Incidentele suppletoire begroting inzake aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector in verband met de Covid-19 crisis | 21-04-2020
A. Artikelsgewijze Toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze zesde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze zesde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf geïnformeerd via de brief van 8 oktober 2020 over «Continuïteit van onderwijs in schooljaar 2020/21» (Kamerstukken II 2020/21, 35 ..., nr. ...).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschied in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Vanwege de coronamaatregelen is op 20april 2020 de eerste incidentele suppletoire begroting naar de Tweede Kamer verzonden. De behandeling in Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft op 28april 2020 plaatsgevonden en is bij stemming op 7mei 2020 aangenomen. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen, om het budgetrecht van de Staten Generaal te waarborgen, bevat de kolom Stand na ISB zowel de vastgestelde stand bij ontwerpbegroting als de mutaties die bij de eerste incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze tweede incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze tweede incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de brief van 15mei 2020.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A. Artikelsgewijze Toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vierde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze vijfde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de brief van 28augustus 2020 (Kamerstukken II 2019/20,...., nr.).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A. Artikelsgewijze Toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze zevende incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze zevende incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de brief van 27oktober 2020 over De economische impact van het coronavirus en contactbeperkende maatregelen (Kamerstukken II 2020/21, 35...., nr.).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vierde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze vierde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf geïnformeerd via de brief van 16 juni 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 27923, nr. 410).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze derde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze derde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de brief van 28mei 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 35 420, nr. 43).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 2
De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.
Wetsartikel 3
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob
B. Begrotingstoelichting
B. Begrotingstoelichting
B. Begrotingstoelichting
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B. Begrotingstoelichting
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel | Beleidsmatige mutaties | Technische mutaties |
|---|---|---|
| (stand ontwerpbegroting in miljoen) | (ondergrens in miljoen) | (ondergrens in miljoen) |
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op het niet-gesubsidieerde deel van de culturele sector, onder andere de vrije theaterproducenten. Omdat zij onvoldoende gebruik kunnen maken van het huidige generieke pakket wat voor de culturele sector beschikbaar is gesteld. Door de aangescherpte maatregelen lopen deze partijen tegen forse extra verliezen aan. Voor vrije theaterproducenten is immers ook sprake van weggegooide producties (gemaakte kosten voor scenarios, decors, acteursrepetities) die door de sluiting van theaters niet meer kunnen worden ingehaald. Hierdoor ontstaat een financieel gat met als gevolg dat investeringen in nieuwe producties niet mogelijk zijn. Om deze reden wordt 40,0 miljoen vrijgemaakt om deze vrije theaterproducenten te ondersteunen door kosten die zij gemaakt hebben deels te compenseren. Hiermee worden zij in staat gesteld om opnieuw investeringen te doen voor nieuwe en bestaande producties. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 27oktober 2020 over De economische impact van het coronavirus en contactbeperkende maatregelen (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...). De 40,0 miljoen wordt nu overgeheveld naar de OCW-begroting omdat de Tweede Suppletoire Begroting pas eind november in de Tweede Kamer ligt en waarschijnlijk in december wordt geautoriseerd. Het doel is echter om de subsidieregeling op een zo kort mogelijke termijn in werking te laten treden, zodat nieuwe producties mogelijk zijn in de nabije toekomst. Door de middelen vooruitlopend op de Tweede Suppletoire Begroting over te boeken naar de OCW-begroting kan aan deze wens tegemoet worden gekomen. Daarom doet OCW zoals eerder vermeld beroep op lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in miljoen) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op de uitbraak van het coronavirus/COVID-19 en de daarmee gepaarde grote gevolgen voor de lokale informatievoorziening. Door de gedaalde inkomsten uit reclame en advertenties staat de continuteit van lokale informatievoorziening door bijvoorbeeld lokale publieke omroepen en huis-aan-huiskranten onder druk, terwijl deze juist nu van vitaal belang is. Het kabinet heeft daarom besloten om een tijdelijk Steunfonds Lokale Informatievoorziening op te zetten. Hiervoor was voor de periode 15maart tot 15juni 11,0 miljoen beschikbaar. U bent hierover genformeerd per brief van 7april jl. (Kamerstukken II 2019/20, 32 827, nr. 186).
De gevolgen van de coronacrisis zijn na afloop van deze periode naar verwachting niet verdwenen, waardoor de druk op de lokale informatievoorziening blijft bestaan. Om die reden heeft het kabinet uw Kamer per brief van BZK van 28mei 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 35 420, nr. 43) genformeerd over het besluit om het Steunfonds te verlengen met een periode van 6 maanden, tot eind 2020, en hiervoor eenmalig 24,0 miljoen extra beschikbaar te stellen. De verlenging van het Steunfonds geldt in ieder geval voor lokale publieke omroepen, HAH-kranten die tenminste negen keer per jaar verschijnen en lokale betaalde nieuwsbladen. Afhankelijk van de resultaten van de uitbreiding van het huidige Steunfonds naar lokale nieuwswebsites (digitale hyperlocals), wordt bezien in hoeverre de verlenging van het Steunfonds ook geldt voor deze doelgroep.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in € miljoen) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op de extra middelen van € 28,5 miljoen die beschikbaar zijn gesteld bij Voorjaarsnota 2020 voor de aanpak van tekorten in het onderwijs en de lerarenopleidingen. De extra € 28,5 miljoen in 2020 wordt ingezet voor de uitvoering van een belangrijk deel van de noodplannen in de G5 (G4 en Almere), en voor versterking en flexibilisering van de lerarenopleidingen, met name voor zij-instromers in beroep en opleiding. Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd per brief van 16 juni 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 27923, nr. 410). Daarnaast wordt met deze Incidentele Suppletoire Begroting een herprioritering binnen de OCW begroting verwerkt, waarmee € 9,0 miljoen is vrijgemaakt voor de subsidieregeling zij-instroom PO G5 (Kamerstukken II, 2019/20, 27 923, nr. 389).
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel | Beleidsmatige mutaties | Technische mutaties |
|---|---|---|
| (stand ontwerpbegroting in miljoen) | (ondergrens in miljoen) | (ondergrens in miljoen) |
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
Deze Tweede Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op de uitbraak van het coronavirus/COVID-19 en de daarmee gepaarde grote gevolgen voor het onderwijs en de studenten. Er worden diverse maatregelen op korte termijn genomen. Studenten worden gecompenseerd. Onderwijsachterstanden en studievertraging als gevolg van COVID-19 worden voor leerlingen en mbo-studenten zoveel mogelijk voorkomen. Instellingen, scholen en werkgevers met stages en leerwerkbanen worden maximaal ondersteund bij het bieden van maatwerk. Deze maatregelen zijn reeds uitgebreid in de Kamerbrief met als titel Compensatie studenten en ondersteuningsmaatregelen onderwijs COVID-19 van 15mei 2020 toegelicht. Hieronder volgt een beknopte samenvatting:
Compensatie voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs
Studievertraging in het laatste jaar is gegeven COVID-19 niet altijd te voorkomen of in te halen. Het kabinet vindt het niet meer dan logisch om studenten die in de afrondende fase van hun studie zitten deels te compenseren voor de financile gevolgen van COVID-19. Studenten die zich opnieuw moeten inschrijven in collegejaar 20202021 en een diploma halen tussen september 2020 en eind januari 2021 krijgen een eenmalige tegemoetkoming. Het kabinet maakt 160,0 miljoen vrij in 2021 voor deze maatregel.
Daarnaast maakt het kabinet 40,0 miljoen vrij in 2020 voor een financile compensatie aan studenten van wie het recht op basisbeurs en/of aanvullende beurs afloopt in de maanden juli, augustus en september.
Voor beide maatregelen geldt dat eventuele resterende middelen die niet zijn uitgeput terugvloeien naar s Rijks kas.
Ondersteuning gericht op het voorkomen van onderwijsachterstanden en studievertraging in ve, po, vo en mbo
De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) heeft informatie verzameld om een representatief beeld te krijgen over hoe het onderwijs zich aanpast aan de huidige omstandigheden. Hieruit blijkt dat in het gehele onderwijsveld grote inspanningen worden verricht, waardoor op korte termijn het overgrote deel van de leerlingen en studenten is bereikt met afstandsonderwijs. Het afstandsonderwijs heeft echter beperkingen als het gaat om optimale benutting van de onderwijstijd. Waar het afstandsonderwijs niet goed tot stand komt, heeft dat vaak te maken met de sociaal maatschappelijke en sociaal economische situatie van de leerlingen en studenten. Sociale ongelijkheid dreigt daardoor versterkt te worden.
Voor de voorschoolse educatie (ve), het primair onderwijs (po), het voortgezet onderwijs (vo) en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zijn eenmalig extra middelen gereserveerd. Hiervoor is eenmalig 244,0 miljoen beschikbaar. Van deze 244,0 miljoen wordt 1,7 miljoen betaald uit de onderuitputting van de bestaande subsidieregeling lente- en zomerscholen vo. Met deze maatregel wordt ook uitvoering gegeven aan de motie van de leden Rog en Van Meenen (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VIII, nr. 164). Hiermee kunnen aanbieders van ve, scholen en instellingen in de periode van de zomervakantie van 2020 tot en met de zomervakantie van 2021, leerlingen en studenten ondersteunen bij het inhalen van leerachterstanden door extra facultatieve programmas en ondersteuning te bieden naast de reguliere onderwijstijd. Deze additionele middelen zijn voor het mbo tevens bedoeld om te voorkomen dat mbo-studenten geen verdere studievertraging oplopen doordat de beroepspraktijkonderdelen van de opleidingen geen doorgang kunnen vinden. In het kader van eenduidige uitvoering en verantwoording van deze sector overstijgende subsidieregeling, is ervoor gekozen het volledige beschikbare budget op artikel 1 te plaatsen. De verdeling hiervoor is als volgt:
-
voor de ve is 7,0 miljoen beschikbaar,
-
voor het po is 102,0 miljoen beschikbaar,
-
voor het vo is 65,0 miljoen beschikbaar,
-
voor het mbo is 68,0 miljoen beschikbaar.
Daarnaast is er 2,0 miljoen beschikbaar voor onderzoek, monitoring, uitvoering en communicatie.
Offensief tot behoud van stages en leerwerkbanen voor praktijkonderwijs (pro), voortgezet speciaal onderwijs (vso), voortgezet middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) en mbo
Om te voorkomen dat onnodig studievertraging optreedt, is het van belang dat er in het mbo sprake is van voldoende stages en leerwerkbanen tijdens en vooral ook na de crisis als gevolg van COVID-19. Hiervoor is al een actieplan (Kamerstukken II 2019/20, 31524, nr. 456) opgesteld. In aanvulling op de reeds aangekondigde maatregelen wordt deze aanpak gentensiveerd. Door een extra impuls per jaar van 10,6 miljoen in 2020 en ook in 2021 wordt het hiermee ook voor werkgevers in leerwerkbedrijven aantrekkelijker gemaakt om leerwerkplekken te creren of in stand te houden tijdens en na deze crisis.
Daarnaast komt er een tijdelijke uitbreiding van twee jaar voor de acquisitie en ondersteuning van leerwerkbedrijven door Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB) in de regio. Hiervoor wordt 4,0 miljoen vrijgemaakt in 2020 en in 2021.
Uitbreiding aanvullende bekostiging nieuwkomers po en vo
Vanuit het nieuwkomersonderwijs komen signalen dat nieuwkomers die de Nederlandse taal nog niet/nauwelijks spreken of die komend schooljaar de overgang zullen maken naar het reguliere onderwijs, in deze periode extra achterstanden hebben opgelopen. De ouders spreken in veel gevallen de Nederlandse taal niet en het afstandsonderwijs is daarmee minder effectief vormgegeven. Daarom maakt het kabinet in 2020 eenmalig 21,0 miljoen vrij voor het primair en voortgezet onderwijs om de nieuwkomersbekostiging voor de huidige groep nieuwkomers met drie maanden verhogen.
Notabene; in de Kamerbrief over ondersteuning leerlingen bij onderwijs op afstand (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VIII, nr. 181) is gemeld dat SIVON voor een door OCW beschikbaar gesteld bedrag van 2,5 miljoen devices voor leerlingen heeft ingekocht. Om in de resterende behoefte van het onderwijs te voorzien, stelt OCW nogmaals maximaal 3,8 miljoen beschikbaar. Het grootste deel komt uit een extensivering op de schoolleidersbeurs op artikel 1 (3,1 miljoen) door het plafond van de subsidieregeling lager vast te stellen. Het resterende bedrag van maximaal 0,7 miljoen komt uit de eerder gereserveerde kosten op artikel 3 voor de curriculumherziening, die nu mede door corona vertraging oploopt. Hiermee kan SIVON de nodige devices inkopen voor leerlingen die daar thuis niet over beschikken en via schoolbesturen beschikbaar stellen.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel | Beleidsmatige mutaties | Technische mutaties |
|---|---|---|
| (stand ontwerpbegroting in miljoen) | (ondergrens in miljoen) | (ondergrens in miljoen) |
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op de uitbraak van het Coronavirus/COVID-19 en de daarmee gepaard gaande gevolgen voor de landelijke publieke omroep. In deze coronatijd is onafhankelijke, betrouwbare en toegankelijke informatie cruciaal. De landelijke publieke omroep speelt hierin een essentile rol. Tegelijkertijd hebben de maatregelen ter bestrijding van de crisis voor de publieke omroep veel impact gehad en dit heeft tot extra kosten geleid. Om die reden heeft het kabinet besloten in 2020 eenmalig 19 miljoen extra ter beschikking te stellen aan de NPO voor de uitvoering van zijn publieke taak en ten behoeve van goede en corona-proof programmering in het najaar. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 28augustus 2020 (Kamerstukken II 2019/20,...., nr....). Daarnaast heeft het Kabinet besloten om als aanvullend beleid gericht op aanpassing te investeren in loopbaangesprekken met kwetsbare jongeren. De laatste tijd is de jeugdwerkloosheid snel opgelopen. Voortijdig schoolverlaters hebben een bovengemiddelde kans om de komende tijd werkloos te worden. Ook jongeren die al eerder voortijdig schoolverlater zijn geworden, maar wel werken, lopen een bovengemiddelde kans om werkloos te worden. Scholen en RMC's zullen hiertoe met laatstejaars studenten/uitstromers het gesprek aangaan over vervolgonderwijs als dat mogelijk is, of hen doorgeleiden naar het werkdomein. Hiervoor wordt in 2020 4,5 gereserveerd voor de RMC's. Ook hierover is de Tweede Kamer genformeerd in de hierboven genoemde brief.
1. Inhoudelijke toelichting
Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in € miljoen) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1000 | 5 | 10 |
| => 1000 | 10 | 20 |
Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op het ophogen van de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s. Op grond van deze regeling konden scholen voor voorschoolse educatie, primair, speciaal en voortgezet onderwijs en instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo), voortgezet algemeen volwassen onderwijs (vavo) en overige educatie subsidie aanvragen voor schooljaar 2020/2021. Hiermee kunnen zij inhaal- en ondersteuningsprogramma’s (laten) organiseren naast het reguliere onderwijsprogramma. Deze programma’s hebben als doel leerlingen, studenten, vavo-studenten en deelnemers te helpen leer- en ontwikkelachterstanden en studievertraging in de beroepspraktijkvorming, die zij hebben opgelopen in verband met de gehele of gedeeltelijke sluiting van scholen en instellingen dit jaar wegens de uitbraak van COVID-19, weg te werken en hen daarbij te ondersteunen. Op alle sectoren, behalve het vavo1, is sprake van overintekening op deze regeling. Om die reden heeft het Kabinet besloten in 2020 eenmalig € 38,0 miljoen extra ter beschikking te stellen en ook het resterende budget op de subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s voor voorschoolse educatie (ca. € 5,0 miljoen) hiervoor in te zetten. Dit leidt tot verhoging van de subsidieregelingen van € 43,1 miljoen. Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd per brief van 8 oktober 2020 over «Continuïteit van onderwijs in schooljaar 2020/21» (Kamerstukken II 2020/21, 35 ..., nr. ..).
a. Inhoudelijke toelichting
Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op de uitbraak van het Coronavirus/COVID-19 en de daarmee gepaarde grote gevolgen voor de culturele en creatieve sector. De acute liquiditeitsproblemen van instellingen vormen een probleem voor het voortbestaan van vitale onderdelen in de culturele en creatieve infrastructuur. Instellingen in de culturele en creatieve sector hebben immers over het algemeen geen winstoogmerk, bouwen daarom nauwelijks reserves op en kunnen daar dan ook niet op terugvallen. Om na de crisis weer geleidelijk te kunnen opstarten, is het bovendien ook nodig dat er nu wordt genvesteerd in nieuwe, aangepaste, producties voor het volgende seizoen. Dit vraagt om een tijdelijke andere balans tussen eigen inkomsten, waar de sector de afgelopen jaren hard aan heeft gewerkt, en ondersteuning door het rijk.
Het kabinet voegt daarom nmalig 300miljoen additionele middelen toe in 2020 aan het bestaande instrumentarium om de vitale onderdelen in de culturele infrastructuur in stand te houden. Zo behouden we niet alleen het unieke Nederlandse artistieke product, maar waarborgen we ook de werkgelegenheid in deze sector. Het doel is om die onderdelen van de keten die onmisbaar zijn en zorgen voor werkgelegenheid overeind te houden. Uw Kamer is hierover genformeerd met de brief van 15april 2020 over Aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector.
Artikel 14Cultuur
Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 270miljoen. Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 30miljoen.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 1 Primair onderwijs
| Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen | Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1 | Mutaties 4e ISB 2020 | Stand 4eISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 11.703.253 | 12.399.331 | 21.700 | 12.421.031 | 25.000 | 25.000 | 25.000 | 25.000 | |
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan overig | 11.703.253 | 12.399.331 | 21.700 | 12.421.031 | 25.000 | 25.000 | 25.000 | 25.000 | |
| Totale uitgaven | 11.673.612 | 12.369.690 | 21.700 | 12.391.390 | 25.000 | 25.000 | 25.000 | 25.000 | |
| waarvan juridisch verplicht (%) | |||||||||
| Bekostiging | 11.006.420 | 11.434.185 | 26.700 | 11.460.885 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | |
| Hoofdbekostiging | 10.687.581 | 11.108.216 | 11.108.216 | ||||||
| Bekostiging Primair Onderwijs | 10.669.600 | 11.087.755 | 11.087.755 | ||||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 17.981 | 20.461 | 20.461 | ||||||
| Prestatiebox | 296.187 | 306.417 | 306.417 | ||||||
| Aanvullende bekostiging | 22.652 | 19.552 | 26.700 | 46.252 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | |
| Aanpak lerarentekort G5 | 0 | 0 | 26.700 | 26.700 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | |
| Overig | 22.652 | 19.552 | 19.552 | ||||||
| Subsidies (regelingen) | 106.512 | 358.334 | – 5.000 | 353.334 | – 5.000 | – 5.000 | – 5.000 | – 5.000 | |
| Regeling Onderwijsvoorziening jonggehandicapten | 23.200 | 23200 | 23.200 | ||||||
| Nederlands onderwijs buitenland | 12.600 | 12.600 | 12.600 | ||||||
| Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs | 12.630 | 12.630 | 12.630 | ||||||
| Inhaal- en ondersteunings-programma’s | 0 | 242.000 | 242.000 | ||||||
| Overig | 58.082 | 67.904 | – 5.000 | 62.904 | – 5.000 | – 5.000 | – 5.000 | – 5.000 | |
| Opdrachten | 11.296 | 4.897 | 0 | 4.897 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Bijdrage aan agentschappen | 33.145 | 39.396 | 0 | 39.396 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 33.145 | 39.396 | 39.396 | ||||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 7.734 | 7.734 | 0 | 7.734 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds | 5.231 | 5.231 | 5.231 | ||||||
| UWV | 2.503 | 2.503 | 2.503 | ||||||
| Bijdrage aan medeoverheden | 508.505 | 525.144 | 0 | 525.144 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Gemeentelijk onderwijsachter-standenbeleid | 492.391 | 509.184 | 509.184 | ||||||
| Caribisch Nederland | 16.114 | 15.960 | 15.960 | ||||||
| Bijdrage aan (andere) begrotings-hoofdstukken | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Brede scholen | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Ontvangsten | 26.961 | 26.961 | 0 | 26.961 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1.
Toelichting
Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 verhoogd met € 26,7 miljoen. Dit betreft een verhoging van € 9,0 miljoen door interne verschuivingen vanuit Subsidies op artikel 1 en artikel 9. De overige € 17,7 miljoen betreft de overheveling van de middelen van de aanvullende post. De totale € 26,7 miljoen in 2020 wordt ingezet voor de aanpak van het lerarentekort in de G5 en voor de subsidieregeling zij-instroom po G5. De inzet van deze middelen wordt middels verschillende convenanten per stad vastgelegd.
Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 verlaagd met € 5,0 miljoen. Dit wordt ingezet voor een intensivering op de subsidieregeling zij-instroom G5.
Beleidsartikel 6. Hoger beroepsonderwijs
| Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen | Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1 | Mutaties 4e ISB 2020 | Stand 4eISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 3.476.868 | 3.567.267 | 3.000 | 3.570.267 | 8.000 | 8.000 | 3.000 | 0 | |
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan overig | 3.476.868 | 3.567.267 | 3.000 | 3.570.267 | 8.000 | 8.000 | 3.000 | 0 | |
| Totale uitgaven | 3.416.799 | 3.509.213 | 3.000 | 3.512.213 | 8.000 | 8.000 | 3.000 | 0 | |
| waarvan juridisch verplicht (%) | 100% | 99,99% | |||||||
| Bekostiging | 3.334.151 | 3.425.189 | 3.000 | 3.428.189 | 8.000 | 8.000 | 3.000 | 0 | |
| Hoofdbekostiging | 3.193.490 | 3.280.278 | 3.000 | 3.283.278 | 8.000 | 8.000 | 3.000 | 0 | |
| Onderwijsdeel hbo2 | 3.096.421 | 3.180.274 | 3.000 | 3.183.274 | 8.000 | 8.000 | 3.000 | 0 | |
| Deel ontwerp en ontwikkeling | 85.259 | 87.836 | 87.836 | ||||||
| Vouchers studievoorschot | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen | 11.810 | 12.168 | 12.168 | ||||||
| Prestatiebox | 140.661 | 144.911 | 144.911 | ||||||
| Studievoorschotmiddelen | 140.661 | 144.911 | 144.911 | ||||||
| Subsidies (regelingen) | 977 | 977 | 0 | 977 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Overig | 977 | 977 | 977 | ||||||
| Bijdragen aan agentschappen | 13.766 | 14.822 | 0 | 14.822 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 13.766 | 14.822 | 14.822 | ||||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 67.905 | 68.225 | 0 | 68.225 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| NWO: Praktijkgericht onderzoek hbo | 53.265 | 53.265 | 53.265 | ||||||
| NWO: Promotiebeurs voor leraren | 10.144 | 10.144 | 10.144 | ||||||
| Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) | 4.496 | 4.816 | 4.816 | ||||||
| Ontvangsten | 1.213 | 1.213 | 0 | 1.213 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1.
Toelichting
Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 verhoogd met € 3,0 miljoen. Dit betreft een intensivering ten behoeve van de flexibilisering van en maatwerk op de lerarenopleidingen.
Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelbeleid
| Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen | Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1 | Mutaties 4e ISB 2020 | Stand 4eISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 158.120 | 168.504 | 3.800 | 172.304 | – 1.500 | – 1.000 | 4.000 | 7.000 | |
| Totale uitgaven | 168.518 | 168.504 | 3.800 | 172.304 | – 1.500 | – 1.000 | 4.000 | 7.000 | |
| waarvan juridisch verplicht (%) | 96,1% | 96,1% | |||||||
| Bekostiging | 37.619 | 41.052 | 0 | 41.052 | 2.000 | 3.000 | 8.000 | 11.000 | |
| Aanvullende bekostiging | 37.619 | 41.052 | 41.052 | 2.000 | 3.000 | 8.000 | 11.000 | ||
| Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen | 37.619 | 41.052 | 41.052 | 2.000 | 3.000 | 8.000 | 11.000 | ||
| Subsidies (regelingen) | 124.328 | 121.028 | 3.800 | 124.828 | – 3.500 | – 4.000 | – 4.000 | – 4.000 | |
| Lerarenbeurs | 49.560 | 49.560 | 49.560 | ||||||
| Zij-instroom | 50.096 | 52.146 | 1.000 | 53.146 | – 3.500 | – 4.000 | – 4.000 | – 4.000 | |
| Wet Beroep leraar en Lerarenregister | 2.945 | 2.945 | 2.945 | ||||||
| Regionale aanpak lerarentekort | 19.000 | 15.000 | 2.800 | 17.800 | |||||
| Overige projecten | 2.727 | 1.377 | 1.377 | ||||||
| Opdrachten | 3.635 | 3.407 | 0 | 3.407 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Onderzoek, ramingen en communicatie | 3.635 | 3.407 | 3.407 | ||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 2.936 | 3.017 | 0 | 3.017 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 2.936 | 3.017 | 3.017 | ||||||
| Ontvangsten | 9.000 | 9.000 | 0 | 9.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1.
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 verhoogd met € 3,8 miljoen. Dit betreft drie zaken; een eenmalige ophoging van € 5,0 miljoen van de subsidieregeling zij-instroom voor alle sectoren po, vo en mbo, een verschuiving van € 4,0 miljoen van de subsidieregeling korte scholingstrajecten vo naar artikel 1 voor de subsidieregeling zij-instroom PO G5 en tot slot een eenmalige ophoging van de subsidie regionale aanpak lerarentekort van € 2,8 miljoen.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 14. Cultuur
| Vastgestelde begroting (incl. ISB, NvW en amendementen)1 | Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)2 | Mutaties 7e ISB 2020 | Stand 7e ISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 2.651.993 | 2.678.783 | 40.000 | 2.718.783 | |||||
| Totale uitgaven | 1.304.072 | 1.271.096 | 40.000 | 1.311.096 | |||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 97% | ||||||||
| Bekostiging | 1.121.217 | 1.082.643 | 0 | 1.082.643 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Culturele basisinfrastructuur | 675.571 | 687.952 | 687.952 | ||||||
| Vierjaarlijkse instellingen | 399.748 | 406.077 | 406.077 | ||||||
| Vierjaarlijkse fondsen | 275.823 | 281.875 | 281.875 | ||||||
| Erfgoedwet | 128.614 | 131.307 | 131.307 | ||||||
| Huisvesting | 87.208 | 88.645 | 88.645 | ||||||
| Beheer en onderhoud collecties | 41.406 | 42.662 | 42.662 | ||||||
| Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen | 49.786 | 1.157 | 1.157 | ||||||
| Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen | 23.101 | 537 | 537 | ||||||
| Digitale openbare bibliotheek | 14.674 | 341 | 341 | ||||||
| Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten | 12.011 | 279 | 279 | ||||||
| Monumentenzorg | 224.241 | 218.199 | 218.199 | ||||||
| Archieven incl. Regionale Historische Centra | 25.938 | 26.550 | 26.550 | ||||||
| Flankerend beleid huisvesting | 6.573 | 6.681 | 6.681 | ||||||
| Cultuureducatie met Kwaliteit | 10.494 | 10.797 | 10.797 | ||||||
| Subsidies | 122.823 | 123.589 | 40.000 | 163.589 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Verbreden inzet cultuur | 15.694 | 15.894 | 15.894 | ||||||
| Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) | 9.005 | 9.005 | 9.005 | ||||||
| Programma leesbevordering | 3.350 | 3.850 | 3.850 | ||||||
| Creatieve Industrie | 1.975 | 1.975 | 1.975 | ||||||
| Monumentenzorg | 138 | 3.177 | 3.177 | ||||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 1.000 | 1.000 | 1.000 | ||||||
| Specifiek cultuurbeleid | 91.661 | 88.688 | 40.000 | 128.688 | |||||
| Opdrachten | 14.843 | 16.555 | 0 | 16.555 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis | 2.026 | 1.734 | 1.734 | ||||||
| Monumentenzorg | 3.717 | 6.581 | 6.581 | ||||||
| Archeologie | 4.393 | 4.005 | 4.005 | ||||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 2.500 | 2.370 | 2.370 | ||||||
| Overige opdrachten | 2.207 | 1.865 | 1.865 | ||||||
| Bijdragen aan agentschappen | 42.340 | 45.390 | 0 | 45.390 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Nationaal Archief | 28.862 | 31.660 | 31.660 | ||||||
| Nationaal Archief Programma | 13.478 | 13.730 | 13.730 | ||||||
| Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties | 2.849 | 2.919 | 0 | 2.919 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties | 2.849 | 2.919 | 2.919 | ||||||
| Ontvangsten | 494 | 494 | 0 | 494 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1
Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35499, nr. 1., Kamerstukken II 2019/20, 35543, nr. 1., Kamerstukken II 2020/21, 35596, nr 1.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 1. Primair onderwijs
| Vastgestelde begroting (incl. ISB, NvW en amendementen)1 | Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)2 | Mutaties 6e ISB 2020 | Stand 6e ISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 11.703.253 | 12.421.031 | 7.016 | 12.428.047 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| waarvan overig | 11.703.253 | 12.421.031 | 7.016 | 12.428.047 | |||||
| Uitgaven | 11.673.612 | 12.391.390 | 7.016 | 12.398.406 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan juridisch verplicht | 99,7% | 99,9% | |||||||
| Bekostiging | 11.006.420 | 11.460.885 | 0 | 11.460.885 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Hoofdbekostiging | 10.687.581 | 11.108.216 | 11.108.216 | ||||||
| Bekostiging Primair Onderwijs | 10.669.600 | 11.087.755 | 11.087.755 | ||||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 17.981 | 20.461 | 20.461 | ||||||
| Prestatiebox | 296.187 | 306.417 | 306.417 | ||||||
| Aanvullende bekostiging | 22.652 | 46.252 | 46.252 | ||||||
| Aanpak lerarentekort G5 | 0 | 26.700 | 26.700 | ||||||
| Overig | 22.652 | 19.552 | 19.552 | ||||||
| Subsidies (regelingen) | 106.512 | 353.334 | 7.016 | 360.350 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Regeling Onderwijsvoorziening jonggehandicapten | 23.200 | 23.200 | 23.200 | ||||||
| Nederlands onderwijs buitenland | 12.600 | 12.600 | 12.600 | ||||||
| Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs | 12.630 | 12.630 | 12.630 | ||||||
| Inhaal- en ondersteunings-programma’s | 0 | 242.000 | 7.016 | 249.016 | |||||
| Overig | 58.082 | 62.904 | 62.904 | ||||||
| Opdrachten | 11.296 | 4.897 | 0 | 4.897 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Bijdrage aan agentschappen | 33.145 | 39.396 | 0 | 39.396 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 33.145 | 39.396 | 39.396 | ||||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 7.734 | 7.734 | 0 | 7.734 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds | 5.231 | 5.231 | 5.231 | ||||||
| UWV | 2.503 | 2.503 | 2.503 | ||||||
| Bijdrage aan medeoverheden | 508.505 | 525.144 | 0 | 525.144 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid | 492.391 | 509.184 | 509.184 | ||||||
| Caribisch Nederland | 16.114 | 15.960 | 15.960 | ||||||
| Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Brede scholen | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Ontvangsten | 26.961 | 26.961 | 0 | 26.961 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Kamerstukken II 2019/20, 35 441, nr. 1.
Kamerstukken II 2019/20, 35 464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 481, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 499, nr. 1., Kamerstukken II 2019/20, 35 543, nr. 1., Behandeling van de 5e Incidentele Suppletoire Begroting en de daarmee gepaard gaande stemming heeft nog niet plaatsgevonden.
Toelichting
Het financieel instrument subsidies wordt in 2020 éénmalig verhoogd met € 7,0 miljoen. De middelen voor het primair onderwijs (po) op de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma's worden éénmalig opgehoogd met € 12,0 miljoen. Hiervan komt ca. € 5,0 miljoen van het resterende budget van voorschoolse educatie (ve). De overige € 7,0 miljoen wordt op het subsidiebudget Inhaal- en ondersteuningsprogramma's gemuteerd.
Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs
| Vastgestelde begroting (incl. ISB, NvW en amendementen)1 | Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)2 | Mutaties 6e ISB 2020 | Stand 6e ISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 8.764.097 | 9.082.083 | 29.158 | 9.111.241 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| waarvan overig | 8.764.097 | 9.082.083 | 29.158 | 9.111.241 | |||||
| Uitgaven | 8.746.413 | 9.064.399 | 29.158 | 9.093.557 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan juridisch verplicht | 99,3% | 99,9% | |||||||
| Bekostiging | 8.550.944 | 8.863.585 | 0 | 8.863.585 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Hoofdbekostiging | 8.220.410 | 8.522.716 | 8.522.716 | ||||||
| Bekostiging voortgezet onderwijs lumpsum | 8.204.489 | 8.504.917 | 8.504.917 | ||||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 15.921 | 17.799 | 17.799 | ||||||
| Prestatiebox | 313.434 | 323.769 | 323.769 | ||||||
| Regeling prestatiebox voortgezet onderwijs | 313.434 | 323.769 | 323.769 | ||||||
| Aanvullende bekostiging | 17.100 | 17.100 | 17.100 | ||||||
| Resultaatafhankelijke bekostiging vsv voor vo-scholen | 17.100 | 17.100 | 17.100 | ||||||
| Subsidies (regelingen) | 90.449 | 86.199 | 29.158 | 115.357 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stichting Kennisnet (basissubsidie) PO, VO, MBO | 19.240 | 19.240 | 19.240 | ||||||
| Pilots Zomerscholen | 9.000 | 7.300 | 7.300 | ||||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 0 | 29.158 | 29.158 | |||||
| Overige projecten | 62.209 | 59.659 | 59.659 | ||||||
| Opdrachten | 6.770 | 6.686 | 0 | 6.686 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| In- en uitbesteding | 6.770 | 6.686 | 6.686 | ||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 52.530 | 54.059 | 0 | 54.059 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 52.530 | 54.059 | 54.059 | ||||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 45.525 | 53.675 | 0 | 53.675 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| ZBO: College voor Toetsen en Examens | 4.380 | 12.790 | 12.790 | ||||||
| SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen PO/VO/BVE (incl. examens) | 41.145 | 40.885 | 40.885 | ||||||
| Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 195 | 195 | 0 | 195 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| GRAZ (ECML) en PISA | 195 | 195 | 195 | ||||||
| Ontvangsten | 7.391 | 7.391 | 0 | 7.391 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Kamerstukken II 2019/20, 35 441, nr. 1.
Kamerstukken II 2019/20, 35 464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 481, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 499, nr. 1., Kamerstukken II 2019/20, 35 543, nr. 1., Behandeling van de 5e Incidentele Suppletoire Begroting en de daarmee gepaard gaande stemming heeft nog niet plaatsgevonden.
Toelichting
Het financieel instrument subsidies wordt in 2020 éénmalig verhoogd met € 29,2 miljoen. Het betreft de extra middelen voor de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma's voor het voortgezet onderwijs. De € 65,0 miljoen die reeds bij de Tweede Incidentele Suppletoire Begroting is bijgeboekt, is in deze tabel nog niet zichtbaar. Dit is bij de Begroting 2021 op het juiste artikel in het jaar 2020 geplaatst.
Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
| Vastgestelde begroting (incl. ISB, NvW en amendementen)6 | Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)7 | Mutaties 6e ISB 2020 | Stand 6e ISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 4.412.944 | 4.657.145 | 1.863 | 4.659.008 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| waarvan overig | 4.412.944 | 4.657.145 | 1.863 | 4.659.008 | |||||
| Totale uitgaven | 4.679.783 | 4.819.106 | 1.863 | 4.820.969 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,7% | 99,7% | |||||||
| Bekostiging | 4.218.548 | 4.343.072 | 0 | 4.343.072 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Hoofdbekostiging | 3.673.007 | 3.798.077 | 0 | 3.798.077 | |||||
| Bekostiging mbo-instellingen | 3.600.387 | 3.722.559 | 3.722.559 | ||||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 7.220 | 8.153 | 8.153 | ||||||
| Bekostiging vavo | 65.400 | 67.365 | 67.365 | ||||||
| Kwaliteitsafspraken | 440.000 | 440.000 | 0 | 440.000 | |||||
| Investeringbudget | 440.000 | 440.000 | 440.000 | ||||||
| Resultaatafhankelijk budget | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Aanvullende bekostiging | 105.541 | 104.995 | 0 | 104.995 | |||||
| Regionaal Investeringsfonds | 23.075 | 22.975 | 22.975 | ||||||
| Salarismix Randstadregio's | 50.000 | 51.503 | 51.503 | ||||||
| Regionaal Programma | 30.466 | 30.466 | 30.466 | ||||||
| Gelijke kansen | 2.000 | 51 | 51 | ||||||
| Subsidies (regelingen) | 255.647 | 266.328 | 1.863 | 268.191 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Subsidieregeling praktijkleren | 212.600 | 224.100 | 224.100 | ||||||
| Leven Lang Ontwikkelen | 11.750 | 6.631 | 6.631 | ||||||
| Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal | 14.500 | 15.200 | 15.200 | ||||||
| Loopbaanorientatie | 1.275 | 3.275 | 3.275 | ||||||
| Vakwedstrijden MBO | 3.200 | 3.200 | 3.200 | ||||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogramma's | 0 | 0 | 1.863 | 1.863 | |||||
| Overige subsidies | 12.322 | 13.922 | 13.922 | ||||||
| Opdrachten | 4.990 | 6.779 | 0 | 6.779 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| In- en uitbesteding | 4.990 | 6.779 | 6.779 | ||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 19.334 | 19.356 | 0 | 19.356 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 16.334 | 16.776 | 16.776 | ||||||
| Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | 3.000 | 2.580 | 2.580 | ||||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 66.399 | 60.746 | 0 | 60.746 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| College voor Toetsen en Examens | 6.893 | 0 | 0 | ||||||
| Wet SLOA | 3.273 | 220 | 220 | ||||||
| SBB | 56.233 | 60.526 | 60.526 | ||||||
| Bijdrage aan medeoverheden | 114.865 | 122.825 | 0 | 122.825 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| RMC's | 35.309 | 41.451 | 41.451 | ||||||
| Educatie | 60.356 | 62.174 | 62.174 | ||||||
| Regionaal Programma | 19.200 | 19.200 | 19.200 | ||||||
| Ontvangsten | 4.000 | 4.000 | 0 | 4.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Kamerstukken II 2019/20, 35 441, nr. 1.
Kamerstukken II 2019/20, 35 464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 481, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 499, nr. 1., Kamerstukken II 2019/20, 35 543, nr. 1., Behandeling van de 5e Incidentele Suppletoire Begroting en de daarmee gepaard gaande stemming heeft nog niet plaatsgevonden.
Toelichting
Het financieel instrument subsidies wordt in 2020 éénmalig verhoogd met € 1,9 miljoen. Het betreft de extra middelen voor de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma's voor het middelbaar beroepsonderwijs en overige educatie. De € 68,0 miljoen die reeds bij de Tweede Incidentele Suppletoire Begroting is bijgeboekt, is in deze tabel nog niet zichtbaar. Dit is bij de Begroting 2021 op het juiste artikel in het jaar 2020 geplaatst.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen | Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1 | Mutaties 5e ISB 2020 | Stand 5e ISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 4.412.944 | 4.648.145 | 9.000 | 4.657.145 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | ||||||
| waarvan overig | 4.412.944 | 4.648.145 | 9.000 | 4.657.145 | |||||
| Totale uitgaven | 4.679.783 | 4.814.606 | 4.500 | 4.819.106 | 4.500 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,70% | ||||||||
| Bekostiging | 4.218.548 | 4.343.072 | 0 | 4.343.072 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Hoofdbekostiging | 3.673.007 | 3.798.077 | 0 | 3.798.077 | |||||
| Bekostiging mbo-instellingen | 3.600.387 | 3.722.559 | 3.722.559 | ||||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 7.220 | 8.153 | 8.153 | ||||||
| Bekostiging vavo | 65.400 | 67.365 | 67.365 | ||||||
| Kwaliteitsafspraken | 440.000 | 440.000 | 0 | 440.000 | |||||
| Investeringbudget | 440.000 | 440.000 | 440.000 | ||||||
| Resultaatafhankelijk budget | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Aanvullende bekostiging | 105.541 | 104.995 | 0 | 104.995 | |||||
| Regionaal Investeringsfonds | 23.075 | 22.975 | 22.975 | ||||||
| Salarismix Randstadregio's | 50.000 | 51.503 | 51.503 | ||||||
| Regionaal Programma | 30.466 | 30.466 | 30.466 | ||||||
| Gelijke kansen | 2.000 | 51 | 51 | ||||||
| Subsidies (regelingen) | 255.647 | 266.328 | 0 | 266.328 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Subsidieregeling praktijkleren | 212.600 | 224.100 | 224.100 | ||||||
| Leven Lang Ontwikkelen | 11.750 | 6.631 | 6.631 | ||||||
| Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal | 14.500 | 15.200 | 15.200 | ||||||
| Loopbaanorientatie | 1.275 | 3.275 | 3.275 | ||||||
| Vakwedstrijden MBO | 3.200 | 3.200 | 3.200 | ||||||
| Overige subsidies | 12.322 | 13.922 | 13.922 | ||||||
| Opdrachten | 4.990 | 6.779 | 0 | 6.779 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| In- en uitbesteding | 4.990 | 6.779 | 6.779 | ||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 19.334 | 19.356 | 0 | 19.356 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 16.334 | 16.776 | 16.776 | ||||||
| Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | 3.000 | 2.580 | 2.580 | ||||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 66.399 | 60.746 | 0 | 60.746 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| College voor Toetsen en Examens | 6.893 | 0 | 0 | ||||||
| Wet SLOA | 3.273 | 220 | 220 | ||||||
| SBB | 56.233 | 60.526 | 60.526 | ||||||
| Bijdrage aan medeoverheden | 114.865 | 118.325 | 4.500 | 122.825 | 4.500 | 0 | 0 | 0 | |
| RMC's | 35.309 | 36.951 | 4.500 | 41.451 | 4.500 | ||||
| Educatie | 60.356 | 62.174 | 62.174 | ||||||
| Regionaal Programma | 19.200 | 19.200 | 19.200 | ||||||
| Ontvangsten | 4.000 | 4.000 | 0 | 4.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1.
Toelichting
Het financieel instrument Bijdrage aan medeoverheden wordt in 2020 verhoogd met 4,5 miljoen. De laatste tijd is de jeugdwerkloosheid snel opgelopen. Voortijdig schoolverlaters hebben een bovengemiddelde kans om de komende tijd werkloos te worden. Ook jongeren die al eerder voortijdig schoolverlater zijn geworden, maar wel werken, lopen een bovengemiddelde kans om werkloos te worden. Deze middelen zijn grotendeels bedoeld voor de RMC-regios om deze groepen jongeren naar school of naar werk te begeleiden.
Beleidsartikel 15. Media
| Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen | Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1 | Mutaties 5e ISB 2020 | Stand 5eISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 1.023.125 | 1.074.483 | 19.000 | 1.093.483 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Totale uitgaven | 1.023.125 | 1.074.483 | 19.000 | 1.093.483 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan juridisch verplicht (%) | 98,3% | ||||||||
| Bekostiging | 1.009.493 | 1.022.636 | 19.000 | 1.041.636 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Publieke Omroep (omroepinstellingen) | 893.658 | 935.775 | 19.000 | 954.775 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Landelijke publieke omroep | 736.205 | 785.708 | 19.000 | 804.708 | |||||
| Regionale omroep | 157.453 | 150.067 | 150.067 | ||||||
| Beheertaken landelijke publieke omroep | 39.880 | 40.423 | 40.423 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Stichting Omroep Muziek | 16.484 | 16.708 | 16.708 | ||||||
| Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG) | 23.396 | 23.715 | 23.715 | ||||||
| Dotaties, bijdragen publieke omroep | 18.894 | 14.029 | 14.029 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| Stimuleringsfonds voor de Journalistiek | 2.190 | 2.220 | 2.220 | ||||||
| Onderzoeksjournalistiek (RA-middelen) | 5.138 | 0 | 0 | ||||||
| Filmfonds van de omroep en Telefilm (CoBO) | 8.399 | 8.596 | 8.596 | ||||||
| Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik) | 1.558 | 1.581 | 1.581 | ||||||
| Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) | 1.609 | 1.632 | 1.632 | ||||||
| Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve | 56.281 | 31.618 | 31.618 | ||||||
| Overige bekostiging media | 780 | 791 | 791 | ||||||
| Subsidies (regelingen) | 8.411 | 46.562 | 0 | 46.562 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Subsidies | 8.411 | 11.562 | 11.562 | ||||||
| Steunfonds Lokale Informatievoorziening | 0 | 35.000 | 35.000 | ||||||
| Opdrachten | 442 | 442 | 0 | 442 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Opdrachten | 442 | 442 | 442 | ||||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 4.718 | 4.782 | 0 | 4.782 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Commissariaat voor de Media | 4.718 | 4.782 | 4.782 | ||||||
| Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties | 61 | 61 | 0 | 61 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| European Audiovisual Observatory | 61 | 61 | 61 | ||||||
| Ontvangsten | 147.854 | 160.200 | 0 | 160.200 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35499, nr. 1.
Toelichting
Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 nmalig verhoogd met 19,0 miljoen. Dit betreft de dekking van onvermijdelijk gestegen kosten van de programmering van de landelijke publieke omroep door de effecten van de coronacrisis en van de maatregelen ter bestrijding van de crisis.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
Beleidsartikel 15 Media
| Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen | Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1 | Mutaties 3e ISB 2020 | Stand 3e ISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 1.023.125 | 1.050.483 | 24.000 | 1.074.483 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Totale uitgaven | 1.023.125 | 1.050.483 | 24.000 | 1.074.483 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| waarvan juridisch verplicht (%) | 98,3% | 98,3% | |||||||
| Bekostiging | 1.009.493 | 1.022.636 | 0 | 1.022.636 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Publieke Omroep (omroepinstellingen) | 893.658 | 935.775 | 0 | 935.775 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Landelijke publieke omroep | 736.205 | 785.708 | 785.708 | ||||||
| Regionale omroep | 157.453 | 150.067 | 150.067 | ||||||
| Beheertaken landelijke publieke omroep | 39.880 | 40.423 | 0 | 40.423 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stichting Omroep Muziek | 16.484 | 16.708 | 16.708 | ||||||
| Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG) | 23.396 | 23.715 | 23.715 | ||||||
| Dotaties, bijdragen publieke omroep | 18.894 | 14.029 | 0 | 14.029 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Stimuleringsfonds voor de Journalistiek | 2.190 | 2.220 | 2.220 | ||||||
| Onderzoeksjournalistiek (RA-middelen) | 5.138 | 0 | 0 | ||||||
| Filmfonds van de omroep en Telefilm (CoBO) | 8.399 | 8.596 | 8.596 | ||||||
| Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik) | 1.558 | 1.581 | 1.581 | ||||||
| Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) | 1.609 | 1.632 | 1.632 | ||||||
| Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve | 56.281 | 31.618 | 31.618 | ||||||
| Overige bekostiging media | 780 | 791 | 791 | ||||||
| Subsidies (regelingen) | 8.411 | 22.562 | 24.000 | 46.562 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Subsidies | 8.411 | 22.562 | 11.000 | 11.562 | |||||
| Steunfonds Lokale Informatievoorziening | 0 | 0 | 35.000 | 35.000 | |||||
| Opdrachten | 442 | 442 | 0 | 442 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Opdrachten | 442 | 442 | 442 | ||||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 4.718 | 4.782 | 0 | 4.782 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Commissariaat voor de Media | 4.718 | 4.782 | 4.782 | ||||||
| Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties | 61 | 61 | 0 | 61 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| European Audiovisual Observatory | 61 | 61 | 61 | ||||||
| Ontvangsten | 147.854 | 160.200 | 0 | 160.200 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Kamerstukken II 2019/20, 35 441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 464, nr. 1.
2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen
b. Budgettaire consequenties beleidsartikel
| Stand vastgestelde begroting (incl. NvW) 2020 | Mutaties ISB 2020 | Stand na ISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 2.351.993 | 300.000 | 2.653.015 | |||||
| Totale uitgaven | 1.004.072 | 300.000 | 1.304.072 | |||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 97,0% | |||||||
| Bekostiging | 851.217 | 270.000 | 1.121.217 | |||||
| Culturele basisinfrastructuur | 455.571 | 220.000 | 675.571 | |||||
| Vierjaarlijkse instellingen | 249.748 | 150.000 | 399.748 | |||||
| Vierjaarlijkse fondsen | 205.823 | 70.000 | 275.823 | |||||
| Erfgoedwet | 128.614 | 128.614 | ||||||
| Huisvesting | 87.208 | 87.208 | ||||||
| Beheer en onderhoud collecties | 41.406 | 41.406 | ||||||
| Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen | 49.786 | 49.786 | ||||||
| Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen | 23.101 | 23.101 | ||||||
| Digitale openbare bibliotheek | 14.674 | 14.674 | ||||||
| Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten | 12.011 | 12.011 | ||||||
| Monumentenzorg | 174.241 | 50.000 | 224.241 | |||||
| Archieven incl. Regionale Historische Centra | 25.938 | 25.938 | ||||||
| Flankerend beleid huisvesting | 6.573 | 6.573 | ||||||
| Cultuureducatie met Kwaliteit | 10.494 | 10.494 | ||||||
| Subsidies | 92.823 | 30.000 | 122.823 | |||||
| Verbreden inzet cultuur | 15.694 | 15.694 | ||||||
| Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS) | 9.005 | 9.005 | ||||||
| Programma leesbevordering | 3.350 | 3.350 | ||||||
| Creatieve Industrie | 1.975 | 1.975 | ||||||
| Monumentenzorg | 138 | 138 | ||||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 1.000 | 1.000 | ||||||
| Specifiek cultuurbeleid | 61.661 | 30.000 | 91.661 | |||||
| Opdrachten | 14.843 | 14.843 | ||||||
| Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis | 2.026 | 2.026 | ||||||
| Monumentenzorg | 3.717 | 3.717 | ||||||
| Archeologie | 4.393 | 4.393 | ||||||
| Erfgoed en fysieke leefomgeving | 2.500 | 2.500 | ||||||
| Overige opdrachten | 2.207 | 2.207 | ||||||
| Bijdragen aan agentschappen | 42.340 | 42.340 | ||||||
| Nationaal Archief | 28.862 | 28.862 | ||||||
| Nationaal Archief Programma | 13.478 | 13.478 | ||||||
| Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties | 2.849 | 2.849 | ||||||
| Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties | 2.849 | 2.849 | ||||||
| Ontvangsten | 494 | 494 | ||||||
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 24,0 miljoen. Hiermee wordt het huidige Steunfonds met zes maanden verlengd. De uitvoering van het Steunfonds is belegd bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Tevens wordt de 11,0 miljoen die eerder beschikbaar was gesteld voor hetzelfde doel op hetzelfde subsidiebudget gezet. Hierdoor staan alle middelen voor het Steunfonds bij elkaar.
Toelichting
Het financieel instrument subsidies wordt in 2020 nmalig verhoogd met 40,0 miljoen. Het betreft de middelen voor de vrije theaterproducenten die door middel van subsidieregelingen op specifiek cultuurbeleid worden uitgegeven.
3. De Beleidsartikelen
3.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs
| Stand na ISB | Stand 1e suppletoire begroting 20201 | Mutaties 2e ISB 2020 | Stand 2eISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 11.703.253 | 12.143.581 | 255.750 | 12.399.331 | |||||
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | ||||||
| waarvan overig | 11.703.253 | 12.143.581 | 255.750 | 12.399.331 | |||||
| Totale uitgaven | 11.673.612 | 12.113.940 | 255.750 | 12.369.690 | |||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,9% | ||||||||
| Bekostiging | 11.006.420 | 11.426.285 | 7.900 | 11.434.185 | |||||
| Hoofdbekostiging | 10.687.581 | 11.097.216 | 11.000 | 11.108.216 | |||||
| Bekostiging Primair Onderwijs | 10.669.600 | 11.076.755 | 11.000 | 11.087.755 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 17.981 | 20.461 | 20.461 | ||||||
| Prestatiebox | 296.187 | 306.417 | 306.417 | ||||||
| Aanvullende bekostiging | 22.652 | 22.652 | 3.100 | 19.552 | |||||
| Overig | 22.652 | 22.652 | 3.100 | 19.552 | |||||
| Subsidies (regelingen) | 106.512 | 112.534 | 245.800 | 358.334 | |||||
| Regeling Onderwijsvoorziening jonggehandicapten | 23.200 | 23200 | 23.200 | ||||||
| Nederlands onderwijs buitenland | 12.600 | 12.600 | 12.600 | ||||||
| Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs | 12.630 | 12.630 | 12.630 | ||||||
| Inhaal- en ondersteuningsprogrammas | 0 | 0 | 242.000 | 242.000 | |||||
| Overig | 58.082 | 64.104 | 3.800 | 67.904 | |||||
| Opdrachten | 11.296 | 2.847 | 2.050 | 4.897 | |||||
| Bijdrage aan agentschappen | 33.145 | 39.396 | 0 | 39.396 | |||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 33.145 | 39.396 | 39.396 | ||||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 7.734 | 7.734 | 0 | 7.734 | |||||
| Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds | 5.231 | 5.231 | 5.231 | ||||||
| UWV | 2.503 | 2.503 | 2.503 | ||||||
| Bijdrage aan medeoverheden | 508.505 | 525.144 | 0 | 525.144 | |||||
| Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid | 492.391 | 509.184 | 509.184 | ||||||
| Caribisch Nederland | 16.114 | 15.960 | 15.960 | ||||||
| Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| Brede scholen | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Ontvangsten | 26.961 | 26.961 | 0 | 26.961 | |||||
Toelichting
Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 7,9 miljoen. Dit betreft onder andere de eenmalige verlenging van drie maanden van de nieuwkomersbekostiging. Hiervoor is 11,0 miljoen beschikbaar.
Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 245,8 miljoen. Dit betreft onder andere de specifieke subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogrammas van 242,0 miljoen. Het gehele beschikbare budget voor deze subsidieregeling wordt onder artikel 1 geplaatst. De onderverdeling per onderwijssector is als volgt: primair onderwijs en voorschoolse educatie 109,0 miljoen, voortgezet onderwijs 65,0 miljoen en middelbaar beroepsonderwijs 68,0 miljoen.
Het financieel instrument Opdrachten wordt in 2020 verhoogd met 2,1 miljoen.
3.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs
| Stand na ISB | Stand 1e suppletoire begroting 20201 | Mutaties 2e ISB 2020 | Stand 2e ISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 8.764.097 | 9.074.483 | 7.600 | 9.082.083 | |||||
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | ||||||
| waarvan overig | 8.764.097 | 9.074.483 | 7.600 | 9.082.083 | |||||
| Totale uitgaven | 8.746.413 | 9.056.799 | 7.600 | 9.064.399 | |||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,9% | ||||||||
| Bekostiging | 8.550.944 | 8.853.585 | 10.000 | 8.863.585 | |||||
| Hoofdbekostiging | 8.220.410 | 8.512.716 | 10.000 | 8.522.716 | |||||
| Bekostiging voortgezet onderwijs lumpsum | 8.204.489 | 8.494.917 | 10.000 | 8.504.917 | |||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 15.921 | 17.799 | 17.799 | ||||||
| Prestatiebox | 313.434 | 323.769 | 323.769 | ||||||
| Regeling prestatiebox voortgezet onderwijs | 313.434 | 323.769 | 323.769 | ||||||
| Aanvullende bekostiging | 17.100 | 17.100 | 17.100 | ||||||
| Resultaatafhankelijke bekostiging vsv voor vo-scholen | 17.100 | 17.100 | 17.100 | ||||||
| Subsidies (regelingen) | 90.449 | 88.599 | 2.400 | 86.199 | |||||
| Stichting Kennisnet (basissubsidie) PO, VO, MBO | 19.240 | 19.240 | 19.240 | ||||||
| Pilots Zomerscholen | 9.000 | 9.000 | 1.700 | 7.300 | |||||
| Overige projecten | 62.209 | 60.359 | 700 | 59.659 | |||||
| Opdrachten | 6.770 | 6.686 | 0 | 6.686 | |||||
| In- en uitbesteding | 6.770 | 6.686 | 6.686 | ||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 52.530 | 54.059 | 0 | 54.059 | |||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 52.530 | 54.059 | 54.059 | ||||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 45.525 | 53.675 | 0 | 53.675 | |||||
| ZBO: College voor Toetsen en Examens | 4.380 | 12.790 | 12.790 | ||||||
| SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen PO/VO/BVE (incl. examens) | 41.145 | 40.885 | 40.885 | ||||||
| Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 195 | 195 | 0 | 195 | |||||
| GRAZ (ECML) en PISA | 195 | 195 | 195 | ||||||
| Ontvangsten | 7.391 | 7.391 | 0 | 7.391 | |||||
Toelichting
Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 10,0 miljoen. Dit betreft de eenmalige verlenging van drie maanden van de nieuwkomersbekostiging.
Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 incidenteel verlaagd met 2,4 miljoen.
3.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
| Stand na ISB | Stand 1e suppletoire begroting 20201 | Mutaties 2e ISB 2020 | Stand 2e ISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 4.412.944 | 4.629.145 | 19.000 | 4.648.145 | 11.000 | ||||
| waarvan garantieverplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| waarvan overig | 4.412.944 | 4.629.145 | 19.000 | 4.648.145 | 11.000 | ||||
| Totale uitgaven | 4.679.783 | 4.799.606 | 15.000 | 4.814.606 | 15.000 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 99,7% | ||||||||
| Bekostiging | 4.218.548 | 4.343.072 | 0 | 4.343.072 | 0 | ||||
| Hoofdbekostiging | 3.673.007 | 3.798.077 | 3.798.077 | ||||||
| Bekostiging mbo-instellingen | 3.600.387 | 3.722.559 | 3.722.559 | ||||||
| Bekostiging Caribisch Nederland | 7.220 | 8.153 | 8.153 | ||||||
| Bekostiging vavo | 65.400 | 67.365 | 67.365 | ||||||
| Kwaliteitsafspraken | 440.000 | 440.000 | 440.000 | ||||||
| Investeringbudget | 440.000 | 440.000 | 440.000 | ||||||
| Resultaatafhankelijk budget | 0 | 0 | 0 | ||||||
| Aanvullende bekostiging | 105.541 | 104.995 | 104.995 | ||||||
| Regionaal Investeringsfonds | 23.075 | 22.975 | 22.975 | ||||||
| Salarismix Randstadregio's | 50.000 | 51.503 | 51.503 | ||||||
| Regionaal Programma | 30.466 | 30.466 | 30.466 | ||||||
| Gelijke kansen | 2.000 | 51 | 51 | ||||||
| Subsidies (regelingen) | 255.647 | 255.728 | 10.600 | 266.328 | 10.600 | ||||
| Subsidieregeling praktijkleren | 212.600 | 213.500 | 10.600 | 224.100 | 10.600 | ||||
| Leven Lang Ontwikkelen | 11.750 | 6.631 | 6.631 | ||||||
| Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal | 14.500 | 15.200 | 15.200 | ||||||
| Loopbaanorientatie | 1.275 | 3.275 | 3.275 | ||||||
| Vakwedstrijden MBO | 3.200 | 3.200 | 3.200 | ||||||
| Overige subsidies | 12.322 | 13.922 | 13.922 | ||||||
| Opdrachten | 4.990 | 6.779 | 0 | 6.779 | 0 | ||||
| In- en uitbesteding | 4.990 | 6.779 | 6.779 | ||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 19.334 | 18.956 | 400 | 19.356 | 400 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 16.334 | 16.776 | 16.776 | ||||||
| Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | 3.000 | 2.180 | 400 | 2.580 | 400 | ||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 66.399 | 56.746 | 4.000 | 60.746 | 4.000 | ||||
| College voor Toetsen en Examens | 6.893 | 0 | 0 | ||||||
| Wet SLOA | 3.273 | 220 | 220 | ||||||
| SBB | 56.233 | 56.526 | 4.000 | 60.526 | 4.000 | ||||
| Bijdrage aan medeoverheden | 114.865 | 118.325 | 0 | 118.325 | 0 | ||||
| RMC's | 35.309 | 36.951 | 36.951 | ||||||
| Educatie | 60.356 | 62.174 | 62.174 | ||||||
| Regionaal Programma | 19.200 | 19.200 | 19.200 | ||||||
| Ontvangsten | 4.000 | 4.000 | 0 | 4.000 | 0 | ||||
Toelichting
Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 en 2021 verhoogd met 10,6 miljoen. Het betreft de subsidieregeling praktijkleren. Er wordt zo een impuls gegeven aan conjunctuur- en contactgevoelige sectoren die ook geraakt worden door de genomen maatregelen als gevolg van COVID-19.
Het financieel instrument Bijdrage aan ZBO's/RWT's wordt in 2020 en 2021 verhoogd met 4,0 miljoen. Dit betreft kosten voor de tijdelijke uitbreiding voor de acquisitie en ondersteuning van leerwerkbedrijven door Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SSB).
Het instrument Bijdrage aan agentschappen wordt verhoogd met 0,4 miljoen voor de jaren 2020 en 2021. Dit betreft de uitvoeringskosten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
3.6 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering
| Stand na ISB | Stand 1e suppletoire begroting 20202 | Mutaties 2e ISB 2020 | Stand 2e ISB 2020 | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 5.221.098 | 5.276.244 | 47.500 | 5.323.744 | 152.500 | ||||
| Totale uitgaven | 5.221.098 | 5.276.244 | 47.500 | 5.323.744 | 152.500 | ||||
| waarvan juridisch verplicht (%) | 100% | ||||||||
| Inkomensoverdracht | 2.137.924 | 2.343.397 | 40.000 | 2.383.397 | 145.000 | ||||
| Basisbeurs gift (R) | 840.285 | 861.592 | 861.592 | ||||||
| Aanvullende beurs gift (R) | 674.557 | 691.913 | 691.913 | ||||||
| Reisvoorziening gift (R) | 542.961 | 692.420 | 692.420 | ||||||
| Caribisch Nederland gift (R) | 3.210 | 3.366 | 3.366 | ||||||
| Overige uitgaven (R) | 76.911 | 94.106 | 40.000 | 134.106 | 145.000 | ||||
| Leningen | 2.965.119 | 2.811.665 | 0 | 2.811.665 | 0 | ||||
| Basisbeurs prestatiebeurs (NR) | 608.035 | 556.199 | 556.199 | ||||||
| Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR) | 115.192 | 100.399 | 100.399 | ||||||
| Reisvoorziening (NR) | 98.339 | 130.999 | 130.999 | ||||||
| Rentedragende lening (NR) | 2.924.417 | 2.741.301 | 2.741.301 | ||||||
| Collegegeldkrediet (NR) | 353.529 | 321.568 | 321.568 | ||||||
| Leven lang leren krediet (NR) | 45.000 | 36.000 | 36.000 | ||||||
| Overige uitgaven (NR) | 36.677 | 37.597 | 37.597 | ||||||
| Bijdrage aan agentschappen | 118.055 | 121.182 | 7.500 | 128.682 | 7.500 | ||||
| Dienst Uitvoering Onderwijs | 118.055 | 121.182 | 7.500 | 128.682 | 7.500 | ||||
| Ontvangsten | 936.149 | 945.676 | 0 | 945.676 | 0 | ||||
| Ontvangsten (R) | 139.535 | 95.705 | 95.705 | ||||||
| Ontvangen rente (R) | 89.518 | 59.204 | 59.204 | ||||||
| Overige ontvangsten (R) | 50.017 | 36.501 | 36.501 | ||||||
| Ontvangsten (NR) | 796.614 | 849.971 | 849.971 | ||||||
| Terugontvangen hoofdsom (NR) | 796.614 | 849.971 | 849.971 | ||||||
Toelichting
Het instrument Inkomensoverdracht wordt verhoogd met 40,0 miljoen. Dit betreft de compensatie van studenten van wie het recht op basisbeurs en/of aanvullende beurs afloopt.
Het instrument Bijdrage aan agentschappen wordt verhoogd met 7,5 miljoen in 2020 en 2021. Dit betreft de uitvoeringskosten voor de compensatie van mbo en ho studenten.