Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3. Inkomensbeleid

Hieronder wordt ingegaan op de lastenmaatregelen voor burgers uit het wetsvoorstel Belastingplan 2022. Allereerst is het van belang op te merken dat de coronacrisis in 2020 heeft geleid tot een zeer grote economische neergang zonder modern precedent buiten oorlogstijd. De overheid heeft met omvangrijke steunpakketten de economie ondersteund om een zwaardere economische teruggang te voorkomen. Door deze steunpakketten worden burgers ondersteund in hun inkomen en draagt de overheid bij aan het behoud van banen. In 2021 en 2022 herstelt de economie zich naar verwachting weer.

Ondanks de coronacrisis is het koopkrachtbeeld neutraal tot positief. Het kabinet zorgt wel met een paar maatregelen dat de koopkrachtontwikkeling gelijkmatiger wordt verdeeld. In dit wetsvoorstel wordt daartoe voorgesteld de arbeidskorting langzamer af te bouwen. Daarmee wordt het verschil tussen een- en tweeverdieners verkleind. Daarnaast worden er een aantal maatregelen buiten de fiscaliteit genomen, die niet in dit wetsvoorstel zijn opgenomen. Zo worden het kindgebonden budget en de zorgtoeslag verhoogd, en de temporisering van de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting (AHK) in de bijstand doorgetrokken. De maatregelen zorgen ervoor dat er een evenwichtig koopkrachtbeeld resteert.

Verlaging inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

Voorgesteld wordt het maximumbedrag van de IACK per 2022 te verlagen met € 395. Deze maatregel dient ter gedeeltelijke dekking van de uitgaven die voortvloeien uit het wetsvoorstel Wet betaald ouderschapsverlof8 dat op 20 april 2021 is aangenomen door de Tweede Kamer. In dat wetsvoorstel is een taakstellende ombuiging vanaf 2022 van € 130 miljoen op de IACK aangekondigd. Zowel het betaald ouderschapsverlof als de IACK richt zich op werkende ouders waardoor intensivering en ombuiging bij elkaar aansluiten. Het maximumbedrag van de IACK wordt naast de per 1 januari 2022 voorgestelde verlaging op grond van het Belastingplan 2021 per 1 januari 2022 verhoogd met € 77. Per saldo is voor 2022 sprake van een beleidsmatige verlaging van het maximumbedrag van de IACK van € 318.

Aanpassingen van heffingskortingen hebben over het algemeen een doel dat direct wordt gerealiseerd door de maatregel. Daarmee zijn de voorgestelde aanpassing van de arbeidskorting en IACK doeltreffend. Met betrekking tot de doelmatigheid van de aanpassing van de arbeidskorting kan wel opgemerkt worden dat ook veel andere groepen dan alleenverdieners profiteren van de maatregel. Het belastingstelsel kent ook knoppen die meer gericht zijn op de koopkracht van alleenverdieners, zoals de uitbetaalbaarheid van de algemene heffingskorting. Tot slot dient nog te worden opgemerkt dat genoemde aanpassingen bezien moeten worden in het totale pakket aan maatregelen en omstandigheden die de koopkracht beïnvloeden.

De hierna opgenomen tabellen geven een overzicht van de belangrijkste parameters binnen box 1 van de inkomstenbelasting in 2021 en 2022. De bedragen voor 2022 zijn voor zover van toepassing geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor zoals die geldt voor 2022, te weten 1,013.

Tabel 1: Overzicht IB-parameters voor belastingplichtigen jonger dan de AOW-leeftijd
 

2021

2022

Tarief schijf 1

37,10%

37,07%

Tarief schijf 2

49,50%

49,50%

     

Grens schijf 1

€ 68.507

€ 69.398

     

AHK: maximaal

€ 2.837

€ 2.874

AHK: afbouwpunt

€ 21.043

€ 21.317

AHK: afbouwpercentage

5,977%

5,977%

     

Arbeidskorting: bedrag grens 1

€ 463

€ 470

Arbeidskorting: bedrag grens 2

€ 3.837

€ 3.887

Arbeidskorting: bedrag grens 3

€ 4.205

€ 4.260

Arbeidskorting: bedrag grens 4

€ 0

€ 0

     

Arbeidskorting: afbouwpunt1

€ 35.652

€ 36.649

Arbeidskorting: afbouwpercentage

– 6,00%

– 5,86%

     

Zelfstandigenaftrek

€ 6.670

€ 6.310

     

IACK: maximaal

€ 2.815

€ 2.534

IACK: inkomensgrens

€ 5.153

€ 5.219

IACK: opbouwpercentage

11,45%

11,45%

     

Jonggehandicaptenkorting

€ 761

€ 771

1

Het afbouwpunt van de arbeidskorting is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon (wml) en is pas definitief na vaststelling van het wml in november 2021.

Tabel 2: Overzicht IB-parameters voor belastingplichtigen ouder dan de AOW-leeftijd
 

2021

2022

Tarief schijf 1

19,20%

19,17%

Tarief schijf 2

37,10%

37,07%

Tarief schijf 3

49,50%

49,50%

     

Grens schijf 1 (geboren vanaf 1946)

€ 35.129

€ 35.472

Grens schijf 1 (geboren voor 1946)

€ 35.941

€ 36.409

Grens schijf 2

€ 68.507

€ 69.398

     

AHK: maximaal

€ 1.469

€ 1.487

AHK: afbouwpunt

€ 21.043

€ 21.317

AHK: afbouwpercentage

3,093%

3,091%

     

Arbeidskorting: bedrag grens 1

€ 240

€ 244

Arbeidskorting: bedrag grens 2

€ 1.987

€ 2.011

Arbeidskorting: bedrag grens 3

€ 2.178

€ 2.204

Arbeidskorting: bedrag grens 4

€ 0

€ 0

     

Arbeidskorting: afbouwpunt1

€ 35.652

€ 36.649

Arbeidskorting: afbouwpercentage

– 3,105%

– 3,03%

     

Zelfstandigenaftrek

€ 3.335

€ 3.155

     

Ouderenkorting: maximaal

€ 1.703

€ 1.726

Ouderenkorting: afbouwpunt

€ 37.970

€ 38.464

Ouderenkorting: afbouwpercentage

– 15%

– 15%

     

Alleenstaande ouderenkorting

€ 443

€ 449

1

Het afbouwpunt van de arbeidskorting is gekoppeld aan het wml en is pas definitief na vaststelling van het wml in november 2021.

8

Het bij koninklijke boodschap van 27 oktober 2020 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet arbeid en zorg, de Wet flexibel werken en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad (PbEU 2019, L 188) (Wet betaald ouderschapsverlof) (Kamerstukken 35 613).

Licence