Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

7.1. Verhogen verlaagde btw-tarief

Het kabinet stelt voor het verlaagde btw-tarief te verhogen van 6 naar 9 percent. Deze maatregel past in het streven dat is gericht op een schuif in de belastingmix van directe naar indirecte belastingen. De verhoging van het verlaagde btw-tarief is direct verbonden met de voorstellen die zien op de structurele verlaging van de belastingen op inkomen. Door het samenstel van fiscale maatregelen gaan alle inkomensgroepen er de komende jaren in koopkracht op vooruit.

Het belasten van consumptie is economisch minder verstorend dan het belasten van inkomen. Dit is ook de reden dat de OESO18 en het IMF19 Nederland adviseren om te komen tot een belastingschuif van de directe belastingen naar de indirecte belastingen. Bovendien is de opbrengst van de belasting op consumptie meer solide en stabiel dan de opbrengst uit belastingen op inkomen.20

De voordelen van een belastingschuif wegen op tegen de beperkte grenseffecten van deze maatregel. Uit het rapport van de Studiegroep Duurzame Groei21 blijkt dat met name houdbare voedingsmiddelen gevoelig zijn voor grenseffecten. In België en Duitsland is het prijspeil voor voedingsmiddelen over het algemeen hoger dan in Nederland, ook na de verhoging van het verlaagde btw-tarief.22 Over het geheel genomen zullen de grenseffecten naar verwachting dan ook beperkt zijn.

Het kabinet stelt voor om geen aanvullende wetgeving op te nemen voor de overgangssituaties rondom de tariefswijziging. Tijdens de Voortzetting algemeen overleg over de Fiscale Agenda op 7 juni jl. heeft de Staatssecretaris van Financiën al kenbaar gemaakt dat dit kabinet het naheffen over vooruitbetalingen niet wenselijk acht en de ondernemer in een dergelijke situatie niet wil confronteren met de extra inspanning die gepaard gaat met naheffing.23 Om deze reden stelt het kabinet voor geen aanvullende wetgeving door middel van overgangsrecht op te nemen en op die wijze bij te dragen aan het soepel laten verlopen van de overgang. In de praktijk betekent dit namelijk dat ondernemers voor het vaststellen van welk btw-tarief van toepassing is, kunnen aansluiten bij het reguliere moment van verschuldigdheid. Dit moment volgt rechtstreeks uit de toepassing van de Wet OB 1968 en wijkt niet af van de wijze waarop een ondernemer normaal gesproken zijn administratie voor de omzetbelasting voert. Op deze wijze blijven de administratieve lasten voor ondernemers tot een minimum beperkt. Niettemin werkt de verhoging van de btw ook door naar de Wet op de vaste boekenprijs. Er is een wijziging opgenomen die ondernemers de mogelijkheid biedt om een vastgestelde vaste prijs te wijzigen en daarmee het effect van een btw-wijziging te kunnen verdisconteren.

Licence