Base description which applies to whole site

Zevende incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen vrije theaterproducenten in verband met COVID-19 | 06-11-2020

A. Artikelsgewijze Toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze zesde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze zesde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf geïnformeerd via de brief van 8 oktober 2020 over «Continuïteit van onderwijs in schooljaar 2020/21» (Kamerstukken II 2020/21, 35 ..., nr. ...).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschied in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Vanwege de coronamaatregelen is op 20april 2020 de eerste incidentele suppletoire begroting naar de Tweede Kamer verzonden. De behandeling in Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft op 28april 2020 plaatsgevonden en is bij stemming op 7mei 2020 aangenomen. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen, om het budgetrecht van de Staten Generaal te waarborgen, bevat de kolom Stand na ISB zowel de vastgestelde stand bij ontwerpbegroting als de mutaties die bij de eerste incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze tweede incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze tweede incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de brief van 15mei 2020.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A. Artikelsgewijze Toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vierde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze vijfde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de brief van 28augustus 2020 (Kamerstukken II 2019/20,...., nr.).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A. Artikelsgewijze Toelichting bij het wetsvoorstel

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze zevende incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze zevende incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de brief van 27oktober 2020 over De economische impact van het coronavirus en contactbeperkende maatregelen (Kamerstukken II 2020/21, 35...., nr.).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vierde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze vierde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf geïnformeerd via de brief van 16 juni 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 27923, nr. 410).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze derde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze derde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via de brief van 28mei 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 35 420, nr. 43).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

B. Begrotingstoelichting

B. Begrotingstoelichting

B. Begrotingstoelichting

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. Begrotingstoelichting

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op het niet-gesubsidieerde deel van de culturele sector, onder andere de vrije theaterproducenten. Omdat zij onvoldoende gebruik kunnen maken van het huidige generieke pakket wat voor de culturele sector beschikbaar is gesteld. Door de aangescherpte maatregelen lopen deze partijen tegen forse extra verliezen aan. Voor vrije theaterproducenten is immers ook sprake van weggegooide producties (gemaakte kosten voor scenarios, decors, acteursrepetities) die door de sluiting van theaters niet meer kunnen worden ingehaald. Hierdoor ontstaat een financieel gat met als gevolg dat investeringen in nieuwe producties niet mogelijk zijn. Om deze reden wordt 40,0 miljoen vrijgemaakt om deze vrije theaterproducenten te ondersteunen door kosten die zij gemaakt hebben deels te compenseren. Hiermee worden zij in staat gesteld om opnieuw investeringen te doen voor nieuwe en bestaande producties. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 27oktober 2020 over De economische impact van het coronavirus en contactbeperkende maatregelen (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...). De 40,0 miljoen wordt nu overgeheveld naar de OCW-begroting omdat de Tweede Suppletoire Begroting pas eind november in de Tweede Kamer ligt en waarschijnlijk in december wordt geautoriseerd. Het doel is echter om de subsidieregeling op een zo kort mogelijke termijn in werking te laten treden, zodat nieuwe producties mogelijk zijn in de nabije toekomst. Door de middelen vooruitlopend op de Tweede Suppletoire Begroting over te boeken naar de OCW-begroting kan aan deze wens tegemoet worden gekomen. Daarom doet OCW zoals eerder vermeld beroep op lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op de uitbraak van het coronavirus/COVID-19 en de daarmee gepaarde grote gevolgen voor de lokale informatievoorziening. Door de gedaalde inkomsten uit reclame en advertenties staat de continuteit van lokale informatievoorziening door bijvoorbeeld lokale publieke omroepen en huis-aan-huiskranten onder druk, terwijl deze juist nu van vitaal belang is. Het kabinet heeft daarom besloten om een tijdelijk Steunfonds Lokale Informatievoorziening op te zetten. Hiervoor was voor de periode 15maart tot 15juni 11,0 miljoen beschikbaar. U bent hierover genformeerd per brief van 7april jl. (Kamerstukken II 2019/20, 32 827, nr. 186).

De gevolgen van de coronacrisis zijn na afloop van deze periode naar verwachting niet verdwenen, waardoor de druk op de lokale informatievoorziening blijft bestaan. Om die reden heeft het kabinet uw Kamer per brief van BZK van 28mei 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 35 420, nr. 43) genformeerd over het besluit om het Steunfonds te verlengen met een periode van 6 maanden, tot eind 2020, en hiervoor eenmalig 24,0 miljoen extra beschikbaar te stellen. De verlenging van het Steunfonds geldt in ieder geval voor lokale publieke omroepen, HAH-kranten die tenminste negen keer per jaar verschijnen en lokale betaalde nieuwsbladen. Afhankelijk van de resultaten van de uitbreiding van het huidige Steunfonds naar lokale nieuwswebsites (digitale hyperlocals), wordt bezien in hoeverre de verlenging van het Steunfonds ook geldt voor deze doelgroep.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting in € miljoen)

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op de extra middelen van € 28,5 miljoen die beschikbaar zijn gesteld bij Voorjaarsnota 2020 voor de aanpak van tekorten in het onderwijs en de lerarenopleidingen. De extra € 28,5 miljoen in 2020 wordt ingezet voor de uitvoering van een belangrijk deel van de noodplannen in de G5 (G4 en Almere), en voor versterking en flexibilisering van de lerarenopleidingen, met name voor zij-instromers in beroep en opleiding. Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd per brief van 16 juni 2020 (Kamerstukken II 2019/20, 27923, nr. 410). Daarnaast wordt met deze Incidentele Suppletoire Begroting een herprioritering binnen de OCW begroting verwerkt, waarmee € 9,0 miljoen is vrijgemaakt voor de subsidieregeling zij-instroom PO G5 (Kamerstukken II, 2019/20, 27 923, nr. 389).

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

Deze Tweede Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op de uitbraak van het coronavirus/COVID-19 en de daarmee gepaarde grote gevolgen voor het onderwijs en de studenten. Er worden diverse maatregelen op korte termijn genomen. Studenten worden gecompenseerd. Onderwijsachterstanden en studievertraging als gevolg van COVID-19 worden voor leerlingen en mbo-studenten zoveel mogelijk voorkomen. Instellingen, scholen en werkgevers met stages en leerwerkbanen worden maximaal ondersteund bij het bieden van maatwerk. Deze maatregelen zijn reeds uitgebreid in de Kamerbrief met als titel Compensatie studenten en ondersteuningsmaatregelen onderwijs COVID-19 van 15mei 2020 toegelicht. Hieronder volgt een beknopte samenvatting:

Compensatie voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs

Studievertraging in het laatste jaar is gegeven COVID-19 niet altijd te voorkomen of in te halen. Het kabinet vindt het niet meer dan logisch om studenten die in de afrondende fase van hun studie zitten deels te compenseren voor de financile gevolgen van COVID-19. Studenten die zich opnieuw moeten inschrijven in collegejaar 20202021 en een diploma halen tussen september 2020 en eind januari 2021 krijgen een eenmalige tegemoetkoming. Het kabinet maakt 160,0 miljoen vrij in 2021 voor deze maatregel.

Daarnaast maakt het kabinet 40,0 miljoen vrij in 2020 voor een financile compensatie aan studenten van wie het recht op basisbeurs en/of aanvullende beurs afloopt in de maanden juli, augustus en september.

Voor beide maatregelen geldt dat eventuele resterende middelen die niet zijn uitgeput terugvloeien naar s Rijks kas.

Ondersteuning gericht op het voorkomen van onderwijsachterstanden en studievertraging in ve, po, vo en mbo

De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) heeft informatie verzameld om een representatief beeld te krijgen over hoe het onderwijs zich aanpast aan de huidige omstandigheden. Hieruit blijkt dat in het gehele onderwijsveld grote inspanningen worden verricht, waardoor op korte termijn het overgrote deel van de leerlingen en studenten is bereikt met afstandsonderwijs. Het afstandsonderwijs heeft echter beperkingen als het gaat om optimale benutting van de onderwijstijd. Waar het afstandsonderwijs niet goed tot stand komt, heeft dat vaak te maken met de sociaal maatschappelijke en sociaal economische situatie van de leerlingen en studenten. Sociale ongelijkheid dreigt daardoor versterkt te worden.

Voor de voorschoolse educatie (ve), het primair onderwijs (po), het voortgezet onderwijs (vo) en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zijn eenmalig extra middelen gereserveerd. Hiervoor is eenmalig 244,0 miljoen beschikbaar. Van deze 244,0 miljoen wordt 1,7 miljoen betaald uit de onderuitputting van de bestaande subsidieregeling lente- en zomerscholen vo. Met deze maatregel wordt ook uitvoering gegeven aan de motie van de leden Rog en Van Meenen (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VIII, nr. 164). Hiermee kunnen aanbieders van ve, scholen en instellingen in de periode van de zomervakantie van 2020 tot en met de zomervakantie van 2021, leerlingen en studenten ondersteunen bij het inhalen van leerachterstanden door extra facultatieve programmas en ondersteuning te bieden naast de reguliere onderwijstijd. Deze additionele middelen zijn voor het mbo tevens bedoeld om te voorkomen dat mbo-studenten geen verdere studievertraging oplopen doordat de beroepspraktijkonderdelen van de opleidingen geen doorgang kunnen vinden. In het kader van eenduidige uitvoering en verantwoording van deze sector overstijgende subsidieregeling, is ervoor gekozen het volledige beschikbare budget op artikel 1 te plaatsen. De verdeling hiervoor is als volgt:

  • voor de ve is 7,0 miljoen beschikbaar,

  • voor het po is 102,0 miljoen beschikbaar,

  • voor het vo is 65,0 miljoen beschikbaar,

  • voor het mbo is 68,0 miljoen beschikbaar.

Daarnaast is er 2,0 miljoen beschikbaar voor onderzoek, monitoring, uitvoering en communicatie.

Offensief tot behoud van stages en leerwerkbanen voor praktijkonderwijs (pro), voortgezet speciaal onderwijs (vso), voortgezet middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) en mbo

Om te voorkomen dat onnodig studievertraging optreedt, is het van belang dat er in het mbo sprake is van voldoende stages en leerwerkbanen tijdens en vooral ook na de crisis als gevolg van COVID-19. Hiervoor is al een actieplan (Kamerstukken II 2019/20, 31524, nr. 456) opgesteld. In aanvulling op de reeds aangekondigde maatregelen wordt deze aanpak gentensiveerd. Door een extra impuls per jaar van 10,6 miljoen in 2020 en ook in 2021 wordt het hiermee ook voor werkgevers in leerwerkbedrijven aantrekkelijker gemaakt om leerwerkplekken te creren of in stand te houden tijdens en na deze crisis.

Daarnaast komt er een tijdelijke uitbreiding van twee jaar voor de acquisitie en ondersteuning van leerwerkbedrijven door Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB) in de regio. Hiervoor wordt 4,0 miljoen vrijgemaakt in 2020 en in 2021.

Uitbreiding aanvullende bekostiging nieuwkomers po en vo

Vanuit het nieuwkomersonderwijs komen signalen dat nieuwkomers die de Nederlandse taal nog niet/nauwelijks spreken of die komend schooljaar de overgang zullen maken naar het reguliere onderwijs, in deze periode extra achterstanden hebben opgelopen. De ouders spreken in veel gevallen de Nederlandse taal niet en het afstandsonderwijs is daarmee minder effectief vormgegeven. Daarom maakt het kabinet in 2020 eenmalig 21,0 miljoen vrij voor het primair en voortgezet onderwijs om de nieuwkomersbekostiging voor de huidige groep nieuwkomers met drie maanden verhogen.

Notabene; in de Kamerbrief over ondersteuning leerlingen bij onderwijs op afstand (Kamerstukken II 2019/20, 35300 VIII, nr. 181) is gemeld dat SIVON voor een door OCW beschikbaar gesteld bedrag van 2,5 miljoen devices voor leerlingen heeft ingekocht. Om in de resterende behoefte van het onderwijs te voorzien, stelt OCW nogmaals maximaal 3,8 miljoen beschikbaar. Het grootste deel komt uit een extensivering op de schoolleidersbeurs op artikel 1 (3,1 miljoen) door het plafond van de subsidieregeling lager vast te stellen. Het resterende bedrag van maximaal 0,7 miljoen komt uit de eerder gereserveerde kosten op artikel 3 voor de curriculumherziening, die nu mede door corona vertraging oploopt. Hiermee kan SIVON de nodige devices inkopen voor leerlingen die daar thuis niet over beschikken en via schoolbesturen beschikbaar stellen.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op de uitbraak van het Coronavirus/COVID-19 en de daarmee gepaard gaande gevolgen voor de landelijke publieke omroep. In deze coronatijd is onafhankelijke, betrouwbare en toegankelijke informatie cruciaal. De landelijke publieke omroep speelt hierin een essentile rol. Tegelijkertijd hebben de maatregelen ter bestrijding van de crisis voor de publieke omroep veel impact gehad en dit heeft tot extra kosten geleid. Om die reden heeft het kabinet besloten in 2020 eenmalig 19 miljoen extra ter beschikking te stellen aan de NPO voor de uitvoering van zijn publieke taak en ten behoeve van goede en corona-proof programmering in het najaar. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 28augustus 2020 (Kamerstukken II 2019/20,...., nr....). Daarnaast heeft het Kabinet besloten om als aanvullend beleid gericht op aanpassing te investeren in loopbaangesprekken met kwetsbare jongeren. De laatste tijd is de jeugdwerkloosheid snel opgelopen. Voortijdig schoolverlaters hebben een bovengemiddelde kans om de komende tijd werkloos te worden. Ook jongeren die al eerder voortijdig schoolverlater zijn geworden, maar wel werken, lopen een bovengemiddelde kans om werkloos te worden. Scholen en RMC's zullen hiertoe met laatstejaars studenten/uitstromers het gesprek aangaan over vervolgonderwijs als dat mogelijk is, of hen doorgeleiden naar het werkdomein. Hiervoor wordt in 2020 4,5 gereserveerd voor de RMC's. Ook hierover is de Tweede Kamer genformeerd in de hierboven genoemde brief.

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting in € miljoen)

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op het ophogen van de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s. Op grond van deze regeling konden scholen voor voorschoolse educatie, primair, speciaal en voortgezet onderwijs en instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo), voortgezet algemeen volwassen onderwijs (vavo) en overige educatie subsidie aanvragen voor schooljaar 2020/2021. Hiermee kunnen zij inhaal- en ondersteuningsprogramma’s (laten) organiseren naast het reguliere onderwijsprogramma. Deze programma’s hebben als doel leerlingen, studenten, vavo-studenten en deelnemers te helpen leer- en ontwikkelachterstanden en studievertraging in de beroepspraktijkvorming, die zij hebben opgelopen in verband met de gehele of gedeeltelijke sluiting van scholen en instellingen dit jaar wegens de uitbraak van COVID-19, weg te werken en hen daarbij te ondersteunen. Op alle sectoren, behalve het vavo1, is sprake van overintekening op deze regeling. Om die reden heeft het Kabinet besloten in 2020 eenmalig € 38,0 miljoen extra ter beschikking te stellen en ook het resterende budget op de subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s voor voorschoolse educatie (ca. € 5,0 miljoen) hiervoor in te zetten. Dit leidt tot verhoging van de subsidieregelingen van € 43,1 miljoen. Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd per brief van 8 oktober 2020 over «Continuïteit van onderwijs in schooljaar 2020/21» (Kamerstukken II 2020/21, 35 ..., nr. ..).

a. Inhoudelijke toelichting

Deze Incidentele Suppletoire Begroting heeft betrekking op de uitbraak van het Coronavirus/COVID-19 en de daarmee gepaarde grote gevolgen voor de culturele en creatieve sector. De acute liquiditeitsproblemen van instellingen vormen een probleem voor het voortbestaan van vitale onderdelen in de culturele en creatieve infrastructuur. Instellingen in de culturele en creatieve sector hebben immers over het algemeen geen winstoogmerk, bouwen daarom nauwelijks reserves op en kunnen daar dan ook niet op terugvallen. Om na de crisis weer geleidelijk te kunnen opstarten, is het bovendien ook nodig dat er nu wordt genvesteerd in nieuwe, aangepaste, producties voor het volgende seizoen. Dit vraagt om een tijdelijke andere balans tussen eigen inkomsten, waar de sector de afgelopen jaren hard aan heeft gewerkt, en ondersteuning door het rijk.

Het kabinet voegt daarom nmalig 300miljoen additionele middelen toe in 2020 aan het bestaande instrumentarium om de vitale onderdelen in de culturele infrastructuur in stand te houden. Zo behouden we niet alleen het unieke Nederlandse artistieke product, maar waarborgen we ook de werkgelegenheid in deze sector. Het doel is om die onderdelen van de keten die onmisbaar zijn en zorgen voor werkgelegenheid overeind te houden. Uw Kamer is hierover genformeerd met de brief van 15april 2020 over Aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector.

Artikel 14Cultuur

Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 270miljoen. Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 30miljoen.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 1 Primair onderwijs

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 (bedragen x € 1.000)
 

Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1

Mutaties 4e ISB 2020

Stand 4eISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

11.703.253

12.399.331

21.700

12.421.031

25.000

25.000

25.000

25.000

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overig

11.703.253

12.399.331

21.700

12.421.031

25.000

25.000

25.000

25.000

Totale uitgaven

11.673.612

12.369.690

21.700

12.391.390

25.000

25.000

25.000

25.000

waarvan juridisch verplicht (%)

               
                   

Bekostiging

11.006.420

11.434.185

26.700

11.460.885

30.000

30.000

30.000

30.000

Hoofdbekostiging

10.687.581

11.108.216

 

11.108.216

       
 

Bekostiging Primair Onderwijs

10.669.600

11.087.755

 

11.087.755

       
 

Bekostiging Caribisch Nederland

17.981

20.461

 

20.461

       

Prestatiebox

296.187

306.417

 

306.417

       

Aanvullende bekostiging

22.652

19.552

26.700

46.252

30.000

30.000

30.000

30.000

 

Aanpak lerarentekort G5

0

0

26.700

26.700

30.000

30.000

30.000

30.000

 

Overig

22.652

19.552

 

19.552

       

Subsidies (regelingen)

106.512

358.334

– 5.000

353.334

– 5.000

– 5.000

– 5.000

– 5.000

Regeling Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.200

23200

 

23.200

       

Nederlands onderwijs buitenland

12.600

12.600

 

12.600

       

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

12.630

12.630

 

12.630

       

Inhaal- en ondersteunings-programma’s

0

242.000

 

242.000

       

Overig

58.082

67.904

– 5.000

62.904

– 5.000

– 5.000

– 5.000

– 5.000

Opdrachten

11.296

4.897

0

4.897

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

33.145

39.396

0

39.396

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

33.145

39.396

 

39.396

       

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

7.734

7.734

0

7.734

0

0

0

0

Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds

5.231

5.231

 

5.231

       

UWV

2.503

2.503

 

2.503

       

Bijdrage aan medeoverheden

508.505

525.144

0

525.144

0

0

0

0

Gemeentelijk onderwijsachter-standenbeleid

492.391

509.184

 

509.184

       

Caribisch Nederland

16.114

15.960

 

15.960

       

Bijdrage aan (andere) begrotings-hoofdstukken

0

0

0

0

0

0

0

0

Brede scholen

0

0

 

0

       

Ontvangsten

26.961

26.961

0

26.961

0

0

0

0

1

Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1.

Toelichting

Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 verhoogd met € 26,7 miljoen. Dit betreft een verhoging van € 9,0 miljoen door interne verschuivingen vanuit Subsidies op artikel 1 en artikel 9. De overige € 17,7 miljoen betreft de overheveling van de middelen van de aanvullende post. De totale € 26,7 miljoen in 2020 wordt ingezet voor de aanpak van het lerarentekort in de G5 en voor de subsidieregeling zij-instroom po G5. De inzet van deze middelen wordt middels verschillende convenanten per stad vastgelegd.

Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 verlaagd met € 5,0 miljoen. Dit wordt ingezet voor een intensivering op de subsidieregeling zij-instroom G5.

Beleidsartikel 6. Hoger beroepsonderwijs

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 (bedragen x € 1.000)
 

Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1

Mutaties 4e ISB 2020

Stand 4eISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

3.476.868

3.567.267

3.000

3.570.267

8.000

8.000

3.000

0

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overig

3.476.868

3.567.267

3.000

3.570.267

8.000

8.000

3.000

0

Totale uitgaven

3.416.799

3.509.213

3.000

3.512.213

8.000

8.000

3.000

0

waarvan juridisch verplicht (%)

 

100%

 

99,99%

       

Bekostiging

3.334.151

3.425.189

3.000

3.428.189

8.000

8.000

3.000

0

Hoofdbekostiging

3.193.490

3.280.278

3.000

3.283.278

8.000

8.000

3.000

0

 

Onderwijsdeel hbo2

3.096.421

3.180.274

3.000

3.183.274

8.000

8.000

3.000

0

 

Deel ontwerp en ontwikkeling

85.259

87.836

 

87.836

       
 

Vouchers studievoorschot

0

0

 

0

       
 

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

11.810

12.168

 

12.168

       

Prestatiebox

140.661

144.911

 

144.911

       
 

Studievoorschotmiddelen

140.661

144.911

 

144.911

       

Subsidies (regelingen)

977

977

0

977

0

0

0

0

Overig

977

977

 

977

       

Bijdragen aan agentschappen

13.766

14.822

0

14.822

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.766

14.822

 

14.822

       

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

67.905

68.225

0

68.225

0

0

0

0

NWO: Praktijkgericht onderzoek hbo

53.265

53.265

 

53.265

       

NWO: Promotiebeurs voor leraren

10.144

10.144

 

10.144

       

Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

4.496

4.816

 

4.816

       

Ontvangsten

1.213

1.213

0

1.213

0

0

0

0

1

Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1.

2

Inclusief de studievoorschotmiddelen voor specifieke stimulering van landelijke prioriteiten (10% van de studievoorschotmiddelen). In 2018 ook eenmalig de 90% studievoorschotmiddelen, die aanvullend tijdelijk voor één jaar onder het onderwijsdeel van de hoofdbekostiging zijn gebracht.

Toelichting

Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 verhoogd met € 3,0 miljoen. Dit betreft een intensivering ten behoeve van de flexibilisering van en maatwerk op de lerarenopleidingen.

Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelbeleid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid art. 9 (bedragen x € 1.000)
 

Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1

Mutaties 4e ISB 2020

Stand 4eISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

158.120

168.504

3.800

172.304

– 1.500

– 1.000

4.000

7.000

Totale uitgaven

168.518

168.504

3.800

172.304

– 1.500

– 1.000

4.000

7.000

waarvan juridisch verplicht (%)

 

96,1%

 

96,1%

       
                   

Bekostiging

37.619

41.052

0

41.052

2.000

3.000

8.000

11.000

Aanvullende bekostiging

37.619

41.052

 

41.052

2.000

3.000

8.000

11.000

 

Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

37.619

41.052

 

41.052

2.000

3.000

8.000

11.000

Subsidies (regelingen)

124.328

121.028

3.800

124.828

– 3.500

– 4.000

– 4.000

– 4.000

Lerarenbeurs

49.560

49.560

 

49.560

       

Zij-instroom

50.096

52.146

1.000

53.146

– 3.500

– 4.000

– 4.000

– 4.000

Wet Beroep leraar en Lerarenregister

2.945

2.945

 

2.945

       

Regionale aanpak lerarentekort

19.000

15.000

2.800

17.800

       

Overige projecten

2.727

1.377

 

1.377

       

Opdrachten

3.635

3.407

0

3.407

0

0

0

0

Onderzoek, ramingen en communicatie

3.635

3.407

 

3.407

       

Bijdrage aan agentschappen

2.936

3.017

0

3.017

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

2.936

3.017

 

3.017

       

Ontvangsten

9.000

9.000

0

9.000

0

0

0

0

1

Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1.

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 verhoogd met € 3,8 miljoen. Dit betreft drie zaken; een eenmalige ophoging van € 5,0 miljoen van de subsidieregeling zij-instroom voor alle sectoren po, vo en mbo, een verschuiving van € 4,0 miljoen van de subsidieregeling korte scholingstrajecten vo naar artikel 1 voor de subsidieregeling zij-instroom PO G5 en tot slot een eenmalige ophoging van de subsidie regionale aanpak lerarentekort van € 2,8 miljoen.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 14. Cultuur

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting (incl. ISB, NvW en amendementen)1

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)2

Mutaties 7e ISB 2020

Stand 7e ISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

2.651.993

2.678.783

40.000

2.718.783

Totale uitgaven

1.304.072

1.271.096

40.000

1.311.096

waarvan juridisch verplicht (%)

97%

Bekostiging

1.121.217

1.082.643

0

1.082.643

0

0

0

0

Culturele basisinfrastructuur

675.571

687.952

687.952

Vierjaarlijkse instellingen

399.748

406.077

406.077

Vierjaarlijkse fondsen

275.823

281.875

281.875

Erfgoedwet

128.614

131.307

131.307

Huisvesting

87.208

88.645

88.645

Beheer en onderhoud collecties

41.406

42.662

42.662

Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen

49.786

1.157

1.157

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

23.101

537

537

Digitale openbare bibliotheek

14.674

341

341

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

12.011

279

279

Monumentenzorg

224.241

218.199

218.199

Archieven incl. Regionale Historische Centra

25.938

26.550

26.550

Flankerend beleid huisvesting

6.573

6.681

6.681

Cultuureducatie met Kwaliteit

10.494

10.797

10.797

Subsidies

122.823

123.589

40.000

163.589

0

0

0

0

Verbreden inzet cultuur

15.694

15.894

15.894

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

9.005

9.005

9.005

Programma leesbevordering

3.350

3.850

3.850

Creatieve Industrie

1.975

1.975

1.975

Monumentenzorg

138

3.177

3.177

Erfgoed en fysieke leefomgeving

1.000

1.000

1.000

Specifiek cultuurbeleid

91.661

88.688

40.000

128.688

Opdrachten

14.843

16.555

0

16.555

0

0

0

0

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.026

1.734

1.734

Monumentenzorg

3.717

6.581

6.581

Archeologie

4.393

4.005

4.005

Erfgoed en fysieke leefomgeving

2.500

2.370

2.370

Overige opdrachten

2.207

1.865

1.865

Bijdragen aan agentschappen

42.340

45.390

0

45.390

0

0

0

0

Nationaal Archief

28.862

31.660

31.660

Nationaal Archief Programma

13.478

13.730

13.730

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

2.849

2.919

0

2.919

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

2.849

2.919

2.919

Ontvangsten

494

494

0

494

0

0

0

0

1

Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1

2

Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35499, nr. 1., Kamerstukken II 2019/20, 35543, nr. 1., Kamerstukken II 2020/21, 35596, nr 1.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. ISB, NvW en amendementen)1

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)2

Mutaties 6e ISB 2020

Stand 6e ISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

11.703.253

12.421.031

7.016

12.428.047

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

       

waarvan overig

11.703.253

12.421.031

7.016

12.428.047

       

Uitgaven

11.673.612

12.391.390

7.016

12.398.406

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht

99,7%

99,9%

           
                   

Bekostiging

11.006.420

11.460.885

0

11.460.885

0

0

0

0

Hoofdbekostiging

10.687.581

11.108.216

 

11.108.216

       
 

Bekostiging Primair Onderwijs

10.669.600

11.087.755

 

11.087.755

       
 

Bekostiging Caribisch Nederland

17.981

20.461

 

20.461

       

Prestatiebox

296.187

306.417

 

306.417

       

Aanvullende bekostiging

22.652

46.252

 

46.252

       
 

Aanpak lerarentekort G5

0

26.700

 

26.700

       
 

Overig

22.652

19.552

 

19.552

       

Subsidies (regelingen)

106.512

353.334

7.016

360.350

0

0

0

0

Regeling Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.200

23.200

 

23.200

       

Nederlands onderwijs buitenland

12.600

12.600

 

12.600

       

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

12.630

12.630

 

12.630

       

Inhaal- en ondersteunings-programma’s

0

242.000

7.016

249.016

       

Overig

58.082

62.904

 

62.904

       

Opdrachten

11.296

4.897

0

4.897

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

33.145

39.396

0

39.396

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

33.145

39.396

 

39.396

       

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

7.734

7.734

0

7.734

0

0

0

0

Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds

5.231

5.231

 

5.231

       

UWV

2.503

2.503

 

2.503

       

Bijdrage aan medeoverheden

508.505

525.144

0

525.144

0

0

0

0

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

492.391

509.184

 

509.184

       

Caribisch Nederland

16.114

15.960

 

15.960

       

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

0

0

0

Brede scholen

0

0

 

0

       

Ontvangsten

26.961

26.961

0

26.961

0

0

0

0

1

Kamerstukken II 2019/20, 35 441, nr. 1.

2

Kamerstukken II 2019/20, 35 464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 481, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 499, nr. 1., Kamerstukken II 2019/20, 35 543, nr. 1., Behandeling van de 5e Incidentele Suppletoire Begroting en de daarmee gepaard gaande stemming heeft nog niet plaatsgevonden.

Toelichting

Het financieel instrument subsidies wordt in 2020 éénmalig verhoogd met € 7,0 miljoen. De middelen voor het primair onderwijs (po) op de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma's worden éénmalig opgehoogd met € 12,0 miljoen. Hiervan komt ca. € 5,0 miljoen van het resterende budget van voorschoolse educatie (ve). De overige € 7,0 miljoen wordt op het subsidiebudget Inhaal- en ondersteuningsprogramma's gemuteerd.

Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. ISB, NvW en amendementen)1

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)2

Mutaties 6e ISB 2020

Stand 6e ISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

8.764.097

9.082.083

29.158

9.111.241

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

       

waarvan overig

8.764.097

9.082.083

29.158

9.111.241

       

Uitgaven

8.746.413

9.064.399

29.158

9.093.557

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht

99,3%

99,9%

           
                   

Bekostiging

8.550.944

8.863.585

0

8.863.585

0

0

0

0

Hoofdbekostiging

8.220.410

8.522.716

 

8.522.716

       
 

Bekostiging voortgezet onderwijs lumpsum

8.204.489

8.504.917

 

8.504.917

       
 

Bekostiging Caribisch Nederland

15.921

17.799

 

17.799

       

Prestatiebox

313.434

323.769

 

323.769

       
 

Regeling prestatiebox voortgezet onderwijs

313.434

323.769

 

323.769

       

Aanvullende bekostiging

17.100

17.100

 

17.100

       
 

Resultaatafhankelijke bekostiging

vsv voor vo-scholen

17.100

17.100

 

17.100

       

Subsidies (regelingen)

90.449

86.199

29.158

115.357

0

0

0

0

Stichting Kennisnet (basissubsidie) PO, VO, MBO

19.240

19.240

 

19.240

       

Pilots Zomerscholen

9.000

7.300

 

7.300

       

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

29.158

29.158

       

Overige projecten

62.209

59.659

 

59.659

       

Opdrachten

6.770

6.686

0

6.686

0

0

0

0

In- en uitbesteding

6.770

6.686

 

6.686

       

Bijdrage aan agentschappen

52.530

54.059

0

54.059

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

52.530

54.059

 

54.059

       

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

45.525

53.675

0

53.675

0

0

0

0

ZBO: College voor Toetsen en Examens

4.380

12.790

 

12.790

       

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen PO/VO/BVE (incl. examens)

41.145

40.885

 

40.885

       

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

195

195

0

195

0

0

0

0

GRAZ (ECML) en PISA

195

195

 

195

       

Ontvangsten

7.391

7.391

0

7.391

0

0

0

0

1

Kamerstukken II 2019/20, 35 441, nr. 1.

2

Kamerstukken II 2019/20, 35 464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 481, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 499, nr. 1., Kamerstukken II 2019/20, 35 543, nr. 1., Behandeling van de 5e Incidentele Suppletoire Begroting en de daarmee gepaard gaande stemming heeft nog niet plaatsgevonden.

Toelichting

Het financieel instrument subsidies wordt in 2020 éénmalig verhoogd met € 29,2 miljoen. Het betreft de extra middelen voor de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma's voor het voortgezet onderwijs. De € 65,0 miljoen die reeds bij de Tweede Incidentele Suppletoire Begroting is bijgeboekt, is in deze tabel nog niet zichtbaar. Dit is bij de Begroting 2021 op het juiste artikel in het jaar 2020 geplaatst.

Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. ISB, NvW en amendementen)6

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)7

Mutaties 6e ISB 2020

Stand 6e ISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

4.412.944

4.657.145

1.863

4.659.008

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

       

waarvan overig

4.412.944

4.657.145

1.863

4.659.008

       

Totale uitgaven

4.679.783

4.819.106

1.863

4.820.969

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

99,7%

99,7%

           
                   

Bekostiging

4.218.548

4.343.072

0

4.343.072

0

0

0

0

Hoofdbekostiging

3.673.007

3.798.077

0

3.798.077

       
 

Bekostiging mbo-instellingen

3.600.387

3.722.559

 

3.722.559

       
 

Bekostiging Caribisch Nederland

7.220

8.153

 

8.153

       
 

Bekostiging vavo

65.400

67.365

 

67.365

       

Kwaliteitsafspraken

440.000

440.000

0

440.000

       
 

Investeringbudget

440.000

440.000

 

440.000

       
 

Resultaatafhankelijk budget

0

0

 

0

       

Aanvullende bekostiging

105.541

104.995

0

104.995

       
 

Regionaal Investeringsfonds

23.075

22.975

 

22.975

       
 

Salarismix Randstadregio's

50.000

51.503

 

51.503

       
 

Regionaal Programma

30.466

30.466

 

30.466

       
 

Gelijke kansen

2.000

51

 

51

       

Subsidies (regelingen)

255.647

266.328

1.863

268.191

0

0

0

0

Subsidieregeling praktijkleren

212.600

224.100

 

224.100

       

Leven Lang Ontwikkelen

11.750

6.631

 

6.631

       

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

14.500

15.200

 

15.200

       

Loopbaanorientatie

1.275

3.275

 

3.275

       

Vakwedstrijden MBO

3.200

3.200

 

3.200

       

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

0

0

1.863

1.863

       

Overige subsidies

12.322

13.922

 

13.922

       

Opdrachten

4.990

6.779

0

6.779

0

0

0

0

In- en uitbesteding

4.990

6.779

 

6.779

       

Bijdrage aan agentschappen

19.334

19.356

0

19.356

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

16.334

16.776

 

16.776

       

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

3.000

2.580

 

2.580

       

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

66.399

60.746

0

60.746

0

0

0

0

College voor Toetsen en Examens

6.893

0

 

0

       

Wet SLOA

3.273

220

 

220

       

SBB

56.233

60.526

 

60.526

       

Bijdrage aan medeoverheden

114.865

122.825

0

122.825

0

0

0

0

RMC's

35.309

41.451

 

41.451

       

Educatie

60.356

62.174

 

62.174

       

Regionaal Programma

19.200

19.200

 

19.200

       

Ontvangsten

4.000

4.000

0

4.000

0

0

0

0

6

Kamerstukken II 2019/20, 35 441, nr. 1.

7

Kamerstukken II 2019/20, 35 464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 481, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 499, nr. 1., Kamerstukken II 2019/20, 35 543, nr. 1., Behandeling van de 5e Incidentele Suppletoire Begroting en de daarmee gepaard gaande stemming heeft nog niet plaatsgevonden.

Toelichting

Het financieel instrument subsidies wordt in 2020 éénmalig verhoogd met € 1,9 miljoen. Het betreft de extra middelen voor de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma's voor het middelbaar beroepsonderwijs en overige educatie. De € 68,0 miljoen die reeds bij de Tweede Incidentele Suppletoire Begroting is bijgeboekt, is in deze tabel nog niet zichtbaar. Dit is bij de Begroting 2021 op het juiste artikel in het jaar 2020 geplaatst.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 (bedragen x 1.000)

Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1

Mutaties 5e ISB 2020

Stand 5e ISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

4.412.944

4.648.145

9.000

4.657.145

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

waarvan overig

4.412.944

4.648.145

9.000

4.657.145

Totale uitgaven

4.679.783

4.814.606

4.500

4.819.106

4.500

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

99,70%

Bekostiging

4.218.548

4.343.072

0

4.343.072

0

0

0

0

Hoofdbekostiging

3.673.007

3.798.077

0

3.798.077

Bekostiging mbo-instellingen

3.600.387

3.722.559

3.722.559

Bekostiging Caribisch Nederland

7.220

8.153

8.153

Bekostiging vavo

65.400

67.365

67.365

Kwaliteitsafspraken

440.000

440.000

0

440.000

Investeringbudget

440.000

440.000

440.000

Resultaatafhankelijk budget

0

0

0

Aanvullende bekostiging

105.541

104.995

0

104.995

Regionaal Investeringsfonds

23.075

22.975

22.975

Salarismix Randstadregio's

50.000

51.503

51.503

Regionaal Programma

30.466

30.466

30.466

Gelijke kansen

2.000

51

51

Subsidies (regelingen)

255.647

266.328

0

266.328

0

0

0

0

Subsidieregeling praktijkleren

212.600

224.100

224.100

Leven Lang Ontwikkelen

11.750

6.631

6.631

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

14.500

15.200

15.200

Loopbaanorientatie

1.275

3.275

3.275

Vakwedstrijden MBO

3.200

3.200

3.200

Overige subsidies

12.322

13.922

13.922

Opdrachten

4.990

6.779

0

6.779

0

0

0

0

In- en uitbesteding

4.990

6.779

6.779

Bijdrage aan agentschappen

19.334

19.356

0

19.356

0

0

0

0

Dienst Uitvoering Onderwijs

16.334

16.776

16.776

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

3.000

2.580

2.580

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

66.399

60.746

0

60.746

0

0

0

0

College voor Toetsen en Examens

6.893

0

0

Wet SLOA

3.273

220

220

SBB

56.233

60.526

60.526

Bijdrage aan medeoverheden

114.865

118.325

4.500

122.825

4.500

0

0

0

RMC's

35.309

36.951

4.500

41.451

4.500

Educatie

60.356

62.174

62.174

Regionaal Programma

19.200

19.200

19.200

Ontvangsten

4.000

4.000

0

4.000

0

0

0

0

1

Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1.

Toelichting

Het financieel instrument Bijdrage aan medeoverheden wordt in 2020 verhoogd met 4,5 miljoen. De laatste tijd is de jeugdwerkloosheid snel opgelopen. Voortijdig schoolverlaters hebben een bovengemiddelde kans om de komende tijd werkloos te worden. Ook jongeren die al eerder voortijdig schoolverlater zijn geworden, maar wel werken, lopen een bovengemiddelde kans om werkloos te worden. Deze middelen zijn grotendeels bedoeld voor de RMC-regios om deze groepen jongeren naar school of naar werk te begeleiden.

Beleidsartikel 15. Media

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid art. 15 (bedragen x 1.000)

Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1

Mutaties 5e ISB 2020

Stand 5eISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

1.023.125

1.074.483

19.000

1.093.483

0

0

0

0

Totale uitgaven

1.023.125

1.074.483

19.000

1.093.483

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

98,3%

Bekostiging

1.009.493

1.022.636

19.000

1.041.636

0

0

0

0

Publieke Omroep (omroepinstellingen)

893.658

935.775

19.000

954.775

0

0

0

0

Landelijke publieke omroep

736.205

785.708

19.000

804.708

Regionale omroep

157.453

150.067

150.067

Beheertaken landelijke publieke omroep

39.880

40.423

40.423

0

0

0

0

Stichting Omroep Muziek

16.484

16.708

16.708

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

23.396

23.715

23.715

Dotaties, bijdragen publieke omroep

18.894

14.029

14.029

0

0

0

0

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

2.190

2.220

2.220

Onderzoeksjournalistiek (RA-middelen)

5.138

0

0

Filmfonds van de omroep en Telefilm (CoBO)

8.399

8.596

8.596

Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)

1.558

1.581

1.581

Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)

1.609

1.632

1.632

Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve

56.281

31.618

31.618

Overige bekostiging media

780

791

791

Subsidies (regelingen)

8.411

46.562

0

46.562

0

0

0

0

Subsidies

8.411

11.562

11.562

Steunfonds Lokale Informatievoorziening

0

35.000

35.000

Opdrachten

442

442

0

442

0

0

0

0

Opdrachten

442

442

442

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

4.718

4.782

0

4.782

0

0

0

0

Commissariaat voor de Media

4.718

4.782

4.782

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

61

61

0

61

0

0

0

0

European Audiovisual Observatory

61

61

61

Ontvangsten

147.854

160.200

0

160.200

0

0

0

0

1

Kamerstukken II 2019/20, 35441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35464, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35481, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35499, nr. 1.

Toelichting

Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 nmalig verhoogd met 19,0 miljoen. Dit betreft de dekking van onvermijdelijk gestegen kosten van de programmering van de landelijke publieke omroep door de effecten van de coronacrisis en van de maatregelen ter bestrijding van de crisis.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 15 Media

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 15 (bedragen x 1.000)

Stand vastgestelde begroting 2020 incl. NvW en amendementen

Stand na suppletoire begroting 2020 (inclusief ISB's)1

Mutaties 3e ISB 2020

Stand 3e ISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

1.023.125

1.050.483

24.000

1.074.483

0

0

0

0

Totale uitgaven

1.023.125

1.050.483

24.000

1.074.483

0

0

0

0

waarvan juridisch verplicht (%)

98,3%

98,3%

Bekostiging

1.009.493

1.022.636

0

1.022.636

0

0

0

0

Publieke Omroep (omroepinstellingen)

893.658

935.775

0

935.775

0

0

0

0

Landelijke publieke omroep

736.205

785.708

785.708

Regionale omroep

157.453

150.067

150.067

Beheertaken landelijke publieke omroep

39.880

40.423

0

40.423

0

0

0

0

Stichting Omroep Muziek

16.484

16.708

16.708

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

23.396

23.715

23.715

Dotaties, bijdragen publieke omroep

18.894

14.029

0

14.029

0

0

0

0

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

2.190

2.220

2.220

Onderzoeksjournalistiek (RA-middelen)

5.138

0

0

Filmfonds van de omroep en Telefilm (CoBO)

8.399

8.596

8.596

Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)

1.558

1.581

1.581

Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)

1.609

1.632

1.632

Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve

56.281

31.618

31.618

Overige bekostiging media

780

791

791

Subsidies (regelingen)

8.411

22.562

24.000

46.562

0

0

0

0

Subsidies

8.411

22.562

11.000

11.562

Steunfonds Lokale Informatievoorziening

0

0

35.000

35.000

Opdrachten

442

442

0

442

0

0

0

0

Opdrachten

442

442

442

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

4.718

4.782

0

4.782

0

0

0

0

Commissariaat voor de Media

4.718

4.782

4.782

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

61

61

0

61

0

0

0

0

European Audiovisual Observatory

61

61

61

Ontvangsten

147.854

160.200

0

160.200

0

0

0

0

1

Kamerstukken II 2019/20, 35 441, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 464, nr. 1.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

b. Budgettaire consequenties beleidsartikel

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (bedragen x 1.000)

Stand vastgestelde begroting (incl. NvW) 2020

Mutaties ISB 2020

Stand na ISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

2.351.993

300.000

2.653.015

Totale uitgaven

1.004.072

300.000

1.304.072

waarvan juridisch verplicht (%)

97,0%

Bekostiging

851.217

270.000

1.121.217

Culturele basisinfrastructuur

455.571

220.000

675.571

Vierjaarlijkse instellingen

249.748

150.000

399.748

Vierjaarlijkse fondsen

205.823

70.000

275.823

Erfgoedwet

128.614

128.614

Huisvesting

87.208

87.208

Beheer en onderhoud collecties

41.406

41.406

Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen

49.786

49.786

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

23.101

23.101

Digitale openbare bibliotheek

14.674

14.674

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

12.011

12.011

Monumentenzorg

174.241

50.000

224.241

Archieven incl. Regionale Historische Centra

25.938

25.938

Flankerend beleid huisvesting

6.573

6.573

Cultuureducatie met Kwaliteit

10.494

10.494

Subsidies

92.823

30.000

122.823

Verbreden inzet cultuur

15.694

15.694

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

9.005

9.005

Programma leesbevordering

3.350

3.350

Creatieve Industrie

1.975

1.975

Monumentenzorg

138

138

Erfgoed en fysieke leefomgeving

1.000

1.000

Specifiek cultuurbeleid

61.661

30.000

91.661

Opdrachten

14.843

14.843

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.026

2.026

Monumentenzorg

3.717

3.717

Archeologie

4.393

4.393

Erfgoed en fysieke leefomgeving

2.500

2.500

Overige opdrachten

2.207

2.207

Bijdragen aan agentschappen

42.340

42.340

Nationaal Archief

28.862

28.862

Nationaal Archief Programma

13.478

13.478

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

2.849

2.849

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

2.849

2.849

Ontvangsten

494

494

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 24,0 miljoen. Hiermee wordt het huidige Steunfonds met zes maanden verlengd. De uitvoering van het Steunfonds is belegd bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Tevens wordt de 11,0 miljoen die eerder beschikbaar was gesteld voor hetzelfde doel op hetzelfde subsidiebudget gezet. Hierdoor staan alle middelen voor het Steunfonds bij elkaar.

Toelichting

Het financieel instrument subsidies wordt in 2020 nmalig verhoogd met 40,0 miljoen. Het betreft de middelen voor de vrije theaterproducenten die door middel van subsidieregelingen op specifiek cultuurbeleid worden uitgegeven.

3. De Beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 1. Primair onderwijs

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 (bedragen x 1.000)

Stand na ISB

Stand 1e suppletoire begroting 20201

Mutaties 2e ISB 2020

Stand 2eISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

11.703.253

12.143.581

255.750

12.399.331

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

waarvan overig

11.703.253

12.143.581

255.750

12.399.331

Totale uitgaven

11.673.612

12.113.940

255.750

12.369.690

waarvan juridisch verplicht (%)

99,9%

Bekostiging

11.006.420

11.426.285

7.900

11.434.185

Hoofdbekostiging

10.687.581

11.097.216

11.000

11.108.216

Bekostiging Primair Onderwijs

10.669.600

11.076.755

11.000

11.087.755

Bekostiging Caribisch Nederland

17.981

20.461

20.461

Prestatiebox

296.187

306.417

306.417

Aanvullende bekostiging

22.652

22.652

3.100

19.552

Overig

22.652

22.652

3.100

19.552

Subsidies (regelingen)

106.512

112.534

245.800

358.334

Regeling Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.200

23200

23.200

Nederlands onderwijs buitenland

12.600

12.600

12.600

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

12.630

12.630

12.630

Inhaal- en ondersteuningsprogrammas

0

0

242.000

242.000

Overig

58.082

64.104

3.800

67.904

Opdrachten

11.296

2.847

2.050

4.897

Bijdrage aan agentschappen

33.145

39.396

0

39.396

Dienst Uitvoering Onderwijs

33.145

39.396

39.396

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

7.734

7.734

0

7.734

Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds

5.231

5.231

5.231

UWV

2.503

2.503

2.503

Bijdrage aan medeoverheden

508.505

525.144

0

525.144

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

492.391

509.184

509.184

Caribisch Nederland

16.114

15.960

15.960

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

Brede scholen

0

0

0

Ontvangsten

26.961

26.961

0

26.961

1

Behandeling van de Voorjaarsnota en de daarmee gepaard gaande stemming over de 1e suppletoire begrotingen heeft nog niet plaatsgevonden

Toelichting

Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 7,9 miljoen. Dit betreft onder andere de eenmalige verlenging van drie maanden van de nieuwkomersbekostiging. Hiervoor is 11,0 miljoen beschikbaar.

Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 245,8 miljoen. Dit betreft onder andere de specifieke subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogrammas van 242,0 miljoen. Het gehele beschikbare budget voor deze subsidieregeling wordt onder artikel 1 geplaatst. De onderverdeling per onderwijssector is als volgt: primair onderwijs en voorschoolse educatie 109,0 miljoen, voortgezet onderwijs 65,0 miljoen en middelbaar beroepsonderwijs 68,0 miljoen.

Het financieel instrument Opdrachten wordt in 2020 verhoogd met 2,1 miljoen.

3.2 Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 (bedragen x 1.000)

Stand na ISB

Stand 1e suppletoire begroting 20201

Mutaties 2e ISB 2020

Stand 2e ISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

8.764.097

9.074.483

7.600

9.082.083

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

waarvan overig

8.764.097

9.074.483

7.600

9.082.083

Totale uitgaven

8.746.413

9.056.799

7.600

9.064.399

waarvan juridisch verplicht (%)

99,9%

Bekostiging

8.550.944

8.853.585

10.000

8.863.585

Hoofdbekostiging

8.220.410

8.512.716

10.000

8.522.716

Bekostiging voortgezet onderwijs lumpsum

8.204.489

8.494.917

10.000

8.504.917

Bekostiging Caribisch Nederland

15.921

17.799

17.799

Prestatiebox

313.434

323.769

323.769

Regeling prestatiebox voortgezet onderwijs

313.434

323.769

323.769

Aanvullende bekostiging

17.100

17.100

17.100

Resultaatafhankelijke bekostiging

vsv voor vo-scholen

17.100

17.100

17.100

Subsidies (regelingen)

90.449

88.599

2.400

86.199

Stichting Kennisnet (basissubsidie) PO, VO, MBO

19.240

19.240

19.240

Pilots Zomerscholen

9.000

9.000

1.700

7.300

Overige projecten

62.209

60.359

700

59.659

Opdrachten

6.770

6.686

0

6.686

In- en uitbesteding

6.770

6.686

6.686

Bijdrage aan agentschappen

52.530

54.059

0

54.059

Dienst Uitvoering Onderwijs

52.530

54.059

54.059

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

45.525

53.675

0

53.675

ZBO: College voor Toetsen en Examens

4.380

12.790

12.790

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen PO/VO/BVE (incl. examens)

41.145

40.885

40.885

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

195

195

0

195

GRAZ (ECML) en PISA

195

195

195

Ontvangsten

7.391

7.391

0

7.391

1

Behandeling van de Voorjaarsnota en de daarmee gepaard gaande stemming over de 1e suppletoire begrotingen heeft nog niet plaatsgevonden

Toelichting

Het financieel instrument Bekostiging wordt in 2020 incidenteel verhoogd met 10,0 miljoen. Dit betreft de eenmalige verlenging van drie maanden van de nieuwkomersbekostiging.

Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 incidenteel verlaagd met 2,4 miljoen.

3.3 Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 (bedragen x 1.000)

Stand na ISB

Stand 1e suppletoire begroting 20201

Mutaties 2e ISB 2020

Stand 2e ISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

4.412.944

4.629.145

19.000

4.648.145

11.000

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

waarvan overig

4.412.944

4.629.145

19.000

4.648.145

11.000

Totale uitgaven

4.679.783

4.799.606

15.000

4.814.606

15.000

waarvan juridisch verplicht (%)

99,7%

Bekostiging

4.218.548

4.343.072

0

4.343.072

0

Hoofdbekostiging

3.673.007

3.798.077

3.798.077

Bekostiging mbo-instellingen

3.600.387

3.722.559

3.722.559

Bekostiging Caribisch Nederland

7.220

8.153

8.153

Bekostiging vavo

65.400

67.365

67.365

Kwaliteitsafspraken

440.000

440.000

440.000

Investeringbudget

440.000

440.000

440.000

Resultaatafhankelijk budget

0

0

0

Aanvullende bekostiging

105.541

104.995

104.995

Regionaal Investeringsfonds

23.075

22.975

22.975

Salarismix Randstadregio's

50.000

51.503

51.503

Regionaal Programma

30.466

30.466

30.466

Gelijke kansen

2.000

51

51

Subsidies (regelingen)

255.647

255.728

10.600

266.328

10.600

Subsidieregeling praktijkleren

212.600

213.500

10.600

224.100

10.600

Leven Lang Ontwikkelen

11.750

6.631

6.631

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

14.500

15.200

15.200

Loopbaanorientatie

1.275

3.275

3.275

Vakwedstrijden MBO

3.200

3.200

3.200

Overige subsidies

12.322

13.922

13.922

Opdrachten

4.990

6.779

0

6.779

0

In- en uitbesteding

4.990

6.779

6.779

Bijdrage aan agentschappen

19.334

18.956

400

19.356

400

Dienst Uitvoering Onderwijs

16.334

16.776

16.776

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

3.000

2.180

400

2.580

400

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

66.399

56.746

4.000

60.746

4.000

College voor Toetsen en Examens

6.893

0

0

Wet SLOA

3.273

220

220

SBB

56.233

56.526

4.000

60.526

4.000

Bijdrage aan medeoverheden

114.865

118.325

0

118.325

0

RMC's

35.309

36.951

36.951

Educatie

60.356

62.174

62.174

Regionaal Programma

19.200

19.200

19.200

Ontvangsten

4.000

4.000

0

4.000

0

1

Behandeling van de Voorjaarsnota en de daarmee gepaard gaande stemming over de 1e suppletoire begrotingen heeft nog niet plaatsgevonden

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies wordt in 2020 en 2021 verhoogd met 10,6 miljoen. Het betreft de subsidieregeling praktijkleren. Er wordt zo een impuls gegeven aan conjunctuur- en contactgevoelige sectoren die ook geraakt worden door de genomen maatregelen als gevolg van COVID-19.

Het financieel instrument Bijdrage aan ZBO's/RWT's wordt in 2020 en 2021 verhoogd met 4,0 miljoen. Dit betreft kosten voor de tijdelijke uitbreiding voor de acquisitie en ondersteuning van leerwerkbedrijven door Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SSB).

Het instrument Bijdrage aan agentschappen wordt verhoogd met 0,4 miljoen voor de jaren 2020 en 2021. Dit betreft de uitvoeringskosten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

3.6 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering

Tabel 41 Budgettaire gevolgen van beleid art. 11 (bedragen x 1.000)

Stand na ISB

Stand 1e suppletoire begroting 20202

Mutaties 2e ISB 2020

Stand 2e ISB 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Verplichtingen

5.221.098

5.276.244

47.500

5.323.744

152.500

Totale uitgaven

5.221.098

5.276.244

47.500

5.323.744

152.500

waarvan juridisch verplicht (%)

100%

Inkomensoverdracht

2.137.924

2.343.397

40.000

2.383.397

145.000

Basisbeurs gift (R)

840.285

861.592

861.592

Aanvullende beurs gift (R)

674.557

691.913

691.913

Reisvoorziening gift (R)

542.961

692.420

692.420

Caribisch Nederland gift (R)

3.210

3.366

3.366

Overige uitgaven (R)

76.911

94.106

40.000

134.106

145.000

Leningen

2.965.119

2.811.665

0

2.811.665

0

Basisbeurs prestatiebeurs (NR)

608.035

556.199

556.199

Aanvullende beurs prestatiebeurs (NR)

115.192

100.399

100.399

Reisvoorziening (NR)

98.339

130.999

130.999

Rentedragende lening (NR)

2.924.417

2.741.301

2.741.301

Collegegeldkrediet (NR)

353.529

321.568

321.568

Leven lang leren krediet (NR)

45.000

36.000

36.000

Overige uitgaven (NR)

36.677

37.597

37.597

Bijdrage aan agentschappen

118.055

121.182

7.500

128.682

7.500

Dienst Uitvoering Onderwijs

118.055

121.182

7.500

128.682

7.500

Ontvangsten

936.149

945.676

0

945.676

0

Ontvangsten (R)

139.535

95.705

95.705

Ontvangen rente (R)

89.518

59.204

59.204

Overige ontvangsten (R)

50.017

36.501

36.501

Ontvangsten (NR)

796.614

849.971

849.971

Terugontvangen hoofdsom (NR)

796.614

849.971

849.971

1

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

2

Behandeling van de Voorjaarsnota en de daarmee gepaard gaande stemming over de 1e suppletoire begrotingen heeft nog niet plaatsgevonden

Toelichting

Het instrument Inkomensoverdracht wordt verhoogd met 40,0 miljoen. Dit betreft de compensatie van studenten van wie het recht op basisbeurs en/of aanvullende beurs afloopt.

Het instrument Bijdrage aan agentschappen wordt verhoogd met 7,5 miljoen in 2020 en 2021. Dit betreft de uitvoeringskosten voor de compensatie van mbo en ho studenten.

Licence