Base description which applies to whole site

6. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Inleiding

In het begrotingsjaar 2015 is verder gewerkt aan de verbetering van de bedrijfsvoering van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Op basis van interne periodieke informatie over de bedrijfsvoeringsprocessen en de risico’s die daarbij aan het licht komen, wordt op een gestructureerde wijze bewaakt of het ministerie zijn doelstellingen op doelmatige en rechtmatige wijze realiseert. Deze bedrijfsvoeringparagraaf gaat in op de bedrijfsvoeringvraagstukken die zich gedurende het begrotingsjaar hebben voorgedaan en waarvan informatieverstrekking voor het inzicht en de oordeelsvorming door de Staten Generaal van belang is.

Mede op basis van risicoanalyses op onder andere de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden is een systematische afweging gemaakt inzake de in te zetten instrumenten van sturing en beheersing van de bedrijfsvoering. Dit omvat mede het vaststellen van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en de uitgangspunten voor opname van de relevante aandachtspunten in deze bedrijfsvoeringsparagraaf.

De Algemene Rekenkamer heeft in haar rapport bij het jaarverslag 2014 van VenJ zes onvolkomenheden geconstateerd. De voortgang in de aanpak van deze onvolkomenheden in 2015 komen afzonderlijk in deze bedrijfsvoeringsparagraaf aan de orde. De bevindingen van de Algemene Rekenkamer (AR) over 2014, samen met de bevindingen van de Auditdienst Rijk (ADR) over 2015, hebben duidelijk gemaakt dat diverse onderdelen van de bedrijfsvoering verdere verbetering behoeven. Ten aanzien van financieel beheer en meer specifiek de controlfunctie is in 2015 vastgesteld dat de financiële beheersing binnen Veiligheid en Justitie in organisatorische zin beter kan worden geborgd. Als onderdeel van het meerjarig veranderprogramma «VenJ verandert» zal de financiële functie worden versterkt en de eindverantwoordelijkheid voor de (financieel) beheersmatige sturing worden herzien. Dit zal het ministerie in staat stellen om te komen tot een meer solide VenJ-begroting die tijdig en adequaat kan omgaan met veranderende omstandigheden.

Ondanks alle inspanningen die in de VenJ-organisatie in 2015 zijn verricht, kan worden geconstateerd dat verdere verbetering in de bedrijfsvoering noodzakelijk is. Zoals de ADR in het samenvattend auditrapport VenJ 2015 meldt, is het instrumentarium voor een goede bedrijfsvoering grotendeels op orde en komt het nu aan op implementatie. Dit betekent een grotere aandacht voor de naleving vanuit de lijnorganisatie op de benodigde verbetering. Ook hier ligt een directe relatie met het traject VenJ verandert waar het gaat om actief communiceren, betere interne coördinatie en het op orde brengen van de begroting(suitvoering).

Naast de beschrijving van de aanpak van de zes onvolkomenheden wordt in deze bedrijfsvoeringsparagraaf op basis van onder andere managementparagrafen onder meer ingegaan op een aantal specifieke onderwerpen. Daarbij is gebruik gemaakt van vijf selectiecriteria:

  • 1. Grote maatschappelijke of politieke impact;

  • 2. Grote financiële impact;

  • 3. Risico op fraude;

  • 4. Risico op de bedrijfsvoering;

  • 5. Risico als gevolg van meerjarig niet in control zijn.

Licence