Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

6. Raad voor de rechtspraak

In deze meerjarenbegroting, die gebaseerd is op de PMJ-prognose van december 2020, geeft de Rechtspraak aan welke activiteiten zij in de jaren 2021-2026 wil verrichten en welke middelen daarvoor nodig zijn. Sinds 2020 wordt de bekostiging van de Rechtspraak gebaseerd op een lumpsum bijdrage voor de vaste kosten, naast een productiegerelateerde bijdrage.

Beleidsmatige ontwikkelingen

De impact van de coronacrisis is voor iedereen ongekend, de Rechtspraak is daarin geen uitzondering. Dat neemt niet weg dat de Rechtspraak het werk van de rechter nog beter tot zijn recht wil laten komen en wil leren van de crisis. Het gaat dan bijvoorbeeld om de impact die de coronacrisis had op openbaarheid en toegankelijkheid van rechtspraak. De openbaarheid kan versterkt worden door verder te werken aan de bestaande ambitie om veel meer uitspraken te publiceren. Ook wordt gekeken hoe de Rechtspraak in de toekomst om kan gaan met online zittingen, die als gevolg van de coronacrisis een vlucht hebben genomen. Dat proces begint met het ontwikkelen van een visie op online zittingen post-coronacrisis. Ook leert de Rechtspraak van de toeslagenaffaire. Rechters reflecteren op de vraag wat hun rol is geweest in de toeslagenaffaire en hoe zij effectieve rechtsbescherming kunnen bieden. De Rechtspraak heeft het werken met een menselijke maat op de strategische agenda gezet en gaat daar de komende tijd met extra aandacht mee aan de slag.

 Vernieuwde missie, visie en agenda

In 2021 heeft de Rechtspraak haar missie, visie en agenda vernieuwd. De missie geeft aan waar de Rechtspraak voor staat en is in principe tijdloos. De visie is haar beeld van een succesvolle toekomst gericht op het jaar 2030: waar de Rechtspraak voor gaat. Het is de begrijpelijke drijfveer voor en reden achter bepaalde beleidskeuzes; het helpt bij het nemen van beslissingen en bij het uitleggen daarvan.

De vernieuwde missie

De Rechtspraak beschermt rechten en vrijheden, komt op voor de democratische rechtsstaat, zorgt voor een goede toepassing van het recht en voor beslissingen door onafhankelijke, onpartijdige, integere en deskundige rechters.

De vernieuwde visie

De Rechtspraak is rechtvaardig, toegankelijk, tijdig, transparant en speelt in op maatschappelijke ontwikkelingen.

Uit de missie en visie vloeit de Agenda van de Rechtspraak voort. Deze bevat vijf doelen die de komende jaren leidend zullen zijn bij het formuleren van nieuwe beleidsdoelen en het maken van nieuwe bestuurlijke afspraken om in de komende 3 tot 5 jaar stappen te zetten in de richting van de realisatie van de ambities uit de visie.

De strategische doelen uit de vernieuwde Agenda van de Rechtspraak

1. De Rechtspraak is tijdig en toegankelijk

2. Toegang tot de rechter wordt digitaal en op een laagdrempelige wijze verleend. Voor rechtzoekenden die onvoldoende in staat zijn om mee te doen aan digitaal toegankelijke rechtspraak, wordt toegang tot de rechter gefaciliteerd.

3. De Rechtspraak werkt actief samen in netwerken en is daarin betrouwbaar. Deze samenwerking is niet vrijblijvend. Bij die samenwerking blijft de onafhankelijke en onpartijdige rol van de rechter gewaarborgd.

4. De Rechtspraak werkt met een menselijke maat. Medemenselijkheid is bepalend voor de manier waarop de Rechtspraak haar werk uitvoert. Zij ziet de mens achter het juridische dossier. Haar communicatie kent een persoonlijke benadering daar waar dat kan.

5. De Rechtspraak is divers samengesteld en zorgt voor inclusiviteit. Dat wil zeggen dat zij ervoor zorgt dat iedereen zich thuis voelt in de organisatie en daar zichzelf kan zijn. De Rechtspraak creëert kansen voor het leren van elkaar en het samen werken. Zij wordt gedreven door de in de missie geformuleerde waarden. Bestuurders en managers stimuleren eigenaarschap bij een ieder die voor de Rechtspraak werkt en geven aan hen vertrouwen.

Met de Raad voor de rechtspraak is afgesproken dat voor 2021 in alle rechtsgebieden als gevolg van de coronacrisis de zogenoemde hardheidsclausule van toepassing wordt verklaard. Dit houdt in dat hoewel er minder zaken worden afgehandeld dan afgesproken, de Raad geen storting in de egalisatierekening hoeft te doen en het budget van de Rechtspraak ongewijzigd blijft.

6.1 Beleidsdoelen van de Rechtspraak

Dit hoofdstuk beschrijft de beleidsdoelen die de Rechtspraak heeft geformuleerd op basis van de afspraken uit het prijsakkoord die tussen de Raad voor de rechtspraak en de minister voor Rechtsbescherming zijn gemaakt voor de periode 2020-2022. Daarnaast is het beleid van de Rechtspraak gebaseerd op de vernieuwde Agenda van de Rechtspraak en mede tot stand gekomen op basis van de visitatie door een onafhankelijke commissie van de gerechten in 2018.

De Raad voor de rechtspraak en de presidenten van de gerechten werken in 2022 gezamenlijk aan het behalen van doelen op de volgende beleidsthema’s zoals die zijn vastgelegd in de Uitvoeringsagenda 2020-2022:

  • Verbeteren doorlooptijden en het wegwerken van achterstanden;

  • Versterking van het personeelsbeleid, waaronder gerechtsoverstijgende personeelsplanning;

  • Verbeteren van de informatievoorziening en de digitale toegankelijkheid.

Hieronder volgt een nadere toelichting per beleidsthema.

Verbeteren doorlooptijden en wegwerken achterstanden

De doorlooptijden van procedures en de voorspelbaarheid ervan voor rechtszoekenden verdienen verbetering. In 2018 werd daarom op basis van de vorige agenda van de Rechtspraak al gestart met een project dat zich richtte op deze doelstelling. Dat resulteerde eind 2019 in de formulering van standaarden voor doorlooptijden. Met deze standaarden is per zaaksoort bepaald hoelang een stap in een rechtszaak mag duren. Op deze manier hebben rechters meer handvatten voor doorlooptijdverkorting en weten rechtzoekenden beter waar zij aan toe zijn. Een vervolgstap is het in 2020 gestarte programma Tijdige rechtspraak.

Het programma Tijdige rechtspraak heeft als opdracht om de gerechten te ondersteunen om de doorlooptijdenstandaarden te behalen en de voorspelbaarheid voor rechtszoekenden te vergroten. De activiteiten bestaande uit het inzetten van versnellers, het inlopen van bestaande achterstanden, efficiënter werken door middel van beter roosteren en plannen en het beter communiceren met rechtszoekenden in het programma moeten ervoor zorgen dat het overgrote deel van de standaarden voor doorlooptijden wordt gerealiseerd. Daarnaast moet het programma leiden tot betere communicatie met rechtszoekenden waardoor de rechtsgang voorspelbaarder wordt voor rechtszoekenden en voor meer werkplezier voor de medewerkers van de Rechtspraak.

Versterking van het personeelsbeleid

Om de kwaliteit van het rechtspreken hoog te houden, alle rechtszaken de komende jaren te kunnen blijven behandelen en voor een goed functionerende organisatie is het essentieel om kwalitatief, betrokken en vakbekwame medewerkers aan te trekken, te behouden, toe te rusten en te ontwikkelen. Daarom werkt de Rechtspraak in 2022 verder aan diverse projecten die zich onder meer richten op het in kaart brengen van het benodigde aantal en de juiste kwaliteit medewerkers, de ontwikkeling van de medewerkers en hun werving.

Om de capaciteit zowel op het gezamenlijke niveau van de Rechtspraak als op het niveau van de individuele gerechten structureel op orde te houden is het project gerechtsoverschrijdende personeelsplanning gestart. Het doel hiervan is inzicht verwerven in de samenstelling van het personeelsbestand en de meerjarige personeelsbehoefte. Inmiddels is het capaciteitsplanningsmodel voor rechterlijke ambtenaren opgeleverd en is men begonnen aan het planningsmodel voor gerechtsambtenaren. De uitkomst van het project ziet op het verbeteren van het integrale personeelsbeleid van de Rechtspraak en het versterken van de onderlinge samenwerking van gerechten op het gebied van personeelsplanning en inzet van medewerkers.

De Rechtspraak wil ook in de toekomst een aantrekkelijke werkgever blijven. Met een Rechtspraakbrede gemoderniseerde arbeidsmarktstrategie kan de Rechtspraak zich positioneren als een aantrekkelijke, moderne, inclusieve werkgever. Deze strategie levert een bijdrage aan het tijdig kwalitatief en kwantitatief werven van de juiste mensen zodat personele uitdagingen zoals uitstroom door pensionering het hoofd kan worden geboden en ambities zoals het wegwerken van achterstanden, het verkorten van doorlooptijden, het werken met professionele standaarden en het beheersbaar houden van de werkdruk kunnen worden gerealiseerd. Voor de inkleuring van het beeld van de Rechtspraak als werkgever is het nodig om het werken vanuit een Rechtspraakbrede positionering met een overkoepelend werkgeversverhaal. Inmiddels is een in- en extern imago-onderzoek uitgevoerd en zijn de bouwstenen voor het ontwikkelen van een sterk werkgeversmerk en werkgeversverhaal beschikbaar.

Ook blijft de Rechtspraak zich de komende jaren inspannen voor de loopbaanontwikkeling van gerechtsambtenaren. Dit doet zij door het verder ontwikkelen van een Rechtspraakbreed loopbaanbeleid dat erop gericht is te zorgen dat deze functiegroepen duurzaam inzetbaar zijn en blijven in een veranderende organisatie en omgeving. Het eerste resultaat betreft het visiedocument over de rol en positie van de juridisch medewerker binnen de Rechtspraak. Dit visiedocument vormt de basis voor het concept loopbaanbeleid waarover in het najaar van 2021 zal worden besloten.

In fase II (2022) zal de focus worden verlegd naar de administratief medewerkers en de medewerkers in de bedrijfsvoering.

Verbeteren informatievoorziening en digitale toegankelijkheid

De Rechtspraak heeft belangrijke vooruitgang geboekt op het gebied van digitalisering; de coronacrisis heeft daar ook een impuls aan gegeven. In 2022 wordt verder gewerkt aan de ingezette digitalisering. Het doel is rechtszoekenden of hun procesvertegenwoordigers via een digitaal kanaal toegang te geven tot de Rechtspraak en op een veilige manier met partners en rechtszoekenden over zaken te communiceren. Uiteindelijk zal digitaal procederen verplicht zijn voor professionele procespartijen, zoals beoogd met de digitaliseringswetgeving. De Rechtspraak heeft in 2020 een positief BIT advies gekregen waarmee zij groen licht heeft voor het uitrollen van Digitale Toegankelijkheid. De eerste zaakstromen worden binnen het civiel recht en het bestuursrecht opgepakt. Op dit moment draaien er pilots voor beslagrekesten en rijksbelastingzaken. De komende jaren wordt digitale ontsluiting stapsgewijs in alle overige zaakstromen gerealiseerd.

Het verbeteren en uitbreiden van het beschikbaar stellen van data uit de registers van de Rechtspraak is de kern van de Rechtspraak datastrategie. Om deze stappen zo veilig mogelijk te kunnen zetten werkt de Rechtspraak ook aan het aanpassen van het beveiligingsniveau aan het toenemende dreigingsniveau.

Een belangrijk onderdeel van de Rechtspraak datastrategie is de ambitie om een substantiële verhoging van het aantal gepubliceerde uitspraken van rechters te realiseren. Deze ambitie wordt nu verder uitgewerkt. Denk daarbij aan het waarborgen van privacy van betrokkenen en het vereenvoudigen van het anonimiseren van uitspraken door het gebruikmaken van tooling.

Ook wordt vanuit de informatievoorziening een bijdrage geleverd aan de verbetering van doorlooptijden, onder andere met de roostertool ZRP voor Rechtspraak en OM en de e-Handtekening voor rechtspraak documenten.

Daarnaast werkt de Rechtspraak verder aan het digitaal werkdossier (DWD). Het DWD ontsluit informatie uit digitale zaakdossiers, maar kan ook worden gebruikt voor gescande papieren dossiers. Het DWD maakt het mogelijk om dossiers digitaal te behandelen en bevordert optimale samenwerking. DWD is inmiddels succesvol geïmplementeerd bij de zaakstroom Asiel en Bewaring. Nu wordt er gewerkt om DWD beschikbaar te krijgen voor andere zaakstromen; uit een inventarisatie blijkt grote belangstelling hiervoor.

Overige doelstellingen

Naast bovengenoemde beleidsdoelen zijn in de Uitvoeringsagenda 2020-2022 een aantal overige doelstellingen geformuleerd die niet in een afzonderlijk programma worden vertaald: het verlagen van de werkdruk, het versterken van de externe oriëntatie, het verbeteren van de besturing en het verbeteren van de diversiteit en inclusie. Aan de realisatie van deze doelstellingen wordt gewerkt door voortzetting van bestaande en eventueel nieuw vast te stellen activiteiten en programma’s op basis van de vernieuwde visie en agendadoelen van de Rechtspraak.

De Rechtspraak vindt aansluiting bij de behoeften en problemen in de samenleving van groot belang. Externe oriëntatie wordt onder meer in de praktijk gebracht onder de noemer maatschappelijk effectieve rechtspraak (MER). Daarnaast komt deze doelstelling terug in de vernieuwde agendadoelen van de Rechtspraak.

De Rechtspraak zet in op het vergroten van de diversiteit en inclusie, omdat de samenleving zich moet kunnen herkennen in de Rechtspraak. Meer diversiteit, in de breedste zin van het woord, kan bijdragen aan het vertrouwen in en draagvlak voor de Rechtspraak. Bovendien wil de Rechtspraak een inclusieve organisatie zijn, waarin behalve rechtszoekenden ook (potentiële) werknemers zich herkennen en zij zich thuis voelen en zichzelf kunnen zijn. Diverse gerechten hebben inmiddels meegedaan aan de Nederlandse Inclusiviteitsmonitor. Om de ambitie verder kracht bij te zetten, sluiten diverse gerechten en diensten zich aan bij het Charter Diversiteit. Het Charter Diversiteit is een kennisnetwerk, waarin deelnemende organisaties kennis en ervaring kunnen uitwisselen, en dat kan helpen bij de verdere uitvoering en ontwikkeling van het diversiteitsbeleid. Daarnaast heeft de Rechtspraak als werkgever de maatschappelijke verantwoordelijkheid om het voor mensen met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt gemakkelijker te maken om bij de Rechtspraak aan de slag te kunnen.

Het verlagen van de werkdruk draagt bij aan kwalitatief goede rechtspraak. Van verschillende initiatieven wordt verwacht dat zij bijdragen aan het verlagen van de werkdruk. Voorbeelden daarvan zijn het programma Tijdige rechtspraak, het versterken van de gerechtsoverstijgende personeelsplanning, activiteiten gericht op effectiever maken van de organisatie en de werving van extra personeel. Werkdruk dient echter ook op de werkvloer aangepakt te worden door medewerkers zelf en hun leidinggevende(n).

Het is van belang dat eenmaal vastgestelde plannen, met een toereikend budget, tijdig en succesvol tot uitvoering kunnen worden gebracht. De Uitvoeringsagenda draagt daar onder andere aan bij via het stellen van bestuurlijke prioriteiten en via een actief opdrachtgeverschap. Ook de vernieuwde visie en agenda draagt met de concrete doelstellingen die de komende jaren leidend zullen zijn bij het maken van bestuurlijke afspraken bij aan het verbeteren van de besturing.

Ondermijnende criminaliteit

Eind 2019 heeft het kabinet de contouren geschetst van het brede offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit; over de inzet van de daarvoor beschikbare middelen wordt overlegd met alle betrokken partijen. Gezien de toegenomen dreiging voor mensen die zijn betrokken bij rechtszaken wordt binnen de Rechtspraak en met de ketenpartners verder gewerkt aan maatregelen om de veiligheid van medewerkers en bezoekers van gerechtsgebouwen structureel te verhogen.

Daarnaast heeft het kabinet besloten om in Vlissingen een grote Extra Beveiligde Inrichting (EBI) te realiseren, in combinatie met een extra beveiligde zittingsruimte. Ook investeert het kabinet in een nieuwe extra beveiligde zittingslocatie ten noorden van de grote rivieren als alternatief voor de Bunker. Een adviescommissie heeft advies uitgebracht over de plaats en functionele eisen van de extra beveiligde zittingslocatie.

Ook investeert de Rechtspraak in verdergaande ontwikkeling van medewerkers op het gebied van ondermijningszaken. Onder andere door het opzetten van een leergang bij het Studiecentrum Rechtspleging (SSR), professionele uitwisseling van best practices en mogelijk clustering van werkzaamheden.

Achterstanden in het strafrecht

Het grotendeels sluiten van de fysieke gerechtslocaties in het voorjaar van 2020 als gevolg van de coronacrisis zorgde voor extra achterstanden. In samenwerking met het OM is een plan gepresenteerd waarin is afgesproken dat beide organisaties eraan werken om eind 2021 de achterstanden in het strafrecht, veroorzaakt door de coronacrisis, weer in te hebben gelopen. Deze aanpak behelst onder andere een aanpak om zaken die normaal met drie rechters worden afgedaan, nu met één rechter af te doen. Na de zomer van 2021 worden de resultaten van een evaluatie van deze plannen verwacht. Naar aanleiding van deze evaluatie zal onder andere worden bezien of een voortzetting van de tijdelijke corona-aanpak in het strafrecht noodzakelijk zou kunnen zijn en wat hiervan de financiële consequenties zijn.

In 2019 heeft de Eerste Kamer via de motie Rosenmöller27 het kabinet opgeroepen een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar de mogelijkheden en condities waaronder de continuïteit van de strafrechtketen beter kan worden geborgd. Ter uitvoering van die motie heeft SEO economisch onderzoek in samenwerking met onderzoeksbureau AEF in opdracht van het WODC een onafhankelijk onderzoek verricht naar de continuïteit van de bekostiging van politie, Openbaar Ministerie en Rechtspraak dat op 30 april 2021 is aangeboden aan de Eerste en de Tweede Kamer. Daarnaast hebben politie, OM en Rechtspraak plannen ontvouwd om achterstanden in de strafrechtketen verder weg te werken28, doorlooptijden te versnellen en ondermijnende criminaliteit verder aan te pakken en te voorkomen.

6.2 Financiën

Bekostiging Rechtspraak

Najaar 2021 start een tijdsbestedingsonderzoek en wordt nagegaan of de financiering in megazaken door de toename van complexe zaken, met meerdere verdachten, door drugsgerelateerde en ondermijnende criminaliteit nog voldoet. De resultaten van dit onderzoek zullen worden meegenomen in de te starten prijsbesprekingen voor de periode 2023 tot en met 2025.

Tabel 94 Meerjarige begroting van baten en lasten (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

       

Bijdrage Ministerie van JenV

1.064.583

1.146.668

1.145.702

1.131.272

1.105.391

1.098.701

1.095.322

Overige bijdrage van Ministerie van JenV

32.048

32.048

32.048

32.048

32.048

32.048

32.048

Overige opbrengsten

9.644

11.374

11.374

11.374

11.374

11.374

11.374

Rentebaten

       

NCC

 

900

1000

1000

1.000

1.000

1.000

Toevoeging uit egalisatierekening

       

Bijdrage meer/minder werk

0

      
        

Totaal baten

1.106.275

1.190.990

1.190.124

1.175.694

1.149.813

1.143.123

1.139.744

        

Lasten

       

Personele kosten

897.759

955.032

945.886

935.247

913.790

908.184

905.219

Materiële kosten

210.202

223.612

221.471

218.980

213.955

212.643

211.949

Afschrijvingskosten

19.952

19.943

19.336

18.149

18.891

19.171

19.474

Gerechtskosten

2.535

3.158

3.181

3.065

2.922

2.869

2.846

        

Totale lasten

1.130.448

1.201.746

1.189.874

1.175.441

1.149.558

1.142.866

1.139.487

        

Subtotaal opbrengsten minus bedrijfslasten

‒ 24.173

‒ 10.756

250

253

255

257

257

        

Rentelasten

179

244

250

253

255

257

257

        

Saldo van baten en lasten

‒ 24.352

‒ 11.000

0

0

0

0

0

Vermogensstorting 2020

12.514

      

Resultaat na vermogensstorting

‒ 11.838

      

Baten

Bijdrage Ministerie van Justitie en Veiligheid

De bijdrage bestaat uit een productiegerelateerde bijdrage, een bijdrage voor de vaste kosten, een bijdrage voor gerechtskosten en een bijdrage voor overige taken. Daarnaast bevat de bijdrage middelen voor taken die niet voortvloeien uit de Wet op de rechterlijke organisatie zoals tuchtrecht en de secretariaten van de commissies van toezicht voor het gevangeniswezen. Naast bovenstaande JenV-bijdrage die als bate is opgenomen, heeft in 2021 aanzuivering plaatsgevonden door JenV van het in 2020 ontstane negatieve vermogen bij de Rechtspraak.

Overige bijdragen van het ministerie van JenV en overige opbrengsten

Deze posten betreffen bijdragen van het Openbaar Ministerie voor IVO en SSR en bijdragen aan de Rechtspraak van andere departementen.

Netherlands Commercial Court (NCC)

De jaarlijkse lumpsumbijdrage aan de Rechtspraak voor de kosten in de aanloop- en opstartfase van de Netherlands Commercial Court (NCC) wordt als een vordering op het ministerie opgenomen. Het ministerie zal deze vordering betalen uit de toekomstige ontvangsten van de griffierechten van de NCC-zaken.

Bijdrage meer- en minderwerk

De bijdrage meer- en minderwerk (egalisatierekening van de Rechtspraak) betreft het saldo van meer- en minder- productie ten opzichte van de productie zoals wordt gefinancierd door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het meer- en minderwerk wordt afgerekend tegen 70% van de afgesproken productgroepprijzen.

Lasten

Personele kosten

Ten opzichte van 2020 zullen de personele kosten stijgen als gevolg van extra middelen voor productiecapaciteit en loonindexatie.

Materiële kosten

De materiële kosten nemen toe ten opzichte van 2020 door indexatie en hogere IT- en overheadkosten.

Tabel 95 Afschrijvingstermijn materiële vaste activa

Materiële vaste activa

Afschrijvingstermijn

Hard- en software

3 jaar

Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachines

5 jaar

Audio- en visuele middelen en stoffering

8 jaar

Verbouwingen, installaties, bekabeling en meubilair lang

10 jaar

Rentekosten

Voor de financiering van materiële vaste activa sluit de Rechtspraak leningen af bij het ministerie van Financiën. Voor de berekening van deze kosten wordt rekening gehouden met de door Financiën afgegeven rentepercentages. Dit rentepercentage bedraagt voor alle betreffende looptijden (3, 5, 8 en 10 jaar) 0,0%.

Gerechtskosten

Het gaat hier om de kosten die het gerecht in civiele- en bestuurszaken maakt gedurende of als gevolg van een aan de rechter voorgelegde zaak zoals advertentiekosten bij faillissementen, tolken en vertalers en deskundigen.

Bijdrage Ministerie van Justitie en Veiligheid

In de onderstaande tabel is de bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid gespecificeerd.

Tabel 96 bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Productiegerelateerde bijdrage

593.052

646.544

651.579

636.965

617.935

611.257

608.293

Bijdrage vaste kosten

418.404

443.288

438.270

438.136

433.406

433.406

433.406

        

Bijdrage voor overige uitgaven

       

Bijzondere kamers rechtspraak

12.070

13.057

12.751

12.751

12.751

12.751

12.751

College van Beroep v/h bedrijfsleven

9.542

10.080

10.080

10.494

8.381

8.381

7.967

Megazaken

17.869

21.094

20.395

20.415

20.551

20.591

20.614

Gerechtskosten

4.440

3.158

3.181

3.065

2.922

2.869

2.846

        

Bijdrage Niet-BFR 2005 taken

       

Tuchtrecht

3.470

3.387

3.387

3.387

3.387

3.387

3.387

Cie. van toezicht

5.686

6.007

6.007

6.007

6.007

6.007

6.007

Overige

50

53

53

53

53

53

53

        

Bijdrage JenV-begroting

1.064.583

1.146.668

1.145.702

1.131.272

1.105.391

1.098.701

1.095.322

De productiegerelateerde bijdrage is het meest omvangrijke deel van de bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze bijdrage komt tot stand door de productieafspraken tussen Raad en minister te vermenigvuldigen met de afgesproken prijzen. Het aantal rechtszaken is op onderdelen toegenomen ten opzichte van de prognoses uit de vorige begroting. De prognose van het aantal vreemdelingenzaken is voor 2021 gedaald, maar meerjarig ook toegenomen. Voor het begrotingsjaar 2021 ligt de uit de JenV-begroting gefinancierde productieafspraak iets onder het niveau van de geraamde capaciteitsbehoeften volgens het huidige Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). In onderstaande tabel zijn de gefinancierde productieaantallen opgenomen.

Tabel 97 Productieaantallen (absolute aantallen)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Gerechtshoven

       

Handel

6.574

8.210

9.197

9.081

8.249

7.838

7.683

Familie

4.972

5.351

5.402

5.387

5.434

5.459

5.478

Straf

25.482

30.816

30.819

30.868

30.918

30.919

30.920

Belasting

4.177

4.894

4.692

4.443

4.400

4.330

4.254

        

Rechtbanken

       

Handel

60.654

86.019

84.714

81.281

76.619

75.174

74.125

Familie

180.195

193.445

193.322

192.528

192.059

193.104

194.103

Straf

158.822

178.447

178.732

178.360

178.301

177.871

177.996

Bestuur (excl. Vreemdelingenkamers)

30.692

36.804

37.388

36.511

34.490

34.111

33.884

Bestuur (Vreemdelingenkamers)

31.312

40.770

46.220

45.381

45.461

43.861

43.861

Kanton

835.078

1.062.274

1.063.489

1.018.022

956.194

941.396

935.042

Belasting

21.741

30.240

25.716

24.844

23.084

22.579

22.038

        

Bijzondere colleges

       

Centrale Raad van Beroep

5.509

5.170

4.763

4.768

4.589

4.640

4.512

        

Totaal

1.365.208

1.682.440

1.684.456

1.631.475

1.559.799

1.541.281

1.533.897

Eigen vermogen

In 2020 was het resultaat van de rechtspraak circa € 12 mln. negatief. Dit bedrag is ten laste gebracht van het eigen vermogen. Op grond van het Besluit financiering Rechtspraak 2005 (artikel 18, lid 3) is aanvulling van het negatieve vermogen tot nulstand nodig. In 2021 zal hiervoor door het ministerie van Justitie en Veiligheid een bedrag worden gestort in de exploitatiereserve van de Rechtspraak.

De verwachting is dat de kosten van de Rechtspraak in 2021, als gevolg van de genomen coronamaatregelen, € 11 mln. hoger zullen zijn dan de nu geraamde opbrengsten. Daarnaast hebben de genomen maatregelen gevolgen voor het afdoen van zaken. Over de lagere opbrengst als gevolg van minderwerk zijn voor 2021 afspraken ten aanzien van de hardheidsclausule gemaakt tussen de Raad voor de rechtspraak en de minister.

Tabel 98 Ontwikkeling eigen vermogen (x € 1 mln.)
 

2020

2021

2022

Eigen vermogen per 1-1

0

0

0

Prognose resultaat

‒ 24.352

‒ 11.000

 

(prognose) gevolgen minderwerk coronamaatregelen

 

‒ 50.000

 

Eigen vermogen per 31-12

‒ 24.352

‒ 61.000

0

Aanvullende bijdrage Corona

12.514

  

Toepassen hardheidsclausule minderwerk

 

50.000

 

Aanzuivering eigen vermogen (vordering)

11.838

11.000

Kasstroom

Tabel 99 Kasstroomoverzicht (* € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Rekening courant RHB 1 januari

70.458

37.776

26.656

23.529

18.965

14.943

       

Totaal operationele kasstroom

‒ 11.075

9.843

18.336

17.149

17.891

18.171

       

-/- totaal investeringen

‒ 25.965

‒ 31.440

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

363

     

Totaal investeringskasstroom

‒ 25.602

‒ 31.440

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

       

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

      

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

      

-/- aflossingen op leningen

‒ 19.963

‒ 20.963

‒ 21.463

‒ 21.713

‒ 21.913

‒ 22.013

+/+ beroep op de leenfaciliteit

23.958

31.440

24.000

24.000

24.000

24.000

Totaal financieringskasstroom

3.995

10.477

2.537

2.287

2.087

1.987

       

Rekening courant RHB 31 december1

37.776

26.656

23.529

18.965

14.943

11.101

1

incl. rekening-courantstand egalisatierekening € 8,1 mln in 2020 en € 0 vanaf 2021

De operationele kasstroom bestaat uit het saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen, mutaties in eventuele voorzieningen en in mutaties in het netto werkkapitaal.

Investeringen

Tabel 100 Investeringen (x € 1.000)

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Hard- en software

18.910

14.058

14.266

13.995

14.002

14.002

Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachines

3.230

3.073

3.315

3.064

3.087

3.087

Audio- en visuele middelen en stoffering

6.500

4.692

4.182

4.601

4.571

4.571

Verbouwingen, installaties en meubilair lang

2.800

2.177

2.237

2.340

2.340

2.340

Totaal

31.440

24.000

24.000

24.000

24.000

24.000

   

Investeringen verdeeld naar vervanging en uitbreiding

  

Vervanging

30.458

22.888

22.506

22.946

22.729

22.729

Uitbreiding

982

1.112

1.494

1.054

1.271

1.271

Om de kapitaalgoederenvoorraad op peil te kunnen houden is een vervangingsinvestering van circa € 30 mln. in 2021 nodig aflopend naar circa € 23 mln. in 2025. Daarnaast is rekening gehouden met de relatief beperkte, noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen.

Doorlooptijden

De Rechtspraak heeft in 2020 nieuwe (maximum)normen voor doorlooptijden ontwikkeld. De methodiek van normpercentages (X% van de zaken binnen X dagen) is verlaten. Er wordt nu voor het overgrote deel gewerkt met een maximumnorm voor het aantal dagen per zaakstroom. De nieuwe methodiek maakt interne sturing eenvoudiger en maakt duidelijker wat rechtszoekenden kunnen verwachten.

De geformuleerde normen zijn vanwege het perspectief van de rechtszoekende normen voor de totale doorlooptijd. Binnen deze totaalnormen is sprake van genormeerde deeltrajecten. Een deel van deze deeltrajecten bevindt zich buiten de invloedssfeer van de Rechtspraak; de doorlooptijd daarvan wordt bepaald door anderen (procespartijen). In onderstaande tabel wordt uit oogpunt van leesbaarheid alleen de normen op totaal niveau weergegeven, dus inclusief de doorlooptijd van die andere partijen. Ten opzichte van de tabel van begroting 2021 is een aantal wijzigingen ingevoerd. Mogelijk vinden in de loop van dit jaar nog andere wijzigingen plaats.

Bij de start van het programma was het streven om de geformuleerde normen uiterlijk in 2023 te realiseren. Dit is alleen mogelijk als Rechtspraak en alle andere betrokken partijen de normen voor «hun» deeltrajecten realiseren. Op dit moment is het nog niet mogelijk om streefwaarden specifiek voor 2022 te formuleren. De feitelijke situatie in 2021 wordt namelijk op dit moment nog in kaart gebracht; de informatiesystemen moeten hiervoor worden aangepast. Dit is een complexe opgave. De verwachting is dat in de tweede helft van 2021 van een aantal rechtsgebieden een betrouwbaar beeld van de feitelijke situatie kan worden geschetst. In het jaarverslag rechtspraak 2021 kan hierover worden gerapporteerd.

Verder zijn op dit moment voor de belangrijkste, maar nog niet voor alle soorten zaken normen geformuleerd. In 2022 zal worden bezien of voor de ontbrekende zaken standaarden kunnen worden opgesteld.

Tabel 101 Doorlooptijden

Bestuur

Standaard

Bestuur algemeen (1e aanleg) EK

140 dagen

Bestuur algemeen (1e aanleg) MK

154 dagen

Belasting (1e aanleg)

90% in 294 dagen

CRvB (hoger beroep)

252 dagen

CBb (1e en enige aanleg en hoger beroep)

90% in 273 dagen

Belasting (hoger beroep)

365 dagen

VK Regulier

140 dagen

VA-lang

140 dagen

VA kort, AA en Dublin

28 dagen

Bewaring vervolg bewaringberoep zonder zitting

14 dagen

Bewaring eerste beroep bewaring of vervolgberoep bewaring met zitting

21 dagen

Voorlopige voorzieningen (Bestuur algemeen en belasting)

28 dagen

kennelijke uitspraken en verzet (1e aanleg)

154 dagen

Kennelijke uitspraken en verzet (hoger beroep)

168 dagen

  

Familie- en jeugdrecht

Standaard

Reguliere verzoekschriftprocedures (rechtbanken)

210 dagen

Reguliere verzoekschriftprocedures (hoger beroep)

224 dagen

Jeugdbeschermingszaken: verzoeken 1e OTS

35 dagen

Jeugdbeschermingszaken: overige verzoeken OTS en machtiging uithuisplaating (met zitting)

42 dagen

Jeugdbeschermingszaken: overige verzoeken OTS en machtiging uithuisplaating (zonder zitting)

28 dagen

Jeugdbeschermingszaken (hoger beroep)

91 dagen

Geschillen ouderlijk gezag

70 dagen

Voorlopige voorzieningen

35 dagen

  

Handel/kanton

Standaard

Verzoekschriften (rechtbank kanton)

112 dagen

Verzoekschriften (rechtbank handel)

126 dagen

Verzoekschriften (hoger beroep)

161 dagen

Kort geding (1e aanleg)

35 dagen

Spoedappel (hoger beroep)

56 dagen

Dagvaarding zonder verweer (kanton 1e aanleg)

14 dagen

Dagvaarding zonder verweer (handel 1e aanleg)

42 dagen

Dagvaarding met verweer (kanton 1e aanleg)

140 dagen

Dagvaarding met verweer (handel 1e aanleg) EK

252 dagen

Dagvaarding met verweer (handel 1e aanleg) MK

280 dagen

Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) zonder zitting

238 dagen

Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) 1 zitting

329 dagen

Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) 2 zittingen

420 dagen

  

Strafrecht

Standaard

EK jeugd (rechtbanken)

42 dagen

MK jeugd (rechtbanken)

84 dagen

EK niet jeugd (rechtbanken)

105 dagen

MK niet jeugd (rechtbanken)

153 dagen

EK (hoger beroep)

133 dagen

MK (hoger beroep)

183 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (rechtbanken) jeugdzaken

28 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (rechtbanken) niet jeugd

42 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (hoger beroep) jeugdzaken

28 dagen

Uitwerken appellen en cassaties (hoger beroep) niet jeugd

42 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 1e aanleg spoed

28 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 1e aanleg regulier

107 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 2e aanleg spoed

28 dagen

Bijzondere raadkamer rekesten 2e aanleg regulier

107 dagen

  

Toezicht

Standaard

Verzoekschriften CBM

42 dagen

verzoekschriften faillissementen, eigen aangifte natuurlijke personen

4 maanden

verzoekschriften faillissementen, eigen aangifte rechtspersonen

63 dagen

Verzoekschriften WSNP

91 dagen

CBM - boedelbeschrijving, zonder zitting

140 dagen

CBM - boedelbeschrijving, met zitting

182 dagen

CBM - periodieke rekening en verantwoording, zonder zitting

588 dagen

CBM - periodieke rekening en verantwoording, met zitting

609 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, zonder zitting, opheffing/ontslag uitvoerder

105 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, met zitting, opheffing/ontslag uitvoerder

126 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, zonder zitting, overlijden

168 dagen

CBM - eindrekening en -verantwoording, met zitting, overlijden

189 dagen

CBM - machtigingsverzoek

14 dagen

Faillissementen - duur toezicht

nog verder uitwerken

Naast de hierboven benoemde procedures kunnen verschillende incidenten of (deel)procedures de reguliere procedure aanzienlijk verlengen. Deze zijn apart benoemd, maar worden voor de overzichtelijkheid buiten deze tabel gehouden.

27

Kamerstukken Eerste Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 3500 300 C en Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 29 279, nr. 649.

28

Actieplan strafrechtketen, Kamerstukken Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, nr. 628.

Licence