Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

21. Verlaagd tarief voor walstroominstallaties

Doelstelling en beleidsinstrument

Over de levering van elektriciteit is energiebelasting en ODE verschuldigd naar de reguliere tarieven. In de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens (Green Deal)46 is afgesproken dat er een regeling in de energiebelasting komt voor walstroom. Dit voorstel geeft uitvoering aan de afspraken uit de Green Deal en beoogt, in samenhang met andere maatregelen, waaronder een investeringssubsidie, walstroomgebruik te stimuleren. Walstroom is elektriciteit afkomstig van het distributienet aan land die wordt geleverd aan schepen die zijn afgemeerd. Als schepen walstroom gebruiken, zijn zij voor de elektriciteitsvoorziening aan boord niet meer aangewezen op het gebruik van een met minerale oliën aangedreven generator en wordt het verbruik van die minerale oliën voor die elektriciteitsvoorziening vermeden. Dit zorgt voor een verbetering van de luchtkwaliteit, een verlaging van geluidsemissies en een reductie van de CO2-uitstoot en stikstofdepositie. Voorgesteld wordt om voor leveringen van elektriciteit aan een walstroominstallatie die aan de voorwaarden voldoet voor de energiebelasting een verlaagd tarief van € 0,0005 per kWh te laten gelden en voor de ODE geen tarief vast te stellen. In de Green Deal is overeengekomen om de energiebelasting voor walstroom af te schaffen, oftewel het gebruik van walstroom vrij te stellen van energiebelasting. Er wordt een verlaagd tarief voor de energiebelasting in plaats van een vrijstelling voorgesteld. In aanvulling op de afspraken uit de Green Deal is wel besloten om voor de ODE geen tarief vast te stellen. Hierdoor is het voordeel dat wordt gegeven uiteindelijk groter dan in de Green Deal is overeengekomen.

Nagestreefde doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleidsinstrument

Voordat walstroom gebruikt kan worden, zijn zowel aan land als op zeeschepen investeringen nodig. Aangenomen dat het voordeel van het gereduceerde tarief geheel of gedeeltelijk wordt doorgegeven aan de gebruiker van de walstroom, leidt dit tot een verlaging van de operationele kosten voor de gebruiker. Dit draagt bij aan het sluitend maken van businesscases om de benodigde investeringen aan de wal en op het zeeschip te realiseren. In de Green Deal is opgenomen dat de sector de komende vijf jaar in ieder geval vijf nieuwe businesscases voor walstroom voor de zeevaart ontwikkelt. De verwachting is dat de maatregel relatief minder bijdraagt aan het stimuleren van het gebruik van walstroom voor de binnenvaart, omdat walstroom door de binnenvaart al breder wordt toegepast. Ook worden in verschillende havens met walstroomvoorzieningen «generatorverboden» toegepast voor binnenvaartschepen. Het verlaagde tarief voor walstroom zal, naar verwachting, bijdragen aan het draagvlak voor bestaande en nieuwe lokale generatorverboden

Vereisten verlaagd tarief

Het verlaagde tarief in de energiebelasting en de regeling in de ODE gelden alleen voor walstroominstallaties die geheel of nagenoeg geheel bestemd zijn voor schepen, niet zijnde particuliere pleziervaartuigen. De walstroominstallatie, waarbij het verlaagde tarief kan worden toegepast, moet beschikken over een zelfstandige aansluiting. Deze beperking is van belang voor de uitvoering omdat zonder deze eis niet gecontroleerd kan worden of de elektriciteit alleen wordt aangewend ten behoeve van de walstroominstallatie, of ook voor andere doeleinden zoals bijvoorbeeld elektriciteitsvoorziening voor havengebouwen. In bepaalde gevallen kan deze eis ervoor zorgen dat het verlaagde tarief niet kan worden toegepast omdat de walstroom geleverd wordt via een installatie die niet beschikt over een zelfstandige aansluiting, maar aangesloten is op het distributienet via een andere aansluiting van bijvoorbeeld een havengebouw.

Europese aspecten, monitoring en evaluatie

Voor het kunnen invoeren van een verlaagd tarief of een vrijstelling voor walstroom moet op grond van de Europese Richtlijn Energiebelastingen een derogatieverzoek worden ingediend bij de Europese Commissie. De kans dat deze derogatie verkregen wordt bij een vrijstelling wordt als zeer klein ingeschat. De kans dat derogatie wordt verleend voor een tot het minimumtarief uit de richtlijn verlaagd energiebelastingtarief (gecombineerd met het niet vaststellen van een tarief voor de ODE) is groter, mede omdat een dergelijke derogatie ook aan andere Lidstaten (Denemarken, Duitsland en Spanje) is verleend. De Europese Commissie beoordeelt per lidstaat of derogatie kan worden verleend, waarbij onder andere wordt bekeken of in het specifieke geval een verlaagd tarief of vrijstelling bijdraagt aan het doel dat wordt nagestreefd – in dit geval het bevorderen van het gebruik van walstroom in plaats van met minerale oliën aangedreven generatoren. De maatregel kan in werking treden als de derogatie is verleend. Het streven is om de maatregel per 1 januari 2021 in werking te laten treden. Het derogatieverzoek is deze zomer ingediend, maar het is onzeker of de derogatie voor 31 december 2020 wordt verleend. Daarom wordt inwerkingtreding van deze maatregel per koninklijk besluit geregeld. Een derogatie wordt verleend voor een periode van maximaal 6 jaar, maar kan verlengd worden met eenzelfde periode. Beoogd is om verlenging aan te vragen, indien op dat moment wordt beoordeeld dat het verlaagde tarief nog bijdraagt aan het doel dat wordt nagestreefd. Monitoring kan plaatsvinden doordat er in het aangifteformulier voor de EB een aparte rubriek wordt opgenomen voor het verlaagde tarief voor walstroom.

Er is verder gekozen voor een tot het minimumtarief van de Europese Richtlijn Energiebelastingen verlaagd tarief (gecombineerd met het niet vaststellen van een tarief voor de ODE) in plaats van een vrijstelling vanwege de regels betreffende staatssteun. Het verkrijgen van een derogatie op grond van die richtlijn sluit de toepassing van de staatssteunregels niet uit. In het geval van een vrijstelling zou vooraf goedkeuring van de Europese Commissie verkregen moeten worden op grond van de staatssteunregels. Dit zou extra tijd kosten en bovendien is de inschatting dat de kans klein is dat de Europese Commissie deze zou verlenen. Bij een tot minimum verlaagd tarief van de energiebelasting in combinatie met het niet vaststellen van een tarief voor de ODE kan worden gewerkt met een kennisgeving op grond van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening uiterlijk binnen 20 werkdagen na inwerkingtreding van de maatregel. Het voorgestelde tarief voor de energiebelasting van € 0,0005 per kWh en het niet vaststellen van een tarief voor de ODE resulteert namelijk per saldo in de daarvoor vereiste belasting op elektriciteit die tenminste overeenkomt met het minimumtarief uit de Europese Richtlijn Energiebelastingen.

Licence