Base description which applies to whole site

Bijlage Garantieregeling toetsingskaders

Bestuurlijke aansprakelijkheid Stichting open Nederland

Probleemstelling en rol van de overheid

1.

Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Het kabinet werkt sinds het begin van de coronacrisis aan de bestrijding en beheersing van het virus en werkt tegelijkertijd aan mogelijkheden om de samenleving en economie te ondersteunen. Het inzetten van toegangstesten is een instrument om onderdelen van de samenleving op een verantwoorde wijze te heropenen. Burgers met een testbewijs met een negatieve uitslag kunnen toegang krijgen tot bijvoorbeeld evenementen en activiteiten in economie, cultuur en sport. Hiervoor kunnen zij een corona(snel)test laten afnemen in een van de daarvoor bestemde teststraten. Het kabinet is van mening dat de inzet van het testbewijs een aanvullend instrument kan zijn om de samenleving op verantwoorde wijze, stap voor stap, eerder en ruimer te openen. Het kabinet heeft hiertoe een opdracht verleend aan de Stichting Open Nederland (SON) om de testcapaciteit voor toegangstesten te organiseren (Commissiebrief inzake Verzoek om informatie over de overeenkomst van het ministerie inzake sneltesten bij evenementen d.d. 14april jl.).

2.

Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

De Staat heeft Stichting Open Nederland (SON) de opdracht gegeven om de testcapaciteit voor toegangstesten te organiseren. De Stichting is al langer bezig om voor haar bestuur de bestuurlijke aansprakelijkheid af te dekken middels een verzekering. Door de grote media-aandacht en een reeds gevoerd kort geding was het voor de Stichting moeilijk een verzekering te vinden. Inmiddels heeft de Stichting een verzekering gevonden die met terugwerkende kracht per 21april 2021 ingaat. Deze verzekering dekt niet alles. VWS wil daarom een garantie verstrekken met een plafond van 2,5miljoen euro voor mogelijke juridische kosten en claims die niet gedekt worden door de verzekering. De Stichting heeft dit comfort nodig om de leden van de raad van toezicht en de leden van het bestuur de zekerheid te kunnen bieden dat zij geen persoonlijke schade kunnen ondervinden van hun functie.

Het bovenstaande risico op juridische kosten en claims komt voort uit de opdracht die de Staat aan de Stichting heeft gegeven. Daarom rekent VWS het tot haar verantwoordelijkheid om het ontstane probleem om te lossen. Daarnaast acht VWS het onwenselijk dat de (individuele) bestuursleden (waarbij tevens de leden van de RvT worden bedoeld) het risico lopen om persoonlijk schade te ondervinden van mogelijke claims die buiten hun schuld, zonder dat sprake is van grove schuld of opzet, zijn ontstaan, omdat dit mogelijk invloed kan hebben op de doelmatige uitvoering van de opdracht. Daarom wil VWS het bestuur en de Raad van Toezicht comfort bieden en deze garantie verstrekken.

3.

Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

De opdracht die SON uitvoert voor VWS is er een die enerzijds gemoeid gaat met veel onzekerheden, maar die zich anderzijds ook voor een belangrijk deel afspeelt in een zeer competitieve markt. De Stichting heeft uitvoerig geprobeerd om de bestuurlijke aansprakelijkheid met een verzekering af te dekken. Hier zijn ze in geslaagd, maar daarbij zijn wel extra uitsluitingsgronden geformuleerd. Dit is mede het gevolg van de unieke opdracht met veel media-aandacht waarvan de impact door verzekeraars niet volledig kan worden ingeschat en het gegeven dat de Stichting reeds betrokken is geweest in een kort geding tegen het beleid van de Staat en de Stichting, aangespannen door marktpartijen. Weliswaar zijn de vorderingen van marktpartijen afgewezen en de rechter heeft de juistheid van het beleid bevestigd. Het afgeven van deze garantie ziet VWS als noodzakelijk en meest geschikte instrument om het bestuur en de Raad van Toezicht het benodigde comfort te bieden voor het uitvoeren van haar werkzaamheden. Tot slot is door de onvoorspelbaarheid en het karakter van de opdracht die verstrekt is aan de Stichting Open Nederland, dit risico niet volledig door de markt te verzekeren.

4.

Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te compenseren.

Risicos en risicobeheersing

5.

Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a.

Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

Voor het afdekken van het risico staat VWS garant voor de voor maximaal 2,5mln als de verzekering geheel of gedeeltelijk een claim niet zou dekken. Dit is gelijk aan de gemiddelde dekking van een verzekering voor bestuurlijke aansprakelijkheid.

b.

Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

De verzekering van de Stichting dekt 100% van mogelijke claims tot een maximum van 2,5miljoen euro per jaar waarbij de verzekering handelen of nalaten van de bestuurders/leden van de Raad van Toezicht van de Stichting per 21april 2021 dekt, ingaat voor de duur van 12 maanden en 12 maanden uitloopdekking biedt.

In het geval een claim wordt ingesteld tegen zowel de overheid als tegen een bestuurder van verzekeringnemer, dan zal de overheid de verweer kosten die gerelateerd zijn aan deze claim vergoeden.

Het garantieplafond bedraagt 2,5miljoen euro.

c.

Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

VWS heeft met de Stichting afspraken gemaakt dat zij conform wet- en regelgeving moeten handelen. Daarnaast vindt wekelijks overleg over de voortgang van de activiteiten van de Stichting plaats en belangrijke besluiten, bijvoorbeeld aanbestedingen die direct verband houden met de testcapaciteit, worden tevoren afgestemd met VWS als opdrachtgever. De Stichting heeft haar processen professioneel ingericht en het risico dat als gevolg van het handelen namens de Stichting personen succesvol kunnen worden aangesproken lijkt klein.

Wel is het zo dat er veel (media) aandacht is voor het beleid van de Staat rond testen en in relatie tot de Stichting voor toegangstesten.

SON heeft het gros van de aanbestedingen ondertussen uitgezet en afgewikkeld door contractering van de partij(en) die zich succesvol heeft/hebben ingeschreven. Zoals bekend is er naar aanleiding van de eerste marktuitvraag door SON (een zogenaamde Open House), een kortgedingprocedure gevoerd door een 30-tal marktpartijen. De zogenaamde open house kwalificeert ook als een aanbesteding. De vorderingen in kort geding zijn allemaal afgewezen en de voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de door SON in de markt gezette spelregels valide en gelegitimeerd zijn. Er is geen hoger beroep ingesteld en een aantal van die marktpartijen heeft zich vervolgens ingeschreven als testaanbieder van SON. Naar aanleiding van de tweede marktuitvraag is er geen enkel bezwaar uit de markt gekomen.

Het ligt niet voor de hand te denken dat er nog claims jegens het bestuur/(beoogd) RvT zullen volgen naar aanleiding van aanbestedingen van SON. SON is momenteel bezig aan de afronding van de aanbesteding voor de XL-straten. Dit wordt een klassieke Europese aanbesteding die via een spoedprocedure in de markt zal worden gezet. Het is natuurlijk niet uit te sluiten dat tijdens de Alcatel-termijn een partij aan wie de aanbesteding niet voorlopig is gegund in bezwaar zal gaan, dat is niet ongebruikelijk bij aanbestedingen in Nederland. Dat betekent niet dat een dergelijke procedure kwalificeert als een claim jegens het bestuur en/of (toekomstig) RvT met betrekking tot een aanbesteding van SON. De inschatting dat dergelijke claims zich al dan niet succesvol zullen materialiseren wordt door SON als zeer klein ingeschat.

Daar komt bij dat de opdracht in principe duurt tot 31augustus 2021 waarbij de Stichting een bepaalde periode van uitloop en afwikkeling van taken zal kennen. De periode waarop de opdracht en daarmee de dekking toeziet is dus beperkt.

6.

Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Er vinden wekelijks voortgangsgesprekken met SON plaats op meerdere niveaus. VWS is dus als opdrachtgever goed op de hoogte van de situatie rondom SON en VWS wordt ook genformeerd over de inkoopprocedures die SON uitvoert. Indien er vragen worden gesteld door media en/of bezwaren worden ingediend door partijen dan wordt VWS daar ook zo snel mogelijk over genformeerd.

Daarnaast heeft de Stichting ook interne procedures vastgelegd in haar statuten en zal er binnenkort een raad van toezicht worden ingesteld.

De claims die door de verzekering worden uitgesloten, behalve die waarvan een rechter of arbiter bepaalt dat deze de schade opzettelijk of bewust roekeloos handelen zijn veroorzaakt worden door de garantie gedekt.

7.

Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Son heeft een verzekeringsmakelaar in de hand genomen om de verzekeringsdekking te regelen. Daaruit is uiteindelijk de genoemde dekking uit voort gekomen.

De 2,5miljoen euro dekking die VWS wil organiseren voor het geval een claim onder de uitsluitingscriteria valt is vergelijkbaar met een gemiddelde dekking voor een bestuursaansprakelijkheidsverzekering.

Vormgeving

8.

Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premie kostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

VWS vraagt geen premie gezien de aard van de garantieregeling.

9.

Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

Er wordt een nieuwe garantie op artikel 1 van de begroting van VWS opgenomen.

10.

Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?

Omdat Claims mogelijk nog na het aflopen van de opdracht kunnen worden ingediend en het onduidelijk is op welke termijn dat zal gebeuren, wil VWS de leden van het bestuur en de raad van toezicht het comfort bieden ook na het aflopen van de opdracht. Voorstel is om hiervoor 5 jaar te nemen.

11.

Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

Er zijn geen uitvoeringskosten.

12.

Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

De evaluatie zal meelopen in de reguliere verantwoordingscyclus van VWS.

Garantstelling analysecapaciteit (ten behoeve van het testbeleid COVID-19)

De Staat is eind 2020 en begin 2021 overeenkomsten aangegaan met leveranciers om in de analysecapaciteit polymerase chain reaction tests (hierna: PCR) te voorzien. Het betreft overeenkomsten die ervoor zorgen dat GGDen de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar een door de Staat (in deze het Ministerie van VWS) gecontracteerd laboratorium en waarbij, wanneer dit net gebeurt, het Ministerie van VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Een garantstelling in de overeenkomsten is nodig om altijd voldoende analysecapaciteit voor laboratoria te garanderen voor Nederland om testen te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van COVID-19 van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor het risico dat gemaakte (beschikbaarheids)kosten niet kunnen worden terugverdiend als de afname tegenvalt, waarbij eens minimumafname van het aantal PCR tests wordt gegarandeerd. Het toetsingskader is eerder vastgesteld voor een garantie met een looptijd tot 15juli 2021 (2april 2021 Kenmerk 25292 nr.1098). Dit toetsingskader verlengt deze periode tot 22september 2021.

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 2018- 2021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 geeft VWS garanties af om de aankoop van analysecapaciteit gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19 te borgen.

1.

Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Sinds de COVID-19 uitbraak worden wereldwijd grote aantallen COVID-19-testen uitgevoerd. Het is van groot belang dat er voldoende getest kan worden om verspreiding van het virus te controleren en om mensen in Nederland te beschermen tegen besmetting. Hiervoor is analysecapaciteit van laboratoria nodig. Het risico bestond bij het afsluiten van de contracten dat de beschikbaarheid van specifiek voor de diagnostiek van COVID-19 benodigde analysecapaciteit niet voorhanden was. Om dit te voorkomen werden door de Staat afspraken gemaakt over de beschikbaarheid van analysecapaciteit ten behoeve van COVID-19-diagnostiek in Nederland. Om voldoende analysecapaciteit beschikbaar te houden voor Nederland, is het noodzakelijk geweest om een aantal financile risicos van marktpartijen af te dekken. Met laboratoria is daarom afgesproken dat zij een zeker volume aan analysecapaciteit voor Nederland reserveren en dat het Ministerie van VWS een minimale afname garandeert. Het Ministerie van VWS heeft daarom garantieovereenkomsten afgesloten met laboratoria teneinde een minimumvolume aan analysecapaciteit te garanderen. Het Ministerie van VWS is nu voornemens deze garanties te verlengen tot 22september 2021 om ook in de zomer voldoende analysecapaciteit te kunnen garanderen.

Verlenging van de garantieperiode is noodzakelijk om zeker te zijn dat er in de overbruggingsperiode tot aan de gunning van de aanbesteding voor NAAT testen, voldoende testcapaciteit beschikbaar blijft. De definitieve gunning van de aanbesteding is gepland op 1september 2021. Er is een transitieperiode van 21 dagen om de bestaande teststromen te verleggen. Vandaar dat het toetsingskader tot 22september 2021 wordt verlengd.

De garanties hebben tot nu toe goed gewerkt om de testcapaciteit te garanderen omdat laboratoria vanwege de garanties altijd voldoende analysecapaciteit beschikbaar kunnen stellen.

De contracten en garanties zijn wel bijgesteld sinds 1januari 2021 en opnieuw per 1april 2021. Zo zijn de tarieven per test naar beneden bijgesteld. En de oorspronkelijke garanties zijn afgesproken op 30% van de maximale analysecapaciteit, dit is al teruggebracht naar 10% bij verlenging per 1april. Voor de verlenging vanaf 15juli tot 22september 2021 gelden dus ook garanties van 10% van de maximale capaciteit.

2.

Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het handhaven van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De laboratoriumcapaciteit van voor de COVID-19 pandemie, was niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Daarom is gekozen om contracten aan te gaan met hoogvolume laboratoria. Met deze laboratoria zijn garanties afgesproken zodat altijd voldoende materiaal, apparatuur en personeel beschikbaar is om de benodigde analysecapaciteit te leveren.

3.

Is het voorstel voor de risicoregeling: a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19-crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is het niet mogelijk om een stabiele vraagvoorspelling te doen. De leveranciers en de laboratoria kunnen dit risico niet dragen en ook niet verzekeren op de markt tegen aanvaardbare risicopremies. Het afgeven en verlengen van garanties door VWS is derhalve vereist.

4.

Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te compenseren.

Risicos en risicobeheersing

5.

Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a.

Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

Begin 2021 zijn met laboratoria overeenkomsten afgesloten tot 15juli 2021 ten behoeve van gereserveerde laboratoriumcapaciteit voor de diagnostische testen (analysecapaciteit). Binnen deze overeenkomsten worden garantstellingen afgesproken ter compensatie van deze gereserveerde laboratoriumcapaciteit. Deze verstrekte garantstellingen hadden een plafondbedrag van 307,4miljoen tot en met 15juli 2021.

Voor de verlenging van het toetsingskader, wordt het plafondbedrag verlaagd naar 151,6miljoen. Dit is het totale bedrag dat aan garanties is vastgesteld voor heel 2021. Voor de eerste helft van 2021, wordt naar verwachting 96,3miljoen van de garanties gerealiseerd. Voor de periode 1juli tot 22september, wordt een maximale realisatie van 55,3miljoen verwacht.

De verwachtte realisatie is lager omdat zowel de prijs voor een PCR-test als de garantstellingen is bij verlengingen neerwaarts bijgesteld.

De overeenkomsten worden op dit moment nogmaals verlengd tot 21 dagen na definitieve gunning van de aanbesteding. Daarom wordt ook het toetsingskader verlengd tot 22september 2021. Hiermee verzekert het Rijk zich van een continue analysecapaciteit van 121.500 testen per dag.

b.

Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement. VWS regelt met de garantie dat voldoende analysecapaciteit beschikbaar is voor Nederland.

c.

Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmaatregel?

Voor de verlenging van het toetsingskader, wordt het plafondbedrag verlaagd naar 151,6miljoen. Dit is het totale bedrag dat aan garanties is vastgesteld voor heel 2021. Voor de eerste helft van 2021, wordt naar verwachting 96,3miljoen van de garanties gerealiseerd. Voor de periode 1juli tot 22september, wordt een maximale realisatie van 55,3miljoen verwacht.

Na de garantieperiode wordt duidelijk in hoeverre het Rijk garant heeft moeten staan voor de risicos die zich tot 22september 2021 voordoen. De exacte mate waarin is vooralsnog niet goed voorzienbaar. De testvraag ontwikkelt zich grillig, mede onder invloed van maatregelen. Door deze grilligheid kan ook het risico niet worden genomen dat bij een plotseling toenemende testvraag er onvoldoende analysecapaciteit ontstaat. Dit betekent tegelijkertijd dat wanneer de testvraag achterblijft het risico op uitbetalen van de garanties zich voordoet. Het financile risico ziet dan enkel op de afgesproken hoeveelheid tests met de laboratoria.

6.

Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:

  • De contracten zijn afgesloten door Dienst Testen, die tevens de opdracht heeft om de teststromen landelijk te cordineren, waarbij ze ook zo veel als mogelijk rekening houden met de aangegane garanties.

  • De garantieovereenkomsten worden afgesloten door het Ministerie van VWS met de betreffende laboratorium, waardoor het ministerie zicht houdt op het aantal afgesloten overeenkomsten, de daarmee gepaard gaande risicos en analysecapaciteit waarvoor garanties worden afgegeven.

  • De regeling kent een totaalplafond (151,6miljoen) en wordt, behoudens een aanvullend besluit door de Minister van VWS, niet verlengd.

  • De laboratoria factureren op maandbasis en daarin vermelden zij het aantal geanalyseerde tests en het eventuele beroep op de garantiebepaling.

7.

Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd. Echter is deze opdracht wel belegd bij een Dienst die als opdracht heeft een duurzaam testlandschap te realiseren.

8.

Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premie kostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

VWS vraagt geen premie, omdat de kosten uit collectieve middelen worden betaald. Dit is conform de wens van de Kamer. Voor de budgettaire ruimte die VWS voor de analysecapaciteit inzet, wordt verwezen naar vraag 5c.

9.

Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

Er is geen risicovoorziening ingesteld gezien de aard van de garantieregeling.

10.

Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5jaar)?

De regeling ten behoeve van de analysecapaciteit is naar verwachting nodig tot 22september 2021.

11.

Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

Er zijn geen operationele kosten bovenop de huidige operationele kosten van VWS.

12.

Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in de COVID19-crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de acute crisis. De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie mogelijk te maken.

Verlenging garantstelling testmaterialen

Verlenging garantstelling testmaterialen tot 22september 2021

Dit toetsingskader betreft een verlenging van de reeds bestaande garantstelling.

De Staat is vanaf 10augustus 2020 overeenkomsten aangegaan met derden om in de aankoop van testmaterialen, gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19, te voorzien. In de overeenkomsten zijn destijds garanties opgenomen om te zorgen dat een leverancier voldoende testmaterialen voor de Nederlandse markt kon garanderen zodat in Nederland altijd voldoende testcapaciteit beschikbaar is. De garanties zijn in eerste instantie afgegeven in een periode tot 1april 2021 en daarmee was ook aanvankelijk het toetsingskader vastgesteld tot 1april 2021 voor testmaterialen. Daarna is met het toetsingskader (dd. 2april) de periode van garantstelling verlengd tot 15juli 2021. De garantstelling wordt middels dit toetsingskader verlengd tot 22september 2021. Met de verlenging van dit toetsingskader worden geen extra garanties aangegaan, daarom wordt het plafondbedrag van dit kader niet verlaagd. Dit toetsingskader verlengt alleen de periode waarin de garanties gelden. Als de garantieperiode niet verlengd zou worden, zou de Staat na 15juli 2021 de garanties op ongebruikte testmaterialen moeten uitbetalen. Door de periode te verlengen, kunnen de testmaterialen nog ingezet worden in de periode tot 22september 2021. De kans dat de garanties uitbetaald moeten worden, wordt hiermee dus verkleind. De testmaterialen worden dan namelijk ingezet voor uitgevoerde testen, de garantie wordt dan een realisatie. Doordat echter de overeenkomst met de leveranciers blijft bestaan, dient ook het toetsingskader verlengd te worden.

Probleemstelling en rol van de overheid

Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen.

Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 heeft VWS garanties afgegeven om de aankoop van testmaterialen gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19 te borgen.

1.

Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?

Sinds de COVID-19 uitbraak werden wereldwijd grote aantallen COVID-19-testen uitgevoerd. Het is van groot belang dat er voldoende getest kan worden om verspreiding van het virus te controleren en om mensen in Nederland te beschermen tegen besmetting. Hiervoor zijn testmaterialen nodig. Het risico bestond dat de beschikbaarheid van specifiek voor de diagnostiek van COVID-19 benodigde testmaterialen in het gedrang kwam. Om dit te voorkomen werden door de Staat afspraken gemaakt over de aankoop van testmaterialen ten behoeve van COVID-19 diagnostiek in Nederland. Om voldoende testmaterialen beschikbaar te houden voor Nederland, was het noodzakelijk om een aantal financile risicos van marktpartijen af te dekken. Het Ministerie van VWS heeft daarom garantieovereenkomsten afgesloten met de leveranciers om afname van een minimaal aantal testmaterialen te garanderen voor de Nederlandse markt.

Deze risicos kwamen door de uitzonderlijke marktomstandigheden (beperkte leverbetrouwbaarheid en de wenselijkheid voorraden aan te kopen met onzekerheid over de toekomstige vraag daarnaar). Het risico werd afgedekt dat de zorgaanbieder niet of slechts gedeeltelijk het gegarandeerd aantal testmaterialen afneemt en dat de ingekochte testmaterialen (deels) niet binnen de uiterste houdbaarheidsdatum kunnen worden verkocht of ingezet.

Verlenging van de garantieperiode is noodzakelijk om zoveel mogelijk testmaterialen, waarvoor garanties gelden, alsnog om te kunnen zetten in realisatie.

De garanties hebben tot nu toe goed gewerkt om de testcapaciteit te garanderen omdat leveranciers mede vanwege de garanties voldoende materialen beschikbaar hebben gesteld.

In de eerste contracten ging het om een garantie per maand. Dit is bij de verlenging van 1april tot 15juli 2021, al gewijzigd in een totale garantie per geleverde machine. Datzelfde geldt voor de verlenging van 16juli tot 22september 2021 waarbij het aantal machines gelijk blijft, en er niet meer capaciteit per machine wordt afgesproken. In praktijk betekent dit dat de testmaterialen waar een garantie voor geldt, een langere periode ingezet kunnen worden. Dit houdt in dat het risico om een garantie uit te moeten betalen, juist wordt verlaagd met het verlengen van dit toetsingskader. Er is namelijk een langere periode waarin de testmaterialen verbruikt kunnen worden.

2.

Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?

Het was bij het opstellen van dit garantie toetsingskader noodzakelijk om op centraal niveau de aankoop van testmaterialen gegarandeerd te hebben voor de diagnostiek van COVID-19. Gezien de marktomstandigheden aan het begin van de Covid-19 pandemie, kwam deze zekerheid onvoldoende tot stand zonder afdekking van financile risicos door de centrale overheid.

3.

Is het voorstel voor de risicoregeling:

a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.

Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden was het niet mogelijk om een stabiele vraagvoorspelling te doen. De leveranciers konden dit risico niet dragen en ook niet verzekeren op de markt tegen aanvaardbare risicopremies. Het afgeven van garanties door VWS was derhalve vereist.

4.

Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?

Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te compenseren.

Risicos en risicobeheersing

5.

Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?

a.

Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?

Ten behoeve van garanties van machines en testmaterialen wordt met dit afwegingskader geen aanvullend bedrag opgenomen. Het plafondbedrag wordt verlaagd naar 221miljoen. Dit is 141miljoen voor leveranciers inclusief eventueel transport en opslag van overgebleven testmaterialen en 80miljoen voor laboratoria die testmaterialen op voorraad hebben. Het risico valt lager uit omdat de verbruiksperiode is verlengd, waardoor testmaterialen daadwerkelijk gebruikt zijn en daarom hoeft er geen afnamegarantie over te worden betaald.

De verwachting is niet dat er nieuwe contracten afgesloten zullen worden voor testmaterialen. Indien dit toch nodig is, zullen er geen garanties meer worden opgenomen.

Het alternatief zelf aankopen, distribueren en factureren vanuit de rijksoverheid heeft overigens dezelfde risicos, maar dan moet de overheid de risicos zelf beheersen en zich op een markt begeven die niet tot de kerntaak van de overheid behoort.

b.

Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement. VWS regelt met de garantie dat voldoende analysecapaciteit en testmaterialen beschikbaar zijn voor Nederland.

c.

Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?

Het risico waarvoor het Rijk garant zal moeten staan in 2021, wordt geschat op maximaal 221miljoen. Dit ligt lager dan de eerder geschatte 341miljoen omdat er al risico mitigerende maatregelen zijn genomen. Na de garantieperiode wordt de exacte realisatie bekend waarvoor het Rijk garant moet staan.

6.

Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?

Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:

  • De garanties zijn bij de verlenging van contracten niet meer per tijdseenheid opgenomen, maar per machine. Dit zorgt ervoor dat het plafondbedrag niet hoeft te worden verhoogd en de realisatie zelfs lager uitvalt.

  • De garantieovereenkomsten worden afgesloten door het Ministerie van VWS met de betreffende leverancier of lab, waardoor het ministerie zicht houdt op het aantal afgesloten overeenkomsten, de daarmee gepaard gaande risicos, de testmaterialen waarvoor garanties worden afgegeven.

  • De regeling kent een totaalplafond (221miljoen). De verwachte realisatie is maximaal 221miljoen waarmee dit plafondbedrag lager ligt dan eerder geschatte 341miljoen.

  • De leveranciers waarmee een garantieovereenkomst wordt afgesloten zijn verplicht maandelijks een rapportage te overleggen aan de Minister van VWS waarin de hoeveelheid bestelde testmaterialen is vermeld. Hierdoor kan bijgestuurd worden.

  • In de garantieovereenkomsten wordt vastgelegd dat de geleverde testmaterialen minimaal een jaar houdbaar dienen te zijn, zodat de testmaterialen kunnen worden doorverkocht indien de materialen na de garantieperiode door het Ministerie van VWS moeten worden afgenomen.

7.

Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?

Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd. Dienst Testen maakt bij verlenging wel een afweging over de noodzakelijkheid.

Vormgeving

8.

Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premie kostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?

VWS vraagt geen premie. De zorgaanbieders die COVID-19-testen uitvoeren, betalen zelf de kosten van de testmaterialen. Wanneer minder testmaterialen zijn ingekocht dan het gegarandeerde aantal, dan koopt VWS de overgebleven testmaterialen op. Deze kunnen mogelijk tegen de kostprijs via het LCH worden doorverkocht aan zorgaanbieders, zo lang de houdbaarheidsdatum niet is overschreden en er voldoende vraag is. Aangezien het niet zeker is dat er iets doorverkocht kan worden, heeft dit geen effect op het plafond van de garantieregeling.

9.

Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?

Er is geen risicovoorziening ingesteld gezien de aard van de garantieregeling.

10.

Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5jaar)?

De regeling ten behoeve van de extra testmaterialen is geldig tot 22september 2021, maar kan indien nodig verlengd worden.

11.

Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?

Er zijn geen operationele kosten bovenop de huidige operationele kosten van VWS.

12.

Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?

Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in de COVID-19-crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de acute crisis. De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie te kunnen uitvoeren.

Licence