Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.3.3. Budgettair Kader Zorg (BKZ)

De kaderonderschrijding op het Budgettair Kader Zorg (BKZ) is in 2016 uitgekomen op 1,8 miljard euro. Ten opzichte van de Miljoenennota 2016 kende het BKZ een extra onderschrijding van 1,1 miljard euro, zie tabel 2.3.5. Deze onderschrijding is het saldo van een ruilvoettegenvaller van 0,3 miljard euro, diverse ramingsbijstellingen en mee- en tegenvallers.

Tabel 2.3.5 Kadertoetsing Budgettair Kader Zorg (in miljarden euro; – is onderschrijding)
 

2016

Kadertoets Miljoenennota 2016

– 0,7

Ruilvoet

0,3

   

Cure

 

Nominaal en onverdeeld Zorgverzekeringswet (Zvw)

– 0,6

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

– 0,3

Wijkverpleging

– 0,2

Eerstelijnszorg

– 0,2

Grensoverschrijdende zorg

– 0,2

Genees- en hulpmiddelen

– 0,2

Multidisciplinaire zorg

0,1

Kasschuif Medisch-Specialistische Zorgkader

– 0,1

Besluitvorming overschrijdingen MSZ 2012 en 2013

– 0,1

Kasschuif Erasmus MC

0,1

Overig Cure

0,1

   

Care

 

Financieringsmutatie Wlz

– 0,1

Wlz buiten contracteerruimte

0,1

Overig Care

0,0

   

Kadertoets Financieel Jaarverslag van het Rijk 2016

– 1,8

Op basis van voorlopige realisatiecijfers over 2016 van het Zorginstituut Nederland (ZiNL) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zijn de zorguitgaven bijgesteld.

Als gevolg van het verschil tussen de oorspronkelijk beschikbaar gestelde middelen voor de curatieve zorg, de zogenoemde groeiruimte, en de verschillende afspraken uit zorgakkoorden over de toegestane groei in die sectoren heeft het kabinet een ramingsbijstelling doorgevoerd bij de uitgaven voor de curatieve zorg.

De geneeskundige geestelijke gezondheidszorg liet vorig jaar een onderschrijding zien, die in het verlengde ligt van de onderschrijding uit de eerdere jaren. Dat hangt onder meer samen met de substitutie naar de praktijkondersteuner huisarts voor psychische klachten (POH-ggz) onder het huisartsenkader, een verschuiving naar de basis ggz, de achterblijvende intensivering van de ambulantisering (meer zorg wordt thuis in plaats van intramuraal geleverd) en de scherpere inkoop van zorgverzekeraars.

Daarnaast is er een onderschrijding bij de wijkverpleging. De belangrijkste oorzaak is dat er bij de hervorming van de langdurige zorg rekening is gehouden met een te grote groep extramurale cliënten met een Wet langdurige zorg (Wlz)-profiel die vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) zou overgaan naar de Zorgverzekeringswet (Zvw).

De onderschrijding bij de eerstelijnszorg komt vooral door de lagere groei bij de huisartsenzorg en hangt samen met de overschrijding bij de multidisciplinaire zorgverlening, waar mogelijkheden groter zijn om meer zorg te leveren. Beide sectoren vallen onder het hoofdlijnenakkoord voor huisartsen.

De uitgaven aan grensoverschrijdende zorg zijn in de afgelopen jaren nauwelijks gegroeid, terwijl in de ramingen is uitgegaan van groei. Dit heeft geleid tot een onderschrijding in 2016.

Bij de genees- en hulpmiddelen is er sprake van een per saldo onderschrijding die wordt veroorzaakt door lagere uitgaven aan hoortoestellen, verzorgingsmiddelen en diabetesmateriaal.

Naar aanleiding van bestuurlijk overleg met partijen van het bestuurlijk hoofdlijnenakkoord medisch specialistische sector (MSZ) is, in verband met de geconstateerde overschrijding in 2012 70 miljoen euro in mindering gebracht op het beschikbare macrokader MSZ 2016. Ook was er vorig jaar een kasschuif om in 2016 niet-benodigde middelen voor de overgang naar integrale tarieven toe te voegen aan het MSZ-kader in latere jaren.

In een bindend advies is de schadevergoeding vastgesteld die VWS aan Erasmus Medisch Centrum moet betalen vanwege het niet nakomen van twee toezeggingen uit 2009. VWS heeft de schadevergoeding in 2015, 2016 en 2017 betaald. Voor de betaling in 2016 is via een kasschuif 81 miljoen euro toegevoegd aan de 4 miljoen euro die voor 2016 was gereserveerd.

De uitgaven op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz) binnen de contracteerruimte zijn binnen het kader gebleven. De financieringsmutatie fluctueert echter wel jaar op jaar, omdat er een tijd zit tussen het moment waarop de NZa de productieafspraken van partijen ontvangt en de verwerking ervan in de budgetten en de bevoorschotting/declaraties van de instellingen. Daardoor is het gebruikelijk dat de financiering binnen een jaargrens afwijkt van de budgetten in dat jaar. Zo ontstaan zogeheten financieringsachterstanden of -voorsprongen. De financieringsmutatie van – 0,1 miljard euro betekent dat er in 2016 minder is gefinancierd dan uiteindelijk geproduceerd.

Bij de uitgaven op basis van de Wet langdurige zorg buiten de contracteerruimte is sprake van een tegenvaller doordat de nacalculeerbare kapitaallasten hoger zijn uitgevallen. Vanaf 2018 maken de kapitaallasten volledig onderdeel uit van de reguliere bekostiging in de Wlz (zzp-tarieven).

Licence