Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2 Begroting op hoofdlijnen

Belangrijkste wijzigingen

De onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2021. Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in verdiepingsbijlage.

Tabel 5 Belangrijkste wijzigingen (bedragen x € 1.000)
  

art.

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027-2034

2035

Stand ontwerpbegroting 2021

 

13.804.440

6.714.328

7.694.313

7.258.499

7.109.989

6.991.424

48.290.864

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

 

583.910

298.169

‒ 343.581

‒ 467.492

‒ 93.891

‒ 33.683

57.474

 

Stand na 1e suppletoire begroting 2021

 

14.388.350

7.012.497

7.350.732

6.791.007

7.016.098

6.957.741

48.348.338

 

Belangrijkste mutaties Mobiliteitsfonds

 

‒ 6.957.713

7.484.808

175.352

18.852

130.325

153.487

1.265.333

6.407.352

 

Kaderrelevante mutaties hoofdstuk MF

         

1

Bijdragen derden

 

39.549

1.792

3.001

‒ 126.703

6.155

3.136

16.413

1.202

 

- Hoofdwegennet

12

877

15

1.111

1.155

4.177

1.039

9.659

1.052

 

- Spoorwegen

13/11

24.736

       
 

- Hoofdvaarwegennet

15/11

 

650

650

650

650

650

1.200

150

 

- Megaprojecten

17

13.936

1.127

1.240

‒ 128.508

1.328

1.447

5.554

 

2

Extrapolatie

        

6.246.330

 

- Bijdrage aan MF

        

6.043.546

 

- Ontvangsten derden

        

202.784

3

Loon- en prijsbijstelling

 

135.845

109.418

164.840

162.771

138.181

148.101

1.274.320

159.820

4

Omvorming ProRail

13

‒ 7.130.300

7.336.000

      

5

Overboekingen HXII

divers

‒ 24.099

‒ 11.904

‒ 6.325

‒ 6.832

‒ 3.627

‒ 4.600

‒ 12.600

 

6

Verdeling meerkosten Covid

11

‒ 395

       

7

Overboekingen andere begrotingen

divers

‒ 35.122

26.502

‒ 13.433

‒ 13.409

‒ 13.409

‒ 11.900

‒ 89.250

 

8

Stikstof AP: Innovatieontwikkeling

12

4.000

8.000

8.000

     

9

AP: Compensatiepakket Zeeland

11

46.008

       

10

Stikstof AP: Aanbesteding Rijksdiensten

11

 

15.000

18.750

22.500

22.500

18.750

37.500

 

11

Actualisatie ontvangstenramingen

divers

‒ 519

 

519

‒ 19.475

‒ 19.475

 

38.950

 
 

Mutaties binnen kader hoofdstuk MF

         

12

Actualisatie programmering artikel 20

11

204.826

116.329

73.880

51.840

‒ 60.858

‒ 27.409

‒ 319.744

‒ 38.864

  

12

‒ 172.227

‒ 90.112

‒ 29.909

2.080

81.589

58.522

170.664

‒ 20.607

  

13

‒ 11.202

‒ 5.830

‒ 5.551

‒ 12.200

‒ 15.801

‒ 31.117

37.701

44.000

  

15

‒ 21.397

‒ 20.387

‒ 38.420

‒ 41.720

‒ 4.930

4

111.379

15.471

13

Actualisatie programmering ontwikkeling

12

  

‒ 20.000

 

20.000

   
  

13

  

‒ 25.000

‒ 50.000

50.000

25.000

  
  

15

10.000

 

70.000

 

‒ 20.000

‒ 60.000

  
  

17

‒ 10.000

 

‒ 25.000

50.000

‒ 50.000

35.000

  

14

Reservering nader toe te wijzen VenR

12

      

990.923

262.067

  

15

      

533.574

141.113

  

18

      

‒ 1.524.497

‒ 403.180

15

Meerkosten Covid

12/15/17

7.320

       

Stand ontwerpbegroting 2022

  

7.430.637

14.497.305

7.526.084

6.809.859

7.146.423

7.111.228

49.613.671

6.407.352

1. Dit betreft de wijziging van diverse bijdragen van derden op het Mobiliteitsfonds. De voornaamste bijdragen zijn het gevolg van de afrekening voorschotten ProRail over het laatste tertaal 2020 (€ 43 miljoen in 2021) en de afboeking van de bijdrage van gemeente Vught en Provincie Noord Brabant voor het project PHS (- € 130 miljoen in 2024). De bijdrage wordt direct aan ProRail gedaan.

2. Bij de begroting 2022 wordt de looptijd van het Mobiliteitsfonds met een jaar verlengd tot en met 2035. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2034 stand begroting 2021 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken. Met de verlenging tot en met 2035 komt in totaal – inclusief structurele ontvangsten – een ruimte van circa € 6,2 miljard beschikbaar op het Mobiliteitsfonds. Deze ruimte wordt bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die benodigd zijn voor de instandhouding van het huidige areaal. Hiervoor is in 2035 circa € 4,8 miljard benodigd. De ruimte die in 2035 resteert na aftrek van de doorlopende verplichtingen bedraagt circa € 1,4 miljard en wordt toegevoegd aan de generieke investeringsruimte.

3. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling voor het jaar 2021. De middelen die bij de eerste suppletoire begroting 2021 voor de loon- en prijsbijstelling aan de begroting Hoofdstuk XII zijn toegevoegd, worden toebedeeld naar diverse artikelen op de begroting Hoofdstuk XII en de investeringsfondsen.

4. De begroting 2021 was gebaseerd op het voornemen om ProRail met ingang van 1 juli 2021 om te vormen tot een publiekrechtelijke zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Met het besluit om het wetsvoorstel controversieel te verklaren, is deze inwerkingtredingsdatum niet langer haalbaar. Met de kamerbrief van 4 februari 2021 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2020-2021, 35 396, nr. 15) is gemeld vooralsnog uit te gaan van een inwerkingtreding per 1 januari 2022. De begroting 2022 is hierop aangepast, maar blijft uiteraard mede afhankelijk van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. Deze effecten worden budgettair neutraal in de Rijksbegroting opgenomen. In de Rijksbegroting worden de inkomsten- en uitgavenramingen opgehoogd: eenmalig hogere belastinginkomsten en eenmalig hogere uitgaven op de begroting van het Ministerie van IenW. Deze bedragen zijn gelijk aan elkaar, waardoor deze correctie budgettair neutraal uitpakt voor de Rijksbegroting. De structurele btw-gevolgen voor derden bij cofinanciering en de incidentele fiscale gevolgen bij het Theemswegtracé zullen in een volgende begroting worden verwerkt, omdat dan de precieze omvang bekend is

5. Voor de uitvoering van verschillende programma's is in totaal € 70 miljoen overgeboekt naar Hoofdstuk XII van de rijksbegroting, de beleidsbegroting van IenW. In de verdiepingsbijlage zijn de mutaties nader inzichtelijk gemaakt.

6. Dit betreft de overboeking naar het Deltafonds voor de verdeling van de reservering meerkosten Covid op art. 11.03 van het MF.

7. Dit betreft de overboekingen van en naar andere begrotingshoofdstukken binnen de Rijksbegroting (- € 150 miljoen). Het gaat voornamelijk om overboekingen naar het Ministerie van Defensie voor de Kustwacht (- € 142,8 miljoen).

7. In de begroting 2022 zijn zowel de uitgavenramingen als de ontvangstenramingen geactualiseerd. In totaal schuift € 39 miljoen ontvangsten door naar latere jaren. Het gaat om een schuif op de tolontvangsten.

8. Dit betreft de overboeking vanaf de aanvullende post voor stikstof bestemd voor het ontwikkelen van innovaties rondom nieuwe bouwconcepten en bouwlogistiek (o.a. andere materialen. bouwhubs en prefab) Het gaat om een overboeking van € 20 miljoen voor IenW.

9. Op de aanvullende post is voor het compensatiepakket Zeeland in het kader van het pakket ‘Wind in de Zeilen’ in totaal € 50 miljoen geraamd . Hiervan was al € 5 miljoen overgeboekt naar de begroting van IenW (IF art 20.03) voor de ontwikkeling van de stationsomgeving Vlissingen. Nu wordt de resterende € 46 miljoen (inclusief prijsindexatie 2021 van € 1 miljoen) overgeboekt voor infrastructurele maatregelen die noodzakelijk zijn voor het rijden van de intercityverbinding Vlissingen-Rotterdam.

10. Dit betreft de overboeking vanaf aanvullende post voor stikstof bestemd voor het in staat stellen van aanbestedende rijksdiensten (RWS, ProRail en RVB) om structureel uitstoot verminderende criteria te stellen bij aanbestedingen (in totaal € 180 miljoen, waarvan € 135 miljoen naar IenW).

11. Naar aanleiding van de meest actuele inzichten zijn de ontvangstenramingen geactualiseerd. De voornaamste verschuiving vindt plaats op de tolontvangsten in 2024 en 2025. In totaal schuift er € 39 miljoen naar latere jaren.

12. Om de middelen op artikel 20 in het juiste ritme te zetten voor uitname naar de artikelen zijn budgetneutrale schuiven verwerkt met als tegenboeking de aanlegartikelonderdelen 12.03, 13.03 en 15.03. Deze schuiven hebben tot gevolg dat de overprogrammering toeneemt tot het niveau van ca. € 3,4 miljard in de begrotingsperiode.

13. Naar aanleiding van de meest actuele inzichten zijn de projectramingen geactualiseerd. Om tot een evenwichtige verdeling te komen van de overprogrammering over de verschillende artikelen, zijn er kaderruilen toegepast tussen de verschillende artikelen.

14. De reservering nader toe te delen VenR is toegevoegd aan de VenR-budgetten voor wegen en vaarwegen in de jaren 2030 t/m 2035.

15. De corona-maatregelen leiden tot € 7,2 miljoen extra kosten bij Rijkswaterstaat: extra veiligheidsvoorzieningen, stilleggen van materieel en buitenlandpersoneel dat niet naar Nederland komt.

Licence