Base description which applies to whole site

3.4 Dienst Landelijk Gebied (DLG)

Begroting agentschap 2015

Bedragen x € 1.000
 

2013 Stand Slotwet

2014 Begroting

(stand 1e suppletoire begroting 2014)

2015

2016

2017

2018

2019

Baten

             

Omzet moederdepartement

78.926

56.812

51.021

       

Omzet overige departementen

8.487

6.000

         

Omzet derden

15.372

6.601

5.700

       

Rentebaten

57

50

         

Vrijval voorzieningen

370

 

12.000

       

Bijzondere baten

75

           

Totaal baten

103.287

69.463

68.721

       
               

Lasten

             

Apparaatskosten

95.821

87.157

68.721

       

Personele kosten

64.927

61.467

48.392

       

– waarvan eigen personeel

63.165

60.467

48.392

       

– waarvan externe inhuur

1.762

1.000

         

Materiële kosten

30.894

25.690

20.329

       

– waarvan apparaat ICT

59

70

50

       

– waarvan bijdrage aan SSO's

9.524

13.976

13.726

       

Rentelasten

164

56

         

Afschrijvingskosten

             

Materieel

908

1.000

         

– waarvan apparaat ICT

             

Immaterieel

419

250

         

Overige kosten

             

– dotaties voorzieningen

5.499

           

– bijzondere lasten

             

Totaal lasten

102.811

88.463

68.721

       
               

Saldo van baten en lasten

476

– 19.000

0

       

Toelichting

Het kabinet Rutte I heeft besloten dat het natuurbeleid wordt gedecentraliseerd van rijk naar provincies. Dit besluit heeft gevolgen voor Dienst Landelijk Gebied (DLG), dat als landelijke rijksdienst projecten uitvoert in het landelijk gebied voor zowel Rijk als provincies. De provincies hebben namelijk in 2013 in het kader van de decentralisatie besloten het provinciale aandeel in DLG uit de landelijke dienst te halen. Als gevolg hiervan heeft de Staatsecretaris op 11 oktober 2013 moeten besluiten dat DLG wordt opgesplitst in een rijksdeel en provinciaal deel. In de eerste helft van 2015 gaan 400 fte over naar de provincies; vanaf de datum van overgang voert DLG geen bedrijfsactiviteiten meer uit. Omdat er in de eerste maanden van 2015 nog wel sprake is van bedrijfsactiviteiten, moet DLG nog een begroting indienen. Direct na beëindiging van de activiteiten zal gestart worden met het opstellen van de jaarrekening 2015 over de actieve periode en de bijbehorende accountantscontrole. Aansluitend hierop zal de slotbalans worden opgesteld.

De rijksopdracht DLG zal na de feitelijke opsplitsing organisatorisch worden ondergebracht bij RVO. De taken, expertise en competenties die na 2014 behouden moeten blijven voor de uitvoering van de rijksopdracht hebben in 2015 een omvang van 132 fte. Met ingang van de feitelijke opsplitsing gaat er jaarlijks structureel € 41 mln naar het provinciefonds voor de financiering van de 400 fte die overgaan naar provincies. In 2015 zal dit een lager bedrag zijn omdat de 400 fte pas in de loop van 2015 overgaan.

Na de opsplitsing van DLG zijn er in 2015 nog afrondingsactiviteiten om DLG in 2015 als dienst te beëindigen. De belangrijkste activiteiten zijn het opstellen van de jaarrekening en de slotbalans, het sluiten van de administratie en het afronden van diverse facilitaire zaken. Voor deze afrondingsfase in 2015 zijn ca. 20 DLG-medewerkers met specifieke kennis nodig. De kosten die hiermee samenhangen zijn in deze begroting opgenomen.

Baten

Omzet moederdepartement

EZ heeft in 2015 € 41 mln beschikbaar voor de opdrachten vanuit de provincies. Dit bedrag correspondeert met de 400 fte provinciaal aandeel in DLG. Voor het uitvoeren van de rijksopdracht heeft EZ in 2015 € 10 mln beschikbaar, die mede nodig is voor de financiering van de 132 fte die deze opdracht uitvoert.

Omzet derden

De bijdrage derden betreffen bijdragen van de provincies, ZBO’s en overige.

Rentebaten

DLG voorziet geen rentebaten in zijn begroting.

Vrijval voorzieningen

De vrijval voorzieningen hangt samen met het aanwenden van de reorganisatievoorziening voor kosten die voortvloeien uit de opsplitsing van DLG.

Bijzondere baten

DLG voorziet geen bijzondere baten in zijn begroting.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten zijn gebaseerd op 700 fte die DLG op 1-1-2015 nog in dienst verwacht te hebben. De gemiddelde loonsom per fte ligt op circa € 69.000.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn voor 2015 gebaseerd op de 700 fte van DLG. De kosten voor de Shared Service organisaties (SSO’s) van € 13,7 mln hebben betrekking op het beheer van ICT, de huurkosten voor huisvesting en het Personeelservice Center.

Rentelasten

DLG voorziet geen rentelasten in zijn begroting.

Dotaties aan voorzieningen

DLG voorziet geen dotaties aan voorzieningen in zijn begroting.

Bijzondere lasten

DLG voorziet geen bijzondere lasten in zijn begroting.

Saldo van baten en lasten

Voor heel 2014 werd bij 1e suppletoire begroting 2014 een negatief saldo van baten en lasten van € 19 mln verwacht. Het beschikbare eigen vermogen van DLG is voldoende om het verlies op te vangen. Voor 2015 wordt een saldo van baten en lasten van nul begroot.

Kasstroomoverzicht over het jaar 2015

Bedragen x € 1.000
   

2013

Stand Slotwet

2014

Begroting

(stand 1e suppletoire begroting 2014)

2015

2016

2017

2018

2019

1.

Rekening courant RHB 1 januari 2014 + depositorekeningen

24.793

41.140

41.487

       

2.

Totaal operationele kasstroom

3.915

1.250

0

       
 

–/– totaal investeringen

108

0

         
 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

234

0

         

3.

Totaal investeringskasstroom

126

0

0

       
 

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

             
 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

15.000

0

0

       
 

–/– aflossingen op leningen

2.695

903

0

       
 

+/+ beroep op leenfaciliteit

 

0

0

       

4.

Totaal financieringskasstroom

12.305

– 903

0

       

5.

Rekening courant RHB 31 december 2014 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

41.139

41.487

41.487

       

Toelichting

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

DLG voorziet geen investeringen in zijn begroting.

Financieringskasstroom

DLG verwacht voor 2015 geen beroep op de leenfaciliteit te zullen doen.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren

 

2013 Slotwet

2014 Vastgestelde begroting

2015

2016

2017

2018

2019

Kostprijzen per product (groep)

             

Tarieven

             

Tarieven/uur

€ 110,31

€ 108,50

€ 108,50

       

Index in reële termen t.o.v. 2014 (2014= 100)

 

100

99,4

       

Fte

             

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

963

820

700

       

Personeelskosten per fte

68.600

68.000

69.000

       

Verhoudingen direct/ indirect (excl. externe inhuur)

 

76/24

76/24

       

Saldo van baten en lasten

             

Saldo van baten en lasten (% van totale baten)

0,5%

0,0%

– 21,2%

       

Kwaliteit

             

Klanttevredenheid

7,1

       

Toelichting

  • Tarieven: de referentie voor de index is het uurtarief 2014 (€ 108,50). De reële tariefontwikkeling is de absolute tariefontwikkeling, gecorrigeerd voor autonome loon- en prijsontwikkeling (op basis van CPB-indexcijfers voor prijs (IMOC) en loonvoet sector overheid. De tarieven voor 2015 dalen dan reëel ten opzichte van 2014;

  • FTE-totaal (exclusief externe inhuur): geeft het aantal fte weer dat DLG ultimo boekjaar (t) in dienst heeft;

  • Personeelskosten per fte: de salariskosten per fte;

  • Verhouding direct/indirect (exclusief externe inhuur): dit geeft de verhouding aan tussen de medewerkers uit het primair proces en de medewerkers van de staf en ondersteuning van DLG;

  • Saldo van baten en lasten (%): geeft de verhouding (in %) weer van de totale lasten gedeeld door de totale baten per boekjaar (t);

  • Klanttevredenheid: de klanttevredenheid wordt eenmaal per twee jaar door een onafhankelijk bureau gemeten onder opdrachtgevers en stakeholders van DLG.

Licence