Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4.2 Rechtmatigheid van de uitgaven

Het niveau van rechtmatigheid36 van de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van het Rijk is onverminderd hoog. Het percentage fouten en onzekerheden voor het gehele Rijk lag, evenals voorgaande jaren, ruim onder de grens van 1 procent van de totale uitgaven in 2015.

Tabel 4.1 Rechtmatigheid en deugdelijke weergave van de rijksuitgaven in de afgelopen jaren volgens de Algemene Rekenkamer (in procenten)
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Rechtmatigheid en deugdelijke weergave uitgaven Rijk (%)

99,66

99,76

99,80

99,73

99,53

99,69

Het Rijk hanteert een rapporteringstolerantie van 1 procent voor het begrotingshoofdstukniveau (met uitzondering van kleine begrotingshoofdstukken) en 3 procent voor het begrotingsartikelniveau.

De rapporteringstoleranties bepalen boven welk bedrag een Minister verplicht is om in de bedrijfsvoeringsparagraaf van het departementale jaarverslag melding te maken van fouten en onzekerheden ten aanzien van de rechtmatigheid en de getrouwe weergave in het jaarverslag en deze fouten en onzekerheden toe te lichten.

In 2015 is de rechtmatigheid van alle begrotingshoofdstukken afzonderlijk eveneens ruim binnen de geldende rapporteringstoleranties gebleven, met uitzondering van het begrotingshoofdstuk van Defensie en het relatief kleine begrotingshoofdstuk van Wonen en Rijksdienst.37 Daarnaast is bij een aantal begrotingsartikelen de rapporteringstolerantie overschreden. In de bedrijfsvoeringsparagrafen van de departementale jaarverslagen over 2015 zijn deze overschrijdingen van de rapporteringstoleranties nader toegelicht en gekwantificeerd.

De belangrijkste fouten en onzekerheden in 2015 zijn veroorzaakt door:

  • Onzekerheden omdat de motivering van de objectieve leverancierskeuze niet kon worden aangetoond bij onderhandse aanbestedingen (zie paragraaf 4.4);

  • Fouten en onzekerheden als gevolg van het niet geheel voldoen aan (Europese) aanbestedingsregels en (contract)voorwaarden;

  • Het niet tijdig per brief melden aan de Tweede Kamer van beleidsmatige begrotingsmutaties na de Najaarsnota (zie 4.2.5);

  • Een rechtstreekse uitkering uit het Gemeentefonds aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Volgens de Financiële-Verhoudingswet mogen betalingen uit het Gemeentefonds alleen ten goede komen aan gemeenten en niet aan de VNG;

  • Fouten in de voorlopige toekenningen huurtoeslagen bij het begrotingshoofdstuk van het Ministerie voor Wonen en Rijksdienst als gevolg van behandelfouten en het niet of niet juist verwerken van de ontvangen huurgegevens van de verhuurder door de Belastingdienst;

  • Onzekerheden bij het Ministerie van VWS over de rechtmatigheid van de zorguitgaven van Caribisch Nederland.

Licence