Derde incidentele suppletoire begroting inzake uitbreiding economisch steun- en herstelpakket | 04-02-2021
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze derde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze derde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf genformeerd via een drietal brieven:
-
Kamerbrief Uitbreiding economisch steun- en herstelpakket van 21januari 2021;
-
Kamerbrief Steun- en herstelpakketvan 28augustus 2020;
-
Kamerbrief Noodpakket banen en economie van 17maart 2020.
Daarnaast zijn de relevante moties die door de Tweede Kamer op 2februari 2021 zijn aangenomen in deze begroting verwerkt.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, B. van t Wout
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
1. Leeswijzer
Ondergrenzen toelichtingen
Voor wat betreft het toelichten van significanteverschillen in de uitgaven, ontvangsten en verplichtingen zijn de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.
| Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in miljoen) |
|---|---|---|
| < 50 | 1 | 2 |
| => 50 en < 200 | 2 | 4 |
| => 200 < 1.000 | 5 | 10 |
| => 1.000 | 10 | 20 |
In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.
2. Beleidsartikelen
2.1 Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
| Stand ontwerpbegroting 2021 incl. NvW, amendementen en ISB's1 | Mutaties 3eISB | Stand 3e ISB | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | Mutatie 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VERPLICHTINGEN | 7.612.899 | 4.050.100 | 11.662.999 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Waarvan garantieverplichtingen | 4.335.000 | 4.335.000 | |||||
| Waarvan overige verplichtingen | 3.277.899 | 4.050.100 | 7.327.999 | ||||
| UITGAVEN | 3.534.496 | 4.049.600 | 7.584.096 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Waarvan juridisch verplicht | 39% | 21% | |||||
| Subsidies (regelingen) | 2.214.335 | 4.049.600 | 6.263.935 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) | 41.217 | 41.217 | |||||
| Eurostars | 18.000 | 18.000 | |||||
| Bevorderen Ondernemerschap | 16.590 | 16.590 | |||||
| Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREG | 25.590 | 25.590 | |||||
| Bijdrage aan ROM's | 7.330 | 7.330 | |||||
| Verduurzaming industrie | 36.264 | 36.264 | |||||
| Startup-beleid | 18.300 | 18.300 | |||||
| Urgendamaatregelen industrie | 59.500 | 59.500 | |||||
| Invest-NL | 10.582 | 10.582 | |||||
| Noodloket (TOGS) | 0 | 1.600 | 1.600 | ||||
| Qredits | 0 | 70.000 | 70.000 | ||||
| Tegemoetkoming vaste lasten | 1.937.000 | 3.790.000 | 5.727.000 | ||||
| Tegemoetkoming vaste lasten Caribisch Nederland | 6.000 | 8.000 | 14.000 | ||||
| Tegemoetkoming Starters | 0 | 180.000 | 180.000 | ||||
| Omscholing naar tekortsectoren | 37.500 | 37.500 | |||||
| Overige subsidies | 462 | 462 | |||||
| Leningen | 160.000 | 0 | 160.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bedrijfssteun | 160.000 | 160.000 | |||||
| Garanties | 307.740 | 0 | 307.740 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| BMKB | 37.523 | 37.523 | |||||
| Groeifaciliteit | 8.472 | 8.472 | |||||
| Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) | 11.745 | 11.745 | |||||
| Garantie Ondernemingsfinanciering (Corona) | 250.000 | 250.000 | |||||
| Opdrachten | 10.998 | 0 | 10.998 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Onderzoek en opdrachten | 3.766 | 3.766 | |||||
| Caribisch Nederland | 1.296 | 1.296 | |||||
| Regeldruk | 2.271 | 2.271 | |||||
| Regiekosten regionale functie | 665 | 665 | |||||
| Small Business Innovation Research | 3.000 | 3.000 | |||||
| Bijdrage aan agentschappen | 110.599 | 0 | 110.599 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage RVO.nl | 110.068 | 110.068 | |||||
| Bijdrage Agentschap Telecom | 531 | 531 | |||||
| Bijdrage aan ZBO's/RWTs | 326.810 | 0 | 326.810 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan TNO | 177.836 | 177.836 | |||||
| Kamer van Koophandel | 123.498 | 123.498 | |||||
| Bijdrage aan NWO-TTW | 25.476 | 25.476 | |||||
| Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 402.864 | 0 | 402.864 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Internationaal Innoveren | 51.986 | 51.986 | |||||
| PPS-toeslag (voorheen TKI-toeslag) | 166.411 | 166.411 | |||||
| TO2 (Deltares, MARIN en NLR) | 59.682 | 59.682 | |||||
| Topsectoren overig | 15.793 | 15.793 | |||||
| Ruimtevaart (ESA) | 72.104 | 72.104 | |||||
| Bijdrage NBTC | 9.239 | 9.239 | |||||
| Bijdragen organisaties | 5.649 | 5.649 | |||||
| Economische ontwikkeling en technologie | 10.000 | 10.000 | |||||
| EU-cofinanciering JTF | 12.000 | 12.000 | |||||
| Storting begrotingsreserve | 1.150 | 0 | 1.150 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Storting reserve BMKB | 1.150 | 1.150 | |||||
| ONTVANGSTEN | 153.738 | 0 | 153.738 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| BMKB | 33.000 | 33.000 | |||||
| Groeifaciliteit | 8.000 | 8.000 | |||||
| Garantie Ondernemings-financiering (GO) | 13.000 | 13.000 | |||||
| Luchtvaartkrediet-regeling | 5.912 | 5.912 | |||||
| Rijksoctrooiwet | 37.887 | 37.887 | |||||
| Eurostars | 5.094 | 5.094 | |||||
| F-35 | 8.000 | 8.000 | |||||
| Bedrijfssteun | 40.000 | 40.000 | |||||
| Diverse ontvangsten | 2.845 | 2.845 |
Kamerstuk 35 677, nr. 1 en 2 en Kamerstuk 35 685, nr. 1 en 2.
Toelichting
In deze incidentele suppletoire begroting wordt het parlement om autorisatie verzocht voor het aangaan van verplichtingen en doen van uitgaven zoals vermeld in de Kamerbrief Uitbreiding economisch steun- en herstelpakket van 21januari 2021, Kamerbrief Steun- en herstelpakket van 28augustus 2020 wat betreft de leningsfaciliteit garantiefondsen reissector en Kamerbrief Noodpakket banen en economie van 17maart 2020 met betrekking tot Noodloket (TOGS). Daarnaast zijn de relevante moties die door de Tweede Kamer op 2februari 2021 zijn aangenomen in deze begroting verwerkt.
Verplichtingen
Leningsfaciliteit garantiefondsen reissector
In 2020 heeft EZK voor 156,5 mln aan leningsovereenkomsten getekend, met de fondsen SGR (150 mln), GGTO (4 mln) en VZR (2,5 mln). Van de beschikbare verplichtingenruimte van 160 mln resteerde in 2020 3,5 mln. Van dit verplichtingenbudget wordt in 2021 0,5 mln toegevoegd aan de begroting van EZK, ten behoeve van de leningsovereenkomst met een enkel andere garantiefonds.
Verplichtingen en uitgaven
Subsidies
Noodloket (TOGS)
Ten behoeve van laatste betalingen voor de regeling TOGS in verband met bezwaar en beroep wordt het budget in 2021 verhoogd met 1,6 mln. De TOGS is hiermee afgerond.
Startersleningen via Qredits
Naar aanleiding van de motie Dijkhoff (Kamerstuk 25 295, nr. 772) heeft het kabinet in de Kamerbrief over aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket van 9december 2020 70 mln gereserveerd om opties te verkennen om het buffervermogen van startende bedrijven te versterken, evenals het verstrekken van overbruggingskredieten voor ondernemers in getroffen sectoren. Na goedkeuring door de Europese Commissie ontvangt Qredits een subsidie in de vorm van een geldlening van 40 mln om leningen met gunstige voorwaarden te verstrekken aan ondernemers die gestart zijn in het eerste en tweede kwartaal van 2020. Tevens wordt de bestaande lening van 25 mln met 30 mln opgehoogd naar 55 mln om ondernemingen die voor 31december 2019 gezond waren en door de coronapandemie zijn getroffen overbruggingskredieten aan te bieden.
Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)
Het budget van de TVL wordt verhoogd met in totaal 3,79 mld. Deze verhoging houdt verband met de volgende verruimingen van de regeling:
-
Verhoging van het vergoedingspercentages van de vaste lasten naar 85% bij omzetverlies vanaf 30%. Het vergoedingspercentage loopt daarmee niet langer op van 50% (bij 30% omzetverlies) naar 70% (bij 100% omzetverlies). De verwachte kosten hiervan zijn 1,4 mld voor het eerste en tweede kwartaal van 2021.
-
Naast mkb-bedrijven ook openstelling van de regeling voor niet-mkb bedrijven door het loslaten van de grens van maximaal 250 werknemers. De kosten hiervan worden geraamd op 600 mln voor het eerste en tweede kwartaal van 2021.
-
Het maximale subsidiebedrag voor een onderneming per kwartaal wordt verhoogd van 90.000 naar 330.000 voor bedrijven met niet meer dan 250 werknemers en naar 400.000 voor bedrijven met meer dan 250 medewerkers. In totaal leidt dit tot circa 560 mln aan extra steun voor het eerste en tweede kwartaal van 2021.
-
Verlenging van de voorraadsubsidie gesloten detailhandel naar het eerste kwartaal van 2021 en verhoging van de subsidie van 5,6% naar 21% op het vastelastenpercentage in de TVL. De opslag kent een eigen maximumvergoeding van 200.000, bovenop de verhoogde maximumvergoeding van 330.000. De verwachte kosten van deze subsidie in het eerste kwartaal 2021 zijn 160 mln.
-
Voor de reissector wordt binnen de TVL een eenmalige opslag voor annuleringskosten opgenomen. De kosten hiervan worden geraamd op 40 mln.
-
Voor landbouwbedrijven met SBI-codes 1.1 tot en met 1.5 wordt een specifieke regeling ontwikkeld. Het kabinet reserveert hiervoor 80 mln voor het eerste en tweede kwartaal van 2021.
-
Het minimum subsidiebedrag wordt verhoogd van 750 naar 1.500 per ondernemer. De verwachte kosten van deze aanpassing zijn 20 mln voor het eerste en tweede kwartaal van 2021.
-
Het voor de TVL geldende minimale bedrag aan vaste lasten van 3.000 per kwartaal wordt verlaagd naar 2.000 per kwartaal. De kosten hiervan worden geraamd op 20 mln voor het eerste en tweede kwartaal van 2021.
-
Voor het eerste kwartaal van 2021 is de TVL in een eerder stadium op diverse punten verruimd. Deze verruimingen worden nu doorgetrokken naar het tweede kwartaal. De kosten hiervan worden geraamd op 410 mln, waarvan 180 mln voor het doortrekken van het hogere subsidiepercentage (van 50% naar 5070%), 140 mln voor het loslaten van de SBI-codes en 90 mln voor het niet doorgaan van de verhoging van de omzetdervingsdrempel van 30% naar 45%.
-
Tot slot raamt het kabinet het hogere beroep op de TVL ten gevolge van de huidige lockdown en andere beperkende maatregelen in de eerste helft van 2021 op 500 mln.
TVL Caribisch Nederland
De TVL Caribisch Nederland is gebaseerd op de TVL voor Europees Nederland en toegesneden op de lokale omstandigheden. Zo kent de regeling een standaard vaste kostenratio voor alle sectoren. Voor continuering van de regeling in het eerste en tweede kwartaal van 2021 is 8 mln meer nodig dan het huidige budget van 6 mln.
Tegemoetkoming Starters
Voor starters wordt een regeling ontwikkeld die zo veel mogelijk is gebaseerd op de TVL. De regeling zal gelden voor starters gestart tussen 30september 2019 en 30juni 2020 en heeft als referentieperiode het derde kwartaal van 2020. De kosten van de regeling in het eerste en tweede kwartaal van 2021 worden geraamd op 180 mln.
Het kabinet monitort voortdurend hoe het pakket van generieke crisismaatregelen voor diverse economische actoren uitwerkt en of het pakket nog adequaat is. Als de uitgaven hoger uitvallen dan de huidige ramingen dan zal dit generaal worden gecompenseerd. Bij onderuitputting na definitieve beindiging van de crisismaatregelen vloeien de middelen terug naar het algemene beeld.