Base description which applies to whole site

Vierde incidentele suppletoire begroting inzake extra steun voor de culturele en creatieve makers in verband met COVID-19 | 19-02-2021

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vierde Incidentele Suppletoire Begroting zijn opgenomen niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. De middelen in deze vierde Incidentele Suppletoire Begroting worden zo snel mogelijk toebedeeld aan de makers en culturele professionals in de culturele en creatieve sector door middel van projectsubsidies aan verschillende fondsen. Door de noodgedwongen lockdown, die steeds langer voortduurt, krijgen culturele en creatieve makers weinig opdrachten aangezien instellingen hun deuren gesloten moeten houden. Deze middelen worden ingezet om de culturele en creatieve makers door deze moeilijke periode te helpen. Voor de indiening van deze vierde Incidentele Suppletoire Begroting is uw Kamer vooraf genformeerd per brief van 10februari 2021 over Uitwerking extra steun voor de makers in de culturele en creatieve sector vanwege de lockdown (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 2

De vaststelling van de begrotingsstaat geschiedt in duizenden euro's.

Wetsartikel 3

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K.van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

B BEGROTINGSTOELICHTING

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

De culturele en creatieve sector is sinds 15december in zijn geheel gesloten in een periode die normaal gesproken veel bezoekers trekt. In bepaalde sectoren zijn investeringen gedaan die nu niet of nauwelijks kunnen worden terugverdiend en waar de huidige steunpakketten onvoldoende soelaas bieden. Om die reden heeft het kabinet, aanvullend op de eerdere steunpakketten voor cultuur (882 miljoen) 15,0 miljoen gereserveerd voor de culturele en creatieve sector. Hierover is de Tweede Kamer genformeerd per brief van 17december 2020 over Specifieke aanpassingen in economisch steun- en herstelpakket (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 214).

Vanwege de verlenging van de lockdown is daarnaast nog eens 9,0 miljoen beschikbaar gesteld voor de makers in de culturele sector. Hierover is uw Kamer genformeerd in de Kamerbrief over Uitbreiding economisch steun- en herstelpakket van 21januari (Kamerstukken II 2020/2021, 35420, nr. 217).

In totaal wordt er in deze Incidentele Suppletoire Begroting 24,0 miljoen toegevoegd aan de OCW-begroting. Deze middelen worden via de Rijkscultuurfondsen, het Steunfonds Rechtensector, het Abraham Tuschinskifonds en via het Mondriaan fonds aan verschillende makers en professionals toebedeeld. Over de wijze van deze 24,0 miljoen extra steun is de Tweede Kamer genformeerd per brief op 10februari 2021 over Uitwerking extra steun voor de makers in de culturele en creatieve sector vanwege de lockdown (Kamerstukken II 2020/21, 35..., nr...).

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Beleidsartikel 14. Cultuur

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 14 (bedragen x 1.000)

Vastgestelde begroting incl. NvW, amendementen, ISB's1

Mutaties 4e ISB 2021

Stand 4e ISB 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Mutatie 2024

Mutatie 2025

Verplichtingen

580.519

24.000

604.519

waarvan garantieverplichtingen

0

0

waarvan overig

580.519

24.000

604.519

Totale uitgaven

1.265.772

24.000

1.289.772

waarvan juridisch verplicht (%)

96,1%

Bekostiging

1.103.831

0

1.103.831

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

260.287

260.287

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

307.261

307.261

Huisvesting erfgoed

0

0

Beheer en onderhoud collecties erfgoed

0

0

Museale instellingen met een wettelijke taak

256.572

256.572

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

23.637

23.637

Digitale openbare bibliotheek

16.536

16.536

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

12.290

12.290

Monumentenzorg

179.340

179.340

Archieven incl. Regionale Historische Centra

27.180

27.180

Flankerend beleid huisvesting

6.681

6.681

Cultuureducatie met Kwaliteit

14.047

14.047

Subsidies (regelingen)

94.036

24.000

118.036

Verbreden inzet cultuur

7.454

7.454

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

7.399

7.399

Programma leesbevordering

3.850

3.850

Creatieve Industrie

2.085

2.085

Monumentenzorg

135

135

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

Specifiek cultuurbeleid

71.289

24.000

95.289

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

1.824

1.824

Opdrachten

22.692

0

22.692

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.091

2.091

Monumentenzorg

0

0

Archeologie

0

0

Erfgoed en fysieke leefomgeving

0

0

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

8.004

8.004

Overige opdrachten

12.597

12.597

Bijdragen aan agentschappen

42.315

0

42.315

Nationaal Archief

42.315

42.315

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

2.898

0

2.898

Ontvangsten

494

0

494

1

Over de Incidentele suppletoire begrotingen moet nog gestemd worden. Kamerstukken II 2020/21, 35682; Kamerstukken II 2020/21, 35696; Kamerstukken II 2020/21, 35716.

Toelichting

Het financieel instrument Subsidies (regelingen) wordt in 2021 incidenteel verhoogd met 24,0 miljoen. Dit betreft de incidentele middelen voor de extra steun voor de culturele en creatieve sector.

Licence