Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

5. Verhogen steunpercentages in de milieu-investeringsaftrek

Met deze maatregel wordt voorgesteld om per 1 januari 2022 de steunpercentages in de milieu-investeringsaftrek (MIA) te verhogen van 13,5%, 27% en 36% naar respectievelijk 27%, 36% en 45%.

De uitdagingen op het gebied van duurzaamheid zijn groot. Zo heeft Nederland als doel om in 2050 volledig circulair te zijn. Het kabinet werkt hiertoe samen met onder andere het bedrijfsleven, kennisinstituten en maatschappelijke organisaties om zuiniger en slimmer om te gaan met grondstoffen. Daarnaast is in de Klimaatwet vastgelegd dat de Nederlandse broeikasgasemissies in 2030 en 2050 met respectievelijk 49% en 95% moeten zijn gereduceerd ten opzichte van de broeikasgasemissies in 1990.

Investeringen in innovatieve en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen komen door een veelal hogere prijs ten opzichte van het minder milieuvriendelijke alternatief vaak lastig van de grond. Er zijn daarom verschillende overheidsregelingen die groene investeringen in het milieu ondersteunen.

Een van deze regelingen is een extra aftrekmogelijkheid in de inkomsten- en vennootschapsbelasting (IB en Vpb) in de vorm van de MIA. Het doel van deze fiscale regeling is om via een extra investeringsaftrek de keuze van voorgenomen bedrijfsinvesteringen te beïnvloeden richting innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Door de extra aftrekmogelijkheid wordt de fiscale winst verlaagd, waardoor minder belasting verschuldigd is.

Bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de MIA staan op de zogenoemde Milieulijst die jaarlijks openbaar wordt gemaakt in de Staatscourant en wordt vermeld op RVO.nl. De MIA kent op dit moment drie steunpercentages van 13,5%, 27% en 36%, op de Milieulijst wordt het steunpercentage aangegeven dat van toepassing op een bepaalde investering in een bedrijfsmiddel. Naast de mogelijkheid tot toepassing van de MIA, is het voor deze investeringen, binnen de voorwaarden zoals gesteld in de Milieulijst, mogelijk de fiscale regeling Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) toe te passen.

Ophoging steunpercentages MIA

Met onderhavig wetsvoorstel wordt voorgesteld per 1 januari 2022 de steunpercentages in de MIA te verhogen van 13,5%, 27% en 36% naar respectievelijk 27%, 36% en 45%.

Uit analyse van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is gebleken dat de meerkosten van milieu-investeringen over de gehele linie zijn gestegen en dat het daarom verstandig is de huidige steunpercentages te verhogen. De gemiddelde meerprijs is mede van belang bij de bepaling van het steunpercentage voor bedrijfsmiddelen die uiteindelijk worden opgenomen op de Milieulijst alsmede welk steunpercentage van toepassing is op een specifiek bedrijfsmiddel. Het hoogste percentage van 45% kan worden ingezet om innovatieve technieken die bovengemiddeld bijdragen aan beleidsprioriteiten extra te stimuleren, zoals op het gebied van klimaatdoelstellingen, circulaire economie en elektrificatie. Dit zorgt ervoor dat meer groene investeringen, waaronder in circulaire projecten, rendabel worden en dat daardoor meer ondernemingen worden gestimuleerd tot een investering in het duurzame alternatief.

Bij verschillende bedrijfsmiddelen is het laagste tarief door RVO minder effectief bevonden. Dit geldt ook voor de huidige maximale stimulering via de MIA en de Vamil. Door RVO is geconstateerd dat de afgelopen vier jaar de meerkosten voor circulaire bedrijfsmiddelen 55–70% betroffen en de jaren daarvoor circa 50%. Bijvoorbeeld in de Monitoring Transitie naar een Circulaire Economie (CE) 2020 van RVO.10 Uit deze Monitoring en het jaarverslag van RVO van de MIA/Vamil 2020 blijkt een toename in het aantal circulaire bedrijfsmiddelen op de Milieulijst waarvoor meldingen zijn geweest, en een toename in het investeringsbedrag in CE tussen 2015 en 2018 (van ruim € 210 miljoen in 2015 naar ruim € 510 miljoen in 2018). Deze trend is sindsdien echter afgevlakt met een investeringsbedrag in CE van bijna € 390 miljoen in 2019 en € 380 miljoen in 2020. Daarbij constateert RVO dat CE investeringen voornamelijk gedaan worden door grote bedrijven. Dit wordt bevestigd in een onderzoek van ING.11

Jaarlijks wordt bij de vaststelling van de Milieulijst bepaald welke bedrijfsmiddelen al dan niet in aanmerking komen voor het verhoogde steunpercentage van 45% MIA. Overstimulering wordt voorkomen door waar nodig met aftoppingen (plafond) te werken. Alleen bedrijfsmiddelen die qua milieuwinst uitsteken op de Milieulijst, en welke fors duurder zijn dan het gangbare, minder milieuvriendelijke alternatief, komen voor het steunpercentage van 45% in aanmerking.

De MIA is in 2018 geëvalueerd.12 Deze evaluatie concludeert dat de regeling erin slaagt om investeringen in bedrijfsmiddelen om te buigen richting het milieuvriendelijke en meer innovatieve alternatief. Daarnaast is geconcludeerd dat de kosteneffectiviteit van de MIA/Vamil hoog is. Dat geldt zowel vanuit het perspectief van de overheid als het bedrijfsleven. Voor de onderzochte periode en de toen geldende Milieulijst is voor elke € 1 die door de overheid is uitgegeven (fiscale derving) netto € 8,20 tot € 11,90 in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen geïnvesteerd. Verhoging van de percentages MIA levert naar verwachting door de extra investeringen op kosteneffectieve wijze meer milieuwinst op.

Het verhoogde steunpercentage van 45% kan een nu nog onrendabele investering in een groen bedrijfsmiddel net wel rendabel maken. Streven is een toename in circulaire investeringen via de MIA, met een groeitrend vergelijkbaar met de periode 2015–2018. Dit lijkt zonder deze maatregel niet haalbaar. Een raming van verwachte investeringsbedragen wordt jaarlijks, bij het opstellen van de Milieulijst en de toekenning van dit verhoogde percentage, opgesteld.

RVO geeft aan te verwachten dat de verhoging van de percentages geen effect zal hebben op het aantal freeriders (ondernemers die ook zonder steun tot aanschaf van het bedrijfsmiddel zouden zijn overgegaan). Bij het bepalen van de hoogte van het steunpercentage wordt rekening gehouden met de prijs en meerkosten en de marktfase van de techniek. Het bijstellen van steunpercentages en het van de Milieulijst halen van gangbaardere technieken zorgt ervoor dat het aantal freeriders voor de MIA/Vamil beperkt is. Zonder extra stimulering is het risico groot dat ondernemers alsnog kiezen voor een meer gangbare en minder duurzame investering.

Doelmatigheid en doeltreffendheid

Op basis van de analyse van RVO wordt verwacht dat de verhoging van de steunpercentages een doelmatige wijziging is. Het voordeel van het voorgestelde hoogste percentage (45%) ten opzichte van het huidig hoogste percentage (36%) is bij de verschillende marginale tarieven in tabel 4 zichtbaar gemaakt. Bij meerkosten van 55–70% wordt bij een Vpb-tarief van 15% de fiscale bijdrage verhoogd van 5,40% naar 6,75% van de investering. Op een investering van € 100.000 (gangbaar alternatieve investering bijvoorbeeld € 60.000, meerkosten dus circa € 40.000) is er een extra voordeel van tussen de € 1.350 en € 2.900 ervan afhankelijk of sprake is van Vpb- of IB-plicht. Of dit voordeel ook daadwerkelijk wordt gevoeld, is mede afhankelijk van de winst die wordt gemaakt. Als geen winst wordt behaald, dan zal het fiscale voordeel van de MIA als onderdeel van de verliesverrekening doorschuiven naar een eerder of later jaar.13

Tabel 4: fiscaal voordeel MIA bij ophoging steunpercentage naar 45% (tegen tarieven 2022)
 

MIA 36%

MIA 45%

Extra voordeel

Vpb-tarief 15%

5,40%

6,75%

1,35%

Vpb-tarief 25%

9%

11,25%

2,25%

IB-tarief ca. 32% (1e schijf IB en rekening houdend met mkb-winstvrijstelling)

11,5%

14,4%

2,9%

10

https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/06/Monitoring%20Circulaire%20Economie%202015-2019.pdf, de MIA/Vamil is één van de zes instrumenten dat gericht is op stimulering van de marktintroductie.

12

Kamerstukken II 2017/18, 34 785, nr. 89.

13

Voor de inkomstenbelasting geldt dat een verlies drie jaar eerder en negen jaar later kan worden verrekend. Voor de Vpb geldt op basis van dit wetsvoorstel dat een verlies vanaf 1 januari 2022 onbeperkt een jaar eerder en onbeperkt in latere jaren te verrekenen is.

Licence