Wettelijke Regels
Wettelijke regels zijn regels die op een wet zijn gebaseerd en door de wetgever worden vastgesteld. Dergelijke regels zijn opgenomen in wetten, amvb’s, ministeriële regelingen en ministeriële besluiten. In dit verband beschouwen we een reglement van de Tweede Kamer (voorbeeld: het Reglement Grote Projecten) ook als wettelijke regel. Wettelijke regels zijn bindend en moeten daarom verplicht worden toegepast. Het niet goed of volledig toepassen van wettelijke regels kan tot onrechtmatigheden leiden.
Comptabiliteitswet 2016
> Comptabiliteitswet 2016
De Comptabiliteitswet regelt de inrichting en het beheer van de rijksbegroting, het financieel en materieel beheer van de rijksbegroting, en de controle en de verantwoording van het Rijk. De Comptabiliteitswet is gebaseerd op artikel 105, vierde lid, van de Grondwet. Dat artikel bepaalt dat de wet regels stelt omtrent het beheer van de financiën van het Rijk. Dit betekent dat de Comptabiliteitswet in de eerste plaats de inrichting en organisatie van het Rijk vanuit een financiële invalshoek regelt. Het wetsvoorstel stelt daarom regels voor de rijksbegroting en rijksverantwoording, zoals de wijze van inrichting, indiening en de verantwoording daarvan.
Aangezien ook organisaties buiten het Rijk worden gefinancierd met publieke middelen, regelt de Comptabiliteitswet tevens het beheer van de publieke financiële middelen door deze organisaties. Ten behoeve van deze rechtspersonen met een wettelijke taak bevat het wetsvoorstel generieke regels en worden zij algemene eisen gesteld aan het toezicht op de taakuitvoering, het beheer en de verantwoording van de publieke middelen.
Grondwet
> Grondwet
In de Grondwet staan vijf artikelen over het begrotingsproces en de actoren in dat proces. Allereerst is in artikel 65 het aanbieden van de begrotingen (Prinsjesdag) en het uitspreken van de Troonrede geregeld. Artikel 105 bepaalt dat de begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk bij wet wordt vastgesteld. Verder staat in de Grondwet dat de wet regels stelt voor het beheer van de financiën van het Rijk.Deze regels staan in de Comptabiliteitswet (zie hierboven). Tot slot staan in de Grondwet bepalingen over de taak en samenstelling van de Algemene Rekenkamer (artikelen 76, 77 en 78).
Hieronder zijn deze vijf artikelen die directe betrekking hebben op de begroting uitgelicht. Daarnaast worden ook nog de volgende ondersteunende artikelen uitgelicht: 42 t/m 45 over de regeringsvorming, 83 over de verzending van voorstellen van wet aan de Kamer, en 104 over de belastingwet.
Artikelen over regeringsvorming
Wet houdbare overheidsfinanciën
> Wet houdbare overheidsfinanciën
De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) geeft het benodigde wettelijke instrumentarium voor het bereiken en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën. De Wet HOF bevat zowel bepalingen inzake de nationale begrotingsregels als inzake de Europese begrotingsregels. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet HOF is dat de basisprincipes van het trendmatig begrotingsbeleid en de verplichtingen die voortvloeien uit het (aangescherpte) SGP zodanig worden geïntegreerd, dat ze goed op elkaar aansluiten en elkaar kunnen versterken. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan de noodzaak te komen tot structurele reductie van het EMU-tekort en een houdbare EMU-schuld en blijft het realiseren en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën ook na de huidige kabinetsperiode hoog op de agenda staan.
Gerelateerde informatie
Wet regels inzake heffing van rechten voor legalisatie van handtekeningen
> Wet regels inzake heffing van rechten voor legalisatie van handtekeningen
Deze wet strekt er toe aan het heffen van rechten voor het legaliseren van handtekeningen overeenkomstig art. 104 van de Grondwet een wettelijke basis te bieden.
Gerelateerde informatie
Wijzigingen: wetten
Besluit Auditdienst Rijk
> Besluit Auditdienst Rijk
De ADR is primair belast met de uitoefening van de interne auditfunctie bij het Rijk. De ADR vervult deze functie voor elke minister afzonderlijk. Deze functie betreft allereerst het uitbrengen van de in artikel 2.37 van de Comptabiliteitswet 2016 genoemde rapporten bij de jaarverslagen van de ministeries, waarin een controleverklaring is opgenomen. Ten tweede verricht de ADR op verzoek andere onderzoeken bij de ministeries en colleges. Dergelijke onderzoeken kunnen per ministerie of college verschillen. Elke minister is autonoom in het stellen van prioriteiten voor vraaggestuurde onderzoeken op zijn departement. Voorts kan de ADR desgevraagd onderzoeken uitvoeren bij bepaalde organisaties die niet tot de rijksoverheid behoren, zoals rechtspersonen die een subsidie ten laste van de rijksbegroting hebben ontvangen of rechtspersonen met een wettelijke taak. Tot slot is de ADR om te voldoen aan Europese regelgeving door het kabinet onder meer als auditautoriteit aangewezen die de Europese structuur- en investeringsfondsen in Nederland onderzoekt en treedt de ADR op als certificerende instantie voor de Europese landbouwfondsen.
Gerelateerde informatie
Besluit FEZ van het Rijk
> Besluit FEZ van het Rijk
Het besluit FEZ van het Rijk is een uitwerking van artikel 4.20, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van de Comptabiliteitswet 2016. Deze delegatiebepaling bevat de opdracht om bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen over de taken en de organisatie van de directies FEZ van de ministeries.
Ten eerste hebben deze regels tot doel de onafhankelijkheid van de financiële functie bij het Rijk te versterken, omdat het van belang is dat de politieke en ambtelijke leiding van een ministerie te allen tijde op verzoek en uit eigen beweging van onafhankelijk financieel advies wordt voorzien. Het voorschrijven van deze regels is ook gewenst voor het adequaat kunnen uitoefenen van toezicht door de Minister van Financiën. Dit is van belang voor de directies FEZ die de financiële functie binnen hun ministeries uitoefenen door onder meer toe te zien op het begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering. De adviestaak van de directies FEZ geldt ook ten aanzien van organisaties die aan het ministerie zijn gelieerd, zoals de zelfstandige bestuursorganen en de rechtspersonen met een wettelijke taak – indien die worden gefinancierd uit de begroting waarvoor de betrokken minister verantwoordelijk is. Ten derde beogen deze regels de uniformiteit van de directies FEZ te vergroten door de organisatie en de taken van deze directies voor de financiële functie binnen het Rijk voor te schrijven.
Gerelateerde informatie
Wijzigingen: besluiten
Wijzigingen: Nota van Toelichting
Regeling agentschappen
> Regeling agentschappen
De Regeling agentschappen is een nadere uitwerking van artikel 4.20, tweede lid, aanhef en onder g, van de CW 2016. Deze delegatiebepaling bevat de bevoegdheid van de Minister van Financiën om regels te stellen over de inrichting en het beheer van de agentschappen van de ministeries.
Een agentschap is een dienstonderdeel van een ministerie dat in de uitvoering werkzaam is met een eigen sturingsmodel en financiële administratie en op grond van artikel 2.20, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 als baten-lastenagentschap of als verplichtingen-kasagentschap is aangewezen. Via een speciaal sturingsmodel worden de mogelijkheden tot een doelmatiger bedrijfsvoering gestimuleerd, zonder dat de macrodoelstellingen van normering, allocatie en beheersing van uitgaven in gevaar komen. Het agentschapsmodel is een vorm van interne verzelfstandiging waarbij de ministeriële verantwoordelijkheid voor de agentschappen volledig gehandhaafd blijft.
Gerelateerde informatie
Regeling audit committees van het Rijk
> Regeling audit committees van het Rijk
De onderhavige regeling stelt regels voor de audit committees van het Rijk. Een audit committee is een adviesorgaan van een ministerie dat advies geeft over de onderwerpen audit, bedrijfsvoering en risicomanagement. Elk ministerie heeft een audit committee.
De regeling is een nadere uitwerking van artikel 4.20, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Comptabiliteitswet 2016.
Gerelateerde informatie
Regeling financieel beheer van het Rijk
> Regeling financieel beheer van het Rijk
Regeling financieel beheer van het Rijk stelt regels over het financieel beheer van het Rijk. Dit betekent dat deze regels van toepassing zijn op alle onderdelen van de rijksoverheid ofwel alle onderdelen die tot de publiekrechtelijke rechtspersoon de Staat der Nederlanden behoren.
De voormalige regels betreffende het financieel beheer waren verspreid over verschillende wettelijke regelingen. Met deze regeling worden de bepalingen uit die regelingen in één nieuwe regeling ondergebracht.
De regeling bevat de hoofdregels voor het financieel beheer van de rijksoverheid. Dit houdt in dat er daarbinnen ruimte is voor de departementen en de colleges om zelf interne regels of aanwijzingen voor hun financieel beheer op te stellen, die recht doen aan de specifieke omstandigheden van hun organisatie. Verder geldt dat ook in andere wetgeving regels kunnen worden voorgeschreven die grenzen aan het financieel beheer kunnen stellen.
Gerelateerde informatie
Regeling periodiek evaluatieonderzoek
> Regeling periodiek evaluatieonderzoek
Periodiek evalueren draagt bij aan de doeltreffendheid en doelmatigheid, doordat inzicht ontstaat in de werking van het beleid. Met evaluatieonderzoek wordt daarnaast verantwoording afgelegd aan het parlement over het te voeren en het gevoerde beleid. De Tweede Kamer en het kabinet achten het wenselijk om meer inzicht te krijgen in de effecten en kosten van het beleid. Het is daarom noodzakelijk dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van al het beleid van het Rijk periodiek wordt geëvalueerd. Het Rijk initieert of voert om genoemde redenen diverse soorten evaluaties uit.
Onderhavige regeling is een nadere uitwerking van artikel 4.20, tweede lid, aanhef en onderdeel f, van de CW 2016. Op basis van deze delegatiebepaling kan de Minister van Financiën regels stellen over de voorstellen, voornemens, en toezeggingen, op basis van artikel 3.1, aanhef, en onder a, en het periodiek onderzoeken van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op grond van artikel 4.1, aanhef, eerste lid, onder c, van de CW 2016. De verplichting om het beleid periodiek te evalueren is voor verschillende beleidsinstrumenten op diverse manieren geregeld.
Gerelateerde informatie
Regeling materieelbeheer roerende zaken van het Rijk
> Regeling materieelbeheer roerende zaken van het Rijk
Onderhavige regeling bevat voorschriften over het materieelbeheer van roerende zaken en de administraties die ten behoeve van het materieelbeheer worden bijgehouden. Deze regeling behelst derhalve geen regels voor het verwerven van materieel.
Tevens bevat deze regeling een beperkt aantal voorschriften voor de verantwoordelijkheid van elke minister voor het materieelbeheer van roerende zaken en meer gedetailleerde regels voor de centrale verantwoordelijkheid van Domeinen Roerende Zaken (DRZ) voor het afstoten van overtollige roerende zaken bij het Rijk. Dit laatste is omdat de Minister van Financiën op basis van artikel 4.19, eerste lid, van de CW 2016 specifiek belast is met het materieelbeheer van overtollige roerende zaken bij het Rijk.
Gerelateerde informatie
Regeling beheer onroerende zaken Rijk 2017
> Regeling beheer onroerende zaken Rijk 2017
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) kan op grond van artikel 4.20, vijfde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 Rijksbrede regels stellen over het materieelbeheer van de onroerende zaken van het Rijk en de administraties die ten behoeve van dat materieelbeheer worden bijgehouden, alsmede over het privaatrechtelijk beheer van onroerende zaken van het Rijk.
Gerelateerde informatie
Wijzigingen: regeling
Wijziging: toelichting
Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen
> Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen
Deze regeling bevat algemene regels die gelden voor het schatkistbankieren, het verstrekken van krediet via de schatkist van het Rijk en het prudent uitzetten van liquide middelen met betrekking tot organisaties die niet tot het Rijk behoren, maar daarmee wel verbonden zijn.
De onderhavige regeling is een nadere uitwerking van artikel 5.9, van de Comptabiliteitswet 2016
Gerelateerde informatie
Wijziging: regeling
Wijziging: toelichting regeling
Regeling uitzondering op het schatkistbankieren bij het Rijk
> Regeling uitzondering op het schatkistbankieren bij het Rijk
De onderhavige regeling bevat regels voor de rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s) die niet gehouden zijn tot het schatkistbankieren bij het Rijk. Dit houdt in dat de RWT’s niet aan het schatkistbankieren deel hoeven te nemen indien hun publieke inkomsten, liquide middelen of beleggingen minder zijn dan in artikel 2 vastgestelde grensbedragen of indien de RWT’s onder een uitzondering van artikel 3 van deze regeling vallen.
De onderhavige regeling is een nadere uitwerking van de artikelen 5.2, tweede lid, onder d en e, en 5.9, van de Comptabiliteitswet 2016.
Gerelateerde informatie
Regeling grote projecten
> Regeling grote projecten
De regeling (van de tweede kamer) dient te worden gezien in het licht van de controlerende taak van de Tweede Kamer. Naast de vele andere instrumenten die de Tweede Kamer heeft om die taak uit te oefenen, heeft de regeling de strekking van een verzwaarde parlementaire controle. Deze verzwaring heeft betrekking op een periodieke rapportage, op een afzonderlijke rapportage van de auditdienst en op specifieke en gerichte informatie-eisen waaraan deze rapportages moeten voldoen. De regeling is in dezen derhalve een verdere uitwerking en verbijzondering van de informatieplicht, zoals neergelegd in artikel 68 van de Grondwet.
Gerelateerde informatie
Regeling rijksbegrotingsvoorschriften (RBV)
> Regeling rijksbegrotingsvoorschriften
De regeling rijksbegrotingsvoorschriften bevat de bepalingen die betrekking hebben op de begrotings- en verantwoordingsdocumenten, de ontwerp-begrotingen, de suppletoire begrotingen, de departementale jaarverslagen en de slotwetten. Verder bevat het modellen, logistieke aanwijzingen, informatie over beleidsbrieven en overige (aan Financiën aan te leveren) informatie.