Tweede incidentele suppletoire begroting inzake coronamaatregelen | 16-02-2021
A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 en 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het gemeentefonds.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
Wetsartikel 3
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financile-verhoudingswet hebben gemeenten gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering c.a. en de aanvullende uitkeringen is opgenomen. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Financile-verhoudingswet hebben de gemeenten gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen zijn opgenomen.
De in dit wetsartikel opgenomen bedragen zijn niet rechtstreeks uit de begrotingsstaat af te leiden. De bedragen worden nader onderbouwd in deze memorie van toelichting.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
De Staatssecretaris van Financin, J.A. Vijlbrief
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 en 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het gemeentefonds.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
Wetsartikel 3
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financile-verhoudingswet hebben gemeenten gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering c.a. en de aanvullende uitkeringen is opgenomen. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Financile-verhoudingswet hebben de gemeenten gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen zijn opgenomen.
De in dit wetsartikel opgenomen bedragen zijn niet rechtstreeks uit de begrotingsstaat af te leiden. De bedragen worden nader onderbouwd in deze memorie van toelichting.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
De Staatssecretaris van Financin, J.A. Vijlbrief
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het gemeentefonds.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
Wetsartikel 3
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financile-verhoudingswet hebben gemeenten gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering en de aanvullende uitkeringen is opgenomen. Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Financile-verhoudingswet hebben de gemeenten gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen zijn opgenomen.
De in dit wetsartikel opgenomen bedragen zijn niet rechtstreeks uit de begrotingsstaat af te leiden. De bedragen worden nader onderbouwd in deze memorie van toelichting.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
De Staatssecretaris van Financin, J.A. Vijlbrief
B Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen
Artikel 1 Gemeentefonds
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 31.075.999 | 33.357.621 | 33.234.875 | 32.418.850 | 31.864.135 | 31.672.380 | 31.465.839 |
| Uitgaven | 31.297.982 | 33.443.989 | 33.234.875 | 32.418.850 | 31.864.135 | 31.672.380 | 31.465.839 |
| Waarvan juridisch verplicht | 100% | ||||||
| Financiering gemeenten | |||||||
| Bijdrage aan medeoverheden | 31.294.711 | 33.441.984 | 33.233.364 | 32.417.339 | 31.862.174 | 31.670.419 | 31.463.878 |
| Algemene uitkering en de aanvullende uitkeringen | 25.116.658 | 26.860.907 | 27.746.260 | 27.319.140 | 26.882.639 | 26.738.193 | 26.590.257 |
| Decentralisatie-uitkeringen | 1.678.685 | 1.776.959 | 1.322.481 | 936.344 | 859.001 | 859.742 | 848.710 |
| Integratie-uitkering Voogdij 18+ | 680.360 | 704.592 | 723.378 | 723.378 | 723.378 | 723.378 | 723.378 |
| Integratie-uitkering Beschermd wonen | 1.809.397 | 1.932.674 | 1.501.271 | 1.513.600 | 1.513.645 | 1.513.645 | 1.513.645 |
| Integratie-uitkering Participatie | 1.999.848 | 2.122.683 | 1.903.278 | 1.855.256 | 1.807.897 | 1.759.847 | 1.712.274 |
| Integratie-uitkeringen Overig | 9.763 | 44.169 | 36.696 | 69.621 | 75.614 | 75.614 | 75.614 |
| Kosten Financile verhoudingswet | |||||||
| Opdrachten | 2.943 | 1.310 | 1.511 | 1.511 | 1.961 | 1.961 | 1.961 |
| Onderzoeken verdeelsystematiek | 2.943 | 1.310 | 1.511 | 1.511 | 1.961 | 1.961 | 1.961 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 328 | 695 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Onderzoeken verdeelsystematiek | 328 | 695 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 31.297.982 | 33.443.989 | 33.234.875 | 32.418.850 | 31.864.135 | 31.672.380 | 31.465.839 |
Toelichting
Het coronavirus en bijbehorende maatregelen raken ons allen. Het kabinet erkent dat de 5,3 miljoen kinderen, jongeren en jongvolwassenen wellicht minder getroffen worden door het virus zelf, maar wel hard door de coronamaatregelen. Daarom zijn er voor de jeugd aanvullende afspraken gemaakt, waaronder een Jeugdpakket.
Jeugdpakket corona
Het kabinet geeft een extra impuls van 58,5 mln. aan gemeenten om samen met jongeren, lokale organisaties en evenementensector kleinschalige activiteiten te programmeren op het gebied van cultuur, sport en andere zinvolle vrijetijdsbesteding. Met het Jeugdpakket wil het kabinet bestaande initiatieven opschalen en nieuwe initiatieven laten opzetten. Er wordt 40 mln. toegevoegd aan de algemene uitkering in het Gemeentefonds. Daarvan wordt 21 mln. toegekend voor 2020 (via een nota van wijziging op de 2e suppletoire begroting 2020 gemeentefonds) en wordt 19 mln. toegekend voor 2021 (via deze 1e incidentele suppletoire begroting 2021 gemeentefonds).
Afdrachten aan het Gemeentefonds hebben gevolgen voor de belastingontvangsten. Deze worden op artikel 1 Belastingen van de begroting van het Ministerie van Financin (IXB) verantwoord. De budgettaire gevolgen voor de belastingontvangsten worden in de reguliere 1e suppletoire begroting van Financin in 2021 verwerkt.
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
Artikel 1 Gemeentefonds
| Stand ontwerpbegroting 2021 incl. NvW en amendementen | Stand na 1e ISB | Mutaties 2e ISB | Stand 2e ISB | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 33.215.875 | 33.234.875 | 98.100 | 33.332.975 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 33.215.875 | 33.234.875 | 98.100 | 33.332.975 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Waarvan juridisch verplicht | 100% | |||||||
| Financiering gemeenten | ||||||||
| Bijdrage aan medeoverheden | 33.214.364 | 33.233.364 | 98.100 | 33.331.464 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Algemene uitkering en de aanvullende uitkeringen | 27.727.260 | 27.746.260 | 93.000 | 27.839.260 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Decentralisatie-uitkeringen | 1.322.481 | 1.322.481 | 5.100 | 1.327.581 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Integratie-uitkering Voogdij 18+ | 723.378 | 723.378 | 0 | 723.378 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Integratie-uitkering Beschermd wonen | 1.501.271 | 1.501.271 | 0 | 1.501.271 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Integratie-uitkering Participatie | 1.903.278 | 1.903.278 | 0 | 1.903.278 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Integratie-uitkeringen Overig | 36.696 | 36.696 | 0 | 36.696 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kosten Financile verhoudingswet | ||||||||
| Opdrachten | 1.511 | 1.511 | 0 | 1.511 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Onderzoeken verdeelsystematiek | 1.511 | 1.511 | 0 | 1.511 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Onderzoeken verdeelsystematiek | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 33.215.875 | 33.234.875 | 98.100 | 33.332.975 | 0 | 0 | 0 | 0 |
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
Artikel 1 Gemeentefonds
| Stand ontwerpbegroting 2021 incl. NvW en amendementen | Stand na 1e en 2e ISB | Mutaties 3e ISB | Stand 3e ISB | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 33.215.875 | 33.332.975 | 117.000 | 33.449.975 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 33.215.875 | 33.332.975 | 117.000 | 33.449.975 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Waarvan juridisch verplicht | 100% | 100% | ||||||
| Financiering gemeenten | ||||||||
| Bijdrage aan medeoverheden | 33.214.364 | 33.331.464 | 117.000 | 33.448.464 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Algemene uitkering en de aanvullende uitkeringen | 27.727.260 | 27.839.260 | 107.000 | 27.946.260 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Decentralisatie-uitkeringen | 1.322.481 | 1.327.581 | 10.000 | 1.337.581 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Integratie-uitkering Voogdij 18+ | 723.378 | 723.378 | 0 | 723.378 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Integratie-uitkering Beschermd wonen | 1.501.271 | 1.501.271 | 0 | 1.501.271 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Integratie-uitkering Participatie | 1.903.278 | 1.903.278 | 0 | 1.903.278 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Integratie-uitkeringen Overig | 36.696 | 36.696 | 0 | 36.696 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kosten Financile verhoudingswet | ||||||||
| Opdrachten | 1.511 | 1.511 | 0 | 1.511 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Onderzoeken verdeelsystematiek | 1.511 | 1.511 | 0 | 1.511 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Onderzoeken verdeelsystematiek | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 33.215.875 | 33.332.975 | 117.000 | 33.449.975 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Het Kabinet heeft nieuwe steunmaatregelen voor gemeenten toegezegd. Dit is onder meer opgenomen in de Kamerbrief over het aanvullend compensatiepakket medeoverheden van 16december 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 207) en in de Kamerbrief over de uitbreiding van het Economisch steun- en herstelpakket van 21januari 2021 (Kamerstukken I 2020/21, 35420, nr. AB).
Concreet worden in deze Incidentele Suppeltoire Begroting drie mutaties verwerkt.
| 2021 | |
|---|---|
| Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) | 65.000 |
| Afvalverwerking | 28.000 |
| Kinderopvang | 5.100 |
| Totaal | 98.100 |
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. Maar ook burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten. Voor het eerste kwartaal van 2021 komt 65 miljoen beschikbaar via de Algemene uitkering van het gemeentefonds.
Afvalinzameling
Door de corona hebben gemeenten zowel extra kosten gemaakt als inkomsten gemist met betrekking tot afvalinzameling. Met name het restafval is, door o.a. het thuiswerken, in hoeveelheid gegroeid. Veel gemeenten hebben contracten gesloten met een variabele prijs voor de verwerking hiervan. Deze prijs is door de brede toestroom, gestegen. Tegelijkertijd ontvangen de gemeenten voor andere afvalstromen een vergoeding. Maar omdat deze stromen zijn toegenomen, is de vergoeding hiervoor gedaald. In overleg met de VNG is besloten deze kosten ad 32 miljoen voor 2020 te vergoeden. Hiervan wordt 28 miljoen in 2021 uitgekeerd via de Algemene uitkering van het gemeentefonds. De resterende 4 miljoen wordt bij Voorjaarnota 2021 toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds.
Kinderopvang
Gemeenten ontvangen van het Rijk middelen om een bepaalde groep ouders die kosten hebben gemaakt voor kinderopvang tijdens de sluiting van de opvang van 16december tot 8februari te vergoeden. Het betreft ouders die in deze periode een eigen bijdrage hebben betaald voor de gemeentelijke regelingen rondom kinderopvang (Sociaal medische indicatie, Voorschoolse Educatie en het peuteraanbod). De vergoeding van de eigen bijdrage door gemeenten aan ouders wordt gefinancierd doordat het Rijk nmalig de al bestaande decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters met 5,1 miljoen ophoogt.
Algemeen
Afdrachten aan het Gemeentefonds hebben gevolgen voor de belastingontvangsten. Deze worden op artikel 1 Belastingen van de begroting van het Ministerie van Financin (IXB) verantwoord. De budgettaire gevolgen voor de belastingontvangsten worden in de reguliere 1e suppletoire begroting van Financin in 2021 verwerkt.
Toelichting
De coronacrisis heeft impact op het sociaal en mentaal welzijn van mensen in alle lagen van de bevolking. Dat geldt in het bijzonder voor mensen die al kwetsbaar waren, zoals kwetsbare jongeren en eenzame, gesoleerde ouderen, volwassenen met psychische problematiek, mensen met een licht verstandelijke beperking en mensen zonder dak boven hun hoofd. En de crisis raakt ook aan het welzijn en de leefstijl van iedereen, jong en oud, die nu langere tijd in een isolement leeft. Eenieder die vanwege thuiswerken van dagelijkse contacten verstoken blijft, geen uitzicht heeft op stages of werk, of juist op het werk met een zeer hoge werkdruk te maken heeft.
Het kabinet heeft daarom een Steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl opgesteld (Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 988). Het kabinet stelt voor deze aanpak incidenteel 200 mln. beschikbaar voor 2021. Daarvan zal 150 mln. via gemeenten worden ingezet voor het verbreden van lokale initiatieven. Daartoe wordt onder meer het gemeentefonds opgehoogd met 117 mln., verdeeld over een zestal maatregelen. De resterende 83 mln., inclusief 33 mln. voor gemeenten, wordt besteed vanuit verschillende departementale begrotingen.
De middelen voor de eerste vijf maatregelen worden toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. De middelen voor extra begeleiding van dak- en thuisloze mensen worden toegevoegd aan de bestaande decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang.
| 2021 | |
|---|---|
| Activiteiten en ontmoetingen jeugd | 8.000 |
| Jongerenwerk jeugd | 14.000 |
| Mentale ondersteuning jeugd | 11.500 |
| Bestrijden eenzaamheid ouderen | 36.500 |
| Extra begeleiding kwetsbare groepen | 37.000 |
| Extra begeleiding dak- en thuisloze mensen | 10.000 |
| Totaal | 117.000 |
Activiteiten en ontmoetingen jeugd
Jongeren hebben behoefte aan laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn. Daarom zetten we met gemeenten in op het organiseren van activiteiten om mentale weerbaarheid van jongeren te versterken, door inzet op meer mogelijkheden tot ontmoeting in (tijdelijk onbenutte) ruimten zoals bibliotheken, buurthuizen, wijkcentra, sporthallen en evenementenhallen beter en veilig te benutten voor sociale en ondersteuningsactiviteiten.
Jongerenwerk jeugd
Om jongeren uit bepaalde risicogroepen te benaderen en te bereiken wordt de huidige extra inzet van jongerenwerk uit het Jeugdpakket verlengd tot eind 2021. Het kinder- en jongerenwerk speelt ook een signalerende rol op het gebied van psychische problemen of huiselijk geweld.
Mentale ondersteuning jeugd
Jongeren hebben behoefte aan laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn. Daarom zetten we met gemeenten in op het organiseren van activiteiten om mentale weerbaarheid van jongeren te versterken, door:
-
Geven van trainingen, zoals weerbaarheidstrainingen;
-
Inzet op extra coaching van jongeren;
-
Inrichten van meer inloophuizen waar jonge ervaringsdeskundigen andere jongeren hulp bieden voor mentale ondersteuning;
-
Inrichten van buddyprojecten waarbij jongeren gekoppeld worden aan een leeftijdsgenoot voor mentale steun.
Bestrijden eenzaamheid ouderen
Eenzaamheid is door corona toegenomen. Op lokaal niveau zetten gemeenten met lokale partners al in op het bestrijden van eenzaamheid. Maar nog niet iedereen wordt persoonlijk bereikt. Het kabinet wil daarom extra inzetten via gemeenten en lokale partners op onder meer de volgende acties:
-
Extra contact met ouderen: huisbezoeken, digitaal en belcontact. Hierdoor ontstaat tevens meer zicht op hoe het werkelijk met de ouderen gaat.
-
Extra helpende handen: boodschappen, hulpvragen doorzetten, helpen contact met anderen te maken.
-
Inzet op verbinding tussen mensen: creren van meer mogelijkheden elkaar corona proof te ontmoeten, mensen aan elkaar koppelen om samen activiteiten te organiseren.
-
Extra inzet op zingeving: alternatieve dagbesteding helpen organiseren, deelname culturele activiteiten (zie onder leefstijl).
Extra begeleiding kwetsbare groepen; i.c. mensen die psychisch kwetsbaar zijn en mensen met (verstandelijke) beperkingen thuis
De coronacrisis maakt dat de levens van iedereen met begeleiding er heel anders uitziet: dagbesteding gaat soms niet door (horeca is bijvoorbeeld gesloten), er komen minder mensen langs, niet iedereen begrijpt de maatregelen even goed. Ook is er meer begeleiding en ondersteuning nodig voor mensen met andere beperkingen. Bijvoorbeeld kwetsbare mensen met een medische aandoening die zeer bang zijn besmet te raken gezien de risicos dat deze besmetting fataal kan zijn of zeer ernstige consequenties kan hebben.
Dit maakt dat extra ondersteuning nodig is. Het kabinet stelt hier middelen ter beschikking om lokaal:
-
Extra in te zetten op het organiseren van alternatieve dagbesteding om structuur te creren in de dag.
-
Het bieden van passend vervoer en extra locaties voor alternatieve en verspreide vormen van dagbesteding die voldoen aan de RIVM-richtlijnen, die nog niet zijn gefinancierd via de meerkostenregeling voor Wmo en Jeugd.
-
Extra ambulante begeleiding om proactief mentale en sociale problemen op te sporen (extra huisbezoeken).
-
Extra (begrijpelijke) informatievoorziening over wat kan en mag en veilig is.
Extra begeleiding dak- en thuisloze mensen
Gemeenten hebben als gevolg van de coronacrisis nieuwe dakloze mensen in beeld gekregen. Deze middelen zijn bedoeld om deze mensen zo snel mogelijk van een woonplek (met begeleiding) te voorzien.
Algemeen
Afdrachten aan het Gemeentefonds hebben gevolgen voor de belastingontvangsten. Deze worden op artikel 1 Belastingen van de begroting van het Ministerie van Financin (IXB) verantwoord. De budgettaire gevolgen voor de belastingontvangsten worden in de reguliere 1e suppletoire begroting van Financin in 2021 verwerkt.