Base description which applies to whole site

Tweede incidentele suppletoire begroting inzake Urgendamiddelen | 26-10-2021

A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Op 29 april 2020 is de eerste suppletoire begroting 2020 naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35 450 VII, nr. 1). Vervolgens is op 29 mei 2020 de eerste incidentele suppletoire begroting 2020 naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35 478, nr. 1). De behandeling van deze suppletoire begrotingen in de Staten-Generaal is nog niet afgerond. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand suppletoire begrotingen nog niet door beide Kamers bekrachtigd.

Voor de indiening van deze tweede incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf geïnformeerd via de Kamerbrief «Uitwerking maatregelen Urgenda gebouwde omgeving» (Kamerstukken II, 2019/20, 32 813, nr. 532).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Op 29april 2020 is de eerste suppletoire begroting 2020 naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35450 VII, nr. 1). De behandeling van deze suppletoire begroting in de Staten-Generaal is nog niet afgerond. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand nog niet door beide Kamers bekrachtigd.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze eerste incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze eerste incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de Kamerbrief Maatregelen doorbouwen tijdens de coronacrisis [kenmerk 20200000291771].

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Op 29april 2020 is de eerste suppletoire begroting 2020 naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35450 VII, nr. 1). Vervolgens is op 29mei 2020 de eerste incidentele begroting 2020, inzake maatregelen doorbouwen tijdens de coronacrisis en vergoeding rouwvervoer, en op 8juli 2020 de tweede incidentele suppletoire begroting, inzake Urgendamiddelen, naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1 en Kamerstukken II 2019/20, 35521, nr. 1). De behandeling van deze suppletoire begrotingen in de Staten-Generaal is nog niet afgerond. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand suppletoire begrotingen nog niet door beide Kamers bekrachtigd.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze derde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen van dusdanig belang zijn voor het Rijk dat niet gewacht kan worden op formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten voordat deze autorisatie is gegeven. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

Algemeen

Het kabinet heeft besloten middelen beschikbaar te stellen om te zorgen dat de bouw ten tijde van de coronacrisis op gang wordt gehouden. Met deze incidentele suppletoire begroting worden de bedragen voor het jaar 2020 budgettair verwerkt in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

De begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt in 2020 verhoogd met een bedrag van in totaal 170mln. Dit is onderverdeeld naar 20mln. voor doorbouwlocaties om gemeenten in staat te stellen vertraging in de planfase aan te pakken, 50mln. voor renovatie en verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Daarnaast wordt 100mln. uit de woningbouwimpulsmiddelen uit 2023 naar voren gehaald, waarbij 50mln. wordt ingezet als stimulans voor huisvesting van kwetsbare groepen. Deze middelen staan nog op de aanvullende post en worden overgeheveld naar de begroting van BZK.

Onderstaand treft u voor de begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een toelichting aan voor de verschillende regelingen en bij de financile instrumenten van het begrotingsartikel.

Doorbouwlocaties

In de woningbouw en gebiedsontwikkeling kan door de uitbraak van corona vertraging ontstaan in de planfase en in de voorbereiding op de bouwfase, omdat knelpunten door contactbeperkingen nu lastig weg te werken zijn. Daarnaast gaat het om vertraging in de besluitvorming en de rechtspraak. Vertraging kan leiden tot minder opdrachten bij marktpartijen, waardoor de woningbouw terug kan lopen. Gemeenten hebben onvoldoende capaciteit en expertise om deze vertraging als gevolg van de contactbeperkingen tegen te gaan. Daarom zet het kabinet 20mln. in, zodat op woningbouwlocaties in 20 regio's doorgebouwd kan worden. Daarmee worden flexibele pools van ambtenaren met (technische) kennis over planvorming, vergunningverlening opgezet om de bredere lokale bouwfase te ondersteunen waarmee gemeenten opgelopen vertraging kunnen inlopen. Er is al ervaring opgedaan met deze flexpools in de woondeals. Door deze middelen beschikbaar te stellen kunnen bestaande flexpools nog dit jaar behouden blijven en verder uitgerold worden over 20 regios.

Naar voren halen van bestaande middelen woningbouwimpuls

Met de woningbouwimpuls wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het versnellen van de woningbouw en de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen voor starters en mensen met een middeninkomen. In de eerste suppletoire begroting is 200mln. in 2020 naar de begroting van BZK overgeheveld van de aanvullende post. Afgelopen tijd zijn circa 50 zogenaamde Impulskamers georganiseerd, waarin met gemeenten is overlegd om te komen tot kwalitatief goede aanvragen. Daarin hebben gemeenten aangegeven meer projecten in eerdere jaren te kunnen realiseren. Door 50mln. uit 2023 al in 2020 in te zetten wordt een terugval in de bouwproductie voorkomen en kan bijgedragen worden aan het versneld realiseren van betaalbare woningen.

Tijdelijke stimulans huisvesting kwetsbare groepen

Goede huisvesting van dak- en thuislozen, arbeidsmigranten, en overige spoedzoekers is door de coronacrisis nog urgenter geworden en is noodzakelijk om contactbeperkingen mogelijk te maken om het risico van verspreiding van het virus te beperken. Daarom wordt in 2020 50mln. binnen de woningbouwimpuls naar voren geschoven uit 2023 om de bouw van (flexibele) huisvesting voor deze groepen aan te jagen. Deze middelen staan nog op de aanvullende post en worden overgeheveld naar de begroting van BZK. De precieze vormgeving onder de woningbouwimpuls zal nog verder worden uitgewerkt. De inschatting is dat hiermee 10.000 woningen kunnen worden gerealiseerd. Om deze woningen snel te realiseren en een doelmatige inzet te bevorderen, wordt bij bestaande initiatieven, zoals het aanjaagteam arbeidsmigranten, de brede aanpak van dak- en thuisloosheid, de stimuleringsaanpak flexwonen aangesloten. Om dit jaar nog woningen voor de doelgroep te realiseren wordt ingezet op versnelling van bestaande plannen. Op korte termijn zal overleg plaatsvinden met provincies en gemeenten om gezamenlijk in kaart te brengen waar met deze stimulans concreet en op korte termijn versnelling te bereiken is. De evaluatie van de maatregel loopt mee in de evaluatie van de woningbouwimpuls.

Investeringsimpuls maatschappelijk vastgoed

Het is belangrijk om als overheid zekerheid te bieden aan bedrijven door als opdrachtgever naar voren te treden. Die zekerheid is nodig voor financiers en zorgt dat de orderportefeuille gevuld blijft, zodat bedrijven door de crisis heen kunnen blijven bouwen. Medeoverheden zijn een belangrijke opdrachtgever voor maatschappelijk vastgoed. Met een impuls in 2020 van 50mln. vanuit het Rijk kan voor 150 tot 250mln. aan investeringen worden ondersteund in maatschappelijk vastgoed van scholen en sportgebouwen. Het meest effectief is om natuurlijke momenten voor renovatie en groot onderhoud te benutten en daar verduurzaming en energiebesparende maatregelen aan te koppelen. Dat levert efficiencywinst op en voorkomt kapitaalvernietiging. Renovatie en groot onderhoud is arbeidsintensief en levert daarmee een bijdrage aan behoud van werkgelegenheid. Om snel te starten zal nog dit jaar een regeling worden opengezet met als uitgangspunt dat in 2020 de budgetten voor de projecten worden beschikt en dat de projecten vervolgens in 2021 zijn gerealiseerd. Met 40mln. voor scholen kan met een rijksbijdrage van 20 tot 30 procent en een gemiddelde bijdrage tussen de 100.000 en 200.000 per school tussen de 200 en maximaal 400 scholen worden gerenoveerd en verduurzaamd. Gemiddeld investeert een sportvereniging 70.000 per stap in de verduurzaming. Daarvan is dan gemiddeld 21.000 euro subsidie. Dus voor 10mln. kunnen 480 verenigingen verduurzamen. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van de sectorale routekaarten. Zodra de regeling is uitgewerkt zal ook de evaluatie van de regeling worden toegelicht.

Rouwvervoer

Daarnaast zijn vanwege schaarste aan capaciteit op de intensive care een aantal corona patinten overgebracht naar andere ziekenhuizen. In de gevallen dat deze patinten zijn overleden, leidde dat tot extra vervoerskosten. Wegens de uitzonderlijke omstandigheden die de Corona-crisis met zich mee brengt, heeft de Minister van BZK toegezegd om deze extra vervoerskosten op te vangen. Nabestaanden kunnen zich melden bij de Ombudsman Uitvaartwezen, die zorgt voor doorgeleiding van de aanvragen naar BZK.

B Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen

Algemeen

Het kabinet werkt aan diverse maatregelen om invulling te geven aan het Urgenda-vonnis (Kamerstukken II, 2019/20, 32 813, nr. 496). Over de voorgenomen maatregelen voor de gebouwde omgeving bent u op 12 juni geïnformeerd [kenmerk 2020-0000348556]. Deze maatregelen vormen een aanvulling op eerdere aangekondigde maatregelen en instrumenten die de partijen in de gebouwde omgeving stimuleren om verder te verduurzamen.

Met deze incidentele suppletoire begroting worden de bedragen voor de jaren 2020 (€ 22 mln.) en 2021 (€ 95 mln.) budgettair verwerkt in de departementale begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Maatregelen in de gebouwde omgeving

Het gaat hierbij om een pakket aan maatregelen dat toeziet op reductie van energiegebruik bij huishoudens bij zowel koopwoningen als huurwoningen en een subsidie ter ondersteuning aan de stichting Urgenda.

Maatregelen voor reductie van energiegebruik bij huishoudens

In de praktijk blijken eenvoudige energiebesparende maatregelen te helpen het energiegebruik van huishoudens te verminderen. Dit is niet alleen gunstig voor de woonlasten van huishoudens, maar levert tevens een bijdrage aan de verdere reductie van CO2-uitstoot. Het gaat bij kleine maatregelen bijvoorbeeld om zaken als het laten optimaliseren van CV-installaties, het aanbrengen van radiatorfolie, het gebruik van LED lampen en de inzet van energieverbruiksmanagers.

In 2019 is een regeling opgesteld die gemeenten de mogelijkheid bood subsidie aan te vragen om eigenaar-bewoners te ondersteunen bij het reduceren van hun energiegebruik (de regeling reductie energiegebruik). De aanpak van gemeenten bestaat uit een scala aan activiteiten zoals het organiseren van informatieavonden voor bewoners en gerichte acties richting eigenaar-bewoners in de vorm van energieadvies. Vaak werd dit gecombineerd met acties voor vouchers voor energiebesparende producten (bijvoorbeeld radiatorfolie) en advies over verdergaande energiebesparende maatregelen (zoals dak-, raam-, en gevelisolatie).

In vervolg op de regeling van 2019 wordt in 2020 een vergelijkbare regeling geopend. Waar huurwoningen in de eerste regeling waren uitgesloten zal de nieuwe regeling gericht zijn op zowel huur- als koopwoningen. Daarvoor is € 111 mln. gereserveerd waarbij indicatief € 60 mln. kan worden ingezet bij huurwoningen en € 51 mln. bij koopwoningen.

Verwachting is dat de regeling begin september kan worden opengesteld zodat de uitvoering van de werkzaamheden in het najaar van 2020 en in 2021 kan plaatvinden.

Inzet overige middelen

Het kabinet trekt bij de uitwerking van de diverse maatregelen waar mogelijk op met de Stichting Urgenda en betrokken stakeholders. In dat kader zal ik de stichting Urgenda via een subsidie ondersteunen voor de uitvoering van een aantal projecten gericht op relatief snel en eenvoudig te realiseren reductie van energiegebruik in verschillende sectoren voor twee jaren. Daarnaast is een deel van de middelen bestemd voor overdracht aan het BTW compensatiefonds en uitvoeringskosten.

Onderstaand treft u voor de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van BZK een toelichting aan voor de verschillende regelingen en bij de financiële instrumenten van het begrotingsartikel. Deze middelen staan nog op de aanvullende post en worden middels deze incidentele suppletoire begroting overgeheveld naar de begroting van BZK.

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

Algemeen

Het kabinet heeft besloten om noodmaatregelen in het kader van corona te verlengen omdat de economische situatie onzeker blijft en de contactbeperkende maatregelen voor een deel van kracht blijven. Op de begroting van BZK worden er middelen beschikbaar gesteld voor coronagerelateerde uitgaven in het kader van de verkiezingen, compensatie voor lokale culturele voorzieningen en compensatie voor lagere ontvangsten huurtoeslag.

1. Leeswijzer

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV 2020

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in )

Technische mutaties (ondergrens in )

1. Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4mln.

Ontvangsten: 2mln.

2. Nationale Veiligheid

Verplichtingen/Uitgaven: 5mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10mln.

Ontvangsten: 2mln.

3. Woningmarkt

Verplichtingen/Uitgaven: 10mln.

Ontvangsten: 5mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 20mln.

Ontvangsten: 10mln.

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Verplichtingen/Uitgaven: 5mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10mln.

Ontvangsten: 2mln.

5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4mln.

Ontvangsten: 2mln.

6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4mln.

Ontvangsten: 2mln.

7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 1mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 2mln.

9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 2mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4mln.

Ontvangsten: 4mln.

10. Groningen versterken en perspectief

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 2mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4mln.

Ontvangsten: 4.mln.

11. Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 5mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10mln.

Ontvangsten: 2mln.

12. Algemeen

Verplichtingen/Uitgaven: 1mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 2mln.

13. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 2mln.

1. Leeswijzer

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Staffel

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)

Technische mutaties (ondergrens in € mln.)

1. Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

2. Nationale veiligheid

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

3. Woningmarkt

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.

Ontvangsten: 5 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln.

Ontvangsten: 10 mln.

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 4 mln.

10. Groningen versterken en perspectief

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.

Ontvangsten: 4. mln.

11. Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

12. Algemeen

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

13. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.

Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.

Ontvangsten: 2 mln.

1. Leeswijzer

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in mln.)

Technische mutaties (ondergrens in mln.)

1. Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4mln.

Ontvangsten: 2mln.

2. Nationale veiligheid

Verplichtingen/Uitgaven: 5mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10mln.

Ontvangsten: 2mln.

3. Woningmarkt

Verplichtingen/Uitgaven: 10mln.

Ontvangsten: 5mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 20mln.

Ontvangsten: 10mln.

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Verplichtingen/Uitgaven: 5mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10mln.

Ontvangsten: 2mln.

5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4mln.

Ontvangsten: 2mln.

6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4mln.

Ontvangsten: 2mln.

7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 1mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 2mln.

9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 2mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4mln.

Ontvangsten: 4mln.

10. Groningen versterken en perspectief

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 2mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4mln.

Ontvangsten: 4.mln.

11. Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 5mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10mln.

Ontvangsten: 2mln.

12. Algemeen

Verplichtingen/Uitgaven: 1mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 2mln.

13. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1mln.

Ontvangsten: 1mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2mln.

Ontvangsten: 2mln.

2. Beleidsartikelen

2. Beleidsartikelen

2. Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1 Openbaar bestuur en democratie

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Openbaar bestuur en democratie (derde incidentele suppletoire begroting) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen (inclusief de 1e en 2e incidentele suppletoire begrotingen)1

Mutaties 3e incidentele suppletoire begroting

Stand 3e incidentele suppletoire begroting

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

68.387

73.049

8.449

81.498

550

0

0

0

Uitgaven

68.387

72.164

8.449

80.613

550

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

1.1 Bestuur en regio

10.202

11.427

8.000

19.427

0

0

0

0

Subsidies

4.538

4.638

0

4.638

0

0

0

0

Bestuur en regio

1.124

1.224

0

1.224

0

0

0

0

Oorlogsgravenstichting (OGS)

3.414

3.414

0

3.414

0

0

0

0

Opdrachten

3.969

5.094

0

5.094

0

0

0

0

Bestuur en regio

3.969

5.094

0

5.094

0

0

0

0

Bijdrage aan zbo/rwt's

1.660

1.660

0

1.660

0

0

0

0

Diverse bijdragen

1.660

1.660

0

1.660

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

8.000

8.000

0

0

0

0

Lokale culturele voorzieningen

0

0

8.000

8.000

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

35

35

0

35

0

0

0

0

Bijdrage aan internationaal

35

35

0

35

0

0

0

0

1.2 Democratie

58.185

60.737

449

61.186

550

0

0

0

Subsidies

41.152

42.275

449

42.724

0

0

0

0

Verbinding inwoner en overheid

2.507

3.107

449

3.556

0

0

0

0

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

3.021

3.021

0

3.021

0

0

0

0

Weerbaar bestuur

974

974

0

974

0

0

0

0

Politieke partijen

27.211

27.734

0

27.734

0

0

0

0

ProDemos

7.326

7.326

0

7.326

0

0

0

0

Comit 4/5mei

113

113

0

113

0

0

0

0

Opdrachten

7.568

8.100

0

8.100

0

0

0

0

Verbinding inwoner en overheid

4.715

5.594

0

5.594

0

0

0

0

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

1.098

1.084

0

1.084

0

0

0

0

Weerbaar bestuur

1.755

1.422

0

1.422

0

0

0

0

Inkomenoverdracht

7.781

7.796

0

7.796

0

0

0

0

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

7.781

7.781

0

7.781

0

0

0

0

Vergoeding rouwvervoer

0

15

0

15

0

0

0

0

Bijdrage aan zbo/rwt's

400

1.478

0

1.478

0

0

0

0

Diverse bijdragen

400

1.478

0

1.478

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

68

68

0

68

0

0

0

0

Bijdragen aan internationaal

68

68

0

68

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

400

400

0

400

0

0

0

0

Dienst Publiek en Communicatie

400

400

0

400

0

0

0

0

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

816

620

0

620

550

0

0

0

Gemeentefonds (H50)

616

616

0

616

550

0

0

0

Provinciefonds (H51)

200

4

0

4

0

0

0

0

Ontvangsten

21.965

21.965

0

21.965

0

0

0

0

1

Voor de eerste suppletoire begroting 2020 zie Kamerstukken II 2019/20, 35450VII, nr. 1. Voor de eerste incidentele suppletoire begroting, zie Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1. Voor tweede incidentele suppletoire begroting zie Kamerstukken II 2019/20, 35521, nr. 1.

Toelichting

Het kabinet heeft een tweede pakket maatregelen getroffen om gemeenten en provincies te compenseren voor de financile gevolgen van de coronacrisis.

1.1 Bestuur en regio

Bijdrage aan medeoverheden

Lokale culturele voorzieningen

Het kabinet heeft een tweede pakket aan maatregelen getroffen ter compensatie van de medeoverheden voor de gevolgen van de coronacrisis. De provincies krijgen voor de periode van medio maart tot en met 1juni 2020, 8 mln. beschikbaar voor de borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur. Dit bedrag zal worden uitgekeerd via een specifieke uitkering.

1.2 Democratie

Opdrachten

Verbinding inwoner en overheid

In het kader van te treffen maatregelen als gevolg van corona voor de organisatie van de Tweede Kamerverkiezing stelt BZK in 2020 circa 0,5 mln. beschikbaar voor een wervingscampagne stembureauleden en voor voorlichtingsactiviteiten om kiezers voorlichting te geven over de maatregelen die gelden bij het stemmen. De wervingscampagne is nodig omdat in elk stemlokaal een extra stembureaulid nodig is voor een goed verloop van de verkiezingen, gemeenten een reservebestand moeten opbouwen en een deel van het huidige bestand aan stembureauleden mogelijk niet beschikbaar zal zijn. Er zal daarom in het najaar van 2020 een landelijke wervingscampagne worden gestart om een nieuwe lichting stembureauleden en tellers te vinden.

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Gemeentefonds (H50)

Gemeenten die bij de Tweede Kamerverkiezing meedoen aan het experiment centraal tellen ontvangen in 2021 een bijdrage voor meerkosten die gerelateerd zijn aan corona.

2.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en 1e ISB

Stand suppletoire begroting 20201

Mutaties 1e ISB

Stand 1e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

68.387

73.049

0

73.049

0

0

0

0

Uitgaven

68.387

72.164

0

72.164

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

1.1 Bestuur en regio

10.202

11.427

0

11.427

0

0

0

0

Subsidies

4.538

4.638

0

4.638

0

0

0

0

Bestuur en regio

1.124

1.224

0

1.224

0

0

0

0

Oorlogsgravenstichting (OGS)

3.414

3.414

0

3.414

0

0

0

0

Opdrachten

3.969

5.094

0

5.094

0

0

0

0

Bestuur en regio

3.969

4.998

0

4.998

0

0

0

0

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

0

96

0

96

0

0

0

0

Bijdrage aan zbo/rwt's

1.660

1.660

0

1.660

0

0

0

0

Diverse bijdragen

1.660

1.660

0

1.660

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

35

35

0

35

0

0

0

0

Bijdrage aan internationaal

35

35

0

35

0

0

0

0

1.2 Democratie

58.185

60.737

0

60.737

0

0

0

0

Subsidies

41.152

42.275

0

42.275

0

0

0

0

Verbinding inwoner en overheid

2.507

3.107

0

3.107

0

0

0

0

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

3.021

3.021

0

3.021

0

0

0

0

Weerbaar bestuur

974

974

0

974

0

0

0

0

Politieke partijen

27.211

27.734

0

27.734

0

0

0

0

ProDemos

7.326

7.326

0

7.326

0

0

0

0

Comit 4/5mei

113

113

0

113

0

0

0

0

Opdrachten

7.568

8.115

15

8.100

0

0

0

0

Verbinding inwoner en overheid

4.715

5.594

0

5.594

0

0

0

0

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

1.098

1.084

0

1.084

0

0

0

0

Weerbaar bestuur

1.755

1.437

15

1.422

0

0

0

0

Inkomenoverdracht

7.781

7.781

15

7.796

0

0

0

0

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

7.781

7.781

0

7.781

0

0

0

0

Vergoeding rouwvervoer

0

0

15

15

0

0

0

0

Bijdrage aan zbo/rwt's

400

1.478

0

1.478

0

0

0

0

Diverse bijdragen

400

1.478

0

1.478

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

68

68

0

68

0

0

0

0

Bijdragen aan internationaal

68

68

0

68

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

400

400

0

400

0

0

0

0

Dienst Publiek en Communicatie

400

400

0

400

0

0

0

0

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

816

620

0

620

0

0

0

0

Gemeentefonds (H50)

616

616

0

616

0

0

0

0

Provinciefonds (H51)

200

4

0

4

0

0

0

0

1

Voor de eerste suppletoire begroting 2020 zie Kamerstukken II 2019/20, VII, nr. 1).

Toelichting

Artikel 1.2 Democratie

Inkomensoverdracht

Vergoeding rouwvervoer

Het Corona-virus zorgde voor een forse toename van het aantal patinten dat op de intensive care behandeld moest worden. Hierdoor was opname op de intensive care in het eigen, lokale ziekenhuis niet meer altijd mogelijk en werd vervoer naar een ander ziekenhuis noodzakelijk. Uit cijfers van het Landelijk Cordinatiecentrum Patinten Spreiding kan worden afgeleid dat ongeveer 80 personen in een ander ziekenhuis dan in hun woonplaats aan Corona zijn overleden. In deze gevallen is sprake van extra kosten voor het rouwvervoer.

In veel gevallen zullen de extra kosten voor het rouwvervoer niet worden doorberekend aan de nabestaanden, omdat het grootste deel van de overledenen hiervoor verzekerd blijkt te zijn of kan rekenen op coulance van de uitvaartverzekeraar of uitvaartondernemer.

Er is echter een groep nabestaanden die deze extra vervoerskosten niet vergoed kunnen krijgen, op basis van beschikbare gegevens gaat het naar schatting om zon dertig mensen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft in antwoord op kamervragen toegezegd voor deze nabestaanden de extra vervoerskosten alsnog te vergoeden1. Deze rol van de Minister vloeit voort uit de verantwoordelijkheid voor de Wet op de lijkbezorging en de bijbehorende systeemverantwoordelijkheid voor uitvaarten. Het gaat hier om een uitzonderlijke en wrange situatie waarin de Wet op de lijkbezorging niet voor aangewezen is en dus ook niet voorziet. Er is hier sprake van extra vervoerskosten die niet te voorzien waren en waarbij betrokkenen geen keuze hadden. Deze kosten worden ook niet gedekt uit de door het kabinet getroffen steunmaatregelen. Het is daarom opportuun om in dit specifieke geval tot vergoeding over te gaan.

Om de nabestaanden in deze uitzonderlijke omstandigheden snel tegemoet te kunnen komen is gekozen voor een bestaande, centrale, neutrale en eenvoudig benaderbare voorziening, namelijk de Ombudsman Uitvaartwezen. De kosten worden opgevangen binnen artikel 1.2 van de begroting van BZK. De verantwoording geschiedt op de volgende wijze: nadat de betreffende burgers hun bewijsstukken hebben ingeleverd bij de Ombudsman, controleert de Ombudsman deze aanvraag op basis van de door BZK gestelde voorwaarden. Indien de Ombudsman oordeelt dat hier sprake is van een terechte aanvraag, stuurt de Ombudsman een declaratie met de bewijsstukken en betaalgegevens van nabestaanden naar BZK, zodat BZK tot betaling over kan gaan.

2.3 Artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid tweede incidentele suppletoire begroting (bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen (inclusief de 1e incidentele suppletoire begroting)1

Mutaties 2e incidentele suppletoire begroting

Stand 2e incidentele suppletoire begroting

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

344.942

406.233

22.000

428.233

95.000

0

0

0

                 

Uitgaven

540.942

621.932

22.000

643.932

95.000

0

0

0

                 

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

535.204

614.994

22.000

636.994

95.000

0

0

0

Subsidies

352.221

390.164

6.000

396.164

55.000

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

33.421

59.721

6.000

65.721

55.000

0

0

0

Energiebesparing koopsector

74.000

85.743

0

85.743

0

0

0

0

Energiebesparing huursector

139.000

128.900

0

128.900

0

0

0

0

SAH

48.800

48.800

0

48.800

0

0

0

0

Warmtefonds en ontzorging

57.000

67.000

0

67.000

0

0

0

0

Opdrachten

5.602

3.732

0

3.732

0

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

5.602

3.732

0

3.732

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

36.432

39.988

2.000

41.988

0

0

0

0

Dienst Publiek en Communicatie

0

70

0

70

0

0

0

0

Diverse agentschappen

0

1.500

0

1.500

0

0

0

0

ILT (handhaving energielabel)

515

515

0

515

0

0

0

0

RVO.nl (energietransitie en duurzaamheid)

11.709

27.345

0

27.345

0

0

0

0

RVO.nl (uitvoering Energieakkoord)

24.208

10.558

2.000

12.558

0

0

0

0

Bijdrage aan zbo/rwt's

4.300

4.571

0

4.571

0

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

4.300

4.571

0

4.571

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

90.160

14.000

104.160

40.000

0

0

0

Programma reductie energieverbruik

0

90.160

14.000

104.160

40.000

0

0

0

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

136.649

86.379

0

86.379

0

0

0

0

Gemeentefonds (H50)

112.400

83.486

0

83.486

0

0

0

0

EGO

24.249

2.893

0

2.893

0

0

0

0

                 

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

5.738

6.938

0

6.938

0

0

0

0

Subsidies

3.491

3.491

0

3.491

0

0

0

0

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

3.491

3.491

0

3.491

0

0

0

0

Opdrachten

1.350

1.350

0

1.350

0

0

0

0

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

1.350

1.350

0

1.350

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

53

53

0

53

0

0

0

0

ILT (toezicht EU-bouwregelgeving)

53

53

0

53

0

0

0

0

Bijdrage aan zbo/rwt's

516

1.716

0

1.716

0

0

0

0

Toelatingsorganisatie

516

1.716

0

1.716

0

0

0

0

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

328

328

0

328

0

0

0

0

Ministerie van IenW

328

328

0

328

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

91

91

0

91

0

0

0

0

1

Voor de eerste suppletoire begroting 2020 zie Kamerstukken II 2019/20, 35 450 VII, nr. 1. Voor de eerste incidentele suppletoire begroting, zie Kamerstukken II 2019/20, 35 478, nr. 1.

Toelichting

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

Subsidies

Energietransitie en duurzaamheid

Er komt, vergelijkbaar met de subsidieregeling die in 2019 is opengesteld, een regeling voor reductie van energiegebruik voor huurwoningen. In de praktijk blijken eenvoudige energiebesparende maatregelen te helpen het energiegebruik van huishoudens te verminderen. Het gaat bij kleine maatregelen bijvoorbeeld om zaken als het laten optimaliseren van CV-installaties, het aanbrengen van radiatorfolie, het gebruik van LED lampen en de inzet van energieverbruiksmanagers. De aanpak van gemeenten bestaat uit een scala aan activiteiten zoals het organiseren van informatieavonden voor bewoners en gerichte acties richting eigenaar-bewoners in de vorm van energieadvies. In totaal is € 111 mln. gereserveerd waarbij indicatief € 60 mln. kan worden ingezet bij huurwoningen (€ 5 mln. in 2020 en € 55 mln. in 2021).

Daarnaast wordt de stichting Urgenda via een subsidie ondersteund voor de uitvoering van een aantal projecten gericht op het, relatief snel en eenvoudig, realiseren van reductie van energiegebruik in verschillende sectoren zoals zwembaden, zorgtehuizen, kantoren en vergroening van tuinen. Ook worden acties gericht op de versterking van de rol van energie coöperaties. Voor deze subsidie wordt € 1 mln. beschikbaar gesteld.

Bijdrage aan medeoverheden

Programma reductie energieverbruik

Er komt, vergelijkbaar met de subsidieregeling die in 2019 is opengesteld, een regeling voor reductie van energiegebruik in koopwoningen. In de praktijk blijken eenvoudige energiebesparende maatregelen te helpen het energiegebruik van huishoudens te verminderen. Het gaat bij kleine maatregelen bijvoorbeeld om zaken als het laten optimaliseren van CV-installaties, het aanbrengen van radiatorfolie, het gebruik van LED lampen en de inzet van energieverbruiksmanagers. De aanpak van gemeenten bestaat uit een scala aan activiteiten zoals het organiseren van informatieavonden voor bewoners en gerichte acties richting eigenaar-bewoners in de vorm van energieadvies. In totaal is € 111 mln. gereserveerd waarbij indicatief € 51 mln. kan worden ingezet bij koopwoningen (€ 11 mln. in 2020 en € 40 mln. in 2021).

Daarnaast is € 3 mln. bestemd voor een bijdrage aan het BTW-compensatiefonds. Bij het onderdeel koopwoningen loopt de subsidie via een specifieke uitkering aan gemeenten.

Bijdrage aan agentschappen

RVO.nl (uitvoering Energieakkoord)

Dit betreft de uitvoeringskosten van RVO.nl. Bij de regeling voor huurwoningen dienen verhuurders een verzoek in bij RVO.nl, waarna RVO.nl de aanvraag toetst. Bij de regeling voor koopwoningen worden de aanvragen ingediend door gemeenten. Voor de uitvoeringskosten is € 2 mln. beschikbaar.

2.2 Artikel 3. Woningmarkt

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en 1e ISB

Stand suppletoire begroting 20201

Mutaties 1e ISB

Stand 1e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

4.297.396

4.461.831

120.000

4.581.831

0

0

0

0

Waarvan garantieverplichtingen

Waarvan overige verplichtingen

Uitgaven

4.297.396

4.412.349

120.000

4.532.349

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

3.1 Woningmarkt

4.297.396

4.212.349

0

4.212.349

0

0

0

0

Subsidies

14.374

14.409

0

14.409

0

0

0

0

Woningmarkt

3.641

6.864

0

6.864

0

0

0

0

Bevordering eigen woningbezit (BEW)

6.239

5.253

0

5.253

0

0

0

0

Huisvestingsvoorziening statushouders

4.494

2.292

0

2.292

0

0

0

0

Opdrachten

2.019

2.537

0

2.537

0

0

0

0

Woningmarkt

2.019

2.019

0

2.019

0

0

0

0

WSW Risicovoorziening

0

518

0

518

0

0

0

0

Inkomensoverdracht

4.269.200

4.179.900

0

4.179.900

0

0

0

0

Huurtoeslag

4.269.200

4.179.900

0

4.179.900

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

7.406

7.406

0

7.406

0

0

0

0

Dienst van de Huurcommissie

7.066

7.066

0

7.066

0

0

0

0

ILT (Autoriteit Woningcorporaties)

340

340

0

340

0

0

0

0

Bijdrage aan zbo/rwt's

2.857

3.757

0

3.757

0

0

0

0

Woningmarkt

2.857

3.757

0

3.757

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

2.800

0

2.800

0

0

0

0

Woningmarkt

0

2.800

0

2.800

0

0

0

0

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

1.540

1.540

0

1.540

0

0

0

0

Financin en Nationale Schuld

1.540

1.540

0

1.540

0

0

0

0

3.3 Woningbouw

0

200.000

120.000

320.000

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

200.000

120.000

320.000

0

0

0

0

Woningbouwimpuls

0

200.000

120.000

320.000

0

0

0

0

Ontvangsten

472.000

418.218

0

418.218

0

0

0

0

1

Voor de eerste suppletoire begroting 2020 zie Kamerstukken II 2019/20, VII, nr. 1).

Toelichting

2.2 Artikel 3 Woningmarkt

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Woningmarkt (derde incidentele suppletoire begroting) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen (inclusief de 1e en 2e incidentele suppletoire begrotingen)1

Mutaties 3e incidentele suppletoire begroting

Stand 3e incidentele suppletoire begroting

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

4.297.396

4.581.831

0

4.581.831

0

0

0

0

Uitgaven

4.297.396

4.532.349

0

4.532.349

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

3.1 Woningmarkt

4.297.396

4.212.349

0

4.212.349

0

0

0

0

Subsidies

14.374

14.409

0

14.409

0

0

0

0

Woningmarkt

3.641

6.864

0

6.864

0

0

0

0

Bevordering eigen woningbezit (BEW)

6.239

5.253

0

5.253

0

0

0

0

Huisvestingsvoorziening statushouders

4.494

2.292

0

2.292

0

0

0

0

Opdrachten

2.019

2.537

0

2.537

0

0

0

0

Woningmarkt

2.019

2.019

0

2.019

0

0

0

0

WSW Risicovoorziening

0

518

0

518

0

0

0

0

Inkomensoverdracht

4.269.200

4.179.900

0

4.179.900

0

0

0

0

Huurtoeslag

4.269.200

4.179.900

0

4.179.900

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

7.406

7.406

0

7.406

0

0

0

0

Dienst van de Huurcommissie

7.066

7.066

0

7.066

0

0

0

0

ILT (Autoriteit Woningcorporaties)

340

340

0

340

0

0

0

0

Bijdrage aan zbo/rwt's

2.857

3.757

0

3.757

0

0

0

0

Woningmarkt

2.857

3.757

0

3.757

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

2.800

0

2.800

0

0

0

0

Woningmarkt

0

2.800

0

2.800

0

0

0

0

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

1.540

1.540

0

1.540

0

0

0

0

Financin en Nationale Schuld

1.540

1.540

0

1.540

0

0

0

0

3.3 Woningbouw

0

320.000

0

320.000

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

320.000

0

320.000

0

0

0

0

Woningbouwimpuls

0

320.000

0

320.000

0

0

0

0

Ontvangsten

472.000

418.218

1.800

416.418

7.200

3.600

0

0

1

Voor de eerste suppletoire begroting 2020 zie Kamerstukken II 2019/20, 35450VII, nr. 1. Voor de eerste incidentele suppletoire begroting, zie Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1. Voor tweede incidentele suppletoire begroting zie Kamerstukken II 2019/20, 35521, nr. 1.

Toelichting

Ontvangsten

De Belastingdienst verlaagt tijdelijk de invorderingsrente. Dit leidt tot minder ontvangsten bij de huurtoeslag.

3.3 Woningbouw

Bijdragen aan medeoverheden

Woningbouwimpuls

Binnen de woningbouwimpuls wordt 50mln. uit 2023 naar voren gehaald. Met deze middelen wordt bijgedragen aan het versneld realiseren van betaalbare woningen in gebiedsontwikkelingen. Daarnaast wordt 50mln. binnen de woningbouwimpuls ingezet voor de huisvesting van kwetsbare groepen. Ook deze middelen worden uit 2023 naar voren gehaald, waarmee in totaal 100mln uit 2023 wordt overgeheveld vanaf de aanvullende post naar de BZK-begroting. De precieze vormgeving onder de woningbouwimpuls zal nog verder worden uitgewerkt. De inschatting is dat hiermee 10.000 woningen kunnen worden gerealiseerd voor kwetsbare groepen. Verder wordt 20mln. ingezet om in ten minste 20 regios flexibele pools op te zetten van ambtenaren met (technische) kennis over planvorming, vergunningverlening om de bredere lokale bouwfase te ondersteunen en versnellen.

2.3 Artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en 1e ISB

Stand suppletoire begroting 20201

Mutaties 1e ISB

Stand 1e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

344.942

356.233

50.000

406.233

0

0

0

0

Waarvan garantieverplichtingen

Waarvan overige verplichtingen

Uitgaven

540.942

571.932

50.000

621.932

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

535.204

564.994

50.000

614.994

0

0

0

0

Subsidies

352.221

340.164

50.000

390.164

0

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

33.421

9.721

50.000

59.721

0

0

0

0

Energiebesparing koopsector

74.000

85.743

0

85.743

0

0

0

0

Energiebesparing huursector

139.000

128.900

0

128.900

0

0

0

0

SAH

48.800

48.800

0

48.800

0

0

0

0

Warmtefonds en ontzorging

57.000

67.000

0

67.000

0

0

0

0

Opdrachten

5.602

3.732

0

3.732

0

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

5.602

3.732

0

3.732

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

36.432

39.988

0

39.988

0

0

0

0

Dienst Publiek en Communicatie

0

70

0

70

0

0

0

0

Diverse agentschappen

0

1.500

0

1.500

0

0

0

0

ILT (handhaving energielabel)

515

515

0

515

0

0

0

0

RVO.nl (energietransitie en duurzaamheid)

11.709

27.345

0

27.345

0

0

0

0

RVO.nl (uitvoering Energieakkoord)

24.208

10.558

0

10.558

0

0

0

0

Bijdrage aan zbo/rwt's

4.300

4.571

0

4.571

0

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

4.300

4.571

0

4.571

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

90.160

0

90.160

0

0

0

0

Programma reductie energieverbruik

0

90.160

0

90.160

0

0

0

0

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

136.649

86.379

0

86.379

0

0

0

0

Gemeentefonds (H50)

112.400

83.486

0

83.486

0

0

0

0

EGO

24.249

2.893

0

2.893

0

0

0

0

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

5.738

6.938

0

6.938

0

0

0

0

Subsidies

3.491

3.491

0

3.491

0

0

0

0

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

3.491

3.491

0

3.491

0

0

0

0

Opdrachten

1.350

1.350

0

1.350

0

0

0

0

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

1.350

1.350

0

1.350

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

53

53

0

53

0

0

0

0

ILT (toezicht EU-bouwregelgeving)

53

53

0

53

0

0

0

0

Bijdrage aan zbo/rwt's

516

1.716

0

1.716

0

0

0

0

Toelatingsorganisatie

516

1.716

0

1.716

0

0

0

0

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

328

328

0

328

0

0

0

0

Ministerie van IenW

328

328

0

328

0

0

0

0

Ontvangsten

91

91

0

91

0

0

0

0

1

Voor de eerste suppletoire begroting 2020 zie Kamerstukken II 2019/20, VII, nr. 1).

Toelichting

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

Subsidies

Energietransitie en duurzaamheid

Er wordt in 2020 een regeling opengezet om investeringen in maatschappelijk vastgoed van scholen en sportgebouwen te ondersteunen. Hiervoor wordt 50mln. in 2020 beschikbaar gesteld, met als uitgangspunt dat projecten in 2020 starten en in 2021 zijn gerealiseerd.

3. Niet-beleidsartikelen

2.3 Artikel 11 Centraal apparaat

Tabel 4 Budgettaire gevolgen artikel 11 Centraal apparaat (derde incidentele suppletoire begroting) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen (inclusief de 1e en 2e incidentele suppletoire begrotingen)1

Mutaties 3e incidentele suppletoire begroting

Stand 3e incidentele suppletoire begroting

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

414.206

477.748

0

477.748

0

0

0

0

Uitgaven

414.206

477.748

450

477.298

550

0

0

0

11.1 Apparaat (excl. AIVD)

414.206

477.748

450

477.298

550

0

0

0

Personele uitgaven

210.592

255.539

450

255.089

550

0

0

0

waarvan: eigen personeel

181.324

205.916

450

205.466

550

0

0

0

waarvan: inhuur externen

15.290

27.094

0

27.094

0

0

0

0

waarvan: overige personele uitgaven

13.978

22.529

0

22.529

0

0

0

0

Materile uitgaven

203.614

222.209

0

222.209

0

0

0

0

waarvan: bijdrage aan SSO's

190.896

199.609

0

199.609

0

0

0

0

waarvan: ICT

42

847

0

847

0

0

0

0

waarvan: overige materile uitgaven

12.676

21.753

0

21.753

0

0

0

0

Ontvangsten

19.292

64.341

0

64.341

0

0

0

0

1

Voor de eerste suppletoire begroting 2020 zie Kamerstukken II 2019/20, 35450VII, nr. 1. Voor de eerste incidentele suppletoire begroting, zie Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1. Voor tweede incidentele suppletoire begroting zie Kamerstukken II 2019/20, 35521, nr. 1.

Toelichting
11.1 Apparaat (excl. AIVD)

Personele uitgaven

Waarvan: eigen personeel

In het kader van te treffen maatregelen als gevolg van corona voor de organisatie van de Tweede Kamerverkiezing stelt BZK in 2020 circa 0,5 mln. beschikbaar voor een wervingscampagne stembureauleden en voor voorlichtingsactiviteiten om kiezers voorlichting te geven over de maatregelen die gelden bij het stemmen. Daarnaast ontvangen de gemeenten die bij de Tweede Kamerverkiezing meedoen aan het experiment centraal tellen in 2021 een bijdrage voor meerkosten die gerelateerd zijn aan corona. Deze middelen worden gerealloceerd naar artikel 1 Openbaar bestuur en democratie om de bijdrage op het juiste instrument te verantwoorden.

Licence