Base description which applies to whole site

Incidentele suppletoire begroting inzake Coronamaatregelen | 16-06-2020

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vijfde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, kan niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en is het kabinet reeds gestart met de uitvoering van de maatregelen. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze vijfde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf geïnformeerd via de brief Stand van zaken COVID-19 van 8 december 2020 jl. met kenmerk 1792353–215138-PDC19.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vierde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, kan niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en is het kabinet reeds gestart met de uitvoering van de maatregelen. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze eerste incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, kan niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en is het kabinet reeds gestart met de uitvoering van de maatregelen. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

Ik wil er bij deze gelegenheid op wijzen dat de Corona-gerelateerde uitgaven en verplichtingen van het kabinet met grote spoed en onder zeer grote druk tot stand zijn gekomen. Vanwege het spoedeisende karakter van deze maatregelen is ten aanzien van de uitgaven en verplichtingen het risico op fouten en onzekerheden in de rechtmatigheid in beginsel groter. Dit risico wordt onderkend en inspanningen zullen erop gericht zijn om dit risico zoveel mogelijk te beheersen. En van deze beheersingsmaatregelen is om als hoofdregel te hanteren dat conform wet- en regelgeving wordt gehandeld en daarbij te bezien in hoeverre een beroep kan worden gedaan op wettelijk toegestane uitzonderingsgronden. Zo mag VWS bij aanbestedingen een beroep doen op de uitzonderingsgrond dwingende spoed, zodat goederen en diensten direct bij n marktpartij mogen worden verworven.

Ik sluit op voorhand niet uit dat het spoedeisende karakter niet in alle gevallen te verenigen is met de comptabele wet- en regelgeving. Dit zou kunnen leiden tot onzekerheden of fouten in de rechtmatigheid. Deze gevallen zullen, conform de comply or explain-regel, aan Uw Kamer toegelicht worden.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in: de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze derde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, kan niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en is het kabinet reeds gestart met de uitvoering van de maatregelen. Hiermee wordt gehandeld conform lid2van artikel2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze eerste incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, kan niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en is het kabinet reeds gestart met de uitvoering van de maatregelen. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

B Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen

B Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen

B Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen

1. Leeswijzer

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige- en technische mutaties toegelicht worden vanaf 2,5miljoen of wanneer deze politiek relevant zijn.

1. Leeswijzer

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige- en technische mutaties toegelicht worden vanaf € 2,5 miljoen of wanneer deze politiek relevant zijn.

1. Leeswijzer

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige- en technische mutaties toegelicht worden vanaf 2,5 miljoen of wanneer deze politiek relevant zijn.

1. Leeswijzer

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige- en technische mutaties toegelicht worden vanaf 2,5 miljoen of wanneer deze politiek relevant zijn.

1. Leeswijzer

Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige- en technische mutaties toegelicht worden vanaf 2,5 miljoen of wanneer deze politiek relevant zijn.

2. Beleid

2. Beleid

2. Beleid

2. Beleid

2. Beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 1 Totaal COVID-19 gerelateerde uitgaven- en ontvangstenmutaties 2020 (bedragen x 1 mln.)

Maatregel1

Bedrag 20202

Bedrag 2021

Bedrag 2022

1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

1.589

60

2) GGD'en en veiligheidsregio's

511

459

3) IC-capaciteit

118

167

20

4) Ondersteuning sportsector

146

5) Ondersteuning zorgpersoneel

33

3

6) Onderzoek inzake COVID-19

42

25

7) Testcapaciteit RIVM en GGD

300

8) Vaccin ontwikkeling en medicatie

455

300

9) Zorgbonus

1.327

834

10) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland

57

13

11) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)

17

111

12) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)

190

13) Overige maatregelen (plafond Zorg)

16

45

Totaal

4.801

1.897

20

1

Deze tabel betreft zowel plafond Rijksbegroting, als plafond Zorg

2

2019/20, 35450 XVI, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 34493, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35493, nr. 5, nr. ISB 2 volgt

Bovenstaand overzicht, dat ook is opgenomen in de ontwerpbegroting VWS 2021, geeft een totaaloverzicht van alle COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten, zoals verwerkt in de eerste suppletoire begroting, de eerste incidentele suppletoire begroting, de nota van wijziging, de tweede incidentele suppletoire begroting en de ontwerpbegroting 2021.

Onderstaand overzicht bevat de COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten zoals opgenomen in deze tweede incidentele suppletoire begroting, waarvoor de autorisatie van de Kamer wordt gevraagd.

Tabel 2 Belangrijkste incidentele suppletoire COVID-19 gerelateerde uitgaven- en ontvangstenmutaties 2020 (2e incidentele suppletoire begroting) (bedragen x 1 mln.)

Rijksbegroting

Artikelnummer

Uitgaven 2020

2021

2022

1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

2

167

25

2) GGD'en en veiligheidsregio's

1

491

459

3) IC-capaciteit

1 en 4

118

167

20

4) Ondersteuning zorgpersoneel

4

3

5) Onderzoek inzake COVID-19

1

19

25

6) Vaccin ontwikkeling en medicatie

1

300

300

7) Zorgbonus

4

113

834

8) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland

4

26

13

9) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)

1, 4 en 10

15

111

Totaal uitgaven Rijksbegroting

423

1.937

20

Ontvangsten 2020

2021

Totaal ontvangsten Rijksbegroting

470

85

Plafond Zorg

Uitgaven 2020

2021

10) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)

190

11) Overige maatregelen (plafond Zorg)

16

45

Totale uitgaven plafond Zorg

206

45

Toelichting

Hieronder treft u per post een korte toelichting. Ook in de artikelen is een toelichting opgenomen.

Aanvullende bevoorschotting van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen ten behoeve van persoonlijke beschermingsmaterialen.

Door de GGD'en en veiligheidsregio's gemaakte kosten voor onder meer bron- en contactonderzoek en het opzetten van teststraten.

Uitgaven voor de geplande opschaling van IC-capaciteit inclusief het opleiden van IC-personeel.

(Her)registratie van personeel dat beschikbaar wil zijn tijdens de coronacrisis.

Onderzoek naar COVID-19, waaronder rioolonderzoek, uit te voeren door ZonMw, RIVM, GGD'en en derden.

Om aan de financile verplichtingen te kunnen voordoen wordt de eerder beschikbaar gestelde 700 miljoen deels beschikbaar in 2021.

Er wordt ook in 2021 een bonusregeling gemaakt van netto 500 voor zorgprofessionals. Daarnaast is een intertemporele compensatie van 2020 naar 2021 van 112,6 miljoen verwerkt.

Het versterken van de publieke gezondheid, extra capaciteit bij medische evacuaties en voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen in het Caribisch deel van Nederland.

Meerdere kleine maatregelen (plafond Rijksbegroting) waaronder voor JGZ-instellingen, campagne Samen Sterk en het Landelijk Cordinatiecentrum Patinten Spreiding (LCPS).

Zorgaanbieders in de Wlz maken extra personele en materile kosten in verband met het COVID-19. De NZa heeft hiervoor een beleidsregel opgesteld. Het financile effect hiervan wordt ingeschat op 150 miljoen voor zorg in natura over de periode maart tot en met mei 2020 en 40 miljoen voor pgb-budgethouders over de periode maart tot en met juli 2020.

Deze post bestaat uit diverse maatregelen (plafond Zorg) voor de opschaling van de IC- en Eerstelijnsverblijf (ELV)-capaciteit, alsmede voor een pakketmaatregel voor extra fysiotherapie voor ex-coronapatinten.

Tabel 3 Overzicht verstrekte garanties t.b.v. COVID-19 maatregelen (bedragen x 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2019

Verleend 2020

Uitstaande garanties 2020

Vervalt per datum1

Totaal plafond

Totaalstand risico voorziening

Artikel 2. Curatieve zorg

Garantie NVZA

0

20.400

20.400

31juli 2021

20.400

geen

Artikel 2. Curatieve zorg

Garantie LHC (Mediq)

0

open

niet gemaximeerd

24juni 2021

geen

geen

1

kan indien nodig verlengt worden

Toelichting

Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 zijn op 23maart en 7april 2020 garanties afgegeven om de inkoop van noodzakelijke genees- en hulpmiddelen te borgen. Met de garantieregeling Landelijk Consortium Hulpmiddelen (Mediq) is beoogd de inkoop van medische hulpmiddelen (waaronder mondkapjes en andere beschermingsmaterialen) te borgen en met de garantieregeling met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA) wordt beoogd om de aankoop van geneesmiddelen, grondstoffen en andere geneeskundige middelen voor de gezondheidszorg gerelateerd aan de behandeling van COVID-19 patinten te borgen.

De garantieregelingen met NVZA en Mediq zijn verlengd tot 31juli 2021 respectievelijk 24juni 2021. In de bijlage zijn de toetsingskaders opgenomen.

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 1 Totaal COVID-19 gerelateerde uitgaven- en ontvangstenmutaties 2020 (bedragen x 1mln.)

Maatregel1

Bedrag 20202

Bedrag 2021

Bedrag 2022

1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

1.589

60

2) GGD'en en veiligheidsregio's

511

459

3) IC-capaciteit

118

167

20

4) Ondersteuning sportsector

146

5) Ondersteuning zorgpersoneel

33

3

6) Onderzoek inzake COVID-19

42

25

7) Testcapaciteit

551

405

8) Vaccin ontwikkeling en medicatie

455

300

9) Zorgbonus

1.327

834

10) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland

57

13

11) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)

17

111

12) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)

190

13) Overige maatregelen (plafond Zorg)

16

45

Totaal

5.051

2.302

20

1

Deze tabel betreft zowel plafond Rijksbegroting, als het plafond Zorg.

2

2019/20, 35450 XVI, nr.1, Kamerstukken II 2019/20, 34493, nr.1, Kamerstukken II 2019/20, 35493, nr.5, nr.ISB 2 en 3 volgen.

Bovenstaand overzicht geeft een totaaloverzicht van alle COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten, zoals verwerkt in de eerste suppletoire begroting, de eerste incidentele suppletoire begroting, de nota van wijziging op de eerste incidentele suppletoire begroting, de tweede incidentele suppletoire begroting, de ontwerpbegroting 2021, de derde incidentele suppletoire begroting en de nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021.

Onderstaand overzicht bevat de COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten zoals opgenomen in deze derde incidentele suppletoire begroting, waarvoor de autorisatie van de Kamer wordt gevraagd.

Tabel 2 Belangrijkste incidentele suppletoire COVID-19 gerelateerde uitgaven- en ontvangstenmutaties 2020 (3e incidentele suppletoire begroting) (bedragen x 1mln.)

Rijksbegroting

Artikelnummer

Uitgaven 2020

2021

1) Testcapaciteit

1

250,4

405,2

Totaal uitgaven Rijksbegroting

250,4

405,2

Toelichting

In beleidsartikel 1 is een toelichting opgenomen.

Tabel 3 Overzicht verstrekte garanties t.b.v. COVID-19 maatregelen (bedragen x 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2019

Geraamd te verlenen 2020

Uitstaande garanties 2020

Vervalt per datum1

Totaal plafond

Totaalstand risico voorziening

Artikel1. Volksgezondheid

Garantie U-Diagnostics

0

23.400

23.400

31januari 2021

23.400

Artikel1. Volksgezondheid

Garantie Eurofins

0

169.700

169.700

31januari 2021

169.700

Artikel1. Volksgezondheid

Garantie Synlab

0

123.600

123.600

30april 2021

123.600

Artikel1. Volksgezondheid

Garantie testmaterialen

0

230.500

230.500

1april 2021

230.500

Totaal

0

547.200

547.200

547.200

0

1

Kan indien nodig worden verlengd.

Toelichting

De Staat is recentelijk een aantal principeovereenkomsten aangegaan met verschillende leveranciers voor zogeheten polymerase chain reaction-tests (hierna PCR). Het betreft garantstellingen van VWS zodat GGDen de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar gecontracteerde laboratoria. De leveranciers garanderen beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. Deze overeenkomsten zijn nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van het beleid van het kabinet om te testen en daarmee het coronavirus te kunnen traceren, monitoren en beheersen en sluit aan bij de beschikbaar gestelde midddelen in deze derde incidentele suppletoire begroting. In de bijlage van deze derde incidentele suppletoire begroting zijn de toetsingskaders opgenomen.

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 1 Totaal COVID-19 gerelateerde uitgaven- en ontvangstenmutaties (bedragen x 1 mln.)

Maatregel1

Bedrag 20202

Bedrag 2021

Bedrag 2022

1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

1.810

146

11

2) GGD'en en veiligheidsregio's

477

467

3) IC-capaciteit

118

174

154

4) Ondersteuning sportsector

84

60

5) Ondersteuning zorgpersoneel

15

22

6) Onderzoek inzake COVID-19

52

40

7) Testcapaciteit RIVM en GGD

929

1.375

8) Vaccin ontwikkeling en medicatie

123

635

9) Zorgbonus

1.201

970

10) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland

78

13

11) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)

62

123

12) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)

190

13) Overige maatregelen (plafond Zorg)

16

45

Totaal

5.154

3.778

143

1

Deze tabel betreft zowel plafond Rijksbegroting, als het plafond Zorg

2

Kamerstukken II 2019/20, 35 450 XVI, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35493, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35493, nr. 5, ISB2 Kamerstukken II 2020/21, 35567, nr. 1, ISB3 Kamerstukken II 2020/21, nr. 35585. nr. 1, nr. ISB4 volgt.

Bovenstaand overzicht geeft een totaaloverzicht van alle COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten op de VWS-begroting, zoals verwerkt in de relevante begrotingsstukken. Het betreft de corona gerelateerde mutaties zoals opgenomen in de eerste suppletoire begroting 2020, de eerste incidentele suppletoire begroting 2020, de nota van wijziging op de eerste incidentele suppletoire begroting 2020, de tweede incidentele suppletoire begroting 2020, de ontwerpbegroting 2021, de derde incidentele suppletoire begroting 2020, de eerste nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021, de nota van wijziging op de tweede incidentele suppletoire begroting en de tweede nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021. De totaal tabel is inclusief de mutaties van deze vierde incidentele suppletoire begroting. Tevens sluit deze tabel aan bij de, tegelijkertijd ingediende, derde nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021.

Onderstaand overzicht bevat de belangrijkste COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten zoals opgenomen in deze vierde incidentele suppletoire begroting en tevens derde nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021, waarvoor de autorisatie van de Kamer wordt gevraagd.

Tabel 2 Belangrijkste incidentele suppletoire COVID-19 gerelateerde uitgaven- en ontvangstenmutaties (4e incidentele suppletoire begroting en derde nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021) (bedragen x 1 mln.)

Maatregel

Bedrag 2020

Bedrag 2021

Bedrag 2022

uitgaven

1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

222

113

2) GGD'en en veiligheidsregio's

34

8

4) Ondersteuning sportsector

62

60

5) Ondersteuning zorgpersoneel

19

19

6) Onderzoek inzake COVID-19

10

15

7) Testcapaciteit RIVM en GGD

379

970

8) Vaccin ontwikkeling en medicatie

332

335

9) Zorgbonus

126

136

10) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland

21

11) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)

32

12

ontvangsten

199

11

Totaal ontvangsten en uitgaven

90

1.469

11

Toelichting

In de artikelen is een toelichting opgenomen.

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 1 Belangrijkste incidentele suppletoire COVID-19 gerelateerde uitgaven- en ontvangstenmutaties 2020 (Eerste incidentele suppletoire begroting) (bedragen x 1 mln.)

Artikelnummer

Uitgaven 2020

1) Uitbreiding testcapaciteit

1

300,3

2) GGD en veiligheidsregios COVID-19

1

20,0

3) BCG-vaccin

1

4,5

4) ZonMw Onderzoek COVID-19

1

3,0

5) Vaccinontwikkeling

1

700,0

6) Aanschaf en distributie medische hulpmiddelen

2 en 3

452,0

7) Campagne alleen samen

4

4,0

8) Programma Realisatie Digitale Ondersteuning COVID-19

4 en 10

9,7

9) Ondersteuning Sportsector

6

110,0

Totaal uitgaven

1.603,5

Ontvangsten 2020

Verkoop medische hulpmiddelen

2

180,0

Totaal ontvangsten

180,0

Toelichting

In de beleidsartikelen is een toelichting opgenomen.

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 1 Totaal COVID-19 gerelateerde uitgaven- en ontvangsten (bedragen x € 1 mln.)

Maatregel

Bedrag 20201

Bedrag 2021

Bedrag 2022

A. Begrotingsgefinancierd

     

1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

1.810

– 146

– 11

2) GGD'en en veiligheidsregio's

477

467

 

3) IC-capaciteit

118

174

154

4) Ondersteuning sportsector

84

60

 

5) Ondersteuning zorgpersoneel

15

22

 

6) Onderzoek inzake COVID-19

52

40

 

7) Testcapaciteit RIVM en GGD

929

1.375

 

8) Vaccin ontwikkeling en medicatie

123

635

 

9) Zorgbonus

2.001

970

 

10) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland

78

13

 

11) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)

62

123

 

Totaal A

5.749

3.733

143

       

B. Premiegefinancierd

     

12) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)

190

   

13) Overige maatregelen (plafond Zorg)

16

45

 

Totaal B

206

45

 
       

Totaal A+B=C

5.955

3.778

143

1

Kamerstukken II 2019/20, 35 450 XVI, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 493, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 493, nr. 5, ISB2 Kamerstukken II 2020/21, 35 567, nr. 1, ISB3 Kamerstukken II 2020/21, nr. 35 585. nr. 1, ISB4 Kamerstukken II 2020/21, nr. 35 634, nr. 1, 2e suppletoire begroting 2020 Kamerstukken II 2020/21, nr. 35 650, nr. 1.

Bovenstaand overzicht geeft een totaaloverzicht van alle COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten op de VWS-begroting, zoals verwerkt in de relevante begrotingsstukken. Het betreft de corona gerelateerde mutaties zoals opgenomen in de eerste suppletoire begroting 2020, de eerste incidentele suppletoire begroting 2020, de nota van wijziging op de eerste incidentele suppletoire begroting 2020, de tweede incidentele suppletoire begroting 2020, de ontwerpbegroting 2021, de derde incidentele suppletoire begroting 2020, de eerste nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021, de nota van wijziging op de tweede incidentele suppletoire begroting, de tweede nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021, de vierde incidentele suppletoire begroting 2020, de derde nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021, de tweede suppletoire begroting 2020 en de nota van wijziging op de tweede suppletoire begroting 2020. Deze vijfde incidentele begroting 2020 betreft alleen verplichtingenmutaties 2020 en heeft geen gevolgen voor de uitgaven in 2020. De verplichtingenmutaties worden toegelicht in de beleidsartikelen.

3. Beleidsartikelen

3. Beleidsartikelen

3. Beleidsartikelen

3. Beleidsartikelen

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1 Volksgezondheid

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid 5e incidentele suppletoire begroting 2020 (ISB) (bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 2e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW), ISB3, ISB4 en NvW 2e supp)

Mutaties 5e ISB

Stand 5e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

841.280

3.231.667

797.500

4.029.167

0

0

0

0

                 

Uitgaven

1.039.858

2.687.698

0

2.687.698

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

95,30%

             
                 

1. Gezondheidsbeleid

433.721

409.689

0

409.689

0

0

0

0

                 

Subsidies

25.007

23.243

0

23.243

0

0

0

0

(Lokaal) gezondheidsbeleid

24.520

22.743

0

22.743

0

0

0

0

Overige

487

500

0

500

0

0

0

0

                 

Opdrachten

2.080

3.465

0

3.465

0

0

0

0

(Lokaal) gezondheidsbeleid

2.080

3.465

0

3.465

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan agentschappen

108.907

127.696

0

127.696

0

0

0

0

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

90.474

94.594

0

94.594

0

0

0

0

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

17.846

32.909

0

32.909

0

0

0

0

Overige

587

193

0

193

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

297.590

255.270

0

255.270

0

0

0

0

ZonMw: programmering

297.590

255.270

 

255.270

 

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan medeoverheden

137

15

0

15

0

0

0

0

Aanpak Gezondheidsachterstanden

137

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

15

0

15

0

0

0

0

                 

2. Ziektepreventie

439.164

2.109.551

0

2.109.551

0

0

0

0

                 

Subsidies

206.085

332.247

0

332.247

0

0

0

0

Ziektepreventie

9.069

124.297

 

124.297

0

0

0

0

Bevolkingsonderzoeken

147.196

145.812

0

145.812

0

0

0

0

Vaccinaties

49.820

62.138

0

62.138

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

Opdrachten

10.355

706.384

0

706.384

0

0

0

0

Ziektepreventie

10.355

706.384

 

706.384

   

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

Bijdrage aan agentschappen

221.680

583.321

0

583.321

0

0

0

0

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

93.396

460.231

 

460.231

 

0

0

0

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

37.631

37.362

0

37.362

0

0

0

0

RIVM: Vaccinaties

89.640

85.715

0

85.715

0

0

0

0

Overige

1.013

13

0

13

0

0

0

0

                 

Bijdrage aan medeoverheden

1.044

487.599

0

487.599

0

0

0

0

Overige

1.044

487.599

 

487.599

 

0

0

0

                 

3. Gezondheidsbevordering

140.318

138.346

0

138.346

0

0

0

0

                 

Subsidies

116.037

115.875

0

115.875

0

0

0

0

Preventie van schadelijk middelengebruik

19.114

23.220

0

23.220

0

0

0

0

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

23.857

30.741

0

30.741

0

0

0

0

Letselpreventie

4.301

4.677

0

4.677

0

0

0

0

Bevordering van seksuele gezondheid

67.788

56.235

0

56.235

0

0

0

0

Overige

977

1.002

0

1.002

0

0

0

0

                 

Opdrachten

9.029

7.990

0

7.990

0

0

0

0

Gezondheidsbevordering

9.029

7.990

0

7.990

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan agentschappen

1.242

0

0

0

0

0

0

0

Overige

1.242

0

0

0

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

114

117

0

117

0

0

0

0

Overige

114

117

0

117

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan medeoverheden

13.896

14.364

0

14.364

0

0

0

0

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

13.896

14.364

0

14.364

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

4. Ethiek

26.655

30.112

0

30.112

0

0

0

0

                 

Subsidies

24.374

26.718

0

26.718

0

0

0

0

Abortusklinieken

17.482

17.878

0

17.878

0

0

0

0

Medische Ethiek

6.892

8.840

0

8.840

0

0

0

0

                 

Opdrachten

772

785

0

785

0

0

0

0

Medische Ethiek

772

785

0

785

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan agentschappen

1.509

2.609

0

2.609

0

0

0

0

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

1.509

2.609

0

2.609

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

13.903

31.303

0

31.303

0

0

0

0

Overige

13.903

31.303

0

31.303

0

0

0

0

Verplichtingen

2. Ziektepreventie

Bijdragen aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

Vaccinimplementatie

Het Ministerie van VWS gaat aan het RIVM de opdracht verlenen om, gegeven de ervaring die het RIVM heeft met de implementatie van vaccinaties, de implementatie van het COVID-19 vaccin te verzorgen. Het RIVM neemt de implementatie inclusief distributie, logistiek, opslag en afstemming met stakeholders en communicatie met professionals ter hand. Het RIVM zal dit zowel in Nederland doen als voor de overzeese gebieden. De opdracht wordt in 2020 verstrekt en leidt tot een verhoging van het verplichtingenbudget van € 797,5 miljoen. De bijbehorende uitgaven zullen in 2021 plaatsvinden en worden verwerkt in de tweede incidentele suppletoire begroting 2021.

3.1 Artikel 1 Volksgezondheid

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties ISB

Stand ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

841.280

748.168

1.027.800

1.775.968

0

0

0

0

Uitgaven

1.039.858

1.172.099

1.027.800

2.199.899

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

95,30%

99,00%

1. Gezondheidsbeleid

433.721

544.989

3.000

547.989

0

0

0

0

Subsidies

25.007

25.389

0

25.389

0

0

0

0

(Lokaal) gezondheidsbeleid

24.520

24.889

0

24.889

0

0

0

0

Overige

487

500

0

500

0

0

0

0

Opdrachten

2.080

2.913

0

2.913

0

0

0

0

(Lokaal) gezondheidsbeleid

2.080

2.913

0

2.913

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

108.907

116.334

0

116.334

0

0

0

0

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

90.474

94.594

0

94.594

0

0

0

0

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

17.846

21.141

0

21.141

0

0

0

0

Overige

587

599

0

599

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

297.590

400.338

3.000

403.338

0

0

0

0

ZonMw: programmering

297.590

400.338

3.000

403.338

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

137

15

0

15

0

0

0

0

Aanpak Gezondheidsachterstanden

137

15

0

15

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

2. Ziektepreventie

439.164

454.489

1.024.800

1.479.289

0

0

0

0

Subsidies

206.085

209.339

0

209.339

0

0

0

0

Ziektepreventie

9.069

14.402

0

14.402

0

0

0

0

Bevolkingsonderzoeken

147.196

145.228

0

145.228

0

0

0

0

Vaccinaties

49.820

49.709

0

49.709

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

10.355

3.699

700.000

703.699

0

0

0

0

Ziektepreventie

10.355

3.699

700.000

703.699

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

221.680

235.574

324.800

560.374

0

0

0

0

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

93.396

116.927

324.800

441.727

0

0

0

0

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

37.631

37.362

0

37.362

0

0

0

0

RIVM: Vaccinaties

89.640

81.254

0

81.254

0

0

0

0

Overige

1.013

31

0

31

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

1.044

5.877

0

5.877

0

0

0

0

Overige

1.044

5.877

0

5.877

0

0

0

0

3. Gezondheidsbevordering

140.318

145.661

0

145.661

0

0

0

0

Subsidies

116.037

121.563

0

121.563

0

0

0

0

Preventie van schadelijk middelengebruik

19.114

23.246

0

23.246

0

0

0

0

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

23.857

24.576

0

24.576

0

0

0

0

Letselpreventie

4.301

4.677

0

4.677

0

0

0

0

Bevordering van seksuele gezondheid

67.788

68.062

0

68.062

0

0

0

0

Overige

977

1.002

0

1.002

0

0

0

0

Opdrachten

9.029

8.348

0

8.348

0

0

0

0

Gezondheidsbevordering

9.029

8.348

0

8.348

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

1.242

1.269

0

1.269

0

0

0

0

Overige

1.242

1.269

0

1.269

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

114

117

0

117

0

0

0

0

Overige

114

117

0

117

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

13.896

14.364

0

14.364

0

0

0

0

Heronebehandeling op medisch voorschrift

13.896

14.364

0

14.364

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

4. Ethiek

26.655

26.960

0

26.960

0

0

0

0

Subsidies

24.374

23.566

0

23.566

0

0

0

0

Abortusklinieken

17.482

17.878

0

17.878

0

0

0

0

Medische Ethiek

6.892

5.688

0

5.688

0

0

0

0

Opdrachten

772

785

0

785

0

0

0

0

Medische Ethiek

772

785

0

785

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

1.509

2.609

0

2.609

0

0

0

0

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

1.509

2.609

0

2.609

0

0

0

0

Ontvangsten

13.903

23.903

0

23.903

0

0

0

0

Overige

13.903

23.903

0

23.903

0

0

0

0

Uitgaven

1. Gezondheidsbeleid

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

ZonMw programmering:

Onderzoek COVID-19

Naast de eerder uitgezette onderzoeken vanwege COVID-19 bij ZonMW is besloten tot aanvullend onderzoek naar mogelijke alternatieven in zowel de diagnostiek als behandeling. Hiervoor is 3 miljoen nodig.

2. Ziektepreventie

Opdrachten

Ziektepreventie

Vaccinontwikkeling

Nederland werkt samen met Duitsland, Frankrijk en Italie in de Inclusieve Vaccin Alliantie. Doel van deze samenwerking is zo spoedig mogelijk te beschikken over een goed werkend, veilig en betaalbaar vaccin voor heel Europa en daarbuiten. Door met deze landen die net als Nederland de faciliteiten in huis hebben om bij te dragen aan de ontwikkeling en productie en met de vaccin ontwikkelende en producerende bedrijven samen te werken, kunnen we sneller een vaccin realiseren. Andere EU-Lidstaten en de Europese Commissie bieden we de mogelijkheid om deel te nemen in de initiatieven die voortkomen uit deze samenwerking. Om op de kortst mogelijke termijn over een vaccin te beschikken, wordt 700 miljoen begroot.

Bijdrage aan agentschappen

RIVM Opdrachtverlening aan kenniscentra:

Uitbreiding testcapaciteit COVID-19

Vanaf 1juni kan iedereen met milde klachten getest worden op COVID-19, hiervoor is een uitbreiding van de testcapaciteit nodig (264 miljoen). De test wordt uitgevoerd door de GGD'en. Op 1juni is het landelijk telefoonnummer 08001202 operationeel geworden (36,3 miljoen) waar mensen naar toe kunnen bellen om te kijken of ze in aanmerking komen voor een test.

GGD'en en veiligheidsregios COVID-19

Het betreft additionele uitgaven vanwege de uitbreiding van de testcapaciteit. De GGD'en wordt hiermee in staat gesteld om bij positief geteste personen bron- en contactopsporing te doen. Tevens wordt, naar aanleiding van de nieuwe noodverordening, mogelijk gemaakt dat meerkosten die hieruit volgen worden gedekt.

BCG-vaccin

Uit onderzoek blijkt een positieve werking van het BCG-vaccin bij COVID-19 patinten. Vanwege dit positieve effect is besloten om het BCG-vaccin aan te schaffen voor een bedrag van 4,5 miljoen.

3.1 Artikel 1 Volksgezondheid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB en NvW)

Mutaties 2e ISB

Stand 2e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

841.280

1.775.968

306.100

2.082.068

968.600

0

0

0

Uitgaven

1.039.858

2.199.899

306.100

2.505.999

968.600

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

95,30%

1. Gezondheidsbeleid

433.721

547.989

3.900

551.889

3.900

0

0

0

Subsidies

25.007

25.389

0

25.389

0

0

0

0

(Lokaal) gezondheidsbeleid

24.520

24.889

0

24.889

0

0

0

0

Overige

487

500

0

500

0

0

0

0

Opdrachten

2.080

2.913

0

2.913

0

0

0

0

(Lokaal) gezondheidsbeleid

2.080

2.913

0

2.913

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

108.907

116.334

3.900

120.234

900

0

0

0

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

90.474

94.594

0

94.594

0

0

0

0

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

17.846

21.141

3.900

25.041

900

0

0

0

Overige

587

599

0

599

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

297.590

403.338

0

403.338

3.000

0

0

0

ZonMw: programmering

297.590

403.338

0

403.338

3.000

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

137

15

0

15

0

0

0

0

Aanpak Gezondheidsachterstanden

137

15

0

15

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

2. Ziektepreventie

439.164

1.479.289

302.200

1.781.489

964.700

0

0

0

Subsidies

206.085

209.339

6.900

216.239

8.300

0

0

0

Ziektepreventie

9.069

14.402

6.900

21.302

8.300

0

0

0

Bevolkingsonderzoeken

147.196

145.228

0

145.228

0

0

0

0

Vaccinaties

49.820

49.709

0

49.709

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

10.355

703.699

85.100

618.599

576.200

0

0

0

Ziektepreventie

10.355

703.699

85.100

618.599

576.200

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

221.680

560.374

15.000

575.374

21.000

0

0

0

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

93.396

441.727

15.000

456.727

21.000

0

0

0

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

37.631

37.362

0

37.362

0

0

0

0

RIVM: Vaccinaties

89.640

81.254

0

81.254

0

0

0

0

Overige

1.013

31

0

31

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

1.044

5.877

365.400

371.277

359.200

0

0

0

Overige

1.044

5.877

365.400

371.277

359.200

0

0

0

3. Gezondheidsbevordering

140.318

145.661

0

145.661

0

0

0

0

Subsidies

116.037

121.563

0

121.563

0

0

0

0

Preventie van schadelijk middelengebruik

19.114

23.246

0

23.246

0

0

0

0

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

23.857

24.576

0

24.576

0

0

0

0

Letselpreventie

4.301

4.677

0

4.677

0

0

0

0

Bevordering van seksuele gezondheid

67.788

68.062

0

68.062

0

0

0

0

Overige

977

1.002

0

1.002

0

0

0

0

Opdrachten

9.029

8.348

0

8.348

0

0

0

0

Gezondheidsbevordering

9.029

8.348

0

8.348

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

1.242

1.269

0

1.269

0

0

0

0

Overige

1.242

1.269

0

1.269

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

114

117

0

117

0

0

0

0

Overige

114

117

0

117

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

13.896

14.364

0

14.364

0

0

0

0

Heronebehandeling op medisch voorschrift

13.896

14.364

0

14.364

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

4. Ethiek

26.655

26.960

0

26.960

0

0

0

0

Subsidies

24.374

23.566

0

23.566

0

0

0

0

Abortusklinieken

17.482

17.878

0

17.878

0

0

0

0

Medische Ethiek

6.892

5.688

0

5.688

0

0

0

0

Opdrachten

772

785

0

785

0

0

0

0

Medische Ethiek

772

785

0

785

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

1.509

2.609

0

2.609

0

0

0

0

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

1.509

2.609

0

2.609

0

0

0

0

Ontvangsten

13.903

23.903

0

23.903

0

0

0

0

Overige

13.903

23.903

0

23.903

0

0

0

0

Uitgaven

1. Gezondheidsbeleid

Bijdragen aan agentschappen

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Diverse onderzoeken RIVM op het terrein van Volksgezondheid en Zorg

Het betreft de onderzoeken Gedragsexpertise corona en kennisintegratie (3,8 miljoen), Indirecte Impact Corona op Gezondheid en Zorg (0,7 miljoen) en Corona-inclusieve VTV (0,3 miljoen).

Bijdragen aan ZBO's en RWT's

ZonMw: programmering

Onderzoek BCG-vaccin

De Gezondheidsraad adviseert nader onderzoek te doen naar toepassing van het BCG-vaccin bij kwetsbare ouderen en de veiligheid van deze toediening. Voor 2021 is daarvoor een bedrag van 3 miljoen opgenomen.

2. Ziektepreventie

Subsidies

Ziektepreventie

C-support

Nu de gevolgen van de coronacrisis zo indringend zijn, wordt het belang erkend van goede nazorg die niet alleen medisch is. Met de ervaringen voor de Q-koortspatint als basis zal Q-support een Corona-support inrichten. Er wordt met de patint breed gekeken naar de vragen en behoeften die er zijn ten gevolge van de ziekte. Het gaat om een bedrag van 3,9 miljoen in 2020 en 0,9 miljoen in 2021.

JGZ-instellingen

Vergoeding van de meerkosten die JGZ-instellingen maken voor COVID-19. Hiervoor is 4,5 miljoen opgenomen voor 2020 en 4,5 miljoen voor 2021.

Opdrachten

Ziektepreventie

Meerkosten voor GGD GHOR

De GGD GHOR maakt meerkosten voor onder andere het opzetten van een app, een nieuw digitaal registratiesysteem voor de testen, klantencontactcentrum en bron- en contactonderzoek. Voor deze meerkosten is in 2020 een bedrag van 126 miljoen opgenomen en voor 2021 100 miljoen.

IC-bedden en klinische bedden

Op basis van het opschalingplan van het Landelijk Netwerk Acute Zorg worden middelen gereserveerd in 2020 en 2021 voor de opschaling naar 1.350 IC-bedden, de flexibele opschaling naar 1.700 IC-bedden en de daarmee corresponderende uitbreiding van het aantal klinische bedden. Daarnaast worden er middelen beschikbaar gesteld voor kosten van opleidingen die samenhangen met het opschalen van de IC-capaciteit.

Voor de IC-capaciteit betreft dit in 2020 80,1 miljoen en in 2021 93,9 miljoen en voor opleidingen in 2020 37,7 miljoen en in 2021 73 miljoen. Het budget voor de opleidingen is ondergebracht bij artikel 4.

Programma Coronadata

De doelstelling van het programma Coronadata is om met behulp van data sneller op lokale en nationale uitbraken te reageren. Hiervoor is in 2020 een bedrag van 8,8 miljoen opgenomen en 8,8 miljoen voor 2021.

Programmamiddelen COVID-19 directie: Innovatieve behandeling

Voor 2021 is een bedrag van 73,5 miljoen opgenomen voor de ondersteuning van de lokale aanpak en bestrijding van brandhaarden en de ontwikkeling van innovatieve behandeling.

Vaccin Ontwikkeling (Covid-19)

Een deel van de reeds beschikbare 700 miljoen wordt in 2021 uitgegeven. Er valt daarom in 2020 300 miljoen vrij en dit deel van de middelen komt in 2021 weer beschikbaar. Het budget wordt benut om de financile verplichtingen na te komen die voortvloeien uit de door de EU afgesloten overeenkomsten. Het kan gaan om zowel de aanschaf- als productie en ontwikkelkosten.

Bijdrage aan agentschappen

RIVM Opdrachtverlening aan kenniscentra

Rioolonderzoek

Op basis van rioolonderzoek kan voortijdig een lokale brandhaard worden ontdekt. Voor dit rioolonderzoek, dat wordt uitgevoerd door het RIVM, is 15 miljoen nodig.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige

Meerkosten voor de GGD'en en Veiligheidsregio's

De GGD'en (350 miljoen) en veiligheidsregio's (15,4 miljoen) maken meerkosten voor o.a. het opzetten van teststraten, bron- en contactonderzoek, bemonstering en uitgestelde dienstverlening.

3.1 Artikel 1 Volksgezondheid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragenx1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB en ISB2 en NvW)

Mutaties 3e ISB

Stand 3e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

841.280

2.082.068

797.600

2.879.668

405.200

0

0

0

Uitgaven

1.039.858

2.505.999

250.400

2.756.399

405.200

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

95,30%

1. Gezondheidsbeleid

433.721

551.889

0

551.889

0

0

0

0

Subsidies

25.007

25.389

0

25.389

0

0

0

0

(Lokaal) gezondheidsbeleid

24.520

24.889

0

24.889

0

0

0

0

Overige

487

500

0

500

0

0

0

0

Opdrachten

2.080

2.913

0

2.913

0

0

0

0

(Lokaal) gezondheidsbeleid

2.080

2.913

0

2.913

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

108.907

120.234

0

120.234

0

0

0

0

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

90.474

94.594

0

94.594

0

0

0

0

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

17.846

25.041

25.041

0

0

0

Overige

587

599

0

599

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

297.590

403.338

0

403.338

0

0

0

0

ZonMw: programmering

297.590

403.338

0

403.338

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

137

15

0

15

0

0

0

0

Aanpak Gezondheidsachterstanden

137

15

0

15

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

2. Ziektepreventie

439.164

1.781.489

250.400

2.031.889

405.200

0

0

0

Subsidies

206.085

216.239

0

216.239

0

0

0

0

Ziektepreventie

9.069

21.302

21.302

0

0

0

Bevolkingsonderzoeken

147.196

145.228

0

145.228

0

0

0

0

Vaccinaties

49.820

49.709

0

49.709

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

10.355

618.599

250.400

868.999

405.200

0

0

0

Ziektepreventie

10.355

618.599

250.400

868.999

405.200

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

221.680

575.374

0

575.374

0

0

0

0

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

93.396

456.727

456.727

0

0

0

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

37.631

37.362

0

37.362

0

0

0

0

RIVM: Vaccinaties

89.640

81.254

0

81.254

0

0

0

0

Overige

1.013

31

0

31

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

1.044

371.277

0

371.277

0

0

0

0

Overige

1.044

371.277

371.277

0

0

0

3. Gezondheidsbevordering

140.318

145.661

0

145.661

0

0

0

0

Subsidies

116.037

121.563

0

121.563

0

0

0

0

Preventie van schadelijk middelengebruik

19.114

23.246

0

23.246

0

0

0

0

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

23.857

24.576

0

24.576

0

0

0

0

Letselpreventie

4.301

4.677

0

4.677

0

0

0

0

Bevordering van seksuele gezondheid

67.788

68.062

0

68.062

0

0

0

0

Overige

977

1.002

0

1.002

0

0

0

0

Opdrachten

9.029

8.348

0

8.348

0

0

0

0

Gezondheidsbevordering

9.029

8.348

0

8.348

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

1.242

1.269

0

1.269

0

0

0

0

Overige

1.242

1.269

0

1.269

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

114

117

0

117

0

0

0

0

Overige

114

117

0

117

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

13.896

14.364

0

14.364

0

0

0

0

Heronebehandeling op medisch voorschrift

13.896

14.364

0

14.364

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

4. Ethiek

26.655

26.960

0

26.960

0

0

0

0

Subsidies

24.374

23.566

0

23.566

0

0

0

0

Abortusklinieken

17.482

17.878

0

17.878

0

0

0

0

Medische Ethiek

6.892

5.688

0

5.688

0

0

0

0

Opdrachten

772

785

0

785

0

0

0

0

Medische Ethiek

772

785

0

785

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

1.509

2.609

0

2.609

0

0

0

0

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

1.509

2.609

0

2.609

0

0

0

0

Ontvangsten

13.903

23.903

0

23.903

0

0

0

0

Overige

13.903

23.903

0

23.903

0

0

0

0

Uitgaven

2. Ziektepreventie

Opdrachten

Ziektepreventie

Testcapaciteit

Voor 2020 (250,4miljoen) en de eerste maanden van 2021 (405,2miljoen) worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld om de laboratoriumcapaciteit te vergroten op basis van de verwachte testen in deze periode. Met deze aanvullende middelen kan het testen, traceren en analyseren verder vorm krijgen. In totaal is er daarmee 1,65miljard beschikbaar voor het testen en analyseren.

Bijlage toetsingskaders garantieregelingen

1. Toetsingskader garantstelling U-Diagnostics

Inleiding

De Staat is op 30augustus 2020 een principeovereenkomst aangegaan met U-Diagnostics als leverancier van analysecapaciteit polymerase chain reaction- tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor de gemaakte kosten die voortkomen uit de overeengekomen bedragen gekoppeld aan de afgesproken minimum afname van het aantal PCR tests. U-Diagnostics garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is 6 maanden met de optie om te verlengen met telkens 3 maanden.

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.

Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met milde klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende testcapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder zal oplopen (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).

De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 160.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analyse capaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. U-Diagnostics is een partij die met behulp van hun samenwerkingspartner, het Duitse laboratorium Labor Dr. Wisplinghoff de analyse capaciteit kan leveren die nodig is om de testcapaciteit die nodig is op pijl te houden en Nederland in staat stelt de testcapaciteit verder uit te breiden. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff om in de behoefte van PCR test te voorzien voor een periode van minimaal 6 maanden.

U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff heeft afgesproken dat zij garant staan voor de levering van maximaal 5.000 PCR-testen per dag. U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen in Duitsland. Hierover is ook gesproken met de verantwoordelijke Minister van de Duitse deelstaat van Noordrijn-Westfalen. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff hier een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 2.000 PCR-testen per dag met de daarbij afgesproken financile compensatie. In de maand september zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal van 2.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet waarschijnlijk.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of

b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

De regeling kent een plafond van 23,4miljoen (de garantstelling van een minimale dagelijkse afname van 2.000 testen voor zes maanden).

b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke maatregel van zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging naar maximaal 18 maanden waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Het is de verwachting dat het minimale aantal van 2.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatie Team Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff. Het Landelijke Cordinatie Team Diagnostische Keten cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS.

Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van 2000 tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

6 maanden, hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.

2. Toetsingskader garantstelling Eurofins

Inleiding

De Staat is op 31augustus 2020 een principeovereenkomst aangegaan met Eurofins als leverancier van analyse capaciteit polymerase chain reaction tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor het risico dat gemaakte kosten niet kunnen worden terugverdiend als de afname tegenvalt waarbij een minimum afname van het aantal PCR tests wordt gegarandeerd. Eurofins garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is 6 maanden met de optie om tweemaal te verlengen met telkens 6 maanden.

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.

Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met (milde) klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te kunnen starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende analysecapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder oploopt (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).

De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 225.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analysecapaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. Eurofins is een partij die de analysecapaciteit kan leveren die nodig is om de benodigde testcapaciteit op pijl te houden en Nederland in staat te stellen de testcapaciteit verder uit te breiden. Zij zijn ook in tegenstelling tot vele laboratoria in staat het noodzakelijke materiaal zelf te produceren wat de afhankelijkheid van Nederland verkleint. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met Eurofins om in de behoefte van analysecapaciteit voor PCR-testen te voorzien voor een periode van minimaal 6 maanden.

Eurofins heeft afgesproken dat zij garant staat voor de levering van 44.000 PCR-testen per dag. Eurofins garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen in Duitsland. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt Eurofins hiermee een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 15.000 PCR-testen per dag met de daarbij afgesproken financile compensatie. In de maand september zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar Eurofins; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal van 15.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Het materialiseren van het garantierisico lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of

b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

De regeling kent een plafond van 169,7miljoen (de garantstelling van een minimale dagelijkse afname van 15.000 testen voor zes maanden).

b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke maatregel van zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging naar maximaal 18 maanden waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Het is de verwachting dat het minimale aantal van 15.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Materialiseren van het garantierisico lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatieteam Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting Eurofins. Het Landelijke Cordinatieteam Diagnostische Keten (LCDK) cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS, waardoor VWS meer beheersingsmogelijkheden krijgt om de teststromen te sturen.

Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van 15.000 tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

6 maanden, hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.

3. Toetsingskader garantstelling Synlab

Inleiding

De Staat is op 11september 2020 een principeovereenkomst aangegaan met Synlab Belgium SC/SPRL als leverancier van afname capaciteit polymerase chain reaction- tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor de gemaakte kosten die voortkomen uit de overeengekomen bedragen gekoppeld aan de afgesproken minimum afname van het aantal PCR tests. Synlab Belgium SC/SPRL garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is vastgelegd tot 30april 2021 en kan bij wederzijdse goedkeuring worden verlengd.

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.

Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met milde klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende testcapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder zal oplopen (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).

De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 225.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analyse capaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. Synlab Belgium SC/SPRL is een partij die de analyse capaciteit kan leveren die nodig is om de testcapaciteit die nodig is op pijl te houden en Nederland in staat stelt de testcapaciteit verder uit te breiden. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met Synlab Belgium SC/SPRL om in de behoefte van PCR test te voorzien voor een periode van minimaal 7 maanden.

Met Synlab Belgium SC/SPRL is afgesproken dat zij uiteindelijk garant staan voor de levering van maximaal 25.000 tests per dag eind december. Afspraken zijn gemaakt over de oploop daar naartoe. Synlab Belgium SC/SPRL garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt Synlab Belgium SC/SPRL hier een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 600 PCR-testen per dag oplopend tot 8.750 tests per dag vanaf januari 2021. Met de daarbij afgesproken financile compensatie. Vanaf het ingaan van het contract (eind september) zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar Synlab Belgium SC/SPRL; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal afgesproken testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet waarschijnlijk.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of

b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

De regeling kent een plafond van 123,6miljoen.

b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke maatregel tot eind april 2021 waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Het is de verwachting dat het minimale aantal van 600 testen oplopend tot 8.750 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatie Team Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting Synlab Belgium SC/SPRL. Het Landelijke Cordinatie Team Diagnostische Keten cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS.

Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van de tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

De regeling loopt in eerste aanleg tot 30april 2021. Hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.

4. Toetsingskader garantstelling testmaterialen

Garantstelling testmaterialen

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen.

Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 is vanaf 10augustus gestart met de afgifte van nieuwe garanties om de aankoop van testmaterialen gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19 te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Sinds de COVID-19 uitbraak worden wereldwijd grote aantallen COVID-19 testen uitgevoerd. Dit is noodzakelijk om uitbraken van het virus te voorkomen en beheersen. De vraag naar testmaterialen is op dit moment hoog. Naar verwachting zal de vraag naar testmaterialen in het najaar verder toenemen. Het risico bestaat dat de beschikbaarheid van specifiek voor de diagnostiek van COVID-19 benodigde testmaterialen in het gedrang komt. Tot nu toe is op ad hoc basis met een beperkt aantal leveranciers van testmaterialen een afzonderlijke garantieovereenkomst afgesloten voor in totaal 41,5mln. Dit gebeurde voornamelijk wanneer de leverancier zonder garantieovereenkomst onvoldoende testmaterialen voor de Nederlandse markt kon garanderen.

Het RIVM verwacht dat de vraag naar testen in het najaar oploopt tot 70.000 testen per dag (en max 86.000 in het vroege voorjaar). Deze stijging zal zich ook in andere landen voordoen. Het is van groot belang dat er voldoende getest kan worden om verspreiding van het virus te controleren en om mensen in Nederland te beschermen tegen besmetting. Het is daarom op dit moment noodzakelijk op centraal niveau afspraken te maken over de aankoop van testmaterialen ten behoeve van COVID-19 diagnostiek in Nederland. Om die reden heeft VWS een aanbesteding opengesteld, waarop leveranciers van testmaterialen zich kunnen inschrijven om de extra benodigde capaciteit te leveren. Zorgaanbieders kunnen decentraal bestellingen plaatsen bij de leveranciers die deze aanbesteding hebben doorlopen.

De uitzonderlijke marktomstandigheden zorgen voor een aantal risicos waardoor het onvoldoende aantrekkelijk is voor leveranciers van testmaterialen om in te tekenen op de aanbesteding (beperkte leverbetrouwbaarheid en de wenselijkheid voorraden aan te kopen met onzekerheid over de toekomstige vraag daarnaar). Om de testmaterialen beschikbaar te houden voor de Nederlandse markt, is het noodzakelijk een aantal financile risicos van marktpartijen af te kunnen dekken. Het Ministerie van VWS is daarom voornemens garantieovereenkomsten af te sluiten met leveranciers van testmaterialen die de aanbesteding hebben doorlopen en waarbij zorgaanbieders bestellingen hebben geplaatst, om afname van een minimaal aantal testmaterialen te garanderen. Als de Nederlandse markt vervolgens onvoldoende testmaterialen afneemt zal de Nederlandse staat de resterende testmaterialen afnemen.

Het risico wordt afgedekt dat de zorgaanbieder niet of slechts gedeeltelijk het gegarandeerd aantal testmaterialen afneemt en dat de ingekochte testmaterialen (deels) niet binnen de uiterste houdbaarheidsdatum kunnen worden verkocht of ingezet.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het is op dit moment noodzakelijk om op centraal niveau de regie te voeren over de beschikbaarheid van testmaterialen voor de diagnostiek van COVID-19. Het is aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat de zekerheid van toegang tot deze materialen onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de centrale overheid. Als alternatief instrument kan directe inkoop door de rijksoverheid worden genoemd. De rijksoverheid is hier echter minder goed toe in staat dan marktpartijen en zorgaanbieders die hiermee ervaring hebben.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of

b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet door de markt te dragen.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

Er worden garanties verstrekt ten behoeve van de vraag in het najaar. Rekening houdend met de reeds afgegeven garanties wordt het maximum plafondbedrag 230,5mln. Dit bedrag is gebaseerd op een gemiddelde prijs van 15 aan testmaterialen per test en 70.000 testen per dag gedurende 6 maanden plus de eerder afgegeven garanties van 41,5mln. Op grond van de behoefte van de capaciteit, ruimte en wensen van laboratoria worden garantieovereenkomsten afgesloten met aanbieders van testmaterialen om in de vraag van Nederlandse laboratoria te voorzien ten hoogste tot het plafondbedrag wordt bereikt.

b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

In een eerdere fase zijn op ad hoc basis met een beperkt aantal leveranciers van testmaterialen afzonderlijke garantieovereenkomsten afgesloten voor in totaal 41,5mln.

Op basis van een aanbesteding worden garanties afgegeven voor de periode tussen 1september 2020 tot 1april 2021. De Minister van VWS heeft de mogelijkheid om de garantieovereenkomsten tweemaal met drie maanden te verlengen bijvoorbeeld omdat de wereldwijde markt voor testmaterialen op dat moment nog niet gestabiliseerd is en landelijk gecordineerde inkoop noodzakelijk blijft. Na de garantieperiode wordt duidelijk in hoeverre het Rijk garant zal moeten staan voor de risicos die zich tussen 1september 2020 en 1april 2021 voordoen. De exacte mate waarin is vooralsnog niet goed voorzienbaar. Het alternatief zelf aankopen, distribueren en factureren vanuit de rijksoverheid heeft overigens dezelfde risicos, maar dan moet de overheid de risicos zelf beheersen.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:

  • de garantieovereenkomsten worden afgesloten door het Ministerie van VWS met de betreffende leverancier, waardoor het ministerie zicht houdt op het aantal afgesloten overeenkomsten, de daarmee gepaard gaande risicos en de testmaterialen waarvoor garanties worden afgegeven.

  • de regeling kent een totaalplafond (230,5mln.) en wordt behoudens een aanvullend besluit door de Minister van VWS niet verlengd voorbij 1april 2021.

  • de leveranciers waarmee een garantieovereenkomst wordt afgesloten zijn verplicht maandelijks een rapportage te overleggen aan de Minister van VWS waarin de hoeveelheid bestelde testmaterialen is vermeld.

  • in de garantieovereenkomsten wordt vastgelegd dat de geleverde testmaterialen minimaal een jaar houdbaar dienen te zijn, zodat de testmaterialen kunnen worden doorverkocht indien de materialen na de garantieperiode door het Ministerie van VWS moeten worden afgenomen.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

De zorgaanbieders die COVID-19 testen uitvoeren betalen zelf de kosten van de testmaterialen. Wanneer minder testmaterialen zijn ingekocht dan het gegarandeerde aantal, dan koopt VWS de overgebleven testmaterialen op. Deze kunnen tegen de kostprijs worden doorverkocht aan zorgaanbieders, zo lang de houdbaarheidsdatum niet is overschreden en er voldoende vraag is. Gezien de aard van de mogelijke uitgave wordt deze generaal ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

De regeling ten behoeve van de extra testmaterialen is geldig tot 1april 2021. Indien nodig kan deze 2x 3 maanden verlengd worden.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

Het LCH heeft de aanbesteding uitgevoerd en stelt (op basis van een model-garantieovereenkomst) de garantieovereenkomsten op. Er zijn geen operationele kosten bovenop de huidige operationele kosten van het LCH.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in de COVID-19 crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de acute crisis. De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie te kunnen informeren.

3.1 Artikel 1 Volksgezondheid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid 4e incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3)

Mutaties 4e ISB

Stand 4e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

841.280

2.907.918

30.210

2.938.128

1.328.710

0

0

0

Uitgaven

1.039.858

2.784.649

30.210

2.814.859

1.328.710

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

95,30%

1. Gezondheidsbeleid

433.721

551.889

3.630

555.519

4.640

0

0

0

Subsidies

25.007

25.389

0

25.389

0

0

0

0

(Lokaal) gezondheidsbeleid

24.520

24.889

0

24.889

0

0

0

0

Overige

487

500

0

500

0

0

0

0

Opdrachten

2.080

2.913

0

2.913

0

0

0

0

(Lokaal) gezondheidsbeleid

2.080

2.913

0

2.913

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

108.907

120.234

0

120.234

0

0

0

0

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

90.474

94.594

0

94.594

0

0

0

0

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

17.846

25.041

0

25.041

0

0

0

0

Overige

587

599

0

599

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

297.590

403.338

3.630

406.968

4.640

0

0

0

ZonMw: programmering

297.590

403.338

3.630

406.968

4.640

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

137

15

0

15

0

0

0

0

Aanpak Gezondheidsachterstanden

137

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

15

0

15

0

0

0

0

2. Ziektepreventie

439.164

2.060.139

26.580

2.086.719

1.324.070

0

0

0

Subsidies

206.085

324.589

2.650

321.939

0

0

0

0

Ziektepreventie

9.069

129.652

2.650

127.002

0

0

0

0

Bevolkingsonderzoeken

147.196

145.228

0

145.228

0

0

0

0

Vaccinaties

49.820

49.709

0

49.709

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

10.355

788.899

77.900

710.999

987.000

0

0

0

Ziektepreventie

10.355

788.899

77.900

710.999

987.000

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

221.680

575.374

9.300

566.074

65.300

0

0

0

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

93.396

456.727

9.300

447.427

65.300

0

0

0

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

37.631

37.362

0

37.362

0

0

0

0

RIVM: Vaccinaties

89.640

81.254

0

81.254

0

0

0

0

Overige

1.013

31

0

31

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

1.044

371.277

116.430

487.707

271.770

0

0

0

Overige

1.044

371.277

116.430

487.707

271.770

0

0

0

3. Gezondheidsbevordering

140.318

145.661

0

145.661

0

0

0

0

Subsidies

116.037

121.563

0

121.563

0

0

0

0

Preventie van schadelijk middelengebruik

19.114

23.246

0

23.246

0

0

0

0

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

23.857

24.576

0

24.576

0

0

0

0

Letselpreventie

4.301

4.677

0

4.677

0

0

0

0

Bevordering van seksuele gezondheid

67.788

68.062

0

68.062

0

0

0

0

Overige

977

1.002

0

1.002

0

0

0

0

Opdrachten

9.029

8.348

0

8.348

0

0

0

0

Gezondheidsbevordering

9.029

8.348

0

8.348

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

1.242

1.269

0

1.269

0

0

0

0

Overige

1.242

1.269

0

1.269

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

114

117

0

117

0

0

0

0

Overige

114

117

0

117

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

13.896

14.364

0

14.364

0

0

0

0

Heronebehandeling op medisch voorschrift

13.896

14.364

0

14.364

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

4. Ethiek

26.655

26.960

0

26.960

0

0

0

0

Subsidies

24.374

23.566

0

23.566

0

0

0

0

Abortusklinieken

17.482

17.878

0

17.878

0

0

0

0

Medische Ethiek

6.892

5.688

0

5.688

0

0

0

0

Opdrachten

772

785

0

785

0

0

0

0

Medische Ethiek

772

785

0

785

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

1.509

2.609

0

2.609

0

0

0

0

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

1.509

2.609

0

2.609

0

0

0

0

Ontvangsten

13.903

23.903

0

23.903

33.800

11.300

0

0

Overige

13.903

23.903

0

23.903

33.800

11.300

0

0

Uitgaven

1. Gezondheidsbeleid

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

ZonMw: programmering

Er worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor onderzoek bij ZonMW in het kader van COVID-19 (3,6 miljoen).

2. Ziektepreventie

Subsidies

Ziektepreventie

Er is minder budget benodigd gebleken in 2021 voor de jeugdgezondheidscentra dan geraamd (2,25 miljoen) en nazorg voor coronapatienten (0,4 miljoen).

Opdrachten

Ziektepreventie

Vaccinontwikkeling

De reeds beschikbaar gestelde 700 miljoen voor de vaccinontwikkeling komt grotendeels in 2021 tot besteding. Er wordt daarom 335 miljoen van 2020 naar 2021 doorgeschoven. Het budget wordt benut om de financile verplichtingen na te komen die voortvloeien uit de door de EU afgesloten overeenkomsten. Het kan gaan om zowel de aanschaf- als productie en ontwikkelkosten. Daarnaast is 3,2 miljoen beschikbaar gesteld voor de implementatiestrategie wanneer er een vaccin beschikbaar is.

Additionele voorziening van persoonlijke en medische beschermingsmiddelen

Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ontvangt in 2020 meer bevoorschotting vanuit VWS om additioneel voldoende medische beschermingsmiddelen inclusief (snel)testen aan te schaffen en te distribueren. Het betreft voor 2020 een bedrag van 225 miljoen voor (snel)testen.

Bijdrage GGDen en derden

Het betreft additionele middelen voor de GGDen om uitvoering te geven aan hun taken (totaal 27 miljoen), een vergoeding voor het Landelijk Cordinatieteam Diagnostische Keten om de beschikbare testcapaciteit in kaart te brengen (4,4 miljoen).

Bijdragen aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

Het RIVM ontvangt een aanvullende bijdrage om het medicijn Remdesivir aan te schaffen (33,8 miljoen). Het middel Remdesivir remt de aanmaak van nieuwe virusdeeltjes in het lichaam. Het RIVM schaft de medicijnen aan en ziekenhuizen kunnen het medicijn Remdevisir afnemen. Daarom worden ook ontvangsten geboekt in 2021 en 2022 (ziekenhuizen betalen het geneesmiddel). Daarnaast ontvangt het RIVM een aanvullende bijdrage om uitvoering te geven aan hun taken in het kader van de bestrijding van COVID-19.

GGD GHOR

Per abuis heeft een verkeerde boeking plaatsgevonden en wordt deze in de vierde incidentele begroting gecorrigeerd.

Bijdragen aan medeoverheden

Uitbreiding sneltestcapaciteit

Het betreft de uitbreiding van de testcapaciteit. Met deze middelen wordt de Stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk in staat gesteld om sneltesten aan te schaffen via het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) en mensen snel te testen. Het gaat om 150 miljoen in 2020.

Vergoeding veiligheidsregio's

Er is tot nu toe nog zeer beperkt gebruik gemaakt van de beschikbare vergoeding voor veiligheidsregios. De resterende middelen (7,7 miljoen) blijven daarom beschikbaar in 2021.

3.2 Artikel 2 Curatieve Zorg

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties ISB

Stand ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

3.080.575

4.036.526

450.000

4.486.526

0

0

0

0

Uitgaven

3.117.206

4.153.395

450.000

4.603.395

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

99,40%

99,40%

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

193.180

1.200.019

450.000

1.650.019

0

0

0

0

Subsidies

141.236

1.142.656

970.100

172.556

0

0

0

0

Medisch specialistische zorg

80.533

70.440

0

70.440

0

0

0

0

Curatieve ggz

18.909

20.059

0

20.059

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

9.893

10.153

0

10.153

0

0

0

0

Lichaamsmateriaal

20.608

18.571

0

18.571

0

0

0

0

Medische producten

11.293

1.023.433

970.100

53.333

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

17.542

17.518

1.420.100

1.437.618

0

0

0

0

Medisch specialistische zorg

1.157

973

0

973

0

0

0

0

Curatieve ggz

4.887

5.217

0

5.217

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

153

156

0

156

0

0

0

0

Lichaamsmateriaal

8.335

7.592

0

7.592

0

0

0

0

Medische producten

3.010

3.580

1.420.100

1.423.680

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

32.208

38.323

0

38.323

0

0

0

0

aCBG

1.694

1.831

0

1.831

0

0

0

0

aCBG

2.200

2.200

0

2.200

0

0

0

0

CIBG

28.314

34.292

0

34.292

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

2.126

1.520

0

1.520

0

0

0

0

Overige

2.126

1.520

0

1.520

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

68

2

0

2

0

0

0

0

Overige

68

2

0

2

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

3. Ondersteuning van het zorgstelsel

2.924.026

2.953.376

0

2.953.376

0

0

0

0

Subsidies

118.719

146.285

0

146.285

0

0

0

0

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.303

1.337

0

1.337

0

0

0

0

Medisch-specialistische zorg

58.531

58.635

0

58.635

0

0

0

0

Curatieve ggz

8.981

9.214

0

9.214

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

8.702

8.931

0

8.931

0

0

0

0

Overige

41.202

68.168

0

68.168

0

0

0

0

Bekostiging

2.762.515

2.761.184

0

2.761.184

0

0

0

0

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.722.900

2.722.900

0

2.722.900

0

0

0

0

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

39.615

38.284

0

38.284

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten

18.523

18.523

0

18.523

0

0

0

0

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

18.397

18.397

0

18.397

0

0

0

0

Overige

126

126

0

126

0

0

0

0

Opdrachten

5.618

13.265

0

13.265

0

0

0

0

Risicoverevening

1.986

2.019

0

2.019

0

0

0

0

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

1.201

1.221

0

1.221

0

0

0

0

Medisch-specialistische zorg

118

5.620

0

5.620

0

0

0

0

Curatieve ggz

417

424

0

424

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

100

102

0

102

0

0

0

0

Overige

1.796

3.879

0

3.879

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

13.846

9.813

0

9.813

0

0

0

0

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

13.846

9.813

0

9.813

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

4.803

4.304

0

4.304

0

0

0

0

SVB: Onverzekerden

3.778

3.877

0

3.877

0

0

0

0

Overige

1.025

427

0

427

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

2

2

0

2

0

0

0

0

VenJ: Bijdrage C2000

2

2

0

2

0

0

0

0

Ontvangsten

5.053

296.353

180.000

476.353

0

0

0

0

Overige

5.053

296.353

180.000

476.353

0

0

0

0

Uitgaven

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Opdrachten

Aanschaf en distributie medische hulpmiddelen

Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ontvangt van VWS een voorschot voor de inkoop van medische hulpmiddelen. De raming voor de inkoop van medische hulpmiddelen wordt met 550 miljoen verhoogd.

Hierbij is ook rekening gehouden met een uitbreiding van de doelgroep waarvoor het LCH inkoopt. Het gaat om zorgverleners die zorg verlenen aan clinten thuis en die niet werkzaam zijn voor een zorgorganisatie, waaronder mantelzorgers die intensief zorg verlenen, vrijwilligers in de palliatieve zorg en zorgverleners die op basis van een pgb zorg aan kwetsbare mensen leveren. Daarnaast is minder budget benodigd voor de inkoop van beademingsapparatuur dan bij eerste suppletoire geraamd. Dit wordt bijgesteld met 100 miljoen.

Bij de eerste suppletoire begroting zijn de middelen voor aanschaf en distributie medische hulpmiddelen op medische producten subsidies terecht gekomen, dit had opdrachten moeten zijn. In deze incidentele suppletoire begroting wordt dit juist verwerkt. Dit verklaart de technische correctie van 970.100.

Ontvangsten

Doorverkoop van medische beschermingsmiddelen

Tegenover de uitgaven die hierboven zijn benoemd voor de inkoop van medische beschermingsmiddelen door het LCH staan ook ontvangsten. Deze betreffen de verkoop van beschermingsmiddelen aan zorgaanbieders. De extra opbrengst hiervan wordt geraamd op 180 miljoen.

3.2 Artikel 2 Curatieve Zorg

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid 5e incidentele suppletoire begroting 2020 (ISB) (bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 2e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW), ISB3, ISB4 en NvW 2e supp)

Mutaties 5e ISB

Stand 5e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

3.080.575

4.978.397

56.500

5.034.897

0

0

0

0

                 

Uitgaven

3.117.206

4.962.960

0

4.962.960

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

99,40%

             
                 

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

193.180

2.035.427

0

2.035.427

0

0

0

0

                 

Subsidies

141.236

180.511

0

180.511

0

0

0

0

Medisch specialistische zorg

80.533

74.356

0

74.356

0

0

0

0

Curatieve ggz

18.909

19.227

0

19.227

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

9.893

2.924

0

2.924

0

0

0

0

Lichaamsmateriaal

20.608

33.271

0

33.271

0

0

0

0

Medische producten

11.293

50.733

0

50.733

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

Opdrachten

17.542

1.816.765

0

1.816.765

0

0

0

0

Medisch specialistische zorg

1.157

1.169

0

1.169

0

0

0

0

Curatieve ggz

4.887

1.060

0

1.060

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

153

874

0

874

0

0

0

0

Lichaamsmateriaal

8.335

7.484

0

7.484

0

0

0

0

Medische producten

3.010

1.806.178

0

1.806.178

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan agentschappen

32.208

36.575

0

36.575

0

0

0

0

aCBG

1.694

2.595

0

2.595

0

0

0

0

aCBG

2.200

2.200

0

2.200

0

0

0

0

CIBG

28.314

31.780

0

31.780

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

2.126

1.574

0

1.574

0

0

0

0

Overige

2.126

1.574

0

1.574

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan medeoverheden

68

2

0

2

0

0

0

0

Overige

68

2

0

2

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

3. Ondersteuning van het zorgstelsel

2.924.026

2.927.533

0

2.927.533

0

0

0

0

                 

Subsidies

118.719

102.752

0

102.752

0

0

0

0

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.303

1.337

0

1.337

0

0

0

0

Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden

14.250

35.000

0

0

0

0

0

0

Regeling veelbelovende zorg

25.946

344

0

0

0

0

0

0

Medisch-specialistische zorg

59.431

45.062

0

45.062

0

0

0

0

Curatieve ggz

8.981

10.009

0

10.009

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

8.702

10.989

0

10.989

0

0

0

0

Overige

106

11

0

11

0

0

0

0

                 

Bekostiging

2.762.515

2.770.942

0

2.770.942

0

0

0

0

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.722.900

2.722.900

0

2.722.900

0

0

0

0

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

39.615

48.042

0

48.042

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

Inkomensoverdrachten

18.523

24.923

0

24.923

0

0

0

0

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

18.397

24.797

0

24.797

0

0

0

0

Overige

126

126

0

126

0

0

0

0

                 

Opdrachten

5.618

14.799

0

14.799

0

0

0

0

Risicoverevening

1.986

1.874

0

1.874

0

0

0

0

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

1.201

2.446

0

2.446

0

0

0

0

Medisch-specialistische zorg

118

7.793

 

7.793

 

0

0

0

Curatieve ggz

417

437

0

437

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

100

198

0

198

0

0

0

0

Overige

1.796

2.051

0

2.051

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan agentschappen

13.846

9.813

0

9.813

0

0

0

0

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

13.846

9.813

0

9.813

0

0

0

0

         

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

4.803

4.304

0

4.304

0

0

0

0

SVB: Onverzekerden

3.778

3.877

0

3.877

0

0

0

0

Overige

1.025

427

0

427

0

0

0

0

                 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

2

0

0

0

0

0

0

0

JenV: Bijdrage C2000

2

0

0

0

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

5.053

21.054

0

21.054

0

0

0

0

Overige

5.053

21.054

0

21.054

0

0

0

0

Verplichtingen

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Opdrachten

Medische producten

Nederland heeft bij de Europese Commissie een voorstel ingediend als onderdeel van het RescEU-programma om een medische noodvoorraad aan te trekken van € 47 miljoen. Dit voorstel is door de Europese Commissie goedgekeurd. Daarmee vergoedt de Europese Commissie de kosten voor de aankoop, opslag en het beheer van de medische producten met uitzondering van de bijbehorende belastingen. Het betreft hier een bedrag van € 9,5 miljoen. Deze worden toegevoegd aan de VWS-begroting om deze kosten te vergoeden. De opdracht zal op korte termijn in 2020 worden verstrekt en heeft geleid tot een verhoging van het verplichtingenbudget van € 56,5 miljoen in 2020 die is verwerkt in de vijfde incidentele suppletoire begroting 2020. De bijbehorende uitgaven zullen in 2021 plaatsvinden en zijn verwerkt in deze tweede incidentele suppletoire begroting 2021.

3.2 Artikel 2 Curatieve Zorg

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid 4e incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3)

Mutaties 4e ISB

Stand 4e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

3.080.575

4.655.491

215.010

4.870.501

113.099

0

0

0

Uitgaven

3.117.206

4.772.360

215.010

4.987.370

113.099

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

99,40%

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

193.180

1.816.984

215.010

2.031.994

112.249

0

0

0

Subsidies

141.236

173.021

6.700

166.321

6.700

0

0

0

Medisch specialistische zorg

80.533

70.440

0

70.440

0

0

0

0

Curatieve ggz

18.909

20.059

0

20.059

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

9.893

10.153

0

10.153

0

0

0

0

Lichaamsmateriaal

20.608

18.571

0

18.571

0

0

0

0

Medische producten

11.293

53.798

6.700

47.098

6.700

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

17.542

1.604.118

220.300

1.824.418

97.000

0

0

0

Medisch specialistische zorg

1.157

973

0

973

0

0

0

0

Curatieve ggz

4.887

5.217

0

5.217

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

153

156

0

156

0

0

0

0

Lichaamsmateriaal

8.335

7.592

0

7.592

0

0

0

0

Medische producten

3.010

1.590.180

220.300

1.810.480

97.000

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

32.208

38.323

1.410

39.733

8.549

0

0

0

aCBG

1.694

1.831

0

1.831

0

0

0

0

aCBG

2.200

2.200

0

2.200

0

0

0

0

CIBG

28.314

34.292

1.410

35.702

8.549

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

2.126

1.520

0

1.520

0

0

0

0

Overige

2.126

1.520

0

1.520

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

68

2

0

2

0

0

0

0

Overige

68

2

0

2

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

3. Ondersteuning van het zorgstelsel

2.924.026

2.955.376

0

2.955.376

850

0

0

0

Subsidies

118.719

146.285

0

146.285

0

0

0

0

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.303

1.337

0

1.337

0

0

0

0

Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden

14.250

44.771

0

0

0

0

0

0

Regeling veelbelovende zorg

25.946

22.365

0

0

0

0

0

0

Medisch-specialistische zorg

59.431

59.656

0

59.656

0

0

0

0

Curatieve ggz

8.981

9.214

0

9.214

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

8.702

8.931

0

8.931

0

0

0

0

Overige

106

11

0

11

0

0

0

0

Bekostiging

2.762.515

2.761.184

0

2.761.184

0

0

0

0

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.722.900

2.722.900

0

2.722.900

0

0

0

0

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

39.615

38.284

0

38.284

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten

18.523

18.523

0

18.523

0

0

0

0

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

18.397

18.397

0

18.397

0

0

0

0

Overige

126

126

0

126

0

0

0

0

Opdrachten

5.618

15.265

0

15.265

0

0

0

0

Risicoverevening

1.986

2.019

0

2.019

0

0

0

0

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

1.201

1.221

0

1.221

0

0

0

0

Medisch-specialistische zorg

118

7.620

7.620

0

0

0

Curatieve ggz

417

424

0

424

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

100

102

0

102

0

0

0

0

Overige

1.796

3.879

0

3.879

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

13.846

9.813

0

9.813

0

0

0

0

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

13.846

9.813

0

9.813

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

4.803

4.304

0

4.304

850

0

0

0

SVB: Onverzekerden

3.778

3.877

0

3.877

0

0

0

0

Overige

1.025

427

0

427

850

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

2

2

0

2

0

0

0

0

JenV: Bijdrage C2000

2

2

0

2

0

0

0

0

Ontvangsten

5.053

6.353

0

6.353

165.000

0

0

0

Overige

5.053

6.353

0

6.353

165.000

0

0

0

Uitgaven

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Subsidies

Medische producten

Het Nederlands kenniscentrum voor Geneesmiddelen ontvangt een subsidie zodat de registratie van weesgeneesmiddelen door universiteiten mogelijk wordt gemaakt. Er is in 2020 weinig gebruik gemaakt van de subsidie. De middelen worden doorgeschoven van 2020 naar 2021 (6,7 miljoen).

Opdrachten

Additionele aanschaf van persoonlijke en medische beschermingsmiddelen

Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ontvangt in 2020 en 2021 meer bevoorschotting vanuit VWS om medische beschermingsmiddelen aan te schaffen en te distribueren. Het betreft voor 2020 een aanvullende bevoorschotting van 175 miljoen. Tevens is er onderzoek uitgevoerd door Sanquin naar covascelent plasma (12,6 miljoen) en is er budget beschikbaar gesteld voor laboratoria ten behoeve van het testen (21,2 miljoen) en middelen voor isolatiejassen en handgel (7,8 miljoen).

Bijdragen aan agentschappen

Beheer- en ontwikkelingskosten LCH

Voor het beheer en het borgen van voldoende aanbod van persoonlijke beschermingsmiddelen en medische hulpmiddelen wordt het Landelijk Consortium vanuit het CIBG gesteund. Om dit mogelijk te maken ontvangt het CIBG een bijdrage van 1,4 miljoen in 2020.

3.2 Artikel 2 Curatieve Zorg

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB en NvW)

Mutaties 2e ISB

Stand 2e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

3.080.575

4.486.526

168.965

4.655.491

30.425

0

0

0

Uitgaven

3.117.206

4.603.395

168.965

4.772.360

30.425

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

99,40%

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

193.180

1.650.019

166.965

1.816.984

26.425

0

0

0

Subsidies

141.236

172.556

465

173.021

1.425

0

0

0

Medisch specialistische zorg

80.533

70.440

0

70.440

0

0

0

0

Curatieve ggz

18.909

20.059

0

20.059

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

9.893

10.153

0

10.153

0

0

0

0

Lichaamsmateriaal

20.608

18.571

0

18.571

0

0

0

0

Medische producten

11.293

53.333

465

53.798

1.425

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

17.542

1.437.618

166.500

1.604.118

25.000

0

0

0

Medisch specialistische zorg

1.157

973

0

973

0

0

0

0

Curatieve ggz

4.887

5.217

0

5.217

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

153

156

0

156

0

0

0

0

Lichaamsmateriaal

8.335

7.592

0

7.592

0

0

0

0

Medische producten

3.010

1.423.680

166.500

1.590.180

25.000

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

32.208

38.323

0

38.323

0

0

0

0

aCBG

1.694

1.831

0

1.831

0

0

0

0

aCBG

2.200

2.200

0

2.200

0

0

0

0

CIBG

28.314

34.292

0

34.292

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

2.126

1.520

0

1.520

0

0

0

0

Overige

2.126

1.520

0

1.520

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

68

2

0

2

0

0

0

0

Overige

68

2

0

2

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

3. Ondersteuning van het zorgstelsel

2.924.026

2.953.376

2.000

2.955.376

4.000

0

0

0

Subsidies

118.719

146.285

0

146.285

0

0

0

0

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.303

1.337

0

1.337

0

0

0

0

Medisch-specialistische zorg

58.531

58.635

0

58.635

0

0

0

0

Curatieve ggz

8.981

9.214

0

9.214

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

8.702

8.931

0

8.931

0

0

0

0

Overige

41.202

68.168

0

68.168

0

0

0

0

Bekostiging

2.762.515

2.761.184

0

2.761.184

0

0

0

0

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.722.900

2.722.900

0

2.722.900

0

0

0

0

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

39.615

38.284

0

38.284

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten

18.523

18.523

0

18.523

0

0

0

0

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

18.397

18.397

0

18.397

0

0

0

0

Overige

126

126

0

126

0

0

0

0

Opdrachten

5.618

13.265

2.000

15.265

4.000

0

0

0

Risicoverevening

1.986

2.019

0

2.019

0

0

0

0

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

1.201

1.221

0

1.221

0

0

0

0

Medisch-specialistische zorg

118

5.620

2.000

7.620

4.000

0

0

0

Curatieve ggz

417

424

0

424

0

0

0

0

Eerste lijnszorg

100

102

0

102

0

0

0

0

Overige

1.796

3.879

0

3.879

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

13.846

9.813

0

9.813

0

0

0

0

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

13.846

9.813

0

9.813

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

4.803

4.304

0

4.304

0

0

0

0

SVB: Onverzekerden

3.778

3.877

0

3.877

0

0

0

0

Overige

1.025

427

0

427

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

2

2

0

2

0

0

0

0

JenV: Bijdrage C2000

2

2

0

2

0

0

0

0

Ontvangsten

5.053

476.353

470.000

6.353

85.000

0

0

0

Overige

5.053

476.353

470.000

6.353

85.000

0

0

0

Uitgaven

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Opdrachten

Medische producten

Additionele voorziening van persoonlijke en medische beschermingsmiddelen

Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ontvangt in 2020 en 2021 meer bevoorschotting vanuit VWS om additioneel voldoende medische beschermingsmiddelen aan te schaffen en te distribueren. Het betreft voor 2020 een aanvullend bedrag van 166,5 miljoen en voor 2021 25 miljoen.

3. Ondersteuning van het zorgstelsel

Opdrachten

Medisch-specialistische zorg

Verlenging van het Landelijk Cordinatiecentrum Patinten spreiding (LCPS)

Het LCPS is onderdeel van het LNAZ en kijkt naar de capaciteitsverdeling van IC-bedden en verdeling van COVID-19 patinten. Daarbij kennen zij een situatie met een lager activiteitenniveau, maar met een hogere verantwoordelijkheid bij opschaling. Voor het opschalingsplan heeft het LCPS reeds werkzaamheden verricht (2 miljoen).

Ontvangsten

Doorverkoop van medische beschermingsmiddelen

Voor de verkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen vanuit het LCH aan zorginstellingen is bij de eerste suppletoire begroting 2020 en eerste incidentele suppletoire begroting 2020 een ontvangstenbudget begroot van in totaal 470 miljoen. Hierbij is vooruit gelopen op de afrekening van de voorschotten die VWS aan het LCH heeft verstrekt. Naar alle waarschijnlijkheid zal afrekening van de verstrekte voorschotten pas in 2021 plaats vinden. De ontvangsten op de VWS-begroting worden bij deze tweede incidentele suppletoire begroting aangepast, zodat de presentatie in de begroting aansluit op de gehanteerde systematiek van bevoorschotting.

3.3 Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid 4e incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3)

Mutaties 4e ISB

Stand 4e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

7.423.429

3.956.180

7.300

3.963.480

0

0

0

0

Uitgaven

7.259.805

7.287.154

7.300

7.294.454

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

99,30%

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

214.662

238.579

7.300

245.879

0

0

0

0

Subsidies

70.054

86.160

9.000

95.160

0

0

0

0

Toegang tot zorg en ondersteuning

18.668

13.667

0

13.667

0

0

0

0

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

20.415

43.145

0

43.145

0

0

0

0

Inclusieve samenleving

15.256

14.147

9.000

23.147

0

0

0

0

Kennis en informatiebeleid

10.300

9.734

0

9.734

0

0

0

0

Overige

5.415

5.467

0

5.467

0

0

0

0

Opdrachten

101.761

92.048

1.700

90.348

0

0

0

0

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

63.721

60.193

0

60.193

0

0

0

0

Toegang tot zorg en ondersteuning

6.950

3.765

0

3.765

0

0

0

0

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

3.200

2.978

0

2.978

0

0

0

0

Inclusiviteit

12.056

9.261

0

9.261

0

0

0

0

Kennis, informatie en innovatiebeleid

1.500

1.525

0

1.525

0

0

0

0

Aanbesteden Sociaal Domein

3.495

57

0

57

0

0

0

0

Overige

10.839

14.269

1.700

12.569

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

12.847

13.737

0

13.737

0

0

0

0

Doventolkvoorzieningen

12.847

13.737

0

13.737

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

0

18.000

0

18.000

0

0

0

0

Overige

0

18.000

0

18.000

0

0

0

0

0

Storting/onttrekking begrotingsreserve

30.000

28.634

0

28.634

0

0

0

0

Stimulerings regeling wonen en zorg

30.000

28.634

0

28.634

0

0

0

0

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

7.045.143

7.048.575

0

7.048.575

0

0

0

0

Subsidies

160.389

127.343

0

127.343

0

0

0

0

Zorg merkbaar beter maken

74.933

60.072

0

60.072

0

0

0

0

Kennis, informatie en innovatiebeleid

40.924

23.854

0

23.854

0

0

0

0

Palliatieve zorg en ondersteuning

44.532

43.417

0

43.417

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bekostiging

6.741.800

6.748.400

0

6.748.400

0

0

0

0

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

3.691.800

3.698.400

0

3.698.400

0

0

0

0

Bijdrage Wlz

3.050.000

3.050.000

0

3.050.000

0

0

0

0

Opdrachten

19.472

39.686

0

39.686

0

0

0

0

Zorgdragen voor langdurige zorg

19.472

39.686

39.686

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

0

500

0

500

0

0

0

0

Overige

0

500

500

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

123.482

132.646

0

132.646

0

0

0

0

Uitvoeringskosten Sociale Verzekerings Bank

34.306

36.086

0

36.086

0

0

0

0

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

89.176

96.560

0

96.560

0

0

0

0

Ontvangsten

5.691

5.691

0

5.691

0

0

0

0

Overige

5.691

5.691

0

5.691

0

0

0

0

Uitgaven

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Subsidies

Inclusieve samenleving

Het Rode Kruis krijgt een vergoeding voor de kosten die het heeft gemaakt om mensen te ondersteunen die thuis moeten blijven vanwege quarantaine en het meehelpen met de afname van testen (9 miljoen).

Opdrachten

Persoonlijke beschermingsmaterialen mantelzorgers en vrijwilligers

Er zijn minder persoonlijke beschermingsmaterialen voor vrijwilligers en mantelzorgers gratis verstrekt door apothekers dan verwacht. Dit leidt tot een onderuitputting van 1,7 miljoen in 2020.

3.3 Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties ISB

Stand ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

7.423.429

3.954.180

2.000

3.956.180

0

0

0

0

Uitgaven

7.259.805

7.285.154

2.000

7.287.154

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

99,30%

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

214.662

236.579

2.000

238.579

0

0

0

0

Subsidies

70.054

86.160

0

86.160

0

0

0

0

Toegang tot zorg en ondersteuning

18.668

13.667

0

13.667

0

0

0

0

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

20.415

43.145

0

43.145

0

0

0

0

Inclusieve samenleving

15.256

14.147

0

14.147

0

0

0

0

Kennis en informatiebeleid

10.300

9.734

0

9.734

0

0

0

0

Overige

5.415

5.467

0

5.467

0

0

0

0

Opdrachten

101.761

90.048

2.000

92.048

0

0

0

0

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

63.721

60.193

0

60.193

0

0

0

0

Toegang tot zorg en ondersteuning

6.950

3.765

0

3.765

0

0

0

0

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

3.200

2.978

0

2.978

0

0

0

0

Inclusiviteit

12.056

7.261

2.000

9.261

0

0

0

0

Kennis, informatie en innovatiebeleid

1.500

1.525

0

1.525

0

0

0

0

Aanbesteden Sociaal Domein

3.495

57

0

57

0

0

0

0

Overige

10.839

14.269

0

14.269

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

12.847

13.737

0

13.737

0

0

0

0

Doventolkvoorzieningen

12.847

13.737

0

13.737

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

0

18.000

0

18.000

0

0

0

0

Overige

0

18.000

0

18.000

0

0

0

0

0

Storting/onttrekking begrotingsreserve

30.000

28.634

0

28.634

0

0

0

0

Stimulerings regeling wonen en zorg

30.000

28.634

0

28.634

0

0

0

0

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

7.045.143

7.048.575

0

7.048.575

0

0

0

0

Subsidies

160.389

127.343

0

127.343

0

0

0

0

Zorg merkbaar beter maken

74.933

60.072

0

60.072

0

0

0

0

Kennis, informatie en innovatiebeleid

40.924

23.854

0

23.854

0

0

0

0

Palliatieve zorg en ondersteuning

44.532

43.417

0

43.417

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bekostiging

6.741.800

6.748.400

0

6.748.400

0

0

0

0

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

3.691.800

3.698.400

0

3.698.400

0

0

0

0

Bijdrage Wlz

3.050.000

3.050.000

0

3.050.000

0

0

0

0

Opdrachten

19.472

39.686

0

39.686

0

0

0

0

Zorgdragen voor langdurige zorg

19.472

39.686

39.686

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

0

500

0

500

0

0

0

0

Overige

0

500

500

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

123.482

132.646

0

132.646

0

0

0

0

Uitvoeringskosten Sociale Verzekerings Bank

34.306

36.086

0

36.086

0

0

0

0

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

89.176

96.560

0

96.560

0

0

0

0

Ontvangsten

5.691

5.691

0

5.691

0

0

0

0

Overige

5.691

5.691

0

5.691

0

0

0

0

Uitgaven

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Opdrachten

Distributie en terhandstelling van medische hulpmiddelen

De doelgroep waarvoor het LCH medische beschermingsmiddelen inkoopt wordt uitgebreid voor zorgverleners die zorg verlenen aan clinten thuis en die niet werkzaam zijn voor een zorgorganisatie. Het betreft mantelzorgers die intensief zorg verlenen, vrijwilligers in de palliatieve zorg en zorgverleners op basis van een pgb aan kwetsbare mensen met (symptomen van) COVID-19, en waarbij de afstand van 1,5 meter niet kan worden aangehouden vanwege de noodzakelijke verpleging en verzorging. Voor de distributie van beschermingsmiddelen aan deze doelgroep wordt 2 miljoen geraamd.

3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB en NvW)

Mutaties 2e ISB

Stand 2e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

957.990

2.374.005

54.799

2.319.206

927.999

20.000

0

0

Uitgaven

1.079.709

2.624.003

54.799

2.569.204

927.999

20.000

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

1. Positie clint en transparantie van zorg

56.700

64.940

0

64.940

0

0

0

0

Subsidies

42.967

34.015

0

34.015

0

0

0

0

Patinten- en gehandicaptenorganisaties

17.000

16.465

0

16.465

0

0

0

0

Transparantie van zorg

25.927

17.509

0

17.509

0

0

0

0

Overige

40

41

0

41

0

0

0

0

Opdrachten

8.740

23.505

0

23.505

0

0

0

0

Ondersteuning clintorganisaties

3.988

6.585

0

6.585

0

0

0

0

Transparantie van zorg

693

704

0

704

0

0

0

0

Overige

4.059

16.216

0

16.216

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

4.993

7.420

0

7.420

0

0

0

0

CIBG

4.993

7.420

0

7.420

0

0

0

0

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

562.563

2.038.498

77.799

1.960.699

912.499

20.000

0

0

Subsidies

541.341

2.014.758

75.923

1.938.835

910.623

20.000

0

0

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

541.341

2.014.758

75.923

1.938.835

910.623

20.000

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

8.809

9.352

0

9.352

0

0

0

0

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

8.809

9.352

0

9.352

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

12.413

14.388

1.876

12.512

1.876

0

0

0

CIBG

12.413

14.388

1.876

12.512

1.876

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

0

0

0

ZiNL

0

0

0

0

0

0

0

0

3. Informatiebeleid

74.626

100.164

2.600

97.564

2.600

0

0

0

Subsidies

35.943

35.590

2.600

32.990

2.600

0

0

0

Informatiebeleid

10.967

15.288

2.600

12.688

2.600

0

0

0

Overige

24.976

20.302

0

20.302

0

0

0

0

Opdrachten

23.592

39.856

0

39.856

0

0

0

0

Informatiebeleid

9.460

30.688

0

30.688

0

0

0

0

Overige

14.132

9.168

0

9.168

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

15.091

24.718

0

24.718

0

0

0

0

Informatiebeleid

15.091

24.718

0

24.718

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

4. Inrichting Zorgstelsel

251.889

250.584

0

250.584

0

0

0

0

Subsidies

200

205

0

205

0

0

0

0

Programma's Zorgstelsel

200

205

0

205

0

0

0

0

Opdrachten

1.839

2.369

0

2.369

0

0

0

0

Programma's Zorgstelsel

1.300

1.821

0

1.821

0

0

0

0

Overige

539

548

0

548

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

247.350

247.953

0

247.953

0

0

0

0

CAK

124.389

118.318

0

118.318

0

0

0

0

NZa

59.970

60.979

0

60.979

0

0

0

0

Zorginstituut Nederland

59.878

65.352

0

65.352

0

0

0

0

CSZ

2.200

2.257

0

2.257

0

0

0

0

Overige

913

1.047

0

1.047

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

2.500

57

0

57

0

0

0

0

EZK: ACM

2.500

57

0

57

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

133.931

169.817

25.600

195.417

12.900

0

0

0

Subsidies

0

3.142

0

3.142

0

0

0

0

Zorg en Welzijn

0

3.142

0

3.142

0

0

0

0

Bekostiging

133.331

163.761

25.600

189.361

12.900

0

0

0

Zorg en Welzijn

133.331

163.761

25.600

189.361

12.900

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

600

2.914

0

2.914

0

0

0

0

Overige

600

2.914

0

2.914

0

0

0

0

Ontvangsten

70.655

70.655

0

70.655

0

0

0

0

Wanbetalers en onverzekerden

59.502

59.502

0

59.502

0

0

0

0

Overige

11.153

11.153

0

11.153

0

0

0

0

Uitgaven

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Subsidies

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Zorgbonus

De uitgaven en uitvoering van de subsidieregeling van het Stagefonds wordt van 2020 verschoven naar 2021 om uitvoering te kunnen geven aan de zorgbonus in 2020. Daarvoor is een intertemporele compensatie van 2020 naar 2021 van 112,6 miljoen verwerkt. Daarnaast is besloten dat in 2021 aan zorgprofessionals nogmaals een netto zorgbonus van 500 netto wordt toegekend. De verwachte uitgaven hiervoor bedragen 720 miljoen.

Opleidingen IC-capaciteit

Er wordt een bedrag van 37,7 miljoen beschikbaar gesteld voor kosten van opleidingen die samenhangen met het opschalen van de IC-capaciteit.

3. Informatiebeleid

Subsidies

Informatiebeleid

Onderuitputting beschikbaar stellen huisartseninformatie

Bij de eerste suppletoire begroting 2020 is 5,7 miljoen beschikbaar gesteld voor het digitaal ontsluiten van huisartseninformatie. Een deel van de geplande activiteiten is of wordt in 2020 gerealiseerd. Een deel van de middelen komt dit jaar niet tot besteding en valt vrij (2,6 miljoen). Dit bedrag blijft beschikbaar in 2021 en wordt gebruikt voor het aanpassen van de systemen om de tijdelijke Corona-opt-in technisch te realiseren.

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Bekostiging

Zorg en Welzijn

Het Caribisch deel van het Koninkrijk wordt op basis van het Koninkrijkstatuut ondersteund in de coronacrisis. Conform adviezen van het Outbreak Management Team (OMT) wordt de zorgcapaciteit op deze eilanden ondersteund. VWS helpt bij de tijdelijke uitbreiding van IC-capaciteit, het versterken van de publieke gezondheid, extra capaciteit bij medische evacuaties en voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen. Het betreft een bedrag van 26 miljoen voor 2020 en 12,9 miljoen voor 2021.

3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid 4e incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3)

Mutaties 4e ISB

Stand 4e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

957.990

2.290.956

113.830

2.177.126

144.500

0

0

0

Uitgaven

1.079.709

2.540.954

113.830

2.427.124

144.500

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

98,3%

1. Positie clint en transparantie van zorg

56.700

64.940

1.800

66.740

0

0

0

0

Subsidies

42.967

34.015

0

34.015

0

0

0

0

Patinten- en gehandicaptenorganisaties

17.000

16.465

0

16.465

0

0

0

0

Transparantie van zorg

25.927

17.509

0

17.509

0

0

0

0

Overige

40

41

0

41

0

0

0

0

Opdrachten

8.740

23.505

1.800

25.305

0

0

0

0

Ondersteuning clintorganisaties

3.988

6.585

0

6.585

0

0

0

0

Transparantie van zorg

693

704

0

704

0

0

0

0

Overige

4.059

16.216

1.800

18.016

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

4.993

7.420

0

7.420

0

0

0

0

CIBG

4.993

7.420

0

7.420

0

0

0

0

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

562.563

1.932.449

144.500

1.787.949

144.500

0

0

0

Subsidies

541.341

1.910.585

144.500

1.766.085

144.500

0

0

0

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

541.341

1.910.585

144.500

1.766.085

144.500

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

8.809

9.352

0

9.352

0

0

0

0

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

8.809

9.352

0

9.352

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

12.413

12.512

0

12.512

0

0

0

0

CIBG

12.413

12.512

12.512

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

0

0

0

ZiNL

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

3. Informatiebeleid

74.626

97.564

8.270

105.834

0

0

0

0

Subsidies

35.943

32.990

0

32.990

0

0

0

0

Informatiebeleid

10.967

12.688

0

12.688

0

0

0

Overige

24.976

19.971

0

19.971

0

0

0

0

Opdrachten

23.592

39.856

6.900

46.756

0

0

0

0

Informatiebeleid

9.460

30.688

6.900

37.588

0

0

0

0

Overige

14.132

9.168

0

9.168

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

15.091

24.718

1.370

26.088

0

0

0

0

Informatiebeleid

15.091

24.718

1.370

26.088

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

4. Inrichting Zorgstelsel

251.889

250.584

0

250.584

0

0

0

0

Subsidies

200

205

0

205

0

0

0

0

Programma's Zorgstelsel

200

205

0

205

0

0

0

0

Opdrachten

1.839

2.369

0

2.369

0

0

0

0

Programma's Zorgstelsel

1.300

1.821

0

1.821

0

0

0

0

Overige

539

548

0

548

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

247.350

247.953

0

247.953

0

0

0

0

CAK

124.389

118.318

0

118.318

0

0

0

0

NZa

59.970

60.979

0

60.979

0

0

0

0

Zorginstituut Nederland

59.878

65.352

0

65.352

0

0

0

0

CSZ

2.200

2.257

0

2.257

0

0

0

0

Overige

913

1.047

0

1.047

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

2.500

57

0

57

0

0

0

0

EZK: ACM

2.500

57

0

57

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

133.931

195.417

20.600

216.017

0

0

0

0

Subsidies

0

3.142

0

3.142

0

0

0

0

Zorg en Welzijn

0

3.142

0

3.142

0

0

0

0

Bekostiging

133.331

189.361

20.600

209.961

0

0

0

0

Zorg en Welzijn

133.331

189.361

20.600

209.961

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

600

2.914

0

2.914

0

0

0

0

Overige

600

2.914

0

2.914

0

0

0

0

Ontvangsten

70.655

70.655

0

70.655

0

0

0

0

Wanbetalers en onverzekerden

59.502

59.502

0

59.502

0

0

0

0

Overige

11.153

11.153

0

11.153

0

0

0

0

Uitgaven

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Subsidies

Zorgbonus

De zorgbonus 2020 (een netto-uitkering van 1.000) wordt ook voor zorgverleners van pgb-budgethouders beschikbaar gesteld. Uitvoering van deze specifieke regeling wordt geraamd op 126 miljoen in 2021. De met deze regeling geraamde kosten worden naar 2021 verschoven vanuit de in 2020 beschikbaar gestelde 1,44 miljard.

Opleiden extra zorgpersoneel corona

Er komen extra middelen beschikbaar voor het programma Extra handen voor de Zorg. Met dit programma worden mensen uit sectoren die getroffen worden door de coronacrisis begeleid naar ondersteunende banen in de zorg. Er worden hiervoor een viertal regio-overstijgende centra ingericht die vraag en aanbod matchen. Tevens wordt de Nationale Zorgklas opgericht om mensen te op te leiden als crisishulp binnen zorgorganisaties. Tenslotte kunnen mensen worden opgeleid voor bron- en contactonderzoek, testcapaciteit, IC-buddys en beveiliging. Met deze intensivering kunnen 5000 trajecten worden aangeboden.

3. Informatiebeleid

Opdrachten

Informatiebeleid

Programma Realisatie Digitale Ondersteuning (COVID-19)

Voor de doorontwikkeling van onder andere de corona-app die GGDen moet ondersteunen en de doorontwikkeling en beheer van de CoronaMelder worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld (6,8 miljoen).

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Bekostiging

Zorg en Welzijn

Er wordt 20,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de zorg op Caribisch Nederland. Met deze middelen kan genvesteerd worden in vaste teams en meer zorgpersoneel worden ingezet, om zowel de zorg te kunnen leveren vanwege het oplopend aantal besmettingen als uitval van zorgpersoneel vanwege besmetting op te vangen.

3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties ISB

Stand ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

957.990

925.205

8.800

934.005

0

0

0

0

Uitgaven

1.079.709

1.175.203

8.800

1.184.003

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

98,30%

1. Positie clint en transparantie van zorg

56.700

60.940

4.000

64.940

0

0

0

0

Subsidies

42.967

34.015

0

34.015

0

0

0

0

Patinten- en gehandicaptenorganisaties

17.000

16.465

0

16.465

0

0

0

0

Transparantie van zorg

25.927

17.509

0

17.509

0

0

0

0

Overige

40

41

0

41

0

0

0

0

Opdrachten

8.740

19.505

4.000

23.505

0

0

0

0

Ondersteuning clintorganisaties

3.988

6.585

0

6.585

0

0

0

0

Transparantie van zorg

693

704

0

704

0

0

0

0

Overige

4.059

12.216

4.000

16.216

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

4.993

7.420

0

7.420

0

0

0

0

CIBG

4.993

7.420

0

7.420

0

0

0

0

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

562.563

598.498

0

598.498

0

0

0

0

Subsidies

541.341

574.758

0

574.758

0

0

0

0

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

541.341

574.758

0

574.758

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

8.809

9.352

0

9.352

0

0

0

0

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

8.809

9.352

0

9.352

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

12.413

14.388

0

14.388

0

0

0

0

CIBG

12.413

14.388

0

14.388

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

0

0

0

ZiNL

0

0

0

0

0

0

0

0

3. Informatiebeleid

74.626

95.364

4.800

100.164

0

0

0

0

Subsidies

35.943

35.590

0

35.590

0

0

0

0

Informatiebeleid

10.967

15.288

0

15.288

0

0

0

0

Overige

24.976

20.302

0

20.302

0

0

0

0

Opdrachten

23.592

35.056

4.800

39.856

0

0

0

0

Informatiebeleid

9.460

25.888

4.800

30.688

0

0

0

0

Overige

14.132

9.168

0

9.168

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

15.091

24.718

0

24.718

0

0

0

0

Informatiebeleid

15.091

24.718

0

24.718

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

4. Inrichting Zorgstelsel

251.889

250.584

0

250.584

0

0

0

0

Subsidies

200

205

0

205

0

0

0

0

Programma's Zorgstelsel

200

205

0

205

0

0

0

0

Opdrachten

1.839

2.369

0

2.369

0

0

0

0

Programma's Zorgstelsel

1.300

1.821

0

1.821

0

0

0

0

Overige

539

548

0

548

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

247.350

247.953

0

247.953

0

0

0

0

CAK

124.389

118.318

0

118.318

0

0

0

0

NZa

59.970

60.979

0

60.979

0

0

0

0

Zorginstituut Nederland

59.878

65.352

0

65.352

0

0

0

0

CSZ

2.200

2.257

0

2.257

0

0

0

0

Overige

913

1.047

0

1.047

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

2.500

57

0

57

0

0

0

0

EZK: ACM

2.500

57

0

57

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

133.931

169.817

0

169.817

0

0

0

0

Subsidies

0

3.142

0

3.142

0

0

0

0

Zorg en Welzijn

0

3.142

0

3.142

0

0

0

0

Bekostiging

133.331

163.761

0

163.761

0

0

0

0

Zorg en Welzijn

133.331

163.761

0

163.761

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

600

2.914

0

2.914

0

0

0

0

Overige

600

2.914

0

2.914

0

0

0

0

Ontvangsten

70.655

70.655

0

70.655

0

0

0

0

Wanbetalers en onverzekerden

59.502

59.502

0

59.502

0

0

0

0

Overige

11.153

11.153

0

11.153

0

0

0

0

Uitgaven

1. Positie clint en transparantie van zorg

Opdrachten

Overige

Campagne alleen samen

Ten behoeve van de bestrijding van COVID-19 is publiekscommunicatie een essentieel onderdeel van het maatregelenpakket. Onderdeel van de publiekscommunicatie is een multimedia publiekscampagne. Er is 4 miljoen begroot voor de publiekscampagne tot en met de zomer.

3. Informatiebeleid

Opdrachten

Programma Realisatie Digitale Ondersteuning COVID-19

Er is digitale ondersteuning nodig bij bron- en contactonderzoek bij de GGD, dit is geadviseerd door het Outbreak Management Team (OMT). Om deze digitale ondersteuning effectief in te kunnen zetten is een taskforce ingericht. Er is reeds een programma van eisen opgesteld voor digitale ondersteuning van contactonderzoek. De kosten voor de realisatie digitale ondersteuning worden geraamd op 9.3 miljoen, waarvan 4,5 miljoen voor de kosten van ontwikkeling, waaronder het opstellen van het programma van eisen, en de personeelskosten (zie artikel 10) en 4,8 miljoen voor de uitvoering van het programma en de publiekscampagne (Informatiebeleid).

3.5 Artikel 6 Sport en bewegen

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties ISB

Stand ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

343.374

366.967

110.000

476.967

0

0

0

0

Uitgaven

373.966

402.229

110.000

512.229

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

98,60%

99,00%

1. Passend sport- en beweegaanbod

976

1.484

0

1.484

0

0

0

0

Subsidies

976

1.484

0

1.484

0

0

0

0

Passend sport- en beweegaanbod

976

1.484

0

1.484

0

0

0

0

2. Uitblinken in sport

1.284

1.318

0

1.318

0

0

0

0

Subsidies

1.284

1.318

0

1.318

0

0

0

0

Uitblinken in sport

1.284

1.318

0

1.318

0

0

0

0

4. Sport verenigt Nederland

371.706

399.427

110.000

509.427

0

0

0

0

Subsidies

162.909

183.079

0

183.079

0

0

0

0

Sportakkoord

68.307

73.571

0

73.571

0

0

0

0

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

86.871

101.601

0

101.601

0

0

0

0

Kennis en innovatie

7.731

7.907

0

7.907

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten

13.340

13.815

0

13.815

0

0

0

0

Financile voorziening topsporters

13.340

13.815

0

13.815

0

0

0

0

Opdrachten

4.143

4.440

0

4.440

0

0

0

0

Sportakkoord

3.927

4.194

0

4.194

0

0

0

0

Kennis en innovatie

216

246

0

246

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

2.472

2.727

0

2.727

0

0

0

0

Dopingautoriteit

2.472

2.727

0

2.727

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

177.924

193.265

110.000

303.265

0

0

0

0

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

177.924

182.600

0

182.600

0

0

0

0

Sportakkoord

0

10.665

110.000

120.665

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

230

325

0

325

0

0

0

0

Dopingbestrijding

230

325

0

325

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

10.688

1.776

0

1.776

0

0

0

0

Sportakkoord

10.688

1.776

0

1.776

0

0

0

0

Ontvangsten

740

740

0

740

0

0

0

0

Overige

740

740

0

740

0

0

0

0

Uitgaven

4. Sport verenigt Nederland

Bijdrage aan medeoverheden

Ondersteuning Sportsector COVID-19

Met deze middelen wordt de sportsector in Nederland geholpen. In overleg met de gemeenten heeft het kabinet besloten om de sportverenigingen de huur vanaf 15maart tot en met 15juni 2020 kwijt te schelden. Deze huur zijn de sportverenigingen verschuldigd aan de gemeente of het gemeentelijk sportbedrijf. Hiervoor zullen de gemeenten een compensatie ontvangen van 90 miljoen.

Sportverenigingen die de accommodatie niet huren maar zelf (gedeeltelijk) in bezit hebben, hebben te maken met de vaste lasten die dit eigendom met zich meebrengt en er zijn op dit moment geen inkomsten. In totaal gaat het hier om 20 miljoen.

3.5 Artikel 6 Sport en bewegen

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid 4e incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3)

Mutaties 4e ISB

Stand 4e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

343.374

476.967

61.800

415.167

60.000

0

0

0

Uitgaven

373.966

512.229

61.800

450.429

60.000

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (percentage)

98,60%

1. Passend sport- en beweegaanbod

976

1.484

0

1.484

0

0

0

0

Subsidies

976

1.484

0

1.484

0

0

0

0

Passend sport- en beweegaanbod

976

1.484

0

1.484

0

0

0

0

Opdrachten

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

0

2. Uitblinken in sport

1.284

1.318

0

1.318

0

0

0

0

Subsidies

1.284

1.318

0

1.318

0

0

0

0

Uitblinken in sport

1.284

1.318

0

1.318

0

0

0

0

4. Sport verenigt Nederland

371.706

509.427

61.800

447.627

60.000

0

0

0

Subsidies

162.909

183.079

22.100

160.979

37.800

0

0

0

Sportakkoord

68.307

73.571

22.100

51.471

37.800

0

0

0

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

86.871

101.601

0

101.601

0

0

0

0

Kennis en innovatie

7.731

7.907

0

7.907

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten

13.340

13.815

0

13.815

0

0

0

0

Financile voorziening topsporters

13.340

13.815

0

13.815

0

0

0

0

Opdrachten

4.143

4.440

0

4.440

0

0

0

0

Sportakkoord

3.927

4.033

4.033

0

0

0

Kennis en innovatie

216

246

0

246

0

0

0

0

Overige

0

161

0

161

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

2.472

2.727

0

2.727

0

0

0

0

Dopingautoriteit

2.472

2.727

0

2.727

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

177.924

303.265

39.700

263.565

22.200

0

0

0

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

177.924

182.600

0

182.600

0

0

0

0

Sportakkoord

0

120.665

39.700

80.965

22.200

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

230

325

0

325

0

0

0

0

Dopingbestrijding

230

325

0

325

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

10.688

1.776

0

1.776

0

0

0

0

Sportakkoord

10.688

1.776

0

1.776

0

0

0

0

Ontvangsten

740

740

0

740

0

0

0

0

Overige

740

740

0

740

0

0

0

0

Uitgaven

4. Niet-beleidsartikelen

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 10 Apparaatsuitgaven

Tabel 7 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB en NvW)

Mutaties 2e ISB

Stand 2e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

338.243

399.447

2.657

402.104

10.300

0

0

0

Uitgaven

340.989

403.271

2.657

405.928

10.300

0

0

0

Personele uitgaven

261.246

294.954

2.657

297.611

10.300

0

0

0

waarvan eigen personeel

248.371

274.044

761

274.805

8.205

0

0

0

waarvan inhuur externen

9.474

17.509

1.896

19.405

2.095

0

0

0

waarvan overige personele uitgaven

3.401

3.401

0

3.401

0

0

0

0

Materile uitgaven

79.743

107.917

0

107.917

0

0

0

0

waarvan ICT

7.148

16.154

0

16.154

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan SSO's

50.021

57.072

0

57.072

0

0

0

0

waarvan overige materile uitgaven

22.574

35.091

0

35.091

0

0

0

0

Ontvangsten

8.603

26.195

0

26.195

0

0

0

0

Overige

8.603

26.195

0

26.195

0

0

0

0

Apparaatsuitgaven kerndepartement

Personele uitgaven kerndepartement

De coronacrisis vraagt extra personele inzet op het kerndepartement. Het gaat om een bedrag van 2,6 miljoen in 2020 en 10,3 miljoen in 2021.

4.1 Artikel 10 Apparaatsuitgaven

Tabel 7 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties ISB

Stand ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

338.243

394.547

4.900

399.447

0

0

0

0

Uitgaven

340.989

398.371

4.900

403.271

0

0

0

0

Personele uitgaven

261.246

290.454

4.500

294.954

0

0

0

0

waarvan eigen personeel

248.371

269.544

4.500

274.044

0

0

0

0

waarvan inhuur externen

9.474

17.509

0

17.509

0

0

0

0

waarvan overige personele uitgaven

3.401

3.401

0

3.401

0

0

0

0

Materile uitgaven

79.743

107.917

0

107.917

0

0

0

0

waarvan ICT

7.148

15.754

400

16.154

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan SSO's

50.021

57.072

0

57.072

0

0

0

0

waarvan overige materile uitgaven

22.574

35.091

0

35.091

0

0

0

0

Ontvangsten

8.603

26.195

0

26.195

0

0

0

0

Overige

8.603

26.195

0

26.195

0

0

0

0

Apparaatsuitgaven kerndepartement

Personele uitgaven kerndepartement

Programma Realisatie Digitale Ondersteuning COVID-19

Er is digitale ondersteuning nodig bij bron- en contactonderzoek bij de GGD. Dit is geadviseerd door het Outbreak Management Team (OMT). Om deze digitale ondersteuning effectief in te kunnen zetten is een taskforce ingericht. Er is reeds een programma van eisen opgesteld voor digitale ondersteuning van contactonderzoek. De kosten voor de realisatie digitale ondersteuning worden geraamd op 9.3 miljoen, waarvan 4,5 miljoen voor de kosten van ontwikkeling, waaronder het opstellen van het programma van eisen, en de personeelskosten en 4,8 miljoen voor de uitvoering van het programma en de publiekscampagne (zie artikel 4, Informatiebeleid).

Materile uitgaven kerndepartement

Appathon

Op 6april jl. heeft het Outbreak Management Team (OMT) geadviseerd de mogelijkheden voor ondersteuning van bron- en contactopsporing met behulp van mobiele applicaties te onderzoeken om belasting van de GGD te reduceren. Met een Appathon op VWS is een start gemaakt met de ontwikkeling van digitale ondersteuning. Voor de organisatie van de Appathon zijn kosten gemaakt.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

4. Sport verenigt Nederland

Subsidies

Ondersteuning Sportsector COVID-19

In het voorjaar is voor de amateursport een ondersteuningsregeling getroffen waarbij een deel van de omzetderving werd gecompenseerd. Op deze regeling is in 2020 minder beroep gedaan dan werd voorzien (22,1 miljoen). Gegeven de huidige ontwikkelingen rond het coronavirus is besloten eenzelfde regeling voor de laatste maanden van 2020 op te stellen. Uitvoering zal plaatsvinden in 2021 en hiervoor is 37,8 miljoen beschikbaar gesteld.

Bijdrage aan medeoverheden

Ondersteuning Sportsector COVID-19

Verhuurders van sportaccommodaties hebben, vanwege de coronacrisis, gebruik kunnen van een regeling om de huursom in de periode van 1maart tot 1juni 2020 gecompenseerd te krijgen. Er is onderuitputting opgetreden op deze regeling (39,7 miljoen). Gegeven de huidige ontwikkelingen is besloten om de compensatie voort te zetten met een nieuwe regeling. Uitvoering van deze regeling, die betrekking heeft op 2020, vindt plaats in 2021. Hiervoor is 22,2 miljoen beschikbaar.

5. Financieel beeld zorg

5.1 Effecten COVID-19 op het Uitgavenplafond Zorg (Zvw en Wlz)

5.1.1. Zorgverzekeringswet

Het Zorginstituut Nederland, de Nederlandse Zorgautoriteit, Zorgverzekeraars Nederland, zorgverzekeraars en VWS werken nauw samen om de financile effecten van COVID-19 op de Zorgverzekeringswet in beeld te brengen. Om de relevante kosten zo goed mogelijk te kunnen ramen is onderscheid gemaakt tussen uitgaven op basis van reguliere prestaties en nieuwe prestaties. Deze nieuwe prestaties zijn meerkosten door COVID-19 en de continuteitsbijdrage. Deze paragraaf gaat in op de recente inschatting voor de Zvw-cijfers 2020, zoals ook verwerkt in de ontwerpbegroting 2021 en daar ook uitgebreid is toegelicht. In deze tweede incidentele suppletoire begroting is gekozen om een ingekorte toelichting op te nemen.

De cijfers over het eerste half jaar die weergegeven worden in de tabel hieronder zijn voor een deel gebaseerd op daadwerkelijke declaraties, maar voor een groter deel op bijschattingen van verzekeraars op basis van trends en contracten tussen verzekeraars en aanbieders voor het lopende jaar. Uiteraard kunnen deze cijfers nog wijzigen naarmate er meer wordt gedeclareerd. De zorgverzekeraars geven aan dat hun ramingen vanwege COVID-19 met meer onzekerheid dan normaal zijn omgeven. Desondanks bieden deze cijfers een eerste inzicht en wordt daarmee ook voldaan aan de vraag van de Tweede Kamer om deze inzichten te delen. Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat de Zvw-uitgaven per saldo niet hoger of lager uitvallen dan eerder geraamd.

In onderstaande tabel zijn de cijfers opgenomen die verzekeraars op basis van de eerste twee kwartalen (Q2) hebben aangeleverd bij het Zorginstituut. Vervolgens worden deze gegevens vertaald naar reguliere prestaties, continuteitsbijdragen en meerkosten door COVID-19.

Hieronder wordt meer toelichting gegeven over de reguliere prestaties, continuteitsbijdragen, meerkosten en andere mutaties in verband met COVID-19.

Uitgaven Zvw 2020 via verzekeraars inclusief COVID-19 (bedragen x 1 miljoen)

Levering Zorginstituut Nederland Q220201

wv. Reguliere prestaties en tarieven2

wv. Continuteits-

bijdragen3

wv. Meerkosten4

Aanpassing begrotingsstanden 5

Eerstelijnszorg

6.413,7

6.151,8

198,3

63,6

7,5

Huisartsenzorg

3.294,8

3.156,4

89,9

48,5

25,1

Multidisciplinaire zorgverlening

678,4

678,4

0,0

0,0

3,8

Tandheelkundige zorg

804,8

770,0

27,5

7,3

14,9

Paramedische zorg

848,4

778,7

62,7

7,0

18,1

Verloskunde

260,2

259,3

0,9

0,1

2,4

Kraamzorg

348,6

347,2

0,8

0,7

12,2

Zorg voor zintuiglijk gehandicapten

178,4

161,8

16,5

0,1

3,5

Tweedelijnszorg

25.964,3

21.857,7

3.617,3

489,3

3,1

Medisch-specialistische zorg

24.317,7

20.476,4

3.411,6

429,7

14,5

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf

1.076,4

895,8

130,5

50,1

51,9

Overig curatieve zorg

570,2

485,4

75,3

9,5

34,3

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

4.188,2

4060,1

85,3

42,7

82,2

Apotheekzorg en hulpmiddelen

6.689,8

6660,4

19,0

10,4

87,0

Apotheekzorg

4.978,1

4961,6

7,9

8,6

33,3

Hulpmiddelen

1.711,7

1698,8

11,1

1,8

53,7

Wijkverpleging

3.598,9

3.423,6

143,4

31,9

218,2

Ziekenvervoer

795,5

780,3

8,0

7,3

1,5

Ambulancevervoer

672,1

0,0

0,0

0,0

5,0

Overig ziekenvervoer

123,3

0,0

0,0

0,0

3,6

Grensoverschrijdende zorg

662,0

662,0

0,0

0,0

34,8

Nominaal en onverdeeld

13,7

0,0

0,0

13,7

0,0

Totaal

48.326,1

43.595,9

4.071,3

658,9

0,0

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

1

Raming van de uitgaven 2020, deels gebaseerd op declaraties, aangeleverd door het Zorginstituut Nederland.

2

Raming van de uitgaven aan reguliere declaraties.

3

Raming van de continuteitsbijdragen voor 2020.

4

Raming van de meerkosten door COVID-19.

5

Bijstellingen van de ramingen op basis van de voorlopige uitgaven 2020 door COVID-19, een -/- is een bijstelling naar beneden, een + een bijstelling naar boven.

Uitgaven op basis van reguliere declaraties en prestaties

De uitgaven op basis van reguliere prestaties en tarieven zijn als gevolg van zorguitval in het voorjaar van 2020 aanzienlijk lager dan in de ontwerpbegroting 2020 en de eerste suppletoire begroting 2020 werd aangenomen. Verzekeraars geven aan dat het nog lastig is om te bepalen in hoeverre in de reguliere declaraties sprake is van kosten van directe zorg aan corona-patinten. Dit is voor hen van belang omdat zij deze kosten, evenals andere meerkosten als gevolg van COVID-19 kunnen inbrengen in de catastroferegeling op grond van artikel 33 van de Zorgverzekeringswet. In de reguliere uitgaven zijn dus ook de directe kosten die verband houden met COVID-19 voor het kunnen leveren van directe zorg aan patinten inbegrepen.

Continuteitsbijdragen

Zorgaanbieders kunnen van zorgverzekeraars een continuteitsbijdrage ontvangen voor omzetdaling vanuit de basisverzekering en/of aanvullende verzekering vanwege COVID-19. Hiermee wordt de continuteit van de zorg gewaarborgd om ook in de toekomst aan hun zorgplicht te kunnen blijven voldoen en om personeel in de zorg te kunnen behouden. Op dit moment zijn de totale uitgaven aan de continuteitsbijdrage geraamd op 4 miljard. Voor deze raming geldt dat de meeste verzekeraars uitgaan van definitieve of voorlopige afspraken voor de verschillende sectoren.

Meerkosten door COVID-19

Zorgaanbieders die bij het leveren van zorg te maken hebben met aan COVID-19 gerelateerde meerkosten kunnen deze zorg declareren onder door de Nederlandse Zorgautoriteit in het leven geroepen prestaties voor meerkosten door COVID-19.

Doorwerking COVID-19 in 2021 en latere jaren

Met de huidige actualisatiecijfers (twee kwartalen 2020) is geen structureel effect op de Zvw-ramingen voor 2021 e.v. verondersteld. Een deel van de niet geleverde zorg zal nog worden ingehaald in 2020. De mogelijkheid tot inhaalzorg hangt echter nauw samen met de capaciteit van zorgaanbieders en de zorg die zij kunnen leveren in de nieuwe situatie (bijvoorbeeld met 1,5 meter maatregelen). Er wordt geen budgettair effect van inhaalzorg in 2021 verondersteld.

Verder is er veel onzekerheid over mogelijke toekomstige (regionale) uitbraken van het virusen de daarmee samenhangende financile gevolgen voor de zorguitgaven. Er is nu enkel op basis van de tweede kwartaalcijfers 2020 een aanpassing in de raming opgenomen.

In de ontwerpbegroting 2021 worden voorts verschillende beleidsmaatregelen gepresenteerd, die in de raming voor 2021 zijn verwerkt. Het gaat hierbij om de geraamde kosten in het kader van de opschaling van de IC- en ELV- capaciteit, alsmede de pakketmaatregel fysiotherapie.

5.1.2 Wet langdurige zorg

De coronacrisis heeft op verschillende manieren effect op de uitgaven van de Wet langdurige zorg. Er zijn financile maatregelen getroffen met als doel de continuteit van zorg op de korte termijn te garanderen en de continuteit van (het) zorg(landschap) op langere termijn te borgen. Hieronder gaan we nader in op de verschillende specifieke maatregelen (beleidsregels) voor de Wet langdurige zorg, de inschattingen van de budgettaire gevolgen en de onderliggende aannames daarbij.

Omzetderving

Voor 2020 zijn er afspraken gemaakt over de compensatie van omzetderving in verband met COVID-19. De compensatie voor de omzetderving betreft een vergoeding voor de doorlopende kosten voor overeengekomen productie die zorgaanbieders ondanks COVID-19 wel realiseren. De compensatie bedraagt in beginsel het verschil tussen de verwachte omzet in een situatie zonder COVID-19 en de gerealiseerde productie. De beleidsregel, die hiervoor is opgesteld, kende oorspronkelijk een looptijd tot 1juni 2020 en is nadien verlengd tot 1augustus 2020 voor de sectoren gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg. Voor de sector ouderenzorg is de regeling verlengd tot 1september 2020. De compensatie van de omzetderving wordt bekostigd vanuit het Wlz-kader 2020.

Zoals gebruikelijk adviseert de NZa periodiek de Minister van VWS over de toereikendheid van het Wlz-kader. Hierbij worden ook de budgettaire gevolgen van deze maatregel betrokken. Op basis van het meiadvies van de NZa is geconcludeerd dat het Wlz-kader, dat op 20april 2020 in lijn met het advies uit de maartbrief van de NZa nog is opgehoogd, ongewijzigd te laten. Voor 1oktober 2020 zal aan de hand van het meest recente advies van de NZa opnieuw worden bezien of een bijstelling noodzakelijk is. Dit krijgt vorm in de definitieve kaderbrief 2021, waarmee tevens het Wlz-kader voor 2021 wordt vastgesteld.

Extra kosten

In de tweede incidentele suppletoire begroting is een bijdrage opgenomen van totaal 190 miljoen in de Wlz. Zorgaanbieders en Wlz-clinten met een persoonsgebonden budget (pgb) maken extra kosten in verband met het coronavirus, voor bijvoorbeeld extra zorg en vervangende zorg. Op basis van eerste realisatiecijfers is de inschatting gemaakt dat het financile effect hiervan 40 miljoen bedraagt voor de periode maart tot en met juli 2020.

Waar zorgaanbieders te maken krijgen met extra kosten als gevolg van COVID-19, kunnen ook deze kosten worden vergoed. Op basis van een steekproef wordt geraamd dat de kosten voor de periode vanaf maart tot en met mei 2020 150 miljoen bedragen.

Bijlage Garantieregeling

1. Wijziging Garantstelling NVZA (COVID-19 geneesmiddelen)

Inleiding

De Staat (Minister van VWS) is op 7april 2020 een overeenkomst aangegaan met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), waarbij de Minister een volmacht aan de NVZA heeft verleend om namens de Minister garantstellingsverklaringen uit te brengen waarin de Staat zich ten behoeve van marktpartijen (bijvoorbeeld groothandels en ziekenhuisapotheken) garant stelt, met betrekking tot de inkoop, verkoop en distributie van geneesmiddelen, grondstoffen en andere geneeskundige middelen voor de gezondheidszorg gerelateerd aan de behandeling van COVID-19 patinten. Het maximale bedrag van de garantstellingen die namens de Minister kunnen worden verstrekt, is gelimiteerd tot 20,4 miljoen (inclusief btw). De volmacht is verstrekt tot en met 20juli 2020.

Met de afspraken zoals vastgelegd in de overeenkomst (hierna: Garantieregeling) is beoogd om de aankoop van geneesmiddelen, grondstoffen en andere geneeskundige middelen voor de gezondheidszorg gerelateerd aan de behandeling van COVID-19 patinten te borgen.

Het oorspronkelijke toetsingskader voor deze Garantieregeling is opgenomen in de 1e suppletoire wet van de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2020. Dit huidige toetsingskader heeft betrekking op de wijziging van de looptijd.

Probleemstelling en rol van de Staat

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement. Dit betreft aanpassingen aan de Garantieregeling op het gebied van de looptijd van de Garantieregeling en de frequentie van het aanleveren van rapportages.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

De COVID-19 uitbraak heeft geleid en kan leiden tot een sterke stijging van het aantal beademde IC-patinten. De vraag naar geneesmiddelen voor zorg aan COVID-19 patinten is daardoor ook de komende periode nog hoog. Daarom is het wenselijk de looptijd van de Garantieregeling (dus: de volmacht van de Minister aan NVZA om namens de Staat garantstellingsverklaringen aan marktpartijen te verstrekken) te verlengen naar 31juli 2021.

De oorspronkelijke Garantieregeling kent een begindatum van 30maart 2020. Om recht te doen aan aankopen die al in maart 2020 zijn gedaan maar die door de begindatum van de Garantieregeling niet onder de Garantieregeling vallen, wordt het wenselijk geacht de begindatum met terugwerkende kracht te vervroegen naar 20maart 2020.

Daarnaast is gebleken dat het wekelijks rapporteren (over onder andere de hoeveelheid en kosten van de geneesmiddelen die onder garantieregeling vallen) geen noodzaak is; vaak zijn er geen wijzigingen en er is sowieso afgesproken in de overeenkomst om bij bijzonderheden direct contact te hebben. Een maandelijkse rapportage sluit dan ook beter aan bij de praktijk.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het is op dit moment noodzakelijk om de aankoop van de geneesmiddelen voor de behandeling van COVID-19 centraal te cordineren. Het is, ook voor de komende periode, aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat deze cordinatie onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de Staat.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid geweest compensatierisicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a.) Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

De regeling kent een totaalplafond van 20,4 miljoen. Dit wordt niet aangepast. Het is op voorhand niet duidelijk hoe lang de COVID-19 crisis zal duren en wat exact het effect zal zijn op de vraag en aanbod van relevante geneesmiddelen. Daarom kan geen nadere inschatting worden gemaakt van het risico onder het totaalplafond. Tot dusverre (1september 2020) heeft de NVZA namens de Staat garantstellingsverklaringen aan marktpartijen voor afgerond 5 miljoen afgegeven.

b.) Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c.) Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Er wordt vooralsnog vanuit gegaan dat bovenstaande risicos zich tot 31juli 2021 zullen voordoen. De exacte mate waarin is vooralsnog niet goed voorzienbaar. Tot dat moment aangegane overeenkomsten blijven na ommekomst van deze termijn gegarandeerd onder deze garantstellingsverklaring. Indien noodzakelijk bijvoorbeeld omdat de wereldwijde markt voor geneesmiddelen op dat moment nog niet gestabiliseerd is en landelijk gecordineerde inkoop noodzakelijk blijft kan de Minister de duur van deze garantstellingsverklaring verlengen.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:

  • de regeling kent een totaalplafond (20,4 miljoen).

  • de risicos waar de garantieregeling betrekking op heeft zijn afgebakend. Het gaat om de volgende risicos: (i) het definitieve verschil tussen de door marktpartijen betaalde inkoopprijzen en de verkoopprijzen; (ii) het financile risico dat de zorgaanbieder niet of slechts gedeeltelijk betaalt aan de marktpartij; (iii) het financile risico dat de door de marktpartij ingekochte geneesmiddelen niet binnen de uiterste houdbaarheidsdatum kunnen worden verkocht of ingezet; en (iv) het financile risico dat bestelde geneesmiddelen niet geleverd worden maar wel betaald zijn.

  • vooraf is een limitatieve lijst kritieke middelen en grondstoffen vastgesteld die centraal gecordineerd kunnen worden ingekocht en waarvoor garanties kunnen worden afgegeven. Alleen geneesmiddelen die op de limitatieve lijst staan, vallen onder de Garantieregeling.

  • de NVZA is verplicht zich in te spannen om met de zorgaanbieders tot verkoopprijzen van de geneesmiddelen te komen die in een gebruikelijke verhouding staan tot de, eventueel gestegen, inkoopprijzen. De NVZA zal deze verplichting tevens opleggen aan marktpartijen bij het verlenen van een garantstelling.

  • de NVZA is verplicht periodiek een rapportage te overleggen aan de Minister van VWS. Deze rapportage bevat de volgende informatie: (i) de hoeveelheid bestelde Relevante Geneesmiddelen en de kosten daarvan; (ii) de marktpartijen aan wie een garantstelling is afgegeven; (iii) mogelijke problemen met betrekking tot de (niet) nakoming van hun verplichtingen door toeleveranciers of zorgaanbieders jegens de marktpartijen; en (iv) eventueel gematerialiseerde schades waarvoor een garantstelling is afgegeven.

  • de NVZA is verplicht om er voor te zorgen dat de marktpartijen aan wie zij een garantstellingsverklaring namens de Minister afgeven, ook direct aan de Minister rapporteren.

  • de NVZA is verplicht de Minister per ommegaande te informeren indien hij voorziet dat het totaalbedrag van de garantstellingen de limiet nadert of dreigt te overschrijden.

  • de NVZA is verplicht de Minister per ommegaande te informeren indien een individuele garantstelling een relatief groot bedrag behelst, betrekking heeft op zeer hoge prijzen of andere opmerkelijke situaties.

  • de NVZA biedt de Minister de gelegenheid om te verifiren of de gemaakte afspraken nagekomen worden door de NVZA. Indien daartoe verzocht, geeft NVZA per omgaande en zonder enig voorbehoud inzage in de relevant geachte delen van de administratie van de NVZA.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

De regeling wordt verlengd tot en met 31juli 2021. Hiertoe is besloten gezien de aanhoudende onzekerheid over de beschikbaarheid van bepaalde geneesmiddelen in het geval van een tweede golf. De regeling kan indien nodig nogmaals verlengd worden.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

De NVZA voert de regeling uit. De totale operationele kosten voor de werkzaamheden in 2020 worden ingeschat op 3,6 miljoen, de uitvoering van de garantieregeling maakt hier onderdeel van uit.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in de COVID-19 crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de crisis. De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie te kunnen informeren.

2. Wijziging garantstelling Mediq Nederland B.V.

Inleiding

De Staat is op 23maart 2020 een overeenkomst aangegaan met Mediq Nederland B.V. (hierna: Mediq) als inkopende en leverende partij bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH). De Minister van VWS staat hiermee garant voor alle directe financile schade die voor Mediq voortvloeit uit hoofde van de garantieovereenkomst en daaruit voortvloeiende overeenkomsten bij de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen voor de bestrijding van COVID-19. Daarbij verstrekt het Ministerie van VWS voorschotten aan Mediq die de voorfinanciering van de inkoop van deze hulpmiddelen mogelijk maakt.

De aanvankelijke garantieovereenkomst is door middel van twee addenda (23april 2020, respectievelijk 22juli 2020) voorzien van nadere bepalingen om verantwoordelijkheden nader te duiden, de in te kopen goederen te specificeren en de overeenkomst te verlengen tot 24juni 2021.

In het bijzonder:

  • in artikel 2 lid 1 is gexpliciteerd dat alle mogelijke toekomstige fiscale risicos ook expliciet onderdeel zijn van de garantieovereenkomst. Dit was al impliciet onderdeel van garantiebepaling iv;

  • artikel 2 lid 4 is gewijzigd om ook wettelijke naheffings- en navorderingstermijnen onder de geldigheid van de garantieovereenkomst te brengen;

  • artikel 4 is aangevuld zodat de verantwoordelijkheden tussen Mediq en VWS ten aanzien van de inkoop en verkoop door Mediq verduidelijkt is;

  • de lijst met producten is gewijzigd door de in te kopen categorien persoonlijke beschermingsmiddelen te beperken en de testmiddelen uit te breiden.

  • de garantieovereenkomst is verlengd tot uiterlijk 24juni 2021, om de duur van de garantieovereenkomst in lijn te brengen met de gemaakte dienstverleningsafspraken met Mediq.

Daarbij is ook aangeven dat testkits in aanvulling op de persoonlijke beschermingsmiddelen onder de relevante scope vallen. Het huidige toetsingskader heeft betrekking op deze wijzigingen van de garantieregeling. Deze wijzigingen zijn toegevoegd aan het oorspronkelijke toetsingskader.

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.

Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 zijn op 23maart 2020 garanties afgegeven om de inkoop van noodzakelijke beschermingsmiddelen te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen werd het ingevulde afwegingskader na besluitvorming aan het parlement toegestuurd als bijlage bij de memorie van toelichting op de 1e suppletoire begrotingswet 2020 en had dit een globaal karakter. In de twee addenda is dit globale karakter nader geconcretiseerd.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Sinds de uitbraak van COVID-19 bestaat de zorg dat er in Nederland een tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen en aan een aantal andere producten voor de gezondheidszorg kan ontstaan. De vraag was op het hoogtepunt van de crisis een veelvoud van de reguliere vraag. Daarbij stokte de toevoer door de wereldwijde stijging in gebruik en de handelsbelemmeringen als gevolg van de crisis. Om die reden was het noodzakelijk om de aankoop van deze hulpmiddelen snel centraal te kunnen cordineren met partijen die daar expertise op hadden. Vandaar dat het kabinetsbeleid erop was gericht om, additioneel aan het aanbod van bestaande leveranciers van persoonlijke beschermingsmiddelen, te voorzien in voldoende kwalitatief goede persoonlijke beschermingsmiddelen.

Daartoe is een nationaal consortium gevormd dat ervoor moet zorgen dat er voldoende producten zijn in verband met de COVID-19 crisis (het LCH). In het consortium zijn de krachten van inkopende zorginstellingen, leveranciers, distributeurs en producenten gebundeld. De Minister van VWS staat in directe verbinding met het consortium. De Minister heeft dit consortium, via Mediq, als n van de betrokken partijen, gevaagd om de inkoop van deze producten in Nederland te verzorgen. Juridisch loopt de inkoop, de verkoop en de facturatie via Mediq.

Mediq wil hierbij zoveel mogelijk open en transparant handelen en neemt hierbij als uitgangspunt dat zij deze diensten verleent zonder winstoogmerk. Gezien de uitzonderlijke marktomstandigheden (beperkte leverbetrouwbaarheid, instabiele prijsvorming en de wenselijkheid voorraden aan te kopen met onzekerheid over de toekomstige vraag daarnaar) loopt Mediq hierbij een aantal financile risicos.

De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de volgende risicos: i) het definitieve verschil tussen de door Mediq betaalde inkoopprijzen en de verkoopprijzen voor de persoonlijke beschermingsmiddelen voor de gezondheidszorg en de andere relevante producten die op dit moment in de gezondheidszorg benodigd zijn; ii) het kredietrisico dat Mediq loopt bij de verkoop van de producten; iii) het financile risico dat bestelde producten niet geleverd worden maar wel betaald zijn; iv) alle andere financile risico's die voor Mediq uit de overeenkomst voortkomen (hieronder mede begrepen de risico's met betrekking tot de distributie van de producten) die redelijkerwijs niet zijn af te dekken in de overeenkomsten met de leveranciers en v) fiscale risicos. Daarnaast verstrekt het ministerie voorschotten aan Mediq die voorfinanciering van de inkoop mogelijk maakt.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het is op dit moment noodzakelijk om de aankoop en distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen en een aantal andere producten te cordineren. De Minister heeft er mee ingestemd dat Mediq als partij van het LCH deze faciliterende rol op zich neemt. Het is aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat deze rol onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de centrale overheid. Als alternatief instrument kan directe inkoop door de rijksoverheid worden genoemd. De rijksoverheid is hier echter minder goed toe in staat dan marktpartijen die hiermee ervaring hebben.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid om compensatierisicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a) Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

De regeling kent vanwege de onvoorspelbaarheid van de COVID-19-crisis geen totaalplafond. Ramingen worden in de diverse voortgangsbrieven en in de suppletoire begrotingen gepresenteerd om, gelet op het bijzondere omstandigheden, recht te doen aan het informatie- en budgetrecht van de Tweede Kamer.

b) Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c) Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Het is een open overeenkomst waar veel risicos aan zitten. De afgegeven garantie is niet gemaximeerd. Al snel werd duidelijk dat dit in deze uitzonderlijke omstandigheden voor Mediq niet werkbaar is, omdat de omvang van het risico vooraf niet goed in te schatten en te beheersen is.

Met betrekking tot het risico van het prijsverschil tussen inkoop en verkoop is zeker dat kosten zullen ontstaan door de gestegen marktprijzen. Deze kosten zullen zich voordoen ongeacht de uitvoeringsvariant. De Minister voor MZS heeft besloten de prijsstijging per product niet aan de zorgaanbieders door te berekenen, maar als rijksoverheid te dragen.

Aangezien zorgaanbieders te maken hebben met een hoger dan normaal gebruik van beschermingsmaterialen, zullen zij desondanks met hogere kosten worden geconfronteerd (volume-effect). Voor de vergoeding van deze hogere kosten is de toezegging van zorgverzekeraars over de omgang met meerkosten als gevolg van corona van toepassing.

Het alternatief zelf aankopen, distribueren en factureren vanuit de rijksoverheid heeft overigens dezelfde risicos, maar dan moet de overheid de risicos zelf beheersen en een logistieke organisatie opzetten. Mediq en de partijen binnen het consortium zijn hiertoe beter toegerust.

In het tweede addendum is bepaald dat de garantstelling geldt tot en met 23juni 2021. Tot dat moment aangegane overeenkomsten blijven na ommekomst van deze termijn gegarandeerd onder deze garantstellingsverklaring. Indien noodzakelijk bijvoorbeeld omdat de aanbodzijde van de wereldwijde markt voor beschermingsmiddelen zich op dat moment niet stabiel genoeg is en additionele landelijk gecordineerde inkoop en distributie noodzakelijk blijft kan de Minister de duur van deze garantstellingsverklaring verlengen.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:

  • de garantstelling geldt vooralsnog tot en met 23juni 2021.

  • er is een limitatieve lijst met persoonlijke beschermingsmiddelen die centraal worden ingekocht en waarvoor garanties kunnen worden afgegeven.

  • Mediq is verplicht zich maximaal in te spannen om de risicos zoveel mogelijk te beheersen en te beperken en leveranciers tot nakoming te bewegen.

  • Mediq is verplicht dagelijks en wekelijks VWS schriftelijk te rapporteren over de hoeveelheid en de kosten van de ingekochte persoonlijke beschermingsmiddelen. De rapportage ziet in elk geval ook op problemen in de (niet) nakoming van verplichtingen en eventueel gerealiseerde schades.

  • Mediq biedt de Minister van VWS de gelegenheid om te verifiren of de gemaakte afspraken worden nagekomen door Mediq. Indien daartoe verzocht, geeft Mediq per omgaande en zonder enig voorbehoud inzage in de door de Minister relevant geachte delen van de administratie van Mediq.

  • door het besluit van de Minister voor MZS om het verschil tussen de gebruikelijke (pre corona-) prijs en de actuele kostprijs voor zijn rekening te nemen is de materile omvang van de afgegeven garantie beperkt ten laste van een hogere directe uitgave vanuit de begroting van VWS.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

De regeling is geldig tot 23juni 2021, maar kan indien nodig verlengd worden.

11.Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen informatie over de uitvoering van deze regeling opleveren voor een toekomstige evaluatie.

Op het moment dat de aan Mediq verstrekte voorschotten worden afgerekend, zullen ook de vijf genoemde garantierisicos moeten worden vastgesteld met rechtmatigheidsbeoordeling.

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 10 Apparaatsuitgaven

Tabel 8 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3)

Mutaties 4e ISB

Stand 4e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

338.243

402.104

13.097

415.201

21.200

0

0

0

Uitgaven

340.989

405.928

13.097

419.025

21.200

0

0

0

Personele uitgaven

261.246

297.611

6.631

304.242

10.000

0

0

0

waarvan eigen personeel

248.371

274.805

600

275.405

10.000

0

0

0

waarvan inhuur externen

9.474

19.405

6.031

25.436

0

0

0

0

waarvan overige personele uitgaven

3.401

3.401

0

3.401

0

0

0

0

Materile uitgaven

79.743

108.317

6.466

114.783

11.200

0

0

0

waarvan ICT

7.148

16.154

113

16.267

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan SSO's

50.021

57.072

966

58.038

0

0

0

0

waarvan overige materile uitgaven

22.574

35.091

5.387

40.478

11.200

0

0

0

Ontvangsten

8.603

26.195

0

26.195

0

0

0

0

Overige

8.603

26.195

0

26.195

0

0

0

0

Tabel 9 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3)

Mutaties 4e ISB

Stand 4e ISB

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie van VWS

340.989

405.928

13.097

419.025

21.200

0

0

0

Personele uitgaven kerndepartement

160.703

194.115

6.631

200.746

10.000

0

0

0

waarvan eigen personeel

149.970

173.563

600

174.163

10.000

0

0

0

waarvan externe inhuur

8.121

17.940

6.031

23.971

0

0

0

0

waarvan overige personele uitgaven

2.612

2.612

0

2.612

0

0

0

0

Materile uitgaven kerndepartement

57.782

80.999

6.466

87.465

11.200

0

0

0

waarvan ICT

2.524

6.626

113

6.739

0

0

0

0

waarvan bijdrage SSO's

45.701

52.747

966

53.713

0

0

0

0

waarvan overige materile uitgaven

9.557

21.626

5.387

27.013

11.200

0

0

0

Personele uitgaven inspecties

80.479

80.972

0

80.972

0

0

0

0

waarvan eigen personeel

78.670

79.163

0

79.163

0

0

0

0

waarvan externe inhuur

1.020

1.020

0

1.020

0

0

0

0

waarvan overige personele uitgaven

789

789

0

789

0

0

0

0

Materile uitgaven inspecties

16.865

20.065

0

20.065

0

0

0

0

waarvan ICT

3.850

7.050

0

7.050

0

0

0

0

waarvan bijdrage SSO's

3.950

3.950

0

3.950

0

0

0

0

waarvan overige materile uitgaven

9.065

9.065

0

9.065

0

0

0

0

Personele uitgaven SCP en raden

20.064

22.524

0

22.524

0

0

0

0

waarvan eigen personeel

19.731

22.079

0

22.079

0

0

0

0

waarvan externe inhuur

333

445

0

445

0

0

0

0

waarvan overige personele uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

Materile uitgaven SCP en raden

5.096

7.253

0

7.253

0

0

0

0

waarvan ICT

774

2.478

0

2.478

0

0

0

0

waarvan bijdrage SSO's

370

375

0

375

0

0

0

0

waarvan overige materile uitgaven

3.952

4.400

0

4.400

0

0

0

0

Apparaatsuitgaven kerndepartement

Personele uitgaven kerndepartement

De coronacrisis vraagt extra personele en materile uitagven op het kerndepartement. Het gaat om een bedrag van 13,1 miljoen in 2020 en 21,2 miljoen in 2021.

Bijlage toetsingskaders garantieregelingen

Bijlage Garantieregeling

1. Toetsingskader garantstelling U-Diagnostics

Inleiding

De Staat is op 30augustus 2020 een principeovereenkomst aangegaan met U-Diagnostics als leverancier van analysecapaciteit polymerase chain reaction- tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor de gemaakte kosten die voortkomen uit de overeengekomen bedragen gekoppeld aan de afgesproken minimum afname van het aantal PCR tests. U-Diagnostics garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is 6 maanden met de optie om te verlengen met telkens 3 maanden.

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.

Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met milde klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende testcapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder zal oplopen (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).

De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 160.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analyse capaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. U-Diagnostics is een partij die met behulp van hun samenwerkingspartner, het Duitse laboratorium Labor Dr. Wisplinghoff de analyse capaciteit kan leveren die nodig is om de testcapaciteit die nodig is op pijl te houden en Nederland in staat stelt de testcapaciteit verder uit te breiden. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff om in de behoefte van PCR test te voorzien voor een periode van minimaal 6 maanden.

U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff heeft afgesproken dat zij garant staan voor de levering van maximaal 5.000 PCR-testen per dag. U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen in Duitsland. Hierover is ook gesproken met de verantwoordelijke Minister van de Duitse deelstaat van Noordrijn-Westfalen. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff hier een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 2.000 PCR-testen per dag met de daarbij afgesproken financile compensatie. In de maand september zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal van 2.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet waarschijnlijk.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of

b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

De regeling kent een plafond van 23,4miljoen (de garantstelling van een minimale dagelijkse afname van 2.000 testen voor zes maanden).

b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke maatregel van zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging naar maximaal 18 maanden waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Het is de verwachting dat het minimale aantal van 2.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatie Team Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff. Het Landelijke Cordinatie Team Diagnostische Keten cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS.

Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van 2000 tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

6 maanden, hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.

1. Wijziging Garantstelling NVZA (COVID-19 geneesmiddelen)

Inleiding

De Staat (Minister van VWS) is op 7april 2020 een overeenkomst aangegaan met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), waarbij de Minister een volmacht aan de NVZA heeft verleend om namens de Minister garantstellingsverklaringen uit te brengen waarin de Staat zich ten behoeve van marktpartijen (bijvoorbeeld groothandels en ziekenhuisapotheken) garant stelt, met betrekking tot de inkoop, verkoop en distributie van geneesmiddelen, grondstoffen en andere geneeskundige middelen voor de gezondheidszorg gerelateerd aan de behandeling van COVID-19 patinten. Het maximale bedrag van de garantstellingen die namens de Minister kunnen worden verstrekt, is gelimiteerd tot 20,4 miljoen (inclusief btw). De volmacht is verstrekt tot en met 20juli 2020.

Met de afspraken zoals vastgelegd in de overeenkomst (hierna: Garantieregeling) is beoogd om de aankoop van geneesmiddelen, grondstoffen en andere geneeskundige middelen voor de gezondheidszorg gerelateerd aan de behandeling van COVID-19 patinten te borgen.

Het oorspronkelijke toetsingskader voor deze Garantieregeling is opgenomen in de 1e suppletoire wet van de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2020. Dit huidige toetsingskader heeft betrekking op de wijziging van de looptijd.

Probleemstelling en rol van de Staat

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement. Dit betreft aanpassingen aan de Garantieregeling op het gebied van de looptijd van de Garantieregeling en de frequentie van het aanleveren van rapportages.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

De COVID-19 uitbraak heeft geleid en kan leiden tot een sterke stijging van het aantal beademde IC-patinten. De vraag naar geneesmiddelen voor zorg aan COVID-19 patinten is daardoor ook de komende periode nog hoog. Daarom is het wenselijk de looptijd van de Garantieregeling (dus: de volmacht van de Minister aan NVZA om namens de Staat garantstellingsverklaringen aan marktpartijen te verstrekken) te verlengen naar 31juli 2021.

De oorspronkelijke Garantieregeling kent een begindatum van 30maart 2020. Om recht te doen aan aankopen die al in maart 2020 zijn gedaan maar die door de begindatum van de Garantieregeling niet onder de Garantieregeling vallen, wordt het wenselijk geacht de begindatum met terugwerkende kracht te vervroegen naar 20maart 2020.

Daarnaast is gebleken dat het wekelijks rapporteren (over onder andere de hoeveelheid en kosten van de geneesmiddelen die onder garantieregeling vallen) geen noodzaak is; vaak zijn er geen wijzigingen en er is sowieso afgesproken in de overeenkomst om bij bijzonderheden direct contact te hebben. Een maandelijkse rapportage sluit dan ook beter aan bij de praktijk.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het is op dit moment noodzakelijk om de aankoop van de geneesmiddelen voor de behandeling van COVID-19 centraal te cordineren. Het is, ook voor de komende periode, aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat deze cordinatie onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de Staat.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid geweest compensatierisicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a.) Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

De regeling kent een totaalplafond van 20,4 miljoen. Dit wordt niet aangepast. Het is op voorhand niet duidelijk hoe lang de COVID-19 crisis zal duren en wat exact het effect zal zijn op de vraag en aanbod van relevante geneesmiddelen. Daarom kan geen nadere inschatting worden gemaakt van het risico onder het totaalplafond. Tot dusverre (1september 2020) heeft de NVZA namens de Staat garantstellingsverklaringen aan marktpartijen voor afgerond 5 miljoen afgegeven.

b.) Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c.) Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Er wordt vooralsnog vanuit gegaan dat bovenstaande risicos zich tot 31juli 2021 zullen voordoen. De exacte mate waarin is vooralsnog niet goed voorzienbaar. Tot dat moment aangegane overeenkomsten blijven na ommekomst van deze termijn gegarandeerd onder deze garantstellingsverklaring. Indien noodzakelijk bijvoorbeeld omdat de wereldwijde markt voor geneesmiddelen op dat moment nog niet gestabiliseerd is en landelijk gecordineerde inkoop noodzakelijk blijft kan de Minister de duur van deze garantstellingsverklaring verlengen.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:

  • de regeling kent een totaalplafond (20,4 miljoen).

  • de risicos waar de garantieregeling betrekking op heeft zijn afgebakend. Het gaat om de volgende risicos: (i) het definitieve verschil tussen de door marktpartijen betaalde inkoopprijzen en de verkoopprijzen; (ii) het financile risico dat de zorgaanbieder niet of slechts gedeeltelijk betaalt aan de marktpartij; (iii) het financile risico dat de door de marktpartij ingekochte geneesmiddelen niet binnen de uiterste houdbaarheidsdatum kunnen worden verkocht of ingezet; en (iv) het financile risico dat bestelde geneesmiddelen niet geleverd worden maar wel betaald zijn.

  • vooraf is een limitatieve lijst kritieke middelen en grondstoffen vastgesteld die centraal gecordineerd kunnen worden ingekocht en waarvoor garanties kunnen worden afgegeven. Alleen geneesmiddelen die op de limitatieve lijst staan, vallen onder de Garantieregeling.

  • de NVZA is verplicht zich in te spannen om met de zorgaanbieders tot verkoopprijzen van de geneesmiddelen te komen die in een gebruikelijke verhouding staan tot de, eventueel gestegen, inkoopprijzen. De NVZA zal deze verplichting tevens opleggen aan marktpartijen bij het verlenen van een garantstelling.

  • de NVZA is verplicht periodiek een rapportage te overleggen aan de Minister van VWS. Deze rapportage bevat de volgende informatie: (i) de hoeveelheid bestelde Relevante Geneesmiddelen en de kosten daarvan; (ii) de marktpartijen aan wie een garantstelling is afgegeven; (iii) mogelijke problemen met betrekking tot de (niet) nakoming van hun verplichtingen door toeleveranciers of zorgaanbieders jegens de marktpartijen; en (iv) eventueel gematerialiseerde schades waarvoor een garantstelling is afgegeven.

  • de NVZA is verplicht om er voor te zorgen dat de marktpartijen aan wie zij een garantstellingsverklaring namens de Minister afgeven, ook direct aan de Minister rapporteren.

  • de NVZA is verplicht de Minister per ommegaande te informeren indien hij voorziet dat het totaalbedrag van de garantstellingen de limiet nadert of dreigt te overschrijden.

  • de NVZA is verplicht de Minister per ommegaande te informeren indien een individuele garantstelling een relatief groot bedrag behelst, betrekking heeft op zeer hoge prijzen of andere opmerkelijke situaties.

  • de NVZA biedt de Minister de gelegenheid om te verifiren of de gemaakte afspraken nagekomen worden door de NVZA. Indien daartoe verzocht, geeft NVZA per omgaande en zonder enig voorbehoud inzage in de relevant geachte delen van de administratie van de NVZA.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

De regeling wordt verlengd tot en met 31juli 2021. Hiertoe is besloten gezien de aanhoudende onzekerheid over de beschikbaarheid van bepaalde geneesmiddelen in het geval van een tweede golf. De regeling kan indien nodig nogmaals verlengd worden.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

De NVZA voert de regeling uit. De totale operationele kosten voor de werkzaamheden in 2020 worden ingeschat op 3,6 miljoen, de uitvoering van de garantieregeling maakt hier onderdeel van uit.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in de COVID-19 crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de crisis. De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie te kunnen informeren.

2. Toetsingskader garantstelling Eurofins

Inleiding

De Staat is op 31augustus 2020 een principeovereenkomst aangegaan met Eurofins als leverancier van analyse capaciteit polymerase chain reaction tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor het risico dat gemaakte kosten niet kunnen worden terugverdiend als de afname tegenvalt waarbij een minimum afname van het aantal PCR tests wordt gegarandeerd. Eurofins garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is 6 maanden met de optie om tweemaal te verlengen met telkens 6 maanden.

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.

Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met (milde) klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te kunnen starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende analysecapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder oploopt (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).

De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 225.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analysecapaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. Eurofins is een partij die de analysecapaciteit kan leveren die nodig is om de benodigde testcapaciteit op pijl te houden en Nederland in staat te stellen de testcapaciteit verder uit te breiden. Zij zijn ook in tegenstelling tot vele laboratoria in staat het noodzakelijke materiaal zelf te produceren wat de afhankelijkheid van Nederland verkleint. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met Eurofins om in de behoefte van analysecapaciteit voor PCR-testen te voorzien voor een periode van minimaal 6 maanden.

Eurofins heeft afgesproken dat zij garant staat voor de levering van 44.000 PCR-testen per dag. Eurofins garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen in Duitsland. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt Eurofins hiermee een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 15.000 PCR-testen per dag met de daarbij afgesproken financile compensatie. In de maand september zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar Eurofins; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal van 15.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Het materialiseren van het garantierisico lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of

b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

De regeling kent een plafond van 169,7miljoen (de garantstelling van een minimale dagelijkse afname van 15.000 testen voor zes maanden).

b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke maatregel van zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging naar maximaal 18 maanden waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Het is de verwachting dat het minimale aantal van 15.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Materialiseren van het garantierisico lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatieteam Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting Eurofins. Het Landelijke Cordinatieteam Diagnostische Keten (LCDK) cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS, waardoor VWS meer beheersingsmogelijkheden krijgt om de teststromen te sturen.

Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van 15.000 tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

6 maanden, hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.

2. Wijziging garantstelling Mediq Nederland B.V.

Inleiding

De Staat is op 23maart 2020 een overeenkomst aangegaan met Mediq Nederland B.V. (hierna: Mediq) als inkopende en leverende partij bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH). De Minister van VWS staat hiermee garant voor alle directe financile schade die voor Mediq voortvloeit uit hoofde van de garantieovereenkomst en daaruit voortvloeiende overeenkomsten bij de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen voor de bestrijding van COVID-19. Daarbij verstrekt het Ministerie van VWS voorschotten aan Mediq die de voorfinanciering van de inkoop van deze hulpmiddelen mogelijk maakt.

De aanvankelijke garantieovereenkomst is door middel van twee addenda (23april 2020, respectievelijk 22juli 2020) voorzien van nadere bepalingen om verantwoordelijkheden nader te duiden, de in te kopen goederen te specificeren en de overeenkomst te verlengen tot 24juni 2021.

In het bijzonder:

  • in artikel 2 lid 1 is gexpliciteerd dat alle mogelijke toekomstige fiscale risicos ook expliciet onderdeel zijn van de garantieovereenkomst. Dit was al impliciet onderdeel van garantiebepaling iv;

  • artikel 2 lid 4 is gewijzigd om ook wettelijke naheffings- en navorderingstermijnen onder de geldigheid van de garantieovereenkomst te brengen;

  • artikel 4 is aangevuld zodat de verantwoordelijkheden tussen Mediq en VWS ten aanzien van de inkoop en verkoop door Mediq verduidelijkt is;

  • de lijst met producten is gewijzigd door de in te kopen categorien persoonlijke beschermingsmiddelen te beperken en de testmiddelen uit te breiden.

  • de garantieovereenkomst is verlengd tot uiterlijk 24juni 2021, om de duur van de garantieovereenkomst in lijn te brengen met de gemaakte dienstverleningsafspraken met Mediq.

Daarbij is ook aangeven dat testkits in aanvulling op de persoonlijke beschermingsmiddelen onder de relevante scope vallen. Het huidige toetsingskader heeft betrekking op deze wijzigingen van de garantieregeling. Deze wijzigingen zijn toegevoegd aan het oorspronkelijke toetsingskader.

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.

Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 zijn op 23maart 2020 garanties afgegeven om de inkoop van noodzakelijke beschermingsmiddelen te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen werd het ingevulde afwegingskader na besluitvorming aan het parlement toegestuurd als bijlage bij de memorie van toelichting op de 1e suppletoire begrotingswet 2020 en had dit een globaal karakter. In de twee addenda is dit globale karakter nader geconcretiseerd.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Sinds de uitbraak van COVID-19 bestaat de zorg dat er in Nederland een tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen en aan een aantal andere producten voor de gezondheidszorg kan ontstaan. De vraag was op het hoogtepunt van de crisis een veelvoud van de reguliere vraag. Daarbij stokte de toevoer door de wereldwijde stijging in gebruik en de handelsbelemmeringen als gevolg van de crisis. Om die reden was het noodzakelijk om de aankoop van deze hulpmiddelen snel centraal te kunnen cordineren met partijen die daar expertise op hadden. Vandaar dat het kabinetsbeleid erop was gericht om, additioneel aan het aanbod van bestaande leveranciers van persoonlijke beschermingsmiddelen, te voorzien in voldoende kwalitatief goede persoonlijke beschermingsmiddelen.

Daartoe is een nationaal consortium gevormd dat ervoor moet zorgen dat er voldoende producten zijn in verband met de COVID-19 crisis (het LCH). In het consortium zijn de krachten van inkopende zorginstellingen, leveranciers, distributeurs en producenten gebundeld. De Minister van VWS staat in directe verbinding met het consortium. De Minister heeft dit consortium, via Mediq, als n van de betrokken partijen, gevaagd om de inkoop van deze producten in Nederland te verzorgen. Juridisch loopt de inkoop, de verkoop en de facturatie via Mediq.

Mediq wil hierbij zoveel mogelijk open en transparant handelen en neemt hierbij als uitgangspunt dat zij deze diensten verleent zonder winstoogmerk. Gezien de uitzonderlijke marktomstandigheden (beperkte leverbetrouwbaarheid, instabiele prijsvorming en de wenselijkheid voorraden aan te kopen met onzekerheid over de toekomstige vraag daarnaar) loopt Mediq hierbij een aantal financile risicos.

De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de volgende risicos: i) het definitieve verschil tussen de door Mediq betaalde inkoopprijzen en de verkoopprijzen voor de persoonlijke beschermingsmiddelen voor de gezondheidszorg en de andere relevante producten die op dit moment in de gezondheidszorg benodigd zijn; ii) het kredietrisico dat Mediq loopt bij de verkoop van de producten; iii) het financile risico dat bestelde producten niet geleverd worden maar wel betaald zijn; iv) alle andere financile risico's die voor Mediq uit de overeenkomst voortkomen (hieronder mede begrepen de risico's met betrekking tot de distributie van de producten) die redelijkerwijs niet zijn af te dekken in de overeenkomsten met de leveranciers en v) fiscale risicos. Daarnaast verstrekt het ministerie voorschotten aan Mediq die voorfinanciering van de inkoop mogelijk maakt.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het is op dit moment noodzakelijk om de aankoop en distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen en een aantal andere producten te cordineren. De Minister heeft er mee ingestemd dat Mediq als partij van het LCH deze faciliterende rol op zich neemt. Het is aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat deze rol onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de centrale overheid. Als alternatief instrument kan directe inkoop door de rijksoverheid worden genoemd. De rijksoverheid is hier echter minder goed toe in staat dan marktpartijen die hiermee ervaring hebben.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid om compensatierisicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a) Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

De regeling kent vanwege de onvoorspelbaarheid van de COVID-19-crisis geen totaalplafond. Ramingen worden in de diverse voortgangsbrieven en in de suppletoire begrotingen gepresenteerd om, gelet op het bijzondere omstandigheden, recht te doen aan het informatie- en budgetrecht van de Tweede Kamer.

b) Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c) Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Het is een open overeenkomst waar veel risicos aan zitten. De afgegeven garantie is niet gemaximeerd. Al snel werd duidelijk dat dit in deze uitzonderlijke omstandigheden voor Mediq niet werkbaar is, omdat de omvang van het risico vooraf niet goed in te schatten en te beheersen is.

Met betrekking tot het risico van het prijsverschil tussen inkoop en verkoop is zeker dat kosten zullen ontstaan door de gestegen marktprijzen. Deze kosten zullen zich voordoen ongeacht de uitvoeringsvariant. De Minister voor MZS heeft besloten de prijsstijging per product niet aan de zorgaanbieders door te berekenen, maar als rijksoverheid te dragen.

Aangezien zorgaanbieders te maken hebben met een hoger dan normaal gebruik van beschermingsmaterialen, zullen zij desondanks met hogere kosten worden geconfronteerd (volume-effect). Voor de vergoeding van deze hogere kosten is de toezegging van zorgverzekeraars over de omgang met meerkosten als gevolg van corona van toepassing.

Het alternatief zelf aankopen, distribueren en factureren vanuit de rijksoverheid heeft overigens dezelfde risicos, maar dan moet de overheid de risicos zelf beheersen en een logistieke organisatie opzetten. Mediq en de partijen binnen het consortium zijn hiertoe beter toegerust.

In het tweede addendum is bepaald dat de garantstelling geldt tot en met 23juni 2021. Tot dat moment aangegane overeenkomsten blijven na ommekomst van deze termijn gegarandeerd onder deze garantstellingsverklaring. Indien noodzakelijk bijvoorbeeld omdat de aanbodzijde van de wereldwijde markt voor beschermingsmiddelen zich op dat moment niet stabiel genoeg is en additionele landelijk gecordineerde inkoop en distributie noodzakelijk blijft kan de Minister de duur van deze garantstellingsverklaring verlengen.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:

  • de garantstelling geldt vooralsnog tot en met 23juni 2021.

  • er is een limitatieve lijst met persoonlijke beschermingsmiddelen die centraal worden ingekocht en waarvoor garanties kunnen worden afgegeven.

  • Mediq is verplicht zich maximaal in te spannen om de risicos zoveel mogelijk te beheersen en te beperken en leveranciers tot nakoming te bewegen.

  • Mediq is verplicht dagelijks en wekelijks VWS schriftelijk te rapporteren over de hoeveelheid en de kosten van de ingekochte persoonlijke beschermingsmiddelen. De rapportage ziet in elk geval ook op problemen in de (niet) nakoming van verplichtingen en eventueel gerealiseerde schades.

  • Mediq biedt de Minister van VWS de gelegenheid om te verifiren of de gemaakte afspraken worden nagekomen door Mediq. Indien daartoe verzocht, geeft Mediq per omgaande en zonder enig voorbehoud inzage in de door de Minister relevant geachte delen van de administratie van Mediq.

  • door het besluit van de Minister voor MZS om het verschil tussen de gebruikelijke (pre corona-) prijs en de actuele kostprijs voor zijn rekening te nemen is de materile omvang van de afgegeven garantie beperkt ten laste van een hogere directe uitgave vanuit de begroting van VWS.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

De regeling is geldig tot 23juni 2021, maar kan indien nodig verlengd worden.

11.Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen informatie over de uitvoering van deze regeling opleveren voor een toekomstige evaluatie.

Op het moment dat de aan Mediq verstrekte voorschotten worden afgerekend, zullen ook de vijf genoemde garantierisicos moeten worden vastgesteld met rechtmatigheidsbeoordeling.

3. Toetsingskader garantstelling Synlab

Inleiding

De Staat is op 11september 2020 een principeovereenkomst aangegaan met Synlab Belgium SC/SPRL als leverancier van afname capaciteit polymerase chain reaction- tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor de gemaakte kosten die voortkomen uit de overeengekomen bedragen gekoppeld aan de afgesproken minimum afname van het aantal PCR tests. Synlab Belgium SC/SPRL garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is vastgelegd tot 30april 2021 en kan bij wederzijdse goedkeuring worden verlengd.

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.

Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met milde klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende testcapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder zal oplopen (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).

De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 225.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analyse capaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. Synlab Belgium SC/SPRL is een partij die de analyse capaciteit kan leveren die nodig is om de testcapaciteit die nodig is op pijl te houden en Nederland in staat stelt de testcapaciteit verder uit te breiden. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met Synlab Belgium SC/SPRL om in de behoefte van PCR test te voorzien voor een periode van minimaal 7 maanden.

Met Synlab Belgium SC/SPRL is afgesproken dat zij uiteindelijk garant staan voor de levering van maximaal 25.000 tests per dag eind december. Afspraken zijn gemaakt over de oploop daar naartoe. Synlab Belgium SC/SPRL garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt Synlab Belgium SC/SPRL hier een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 600 PCR-testen per dag oplopend tot 8.750 tests per dag vanaf januari 2021. Met de daarbij afgesproken financile compensatie. Vanaf het ingaan van het contract (eind september) zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar Synlab Belgium SC/SPRL; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal afgesproken testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet waarschijnlijk.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of

b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

De regeling kent een plafond van 123,6miljoen.

b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke maatregel tot eind april 2021 waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Het is de verwachting dat het minimale aantal van 600 testen oplopend tot 8.750 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatie Team Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting Synlab Belgium SC/SPRL. Het Landelijke Cordinatie Team Diagnostische Keten cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS.

Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van de tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

De regeling loopt in eerste aanleg tot 30april 2021. Hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.

4. Toetsingskader garantstelling testmaterialen

Garantstelling testmaterialen

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen.

Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 is vanaf 10augustus gestart met de afgifte van nieuwe garanties om de aankoop van testmaterialen gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19 te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.

1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Sinds de COVID-19 uitbraak worden wereldwijd grote aantallen COVID-19 testen uitgevoerd. Dit is noodzakelijk om uitbraken van het virus te voorkomen en beheersen. De vraag naar testmaterialen is op dit moment hoog. Naar verwachting zal de vraag naar testmaterialen in het najaar verder toenemen. Het risico bestaat dat de beschikbaarheid van specifiek voor de diagnostiek van COVID-19 benodigde testmaterialen in het gedrang komt. Tot nu toe is op ad hoc basis met een beperkt aantal leveranciers van testmaterialen een afzonderlijke garantieovereenkomst afgesloten voor in totaal 41,5mln. Dit gebeurde voornamelijk wanneer de leverancier zonder garantieovereenkomst onvoldoende testmaterialen voor de Nederlandse markt kon garanderen.

Het RIVM verwacht dat de vraag naar testen in het najaar oploopt tot 70.000 testen per dag (en max 86.000 in het vroege voorjaar). Deze stijging zal zich ook in andere landen voordoen. Het is van groot belang dat er voldoende getest kan worden om verspreiding van het virus te controleren en om mensen in Nederland te beschermen tegen besmetting. Het is daarom op dit moment noodzakelijk op centraal niveau afspraken te maken over de aankoop van testmaterialen ten behoeve van COVID-19 diagnostiek in Nederland. Om die reden heeft VWS een aanbesteding opengesteld, waarop leveranciers van testmaterialen zich kunnen inschrijven om de extra benodigde capaciteit te leveren. Zorgaanbieders kunnen decentraal bestellingen plaatsen bij de leveranciers die deze aanbesteding hebben doorlopen.

De uitzonderlijke marktomstandigheden zorgen voor een aantal risicos waardoor het onvoldoende aantrekkelijk is voor leveranciers van testmaterialen om in te tekenen op de aanbesteding (beperkte leverbetrouwbaarheid en de wenselijkheid voorraden aan te kopen met onzekerheid over de toekomstige vraag daarnaar). Om de testmaterialen beschikbaar te houden voor de Nederlandse markt, is het noodzakelijk een aantal financile risicos van marktpartijen af te kunnen dekken. Het Ministerie van VWS is daarom voornemens garantieovereenkomsten af te sluiten met leveranciers van testmaterialen die de aanbesteding hebben doorlopen en waarbij zorgaanbieders bestellingen hebben geplaatst, om afname van een minimaal aantal testmaterialen te garanderen. Als de Nederlandse markt vervolgens onvoldoende testmaterialen afneemt zal de Nederlandse staat de resterende testmaterialen afnemen.

Het risico wordt afgedekt dat de zorgaanbieder niet of slechts gedeeltelijk het gegarandeerd aantal testmaterialen afneemt en dat de ingekochte testmaterialen (deels) niet binnen de uiterste houdbaarheidsdatum kunnen worden verkocht of ingezet.

2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het is op dit moment noodzakelijk om op centraal niveau de regie te voeren over de beschikbaarheid van testmaterialen voor de diagnostiek van COVID-19. Het is aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat de zekerheid van toegang tot deze materialen onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de centrale overheid. Als alternatief instrument kan directe inkoop door de rijksoverheid worden genoemd. De rijksoverheid is hier echter minder goed toe in staat dan marktpartijen en zorgaanbieders die hiermee ervaring hebben.

3. Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of

b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet door de markt te dragen.

4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.

Risicos en risicobeheersing

5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

Er worden garanties verstrekt ten behoeve van de vraag in het najaar. Rekening houdend met de reeds afgegeven garanties wordt het maximum plafondbedrag 230,5mln. Dit bedrag is gebaseerd op een gemiddelde prijs van 15 aan testmaterialen per test en 70.000 testen per dag gedurende 6 maanden plus de eerder afgegeven garanties van 41,5mln. Op grond van de behoefte van de capaciteit, ruimte en wensen van laboratoria worden garantieovereenkomsten afgesloten met aanbieders van testmaterialen om in de vraag van Nederlandse laboratoria te voorzien ten hoogste tot het plafondbedrag wordt bereikt.

b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.

c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

In een eerdere fase zijn op ad hoc basis met een beperkt aantal leveranciers van testmaterialen afzonderlijke garantieovereenkomsten afgesloten voor in totaal 41,5mln.

Op basis van een aanbesteding worden garanties afgegeven voor de periode tussen 1september 2020 tot 1april 2021. De Minister van VWS heeft de mogelijkheid om de garantieovereenkomsten tweemaal met drie maanden te verlengen bijvoorbeeld omdat de wereldwijde markt voor testmaterialen op dat moment nog niet gestabiliseerd is en landelijk gecordineerde inkoop noodzakelijk blijft. Na de garantieperiode wordt duidelijk in hoeverre het Rijk garant zal moeten staan voor de risicos die zich tussen 1september 2020 en 1april 2021 voordoen. De exacte mate waarin is vooralsnog niet goed voorzienbaar. Het alternatief zelf aankopen, distribueren en factureren vanuit de rijksoverheid heeft overigens dezelfde risicos, maar dan moet de overheid de risicos zelf beheersen.

6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:

  • de garantieovereenkomsten worden afgesloten door het Ministerie van VWS met de betreffende leverancier, waardoor het ministerie zicht houdt op het aantal afgesloten overeenkomsten, de daarmee gepaard gaande risicos en de testmaterialen waarvoor garanties worden afgegeven.

  • de regeling kent een totaalplafond (230,5mln.) en wordt behoudens een aanvullend besluit door de Minister van VWS niet verlengd voorbij 1april 2021.

  • de leveranciers waarmee een garantieovereenkomst wordt afgesloten zijn verplicht maandelijks een rapportage te overleggen aan de Minister van VWS waarin de hoeveelheid bestelde testmaterialen is vermeld.

  • in de garantieovereenkomsten wordt vastgelegd dat de geleverde testmaterialen minimaal een jaar houdbaar dienen te zijn, zodat de testmaterialen kunnen worden doorverkocht indien de materialen na de garantieperiode door het Ministerie van VWS moeten worden afgenomen.

7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.

Vormgeving

8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

De zorgaanbieders die COVID-19 testen uitvoeren betalen zelf de kosten van de testmaterialen. Wanneer minder testmaterialen zijn ingekocht dan het gegarandeerde aantal, dan koopt VWS de overgebleven testmaterialen op. Deze kunnen tegen de kostprijs worden doorverkocht aan zorgaanbieders, zo lang de houdbaarheidsdatum niet is overschreden en er voldoende vraag is. Gezien de aard van de mogelijke uitgave wordt deze generaal ingepast.

9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.

10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

De regeling ten behoeve van de extra testmaterialen is geldig tot 1april 2021. Indien nodig kan deze 2x 3 maanden verlengd worden.

11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

Het LCH heeft de aanbesteding uitgevoerd en stelt (op basis van een model-garantieovereenkomst) de garantieovereenkomsten op. Er zijn geen operationele kosten bovenop de huidige operationele kosten van het LCH.

12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in de COVID-19 crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de acute crisis. De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie te kunnen informeren.

Licence