Base description which applies to whole site

Tweede incidentele suppletoire begroting inzake coronamaatregelen | 16-02-2021

A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 en 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het gemeentefonds.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

Wetsartikel 3

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financile-verhoudingswet hebben gemeenten gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering c.a. en de aanvullende uitkeringen is opgenomen. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Financile-verhoudingswet hebben de gemeenten gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen zijn opgenomen.

De in dit wetsartikel opgenomen bedragen zijn niet rechtstreeks uit de begrotingsstaat af te leiden. De bedragen worden nader onderbouwd in deze memorie van toelichting.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

De Staatssecretaris van Financin, J.A. Vijlbrief

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het gemeentefonds.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

Wetsartikel 3

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financile-verhoudingswet hebben gemeenten gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering c.a. en de aanvullende uitkeringen is opgenomen. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Financile-verhoudingswet hebben de gemeenten gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen zijn opgenomen.

De in dit wetsartikel opgenomen bedragen zijn niet rechtstreeks uit de begrotingsstaat af te leiden. De bedragen worden nader onderbouwd in deze memorie van toelichting.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

De Staatssecretaris van Financin, J.A. Vijlbrief

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het gemeentefonds.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

Wetsartikel 3

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financile-verhoudingswet hebben gemeenten gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering en de aanvullende uitkeringen is opgenomen. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Financile-verhoudingswet hebben de gemeenten gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen zijn opgenomen.

De in dit wetsartikel opgenomen bedragen zijn niet rechtstreeks uit de begrotingsstaat af te leiden. De bedragen worden nader onderbouwd in deze memorie van toelichting.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

De Staatssecretaris van Financin, J.A. Vijlbrief

B Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen

Artikel 1 Gemeentefonds

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

31.075.999

33.357.621

33.234.875

32.418.850

31.864.135

31.672.380

31.465.839

Uitgaven

31.297.982

33.443.989

33.234.875

32.418.850

31.864.135

31.672.380

31.465.839

Waarvan juridisch verplicht

100%

Financiering gemeenten

Bijdrage aan medeoverheden

31.294.711

33.441.984

33.233.364

32.417.339

31.862.174

31.670.419

31.463.878

Algemene uitkering en de aanvullende uitkeringen

25.116.658

26.860.907

27.746.260

27.319.140

26.882.639

26.738.193

26.590.257

Decentralisatie-uitkeringen

1.678.685

1.776.959

1.322.481

936.344

859.001

859.742

848.710

Integratie-uitkering Voogdij 18+

680.360

704.592

723.378

723.378

723.378

723.378

723.378

Integratie-uitkering Beschermd wonen

1.809.397

1.932.674

1.501.271

1.513.600

1.513.645

1.513.645

1.513.645

Integratie-uitkering Participatie

1.999.848

2.122.683

1.903.278

1.855.256

1.807.897

1.759.847

1.712.274

Integratie-uitkeringen Overig

9.763

44.169

36.696

69.621

75.614

75.614

75.614

Kosten Financile verhoudingswet

Opdrachten

2.943

1.310

1.511

1.511

1.961

1.961

1.961

Onderzoeken verdeelsystematiek

2.943

1.310

1.511

1.511

1.961

1.961

1.961

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

328

695

0

0

0

0

0

Onderzoeken verdeelsystematiek

328

695

0

0

0

0

0

Ontvangsten

31.297.982

33.443.989

33.234.875

32.418.850

31.864.135

31.672.380

31.465.839

Toelichting

Het coronavirus en bijbehorende maatregelen raken ons allen. Het kabinet erkent dat de 5,3 miljoen kinderen, jongeren en jongvolwassenen wellicht minder getroffen worden door het virus zelf, maar wel hard door de coronamaatregelen. Daarom zijn er voor de jeugd aanvullende afspraken gemaakt, waaronder een Jeugdpakket.

Jeugdpakket corona

Het kabinet geeft een extra impuls van 58,5 mln. aan gemeenten om samen met jongeren, lokale organisaties en evenementensector kleinschalige activiteiten te programmeren op het gebied van cultuur, sport en andere zinvolle vrijetijdsbesteding. Met het Jeugdpakket wil het kabinet bestaande initiatieven opschalen en nieuwe initiatieven laten opzetten. Er wordt 40 mln. toegevoegd aan de algemene uitkering in het Gemeentefonds. Daarvan wordt 21 mln. toegekend voor 2020 (via een nota van wijziging op de 2e suppletoire begroting 2020 gemeentefonds) en wordt 19 mln. toegekend voor 2021 (via deze 1e incidentele suppletoire begroting 2021 gemeentefonds).

Afdrachten aan het Gemeentefonds hebben gevolgen voor de belastingontvangsten. Deze worden op artikel 1 Belastingen van de begroting van het Ministerie van Financin (IXB) verantwoord. De budgettaire gevolgen voor de belastingontvangsten worden in de reguliere 1e suppletoire begroting van Financin in 2021 verwerkt.

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

Artikel 1 Gemeentefonds

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2021 incl. NvW en amendementen

Stand na 1e ISB

Mutaties 2e ISB

Stand 2e ISB

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

33.215.875

33.234.875

98.100

33.332.975

0

0

0

0

Uitgaven

33.215.875

33.234.875

98.100

33.332.975

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

100%

Financiering gemeenten

Bijdrage aan medeoverheden

33.214.364

33.233.364

98.100

33.331.464

0

0

0

0

Algemene uitkering en de aanvullende uitkeringen

27.727.260

27.746.260

93.000

27.839.260

0

0

0

0

Decentralisatie-uitkeringen

1.322.481

1.322.481

5.100

1.327.581

0

0

0

0

Integratie-uitkering Voogdij 18+

723.378

723.378

0

723.378

0

0

0

0

Integratie-uitkering Beschermd wonen

1.501.271

1.501.271

0

1.501.271

0

0

0

0

Integratie-uitkering Participatie

1.903.278

1.903.278

0

1.903.278

0

0

0

0

Integratie-uitkeringen Overig

36.696

36.696

0

36.696

0

0

0

0

Kosten Financile verhoudingswet

Opdrachten

1.511

1.511

0

1.511

0

0

0

0

Onderzoeken verdeelsystematiek

1.511

1.511

0

1.511

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

0

0

0

Onderzoeken verdeelsystematiek

0

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

33.215.875

33.234.875

98.100

33.332.975

0

0

0

0

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

Artikel 1 Gemeentefonds

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2021 incl. NvW en amendementen

Stand na 1e en 2e ISB

Mutaties 3e ISB

Stand 3e ISB

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

33.215.875

33.332.975

117.000

33.449.975

0

0

0

0

Uitgaven

33.215.875

33.332.975

117.000

33.449.975

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht

100%

100%

Financiering gemeenten

Bijdrage aan medeoverheden

33.214.364

33.331.464

117.000

33.448.464

0

0

0

0

Algemene uitkering en de aanvullende uitkeringen

27.727.260

27.839.260

107.000

27.946.260

0

0

0

0

Decentralisatie-uitkeringen

1.322.481

1.327.581

10.000

1.337.581

0

0

0

0

Integratie-uitkering Voogdij 18+

723.378

723.378

0

723.378

0

0

0

0

Integratie-uitkering Beschermd wonen

1.501.271

1.501.271

0

1.501.271

0

0

0

0

Integratie-uitkering Participatie

1.903.278

1.903.278

0

1.903.278

0

0

0

0

Integratie-uitkeringen Overig

36.696

36.696

0

36.696

0

0

0

0

Kosten Financile verhoudingswet

Opdrachten

1.511

1.511

0

1.511

0

0

0

0

Onderzoeken verdeelsystematiek

1.511

1.511

0

1.511

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

0

0

0

Onderzoeken verdeelsystematiek

0

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

33.215.875

33.332.975

117.000

33.449.975

0

0

0

0

Toelichting

Het Kabinet heeft nieuwe steunmaatregelen voor gemeenten toegezegd. Dit is onder meer opgenomen in de Kamerbrief over het aanvullend compensatiepakket medeoverheden van 16december 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 207) en in de Kamerbrief over de uitbreiding van het Economisch steun- en herstelpakket van 21januari 2021 (Kamerstukken I 2020/21, 35420, nr. AB).

Concreet worden in deze Incidentele Suppeltoire Begroting drie mutaties verwerkt.

Tabel 2 Mutaties 2e ISB (bedragen * 1.000)

2021

Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK)

65.000

Afvalverwerking

28.000

Kinderopvang

5.100

Totaal

98.100

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. Maar ook burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten. Voor het eerste kwartaal van 2021 komt 65 miljoen beschikbaar via de Algemene uitkering van het gemeentefonds.

Afvalinzameling

Door de corona hebben gemeenten zowel extra kosten gemaakt als inkomsten gemist met betrekking tot afvalinzameling. Met name het restafval is, door o.a. het thuiswerken, in hoeveelheid gegroeid. Veel gemeenten hebben contracten gesloten met een variabele prijs voor de verwerking hiervan. Deze prijs is door de brede toestroom, gestegen. Tegelijkertijd ontvangen de gemeenten voor andere afvalstromen een vergoeding. Maar omdat deze stromen zijn toegenomen, is de vergoeding hiervoor gedaald. In overleg met de VNG is besloten deze kosten ad 32 miljoen voor 2020 te vergoeden. Hiervan wordt 28 miljoen in 2021 uitgekeerd via de Algemene uitkering van het gemeentefonds. De resterende 4 miljoen wordt bij Voorjaarnota 2021 toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds.

Kinderopvang

Gemeenten ontvangen van het Rijk middelen om een bepaalde groep ouders die kosten hebben gemaakt voor kinderopvang tijdens de sluiting van de opvang van 16december tot 8februari te vergoeden. Het betreft ouders die in deze periode een eigen bijdrage hebben betaald voor de gemeentelijke regelingen rondom kinderopvang (Sociaal medische indicatie, Voorschoolse Educatie en het peuteraanbod). De vergoeding van de eigen bijdrage door gemeenten aan ouders wordt gefinancierd doordat het Rijk nmalig de al bestaande decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters met 5,1 miljoen ophoogt.

Algemeen

Afdrachten aan het Gemeentefonds hebben gevolgen voor de belastingontvangsten. Deze worden op artikel 1 Belastingen van de begroting van het Ministerie van Financin (IXB) verantwoord. De budgettaire gevolgen voor de belastingontvangsten worden in de reguliere 1e suppletoire begroting van Financin in 2021 verwerkt.

Toelichting

De coronacrisis heeft impact op het sociaal en mentaal welzijn van mensen in alle lagen van de bevolking. Dat geldt in het bijzonder voor mensen die al kwetsbaar waren, zoals kwetsbare jongeren en eenzame, gesoleerde ouderen, volwassenen met psychische problematiek, mensen met een licht verstandelijke beperking en mensen zonder dak boven hun hoofd. En de crisis raakt ook aan het welzijn en de leefstijl van iedereen, jong en oud, die nu langere tijd in een isolement leeft. Eenieder die vanwege thuiswerken van dagelijkse contacten verstoken blijft, geen uitzicht heeft op stages of werk, of juist op het werk met een zeer hoge werkdruk te maken heeft.

Het kabinet heeft daarom een Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl opgesteld (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 988). Het kabinet stelt voor deze aanpak incidenteel 200 mln. beschikbaar voor 2021. Daarvan zal 150 mln. via gemeenten worden ingezet voor het verbreden van lokale initiatieven. Daartoe wordt onder meer het gemeentefonds opgehoogd met 117 mln., verdeeld over een zestal maatregelen. De resterende 83 mln., inclusief 33 mln. voor gemeenten, wordt besteed vanuit verschillende departementale begrotingen.

De middelen voor de eerste vijf maatregelen worden toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. De middelen voor extra begeleiding van dak- en thuisloze mensen worden toegevoegd aan de bestaande decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang.

Tabel 2 Mutaties 3e ISB (bedragen x 1.000)

2021

Activiteiten en ontmoetingen jeugd

8.000

Jongerenwerk jeugd

14.000

Mentale ondersteuning jeugd

11.500

Bestrijden eenzaamheid ouderen

36.500

Extra begeleiding kwetsbare groepen

37.000

Extra begeleiding dak- en thuisloze mensen

10.000

Totaal

117.000

Activiteiten en ontmoetingen jeugd

Jongeren hebben behoefte aan laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn. Daarom zetten we met gemeenten in op het organiseren van activiteiten om mentale weerbaarheid van jongeren te versterken, door inzet op meer mogelijkheden tot ontmoeting in (tijdelijk onbenutte) ruimten zoals bibliotheken, buurthuizen, wijkcentra, sporthallen en evenementenhallen beter en veilig te benutten voor sociale en ondersteuningsactiviteiten.

Jongerenwerk jeugd

Om jongeren uit bepaalde risicogroepen te benaderen en te bereiken wordt de huidige extra inzet van jongerenwerk uit het Jeugdpakket verlengd tot eind 2021. Het kinder- en jongerenwerk speelt ook een signalerende rol op het gebied van psychische problemen of huiselijk geweld.

Mentale ondersteuning jeugd

Jongeren hebben behoefte aan laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn. Daarom zetten we met gemeenten in op het organiseren van activiteiten om mentale weerbaarheid van jongeren te versterken, door:

  • Geven van trainingen, zoals weerbaarheidstrainingen;

  • Inzet op extra coaching van jongeren;

  • Inrichten van meer inloophuizen waar jonge ervaringsdeskundigen andere jongeren hulp bieden voor mentale ondersteuning;

  • Inrichten van buddyprojecten waarbij jongeren gekoppeld worden aan een leeftijdsgenoot voor mentale steun.

Bestrijden eenzaamheid ouderen

Eenzaamheid is door corona toegenomen. Op lokaal niveau zetten gemeenten met lokale partners al in op het bestrijden van eenzaamheid. Maar nog niet iedereen wordt persoonlijk bereikt. Het kabinet wil daarom extra inzetten via gemeenten en lokale partners op onder meer de volgende acties:

  • Extra contact met ouderen: huisbezoeken, digitaal en belcontact. Hierdoor ontstaat tevens meer zicht op hoe het werkelijk met de ouderen gaat.

  • Extra helpende handen: boodschappen, hulpvragen doorzetten, helpen contact met anderen te maken.

  • Inzet op verbinding tussen mensen: creren van meer mogelijkheden elkaar corona proof te ontmoeten, mensen aan elkaar koppelen om samen activiteiten te organiseren.

  • Extra inzet op zingeving: alternatieve dagbesteding helpen organiseren, deelname culturele activiteiten (zie onder leefstijl).

Extra begeleiding kwetsbare groepen; i.c. mensen die psychisch kwetsbaar zijn en mensen met (verstandelijke) beperkingen thuis

De coronacrisis maakt dat de levens van iedereen met begeleiding er heel anders uitziet: dagbesteding gaat soms niet door (horeca is bijvoorbeeld gesloten), er komen minder mensen langs, niet iedereen begrijpt de maatregelen even goed. Ook is er meer begeleiding en ondersteuning nodig voor mensen met andere beperkingen. Bijvoorbeeld kwetsbare mensen met een medische aandoening die zeer bang zijn besmet te raken gezien de risicos dat deze besmetting fataal kan zijn of zeer ernstige consequenties kan hebben.

Dit maakt dat extra ondersteuning nodig is. Het kabinet stelt hier middelen ter beschikking om lokaal:

  • Extra in te zetten op het organiseren van alternatieve dagbesteding om structuur te creren in de dag.

  • Het bieden van passend vervoer en extra locaties voor alternatieve en verspreide vormen van dagbesteding die voldoen aan de RIVM-richtlijnen, die nog niet zijn gefinancierd via de meerkostenregeling voor Wmo en Jeugd.

  • Extra ambulante begeleiding om proactief mentale en sociale problemen op te sporen (extra huisbezoeken).

  • Extra (begrijpelijke) informatievoorziening over wat kan en mag en veilig is.

Extra begeleiding dak- en thuisloze mensen

Gemeenten hebben als gevolg van de coronacrisis nieuwe dakloze mensen in beeld gekregen. Deze middelen zijn bedoeld om deze mensen zo snel mogelijk van een woonplek (met begeleiding) te voorzien.

Algemeen

Afdrachten aan het Gemeentefonds hebben gevolgen voor de belastingontvangsten. Deze worden op artikel 1 Belastingen van de begroting van het Ministerie van Financin (IXB) verantwoord. De budgettaire gevolgen voor de belastingontvangsten worden in de reguliere 1e suppletoire begroting van Financin in 2021 verwerkt.

Licence