Base description which applies to whole site

Vijfde incidentele suppletoire begroting inzake COVID-19 crisismaatregelen ophoging IMF-middelen PRGT en EIB– pan-Europees garantiefonds, bijstelling IMF-middelen | 26-10-2021

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:

De departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financin (IXB).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 4

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Financin, W.B. Hoekstra

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financin (IXB).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze zevende incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

De Minister van Financin, W.B. Hoekstra

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financin (IXB).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Financin, W.B. Hoekstra

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financin (IXB).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Op 29april 2020 is de eerste suppletoire begroting naar de Tweede Kamer verzonden. De behandeling in de Staten-Generaal heeft nog niet plaatsgevonden. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand nog niet door de beide Kamers bekrachtigd. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen bevat de kolom mutaties suppletoire begrotingen zowel de eerste suppletoire begroting als de mutaties die in de incidentele suppletoire begrotingen zijn opgenomen. Dit om het budgetrecht van de Staten-Generaal te waarborgen.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Financin, W.B. Hoekstra

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financin (IXB).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Op 29april 2020 is de eerste suppletoire begroting naar de Tweede Kamer verzonden. De behandeling in de Staten-Generaal heeft nog niet plaatsgevonden. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand nog niet door de beide Kamers bekrachtigd. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen bevat de kolom mutaties suppletoire begrotingen zowel de eerste suppletoire begroting als de mutaties die in de eerste en tweede incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen. Dit om het budgetrecht van de Staten-Generaal te waarborgen.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze derde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. De bredere context van de begrotingsmutaties in deze derde incidentele suppletoire begroting wordt toegelicht in de Kamerbrief Vervolg noodpakket banen en economie en de Kamerbrief inzake COVID-19 crisismaatregel SURE.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Financin, W.B. Hoekstra

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Op 29 april 2020 is de eerste suppletoire begroting naar de Tweede Kamer verzonden. De behandeling in de Staten-Generaal heeft nog niet plaatsgevonden. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand nog niet door de beide Kamers bekrachtigd. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen bevat de kolom «mutaties suppletoire begrotingen» zowel de eerste suppletoire begroting als de mutaties die in de incidentele suppletoire begrotingen zijn opgenomen. Dit om het budgetrecht van de Staten-Generaal te waarborgen.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vijfde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financin (IXB).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Op 29april 2020 is de eerste suppletoire begroting naar de Tweede Kamer verzonden. De behandeling in de Staten-Generaal heeft nog niet plaatsgevonden. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand nog niet door de beide Kamers bekrachtigd. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen bevat de kolom mutaties suppletoire begrotingen zowel de eerste suppletoire begroting als de mutaties die in de eerste, tweede en derde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen. Dit om het budgetrecht van de Staten-Generaal te waarborgen.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vierde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Financin, W.B. Hoekstra

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Artikel 1 Belastingen 1 (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen 2020 (inclusief ISB's)

Mutaties 7e ISB 2020

Stand na 7e ISB

Mutatie 2021

Mutatie

2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

2.864.839

3.182.320

3.000

3.179.320

18.000

9.000

2.000

1.000

waarvan betalingsverplichtingen

2.864.439

3.181.920

3.000

3.178.920

18.000

9.000

2.000

1.000

waarvan garantieverplichtingen

400

400

0

400

0

0

0

0

Procesrisico's

400

400

0

400

0

0

0

0

Uitgaven (1) + (2)

2.944.639

3.239.302

3.000

3.236.302

18.000

9.000

2.000

1.000

(1) Programma-uitgaven

495.609

506.892

3.000

503.892

18.000

9.000

2.000

1.000

waarvan juridisch verplicht

68,80%

62,60%

62,60%

Bekostiging

6.178

6.228

0

6.228

0

0

0

0

Vergoeding proceskosten

6.178

6.228

0

6.228

0

0

0

0

Garanties

245

245

0

245

0

0

0

0

Proces risico's

245

245

0

245

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

14.908

14.908

0

14.908

0

0

0

0

Waarderingskamer

1.953

1.953

0

1.953

0

0

0

0

Kadaster

1.971

1.971

0

1.971

0

0

0

0

Kamer van Koophandel

4.270

4.270

0

4.270

0

0

0

0

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

6.714

6.714

0

6.714

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

437

437

0

437

0

0

0

0

Internationale Douaneraad

175

175

0

175

0

0

0

0

Overige internationale organisaties

262

262

0

262

0

0

0

0

Opdrachten

258.961

296.917

0

296.917

0

0

0

0

ICT opdrachten

209.043

249.899

0

249.899

0

0

0

0

Overige opdrachten

49.918

47.018

0

47.018

0

0

0

0

Bijdrage agentschappen

104.880

85.157

0

85.157

0

0

0

0

Logius

104.690

81.967

0

81.967

0

0

0

0

CIBG

190

190

0

190

0

0

0

0

Overig

0

3.000

0

3.000

0

0

0

0

Rente

110.000

103.000

3.000

100.000

18.000

9.000

2.000

1.000

Belasting- en invorderingsrente

110.000

103.000

3.000

100.000

18.000

9.000

2.000

1.000

(2) Apparaats-uitgaven

2.449.030

2.732.410

0

2.732.410

0

0

0

0

waarvan: Uitvoering fiscale wet- en regelgeving en douanetaken Caribisch Nederland

13.000

13.000

0

13.000

0

0

0

0

Personele uitgaven

2.109.698

2.355.356

0

2.355.356

0

0

0

0

waarvan: Eigen personeel

1.868.318

1.942.247

0

1.942.247

0

0

0

0

waarvan: Inhuur externen

233.664

404.393

0

404.393

0

0

0

0

waarvan: Overig Personeel

7.716

8.716

0

8.716

0

0

0

0

Materile uitgaven

339.332

377.054

0

377.054

0

0

0

0

waarvan: ICT

22.188

13.188

0

13.188

0

0

0

0

waarvan: Bijdrage SSO's

199.745

246.642

0

246.642

0

0

0

0

waarvan: Overige

117.399

117.224

0

117.224

0

0

0

0

Ontvangsten

(3) + (4)

156.369.310

155.095.792

326.275

154.769.517

297.000

111.000

25.000

13.000

(3) Programma-ontvangsten

156.326.216

155.048.452

326.275

154.722.177

297.000

111.000

25.000

13.000

waarvan: Belastingontvangsten

155.435.235

154.405.471

303.275

154.102.196

160.000

0

0

0

Rente

474.377

413.377

23.000

390.377

137.000

111.000

25.000

13.000

Belasting- en invorderingsrente

474.377

413.377

23.000

390.377

137.000

111.000

25.000

13.000

Boetes en schikkingen

203.777

115.777

0

115.777

0

0

0

0

Ontvangsten boetes en schikkingen

203.777

115.777

0

115.777

0

0

0

0

Bekostiging

212.827

113.827

0

113.827

0

0

0

0

Kosten vervolging

212.827

113.827

0

113.827

0

0

0

0

(4) Apparaatsontvangsten

43.094

47.340

0

47.340

0

0

0

0

Verplichtingen en uitgaven

Belasting- en invorderingsrente ( 3 mln.)

In bepaalde situaties vergoedt de Belastingdienst belasting- en invorderingsrente aan bedrijven. Door het verlengen van het tijdelijk verlagen van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting wordt de raming van de rente, die de Belastingdienst aan belastingplichtigen betaalt, naar beneden bijgesteld. Zie de nadere toelichting bij de ontvangsten.

Ontvangsten

Belastingontvangsten ( 303 mln.)

De afdracht aan het Gemeentefonds wordt in 2020 met 303 mln. verhoogd, zoals toegelicht in de Kamerbrief Steun- en herstelpakket en de incidentele suppletoire begroting 2020 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. De totale afdracht aan het Gemeentefonds wordt in mindering gebracht op de belastingontvangsten. Hierdoor leidt de verhoging van de afdracht aan het Gemeentefonds tot een verlaging van de netto-belastingontvangsten met 303 mln.

Belastingontvangsten (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen 2020 (inclusief ISB's)

Mutaties 7e ISB 2020

Stand na 7e ISB

Totaal belastingontvangsten

193.285.600

193.285.600

0

193.285.600

/ Afdracht Gemeentefonds

31.901.410

32.848.676

303.275

33.151.951

/ Afdracht Provinciefonds

2.480.413

2.556.850

0

2.556.850

/ Afdracht BES-fonds

41.875

44.050

0

44.050

/ Belastingontvangsten artikel 6 Btw-compensatiefonds

3.426.667

3.430.553

0

3.430.553

Belastingontvangsten artikel 1 Belastingen

155.435.235

154.405.471

303.275

154.102.196

Belasting- en invorderingsrente ( 23 mln.)

Zoals gemeld in de brief over het Steun- en herstelpakket van 28augustus 2020 verlengt het kabinet in samenhang met het fiscale uitstelbeleid de verlaagde invorderingsrente van 0,01% tot en met 31december 2021. Invorderingsrente is verschuldigd op openstaande belastingschulden. Deze verlenging zorgt er voor dat ondernemers de komende tijd vrijwel geen extra rentekosten hebben op belastingschulden.

De belastingrente zal per 1oktober 2020 weer worden verhoogd tot het niveau van 4%. Belastingrente wordt in rekening gebracht als een aanslag door toedoen van de ondernemer te laat kan worden vastgesteld of als in de aanslag wordt afgeweken van de aangifte. Belastingrente geeft hierdoor een prikkel om op tijd en juist aangifte te doen en/of een voorlopige aanslag aan te vragen. Als ondernemers dit doen hoeven zij geen belastingrente te betalen. Voor alle belastingsoorten met uitzondering van de vennootschapsbelasting komt deze 4% overeen met het percentage zoals dat oorspronkelijk, voorafgaand aan de Coronacrisis, gold. Het percentage voor de vennootschapsbelasting bedroeg oorspronkelijk 8%, maar zal vanaf 1oktober 2020 tot en met 31december 2021 op het lagere niveau van 4% (gelijk aan de andere belastingsoorten) liggen.

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector (Bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand na suppletoire begrotingen 2020 (inclusief ISB's)

Mutatie 6e ISB 2020

Stand na 6e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

143.836

149.336

3.160.000

3.309.336

0

0

0

0

waarvan betalingsverplichtingen

443.836

449.336

1.000.000

1.449.336

0

0

0

0

Verwerving vermogenstitels

0

0

0

0

0

0

0

0

Kapitaalinjectie Invest-NL

330.000

330.000

0

330.000

0

0

0

0

Afdrachten Staatsloterij

100.000

100.000

0

100.000

0

0

0

0

Schikking Alawwal Bank

0

0

0

0

0

0

0

0

Lening SRH

1.660

1.660

0

1.660

0

0

0

0

Lening KLM

0

0

1.000.000

1.000.000

0

0

0

0

Overige betalingsverplichtingen

12.176

17.676

0

17.676

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

300.000

300.000

2.160.000

1.860.000

0

0

0

0

Garantie DNB Winstafdracht

0

0

0

0

0

0

0

0

Garanties en vrijwaringen staatsdeelnemingen

300.000

300.000

2.160.000

1.860.000

0

0

0

0

Uitgaven

442.176

447.676

1.000.000

1.447.676

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht

99,3%

Vermogensverschaffing

330.000

330.000

0

330.000

0

0

0

0

Kapitaalinjectie TenneT

0

0

0

0

0

0

0

0

Kapitaalinjectie Invest-NL

330.000

330.000

0

330.000

0

0

0

0

Verwerving vermogenstitels

0

0

0

0

0

0

0

0

Vermogensonttrekking

100.000

100.000

0

100.000

0

0

0

0

Afdrachten Staatsloterij

100.000

100.000

0

100.000

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBOs en RWTs

5.000

5.000

0

5.000

0

0

0

0

NLFI

5.000

5.000

0

5.000

0

0

0

0

Garanties

3.176

3.176

0

3.176

0

0

0

0

Regeling BF

20

20

0

20

0

0

0

0

Dotatie begrotingsreserve TenneT

3.156

3.156

0

3.156

0

0

0

0

Opdrachten

4.000

9.500

0

9.500

0

0

0

0

Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

4.000

4.000

0

4.000

0

0

0

0

Opstart Invest-NL

0

5.500

0

5.500

0

0

0

0

Leningen

0

0

1.000.000

1.000.000

0

0

0

0

Lening KLM

0

0

1.000.000

1.000.000

0

0

0

0

Ontvangsten

1.816.656

1.961.656

22.227

1.983.883

76.350

86.377

102.997

119.618

Vermogensonttrekking

1.809.000

1.954.000

0

1.954.000

0

0

0

0

Opbrengst verkoop vermogenstitels

0

0

0

0

0

0

0

0

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

1.455.000

1.225.000

0

1.225.000

0

0

0

0

Afdrachten Staatsloterij

100.000

100.000

0

100.000

0

0

0

0

Winstafdracht DNB

254.000

629.000

0

629.000

0

0

0

0

waarvan: Griekse inkomsten ANFA

0

0

0

0

0

0

0

0

waarvan: Griekse inkomsten SMP

6.250

6.250

0

6.250

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBOs en RWTs

4.500

4.500

0

4.500

0

0

0

0

NLFI

4.500

4.500

0

4.500

0

0

0

0

Garanties

3.156

3.156

6.000

9.156

18.000

24.000

36.000

48.000

Premieontvangsten garantie TenneT

3.156

3.156

0

3.156

0

0

0

0

Premieontvangsten garantie KLM

0

0

6.000

6.000

18.000

24.000

36.000

48.000

Overig

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

0

0

0

0

0

0

0

0

Terug te vorderen kosten staatsdeelnemingen

0

0

0

0

0

0

0

0

Leningen

0

0

16.227

16.227

58.350

62.377

66.997

71.618

Rentebaten lening KLM

0

0

16.227

16.227

58.350

62.377

66.997

71.618

Aflossing lening KLM

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen

Garanties en vrijwaringen staatsdeelnemingen (+ 2,16mld.)

Een groep van internationale banken verstrekt liquiditeit aan KLM tot 2,4mld. in de vorm van een revolving credit facility (RCF) waarbij KLM de liquiditeit kan aantrekken wanneer nodig en dient terug te storten wanneer deze overvloedig is. De Nederlandse Staat garandeert maximaal 90% van de totale omvang van deze faciliteit (2,16mld.). Voor verdere details, zie de bijgevoegde kamerbrief Steunmaatregelen KLM (Kamerstuk 29232, nr.41) en het toetsingskader risicoregelingen1.

Uitgaven

Lening KLM (+ 1mld.)

De Nederlandse Staat verstrekt een directe lening aan KLM met een omvang van 1mld. De lening is een achtergestelde lening. Dit betekent dat wanneer KLM haar crediteuren niet kan terugbetalen, deze lening (en daarmee de Nederlandse Staat) pas als laatste wordt terugbetaald. Daarmee neemt de Nederlandse Staat relatief veel risico op zich via deze lening, hetgeen weerspiegeld wordt door de eveneens relatief hoge rente die KLM op deze lening betaalt (zie ontvangsten).

Ontvangsten

Premieontvangsten garantie KLM (+6mln.)

De Nederlandse Staat ontvangt een premie voor de afgegeven garantie inzake de revolving credit facility voor KLM. De premie die KLM aan de Nederlandse Staat betaalt voor deze garantie loopt op gedurende de looptijd en ziet er als volgt uit:

Jaar

Jaarlijks te betalen premie

1e jaar van garantie

0,5% over het kredietplafond1

2e en 3e jaar van garantie

1% over het kredietplafond

4e, 5e en 6e jaar van garantie

2% over het kredietplafond

1

Het kredietplafond is aanvankelijk 2,4miljard, maar kan potentieel vroegtijdig lager worden.

Voor het jaar 2020 wordt in totaal 6mln. aan premieontvangsten geraamd.

Rentebaten lening KLM (+ 16,3mln.)

De Nederlandse Staat ontvangt rente voor de verstrekte lening aan KLM. De rente die KLM aan de Nederlandse Staat betaalt voor deze lening loopt op gedurende de looptijd en ziet er als volgt uit:

Jaar

Jaarlijks te betalen rente

1e jaar van lening

Euribor + 6,25%

2e en 3e jaar van lening

Euribor + 6,75%

4e, 5een 6e jaar van lening

Euribor + 7,75%

Voor het jaar 2020 wordt in totaal 16,3mln. aan renteontvangsten geraamd. Gezien KLM alleen rente betaalt over het getrokken deel van de lening en de exacte rentepercentages afhankelijk zijn van schommelingen in de euribor, kunnen de gerealiseerde renteontvangsten afwijken van de raming die is opgenomen in deze incidentele suppletoire begroting.

Aflossing lening KLM (+ 1mld.)

De aflossing van de gehele lening staat vooralsnog geraamd in 2026 (niet zichtbaar in de tabel, dit wordt budgettair verwerkt in begroting 2021). KLM heeft de mogelijkheid om kosteloos vervroegd af te lossen.

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Artikel 1 Belastingen

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Mutaties ISB 2020

Stand na ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

2.864.839

18.000

2.846.839

19.000

5.000

3.000

1.000

waarvan betalingsverplichtingen

2.864.594

18.000

2.846.594

19.000

5.000

3.000

1.000

waarvan garantieverplichtingen

245

0

245

0

0

0

0

Procesrisico's

245

0

245

0

0

0

0

Uitgaven (1) + (2)

2.944.639

18.000

2.926.639

19.000

5.000

3.000

1.000

(1) Programma-uitgaven

495.609

18.000

477.609

19.000

5.000

3.000

1.000

waarvan juridisch verplicht

68,8%

68,8%

Bekostiging

6.178

0

6.178

0

0

0

0

Vergoeding proceskosten

6.178

0

6.178

0

0

0

0

Garanties

245

0

245

0

0

0

0

Proces risico's

245

0

245

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

14.908

0

14.908

0

0

0

0

Waarderingskamer

1.953

0

1.953

0

0

0

0

Kadaster

1.971

0

1.971

0

0

0

0

Kamer van Koophandel

4.270

0

4.270

0

0

0

0

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

6.714

0

6.714

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

437

0

437

0

0

0

0

Internationale Douaneraad

175

0

175

0

0

0

0

Overige internationale organisaties

262

0

262

0

0

0

0

Opdrachten

258.961

0

258.961

0

0

0

0

ICT opdrachten

209.043

0

209.043

0

0

0

0

Overige opdrachten

49.918

0

49.918

0

0

0

0

Bijdrage agentschappen

104.880

0

104.880

0

0

0

0

Logius

104.690

0

104.690

0

0

0

0

CIBG

190

0

190

0

0

0

0

Overig

0

0

0

0

0

0

0

Rente

110.000

18.000

92.000

19.000

5.000

3.000

1.000

Belasting- en invorderingsrente

110.000

18.000

92.000

19.000

5.000

3.000

1.000

(2) Apparaatsuitgaven

2.449.030

0

2.449.030

0

0

0

0

waarvan: Uitvoering fiscale wet- en regelgeving en douanetaken Caribisch Nederland

13.000

0

13.000

0

0

0

0

Personele uitgaven

2.109.698

0

2.109.698

0

0

0

0

waarvan: Eigen personeel

1.868.318

0

1.868.318

0

0

0

0

waarvan: Inhuur externen

233.664

0

233.664

0

0

0

0

waarvan: Overig Personeel

7.716

0

7.716

0

0

0

0

Materile uitgaven

339.332

0

339.332

0

0

0

0

waarvan: ICT

22.188

0

22.188

0

0

0

0

waarvan: Bijdrage SSO's

199.745

0

199.745

0

0

0

0

waarvan: Overige

117.399

0

117.399

0

0

0

0

Ontvangsten (3) + (4)

156.369.310

165.000

156.204.310

133.000

33.000

16.000

9.000

(3) Programma-ontvangsten

156.326.216

165.000

156.161.216

133.000

33.000

16.000

9.000

waarvan: Belastingontvangsten

155.435.235

0

155.435.235

0

0

0

0

Rente

474.377

106.000

368.377

133.000

33.000

16.000

9.000

Belasting- en invorderingsrente

474.377

106.000

368.377

133.000

33.000

16.000

9.000

Boetes en schikkingen

203.777

26.000

177.777

0

0

0

0

Ontvangsten boetes en schikkingen

203.777

26.000

177.777

0

0

0

0

Bekostiging

212.827

33.000

179.827

0

0

0

0

Kosten vervolging

212.827

33.000

179.827

0

0

0

0

(4) Apparaatsontvangsten

43.094

0

43.094

0

0

0

0

2. Beleidsartikelen

2. Beleidsartikelen

2. Beleidsartikelen

2. Beleidsartikelen

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven ( 18 mln.)

Belasting- en invorderingsrente ( 18 mln.)

Het kabinet heeft, zoals beschreven in de brief Noodpakket banen en economie van 17maart 2020, besloten om de liquiditeit van ondernemers te ondersteunen door tijdelijk gedurende drie maanden zowel de belastingrente als de invorderingsrente naar 0,01% te verlagen. Op dit moment bedraagt de belastingrente 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen, en de invorderingsrente 4% voor alle belastingen. Belasting- en invorderingsrente wordt ontvangen van belastingplichtigen als een aanslag te laat kan worden vastgesteld respectievelijk te laat wordt betaald. In bepaalde situaties vergoedt de Belastingdienst ook belasting- en invorderingsrente aan bedrijven. Door het tijdelijk verlagen van de belasting- en invorderingsrente wordt de raming van rente die de Belastingdienst aan belastingplichtigen betaalt, naar beneden bijgesteld.

Ontvangsten ( 165 mln.)

Belasting- en invorderingsrente ( 106 mln.)

Zoals weergegeven onder verplichtingen en uitgaven, worden zowel de belastingrente als de invorderingsrente tijdelijk gedurende drie maanden verlaagd naar 0,01%. Door het tijdelijk verlagen van de belasting- en invorderingsrente wordt de raming van rente die de Belastingdienst van belastingplichtigen ontvangt, naar beneden bijgesteld.

Boetes en schikkingen ( 26 mln.)

Het kabinet komt ondernemers aanvullend tegemoet door het tijdelijk gedurende drie maanden achterwege laten of terugdraaien van de zogenaamde verzuimboete. De verzuimboete brengt de Belastingdienst normaliter in rekening als een belastingplichtige niet (tijdig) betaalt. Door deze maatregel wordt de raming van boetes en schikkingen naar beneden bijgesteld.

Bekostiging ( 33 mln.)

De Belastingdienst berekent de kosten van invorderingsmaatregelen (aanmaning, dwangbevel, beslaglegging, enz.) normaliter door aan belastingplichtigen. Omdat de Belastingdienst tijdelijk gedurende drie maanden aan veel belastingplichtigen uitstel van betaling verleent en de invordering opschort, vervalt een deel van de ontvangsten en wordt de raming van kosten vervolging naar beneden bijgesteld.

2.1 Artikel 1 Belastingen

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1

Mutaties 3e ISB 2020

Stand na 3e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

2.864.839

3.186.320

4.000

3.182.320

3.000

2.000

2.000

3.000

waarvan betalingsverplichtingen

2.864.439

3.185.920

4.000

3.181.920

3.000

2.000

2.000

3.000

0

waarvan garantieverplichtingen

400

400

0

400

0

0

0

0

Procesrisico's

400

400

0

400

0

0

0

0

Uitgaven (1) + (2)

2.944.639

3.243.302

4.000

3.239.302

3.000

2.000

2.000

3.000

(1) Programma-uitgaven

495.609

510.892

0

510.892

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht

68,8%

62,6%

62,6%

Bekostiging

6.178

6.228

0

6.228

0

0

0

0

Vergoeding proceskosten

6.178

6.228

0

6.228

0

0

0

0

Garanties

245

245

0

245

0

0

0

0

Proces risico's

245

245

0

245

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

14.908

14.908

0

14.908

0

0

0

0

Waarderingskamer

1.953

1.953

0

1.953

0

0

0

0

Kadaster

1.971

1.971

0

1.971

0

0

0

0

Kamer van Koophandel

4.270

4.270

0

4.270

0

0

0

0

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

6.714

6.714

0

6.714

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

437

437

0

437

0

0

0

0

Internationale Douaneraad

175

175

0

175

0

0

0

0

Overige internationale organisaties

262

262

0

262

0

0

0

0

Opdrachten

258.961

296.917

0

296.917

0

0

0

0

ICT opdrachten

209.043

249.899

0

249.899

0

0

0

0

Overige opdrachten

49.918

47.018

0

47.018

0

0

0

0

Bijdrage agentschappen

104.880

85.157

0

85.157

0

0

0

0

Logius

104.690

81.967

0

81.967

0

0

0

0

CIBG

190

190

0

190

0

0

0

0

Overig

0

3.000

0

3.000

0

0

0

0

Rente

110.000

107.000

4.000

103.000

3.000

2.000

2.000

3.000

Belasting- en invorderingsrente

110.000

107.000

4.000

103.000

3.000

2.000

2.000

3.000

(2) Apparaatsuitgaven

2.449.030

2.732.410

0

2.732.410

0

0

0

0

waarvan: Uitvoering fiscale wet- en regelgeving en douanetaken Caribisch Nederland

13.000

13.000

0

13.000

0

0

0

0

Personele uitgaven

2.109.698

2.355.356

0

2.355.356

0

0

0

0

waarvan: Eigen personeel

1.868.318

1.942.247

0

1.942.247

0

0

0

0

waarvan: Inhuur externen

233.664

404.393

0

404.393

0

0

0

0

waarvan: Overig Personeel

7.716

8.716

0

8.716

0

0

0

0

Materile uitgaven

339.332

377.054

0

377.054

0

0

0

0

waarvan: ICT

22.188

13.188

0

13.188

0

0

0

0

waarvan: Bijdrage SSO's

199.745

246.642

0

246.642

0

0

0

0

waarvan: Overige

117.399

117.224

0

117.224

0

0

0

0

Ontvangsten (3) + (4)

156.369.310

155.842.792

221.000

155.621.792

116.000

16.000

14.000

11.000

(3) Programma-ontvangsten

156.326.216

155.795.452

221.000

155.574.452

116.000

16.000

14.000

11.000

waarvan: Belastingontvangsten

155.435.235

154.924.471

0

154.924.471

0

0

0

0

Rente

474.377

483.377

70.000

413.377

19.000

16.000

14.000

11.000

Belasting- en invorderingsrente

474.377

483.377

70.000

413.377

19.000

16.000

14.000

11.000

Boetes en schikkingen

203.777

207.777

88.000

119.777

55.000

0

0

0

Ontvangsten boetes en schikkingen

203.777

207.777

88.000

119.777

55.000

0

0

0

Bekostiging

212.827

179.827

63.000

116.827

42.000

0

0

0

Kosten vervolging

212.827

179.827

63.000

116.827

42.000

0

0

0

(4) Apparaatsontvangsten

43.094

47.340

0

47.340

0

0

0

0

1

Kamerstukken II 20192020, 35412, nr. 1, II 20192020, 35433, nr. 1 en II 20192020, 35450, nr. 1

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven ( 4 mln.)

Belasting- en invorderingsrente ( 4 mln.)

Het kabinet heeft, zoals beschreven in de brief Noodpakket banen en economie van 17maart 2020, besloten om de liquiditeit van ondernemers te ondersteunen door tijdelijk gedurende drie maanden zowel de belastingrente als de in rekening te brengen invorderingsrente naar 0,01% te verlagen. Daarvoor bedroegen de belastingrente 8% voor de vennootschapsbelasting, 4% voor overige belastingen en de invorderingsrente van 4% voor alle belastingen. Belasting- en invorderingsrente wordt ontvangen van belastingplichtigen als een aanslag te laat kan worden vastgesteld, respectievelijk te laat wordt betaald. In bepaalde situaties vergoedt de Belastingdienst ook belasting- en invorderingsrente aan bedrijven. Voor te vergoeden invorderingsrente blijft de rente van 4% gelden, aangezien differentiatie in rente tussen betalen en ontvangen hier mogelijk is. Bij de belastingrente is differentiatie niet mogelijk en is de rente voor zowel te betalen als te ontvangen rente tijdelijk 0,01%.

De duur van de tijdelijke verlaging wordt nu, middels het Besluit belasting- en invorderingsrente, verlengd tot 1oktober 2020 voor alle maatregelen met betrekking tot de belasting- en invorderingsrente. Door het verlengen van het tijdelijk verlagen van de belastingrente wordt de raming van rente die de Belastingdienst aan belastingplichtigen betaalt, naar beneden bijgesteld.

Ontvangsten ( 221 mln.)

Belasting- en invorderingsrente ( 70 mln.)

Zoals weergegeven onder verplichtingen en uitgaven, zijn zowel de belastingrente als de in rekening te brengen invorderingsrente tijdelijk gedurende drie maanden verlaagd naar 0,01%. De duur van de tijdelijke verlaging wordt nu, middels het Besluit belasting- en invorderingsrente, verlengd tot 1oktober 2020. Door het verlengen van het tijdelijk verlagen van de belasting- en invorderingsrente wordt de raming van rente die de Belastingdienst van belastingplichtigen ontvangt, naar beneden bijgesteld.

Boetes en schikkingen ( 88 mln.)

Het kabinet is ondernemers in het Noodpakket van 17maart 2020 tegemoetgekomen door het tijdelijk gedurende drie maanden achterwege laten of terugdraaien van betaalverzuimboetes. Deze verzuimboete brengt de Belastingdienst normaliter in rekening als een belastingplichtige niet (tijdig) betaalt. Deze maatregel wordt verlengd tot het moment dat het bijzondere uitstel vervalt en ondernemers weer aan hun lopende fiscale verplichtingen moeten voldoen. De verlenging leidt tot een neerwaartse bijstelling van de boetes en schikkingen, waarbij rekening is gehouden met een actualisatie van de geraamde ontvangstenverlaging als gevolg van de eerder genomen COVID-19-maatregelen, die verwerkt zijn in de eerste ISB.

Bekostiging ( 63 mln.)

De Belastingdienst berekent de kosten van invorderingsmaatregelen (aanmaning, dwangbevel, beslaglegging, enz.) normaliter door aan belastingplichtigen. De maatregel uit het Noodpakket van 17maart 2020, waarbij de Belastingdienst tijdelijk aan ondernemers, die daarop een beroep doen, uitstel van betaling verleent en de (dwang)invordering opschort, wordt verlengd en nader vormgegeven. De verlenging leidt tot een neerwaartse bijstelling van de ontvangsten kosten vervolging, waarbij rekening is gehouden met een actualisatie van de geraamde ontvangstenverlaging als gevolg van de eerder genomen COVID-19-maatregelen, die verwerkt zijn in de eerste ISB.

2.1 Artikel 1 Belastingen

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 1 (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)

Mutaties 4e ISB 2020

Stand na 4e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

2.864.839

3.182.320

0

3.182.320

0

0

0

0

waarvan betalingsverplichtingen

2.864.439

3.181.920

0

3.181.920

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

400

400

0

400

0

0

0

0

Procesrisico's

400

400

0

400

0

0

0

0

Uitgaven (1) + (2)

2.944.639

3.239.302

0

3.239.302

0

0

0

0

(1) Programma-uitgaven

495.609

506.892

0

506.892

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht

68,8%

62,6%

62,6%

Bekostiging

6.178

6.228

0

6.228

0

0

0

0

Vergoeding proceskosten

6.178

6.228

0

6.228

0

0

0

0

Garanties

245

245

0

245

0

0

0

0

Proces risico's

245

245

0

245

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

14.908

14.908

0

14.908

0

0

0

0

Waarderingskamer

1.953

1.953

0

1.953

0

0

0

0

Kadaster

1.971

1.971

0

1.971

0

0

0

0

Kamer van Koophandel

4.270

4.270

0

4.270

0

0

0

0

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

6.714

6.714

0

6.714

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

437

437

0

437

0

0

0

0

Internationale Douaneraad

175

175

0

175

0

0

0

0

Overige internationale organisaties

262

262

0

262

0

0

0

0

Opdrachten

258.961

296.917

0

296.917

0

0

0

0

ICT opdrachten

209.043

249.899

0

249.899

0

0

0

0

Overige opdrachten

49.918

47.018

0

47.018

0

0

0

0

Bijdrage agentschappen

104.880

85.157

0

85.157

0

0

0

0

Logius

104.690

81.967

0

81.967

0

0

0

0

CIBG

190

190

0

190

0

0

0

0

Overig

0

3.000

0

3.000

0

0

0

0

Rente

110.000

103.000

0

103.000

0

0

0

0

Belasting- en invorderingsrente

110.000

103.000

0

103.000

0

0

0

0

(2) Apparaatsuitgaven

2.449.030

2.732.410

0

2.732.410

0

0

0

0

waarvan: Uitvoering fiscale wet- en regelgeving en douanetaken Caribisch Nederland

13.000

13.000

0

13.000

0

0

0

0

Personele uitgaven

2.109.698

2.355.356

0

2.355.356

0

0

0

0

waarvan: Eigen personeel

1.868.318

1.942.247

0

1.942.247

0

0

0

0

waarvan: Inhuur externen

233.664

404.393

0

404.393

0

0

0

0

waarvan: Overig Personeel

7.716

8.716

0

8.716

0

0

0

0

Materile uitgaven

339.332

377.054

0

377.054

0

0

0

0

waarvan: ICT

22.188

13.188

0

13.188

0

0

0

0

waarvan: Bijdrage SSO's

199.745

246.642

0

246.642

0

0

0

0

waarvan: Overige

117.399

117.224

0

117.224

0

0

0

0

Ontvangsten (3) + (4)

156.369.310

155.614.792

519.000

155.095.792

0

0

0

0

(3) Programma-ontvangsten

156.326.216

155.567.452

519.000

155.048.452

0

0

0

0

waarvan: Belastingontvangsten

155.435.235

154.924.471

519.000

154.405.471

0

0

0

0

Rente

474.377

413.377

0

413.377

0

0

0

0

Belasting- en invorderingsrente

474.377

413.377

0

413.377

0

0

0

0

Boetes en schikkingen

203.777

115.777

0

115.777

0

0

0

0

Ontvangsten boetes en schikkingen

203.777

115.777

0

115.777

0

0

0

0

Bekostiging

212.827

113.827

0

113.827

0

0

0

0

Kosten vervolging

212.827

113.827

0

113.827

0

0

0

0

(4) Apparaatsontvangsten

43.094

47.340

0

47.340

0

0

0

0

Ontvangsten ( 519 mln.)

Belastingontvangsten ( 519 mln.)

De afdracht aan het Gemeentefonds wordt met 519 mln. verhoogd, zoals toegelicht in de Kamerbrief compensatiepakket coronacrisis medeoverheden van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en de incidentele suppletoire begroting 2020 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (Kamerstukken II 20192020, 35420, nr. 43, II 20192020, 35480, nr. 1). De totale afdracht aan het Gemeentefonds wordt in mindering gebracht op de belastingontvangsten. Hierdoor leidt de verhoging van de afdracht aan het Gemeentefonds tot een verlaging van de netto-belastingontvangsten met 519 mln.

Belastingontvangsten (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen 2020

(1)

Mutaties vierde ISB 2020

(2)

Stand na 4e ISB

(3)=(1+2)

Totaal belastingontvangsten

193.285.600

193.285.600

0

193.285.600

/ Afdracht Gemeentefonds

31.901.410

32.329.676

519.000

32.848.676

/ Afdracht Provinciefonds

2.480.413

2.556.850

0

2.556.850

/ Afdracht BES-fonds

41.875

44.050

0

44.050

/ Belastingontvangsten artikel 6 Btw-compensatiefonds

3.426.667

3.430.553

0

3.430.553

Belastingontvangsten artikel 1 Belastingen

155.435.235

154.924.471

519.000

154.405.471

2.1 Artikel 5

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting beleidsartikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Stand ontwerpbegroting 2020

Incl. NvW

Mutaties ISB 2020

Stand na ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

10.015.244

12.070.000

22.085.244

0

0

0

0

waarvan betalingsverplichtingen

15.244

70.000

85.244

0

0

0

0

Waarvan kostenvergoeding Atradius DSB

15.187

0

15.187

0

0

0

0

Waarvan uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten

0

70.000

70.000

0

0

0

0

Overige betalingsverplichtingen

57

0

57

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

10.000.000

12.000.000

22.000.000

0

0

0

0

Herverzekering leverancierskredieten

0

12.000.000

12.000.000

0

0

0

0

Exportkredietverzekeringen

10.000.000

0

10.000.000

0

0

0

0

waarvan: aangegane garantieverplichtingen

10.000.000

0

10.000.000

0

0

0

0

waarvan: vervallen garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

77.244

1.470.000

1.547.244

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht

100%

100%

Garanties

62.000

1.400.000

1.462.000

Schade-uitkering ekv

62.000

0

62.000

0

0

0

0

Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten

0

1.400.000

1.400.000

0

0

0

0

Dotatie begrotingsreserve ekv

0

0

0

0

0

0

0

Schade-uitkering Seno-Gom

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

15.187

70.000

85.187

Kostenvergoeding Atradius DSB

15.187

0

15.187

0

0

0

0

Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten

0

70.000

70.000

0

0

0

0

Overig

57

57

Overige uitgaven

57

0

57

0

0

0

0

Ontvangsten

235.954

500.000

735.954

0

0

0

0

Garanties

235.954

500.000

735.954

0

0

0

0

Premies ekv

70.244

0

70.244

0

0

0

0

Premies herverzekering leverancierskredieten

0

200.000

200.000

0

0

0

0

Schaderestituties ekv

165.710

0

165.710

0

0

0

0

Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten

0

300.000

300.000

0

0

0

0

Schaderestituties Seno-Gom

0

0

0

0

0

0

0

Verplichtingen (+ 12,0 mld.)

De garantie herverzekering leverancierskredieten betreft een nieuwe garantie van de Staat als maatregel in de Coronacrisis om te voorkomen dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilvalt. Deze vorm van kredietverlening dreigt voor 75.000 bedrijven op korte termijn geheel te verdwijnen, doordat kredietverzekeraars hun blootstelling op een groot deel van de door de COVID19-maatregelen getroffen bedrijven per direct kunnen en moeten afbouwen. Vele bedrijven kunnen hierdoor failliet gaan met als gevolg dat banen verloren zullen gaan. De Staat kan de dreiging van het tot stilstand komen van kredietverlening tussen bedrijven en de daarmee gemoeide handelsstromen voorkomen door de volledige portefeuilles van de private verzekeraars voor het gehele jaar 2020 (dus met terugwerkende kracht) te herverzekeren middels een garantie met een omvang van 12,0 miljard. Om deze oplossing uit te kunnen voeren is een nieuwe garantie van 12,0 miljard euro nodig die losstaat van het reguliere plafond van 10 miljard voor exportkredietverzekeringen.

Uitgaven (+ 1.470 mln.)

Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten

Op basis van een inschatting per sector welke afnemers ernstig, duidelijk of nauwelijks geraakt zijn als gevolg van de COVID-19 maatregelen, volgt op basis van een scenario analyse, een geraamde schade-uitkering van 1,4 mld. De raming is met grote onzekerheid omgeven, omdat het onmogelijk is in te schatten wat de impact van de crisis zal zijn op elk individueel bedrijf.

Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten

De uitvoeringkosten van de garantie herverzekering leverancierskredieten worden geraamd op 70 mln. De Staat neemt de uitvoeringskosten van de particuliere kredietverzekeraars voor zijn rekening voor de uitvoering van de garantie herverzekering leverancierskredieten. Over de definitieve hoogte van de uitvoeringkosten vinden nog nadere gesprekken plaats met de verzekeraars.

Ontvangsten (+ 500 mln.)

Premies herverzekering leverancierskredieten

De premieontvangsten voor de herverzekering van de leverancierskredieten komen ten gunste van de Staat. De premieontvangsten op de COVID-19 gerelateerde leverancierskredieten in de portefeuille worden geraamd op 200 mln.

Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten

De schaderestituties voor de herverzekering van de leverancierskredieten komen ten gunste van de Staat. De schaderestituties op de COVID-19 gerelateerde leverancierskredieten in de portefeuille worden geraamd op 300 mln. De raming is met grote onzekerheid omgeven, omdat het onmogelijk is in te schatten wat de impact van de crisis zal zijn op elk individueel bedrijf.

2.1 Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 4 (bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen 2020 (inclusief ISB's)

Mutatie 5e

ISB 2020

Stand na 5e

ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

912.681

8.767.496

1.921.301

10.688.797

– 2.050.187

0

0

0

waarvan betalingsverplichtingen

912.681

955.960

0

955.960

0

0

0

0

Wereldbank

877.856

921.135

0

921.135

0

0

0

0

AIIB

0

0

0

0

0

0

0

0

Technische assistentie kiesgroeplanden

1.731

1.731

0

1.731

0

0

0

0

SMP/ANFA

33.010

33.010

0

33.010

0

0

0

0

Compensatie ESM

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige betalingsverplichtingen

84

84

0

84

0

0

0

0

                 

waarvan garantieverplichtingen

0

7.811.536

1.921.301

9.732.837

– 2.050.187

0

0

0

Wereldbank

0

49.030

0

49.030

0

0

0

0

Garantie aan DNB inzake IMF

0

96.839

619.920

716.759

– 2.050.187

0

0

0

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

0

0

0

0

0

0

0

0

EFSM

0

0

0

0

0

0

0

0

AIIB

0

6.644

0

6.644

0

0

0

0

EIB

0

1.900.425

0

1.900.425

0

0

0

0

ESM

0

– 6.200

0

– 6.200

0

0

0

0

SURE

0

5.764.798

0

5.764.798

0

0

0

0

EIB – pan-Europees garantiefonds

0

0

1.301.381

1.301.381

0

0

0

0

                 

Uitgaven

103.694

106.984

260.276

367.260

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

     

99,8%

       
                 

Bijdrage aan (inter)nationale instellingen

68.953

72.243

0

72.243

0

0

0

0

Wereldbank

68.869

72.159

0

72.159

0

0

0

0

AIIB

0

0

0

0

0

0

0

0

IFI's

84

84

0

84

0

0

0

0

Compensatie ESM

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

Leningen (Griekenland)

33.010

33.010

0

33.010

0

0

0

0

Teruggeven winsten SMP

33.010

33.010

0

33.010

0

0

0

0

                 

Garanties

0

0

260.276

260.276

0

0

0

0

EIB – pan-Europees garantiefonds

0

0

260.276

260.276

0

0

0

0

                 

Opdrachten

1.731

1.731

0

1.731

0

0

0

0

Technische assistentie kiesgroeplanden

1.731

1.731

0

1.731

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

52.804

45.349

0

45.349

0

0

0

0

                 

Bijdrage aan (inter)nationale instellingen

3.279

3.147

0

3.147

0

0

0

0

Ontvangsten IFI's

3.279

2.347

0

2.347

0

0

0

0

Ontvangsten ESM

0

800

0

800

0

0

0

0

                 

Leningen (Griekenland)

49.525

42.202

0

42.202

0

0

0

0

Renteontvangsten lening Griekenland

7.569

246

0

246

0

0

0

0

Aflossing lening Griekenland

41.956

41.956

0

41.956

0

0

0

0

Verplichtingen (+ € 1.921,3 mln.)

Garantie aan DNB inzake IMF (+ € 619,9 mln.)

Als gevolg van de COVID-19 crisis is er acute behoefte aan financieringsmogelijkheden voor opkomende economieën en lage-inkomenslanden. Het IMF voorziet in deze financieringsbehoefte door middel van het verstrekken van concessionele leningen aan lage-inkomenslanden via het Poverty Reduction and Growth Trust (PRGT). Gezien de omvang en het aantal verzoeken voor noodliquiditeit bovenop de verwachte reguliere programma’s, is de huidige omvang van de leningenaccount van het PRGT onvoldoende. De Nederlandse bijdrage is noodzakelijk om via het IMF ruimte vrij te maken voor investeringen in de gezondheidszorg en om de impact van de economische crisis te bestrijden. De Nederlandse bijdrage bedraagt 500 mln. SDR (Special Drawing Rights, munteenheid IMF), gelijk aan € 619,920 mln. De Nederlandse bijdrage wordt verstrekt in de vorm van een lening van De Nederlandsche Bank (DNB) namens de Nederlandse Staat aan het IMF. De Nederlandse Staat garandeert de lening van DNB aan IMF. Deze systematiek is gebruikelijk voor Nederlandse bijdragen aan het IMF. Budgettair leidt de Nederlandse bijdrage in 2020 tot een verhoging van de garantieverplichting aan DNB inzake IMF van € 619,920 mln.

Daarnaast bevat deze incidentele suppletoire begroting de budgettaire verwerking van de 15e quotaherziening van het IMF. De herziening van de IMF middelen staat los van de gevolgen van de COVID-19 crisis en vindt budgettair plaats in 2021. Na 2020 zouden de bilaterale leningen aan het IMF vervallen, waaronder de Nederlandse lening ter waarde van € 13,6 mld. Om de omvang van de totale IMF middelen gelijk te houden, heeft Nederland het verzoek van het IMF ontvangen om de New Arrangements to Borrow (NAB) te verdubbelen (+ € 5,7 mld.) en een deel van de Bilateral Loan Agreements (BBA) te verlengen (per saldo – € 7,75 mld.). Vanaf 2021 neemt de omvang van de door de Nederlandse Staat gegarandeerde middelen van het IMF per saldo met € 2.050,187 mln. af (afgerond ca. € 2,05 mld.).

De Nederlandse bijdrage aan IMF middelen wordt conform de reguliere systematiek verstrekt door De Nederlandsche Bank (DNB). De Nederlandse Staat kent voor het volledige bedrag een garantie toe aan DNB mocht de situatie zich voordoen dat DNB niet meer wordt terugbetaald door het IMF op (een deel van) de verstrekte middelen. De kans dat dit gebeurt is klein, onder andere omdat het IMF een preferred-creditor status kent, waardoor het IMF bij terugbetalingen voorrang krijgt boven andere private en publieke crediteuren.

De onderstaande tabel laat de wijzigingen zien, naar aanleiding van de 15e quotaherziening en PRGT, in de Nederlandse bijdrage aan de middelen van het IMF. Per saldo resteert dus een meevaller van € 1.430 mln. over de jaren 2020 en 2021 op de IMF garanties.

Tabel 1: Omvang IMF garanties Nederland per 1 januari 20211

Bedragen x 1 mld.

Huidige omvang2

Nieuwe omvang

Verschil in EUR

Ingang per

Quota

SDR 8,737

(EUR 10,832)

SDR 8,737

(EUR 10,832)

   

NAB

SDR 4,595

(EUR 5,697)

SDR 9,19

(EUR 11,394)

5,70

2021

BBA3

EUR 13,61

EUR 5,863

– 7,75

2021

Subtotaal huidige versus nieuwe omvang NAB en BBA

– 2,05

2021

SDR allocatie

SDR 9,673

(EUR 11,993)

SDR 9,673

(EUR 11,993)

   

PRGT

SDR 1

(EUR 1,240)

SDR 1,5

(EUR 1,86)

0,6199

2020

PGRF4

SDR 0,25

(EUR 0,31)

SDR 0,25

(EUR 0,31)

   

ESAF4

SDR 0,2

(EUR 0,248)

SDR 0,2

(EUR 0,248)

   

Totaal

EUR 43,93

EUR 42,5

– 1,43

 
1

De nieuwe NAB wordt van kracht wanneer meer dan 85% van de totale NAB leden hebben geratificeerd. De VS hebben op vrijdag 27 maart een noodpakket begrotingsmaatregelen aangenomen, waar de reeds afgesproken verdubbeling van de NAB, in 2021, onderdeel van is en implementeert hiermee dus de eerder overeengekomen afronding van de 15e quotaherziening. Het is de verwachting dat andere landen snel zullen volgen met implementatie van het NAB-besluit om zo de financiële slagkracht van het IMF te waarborgen. Mocht eind 2020 nog niet meer dan 85% van de NAB-leden het nieuwe besluit hebben geratificeerd zal de huidige omvang NAB en BBA 1 jaar extra doorlopen in 2021. De nieuwe omvang zal in dat geval naar verwachting per 1 januari 2022 ingaan.

2

Totaal fluctueert door wisselkoers SDR-EUR, tabel gebaseerd op wisselkoers 1 maart 2020.

3

De BBA wordt in EUR verstrekt en is daarom niet afhankelijk van de SDR wisselkoers.

4

De PGRF en de ESAF zijn voorlopers van de PRGT, waarop nog kleine bedragen uitstaan die moeten worden terugbetaald.

EIB – pan-Europees garantiefonds (+ € 1.301,4 mln.)

De EIB-groep heeft als onderdeel van maatregelen op Europees niveau een voorstel gedaan om de negatieve economische gevolgen van de COVID-19 crisis op te vangen door de oprichting van een pan-Europees garantiefonds (EGF). Het fonds is een onderdeel van het pakket aan maatregelen dat op 9 april 2020 door de Eurogroep werd afgesproken.1 Door de oprichting van een garantiefonds van € 25 mld., waarvan het Nederlands aandeel € 1.301,381 mln. bedraagt, kan naar schatting tot maximaal € 200 mld. aan financiering voor het Europese bedrijfsleven worden gemobiliseerd. Doel van het garantiefonds is het financieren van hoge risicoprojecten, waar de focus ligt op het mkb. De investeringsperiode van het garantiefonds loopt tot 31 december 2021, met mogelijkheid tot een verlenging van 6 maanden als een meerderheid van de deelnemende lidstaten hiervoor stemt. Hierna kan de investeringsperiode alleen verlengd worden als alle deelnemende lidstaten hier unaniem mee instemmen.

Uitgaven (+ € 260,3 mln.)

EIB – pan-Europees garantiefonds (+ € 260,3 mln.)

De investeringen onder het garantiefonds zullen een hoog risicoprofiel hebben. Nederland acht het daarom waarschijnlijk dat de garantie ingeroepen zal worden. De verwachte netto verliezen van het garantiefonds van € 25 mld. worden ingeschat op 20%. Het percentage verwachte verliezen is sterk afhankelijk van de uiteindelijke productmix die ingezet wordt (leningen, garanties, equity). Het Nederlandse aandeel in de verwachte verliezen komt – op basis van het percentage verwachte verliezen van 20%, toegepast op het Nederlandse aandeel in de garantie van € 1,3 mld. – neer op € 260,276 mln. verdeeld over de looptijd van het fonds. In deze incidentele suppletoire begroting zijn de verwachte verliezen volledig in 2020 opgenomen vanwege onvoldoende informatie van de EIB over de verdeling van de uitgaven over de looptijd van het fonds. Zodra vanuit de EIB het betaalschema met Nederland wordt gedeeld, zal de verdeling van de uitgaven over de looptijd van het fonds, alsmede de uitsplitsing van uitgaven en ontvangsten op de garantie, in het eerstvolgende begrotingsstuk worden opgenomen.

1

Kamerstukken II 2019–2020, 21 501-07, nr. 1686.

2.2 Artikel 4 Internationale financile betrekkingen

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 4 (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begrotingen 2020 (inclusief ISB's)

Mutatie 3e ISB 2020

Stand na 3e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

912.681

3.002.698

5.700.000

8.702.698

0

0

0

0

waarvan betalingsverplichtingen

912.681

955.960

0

955.960

0

0

0

0

Wereldbank

877.856

921.135

0

921.135

0

0

0

0

AIIB

0

0

0

0

0

0

0

0

Technische assistentie kiesgroeplanden

1.731

1.731

0

1.731

0

0

0

0

SMP/ANFA

33.010

33.010

0

33.010

0

0

0

0

Compensatie ESM

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige betalingsverplichtingen

84

84

0

84

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

0

2.046.738

5.700.000

7.746.738

0

0

0

0

Wereldbank

0

49.030

0

49.030

0

0

0

0

Garantie aan DNB inzake IMF

0

96.839

0

96.839

0

0

0

0

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

0

0

0

0

0

0

0

0

EFSM

0

0

0

0

0

0

0

0

AIIB

0

6.644

0

6.644

0

0

0

0

EIB

0

1.900.425

0

1.900.425

0

0

0

0

ESM

0

6.200

0

6.200

0

0

0

0

SURE

0

0

5.700.000

5.700.000

0

0

0

0

Uitgaven

103.694

106.984

0

106.984

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

99,8%

Bijdrage aan (inter)nationale instellingen

68.953

72.243

0

72.243

0

0

0

0

Wereldbank

68.869

72.159

0

72.159

0

0

0

0

AIIB

0

0

0

0

0

0

0

0

IFI's

84

84

0

84

0

0

0

0

Compensatie ESM

0

0

0

0

0

0

0

0

Leningen (Griekenland)

33.010

33.010

0

33.010

0

0

0

0

Teruggeven winsten SMP

33.010

33.010

0

33.010

0

0

0

0

Opdrachten

1.731

1.731

0

1.731

0

0

0

0

Technische assistentie kiesgroeplanden

1.731

1.731

0

1.731

0

0

0

0

Ontvangsten

52.804

45.349

0

45.349

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale instellingen

3.279

3.147

0

3.147

0

0

0

0

Ontvangsten IFI's

3.279

2.347

0

2.347

0

0

0

0

Ontvangsten ESM

0

800

0

800

0

0

0

0

Leningen (Griekenland)

49.525

42.202

0

42.202

0

0

0

0

Renteontvangsten lening Griekenland

7.569

246

0

246

0

0

0

0

Aflossing lening Griekenland

41.956

41.956

0

41956

0

0

0

0

Verplichtingen (+ 5,7 mld.)

In de Eurogroep van 9april 2020 is overeengekomen een European instrument for temporary support to mitigate unemployment risks in an emergency (SURE) op te richten, om lidstaten financile assistentie te bieden met betrekking tot uitgaven als gevolg van de COVID-19 crisis die direct gerelateerd zijn aan arbeidsmarktmaatregelen en relevante gezondheidszorg. De totale garantstelling van de lidstaten aan de Europese Commissie (EC) bedraagt 100 mld. Op basis van de garantstelling van de lidstaten is de EC in staat om op de kapitaalmarkt obligaties uit te geven waardoor leningen kunnen worden uitgegeven aan steun behoevende lidstaten. Het Nederlandse aandeel in de garantstelling bedraagt 5,7 mld., gebaseerd op de Europese BNI-verdeelsleutel (EU-27). Voor 75% (4,3 mld.) staat Nederland garant middels de marge tussen de plafonds van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en het Eigenmiddelenbesluit (EMB), de zogeheten headroom; voor 25% (1,4 mld.) betreft de garantstelling een aanvullende bilaterale garantieovereenkomst met de Commissie.

Voor het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM) en de faciliteit voor betalingsbalanssteun (Balance of Payments facility, BoP) staat Nederland ook garant middels de marge tussen de plafonds van het MFK en EMB. In aanloop naar het MFK 20212027 zal de wijze van begroten heroverwogen worden en mogelijk het volledige Nederlandse (jaarlijkse) risico aan garanties middels de marge tussen de plafonds van het MFK en EMB weergegeven worden op de begroting. Op dit moment worden met betrekking tot SURE geen schades verwacht en daarmee geen consequenties voor de uitgaven.

Licence