Base description which applies to whole site

2. Ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg en de netto-zorguitgaven

2.1. Ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg en de plafondtoets

Voor de uitgavenkant van het Rijk zijn aan het begin van deze kabinetsperiode afspraken gemaakt over het maximale uitgavenniveau met zogenaamde plafonds. Voor elk jaar is een plafond voor de totale uitgaven afgesproken dat niet overschreden mag worden. De hoogte van het uitgavenplafond wordt vervolgens jaarlijks aangepast aan de loon- en prijsontwikkelingen volgens de inzichten van het Centraal Planbureau (CPB). Verder wordt het uitgavenplafond aangepast voor onderlinge overboekingen tussen de drie uitgavenplafonds. De uitgavenplafonds van de sectoren Rijksbegroting, Sociale Zekerheid Arbeidsmarktbeleid en Zorg samen vormen het totale uitgavenplafond.

Het Uitgavenplafond Zorg is bij Startnota van het kabinet-Rutte III voor de periode 2018–2021 vastgesteld. Voor het vaststellen van het Uitgavenplafond Zorg is uitgegaan van de netto zorguitgaven bij Miljoenennota 2018. Op deze stand zijn vervolgens de maatregelen en de macro-economische doorwerking uit het regeerakkoord verwerkt.

In tabel 1 is de opbouw van het Uitgavenplafond Zorg vanaf de stand ontwerpbegroting 2019 te zien.

Tabel 1. Ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg en de netto zorguitgaven 2019–2021 (bedragen x € 1 miljoen)1
   

2019

2020

2021

1

Uitgavenplafond zorg stand ontwerpbegroting 2019

71.939,9

76.120,5

80.335,0

2

Loon- en prijsontwikkeling

– 79,7

– 1.122,4

– 1.556,6

3

Overboekingen tussen Uitgavenplafonds

– 579,0

– 512,4

– 613,9

4

Bijstelling Uitgavenplafond Zorg (=2+3)

– 658,6

– 1.634,8

– 2.170,5

5

Uitgavenplafond Zorg stand 1e suppletoire begroting 2019 (=1+4)

71.281,3

74.485,7

78.164,5

         

6

Netto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2019

71.437,8

75.628,7

79.765,6

7

Bijstelling netto zorguitgaven

– 1.107,0

– 2.050,0

– 2.575,4

8

Netto zorguitgaven stand 1e suppletoire begroting 2019

70.330,8

73.578,7

77.190,2

         

9

Onderschrijding Uitgavenplafond Zorg bij ontwerpbegroting 2019 (= 6–1)

– 502,1

– 491,8

– 569,4

10

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019 (=11–9)

– 448,3

– 415,1

– 404,8

11

Onderschrijding Uitgavenplafond Zorg bij 1e suppletoire begroting 2019(= 8–5)

– 950,4

– 907,0

– 974,3

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

1

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Toelichting

De actuele stand van de onderschrijding van het Uitgavenplafond Zorg bedraagt afgerond € 1,0 miljard in 2019 en 2021 en € 0,9 miljard in 2020. Bij de ontwerpbegroting 2019 was sprake van een onderschrijding van het Uitgavenplafond Zorg van afgerond € 0,5 miljard in 2019 en 2020 en € 0,6 miljard in 2021. De toename van de onderschrijding is het gevolg van de neerwaartse bijstelling van het Uitgavenplafond Zorg en de neerwaartse bijstelling van de netto zorguitgaven.

Bijstelling van het Uitgavenplafond Zorg

Het Uitgavenplafond Zorg is op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2019 van het Centraal Planbureau (CPB) neerwaarts bijgesteld met € 0,1 miljard in 2019, oplopend tot € 1,6 miljard in 2021, als gevolg van een lagere loon- en prijsontwikkeling dan eerder geraamd.

Het Uitgavenplafond Zorg is verder verlaagd met circa € 0,6 miljard in 2019 en 2021 en € 0,5 miljard in 2020 als gevolg van overboekingen vanuit het Uitgavenplafond Zorg naar het Uitgavenplafond Rijksbegroting. Een groot deel hiervan betreft overboekingen naar het gemeentefonds in verband met extra middelen voor de jeugdzorg.

2.2. Ontwikkeling van de netto zorguitgaven

In de onderstaande tabel worden de mutaties in de netto zorguitgaven vanaf de ontwerpbegroting 2019 en de 1e suppletoire begroting 2019 (actuele stand) voor de jaren 2019–2021 weergegeven. Daarmee geeft de tabel een beeld van de totale budgettaire effecten sinds de ontwerpbegroting 2019.

Tabel 2 Ontwikkeling van de netto zorguitgaven 2019–2021 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2019

2020

2021

Netto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2019

71.437,8

75.628,7

79.765,6

       

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

– 1.107,0

– 2.050,0

– 2.575,4

Loon- en prijsontwikkeling

– 79,7

– 1.122,4

– 1.556,6

Overboekingen

– 579,0

– 512,4

– 613,9

Autonoom

– 2,4

– 162,4

– 62,4

Beleidsmatig

– 445,9

– 252,7

– 342,4

Netto zorguitgaven 1e suppletoire begroting 2019

70.330,8

73.578,7

77.190,2

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

Toelichting

Op basis van de ramingen van het CPB in het CEP 2019 is de verwachte loon- en prijsontwikkeling van de zorguitgaven neerwaarts bijgesteld. Daarnaast zorgt een aantal overboekingen voor lagere zorguitgaven. Voor deze twee uitgavenmutaties is ook het Uitgavenplafond Zorg gecorrigeerd (zie paragraaf 2.1).

De autonome mutaties (voornamelijk het verwerken van voorlopige realisatiecijfers over 2018 en de meerjarige doorwerking daarvan) leiden per saldo tot lagere zorguitgaven. Tot slot leiden de beleidsmatige mutaties per saldo eveneens tot lagere zorguitgaven.

In paragraaf 3 en 4 wordt de ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

Licence