Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

13.2. Maatregelen IBO toeslagen

In de eindrapportage van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Vereenvoudiging Toeslagen23 is voorgesteld om op een aantal onderdelen de regelgeving minder complex te maken ten behoeve van een vereenvoudiging van het uitvoeringsproces van toeslagen. In de reactie op dit Beleidsonderzoek heeft het vorige kabinet aangekondigd deze voorstellen per 1 januari 2011 uit te voeren.24 Door de val van het vorige kabinet is de uitvoering van de voorstellen blijven liggen. Het kabinet stelt voor om deze maatregelen alsnog uit te voeren. Dit voorstel maakt deel uit van de Fiscale agenda25 en past binnen het streven naar vereenvoudiging van regelgeving.

De 10%-regeling

Voor gevallen waarin het partnerschap wordt beëindigd in de loop van het berekeningsjaar, geldt de zogenoemde 10%-regeling. Aanleiding voor de regeling is geweest dat ook bij beëindiging van het partnerschap in de loop van het berekeningsjaar wordt uitgegaan van het jaarinkomen van beide partners. Voor de hoogte van de toeslag over de maanden waarin het partnerschap heeft bestaan, wordt dus ook uitgegaan van het jaarinkomen van de inmiddels vertrokken partner. Dit is inherent aan de jaarinkomensystematiek van de Awir. De inkomensstijging bij de ex-partner kan echter op verzoek van de belanghebbende buiten beschouwing blijven door middel van toepassing van de 10%-regeling. Een verzoek om toepassing van de 10%-regeling wordt uitsluitend toegekend indien dit tot een toetsingsinkomen leidt dat ten minste 10% lager is dan het toetsingsinkomen dat zonder die regeling in aanmerking zou worden genomen. Het is een ingewikkelde regeling waar in de praktijk weinig gebruik van wordt gemaakt: de regeling is voor de meeste belanghebbenden te complex. Daarom schaft het kabinet deze regeling af.

Herleiden van het inkomen na overlijden

Indien de toeslaggerechtigde, zijn eventuele partner of een medebewoner komt te overlijden, wordt het door die toeslaggerechtigde, diens partner of medebewoner tot het moment van overlijden genoten inkomen door de Belastingdienst/Toeslagen herleid tot een jaarinkomen. Bij het toekennen van de toeslag wordt het aldus herleide inkomen van de overledene gebruikt voor de vaststelling van de draagkracht gedurende de periode voorafgaand aan het overlijden. Met deze maatregel werd beoogd de draagkracht zo goed mogelijk te bepalen. Gebleken is echter dat deze regeling onredelijk kan uitwerken in situaties waarin er sprake is van een achterblijvende partner die na het overlijden meer inkomen krijgt. Met een beroep op de 10%-regeling zou deze onredelijke uitwerking weliswaar kunnen worden ondervangen. Zoals hiervoor echter is aangegeven, is de 10%-regeling complex en wordt er in de praktijk weinig gebruik van gemaakt. Het kabinet schaft deze herleiding daarom af voor alle overlijdenssituaties waarin sprake is van een achterblijvende partner of medebewoner. Zoals in antwoord op Kamervragen over deze regeling is aangegeven, is de Belastingdienst vooruitlopend op wetgeving in deze overlijdenssituaties reeds gestopt met het herleiden van het inkomen bij overlijden.26 Oorspronkelijk zou de regeling van het herleiden van het inkomen worden afgeschaft voor alle overlijdenssituaties. De budgettaire effecten daarvan zijn echter zodanig groot dat het kabinet heeft besloten het afschaffen van de regeling in afgeslankte vorm door te voeren. De herleiding van het inkomen blijft gehandhaafd voor overlijdenssituaties van alleenstaanden. In deze situaties is er ook geen sprake van een onredelijke uitwerking en speelt de 10%-regeling geen rol.

Verruimen aanvraagtermijnen

Het kabinet verruimt de termijn waarbinnen een aanvraag voor een tegemoetkoming moet zijn gedaan van 1 april volgend op het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft (het berekeningsjaar) naar 1 september van het laatstgenoemde jaar.In het geval dat de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner uitstel heeft voor het doen van de aangifte inkomstenbelasting tot een datum die ligt na 1 april, wordt de aanvraagtermijn verlengd. De Belastingdienst/Toeslagen moet onder de huidige regeling nog in alle gevallen controleren of daadwerkelijk uitstel voor het doen van aangifte is verkregen. De datum van 1 september sluit aan bij de standaard verlengingstermijn van belastingplichtigen die uitstel hebben voor het doen van hun aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst/Toeslagen hoeft dan minder vaak te controleren of burgers daadwerkelijk uitstel van het doen van aangifte hebben aangevraagd. Dat betekent een vereenvoudiging in het uitvoeringsproces.

De verruiming van de aanvraagtermijn zal niet gaan gelden voor de kinderopvangtoeslag. In het kader van beperking van fraude kiest het kabinet ervoor een einde te maken aan de mogelijkheid om deze toeslag met terugwerkende kracht te kunnen ontvangen, bijvoorbeeld door na afloop van het berekeningsjaar een aanvraag in te dienen. Een van de Awir afwijkende regeling met die strekking zal in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen worden opgenomen.

Licence