Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

A. Realisatie van de beleidsprioriteiten 2014

In 2014 zijn de volgende kernpunten aan de orde gekomen:

Regeerakkoord Rutte II

De normeringssystematiek «samen de trap op, samen de trap af» is in 2014 toegepast. Het gemeentefonds en provinciefonds zijn gekoppeld aan de ontwikkeling van de uitgaven van het Rijk, de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Via de normeringssystematiek werken de rijksbezuinigingen en -intensiveringen evenredig door naar het gemeentefonds en het provinciefonds.

Het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen (Bofv) tussen de fondsbeheerders en de VNG, het IPO en de UvW heeft in 2014 twee keer plaatsgevonden. Op 19 mei voor het verschijnen van de voorjaarsnota en op 10 september voorafgaand aan het verschijnen van de miljoenennota.

EMU-saldo

Beheersing van het EMU-saldo is een gemeenschappelijke opgave voor het Rijk en de decentrale overheden. In het Bestuurlijk overleg financiële verhouding (Bofv) van 19 mei 2014 is het eindrapport van de ambtelijke werkgroep «Beheersing EMU-saldo decentrale overheden» vastgesteld. Doel van het rapport is om het EMU-saldo van decentrale overheden beter te ramen en meerjarig te beheersen. Tijdens het Bofv van 10 september 2014 is besloten dat er twaalf opties uit het rapport op korte termijn worden uitgevoerd. Gemeenten, provincies, waterschappen, het CBS en het Rijk zijn gestart met de implementatie van de beheersingsmaatregelen.

Schatkistbankieren

In 2014 zijn de decentrale overheden € 0,3 miljard meer in de schatkist gaan aanhouden. Het Ministerie van Financiën had voor 2014 een instroom in de schatkist door decentrale overheden van € 1,1 miljard geraamd. De deelname van decentrale overheden aan het schatkistbankieren heeft echter ook in 2014 een positieve bijdrage geleverd aan het verlagen van de EMU-schuld. In totaal hielden de decentrale overheden eind 2014 € 7,0 miljard in de schatkist aan. Het totale verlagende effect op de EMU-schuld bestaat uit deze in de schatkist aangehouden middelen en uit de omvang van de onderlinge leningen tussen decentrale overheden.

Het Ministerie van Financiën heeft in 2014 een beleidsdoorlichting schatkistbankieren uitgevoerd over de periode 2009–2014. Omdat decentrale overheden pas sinds eind 2013 deelnemen aan het verplicht schatkistbankieren zijn er nog geen harde conclusies te trekken over hun deelname. Wel is geconstateerd dat de deelname van de decentrale overheden heeft bijgedragen aan een reductie van de EMU-schuld. In de aanbiedingsbrief (Tweede Kamer, 2014–2015, 31 935 B, nr. 13) van de beleidsdoorlichting is het voornemen aangekondigd dat in 2015–2016 een enquête onder de deelnemers wordt gehouden over hun ervaringen met het schatkistbankieren. De uitkomsten van deze enquête kunnen worden meegenomen bij de evaluatie van de wet verplicht schatkistbankieren. Deze evaluatie zal binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet verplicht schatkistbankieren plaatsvinden.

Licence