Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

1.2. Staatsbalans per 31 december 2010

De ontwikkeling van het staatsvermogen

Het staatsvermogen is toegenomen van 18,5 miljard euro negatief in 2009 tot 14,5 miljard euro negatief in 2010. Hoewel in 2010 de staatschuld verder is toegenomen tot 62,7 procent bbp, laat de ontwikkeling van het staatsvermogen een lichte stijging zien. Ten opzichte van 2009 is het totaal van niet-financiële activa fors gestegen, de totale vorderingen zijn licht gestegen en de totale schulden zijn sterk toegenomen (ca. 24 miljard euro)

De grootste mutaties betreffen de volgende posten. De winstrechten minerale reserves zijn gestegen als gevolg van herwaarderingen. De waarde van de aandelen, securities en overige deelnemingen zijn gestegen als gevolg van volumeveranderingen, mutaties in de reserves en mutaties in het eigen vermogen. Ook de waarde van de staatsobligaties is sterk gestegen (34 miljard euro) als gevolg van volumemutaties (28,6 miljard euro) en prijsmutaties (5,8 miljard euro). Voor een uitgebreidere toelichting op de afzonderlijke balansposten wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van deze staatsbalans.

Figuur 1. Ontwikkeling staatsvermogen

Figuur 1. Ontwikkeling staatsvermogen

In Tabel 1 is de ontwikkeling van het vermogen van de Staat weergegeven, uitgesplitst naar de drie verklarende factoren: de mutatie van het EMU-saldo, de mutatie als gevolg van herwaardering van balansposten en de mutatie in netto financiële transacties.

Tabel 1 ontwikkeling staatsvermogen

(in miljarden euro)

 

1.

Staatsvermogen ultimo 2009

– 18,5

2.

Mutatie door EMU-saldo Rijk

– 23,1

3.

Mutatie door herwaarderingen

26,6

– waarvan minerale reserves

26,8

– waarvan reserves deelnemingen

3,3

– waarvan staatsobligaties

– 5,8

– waarvan niet-financiële vaste activa

2,3

4.

Mutatie door netto financiële transacties en overig

0,5

5.

Staatsvermogen ultimo 2010 (5= 1+2+3+4)

– 14,5

Deze posten kunnen als volgt worden toegelicht.

Het EMU-saldo van de overheid in 2010 bedroeg – 5,4 procent bbp, circa 32 miljard euro negatief. Het rijksdeel van het EMU-saldo liet over 2010 een negatief saldo van bijna 23,1 miljard euro zien.

De mutatie van de herwaarderingen met circa 26,6 miljard euro betreft het saldo van vier posten, te weten: de minerale reserves, reserves van deelnemingen, staatsobligaties en niet-financiële vaste activa. De herwaardering van de minerale reserves is de resultante van hogere olieprijzen en een hogere dollarkoers en is inclusief nieuwe zout, gas- en olievelden. De toename van de reserves met circa 3,3 miljard euro is geconcentreerd bij De Nederlandsche Bank (met 2,6 miljard euro). De herwaardering van de staatsobligaties bedraagt bijna 5,8 miljard euro negatief.

De mutatie van de netto financiële transacties en overig bedraagt 0,5 miljard euro. Dit is de resultante van diverse posten.

Samenstelling van het staatsvermogen

Tabel 2 Overzicht van activa en passiva (in miljoenen euro)
 

2009

2010

   

A Niet-financiële activa:

164 904

190 676

A1 Winstrechten minerale reserves

86 600

108 900

A2 Overige niet-financiële activa

78 304

81 776

 

 

 

B Vorderingen

167 494

169 583

B1 Chartaal geld en deposito's

389

340

B2 Langlopende effecten

16 076

13 540

B3 Financiële derivaten

-216

2 038

B4 Verstrekte kortlopende leningen

19 055

16 076

B5 Verstrekte langlopende leningen

29 029

28 259

B6 Aandelen en overige deelnemingen

67 310

72 804

B7 Handelskredieten en transitorische posten

35 851

36 526

 

 

 

C Schulden

350 940

374 765

C1 Chartaal geld en deposito's

1 404

468

C2 Kort lopende waardepapieren

57 565

53 228

C3 Staatsobligaties

223 435

257 812

C4 Kortlopende leningen

20 071

20 294

C5 Langlopende leningen

27 179

22 603

C6 Handelskredieten en transitorische posten

21 287

20 360

D Staatsvermogen (A+B-C)

– 18 544

– 14 507

De afzonderlijke balansposten worden toegelicht in hoofdstuk 2 van de staatsbalans. Meer in het algemeen springt de aanzienlijke afname van de verstrekte kortlopende leningen en kortlopende waardepapieren in het oog. De Garantieregeling voor bancaire leningen van 200 miljard euro is niet geactiveerd op de balans. Garanties hebben het karakter van een contingent liability (voorwaardelijke verplichting) en mogen volgens ESR95 regelgeving als zodanig niet geactiveerd worden op de balans. In bijlage 6 van het Financieel Jaarverslag van het Rijk is een overzicht van alle garantieregelingen opgenomen.

Segmentering van het vermogen

Onder segmentering van het staatsvermogen wordt verstaan in hoeverre het vermogen van de staat als het ware al een specifieke bestemming heeft gekregen in de vorm van positieve saldi van de fondsen van de rijksbegroting, zoals het Infrastructuurfonds, het Waddenfonds en het Diergezondheidsfonds. Positieve saldi van begrotingsfondsen kunnen beschouwd worden als een soort van geoormerkt staatsvermogen. Bij een negatief staatsvermogen, zoals in 2010 het geval is, geeft segmentering inzicht hoeveel negatief het niet-vastliggende staatsvermogen bedraagt. Ultimo 2010 bedroeg het saldo van de begrotingsfondsen 450 miljoen euro positief. Tabel 3 bevat een overzicht van de opbouw van dit saldo. Gegeven het negatief vermogen ultimo 2010 van 14,5 miljard euro, bedraagt het niet-vastliggend staatsvermogen 15 miljard euro negatief.

Tabel 3. Saldi van begrotingsfondsen van de rijksbegroting per 31 december 2010 per fonds

(in miljoenen euro)

 

Naam Fonds

Saldo

Infrastructuurfonds

355

Fonds Economische Structuurversterking

0

Waddenfonds

81

BTW-Compensatiefonds

0

Gemeentefonds

0

Provinciefonds

0

Diergezondheidsfonds

14

Subtotaal

450

Spaarfonds AOW

45 511

Totaal ultimo 2010

45 961

De ontvangsten van de begrotingsfondsen met het vermogen nul worden ieder jaar gelijk gesteld aan de uitgaven van deze begrotingsfondsen. Het vastliggen van vermogen in begrotingsfondsen blijkt met een omvang van bijna 0,5 miljard euro beperkt van omvang te zijn. Daarbij is het saldo van het AOW-spaarfonds niet meegeteld, gezien het afwijkende karakter van dit saldo. Het AOW spaarfonds is het enige fonds waar alleen ontvangsten op worden geboekt en waar verder geen uitgavenmutaties in plaatsvinden.

Licence