het primair onderwijs. Hieraan werd reeds gerefereerd in de derde Incidentele Suppletoire Begroting inzake extra middelen voor sneltesten in het vo, mbo en ho in verband met COVID-19 (KamerstukkenII 2020/21, 35716) van 27januari 2021.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting in € miljoen)

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

In de Kamerbrief over Steun aan de culturele en creatieve sector en herstelplan (Kamerstukken II, 2021/2022, 35 420, nr. 406) van 24 september 2021 is gemeld dat op 25 september afscheid wordt genomen van de verplichte 1,5-metermaatregel. Zo kunnen bijna alle culturele instellingen weer op maximale capaciteit open en zijn alle evenementen toegestaan. Echter, geldt bij ongeplaceerde evenementen die binnen plaatsvinden, in lijn met het OMT-advies, dat maximaal 75% van de capaciteit benut mag worden. Door deze capaciteitsbeperking worden bepaalde (culturele) activiteiten zoals concerten nog getroffen. Het Kabinet reserveert als tegemoetkoming € 17,5 miljoen voor het voortzetten van de al ingevoerde suppletie-regeling voor de ongeplaceerde evenementen die binnen plaatsvinden. Hierbij zijn de belangrijkste uitgangspunten dat het een vergund evenement is wat door professionele organisatoren wordt georganiseerd, met een minimum bezoekersaantal van 300 personen en dat een culturele component centraal staat.

Via deze twaalfde Indicidentele Suppletoire Begroting wordt per saldo € 17,5 miljoen incidenteel aan de OCW-begroting toegevoegd.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in miljoen)

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

De uitbraak van COVID-19 stelt het onderwijs voor grote uitdagingen. Voor hogescholen en universiteiten is de werkdruk aanzienlijk. Instellingen moeten onderwijs verzorgen dat deels op de instelling en deels op afstand plaats vindt. Dit vergt veel van de organisatie. In het hoger onderwijs kunnen minder studenten tegelijk fysiek les krijgen, omdat door alle aanwezigen anderhalve meter afstand moet worden gehouden. Dit leidt in de praktijk tot het vaker aanbieden van dezelfde les en veel lessen op afstand. Deze aanpassingen in het onderwijs kunnen niet altijd door het zittende personeel worden ondervangen. Om die reden is er soms behoefte aan extra ondersteuning. Het kabinet trekt daarom 20,0 miljoen uit om het hoger onderwijs met 1.200 fte tijdelijke coronabanen te ondersteunen. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 14december 2020 over Uitwerking ondersteuning cruciale sectoren met tijdelijke coronabanen (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).

Via een subsidieregeling van 1januari t/m 30juni 2021 wordt aan bekostigde instellingen in het hoger onderwijs de benodigde extra hulp en ondersteuning gegeven. Het is derhalve noodzakelijk dat het bedrag van 20,0 miljoen zo spoedig mogelijk op de OCW-begroting wordt geboekt.

Daarnaast worden middels deze Incidentele Suppletoire Begroting drie overlopende verplichtingen verwerkt die voortkomen uit eerdere coronamiddelen van 2020. Het betreft twee keer 0,25 miljoen voor de aanpak van de jeugdwerkloosheid op Artikel 1 (Primair onderwijs) en Artikel 3 (Voortgezet onderwijs) voor leerlingen in het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. Dit bedrag wordt samen met het bedrag bedoeld voor 2021 aan de scholen verstrekt. Ook betreft het 3,97 miljoen op Artikel 11 (Studiefinanciering) voor de kosten die gemaakt worden om studenten te compenseren van wie het recht op basisbeurs en/of aanvullende beurs afliep in de maanden juli, augustus en september. Deze in totaal 4,47 miljoen wordt in de Slotwet 2020 van OCW afgeboekt.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in € miljoen)

(ondergrens in € miljoen)

(ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

In de Kamerbrief over Steun aan de culturele en creatieve sector en herstelplan (Kamerstukken II, 2020/2021,. .., nr. ..) van 24 september 2021 is gemeld dat op 25 september afscheid wordt genomen van de verplichte 1,5-metermaatregel. Zo kunnen bijna alle culturele instellingen weer op maximale capaciteit open en zijn alle evenementen toegestaan. Echter, geldt bij ongeplaceerde evenementen die binnen plaatsvinden, in lijn met het OMT-advies, dat maximaal 75% van de capaciteit benut mag worden. Door deze capaciteitsbeperking worden bepaalde (culturele) activiteiten zoals concerten nog getroffen. Het Kabinet reserveert als tegemoetkoming € 15,0 miljoen voor een suppletie-regeling voor de ongeplaceerd evenementen die binnen plaatsvinden. Hierbij zijn de belangrijkste uitgangspunten dat het een vergund evenement is wat door professionele organisatoren wordt georganiseerd, met een minimum bezoekersaantal van 300 personen en dat een culturele component centraal staat.

Via deze elfde Indicidentele Suppletoire Begroting wordt per saldo € 15,0 miljoen incidenteel aan de OCW-begroting toegevoegd.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

In de Kamerbrief over tijdelijke banen en het voorkomen van onderwijsachterstanden door de coronacrisis van 10november 2020 is gemeld dat een bedrag van 3,0miljoen aan SIVON aanvullend beschikbaar is gesteld voor de inkoop van apparaten (zoals laptops), met name aan scholen die veel leerlingen hebben met een risico op achterstanden. In verband met de afgekondigde schoolsluitingen van 14december is de behoefte van schoolbesturen aan apparaten echter fors gestegen. En omdat er nog veel aanvragen binnenkwamen na de sluitingstermijn van 15december jl., zal er een tweede aanvraagronde komen. Het kabinet stelt hiertoe aanvullend 15,0miljoen beschikbaar. Hiermee kan SIVON de nodige apparaten inkopen voor leerlingen die daar thuis niet over beschikken en deze vanaf begin januari via schoolbesturen beschikbaar stellen. Scholen betalen een eigen bijdrage van 25%. Om het SIVON in de gelegenheid te stellen de apparaten aan te schaffen, zal er aan hen 20,5miljoen beschikbaar worden gesteld, waarbij de terugbetaling aan OCW middels een desaldering verwerkt wordt op artikel1. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 18december 2020 over Specifieke aanpassingen in economisch steun- en herstelpakket (KamerstukkenII 2020/21, 35..., nr...).

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

Het Nationaal Programma Onderwijs neemt stevige maatregelen om school- en studievertraging ontstaan door de coronacrisis te voorkomen, opgelopen vertraging waar mogelijk zo snel mogelijk in te halen en het mentaal welzijn van leerlingen en studenten te herstellen. De budgettaire verwerking hiervan heeft plaatsgevonden bij Voorjaarsnota 2021. In deze tiende Incidentele Suppletoire Begroting worden middelen van 2022 naar 2021 geschoven, zodat DUO een uitvoerbaar betaalritme kan realiseren. Hiermee wordt het vaste bedrag per leerling in het voortgezet onderwijs (circa 700) en het bedrag voor de leerlingen in Caribisch Nederland in het primair en voortgezet onderwijs geheel in 2021 uitbetaald voor het schooljaar 2021/22. In totaal wordt er 151,2miljoen aan middelen van 2022 naar 2021 geschoven middels een plafondcorrectie. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 25juni 2021 over Verdeling achterstandsmiddelen en aanpak studievertraging ontstaan door de coronacrisis te voorkomen (KamerstukkenII 2020/21, 35570, nr.255).

Daarnaast wordt in de tiende Incidentele Suppletoire Begroting een bedrag van 20,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021 ten behoeve van de fysieke boekhandel, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de Motie van het lid Romke de Jong c.s. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief eind juni 2021 over Heroverweging steunpakket in het derde kwartaal en aankondiging steunpakket vierde kwartaal (KamerstukkenII 2020/21, ....., nr....).

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

In de Kamerbrief over de Stand van zaken COVID-19 van 12januari 2021 is gemeld dat scholen voorlopig nog gesloten blijven. In diezelfde Kamerbrief wordt ook voorgesteld om te starten met sneltesten in het onderwijs. Met de inzet van sneltesten in het onderwijs kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan continuering van (fysiek) onderwijs, wat van belang is om onderwijsachterstanden te voorkomen, voor psychisch welbevinden van leerlingen en studenten, en voor arbeidsparticipatie van ouders.

In het voorgezet onderwijs (vo) wordt gestart met risicogericht testen rond een besmette casus. Hiervoor wordt een opdracht verleend aan (een) private partij(en) voor de testafname. De kosten voor de startfase tot aan de voorjaarsvakantie (3e week februari) zijn 0,8 miljoen. De kosten voor de landelijke uitrol zijn tot aan de zomervakantie 129,0 miljoen. Na het OMT-advies over de impact van de Britse variant op de heropening van de primair onderwijs (po) scholen volgt mogelijk een plan voor inzet van sneltesten in het po. Hiervoor is waarschijnlijk ook een begrotingswijziging benodigd.

In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger onderwijs (ho) wordt gestart met een pilot van sneltesten op drie universiteiten om meer fysiek onderwijs mogelijk te maken. Kort daarna starten zes pilots met hbo- en mbo-instellingen. De kosten hiervan bedragen 9,0 miljoen. Deze middelen worden middels subsidies aan de instellingen verstrekt.

Daarnaast wordt in deze Incidentele Suppletoire Begroting een bedrag van 5,5 miljoen beschikbaar gesteld in 2021 aan de lokale media via het Tijdelijk Steunfonds Lokale Informatievoorziening. In de Kamerbrief over Uitbreiding economisch steun- en herstelpakket (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...) van 21januari 2021 bent u hierover genformeerd.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

In de Kamerbrief over de stand van zaken Covid-19(Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1063) van 23maart 2021 is gemeld dat het kunnen volgen van fysiek onderwijs belangrijk is, met het oog op de ontwikkeling en het mentale en fysieke welbevinden van studenten en het voorkomen van verdere studievertraging. Onderdeel van dit besluit is dat zelftesten beschikbaar gesteld worden, zodat studenten en docenten preventief getest kunnen worden. Zelftesten worden ook beschikbaar gesteld in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), hiervan wordt het precieze tijdpad nog bezien.

De overheid stelt de zelftesten voor studenten en docenten in het bekostigd en onbekostigd erkend (mbo) of geaccrediteerd (ho) onderwijs beschikbaar en bekostigt deze. Ook ten aanzien van de levering en distributie van deze testen worden de instellingen zoveel als mogelijk gefaciliteerd en ondersteund. De bedoeling is ervoor te zorgen dat de testen op een laagdrempelige manier bij de studenten en medewerkers terecht komen, zonder dat dit de instellingen te zwaar belast. In overleg is besloten SURF te vragen een rol te spelen in de distributie van zelftesten voor het mbo en ho.

Het kabinet kent ten behoeve van de distributie van de zelftesten en daaraan gelieerde activiteiten zoals communicatie in totaal 135,0 miljoen generaal toe. Op basis van de meest actuele gegevens is de inschatting dat de benodigde inzet voor het mbo en ho tot en met juli 2021 71,5 miljoen bedraagt. De overige 63,5 miljoen wordt gereserveerd op de Aanvullende Post en blijft voor de periode tot en met juli 2021, indien noodzakelijk, beschikbaar voor zelftesten in het mbo en ho.

In het voortgezet onderwijs (vo) is eerder al 129,8 miljoen beschikbaar gesteld voor de landelijke uitrol van zelftesten. In dezelfde Kamerbrief van 23maart 2021 is aangekondigd dat vanaf half april wordt gestart met het stap voor stap beschikbaar stellen van zelftesten voor het primair en voortgezet onderwijs. Voor de landelijke uitrol van zelftesten heeft het Kabinet besloten om de 129,8 miljoen euro die eerder voor sneltesten in het vo beschikbaar was gesteld, te gebruiken voor zowel het po als het vo. Deze middelen zullen gebruikt worden voor onder meer de logistieke operatie om de zelftesten naar de scholen te versturen. Aangezien er in het po minder testen nodig zijn dan in het vo, is het beschikbare bedrag voor po lager. Middels deze negende Incidentele Suppletoire Begroting worden de benodigde middelen voor het po overgeheveld van Artikel 3 naar Artikel 1. Ook is er voor de landelijke uitrol van de zelftesten tijdelijk extra interne capaciteit benodigd voor onder meer communicatie en data-analyse.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

De culturele en creatieve sector is sinds 15december in zijn geheel gesloten in een periode die normaal gesproken veel bezoekers trekt. In bepaalde sectoren zijn investeringen gedaan die nu niet of nauwelijks kunnen worden terugverdiend en waar de huidige steunpakketten onvoldoende soelaas bieden. Om die reden heeft het kabinet, aanvullend op de eerdere steunpakketten voor cultuur (882 miljoen) 15,0 miljoen gereserveerd voor de culturele en creatieve sector. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 17december 2020 over Specifieke aanpassingen in economisch steun- en herstelpakket (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 214).

Vanwege de verlenging van de lockdown is daarnaast nog eens 9,0 miljoen beschikbaar gesteld voor de makers in de culturele sector. Hierover is uw Kamer genformeerd in de Kamerbrief over Uitbreiding economisch steun- en herstelpakket van 21januari (Kamerstukken II 2020/2021, 35420, nr. 217).

In totaal wordt er in deze Incidentele Suppletoire Begroting 24,0 miljoen toegevoegd aan de OCW-begroting. Deze middelen worden via de Rijkscultuurfondsen, het Steunfonds Rechtensector, het Abraham Tuschinskifonds en via het Mondriaan fonds aan verschillende makers en professionals toebedeeld. Over de wijze van deze 24,0 miljoen extra steun is de Tweede Kamer genformeerd per brief op 10februari 2021 over Uitwerking extra steun voor de makers in de culturele en creatieve sector vanwege de lockdown (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

In de Kamerbrief over Nationaal Programma Onderwijs: steunprogramma voor herstel en perspectief (Kamerstukken II 2020/21, 3...., nr....) van 17februari 2021 is gemeld dat er de komende twee en een half jaar voor 8,5miljard wordt genvesteerd in het gehele onderwijs. Daarnaast wordt er ook structureel 645,0miljoen genvesteerd in het onderwijs vanwege de grotere instroom van leerlingen en studenten. Via deze zesde Incidentele Suppletoire Begroting wordt voor zowel 2,2miljard middelen incidenteel aan de OCW-begroting toegevoegd als 645,0miljoen structureel. De overige middelen (6,3miljard) worden op de Aanvullende post van Financin geplaatst en overgeboekt naar de OCW-begroting als de maatregelen nader zijn uitgewerkt. Hieronder volgt een opsomming van de maatregelen waarvoor de middelen nu naar de OCW-begroting worden overgeheveld.

Uitbreiding en verlenging inhaal- en ondersteuningsprogrammas

In 2021 wordt er voor 255,7miljoen aan extra middelen beschikbaar gesteld voor de verlenging van de inhaal- en ondersteuningsprogramma's. De huidige regeling is uitgeput. Om op korte termijn achterstanden in te halen worden extra middelen vrijgemaakt voor aanvullende aanvragen. Voor de voorschoolse educatie (ve) is 10,7miljoen beschikbaar, voor het primair onderwijs (po) 116,0miljoen, voor het voortgezet onderwijs (vo) 94,0miljoen en voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is 35,0miljoen beschikbaar.

Ondersteuning in de klas: continuteit van het onderwijs

Begin 2021 zijn middelen vrijgemaakt voor scholen om extra hulp in de klas in te schakelen. Scholen kunnen een tegemoetkoming ontvangen ter dekking van de kosten voor vervanging van personeel om de komende maanden te ondersteunen met de continuteit van het onderwijs. Deze middelen zijn reeds uitgeput. Daarom wordt er opnieuw 240,0miljoen vrijgemaakt in 2021 voor scholen in het po, vo, mbo en ho. De middelen worden als volgt verdeeld: voor het po is 102,0miljoen beschikbaar, voor het vo 56,0miljoen, voor het mbo 52,0miljoen, voor het hbo 18,0miljoen en voor het wo is 12,0miljoen beschikbaar. Hiermee wordt de maatregel ook verruimd naar het ho en worden docenten in het ho extra ondersteund.

Extra bekostiging nieuwkomers

Voor alle nieuwkomers in het po en vo wordt de aanvullende nieuwkomersbekostiging verlengd van 1 of 2 jaar naar maximaal 4 jaar per leerling. Hiervoor wordt in 2021 62,0miljoen beschikbaar gesteld. Hiervan is 29,0miljoen voor het po en 33,0miljoen voor het vo. Nieuwkomers hebben door corona xtra vertraging opgelopen. Door de bekostiging te verlengen naar maximaal 4 jaar stellen we internationale schakelklassen, nieuwkomersscholen en reguliere scholen financieel in staat om nieuwkomersleerlingen goed op te vangen en de benodigde extra ondersteuning te bieden. Daarbij wordt ook extra ondersteuning geboden aan het veld.

Ondersteuning en begeleiding examenleerlingen in het voortgezet onderwijs

Op 12februari 2021 is een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over Aanvulling besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (KamerstukkenII 2020/21, 3...., nr...). Hierin wordt aangekondigd dat examenleerlingen extra ondersteuning krijgen. Hiervoor is een bedrag van 37,0miljoen vrijgemaakt in 2021.

Extra capaciteitentoets en herijking schooladvies bij brugklassers en leerjaar 2

Gemiddeld genomen hebben leerlingen in 2020 -waaronder relatief veel leerlingen met een hogere kans op een onderwijsachterstand- een lager schooladvies ontvangen en zijn zij op een lager niveau in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs geplaatst. Daarom biedt OCW aan dat scholen bij alle brugklassers vr de zomer van 2021 een korte capaciteitentoets kunnen afnemen, waarbij de capaciteiten van elke leerling worden vergeleken met wat hij of zij zou moeten kunnen. Dit gebeurt ook bij leerlingen die nu in het tweede leerjaar zitten en vorig jaar ten tijde van corona met eventuele achterstanden vanuit de brugklas een niveaukeuze hebben gemaakt. Hiervoor wordt 10,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021.

Start met schoolscan

Van alle scholen in het funderend onderwijs wordt verwacht dat ze vr de zomer van 2021 zo goed als mogelijk inzicht hebben in de individuele leerlijn van leerlingen op cognitief, executief en sociaal gebied. Scholen kunnen gebruik maken van een leerlingvolgsysteem (LVS) om de ontwikkeling van leerlingen te monitoren en krijgen ondersteuning hierbij door een schoolscan. Bij een schoolscan worden de leerachterstanden in kaart gebracht. Hiervoor wordt 10,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021.

Focus op kerncurriculum

Om te voorkomen dat vertragingen en lesprogrammas zich opstapelen en zowel leerlingen als leraren overvraagd worden, is het zinvol om kritisch naar het lesrooster en -programma te kijken en de spreiding daarvan over de leerjaren. Om scholen en leraren hierbij te ondersteunen zal er informatief materiaal worden ontwikkeld zodat leraren en schoolleiders doordachte keuzes kunnen maken in het lesprogramma. De SLO zal hierbij betrokken worden. Hiervoor wordt 0,15miljoen beschikbaar gesteld in 2021.

Extra apparaten voor mbo studenten in 2021

Het hebben van goede apparaten (met name laptops of tablets) is essentieel om het onderwijs op dit moment goed te kunnen volgen. Helaas zijn niet alle studenten financieel in staat om deze apparaten aan te schaffen en daarmee om het onderwijs goed te kunnen volgen; dit brengt risicos met zich mee op studievertraging en zelfs schooluitval. In het mbo blijkt er ook nog steeds extra behoefte aan apparaten. Daarom is hiervoor 10,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021.

Tegemoetkoming stagebedrijven (mbo en hbo)

Voor stagebedrijven is een van de factoren die meespeelt de vergoeding die zij krijgen voor het mogelijk maken van leerwerkplekken. Zeker in deze voor veel sectoren financieel moeilijke tijd kan deze tegemoetkoming een doorslaggevende factor zijn. Daarom is het belangrijk dat het budget van de regeling praktijkleren wordt opgehoogd zodat bedrijven die leerwerkplekken aanbieden in de sectoren mbo en hbo ook de maximale tegemoetkoming van 2.700 ontvangen om zo te stimuleren dat meer bedrijven stageplekken aan gaan bieden. Hiervoor wordt in 2021 73,0miljoen vrijgemaakt. Ook zal de 3,8miljoen voor praktijkleren, die bij Miljoenennota 2021 op de Aanvullende Post is gezet, via deze Incidentele Suppletoire Begroting worden overgeheveld naar de OCW-begroting voor 2021.

Grote groei studentenaantallen en langere verblijfsduur studenten (mbo, hbo en wo)

Instellingen zullen vanwege de grote groei van de studentenaantallen direct in plaats van met een jaar vertraging gecompenseerd worden bij de ramingen voor de enorme groei van studentenaantallen. De instellingen blijven zo gequipeerd om onderwijstaken uit te voeren; het budget is na compensatie in verhouding tot het aantal studenten. Hiervoor is 489,0miljoen vrijgemaakt in 2021. Hiervan gaat 90,0miljoen naar het mbo, 243,0miljoen naar het hbo en 156,0miljoen naar het wo.

50% korting op het wettelijk tarief van les-, cursus-, en collegegeld (mbo/hbo/wo)

Er komt een generieke korting voor alle studenten van 50% op het wettelijke tarief van het les-, cursus-, en collegegeld. Alle studenten worden (vooraf) gecompenseerd door hen een halvering van het les-, cursus- en collegegeld op het komend studiejaar (20212022) te verlenen. Hierbij is uitgegaan van een gemiddelde studieduurvertraging van een half jaar. De instellingen worden gecompenseerd voor het gederfde verlies aan inkomsten en er is compensatie voor de lesgeldontvangsten omdat er minder lesgelden worden geind komend studiejaar. Hiervoor is in 2021 350,0miljoen en in 2022 650,0miljoen vrijgemaakt.

Organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering

Het overkoepelende doel voor het gehele pakket maatregelen is om de directe gevolgen van de coronacrisis op korte termijn aan te pakken. Daarnaast zullen we na afloop van het programma meer zicht hebben op effectieve interventies en maatregelen in relatie tot studievoortgang en -vertraging. Dit plan behelst de jaren 2021 en 2022 en 2023. Om dit op korte termijn te organiseren, onderzoeken, monitoren en uitvoeren wordt tot de zomer 8,3miljoen beschikbaar gesteld in 2021.

Structurele middelen

Naast bovenstaande maatregelen worden scholen en instellingen ook structureel gecompenseerd voor de per saldo grotere instroom van leerlingen en studenten dan was geraamd. Hiervoor is per saldo een structureel bedrag oplopend naar 645,0miljoen in 2026 beschikbaar gesteld. De komende jaren zijn er in het primair onderwijs minder leerlingen door een lagere asielinstroom en omdat het afgelopen jaar minder kinderen zijn geboren. Ook in het voortgezet onderwijs zijn er minder leerlingen door een lagere asielinstroom en hogere slagingspercentages afgelopen jaar. Deze lagere aantallen leerlingen in het funderend onderwijs zorgen voor meevallers, die zijn ingezet voor de tegenvallers in het vervolgonderwijs door de hogere instroom van studenten.

Tevens worden generale middelen beschikbaar gesteld om een eventuele tegenvaller op de Studiefinancieringsraming op te vangen. De Studiefinancieringsraming wordt de komende weken afgerond.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

In de Kamerbrief over Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 988) van 12februari 2021 is gemeld dat er incidenteel 200,0 miljoen wordt genvesteerd in een maatschappelijk steunpakket dat zich richt op het sociaal en mentaal welzijn en een gezonde leefstijl. Hiervan wordt 10,0 miljoen genvesteerd in het opschalen van initiatieven voor kunst en cultuur voor kwetsbare groepen. Het Fonds voor Cultuurparticipatie kan hiermee culturele activiteiten organiseren die bij uitstek mensen steunen die door corona in eenzaamheid, gebrek aan zingeving of depressiviteit zijn geraakt. Hiervoor wordt het bestaande programma Samen Cultuur Maken uitgebreid. Via deze zevende Incidentele Suppletoire Begroting wordt de 10,0 miljoen incidenteel aan de OCW-begroting toegevoegd.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 3e ISB 2021

Stand 3e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

8.962.601

129.800

9.092.401

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

8.962.601

129.800

9.092.401

Totale uitgaven

9.026.419

129.800

9.156.219

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

8.763.926

0

8.763.926

Bekostiging vo-instellingen

8.617.017

8.617.017

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen

17.648

17.648

Bekostiging Caribisch Nederland

17.487

17.487

Prestatiebox

0

0

Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

107.234

107.234

Aanvullende regelingen leerlingendaling

4.540

4.540

Subsidies (regelingen)

156.664

0

156.664

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

19.240

19.240

Regeling zomerscholen vo

9.000

9.000

Nieuwe leerweg

12.000

12.000

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

Extra hulp voor de klas

56.000

56.000

Overige subsidies

60.424

60.424

Opdrachten

7.095

129.800

136.895

Opdrachten

7.095

7.095

Sneltesten

0

129.800

129.800

Bijdragen aan agentschappen

54.096

0

54.096

Dienst Uitvoering Onderwijs

54.096

54.096

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

44.358

0

44.358

College voor Toetsen en Examens

4.380

4.380

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen

39.978

39.978

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

280

0

280

GRAZ (ECML) en PISA

280

280

Ontvangsten

7.391

0

7.391

1

Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696

Toelichting

Het financieel instrument Opdrachten wordt incidenteel verhoogd met 129,8 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de sneltesten in het voortgezet onderwijs.

Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 3e ISB 2021

Stand 3e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

4.816.679

3.000

4.819.679

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

4.816.679

3.000

4.819.679

Totale uitgaven

4.901.765

3.000

4.904.765

waarvan juridisch verplicht (%)

99,7%

Bekostiging

4.358.128

0

4.358.128

Bekostiging mbo-instellingen

3.700.096

3.700.096

Bekostiging Caribisch Nederland

8.463

8.463

Bekostiging vavo

67.365

67.365

Kwaliteitsafspraken investeringsbudget

247.215

247.215

Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget

206.011

206.011

Regionaal Investeringsfonds

22.425

22.425

Salarismix Randstadregio's

51.503

51.503

Regionaal Programma

30.550

30.550

Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid

24.500

24.500

Tegemoetkoming schoolkosten MBO

0

0

Gelijke kansen

0

0

Subsidies (regelingen)

324.024

3.000

327.024

Praktijkleren

217.200

217.200

Leven lang ontwikkelen

10.590

10.590

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

21.360

21.360

Loopbaanorintatie

2.275

2.275

Vakwedstrijden mbo

4.100

4.100

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

Extra hulp voor de klas

52.000

52.000

Sneltesten

0

3.000

3.000

Overige subsidies

16.499

16.499

Opdrachten

6.378

0

6.378

Bijdragen aan agentschappen

19.873

0

19.873

Dienst Uitvoering Onderwijs

16.393

16.393

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

3.480

3.480

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

70.537

0

70.537

College voor Toetsen en Examens

8.300

8.300

Wet SLOA

1.103

1.103

SBB

61.134

61.134

Bijdragen aan medeoverheden

122.825

0

122.825

RMC's

41.451

41.451

Educatie

62.174

62.174

Caribisch Nederland

0

0

Regionaal Programma

19.200

19.200

Ontvangsten

4.000

0

4.000

1

Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 3,0 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de sneltesten in het middelbaar beroepsonderwijs.

Beleidsartikel 6 en 7. Hoger onderwijs

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 3e ISB 2021

Stand 3e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

3.647.370

3.000

3.650.370

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

3.647.370

3.000

3.650.370

Totale uitgaven

3.699.995

3.000

3.702.995

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

3.603.369

0

3.603.369

Bekostiging onderwijsdeel2

3.261.390

3.261.390

Bekostiging ontwerp en ontwikkeling

87.882

87.882

Studievoorschot kwaliteitsafspraken3

246.091

246.091

Studievoorschotvouchers

245

245

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

7.761

7.761

Subsidies (regelingen)

14.619

3.000

17.619

Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding

2.500

2.500

Overige subsidies

12.119

3.000

15.119

Bijdrage aan agentschappen

13.174

0

13.174

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.174

13.174

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

68.833

0

68.833

NWO: Praktijkgericht onderzoek

54.213

54.213

NWO: Promotiebeurs voor leraren

10.144

10.144

Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

4.476

4.476

Ontvangsten

1.213

0

1.213

1

Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696

2

Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).

3

90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 3e ISB 2021

Stand 3e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

5.611.382

3.000

5.614.382

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

5.611.382

3.000

5.614.382

Totale uitgaven

5.560.930

3.000

5.563.930

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

5.521.306

0

5.521.306

Bekostiging onderwijsdeel2

2.469.513

2.469.513

Bekostiging onderzoeksdeel

2.193.737

2.193.737

Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek

707.959

707.959

Studievoorschot kwaliteitsafspraken3

150.097

150.097

Studievoorschotvouchers

0

0

Profilering en zwaartepuntvorming4

0

0

Subsidies (regelingen)

33.866

3.000

36.866

Nuffic

14.419

14.419

Studiekeuze123

2.504

2.504

Vluchteling Studenten UAF

2.457

2.457

Handicap & Studie

698

698

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

249

249

Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

249

249

Open en online onderwijs

1.965

1.965

Overige subsidies

11.325

3.000

14.325

Opdrachten

2.949

0

2.949

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

2.809

0

2.809

Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

1.799

1.799

United Nations University (UNU)

1.010

1.010

Nuffic, SK123, UAF, H&S, ISO en LSVb

0

0

Ontvangsten

16

0

16

1

Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696

2

Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).

3

90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.

4

De 2%-middelen profilering en zwaartepuntvorming die conform de kwaliteitsafspraken tot en met 2022 zijn overgeheveld naar het onderwijsdeel van de hoofdbekostiging.

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 3,0 miljoen in beide artikelen. Dit betreft de incidentele middelen voor de sneltesten in het hoger onderwijs.

Beleidsartikel 15. Media

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 15 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 3e ISB 2021

Stand 3e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

1.033.170

5.491

1.038.661

Totale uitgaven

1.033.170

5.491

1.038.661

waarvan juridisch verplicht (%)

99,9%

100%

Bekostiging

1.017.199

0

1.017.199

Landelijke publieke omroep

792.424

792.424

Regionale omroep

150.848

150.848

Stichting Omroep Muziek

16.795

16.795

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

23.838

23.838

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

2.231

2.231

Filmfonds van de omroep en Telefilm (CoBO)

8.564

8.564

Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)

1.588

1.588

Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)

1.640

1.640

Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve

18.476

18.476

Overige bekostiging media

795

795

Subsidies (regelingen)

10.661

5.491

16.152

Subsidies (regelingen)

10.661

10.661

Steunfonds Lokale Informatievoorziening

0

5.491

5.491

Opdrachten

440

0

440

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

4.807

0

4.807

Commissariaat voor de Media

4.807

4.807

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

63

0

63

European Audiovisual Observatory

63

63

Ontvangsten

155.700

0

155.700

1

Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 5,5 miljoen. Dit betreft de middelen die beschikbaar worden gesteld aan de lokale media via het Tijdelijk Steunfonds Lokale Informatievoorziening.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB1

Mutaties 5e ISB 2021

Stand 5e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

12.295.502

900

12.296.402

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

12.295.502

900

12.296.402

Totale uitgaven

12.265.502

900

12.266.402

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

11.466.396

0

11.466.396

Bekostiging po-instellingen

11.157.670

11.157.670

Bekostiging Caribisch Nederland

19.991

19.991

Prestatiebox

178.716

178.716

Aanvullende bekostiging

80.019

80.019

Aanpak lerarentekort G5

30.000

30.000

Subsidies (regelingen)

220.869

0

220.869

Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.200

23.200

Nederlands onderwijs buitenland

12.600

12.600

Basis voor Presteren (School aan Zet en Bta Techniek)

0

0

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

13.130

13.130

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

Extra hulp voor de klas

102.000

102.000

Overige subsidies

69.939

69.939

Opdrachten

11.010

900

11.910

Opdrachten

11.010

11.010

Sneltesten

0

900

900

Bijdragen aan agentschappen

30.895

0

30.895

Dienst Uitvoering Onderwijs

30.895

30.895

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

7.731

0

7.731

Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds

5.228

5.228

UWV

2.503

2.503

Bijdragen aan medeoverheden

528.601

0

528.601

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

508.909

508.909

Caribisch Nederland

19.692

19.692

Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

Brede scholen

0

0

BES(t)4kids

0

0

Ontvangsten

15.961

0

15.961

1

Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716.

Toelichting

Het financieel instrument Opdrachten wordt incidenteel verhoogd met 0,9miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de pilots voor het sneltesten in het primair onderwijs.

Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 5e ISB 2021

Stand 5e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

9.092.401

47.300

9.139.701

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

9.092.401

47.300

9.139.701

Totale uitgaven

9.156.219

47.300

9.203.519

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

8.763.926

35.000

8.798.926

Bekostiging vo-instellingen

8.617.017

35.000

8.652.017

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen

17.648

17.648

Bekostiging Caribisch Nederland

17.487

17.487

Prestatiebox

0

0

Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

107.234

107.234

Aanvullende regelingen leerlingendaling

4.540

4.540

Subsidies (regelingen)

156.664

300

156.964

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

19.240

300

19.540

Regeling zomerscholen vo

9.000

9.000

Nieuwe leerweg

12.000

12.000

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

Extra hulp voor de klas

56.000

56.000

Overige subsidies

60.424

60.424

Opdrachten

136.895

0

136.895

Opdrachten

7.095

7.095

Sneltesten

129.800

129.800

Bijdragen aan agentschappen

54.096

10.500

64.596

Dienst Uitvoering Onderwijs

54.096

10.500

64.596

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

44.358

1.500

45.858

College voor Toetsen en Examens

4.380

300

4.680

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen

39.978

1.200

41.178

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

280

0

280

GRAZ (ECML) en PISA

280

280

Ontvangsten

7.391

0

7.391

1

Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716.

Toelichting

Het financieel instrument Bekostiging wordt incidenteel verhoogd met 35,0miljoen. Deze middelen zijn ter compensatie van scholen en personeel voor de extra werkzaamheden die ontstaan door de uitbreiding van het examenrooster en de extra herkansing voor leerlingen.

Het financieel instrument Bijdrage aan agentschappen wordt incidenteel verhoogd met 10,5miljoen. Dit zijn middelen voor de extra uitvoeringskosten van de DUO.

Het financieel instrument Bijdragen aan ZBOs/RWTs wordt incidenteel verhoogd met 1,5miljoen. Dit zijn middelen voor de extra uitvoeringskosten van Cito en het CvTE.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 1. Primair Onderwijs

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen

Mutaties 1e ISB 2021

Stand 1e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

12.274.752

250

12.275.002

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

12.274.752

250

12.275.002

Totale uitgaven

12.244.752

250

12.245.002

waarvan juridisch verplicht (%)

99,89%

Bekostiging

11.466.146

250

11.466.396

Bekostiging po-instellingen

11.157.420

250

11.157.670

Bekostiging Caribisch Nederland

19.991

19.991

Prestatiebox

178.716

178.716

Aanvullende bekostiging

80.019

80.019

Aanpak lerarentekort G5

30.000

30.000

Subsidies (regelingen)

200.369

0

200.369

Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.200

23.200

Nederlands onderwijs buitenland

12.600

12.600

Basis voor Presteren (School aan Zet en Bta Techniek)

0

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

13.130

13.130

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

Extra hulp voor de klas

102.000

102.000

Overige subsidies

49.439

49.439

Opdrachten

11.010

0

11.010

Bijdragen aan agentschappen

30.895

0

30.895

Dienst Uitvoering Onderwijs

30.895

30.895

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

7.731

0

7.731

Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds

5.228

5.228

UWV

2.503

2.503

Bijdragen aan medeoverheden

528.601

0

528.601

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

508.909

508.909

Caribisch Nederland

19.692

19.692

Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

Brede scholen

0

0

BES(t)4kids

0

0

Ontvangsten

10.461

0

10.461

Toelichting

Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 0,25 miljoen.

Beleidsartikel 3. Voortgezet Onderwijs

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen

Mutaties 1e ISB 2021

Stand 1e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

8.962.351

250

8.962.601

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

8.962.351

250

8.962.601

Totale uitgaven

9.026.169

250

9.026.419

waarvan juridisch verplicht (%)

99,2%

Bekostiging

8.763.676

250

8.763.926

Bekostiging vo-instellingen

8.616.767

250

8.617.017

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen

17.648

17.648

Bekostiging Caribisch Nederland

17.487

17.487

Prestatiebox

0

0

Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

107.234

107.234

Aanvullende regelingen leerlingendaling

4.540

4.540

Subsidies (regelingen)

156.664

0

156.664

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

19.240

19.240

Regeling zomerscholen vo

9.000

9.000

Nieuwe leerweg

12.000

12.000

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

Extra hulp voor de klas

56.000

56.000

Overige subsidies

60.424

60.424

Opdrachten

7.095

0

7.095

Bijdragen aan agentschappen

54.096

0

54.096

Dienst Uitvoering Onderwijs

54.096

54.096

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

44.358

0

44.358

College voor Toetsen en Examens

4.380

4.380

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen

39.978

39.978

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

280

0

280

GRAZ (ECML) en PISA

280

280

Ontvangsten

7.391

0

7.391

Toelichting

Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 0,25 miljoen.

Beleidsartikelen 6 en 7. Hoger Onderwijs

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen

Mutaties 1e ISB 2021

Stand 1e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

3.636.053

11.317

3.647.370

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

3.636.053

11.317

3.647.370

Totale uitgaven

3.688.678

11.317

3.699.995

waarvan juridisch verplicht (%)

100,00%

Bekostiging

3.603.369

0

3.603.369

Bekostiging onderwijsdeel1

3.261.390

3.261.390

Bekostiging ontwerp en ontwikkeling

87.882

87.882

Studievoorschot kwaliteitsafspraken2

246.091

246.091

Studievoorschotvouchers

245

245

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

7.761

7.761

Subsidies (regelingen)

3.302

11.317

14.619

Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding

2.500

2.500

Overige subsidies

802

11.317

12.119

Bijdrage aan agentschappen

13.174

0

13.174

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.174

13.174

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

68.833

0

68.833

NWO: Praktijkgericht onderzoek

54.213

54.213

NWO: Promotiebeurs voor leraren

10.144

10.144

Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

4.476

4.476

Ontvangsten

1.213

0

1.213

1

Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).

2

90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen

Mutaties 1e ISB 2021

Stand 1e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

5.602.699

8.683

5.611.382

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

5.602.699

8.683

5.611.382

Totale uitgaven

5.552.247

8.683

5.560.930

waarvan juridisch verplicht (%)

99,96%

Bekostiging

5.521.306

0

5.521.306

Bekostiging onderwijsdeel1

2.469.513

2.469.513

Bekostiging onderzoeksdeel

2.193.737

2.193.737

Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek

707.959

707.959

Studievoorschot kwaliteitsafspraken2

150.097

150.097

Studievoorschotvouchers

0

0

Profilering en zwaartepuntvorming3

0

0

Subsidies (regelingen)

25.183

8.683

33.866

Nuffic

14.419

14.419

Studiekeuze123

2.504

2.504

Vluchteling Studenten UAF

2.457

2.457

Handicap & Studie

698

698

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

249

249

Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

249

249

Open en online onderwijs

1.965

1.965

Overige subsidies

2.642

8.683

11.325

Opdrachten

2.949

0

2.949

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

2.809

0

2.809

Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

1.799

1.799

United Nations University (UNU)

1.010

1.010

Nuffic, SK123, UAF, H&S, ISO en LSVb

0

0

Ontvangsten

16

0

16

1

1 Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).

2

1 90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.

3

De 2%-middelen profilering en zwaartepuntvorming die conform de kwaliteitsafspraken tot en met 2022 zijn overgeheveld naar het onderwijsdeel van de hoofdbekostiging.

Toelichting

In Artikel 6 en 7 wordt het financieel instrument Subsidies incidenteel verhoogd met respectievelijk 11,3 miljoen en 8,7 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de subsidieregeling voor de coronabanen in het hoger onderwijs.

Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 (bedragen 1 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen

Mutaties 1e ISB 2021

Stand 1e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

4.773.438

3.970

4.777.408

Totale uitgaven

4.773.438

3.970

4.777.408

waarvan juridisch verplicht (%)

100%

Inkomensoverdracht

1.583.740

3.970

1.587.710

Basisbeurs gift (R)

594.397

594.397

Aanvullende beurs gift (R)

713.061

713.061

Reisvoorziening gift (R)

27.293

27.293

Caribisch Nederland gift (R)

3.363

3.363

Overige uitgaven (R)

245.626

3.970

249.596

Leningen

3.051.863

0

3.051.863

Basisbeurs prestatiebeurs (NR)

368.918

368.918

Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR)

89.366

89.366

Reisvoorziening (NR)

107.360

107.360

Rentedragende lening (NR)

2.807.246

2.807.246

Collegegeldkrediet (NR)

333.365

333.365

Leven lang leren krediet (NR)

42.771

42.771

Overige uitgaven (NR)

40.673

40.673

Bijdrage aan agentschappen

137.835

0

137.835

Dienst Uitvoering Onderwijs

137.835

137.835

Ontvangsten

1.005.737

0

1.005.737

Ontvangsten (R)

98.882

0

98.882

Ontvangen rente (R)

68.453

68.453

Overige ontvangsten (R)

30.429

30.429

Ontvangsten (NR)

906.855

0

906.855

Terugontvangen lening (NR)

906.855

906.855

Toelichting

Het financieel instrument Inkomensoverdrachten wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 3,97 miljoen.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 14. Cultuur

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (bedragen x € 1.000)
 

Vastge-stelde begroting 2021 (incl. ISB, NvW en amendementen)

Stand na 1e suppletoire begroting 2021, inclusief 10e ISB

Mutaties 11e Incidentele Suppletoire Begroting

Stand na 11e Incidentele Suppletoire Begroting

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

614.519

797.840

15.000

812.840

0

0

0

0

Totale uitgaven

1.299.772

1.414.992

15.000

1.429.992

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

               
                 

Bekostiging

1.103.831

1.182.432

0

1.182.432

0

0

0

0

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

260.287

267.707

 

267.707

       

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

307.261

355.295

 

355.295

       

Huisvesting erfgoed

0

0

 

0

       

Beheer en onderhoud collecties erfgoed

0

0

 

0

       

Museale instellingen met een wettelijke taak

256.572

287.995

 

287.995

       

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

23.637

23.867

 

23.867

       

Digitale openbare bibliotheek

16.536

19.118

 

19.118

       

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

12.290

12.537

 

12.537

       

Monumentenzorg

179.340

179.736

 

179.736

       

Archieven incl. Regionale Historische Centra

27.180

29.068

 

29.068

       

Flankerend beleid huisvesting

6.681

6.818

 

6.818

       

Cultuureducatie met Kwaliteit

14.047

291

 

291

       

Subsidies (regelingen)

128.036

161.161

15.000

176.161

0

0

0

0

Verbreden inzet cultuur

7.454

7.620

 

7.620

       

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

7.399

8.356

 

8.356

       

Programma leesbevordering

3.850

4.215

 

4.215

       

Creatieve Industrie

2.085

1.437

 

1.437

       

Monumentenzorg

135

137

 

137

       

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

 

0

       

Specifiek cultuurbeleid

105.289

134.700

15.000

149.700

       

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

1.824

4.696

 

4.696

       

Opdrachten

22.692

24.861

0

24.861

0

0

0

0

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.091

1.634

 

1.634

       

Monumentenzorg

0

0

 

0

       

Archeologie

0

0

 

0

       

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

 

0

       

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

8.004

13.169

 

13.169

       

Overige opdrachten

12.597

10.058

 

10.058

       

Bijdragen aan agentschappen

42.315

43.562

0

43.562

0

0

0

0

Nationaal Archief

42.315

43.562

 

43.562

       

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

2.898

2.976

 

2.976

0

0

0

0

Ontvangsten

494

13.308

 

13.308

0

0

0

0

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel1 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB1

Mutaties 6e ISB 2021

Stand 6e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

12.296.402

259.848

12.556.250

35.523

50.489

70.750

91.910

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

12.296.402

259.848

12.556.250

35.523

50.489

70.750

91.910

Totale uitgaven

12.266.402

259.848

12.526.250

35.523

50.489

70.750

91.910

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

11.466.396

18.598

11.484.994

35.523

50.489

70.750

91.910

Bekostiging po-instellingen

11.157.670

18.598

11.176.268

35.523

50.489

70.750

91.910

Bekostiging Caribisch Nederland

19.991

19.991

Prestatiebox

178.716

178.716

Aanvullende bekostiging

80.019

80.019

Aanpak lerarentekort G5

30.000

30.000

Subsidies (regelingen)

220.869

228.700

449.569

0

0

0

0

Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.200

23.200

Nederlands onderwijs buitenland

12.600

12.600

Basis voor Presteren (School aan Zet en Bta Techniek)

0

0

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

13.130

13.130

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

126.700

126.700

Extra hulp voor de klas

102.000

102.000

204.000

Overige subsidies

69.939

69.939

Opdrachten

11.910

12.550

24.460

0

0

0

0

Opdrachten

11.010

12.550

23.560

Sneltesten

900

900

Bijdragen aan agentschappen

30.895

0

30.895

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

30.895

30.895

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

7.731

0

7.731

0

0

0

0

Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds

5.228

5.228

UWV

2.503

2.503

Bijdragen aan medeoverheden

528.601

0

528.601

0

0

0

0

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

508.909

508.909

Caribisch Nederland

19.692

19.692

Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

0

0

Brede scholen

0

0

BES(t)4kids

0

0

Ontvangsten

15.961

0

15.961

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 5 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716, KamerstukkenII 2020/21, 35735; voor vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is nog geen Kamerstuk bekend.

Toelichting

Zowel de uitgaven als de verplichtingen worden met 259,8miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met 18,6miljoen verhoogd. Dit betreft enerzijds de verlenging van de nieuwkomersbekostiging voor 29,0miljoen. Anderzijds heeft een aanpassing op de nieuwe raming van het aantal leerlingen in de referentieraming 2021 geleid tot een meevaller van ruim 10,4miljoen. Dit werkt door in de latere jaren.

Subsidies (regelingen)

Het budget wordt per saldo met 228,7miljoen verhoogd. Dit betreft de inhaal- en ondersteuningsprogramma's voor 126,7miljoen en de regeling extra hulp voor de klas voor 102,0miljoen.

Opdrachten

Het opdrachtenbudget wordt per saldo met 12,6miljoen verhoogd. Dit betreft voor 10,0miljoen de middelen voor de schoolscan, voor 2,4miljoen de middelen voor organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering en voor 0,15miljoen de middelen voor het kerncurriculum.

Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel3 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 6e ISB 2021

Stand 6e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

9.139.701

169.367

9.309.068

34.176

29.081

13.934

11.532

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

9.139.701

169.367

9.309.068

34.176

29.081

13.934

11.532

Totale uitgaven

9.203.519

169.367

9.372.886

34.176

29.081

13.934

11.532

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

8.798.926

6.967

8.805.893

34.176

29.081

13.934

11.532

Bekostiging vo-instellingen

8.652.017

6.667

8.658.684

34.476

29.381

14.234

11.832

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen

17.648

17.648

Bekostiging Caribisch Nederland

17.487

300

17.787

300

300

300

300

Prestatiebox

0

0

Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

107.234

107.234

Aanvullende regelingen leerlingendaling

4.540

4.540

Subsidies (regelingen)

156.964

150.000

306.964

0

0

0

0

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

19.540

19.540

Regeling zomerscholen vo

9.000

9.000

Nieuwe leerweg

12.000

12.000

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

94.000

94.000

Extra hulp voor de klas

56.000

56.000

112.000

Overige subsidies

60.424

60.424

Opdrachten

136.895

12.400

149.295

0

0

0

0

Opdrachten

7.095

12.400

19.495

Sneltesten

129.800

129.800

Bijdragen aan agentschappen

64.596

0

64.596

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

64.596

64.596

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

45.858

0

45.858

0

0

0

0

College voor Toetsen en Examens

4.680

0

4.680

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen

41.178

0

41.178

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

280

0

280

0

0

0

0

GRAZ (ECML) en PISA

280

280

Ontvangsten

7.391

0

7.391

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 5 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716, KamerstukkenII 2020/21, 35735; voor vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is nog geen Kamerstuk bekend.

Toelichting

Zowel de uitgaven als de verplichtingen worden met 169,4miljoen verhoogd.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met 7,0miljoen verhoogd. Enerzijds betreft dit de verlenging van de nieuwkomersbekostiging voor 33,0miljoen en de ondersteuning en begeleiding van examenkandidaten in het vo voor 37,0miljoen. Anderzijds heeft een aanpassing op de nieuwe raming van het aantal leerlingen in de referentieraming 2021 geleid tot een meevaller van ruim 63,6miljoen. Dit werkt door in de latere jaren.

Subsidies (regelingen)

Het budget wordt per saldo met 150,0miljoen verhoogd. Dit betreft de inhaal- en ondersteuningsprogramma's voor 94,0miljoen en de regeling extra hulp voor de klas voor 56,0miljoen.

Opdrachten

Het opdrachtenbudget wordt per saldo met 12,4miljoen verhoogd. Dit betreft voor 10,0miljoen de middelen voor de capaciteitentest in de brugklas en de tweede klas van het vo en voor 2,4miljoen de middelen voor organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering.

Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel4 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 6e ISB 2021

Stand 6e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

4.819.679

401.530

5.221.209

105.621

56.264

22.199

7.392

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

4.819.679

401.530

5.221.209

105.621

56.264

22.199

7.392

Totale uitgaven

4.904.765

282.109

5.186.874

119.421

105.621

56.264

22.199

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

4.358.128

105.300

4.463.428

119.421

105.621

56.264

22.199

Bekostiging mbo-instellingen

3.700.096

104.000

3.804.096

118.121

104.321

54.964

20.899

Bekostiging Caribisch Nederland

8.463

1.300

9.763

1.300

1.300

1.300

1.300

Bekostiging vavo

67.365

67.365

Kwaliteitsafspraken investeringsbudget

247.215

247.215

Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget

206.011

206.011

Regionaal Investeringsfonds

22.425

22.425

Salarismix Randstadregio's

51.503

51.503

Regionaal Programma

30.550

30.550

Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid

24.500

24.500

Tegemoetkoming schoolkosten MBO

0

0

Gelijke kansen

0

0

Subsidies (regelingen)

327.024

173.809

500.833

0

0

0

0

Praktijkleren

217.200

76.809

294.009

Leven lang ontwikkelen

10.590

10.590

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

21.360

21.360

Loopbaanorintatie

2.275

2.275

Vakwedstrijden mbo

4.100

4.100

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

35.000

35.000

Extra hulp voor de klas

52.000

52.000

104.000

Sneltesten

3.000

3.000

Overige subsidies

16.499

10.000

26.499

Opdrachten

6.378

3.000

9.378

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

19.873

0

19.873

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

16.393

16.393

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

3.480

3.480

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

70.537

0

70.537

0

0

0

0

College voor Toetsen en Examens

8.300

8.300

Wet SLOA

1.103

1.103

SBB

61.134

61.134

Bijdragen aan medeoverheden

122.825

0

122.825

0

0

0

0

RMC's

41.451

41.451

Educatie

62.174

62.174

Caribisch Nederland

0

0

Regionaal Programma

19.200

19.200

Ontvangsten

4.000

0

4.000

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 5 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716, KamerstukkenII 2020/21, 35735; voor vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is nog geen Kamerstuk bekend.

Toelichting

De uitgaven worden met 282,1miljoen verhoogd. De verplichtingen worden met 401,5miljoen verhoogd. Het verschil tussen het totaal van de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door dat er in 2021 al verplichtingen worden aangegaan voor de bekostigingsmutaties in 2022.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het uitgavenbudget wordt per saldo met 105,3miljoen verhoogd. Dit betreft voor 14,0miljoen de compensatie aan de instellingen voor de generieke korting op het cursusgeld (in 2022 is dit 30,0miljoen) en voor 90,0miljoen de middelen voor de grote groei van de studentenaantallen. In de latere jaren zijn grote mutaties zichtbaar als gevolg van de nieuwe raming van het aantal studenten in de referentieraming 2021. Er worden meer studenten in het mbo verwacht dan geraamd in 2020. Daarnaast is er een substitutie-effect hierdoor is er een stijging van het aantal bol-studenten ten opzichte van de bbl-studenten. Dit effect heeft een correlatie met de verslechterde arbeidsmarkt. Dit werkt door in de latere jaren.

Subsidies (regelingen)

Het budget wordt per saldo met 173,8miljoen verhoogd. Dit betreft de 76,8miljoen voor praktijkleren, de inhaal- en ondersteuningsprogramma's voor 35,0miljoen, de regeling extra hulp voor de klas voor 52,0miljoen en de 10,0miljoen voor apparaten in het mbo.

Opdrachten

Het opdrachtenbudget wordt met 3,0miljoen verhoogd. Dit betreft de middelen voor organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering.

Beleidsartikelen 6 en 7. Hoger Onderwijs

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 6e ISB 2021

Stand 6e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

3.650.370

969.350

4.619.720

325.429

384.671

431.011

458.164

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

3.650.370

969.350

4.619.720

325.429

384.671

431.011

458.164

Totale uitgaven

3.702.995

410.000

4.112.995

559.350

325.429

384.671

431.011

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

3.603.369

392.000

3.995.369

559.350

325.429

384.671

431.011

Bekostiging onderwijsdeel2

3.261.390

392.000

3.653.390

559.350

325.429

384.671

431.011

Bekostiging ontwerp en ontwikkeling

87.882

87.882

Studievoorschot kwaliteitsafspraken3

246.091

246.091

Studievoorschotvouchers

245

245

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

7.761

7.761

Subsidies (regelingen)

17.619

18.000

35.619

0

0

0

0

Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding

2.500

2.500

Overige subsidies

15.119

18.000

33.119

Bijdrage aan agentschappen

13.174

0

13.174

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.174

13.174

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

68.833

0

68.833

0

0

0

0

NWO: Praktijkgericht onderzoek

54.213

54.213

NWO: Promotiebeurs voor leraren

10.144

10.144

Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

4.476

4.476

Ontvangsten

1.213

0

1.213

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 5 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716, KamerstukkenII 2020/21, 35735; voor vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is nog geen Kamerstuk bekend.

2

Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).

3

90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.

Toelichting

De uitgaven worden met 410,0miljoen verhoogd. De verplichtingen worden met 969,4miljoen verhoogd. Het verschil tussen het totaal van de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door dat er in 2021 al verplichtingen worden aangegaan voor de bekostigingsmutaties in 2022.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het uitgavenbudget wordt per saldo met 392,0miljoen verhoogd. Dit betreft voor 149,0miljoen de compensatie aan de instellingen voor de generieke korting op het collegegeld (in 2022 is dit 316,0miljoen) en voor 243,0miljoen de middelen voor de compensatie van de grote groei van de studentenaantallen. In de latere jaren zijn eveneens uitgavenmutaties zichtbaar als gevolg van de nieuwe raming van het aantal studenten in de referentieraming 2021, er worden fors meer studenten in het hbo verwacht dan geraamd in 2020.

Subsidies (regelingen)

Het budget wordt met 18,0miljoen verhoogd. Dit betreft de 18,0miljoen voor de regeling extra hulp voor de klas.

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 6e ISB 2021

Stand 6e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

5.614.382

674.773

6.289.155

210.602

250.562

286.753

322.936

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

5.614.382

674.773

6.289.155

Totale uitgaven

5.563.930

280.000

5.843.930

394.773

210.602

250.562

286.753

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

5.521.306

268.000

5.789.306

394.773

210.602

250.562

286.753

Bekostiging onderwijsdeel2

2.469.513

268.000

2.737.513

394.773

210.602

250.562

286.753

Bekostiging onderzoeksdeel

2.193.737

2.193.737

Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek

707.959

707.959

Studievoorschot kwaliteitsafspraken3

150.097

150.097

Studievoorschotvouchers

0

0

Profilering en zwaartepuntvorming4

0

0

Subsidies (regelingen)

36.866

12.000

48.866

0

0

0

0

Nuffic

14.419

14.419

Studiekeuze123

2.504

2.504

Vluchteling Studenten UAF

2.457

2.457

Handicap & Studie

698

698

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

249

249

Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

249

249

Open en online onderwijs

1.965

1.965

Overige subsidies

14.325

12.000

26.325

Opdrachten

2.949

0

2.949

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

2.809

0

2.809

0

0

0

0

Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

1.799

1.799

United Nations University (UNU)

1.010

1.010

Nuffic, SK123, UAF, H&S, ISO en LSVb

0

0

Ontvangsten

16

0

16

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 5 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716, KamerstukkenII 2020/21, 35735; voor vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is nog geen Kamerstuk bekend.

2

Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).

3

90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.

4

De 2%-middelen profilering en zwaartepuntvorming die conform de kwaliteitsafspraken tot en met 2022 zijn overgeheveld naar het onderwijsdeel van de hoofdbekostiging.

Toelichting

Toelichting

De uitgaven worden met 280,0miljoen verhoogd. De verplichtingen worden met 674,8miljoen verhoogd. Het verschil tussen het totaal van de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door dat er in 2021 al verplichtingen worden aangegaan voor de bekostigingsmutaties in 2022.

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het uitgavenbudget wordt per saldo met 268,0miljoen verhoogd. Dit betreft voor 112,0miljoen de compensatie aan de instellingen voor de generieke korting op het collegegeld (in 2022 is dit 239,0miljoen) en voor 156,0miljoen de middelen voor de compensatie van de grote groei van de studentenaantallen. In de latere jaren zijn eveneens uitgavenmutaties zichtbaar als gevolg van de nieuwe raming van het aantal studenten in de referentieraming 2021, er worden fors meer studenten in het wo verwacht dan geraamd in 2020.

Subsidies (regelingen)

Het budget wordt met 12,0miljoen verhoogd. Dit betreft de 12,0miljoen voor de regeling extra hulp voor de klas.

Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen1

Mutaties 6e ISB 2021

Stand 6e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

163.803

500

164.303

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

0

0

waarvan overig

163.803

500

164.303

Totale uitgaven

163.803

500

164.303

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

55,5%

0

55,5%

0

Bekostiging

43.848

0

43.848

0

0

0

0

Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

43.848

43.848

Subsidies (regelingen)

113.338

0

113.338

0

0

0

0

Lerarenbeurs

46.819

46.819

Zij-instroom

46.846

46.846

Wet Beroep leraar en Lerarenregister

2.945

2.945

Aanpak lerarentekort

15.000

15.000

Overige subsidies

1.728

1.728

Opdrachten

3.565

500

4.065

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

3.052

0

3.052

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

3.052

3.052

Ontvangsten

9.000

0

9.000

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 5 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716, KamerstukkenII 2020/21, 35735; voor vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is nog geen Kamerstuk bekend.

Toelichting

Zowel de uitgaven als de ontvangsten worden verhoogd met 0,5miljoen. Dit betreft de middelen voor organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering.

Beleidsartikel 13. Lesgeld

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 13 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen1

Mutaties 6e ISB 2021

Stand 6e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

13.997

0

13.997

0

0

0

0

Totale uitgaven

13.997

0

13.997

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

100%

Bijdrage aan agentschappen

13.997

0

13.997

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.997

13.997

Ontvangsten

247.018

75.000

172.018

65.000

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 5 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716, KamerstukkenII 2020/21, 35735; voor vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is nog geen Kamerstuk bekend.

Toelichting

De ontvangsten worden verlaagd met 75,0miljoen in 2021 en met 65,0miljoen in 2022. Dit betreft de middelen voor de generieke korting op het lesgeld. Hierdoor zijn minder lesgeldontvangsten dan geraamd.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 1. Primair Onderwijs

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB

Mutaties 2e ISB 2021

Stand 2e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

12.275.002

20.500

12.295.502

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

12.275.002

20.500

12.295.502

Totale uitgaven

12.245.002

20.500

12.265.502

waarvan juridisch verplicht (%)

99,89%

Bekostiging

11.466.396

0

11.466.396

Bekostiging po-instellingen

11.157.670

11.157.670

Bekostiging Caribisch Nederland

19.991

19.991

Prestatiebox

178.716

178.716

Aanvullende bekostiging

80.019

80.019

Aanpak lerarentekort G5

30.000

30.000

Subsidies (regelingen)

200.369

20.500

220.869

Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.200

23.200

Nederlands onderwijs buitenland

12.600

12.600

Basis voor Presteren (School aan Zet en Bta Techniek)

0

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

13.130

13.130

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

Extra hulp voor de klas

102.000

102.000

Overige subsidies

49.439

20.500

69.939

Opdrachten

11.010

0

11.010

Bijdragen aan agentschappen

30.895

0

30.895

Dienst Uitvoering Onderwijs

30.895

30.895

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

7.731

0

7.731

Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds

5.228

5.228

UWV

2.503

2.503

Bijdragen aan medeoverheden

528.601

0

528.601

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

508.909

508.909

Caribisch Nederland

19.692

19.692

Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

Brede scholen

0

0

BES(t)4kids

0

0

Ontvangsten

10.461

5.500

15.961

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 20,5miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de extra apparaten voor onderwijs op afstand in het primair en voortgezet onderwijs. Hiervan wordt 5,5miljoen terug betaald aan OCW. Dit is verwerkt middels een desaldering, daarom zijn ook de Ontvangsten incidenteel verhoogd met 5,5miljoen.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 14. Cultuur

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 7e ISB 2021

Stand 7e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

604.519

10.000

614.519

waarvan garantieverplichtingen

0

0

waarvan overig

604.519

10.000

614.519

Totale uitgaven

1.289.772

10.000

1.299.772

waarvan juridisch verplicht (%)

96,1%

Bekostiging

1.103.831

0

1.103.831

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

260.287

260.287

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

307.261

307.261

Huisvesting erfgoed

0

0

Beheer en onderhoud collecties erfgoed

0

0

Museale instellingen met een wettelijke taak

256.572

256.572

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

23.637

23.637

Digitale openbare bibliotheek

16.536

16.536

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

12.290

12.290

Monumentenzorg

179.340

179.340

Archieven incl. Regionale Historische Centra

27.180

27.180

Flankerend beleid huisvesting

6.681

6.681

Cultuureducatie met Kwaliteit

14.047

14.047

Subsidies (regelingen)

118.036

10.000

128.036

Verbreden inzet cultuur

7.454

7.454

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

7.399

7.399

Programma leesbevordering

3.850

3.850

Creatieve Industrie

2.085

2.085

Monumentenzorg

135

135

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

Specifiek cultuurbeleid

95.289

10.000

105.289

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

1.824

1.824

Opdrachten

22.692

0

22.692

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.091

2.091

Monumentenzorg

0

0

Archeologie

0

0

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

8.004

8.004

Overige opdrachten

12.597

12.597

Bijdragen aan agentschappen

42.315

0

42.315

Nationaal Archief

42.315

42.315

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

2.898

0

2.898

Ontvangsten

494

0

494

1

Hierin zijn de vorige 6 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740.

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 10,0 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor het opschalen van initiatieven voor kunst en cultuur voor kwetsbare groepen.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting 2021 (incl. ISB, NvW en amendementen)

Stand na 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 10e Incidentele Suppletoire Begroting

Stand na 10e Incidentele Suppletoire Begroting

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

12.586.750

14.939.622

0

14.939.622

0

0

0

0

Totale uitgaven

12.556.750

13.520.659

0

13.520.659

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

11.484.994

12.381.537

1.682

12.383.219

0

0

0

0

Bekostiging po-instellingen

11.176.268

11.448.528

11.448.528

Bekostiging Caribisch Nederland

19.991

22.271

1.682

23.953

1.682

Prestatiebox

178.716

197.209

197.209

Aanvullende bekostiging

80.019

75.236

75.236

Aanpak lerarentekort G5

30.000

30.696

30.696

Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs

0

607.597

607.597

Subsidies (regelingen)

449.569

452.336

0

452.336

0

0

0

0

Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.200

23.723

23.723

Nederlands onderwijs buitenland

12.600

13.319

13.319

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

13.130

13.879

13.879

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

126.700

126.700

126.700

Extra hulp voor de klas

204.000

204.000

204.000

Overige subsidies

69.939

70.715

70.715

Opdrachten

54.960

56.669

0

56.669

0

0

0

0

Opdrachten

23.560

25.269

25.269

Sneltesten

31.400

31.400

31.400

Bijdragen aan agentschappen

30.895

37.547

0

37.547

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

30.895

37.547

37.547

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

7.731

7.372

0

7.372

0

0

0

0

Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds

5.228

4.814

4.814

UWV

2.503

2.558

2.558

Bijdragen aan medeoverheden

528.601

585.198

0

585.198

0

0

0

0

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

508.909

520.452

520.452

Caribisch Nederland

19.692

17.908

17.908

Scholenprogramma Groningen

0

3.000

3.000

Nationaal Programma Onderwijs

0

43.838

43.838

Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

0

0

0

Brede scholen

0

0

0

BES(t)4kids

0

0

0

Ontvangsten

15.961

28.861

0

28.861

0

0

0

0

Toelichting

Het financieel instrument Bekostiging wordt middels een plafondcorrectie van 1,7miljoen verhoogd in 2021 en in 2022 met ditzelfde bedrag verlaagd.

Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid art.3 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting 2021 (incl. ISB, NvW en amendementen)

Stand na 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 10e Incidentele Suppletoire Begroting

Stand na 10e Incidentele Suppletoire Begroting

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

9.277.818

11.015.335

149.493

11.164.828

149.493

0

0

0

Totale uitgaven

9.341.636

10.097.507

149.493

10.247.000

149.493

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

8.805.893

9.425.556

230.493

9.656.049

230.493

0

0

0

Bekostiging vo-instellingen

8.658.684

8.873.341

65.624

8.807.717

65.624

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen

17.648

18.057

18.057

Bekostiging Caribisch Nederland

17.787

18.061

1.938

19.999

1.938

Prestatiebox

0

7.743

7.743

Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

107.234

107.234

0

107.234

Aanvullende regelingen leerlingendaling1

4.540

4.645

0

4.645

Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs

0

396.475

294.179

690.654

294.179

Subsidies (regelingen)

306.964

385.319

81.000

304.319

81.000

0

0

0

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

19.540

19.966

19.966

Pilots lente- en zomerscholen vo

9.000

9.000

9.000

Nieuwe leerweg

12.000

9.263

9.263

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

94.000

94.000

94.000

Extra hulp voor de klas

112.000

112.000

112.000

Overige subsidies

60.424

141.090

81.000

60.090

21.000

Nationaal Programma Onderwijs regeling brede brugklas

0

0

0

0

102.000

Opdrachten

118.045

135.161

0

135.161

0

0

0

0

Opdrachten

19.495

36.611

36.611

Sneltesten

98.550

98.550

98.550

Bijdragen aan agentschappen

64.596

66.784

0

66.784

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

64.596

66.784

66.784

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

45.858

56.374

0

56.374

0

0

0

0

College voor Toetsen en Examens

4.680

12.311

12.311

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen

41.178

44.063

44.063

Bijdragen aan medeoverheden

0

28.027

0

28.027

0

0

0

0

Nationaal Programma Onderwijs

0

28.027

28.027

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

280

286

0

286

0

0

0

0

GRAZ (ECML) en PISA

280

286

286

Ontvangsten

7.391

7.391

7.391

0

0

0

0

1

Dit budget is in 2020 ook beschikbaar en maakt onderdeel uit van de regel: bekostiging vo-instellingen

Toelichting

Het financieel instrument Bekostiging wordt middels een plafondcorrectie van 230,5miljoen verhoogd in 2021 en in 2022 met ditzelfde bedrag verlaagd.

Het financieel instrument Subsidies (regelingen) wordt middels een plafondcorrectie van 81,0miljoen verlaagd in 2021 en in 2022 met ditzelfde bedrag verhoogd. De middelen voor de regeling brede brugklas zijn eerst overgeboekt naar het juiste budget en vervolgens heeft een plafond correctie plaatsgevonden. In 2021 is een 0 te zien op het budget van de regeling brede brugklas, omdat het budget eerst bij wordt geboekt en vervolgens wordt gecorrigeerd middels een plafondcorrectie met hetzelfde bedrag.

Beleidsartikel 14. Cultuur

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting 2021 (incl. ISB, NvW en amendementen)

Stand na 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 10e Incidentele Suppletoire Begroting

Stand na 10e Incidentele Suppletoire Begroting

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

614.519

777.840

20.000

797.840

0

0

0

0

Totale uitgaven

1.299.772

1.394.992

20.000

1.414.992

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

1.103.831

1.182.432

0

1.182.432

0

0

0

0

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

260.287

267.707

267.707

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

307.261

355.295

355.295

Huisvesting erfgoed

0

0

0

Beheer en onderhoud collecties erfgoed

0

0

0

Museale instellingen met een wettelijke taak

256.572

287.995

287.995

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

23.637

23.867

23.867

Digitale openbare bibliotheek

16.536

19.118

19.118

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

12.290

12.537

12.537

Monumentenzorg

179.340

179.736

179.736

Archieven incl. Regionale Historische Centra

27.180

29.068

29.068

Flankerend beleid huisvesting

6.681

6.818

6.818

Cultuureducatie met Kwaliteit

14.047

291

291

Subsidies (regelingen)

128.036

141.161

20.000

161.161

0

0

0

0

Verbreden inzet cultuur

7.454

7.620

7.620

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

7.399

8.356

8.356

Programma leesbevordering

3.850

4.215

4.215

Creatieve Industrie

2.085

1.437

1.437

Monumentenzorg

135

137

137

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

0

Specifiek cultuurbeleid

105.289

114.700

20.000

134.700

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

1.824

4.696

4.696

Opdrachten

22.692

24.861

0

24.861

0

0

0

0

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.091

1.634

1.634

Monumentenzorg

0

0

0

Archeologie

0

0

0

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

0

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

8.004

13.169

13.169

Overige opdrachten

12.597

10.058

10.058

Bijdragen aan agentschappen

42.315

43.562

0

43.562

0

0

0

0

Nationaal Archief

42.315

43.562

43.562

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

2.898

2.976

2.976

0

0

0

0

Ontvangsten

494

13.308

13.308

0

0

0

0

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies (regelingen) wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 20,0miljoen.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 9e ISB 2021

Stand 9e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

12.556.250

30.500

12.586.750

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

12.556.250

30.500

12.586.750

0

0

0

0

Totale uitgaven

12.526.250

30.500

12.556.750

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

11.484.994

0

11.484.994

0

0

0

0

Bekostiging po-instellingen

11.176.268

11.176.268

Bekostiging Caribisch Nederland

19.991

19.991

Prestatiebox

178.716

178.716

Aanvullende bekostiging

80.019

80.019

Aanpak lerarentekort G5

30.000

30.000

Subsidies (regelingen)

449.569

0

449.569

0

0

0

0

Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.200

23.200

Nederlands onderwijs buitenland

12.600

12.600

Basis voor Presteren (School aan Zet en Bta Techniek)

0

0

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

13.130

13.130

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

126.700

126.700

Extra hulp voor de klas

204.000

204.000

Overige subsidies

69.939

69.939

Opdrachten

24.460

30.500

54.960

0

0

0

0

Opdrachten

23.560

23.560

Sneltesten

900

30.500

31.400

Bijdragen aan agentschappen

30.895

0

30.895

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

30.895

30.895

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

7.731

0

7.731

0

0

0

0

Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds

5.228

5.228

UWV

2.503

2.503

Bijdragen aan medeoverheden

528.601

0

528.601

0

0

0

0

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

508.909

508.909

Caribisch Nederland

19.692

19.692

Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

0

0

Brede scholen

0

0

BES(t)4kids

0

0

Ontvangsten

15.961

0

15.961

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.

Toelichting

Het financieel instrument Opdrachten wordt incidenteel verhoogd met 30,5 miljoen. Dit betreft een overboeking van de middelen voor sneltesten van Artikel 3.

Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 9e ISB 2021

Stand 9e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

9.309.068

31.250

9.277.818

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

9.309.068

31.250

9.277.818

0

0

0

0

Totale uitgaven

9.372.886

31.250

9.341.636

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

8.805.893

0

8.805.893

0

0

0

0

Bekostiging vo-instellingen

8.658.684

8.658.684

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen

17.648

17.648

Bekostiging Caribisch Nederland

17.787

17.787

Prestatiebox

0

0

Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

107.234

107.234

Aanvullende regelingen leerlingendaling

4.540

4.540

Subsidies (regelingen)

306.964

0

306.964

0

0

0

0

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

19.540

19.540

Regeling zomerscholen vo

9.000

9.000

Nieuwe leerweg

12.000

12.000

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

94.000

94.000

Extra hulp voor de klas

112.000

112.000

Overige subsidies

60.424

60.424

Opdrachten

149.295

31.250

118.045

0

0

0

0

Opdrachten

19.495

19.495

Sneltesten

129.800

31.250

98.550

Bijdragen aan agentschappen

64.596

0

64.596

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

64.596

64.596

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

45.858

0

45.858

0

0

0

0

College voor Toetsen en Examens

4.680

4.680

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen

41.178

41.178

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

280

0

280

0

0

0

0

GRAZ (ECML) en PISA

280

280

Ontvangsten

7.391

0

7.391

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.

Toelichting

Het financieel instrument Opdrachten wordt incidenteel verlaagd met 31,3 miljoen. Dit betreft voor 30,5 miljoen een overboeking van de middelen voor sneltesten naar Artikel 1. De overige 0,8 miljoen wordt overgeboekt naar Artikel 95 voor de extra interne capaciteit.

Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 9e ISB 2021

Stand 9e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

5.221.209

23.200

5.244.409

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

5.221.209

23.200

5.244.409

0

0

0

0

Totale uitgaven

5.186.874

23.200

5.210.074

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

4.463.428

0

4.463.428

0

0

0

0

Bekostiging mbo-instellingen

3.804.096

3.804.096

Bekostiging Caribisch Nederland

9.763

9.763

Bekostiging vavo

67.365

67.365

Kwaliteitsafspraken investeringsbudget

247.215

247.215

Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget

206.011

206.011

Regionaal Investeringsfonds

22.425

22.425

Salarismix Randstadregio's

51.503

51.503

Regionaal Programma

30.550

30.550

Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid

24.500

24.500

Tegemoetkoming schoolkosten MBO

0

0

Gelijke kansen

0

0

Subsidies (regelingen)

500.833

3.900

504.733

0

0

0

0

Praktijkleren

294.009

294.009

Leven lang ontwikkelen

10.590

10.590

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

21.360

21.360

Loopbaanorintatie

2.275

2.275

Vakwedstrijden mbo

4.100

4.100

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

35.000

35.000

Extra hulp voor de klas

104.000

104.000

Sneltesten

3.000

3.900

6.900

Overige subsidies

26.499

26.499

Opdrachten

9.378

19.300

28.678

0

0

0

0

Opdrachten

9.378

9.378

Sneltesten

0

19.300

19.300

Bijdragen aan agentschappen

19.873

0

19.873

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

16.393

16.393

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

3.480

3.480

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

70.537

0

70.537

0

0

0

0

College voor Toetsen en Examens

8.300

8.300

Wet SLOA

1.103

1.103

SBB

61.134

61.134

Bijdragen aan medeoverheden

122.825

0

122.825

0

0

0

0

RMC's

41.451

41.451

Educatie

62.174

62.174

Caribisch Nederland

0

0

Regionaal Programma

19.200

19.200

Ontvangsten

4.000

0

4.000

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 3,9 miljoen. Daarnaast wordt het financieel instrument Opdrachten incidenteel verhoogd met 19,3 miljoen in 2021. Beide bedragen betreffen de middelen voor het beschikbaar stellen van zelftesten aan studenten en docenten in het mbo.

Beleidsartikel 6 en 7. Hoger onderwijs

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 9e ISB 2021

Stand 9e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

4.619.720

3.600

4.623.320

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

4.619.720

3.600

4.623.320

0

0

0

0

Totale uitgaven

4.112.995

3.600

4.116.595

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

3.995.369

0

3.995.369

0

0

0

0

Bekostiging onderwijsdeel2

3.653.390

3.653.390

Bekostiging ontwerp en ontwikkeling

87.882

87.882

Studievoorschot kwaliteitsafspraken3

246.091

246.091

Studievoorschotvouchers

245

245

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

7.761

7.761

Subsidies (regelingen)

35.619

3.600

39.219

0

0

0

0

Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding

2.500

2.500

Sneltesten

0

3.600

3.600

Overige subsidies

33.119

33.119

Bijdrage aan agentschappen

13.174

0

13.174

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.174

13.174

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

68.833

0

68.833

0

0

0

0

NWO: Praktijkgericht onderzoek

54.213

54.213

NWO: Promotiebeurs voor leraren

10.144

10.144

Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

4.476

4.476

Ontvangsten

1.213

0

1.213

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.

2

Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).

3

90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 9e ISB 2021

Stand 9e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

6.289.155

44.700

6.333.855

210.602

250.562

286.753

322.936

waarvan garantieverplichtingen

waarvan overig

6.289.155

44.700

6.333.855

0

0

0

0

Totale uitgaven

5.843.930

44.700

5.888.630

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

Bekostiging

5.789.306

0

5.789.306

0

0

0

0

Bekostiging onderwijsdeel2

2.737.513

2.737.513

Bekostiging onderzoeksdeel

2.193.737

2.193.737

Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek

707.959

707.959

Studievoorschot kwaliteitsafspraken3

150.097

150.097

Studievoorschotvouchers

0

0

Profilering en zwaartepuntvorming4

0

0

Subsidies (regelingen)

48.866

3.000

51.866

0

0

0

0

Nuffic

14.419

14.419

Studiekeuze123

2.504

2.504

Vluchteling Studenten UAF

2.457

2.457

Handicap & Studie

698

698

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

249

249

Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

249

249

Open en online onderwijs

1.965

1.965

Sneltesten

0

3.000

3.000

Overige subsidies

26.325

26.325

Opdrachten

2.949

41.700

44.649

0

0

0

0

Opdrachten

2.949

2.949

Sneltesten

0

41.700

41.700

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

2.809

0

2.809

0

0

0

0

Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

1.799

1.799

United Nations University (UNU)

1.010

1.010

Nuffic, SK123, UAF, H&S, ISO en LSVb

0

0

Ontvangsten

16

0

16

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.

2

Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen).

3

90% van de studievoorschotmiddelen die gekoppeld zijn aan de kwaliteitsafspraken.

4

De 2%-middelen profilering en zwaartepuntvorming die conform de kwaliteitsafspraken tot en met 2022 zijn overgeheveld naar het onderwijsdeel van de hoofdbekostiging.

Toelichting

In de artikelen 6 en 7 wordt het financieel instrument Subsidies incidenteel verhoogd met respectievelijk 3,6 miljoen en 3,0 miljoen. Daarnaast wordt in artikel 7 ook het financieel instrument Opdrachten incidenteel verhoogd met 41,7 miljoen. Al deze bedragen betreffen de middelen voor het beschikbaar stellen van zelftesten aan studenten en docenten in het hbo en wo.

Niet-Beleidsartikel 95. Apparaat kerndepartement

Tabel 6 Budgettaire gevolgen art. 95 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 9e ISB 2021

Stand 9e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

277.179

750

277.929

0

0

0

0

Uitgaven

277.179

750

277.929

0

0

0

0

Personele uitgaven

210.845

750

211.595

waarvan eigen personeel

200.744

200.744

waarvan inhuur externen

5.930

750

6.680

waarvan overige personele uitgaven

4.171

4.171

Materile uitgaven

66.334

66.334

waarvan ICT

20.547

20.547

waarvan bijdrage aan SSO's

16.303

16.303

waarvan overige materile uitgaven

29.484

29.484

Begrotingsreserve schatkistbankieren

0

0

Ontvangsten

567

0

567

0

0

0

0

1

Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.

Toelichting

Artikel 95 wordt incidenteel verhoogd met 0,8 miljoen.

Toelichting

Het financieel instrument «Subsidies (regelingen)» wordt in 2021 incidenteel verhoogd met € 15,0 miljoen.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 14. Cultuur

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 14 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 4e ISB 2021

Stand 4e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

580.519

24.000

604.519

waarvan garantieverplichtingen

0

0

waarvan overig

580.519

24.000

604.519

Totale uitgaven

1.265.772

24.000

1.289.772

waarvan juridisch verplicht (%)

96,1%

Bekostiging

1.103.831

0

1.103.831

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

260.287

260.287

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

307.261

307.261

Huisvesting erfgoed

0

0

Beheer en onderhoud collecties erfgoed

0

0

Museale instellingen met een wettelijke taak

256.572

256.572

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

23.637

23.637

Digitale openbare bibliotheek

16.536

16.536

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

12.290

12.290

Monumentenzorg

179.340

179.340

Archieven incl. Regionale Historische Centra

27.180

27.180

Flankerend beleid huisvesting

6.681

6.681

Cultuureducatie met Kwaliteit

14.047

14.047

Subsidies (regelingen)

94.036

24.000

118.036

Verbreden inzet cultuur

7.454

7.454

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

7.399

7.399

Programma leesbevordering

3.850

3.850

Creatieve Industrie

2.085

2.085

Monumentenzorg

135

135

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

Specifiek cultuurbeleid

71.289

24.000

95.289

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

1.824

1.824

Opdrachten

22.692

0

22.692

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.091

2.091

Monumentenzorg

0

0

Archeologie

0

0

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

8.004

8.004

Overige opdrachten

12.597

12.597

Bijdragen aan agentschappen

42.315

0

42.315

Nationaal Archief

42.315

42.315

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

2.898

0

2.898

Ontvangsten

494

0

494

1

Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716.

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies (regelingen) wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 24,0 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de extra steun voor de culturele en creatieve sector.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

In de Kamerbrief over hersteloperatie kinderopvangtoeslag t.b.v. debat 19januari (Kamerstukken II 2020/21, 31066, nr. 773) van 18januari 2021 is gemeld dat als gevolg van de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag is besloten om DUO-schulden kwijt te schelden van de gedupeerden. Alle op 1januari 2021 openstaande leningen en schulden van de gedupeerde ouder en zijn/haar eventuele toeslagpartner worden in beginsel kwijtgescholden. Ook schulden die op 1januari 2021 nog niet openstonden, maar die later vastgesteld worden en betrekking hebben op jaren tot en met 2020 worden kwijtgescholden. Schulden die het gevolg zijn van ernstig misbruik worden niet kwijtgescholden, hieronder valt in ieder geval de bestuurlijke boete voor onterecht ontvangen uitwonende beurs.

De verwachting is dat het om ongeveer 25.000 gedupeerde ouders gaat, exclusief partners. Op basis van de reeds bekende schuldbedragen van de gedupeerden is een extrapolatie gemaakt waarbij wordt uitgekomen op per saldo een verwacht bedrag aan kwijtscheldingen van ongeveer 225,0 miljoen.

Voor het uitvoeren van deze operatie zijn de verwachtte uitvoeringskosten bij DUO 2,5 miljoen.

Daarnaast worden artikel 11, 12 en 13 per saldo met 663,2 miljoen incidenteel en per saldo met 174,8 miljoen structureel verhoogd. Deze bijstellingen zijn grotendeels het gevolg van de grotere instroom van leerlingen en studenten.

Via deze achtste Incidentele Suppletoire Begroting wordt per saldo 890,7 miljoen incidenteel en per saldo met 174,8 miljoen structureel aan de OCW-begroting toegevoegd.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 14. Cultuur

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (bedragen x € 1.000)
 

Vastge-stelde begroting 2021 (incl. ISB, NvW en amendementen)

Stand na 1e suppletoire begroting 2021, inclusief 11e ISB

Mutaties 12e Incidentele Suppletoire Begroting

Stand na 12e Incidentele Suppletoire Begroting

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

614.519

812.840

17.500

830.340

0

0

0

0

Totale uitgaven

1.299.772

1.429.992

17.500

1.447.492

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

               
                 

Bekostiging

1.103.831

1.182.432

0

1.182.432

0

0

0

0

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

260.287

267.707

 

267.707

       

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

307.261

355.295

 

355.295

       

Huisvesting erfgoed

0

0

 

0

       

Beheer en onderhoud collecties erfgoed

0

0

 

0

       

Museale instellingen met een wettelijke taak

256.572

287.995

 

287.995

       

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

23.637

23.867

 

23.867

       

Digitale openbare bibliotheek

16.536

19.118

 

19.118

       

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

12.290

12.537

 

12.537

       

Monumentenzorg

179.340

179.736

 

179.736

       

Archieven incl. Regionale Historische Centra

27.180

29.068

 

29.068

       

Flankerend beleid huisvesting

6.681

6.818

 

6.818

       

Cultuureducatie met Kwaliteit

14.047

291

 

291

       

Subsidies (regelingen)

128.036

176.161

17.500

193.661

0

0

0

0

Verbreden inzet cultuur

7.454

7.620

 

7.620

       

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

7.399

8.356

 

8.356

       

Programma leesbevordering

3.850

4.215

 

4.215

       

Creatieve Industrie

2.085

1.437

 

1.437

       

Monumentenzorg

135

137

 

137

       

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

 

0

       

Specifiek cultuurbeleid

105.289

149.700

17.500

167.200

       

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

1.824

4.696

 

4.696

       

Opdrachten

22.692

24.861

0

24.861

0

0

0

0

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.091

1.634

 

1.634

       

Monumentenzorg

0

0

 

0

       

Archeologie

0

0

 

0

       

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

 

0

       

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

8.004

13.169

 

13.169

       

Overige opdrachten

12.597

10.058

 

10.058

       

Bijdragen aan agentschappen

42.315

43.562

0

43.562

0

0

0

0

Nationaal Archief

42.315

43.562

 

43.562

       

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

2.898

2.976

 

2.976

0

0

0

0

Ontvangsten

494

13.308

0

13.308

0

0

0

0

Toelichting

Het financieel instrument «Subsidies (regelingen)» wordt in 2021 incidenteel verhoogd met € 17,5 miljoen.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 11 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen1

Mutaties 8e ISB 2021

Stand 8e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

4.777.408

310.258

5.087.666

266.733

282.699

266.527

253.385

Totale uitgaven

4.777.408

310.258

5.087.666

266.733

282.699

266.527

253.385

waarvan juridisch verplicht (%)

Inkomensoverdracht

1.587.710

306.453

1.894.163

101.734

78.096

91.927

113.299

Basisbeurs gift (R)

594.397

48.407

642.804

10.026

13.885

12.538

14.342

Aanvullende beurs gift (R)

713.061

13.970

727.031

29.828

43.400

42.174

46.642

Reisvoorziening gift (R)

27.293

9.953

17.340

63.277

22.305

38.780

53.948

Caribisch Nederland gift (R)

3.363

512

2.851

523

524

524

524

Overige uitgaven (R)

249.596

254.541

504.137

874

970

1.041

1.109

Leningen

3.051.863

51

3.051.914

163.699

203.434

174.014

140.052

Basisbeurs prestatiebeurs (NR)

368.918

42.376

411.294

5.938

10.928

279

12.052

Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR)

89.366

37.633

126.999

43.392

49.315

40.919

25.425

Reisvoorziening (NR)

107.360

36.497

143.857

48.720

52.639

36.004

21.089

Rentedragende lening (NR)

2.807.246

4.252

2.811.498

85.416

106.844

110.066

116.653

Collegegeldkrediet (NR)

333.365

10.323

323.042

8.331

13.289

17.627

21.013

Leven lang leren krediet (NR)

42.771

9.771

33.000

9.808

9.843

9.876

9.909

Overige uitgaven (NR)

40.673

15.861

24.812

18.290

19.738

21.005

22.167

Bijdrage aan agentschappen

137.835

3.754

141.589

1.300

1.169

586

34

Dienst Uitvoering Onderwijs

137.835

3.754

141.589

1.300

1.169

586

34

Ontvangsten

1.005.737

142.252

1.147.989

148.993

153.858

140.044

127.759

Ontvangsten (R)

98.882

15.430

83.452

26.319

27.938

35.726

41.263

Ontvangen rente (R)

68.453

12.182

56.271

23.111

24.762

32.580

38.244

Overige ontvangsten (R)

30.429

3.468

26.961

3.428

3.396

3.366

3.239

Ontvangsten Caribisch Nederland (R)

0

220

220

220

220

220

220

Ontvangsten (NR)

906.855

157.682

1.064.537

175.312

181.796

175.770

169.022

Terugontvangen lening (NR)

906.855

157.682

1.064.537

175.312

181.796

175.770

169.022

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

1

Hierin zijn de vorige 7 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776.

Toelichting

Toelichting instrumenten (algemeen):

Het onderscheid relevant en niet-relevant is in onderstaande toelichting als uitgangspunt genomen. Relevant betekent relevant voor het begrotingstekort/EMU-saldo. De relevante uitgaven worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en door de omzetting van uitgekeerde prestatiebeurs in gift (na behalen van het diploma binnen 10 jaar). Onder de niet-relevante uitgaven vallen vooral de betalingen van prestatiebeurzen (zolang die nog niet omgezet zijn in een gift) en verstrekte rentedragende leningen.

De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op verstrekte studieleningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van rentedragende leningen.

Toelichting mutaties:

Uitgaven

De totale uitgaven op artikel 11 worden met 310,3 miljoen naar boven bijgesteld. Het betreft een bijstelling van de inkomensoverdrachten naar boven van 306,5 miljoen, een bijstelling omhoog van de leningen met 0,1 miljoen en een bijstelling omhoog van het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met 3,8 miljoen. Hieronder wordt per instrument toegelicht hoe de bijstellingen tot stand zijn gekomen.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

De relevante uitgaven worden met 306,5 miljoen verhoogd. Dit bestaat uit de volgende elementen:

  • De uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met 48,4 miljoen verhoogd. Dit betreft met name de bijstelling omhoog van 43,2 miljoen op de omzettingen. In het mbo zijn de omzettingen 2,6 miljoen hoger dan geraamd en in het ho zijn de omzettingen 40,7 miljoen hoger dan geraamd. Het grootste deel van omzettingen vinden in januari plaats, voor 2021 zijn deze uitgaven al bekend. Daarnaast zijn de uitgaven aan basisbeurs die direct als gift uitgekeerd wordt 5,2 miljoen hoger, als gevolg van een hoger dan geraamd aantal studenten in het mbo;

  • De relevante uitgaven aan de aanvullende beurs worden per saldo met 14,0 miljoen verhoogd. De uitgaven aan aanvullende beurs die direct als gift wordt uitgekeerd zijn, als gevolg van de hogere referentieraming, omhoog bijgesteld met 22,2 miljoen. Verder betreft dit lagere omzettingen dan geraamd (8,2 miljoen);

  • De reisvoorziening wordt per saldo met 10,0 miljoen verlaagd. Hier liggen de volgende verklaringen aan ten grondslag:

  • Het budget kosten ov-contract is met 37,7 miljoen verhoogd. Dit is het gevolg van de definitieve vergoeding (afrekening) over 2020. In 2020 waren er met name hogere aantallen studenten dan geraamd wat een tegenvaller oplevert in 2021;

  • De uitgaven aan de reisvoorziening gift is met 2,2 miljoen verhoogd als gevolg van de hogere aantallen in de referentieraming;

  • De omzettingen van prestatiebeurs in gift zijn per saldo met 5,4 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens;

  • De bijdrage studerenden aan OV is met 44,4 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit betreft een tegenboeking waarmee voorkomen wordt dat de waarde van de ov-kaart dubbel geboekt wordt (enerzijds door toekenning aan de student, anderzijds door de betaling aan de ov-bedrijven). Doordat het een tegenboeking betreft, betekent deze negatieve mutatie dus eigenlijk een hoger bedrag aan toekenningen. Dit wordt veroorzaakt door hoger geraamde aantallen in de referentieraming;

  • Het budget voor Caribisch Nederland is met 0,5 miljoen verlaagd op basis van realisatiegegevens;

  • De relevante overige uitgaven worden in 2021 per saldo met 254,5 miljoen verhoogd. Dit betreft voornamelijk een bijstelling van 250,0 miljoen in 2021 voor de geraamde kwijtscheldingen van studieschulden die het gevolg zijn van de kinderopvangtoeslagaffaire. De reguliere kwijtscheldingen zijn daarop over 2022 tot en met 2026 jaarlijks met 5,0 miljoen (in totaal 25,0 miljoen) naar beneden bijgesteld. Naar verwachting vinden er in toekomst minder kwijtscheldingen plaats door de kwijtscheldingsactie van de kinderopvangtoeslagaffaire. Daarnaast worden de relevante overige uitgaven in 2021 met 4,5 miljoen omhoog bijgesteld op basis van realisatiegegevens.

Leningen

De niet relevante uitgaven worden per saldo met 0,1 miljoen verhoogd. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:

  • De niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden met 42,4 miljoen omlaag bijgesteld. Dit betreft allereerst de toekenningen prestatiebeurs. Deze worden omhoog bijgesteld met 8,9 miljoen vanwege de hogere aantallen studenten, met name in het mbo. Tevens bevat deze post de tegenboeking van de omzettingen van prestatiebeurs in gift. Dit budget is met 43,2 miljoen omlaag bijgesteld. Tot slot zijn de omzettingen naar lening met 8,0 miljoen naar beneden bijgesteld;

  • De niet-relevante uitgaven aanvullende beurs zijn met 37,6 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft voornamelijk een bijstelling omhoog van 35,3 miljoen op de toekenningen prestatiebeurs, als gevolg van de hogere aantallen studenten. De omzettingen van prestatiebeurs naar gift, die hier tegen geboekt worden, worden omhoog bijgesteld met 8,2 miljoen (dit betreffen dus minder omzettingen in gift). De omzettingen naar lening, die hier worden tegen geboekt, zijn omlaag bijgesteld met 5,9 miljoen;

  • De niet-relevante uitgaven aan het OV worden met 36,5 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft voornamelijk hogere toekenningen prestatiebeurs, 42,7 miljoen, als gevolg van hogere aantallen studenten. Daarnaast zijn de omzettingen naar gift 5,4 miljoen hoger. Aangezien de omzettingen op deze post negatief worden tegengeboekt, betekent dit dat er minder reisvoorziening naar gift zal worden omgezet. Tot slot zijn de omzettingen naar lening juist met 11,5 miljoen omlaag bijgesteld;

  • De uitgaven op de post rentedragende lening (NR) zijn per saldo omhoog bijgesteld met 4,3 miljoen. Enerzijds zijn de uitgaven aan de rentedragende lening met 21,2 miljoen naar beneden bijgesteld. Als gevolg van de hogere aantallen studenten zullen er naar verwachting meer lenende studenten zijn dan eerder begroot. Daarentegen is er een dalende trend in het percentage leners wat zorgt voor lagere uitgaven aan de rentedragende lening. Dit laatste effect is groter waardoor de uitgaven per saldo lager zijn dan begroot. Deze post betreft anderzijds de tegenboeking van de post omzettingen naar lening, die met 25,4 miljoen naar boven is bijgesteld;

  • De uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met 10,3 miljoen. Deze bijstelling komt, evenals bij de rentedragende lening, door de dalende trend in het percentage studenten dat naar verwachting gebruik gaat maken van het krediet;

  • Het budget voor het levenlanglerenkrediet wordt met 9,8 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens. Er wordt minder gebruik gemaakt van het krediet dan verwacht;

  • De niet-relevante overige uitgaven zijn met 15,9 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met 3,8 miljoen verhoogd. Als gevolg van de hogere volumes uit de referentieraming wordt het budget met 1,3 miljoen verhoogd. Daarnaast wordt dit budget incidenteel verhoogd met 2,5 miljoen voor de geraamde uitvoeringskosten bij DUO voor het uitvoeren van de kwijtscheldingen en alles wat daarmee samenhangt als gevolg van de kinderopvangtoeslagaffaire.

Ontvangsten

De ontvangsten worden met 142,3 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door een daling van de relevante ontvangsten van 15,4 miljoen en een stijging van de niet-relevante ontvangsten met 157,7 miljoen.

  • De relevante ontvangsten worden omlaag bijgesteld met 15,4 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:

  • Rente ontvangsten: deze post is met 12,2 miljoen verlaagd. Dit betreft lagere rente ontvangsten als gevolg van de lage rente.

  • Overige ontvangsten: deze post is met 3,2 miljoen verlaagd op basis van realisatiegegevens.

  • De niet-relevante ontvangsten worden gevormd door de terugontvangen lening en worden omhoog bijgesteld met 157,7 miljoen op basis van realisatiegegevens. Dit is het gevolg van hogere dan verwachte termijn ontvangsten en extra ontvangsten (ontvangsten bovenop de reguliere termijnontvangsten).

Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid art. 12 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen1

Mutaties 8e ISB 2021

Stand 8e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

72.432

6.324

66.108

5.194

4.593

3.669

2.818

Totale uitgaven

72.432

6.324

66.108

5.194

4.593

3.669

2.818

waarvan juridisch verplicht (%)

Inkomensoverdracht

69.903

6.309

63.594

5.180

4.590

3.689

2.891

Minderjarige deelnemers bol (R)

0

0

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R)

3.909

341

3.568

341

341

341

341

Deeltijd vo (R)

2.597

644

1.953

644

644

644

644

Volwassenenonderwijs (vavo) (R)

4.758

377

4.381

414

769

896

984

Meerderjarige scholieren vo (R)

55.235

5.372

49.863

4.937

4.641

3.835

3.115

Meerderjarige scholieren vso (R)

3.404

425

3.829

328

267

235

225

Leningen

0

14

14

14

14

14

14

STOEB/ALR (NR)

0

14

14

14

14

14

14

Bijdrage aan agentschappen

2.529

29

2.500

28

17

6

59

Dienst Uitvoering Onderwijs

2.529

29

2.500

28

17

6

59

Ontvangsten

3.167

984

2.183

929

888

844

809

Minderjarige deelnemers bol (R)

0

0

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo (R)

327

42

285

42

42

42

42

Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R)

2.840

942

1.898

887

846

802

767

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

1

Hierin zijn de vorige 7 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776.

Toelichting

Uitgaven

De uitgaven aan de WTOS worden per saldo met 6,3 miljoen verlaagd. Dit betreft een bijstelling omlaag van 6,3 miljoen op de inkomensoverdrachten. Hieronder zal per instrument worden toegelicht wat de oorzaken van de bijstellingen zijn.

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdracht

De raming wordt per saldo met 6,3 miljoen verlaagd. De uitgaven zijn naar beneden bijgesteld door een lager aantal WTOS-gerechtigden dan geraamd. Daarnaast zijn de uitgaven verder naar beneden bijgesteld op basis van realisatiegegevens.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met 1,0 miljoen verlaagd op basis van realisatiegegevens.

Beleidsartikel 13. Lesgeld

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid art. 13 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen1

Mutaties 8e ISB 2021

Stand 8e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

13.997

41

14.038

117

185

151

102

Totale uitgaven

13.997

41

14.038

117

185

151

102

waarvan juridisch verplicht (%)

100%

Bijdrage aan agentschappen

13.997

41

14.038

117

185

151

102

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.997

41

14.038

117

185

151

102

Ontvangsten

172.018

16.725

188.743

25.967

31.006

20.694

12.066

1

Hierin zijn de vorige 7 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776.

Toelichting

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met 16,7 miljoen verhoogd op basis van de hogere gerealiseerde lesgeldontvangsten in 2020.

Licence