Derde incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen voor sneltesten in het vo, mbo en ho in verband met COVID-19 | 29-01-2021
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De behandeling van de OCW-begroting in de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft plaatsgevonden en is bij stemming op 8december 2020 aangenomen. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen, om het budgetrecht van de Staten Generaal te waarborgen, bevat de kolom Vastgestelde begroting zowel de vastgestelde stand bij ontwerpbegroting als de aangenomen amendementen en de ingediende Nota's van Wijziging op de OCW-begroting 2021.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten extra hulp en ondersteuning voor het Hoger Onderwijs vanaf 1januari t/m 30juni 2021 in verband met COVID-19, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 14december 2020 over Uitwerking ondersteuning cruciale sectoren met tijdelijke coronabanen (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten extra middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs in verband met COVID-19, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Voor de indiening van deze zesde Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 17februari 2021 over Nationaal Programma Onderwijs: steunprogramma voor herstel en perspectief (Kamerstukken II 2020/21, 3...., nr....). Zoals in deze brief is aangegeven wordt er de komende twee en een half jaar 8,5miljard extra genvesteerd in het gehele onderwijs. Voor een deel van de maatregelen in het programma (2,2miljard) is het noodzakelijk om op korte termijn voor de voorbereiding en de uiteindelijke uitvoering ervan spoedig verplichtingen aan te gaan en daarmee regelingen zo snel mogelijk operationeel te krijgen. Voor deze maatregelen (verder gespecificeerd in de memorie van toelichting) is deze zesde Incidentele Suppletoire Begroting opgesteld. Omdat niet kan worden gewacht op de Eerste Suppletoire Begroting worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten extra middelen voor het opschalen van kunst en cultuur initiatieven voor kwetsbare groepen in verband met COVID-19, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Voor de indiening van deze zevende Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 12februari 2021 over Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 988). Zoals in deze brief is aangegeven wordt 10,0miljoen extra genvesteerd in het opschalen van kunst en cultuur initiatieven voor kwetsbare groepen. Deze culturele activiteiten kunnen nu helpen om mensen te steunen die door corona in eenzaamheid, gebrek aan zingeving of depressiviteit zijn geraakt. Hiervoor wordt het bestaande programma Samen Cultuur Maken bij het Fonds voor Cultuurparticipatie uitgebreid. De regeling wordt opgehoogd om de verplichtingen voor de initiatieven aan te gaan en daarmee zo snel mogelijk operationeel te krijgen. Omdat niet kan worden gewacht op de Eerste Suppletoire Begroting worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting middels deze zevende Incidentele Suppletorie Begroting. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten extra middelen voor eindexamens vo en pilots voor sneltesten in het po in verband met COVID-19, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Voor de indiening van deze vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 16december 2020 over Besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 31289, nr.437) en per brief van 12februari 2021 over Aanvulling besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 3...., nr...). Zoals in deze brieven is aangegeven vraagt de uitvoering van het besluit om de examens door te laten gaan een extra inspanning van scholen. Scholen en het personeel zullen dan ook gecompenseerd worden, vanwege de extra werkzaamheden die ontstaan door de uitbreiding van het examenrooster en de extra herkansing voor leerlingen. Daarnaast ontstaan door dit besluit extra uitvoeringskosten voor de examenketen. Hiervoor is het noodzakelijk om op korte termijn verplichtingen aan te gaan voor de uitvoeringskosten van de examenketen en de compensatie van scholen en personeel. Daarnaast, voor de voorbereiding en de uiteindelijke uitvoering van de pilots is het noodzakelijk dat er spoedig verplichtingen moeten worden aangegaan om daarmee de pilots zo snel mogelijk operationeel te krijgen. Omdat niet kan worden gewacht op de Eerste Suppletoire Begroting worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Echter, de uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten zelftesten in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs in verband met COVID-19, kan niet wachten tot formele autorisatie van beide kamers der Staten-Generaal. Het kabinet vindt het belangrijk met het oog op de ontwikkeling en het mentale en fysieke welbevinden van studenten en het voorkomen van verdere studievertraging dat studenten in het hoger onderwijs (ho) 1 dag per week fysiek onderwijs kunnen volgen. Onderdeel van dit besluit is dat zelftesten beschikbaar gesteld worden voor het po, vo, mbo en ho, zodat studenten en docenten preventief getest kunnen worden. Daarom zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze negende Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per Kamerbrief over de stand van zaken Covid-19van 23maart 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1063).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vierde Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. De middelen in deze vierde Incidentele Suppletoire Begroting worden zo snel mogelijk toebedeeld aan de makers en culturele professionals in de culturele en creatieve sector door middel van projectsubsidies aan verschillende fondsen. Door de noodgedwongen lockdown, die steeds langer voortduurt, krijgen culturele en creatieve makers weinig opdrachten aangezien instellingen hun deuren gesloten moeten houden. Deze middelen worden ingezet om de culturele en creatieve makers door deze moeilijke periode te helpen. Voor de indiening van deze vierde Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 10februari 2021 over Uitwerking extra steun voor de makers in de culturele en creatieve sector vanwege de lockdown (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K.van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Echter, de uitvoering van de maatregelen die in de tiende Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten plafondcorrectie middelen Nationaal Programma Onderwijs en extra middelen boekenvak, kan niet wachten tot formele autorisatie van beide kamers der Staten-Generaal. Voor de indiening van deze tiende Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 25juni 2021 over Verdeling achterstandsmiddelen en aanpak studievertraging ontstaan door de coronacrisis te voorkomen (KamerstukkenII 2020/21, 35570, nr.255) en per brief over Heroverweging steunpakket in het derde kwartaal en aankondiging steunpakket vierde kwartaal (KamerstukkenII 2020/21, ....., nr....).
In de Kamerbrief over de verdeling van de achterstandsmiddelen is vermeld dat middelen van 2022 naar 2021 geschoven worden middels een plafondcorrectie om een uitvoerbaar betaalritme voor DUO te realiseren. Om financile zekerheid te bieden aan scholen en om de uitvoering van de maatregelen niet in het geding te laten komen, is spoed geboden. De verplichtingen worden begin juli 2021 aangegaan en de daadwerkelijke betaling vindt aan het begin van schooljaar 2021/22 plaats.
In de Kamerbrief, waarin uitvoering aan de motie Romke de Jong wordt gegeven, is aangegeven dat er 20,0miljoen vrij wordt gemaakt in het steunpakket ten behoeve van de fysieke boekhandel. Overleg over de uitvoering van de motie is momenteel nog gaande tussen het Ministerie van OCW, het Letterenfonds en het boekenvak. Dit overleg is met name gericht op een rechtmatige, snelle en controleerbare uitvoering van de motie. In verband hiermee zal ook een staatssteuntoets plaatsvinden. Vervolgens is het noodzakelijk om op korte termijn voor de voorbereiding en de uiteindelijke uitvoering van de maatregel spoedig verplichtingen aan te gaan. Dit bedrag wordt als projectsubsidie beschikt aan het Nederlands Letterenfonds.
Omdat niet kan worden gewacht op de Begroting 2022 worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting middels deze tiende Incidentele Suppletoire Begroting. Met het voorgaande wordt gehandeld conform artikel2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Omdat het kabinet, als onderdeel van de Toeslagenherstelactie, de publieke schulden van de gedupeerden zo snel mogelijk wil kwijtschelden, zodat gedupeerden met een schone lei verder kunnen, acht de regering het wenselijk en in het belang van het Rijk om vooruitlopend op formele autorisatie door beide Kamers uitvoering te geven aan de in deze achtste Incidentele Suppletoire Begroting opgenomen maatregelen. Over de beleidsmatige inhoud van deze incidentele suppletoire begroting zijn de Staten-Generaal eerder genformeerd per Kamerbrief over hersteloperatie kinderopvangtoeslag t.b.v. debat 19januari (Kamerstukken II 2020/21, 31066, nr. 773) van 18januari 2021. Hierin staat dat alle openstaande schulden die gedupeerde ouders nog hebben, worden kwijtgescholden. Dit geldt ook voor andere publieke schuldeisers dan de Belastingdienst, waaronder DUO. De geraamde kwijtscheldingen van studieschulden en de bijbehorende uitvoeringskosten bij DUO komen per saldo neer op 227,5 miljoen. Naast deze maatregel worden de bijstellingen op artikel 11, 12 en 13 in deze achtste Incidentele Suppletoire Begroting opgenomen. Deze bijstellingen zijn grotendeels het gevolg van de grotere instroom leerlingen en studenten.
Met het voorgaande wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Echter, de uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten sneltesten in het voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs in verband met COVID-19, kan niet wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal. Het kabinet vindt het belangrijk dat fysiek onderwijs zo snel mogelijk weer doorgang kan vinden en sneltesten kunnen hier een belangrijke rol bij spelen. Daarom zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 12januari 2021 over Stand van zaken COVID-19 (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Echter, de uitvoering van de maatregelen die in de elfde Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten de tegemoetkoming voor ongeplaceerde (culturele) activiteiten, kan niet wachten tot formele autorisatie van beide kamers der Staten-Generaal, hierom zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Voor de indiending van deze elfde Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf geïnformeerd per brief van 24 september over Steun aan de culturele en creatieve sector en herstelplan (Kamerstukken II 2020/21, ...). Zoals in deze brief is aangegeven is het vanaf 25 september weer mogelijk om ongeplaceerde evenementen te laten plaatsvinden. Er geldt echter nog wel een capaciteitsbeperking van 25% op de reguliere capaciteit voor ongeplaceerde evenementen die binnen plaatsvinden. In de Kamerbrief heeft het kabinet aangekondigd dat er € 15,0 miljoen is gereserveerd als tegemoetkoming voor deze evenementen, die niet op volledige capaciteit kunnen doorgaan. Organisatoren van ongeplaceerde evenementen die plaatsvinden tussen 25 september en 13 november kunnen een aanvraag indienen voor de tegemoetkoming. Om ervoor te zorgen dat het aanvraagloket tijdig kan worden ingericht en de aanvragen nog in 2021 kunnen worden behandeld, kan niet worden gewacht op de Tweede Suppletoire Begroting. Door een tegemoetkoming te bieden, wil het kabinet eraan bijdragen dat evenementen ondanks de beperking kunnen doorgaan.
Omdat niet kan worden gewacht op de Tweede Suppletoire Begroting worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting middels deze elfde Incidentele Suppletoire Begroting. Met het voorgaande wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen, om het budgetrecht van de Staten Generaal te waarborgen, bevat de kolom Vastgestelde begroting het volgende: de vastgestelde stand bij ontwerpbegroting, de aangenomen amendementen, de ingediende Nota's van Wijziging op de OCW-begroting 2021 en de Incidentele Suppletoire Begroting 2021 inzake extra middelen voor coronabanen in het hoger onderwijs.
Nieuw beleid wordt pas in uitvoering genomen nadat het parlement de Ontwerpbegrotingswet 2021 heeft geautoriseerd. De spoedeisende maatregelen in deze Tweede Incidentele Suppletoire Begroting 2021 kunnen daar echter niet op wachten en gaan in vanaf 6januari 2021. Vanaf dat moment kunnen de spoedeisende maatregelen tot verplichtingen en/of betalingen leiden. Hiermee worden de nodige apparaten ingekocht vanaf begin januari zodat deze voor onderwijs op afstand gebruikt kunnen worden. Indien de formele autorisatie van beide Kamers op dat moment niet is afgerond zal het kabinet de uitvoering van de voorgenomen maatregelen in het belang van het Rijk conform artikel2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016 starten. Voor de indiening van deze Tweede Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de brief van 18december 2020 over Specifieke aanpassingen in economisch steun- en herstelpakket (KamerstukkenII 2020/21, 35..., nr...).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Echter, de uitvoering van de maatregelen die in de twaalfde Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen, te weten de verlenging van de tegemoetkoming voor ongeplaceerde (culturele) activiteiten, kan niet wachten tot formele autorisatie van beide kamers der Staten-Generaal, hierom zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Uw Kamer is vooraf geïnformeerd per brief van 24 september over Steun aan de culturele en creatieve sector en herstelplan (Kamerstukken II 2021/22, 35 420, nr. 406). Zoals in deze brief is aangegeven is het vanaf 25 september weer mogelijk om ongeplaceerde evenementen te laten plaatsvinden. Er geldt echter nog wel een capaciteitsbeperking van 25% op de reguliere capaciteit voor ongeplaceerde evenementen die binnen plaatsvinden. Organisatoren van ongeplaceerde evenementen die plaatsvonden tussen 25 september en 13 november konden een aanvraag indienen voor de tegemoetkoming. Vanwege de verlenging van de huidige maatregelen is ook het aanvraagloket verlengd (zie hiervoor: Stand van zakenbrief Covid-19 (Kamerstukken II 2021/22, 25295, nr. 1468)). Om ervoor te zorgen dat het aanvraagloket tijdig kan worden ingericht en de aanvragen nog in 2021 kunnen worden behandeld, kan niet worden gewacht op de Tweede Suppletoire Begroting. Door een tegemoetkoming te bieden, wil het kabinet eraan bijdragen dat evenementen ondanks de beperking kunnen doorgaan.
Omdat niet kan worden gewacht op de Tweede Suppletoire Begroting worden de middelen nu toegevoegd aan de OCW-begroting middels deze twaalfde Incidentele Suppletoire Begroting. Met het voorgaande wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K.van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
B Begrotingstoelichting
B Begrotingstoelichting
B BEGROTINGSTOELICHTING
B BEGROTINGSTOELICHTING
B BEGROTINGSTOELICHTING
B Begrotingstoelichting
B Begrotingstoelichting
B BEGROTINGSTOELICHTING
B BEGROTINGSTOELICHTING
B Begrotingstoelichting
B BEGROTINGSTOELICHTING
B BEGROTINGSTOELICHTING
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel | Beleidsmatige mutaties | Technische mutaties |
|---|---|---|
| (stand ontwerpbegroting in miljoen) | (ondergrens in miljoen) | (ondergrens in miljoen) |
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
In de Kamerbrief over Besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 31289, nr.437) van 16december 2020 is gemeld dat de eindexamens in het voortgezet onderwijs doorgaan. Er zijn echter wel zorgvuldig afgewogen maatregelen nodig omtrent het centraal eindexamen, om zo het eindexamen te organiseren in tijden van corona en leerlingen meer voorbereidingstijd te geven. Leerlingen kunnen in 2021 hun examens spreiden over twee volledige tijdvakken en n extra centraal examen herkansen.
Onlangs zijn de maatregelen rondom de eindexamens herijkt met name door de herinvoering van de anderhalve meterregel in het voortgezet onderwijs. Hierover bent u genformeerd op 12februari 2021 over Aanvulling besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (KamerstukkenII 2020/21, 3...., nr...). Eindexamenleerlingen, die anders net gezakt zouden zijn, mogen dit jaar het eindresultaat van n vak (geen kernvak) wegestrepen, als zij daarmee kunnen slagen voor het diploma. Daarnaast krijgt deze groep examenleerlingen de komende maanden extra ondersteuning.
Bovengenoemde maatregelen hebben financile consequenties. De uitvoering van dit besluit vraagt om een extra inspanning van scholen. Scholen en personeel worden dan ook gecompenseerd voor de extra werkzaamheden die ontstaan door de uitbreiding van het examenrooster en de extra herkansing voor leerlingen. Voor deze compensatie stelt het Kabinet nu 35,0miljoen beschikbaar. Ook leidt dit besluit tot extra uitvoeringskosten voor de examenketen van 12,0miljoen.
De budgettaire verwerking van de 37,0miljoen voor extra ondersteuning voor examenleerlingen vo loopt mee in het nationaal programma onderwijs na corona.
Daarnaast wordt in deze vijfde Incidentele Suppletoire Begroting een bedrag van 0,9miljoen beschikbaar gesteld in 2021 om te starten met pilots voor het sneltesten in het primair onderwijs. Hieraan werd reeds gerefereerd in de derde Incidentele Suppletoire Begroting inzake extra middelen voor sneltesten in het vo, mbo en ho in verband met COVID-19 (KamerstukkenII 2020/21, 35716) van 27januari 2021.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in € miljoen) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
In de Kamerbrief over Steun aan de culturele en creatieve sector en herstelplan (Kamerstukken II, 2021/2022, 35 420, nr. 406) van 24 september 2021 is gemeld dat op 25 september afscheid wordt genomen van de verplichte 1,5-metermaatregel. Zo kunnen bijna alle culturele instellingen weer op maximale capaciteit open en zijn alle evenementen toegestaan. Echter, geldt bij ongeplaceerde evenementen die binnen plaatsvinden, in lijn met het OMT-advies, dat maximaal 75% van de capaciteit benut mag worden. Door deze capaciteitsbeperking worden bepaalde (culturele) activiteiten zoals concerten nog getroffen. Het Kabinet reserveert als tegemoetkoming € 17,5 miljoen voor het voortzetten van de al ingevoerde suppletie-regeling voor de ongeplaceerde evenementen die binnen plaatsvinden. Hierbij zijn de belangrijkste uitgangspunten dat het een vergund evenement is wat door professionele organisatoren wordt georganiseerd, met een minimum bezoekersaantal van 300 personen en dat een culturele component centraal staat.
Via deze twaalfde Indicidentele Suppletoire Begroting wordt per saldo € 17,5 miljoen incidenteel aan de OCW-begroting toegevoegd.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in miljoen) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
De uitbraak van COVID-19 stelt het onderwijs voor grote uitdagingen. Voor hogescholen en universiteiten is de werkdruk aanzienlijk. Instellingen moeten onderwijs verzorgen dat deels op de instelling en deels op afstand plaats vindt. Dit vergt veel van de organisatie. In het hoger onderwijs kunnen minder studenten tegelijk fysiek les krijgen, omdat door alle aanwezigen anderhalve meter afstand moet worden gehouden. Dit leidt in de praktijk tot het vaker aanbieden van dezelfde les en veel lessen op afstand. Deze aanpassingen in het onderwijs kunnen niet altijd door het zittende personeel worden ondervangen. Om die reden is er soms behoefte aan extra ondersteuning. Het kabinet trekt daarom 20,0 miljoen uit om het hoger onderwijs met 1.200 fte tijdelijke coronabanen te ondersteunen. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 14december 2020 over Uitwerking ondersteuning cruciale sectoren met tijdelijke coronabanen (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).
Via een subsidieregeling van 1januari t/m 30juni 2021 wordt aan bekostigde instellingen in het hoger onderwijs de benodigde extra hulp en ondersteuning gegeven. Het is derhalve noodzakelijk dat het bedrag van 20,0 miljoen zo spoedig mogelijk op de OCW-begroting wordt geboekt.
Daarnaast worden middels deze Incidentele Suppletoire Begroting drie overlopende verplichtingen verwerkt die voortkomen uit eerdere coronamiddelen van 2020. Het betreft twee keer 0,25 miljoen voor de aanpak van de jeugdwerkloosheid op Artikel 1 (Primair onderwijs) en Artikel 3 (Voortgezet onderwijs) voor leerlingen in het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. Dit bedrag wordt samen met het bedrag bedoeld voor 2021 aan de scholen verstrekt. Ook betreft het 3,97 miljoen op Artikel 11 (Studiefinanciering) voor de kosten die gemaakt worden om studenten te compenseren van wie het recht op basisbeurs en/of aanvullende beurs afliep in de maanden juli, augustus en september. Deze in totaal 4,47 miljoen wordt in de Slotwet 2020 van OCW afgeboekt.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel | Beleidsmatige mutaties | Technische mutaties |
|---|---|---|
| (stand ontwerpbegroting in € miljoen) | (ondergrens in € miljoen) | (ondergrens in € miljoen) |
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
In de Kamerbrief over Steun aan de culturele en creatieve sector en herstelplan (Kamerstukken II, 2020/2021,. .., nr. ..) van 24 september 2021 is gemeld dat op 25 september afscheid wordt genomen van de verplichte 1,5-metermaatregel. Zo kunnen bijna alle culturele instellingen weer op maximale capaciteit open en zijn alle evenementen toegestaan. Echter, geldt bij ongeplaceerde evenementen die binnen plaatsvinden, in lijn met het OMT-advies, dat maximaal 75% van de capaciteit benut mag worden. Door deze capaciteitsbeperking worden bepaalde (culturele) activiteiten zoals concerten nog getroffen. Het Kabinet reserveert als tegemoetkoming € 15,0 miljoen voor een suppletie-regeling voor de ongeplaceerd evenementen die binnen plaatsvinden. Hierbij zijn de belangrijkste uitgangspunten dat het een vergund evenement is wat door professionele organisatoren wordt georganiseerd, met een minimum bezoekersaantal van 300 personen en dat een culturele component centraal staat.
Via deze elfde Indicidentele Suppletoire Begroting wordt per saldo € 15,0 miljoen incidenteel aan de OCW-begroting toegevoegd.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel | Beleidsmatige mutaties | Technische mutaties |
|---|---|---|
| (stand ontwerpbegroting in miljoen) | (ondergrens in miljoen) | (ondergrens in miljoen) |
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
In de Kamerbrief over tijdelijke banen en het voorkomen van onderwijsachterstanden door de coronacrisis van 10november 2020 is gemeld dat een bedrag van 3,0miljoen aan SIVON aanvullend beschikbaar is gesteld voor de inkoop van apparaten (zoals laptops), met name aan scholen die veel leerlingen hebben met een risico op achterstanden. In verband met de afgekondigde schoolsluitingen van 14december is de behoefte van schoolbesturen aan apparaten echter fors gestegen. En omdat er nog veel aanvragen binnenkwamen na de sluitingstermijn van 15december jl., zal er een tweede aanvraagronde komen. Het kabinet stelt hiertoe aanvullend 15,0miljoen beschikbaar. Hiermee kan SIVON de nodige apparaten inkopen voor leerlingen die daar thuis niet over beschikken en deze vanaf begin januari via schoolbesturen beschikbaar stellen. Scholen betalen een eigen bijdrage van 25%. Om het SIVON in de gelegenheid te stellen de apparaten aan te schaffen, zal er aan hen 20,5miljoen beschikbaar worden gesteld, waarbij de terugbetaling aan OCW middels een desaldering verwerkt wordt op artikel1. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 18december 2020 over Specifieke aanpassingen in economisch steun- en herstelpakket (KamerstukkenII 2020/21, 35..., nr...).
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in miljoen) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
Het Nationaal Programma Onderwijs neemt stevige maatregelen om school- en studievertraging ontstaan door de coronacrisis te voorkomen, opgelopen vertraging waar mogelijk zo snel mogelijk in te halen en het mentaal welzijn van leerlingen en studenten te herstellen. De budgettaire verwerking hiervan heeft plaatsgevonden bij Voorjaarsnota 2021. In deze tiende Incidentele Suppletoire Begroting worden middelen van 2022 naar 2021 geschoven, zodat DUO een uitvoerbaar betaalritme kan realiseren. Hiermee wordt het vaste bedrag per leerling in het voortgezet onderwijs (circa 700) en het bedrag voor de leerlingen in Caribisch Nederland in het primair en voortgezet onderwijs geheel in 2021 uitbetaald voor het schooljaar 2021/22. In totaal wordt er 151,2miljoen aan middelen van 2022 naar 2021 geschoven middels een plafondcorrectie. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 25juni 2021 over Verdeling achterstandsmiddelen en aanpak studievertraging ontstaan door de coronacrisis te voorkomen (KamerstukkenII 2020/21, 35570, nr.255).
Daarnaast wordt in de tiende Incidentele Suppletoire Begroting een bedrag van 20,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021 ten behoeve van de fysieke boekhandel, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de Motie van het lid Romke de Jong c.s. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief eind juni 2021 over Heroverweging steunpakket in het derde kwartaal en aankondiging steunpakket vierde kwartaal (KamerstukkenII 2020/21, ....., nr....).
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in miljoen) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
In de Kamerbrief over de Stand van zaken COVID-19 van 12januari 2021 is gemeld dat scholen voorlopig nog gesloten blijven. In diezelfde Kamerbrief wordt ook voorgesteld om te starten met sneltesten in het onderwijs. Met de inzet van sneltesten in het onderwijs kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan continuering van (fysiek) onderwijs, wat van belang is om onderwijsachterstanden te voorkomen, voor psychisch welbevinden van leerlingen en studenten, en voor arbeidsparticipatie van ouders.
In het voorgezet onderwijs (vo) wordt gestart met risicogericht testen rond een besmette casus. Hiervoor wordt een opdracht verleend aan (een) private partij(en) voor de testafname. De kosten voor de startfase tot aan de voorjaarsvakantie (3e week februari) zijn 0,8 miljoen. De kosten voor de landelijke uitrol zijn tot aan de zomervakantie 129,0 miljoen. Na het OMT-advies over de impact van de Britse variant op de heropening van de primair onderwijs (po) scholen volgt mogelijk een plan voor inzet van sneltesten in het po. Hiervoor is waarschijnlijk ook een begrotingswijziging benodigd.
In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger onderwijs (ho) wordt gestart met een pilot van sneltesten op drie universiteiten om meer fysiek onderwijs mogelijk te maken. Kort daarna starten zes pilots met hbo- en mbo-instellingen. De kosten hiervan bedragen 9,0 miljoen. Deze middelen worden middels subsidies aan de instellingen verstrekt.
Daarnaast wordt in deze Incidentele Suppletoire Begroting een bedrag van 5,5 miljoen beschikbaar gesteld in 2021 aan de lokale media via het Tijdelijk Steunfonds Lokale Informatievoorziening. In de Kamerbrief over Uitbreiding economisch steun- en herstelpakket (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...) van 21januari 2021 bent u hierover genformeerd.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel | Beleidsmatige mutaties | Technische mutaties |
|---|---|---|
| (stand ontwerpbegroting in miljoen) | (ondergrens in miljoen) | (ondergrens in miljoen) |
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
In de Kamerbrief over de stand van zaken Covid-19(Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1063) van 23maart 2021 is gemeld dat het kunnen volgen van fysiek onderwijs belangrijk is, met het oog op de ontwikkeling en het mentale en fysieke welbevinden van studenten en het voorkomen van verdere studievertraging. Onderdeel van dit besluit is dat zelftesten beschikbaar gesteld worden, zodat studenten en docenten preventief getest kunnen worden. Zelftesten worden ook beschikbaar gesteld in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), hiervan wordt het precieze tijdpad nog bezien.
De overheid stelt de zelftesten voor studenten en docenten in het bekostigd en onbekostigd erkend (mbo) of geaccrediteerd (ho) onderwijs beschikbaar en bekostigt deze. Ook ten aanzien van de levering en distributie van deze testen worden de instellingen zoveel als mogelijk gefaciliteerd en ondersteund. De bedoeling is ervoor te zorgen dat de testen op een laagdrempelige manier bij de studenten en medewerkers terecht komen, zonder dat dit de instellingen te zwaar belast. In overleg is besloten SURF te vragen een rol te spelen in de distributie van zelftesten voor het mbo en ho.
Het kabinet kent ten behoeve van de distributie van de zelftesten en daaraan gelieerde activiteiten zoals communicatie in totaal 135,0 miljoen generaal toe. Op basis van de meest actuele gegevens is de inschatting dat de benodigde inzet voor het mbo en ho tot en met juli 2021 71,5 miljoen bedraagt. De overige 63,5 miljoen wordt gereserveerd op de Aanvullende Post en blijft voor de periode tot en met juli 2021, indien noodzakelijk, beschikbaar voor zelftesten in het mbo en ho.
In het voortgezet onderwijs (vo) is eerder al 129,8 miljoen beschikbaar gesteld voor de landelijke uitrol van zelftesten. In dezelfde Kamerbrief van 23maart 2021 is aangekondigd dat vanaf half april wordt gestart met het stap voor stap beschikbaar stellen van zelftesten voor het primair en voortgezet onderwijs. Voor de landelijke uitrol van zelftesten heeft het Kabinet besloten om de 129,8 miljoen euro die eerder voor sneltesten in het vo beschikbaar was gesteld, te gebruiken voor zowel het po als het vo. Deze middelen zullen gebruikt worden voor onder meer de logistieke operatie om de zelftesten naar de scholen te versturen. Aangezien er in het po minder testen nodig zijn dan in het vo, is het beschikbare bedrag voor po lager. Middels deze negende Incidentele Suppletoire Begroting worden de benodigde middelen voor het po overgeheveld van Artikel 3 naar Artikel 1. Ook is er voor de landelijke uitrol van de zelftesten tijdelijk extra interne capaciteit benodigd voor onder meer communicatie en data-analyse.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in miljoen) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
De culturele en creatieve sector is sinds 15december in zijn geheel gesloten in een periode die normaal gesproken veel bezoekers trekt. In bepaalde sectoren zijn investeringen gedaan die nu niet of nauwelijks kunnen worden terugverdiend en waar de huidige steunpakketten onvoldoende soelaas bieden. Om die reden heeft het kabinet, aanvullend op de eerdere steunpakketten voor cultuur (882 miljoen) 15,0 miljoen gereserveerd voor de culturele en creatieve sector. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 17december 2020 over Specifieke aanpassingen in economisch steun- en herstelpakket (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 214).
Vanwege de verlenging van de lockdown is daarnaast nog eens 9,0 miljoen beschikbaar gesteld voor de makers in de culturele sector. Hierover is uw Kamer genformeerd in de Kamerbrief over Uitbreiding economisch steun- en herstelpakket van 21januari (Kamerstukken II 2020/2021, 35420, nr. 217).
In totaal wordt er in deze Incidentele Suppletoire Begroting 24,0 miljoen toegevoegd aan de OCW-begroting. Deze middelen worden via de Rijkscultuurfondsen, het Steunfonds Rechtensector, het Abraham Tuschinskifonds en via het Mondriaan fonds aan verschillende makers en professionals toebedeeld. Over de wijze van deze 24,0 miljoen extra steun is de Tweede Kamer genformeerd per brief op 10februari 2021 over Uitwerking extra steun voor de makers in de culturele en creatieve sector vanwege de lockdown (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel | Beleidsmatige mutaties | Technische mutaties |
|---|---|---|
| (stand ontwerpbegroting in miljoen) | (ondergrens in miljoen) | (ondergrens in miljoen) |
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
In de Kamerbrief over Nationaal Programma Onderwijs: steunprogramma voor herstel en perspectief (Kamerstukken II 2020/21, 3...., nr....) van 17februari 2021 is gemeld dat er de komende twee en een half jaar voor 8,5miljard wordt genvesteerd in het gehele onderwijs. Daarnaast wordt er ook structureel 645,0miljoen genvesteerd in het onderwijs vanwege de grotere instroom van leerlingen en studenten. Via deze zesde Incidentele Suppletoire Begroting wordt voor zowel 2,2miljard middelen incidenteel aan de OCW-begroting toegevoegd als 645,0miljoen structureel. De overige middelen (6,3miljard) worden op de Aanvullende post van Financin geplaatst en overgeboekt naar de OCW-begroting als de maatregelen nader zijn uitgewerkt. Hieronder volgt een opsomming van de maatregelen waarvoor de middelen nu naar de OCW-begroting worden overgeheveld.
Uitbreiding en verlenging inhaal- en ondersteuningsprogrammas
In 2021 wordt er voor 255,7miljoen aan extra middelen beschikbaar gesteld voor de verlenging van de inhaal- en ondersteuningsprogramma's. De huidige regeling is uitgeput. Om op korte termijn achterstanden in te halen worden extra middelen vrijgemaakt voor aanvullende aanvragen. Voor de voorschoolse educatie (ve) is 10,7miljoen beschikbaar, voor het primair onderwijs (po) 116,0miljoen, voor het voortgezet onderwijs (vo) 94,0miljoen en voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is 35,0miljoen beschikbaar.
Ondersteuning in de klas: continuteit van het onderwijs
Begin 2021 zijn middelen vrijgemaakt voor scholen om extra hulp in de klas in te schakelen. Scholen kunnen een tegemoetkoming ontvangen ter dekking van de kosten voor vervanging van personeel om de komende maanden te ondersteunen met de continuteit van het onderwijs. Deze middelen zijn reeds uitgeput. Daarom wordt er opnieuw 240,0miljoen vrijgemaakt in 2021 voor scholen in het po, vo, mbo en ho. De middelen worden als volgt verdeeld: voor het po is 102,0miljoen beschikbaar, voor het vo 56,0miljoen, voor het mbo 52,0miljoen, voor het hbo 18,0miljoen en voor het wo is 12,0miljoen beschikbaar. Hiermee wordt de maatregel ook verruimd naar het ho en worden docenten in het ho extra ondersteund.
Extra bekostiging nieuwkomers
Voor alle nieuwkomers in het po en vo wordt de aanvullende nieuwkomersbekostiging verlengd van 1 of 2 jaar naar maximaal 4 jaar per leerling. Hiervoor wordt in 2021 62,0miljoen beschikbaar gesteld. Hiervan is 29,0miljoen voor het po en 33,0miljoen voor het vo. Nieuwkomers hebben door corona xtra vertraging opgelopen. Door de bekostiging te verlengen naar maximaal 4 jaar stellen we internationale schakelklassen, nieuwkomersscholen en reguliere scholen financieel in staat om nieuwkomersleerlingen goed op te vangen en de benodigde extra ondersteuning te bieden. Daarbij wordt ook extra ondersteuning geboden aan het veld.
Ondersteuning en begeleiding examenleerlingen in het voortgezet onderwijs
Op 12februari 2021 is een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over Aanvulling besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (KamerstukkenII 2020/21, 3...., nr...). Hierin wordt aangekondigd dat examenleerlingen extra ondersteuning krijgen. Hiervoor is een bedrag van 37,0miljoen vrijgemaakt in 2021.
Extra capaciteitentoets en herijking schooladvies bij brugklassers en leerjaar 2
Gemiddeld genomen hebben leerlingen in 2020 -waaronder relatief veel leerlingen met een hogere kans op een onderwijsachterstand- een lager schooladvies ontvangen en zijn zij op een lager niveau in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs geplaatst. Daarom biedt OCW aan dat scholen bij alle brugklassers vr de zomer van 2021 een korte capaciteitentoets kunnen afnemen, waarbij de capaciteiten van elke leerling worden vergeleken met wat hij of zij zou moeten kunnen. Dit gebeurt ook bij leerlingen die nu in het tweede leerjaar zitten en vorig jaar ten tijde van corona met eventuele achterstanden vanuit de brugklas een niveaukeuze hebben gemaakt. Hiervoor wordt 10,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021.
Start met schoolscan
Van alle scholen in het funderend onderwijs wordt verwacht dat ze vr de zomer van 2021 zo goed als mogelijk inzicht hebben in de individuele leerlijn van leerlingen op cognitief, executief en sociaal gebied. Scholen kunnen gebruik maken van een leerlingvolgsysteem (LVS) om de ontwikkeling van leerlingen te monitoren en krijgen ondersteuning hierbij door een schoolscan. Bij een schoolscan worden de leerachterstanden in kaart gebracht. Hiervoor wordt 10,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021.
Focus op kerncurriculum
Om te voorkomen dat vertragingen en lesprogrammas zich opstapelen en zowel leerlingen als leraren overvraagd worden, is het zinvol om kritisch naar het lesrooster en -programma te kijken en de spreiding daarvan over de leerjaren. Om scholen en leraren hierbij te ondersteunen zal er informatief materiaal worden ontwikkeld zodat leraren en schoolleiders doordachte keuzes kunnen maken in het lesprogramma. De SLO zal hierbij betrokken worden. Hiervoor wordt 0,15miljoen beschikbaar gesteld in 2021.
Extra apparaten voor mbo studenten in 2021
Het hebben van goede apparaten (met name laptops of tablets) is essentieel om het onderwijs op dit moment goed te kunnen volgen. Helaas zijn niet alle studenten financieel in staat om deze apparaten aan te schaffen en daarmee om het onderwijs goed te kunnen volgen; dit brengt risicos met zich mee op studievertraging en zelfs schooluitval. In het mbo blijkt er ook nog steeds extra behoefte aan apparaten. Daarom is hiervoor 10,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021.
Tegemoetkoming stagebedrijven (mbo en hbo)
Voor stagebedrijven is een van de factoren die meespeelt de vergoeding die zij krijgen voor het mogelijk maken van leerwerkplekken. Zeker in deze voor veel sectoren financieel moeilijke tijd kan deze tegemoetkoming een doorslaggevende factor zijn. Daarom is het belangrijk dat het budget van de regeling praktijkleren wordt opgehoogd zodat bedrijven die leerwerkplekken aanbieden in de sectoren mbo en hbo ook de maximale tegemoetkoming van 2.700 ontvangen om zo te stimuleren dat meer bedrijven stageplekken aan gaan bieden. Hiervoor wordt in 2021 73,0miljoen vrijgemaakt. Ook zal de 3,8miljoen voor praktijkleren, die bij Miljoenennota 2021 op de Aanvullende Post is gezet, via deze Incidentele Suppletoire Begroting worden overgeheveld naar de OCW-begroting voor 2021.
Grote groei studentenaantallen en langere verblijfsduur studenten (mbo, hbo en wo)
Instellingen zullen vanwege de grote groei van de studentenaantallen direct in plaats van met een jaar vertraging gecompenseerd worden bij de ramingen voor de enorme groei van studentenaantallen. De instellingen blijven zo gequipeerd om onderwijstaken uit te voeren; het budget is na compensatie in verhouding tot het aantal studenten. Hiervoor is 489,0miljoen vrijgemaakt in 2021. Hiervan gaat 90,0miljoen naar het mbo, 243,0miljoen naar het hbo en 156,0miljoen naar het wo.
50% korting op het wettelijk tarief van les-, cursus-, en collegegeld (mbo/hbo/wo)
Er komt een generieke korting voor alle studenten van 50% op het wettelijke tarief van het les-, cursus-, en collegegeld. Alle studenten worden (vooraf) gecompenseerd door hen een halvering van het les-, cursus- en collegegeld op het komend studiejaar (20212022) te verlenen. Hierbij is uitgegaan van een gemiddelde studieduurvertraging van een half jaar. De instellingen worden gecompenseerd voor het gederfde verlies aan inkomsten en er is compensatie voor de lesgeldontvangsten omdat er minder lesgelden worden geind komend studiejaar. Hiervoor is in 2021 350,0miljoen en in 2022 650,0miljoen vrijgemaakt.
Organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering
Het overkoepelende doel voor het gehele pakket maatregelen is om de directe gevolgen van de coronacrisis op korte termijn aan te pakken. Daarnaast zullen we na afloop van het programma meer zicht hebben op effectieve interventies en maatregelen in relatie tot studievoortgang en -vertraging. Dit plan behelst de jaren 2021 en 2022 en 2023. Om dit op korte termijn te organiseren, onderzoeken, monitoren en uitvoeren wordt tot de zomer 8,3miljoen beschikbaar gesteld in 2021.
Structurele middelen
Naast bovenstaande maatregelen worden scholen en instellingen ook structureel gecompenseerd voor de per saldo grotere instroom van leerlingen en studenten dan was geraamd. Hiervoor is per saldo een structureel bedrag oplopend naar 645,0miljoen in 2026 beschikbaar gesteld. De komende jaren zijn er in het primair onderwijs minder leerlingen door een lagere asielinstroom en omdat het afgelopen jaar minder kinderen zijn geboren. Ook in het voortgezet onderwijs zijn er minder leerlingen door een lagere asielinstroom en hogere slagingspercentages afgelopen jaar. Deze lagere aantallen leerlingen in het funderend onderwijs zorgen voor meevallers, die zijn ingezet voor de tegenvallers in het vervolgonderwijs door de hogere instroom van studenten.
Tevens worden generale middelen beschikbaar gesteld om een eventuele tegenvaller op de Studiefinancieringsraming op te vangen. De Studiefinancieringsraming wordt de komende weken afgerond.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in miljoen) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
In de Kamerbrief over Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 988) van 12februari 2021 is gemeld dat er incidenteel 200,0 miljoen wordt genvesteerd in een maatschappelijk steunpakket dat zich richt op het sociaal en mentaal welzijn en een gezonde leefstijl. Hiervan wordt 10,0 miljoen genvesteerd in het opschalen van initiatieven voor kunst en cultuur voor kwetsbare groepen. Het Fonds voor Cultuurparticipatie kan hiermee culturele activiteiten organiseren die bij uitstek mensen steunen die door corona in eenzaamheid, gebrek aan zingeving of depressiviteit zijn geraakt. Hiervoor wordt het bestaande programma Samen Cultuur Maken uitgebreid. Via deze zevende Incidentele Suppletoire Begroting wordt de 10,0 miljoen incidenteel aan de OCW-begroting toegevoegd.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 3e ISB 2021 | Stand 3e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 8.962.601 | 129.800 | 9.092.401 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 8.962.601 | 129.800 | 9.092.401 | ||||
| Totale uitgaven | 9.026.419 | 129.800 | 9.156.219 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 8.763.926 | 0 | 8.763.926 | ||||
| Bekostiging vo-instellingen | 8.617.017 | 8.617.017 | |||||
| Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen | 17.648 | 17.648 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 17.487 | 17.487 | |||||
| Prestatiebox | 0 | 0 | |||||
| Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters | 107.234 | 107.234 | |||||
| Aanvullende regelingen leerlingendaling | 4.540 | 4.540 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 156.664 | 0 | 156.664 | ||||
| Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo | 19.240 | 19.240 | |||||
| Regeling zomerscholen vo | 9.000 | 9.000 | |||||
| Nieuwe leerweg | 12.000 | 12.000 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 0 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 56.000 | 56.000 | |||||
| Overige subsidies | 60.424 | 60.424 | |||||
| Opdrachten | 7.095 | 129.800 | 136.895 | ||||
| Opdrachten | 7.095 | 7.095 | |||||
| Sneltesten | 0 | 129.800 | 129.800 | ||||
| Bijdragen aan agentschappen | 54.096 | 0 | 54.096 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 54.096 | 54.096 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 44.358 | 0 | 44.358 | ||||
| College voor Toetsen en Examens | 4.380 | 4.380 | |||||
| SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen | 39.978 | 39.978 | |||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 280 | 0 | 280 | ||||
| GRAZ (ECML) en PISA | 280 | 280 | |||||
| Ontvangsten | 7.391 | 0 | 7.391 |
Toelichting
Het financieel instrument Opdrachten wordt incidenteel verhoogd met 129,8 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de sneltesten in het voortgezet onderwijs.
Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 3e ISB 2021 | Stand 3e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 4.816.679 | 3.000 | 4.819.679 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 4.816.679 | 3.000 | 4.819.679 | ||||
| Totale uitgaven | 4.901.765 | 3.000 | 4.904.765 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,7% | ||||||
| Bekostiging | 4.358.128 | 0 | 4.358.128 | ||||
| Bekostiging mbo-instellingen | 3.700.096 | 3.700.096 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 8.463 | 8.463 | |||||
| Bekostiging vavo | 67.365 | 67.365 | |||||
| Kwaliteitsafspraken investeringsbudget | 247.215 | 247.215 | |||||
| Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget | 206.011 | 206.011 | |||||
| Regionaal Investeringsfonds | 22.425 | 22.425 | |||||
| Salarismix Randstadregio's | 51.503 | 51.503 | |||||
| Regionaal Programma | 30.550 | 30.550 | |||||
| Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid | 24.500 | 24.500 | |||||
| Tegemoetkoming schoolkosten MBO | 0 | 0 | |||||
| Gelijke kansen | 0 | 0 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 324.024 | 3.000 | 327.024 | ||||
| Praktijkleren | 217.200 | 217.200 | |||||
| Leven lang ontwikkelen | 10.590 | 10.590 | |||||
| Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal | 21.360 | 21.360 | |||||
| Loopbaanorintatie | 2.275 | 2.275 | |||||
| Vakwedstrijden mbo | 4.100 | 4.100 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 0 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 52.000 | 52.000 | |||||
| Sneltesten | 0 | 3.000 | 3.000 | ||||
| Overige subsidies | 16.499 | 16.499 | |||||
| Opdrachten | 6.378 | 0 | 6.378 | ||||
| Bijdragen aan agentschappen | 19.873 | 0 | 19.873 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 16.393 | 16.393 | |||||
| Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | 3.480 | 3.480 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 70.537 | 0 | 70.537 | ||||
| College voor Toetsen en Examens | 8.300 | 8.300 | |||||
| Wet SLOA | 1.103 | 1.103 | |||||
| SBB | 61.134 | 61.134 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 122.825 | 0 | 122.825 | ||||
| RMC's | 41.451 | 41.451 | |||||
| Educatie | 62.174 | 62.174 | |||||
| Caribisch Nederland | 0 | 0 | |||||
| Regionaal Programma | 19.200 | 19.200 | |||||
| Ontvangsten | 4.000 | 0 | 4.000 |
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 3,0 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de sneltesten in het middelbaar beroepsonderwijs.
Beleidsartikel 6 en 7. Hoger onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 3e ISB 2021 | Stand 3e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 3.647.370 | 3.000 | 3.650.370 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 3.647.370 | 3.000 | 3.650.370 | ||||
| Totale uitgaven | 3.699.995 | 3.000 | 3.702.995 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 3.603.369 | 0 | 3.603.369 | ||||
| Bekostiging onderwijsdeel2 | 3.261.390 | 3.261.390 | |||||
| Bekostiging ontwerp en ontwikkeling | 87.882 | 87.882 | |||||
| Studievoorschot kwaliteitsafspraken3 | 246.091 | 246.091 | |||||
| Studievoorschotvouchers | 245 | 245 | |||||
| Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen | 7.761 | 7.761 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 14.619 | 3.000 | 17.619 | ||||
| Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding | 2.500 | 2.500 | |||||
| Overige subsidies | 12.119 | 3.000 | 15.119 | ||||
| Bijdrage aan agentschappen | 13.174 | 0 | 13.174 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 13.174 | 13.174 | |||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 68.833 | 0 | 68.833 | ||||
| NWO: Praktijkgericht onderzoek | 54.213 | 54.213 | |||||
| NWO: Promotiebeurs voor leraren | 10.144 | 10.144 | |||||
| Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) | 4.476 | 4.476 | |||||
| Ontvangsten | 1.213 | 0 | 1.213 |
Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 3e ISB 2021 | Stand 3e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 5.611.382 | 3.000 | 5.614.382 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 5.611.382 | 3.000 | 5.614.382 | ||||
| Totale uitgaven | 5.560.930 | 3.000 | 5.563.930 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 5.521.306 | 0 | 5.521.306 | ||||
| Bekostiging onderwijsdeel2 | 2.469.513 | 2.469.513 | |||||
| Bekostiging onderzoeksdeel | 2.193.737 | 2.193.737 | |||||
| Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek | 707.959 | 707.959 | |||||
| Studievoorschot kwaliteitsafspraken3 | 150.097 | 150.097 | |||||
| Studievoorschotvouchers | 0 | 0 | |||||
| Profilering en zwaartepuntvorming4 | 0 | 0 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 33.866 | 3.000 | 36.866 | ||||
| Nuffic | 14.419 | 14.419 | |||||
| Studiekeuze123 | 2.504 | 2.504 | |||||
| Vluchteling Studenten UAF | 2.457 | 2.457 | |||||
| Handicap & Studie | 698 | 698 | |||||
| Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) | 249 | 249 | |||||
| Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) | 249 | 249 | |||||
| Open en online onderwijs | 1.965 | 1.965 | |||||
| Overige subsidies | 11.325 | 3.000 | 14.325 | ||||
| Opdrachten | 2.949 | 0 | 2.949 | ||||
| Bijdrage aan (inter)nationale organisaties | 2.809 | 0 | 2.809 | ||||
| Europees Universitair Instituut Florence (EUI) | 1.799 | 1.799 | |||||
| United Nations University (UNU) | 1.010 | 1.010 | |||||
| Nuffic, SK123, UAF, H&S, ISO en LSVb | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 16 | 0 | 16 |
Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 3,0 miljoen in beide artikelen. Dit betreft de incidentele middelen voor de sneltesten in het hoger onderwijs.
Beleidsartikel 15. Media
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 3e ISB 2021 | Stand 3e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 1.033.170 | 5.491 | 1.038.661 | ||||
| Totale uitgaven | 1.033.170 | 5.491 | 1.038.661 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,9% | 100% | |||||
| Bekostiging | 1.017.199 | 0 | 1.017.199 | ||||
| Landelijke publieke omroep | 792.424 | 792.424 | |||||
| Regionale omroep | 150.848 | 150.848 | |||||
| Stichting Omroep Muziek | 16.795 | 16.795 | |||||
| Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG) | 23.838 | 23.838 | |||||
| Stimuleringsfonds voor de Journalistiek | 2.231 | 2.231 | |||||
| Filmfonds van de omroep en Telefilm (CoBO) | 8.564 | 8.564 | |||||
| Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik) | 1.588 | 1.588 | |||||
| Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) | 1.640 | 1.640 | |||||
| Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve | 18.476 | 18.476 | |||||
| Overige bekostiging media | 795 | 795 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 10.661 | 5.491 | 16.152 | ||||
| Subsidies (regelingen) | 10.661 | 10.661 | |||||
| Steunfonds Lokale Informatievoorziening | 0 | 5.491 | 5.491 | ||||
| Opdrachten | 440 | 0 | 440 | ||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 4.807 | 0 | 4.807 | ||||
| Commissariaat voor de Media | 4.807 | 4.807 | |||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 63 | 0 | 63 | ||||
| European Audiovisual Observatory | 63 | 63 | |||||
| Ontvangsten | 155.700 | 0 | 155.700 |
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 5,5 miljoen. Dit betreft de middelen die beschikbaar worden gesteld aan de lokale media via het Tijdelijk Steunfonds Lokale Informatievoorziening.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 1. Primair onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB1 | Mutaties 5e ISB 2021 | Stand 5e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 12.295.502 | 900 | 12.296.402 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 12.295.502 | 900 | 12.296.402 | ||||
| Totale uitgaven | 12.265.502 | 900 | 12.266.402 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 11.466.396 | 0 | 11.466.396 | ||||
| Bekostiging po-instellingen | 11.157.670 | 11.157.670 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 19.991 | 19.991 | |||||
| Prestatiebox | 178.716 | 178.716 | |||||
| Aanvullende bekostiging | 80.019 | 80.019 | |||||
| Aanpak lerarentekort G5 | 30.000 | 30.000 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 220.869 | 0 | 220.869 | ||||
| Onderwijsvoorziening jonggehandicapten | 23.200 | 23.200 | |||||
| Nederlands onderwijs buitenland | 12.600 | 12.600 | |||||
| Basis voor Presteren (School aan Zet en Bta Techniek) | 0 | 0 | |||||
| Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs | 13.130 | 13.130 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 0 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 102.000 | 102.000 | |||||
| Overige subsidies | 69.939 | 69.939 | |||||
| Opdrachten | 11.010 | 900 | 11.910 | ||||
| Opdrachten | 11.010 | 11.010 | |||||
| Sneltesten | 0 | 900 | 900 | ||||
| Bijdragen aan agentschappen | 30.895 | 0 | 30.895 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 30.895 | 30.895 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 7.731 | 0 | 7.731 | ||||
| Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds | 5.228 | 5.228 | |||||
| UWV | 2.503 | 2.503 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 528.601 | 0 | 528.601 | ||||
| Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid | 508.909 | 508.909 | |||||
| Caribisch Nederland | 19.692 | 19.692 | |||||
| Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 0 | 0 | ||||
| Brede scholen | 0 | 0 | |||||
| BES(t)4kids | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 15.961 | 0 | 15.961 |
Toelichting
Het financieel instrument Opdrachten wordt incidenteel verhoogd met 0,9miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de pilots voor het sneltesten in het primair onderwijs.
Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 5e ISB 2021 | Stand 5e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 9.092.401 | 47.300 | 9.139.701 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 9.092.401 | 47.300 | 9.139.701 | ||||
| Totale uitgaven | 9.156.219 | 47.300 | 9.203.519 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 8.763.926 | 35.000 | 8.798.926 | ||||
| Bekostiging vo-instellingen | 8.617.017 | 35.000 | 8.652.017 | ||||
| Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen | 17.648 | 17.648 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 17.487 | 17.487 | |||||
| Prestatiebox | 0 | 0 | |||||
| Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters | 107.234 | 107.234 | |||||
| Aanvullende regelingen leerlingendaling | 4.540 | 4.540 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 156.664 | 300 | 156.964 | ||||
| Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo | 19.240 | 300 | 19.540 | ||||
| Regeling zomerscholen vo | 9.000 | 9.000 | |||||
| Nieuwe leerweg | 12.000 | 12.000 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 0 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 56.000 | 56.000 | |||||
| Overige subsidies | 60.424 | 60.424 | |||||
| Opdrachten | 136.895 | 0 | 136.895 | ||||
| Opdrachten | 7.095 | 7.095 | |||||
| Sneltesten | 129.800 | 129.800 | |||||
| Bijdragen aan agentschappen | 54.096 | 10.500 | 64.596 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 54.096 | 10.500 | 64.596 | ||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 44.358 | 1.500 | 45.858 | ||||
| College voor Toetsen en Examens | 4.380 | 300 | 4.680 | ||||
| SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen | 39.978 | 1.200 | 41.178 | ||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 280 | 0 | 280 | ||||
| GRAZ (ECML) en PISA | 280 | 280 | |||||
| Ontvangsten | 7.391 | 0 | 7.391 |
Toelichting
Het financieel instrument Bekostiging wordt incidenteel verhoogd met 35,0miljoen. Deze middelen zijn ter compensatie van scholen en personeel voor de extra werkzaamheden die ontstaan door de uitbreiding van het examenrooster en de extra herkansing voor leerlingen.
Het financieel instrument Bijdrage aan agentschappen wordt incidenteel verhoogd met 10,5miljoen. Dit zijn middelen voor de extra uitvoeringskosten van de DUO.
Het financieel instrument Bijdragen aan ZBOs/RWTs wordt incidenteel verhoogd met 1,5miljoen. Dit zijn middelen voor de extra uitvoeringskosten van Cito en het CvTE.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 1. Primair Onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen | Mutaties 1e ISB 2021 | Stand 1e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 12.274.752 | 250 | 12.275.002 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 12.274.752 | 250 | 12.275.002 | ||||
| Totale uitgaven | 12.244.752 | 250 | 12.245.002 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,89% | ||||||
| Bekostiging | 11.466.146 | 250 | 11.466.396 | ||||
| Bekostiging po-instellingen | 11.157.420 | 250 | 11.157.670 | ||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 19.991 | 19.991 | |||||
| Prestatiebox | 178.716 | 178.716 | |||||
| Aanvullende bekostiging | 80.019 | 80.019 | |||||
| Aanpak lerarentekort G5 | 30.000 | 30.000 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 200.369 | 0 | 200.369 | ||||
| Onderwijsvoorziening jonggehandicapten | 23.200 | 23.200 | |||||
| Nederlands onderwijs buitenland | 12.600 | 12.600 | |||||
| Basis voor Presteren (School aan Zet en Bta Techniek) | 0 | ||||||
| Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs | 13.130 | 13.130 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 0 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 102.000 | 102.000 | |||||
| Overige subsidies | 49.439 | 49.439 | |||||
| Opdrachten | 11.010 | 0 | 11.010 | ||||
| Bijdragen aan agentschappen | 30.895 | 0 | 30.895 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 30.895 | 30.895 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 7.731 | 0 | 7.731 | ||||
| Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds | 5.228 | 5.228 | |||||
| UWV | 2.503 | 2.503 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 528.601 | 0 | 528.601 | ||||
| Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid | 508.909 | 508.909 | |||||
| Caribisch Nederland | 19.692 | 19.692 | |||||
| Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 0 | 0 | ||||
| Brede scholen | 0 | 0 | |||||
| BES(t)4kids | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 10.461 | 0 | 10.461 |
Toelichting
Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 0,25 miljoen.
Beleidsartikel 3. Voortgezet Onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen | Mutaties 1e ISB 2021 | Stand 1e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 8.962.351 | 250 | 8.962.601 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 8.962.351 | 250 | 8.962.601 | ||||
| Totale uitgaven | 9.026.169 | 250 | 9.026.419 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,2% | ||||||
| Bekostiging | 8.763.676 | 250 | 8.763.926 | ||||
| Bekostiging vo-instellingen | 8.616.767 | 250 | 8.617.017 | ||||
| Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen | 17.648 | 17.648 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 17.487 | 17.487 | |||||
| Prestatiebox | 0 | 0 | |||||
| Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters | 107.234 | 107.234 | |||||
| Aanvullende regelingen leerlingendaling | 4.540 | 4.540 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 156.664 | 0 | 156.664 | ||||
| Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo | 19.240 | 19.240 | |||||
| Regeling zomerscholen vo | 9.000 | 9.000 | |||||
| Nieuwe leerweg | 12.000 | 12.000 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 0 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 56.000 | 56.000 | |||||
| Overige subsidies | 60.424 | 60.424 | |||||
| Opdrachten | 7.095 | 0 | 7.095 | ||||
| Bijdragen aan agentschappen | 54.096 | 0 | 54.096 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 54.096 | 54.096 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 44.358 | 0 | 44.358 | ||||
| College voor Toetsen en Examens | 4.380 | 4.380 | |||||
| SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen | 39.978 | 39.978 | |||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 280 | 0 | 280 | ||||
| GRAZ (ECML) en PISA | 280 | 280 | |||||
| Ontvangsten | 7.391 | 0 | 7.391 |
Toelichting
Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 0,25 miljoen.
Beleidsartikelen 6 en 7. Hoger Onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen | Mutaties 1e ISB 2021 | Stand 1e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 3.636.053 | 11.317 | 3.647.370 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 3.636.053 | 11.317 | 3.647.370 | ||||
| Totale uitgaven | 3.688.678 | 11.317 | 3.699.995 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 100,00% | ||||||
| Bekostiging | 3.603.369 | 0 | 3.603.369 | ||||
| Bekostiging onderwijsdeel1 | 3.261.390 | 3.261.390 | |||||
| Bekostiging ontwerp en ontwikkeling | 87.882 | 87.882 | |||||
| Studievoorschot kwaliteitsafspraken2 | 246.091 | 246.091 | |||||
| Studievoorschotvouchers | 245 | 245 | |||||
| Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen | 7.761 | 7.761 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 3.302 | 11.317 | 14.619 | ||||
| Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding | 2.500 | 2.500 | |||||
| Overige subsidies | 802 | 11.317 | 12.119 | ||||
| Bijdrage aan agentschappen | 13.174 | 0 | 13.174 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 13.174 | 13.174 | |||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 68.833 | 0 | 68.833 | ||||
| NWO: Praktijkgericht onderzoek | 54.213 | 54.213 | |||||
| NWO: Promotiebeurs voor leraren | 10.144 | 10.144 | |||||
| Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) | 4.476 | 4.476 | |||||
| Ontvangsten | 1.213 | 0 | 1.213 |
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen | Mutaties 1e ISB 2021 | Stand 1e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 5.602.699 | 8.683 | 5.611.382 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 5.602.699 | 8.683 | 5.611.382 | ||||
| Totale uitgaven | 5.552.247 | 8.683 | 5.560.930 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,96% | ||||||
| Bekostiging | 5.521.306 | 0 | 5.521.306 | ||||
| Bekostiging onderwijsdeel1 | 2.469.513 | 2.469.513 | |||||
| Bekostiging onderzoeksdeel | 2.193.737 | 2.193.737 | |||||
| Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek | 707.959 | 707.959 | |||||
| Studievoorschot kwaliteitsafspraken2 | 150.097 | 150.097 | |||||
| Studievoorschotvouchers | 0 | 0 | |||||
| Profilering en zwaartepuntvorming3 | 0 | 0 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 25.183 | 8.683 | 33.866 | ||||
| Nuffic | 14.419 | 14.419 | |||||
| Studiekeuze123 | 2.504 | 2.504 | |||||
| Vluchteling Studenten UAF | 2.457 | 2.457 | |||||
| Handicap & Studie | 698 | 698 | |||||
| Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) | 249 | 249 | |||||
| Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) | 249 | 249 | |||||
| Open en online onderwijs | 1.965 | 1.965 | |||||
| Overige subsidies | 2.642 | 8.683 | 11.325 | ||||
| Opdrachten | 2.949 | 0 | 2.949 | ||||
| Bijdrage aan (inter)nationale organisaties | 2.809 | 0 | 2.809 | ||||
| Europees Universitair Instituut Florence (EUI) | 1.799 | 1.799 | |||||
| United Nations University (UNU) | 1.010 | 1.010 | |||||
| Nuffic, SK123, UAF, H&S, ISO en LSVb | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 16 | 0 | 16 |
Toelichting
In Artikel 6 en 7 wordt het financieel instrument Subsidies incidenteel verhoogd met respectievelijk 11,3 miljoen en 8,7 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de subsidieregeling voor de coronabanen in het hoger onderwijs.
Beleidsartikel 11. Studiefinanciering
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen | Mutaties 1e ISB 2021 | Stand 1e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 4.773.438 | 3.970 | 4.777.408 | |||||
| Totale uitgaven | 4.773.438 | 3.970 | 4.777.408 | |||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 100% | |||||||
| Inkomensoverdracht | 1.583.740 | 3.970 | 1.587.710 | |||||
| Basisbeurs gift (R) | 594.397 | 594.397 | ||||||
| Aanvullende beurs gift (R) | 713.061 | 713.061 | ||||||
| Reisvoorziening gift (R) | 27.293 | 27.293 | ||||||
| Caribisch Nederland gift (R) | 3.363 | 3.363 | ||||||
| Overige uitgaven (R) | 245.626 | 3.970 | 249.596 | |||||
| Leningen | 3.051.863 | 0 | 3.051.863 | |||||
| Basisbeurs prestatiebeurs (NR) | 368.918 | 368.918 | ||||||
| Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR) | 89.366 | 89.366 | ||||||
| Reisvoorziening (NR) | 107.360 | 107.360 | ||||||
| Rentedragende lening (NR) | 2.807.246 | 2.807.246 | ||||||
| Collegegeldkrediet (NR) | 333.365 | 333.365 | ||||||
| Leven lang leren krediet (NR) | 42.771 | 42.771 | ||||||
| Overige uitgaven (NR) | 40.673 | 40.673 | ||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 137.835 | 0 | 137.835 | |||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 137.835 | 137.835 | ||||||
| Ontvangsten | 1.005.737 | 0 | 1.005.737 | |||||
| Ontvangsten (R) | 98.882 | 0 | 98.882 | |||||
| Ontvangen rente (R) | 68.453 | 68.453 | ||||||
| Overige ontvangsten (R) | 30.429 | 30.429 | ||||||
| Ontvangsten (NR) | 906.855 | 0 | 906.855 | |||||
| Terugontvangen lening (NR) | 906.855 | 906.855 | ||||||
Toelichting
Het financieel instrument Inkomensoverdrachten wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 3,97 miljoen.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 14. Cultuur
| Vastge-stelde begroting 2021 (incl. ISB, NvW en amendementen) | Stand na 1e suppletoire begroting 2021, inclusief 10e ISB | Mutaties 11e Incidentele Suppletoire Begroting | Stand na 11e Incidentele Suppletoire Begroting | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 614.519 | 797.840 | 15.000 | 812.840 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 1.299.772 | 1.414.992 | 15.000 | 1.429.992 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | ||||||||
| Bekostiging | 1.103.831 | 1.182.432 | 0 | 1.182.432 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen | 260.287 | 267.707 | 267.707 | |||||
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen | 307.261 | 355.295 | 355.295 | |||||
| Huisvesting erfgoed | 0 | 0 | 0 | |||||
| Beheer en onderhoud collecties erfgoed | 0 | 0 | 0 | |||||
| Museale instellingen met een wettelijke taak | 256.572 | 287.995 | 287.995 | |||||
| Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen | 23.637 | 23.867 | 23.867 | |||||
| Digitale openbare bibliotheek | 16.536 | 19.118 | 19.118 | |||||
| Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten | 12.290 | 12.537 | 12.537 | |||||
| Monumentenzorg | 179.340 | 179.736 | 179.736 | |||||
| Archieven incl. Regionale Historische Centra | 27.180 | 29.068 | 29.068 | |||||
| Flankerend beleid huisvesting | 6.681 | 6.818 | 6.818 | |||||
| Cultuureducatie met Kwaliteit | 14.047 | 291 | 291 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 128.036 | 161.161 | 15.000 | 176.161 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verbreden inzet cultuur | 7.454 | 7.620 | 7.620 | |||||
| Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) | 7.399 | 8.356 | 8.356 | |||||
| Programma leesbevordering | 3.850 | 4.215 | 4.215 | |||||
| Creatieve Industrie | 2.085 | 1.437 | 1.437 | |||||
| Monumentenzorg | 135 | 137 | 137 | |||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 0 | 0 | 0 | |||||
| Specifiek cultuurbeleid | 105.289 | 134.700 | 15.000 | 149.700 | ||||
| Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | 1.824 | 4.696 | 4.696 | |||||
| Opdrachten | 22.692 | 24.861 | 0 | 24.861 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis | 2.091 | 1.634 | 1.634 | |||||
| Monumentenzorg | 0 | 0 | 0 | |||||
| Archeologie | 0 | 0 | 0 | |||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 0 | 0 | 0 | |||||
| Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | 8.004 | 13.169 | 13.169 | |||||
| Overige opdrachten | 12.597 | 10.058 | 10.058 | |||||
| Bijdragen aan agentschappen | 42.315 | 43.562 | 0 | 43.562 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nationaal Archief | 42.315 | 43.562 | 43.562 | |||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 2.898 | 2.976 | 2.976 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Ontvangsten | 494 | 13.308 | 13.308 | 0 | 0 | 0 | 0 |
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 1. Primair onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB1 | Mutaties 6e ISB 2021 | Stand 6e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 12.296.402 | 259.848 | 12.556.250 | 35.523 | 50.489 | 70.750 | 91.910 |
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 12.296.402 | 259.848 | 12.556.250 | 35.523 | 50.489 | 70.750 | 91.910 |
| Totale uitgaven | 12.266.402 | 259.848 | 12.526.250 | 35.523 | 50.489 | 70.750 | 91.910 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 11.466.396 | 18.598 | 11.484.994 | 35.523 | 50.489 | 70.750 | 91.910 |
| Bekostiging po-instellingen | 11.157.670 | 18.598 | 11.176.268 | 35.523 | 50.489 | 70.750 | 91.910 |
| Bekostiging Caribisch Nederland | 19.991 | 19.991 | |||||
| Prestatiebox | 178.716 | 178.716 | |||||
| Aanvullende bekostiging | 80.019 | 80.019 | |||||
| Aanpak lerarentekort G5 | 30.000 | 30.000 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 220.869 | 228.700 | 449.569 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Onderwijsvoorziening jonggehandicapten | 23.200 | 23.200 | |||||
| Nederlands onderwijs buitenland | 12.600 | 12.600 | |||||
| Basis voor Presteren (School aan Zet en Bta Techniek) | 0 | 0 | |||||
| Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs | 13.130 | 13.130 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 126.700 | 126.700 | ||||
| Extra hulp voor de klas | 102.000 | 102.000 | 204.000 | ||||
| Overige subsidies | 69.939 | 69.939 | |||||
| Opdrachten | 11.910 | 12.550 | 24.460 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 11.010 | 12.550 | 23.560 | ||||
| Sneltesten | 900 | 900 | |||||
| Bijdragen aan agentschappen | 30.895 | 0 | 30.895 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 30.895 | 30.895 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 7.731 | 0 | 7.731 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds | 5.228 | 5.228 | |||||
| UWV | 2.503 | 2.503 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 528.601 | 0 | 528.601 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid | 508.909 | 508.909 | |||||
| Caribisch Nederland | 19.692 | 19.692 | |||||
| Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Brede scholen | 0 | 0 | |||||
| BES(t)4kids | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 15.961 | 0 | 15.961 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Zowel de uitgaven als de verplichtingen worden met 259,8miljoen verhoogd.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
Het budget wordt per saldo met 18,6miljoen verhoogd. Dit betreft enerzijds de verlenging van de nieuwkomersbekostiging voor 29,0miljoen. Anderzijds heeft een aanpassing op de nieuwe raming van het aantal leerlingen in de referentieraming 2021 geleid tot een meevaller van ruim 10,4miljoen. Dit werkt door in de latere jaren.
Subsidies (regelingen)
Het budget wordt per saldo met 228,7miljoen verhoogd. Dit betreft de inhaal- en ondersteuningsprogramma's voor 126,7miljoen en de regeling extra hulp voor de klas voor 102,0miljoen.
Opdrachten
Het opdrachtenbudget wordt per saldo met 12,6miljoen verhoogd. Dit betreft voor 10,0miljoen de middelen voor de schoolscan, voor 2,4miljoen de middelen voor organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering en voor 0,15miljoen de middelen voor het kerncurriculum.
Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 6e ISB 2021 | Stand 6e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 9.139.701 | 169.367 | 9.309.068 | 34.176 | 29.081 | 13.934 | 11.532 |
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 9.139.701 | 169.367 | 9.309.068 | 34.176 | 29.081 | 13.934 | 11.532 |
| Totale uitgaven | 9.203.519 | 169.367 | 9.372.886 | 34.176 | 29.081 | 13.934 | 11.532 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 8.798.926 | 6.967 | 8.805.893 | 34.176 | 29.081 | 13.934 | 11.532 |
| Bekostiging vo-instellingen | 8.652.017 | 6.667 | 8.658.684 | 34.476 | 29.381 | 14.234 | 11.832 |
| Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen | 17.648 | 17.648 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 17.487 | 300 | 17.787 | 300 | 300 | 300 | 300 |
| Prestatiebox | 0 | 0 | |||||
| Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters | 107.234 | 107.234 | |||||
| Aanvullende regelingen leerlingendaling | 4.540 | 4.540 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 156.964 | 150.000 | 306.964 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo | 19.540 | 19.540 | |||||
| Regeling zomerscholen vo | 9.000 | 9.000 | |||||
| Nieuwe leerweg | 12.000 | 12.000 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 94.000 | 94.000 | ||||
| Extra hulp voor de klas | 56.000 | 56.000 | 112.000 | ||||
| Overige subsidies | 60.424 | 60.424 | |||||
| Opdrachten | 136.895 | 12.400 | 149.295 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 7.095 | 12.400 | 19.495 | ||||
| Sneltesten | 129.800 | 129.800 | |||||
| Bijdragen aan agentschappen | 64.596 | 0 | 64.596 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 64.596 | 64.596 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 45.858 | 0 | 45.858 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| College voor Toetsen en Examens | 4.680 | 0 | 4.680 | ||||
| SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen | 41.178 | 0 | 41.178 | ||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 280 | 0 | 280 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| GRAZ (ECML) en PISA | 280 | 280 | |||||
| Ontvangsten | 7.391 | 0 | 7.391 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Zowel de uitgaven als de verplichtingen worden met 169,4miljoen verhoogd.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
Het budget wordt per saldo met 7,0miljoen verhoogd. Enerzijds betreft dit de verlenging van de nieuwkomersbekostiging voor 33,0miljoen en de ondersteuning en begeleiding van examenkandidaten in het vo voor 37,0miljoen. Anderzijds heeft een aanpassing op de nieuwe raming van het aantal leerlingen in de referentieraming 2021 geleid tot een meevaller van ruim 63,6miljoen. Dit werkt door in de latere jaren.
Subsidies (regelingen)
Het budget wordt per saldo met 150,0miljoen verhoogd. Dit betreft de inhaal- en ondersteuningsprogramma's voor 94,0miljoen en de regeling extra hulp voor de klas voor 56,0miljoen.
Opdrachten
Het opdrachtenbudget wordt per saldo met 12,4miljoen verhoogd. Dit betreft voor 10,0miljoen de middelen voor de capaciteitentest in de brugklas en de tweede klas van het vo en voor 2,4miljoen de middelen voor organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering.
Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 6e ISB 2021 | Stand 6e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 4.819.679 | 401.530 | 5.221.209 | 105.621 | 56.264 | 22.199 | 7.392 |
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 4.819.679 | 401.530 | 5.221.209 | 105.621 | 56.264 | 22.199 | 7.392 |
| Totale uitgaven | 4.904.765 | 282.109 | 5.186.874 | 119.421 | 105.621 | 56.264 | 22.199 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 4.358.128 | 105.300 | 4.463.428 | 119.421 | 105.621 | 56.264 | 22.199 |
| Bekostiging mbo-instellingen | 3.700.096 | 104.000 | 3.804.096 | 118.121 | 104.321 | 54.964 | 20.899 |
| Bekostiging Caribisch Nederland | 8.463 | 1.300 | 9.763 | 1.300 | 1.300 | 1.300 | 1.300 |
| Bekostiging vavo | 67.365 | 67.365 | |||||
| Kwaliteitsafspraken investeringsbudget | 247.215 | 247.215 | |||||
| Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget | 206.011 | 206.011 | |||||
| Regionaal Investeringsfonds | 22.425 | 22.425 | |||||
| Salarismix Randstadregio's | 51.503 | 51.503 | |||||
| Regionaal Programma | 30.550 | 30.550 | |||||
| Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid | 24.500 | 24.500 | |||||
| Tegemoetkoming schoolkosten MBO | 0 | 0 | |||||
| Gelijke kansen | 0 | 0 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 327.024 | 173.809 | 500.833 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Praktijkleren | 217.200 | 76.809 | 294.009 | ||||
| Leven lang ontwikkelen | 10.590 | 10.590 | |||||
| Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal | 21.360 | 21.360 | |||||
| Loopbaanorintatie | 2.275 | 2.275 | |||||
| Vakwedstrijden mbo | 4.100 | 4.100 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 35.000 | 35.000 | ||||
| Extra hulp voor de klas | 52.000 | 52.000 | 104.000 | ||||
| Sneltesten | 3.000 | 3.000 | |||||
| Overige subsidies | 16.499 | 10.000 | 26.499 | ||||
| Opdrachten | 6.378 | 3.000 | 9.378 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 19.873 | 0 | 19.873 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 16.393 | 16.393 | |||||
| Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | 3.480 | 3.480 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 70.537 | 0 | 70.537 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| College voor Toetsen en Examens | 8.300 | 8.300 | |||||
| Wet SLOA | 1.103 | 1.103 | |||||
| SBB | 61.134 | 61.134 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 122.825 | 0 | 122.825 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RMC's | 41.451 | 41.451 | |||||
| Educatie | 62.174 | 62.174 | |||||
| Caribisch Nederland | 0 | 0 | |||||
| Regionaal Programma | 19.200 | 19.200 | |||||
| Ontvangsten | 4.000 | 0 | 4.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
De uitgaven worden met 282,1miljoen verhoogd. De verplichtingen worden met 401,5miljoen verhoogd. Het verschil tussen het totaal van de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door dat er in 2021 al verplichtingen worden aangegaan voor de bekostigingsmutaties in 2022.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
Het uitgavenbudget wordt per saldo met 105,3miljoen verhoogd. Dit betreft voor 14,0miljoen de compensatie aan de instellingen voor de generieke korting op het cursusgeld (in 2022 is dit 30,0miljoen) en voor 90,0miljoen de middelen voor de grote groei van de studentenaantallen. In de latere jaren zijn grote mutaties zichtbaar als gevolg van de nieuwe raming van het aantal studenten in de referentieraming 2021. Er worden meer studenten in het mbo verwacht dan geraamd in 2020. Daarnaast is er een substitutie-effect hierdoor is er een stijging van het aantal bol-studenten ten opzichte van de bbl-studenten. Dit effect heeft een correlatie met de verslechterde arbeidsmarkt. Dit werkt door in de latere jaren.
Subsidies (regelingen)
Het budget wordt per saldo met 173,8miljoen verhoogd. Dit betreft de 76,8miljoen voor praktijkleren, de inhaal- en ondersteuningsprogramma's voor 35,0miljoen, de regeling extra hulp voor de klas voor 52,0miljoen en de 10,0miljoen voor apparaten in het mbo.
Opdrachten
Het opdrachtenbudget wordt met 3,0miljoen verhoogd. Dit betreft de middelen voor organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering.
Beleidsartikelen 6 en 7. Hoger Onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 6e ISB 2021 | Stand 6e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 3.650.370 | 969.350 | 4.619.720 | 325.429 | 384.671 | 431.011 | 458.164 |
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 3.650.370 | 969.350 | 4.619.720 | 325.429 | 384.671 | 431.011 | 458.164 |
| Totale uitgaven | 3.702.995 | 410.000 | 4.112.995 | 559.350 | 325.429 | 384.671 | 431.011 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 3.603.369 | 392.000 | 3.995.369 | 559.350 | 325.429 | 384.671 | 431.011 |
| Bekostiging onderwijsdeel2 | 3.261.390 | 392.000 | 3.653.390 | 559.350 | 325.429 | 384.671 | 431.011 |
| Bekostiging ontwerp en ontwikkeling | 87.882 | 87.882 | |||||
| Studievoorschot kwaliteitsafspraken3 | 246.091 | 246.091 | |||||
| Studievoorschotvouchers | 245 | 245 | |||||
| Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen | 7.761 | 7.761 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 17.619 | 18.000 | 35.619 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding | 2.500 | 2.500 | |||||
| Overige subsidies | 15.119 | 18.000 | 33.119 | ||||
| Bijdrage aan agentschappen | 13.174 | 0 | 13.174 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 13.174 | 13.174 | |||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 68.833 | 0 | 68.833 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| NWO: Praktijkgericht onderzoek | 54.213 | 54.213 | |||||
| NWO: Promotiebeurs voor leraren | 10.144 | 10.144 | |||||
| Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) | 4.476 | 4.476 | |||||
| Ontvangsten | 1.213 | 0 | 1.213 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Hierin zijn de vorige 5 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716, KamerstukkenII 2020/21, 35735; voor vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is nog geen Kamerstuk bekend.
Toelichting
De uitgaven worden met 410,0miljoen verhoogd. De verplichtingen worden met 969,4miljoen verhoogd. Het verschil tussen het totaal van de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door dat er in 2021 al verplichtingen worden aangegaan voor de bekostigingsmutaties in 2022.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
Het uitgavenbudget wordt per saldo met 392,0miljoen verhoogd. Dit betreft voor 149,0miljoen de compensatie aan de instellingen voor de generieke korting op het collegegeld (in 2022 is dit 316,0miljoen) en voor 243,0miljoen de middelen voor de compensatie van de grote groei van de studentenaantallen. In de latere jaren zijn eveneens uitgavenmutaties zichtbaar als gevolg van de nieuwe raming van het aantal studenten in de referentieraming 2021, er worden fors meer studenten in het hbo verwacht dan geraamd in 2020.
Subsidies (regelingen)
Het budget wordt met 18,0miljoen verhoogd. Dit betreft de 18,0miljoen voor de regeling extra hulp voor de klas.
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 6e ISB 2021 | Stand 6e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 5.614.382 | 674.773 | 6.289.155 | 210.602 | 250.562 | 286.753 | 322.936 |
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 5.614.382 | 674.773 | 6.289.155 | ||||
| Totale uitgaven | 5.563.930 | 280.000 | 5.843.930 | 394.773 | 210.602 | 250.562 | 286.753 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 5.521.306 | 268.000 | 5.789.306 | 394.773 | 210.602 | 250.562 | 286.753 |
| Bekostiging onderwijsdeel2 | 2.469.513 | 268.000 | 2.737.513 | 394.773 | 210.602 | 250.562 | 286.753 |
| Bekostiging onderzoeksdeel | 2.193.737 | 2.193.737 | |||||
| Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek | 707.959 | 707.959 | |||||
| Studievoorschot kwaliteitsafspraken3 | 150.097 | 150.097 | |||||
| Studievoorschotvouchers | 0 | 0 | |||||
| Profilering en zwaartepuntvorming4 | 0 | 0 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 36.866 | 12.000 | 48.866 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nuffic | 14.419 | 14.419 | |||||
| Studiekeuze123 | 2.504 | 2.504 | |||||
| Vluchteling Studenten UAF | 2.457 | 2.457 | |||||
| Handicap & Studie | 698 | 698 | |||||
| Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) | 249 | 249 | |||||
| Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) | 249 | 249 | |||||
| Open en online onderwijs | 1.965 | 1.965 | |||||
| Overige subsidies | 14.325 | 12.000 | 26.325 | ||||
| Opdrachten | 2.949 | 0 | 2.949 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan (inter)nationale organisaties | 2.809 | 0 | 2.809 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Europees Universitair Instituut Florence (EUI) | 1.799 | 1.799 | |||||
| United Nations University (UNU) | 1.010 | 1.010 | |||||
| Nuffic, SK123, UAF, H&S, ISO en LSVb | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 16 | 0 | 16 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Hierin zijn de vorige 5 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. KamerstukkenII 2020/21, 35682; KamerstukkenII 2020/21, 35696; KamerstukkenII 2020/21, 35716, KamerstukkenII 2020/21, 35735; voor vijfde Incidentele Suppletoire Begroting is nog geen Kamerstuk bekend.
Toelichting
Toelichting
De uitgaven worden met 280,0miljoen verhoogd. De verplichtingen worden met 674,8miljoen verhoogd. Het verschil tussen het totaal van de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door dat er in 2021 al verplichtingen worden aangegaan voor de bekostigingsmutaties in 2022.
Toelichting per instrument:
Bekostiging
Het uitgavenbudget wordt per saldo met 268,0miljoen verhoogd. Dit betreft voor 112,0miljoen de compensatie aan de instellingen voor de generieke korting op het collegegeld (in 2022 is dit 239,0miljoen) en voor 156,0miljoen de middelen voor de compensatie van de grote groei van de studentenaantallen. In de latere jaren zijn eveneens uitgavenmutaties zichtbaar als gevolg van de nieuwe raming van het aantal studenten in de referentieraming 2021, er worden fors meer studenten in het wo verwacht dan geraamd in 2020.
Subsidies (regelingen)
Het budget wordt met 12,0miljoen verhoogd. Dit betreft de 12,0miljoen voor de regeling extra hulp voor de klas.
Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen1 | Mutaties 6e ISB 2021 | Stand 6e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 163.803 | 500 | 164.303 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | |||||
| waarvan overig | 163.803 | 500 | 164.303 | ||||
| Totale uitgaven | 163.803 | 500 | 164.303 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | 55,5% | 0 | 55,5% | ||||
| 0 | |||||||
| Bekostiging | 43.848 | 0 | 43.848 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen | 43.848 | 43.848 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 113.338 | 0 | 113.338 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lerarenbeurs | 46.819 | 46.819 | |||||
| Zij-instroom | 46.846 | 46.846 | |||||
| Wet Beroep leraar en Lerarenregister | 2.945 | 2.945 | |||||
| Aanpak lerarentekort | 15.000 | 15.000 | |||||
| Overige subsidies | 1.728 | 1.728 | |||||
| Opdrachten | 3.565 | 500 | 4.065 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 3.052 | 0 | 3.052 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 3.052 | 3.052 | |||||
| Ontvangsten | 9.000 | 0 | 9.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Zowel de uitgaven als de ontvangsten worden verhoogd met 0,5miljoen. Dit betreft de middelen voor organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering.
Beleidsartikel 13. Lesgeld
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen1 | Mutaties 6e ISB 2021 | Stand 6e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 13.997 | 0 | 13.997 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 13.997 | 0 | 13.997 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | 100% | ||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 13.997 | 0 | 13.997 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 13.997 | 13.997 | |||||
| Ontvangsten | 247.018 | 75.000 | 172.018 | 65.000 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
De ontvangsten worden verlaagd met 75,0miljoen in 2021 en met 65,0miljoen in 2022. Dit betreft de middelen voor de generieke korting op het lesgeld. Hierdoor zijn minder lesgeldontvangsten dan geraamd.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 1. Primair Onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen en ISB | Mutaties 2e ISB 2021 | Stand 2e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 12.275.002 | 20.500 | 12.295.502 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 12.275.002 | 20.500 | 12.295.502 | ||||
| Totale uitgaven | 12.245.002 | 20.500 | 12.265.502 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,89% | ||||||
| Bekostiging | 11.466.396 | 0 | 11.466.396 | ||||
| Bekostiging po-instellingen | 11.157.670 | 11.157.670 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 19.991 | 19.991 | |||||
| Prestatiebox | 178.716 | 178.716 | |||||
| Aanvullende bekostiging | 80.019 | 80.019 | |||||
| Aanpak lerarentekort G5 | 30.000 | 30.000 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 200.369 | 20.500 | 220.869 | ||||
| Onderwijsvoorziening jonggehandicapten | 23.200 | 23.200 | |||||
| Nederlands onderwijs buitenland | 12.600 | 12.600 | |||||
| Basis voor Presteren (School aan Zet en Bta Techniek) | 0 | ||||||
| Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs | 13.130 | 13.130 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 0 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 102.000 | 102.000 | |||||
| Overige subsidies | 49.439 | 20.500 | 69.939 | ||||
| Opdrachten | 11.010 | 0 | 11.010 | ||||
| Bijdragen aan agentschappen | 30.895 | 0 | 30.895 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 30.895 | 30.895 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 7.731 | 0 | 7.731 | ||||
| Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds | 5.228 | 5.228 | |||||
| UWV | 2.503 | 2.503 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 528.601 | 0 | 528.601 | ||||
| Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid | 508.909 | 508.909 | |||||
| Caribisch Nederland | 19.692 | 19.692 | |||||
| Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 0 | 0 | ||||
| Brede scholen | 0 | 0 | |||||
| BES(t)4kids | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 10.461 | 5.500 | 15.961 |
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 20,5miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de extra apparaten voor onderwijs op afstand in het primair en voortgezet onderwijs. Hiervan wordt 5,5miljoen terug betaald aan OCW. Dit is verwerkt middels een desaldering, daarom zijn ook de Ontvangsten incidenteel verhoogd met 5,5miljoen.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 14. Cultuur
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 7e ISB 2021 | Stand 7e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 604.519 | 10.000 | 614.519 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | |||||
| waarvan overig | 604.519 | 10.000 | 614.519 | ||||
| Totale uitgaven | 1.289.772 | 10.000 | 1.299.772 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 96,1% | ||||||
| Bekostiging | 1.103.831 | 0 | 1.103.831 | ||||
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen | 260.287 | 260.287 | |||||
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen | 307.261 | 307.261 | |||||
| Huisvesting erfgoed | 0 | 0 | |||||
| Beheer en onderhoud collecties erfgoed | 0 | 0 | |||||
| Museale instellingen met een wettelijke taak | 256.572 | 256.572 | |||||
| Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen | 23.637 | 23.637 | |||||
| Digitale openbare bibliotheek | 16.536 | 16.536 | |||||
| Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten | 12.290 | 12.290 | |||||
| Monumentenzorg | 179.340 | 179.340 | |||||
| Archieven incl. Regionale Historische Centra | 27.180 | 27.180 | |||||
| Flankerend beleid huisvesting | 6.681 | 6.681 | |||||
| Cultuureducatie met Kwaliteit | 14.047 | 14.047 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 118.036 | 10.000 | 128.036 | ||||
| Verbreden inzet cultuur | 7.454 | 7.454 | |||||
| Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) | 7.399 | 7.399 | |||||
| Programma leesbevordering | 3.850 | 3.850 | |||||
| Creatieve Industrie | 2.085 | 2.085 | |||||
| Monumentenzorg | 135 | 135 | |||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 0 | 0 | |||||
| Specifiek cultuurbeleid | 95.289 | 10.000 | 105.289 | ||||
| Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | 1.824 | 1.824 | |||||
| Opdrachten | 22.692 | 0 | 22.692 | ||||
| Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis | 2.091 | 2.091 | |||||
| Monumentenzorg | 0 | 0 | |||||
| Archeologie | 0 | 0 | |||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 0 | 0 | |||||
| Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | 8.004 | 8.004 | |||||
| Overige opdrachten | 12.597 | 12.597 | |||||
| Bijdragen aan agentschappen | 42.315 | 0 | 42.315 | ||||
| Nationaal Archief | 42.315 | 42.315 | |||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 2.898 | 0 | 2.898 | ||||
| Ontvangsten | 494 | 0 | 494 |
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 10,0 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor het opschalen van initiatieven voor kunst en cultuur voor kwetsbare groepen.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 1. Primair onderwijs
| Vastgestelde begroting 2021 (incl. ISB, NvW en amendementen) | Stand na 1e suppletoire begroting 2021 | Mutaties 10e Incidentele Suppletoire Begroting | Stand na 10e Incidentele Suppletoire Begroting | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 12.586.750 | 14.939.622 | 0 | 14.939.622 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 12.556.750 | 13.520.659 | 0 | 13.520.659 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | ||||||||
| Bekostiging | 11.484.994 | 12.381.537 | 1.682 | 12.383.219 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging po-instellingen | 11.176.268 | 11.448.528 | 11.448.528 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 19.991 | 22.271 | 1.682 | 23.953 | 1.682 | |||
| Prestatiebox | 178.716 | 197.209 | 197.209 | |||||
| Aanvullende bekostiging | 80.019 | 75.236 | 75.236 | |||||
| Aanpak lerarentekort G5 | 30.000 | 30.696 | 30.696 | |||||
| Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs | 0 | 607.597 | 607.597 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 449.569 | 452.336 | 0 | 452.336 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Onderwijsvoorziening jonggehandicapten | 23.200 | 23.723 | 23.723 | |||||
| Nederlands onderwijs buitenland | 12.600 | 13.319 | 13.319 | |||||
| Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs | 13.130 | 13.879 | 13.879 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 126.700 | 126.700 | 126.700 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 204.000 | 204.000 | 204.000 | |||||
| Overige subsidies | 69.939 | 70.715 | 70.715 | |||||
| Opdrachten | 54.960 | 56.669 | 0 | 56.669 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 23.560 | 25.269 | 25.269 | |||||
| Sneltesten | 31.400 | 31.400 | 31.400 | |||||
| Bijdragen aan agentschappen | 30.895 | 37.547 | 0 | 37.547 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 30.895 | 37.547 | 37.547 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 7.731 | 7.372 | 0 | 7.372 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds | 5.228 | 4.814 | 4.814 | |||||
| UWV | 2.503 | 2.558 | 2.558 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 528.601 | 585.198 | 0 | 585.198 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid | 508.909 | 520.452 | 520.452 | |||||
| Caribisch Nederland | 19.692 | 17.908 | 17.908 | |||||
| Scholenprogramma Groningen | 0 | 3.000 | 3.000 | |||||
| Nationaal Programma Onderwijs | 0 | 43.838 | 43.838 | |||||
| Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Brede scholen | 0 | 0 | 0 | |||||
| BES(t)4kids | 0 | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 15.961 | 28.861 | 0 | 28.861 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Het financieel instrument Bekostiging wordt middels een plafondcorrectie van 1,7miljoen verhoogd in 2021 en in 2022 met ditzelfde bedrag verlaagd.
Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs
| Vastgestelde begroting 2021 (incl. ISB, NvW en amendementen) | Stand na 1e suppletoire begroting 2021 | Mutaties 10e Incidentele Suppletoire Begroting | Stand na 10e Incidentele Suppletoire Begroting | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 9.277.818 | 11.015.335 | 149.493 | 11.164.828 | 149.493 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 9.341.636 | 10.097.507 | 149.493 | 10.247.000 | 149.493 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | ||||||||
| Bekostiging | 8.805.893 | 9.425.556 | 230.493 | 9.656.049 | 230.493 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging vo-instellingen | 8.658.684 | 8.873.341 | 65.624 | 8.807.717 | 65.624 | |||
| Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen | 17.648 | 18.057 | 18.057 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 17.787 | 18.061 | 1.938 | 19.999 | 1.938 | |||
| Prestatiebox | 0 | 7.743 | 7.743 | |||||
| Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters | 107.234 | 107.234 | 0 | 107.234 | ||||
| Aanvullende regelingen leerlingendaling1 | 4.540 | 4.645 | 0 | 4.645 | ||||
| Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs | 0 | 396.475 | 294.179 | 690.654 | 294.179 | |||
| Subsidies (regelingen) | 306.964 | 385.319 | 81.000 | 304.319 | 81.000 | 0 | 0 | 0 |
| Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo | 19.540 | 19.966 | 19.966 | |||||
| Pilots lente- en zomerscholen vo | 9.000 | 9.000 | 9.000 | |||||
| Nieuwe leerweg | 12.000 | 9.263 | 9.263 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 94.000 | 94.000 | 94.000 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 112.000 | 112.000 | 112.000 | |||||
| Overige subsidies | 60.424 | 141.090 | 81.000 | 60.090 | 21.000 | |||
| Nationaal Programma Onderwijs regeling brede brugklas | 0 | 0 | 0 | 0 | 102.000 | |||
| Opdrachten | 118.045 | 135.161 | 0 | 135.161 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 19.495 | 36.611 | 36.611 | |||||
| Sneltesten | 98.550 | 98.550 | 98.550 | |||||
| Bijdragen aan agentschappen | 64.596 | 66.784 | 0 | 66.784 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 64.596 | 66.784 | 66.784 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 45.858 | 56.374 | 0 | 56.374 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| College voor Toetsen en Examens | 4.680 | 12.311 | 12.311 | |||||
| SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen | 41.178 | 44.063 | 44.063 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 0 | 28.027 | 0 | 28.027 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nationaal Programma Onderwijs | 0 | 28.027 | 28.027 | |||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 280 | 286 | 0 | 286 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| GRAZ (ECML) en PISA | 280 | 286 | 286 | |||||
| Ontvangsten | 7.391 | 7.391 | 7.391 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Het financieel instrument Bekostiging wordt middels een plafondcorrectie van 230,5miljoen verhoogd in 2021 en in 2022 met ditzelfde bedrag verlaagd.
Het financieel instrument Subsidies (regelingen) wordt middels een plafondcorrectie van 81,0miljoen verlaagd in 2021 en in 2022 met ditzelfde bedrag verhoogd. De middelen voor de regeling brede brugklas zijn eerst overgeboekt naar het juiste budget en vervolgens heeft een plafond correctie plaatsgevonden. In 2021 is een 0 te zien op het budget van de regeling brede brugklas, omdat het budget eerst bij wordt geboekt en vervolgens wordt gecorrigeerd middels een plafondcorrectie met hetzelfde bedrag.
Beleidsartikel 14. Cultuur
| Vastgestelde begroting 2021 (incl. ISB, NvW en amendementen) | Stand na 1e suppletoire begroting 2021 | Mutaties 10e Incidentele Suppletoire Begroting | Stand na 10e Incidentele Suppletoire Begroting | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 614.519 | 777.840 | 20.000 | 797.840 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 1.299.772 | 1.394.992 | 20.000 | 1.414.992 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | ||||||||
| Bekostiging | 1.103.831 | 1.182.432 | 0 | 1.182.432 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen | 260.287 | 267.707 | 267.707 | |||||
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen | 307.261 | 355.295 | 355.295 | |||||
| Huisvesting erfgoed | 0 | 0 | 0 | |||||
| Beheer en onderhoud collecties erfgoed | 0 | 0 | 0 | |||||
| Museale instellingen met een wettelijke taak | 256.572 | 287.995 | 287.995 | |||||
| Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen | 23.637 | 23.867 | 23.867 | |||||
| Digitale openbare bibliotheek | 16.536 | 19.118 | 19.118 | |||||
| Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten | 12.290 | 12.537 | 12.537 | |||||
| Monumentenzorg | 179.340 | 179.736 | 179.736 | |||||
| Archieven incl. Regionale Historische Centra | 27.180 | 29.068 | 29.068 | |||||
| Flankerend beleid huisvesting | 6.681 | 6.818 | 6.818 | |||||
| Cultuureducatie met Kwaliteit | 14.047 | 291 | 291 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 128.036 | 141.161 | 20.000 | 161.161 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verbreden inzet cultuur | 7.454 | 7.620 | 7.620 | |||||
| Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) | 7.399 | 8.356 | 8.356 | |||||
| Programma leesbevordering | 3.850 | 4.215 | 4.215 | |||||
| Creatieve Industrie | 2.085 | 1.437 | 1.437 | |||||
| Monumentenzorg | 135 | 137 | 137 | |||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 0 | 0 | 0 | |||||
| Specifiek cultuurbeleid | 105.289 | 114.700 | 20.000 | 134.700 | ||||
| Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | 1.824 | 4.696 | 4.696 | |||||
| Opdrachten | 22.692 | 24.861 | 0 | 24.861 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis | 2.091 | 1.634 | 1.634 | |||||
| Monumentenzorg | 0 | 0 | 0 | |||||
| Archeologie | 0 | 0 | 0 | |||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 0 | 0 | 0 | |||||
| Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | 8.004 | 13.169 | 13.169 | |||||
| Overige opdrachten | 12.597 | 10.058 | 10.058 | |||||
| Bijdragen aan agentschappen | 42.315 | 43.562 | 0 | 43.562 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nationaal Archief | 42.315 | 43.562 | 43.562 | |||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 2.898 | 2.976 | 2.976 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Ontvangsten | 494 | 13.308 | 13.308 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies (regelingen) wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 20,0miljoen.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 1. Primair onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 9e ISB 2021 | Stand 9e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 12.556.250 | 30.500 | 12.586.750 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 12.556.250 | 30.500 | 12.586.750 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 12.526.250 | 30.500 | 12.556.750 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 11.484.994 | 0 | 11.484.994 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging po-instellingen | 11.176.268 | 11.176.268 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 19.991 | 19.991 | |||||
| Prestatiebox | 178.716 | 178.716 | |||||
| Aanvullende bekostiging | 80.019 | 80.019 | |||||
| Aanpak lerarentekort G5 | 30.000 | 30.000 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 449.569 | 0 | 449.569 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Onderwijsvoorziening jonggehandicapten | 23.200 | 23.200 | |||||
| Nederlands onderwijs buitenland | 12.600 | 12.600 | |||||
| Basis voor Presteren (School aan Zet en Bta Techniek) | 0 | 0 | |||||
| Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs | 13.130 | 13.130 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 126.700 | 126.700 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 204.000 | 204.000 | |||||
| Overige subsidies | 69.939 | 69.939 | |||||
| Opdrachten | 24.460 | 30.500 | 54.960 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 23.560 | 23.560 | |||||
| Sneltesten | 900 | 30.500 | 31.400 | ||||
| Bijdragen aan agentschappen | 30.895 | 0 | 30.895 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 30.895 | 30.895 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 7.731 | 0 | 7.731 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds | 5.228 | 5.228 | |||||
| UWV | 2.503 | 2.503 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 528.601 | 0 | 528.601 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid | 508.909 | 508.909 | |||||
| Caribisch Nederland | 19.692 | 19.692 | |||||
| Bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Brede scholen | 0 | 0 | |||||
| BES(t)4kids | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 15.961 | 0 | 15.961 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.
Toelichting
Het financieel instrument Opdrachten wordt incidenteel verhoogd met 30,5 miljoen. Dit betreft een overboeking van de middelen voor sneltesten van Artikel 3.
Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 9e ISB 2021 | Stand 9e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 9.309.068 | 31.250 | 9.277.818 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 9.309.068 | 31.250 | 9.277.818 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 9.372.886 | 31.250 | 9.341.636 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 8.805.893 | 0 | 8.805.893 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging vo-instellingen | 8.658.684 | 8.658.684 | |||||
| Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen | 17.648 | 17.648 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 17.787 | 17.787 | |||||
| Prestatiebox | 0 | 0 | |||||
| Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters | 107.234 | 107.234 | |||||
| Aanvullende regelingen leerlingendaling | 4.540 | 4.540 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 306.964 | 0 | 306.964 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo | 19.540 | 19.540 | |||||
| Regeling zomerscholen vo | 9.000 | 9.000 | |||||
| Nieuwe leerweg | 12.000 | 12.000 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 94.000 | 94.000 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 112.000 | 112.000 | |||||
| Overige subsidies | 60.424 | 60.424 | |||||
| Opdrachten | 149.295 | 31.250 | 118.045 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 19.495 | 19.495 | |||||
| Sneltesten | 129.800 | 31.250 | 98.550 | ||||
| Bijdragen aan agentschappen | 64.596 | 0 | 64.596 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 64.596 | 64.596 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 45.858 | 0 | 45.858 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| College voor Toetsen en Examens | 4.680 | 4.680 | |||||
| SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen | 41.178 | 41.178 | |||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 280 | 0 | 280 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| GRAZ (ECML) en PISA | 280 | 280 | |||||
| Ontvangsten | 7.391 | 0 | 7.391 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.
Toelichting
Het financieel instrument Opdrachten wordt incidenteel verlaagd met 31,3 miljoen. Dit betreft voor 30,5 miljoen een overboeking van de middelen voor sneltesten naar Artikel 1. De overige 0,8 miljoen wordt overgeboekt naar Artikel 95 voor de extra interne capaciteit.
Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 9e ISB 2021 | Stand 9e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 5.221.209 | 23.200 | 5.244.409 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 5.221.209 | 23.200 | 5.244.409 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 5.186.874 | 23.200 | 5.210.074 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 4.463.428 | 0 | 4.463.428 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging mbo-instellingen | 3.804.096 | 3.804.096 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 9.763 | 9.763 | |||||
| Bekostiging vavo | 67.365 | 67.365 | |||||
| Kwaliteitsafspraken investeringsbudget | 247.215 | 247.215 | |||||
| Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget | 206.011 | 206.011 | |||||
| Regionaal Investeringsfonds | 22.425 | 22.425 | |||||
| Salarismix Randstadregio's | 51.503 | 51.503 | |||||
| Regionaal Programma | 30.550 | 30.550 | |||||
| Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid | 24.500 | 24.500 | |||||
| Tegemoetkoming schoolkosten MBO | 0 | 0 | |||||
| Gelijke kansen | 0 | 0 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 500.833 | 3.900 | 504.733 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Praktijkleren | 294.009 | 294.009 | |||||
| Leven lang ontwikkelen | 10.590 | 10.590 | |||||
| Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal | 21.360 | 21.360 | |||||
| Loopbaanorintatie | 2.275 | 2.275 | |||||
| Vakwedstrijden mbo | 4.100 | 4.100 | |||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 35.000 | 35.000 | |||||
| Extra hulp voor de klas | 104.000 | 104.000 | |||||
| Sneltesten | 3.000 | 3.900 | 6.900 | ||||
| Overige subsidies | 26.499 | 26.499 | |||||
| Opdrachten | 9.378 | 19.300 | 28.678 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 9.378 | 9.378 | |||||
| Sneltesten | 0 | 19.300 | 19.300 | ||||
| Bijdragen aan agentschappen | 19.873 | 0 | 19.873 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 16.393 | 16.393 | |||||
| Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | 3.480 | 3.480 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 70.537 | 0 | 70.537 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| College voor Toetsen en Examens | 8.300 | 8.300 | |||||
| Wet SLOA | 1.103 | 1.103 | |||||
| SBB | 61.134 | 61.134 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 122.825 | 0 | 122.825 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RMC's | 41.451 | 41.451 | |||||
| Educatie | 62.174 | 62.174 | |||||
| Caribisch Nederland | 0 | 0 | |||||
| Regionaal Programma | 19.200 | 19.200 | |||||
| Ontvangsten | 4.000 | 0 | 4.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies wordt incidenteel verhoogd met 3,9 miljoen. Daarnaast wordt het financieel instrument Opdrachten incidenteel verhoogd met 19,3 miljoen in 2021. Beide bedragen betreffen de middelen voor het beschikbaar stellen van zelftesten aan studenten en docenten in het mbo.
Beleidsartikel 6 en 7. Hoger onderwijs
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 9e ISB 2021 | Stand 9e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 4.619.720 | 3.600 | 4.623.320 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 4.619.720 | 3.600 | 4.623.320 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 4.112.995 | 3.600 | 4.116.595 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 3.995.369 | 0 | 3.995.369 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging onderwijsdeel2 | 3.653.390 | 3.653.390 | |||||
| Bekostiging ontwerp en ontwikkeling | 87.882 | 87.882 | |||||
| Studievoorschot kwaliteitsafspraken3 | 246.091 | 246.091 | |||||
| Studievoorschotvouchers | 245 | 245 | |||||
| Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen | 7.761 | 7.761 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 35.619 | 3.600 | 39.219 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding | 2.500 | 2.500 | |||||
| Sneltesten | 0 | 3.600 | 3.600 | ||||
| Overige subsidies | 33.119 | 33.119 | |||||
| Bijdrage aan agentschappen | 13.174 | 0 | 13.174 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 13.174 | 13.174 | |||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 68.833 | 0 | 68.833 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| NWO: Praktijkgericht onderzoek | 54.213 | 54.213 | |||||
| NWO: Promotiebeurs voor leraren | 10.144 | 10.144 | |||||
| Nederland-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) | 4.476 | 4.476 | |||||
| Ontvangsten | 1.213 | 0 | 1.213 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 9e ISB 2021 | Stand 9e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 6.289.155 | 44.700 | 6.333.855 | 210.602 | 250.562 | 286.753 | 322.936 |
| waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| waarvan overig | 6.289.155 | 44.700 | 6.333.855 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 5.843.930 | 44.700 | 5.888.630 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Bekostiging | 5.789.306 | 0 | 5.789.306 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging onderwijsdeel2 | 2.737.513 | 2.737.513 | |||||
| Bekostiging onderzoeksdeel | 2.193.737 | 2.193.737 | |||||
| Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek | 707.959 | 707.959 | |||||
| Studievoorschot kwaliteitsafspraken3 | 150.097 | 150.097 | |||||
| Studievoorschotvouchers | 0 | 0 | |||||
| Profilering en zwaartepuntvorming4 | 0 | 0 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 48.866 | 3.000 | 51.866 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nuffic | 14.419 | 14.419 | |||||
| Studiekeuze123 | 2.504 | 2.504 | |||||
| Vluchteling Studenten UAF | 2.457 | 2.457 | |||||
| Handicap & Studie | 698 | 698 | |||||
| Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) | 249 | 249 | |||||
| Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) | 249 | 249 | |||||
| Open en online onderwijs | 1.965 | 1.965 | |||||
| Sneltesten | 0 | 3.000 | 3.000 | ||||
| Overige subsidies | 26.325 | 26.325 | |||||
| Opdrachten | 2.949 | 41.700 | 44.649 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 2.949 | 2.949 | |||||
| Sneltesten | 0 | 41.700 | 41.700 | ||||
| Bijdrage aan (inter)nationale organisaties | 2.809 | 0 | 2.809 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Europees Universitair Instituut Florence (EUI) | 1.799 | 1.799 | |||||
| United Nations University (UNU) | 1.010 | 1.010 | |||||
| Nuffic, SK123, UAF, H&S, ISO en LSVb | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 16 | 0 | 16 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.
Toelichting
In de artikelen 6 en 7 wordt het financieel instrument Subsidies incidenteel verhoogd met respectievelijk 3,6 miljoen en 3,0 miljoen. Daarnaast wordt in artikel 7 ook het financieel instrument Opdrachten incidenteel verhoogd met 41,7 miljoen. Al deze bedragen betreffen de middelen voor het beschikbaar stellen van zelftesten aan studenten en docenten in het hbo en wo.
Niet-Beleidsartikel 95. Apparaat kerndepartement
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 9e ISB 2021 | Stand 9e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 277.179 | 750 | 277.929 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 277.179 | 750 | 277.929 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Personele uitgaven | 210.845 | 750 | 211.595 | ||||
| waarvan eigen personeel | 200.744 | 200.744 | |||||
| waarvan inhuur externen | 5.930 | 750 | 6.680 | ||||
| waarvan overige personele uitgaven | 4.171 | 4.171 | |||||
| Materile uitgaven | 66.334 | 66.334 | |||||
| waarvan ICT | 20.547 | 20.547 | |||||
| waarvan bijdrage aan SSO's | 16.303 | 16.303 | |||||
| waarvan overige materile uitgaven | 29.484 | 29.484 | |||||
| Begrotingsreserve schatkistbankieren | 0 | 0 | |||||
| Ontvangsten | 567 | 0 | 567 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Hierin zijn de vorige 8 Incidentele Suppletoire Begrotingen al verwerkt. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716; Kamerstukken II 2020/21, 35735; Kamerstukken II 2020/21, 35739; Kamerstukken II 2020/21, 35740; Kamerstukken II 2020/21, 35776, Kamerstukken II 2020/21, 35797.
Toelichting
Artikel 95 wordt incidenteel verhoogd met 0,8 miljoen.
Toelichting
Het financieel instrument «Subsidies (regelingen)» wordt in 2021 incidenteel verhoogd met € 15,0 miljoen.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 14. Cultuur
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1 | Mutaties 4e ISB 2021 | Stand 4e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 580.519 | 24.000 | 604.519 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | |||||
| waarvan overig | 580.519 | 24.000 | 604.519 | ||||
| Totale uitgaven | 1.265.772 | 24.000 | 1.289.772 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 96,1% | ||||||
| Bekostiging | 1.103.831 | 0 | 1.103.831 | ||||
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen | 260.287 | 260.287 | |||||
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen | 307.261 | 307.261 | |||||
| Huisvesting erfgoed | 0 | 0 | |||||
| Beheer en onderhoud collecties erfgoed | 0 | 0 | |||||
| Museale instellingen met een wettelijke taak | 256.572 | 256.572 | |||||
| Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen | 23.637 | 23.637 | |||||
| Digitale openbare bibliotheek | 16.536 | 16.536 | |||||
| Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten | 12.290 | 12.290 | |||||
| Monumentenzorg | 179.340 | 179.340 | |||||
| Archieven incl. Regionale Historische Centra | 27.180 | 27.180 | |||||
| Flankerend beleid huisvesting | 6.681 | 6.681 | |||||
| Cultuureducatie met Kwaliteit | 14.047 | 14.047 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 94.036 | 24.000 | 118.036 | ||||
| Verbreden inzet cultuur | 7.454 | 7.454 | |||||
| Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) | 7.399 | 7.399 | |||||
| Programma leesbevordering | 3.850 | 3.850 | |||||
| Creatieve Industrie | 2.085 | 2.085 | |||||
| Monumentenzorg | 135 | 135 | |||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 0 | 0 | |||||
| Specifiek cultuurbeleid | 71.289 | 24.000 | 95.289 | ||||
| Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | 1.824 | 1.824 | |||||
| Opdrachten | 22.692 | 0 | 22.692 | ||||
| Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis | 2.091 | 2.091 | |||||
| Monumentenzorg | 0 | 0 | |||||
| Archeologie | 0 | 0 | |||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 0 | 0 | |||||
| Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | 8.004 | 8.004 | |||||
| Overige opdrachten | 12.597 | 12.597 | |||||
| Bijdragen aan agentschappen | 42.315 | 0 | 42.315 | ||||
| Nationaal Archief | 42.315 | 42.315 | |||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 2.898 | 0 | 2.898 | ||||
| Ontvangsten | 494 | 0 | 494 |
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies (regelingen) wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 24,0 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de extra steun voor de culturele en creatieve sector.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel | Beleidsmatige mutaties | Technische mutaties |
|---|---|---|
| (stand ontwerpbegroting in miljoen) | (ondergrens in miljoen) | (ondergrens in miljoen) |
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
In de Kamerbrief over hersteloperatie kinderopvangtoeslag t.b.v. debat 19januari (Kamerstukken II 2020/21, 31066, nr. 773) van 18januari 2021 is gemeld dat als gevolg van de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag is besloten om DUO-schulden kwijt te schelden van de gedupeerden. Alle op 1januari 2021 openstaande leningen en schulden van de gedupeerde ouder en zijn/haar eventuele toeslagpartner worden in beginsel kwijtgescholden. Ook schulden die op 1januari 2021 nog niet openstonden, maar die later vastgesteld worden en betrekking hebben op jaren tot en met 2020 worden kwijtgescholden. Schulden die het gevolg zijn van ernstig misbruik worden niet kwijtgescholden, hieronder valt in ieder geval de bestuurlijke boete voor onterecht ontvangen uitwonende beurs.
De verwachting is dat het om ongeveer 25.000 gedupeerde ouders gaat, exclusief partners. Op basis van de reeds bekende schuldbedragen van de gedupeerden is een extrapolatie gemaakt waarbij wordt uitgekomen op per saldo een verwacht bedrag aan kwijtscheldingen van ongeveer 225,0 miljoen.
Voor het uitvoeren van deze operatie zijn de verwachtte uitvoeringskosten bij DUO 2,5 miljoen.
Daarnaast worden artikel 11, 12 en 13 per saldo met 663,2 miljoen incidenteel en per saldo met 174,8 miljoen structureel verhoogd. Deze bijstellingen zijn grotendeels het gevolg van de grotere instroom van leerlingen en studenten.
Via deze achtste Incidentele Suppletoire Begroting wordt per saldo 890,7 miljoen incidenteel en per saldo met 174,8 miljoen structureel aan de OCW-begroting toegevoegd.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 14. Cultuur
| Vastge-stelde begroting 2021 (incl. ISB, NvW en amendementen) | Stand na 1e suppletoire begroting 2021, inclusief 11e ISB | Mutaties 12e Incidentele Suppletoire Begroting | Stand na 12e Incidentele Suppletoire Begroting | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 614.519 | 812.840 | 17.500 | 830.340 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totale uitgaven | 1.299.772 | 1.429.992 | 17.500 | 1.447.492 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | ||||||||
| Bekostiging | 1.103.831 | 1.182.432 | 0 | 1.182.432 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen | 260.287 | 267.707 | 267.707 | |||||
| Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen | 307.261 | 355.295 | 355.295 | |||||
| Huisvesting erfgoed | 0 | 0 | 0 | |||||
| Beheer en onderhoud collecties erfgoed | 0 | 0 | 0 | |||||
| Museale instellingen met een wettelijke taak | 256.572 | 287.995 | 287.995 | |||||
| Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen | 23.637 | 23.867 | 23.867 | |||||
| Digitale openbare bibliotheek | 16.536 | 19.118 | 19.118 | |||||
| Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten | 12.290 | 12.537 | 12.537 | |||||
| Monumentenzorg | 179.340 | 179.736 | 179.736 | |||||
| Archieven incl. Regionale Historische Centra | 27.180 | 29.068 | 29.068 | |||||
| Flankerend beleid huisvesting | 6.681 | 6.818 | 6.818 | |||||
| Cultuureducatie met Kwaliteit | 14.047 | 291 | 291 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 128.036 | 176.161 | 17.500 | 193.661 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Verbreden inzet cultuur | 7.454 | 7.620 | 7.620 | |||||
| Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) | 7.399 | 8.356 | 8.356 | |||||
| Programma leesbevordering | 3.850 | 4.215 | 4.215 | |||||
| Creatieve Industrie | 2.085 | 1.437 | 1.437 | |||||
| Monumentenzorg | 135 | 137 | 137 | |||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 0 | 0 | 0 | |||||
| Specifiek cultuurbeleid | 105.289 | 149.700 | 17.500 | 167.200 | ||||
| Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | 1.824 | 4.696 | 4.696 | |||||
| Opdrachten | 22.692 | 24.861 | 0 | 24.861 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis | 2.091 | 1.634 | 1.634 | |||||
| Monumentenzorg | 0 | 0 | 0 | |||||
| Archeologie | 0 | 0 | 0 | |||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 0 | 0 | 0 | |||||
| Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | 8.004 | 13.169 | 13.169 | |||||
| Overige opdrachten | 12.597 | 10.058 | 10.058 | |||||
| Bijdragen aan agentschappen | 42.315 | 43.562 | 0 | 43.562 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nationaal Archief | 42.315 | 43.562 | 43.562 | |||||
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 2.898 | 2.976 | 2.976 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Ontvangsten | 494 | 13.308 | 0 | 13.308 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Het financieel instrument «Subsidies (regelingen)» wordt in 2021 incidenteel verhoogd met € 17,5 miljoen.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 11. Studiefinanciering
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen1 | Mutaties 8e ISB 2021 | Stand 8e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 4.777.408 | 310.258 | 5.087.666 | 266.733 | 282.699 | 266.527 | 253.385 | |
| Totale uitgaven | 4.777.408 | 310.258 | 5.087.666 | 266.733 | 282.699 | 266.527 | 253.385 | |
| waarvan juridisch verplicht (%) | ||||||||
| Inkomensoverdracht | 1.587.710 | 306.453 | 1.894.163 | 101.734 | 78.096 | 91.927 | 113.299 | |
| Basisbeurs gift (R) | 594.397 | 48.407 | 642.804 | 10.026 | 13.885 | 12.538 | 14.342 | |
| Aanvullende beurs gift (R) | 713.061 | 13.970 | 727.031 | 29.828 | 43.400 | 42.174 | 46.642 | |
| Reisvoorziening gift (R) | 27.293 | 9.953 | 17.340 | 63.277 | 22.305 | 38.780 | 53.948 | |
| Caribisch Nederland gift (R) | 3.363 | 512 | 2.851 | 523 | 524 | 524 | 524 | |
| Overige uitgaven (R) | 249.596 | 254.541 | 504.137 | 874 | 970 | 1.041 | 1.109 | |
| Leningen | 3.051.863 | 51 | 3.051.914 | 163.699 | 203.434 | 174.014 | 140.052 | |
| Basisbeurs prestatiebeurs (NR) | 368.918 | 42.376 | 411.294 | 5.938 | 10.928 | 279 | 12.052 | |
| Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR) | 89.366 | 37.633 | 126.999 | 43.392 | 49.315 | 40.919 | 25.425 | |
| Reisvoorziening (NR) | 107.360 | 36.497 | 143.857 | 48.720 | 52.639 | 36.004 | 21.089 | |
| Rentedragende lening (NR) | 2.807.246 | 4.252 | 2.811.498 | 85.416 | 106.844 | 110.066 | 116.653 | |
| Collegegeldkrediet (NR) | 333.365 | 10.323 | 323.042 | 8.331 | 13.289 | 17.627 | 21.013 | |
| Leven lang leren krediet (NR) | 42.771 | 9.771 | 33.000 | 9.808 | 9.843 | 9.876 | 9.909 | |
| Overige uitgaven (NR) | 40.673 | 15.861 | 24.812 | 18.290 | 19.738 | 21.005 | 22.167 | |
| Bijdrage aan agentschappen | 137.835 | 3.754 | 141.589 | 1.300 | 1.169 | 586 | 34 | |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 137.835 | 3.754 | 141.589 | 1.300 | 1.169 | 586 | 34 | |
| Ontvangsten | 1.005.737 | 142.252 | 1.147.989 | 148.993 | 153.858 | 140.044 | 127.759 | |
| Ontvangsten (R) | 98.882 | 15.430 | 83.452 | 26.319 | 27.938 | 35.726 | 41.263 | |
| Ontvangen rente (R) | 68.453 | 12.182 | 56.271 | 23.111 | 24.762 | 32.580 | 38.244 | |
| Overige ontvangsten (R) | 30.429 | 3.468 | 26.961 | 3.428 | 3.396 | 3.366 | 3.239 | |
| Ontvangsten Caribisch Nederland (R) | 0 | 220 | 220 | 220 | 220 | 220 | 220 | |
| Ontvangsten (NR) | 906.855 | 157.682 | 1.064.537 | 175.312 | 181.796 | 175.770 | 169.022 | |
| Terugontvangen lening (NR) | 906.855 | 157.682 | 1.064.537 | 175.312 | 181.796 | 175.770 | 169.022 | |
Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant
Toelichting
Toelichting instrumenten (algemeen):
Het onderscheid relevant en niet-relevant is in onderstaande toelichting als uitgangspunt genomen. Relevant betekent relevant voor het begrotingstekort/EMU-saldo. De relevante uitgaven worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en door de omzetting van uitgekeerde prestatiebeurs in gift (na behalen van het diploma binnen 10 jaar). Onder de niet-relevante uitgaven vallen vooral de betalingen van prestatiebeurzen (zolang die nog niet omgezet zijn in een gift) en verstrekte rentedragende leningen.
De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op verstrekte studieleningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van rentedragende leningen.
Toelichting mutaties:
Uitgaven
De totale uitgaven op artikel 11 worden met 310,3 miljoen naar boven bijgesteld. Het betreft een bijstelling van de inkomensoverdrachten naar boven van 306,5 miljoen, een bijstelling omhoog van de leningen met 0,1 miljoen en een bijstelling omhoog van het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met 3,8 miljoen. Hieronder wordt per instrument toegelicht hoe de bijstellingen tot stand zijn gekomen.
Toelichting per instrument:
Inkomensoverdrachten
De relevante uitgaven worden met 306,5 miljoen verhoogd. Dit bestaat uit de volgende elementen:
-
De uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met 48,4 miljoen verhoogd. Dit betreft met name de bijstelling omhoog van 43,2 miljoen op de omzettingen. In het mbo zijn de omzettingen 2,6 miljoen hoger dan geraamd en in het ho zijn de omzettingen 40,7 miljoen hoger dan geraamd. Het grootste deel van omzettingen vinden in januari plaats, voor 2021 zijn deze uitgaven al bekend. Daarnaast zijn de uitgaven aan basisbeurs die direct als gift uitgekeerd wordt 5,2 miljoen hoger, als gevolg van een hoger dan geraamd aantal studenten in het mbo;
-
De relevante uitgaven aan de aanvullende beurs worden per saldo met 14,0 miljoen verhoogd. De uitgaven aan aanvullende beurs die direct als gift wordt uitgekeerd zijn, als gevolg van de hogere referentieraming, omhoog bijgesteld met 22,2 miljoen. Verder betreft dit lagere omzettingen dan geraamd (8,2 miljoen);
-
De reisvoorziening wordt per saldo met 10,0 miljoen verlaagd. Hier liggen de volgende verklaringen aan ten grondslag:
-
Het budget kosten ov-contract is met 37,7 miljoen verhoogd. Dit is het gevolg van de definitieve vergoeding (afrekening) over 2020. In 2020 waren er met name hogere aantallen studenten dan geraamd wat een tegenvaller oplevert in 2021;
-
De uitgaven aan de reisvoorziening gift is met 2,2 miljoen verhoogd als gevolg van de hogere aantallen in de referentieraming;
-
De omzettingen van prestatiebeurs in gift zijn per saldo met 5,4 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens;
-
De bijdrage studerenden aan OV is met 44,4 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit betreft een tegenboeking waarmee voorkomen wordt dat de waarde van de ov-kaart dubbel geboekt wordt (enerzijds door toekenning aan de student, anderzijds door de betaling aan de ov-bedrijven). Doordat het een tegenboeking betreft, betekent deze negatieve mutatie dus eigenlijk een hoger bedrag aan toekenningen. Dit wordt veroorzaakt door hoger geraamde aantallen in de referentieraming;
-
Het budget voor Caribisch Nederland is met 0,5 miljoen verlaagd op basis van realisatiegegevens;
-
De relevante overige uitgaven worden in 2021 per saldo met 254,5 miljoen verhoogd. Dit betreft voornamelijk een bijstelling van 250,0 miljoen in 2021 voor de geraamde kwijtscheldingen van studieschulden die het gevolg zijn van de kinderopvangtoeslagaffaire. De reguliere kwijtscheldingen zijn daarop over 2022 tot en met 2026 jaarlijks met 5,0 miljoen (in totaal 25,0 miljoen) naar beneden bijgesteld. Naar verwachting vinden er in toekomst minder kwijtscheldingen plaats door de kwijtscheldingsactie van de kinderopvangtoeslagaffaire. Daarnaast worden de relevante overige uitgaven in 2021 met 4,5 miljoen omhoog bijgesteld op basis van realisatiegegevens.
Leningen
De niet relevante uitgaven worden per saldo met 0,1 miljoen verhoogd. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:
-
De niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden met 42,4 miljoen omlaag bijgesteld. Dit betreft allereerst de toekenningen prestatiebeurs. Deze worden omhoog bijgesteld met 8,9 miljoen vanwege de hogere aantallen studenten, met name in het mbo. Tevens bevat deze post de tegenboeking van de omzettingen van prestatiebeurs in gift. Dit budget is met 43,2 miljoen omlaag bijgesteld. Tot slot zijn de omzettingen naar lening met 8,0 miljoen naar beneden bijgesteld;
-
De niet-relevante uitgaven aanvullende beurs zijn met 37,6 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft voornamelijk een bijstelling omhoog van 35,3 miljoen op de toekenningen prestatiebeurs, als gevolg van de hogere aantallen studenten. De omzettingen van prestatiebeurs naar gift, die hier tegen geboekt worden, worden omhoog bijgesteld met 8,2 miljoen (dit betreffen dus minder omzettingen in gift). De omzettingen naar lening, die hier worden tegen geboekt, zijn omlaag bijgesteld met 5,9 miljoen;
-
De niet-relevante uitgaven aan het OV worden met 36,5 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft voornamelijk hogere toekenningen prestatiebeurs, 42,7 miljoen, als gevolg van hogere aantallen studenten. Daarnaast zijn de omzettingen naar gift 5,4 miljoen hoger. Aangezien de omzettingen op deze post negatief worden tegengeboekt, betekent dit dat er minder reisvoorziening naar gift zal worden omgezet. Tot slot zijn de omzettingen naar lening juist met 11,5 miljoen omlaag bijgesteld;
-
De uitgaven op de post rentedragende lening (NR) zijn per saldo omhoog bijgesteld met 4,3 miljoen. Enerzijds zijn de uitgaven aan de rentedragende lening met 21,2 miljoen naar beneden bijgesteld. Als gevolg van de hogere aantallen studenten zullen er naar verwachting meer lenende studenten zijn dan eerder begroot. Daarentegen is er een dalende trend in het percentage leners wat zorgt voor lagere uitgaven aan de rentedragende lening. Dit laatste effect is groter waardoor de uitgaven per saldo lager zijn dan begroot. Deze post betreft anderzijds de tegenboeking van de post omzettingen naar lening, die met 25,4 miljoen naar boven is bijgesteld;
-
De uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met 10,3 miljoen. Deze bijstelling komt, evenals bij de rentedragende lening, door de dalende trend in het percentage studenten dat naar verwachting gebruik gaat maken van het krediet;
-
Het budget voor het levenlanglerenkrediet wordt met 9,8 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens. Er wordt minder gebruik gemaakt van het krediet dan verwacht;
-
De niet-relevante overige uitgaven zijn met 15,9 miljoen omlaag bijgesteld op basis van realisatiegegevens.
Bijdrage aan agentschappen
Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met 3,8 miljoen verhoogd. Als gevolg van de hogere volumes uit de referentieraming wordt het budget met 1,3 miljoen verhoogd. Daarnaast wordt dit budget incidenteel verhoogd met 2,5 miljoen voor de geraamde uitvoeringskosten bij DUO voor het uitvoeren van de kwijtscheldingen en alles wat daarmee samenhangt als gevolg van de kinderopvangtoeslagaffaire.
Ontvangsten
De ontvangsten worden met 142,3 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door een daling van de relevante ontvangsten van 15,4 miljoen en een stijging van de niet-relevante ontvangsten met 157,7 miljoen.
-
De relevante ontvangsten worden omlaag bijgesteld met 15,4 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:
-
Rente ontvangsten: deze post is met 12,2 miljoen verlaagd. Dit betreft lagere rente ontvangsten als gevolg van de lage rente.
-
Overige ontvangsten: deze post is met 3,2 miljoen verlaagd op basis van realisatiegegevens.
-
De niet-relevante ontvangsten worden gevormd door de terugontvangen lening en worden omhoog bijgesteld met 157,7 miljoen op basis van realisatiegegevens. Dit is het gevolg van hogere dan verwachte termijn ontvangsten en extra ontvangsten (ontvangsten bovenop de reguliere termijnontvangsten).
Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen1 | Mutaties 8e ISB 2021 | Stand 8e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 72.432 | 6.324 | 66.108 | 5.194 | 4.593 | 3.669 | 2.818 |
| Totale uitgaven | 72.432 | 6.324 | 66.108 | 5.194 | 4.593 | 3.669 | 2.818 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||
| Inkomensoverdracht | 69.903 | 6.309 | 63.594 | 5.180 | 4.590 | 3.689 | 2.891 |
| Minderjarige deelnemers bol (R) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R) | 3.909 | 341 | 3.568 | 341 | 341 | 341 | 341 |
| Deeltijd vo (R) | 2.597 | 644 | 1.953 | 644 | 644 | 644 | 644 |
| Volwassenenonderwijs (vavo) (R) | 4.758 | 377 | 4.381 | 414 | 769 | 896 | 984 |
| Meerderjarige scholieren vo (R) | 55.235 | 5.372 | 49.863 | 4.937 | 4.641 | 3.835 | 3.115 |
| Meerderjarige scholieren vso (R) | 3.404 | 425 | 3.829 | 328 | 267 | 235 | 225 |
| Leningen | 0 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 |
| STOEB/ALR (NR) | 0 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 | 14 |
| Bijdrage aan agentschappen | 2.529 | 29 | 2.500 | 28 | 17 | 6 | 59 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 2.529 | 29 | 2.500 | 28 | 17 | 6 | 59 |
| Ontvangsten | 3.167 | 984 | 2.183 | 929 | 888 | 844 | 809 |
| Minderjarige deelnemers bol (R) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo (R) | 327 | 42 | 285 | 42 | 42 | 42 | 42 |
| Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R) | 2.840 | 942 | 1.898 | 887 | 846 | 802 | 767 |
Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant
Toelichting
Uitgaven
De uitgaven aan de WTOS worden per saldo met 6,3 miljoen verlaagd. Dit betreft een bijstelling omlaag van 6,3 miljoen op de inkomensoverdrachten. Hieronder zal per instrument worden toegelicht wat de oorzaken van de bijstellingen zijn.
Toelichting per instrument:
Inkomensoverdracht
De raming wordt per saldo met 6,3 miljoen verlaagd. De uitgaven zijn naar beneden bijgesteld door een lager aantal WTOS-gerechtigden dan geraamd. Daarnaast zijn de uitgaven verder naar beneden bijgesteld op basis van realisatiegegevens.
Ontvangsten
Het ontvangstenbudget wordt met 1,0 miljoen verlaagd op basis van realisatiegegevens.
Beleidsartikel 13. Lesgeld
| Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen1 | Mutaties 8e ISB 2021 | Stand 8e ISB 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 13.997 | 41 | 14.038 | 117 | 185 | 151 | 102 |
| Totale uitgaven | 13.997 | 41 | 14.038 | 117 | 185 | 151 | 102 |
| waarvan juridisch verplicht (%) | 100% | ||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 13.997 | 41 | 14.038 | 117 | 185 | 151 | 102 |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 13.997 | 41 | 14.038 | 117 | 185 | 151 | 102 |
| Ontvangsten | 172.018 | 16.725 | 188.743 | 25.967 | 31.006 | 20.694 | 12.066 |
Toelichting
Ontvangsten
Het ontvangstenbudget wordt met 16,7 miljoen verhoogd op basis van de hogere gerealiseerde lesgeldontvangsten in 2020.