Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Bijlage 4: Strategische Evaluatie Agenda

Deze eerste Strategische Evaluatie Agenda (SEA) van het ministerie van Buitenlandse Zaken bestaat uit twee delen. Deel I schetst kort het proces van strategisch programmeren van evaluaties van het ministerie. Dit is al enkele jaren geleden aangepast om meer rekening te kunnen houden met overwegingen van beleidsrelevantie, toegevoegde waarde ten opzichte van al bestaande (evaluatie)kennis, bruikbaarheid en ook kwaliteitsborging door de inhoudelijk onafhankelijke BZ-evaluatiedienst IOB.

Deel II geeft een nadere duiding van de inhoud van de voornaamste grotere beleidsthema’s van de SEA en de soort evaluatie die voor deze thema’s zijn geprogrammeerd om tot inzichten te komen over onder meer de effectiviteit, efficiëntie, relevantie en coherentie van het gevoerde beleid. Het betreft veelal een combinatie van thema’s die van belang zijn voor de realisatie van de missie van Buitenlandse Zaken en thema’s waar significante jaarlijks terugkerende financiële middelen mee zijn gemoeid. Hiernaast gaat het ook om thema’s die in de toekomst aan strategisch belang winnen, zoals effectieve en coherente internationale beïnvloeding in tijden van geopolitieke en economische machtsverschuivingen, toenemende instabiliteit in de ring rondom Europa, Brexit en COVID-19.

Deel I Strategisch programmeren van evaluaties

Bij Buitenlandse Zaken zijn directies zelf verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van regulier ex ante onderzoek, mid-term reviews en methodologisch minder complexe ex post evaluaties. Ex ante onderzoek betreft in de regel geen grote, aanbestede studies en rapporten voor het parlement, maar kleinere onderzoeksanalyses waarmee directies flexibel, inspelend op de actualiteit en beschikbare kennis het beleid kunnen bijsturen. Dergelijke analyses kunnen slechts in beperkte mate jaren vooruit gepland worden. Directies laten ook regelmatig mid-term reviews en ex durante studies uitvoeren in de vorm van reguliere rapportages aan het parlement, zoals de Staat van het Consulaire en de Voortgangsbrief Gemeenschappelijke Buitenland- en Veiligheidsstrategie.

In de regel is de IOB bij Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor het verrichten van de methodologisch complexere ex post evaluaties en omvangrijke synthesestudies, waaronder ook de beleidsdoorlichtingen. Beleidsdirecties en IOB overleggen welke strategische vragen in aanvulling op de vaste set RPE-vragen relevant zijn. Het uitgangspunt van deze overleggen is maximaal eigenaarschap van de directies over het beleid en de uitvoering, en tegelijkertijd borging van de onafhankelijke werkwijze en inhoudelijke oordeelsvorming van IOB tijdens het onderzoekproces. Zowel tijdens de voorbereiding als de uitvoering van het evaluatieonderzoek is er op belangrijke momenten interactie met relevante betrokken partijen. Dit betreft de fasen van het opstellen van startnotities, het bepalen van de voorlopige centrale vraagstelling en de Terms of Reference en de tussentijdse conceptteksten van het onderzoek in de speciaal voor elke evaluatie samen te stellen referentiegroep. Deze laatste bestaat uit vertegenwoordigers van de betrokken (beleids-)directies en (veelal wetenschappelijke) deskundigen van buiten het ministerie. De laatste jaren is het de praktijk om de referentiegroepen voor complexere evaluaties breed samen te stellen. Ook wordt steeds vaker een bredere groep stakeholders daarbuiten geconsulteerd en bij het evaluatieproces betrokken.

Deze eerste SEA is derhalve de uitkomst van uitgebreid regulier overleg tussen de directies, uitvoerders en andere stakeholders over welke – ook begrotingsartikeloverschrijdende - thema’s nu en voor de toekomst relevant zijn, welke mogelijke kennisvragen hier spelen, welke onderliggende evaluatieve ‘bouwstenen’ wanneer nodig en beschikbaar zijn en welke nieuwe internationale trends, opgaven en evaluatiethema’s nadere verkenning behoeven.

Het opstellen van een SEA waarin brede, voor de toekomst relevante evaluatiethema’s en -vragen leidend zijn, noopt ook tot een dialoog met andere departementen om departement-overstijgende thema’s gecoördineerd of volgens een vooraf afgesproken taakverdeling te kunnen evalueren. De huidige, complexere maatschappelijke opgaven (zoals de COVID-19-crisis en de klimaatproblematiek, de duurzame ontwikkelingsdoelen en belastingsamenwerking) lenen zich immers niet meer voor een onderzoeks- en evaluatie-aanpak die uitsluitend is gebaseerd op de ‘logica’ van departementale autonomie en vertrouwelijkheid.

Deel II Inhoudelijke evaluatiethema’s

Het beleid dat valt onder begrotingshoofdstuk V bestaat uit vier hoofdthema’s die min of meer samenvallen met de vier begrotingsartikelen. Hieronder wordt voor elk van deze thema’s aangegeven wat de huidige verwachtingen over de behoeften aan inzicht zijn, wat mogelijk belangrijke besluitvormingsmomenten zijn, welk syntheseonderzoek zal worden uitgevoerd en welke onderliggende evaluaties hiervoor staan gepland.

Thema: Versterkte internationale rechtsorde (beleidsartikel 1) 

Mede door de economische recessie als gevolg van COVID-19 wordt de wereld geconfronteerd met grote veranderingen en economische, politieke en sociale naschokken die ook na 2021 zichtbaar zullen zijn. Nederland kiest voor onverminderde inzet op veiligheid en een functionerende internationale rechtsorde om te zorgen dat het Koninkrijk vrij, veilig en welvarend blijft. Het draagt ook bij aan het goed functioneren van multilaterale instellingen, initiatieven die multilateralisme bevorderen en die de mensenrechten waarborgen en versterken.

De Nederlandse inzet voor het versterken van de internationale rechtsorde en voor de mensenrechten zal worden geëvalueerd in een breed synthese-onderzoek dat in 2023 dient te worden afgerond. De volgende bouwstenen vormen de basis van het onderzoek:

  • Evaluatie van het mensenrechtenbeleid. De evaluatie richt zich op de resultaten van de inzet op een aantal van de prioritaire thema’s, onder andere via het Mensenrechtenfonds: vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van religie en levensovertuiging, gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender en intersekse personen. Ook zal naar verwachting aandacht worden besteed aan de coherentie van de mensenrechtenbenadering. Daarnaast maken de Nederlandse inspanningen in multilaterale fora, zoals de VN-mensenrechtenraad, deel uit van de evaluatie.

  • Evaluatie van de Nederlandse inzet op het gebied van de internationale rechtsorde. Hierbij zal de Nederlandse inzet op het terrein van tegengaan van straffeloosheid een belangrijk element zijn, evenals de inspanningen op vreedzame geschillenbeslechting. Ook zal naar verwachting aandacht worden besteed aan de Nederlandse steun op het terrein van internationale rechtsorde via ngo’s.

De timing, reikwijdte en precieze looptijd van deze bouwstenen worden afgestemd met de beleidsdirecties om relevantie en gebruik te bevorderen.

Tabel 34 Overzicht lopende en geplande evaluaties en overig onderzoek voor het thema Versterking Internationale Rechtsorde

Titel onderzoek

Type onderzoek

Subartikel

Jaar van afronding

Beleidsdoorlichting versterkte internationale rechtsorde

Beleidsdoorlichting

1.1, 1.2, 1.3

2023

Bevordering internationale rechtsorde

Effectenonderzoek

1.1, 2.4

2022

Mensenrechtenbeleid en mensenrechtenfonds

Effectenonderzoek

1.2

2022

Thema: Veiligheid en stabiliteit (beleidsartikel 2)

De Nederlandse agenda voor veiligheid en stabiliteit blijft ook het komende jaar gericht op de brede aanpak van Voorkomen, Verdedigen en Versterken, zoals vastgelegd in de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS). De brede beleidsdoorlichting van Veiligheid en stabiliteit - gepland voor 2022 – zal dan ook een synthese bevatten van een groot aantal onderliggende onderzoeken en evaluaties. Er is gekozen voor een gefaseerde aanpak. De timing, reikwijdte en looptijd van deze bouwstenen zijn afgestemd met de beleidsdirecties om relevantie en gebruik te bevorderen. Strategische onderdelen van veiligheid en stabiliteit zijn de Nederlandse inzet en behaalde resultaten op het terrein van ontwapening, het veiligheidsbeleid van de EU, contra-terrorisme, cybersecurity, missies en de coherentie en resultaatbereiking vanuit een landenperspectief (vooralsnog Mali, Zuid-Soedan en Afghanistan). Het betreft de volgende onderzoeken:

  • Actualisering van de in 2019 afgeronde beleidsdoorlichting van Ontwapening, wapenbeheersing en wapenexportbeleid.

  • Evaluatie van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) van de EU. Een belangrijke, terugkerende vraag in Nederland is welke rol het GVDB speelt in de Europese veiligheidsarchitectuur en hoe deze rol zich tot die van de NAVO verhoudt. Vooral de EU-NAVO-discussie over de overlap van taken en de verschillende belangen van lidstaten, maar ook de vermeende complementariteit tussen de organisaties, is in de loop van de jaren telkens weer gevoerd. Gezien de huidige geopolitieke ontwikkelingen betreft het een belangrijk en relevant thema. Daarnaast is de inzet van Nederland voor het versterken van de capaciteiten actueel.

  • Evaluatie van MINUSMA (2022), op verzoek van de ministeries van Defensie, J&V en BZ, in het verlengde van de moties in de Tweede Kamer over het onafhankelijk evalueren van missies naar aanleiding van het debat over de Afghanistan Papers en de postmissiebeoordeling Kunduz.

  • Evaluatie van contra-terrorisme (CT) en van preventing/ countering violent extremism (P/CVE) - afronding 2021. Ondanks de inzet van mensen en middelen – en de grote politieke en publieke impact van extremisme - is weinig bekend over de effectiviteit van CT en P/CVE. De kennis over wat wel en niet werkt is beperkt en er zijn nauwelijks systematische studies uitgevoerd. IOB probeert via innovatieve methoden deze leemte op te vullen en de beleidsdirectie van adviezen te voorzien over hoe de inzet te verbeteren.

  • Evaluatie van het beleid voor cybersecurity (afronding voorzien 2021). Volgens het Cyber Security Beeld Nederland 2019 vindt er een groei plaats in de dreiging van statelijke actoren in het digitale domein en zal deze dreiging in 2021 verder toenemen als gevolg van de huidige geopolitieke ontwikkelingen. De digitale weerbaarheid van Nederland tegen deze dreiging is niet overal in orde: de vraag hoe het huidige beleid verbeterd kan worden om deze dreiging effectief tegen te gaan wordt daarom steeds belangrijker. Daarbij is ook relevant dat tot op heden nog geen evaluatie is uitgevoerd van het Nederlandse internationale cybersecuritybeleid. Hiernaast verplicht de Comptabiliteitswet tot een evaluatie van de VNAC-middelen (Versterking van de Nationale Aanpak Cybersecurity) en heeft het kabinet de Tweede Kamer toegezegd de Nationale Cyber Security Agenda (NCSA) in 2021 te laten evalueren. Het internationale cybersecuritybeleid maakt onderdeel uit van de NCSA; de evaluatie zal dan ook als input kunnen worden gebruikt voor de evaluatie van de NCSA, waarvan de coördinatie bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) ligt.

  • Evaluatie van het beleid gericht op het versterken van stabiliteit in fragiele contexten (afronding voorzien 2021). Deze richt zich op de effectiviteit en coherentie van programma’s op het terrein van veiligheid en de rechtsorde in drie landen (naar verwachting: Afghanistan, Zuid-Soedan en Mali). Er wordt een landenperspectief gehanteerd om ‘van onderop’ de impact van programma’s op dit terrein te analyseren. Mede in het licht van de eerder verschenen IOB-studie over wederopbouw Less pretension, more realism, kan deze studie een strategische rol spelen in het verder uitwerken van initiatieven om fragmentatie tegen te gaan en resultaten te verbeteren.

Tabel 35 Overzicht lopende en geplande evaluaties en overig onderzoek voor het thema Veiligheid en stabiliteit

Titel onderzoek

Type onderzoek

Subartikel

Jaar van afronding

Syntheseonderzoek Veiligheid en stabiliteit

Syntheseonderzoek

2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5

2022

Nederlandse inzet Gemeenschappelijk Veiligheid en Defensie beleid (GVDB)

Beleidsevaluatie

2.1

2020

Atlantische Commissie

Evaluatie van subsidie

2.1

2020

Buitenlands beleid contra-terrorisme

Beleidsevaluatie

2.2

2021

Cybersecurity

Beleidsevaluatie

2.2

2021

Bevordering internationale rechtsorde

Beleidsevaluatie

2.2

2022

MINUSMA

Evaluatie van missie

2.4

2022

Shiraka overheidssamenwerking

Effectenonderzoek

2.5

2021

Nederlandse inzet op stabiliteit in fragiele context

Beleidsevaluatie

2.5 en BHOS art. 4.3

2021

NFRP: Matra en Shiraka

Evaluatie

2.5

2024

NFRP politieke partijen programma

Evaluatie

2.5

2020

Thema: Effectieve Europese samenwerking

Nederland maakt zich hard voor effectieve samenwerking binnen de Europese Unie om de gevolgen van de COVID-19-crisis, de Brexit, geopolitieke verschuivingen en technologische ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden. Hiernaast ambieert het in Europees verband een toekomstgerichte agenda te bevorderen ten aanzien van onder meer klimaat, migratie, democratie en mensenrechten. Het evaluatieonderzoek naar Effectieve Europese samenwerking - gepland voor 2022 - zal een synthese bevatten van een aantal onderliggende onderzoeken en evaluaties. De timing en reikwijdte van deze bouwstenen voor de BD zijn afgestemd met de beleidsdirecties om relevantie en gebruik te bevorderen. Strategische onderdelen zijn behalve de al afgeronde evaluatie van het Europees Nabuurschapsbeleid en een onderzoek naar de coördinatie van het Nederlandse EU-beleid (2020):

  • Evaluatie van de Nederlandse beïnvloeding van de EU-besluitvorming (afronding voorzien in 2021). Beïnvloeding van de Europese beleidsvorming verloopt o.a. via de Europese Raad (inclusief coalitievorming via bilaterale inzet), de Europese Commissie en het Europees Parlement. De beleidsdirecties zijn geïnteresseerd in I) coalitievorming, II) de benutting van het potentieel om de besluitvorming te beïnvloeden, III) de relatie tussen coördinatie en flexibiliteit in het onderhandelingsmandaat en IV) de doorwerking van het Europese beleid naar nationale implementatie. Aan de hand van de BZ-positiepapers over de Nederlandse inzet in Europa worden een aantal beleidsdossiers gekozen die actueel en relevant zijn voor het evalueren van het beleidsproces. Onderwerpen die zich hiervoor lenen zijn o.a. migratie en klimaat.

  • Evaluatie van zowel de Nederlandse inbreng in de onderhandelingen van de Europese Unie met het VK als de nationale voorbereidingen op de gevolgen van de uittreding van het VK uit de Europese Unie. Buitenlandse Zaken heeft een coördinerende rol gespeeld in deze rijksbrede voorbereidingen. De evaluatie richt zich zowel op de invulling van deze voorbereidingen als de rijksbrede inzet van personele en financiële middelen.

Tabel 36 Overzicht lopende en geplande evaluaties en overig onderzoek voor het thema Effectieve Europese samenwerking

Titel onderzoek

Type onderzoek

Subartikel

Jaar van afronding

Beleidsdoorlichting Effectieve Europese Samenwerking

Beleidsdoorlichting

3.1, 3.2, 3.3, 3.4

2022

Evaluatie beïnvloeding EU-besluitvorming aan de hand van cases

Beleidsonderzoek

3.1, 3.4

2021

Evaluatie coördinatie Nederlands EU-beleid

Beleidsonderzoek

3.1, 3.4

2020

Brexit

Beleidsevaluatie

Relevante artikelen uit de Rijksbegroting

2021

Benelux Unie

Beleidsevaluatie

3.4

2020

Thema: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

De COVID-19 pandemie heeft andermaal het belang laten zien van een goede, moderne consulaire dienstverlening om ook de veiligheid van Nederlanders in het buitenland te waarborgen. Het Ministerie zet dan ook extra in op de al begonnen modernisering van de aanvragen van paspoorten en visa, met als doel het aanvraagproces van beide producten zoveel mogelijk te digitaliseren. Tevens gaat de ontwikkeling van het Loket Buitenland door, met als volgende doel eind 2021 circa 60 rijksoverheidsdiensten via één kanaal beschikbaar te hebben voor Nederlanders in het buitenland. Deze al eerder in gang gezette moderniseringsinspanningen op het gebied van consulaire dienstverlening heeft IOB in 2019 geëvalueerd aan de hand van een uitvoerige studie en een beleidsdoorlichting (van artikel 4.). Er zijn op dit moment geen nieuwe strategische onderzoeken geprogrammeerd. In de tabel zijn dan ook uitsluitend kleinere evaluaties opgenomen.

Tabel 37 Overzicht lopende en geplande evaluaties en overig onderzoek voor het thema Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

Titel onderzoek

Type onderzoek

Subartikel

Jaar van afronding

Evaluatie Prins Claus fonds

Evaluatie van subsidie

4.3

2021

Creative Twinning Project

Evaluatie van project

4.3

2021

Licence