Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

In de tweede suppletoire begroting van OCW wordt een verdere uitwerking gegeven aan de besluiten van het kabinet over de Najaarsnota voor het begrotingshoofdstuk van OCW (VIII). Als gevolg hiervan wordt in de OCW-begroting in 2016 een uitgavenpeil van € 38,7 miljard geraamd. Het geraamde ontvangstenniveau is € 1,3 miljard.

In tabel 1 en 2 wordt de aansluiting getoond van respectievelijk de uitgaven en ontvangsten tussen de eerste suppletoire begroting 2016 en de tweede suppletoire begroting 2016. Een deel hiervan is al gepresenteerd in de Miljoenennota 2017 en de hiermee samenhangende OCW-begroting 2017.

Tabel 1. Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2016 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
   

Artikelnr.

Uitgaven

Stand oorspronkelijk vastgesteld begroting 2016

 

36.863.389

       

Stand eerste suppletoire begroting 2016

 

38.380.842

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   

1)

Autonome raming studiefinanciering

11

– 18.000

2)

Mee- en tegenvallers

diverse

– 47.848

3)

Meerjarige kasschuiven

diverse

176.748

4)

Overlopende verplichtingen

diverse

– 3.671

5)

Niet kaderrelevante mutaties

11

215.000

6)

Overige mutaties

diverse

21.676

Stand 2e suppletoire begroting 2016

 

38.724.747

Toelichting op de belangrijkste uitgavenmutaties:

1) Autonome raming studiefinanciering

De uitgaven aan de basisbeurs gift zijn neerwaarts bijgesteld. Met name bij het mbo laten de reeds bekende realisaties iets lagere uitgaven zien dan aanvankelijk geraamd. Ook zijn de uitgaven aan de aanvullende beurs gift naar beneden bijgesteld op basis van de reeds bekende realisatiecijfers.

2) Mee- en tegenvallers

Dit betreft het saldo van diverse mee- en tegenvallers. Zo is er sprake van een tegenvallers in het voortgezet onderwijs omdat de realisatie van het aantal leerlingen hoger is dan de raming (+ € 12,8 miljoen) en door de doorwerking van de instroom van nieuwkomers in het onderwijs (+ € 23,4 miljoen). Daartegenover staan meevallers in het primair onderwijs op de subsidies (– € 21,0 miljoen) en op de bekostiging omdat er tijdelijke regelingen zijn afgelopen die pas per 2017 worden verlengd (– € 14,0 miljoen). Ook is er sprake van onderuitputting op de regeling voortijdig schoolverlaten (– € 19,0 miljoen).

3) Meerjarige kasschuiven

De hoogte van de kasschuiven wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een kasschuif op de OV-kaart van € 200,0 miljoen van 2017 naar 2016. Dit bedrag wordt in 2016 vooruitbetaald aan de vervoerders. Daarnaast wordt er op het centrale apparaatsartikel een bedrag van € 16,9 miljoen in 2016 doorgeschoven naar de jaren 2017–2021. Hierbij wordt onder andere de onverwachte teruggave van het OCW aandeel in de surplus op het Eigen Vermogen van FMHaaglanden en voormalig RGD doorverdeeld.

4) Overlopende verplichtingen

Op diverse artikelen zijn er verplichtingen die niet meer in 2016 tot uitgaven zullen leiden maar wel in 2017.

5) Niet kaderrelevante uitgaven

De niet-kaderrelevante uitgaven voor studiefinanciering zijn hoger dan geraamd. Dit is het gevolg van een toename in zowel het aantal studenten dat leent, als de gemiddeld geleende bedragen.

6) Overige mutaties

Het betreft overboekingen met andere departementen en desalderingen van uitgaven met ontvangsten.

Tabel 2. Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2016 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
   

Artikelnr.

Ontvangsten

Stand oorspronkelijk vastgesteld begroting 2016

 

1.337.192

       

Stand 1e suppletoire begroting 2016

 

1.312.311

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   

1)

Meerontvangsten

1

1.800

2)

Autonome raming studiefinanciering

11

– 10.000

3)

Rente studiefinanciering

11

– 3.000

4)

Niet kaderrelevante mutaties

11

– 15.000

5)

Overige mutaties

1,14,25

11.969

Stand 2e suppletoire begroting 2016

 

1.298.080

Toelichting op de belangrijkste ontvangstenmutaties:

1) Meerontvangsten

Dit betreft meerontvangsten als gevolg van de afhandeling van verschillende jaarrekeningen en subsidies in het primair onderwijs.

2) Autonome raming studiefinanciering

De post kortlopende vorderingen is naar beneden bijgesteld. Er is minder achterstallig lager recht en daardoor wordt ook minder ontvangen op kortlopende vorderingen.

3) Rente studiefinanciering

Uit de maandelijkse realisatiecijfers blijkt dat oud-studenten minder extra terugbetalingen doen. De ontvangen rente is daarom naar beneden bijgesteld.

4) Niet kaderrelevante mutaties

De niet-kaderrelevante ontvangsten voor studiefinanciering worden naar beneden bijgesteld. Dit betreft een bijstelling van de terugontvangen hoofdsom op studieleningen. In de reeds bekende maandelijkse realisaties is het bedrag aan extra ontvangsten (de ontvangsten buiten de normale termijnbedragen) iets lager dan geraamd.

5) Overige mutaties

Dit betreft desalderingen van uitgaven met ontvangsten.

Licence