Base description which applies to whole site

Financiën

IXB FINANCIEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

totaal uitgaven

6.737,7

6.838,7

6.538,5

6.159,3

6.016,2

6.052,7

totaal niet-belastingontvangsten

5.643

2.161,2

2.148,2

2.218,3

2.079,6

2.078,2

1

Belastingen

           
 

Uitgaven

3.146,4

2.884,6

2.703

2.605

2.582,6

2.589,6

 

Ontvangsten

813,9

822,9

841,1

828,5

826,5

826,5

2

Financiele Markten

           
 

Uitgaven

29,3

28,8

22,5

22,4

22,4

22,4

 

Ontvangsten

14,4

13

11

11

11

11

3

Financ. act. Publiek-Private sector

           
 

Uitgaven

167,5

366,9

296,9

15,3

12,1

12,1

 

Ontvangsten

4.489,1

984,6

973,6

1.066,9

1.068,8

1.068,8

4

Internationale Fin. Betrekkingen

           
 

Uitgaven

38,7

142,9

71,2

23,9

9,7

6,7

 

Ontvangsten

3,4

7

13,1

23

32

30,5

5

Exportkrediet- en investeringsverzekering

           
 

Uitgaven

70,7

75,4

83,3

83,3

83,3

88,1

 

Ontvangsten

268,3

280,4

256,2

235,6

88,1

88,1

6

BTW-Compensatiefonds

           
 

Uitgaven

3.010,3

3.010,3

3.010,3

3.010,3

3.010,3

3.010,3

7

Beheer materiele activa

           
 

Uitgaven

           
 

Ontvangsten

           

10

Nominaal en onvoorzien

           
 

Uitgaven

37,8

97,1

119,3

167,4

63,8

91,5

21

Centraal Apparaat

           
 

Uitgaven

237

232,6

232

231,6

231,8

231,9

 

Ontvangsten

54

53,4

53,4

53,2

53,2

53,2

Artikel 1 Belastingen

De dalende trend in de uitgaven bij de Belastingdienst is het gevolg van taakstellingen op het apparaat van de Belastingdienst uit het regeerakkoord Rutte II en besparingen in het kader van de Investeringsagenda. De oploop in de ontvangsten is het gevolg van ramingsbijstellingen op de niet-belastingontvangsten.

Artikel 2 Financiële Markten

De hogere uitgaven in 2018 worden veroorzaakt door incidenteel extra kosten voor de vierde anti-witwasrichtlijn (UBO-register). De ontvangsten in 2017 worden verklaard door de opbrengsten uit verbeurde dwangsommen en opgelegde bestuurlijke boetes door de toezichthouders (AFM en DNB) aan onder toezicht staande financiële instellingen uit de financiële sector. Deze opbrengsten komen voor een deel (surplus boven de 2,5 mln.) ten gunste van de Staat (TK 33 957-19).

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

De hogere ontvangsten in 2017 worden veroorzaakt door de verkoopopbrengsten van aandelen ASR en ABN AMRO. In 2017, 2018 en 2019 zijn er hogere uitgaven door een kapitaalinjectie aan TenneT. Eind 2015 heeft TenneT de Staat als enig aandeelhouder verzocht om extra kapitaal ter beschikking te stellen om de wettelijk verplichte investeringen in het Nederlandse net te realiseren. Vanaf 2017 zal TenneT 780 mln. ontvangen, verspreid over drie jaren. Deze financiële transactie is niet relevant voor het EMU-saldo en het uitgavenkader.

Artikel 4 Internationale Financiële betrekkingen

De fluctuaties in de uitgavenreeks worden verklaard door het ritme van de Nederlandse contributie aan de Wereldbank. De ontvangstenraming kent vanaf 2019 een oploop vanwege verwachte hogere renteopbrengsten op de leningen aan Griekenland.

Artikel 5 Exportkrediet- en investeringsverzekering

De hoogte van de ontvangsten met betrekking tot de exportkredietverzekering (EKV) worden voornamelijk bepaald door de terugbetaling van Argentinië, naar aanleiding van het schuldenakkoord met de Club van Parijs (Zie ook Kamerbrief 2013–2014, 33 750 IX, nr. 29).

In 2020 wordt de laatste terugbetaling verwacht.

Artikel 6 BTW-compensatiefonds

Op dit artikel wordt het BTW-compensatiefonds (BCF) verantwoord. Het BCF wordt uit het gemeente- en provinciefonds gefinancierd. De meerjarige raming is gebaseerd op realisatiecijfers over 2016. De uitgaven aan het BCF zijn stabiel de komende jaren, het gemeente- en provinciefonds fungeren als ventiel bij een onder- of overschrijding. Een onder- of overschrijding komt ten laste of ten gunste van het gemeente- en provinciefonds.

Artikel 7 Beheer materiële activa

Op grond van art. 16 van het Besluit Inbeslaggenomen Voorwerpen, dienen de ontvangsten en uitgaven van op grond van art. 94 en 94a Sv in beslag genomen voorwerpen op de begroting van Veiligheid & Justitie verantwoord te worden. Deze overheveling van begrotingshoofdstuk IX (Financiën en Nationale Schuld) naar begrotingshoofdstuk VI (Veiligheid & Justitie) voorziet hierin. Deze middelen worden voortaan verantwoord op de begroting van VenJ.

Artikel 10 Nominaal en onvoorzien

Op dit artikel staan kosten opgenomen voor het werkbedrijf Switch van de Belastingdienst. Voorts staan er onverdeelde middelen van loon- en prijsbijstelling op dit artikel.

Artikel 21 Centraal Apparaat

De dalende trend in de uitgaven op dit artikel wordt voornamelijk veroorzaakt door taakstellingen op het apparaat van het Ministerie van Financiën.

Licence