Base description which applies to whole site

Eerste incidentele suppletoire begroting inzake mutaties in de huisvestingsportefeuille | 10-05-2022

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2022 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Toen duidelijk werd dat het huurcontract van het huidige kantoorpand niet zou worden verlengd, zag het ministerie van Buitenlandse Zaken zich genoodzaakt om op korte termijn een geschikt en haalbaar alternatief voor het kantoorpand te vinden. Gezien de marktgevoeligheid en commerciële vertrouwelijkheid van het aankoopproces konden de Kamers niet openbaar worden geïnformeerd en kon geen voorstel van wet tot wijziging van een begrotingsstaat worden ingediend. Uw Kamer is op 7 januari jl. in vertrouwelijkheid geïnformeerd over de destijds voorgenomen aankoop. Op het moment van afronding van de definitieve koopovereenkomst werd uw Kamer openbaar geïnformeerd middels een openbare kamerbrief en indiening van deze eerste suppletoire begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2022. Er kon niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en zodoende is het kabinet in het belang van het Rijk reeds gestart met de uitvoering. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Buitenlandse Zaken,W.B.Hoekstra

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2022 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.

Onderdeel 2 bevat voor het niet-beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na de tabel ‘budgettaire gevolgen van beleid’ wordt een toelichting op de mutatie gegeven.

2. Niet-Beleidsartikelen

2.1 Artikel 7 Apparaat

Tabel 1 Niet beleidsartikel 7 Apparaat (1e incidentele suppletoire begroting) (bedragen x EUR 1.000)
 

Vastgestelde

Mutaties

Stand

Mutaties

Mutaties

Mutaties

Mutaties

 

begroting

1e incidentele

1e incidentele

1e incidentele

1e incidentele

1e incidentele

1e incidentele

 

inclusief

suppletoire

suppletoire

suppletoire

suppletoire

suppletoire

suppletoire

  

amendementen

begroting

begroting

begroting

begroting

begroting

begroting

 

2022

2022

2022

2023

2024

2025

2026

         

Verplichtingen

882 241

95 000

977 241

0

0

0

0

         

Uitgaven

 

882 241

60 000

942 241

0

35 000

0

0

         

7.1.1

Personele uitgaven

582 357

0

582 357

0

0

0

0

 

Eigen personeel

570 357

0

570 357

0

0

0

0

 

Inhuur extern

12 000

0

12 000

0

0

0

0

 

Overige personele uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

         

7.1.2

Materiele uitgaven

299 884

60 000

359 884

0

35 000

0

0

 

ICT

62 443

0

62 443

0

0

0

0

 

Bijdragen aan SSO's

49 461

0

49 461

0

0

0

0

 

Overige materieel

187 980

60 000

247 980

0

35 000

0

0

         

7.2

Koersverschillen

0

0

0

0

0

0

0

         
         

Ontvangsten

 

63 180

0

63 180

0

95 000

0

0

         

7.10

Diverse ontvangsten

63 180

0

63 180

0

95 000

0

0

         

7.11

Koersverschillen

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting verplichtingen en uitgaven:

Vanwege de aankoop van een kanselarij ten behoeve van de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie (PV EU) en de ambassade in Brussel worden enkele mutaties op de begroting doorgevoerd. In 2022 wordt het uitgavenbudget verhoogd met EUR 60 miljoen en vanwege gespreide betalingen wordt het uitgavenbudget ook in 2024 opgehoogd, met EUR 35 miljoen. De totale verplichting wordt wel in 2022 opgenomen. Het aankoopbedrag wordt gedekt door toekomstige verkopen binnen de wereldwijde huisvestingsportefeuille van het ministerie in 2024, waarover vanwege de marktgevoeligheid nog niet op vooruit gelopen kan worden. Door een kasschuif worden deze ontvangsten naar de benodigde jaren geschoven, zoals ook aangegeven in de Startnota kabinet-Rutte IV.

Licence