Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.1 Beleidsprioriteiten

Inleiding

Wat is er gebeurd? Hoe gaan we nu verder? Eenvoudige vragen, met complexe antwoorden. Komend jaar zal in het teken staan van herstel en bewaking van de coronapandemie en evaluatie van het gevoerde beleid. Maar ook de weerbaarheid van onze samenleving heeft de volle aandacht. Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en vooral zijn taakorganisaties hebben zich op allerlei manieren aangepast aan de gevolgen van de coronapandemie. We zijn dan ook trots op onze medewerkers, die zich de afgelopen tijd van hun beste kant hebben laten zien. Het was helaas niet te voorkomen dat tijdens de crisis de wachtlijsten in de jeugd-, strafrecht- en vreemdelingenketen verder opliepen. Die willen we in 2022 samen met alle ketenpartners weer te lijf gaan.

De beperkende coronamaatregelen toonden het belang van een multidisciplinaire crisisstructuur binnen het stelsel van veiligheidsregio’s. Op verschillende terreinen geven we gehoor aan de behoefte aan heldere wettelijke kaders, bijvoorbeeld voor gegevensuitwisseling voor een effectievere samenwerking tussen de vele organisaties in de domeinen van recht en veiligheid. Ook voor handhaving van de openbare orde en hulpverlening passen we wet- en regelgeving en bevoegdheden aan, met een sterkere regierol van de Minister van JenV.

Niet alleen de coronapandemie laat zien dat een vitale en krachtige rechtsstaat permanent onderhoud, vernieuwing en bescherming vergt. Wie goed kijkt, ziet overal duidelijke signalen dat de weerbaarheid van onze maatschappij onder druk staat. Na eerdere brute moorden is de laffe aanslag op Peter R. de Vries op 6 juli 2021 een nieuwe illustratie van de kwetsbaarheid van onze rechtsstaat. Het toont opnieuw de verharding van de criminaliteit en de gewetenloosheid van de daders. De bestrijding van ondermijnende criminaliteit staat dan ook hoog op de agenda, maar we moeten eerlijk erkennen dat daar een lange adem voor nodig is. Criminaliteit kan je niet uitwissen, wel indammen. Maar zelfs dat vergt meer dan één begrotingsjaar of één kabinetsperiode.

Nederland wil een land zijn van burgerrechten en bewegingsvrijheid, een veilige samenleving die zich kenmerkt door onderling vertrouwen en kansen voor iedereen. Onze democratische rechtsstaat vormt de basis. Burgers moeten ervaren dat de rechtsstaat er voor hen is, zeker op momenten dat ze in de knel komen. Onze democratische rechtsorde is gebaseerd op vertrouwen. Dat vertrouwen in de overheid is aangetast, zo toont onder andere de kinderopvangtoeslagenaffaire. Om dit vertrouwen te herstellen moeten we eerst meer en systematischer de oorzaken van maatschappelijke problemen opsporen voordat we grijpen naar nieuwe instrumenten of extra financiële middelen. Daarmee verleggen we het accent van knelpunten oplossen naar voorkomen ervan. En als er nieuwe of aangepaste wetgeving nodig is, dan moeten we beter letten op de uitvoerbaarheid. Houden we echt rekening met de menselijke maat en de beleving van burgers?

In de sanctietoepassing geldt dat straf ook straf is, dat gedrag telt en dat de veiligheid van de samenleving bij terugkeer van veroordeelden voorop staat. De Wet straffen en beschermen (SenB), die in 2021 in werking trad, heeft hiervoor de wettelijke kaders gecreëerd die de betrokken organisaties - openbaar ministerie (OM), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en reclassering - stapsgewijs invoeren. Tegelijk is 2022 ook het jaar waarin we verder werken aan effectieve combinaties van repressieve en preventieve maatregelen voor een veiliger samenleving op de langere termijn.

En ook het migratievraagstuk vergt een actieve en integrale aanpak, zowel nationaal als internationaal. Centraal daarbij staan beheersbaarheid, rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid van de migratieagenda.

In Caribisch Nederland staat JenV voor soortgelijke vraagstukken. Voor alle rijksdelen binnen het Koninkrijk geldt dat we te maken hebben met toenemende digitale dreigingen van landen én criminele organisaties. Ook maken verstoringen en uitval van systemen onze veiligheid kwetsbaar. Om ook onze digitale weerbaarheid te laten toenemen brengen we in 2022 in kaart wat er speelt en wat nodig is.

2.1.1 Veiligheid: werken aan een weerbare samenleving

Ondermijnende criminaliteit: preventie, repressie en financiële aanpak

De weerbaarheid van onze samenleving staat onder druk. Eén van de terreinen waar dit het meest pregnant naar voren komt is de ondermijnende criminaliteit. We staan voor een enorme taak om de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit terug te dringen. De invloed daarvan op onze samenleving is niet minder dan funest. Dit betekent dat we de criminele (drugs)industrie zoveel mogelijk moeten ontmantelen. Maar ook dienen we ons te richten op het weerbaarder maken van onze legale economie en logistiek, ons bestuur en ons justitiële systeem tegen crimineel geld, bedreigingen en liquidaties.

Binnen de beschikbare middelen moeten we keuzes maken. De focus richt zich in 2022 op de aanpak van dominante criminele verdienmodellen en randvoorwaarden die Nederland aantrekkelijk maken voor ondermijning. Ook minder aantrekkingskracht van het criminele milieu op jongeren verdient hierbij een plek. En in 2022 krijgen uiteenlopende wetstrajecten uit de wetgevingsagenda ‘aanpak ondermijning’ een vervolg. Daarmee leggen we het fundament voor een evidence based aanpak waarmee we even vooruit kunnen.

Daarnaast richten we ons op vijf cruciale deelopgaven: 1) preventie en weerbaarheid in de aanpak, 2) krachtig ondermijningsbeleid, 3) verdere inrichting van het Multidisciplinair Interventieteam (MIT), 4) criminele geldstromen en 5) en een sterk stelsel van bewaken en beveiligen. Personen in de frontlinie - burgemeesters, officieren van justitie, rechters, politiemedewerkers, advocaten, (kroon)getuigen en journalisten – moeten zich beter beschermd weten.

Voor een krachtige regievoering op de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit is een programmadirecteur-generaal ondermijning (DGO) aangesteld.

Het kabinet is van mening dat er geen dag langer gewacht kan worden met de intensivering van de bestrijding van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Aanvullende maatregelen moeten direct worden getroffen om deze dreiging te stoppen. We moeten de benodigde bescherming bieden aan de beroepsgroepen die essentieel zijn voor het functioneren van onze rechtsstaat, zoals officieren van justitie en rechters, en rond kroongetuigen. En we moeten voorkomen dat elke dag weer kansarme jongeren, medewerkers in bijvoorbeeld havens, maar ook ambtenaren, ten prooi vallen aan intimidatie vanuit het criminele circuit of aan de verleiding van het grote drugsgeld. Als we toestaan dat ondermijnende criminaliteit blijft voortwoekeren, komen onze nationale veiligheid en onze democratische rechtsorde in gevaar. Langer wachten betekent dat de ondermijning zich nog dieper in de samenleving invreet, en daarmee steeds moeilijker te bestrijden wordt.

Het kabinet heeft in dit licht besloten om in 2022 € 524 mln. extra te investeren in de bestrijding van ondermijnende criminaliteit, waarvan € 154 mln. wordt uitgetrokken voor bescherming en veiligheid. Hiermee kan enerzijds een urgent noodzakelijke impuls worden gegeven aan de bescherming en veiligheid van degenen die zich dagelijks inspannen tegen ondermijning. Daarnaast zijn structurele middelen beschikbaar gesteld voor de samenhangende aanpak van ondermijning. Door - naast een verstevigde inzet op handhaving, opsporing en vervolging - in te zetten op een combinatie van onder andere het terugdringen van crimineel geld en het tegengaan van nieuwe aanwas, waarbij formeel gezag meer zichtbaar is in kwetsbare wijken en jongeren perspectief geboden wordt op studie en werk, wordt voorkomen dat er steeds meer beveiliging en bewaking nodig is. Het kabinet wil met deze brede, samenhangende aanpak ondermijning op termijn beheersbaar maken.

Off- en online onrust en wangedrag gezamenlijk adresseren

Kritische geluiden zijn essentieel voor de democratie en rechtsstaat, maar altijd binnen de grenzen van de wet. JenV wil met gemeenten, uitvoeringsorganisaties en andere partners voorkomen dat maatschappelijk ongenoegen omslaat in maatschappelijke onrust. Gemeenten worden steeds vaker geconfronteerd met ordeverstoringen die online beginnen of online worden versterkt. Dit noodzaakt tot bezinning op de bestuurlijke rol en bevoegdheden van burgemeesters in online monitoring en handhaving, evenals op de samenwerking hierbij met politie, jeugdwerk en buurtbewoners.

Dit dwingt tot actualisatie van de manier waarop de politie en het lokaal bestuur signaleert en intervenieert als het gaat om online orde en veiligheid. Prioriteiten liggen bij het onderzoeken van de oorzaken van maatschappelijke onrust: monitoring van het fenomeen, in kaart brengen van de informatiepositie van gemeenten en investeren in de dialoog met gekwetste en kritische doelgroepen.

In een weerbare samenleving krijgen gedeelde maatschappelijke waarden gestalte. Dat vergt van ons een betrokken houding. In zowel de echte als de online wereld is een normerende en proactieve overheid van belang, ook als het gaat om (nog) niet strafbaar gedrag dat niettemin als immoreel en onwenselijk wordt ervaren.1 Naar voorbeeld van de Online Safety Bill (UK) verkennen we in 2022 regulerende maatregelen die providers en platforms verplichten tot de zorg voor een veilige online omgeving. De resultaten van deze verkenningen door JenV op het gebied van online veiligheid worden ingebracht in de door BZK gecoördineerde aanpak van (online) desinformatie, waarbij het uitgangspunt is dat het vrije publieke debat wordt beschermd.

Politie: goed toegerust en voor iedereen

Voor onze veiligheid en rechtsstaat is onze politie onmisbaar. In het licht van mondiale en lokale maatschappelijke ontwikkelingen brengen we langs drie lijnen focus aan in de wijze waarop de politie proactief en repressief kan voldoen aan de opdracht om Nederland veiliger te maken en onze rechtsstaat goed te onderhouden. Het gaat hierbij om de positie van de politie in de samenleving, de toerusting van de politieorganisatie en de ontwikkeling van de taakuitvoering en het werkaanbod. De sterke verbinding met de wijk is en blijft een pijler van de politie - ook als het gaat om ondermijnende criminaliteit. Want preventie begint dichtbij huis.

Zoals bij alle JenV-onderdelen moet de politie in haar werk verbindend en benaderbaar zijn voor iedereen. Daarvoor is meer diversiteit nodig evenals bewustwording en gedragsverandering in alle lagen van de politieorganisatie. Met het programma «Politie voor iedereen» zet de politie stevig hierop in. Voor de komende vijf jaar is «Politie voor iedereen» het politieperspectief op thema’s als diversiteit, inclusie en divers vakmanschap.

De afgelopen jaren investeerde het kabinet fors in de politie. De politie beschikt nu over een structureel hoger budget dan aan het begin van deze kabinetsperiode. Primair investeert zij in meer operationeel personeel: eind 2022 is de operationele formatie ten opzichte van 2017 uitgebreid met circa 2.430 fte. Tegelijkertijd is de afgelopen jaren ook de inzet van de politie toegenomen. Ondanks het toegenomen budget kan er nog altijd niet alles wat we zouden willen.

Naast inzetbaar personeel moet de politie beschikken over adequate informatievoorziening. Dit is nodig om meer datagedreven te kunnen werken en mede daardoor steviger criminaliteit in het digitale domein op te sporen en te bestrijden. Tevens zet de politie hiermee in op meer cyberveiligheid en een versterkte basisinfrastructuur zodat de politie trends kan waarnemen, afwijkingen kan detecteren en tijdig kan ingrijpen. Voorbeelden hiervan zijn de 'Ontwikkelagenda Intelligence', digitaal vakmanschap van de politiemedewerkers, detectie- en incidentrespons bij digitale dreigingen en uitbreiding van het proces «vernieuwend registreren» naar andere delictsomschrijvingen dan winkeldiefstal.

In 2022 bouwt de politie verder aan het korps. Naast het MIT en de Veiligheidsagenda realiseert de politie de houtskoolschets opsporing en de ontwikkelagenda’s intelligence en opsporing. Het gebiedsgebonden politiewerk staat op dit moment onder druk. Daardoor zijn agenten niet optimaal aangesloten bij de wijken waarin zij opereren. De politie werkt dan ook verder aan de veranderopgaven van de ontwikkelagenda. Hierbij is extra aandacht voor de dienstverlening aan de burger.

Dreigingen opvangen en tegengaan

Begin 2022 verschijnt voor de eerste keer de rijksbrede periodiek geïntegreerde analyse (PGA). De PGA is een dreigingsanalyse die de interne en externe veiligheid met elkaar verbindt en zowel safety- als security-vraagstukken adresseert die de nationale veiligheid van het gehele Koninkrijk kunnen ondermijnen. Deze analyse is de basis voor een geïntegreerde (inter)nationale veiligheidsstrategie voor de langere termijn: de Rijksbrede Veiligheidsstrategie (RbVs). Deze RbVs verschijnt eind 2022. JenV neemt daarin ook de weerbaarheid van de samenleving mee. Om het draagvlak voor veiligheidsbeleid en het vertrouwen van de samenleving te vergroten, organiseert JenV in het kader daarvan in 2022 consultaties van burgers, publieke en private instellingen, belangenorganisaties en deskundigen.

De huidige terroristische dreiging, nationaal en internationaal, is complexer en veranderlijker dan enkele jaren geleden. Een terroristische aanslag in ons land blijft ook in 2022 voorstelbaar. We hebben meer dan voorheen te maken met verschillende soorten terroristen, die meerdere aanslag- en communicatiemethoden gebruiken, steeds professioneler worden en hun pijlen richten op verschillende doelwitten.

Met de stevige brede aanpak van terrorisme, waarvoor JenV de afgelopen jaren de basis legde, zijn belangrijke stappen gezet. Zo is de motivatie bij de jihadistische beweging in Nederland afgenomen. Nu ons land te maken krijgt met de terugkeer van jihadisten uit strijdgebied én met jihadisten die vrijkomen uit detentie en mogelijk bereid zijn geweld te gebruiken, is het zaak om de druk vanuit de overheid erop te houden. Daarnaast is waakzaamheid geboden als het gaat om andere en nieuwe vormen van terrorisme en gewelddadig extremisme, zoals rechtsextremisme.

Daarnaast richten we onze aanpak op economische veiligheidsdreigingen. Dan gaat het om de continuïteit van vitale processen, de integriteit en exclusiviteit van informatie en ongewenste strategische afhankelijkheden. Dreiging vanuit statelijke actoren, digitalisering en toenemende afhankelijkheid van ketens vragen om specifieke expertise. Daartoe verbreedt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) de structurele aanpak die voor de telecomsector is ingericht naar andere vitale processen.

Samen incidenten en crises beheersen

Doelmatige en doeltreffende crisisbeheersing vereist meer regie. In het stelsel van crisisbeheersing wordt de regierol van onze Minister versterkt. De Minister van JenV is de coördinerend Minister op het gebied van crisisbeheersing. Hij is verantwoordelijk voor de inrichting, de werking, de samenhang en de integrale aanpak van het crisisbeheersingsbeleid en het bijbehorende stelsel. Ook heeft hij, in nauwe samenwerking met de andere ministeries, de regie voor het versterken van de nationale veiligheid. De NCTV geeft invulling aan deze regisserende en coördinerende verantwoordelijkheid van de minister.

Voor crisisbeheersing en brandweerzorg stellen we een integraal wettelijk kader op. Het doel daarvan is een samenhangend stelsel waarbinnen overheden onderling en met (private) crisispartners, maatschappelijke organisaties en burgers slagvaardiger samenwerken om op incidenten en crises te kunnen anticiperen en ze te beheersen. Het stelsel moet zijn toegerust op grensoverschrijdende, moderne risico’s en crises én de dreigingen en crises van morgen. De verdere uitwerking van het kabinetsstandpunt, waaronder de vormgeving van het stelsel, is onderdeel van een gezamenlijke nieuwe strategische agenda voor 2022 en daarna. De Onderzoeksraad voor Veiligheid evalueert de crisisaanpak COVID-19. Lessen en aanbevelingen daaruit betrekt JenV bij het verder versterken van de crisisbeheersing en brandweerzorg.

Samen met andere departementen versterken we de weerbaarheid tegen digitale dreigingen (van landen én criminele organisaties) evenals tegen verstoring en uitval van systemen. Hiervoor is inzicht nodig in weerbaarheid en kennis van sectoren waar versterking noodzakelijk is. Hiervoor werken de NCTV en het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) samen om het Nationaal Detectie Netwerk te verbreden en te versterken en het landelijk dekkend stelsel van samenwerkingsverbanden verder te ontwikkelen.

Sanctietoepassing: straf is straf, gedrag telt en veilige terugkeer

De recidivecijfers zijn nog steeds te hoog en de samenleving vraagt om meer genoegdoening. Daarom ontwikkelden we een visie op effectievere gevangenisstraffen. Deze bestaat uit drie pijlers: straf is straf, gedrag telt en veilige terugkeer. Een belangrijke mijlpaal bij de uitvoering hiervan is de gedeeltelijke invoering van de Wet straffen en beschermen (SenB) op 1 juli 2021. Eind 2021 volgt de invoering van de nieuwe regeling van het penitentiair programma. Enkele concrete veranderingen zijn het niet meer van rechtswege toekennen van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.), het maximeren van de v.i.-periode op twee jaar, een nieuw verlofsysteem en vanaf dag één van de detentie samenwerken aan re-integratie. Daardoor benutten we beter de tijd in detentie. Met deze wet doen we meer recht aan genoegdoening aan de samenleving én werken we gericht aan recidivevermindering.

Voor veilige terugkeer intensiveren we in 2022 de regionale samenwerking en netwerkvorming van gemeenten en reclassering rond een penitentiaire inrichting (PI). Daarbij lossen we landelijke knelpunten op die re-integratie in de weg staan. De ambitie is in 2023 een nieuw systeem in te voeren voor afgifte van identiteitsbewijzen aan gedetineerden. In de tussentijd verkennen we met BZK een tussenoplossing: we machtigen een of meerdere gemeenteambtenaren om aanvragen voor identiteitskaarten in de PI in behandeling te nemen. Bij positieve ervaringen kunnen meer gemeenten en penitentiaire inrichtingen meedoen. In 2022 experimenteren we verder met kleinschalige detentievoorzieningen. Een voorbeeld hiervan is de kleinschalige voorziening Middelburg. Zij hanteren voor specifieke groepen gedetineerden een meer open regime met aandacht voor werk/dagbesteding en begeleiding. Dit doen zij samen met (lokale) partners.

Afgelopen jaar hebben we in Leeuwarden en Krimpen a/d IJssel Afdelingen Intensief Toezicht (AIT) opgestart. Daardoor kunnen we de contacten effectiever monitoren van hoog-risico gedetineerden met de buitenwereld en in de inrichting. Ook kunnen we beter erop toezien dat reguliere gedetineerden ‘besmet’ raken door of gerekruteerd worden voor criminele activiteiten. In 2022 gaan we hiermee door.

Dat terrorismeveroordeelden na vrijlating een reële dreiging kunnen vormen, bleek uit aanslagen in Londen, Dresden en Wenen. Daarom zetten we ook in 2022 in op een veilige terugkeer van (ex)TA-gedetineerden. De afgelopen jaren versterkten we de keten en maatregelen. Om de potentiële dreiging van (ex-)gedetineerde terroristen te mitigeren is het van cruciaal belang om blijvend in te zetten op monitoring, een sterke gezamenlijke aanpak en uitvoering van de maatregelen.

Om dit goed te doen moet de basis van het gevangeniswezen op orde zijn. Dit betekent: zorgen voor een veilig werkklimaat in de PI’s, vakbekwaam personeel en voldoende en flexibele detentiecapaciteit. Gelet op de toenemende capaciteitsbehoefte (volgend uit het Prognosemodel justitiële ketens (PMJ)) en de capaciteitsbehoefte die volgt uit het wegwerken van voorraden door corona, is in 2022 de zorg voor voldoende detentiecapaciteit één van de uitdagingen. Om die behoefte op te vangen verhogen we voor 2022 het budget van DJI structureel met in totaal € 154 mln. Het gaat daarbij om € 17 mln. voor het gevangeniswezen.

Forensische zorg: professioneel en van hoge kwaliteit

Mensen die in aanraking komen met politie en justitie, kunnen een psychische stoornis hebben. Voor de veiligheid van de samenleving is het belangrijk dat zij een passende behandeling krijgen. De afgelopen jaren hebben we dan ook hard gewerkt aan het versterken van de veiligheid en kwaliteit van de forensische zorg. Het risicobewustzijn in de sector is toegenomen door de ingevoerde maatregelen naar aanleiding van de kritische onderzoeken naar het detentieverloop van Michael P.

Met een herijkte visie en een bestuurlijke agenda forensische zorg heeft JenV samen met de sector voor de komende jaren een duidelijke lijn vastgesteld voor gerichte en duurzame verbeteringen. Om te kunnen voorzien in de stijgende behoefte aan capaciteit is in 2021 € 95 mln. structureel aan het budget voor forensische zorg toegevoegd. In 2022 stijgt het beschikbare budget voor forensische zorg met nog eens € 25 mln.

Conform de hoofdlijnen van de bestuurlijke agenda zetten we in 2022 in op meer doelmatigheid en doeltreffendheid van forensische zorg, meer kwaliteit en professionaliteit en sterke ketensamenwerking en continuïteit van zorg. Momenteel onderzoeken we in hoeverre een kwaliteitskader forensische zorg hieraan kan bijdragen. Daarin staat wat de sector verstaat onder goede forensische zorg. Dat biedt transparantie en houvast voor professionals en stakeholders.

Kwalitatief goede forensische zorg is belangrijk voor de financiële houdbaarheid van het stelsel. Een speerpunt hierbij is een nieuwe inkoopstrategie die DJI meer sturing geeft op kwaliteit en capaciteit van de forensische zorg. In 2022 voeren we een nieuwe inkoopprocedure in, zodat we vanaf 2023 nieuwe (raam)overeenkomsten met zorgaanbieders kunnen afsluiten.

Ook het verbeteren van de ICT-systemen van DJI draagt bij aan doelmatigheid en doeltreffendheid. Daardoor ontstaat beter inzicht in door- en uitstroom van forensische patiënten en is meer sturing mogelijk op wachttijden en bezetting. Ook draagt dit bij aan een betere gegevensdeling over patiënten en dringen we administratieve lasten terug. De eerste fase in dit traject ronden we in 2022 af.

Jeugdbescherming: aandacht voor de korte én langere termijn

Hulp en bescherming voor kwetsbare kinderen en gezinnen komt niet tijdig en onvoldoende van de grond. Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming hebben grote moeite om in het huidige stelsel hun wettelijke taken goed uit te voeren en de benodigde hulp voor deze kinderen te organiseren. Uit recente inspectierapporten en onderzoeken blijkt dat zowel op de korte termijn als lange termijn meer moet gebeuren om kwetsbare kinderen en gezinnen te beschermen.

Voor de continuïteit van de jeugdbescherming op korte termijn werkt JenV samen met diverse stakeholders aan het terugdringen van de wachttijden. In regio’s waar dit niet tot de gewenste resultaten leidt en zorgen zijn over de zorgcontinuïteit zetten we interbestuurlijk toezicht in.

Daarnaast zijn we in 2021 gestart gemeenten en gecertificeerde instellingen te ondersteunen om de gewenste caseload van jeugdbeschermers goed in te schatten en te komen tot faire tarieven. Ook hebben we in 2021 samen met betrokkenen onze plannen aangescherpt om de arbeidsmarktproblematiek binnen de jeugdbeschermingsketen aan te pakken. Dit leidt in 2022 tot gerichte acties om jeugdbeschermers te werven en te behouden. Daarnaast voeren we het Actieplan Verbetering Feitenonderzoek in de jeugdbeschermingsketen uit. Doel daarvan is een betere besluitvorming en communicatie hierover met kinderen en ouders. Samen met VWS stellen we een AMvB op voor sterke regionale samenwerking en beter toezicht.

Voor de (middel)lange termijn biedt het toekomstscenario «Jeugdbescherming» perspectief op een meer effectieve en eenvoudiger georganiseerde jeugdbescherming. Dit betreft de samenwerking van professionals onderling en de samenwerking met het gezin en het sociaal netwerk. In 2022 komen de uitkomsten van de eerste pilots beschikbaar en finaliseren we het toekomstscenario.

Over de toekomst van interlandelijke adopties zal het nieuwe kabinet besluiten. Dit naar aanleiding van het rapport van de commissie Joustra. We blijven hulp bieden aan geadopteerden die op zoek zijn naar hun herkomst. Daarom zetten we een onafhankelijk expertisecentrum op. Dat centrum helpt geadopteerden bij hun zoektochten.

Jeugdcriminaliteit: zwaardere delicten door jonge daders

De recente cijfers van de monitor jeugdcriminaliteit laten zien dat de daling van de jeugdcriminaliteit en de recidive afvlakken. Tegelijkertijd blijken zwaardere (gewelds)delicten gepleegd door bepaalde (groepen) jongeren op bepaalde plekken (hotspots) te stijgen. De ernst van deze feiten en daarmee de negatieve impact op de veiligheid in de samenleving, en dat het gaat om jonge daders die het risico lopen af te glijden in ondermijnende criminaliteit, is extra reden tot zorg.

Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen volgen we in 2022 een tweesporenbeleid: 1) verharding bij (groepen) jonge delinquenten nader duiden en inzicht krijgen in hotspots waar deze jongeren actief zijn, en 2) preventieve en repressieve interventies stimuleren en (door)ontwikkelen voor de aanpak van potentiële doorgroeiers.

Hiertoe (door)ontwikkelen we bewezen gedragsinterventies en zetten deze in voor daders en slachtoffers gedurende doorlopende levensfasen. Daaronder de door het Nederlands Jeugdinstituut erkende interventies «Alleen Jij Bepaalt wie je bent» en voor vroegsignalering «Basta!» en 'Alleskidzzz'. Door diverse partners te stimuleren deze interventies in te zetten is een groter effect van preventie onze ambitie voor 2022.

Het wapenbezit van en wapengeweld onder jongeren is zorgelijk. Het actieplan Wapens en Jongeren (2020) ronden we af in 2022. Dit plan bevat maatregelen om wapenbezit en -geweld onder jongeren terug te dringen. In dat kader hebben we ook aandacht voor de rol van ouders. De verantwoordelijkheid om jongeren op het rechte pad te houden ligt immers in de eerste plaats bij hen. Opvoeding is cruciaal bij het voorkomen van strafbaar gedrag van kinderen. Als ouders onvoldoende regels stellen en toezicht houden dienen zij ook in te staan voor de financiële gevolgen daarvan. Dit kan door de civiele aansprakelijkheid van ouders te verruimen. In 2022 bereiden we de voorgestelde maatregelen voor om ouders juridisch meer aan te spreken op het strafbare gedrag van hun kind, zodat bij een positief besluit deze maatregelen sneller kunnen worden ingevoerd.

Bovengenoemde ontwikkelingen zien we ook terug in de jeugdinrichtingen: er ontstaat druk op de capaciteit, onder meer doordat jongeren er langer verblijven. De raming op basis van het PMJ liet jarenlang een daling zien in de capaciteitsbehoefte van justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s). Dat stabiliseerde in de PMJ-raming van 2019. In de raming voor de begroting van 2021 was voor het eerst een stijging zichtbaar. Deze stijging zet zich door in de meest recente PMJ-raming. Die raming laat een stijging in capaciteitsbehoefte zien van ongeveer 50% ten opzichte van 2019. Gelet op de toenemende behoefte is daarom structureel 17 mln. euro aan het budget van DJI toegevoegd om de bestaande capaciteit bij de JJI’s te verhogen. Tegelijkertijd kijken we naar wat we in de toekomst moeten doen als blijkt dat de druk blijft oplopen. Op dit onderwerp wordt een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) uitgevoerd om te achterhalen waar de druk in capaciteitsbehoefte vandaan komt, hoe de opbouw van de populatie in de JJI’s eruit ziet en wat de wijzigingen zijn in de instroom en uitstroom over de afgelopen jaren.

Tot slot stellen we in 2022 samen met partners nieuwe normen op voor de doorlooptijden in de jeugdstrafrechtketen. Dit om de Kalsbeeknormen te vervangen. De ambitie is om deze in de loop van 2022 vast te stellen.

Passende en effectieve juridische instrumenten

De rechtsstaat is geen rustig bezit. Haat propageren jegens andersdenkenden, groepen doen afkeren van onze democratie of aanzetten tot geweld en extremisme zijn activiteiten die haaks staan op onze democratische rechtsstaat en onderliggende waarden. Vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting en gelijke behandeling van eenieder, moeten we krachtdadig beschermen. Hiervoor is een passend en effectief juridisch instrumentarium nodig, dat zich niet beperkt tot het strafrecht en het bestuursrecht, maar waarbij we ook privaatrechtelijke maatregelen benutten. We noemen hier enkele voorbeelden.

Verbod op radicale organisaties

Zo verbetert een wijziging van artikel 20 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de mogelijkheden tot een verbod op radicale organisaties die tot doel hebben om de democratische rechtsstaat omver te werpen of af te schaffen. Hiermee willen we radicale of extremistische organisaties, waarvan het doel of de activiteiten in strijd zijn met de openbare orde, stevig aanpakken. Het OM krijgt hierdoor betere mogelijkheden om rechtspersonen te verbieden en te ontbinden als zij de samenleving ontwrichten. Deze wetswijziging treedt in werking op 1 januari 2022.

Transparante geldstromen: meer inzicht en financiële aanpak

Volgens de parlementaire ondervragingscommissie «Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen» (Pocob) vindt in Nederland ongewenste beïnvloeding plaats door buitenlandse donaties en andere geldstromen naar politieke, maatschappelijke en religieuze organisaties. Om de samenleving en de instituties van onze rechtsstaat hiertegen te beschermen is inzicht in die geldstromen noodzakelijk. Het wetsvoorstel Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo) voorziet hierin. Daarmee krijgen o.a. burgemeesters en het OM de bevoegdheid om bij maatschappelijke organisaties navraag te doen naar buitenlandse giften en - als giften substantieel blijken - verder onderzoek te doen naar de donateur. Ook verplicht deze wet stichtingen om bepaalde financiële stukken voortaan te deponeren bij het handelsregister.

Inzicht alleen volstaat niet. Noodzakelijk is een financiële aanpak van organisaties die de democratische rechtsstaat ondermijnen. Een effectief wettelijk instrument daartoe ontbreekt. Daarom passen we met voorrang de Wtmo aan. Door de beoogde aanpassing kan het OM - als is aangetoond dat een organisatie activiteiten ontplooit gericht op (dreigende) ondermijning van de Nederlandse democratische rechtsstaat - verzoeken tot verbeurdverklaring van middelen en een verbod op ontvangst van donaties of andere geldstromen. Een nota van wijziging hiertoe is in juli 2021 in consultatie gegaan. JenV kiest hiermee voor een organisatiegerichte en persoonsgerichte aanpak waarbij de politieke of religieuze signatuur van een organisatie of instelling niet irrelevant is. Centraal staat het behoud van onze democratische rechtsstaat.

Nieuwe gegevenswet voor politie- en justitiedomein

Voor de aanpak van veiligheidsproblemen is het noodzakelijk dat politie, OM, DJI, CJIB en reclassering persoonsgegevens verwerken. Of het nu gaat om de aanpak van ondermijnende criminaliteit, de handhaving van de openbare orde of de terugkeer en resocialisatie van veroordeelden in onze maatschappij. Deze organisaties zijn daarbij gebonden aan wetten zoals de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Deze wetten zijn complex, sluiten niet goed op elkaar aan en sluiten evenmin goed aan op de praktijk. Vaak gaat het om gevoelige gegevens over slachtoffers, getuigen, verdachten en veroordeelden. De overheid moet daarmee zorgvuldig omgaan. Voor een doeltreffende aanpak van maatschappelijke problemen is een nieuwe wet noodzakelijk: een wet die ruimte biedt én grenzen stelt bij het toepassen van nieuwe technologieën én waarborgen biedt om de persoonlijke levenssfeer te beschermen. Daarom werken we aan een nieuwe gegevenswet voor het politie- en justitiedomein.

2.1.2 Effectief en toegankelijk recht

Een rechtsbestel dat werkt voor iedereen

Het huidige stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is niet toekomstbestendig. In 2018 is een meerjarig programma gestart om het stelsel te vernieuwen, met minder verkeerde financiële prikkels en ongelijkheid in toegang tot het recht, en betere vergoedingen voor professionals in het stelsel. In 2025 moet een stelsel staan waarin iedere rechtzoekende op een laagdrempelige, snelle en integrale manier een oplossing kan vinden voor zijn of haar probleem. Deze vernieuwing gebeurt stap voor stap, door diverse praktijkpilots, alvorens deze in wetgeving te verankeren. Bij de uitwerking staan drie hoofdlijnen centraal: 1) laagdrempelige toegang en advies voor iedereen, 2) goede rechtshulp door professionals tegen een adequate vergoeding en 3) een burgergerichte overheid met oog voor de menselijke maat.

De stelselvernieuwing bevindt zich middenin de pilotfase. Deze loopt tot eind 2022. Hoewel corona ertoe heeft geleid dat een aantal pilots is vertraagd, verwachten we dat de pilots in 2022 bouwstenen zullen opleveren voor het nieuwe stelsel. Ook werken we in 2022 het prototype uit voor een diagnose-instrument waarmee rechtzoekenden zelf of met hulp van een professional sneller en beter de beste oplossing kunnen vinden voor hun probleem. Ook verbeteren we de dienstverlening aan rechtzoekenden en maken deze laagdrempeliger. Daarbij is specifiek aandacht voor mensen die minder digitaal vaardig zijn.

In navolging van het rapport ‘Ongekend onrecht’2 - het rapport naar aanleiding van de kindertoeslagenaffaire - bekijken we op basis van casuïstiek en onderzoek (WODC) of de zelfredzaamheidstoets onder de Wet op de rechtsbijstand nog bij de tijd is. Zo nodig treffen we maatregelen. Vooruitlopend hierop en om te voorkomen dat burgers tussen wal en schip raken ontwikkelden de Raad voor Rechtsbijstand, het Juridisch Loket en de Nederlandse Orde van Advocaten een gezamenlijke aanpak. Als deze organisaties signalen ontvangen die daartoe aanleiding geven, helpt het Juridisch Loket deze burgers snel of verwijst ze door naar de juiste professional. Voor zaken die te complex zijn om in de eerste lijn af te handelen, verstrekt de Raad (tijdelijk) een lichte adviestoevoeging aan advocaten op grond van de Regeling adviestoevoeging zelfredzaamheid.

Onnodige procedures in het bestuursrecht dringen we verder terug, bijvoorbeeld door vanuit burgerperspectief een digitaal bezwaarplatform te ontwikkelen voor gemeenten. Daarnaast richt de aanpak zich op knellende wet- en regelgeving door zogenoemde wetgevingsdialogen uit te voeren met uitvoeringsorganisaties en gemeenten. Hierbij sluiten we aan bij acties en maatregelen die voortkomen uit de rapporten «Ongekend Onrecht» en «Klem tussen balie en beleid»3. Om burgers oplossingen te bieden voor problemen benadrukken deze rapporten dat de burger en zijn of haar probleem centraal moeten staan en niet de procedure. In dit verband werken we ook aan enkele wijzigingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit om de algemene beginselen van behoorlijk bestuur beter te borgen, ruimte voor maatwerk te vergroten en het burgerperspectief in de dienstverlening voorop te stellen. De Awb zal meer mogelijkheden én verplichtingen bevatten voor bestuursorganen om maatwerk te leveren als zij beslissingen nemen die burgers rechtstreeks treffen. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn daarbij leidend.

We blijven werken aan de kwaliteit van beleid en wetgeving. Dat is noodzakelijk om het vertrouwen van burgers in de overheid te vergroten. Hiertoe nemen we nieuwe initiatieven, maken we beter gebruik van bestaande instrumenten en bouwen we daarop voort.4 Centraal hierin staan betere samenwerking tussen beleid-wetgeving-uitvoering, herziening van het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) evenals stimulatie van het gebruik ervan, de versterking van de wetgevingstoetsing en beter waarnemen en benutten van signalen uit de praktijk.

Ook investeren we in een betere aansluiting van de rechtspraak op behoeften van burgers. Daarbij doet JenV ervaring op in (verplichte) experimenten met eenvoudigere procedures die conflicten niet op de spits drijven, maar partijen bij elkaar brengen en echte oplossingen bieden. Voorbeelden zijn de schuldenrechter en de wijkrechtbank in Oost-Brabant. De rechtspraak investeert in experimenten met maatschappelijk effectieve rechtspraak, ook in het strafrecht. Eerder ingrijpen bij conflicten met alternatieve manieren van conflictbeslechting voorkomt onnodige escalatie van het conflict en daarmee lange en stressvolle procedures.

Openbare en toegankelijke rechtspraak is een groot goed. Daarom zet de Rechtspraak in op zoveel mogelijk online publiceren van uitspraken.

Betere doorlooptijden

De doorlooptijden binnen de rechtspraak zijn soms te lang. Lange wachttijden en onduidelijkheid over de stappen in het proces kunnen leiden tot zorgen en onzekerheid bij rechtzoekenden. Daarom staat verbetering van doorlooptijden ook in 2022 op de agenda als onderdeel van de meerjarige afspraken tussen de Rechtspraak en JenV. In het programma Tijdige rechtspraak (2020 ‒ 2023) pakken de gerechten de werkvoorraden aan, gaan ze slimmer plannen en vergroten ze voor rechtzoekenden de voorspelbaarheid van de procedure en de uitspraak door beter te communiceren. Ook binnen de strafrechtketen verbeteren we de doorlooptijden.

Het Bestuurlijk Ketenberaad (BKB) heeft in 2019 voor zeven zaakstromen ketenbrede normen vastgesteld die de richting aangeven waarin de doorlooptijden zich moeten ontwikkelen: overtredingen, zeden, verkeer, jeugd, ondermijning, Hoger beroep en executie. Door de coronacrisis is de verbetering van de doorlooptijden op deze zaakstromen achtergebleven. Het BKB heeft een actieplan vastgesteld waarmee de keten vanaf 2022 de doorlooptijden weer de goede richting op gaat buigen.

De digitale rechtsstaat en rechtsbescherming

De rechtsbescherming in het digitale verkeer staat onder druk doordat algoritmen en artificiële intelligentie (AI) vaker worden ingezet en zowel overheid als bedrijfsleven biometrische gegevens verwerken en online surveilleren. Doorlopend moeten we toetsen of we burgers voldoende beschermen tegen negatieve gevolgen van technologie en of zij voldoende mogelijkheden hebben om zich tot de rechter te wenden. Datalekken bij en onrechtmatige gegevensverwerkingen door de overheid zelf onderstrepen de noodzaak om actie te ondernemen en de digitale rechtsstaat ook online te garanderen. Als we digitale middelen inzetten, is het van groot belang dat dit zorgvuldig en rechtmatig gebeurt. In 2022 neemt JenV, samen met EZK en BZK, het voortouw bij onderhandelingen over de Europese AI-verordening evenals bij de onderhandelingen over een juridisch raamwerk over AI in de Raad van Europa. Bovendien gaan we de richtlijnen voor het toepassen van algoritmen door overheden met uitvoeringsorganisaties doorontwikkelen en actief uitdragen.

Tegelijkertijd biedt digitalisering kansen voor onze rechtsstaat en onze rechtsbescherming. In 2022 digitaliseert de rechtspraak een groot deel van de procedures en dossiers en zal het digitaal procesdossier (DPD) landelijk worden uitgerold. Eind 2022 zijn de eerste multimediavoorzieningen ontwikkeld voor veelvoorkomende criminaliteit. Daarmee komt beeld- en audiomateriaal beschikbaar voor politie, OM en rechtspraak. Voorts is dan de dienstverlening verbeterd doodat het ketenbreed slachtofferportaal is ingevoerd. In een structureel samenwerkingsverband pakt de keten de digitalisering verder op onder de noemer Duurzaam Digitaal Stelsel (DDS).

Focus op preventie en bescherming van kwetsbare en hulpbehoevende burgers

Meer bescherming door maatwerk op tijd

De bescherming van kwetsbare en hulpbehoevende burgers krijgt ook in 2022 verder vorm. Maatwerk, een integrale aanpak en tijdigheid zijn hierin kernbegrippen. Meer aandacht is nodig om specifieke groepen te beschermen, zoals voor jongeren, ouderen en slachtoffers van criminele uitbuiting. Criminaliteitspreventie verankeren we daarom beter en steviger in beleid en meer in samenhang met repressieve maatregelen. We zien deze uitgangspunten terug in een grote variatie van deelterreinen waarin we samen met anderen recht en veiligheid vormgeven.

Scheiden zonder schade

Om schade bij kinderen als gevolg van scheidingen te beperken gaan we verder met het programma 'Scheiden zonder Schade'. In 2022 brengen we een Digitaal Plein tot stand en komt er de Pilot gezinsvertegenwoordiger/ casushouder, de Pilot specialist contactverlies en de Procedure gezamenlijke toegang ouders. Eind 2021 volgt een eindrapportage en begin 2022 een eindcongres.

Slachtofferzorg: een sterkere positie van slachtoffers

In 2022 implementeren we de Wet Uitbreiding slachtofferrechten (WUS). Met deze wet versterken we de positie van slachtoffers. Voor het privacy-onderdeel van de WUS toetsen we beleidsopties eerst op uitvoer­baarheid en financiële impact. Om systematische aandacht te bevorderden voor preventie en bescherming van slachtofferschap, starten we in 2022 met de implementatie van de tweede en laatste fase van de invoering van de «Individuele Beoordeling» bij de recherche en meldkamer. Dit biedt de politie de mogelijkheid om slachtoffers, als zij zich melden bij deze politieonderdelen, te beoordelen op kwetsbaarheid voor herhaald slachtofferschap en indien nodig hen te beschermen.

Samen tegen mensenhandel

Het programma «Samen tegen mensenhandel» biedt JenV en andere ministeries het fundament om seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting te voorkomen en tegen te gaan. In 2022 continueren we dit programma en zetten we expliciet in op drie thema’s: kwetsbare jongeren beschermen, mensenhandel stevig online aanpakken en klanten aanspreken op hun verantwoordelijkheid bij het afnemen van seksuele diensten. Ook blijven we investeren in de strafrechtelijke aanpak van mensenhandelaren. Met de middelen uit de motie Segers–Asscher (10 miljoen) breiden we de capaciteit uit van de mensenhandel-politieteams. In 2023 moet dit leiden tot een capaciteitsuitbreiding van in totaal 87 fte bij de Afdeling Vreemdelingen, Identificatie en Mensenhandel (AVIM).

Seksuele misdrijven: preventie, repressie én publiek-private acties

Op het gebied van seksuele misdrijven hanteren we een integrale aanpak. JenV-brede samenwerking met andere departementen en maatschappelijke organisaties is speerpunt hierbij. Een ijkpunt op de korte termijn is het wetsvoorstel seksuele misdrijven. Dit voorstel brengt de normering van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij de tijd en is een antwoord op de vele uitdagingen voor de strafrechtsketen bij seksuele misdrijven. JenV coördineert de implementatie van deze wet.

Om online seksueel kindermisbruik te bestrijden hanteren we eveneens een combinatie van preventie, strafrecht én publiek-private acties. Belangrijkste mijlpaal daarbij is de wetgeving en inrichting van een autoriteit om hostingbedrijven langs bestuursrechtelijke weg aan te pakken. Begin 2022 presenteert het kabinet een plan van aanpak dat de digitale bescherming van minderjarigen en adolescenten verbetert en aanjaagt. Het plan zal concrete ideeën en doelen bevatten voor digitale innovaties en interventies om jongeren te beschermen.

Op 1 januari 2022 treedt het initiatiefwetsvoorstel ‘strafbaarstelling misbruik van prostitué(e)s die slachtoffer van mensenhandel zijn’ in werking. Dit combineren we met een communicatiestrategie om klanten te wijzen op hun verantwoordelijkheid bij het voorkomen van seksuele uitbuiting. Prostitutiebeleid moet seksuele uitbuiting tegengaan. Uniforme regulering van de seksbranche zorgt dat veiligheid en gezondheid van sekswerkers voorop staan. Het wetsvoorstel regulering sekswerk voorziet hierin. Daarnaast versterken we de maatschappelijke positie van sekswerkers. In 2022 doen we ervaring op met de klachtenbalie voor sekswerkers om effectiever te kunnen optreden bij signalen. Ook werken we samen met de Sekswerk Alliantie Destigmatisering en blijft JenV zich actief inzetten om sekswerkers te ondersteunen die uit de prostitutie willen stappen.

Schuldenhulp: toekomstbestendig en slagvaardig

De gevolgen van de coronamaatregelen voor het schuldendomein zijn nog niet duidelijk te zien: het aantal wettelijke schuldsaneringen en faillissementen is lager dan verwacht, mede dankzij de uitgebreide overheidssteun en uitstel van betalingen. Wanneer dat stopt, moeten we ervoor zorgen dat mensen snel schulden kunnen inlossen. Daarom zet JenV breed in op tijdelijke regelgeving bij schuldhulp, zodat bedrijven sneller en makkelijker kunnen stoppen als zij geen toekomst meer zien.

In 2021 startte de pilot Wet Schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Daaruit volgt de urgentie deze wet in 2022 aan te passen. Daarnaast verwachten we dat het wetsvoorstel kwaliteit incassodienstverlening in werking treedt. Dat biedt verdere mogelijkheden om de incassopraktijk te reguleren. We werken aan een optimale aansluiting op alle fasen van betaling, incasso en (buiten-)gerechtelijke oplossingen voor schulden. Het doel hiervan is een toekomstbestendige en slagvaardige incasso- en schuldenpraktijk die schuldenaren én schuldeisers bijstaat.

Discriminatie en racisme: meer coördinatie en integratie noodzakelijk

Discriminatie en racisme blijven hardnekkige problemen. JenV concentreert zich bij de aanpak ervan op institutioneel racisme en de (strafrechtelijke) bestrijding ervan. In 2022 is voorzien in de aanstelling van een Nationaal Coördinator Discriminatie en Racismebestrijding. Dat zal leiden tot een meer gecoördineerde en geïntegreerde aanpak van discriminatie en racisme.

2.1.3 Migratiebeleid: integraal, uitvoerbaar en rechtvaardig

Versterkte migratieketen

De langdurige druk op de migratieketen moet verminderen. De afgelopen periode heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hard gewerkt aan het wegwerken van oude zaken. Nu ligt de focus op duurzaam beslissen binnen wettelijke termijnen. In samenwerking met decentrale partners zetten we maximaal in op adequate opvang van asielzoekers en daarnaast – samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken - op het huisvesten van statushouders. Met dat laatste verlagen we de druk op de opvang. Voor het structureel beter huisvesten van alle aandachtsgroepen is het rapport «Een thuis voor iedereen | Woningmarktbeleid» uitgebracht. Aanbevelingen hieruit pakken we interdepartementaal en interbestuurlijk op. Tevens zetten we in op betere samenwerking in en sturing op de gehele migratieketen. Dit doen we op basis van de adviezen van EY die begin 2021 de IND en de asielketen hebben doorgelicht.

Die doorlichting geeft een extra impuls aan de lopende veranderopgave van de IND. De IND verandert aan de hand van vijf thema’s: sturing op de IND, sturing binnen de IND, personeel en productiviteit, cultuur en informatievoorziening. De aanbevelingen met betrekking tot de sturingscyclus, de ambtelijke sturingsdriehoek en de bekostiging raken de gehele asielketen. Daarom pakken we deze aanbevelingen in samenhang op met de aanbevelingen uit de doorlichting van de asielketen.

De opvolging van de doorlichting van de asielketen richt zich op vier thema’s. Ten eerste een heldere en eenduidige aanpak vanuit de gehele keten op basis van het meerjarig ketenplan. Ten tweede versterken we de sturing en daadkracht, zowel op als binnen de keten. Ten derde verbeteren we de informatievoorziening, zowel intern voor de sturing als extern voor eenduidige en inzichtelijke informatievoorziening. En ten vierde onderzoeken we of de bekostigingsafspraken van de ketenpartners passen bij de dynamiek van de keten.

Deze aanpak is niet vrijblijvend: in 2022 implementeren we de meeste aanbevelingen. Dit betekent dat de aanbevelingen in 2023 onderdeel zijn van de reguliere werkwijze.

Minder overlast, meer terugkeer

Een wisselende en relatief kleine groep asielzoekers zorgt in Nederland voor disproportionele overlast en criminaliteit. Hierbij valt op dat asielzoekers uit veilige landen van herkomst relatief vaak overlast veroorzaken. Met hun kansarme asielaanvraag zijn zij een grote belasting voor de migratieketen. Overlast ondermijnt het draagvlak voor de opvang van asielzoekers. Dit vraagt om een stevige aanpak, waarbij we veilige landers met een asielaanvraag in spoor 25 versoberd en zoveel mogelijk geclusterd opvangen. Dit om hun komst naar Nederland te ontmoedigen en om de asiel- en vertrekprocedure te versnellen. Om overlast te beperken plaatsen we zware overlastgevers, ongeacht het asielspoor, in een speciale locatie met extra handhaving en toezicht. Bovendien zetten we de integrale (lokale) aanpak van de migratieketen voort met de inzet van ketenmariniers, het lokale bestuur en de strafrechtketen. Steeds kijken we of aanvullende maatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn.

Om te voorkomen dat het draagvlak verloren gaat voor het opvangen van mensen die vluchten voor oorlog en geweld, houdt het (demissionaire) kabinet in 2022 vast aan meer terugkeer naar herkomst- en transitlanden van vreemdelingen waarvan de asielaanvraag is afgewezen. Voor betere terugkeerresultaten blijft terugkeersamenwerking een niet te verwaarlozen onderwerp van gesprek in onze contacten met prioritaire herkomstlanden. Om deze gesprekken effectief te kunnen voeren, blijft het kabinet de samenwerking zoeken met deze landen. Samenwerking ziet onder meer op opvang en bescherming van vluchtelingen in de regio, meer vrijwillige terugkeer, meer capaciteit voor grensmanagement en een stevige en doeltreffende aanpak van irreguliere migratie en mensensmokkel. Om landen aan te spreken die onvoldoende meewerken aan terugkeer van hun onderdanen blijft Nederland binnen de EU zich inzetten voor het toepassen van de visumcode.

Reguliere migratie

Demografisch onderzoek laat zien dat Nederland vergrijst. Arbeidsmigratie is een deeloplossing om in te spelen op tekorten die kunnen ontstaan op onze arbeidsmarkt. Daarom zetten we het beleid voort om kennismigranten te kunnen ontvangen die met hun specialistische kennis en vaardigheden een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de economische ontwikkeling, alsook aan de concurrentiepositie en innovatieve slagkracht van Nederland. Bijzondere aandacht gaat uit naar het aantrekken en behouden van getalenteerde afgestudeerden en gepromoveerden. Om te voorkomen dat onze inspanningen ten koste gaan van landen van herkomst houden we oog voor de impact die ons beleid op hen kan hebben. We zetten in op eerste stappen richting implementatie van de nieuwe richtlijn voor een Europese Blauwe Kaart. Met een verblijfsvergunning Europese blauwe kaart kan een hoogopgeleide werknemer wonen en werken in Nederland. Daarnaast brengen we de behoefte aan arbeidsmigratie in andere sectoren en segmenten in kaart. Ook zien we mogelijkheden voor hogere arbeidsparticipatie van groepen in de bestaande Nederlandse bevolking. Vanuit migratieperspectief liggen daar kansen voor gezinsmigranten en statushouders.

Inzet op grenzen

De Europese Commissie presenteerde medio 2021 een nieuwe strategie om het Schengengebied - de grootste ruimte voor vrij reizen ter wereld - sterker, veiliger en veerkrachtiger te maken. Het beheer van de buitengrenzen wordt verbeterd door implementatie van nieuwe of aangepaste Europese informatiesystemen. Daartoe behoort ook het Europese Inreis/ Uitreis Systeem en het Europees Systeem voor reisinformatie en autorisatie. De implementatie daarvan staat gepland voor 2022. Dit betekent een stevige en zichtbare verandering aan onze buitengrenzen.

Daarnaast investeert Nederland in een aantal innovatieve projecten, zoals de verdere ontwikkeling van de automatische grenspassage en implementatie van het slimme grenzenpakket (EES/ ETIAS) op Schiphol. Dit om veilig, snel en comfortabel reizen voor nu en in de toekomst te garanderen.

Een beter beheer van de Nederlandse en (overige) EU-buitengrenzen is noodzakelijk voor de veiligheid en mobiliteit van personen en goederen binnen het Schengengebied. Nederland wil het grenstoezicht verbeteren zodat grensautoriteiten tijdig en effectief kunnen optreden, bijvoorbeeld bij onverwachte situaties (zoals tijdens de coronapandemie) of bij verhoogde instroom van irreguliere immigratie. Nieuwe technologie, verdere digitalisering van het grensproces én strenger monitoren van implementatie en uitvoering helpen daarbij. Voor geïntegreerd grensbeheer en terugkeer vergroot Nederland zijn bijdrage in personeel aan Frontex conform de EU-afspraken.

Gemeenschappelijke aanpak migratie en asiel binnen Europa

Om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (GEAS) verder te hervormen heeft de Europese Commissie in 2020 een nieuw Pact voor migratie en asiel voorgesteld. In 2022 zetten we de behandeling hiervan voort. De inzet van het kabinet is om structurele Europese verbeteringen en structurele solidariteit hand in hand te laten gaan in een situatie waarin alle lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen. De implementatie van goed functionerende asielprocedures aan de EU-buitengrenzen is essentieel om onderscheid te kunnen maken tussen kansarmere en kansrijkere asielaanvragen, en daarmee voor een snelle terugkeer van afgewezen asielzoekers. Daarenboven zijn meer effectieve en efficiënte procedures nodig om het huidige Dublinstelsel beter te laten functioneren en daarmee secundaire migratie te ontmoedigen. Voorts blijft Nederland de Europese Commissie aanmoedigen de geldende regels krachtig te handhaven opdat alle lidstaten aan hun verplichtingen blijven voldoen.

2.1.4 Tot slot: opgaven voor de organisatie van JenV

JenV werkt hard aan een veilig en rechtvaardig Nederland. Dat vergt optimalisatie van onze informatiehuishouding. De digitale én bedrijfsvoeringportefeuille zijn hiervoor randvoorwaarden. In 2022 geven we opvolging aan de invoering én bestendiging van de uitkomsten van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en Werkagenda voor de Uitvoering (WaU)- trajecten. Dit doen we onder andere op het gebied van ICT, excellent (ambtelijk) vakmanschap, en informatiehuishouding en informatievoorziening aan de maatschappij. Als gevolg van de coronapandemie zijn we hybride gaan werken. In 2022 voeren we deze manier van werken verder door en borgen we het hybride werken in huisvesting (beleidsorganisaties, justitiële instellingen, Rechtbanken), personeel en organisatie, digitale voorzieningen en sociale relaties. Tevens zetten we in op het uitbouwen van de digitale agenda (incl. datagedreven werken, informatiebeveiliging), op de lopende thema’s van professionaliteit, wendbaarheid en de verduurzamingsportefeuille, alsook op diversiteit en inclusie.

2022 is een jaar dat volgt op een ongekende crisis, die langer aanhield dan we dachten en hoopten. De afgelopen tijd heeft ons allemaal in verschillende mate geraakt, de één zwaarder dan de ander, maar niemand gaat onveranderd verder. We hebben allemaal hoop, hoop dat we kunnen herstellen en blijvend kunnen overschakelen naar een vorm van een ‘normaal’ leven, waarin corona geen overheersende rol meer speelt. Een leven dat rust en regelmaat kent en dat ook kan worden gevierd.

Dat normale leven kan niet bestaan zonder sterke rechtsstaat. De organisaties van justitie en veiligheid hebben in 2022 een misschien nog wel belangrijkere taak dan anders om het gewone leven van mensen veilig te stellen en te laten ervaren dat de rechtsstaat er voor hen is. JenV is meer dan ooit gemotiveerd die verantwoordelijkheid voor een veilige en rechtvaardige samenleving op zich te nemen. Laat (ook) 2022 het jaar zijn waarin Nederland zich kan herpakken en mensen kunnen vertrouwen op een dienstbare overheid. Er zijn al forse stappen gezet, maar we zijn er nog niet.

Overzicht coronamaatregelen

De jaren 2020 en 2021 zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronacrisis. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van Justitie en Veiligheid zijn genomen. Een uitgebreid overzicht is te vinden op Rijksfinanciën.

Tabel 1 Overzicht coronamaatregelen (bedragen * € 1 mln.)

artikel

naam maatregel/regeling

2020

2021

2022

Relevante kamerstuknummers

32

corona gerelateerde kosten

 

6

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

33

corona gerelateerde kosten

 

11

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

34

corona gerelateerde kosten

 

55

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

36

corona gerelateerde kosten

 

24

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

37

corona gerelateerde kosten

 

30

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

91

corona gerelateerde kosten

 

3

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

92

corona gerelateerde kosten

 

12

 

Kamerstukken II 35 850, nr. 1

36

Noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen

69

‒ 26

 

Kamerstukken II 35 650, nr. 2

36

programma DG COVID-19

5

20

1

Kamerstukken II 35 570, nr. 9

91

programma DG COVID-19

 

2

 

Kamerstukken II 35 570, nr. 9

36

ISB-1 tijdelijke coronabanen

 

60

 

Kamerstukken II 35 686, nr. 1

34

ISB-2 regeling bedrijvenschade coronarellen

 

3

 

Kamerstukken II 35 794, nr. 1

31 t/m 91

gerealiseerde coronakosten

60

  

Kamerstukken II 35 830, nr. 1

32

Verlopen rijbewijzen en APK's

3

  

Kamerstukken II 35 830, nr. 1

 

Totaal

136

199

1

 

Coronagerelateerde kosten

In verband met extra kosten die JenV maakt voor beschermingsmid­delen en -maatregelen, kosten voor het inhalen van achterstanden en compensatie van lagere ontvangsten als gevolg van de coronacrisis is dit jaar een bedrag van € 100 mln. aan de JenV-begroting toegevoegd. Vorig jaar was reeds € 40 mln. voor het jaar 2021 beschikbaar gesteld zodat het totale budget voor het jaar 2021 uitkomt op 140 mln.

Noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen

Het kabinet heeft in 2020 besloten tot de aanleg van een noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor 45 dagen ten bedrage van € 69,3 mln. Inmiddels is gebleken dat van het ingeschatte bedrag van € 69,3 mln. slechts € 43,3 mln. nodig is. Het verschil van € 26 mln. is in 2021 teruggestort.

Programma DG COVID-19

In juli 2020 is een interdepartementaal programma DG opgericht, welke wordt gehuisvest bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit DG zal interdepartementaal alle nodige actie verrichten om regie en samenhang te bereiken met betrekking tot beleid en uitvoering. De meerjarig begrootte uitgaven betreffen de structurele beheerskosten.

Tijdelijke coronabanen

Om toezicht- en handhavingsorganisaties te ondersteunen is € 60 mln. beschikbaar gesteld aan de gemeenten voor tijdelijke coronabanen. Hiermee kunnen ongeveer 3.800 voltijds fte tijdelijke coronabanen in het toezicht en de handhaving gecreëerd worden.

Regeling bedrijvenschade coronarellen

Eind januari zijn meerdere Nederlandse steden geteisterd door ernstige rellen. Deze rellen betekenden niet alleen een ernstige verstoring van de openbare orde, maar hebben ook schade veroorzaakt aan winkels en bedrijven in deze steden. Het gaat hier vaak om ondernemers die al zwaar getroffen zijn als gevolg van de corona-maatregelen. Dat juist deze ondernemers hier bovenop extra schade ondervinden door deze rellen is zeer onrechtvaardig en vraagt om een gebaar van de overheid. Invulling van dit gebaar vindt plaats met een regeling waar de getroffen ondernemers een beroep op kunnen doen voor de bedrijvenschade die zij niet vergoed krijgen van de verzekering.

gerealiseerde coronakosten

Voor de geraliseerde coronakosten 2020 wordt verwezen naar de bijlage <overzicht coronasteunmaatregelen> in het departementale jaarverslag 2020.

Verlopen rijbewijzen en APK´s

Het kabinet biedt coulance voor rijbewijzen en APK-keuringen die verlopen in de periode van 16 maart tot 1 juli 2020. De handhaving op APK-keuringen is op 1 juli hervat. De maatregel voor rijbewijzen is verlengd tot 1 juni 2021. Dit leidt in 2021 tot een derving van naar verwachting ongeveer € 0,1 mln. op de generale ontvangsten uit Boeten en Transacties op de begroting van Justitie en Veiligheid.

1

Zie voor een verkenning van schadelijk en immoreel gedrag op het internet in Nederland het in opdracht van JenV door het Rathenau Instituut opgestelde rapport (2021).

2

Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK). Kamerstukken II 35 510, nr. 2

3

Kamerstukken II 35 387, nr. 2

4

Er is geld vrijgemaakt voor de herziening van het IAK. Zie de brief ‘Versterking van de kwaliteit van beleid en wetgeving’ van de Minister voor Rechtsbescherming van 25 juni 2021. Kamerstukken I 31.731 en Kamerstukken II 35 570 , nr. 115

5

In spoor 2 behandelt de IND-asielaanvragen als de aanvrager afkomstig is uit een veilig land of als hij/zij legaal verblijf heeft in een ander Europees land.

Licence