Base description which applies to whole site

nr. 1JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN FINANCIËN (IXB)

Aangeboden 21 mei 2008

Aandeel in uitgaven IXB (x € 1 000)

kst-31444-IXB-1-1.gif

Aandeel in ontvangsten IXB (x € 1 000)

kst-31444-IXB-1-2.gif

Aandeel in niet-belastingontvangsten IXB (x € 1 000)

kst-31444-IXB-1-3.gif

Inhoudsopgave

A.ALGEMEEN6
   
1.AANBIEDING VAN HET JAARVERSLAG EN VERZOEK TOT DECHARGEVERLENING VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN AAN DE VOORZITTERS VAN DE EERSTE EN TWEEDE KAMER VAN DE STATEN-GENERAAL6
   
2.LEESWIJZER11
   
B.BELEIDSVERSLAG13
   
3.BELEIDSPRIORITEITEN13
3.1Verantwoording beleidsprioriteiten13
   
4.BELEIDSARTIKELEN21
4.1Belastingen21
4.2Financiële markten37
4.3Financieringsactiviteiten publiek-private sector46
4.4Internationale financiële betrekkingen55
4.5 Exportkredietverzekering en investeringsgaranties60
4.6Beheer materiële activa67
4.7Begrotingsbeleid76
   
5.NIET-BELEIDSARTIKELEN85
5.1Algemeen85
5.2Nominaal en onvoorzien86
   
6.BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF87
   
C.JAARREKENING93
   
7.VERANTWOORDINGSSTAAT93
   
8.SALDIBALANS95
8.1Toelichting bij de saldibalans per 31 december 200795
   
9.BATEN-LASTENDIENST DOMEINEN ROERENDE ZAKEN104
   
D.BIJLAGEN108
   
BIJLAGE 1:TOEZICHTRELATIES ZBO’s/RWT’s108
BIJLAGE 2:TOPINKOMENS112
BIJLAGE 3:AANBEVELINGEN ALGEMENE REKENKAMER113
BIJLAGE 4:INHUUR EXTERNEN114

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING VAN HET JAARVERSLAG EN VERZOEK TOT DECHARGEVERLENING VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN AAN DE VOORZITTERS VAN DE EERSTE EN TWEEDE KAMER VAN DE STATEN-GENERAAL

Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretaris van Financiën, het departementale jaarverslag over het jaar 2007 van het Ministerie van Financiën aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Financiën decharge te verlenen over het in het jaar 2007 gevoerde financiële beheer met betrekking tot de uitvoering van de begroting van het Ministerie van Financiën.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:

a. het gevoerde financieel- en materieelbeheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

c. de financiële informatie in het jaarverslag;

d. de departementale saldibalans;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

van het ministerie van Financiën. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

a. Het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2007; dit jaarverslag wordt separaat aangeboden.

b. De slotwet van het ministerie van Financiën over het jaar 2007; de slotwet is als afzonderlijk kamerstuk gepubliceerd.

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen;

c. Het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2007 met betrekking tot de onderzoeken, bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden.

d. De verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2007 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2007 alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2007 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001). Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Financiën,

Wouter Bos

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

Algemeen

De begrotingshoofdstukken IXA (Nationale Schuld) en IXB (Financiën) en BTW-Compensatiefonds omvatten het beleidsterrein van het ministerie van Financiën. In de jaarverslagen worden de gerealiseerde beleidsdoelen, instrumenten en de ingezette middelen ten opzichte van de ontwerpbegroting 2007 verantwoord.

Dit jaarverslag heeft betrekking op IXB. De focus ligt op beleidsmatige hoofdpunten. Waar relevant wordt verwezen naar Kamerstukken. Voor een toelichting op de belastingontvangsten wordt verwezen naar het Financieel Jaarverslag van het Rijk.

De IXB-beleidsartikelen (paragrafen 4.1 t/m 4.7) en niet-beleidsartikelen (paragrafen 5.1 en 5.2) zijn de volgende:

4.1  Belastingen

4.2  Financiële markten

4.3  Financieringsactiviteiten publiek-private sector

4.4  Internationale financiële betrekkingen

4.5  Exportkredietverzekering en investeringsgaranties

4.6  Beheer materiële activa

4.7  Begrotingsbeleid

5.1  Algemeen

5.2  Nominaal en onvoorzien.

Opbouw van het jaarverslag

Na het deel Algemeen, aanbieding van het jaarverslag/dechargeverlening en leeswijzer, paragrafen 1 en 2, bestaat de kern van het jaarverslag uit het Beleidsverslag (paragrafen 3 t/m 6) en de Jaarrekening (paragrafen 7 t/m 9). Tot slot zijn 4 bijlagen opgenomen.

In paragraaf 3 wordt ingegaan op de beleidsprioriteiten van het beleidsprogramma van het kabinet en de ontwerpbegroting IXB over 2007.

Paragraaf 4 bevat de beleidsartikelen, bestaande uit 3 paragrafen:

– Algemene beleidsdoelstelling;

– Budgettaire gevolgen van beleid en een financiële toelichting, waarin opmerkelijke verschillen tussen ontwerpbegroting en realisatie worden toegelicht. Dit betreft de toelichting op de verantwoordingsstaat uit de jaarrekening;

– Operationele doelstellingen met een tabel waarin de mate van realisatie van de in de ontwerpbegroting aangekondigde instrumenten wordt vermeld (realisatie ja/nee). In de beleidsmatige (niet-financiële) toelichting wordt, waar relevant, nader ingegaan op de belangrijkste beleidsresultaten en op opmerkelijke verschillen ten opzichte van de ontwerpbegroting.

In paragraaf 5 komen de niet-beleidsartikelen aan bod.

Paragraaf 6 is de bedrijfsvoeringsparagraaf. Hier wordt artikelsgewijs ingegaan op de bedrijfsvoeringvraagstukken die zich gedurende het begrotingsjaar hebben voorgedaan. De bedrijfsvoeringsparagraaf heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage.

De Jaarrekening bestaat uit paragraaf 7 (verantwoordingsstaten IXB en Domeinen Roerende Zaken), paragraaf 8 saldibalans en paragraaf 9 baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken.

Bijlage 1 bevat een overzicht van zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s) waarvoor Financiënbeleidsmatig verantwoordelijk is. In bijlage 2 staat informatie omtrent de topinkomens. In bijlage 3 wordt gerapporteerd over de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer bij het jaarverslag 2006, de gedane toezeggingen en de stand van zaken en in bijlage 4 staat informatie betreffende de externe inhuur.

Het beleidsverslag bevat financiële en niet-financiële gegevens. Deze gegevens zijn aan verschillende kwaliteitsnormen onderhevig.

B. BELEIDSVERSLAG

3. BELEIDSPRIORITEITEN

In dit beleidsverslag wordt ingegaan op de beleidsprioriteiten van het beleidsprogramma van het kabinet en de ontwerpbegroting op het terrein van het ministerie van Financiën voor 2007. In paragraaf 3.1 is een tabel met toelichting opgenomen met daarin per beleidsprioriteit informatie over hoofddoelstelling en prestaties.

3.1 Verantwoording beleidsprioriteiten

Tabel beleidsprioriteiten
BeleidsprioriteitHoofddoelstellingPrestaties in 2007Hoofddoelstelling behaald?
Beleidsprogramma   
    
1. Minder regels, minder instrumenten, minder loketten (doelstelling 16).Ondernemers moeten – meer dan tot nu toe – echt merken dat vermindering van regeldruk zoden aan de dijk zet. Bij de aanpak van regeldruk zal het kabinet daarom ondernemers zelf vragen van welke regels ze de meeste hinder ondervinden.Het kabinet heeft in juli 2007 de aanpak voor de vermindering van regeldruk voor bedrijven vastgesteld, met als doel dat in 2011 de regeldruk voor ondernemers merkbaar is verminderd. Een lijst met concrete problemen die het kabinet gaat oppakken is vastgesteld, net als de ambitie om de administratieve lasten in deze kabinetsperiode met netto 25% te verlagen, Voor een nadere toelichting zie artikel 7 OD 4.Het kabinet heeft haar ambities uit het beleidsprogramma concreet en meerjarig beschreven in het werkplan van juli 2007. In de periode tot en met 2011 zal periodiek aan de Tweede Kamer worden gerapporteerd over de voortgang bij het bereiken van deze ambities. Een eerste voortgangsbrief heeft de Tweede Kamer recentelijk ontvangen.
    
2. Het stimuleren van duurzame consumptie en productie (doelstelling 22).Het aantrekkelijker maken van milieuvriendelijke producten en diensten ten opzichte van niet duurzame alternatieven.De voorbereiding van de vliegbelasting, de verpakkingenbelasting, de milieudifferentiatie schoon en zuinig en de accijnsverhogingen op milieuonvriendelijke brandstoffen en energie. Voor een nadere toelichting zie artikel 1 OD 2 (par. 4.1.2.2).Ja
    
IXB   
    
3. Houdbare overheidsfinanciën; trendmatig begrotingsbeleid.Structurele EMU-tekort terugbrengen tot ½ procent BBP in 2007; handhaven begrotingsregels.Het structurele EMU-saldo is uitgekomen op een overschot van 0,6% BBP; de begrotingsregels zijn gehandhaafd (en bij de start van het huidige kabinet verder aangescherpt).Ja
    
4. Corporate Governance.Streven naar een uiteindelijke naleving van 100% van de code Corporate Governance en het inspelen op actuele ontwikkelingen op het terrein van Corporate Governance.Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Monitoring over de rol van aandeelhouders is een conceptwetsvoorstel opgesteld ter uitwerking van deze aanbevelingen. Ja, het nalevingpercentage van de code is 95%. De code is dit jaar geactualiseerd.
5. Reductie administratieve lasten.In 2007 wordt de volle 25% reductie van administratieve lasten voor bedrijven gerealiseerd.De 25% reductiedoelstelling voor 2007 was een ambitie van het vorige kabinet. Mede op verzoek van de Tweede Kamer, heeft dit kabinet ervoor gekozen om de «eindstand» van het vorige kabinet te bepalen op peildatum 1 maart 2007. Tot en met februari 2007 is bijna 20% AL-reductie gerealiseerd. Voor een nadere toelichting zie artikel 7, OD 4.De eindstand van het vorige kabinet is dus op bijna 20% uitgekomen. Reducties die in 2007 zijn gerealiseerd ná 1 maart, zijn onderdeel van het huidige kabinetsprogramma (doelstelling 16 van het beleidsprogramma).
    
6. Impuls Belastingdienst.Verbeteren van de dienstverlening aan burger en bedrijf. Versterken van het toezicht. Op het terrein van verbetering dienstverlening zijn de geplande resultaten behaald. De doorlooptijden van een aantal processen zijn versneld (afgifte sofinummer, afgifte OB- en LH-nummer en afgifte verklaring arbeidsrelatie). De telefonische bereikbaarheid is verbeterd. De invoering van de VIA is tenminste een jaar uitgesteld. Op het gebied van toezicht zijn de toegezegde aantallen controles gerealiseerd. Naast deze controles zijn gerichte acties gerealiseerd om malafide belastingplichtigen aan te pakken.De doelstellingen waarop de impuls primair is gericht, zijn gerealiseerd. De bereikte resultaten laten onverlet dat er bij de Belastingdienst in de uitvoering problemen zijn (op vooral het terrein van toeslagen en van de loonafgifteketen). Hierover wordt in de bedrijfsvoeringsparagraaf gerapporteerd.

Toelichting beleidsprioriteiten uit het beleidsprogramma

1. Minder regels, minder instrumenten, minder loketten (doelstelling 16)

In het beleidsprogramma heeft dit kabinet aangekondigd stevig te willen inzetten op het merkbaar verminderen van regeldruk voor ondernemers. Daarbij staat de beleving van de ondernemer over de regeldruk centraal bij het identificeren van problemen en het formuleren van oplossingen op het terrein van regeldruk. Dit betekent dat de overheid samen met de ondernemer gaat bekijken hoe de regeldruk merkbaar kan worden verminderd. Deze ambities van het kabinet zijn uitgebreid beschreven in het Plan van Aanpak Regeldruk bedrijven, dat in juli 2007 is aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2006/07, 29 515, nr. 202).

Conform goed gebruik, zal het kabinet in de periode tot en met 2011 periodiek aan de Tweede Kamer rapporteren over de voortgang bij het bereiken van deze ambities. Een eerste voortgangsbrief heeft de Tweede Kamer recentelijk ontvangen. Voor een uitgebreide toelichting op de voortgang van het totale programma wordt verwezen naar deze voorjaarsbrief. Hieronder wordt dan ook volstaan met een weergave van de belangrijkste activiteiten uit 2007:

– Start van het vinden van oplossingen op die terreinen die op de lijst van concrete problemen van ondernemers staan (bijlage 1 uit PvA juli 2007);

– Start van de Update van de «Nulmeting administratieve lasten bedrijven 2007» (aanbesteding en uitvoering);

– Start van de Quick scan op het terrein van de Nalevingkosten;

– Start van fundamentele verkenningen op de terreinen bouw (Commissie Dekker) en transport (Commissie Noordzij);

– Opzet van de zogenoemde belevingsmonitor, om na te gaan of en in welke mate de beleefde regeldruk bij ondernemers aan veranderingen onderhevig is;

– Kabinetsstandpunt over Lex Silencio (december 2007) waarin beschreven staat hoe het kabinet de ruime invoering van dit instrument bij vergunningverleningen wil vormgeven;

– Stimuleren van gemeenten bij hun lokale regeldrukaanpak, als invulling van de afspraken uit het in mei 2007 gesloten Bestuursakkoord met de VNG over regeldrukreductie op decentraal niveau;

– In 2007 is een start gemaakt met de implementatie van het actieplan van de EU om administrattieve lasten te verminderen. Ook proberen we de besluitvorming in Brussel te beïnvloeden om tot EU-regelgeving met een minimum aan lasten te komen.

Beleidsmatige conclusie

Het kabinet heeft in 2007 haar ambities en doelstellingen bepaald, alsook een aantal acties in gang gezet. In de periode tot 2011 zal het programma vooral moeten gaan leiden tot concrete en voor ondernemers merkbare resultaten.

2. Het stimuleren van duurzame consumptie en productie (doelstelling 22)

Dit kabinet streeft ernaar duurzame consumptie en productie te stimuleren. Het wil milieuvriendelijke producten en diensten aantrekkelijker maken ten opzichte van niet duurzame alternatieven. Het passend beprijzen van uitstoot, expliciet door belasting of emissierechten of impliciet door regulering, betekent dat burgers en bedrijven geconfronteerd worden met de volledige maatschappelijke kosten van hun gedrag. Hiertoe zal het kabinet deze kabinetsperiode randvoorwaarden scheppen die consumenten en producenten stimuleren tot het maken van duurzame keuzes.

Eén van de manieren waarop dat kan, is daar waar de mate van milieuvervuiling onvoldoende in de marktprijzen tot uiting komt positieve en/of negatieve financiële prikkels in te voeren. Hiertoe zijn in het Belastingplan 2008 (Kamerstukken II 2007/08, 31 205) de nodige maatregelen genomen die dit doel dienen. Te noemen zijn de vliegbelasting, de verpakkingenbelasting, de milieudifferentiatie schoon en zuinig en de accijnsverhoging op milieuonvriendelijke brandstoffen en energie. Door een vliegbelasting en een verpakkingenbelasting in te voeren, zullen milieukosten meer onderdeel uitmaken van de prijs van het product. Door de hoogte van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) te laten afhangen van kenmerken als schoon en zuinig, worden consumenten gestimuleerd milieuoverwegingen bij hun keuze mee te laten wegen. Door de heffingen op energie te verhogen, ontstaat een prikkel om zuiniger met hulpstoffen om te gaan. In aansluiting op de maatregelen uit het Belastingplan 2008, zullen in 2008 de mogelijkheden voor een tweede tranche vergroening worden verkend en onderzocht. Daarbij geldt als duidelijk uitgangspunt dat een verdere vergroening lastenneutraal zal zijn. Dat wil zeggen dat de lasten zullen worden verschoven maar niet verhoogd. De verkenning zal zich onder andere richten op de maatregelen die zijn genoemd in het werkprogramma Schoon en Zuinig, maar zal ook aandacht besteden aan andere maatregelen die zijn geopperd door de Tweede Kamer in de discussie over het Belastingplan 2008 of de samenleving. In mei zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de eerste bevindingen van de verkenning.

Toelichting beleidsprioriteiten IXB

3. Houdbare overheidsfinanciën; trendmatig begrotingsbeleid

Het structurele EMU-saldo kwam in 2007 aanmerkelijk beter uit dan de doelstelling uit de begroting. Verschillende oorzaken liggen ten grondslag aan het betere resultaat. In het Jaarverslag 2006 werd al gemeld dat het structurele EMU-saldo zeer waarschijnlijk de doelstelling ruimschoots zou overstijgen en dat blijkt inderdaad het geval. Het feitelijke EMU-saldo kwam met een overschot van 0,4% BBP nog iets beter uit dan de raming uit de begroting 2007. Onderliggend zijn er grotere verschillen: met het aantreden van het huidige kabinet in februari 2007 is op verschillende terreinen het beleid aangepast; het huidige kabinet werd daarnaast geconfronteerd met (onder meer) grote tegenvallers in de Zorg; de belastinginkomsten ontwikkelden zich beter dan verwacht; de aardgasinkomsten (als gevolg van de zachte winter) juist wat slechter. Een meer gedetailleerde beschrijving van de overheidsfinanciën staat opgenomen in het Financieel Jaarverslag van het Rijk. Hoewel het feitelijk EMU-saldo zich grosso modo conform de verwachting uit de begroting 2007 ontwikkelde, viel het structurele saldo (gecorrigeerd voor de stand van de economie) nog beter uit. Dit komt doordat volgens nieuwe inzichten de conjuncturele component in 2007 (de economische rugwind) minder groot is dan eerder werd gedacht.

Beleidsmatige conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën in 2007 verder is verbeterd. Het nieuwe kabinet streeft naar een verdere verbetering van het structurele saldo in 2011 en hiertoe zijn de uitgaven- en inkomstenkaders vastgesteld in de Miljoenennota 2008. Hierin zijn ook de aangepaste begrotingsregels te vinden, waarin onder andere de nieuwe definities van de kaders zijn terug te vinden.

4. Corporate Governance

Mede in het licht van fenomenen als hedgefondsen en private equity partijen is in 2006 de vraag opgekomen of het beoogde evenwicht in het Nederlandse systeem van corporate governance wel in alle opzichten gerealiseerd wordt. De Monitoring Commissie heeft deze vraag onderzocht en naar aanleiding daarvan in mei 2007 separaat aanbevelingen gedaan aan het kabinet. Tevens heeft de Monitoring Commissie een aantal spelregels opgesteld ter ondersteuning van de Code. Deze spelregels hebben onder meer tot doel de dialoog tussen vennootschap en aandeelhouders te bevorderen en kunnen ertoe bijdragen dat de algemene vergadering van aandeelhouders effectiever functioneert.

De Minister van Financiën heeft op 19 juni 2007 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met daarin de kabinetsvisie op het advies van de Monitoring Commissie van mei 2007 alsmede de kabinetsvisie in brede zin inzake hedgefondsen en private equity (Kamerstukken II 2006/07, 31 083, nr. 1). Het kabinet kan zich vinden in de aanbevelingen van de Monitoring Commissie en neemt deze grotendeels over. Het betreft maatregelen inzake verlaging van de drempel voor melding van zeggenschap, invoering van de verplichting tot melding van intenties, regeling van identificatie van aandeelhouders, alsmede verhoging van de drempel voor toepassing van het agenderingsrecht. De bevindingen van het kabinet zijn met de Kamer besproken (Kamerstukken II 2007/08, 31 083, nr. 2) wat weer heeft geleid tot een aanvullende kabinetsreactie (Kamerstukken II 2007/08, 31 083, nr. 4). Het kabinet heeft de SER verzocht om advies uit te brengen over de positie van de werknemers in de onderneming. Eind oktober 2007 heeft Minister van Financiën een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met de kabinetsvisie op een onderzoek naar hedgefondsen en private equity partijen (Kamerstukken II 2007/08, 31 083, nr. 5). Het onderzoek laat zien dat de effecten van zowel private equity als hedgefondsen gemiddeld genomen gematigd positief zijn.

Ook in 2007 speelde de maatschappelijke discussie over topbeloningen. Onder meer de volgende onderwerpen vroegen de aandacht: de relatie tussen beloning en prestatie en transparantie, de vertrekvergoeding, waardestijging opties/aandelen bij wijziging van zeggenschap (overnames), tegenstrijdig belang bij bestuurders en de rol van de raad van commissarissen in het beloningsproces. Het kabinet heeft in 2007 verschillende stappen ondernomen om deze punten te adresseren, ondermeer zijn dat geweest: conceptwetsvoorstel waarin de ondernemingsraad spreekrecht krijgt ten aanzien van het bezoldigingsbeleid, bekendmaking in het biedingsbericht van vergoedingen aan iedere bestuurder en commissaris bij overnames en de Europese agendering van het onderwerp «executive pay». Ook heeft de Monitoring Commissie onderzoek verricht naar de relatie tussen de beloning van bestuurders en de prestaties van hun ondernemingen.

De evaluatie van het instrument van de Corporate governance code wordt verricht in 2008.

5. Reductie Administratieve Lasten

Het vorige kabinet heeft een reductiedoelstelling voor administratieve lasten opgesteld (rijksbreed netto 25% minder administratieve lasten ultimo 2007 ten opzichte van december 2002. Door de vervroegde verkiezingen heeft het vorige kabinet niet alle aangekondigde reductiemaatregelen voor ondernemers kunnen implementeren en is er, op verzoek van de Tweede Kamer, voor gekozen om de «eindstand» van het vorige kabinet te bepalen op peildatum 1 maart 2007. In de eerste twee maanden van 2007 is een netto reductie gerealiseerd van bijna 4%, waardoor de eindstand van het vorige kabinet is bepaald op bijna 20%.

Om te onderscheiden of maatregelen nog zijn gerealiseerd door het vorige kabinet of onderdeel uitmaken van het huidige kabinetsbeleid, is ervoor gekozen om de peildatum van (1 maart 2007) als markering te hanteren. Stijgingen en reducties die plaatsvinden ná 1 maart worden toegerekend aan dit kabinet (zie doelstelling 16 van het Beleidsprogramma). Uitgaande van de «oude» systematiek van het vorige kabinet is er in de periode vanaf maart tot en met december 2007 rijksbreed sprake geweest van een reductie van ruim 3%. Als de reducties uit de eerste twee maanden van 2007 daarbij worden opgeteld, dan is – volgens de oude methodiek – een reductie bereikt van ruim 7% in 2007 en cumulatief tot en met 2007 ruim 23%.

Beleidsmatige conclusie

Onder het vorige kabinet is uiteindelijk een administratieve lastenreductie bereikt van netto bijna 20% (ten opzichte van 31 december 2002).

6. Impuls Belastingdienst

De inspanningen van de Belastingdienst om de dienstverlening aan burgers en bedrijven te verbeteren en tegelijkertijd te komen tot een drastische vereenvoudiging van de ICT-structuur, hebben in 2007 een belangrijke prikkel gekregen door het plan van aanpak Vereenvoudigings-operatie Belastingdienst dat op 8 juni 2007 door de staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer is aangeboden (Kamerstukken II 2006/07, 31 066, nr. 2). Het plan van aanpak heeft de vorm van een vierluik: 1. aanpak problemen Toeslagen en loonaangifte; 2. vereenvoudiging huidige organisatie (maatregelen voor burger en bedrijfsleven); 3. vereenvoudiging toekomstige organisatie (complexiteitsreductie automatisering); 4. vereenvoudiging wetgeving.

Op 19 februari 2008 heeft de staatssecretaris van Financiën de eerste halfjaarsrapportage «plan van aanpak vereenvoudigingsoperatie Belastingdienst» naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin de Kamer uitgebreid is geïnformeerd over de bereikte resultaten in 2007 en de verdere planning (Kamerstukken II 2007/08, 31 066, nr. 30). Hierna wordt op de verschillende onderdelen ingegaan.

Toeslagen

Met ingang van 1 januari 2006 voert de Belastingdienst de huur- en zorgtoeslag uit. In 2006 zijn deze processen niet zonder problemen verlopen. Hierover is in het vorige jaarverslag verantwoording afgelegd. De Tweede Kamer is ook dit jaar door middel van afzonderlijke rapportages regelmatig op de hoogte gehouden over de voortgang. Het jaar 2007 heeft in het teken gestaan van het verder stabiliseren en onder controle krijgen van de uitvoeringsprocessen van toeslagen (huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag). In het afgelopen jaar zijn aanvragen en mutaties beter en sneller verwerkt dan in voorgaande jaren, en ook het aantal foute beschikkingen en vraagbrieven daalde aanzienlijk. De wettelijke termijnen werden nog niet altijd gehaald (behandeltermijnen AWIR, bezwaartermijnen AWB).

In augustus startte het definitief berekenen van de zes miljoen toeslagen over 2006. Toeslagen ondervond problemen door het uitblijven van de loongegevens van het UWV (zie ook hierna). De verzending van de beschikkingen startte daardoor later dan gepland. Twee miljoen definitieve berekeningen lopen nog door in 2008.

Per 1 januari 2008 is de nieuwe regeling van de kindertoeslag in werking getreden. Deze vervangt de kinderkorting in de inkomstenbelasting. In samenwerking met de partners in de voortbrengingsketen en de Sociale Verzekeringsbank is met succes een geheel nieuw systeem gerealiseerd en geïmplementeerd.

Verder is in 2007 begonnen met de ontwikkeling van een nieuw Toeslagensysteem dat vanaf 2009 gaat draaien. Dit zal het huidige Algemene Toeslagen Systeem (ATS) vervangen. Het programmaplan en de definitiestudies zijn in oktober 2007 vastgesteld. Het programma is daarmee van start gegaan.

Loonaangifte

In de eerste helft van 2007 is gebleken dat de loonaangifteketen nog niet stabiel is. Een deel van de loongegevens 2006 in de polisadministratie bleek niet bruikbaar. De Belastingdienst heeft hiervan voor zijn werkzaamheden ernstige hinder ondervonden. Op 18 september 2007 hebben de minister van SZW en de staatssecretaris van Financiën een integrale probleemanalyse aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2007/08, 31 066, nr. 14). Deze analyse bevat oplossingsrichtingen voor 2007 en volgende jaren. Voor 2007 gold dat bij ongeveer 108 000 van de circa 650 000 inhoudingsplichtigen de loongegevens over 2006 opnieuw moesten worden opgevraagd. De ontvangen jaarloongegevens, aangevuld met de wel bruikbare gegevens in de polisadministratie, zijn opgenomen in het bestand van fiscale loongegevens 2006 van de Belastingdienst. Dit bestand vormt de basis voor de «afnemende» processen: de teruggave van de teveel ingehouden zorgverzekeringspremies, de teruggave van teveel ingehouden premies werknemersverzekeringen en het definitief vaststellen van toeslagen. Voor deze processen is vanaf 1 februari 2008 gestart met de voorbereidingen om de resterende posten te kunnen verwerken, dit met het streven om vóór 1 april 2008 de massale verwerking te hebben afgerond.

Maatregelen voor burger en bedrijfsleven

Door het introduceren van een vooringevulde aangifte (VIA) wordt het burgers makkelijker gemaakt aangifte te doen. De belastingplichtige kan volstaan met het controleren van de vooringevulde gegevens en het zo nodig aanvullen van ontbrekende gegevens. De realisatie van de vooringevulde aangifte zal een aantal jaren bestrijken. De voorbereidingen in 2007 waren er op gericht in 2008 een eerste stap te zetten door over het belastingjaar 2007 een beperkt aantal gegevens voor in te vullen, waaronder de loongegevens en de WOZ-gegevens. Vanwege de eerder vermelde problemen in de loonaangifteketen is besloten dit een jaar uit te stellen. In plaats hiervan is besloten in 2008 een pilot te doen met een beperkte doelgroep (medewerkers Belastingdienst en UWV met hun partners). Wetgeving ten behoeve van de invoering van de vooringevulde aangifte is in voorbereiding.

In 2007 zijn verder maatregelen genomen om de grootste irritaties bij burgers en bedrijven weg te nemen. Zo is de bereikbaarheid van de BelastingTelefoon verbeterd door flexibelere inzet van personeel en periodieke openstellingen in de avonduren en het weekend. Verder geldt voor een aantal processen dat de doorlooptijden in 2007 aanmerkelijk zijn versneld (afgifte sofinummers, opvoeren nieuwe ondernemers voor de inkomstenbelasting en het toekennen van een omzetbelasting- en loonheffingnummer, afgifte verklaring arbeidsrelatie).

Complexiteitsreductie automatisering

Dit onderdeel van het programma is er op gericht de interne bedrijfsprocessen drastisch te vereenvoudigen en te standaardiseren. In het programma wordt langs twee trajecten gewerkt, één voor de korte termijn en één voor de structurele oplossing op langere termijn.

Voor de korte termijn (2007–2009) wil het programma de continuïteit van de werkzaamheden van de Belastingdienst garanderen en tegelijkertijd het fundament leggen voor de structurele oplossing door het realiseren van een aantal generieke voorzieningen: standaardoplossingen en een standaardaanpak die er voor zorgen dat de huidige diversiteit in technische zin drastisch wordt teruggebracht. Beschreven is wat deze nieuwe basisvoorzieningen moeten kunnen leveren en hoe ze gebruikt moeten worden (referentiearchitectuur). Ook zijn de eerste stappen gezet op weg naar realisatie. Om de in ontwikkeling zijnde basisvoorzieningen in de praktijk te kunnen toetsen, is er een applicatie ontwikkeld, waarmee – ten behoeve van de medewerkers van de BelastingTelefoon – alle benodigde gegevens van een klant in één keer op het scherm worden gepresenteerd. De applicatie wordt begin 2008 in productie genomen.

De lange termijn, met als tijdshorizon 2017, behelst een complete herinrichting van de processen van de Belastingdienst. Centraal in het ontwerp staat de belevingswereld van de burger of het bedrijf, dit aan de hand van natuurlijke momenten («life events»), zoals overlijden of het starten van een onderneming. Stap één is geweest het opstellen van een nieuwe bedrijfsfunctiearchitectuur op concernniveau. Daarbij is gekeken wat het gemeenschappelijke is aan alle verschillende wetten en regelingen die de Belastingdienst uitvoert. De bedoeling is dat bijvoorbeeld berekeningen die nodig zijn voor het vaststellen van een aanslag of toeslag, straks op dezelfde wijze in de geautomatiseerde systemen worden ingeregeld. Nu is dat nog per belastingsoort/toeslag verschillend.

Vereenvoudiging wetgeving

Geïnventariseerd is welke vereenvoudigingen in de regelgeving vereist zijn om een soepele uitvoeringspraktijk te kunnen garanderen. De aandacht is in eerste aanleg uitgegaan naar de onderwerpen huurtoeslag en kinderopvangtoeslag, buitengewone uitgaven en arbeidsrelaties (loon, resultaat en winst). De voorstellen van de minister van WWI en de staatssecretaris van Financiën voor vereenvoudiging van de huurtoeslagregelgeving zijn in november 2007 besproken met de Tweede Kamer. In 2008 krijgt dit een vervolg in de vorm van een wetsvoorstel. De vereenvoudiging van de buitengewone uitgaven heeft inmiddels zijn beslag gekregen door het kracht van wet krijgen van het Belastingplan 2008. Voorstellen tot vereenvoudiging van de kinderopvangtoeslag zijn inmiddels voorbereid; in het eerste kwartaal van 2008 zullen deze aan de Kamer worden voorgelegd. De mogelijkheden tot vereenvoudiging van de wetgeving op het vlak van arbeidsrelaties zijn in onderzoek.

Toezicht

De minister van Financiën heeft op 29 november 2006 de Tweede Kamer bij brief geïnformeerd over de toezichtdoelstellingen voor 2007 (Kamerstukken II 2006/07, 30 800 IXB, nr. 13). Daarin zijn per segment (ZGO, MGO en MKB) aantallen controles toegezegd. Deze aantallen zijn alle gerealiseerd. De Belastingdienst beschikt over een breed instrumentarium. Relatief nieuw zijn: horizontaal toezicht, handhavingscommunicatie en samenwerking met andere handhavers. Voor een nadere uiteenzetting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.

Beleidsmatige conclusie

De vereenvoudigingsoperatie Belastingdienst heeft in 2007 zijn eerste vruchten afgeworpen: een aantal werkprocessen, relevant voor burger en bedrijf, zijn aanmerkelijk versneld; de telefonische bereikbaarheid is verbeterd. Daarnaast zijn de toegezegde aantallen controles in het kader van versterking van het toezicht gerealiseerd.

Door de problemen met de aanlevering van de loongegevens is de invoering van de Vooringevulde aangifte vertraagd. Door deze problemen is ook de afhandeling van het definitief berekenen van de toeslagen 2006 vertraagd.

4. BELEIDSARTIKELEN

4.1 Belastingen

4.1.1 Fiscaal beleid en wetgeving

Algemene beleidsdoelstelling

Het ontwerpen van beleid gericht op het generen van inkomsten en het realiseren van niet-fiscale doelstelling van het overheidsbeleid.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Middels lastenverzwaringen en -verlichtingen is beleid ontwikkeld voor de financiering van het overheidsbeleid voor deze kabinetsperiode. Verder zijn er structuurversterkende maatregelen genomen, zoals de verruiming van ondernemersfaciliteiten. Daarnaast is het fiscale instrument ingezet voor de realisatie van niet-fiscale doelstellingen, zoals de milieudifferentiatie schoon en zuinig. Dit volgt uit de maatregelen die onder andere in het Belastingplan 2008 (Kamerstukken II 2007/08, 31 205, nr. 2) en de Overige fiscale maatregelen 2008 (Kamerstukken II 2007/08, 31 206, nr. 2) zijn opgenomen en die onder de operationele doelstellingen nader worden toegelicht.

Externe factoren

Door tijdige parlementaire afronding en kwalitatief hoogwaardige fiscale wet- en regelgeving is de algemene doelstelling volledig behaald. Ook de belastingmoraal heeft hier een bijdrage aan geleverd, zoals blijkt uit de tabel «prestatie-indicatoren strategische doelstelling» (zie paragraaf 4.1.3).

4.1.2 Operationele doelstellingen

4.1.2.1 Operationele doelstelling 1: Het genereren van inkomsten

Doelbereiking

Om de investeringsagenda die het kabinet deze kabinetsperiode voorstaat te kunnen financieren is middels het Belastingplan 2008 een grote stap gezet. Door het introduceren van een vliegbelasting en een verpakkingenbelasting, het betrekken van gokautomaten in de kansspelbelasting en woningbouwcorporaties in de vennootschapsbelasting, de milieudifferentiatie schoon en zuinig met betrekking tot de BPM en de MRB (motorrijtuigenbelasting), de verhoging van verschillende accijnzen en het versoberen van de uitbetaling van de algemene heffingskorting worden de middelen gegenereerd die nodig zijn om de plannen voor de resterende drie jaar te realiseren. Het fiscale pakket heeft dan ook een bijdrage geleverd aan verschillende ambities van dit kabinet.

Instrumenten
2007Realisatie
Het ontwerpen van fiscale wet- en regelgeving, zoals het BelastingplanJa

4.1.2.2 Operationele doelstelling 2: Het realiseren van niet-fiscale doelstellingen

Doelbereiking

Naast een inkomstengenererende functie worden met het belastinginstrument ook niet-fiscale doelstellingen beoogd. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het bevorderen van ondernemerschap, vergroening en het vereenvoudigen van regelgeving. Voor het bevorderen van ondernemerschap en het vereenvoudigen van regelgeving kan verwezen worden naar de Overige fiscale maatregelen 2008. Ter bevordering van ondernemerschap zijn de bovengrenzen van de eerste en tweede tariefschijf verhoogd en het tarief van de tweede schijf verlaagd. Verder wordt er meer ruimte geboden om zonder belastingheffing een onderneming te staken en vervolgens een nieuwe te starten. In het kader van de vereenvoudiging kan worden gewezen op de vereenvoudiging die is doorgevoerd in de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Naast enkele andere vereenvoudigingen gaat het daarbij voornamelijk om de aanpassing van de berekening van het gemiddelde uurloon. Tevens is er ter vermindering van uitvoerings- en administratieve lasten een wetsvoorstel (Kamerstukken II 2007/08, 31 085, nr. 2) ingediend ter invoering van een basisregistratie inkomen en een basisregistratie WOZ. Met betrekking tot vergroening zijn in het Belastingplan 2008 de nodige maatregelen genomen, zoals de vliegbelasting, de verpakkingenbelasting, de milieudifferentiatie schoon en zuinig en de accijnsverhoging op milieuonvriendelijke brandstoffen en energie.

Ook het lasten- en koopkrachtbeleid behoort tot de niet-fiscale doelstellingen. In dat kader valt te denken aan de versobering van de uitbetaling van en het achterwege laten van de indexatie van de algemene heffingskorting en tevens aan de versterking van de inkomensafhankelijk arbeidskorting en inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting. Ten slotte zijn in 2007 in het kader van een gunstig vestigingsklimaat met onder andere Brazilië, China, Japan, Saoedi-Arabië, Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland onderhandelingen gevoerd, gericht op de afsluiting of herziening van een bilateraal belastingverdrag. Het belastingverdrag met de VAE is in 2007 ondertekend, alsmede een informatie-uitwisselingsovereenkomst met Jersey en een luchtvaartverdrag met Bahrein.

Instrumenten
2007Realisatie
Aanpassing fiscale wet- en regelgeving;Ja
Afsluiten en uitvoeren van bilaterale belastingverdragen.Ja

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Het inzetten van het fiscale instrument is erop gericht om de niet-fiscale doelstellingen van het kabinetsbeleid te realiseren. Dit zijn grotendeels doelstellingen van andere departementen. De betreffende departementen verantwoorden zich over de mate van doelbereiking. Hierover worden derhalve geen meetbare gegevens opgenomen binnen de begroting en het jaarverslag IXB.

4.1.2.3 Operationele doelstelling 3: Het verzorgen van wetgeving ter ondersteuning van de uitvoering van niet-fiscale taken door de Belastingdienst

Doelbereiking

In 2007 is de behandeling van het wetsvoorstel Versterking fiscale rechtshandhaving verder behandeld en afgerond. Ook de Algemene douanewet is het afgelopen jaar verder opgepakt, maar nog niet afgerond. In 2008 zal dit traject worden voortgezet. Met betrekking tot de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) is in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2008 een aanpassing doorgevoerd. Daarnaast is de Wet op het kindgebondenbudget (Kamerstukken II 2007/08, 31 210, nr. 2) aangenomen.

Instrumenten
2007Realisatie
Het ontwerpen van wetgeving in het kader van de vooringevulde aangifte;Nee
Het ontwerpen van de uitvoeringsmaatregelen Algemene douanewet.Nee

Toelichting instrumenten

Vanwege problemen in de loonaangifteketen is het introduceren van de vooringevulde aangifte uitgesteld.

De Algemene douanewet is in januari 2008 door de Tweede Kamer aangenomen. De bijbehorende uitvoeringsmaatregelen zijn derhalve in 2007 niet aan de orde gekomen. Deze worden, afhankelijk van de besluitvorming in de Eerste Kamer, verwacht in de loop van 2008.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

De mate van doelbereiking komt tot uiting bij de meetbare gegevens van de Belastingdienst.

4.1.2.4 Operationele doelstelling 4: Het evalueren van fiscale wet- en regelgeving

Doelbereiking

Ultimo 2007 zijn bijna alle belastinguitgaven geëvalueerd. De conclusies van de evaluaties worden ieder jaar opgenomen in bijlage 5 van de Miljoenennota. In 2008 zullen de laatste belastinguitgaven worden geëvalueerd.

Instrumenten
2007Realisatie
Het evalueren van belastinguitgaven en het doen van beleidsdoorlichtingen.Ja

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Het ministerie van Financiën verricht in nauwe samenwerking met de betrokken departementen in een vijfjaarlijkse cyclus evaluaties van alle belastinguitgaven zoals opgenomen in bijlage 5 van de Miljoenennota. In genoemde bijlage wordt elk jaar een overzicht gegeven van de afgeronde evaluaties in het afgelopen jaar en komt ook de mate van doelbereiking tot uiting.

4.1.3 Belastingdienst

Algemene beleidsdoelstelling

Burgers en bedrijven zijn bereid hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Door betere dienstverlening, meer toezicht, en vooral zichtbaar toezicht wordt door de Belastingdienst gewerkt aan versterking van de belastingmoraal.

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling
Prestatie-indicatoren (in %)Basiswaarde 2004Realisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
Belastingontduiking is onaanvaardbaar888884868890
        
Zelf belasting ontduiken is vrijwel uitgesloten757571777579
        
Belasting betalen betekent iets bijdragen585852546055

Bron: Fiscale monitor

Met kleine verschillen tussen de jaarlijkse cijfers, bewegen de cijfers zich de laatste jaren rond een bepaalde hoogte. Dit jaar zijn de percentages iets hoger, mede doordat de toeslaggerechtigden op alle onderwerpen hoger scoorden dan de overige geënquêteerden.

Evenals in voorgaande jaren is een hoog percentage van de ondervraagden van mening dat belastingontduiking onaanvaardbaar is. Een grote meerderheid geeft aan dat zelf belasting ontduiken vrijwel is uitgesloten. Ook in 2007 ervoeren veel belastingplichtigen het betalen van belasting niet als vanzelfsprekend.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 1 Belastingen Bedragen x € 1000
Algemene beleidsdoelstelling:Het ontwerpen van beleid gericht op het genereren van inkomsten en het realiseren van niet-fiscale doelstellingen van het overheidsbeleid.RealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 2003200420052006200720072007
Verplichtingen3 000 6013 033 3413 261 2473 456 4083 635 5523 411 859223 693
        
Uitgaven3 000 5233 010 7233 244 5743 438 1913 625 5703 411 799213 771
Programma-uitgaven608 713687 706564 195665 182815 690785 31530 375
        
Doelstelling 2 Bevorderen dat belastingplichtigen en premieplichtigen hun wettelijke verplichtingen nakomen       
        
Programma133 085135 40075 42564 58861 27455 3155 959
Heffing- en invorderingsrente475 628552 306488 770600 594754 416730 00024 416
        
Apparaatsuitgaven2 391 8102 323 0172 680 3792 773 0092 809 8802 626 484183 396
        
Ontvangsten89 424 11492 813 280106 850 958111 562 458117 950 276114 431 0683 519 208
Programma-ontvangsten89 391 93792 773 282106 802 400111 518 761117 885 078114 405 5963 479 482
        
Algemene beleidsdoelstelling       
Belastingontvangsten88 534 08391 761 317105 872 334110 378 381116 649 325113 070 7733 578 552
        
Doelstelling 2 Bevorderen dat belastingplichtigen en premieplichtigen hun wettelijke verplichtingen nakomen       
Programma233 199291 661287 692282 032318 638304 82313 815
        
Heffing- en invorderingsrente624 655720 304642 374858 348917 1151 030 000– 112 885
        
Apparaatsontvangsten32 17739 99848 55843 69765 19825 47239 726

Toelichting bij tabel budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen

Voor een toelichting op het verschil tussen ontwerpbegroting en realisatie wordt verwezen naar de toelichting op de uitgaven. Daarnaast wordt het grotere verschil tussen de verplichtingen en de uitgaven verklaard door de in 2007 aangegane verplichtingen die in latere jaren tot betaling zullen komen.

Uitgaven

Programma (+ € 6,0 mln.)

Het verschil wordt voornamelijk als volgt verklaard:

Waarderingskosten WOZ (+ € 4,8 mln.)

Een aantal gemeenten heeft in 2006 geen einddeclaratie ingediend in het kader van de vangnetregeling 1999 – 2002. Deze uitgaven hebben (voor een deel) in 2007 plaatsgevonden.

Proceskostenvergoeding (+ € 1,5 mln.)

Belastingplichtigen komen in aanmerking voor een teruggaaf van bezwaarkosten indien zij in het gelijk worden gesteld bij een bezwaarprocedure. De belastingplichtigen hebben in 2007 een groter beroep gedaan op deze teruggaaf dan geraamd was.

Heffing- en invorderingsrente (+ € 24,4 mln.)

De geraamde uitgaven bedroegen bij ontwerpbegroting € 730 mln. In de tweede suppletore wet zijn deze op basis van een nieuwe raming verlaagd met € 270 mln. Deze verlaging was het gevolg van een aanpassing van de verwachte verdeelsleutel van rente-uitgaven tussen Rijk en sociale fondsen. De realisatie is ten opzichte van de bijgestelde raming € 294 mln. hoger uitgekomen. Hiervoor zijn twee oorzaken aan te geven. De eerste oorzaak is dat de definitieve verdeelsleutel, die eind 2007 is vastgesteld, vrij sterk afweek van de eerder verwachte verdeelsleutel. Hierdoor werden meer rente-uitgaven, namelijk € 179 mln., toegerekend aan begroting IXB. Een tweede oorzaak zijn hogere rente-uitgaven ad € 115 mln. als gevolg van het terugdringen van het aantal bij de Belastingdienst in behandeling zijnde bezwaarschriften.

Apparaatsuitgaven (+ € 183,4 mln.)

Het verschil wordt als volgt verklaard:

Loon- en prijsbijstelling (+ € 65,9 mln.)

Voor de compensatie van gestegen lonen en prijzen.

Taakuitbreiding (+ € 15,7 mln.)

Voor taakuitbreiding als gevolg van nieuwe fiscale wetgeving zoals het Belastingplan 2007 en de wijziging van de Wet belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM), het invoeren van de Basisregistratie Inkomen (BRI) en de wijziging van de regelgeving voor Algemeen nut beogende instellingen (ANBI).

Project Toeslagen (+ € 39,0 mln.)

Dit betreft extra uitgaven voor onder meer uitzendkrachten ten behoeve van het definitief toekennen van de huur- en zorgtoeslag en de afhandeling van bezwaren, inhuur van externen voor de ontwikkeling en aanpassing van de bestaande Toeslagen systemen en het versturen van meer belastingdienstbescheiden als gevolg van meer aanvraag-, mutatieformulieren en beschikkingen voor Toeslagen.

Overige apparaatsuitgaven (+ € 61,5 mln.)

Dit bedrag bestaat voornamelijk uit extra werkzaamheden voor derden, zoals de Gemeenschappelijke Beheer Organisatie (GBO) en buitenlandse bijstand, hogere uitgaven door een financiële correctie (boete) wegens onvolkomenheden in de controlewerkzaamheden van de Nederlandse Douane en betaling van het rijksbreed contract met Kluwer voor andere departementen.

Overboekingen van en naar andere departementen (+ € 1,3 mln.)

Voor diversen overboekingen van en naar andere departementen voor uitvoeringskosten. Het gaat om een saldo van overboekingen van onder andere huurliberalisatie, nacalculatie personeelskosten UWV-Belastingdienst, C2000 netwerk en Vogelgriep.

Ontvangsten

Belastingontvangsten

Voor een toelichting op de belastingontvangsten wordt verwezen naar het Financieel Jaarverslag van het Rijk.

Programma (+ € 13,8 mln.)

Het verschil heeft voornamelijk betrekking op ontvangsten kosten vervolging en wordt verklaard door een stijging van de aantallen invorderingsmaatregelen bij de loonheffing.

Heffing- en invorderingsrente (– € 112,9 mln.)

De geraamde ontvangsten bedroegen bij ontwerpbegroting € 1 030 mln. In de tweede suppletore wet zijn deze op basis van een nieuwe raming verlaagd met € 310 mln. Deze verlaging was het gevolg van een aanpassing van de verwachte verdeelsleutel van rente-ontvangsten tussen Rijk en sociale fondsen. De realisatie is ten opzichte van de bijgestelde raming € 197 mln. hoger uitgekomen. Hiervoor zijn twee oorzaken aan te geven. De eerste oorzaak is dat de definitieve verdeelsleutel, die eind 2007 is vastgesteld, vrij sterk afweek van de eerder verwachte verdeelsleutel. Hierdoor werden meer rente-ontvangsten, namelijk € 162 mln., toegerekend aan begroting IXB. Een tweede oorzaak zijn hogere rente-ontvangsten ad € 35 mln. als gevolg van het terugdringen van het aantal bij de Belastingdienst in behandeling zijnde bezwaarschriften.

Apparaatsontvangsten (+ € 39,7 mln.)

Het verschil wordt als volgt verklaard:

Verrichte werkzaamheden Belastingdienst (+ € 2,3 mln.)

De meerontvangsten op dit onderdeel hebben betrekking op de legesgelden voor het registreren van akten en inzage in of uittreksels uit registers. Tevens heeft een doorberekening van uitvoeringskosten Ondernemingsradenheffing aan de SER plaatsgevonden.

Overige apparaatsontvangsten (+ € 37,4 mln.)

Dit bedrag bestaat uit meer werkzaamheden voor derden zoals de Gemeenschappelijke beheerorganisatie GBO.Overheid en buitenlandse bijstand.

4.1.4 Operationele doelstellingen

4.1.4.1 Operationele doelstelling 1: Belastingplichtigen, premieplichtigen en rechthebbenden van toeslagen dienstverlening aanbieden op de manier die hen past.

Doelbereiking

Deze doelstelling is deels gerealiseerd. De Belastingdienst is goed bereikbaar zowel per telefoon, internet als aan de balie. Wel is er een verschil tussen de feitelijke en de ervaren bereikbaarheid. De burgers vinden dat de afhandeling van aangiftes en bezwaar te traag verloopt. Tevredenheid is er over de duidelijkheid van de correspondentie.

Instrumenten
2007Realisatie
• Verdere ontwikkeling van de telefonische dienstverlening gericht op goede telefonische bereikbaarheid en kwalitatief goede afhandeling;Ja
• Snellere en eenduidige informatieverstrekking via de drie kanalen (telefoon, balie en internet) van dienstverlening;Ja
• Ontwikkeling van de vooringevulde aangifte voor de inkomstenbelasting van particuliere belastingplichtigen;Nee
• Verder bouwen aan een samenwerkingsverband met organisaties die betrokken zijn bij de uitvoering van de toeslagen. Hierdoor kan de Belastingdienst een brede dienstverlening aan de burger bieden;Ja
• Training van medewerkers gericht op het verbeteren van hun schriftelijke communicatie met burgers en bedrijven.Ja

Toelichting instrumenten

Ten aanzien van de telefonische bereikbaarheid zijn de doelstellingen gehaald door onder meer een flexibelere inzet van personeel en periodieke openstellingen in de avonduren en het weekend. Ook de kwaliteit van de Belastingtelefoon kent een positieve trend. Verder is de pilot «Helpdesk Intermediairs» gestart, waarbij in samenwerking met de intermediairs wordt gewerkt aan professionalisering van de dienstverlening. Ten slotte zijn verbeteringen doorgevoerd aan de verschillende websites op het gebied van de techniek, vormgeving, navigatie, taal en tekst.

In het plan van aanpak vereenvoudigingoperatie Belastingdienst (Kamerstukken II 2006/07, 31 066, nr. 2) zijn maatregelen opgenomen om tegemoet te komen aan wensen van burgers en bedrijven, en knelpunten weg te nemen. Zo is in 2007 het afgifteproces van de sofinummers verbeterd, en is de doorlooptijd in het laatste kwartaal zelfs teruggebracht tot bijna twee dagen. Ook de gemiddelde doorlooptijd van het toekennen van een omzetbelastingnummer en loonheffingnummer is sterk teruggebracht van gemiddeld vier weken naar in december gemiddeld 6 dagen. De standaardverzoeken om afgifte van een verklaring arbeidrelatie (VAR) – circa 90% van de aanvragen – worden momenteel voor bijna het geheel binnen de normtijd (5 werkdagen) afgedaan. Vanwege de problematiek in de loonaangifteketen is besloten de geplande invoering van de Vooringevulde Aangifte (VIA) in 2008 met een jaar uit te stellen.

De samenwerking met organisaties die betrokken zijn bij de uitvoering van toeslagen ontwikkelt zich voorspoedig. Zo is de onderlinge gegevensuitwisseling bij de hulpinformatiepunten verbeterd en zijn de belangenorganisaties intensief betrokken bij de verdere ontwikkeling van het toeslagensysteem 2009.

Medewerkers zijn in 2007 getraind op het verbeteren van hun schriftelijke communicatie.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
Prestatie-indicatoren (in %)Basiswaarde 2004Realisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
Afgehandelde telefoongesprekken676067808680861
Ervaren duidelijkheid correspondentie81838182818482
Ervaren snelheid afhandeling71727163627055
Ervaren bereikbaarheid60646043607059
Nakomen van afspraken 87878683878781

Bron: Fiscale monitor en Belastingdienst/Centrale Administratie.

1 86% is conform de oude definitie. Dat zou volgens de nieuwe definitie 81% zijn. Het verschil tussen oud en nieuw is dat in de nieuwe definitie alle contactpogingen worden meegeteld, terwijl de oude definitie zich beperkt tot het aantal mensen dat wel contact met de Belastingtelefoon, maar geen call agent aan de lijn kreeg.

Toelichting

De score «ervaren bereikbaarheid» is ondanks de maatregelen in 2007 praktisch gelijk gebleven met 2006. Er bestaat (gemeten over 5 jaar) een verschil tussen de ervaren en de feitelijke bereikbaarheid: respectievelijk een negatieve en een positieve trend. Burgers vinden dat het behandelen van aangiftes en aanvragen door de Belastingdienst traag verloopt. Ondernemingen zijn in vergelijking met burgers minder tevreden over de bereikbaarheid, maar meer tevreden als het gaat over het nakomen van afspraken. De score op de «ervaren duidelijkheid correspondentie» is conform de verwachting en al vijf jaar stabiel.

4.1.4.2 Operationele doelstelling 2: Door toezicht en opsporing bevorderen dat belastingplichtigen, premieplichtigen en rechthebbenden op toeslagen hun wettelijke verplichtingen nakomen.

Doelbereiking

Deze doelstelling is deels gerealiseerd. De kwantitatieve toezichtdoelstellingen zijn gerealiseerd. Van de kwalitatieve toezichtdoelstellingen zijn de streefwaarden voor de correcties bij de vennootschapsbelasting en de boekenonderzoeken niet gerealiseerd. Ook de doelstelling ten aanzien van het percentage processen-verbaal dat leidt tot veroordeling/transactie is niet gerealiseerd. De doelstellingen op het gebied van invordering en invoerrechten/accijnzen en inkomstenbelasting zijn wel gerealiseerd.

Instrumenten
2007Realisatie
• Risicobeheersing gericht op fiscale risico’s, financieel belang en maatschappelijke relevantie, blijft bepalend voor de aanpak van het toezicht;Ja
• Meer aandacht voor de groep belastingplichtigen die zich buiten het blikveld van de Belastingdienst probeert te houden, het zogenoemde grijze/zwarte circuit, en voor onbekende belastingplichtigen. Zie hiervoor ook de brief van de staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer over contra legem en vrijplaatsen (Kamerstukken II 2004/05, 29 643, nr. 4);Ja
• Landelijke acties (in samenwerking met andere handhavingsorganisaties);Ja
• Inzetten van handhavingcommunicatie;Ja
• Intensivering van de invordering.Ja

Toelichting instrumenten

De Belastingdienst vernieuwt het toezicht. In 2007 is gestart met het programma «Toezicht dat ertoe doet». Een van de uitgangspunten van het programma is de handhavingsregie met als doelstelling het zorgen voor compliance. Het accent ligt daarbij op pro-actief optreden. Belangrijk daarbij zijn zichtbaarheid, fiscale surveillance en handhavingscommunicatie. In 2007 is de landelijke regie versterkt door het samenbrengen van verschillende onderdelen binnen de Belastingdienst (de risicobeheersingorganisatie, de kennisgroep landelijke acties en de kennisgroep integrale overheidshandhaving) in één landelijke toezichtorganisatie (LTO). Deze is per 1 januari 2008 van start gegaan.

Ook in 2007 heeft de Belastingdienst de nodige activiteiten ontplooid om vrijplaatsen aan te pakken en de zichtbaarheid van handhaving in de samenleving te vergroten. Onder meer door het voeren van landelijke acties in samenwerking met andere handhavers zoals de Politie en Arbeidsinspectie.

Enkele van de meest in het oog lopende landelijke acties in 2007 waren het bezoeken en controleren van de weekmarkten, onderzoek binnen de branche metaalafval en schroot, de inzet van scanauto’s met automatische nummerplaat-herkenning en grootscheeps onderzoek binnen de vastgoedbranche.

Het percentage invorderingsbedrag ouder dan één jaar is in 2007 (54%) gedaald ten opzichte van 2006 (61%). De betalingsachterstand (voor de middelen Vpb, IH, LH en OB) is eind 2007 uitgekomen op bijna € 4,0 mld. Eind 2006 bedroeg de achterstand € 3,6 mld. De toename van het achterstandsbedrag wordt vooral verklaard door de vertraagde naheffing van de loonheffing 2007. Het percentage aan afboekingen doordat inning niet meer mogelijk is, is door schoningsacties in de bestanden over 2007 uitgekomen op 1,2%.

Misbruik en oneigenlijk gebruik

Belastingheffing is gevoelig voor misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O), omdat de hoogte van de heffing en de verplichting tot betalen afhankelijk zijn van gegevens die belastingplichtigen zelf verstrekken. De belastinginkomsten kunnen in het licht van M&O niet volledig zijn. Bij alle uit te voeren fiscale taken wordt de Belastingdienst in meer of mindere mate geconfronteerd met de problematiek van M&O. Het tegengaan van M&O bij de uitvoering van wet- en regelgeving vormt een geïntegreerd onderdeel van het rechtshandhavingsbeleid. In het Beheersverslag van de Belastingdienst wordt dit meer uitgebreid toegelicht.

Horizontaal toezicht

In het kader van horizontaal toezicht is de Belastingdienst in 2005 gestart met een pilot om handhavingsconvenanten te sluiten met 20 grote ondernemingen. Gezien de positieve ervaringen is de pilot in 2006 uitgebreid met nog eens 20 grote ondernemingen. Met een groot deel van deze ondernemingen is inmiddels een individueel handhavingsconvenant gesloten. Begin 2007 is de werkwijze van het eerste deel van de pilot geëvalueerd. De resultaten zijn positief te noemen. Als voordeel van deze werkwijze is vaak genoemd: het werken in de actualiteit, de snellere standpuntbepaling door de Belastingdienst en meer openheid tussen de partners.

Daarnaast zijn er in 2007 zeven convenanten van horizontaal toezicht afgesloten met brancheorganisaties. Andere zijn in voorbereiding. Horizontaal toezicht is onder de aandacht gebracht van organisaties zoals MKB Nederland, VNO-NCW en de beroepsorganisaties van accountants en fiscale adviseurs.

Versterking van het toezicht

De Belastingdienst wil, zoals in de brief van 15 mei 2006 (Kamerstukken II 2005/06 30 300, nr. 39) door de staatssecretaris van Financiën aangegeven, het toezicht versterken. Onder meer door het segmenteren van doelgroepen in ZGO (zeer grote ondernemingen), MGO (middelgrote ondernemingen), MKB en particulieren. De minister van Financiën heeft op 29 november 2006 (Kamerstukken II 2006/07 30 800, nr. 13) de Tweede Kamer bij brief nader geïnformeerd over het toezicht door de Belastingdienst voor 2007. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de toezeggingen aan de Tweede Kamer.

Tabel
Instrumenten toezicht Planning 2007Realisatie 2007
Toezicht binnen  
Aantal behandelde aangiften IH niet winst800 000–850 000 1 026 311
Aantal behandelde aangiften IH-winst  
– MKB190 000–210 000303 536
– MGO6 700–7 2007 592
– ZGO2 400–2 6003 154
totaal199 100–219 800314 282
Aantal behandelde aangiften Vpb  
– MKB33 000–37 00034 954
– MGO5 800–6 2009 080
– ZGO4 200–4 4004 525
totaal43 000–47 60048 559
Toezicht buiten  
Aantal boekenonderzoeken regulier  
– MKB20 000–24 00023 280
– MGO2 000–2 3002 039
– ZGO800–900806
totaal22 750–27 20026 125
Aantal boekenonderzoeken specifiek  
– MKB30 000–34 000 
– MGO2 300–2 700 
– ZGO250–300 
totaal32 550–37 00034 622*
Aantal bedrijfsbezoeken (waaronder startersbezoeken)  
– MKB23 000–27 00029 904
– MGO4 500–5 5001 486
totaal27 500–32 50031 390

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie

* Onder deze categorie boekenonderzoeken vallen ook de LH/SV onderzoeken. Van de LH/SV onderzoeken zijn geen gegevens naar segment bekend.

Zoals uit de tabel blijkt zijn praktisch alle doelstellingen, zowel in totalen als per segment, gerealiseerd. De doelstelling voor het aantal bedrijfsbezoeken in het MGO segment is niet gerealiseerd. Dit komt door nadere prioriteitstelling. De Belastingdienst heeft er voor gekozen om bij de bedrijfsbezoeken prioriteit te geven aan de starters. Uit onderzoek blijkt dat het daadwerkelijk beïnvloeden van het aangiftegedrag van ondernemers in de startfase van de onderneming het meest effectief is. Aangezien de startende ondernemers zich voornamelijk in het MKB segment bevinden, zijn in dit segment meer bedrijfsbezoeken afgelegd. Dit is ten koste gegaan van de beschikbare capaciteit voor de bedrijfsbezoeken in het MGO-segment.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
Prestatie-indicatorBasiswaarde 2004Realisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
Correctiepercentage IB (excl. navorderingsaanslagen)7,56,97,55,67,96,57,5
Correctiepercentage Vpb (excl. navorderingsaanslagen)4,95,54,96,93,46,53,3
Correctiepercentage veldtoetsen (IB/Vpb/LB/OB)74747474587770
Correctiepercentage invoerrechten/accijnzen13,013,013,515,714,016,1
Percentage achterstand invordering3,74,23,73,13,02,72,5
Percentage processen-verbaal dat leidt tot veroordeling/transactie80748079819079
Door belastingplichtige ervaren pakkans (in %)66696667677171

Bron: Fiscale monitor en Belastingdienst/Centrale Administratie

Toelichting

Correcties inkomstenbelasting (IB)

Het gemiddelde correctiepercentage IB is het aantal correcties in verhouding tot het aantal definitieve aanslagen. De streefwaarde voor 2007 is 6,5%; deze doelstelling is gerealiseerd. Het correctiepercentage van de inkomstenbelasting is in 2007 gedaald ten opzichte van 2006. Het aantal correcties in 2007 (611 000) is echter toegenomen ten opzichte van 2006 (580 000).

Correcties vennootschapsbelasting (Vpb)

Het gemiddelde correctiepercentage Vpb is in 2007 nagenoeg gelijk aan het percentage in 2006. De doelstelling is daarmee niet gerealiseerd. Het aantal correcties Vpb is in 2007 (13 000) gedaald ten opzichte van 2006 (14 000). Het aantal navorderingsaanslagen Vpb daarentegen is in 2007 (6 900) gestegen in vergelijking met 2006 (5 800).

Correctiepercentage veldtoetsen (toezicht op locatie)

Het gemiddelde correctiepercentage veldtoetsen is het aantal veldtoetsen met een correctie in verhouding tot het totale aantal veldtoetsen. Het correctiepercentage veldtoetsen bij de middelen IB/LB/OB/Vpb is in 2007 weliswaar gestegen naar 70% maar is onder de streefwaarde van 77% gebleven. De doelstelling is daarmee niet gerealiseerd.

Bewust is door de Belastingdienst gekozen voor het inzetten op zichtbaar toezicht, wat tot uiting is gekomen in meer boekenonderzoeken. Daarbij maakt de Belastingdienst onderscheid tussen reguliere en specifieke boekenonderzoeken. Reguliere boekenonderzoeken betreffen algemene diepgaande onderzoeken. Specifieke boekenonderzoeken zijn onderzoeken gericht op een deelaspect, waarbij de aandacht zich richt op een specifiek risico. Ook kan het oogmerk van een specifiek onderzoek zijn de zichtbaarheid van de handhaving te vergroten.

Bij de reguliere boekenonderzoeken is een correctiepercentage gerealiseerd van 76%. Bij de specifieke boekenonderzoeken is een correctiepercentage gerealiseerd van 59%.

Correcties invoerrechten/accijnzen

Het correctiepercentage invoerrechten/accijnzen is in 2007 (16,1%) gestegen in vergelijking met 2006 (15,7%). De doelstelling is daarmee gerealiseerd.

Percentage achterstand invordering

Deze indicator meet de achterstand invordering ten opzichte van de totale belasting- en premieontvangsten. Het percentage achterstand invordering is ook in 2007 weer gedaald ten opzichte van de voorafgaande jaren. De doelstelling is hiermee gerealiseerd.

Processen-verbaal, gevolgd door een veroordeling of transactie

Het percentage van processen-verbaal, gevolgd door een veroordeling of transactie, is in 2007 gedaald naar 79%. De doelstelling van 90% is daarmee niet gerealiseerd. Dit kengetal is een onderwerp waarover intensief met het Openbaar Ministerie wordt overlegd en dat ook onderwerp is van een nadere analyse.

Door belastingplichtige ervaren pakkans

In het kader van de jaarlijkse Fiscale Monitor is gemeten wat de door belastingplichtigen ervaren kans is dat de Belastingdienst ontdekt dat iemand in een aangifte of een aanvraag voor toeslag onjuiste informatie opgeeft. Deze kans wordt gemeten bij particulieren, toeslaggerechtigden, ondernemers en douaneklanten. De ervaren kans op ontdekking is in 2007 gestegen ten opzichte van 2006.

4.1.4.3 Operationele doelstelling 3: Het leveren van een bijdrage aan de bescherming van de samenleving tegen ongewenste goederen.

Doelbereiking

Deze doelstelling is deels gerealiseerd. De doelstelling correctiepercentage VGEM1 is niet gerealiseerd. De doelstelling aantal processen-verbaal niet-fiscaal is praktisch gerealiseerd. De doelstellingen op het gebied van VGEM en passagierscontroles zijn gerealiseerd.

Instrumenten
2007Realisatie
• Verbreden en intensiveren van het toezicht op de hele logistieke keten bij grensoverschrijdend goederenverkeer;Ja
• Certificering van ondernemingen;Nee
• Ontwikkelen van een intelligence-functie gericht op de beheersing van VGEM-risico’s bij het grensoverschrijdend goederenvervoer;Nee
• Intensiveren van de samenwerking met de Douanediensten binnen en buiten de EU;Ja
• Intensiveren van de samenwerking met Nederlandse handhavingorganisaties op VGEM-gebied;Ja
• Continuering 100% passagierscontroles.Ja

Toelichting instrumenten

Verbreden en intensiveren van het toezicht

De Douane heeft het toezicht en daarmee ook de zichtbaarheid aan de buitengrens geïntensiveerd. Zo is ten opzichte van 2006 het aantal uren toezicht aan de buitengrens, het aantal passagierscontroles en het aantal ambulante controles bij de buitengrens uitgebreid.

Certificering

Met ingang van 2007 kunnen bedrijven de status Authorized Economic Operator (AEO) aanvragen. Toekenning betekent dat het bedrijf gemakkelijker toegang krijgt tot vereenvoudigde douaneprocedures en een lichter controleregime. Het AEO concept in Nederland is vorm gegeven in samenwerking met een drietal koepels van het bedrijfsleven. De Douane heeft in 2007 de eerste aanvragen ontvangen. Naar verwachting zullen in medio 2008 de eerste certificaten worden uitgereikt.

Door geselecteerde bedrijven bij de buitengrens ongehinderd doorgang te verlenen komt er bij de Douane ruimte om zich te concentreren op risicovolle goederen en bedrijven.

Ontwikkelen van een intelligence-functie

In 2007 is een ontwerp gemaakt van de toekomstige intelligence-functie. Op het terrein van (internationale) gegevensuitwisseling, samenwerking met andere diensten en scantechnieken is voortgang geboekt.

Intensiveren samenwerking Douanediensten

Er is een «green-lane» operationeel waarbij de Amerikaanse Douane steunt op de controleaanpak van de Nederlandse Douane. De «green-lane» met China is in ontwikkeling. Met (toekomstige) lidstaten wordt intensief samengewerkt om als één handhavingsorganisatie te opereren tegen terrorisme en (drugs)criminaliteit.

Intensiveren samenwerking Nederlandse handhavingsorganisaties.

Evenals voorafgaande jaren heeft de Douane samen met de Koninklijke Marechaussee en de Zeehavenpolitie grenspatrouilles uitgevoerd. Ook was er veel aandacht voor de vogelgriep en mond- en klauwzeer (MKZ). In het kader van MKZ heeft de Douane ongeveer 15 000 controles verricht. Het betreft hier zowel passagierscontroles als controles van schepen en vervoermiddelen.

100% passagierscontroles

Ook in 2007 zijn ter uitvoering van het drugsbeleid van de minister van Justitie intensieve controles uitgevoerd op vluchten vanuit de Nederlandse Antillen, Aruba, Suriname en Venezuela. In 2007 zijn alle vluchten uit de als risicoland aangemerkte landen gecontroleerd.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
IndicatorenBasiswaarde 2004Realisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
% correcties Douane VGEM1,71,71,71,93,01,3
Aantal correcties VGEM bij passagierscontrole Douane13 60013 60011 60016 17011 00016 063
Aantal processen-verbaal Douane bij VGEM14 47514 47523 51023 55022 50024 171
Aantal processen-verbaal FIOD-ECD niet-fiscaal310310318251270*253

Bron: Fiscale monitor en Belastingdienst/Centrale Administratie

* De streefwaarde van 270 is medio 2006 in de begroting IXB vastgesteld. In het prestatiecontract van de FIOD-ECD dat eind 2006 is opgesteld is uitgegaan van de streefwaarde 215–260. De FIOD-ECD heeft op de streefwaarde uit het prestatiecontract gestuurd. De realisatie van 253 PV’s past binnen de streefwaarde van het prestatiecontract.

Toelichting

De doelstelling correctiepercentage VGEM is niet gerealiseerd. Er is sprake van een daling ten opzichte van voorafgaande jaren. Dit wordt verklaard door het intensiveren van toezicht aan de buitengrens. Deze laatste controles zijn primair gericht op zichtbaarheid. In dit proces worden relatief weinig VGEM onregelmatigheden geconstateerd. Wel is het aantal bekeuringen op het gebied van VGEM in 2007 (24 171) gestegen ten opzichte van 2006 (23 550).

Ook de doelstelling voor het aantal processen-verbaal FIOD-ECD niet-fiscaal is niet gerealiseerd. De FIOD-ECD koerst op grotere zaken en/of zaken met een grotere maatschappelijke impact. Als gevolg van deze koers neemt het aantal opsporingsonderzoeken af wat vooral zichtbaar wordt in het taakgebied Goederen. Bij het formuleren van de streefwaarde is onvoldoende rekening gehouden met deze ontwikkeling.

4.1.5 Overzicht afgeronde onderzoeken

Type OnderzoekOperationele doelstelling OnderwerpStartAfgerondVindplaats
Overig evaluatieonderzoek    
 Fiscaal beleid en wetgeving   
 Belastinguitgaven (OD 1, OD 2, OD 3)Jaarlijks Bijlage 5 van de Miljoenennota
 Monitor inkomsten uit lokale heffingenstopgezet  
     
 Belastingdienst   
 Fiscale Monitor (AD, OD 1, OD 2)20072007De resultaten van de Fiscale Monitor, FIX en afgeronde audits worden verwerkt in het Beheersverslag 2007 van de Belastingdienst.
     
 Operationele doelstelling 2   
 • FIX20072007 
 • Overige audits processen, dienstverlening aan derden en kleine middelen (niet FIX)20072008 
 • Periodieke audits project Toeslagendoorlopend  
 • Periodieke audits project samenwerking UWV-Belastingdienst (SUB)doorlopend  
 • Periodieke audits project herziening invorderingdoorlopend  
 • Periodieke audits implementatie project zorgverzekeringswet bij Belastingdienstdoorlopend  
 • Audit vooringevulde aangiftedoorlopend  
 • Audit Risicobeheersingsorganisatie20062008 
 • Audit doorselectie20072008 
 • Audit correctiepercentage veldtoetsen20072007 
 • Audit complexiteitsreductiedoorlopend  
 • Certificeringsonderzoeken aandacht voor risicobeheersing, gegevensbeveiliging en integriteitsaspecten (ARGI)doorlopend  
 • Audit herinrichting logisch toegangsbeheer20062007 
 • Boete en aanmeldproces20072007 
     
 Operationele doelstelling 3   
 • Audits handhavingsplannen dienstverlening aan derden (VGEM)20082008 

Toelichting tabel

In 2007 zijn er geen beleidsdoorlichtingen en/of effectonderzoeken ex-post gestart en/of afgerond.

Monitor inkomsten uit lokale heffingen

Eind 2006 is besloten om de Monitor inkomsten uit lokale heffingen stop te zetten. Met ingang van 2007 is een overzicht van de lokale heffingen opgenomen in het Periodiek onderhoudsrapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Audit Risicobeheersingsorganisatie

De audit Risicobeheersingsorganisatie wordt in 2008 afgerond.

Audits handhavingsplannen dienstverlening aan derden (VGEM)

De audits worden in 2008 gestart.

4.2 Financiële markten

4.2.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een Integer financieel stelsel waarin de financiële markten goed functioneren, voldoende toegankelijk en transparant zijn en een gunstige internationale concurrentiepositie kennen.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Randvoorwaarden zoals wet- en regelgeving voor toezicht op de financiële sector en voor een ongestoorde muntvoorziening zijn en worden gecreëerd om het bovengenoemde doel te bereiken. Deze worden nader uitgewerkt bij de desbetreffende operationele doelen. Tevens is beoogd marktverstoringen te voorkomen respectievelijk weg te nemen. Dit is gebeurd door het stimuleren van betere benutting van de door transparantie beschikbare informatie, het tegengaan van de schuldenproblematiek, het ontplooien van initiatieven ter verbetering van de financiële geschooldheid en het bundelen, stimuleren en meer toegankelijk maken van informatie, zodat de consument de eigen verantwoordelijkheid beter waar kan maken.

Externe factoren

Succes is afhankelijk van mondiale economische en politieke ontwikkelingen. In 2007 zijn de financiële markten opgeschrikt met de berichtgeving en de gevolgen van de crisis op de Amerikaanse hypotheekmarkt. De crisis in de Amerikaanse hypotheekmarkt en de daaropvolgende turbulentie op de financiële markten zijn externe factoren die sterk van invloed zijn geweest op de vooruitzichten voor de internationale financieel-economische ontwikkeling. Over de gevolgen zijn nog veel onzekerheden. Voor Nederland zijn de gevolgen echter tot nu toe beperkt gebleven.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 2 Financiële markten Bedragen x € 1000
Een integer financieel stelsel waarin de financiële markten goed functioneren, voldoende toegankelijk en transparant zijn en een gunstige internationale concurrentiepositie kennen.RealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 2003200420052006200720072007
Verplichtingen242 76687 774172 27885 195128 23760 94367 294
waarvan garantieverpichtingen    15 000015 000
        
Uitgaven43 09354 713154 92277 667107 02160 94346 078
Programma-uitgaven36 00448 361148 52569 645100 11154 43245 679
        
Doelstelling 1 Goed functionerende financiële markten       
Bijdrage toezicht AFM1 618*5 421**16 87422 96624 889220002 889
Bijdrage toezicht DNB0052 08115 95015 90017 000– 1 100
Maatschappelijk overleg betalingsverkeer00000200200
Rechtspraak Financiële Markten0044211 000– 999
Overige programmauitgaven410001 54601 546
        
Doelstelling 2 Integer financieel stelsel       
Caribbean Financial Action Taskforce30303023113221
        
Doelstelling 3 Ongestoorde muntcirculatie       
Muntcirculatie13 96815 05613 3637 9968 974***14 200– 5 226
Retouren guldenmunten20 3473 2263 9118 84012 985012 985
Afname munt in circulatie024 62862 22213 86835 805035 805
        
Apparaatsuitgaven7 0896 3526 3978 0226 9106 511399
        
Ontvangsten110 60148 99613 95310 2549 97825 646– 15 668
Programma-ontvangsten110 60148 99613 95310 2549 97825 646– 15 668
Doelstelling 1 Goed functionerende financiële markten       
Overige programma-ontvangsten7 79511 9354 5694 9148 4954508 045
        
Doelstelling 3 Ongestoorde muntcirculatie       
Ontvangsten muntwezen65 89737 0619 3845 3401 4835 184– 3 701
Toename munten in circulatie36 909000020 012– 20 012

* De realisatie bijdrage toezicht AFM in 2003 betreft de bijdragen voor toezicht op Wck (€ 954 000) en MOT/WID (€ 664 000).

** De realisatie bijdrage toezicht AFM in 2004 is inclusief de bijdrage voor toezicht op Wck ( € 1 221 000).

*** De realisatie 2007 muntcirculatie is inclusief de subsidie aan het Geldmuseum (€ 1,4 mln.) en de realisatie overige programma-uitgaven is inclusief subsidie aan het College Dienstverlening Financiële Deskundigheid (CDFD) (€ 0,3 mln.).

Toelichting bij tabel budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen

Voor een toelichting op de verplichtingen wordt verwezen naar de toelichting op de uitgaven. Daarnaast wordt het grotere verschil tussen de verplichtingen en de uitgaven grotendeels verklaard door de aangegane garantieverplichting schatkistbankieren AFM (€ 15,0 mln.). Deze verplichting heeft betrekking op de verhoging van de limiet van de kredietfaciliteit om aan de liquiditeitsbehoefte te kunnen voldoen als gevolg van de voorbereidingskosten bij nieuwe toezichttaken.

Uitgaven

Bijdrage toezicht AFM (+ € 2,9 mln.)

Het verschil wordt voornamelijk verklaard door het excessief hoge aantal vergunningaanvragen betreffende beleggingsobjecten/exotische producten (zoals de teakfondsen).

Muntcirculatie (– € 5,2 mln.)

De muntproductie en de aankoop van muntmetaal lag op een lager niveau dan begroot doordat er voldoende munten in voorraad waren om aan de vraag te voldoen en er slechts één bijzondere munt is uitgegeven in plaats van de oorspronkelijk geraamde twee munten. Hierdoor is minder zilver aangekocht en zijn de uitgaven lager uitgevallen.

Retouren guldenmunten (+ € 13,0 mln.)

De campagne «maak euro’s van uw guldens» heeft in 2006 en in het bijzonder in de maand december geleid tot een zeer grote terugstroom van guldenmunten. De nominale waarde van de in 2006 bij DNB ingeleverde guldenmunten is in 2007 door DNB met Financiën verrekend.

Afname munt in circulatie (+ € 35,8 mln.)

Bij DNB zijn meer munten (voornamelijk 1 en 2 euromunten) afgestort dan oorspronkelijk verwacht. Dit komt door een forse netto instroom van euromunten vanuit België. Het bedrag van € 35,8 mln. heeft betrekking op de vergoeding van de nominale waarde van deze munten.

Ontvangsten

Overige programmaontvangsten (+ € 8,1 mln.)

Dit bedrag wordt voornamelijk (+ € 5,1 mln.) veroorzaakt door de ontvangen restitutie van de overheidsbijdrage 2006 voor financieel toezicht door de toezichthouders AFM en DNB op basis van nacalculatie.

Daarnaast is premie (+ € 2,3 mln.) ontvangen omdat de Staat per 1 januari 2006 voor € 50 mln. garant staat voor de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschade (NHT) in het geval deze laatste in een kalenderjaar gehouden is uitkeringen te doen die samen een bedrag van € 950 mln. te boven gaan.

Ontvangsten muntwezen (– € 3,7 mln.)

In 2007 is slechts één bijzondere munt uitgegeven (400e geboortedag Michiel de Ruyter) in plaats van twee, waardoor de ontvangsten minder waren dan begroot. Tevens zijn er bijzondere munten retour ontvangen.

Toename munten in circulatie (– € 20,0 mln.)

In tegenstelling tot de verwachte toename van munten in circulatie in 2007 het aantal munten in circulatie afgenomen. Hierdoor zijn in plaats van ontvangsten uitgaven gemaakt. Zie ook de toelichting bij «afname munt in circulatie».

4.2.2 Operationele doelstellingen

4.2.2.1 Operationele doelstelling 1: Goed functionerende stabiele financiële markten die voldoende toegankelijk en transparant voor de gebruikers en internationaal concurrerend zijn.

Doelbereiking

In het kader van het streven om van Nederland een vestingsplaats voor financiële instellingen te maken is een belangrijke mijlpaal gerealiseerd. Het Holland Financial Centre (HFC) is in 2007 opgericht en van start gegaan. Als samenwerkingsverband richt het HFC zich op de ontwikkeling van een sterke Nederlandse financiële sector. Het initiatief kreeg brede steun hetgeen blijkt uit de lijst van oprichters. In totaal hebben een kleine 40 partijen zich achter het initiatief geschaard. Er zijn reeds diverse ideeën ontwikkeld welke worden verwerkt in een «business-plan». In de aanloop en de nazorg van de mede-oprichting van het HFC zijn de Tweede en Eerste Kamer uitvoerig ingelicht. Er is een actieplan opgesteld, samen met de ministeries van EZ, JUS en SZW. Dit actieplan is door de minister op de eerste Netherlands Finance Conference gepresenteerd (Kamerstukken II 2006/07, 31 064, nr. 5).

Naast de start van het HFC heeft Financiën een belangrijke bijdrage geleverd aan het goede functioneren van de effectenmarkten door de omvangrijke «markten in financiële instrumenten»-richtlijn (MiFID), met het oog op het goed functioneren van die markten in Nederlandse wetgeving tijdig om te zetten. Ook de overnamerichtlijn is geïmplementeerd en het Besluit openbare biedingen is in werking getreden. In het kader van de stabiliteit zijn er vernieuwde afspraken tussen Financiën en DNB gemaakt over informatie-uitwisseling tijdens een mogelijke financiële crisis en in normale omstandigheden vastgelegd (Kamerstukken II 2006/07, 28 122, nr. 2).

Voorts heeft Financiën een onderzoek laten uitvoeren naar de effectiviteit van het beleid tegen overkreditering zoals neergelegd in de Wft. De resultaten van dit onderzoek hebben er toe geleid dat een aantal nieuwe preventieve maatregelen is voorgesteld ter voorkoming van overkreditering (Kamerstukken II 2006/07, 24 515, nr. 119).

In 2007 stond corporate governance volop in de belangstelling via onder meer aandeelhoudersactivisme en private equity. Mede in het licht van fenomenen als hedgefondsen en private equity partijen is de vraag opgekomen of het beoogde evenwicht in het Nederlandse systeem van corporate governance wel in alle opzichten gerealiseerd wordt. Eind mei 2007 kwam de Monitoring Commissie (Frijns) met haar advies over de verhouding tussen vennootschap en aandeelhouders. De kabinetsreactie op dat advies verscheen in juni 2007. De aanbevelingen van de Commissie zijn omgezet in een concept wetsvoorstel. Met betrekking tot de positie van werknemers is de SER om advies gevraagd. De resultaten1 van het onderzoek dat Financiën heeft laten uitvoeren naar private equity en hedge fondsen verschenen in oktober.

Eind december 2007 heeft de Task Force verzekerbaarheid overstromingsrisico’s overeenstemming bereikt over de hoofdlijnen van een beoogde hybride verzekeringsstructuur. De gemaakte afspraken zullen begin 2008 aan de betrokken bewindspersonen en het Verbondsbestuur voor akkoord worden voorgelegd, waarna de Tweede Kamer via de gebruikelijke procedures zal worden geïnformeerd.

Instrumenten
2007Realisatie
• Het implementeren van de Wet op het financieel toezicht en samen met DNB en AFM de sector begeleiden bij de introductie hiervan door ondermeer het organiseren en het deelnemen aan seminars;Ja
• De Europese infrastructuur verbeteren door onder meer de implementatie van richtlijnen voortvloeiend uit het actieplan financiële diensten. Onderhandelingen over een voorstel voor een nieuw rechtskader voor betalingsverkeer in de Interne Markt;Ja*
• Zorgdragen voor adequaat prudentieel toezichtregime. In 2007 wordt onder andere gewerkt aan de invoering van Basel II richtlijn in de nationale wetgeving. Verder wordt een bijdrage geleverd aan de Europese discussie over op risico gebaseerde kapitaaleisen voor verzekeraars (solvency II);Ja
• Ontwikkelen van crisismanagementprocedures. Er wordt verder gewerkt aan het harmoniseren van de nationale procedures voor crisismanagement en financiële stabiliteit binnen de EU. Dit brengt met zich mee dat ook in Nederland opnieuw naar de procedures zal worden gekeken;Ja
• Stimuleren van het Nederlandse vestigingsklimaat voor financiële instellingen;Ja
• Het verzekerbaar maken van rampscenario’s;Ja
• Het aanpakken van schuldenproblematiek. Nagegaan wordt of de maatregelen ter voorkoming van overkreditering de gewenste effecten sorteren;Ja
• Informeren publiek. Het transparant maken van financiële informatie voor de consument;Ja
• Stimuleren dat de door transparantie beschikbare informatie wordt benut en daarmee de huidige regelgeving effectiever is.Ja

* M.u.v. de transparantierichtlijn en de herverzekeringsrichtlijn (zie de toelichting)

Toelichting instrumenten

De transparantierichtlijn is niet tijdig geïmplementeerd doordat andere ontwikkelingen op het gebied van corporate governance (onder meer aandeelhoudersactivisme) in 2007 veel aandacht vroegen. Ook bij de implementatie van de herverzekeringsrichtlijn was sprake van een capaciteitsprobleem.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
Indicatoren (in %)Realisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007*
Implementatie Europese richtlijnen**Geen data55,6% (1 juni 2005)75%87%100%44%
       
Naleving code Corporate Governance***Geen dataGeen data88596%100%95%
       
Toepassing code Corporate Governance****Geen dataGeen data81%92%100%90%

Bron: Derde Monitoring Commissie Frijns rapport

* Gegevens over boekjaar 2006.

** Gebaseerd op het halfjaarlijkse scorebord van de interne markt van de Europese Commissie. Het percentage geeft aan welk deel van de Europese richtlijnen uit het Actieplan Financiële Diensten (FSAP), die op dat moment van kracht zijn, zijn omgezet in nationale wetgeving.

*** Gebaseerd op de bevinding van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code. Onder toepassing van de code en codebepalingen wordt verstaan: het één op één naleven van een codebepaling of het geven van uitleg bij afwijking daarvan. Onder naleving wordt verstaan het in grote lijnen voldoen aan de code.

**** Gebaseerd op de bevinding van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code.

Toelichting

Door de hoge implementatiedruk is prioriteitstelling nodig geweest en zodoende is ervoor gekozen om de richtlijnen met de grootste gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven als eerste te implementeren. Hierdoor zijn andere richtlijnen vertraagd.

4.2.2.2 Operationele doelstelling 2: Een integer financieel stelsel dat de toegang van de onderwereld tot de legale economie ontzegt.

Doelbereiking

Het wetsvoorstel ter implementatie van de derde witwasrichtlijn en ter integratie van de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties (wet MOT) en de Wet identificatie bij dienstverlening (Wid) is ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2007/08, 31 237, nr. 5). De gewijzigde wet zal naar verwachting in de eerste helft van 2008 in werking treden. Proliferatiefinanciering is een nieuw onderwerp dat door de Financial Action Task Force (FATF) is aangesneden. De FATF heeft daartoe aanbevelingen gedaan over de implementatie van de VN-sancties tegen Iran en de inspanningen die financiële instellingen kunnen leveren om transacties te bemoeilijken van staten die massavernietigingswapens ambiëren.

Instrumenten
2007Realisatie
• Implementatie derde witwasrichtlijn en het integreren van de wetten MOT en Wid tot één witwaswet;Nee
• De Wet Geldtransactiekantoren wordt herzien naar aanleiding van de evaluatie van deze wet;Nee
• De boetebepalingen in de verschillende financiële toezichtwetten worden vervangen door één boetewet conform de nota van 19 mei 2005 inzake het boetestelsel in financiële wetgeving;Nee
• Nagaan of en hoe financiële instellingen het Burger Service Nummer (BSN) kunnen gebruiken om de betrouwbaarheid van de identificatie van cliënten te verhogen. Dit kan in 2007 leiden tot een wetsvoorstel;Nee
• Nederland dient zich voor te bereiden op de zogenaamde «mutual evaluation» door de Financial Action Task Force (FATF). Deze zal nar verwachting in 2008 plaatsvinden en is daarmee een belangrijke evaluatie voor deze operationele doelstelling.Ja

Toelichting instrumenten

De parlementaire behandeling van het wetsvoorstel ter implementatie van de derde witwasrichtlijn en ter integratie van de wet MOT en de Wid is nog niet afgerond.

De herziening van de Wet inzake de geldtransactiekantoren (Wgt) is aangehouden omdat de implementatie van de betaaldienstenrichtlijn vergaande gevolgen zal hebben voor de Wgt.

Tevens is er een wetsvoorstel voor een nieuwe Boetestelsel gemaakt, over dit wetsvoorstel heeft de Raad van State advies uitgebracht.

Door de verlate inwerkingtreding van de wet BSN zal een beslissing over een eventuele sectorale wet voor het BSN-gebruik door de financiële sector in 2008 genomen worden.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
kengetal20032004200520062007*
Aantal ingeschrevenen Wgt-instellingen3230282529
      
Meldingen op basis van de subjectieve indicatoren als % van het totale gemelde transacties17%23%30%28%PM
      
Aantal opgelegde boetes door DNB en AFM2014193329
      
Aantal dwangsommen door DNB en AFM155160131159363

Bron: jaarverslag DNB, AFM, FIU-Nederland

* Betreft voorlopige cijfers, jaarverslag verschijnt in mei 2008.

Toelichting

De AFM heeft in 2007 een bovengemiddeld hoog aantal lasten onder dwangsom opgelegd. Een belangrijk deel van deze sancties is opgelegd voor het niet aanleveren van informatie aan de AFM.

4.2.2.3 Operationele doelstelling 3: Ongestoorde muntcirculatie door middel van muntvoorziening met als randvoorwaarde kosteneffectiviteit alsmede het uitbrengen van bijzondere herdenkingsmunten.

Doelbereiking

Om een goede werking van het betalingsverkeer te bevorderen, is voldaan aan de muntvraag van het publiek. In 2007 zijn 75,6 mln. munten van 5-eurocent aangemaakt om aan de vraag naar deze munten te kunnen voldoen. Van de overige munten waren de voorraden voldoende. Ook in 2007 zijn weer munten van 1- en 2-eurocent teruggevloeid als gevolg van de afronding op veelvouden van 5-eurocent. Van de teruggevloeide munten van 1-eurocent konden 100 mln. stuks aan Oostenrijk worden verkocht.

Instrumenten
2007Realisatie
• Op grond van de muntwet 2002 worden uitsluitend in opdracht van de Staat munten vervaardigd en uitgegeven;Ja
• Opdrachten voor vervaardiging en uitgifte van munten aan KNM;Ja
• DNB mandateren voor de distributie en in circulatie brengen van de munten.Ja
Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
IndicatorenBasiswaarde 2004Realisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
Muntvoorziening ten opzichte van de marktvraag100%100%100%100%100%100%100%
Uitgifte bijzondere munten2222221
Productie euromunten 2003–2007 (aantallen x 1000)
 20032004200520062007
2 euro7492453323416 503
1 euro950235332393224
50 eurocent810269510363293
20 eurocent57 82120 430510393293
10 eurocent818262510393293
5 eurocent87430680 60560 31875 764
2 eurocent150 750115 622595378338
1 eurocent57 660113 906545378332
Totaal270 432251 27583 93962 95784 040

Bron: KNM

Voorraden euromunten Muntdepot 2003–2007 (jaarultimo; aantallen x 1000)
 20032004200520062007
2 euro50 79058 85376 52684 226101 920
1 euro74 68885 367110 665124 165148 047
50 eurocent95 11796 447117 635108 635106 280
20 eurocent17 22973 98475 35054 75046 616
10 eurocent152 546135 179109 56282 28251 128
5 eurocent148 498105 07760 44250 44225 360
2 eurocent11 94365 953143 226182 226185 410
1 eurocent33 73053 230115 171142 77187 554
Totaal584 541674 090808 577829 497752 315

Bron: DNB en KNM

4.2.3 Overzicht afgeronde onderzoeken

Type OnderzoekOperationele doelstelling OnderwerpStartAfgerondVindplaats
Overig evaluatie-onderzoekOperationele doelstelling 1:   
 • Evaluatie code corporate governance20082008 
 • Evaluatie fusie DNB-PVK20062007www.minfin.nl
 • Evaluatie doorberekening toezichtskosten20062007www.minfin.nl
 • Evaluatie overheidsbijdrage toezichtkosten20062007Kamerstukken II 2006/07, 28 122, nr. 22
 • Evaluatie wet financiële dienstverlening20072010 
     
 Operationele doelstelling 3   
 Evaluatie muntendistributie20062008 

Toelichting tabel

In 2007 zijn er geen beleidsdoorlichtingen en/of effectonderzoeken ex-post gestart en/of afgerond.

Evaluatie wet financiële dienstverlening

Er is een aanvang gemaakt met dit onderzoek in het verband van het EIM onderzoek «Overkreditering aan banden» uitgevoerd. Dit is een monitor van de effecten van de Wfd, voor zover het de bepalingen gericht op overkreditering betreft. De volledige evaluatie van de Wfd zal in 2010 worden voltooid.

Evaluatie muntendistributie

Met het systeem van de muntendistributie vanaf 1 januari 2003 is het aantal inefficiënte muntenstromen binnen Nederland afgenomen. De systematiek heeft er, zo stelt DNB, mede toe bijgedragen dat ongewenste, op tariefverschillen gebaseerde cross-border stromen zijn vermeden. Volgens DNB wordt de stroom munten van met name hogere denominaties die sinds enige tijd vanuit België naar Nederland zichtbaar is, niet door een verschil in tarifering bepaald. Gelet op het vorenstaande geeft DNB in overweging de huidige systematiek van de muntendistributie ongewijzigd te laten.

4.3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

4.3.1 Algemene beleidsdoelstelling

Bedrijfseconomische doelmatigheid en optimaal financieel resultaat bij investeren in en verwerven, afstoten en beheren van de financiële en vaste activa van de Staat.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor en/of is betrokken bij veel van de financiële en vaste activa van de Staat. Hierbij wordt bedrijfseconomische expertise ingezet voor zover dat bijdraagt aan doelmatiger en efficiëntere publieke dienstverlening.

Zo is de minister van Financiën verantwoordelijk voor het aandeelhouderschap van de staatsdeelnemingen. Mede door de centralisatie van het beheer van staatsdeelnemingen binnen de rijksoverheid bij het Ministerie van Financiën, is het aandeelhouderschap van de deelnemingen verder geprofessionaliseerd. Dit is ook vervat in de nieuwe Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid1, die eind 2007 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Met deze nota is het adagium van «privatiseren, tenzij» verlaten en zal vanaf heden«publiek, tenzij» gelden. Hiermee komt het accent te liggen bij een actief publiek aandeelhouderschap, waarin het toezicht op beloningsbeleid, vermogensposities, investeringsbeslissingen en de strategie van de deelnemingen centraal staat. Bedrijfseconomisch doelmatig beheer van de deelnemingen blijft hierbij uitgangspunt. De uitgangspunten van dit beleid zijn gedurende 2007 al toegepast in het beheer van deelnemingen en zullen vanaf 2008 in de volledige portefeuille worden geïmplementeerd.

Naast de financiële activa in de vorm van staatsdeelnemingen, richt de minister van Financiën zich ook op het bevorderen van de bedrijfseconomische doelmatigheid en optimaal financieel resultaat bij andere, materiële activa van de Staat. Hiervoor formuleert het Ministerie van Financiën bijvoorbeeld de financiële randvoorwaarden voor de inzet van (overtollige) gronden van het Rijk. Zo zijn in 2007 financiële kaders geformuleerd voor gebiedsontwikkelingsprojecten van het Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf (GOB).

Met betrekking tot publiek private samenwerking (PPS, één van de instrumenten om bedrijfseconomische doelmatigheid te bereiken bij overheidsinvesteringen), is in 2007 een Rijksbrede aanpak van het kennismanagement bereikt, waarbij vakdepartementen opgedane kennis delen en gezamenlijk PPS standaardproducten ontwikkelen. Daarnaast wordt PPS door vakdepartementen, na het uitvoeren van een vergelijking tussen een publieke- en een private aanpak (Publiek Private Comparator, PPC), steeds vaker ingezet bij het realiseren van beleidsdoelstellingen.

Externe factoren

De mogelijkheden om de algemene beleidsdoelstelling te behalen worden (mede) bepaald door andere partijen. Op het gebied van de staatsdeelnemingen zijn veel stakeholders betrokken. Zo komt het voor dat belangen van stakeholders niet parallel lopen aan die van de minister van Financiën, waardoor (snelle) doelbereiking kan worden gehinderd. Vanwege hun verantwoordelijkheid voor met staatsdeelnemingen gemoeide publieke belangen, zijn ook enkele vakdepartementen betrokken bij het beheer van staatsdeelnemingen. Verder is bijvoorbeeld in het geval van minderheidsdeelnemingen de steun van medeaandeelhouders van belang om beleid uit te zetten. Denk hierbij aan besluiten over de vermogenspositie van deelnemingen of matiging van het bezoldigingsbeleid van bestuurders van deelnemingen.

Op het gebied van publiek private samenwerking zijn de investerende vakdepartementen zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van het Rijksbrede beleid. Vakdepartementen voeren zelf PPC’s uit en besluiten vervolgens al dan niet PPS toe te passen. Ook zijn zij actief betrokken in het Rijksbrede PPS kennismanagement. De aanpak omtrent activabeleid is in 2007 gewijzigd van Rijksbreed beleid naar het opstarten van pilots.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector Bedragen x € 1000
Algemene beleidsdoelstelling:Bedrijfseconomische doelmatigheid en optimaal financieel resultaat bij investeren in en verwerven, afstoten en beheren van de financiële en vaste activa van de Staat.RealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 2003200420052006200720072007
Verplichtingen70 37542 77710 097 9389 984165 3526 010159 342
Waarvan betalingsverplichting: verwerving vermogenstitels0010 067 312050 000050 000
Waarvan garantieverplichting: Regeling BF17 29325 96515 7500– 34 3220– 34 322
Waarvan garantieverplichting: uitvoeringskosten vermogenstitels/vrijwaringen0000139 8610139 861
Waarvan overige verplichtingen53 08216 81214 8769 9849 8136 0103 803
        
Uitgaven12 56260 54910 081 61011 16263 02919 59343 436
Programma-uitgaven5 43149 20310 070 22095150 76914 08336 686
        
Doelstelling 1 Aangaan, beheren en afstoten staatsdeelnemingen       
Verwerving vermogenstitels0010 067 312050 000050 000
        
Doelstelling 2 Verhelpen knelpunten in ondernemingsfinanciering       
Regeling BF5 2682 4351 387042813 129– 12 701
PPM2723000454– 454
        
Overig       
Subsidie tijdelijke regeling tankstations151 72890000
Uitvoeringskosten tijdelijke regeling tankstations1211722158606
PPS Zuidas001 291893335500– 165
Verstrekte leningen045 00000000
        
Apparaatsuitgaven7 13111 34611 39010 21112 2605 5106 750
Personeel en materieel3 4193 0832 9482 7002 7123 083– 371
Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen3 7128 2638 4427 5119 5482 4277 121
Ontvangsten3 172 1282 688 8415 177 1375 408 7172 930 3662 002 158928 208
Programma-ontvangsten3 172 1282 688 8415 177 1375 408 7172 930 3662 002 158928 208
        
Doelstelling 1 Aangaan, beheren en afstoten staatsdeelnemingen       
        
Opbrengst onttrekking vermogenstitels000423 120305 626250 00055 626
Dividend staatsdeelnemingen193 228513 947508 591809 302659 264638 59320 671
Opbrengst vermogenstitels2 025 0001 286 5883 696 6783 127 395684 5090684 509
Rente en aflossing div. leningen495 040127 395104 132100 28079 02979 036– 7
Afdracht Holland Casino0137 308122 70092 78679 23880 000– 762
Afdrachten Staatsloterij (ontv. t/m 2004 op art. 6)83 111132 87283 22699 423110 95990 00020 959
Winstuitkering DNB (ontv. t/m 2005 op art. 2)353 262445 600616 924739 712983 107835 000148 107
Terugstorting agio16 45738 87638 16012 40224 80420 0004 804
        
Doelstelling 2 Verhelpen knelpunten in ondernemingsfinanciering       
Regeling BF/PPM4 4324 3576 7253 9573 8309 529– 5 699
        
Overig       
Tijdelijke regeling subsidie tankstations1 5981 8981340000

Toelichting bij tabel budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen

Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door de aangegane betalingsverplichting voor de verwerving van vermogenstitels en de aanpassing in garantieverplichtingen van de uitvoeringskosten staatsdeelnemingen en regeling Bijzondere Financiering. Met de garantieverplichting van de uitvoeringskosten staatsdeelnemingen worden garanties en vrijwaringen bedoeld die onder meer zijn afgegeven door de Staat in diens hoedanigheid van verkoper van staatsdeelnemingen.

Uitgaven

Verwerving vermogenstitels (+ € 50,0 mln.)

Met het oog op de voor de financiering van de Tweede Maasvlakte benodigde vermogenspositie is de Staat in 2007 medeaandeelhouder van het Havenbedrijf Rotterdam geworden. De uitgave van € 50 mln. vormt de eerste tranche waarmee de Staat (converteerbare cumulatief preferente) aandelen heeft verworven.

Regeling BF (– € 12,7 mln.)

Vanwege het afbeheren van de portefeuille is in 2007 een beperkt beroep op de BF-regeling gedaan.

Uitvoeringskosten Staatsdeelnemingen (+ € 7,1 mln.)

Het verschil wordt verklaard door de advieskosten die samenhangen met de verkoop van staatsdeelnemingen (Sdu, NOVEC en Connexxion) die in 2007 heeft plaatsgevonden.

Ontvangsten

Opbrengst onttrekking vermogenstitels (+ € 55,6 mln.)

In 2007 is door UCN (Ultra Centrifuge Nederland), Connexxion en de NWB (Nederlandse Waterschapsbank) niet geraamde superdividend uitgekeerd.

Dividend staatsdeelnemingen (+ € 20,7 mln.)

De hogere ontvangst betreft regulier dividend. Het verschil wordt verklaard door een hogere ontvangst betreffende een aantal staatsdeelnemingen, waaronder de NS, Schiphol en de Gasunie.

Opbrengst vermogenstitels (+ € 684,5 mln.)

In 2007 zijn de staatsdeelnemingen SDU, NOVEC en (tweederde van de aandelen) in Connexxion verkocht. Verder heeft er restitutie van dividendbelasting plaatsgevonden in verband met de verkoop van aandelen TNT in 2006.

Afdrachten Staatsloterij (+ € 21,0 mln.)

De hogere afdracht komt enerzijds voort uit meer inleggelden. Anderzijds is de afdracht door meevallende verkopen van Oudejaarsloten hoger uitgevallen.

Winstuitkering DNB (+ € 148,1 mln.)

Rente-effecten op de kapitaalmarkt en op de geldmarkt hebben ervoor gezorgd dat de winstafdracht DNB hoger is dan geraamd.

Terugstorting agio (+ € 4,8 mln.)

In 2007 is door het uitstellen van investeringen extra agio uitgekeerd.

Regeling BF (– € 5,7 mln.)

Door het afbeheren van de portefeuille zijn de ontvangsten van de regeling BF in 2007 lager dan geraamd.

4.3.2 Operationele doelstellingen

4.3.2.1 Operationele doelstelling 1: Marktconform beheer van staatsdeelnemingen binnen publieke kaders met toepassing van Nederlandse corporate governance codes.

Doelbereiking

Deze doelstelling is onder meer bewerkstelligd tijdens geïnstitutionaliseerde momenten als de algemene vergaderingen van aandeelhouders en de periodieke gesprekken met voorzitters van Raden van Commissarissen. Maar ook daarbuiten geeft de minister van Financiën invulling aan de corporate governance code, zoals die nu vrijwel bij alle deelnemingen is toegepast. Daarnaast heeft Financiën in 2007 een doelmatiger financieel beheer waaronder vermogensstructuur (de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen) en dividendbeleid (waarbij een pay out ratio van 40% als uitgangspunt geldt) bewerkstelligd. Hiervan vormen de superdividenduitkeringen door NWB en BNG voorbeelden.

Instrumenten
2007Realisatie
• De bevoegdheden die de Staat heeft uit hoofde van het aandeelhouderschap op basis van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Code Tabaksblat;Ja
• Het beleid ten aanzien van het uitoefenen van deze bevoegdheden.Ja

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Vanwege de grote verschillen tussen de deelnemingen is maatwerk geboden en zijn de resultaten van de inspanningen van het ministerie van Financiën moeilijk te meten. Dat neemt niet weg dat voor individuele deelnemingen doelstellingen worden geformuleerd en wordt bezien in hoeverre de ondernomen acties leiden tot realisatie van die doelstellingen. Ook is in de nieuwe Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid inzichtelijk gemaakt op welke wijze in voorgaande jaren invulling is gegeven aan het beheer van deelnemingen en in hoeverre dit tot resultaten heeft geleid. Ook is een jaarverslag1 over het beheer van Staatsdeelnemingen over 2006 aan de Tweede Kamer gepresenteerd.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
kengetal20032004200520062007
% deelnemingen dat voldoet aan de Code Tabaksblatnbnbnb*8586

Bron: Jaarverslagen en statuten van de ondernemingen uit de huidige portefeuille staatsdeelnemingen

* Dit kengetal is per Begroting 2006 ingesteld. Derhalve is het niet mogelijk om informatie op te nemen van voorgaande jaren.

4.3.2.2 Operationele doelstelling 2: Aangaan van staatsdeelnemingen mits dit de bedrijfseconomisch meest doelmatige manier is om publieke doelen te realiseren.

Doelbereiking

Algemeen geldt dat de Staat terughoudend is in het aangaan van nieuwe deelnemingen. Nieuwe deelnemingen worden enkel aangegaan als dat na zorgvuldige afweging van alle alternatieven de beste keuze zou zijn. In mei 2007 is de Staat toegetreden als aandeelhouder van het Havenbedrijf Rotterdam. De deelneming in het Havenbedrijf Rotterdam draagt bij aan een doelmatige invulling van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam door onder andere te zorgen voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Verder is de mogelijke deelneming van het Rijk in de onderneming ten behoeve van een doelmatige uitvoering van het project «Zuidas» in Amsterdam in voorbereiding.

Instrumenten

In de praktijk heeft de Staat bij het aangaan van deelnemingen formeel bezien nog geen vennootschapsrechtelijke instrumenten ter beschikking, omdat de Staat nog geen aandeelhouder is en dus ook de bij de aandeelhoudersrol behorende bevoegdheden niet kan uitoefenen. Wel neemt de Staat deze bevoegdheden al als uitgangspunt, wanneer wordt onderhandeld over het aangaan van een nieuwe deelneming. Zo is ook gehandeld bij de deelneming in het Havenbedrijf Rotterdam. De activiteiten die bij het voorbereiden en uitvoeren van aankooptransacties kunnen horen, zijn vergelijkbaar met de situatie waarin de Staat het beheer uitoefent. Zij het met dat verschil dat bij het aangaan van deelnemingen ook het betrekken van en afstemmen met het desbetreffende vakdepartement waar het gaat om departementoverstijgend beleid ten aanzien van de aankoop van een deelneming hoort; zoals met het ministerie van Verkeer en Waterstaat bij de deelneming in het Havenbedrijf Rotterdam.

4.3.2.3 Operationele doelstelling 3: Verkoop van staatsdeelnemingen wanneer de publieke belangen zijn geborgd.

Doelbereiking

In 2007 is komen vast te staan dat de publieke belangen in een aantal deelnemingen afdoende zijn geborgd door middel van wet- of regelgeving. Daarom zijn in 2007 Sdu, NOVEC en een tweederde belang in Connexxion verkocht.

DeelnemingOmschrijvingVerwijzing
ConnexxionOp 12 oktober 2007 is de verkoop door de Staat van 66,67% van zijn aandelen in Connexxion Holding N.V aan een consortium van Transdev S.A. en N.V. Bank Nederlandse Gemeenten afgerond. Het resterende belang van de Staat is aan het einde van 2007 nog 33,33%. Kamerstukken II 2005/06, 28 165 IXB, nr. 43
SduOp 5 maart 2007 heeft de Staat met terugwerkende kracht per 1 januari 2006 alle aandelen verkocht aan het consortium van Allianz Capital Partners en ABN AMRO Capital. Het resterende belang van de Staat is aan het einde van 2007 0%.Kamerstukken II 2006/07, 28 165 IXB, nr. 57
NOVECOp 19 februari 2007 heeft de Staat alle aandelen overgedragen aan TenneT BV. Het resterende belang van de Staat is aan het einde van 2007 0%.Kamerstukken II 2006/07, 28 165 IXB, nr. 58
Instrumenten
2007Realisatie
• De bevoegdheden die de Staat heeft uit hoofde van het aandeelhouderschap op basis van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Code Tabaksblat;Ja
• Het beleid ten aanzien van het uitoefenen van deze bevoegdheden.Ja

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Het gemiddelde van opbrengsten uit de verkoop van staatsdeelnemingen in de vier voorgaande jaren (2003–2006) biedt een referentiekader om de verkoopopbrengsten van het lopende jaar te vergelijken.

Kengetal (x € mln.)
 2003–2006200520062007
verkoopopbrengsten (4 jaren)2 5343 6973 127684

Bron: Financieel Jaarverslag Rijk

4.3.2.4 Operationele doelstelling 4: Vakdepartementen realiseren publieke doelen met een bedrijfseconomisch meest doelmatige inzet van activa

Doelbereiking

Om een bedrijfseconomisch doelmatige inzet van middelen door vakdepartementen te stimuleren, is in 2007 langs meerdere wegen gewerkt aan het scheppen van transparantie in kosten en opbrengsten van investeringsbeslissingen. Naast de realisatie van beleidsdoelstellingen van vakdepartementen, worden bij investeringsprojecten bedrijfseconomische doelstellingen als financieel rendement en minimalisatie van risico’s nagestreefd.

Als medeopdrachtgever voor het Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf (GOB), stuurt het Ministerie van Financiën op transparantie van de inzet van (de marktconforme waarde van) gronden ter realisatie van beleidsdoelstellingen en op risico’s en rendementen. In 2007 is met succes proefgedraaid met het batenlastenstelsel voor Domeinen OZ, waarbij tevens bedrijfseconomische criteria worden toegepast bij beleidsontwikkeling en vraagstukken in de uitvoering. Per 1 januari 2008 is de baten-lastendienst Domeinen OZ formeel van start gegaan.

Instrumenten
2007Realisatie
• Ontwikkelen van beleidskaders;Ja
• Coördinatie van projectoverstijgende zaken;Ja
• Adviseren;Ja
• Participeren in projecten;Ja
• Kennismanagement;Ja
• Ontwikkelen van kennis en instrumenten.Ja

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Voor deze doelstelling kunnen geen prestatie-indicatoren worden gegeven. Wel wordt voor enkele publieke investeringsprojecten als de Zuidas en GOB projecten gewerkt met bedrijfseconomische kengetallen.

4.3.2.5 Operationele doelstelling 5: Departementen maken voor grote overheidsinvesteringen een gestructureerde, bedrijfseconomische afweging en geven concessies uit en/of gaan PPS-constructies aan als dit de bedrijfseconomisch meest doelmatige manier is om publieke middelen te realiseren.

Doelbereiking

Met PPC’s1 wordt onderzocht of het doelmatig is om een project via PPS uit te voeren. Als de uitkomst positief is dan wordt er met een PPS-uitvoering een project met een betere prijs-kwaliteitverhouding gerealiseerd.

Rijkssectoren: Zowel de Rijksgebouwendienst (VROM) als Rijkswaterstaat (V&W) zijn in staat zelfstandig PPC’s en PPS-projecten uit te voeren. Het is steeds meer onderdeel van de reguliere organisatie. Defensie heeft momenteel één project in aanbesteding (de Kromhout Kazerne) en werkt aan het inbedden van de PPC in de organisatie.

Andere sectoren: Het servicecentrum voor onderwijshuisvesting bevindt zich in de oprichtingsfase. Dit servicecentrum zal scholen onder andere assisteren bij PPS-constructies. De minister van Financiën richt dit samen met OCW, schoolbesturenorganisaties en de VNG op.

Instrumenten
2007Realisatie
• Advies en participatie in PPS-projecten;Ja
• Coördinatie van projectoverstijgende zaken;Ja
• Kennismanagement;Ja
• Ontwikkelen en optimaliseren van instrumenten, waaronder de PPC/PSC* methodiek, handleidingen en standaardcontracten;Ja
• Ontwikkelen van beleidskader;Ja
• Stimuleren feitelijke toepassing.Ja

* De PSC (Public Sector Comparator) is een instrument waarmee de werkelijke kosten en opbrengsten bij publieke uitvoering van het project worden geraamd, gedurende dezelfde looptijd als het beoogde pps contract. Dit betreft ook de projectrisico’s die bij publieke uitvoering wel voor rekening van de overheid komen, maar die zij gewoonlijk niet waardeert. De PSC bevordert een objectieve vergelijking tussen publieke- en pps-uitvoering en ondersteunt zo de besluitvorming over de gunning van een pps-contract.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling

Onderstaande tabel laat het aantal uitgevoerde PPC’s zien. In 2007 zijn 10 PPC’s uitgevoerd. Het aantal uitgevoerde PPC’s vertoont gelijke tred met het aantal projecten wat de departementen VROM, V&W en Defensie aanbesteden die geschikt zijn om als PPS uit te voeren. In de andere sectoren ligt de beslissing om een PPC uit te voeren bij de scholen en instellingen zelf.

Kengetal: aantal uitgevoerde PPC’s
 Realisatie 2000–2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007
Infra3376*
Rijksgebouwen3104**
Scholen22
Defensie1
Zorg11
Anders1
Totaal9151010

Bron: Vakdepartementen (Vakdepartementen geven aan als ze een PPC hebben uitgevoerd. Op basis van deze informatie is de tabel tot stand gekomen).

* Er heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden op basis van de uitkomsten van deze PPC toetsen.

** De Rijksgebouwendienst heeft vier PPC toetsen afgerond; vijf lopen er nog.

Buiten het bovenstaande kengetal is het niet mogelijk andere realistische of concrete prestatie-indicatoren voor PPS en concessies te geven. De voortgang en prestaties van het Ministerie van Financiën en van de projectverantwoordelijke departementen op het gebied van PPS worden beschreven in de voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer1.

4.3.3 Overzicht afgeronde onderzoeken

Type OnderzoekOperationele doelstelling OnderwerpStartAfgerondVindplaats
Overig evaluatie onderzoekOperationele doelstelling 1, 2 en 3 Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid20072007Kamerstukken II 2007/08, 28 165 IXB, nr. 69
 Evaluatie deelnemingen (publieke belangen)stopgezet  

Toelichting tabel

In 2007 zijn er geen beleidsdoorlichtingen en/of effectonderzoeken ex-post gestart en/of afgerond.

Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid

Over onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid is in de ontwerpbegroting 2007 een evaluatie in het vooruitzicht gesteld. Zo was een beleidsdoorlichting van de operationele doelstellingen 1, 2 en 3 (het aangaan, beheren en afstoten van staatsdeelnemingen) aangekondigd. Deze heeft vorm gekregen in de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid zoals die eind 2007 naar de Tweede Kamer is verstuurd. Op verzoek van leden van Tweede Kamer is hierin vooral aandacht geschonken aan de evaluatie van (de samenstelling van) de portefeuille van staatsdeelnemingen en de implicaties hiervan voor het nieuwe staatsdeelnemingenbeleid.

Evaluatie deelnemingen (publieke belangen)

De periodieke evaluaties van de borging van publieke belangen werden door de afzonderlijke staatsdeelnemingen genoemd. Deze zijn in 2007 niet verricht en zullen vanaf heden ook niet meer worden verzorgd. Dit heeft te maken met het nieuwe staatsdeelnemingenbeleid zoals dat is vervat in de eerder genoemde Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid. Belangrijk in die Nota is dat het in beginsel niet in de rede ligt nog deelnemingen af te stoten. Gegeven dat de jaarlijkse evaluaties van het aandeelhouderschap van staatsdeelnemingen veelal tot doel hadden te bezien of het aandeelhouderschap door de Staat nog langer een functie vervulde voor het borgen van het publieke belang, is de toegevoegde waarde van periodieke evaluatieverslagen voor alle deelnemingen minder geworden.

4.4 Internationale financiële betrekkingen

4.4.1. Algemene beleidsdoelstelling

Het bevorderen van een financieel-economisch gezond en welvarend Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Nederland heeft ook in 2007 bijgedragen aan de bevordering van een financieel-economisch gezond en welvarend Europa door bijvoorbeeld in internationale overleggen de aandacht te vestigen op de noodzaak tot begrotingsdiscipline ook in economisch goede tijden zodat lidstaten hun begrotingstekorten verkleinen en wegwerken. Daarnaast is Nederland actief in discussies en onderhandelingen over de Europese jaarbegroting en meerjarenbegroting waarbij Nederland zich inzet voor begrotingsdiscipline op Europees vlak. Een goed voorbeeld hiervan is de besluitvorming over de financiering van het Europese satellietnavigatiesysteem Galileo en het European Instititue of Techonology (EIT). Door toedoen van, onder andere, Nederland is een groter deel van de additioneel benodigde middelen voor Galileo en EIT bijeengebracht middels herschikking binnen de relevante begrotingscategorie van de Financiële Perspectieven. Daarnaast is op initiatief van Nederland een verklaring aangenomen die de eenmaligheid van de amendering van de Financiële Perspectieven vastlegt (zie voor meer informatie, Kamerstukken II 2007/08, 21 501-07, nr. 589).

Nederland heeft daarnaast bijgedragen aan een evenwichtige internationaal financieel-economische ontwikkeling door een actieve bijdrage te leveren aan beleidsdiscussies op Europees en mondiaal niveau. Ook heeft Nederland zich ingezet voor het vergroten van de bijdrage die verschillende Internationale Financiële Instellingen (IFI’s) leveren aan een evenwichtige financieel-economische ontwikkeling. In het begin van 2007 heeft de hoge groei van de wereldeconomie aangehouden. De internationale economie is in de tweede helft 2007 echter opgeschrikt door de crisis op de Amerikaanse hypotheekmarkt en daaropvolgende turbulentie op de financiële markten. Hoewel er nog veel onzekerheden bestaan over de gevolgen, zijn de groeiverwachtingen van alle geïndustrialiseerde landen inmiddels naar beneden bijgesteld.

Externe factoren

De crisis op de Amerikaanse hypotheekmarkt en de daaropvolgende turbulentie op de financiële markten zijn externe factoren die sterk van invloed zijn geweest op de vooruitzichten voor de internationale financieel-economische ontwikkeling. Er zijn nog veel onzekerheden over de gevolgen.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 4 Internationale financiële betrekkingen Bedragen x € 1000
Algemene beleidsdoelstelling:Het bevorderen van een financieel-economisch gezond en welvarend Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkelingRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 2003200420052006200720072007
Verplichtingen2 456 08692 2961 790 39044 7631 020 432115 826– 1 136 258
Waarvan betalingsverplichtingen2 91184 563577 32624 8123582 381– 2 023
        
Waarvan garantieverplichtingen:2 453 1757 7331 213 06419 9511 020 790113 445– 1 134 235
Mutlilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen2 389 3160569 76019 951– 404 9140– 404 914
EIB: overeenkomsten Lomé en Cotonou63 8597 7334 5210000
DNB: IMF en kredietfaciliteiten BIS00638 7830– 615 876113 445– 729 321
        
Uitgaven206 712358 465325 90651 709141 87475 55066 324
Programma-uitgaven203 817355 682323 24649 085139 35073 16966 181
        
Doelstelling 2 Bevorderen van een evenwichtige financieel-economische ontwikkeling       
Mutlilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen203 817355 682323 24649 085139 35073 16966 181
        
Apparaatsuitgaven2 8952 7832 6602 6242 5242 381143
        
Ontvangsten29 9711 6531 36184459 48875258 736
Doelstelling 2 Bevorderen van een evenwichtige financieel-economische ontwikkeling       
Programma-ontvangsten29 9711 6531 36184459 48875258 736

Toelichting bij tabel budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen

Het verschil betreft voornamelijk de negatieve bijstelling van oude (reeds aangegane) verplichtingen. Op grond van de nieuwe Regeling Departementale Begrotingsadministratie moeten negatieve bijstellingen in de departementale verantwoording worden verwerkt. Tot 2007 was dit niet verplicht. De negatieve bijstelling is vooral het gevolg van lager uitgevallen garantieverplichtingen. Deze worden verklaard door een lagere dollarkoers ultimo 2007 ten opzichte van ultimo 2006.

Uitgaven

Programma-uitgaven (+ € 66,2 mln.)

De hogere uitgaven zijn voornamelijk het gevolg van aanpassingen in de verzilveringsschema’s van de Internationale Ontwikkelings Associatie (IDA) en het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds (AfDF).

Ontvangsten

Programma-ontvangsten (+ € 58,7 mln.)

Het verschil heeft voornamelijk betrekking op ontvangsten van het aan Nederland toekomende saldo op de zogenaamde speciale EU-rekeningen bij de Europese Investeringsbank (EIB).

Op de rekening worden bedragen geboekt die toekomen aan de EIB-lidstaten die oorspronkelijk een bijdrage hebben geleverd aan een door de EIB uitgeleende hoofdsom (Europese Ontwikkelingsfonds). Na aflossing door lenende landen op de betreffende leningen wordt het aan Nederland toekomende deel van die aflossingen geparkeerd op de speciale rekening bij de EIB. Op verzoek van Nederland is het Nederlandse tegoed overgemaakt.

4.4.2 Operationele doelstellingen

4.4.2.1 Operationele doelstelling 1: Het bevorderen van een gezonde en stabiele monetaire en budgettaire ontwikkeling van de Europese Unie en haar lidstaten.

Doelbereiking

Nederland heeft, middels zijn instrumenten, bijgedragen aan een gezonde en stabiele monetaire en budgettaire ontwikkeling van de EU en haar lidstaten. Kortheidshalve wordt verwezen naar:

– de EU-begroting voor 2008 en het akkoord over de financiering van Galileo en EIT. Door de actieve inzet van Nederlandse zijde is uiteindelijke een voor Nederland bevredigend resultaat bereikt (zie Kamerstukken II 2007/08, 21 501–07, nr. 589);

– Nederlandse inzet voor meer aandacht door diverse lidstaten voor de noodzaak tot begrotingsdiscipline in economisch goede tijden, zodat ook in de toekomst het eurogebied financieel-economisch gezond blijft (zie Ecofin-verslagen). De (mede) door Nederland bepleitte nadruk op budgettaire verbetering heeft er in 2007 toe bijgedragen dat zowel het nominale begrotingssaldo als het structurele begrotingssaldo in de Europese Unie en het eurogebied voor 2007 ten opzichte van 2006 aanzienlijk zijn verbeterd.

Instrumenten
2007Realisatie
• Deelname aan E(M)U;Ja
• Standpuntbepaling in onderhandelingen over het EU-budget voor 2008;Ja
• Ratificatie Eigen Middelenbesluit: voorlichting Kamer en monitoring voortgang;Ja
• Voorbereiding en standpuntbepaling, ook in internationaal perspectief, met betrekking tot review van de EU-financiën;Ja
• Toetsing nieuwe beleidsvoorstellen op subsidiariteit, proportionaliteit, financiële consequenties en administratieve lasten;Ja
• Behandelen aanvragen Exchange Rate Mechanism (ERM-II) en aanvragen toetreding eurozone. Monitoren van nieuwe lidstaten binnen ERM-II;Ja
• Het bevorderen van de begrotingsdiscipline en een stabiele macro-economische omgeving in de EMU door een evenwichtige multilateral surveillance;Ja
• Monitoring onderhandelingen over aquis communautaire en economische ontwikkelingen in kandidaat-EU-lidstaten.Ja
Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
Kengetal (in %)20032004200520062007
Reële BBP Groei Eurogebied0,82,01,52,82,5
Reële BBP Groei EU-251,52,72,03,23,0

Bron: IMF (World Economic Outlook, oktober 2007)

4.4.2.2 Operationele doelstelling 2: Het bevorderen van een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling. Essentieel daarbij is behoud van de financiële soliditeit en samenhang in het opereren van de Internationale Financiële Instellingen (IFI’s).

Doelbereiking

Nederland heeft bijgedragen aan een evenwichtige internationaal financieel-economische ontwikkeling door een actieve bijdrage te leveren aan beleidsdiscussies op Europees en mondiaal niveau. Nederland heeft bijvoorbeeld het onderwerp staatsfondsen op de agenda van het IMF gezet. Daarbij werd gepleit voor meer transparantie van de kant van staatsfondsen.

In discussies over het bestuur van de IFI’s heeft Nederland gepoogd te komen tot het hervormen van de instellingen door een kritische maar constructieve houding aan te nemen. Een goed voorbeeld hiervan is de discussie over de quota- en stemverdeling binnen het IMF. Nederland heeft in deze discussie steeds aangegeven dat het bereid is invloed in te leveren, maar dat het wel op een eerlijke, transparante en inhoudelijk te verdedigen wijze moet gebeuren. Hoewel de discussie over een nieuwe verdelingsformule lastig blijkt, is er op een aantal gebieden onmiskenbaar vooruitgang geboekt. Zo is vastgesteld dat het voor Nederland, de Nederlandse kiesgroep en lage-inkomenslanden belangrijke «compressie» een rol in de formule krijgt. Compressie zorgt ervoor dat kleine landen een relatief groter stemaandeel krijgen dan grote landen en dat hun stem daardoor voldoende gehoord wordt.

Nederland heeft actief deelgenomen aan de beleidsdiscussies die gevoerd zijn in het kader van de elfde middelenaanvulling van het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds (AfDF-11) en de vijftiende middelenaanvulling van de International Development Association (IDA-15). Belangrijke thema’s betroffen de rol van de beide instellingen in de internationale hulparchitectuur, in het bijzonder in fragiele staten, de ontwikkelingseffectiviteit van en het behalen van resultaten door de instellingen, de verdeling van de beschikbare middelen, de lange-termijn financiële soliditeit van de instellingen en het financiële raamwerk voor de komende drie jaar. Nederland heeft in deze discussies ingezet op een heldere definiëring van de rol van AfDF en IDA, inclusief een strategie ten aanzien van fragiele staten, verdere verbetering van de effectiviteit van de instellingen, en versterkte financiële inzet met behoud van soliditeit.

Instrumenten
2007Realisatie
• Deelname in IFI’s;Ja
• Toezicht op rol IFI’s bij de bevordering van het financieel-economische evenwicht;Ja
• Toezicht op financiële deugdelijkheid IFI’s;Ja
• Mid-Term Reviews en Middelenaanvullingen. Naar verwachting zullen de middelenaanvullingen van de AfDF, AsDF en IDA, die eind 2006 beginnen, afgerond worden in 2007. De nadruk daarbij zal liggen op de uitwerking van het schuldhoudbaarheidsraamwerk;Deels
• Maken van internationale economische analyses die vereist zijn om de internationale beleidsdiscussie en respons te kunnen beïnvloeden;Ja
• Adequate Nederlandse representatie in belangrijke internationaal-economische gremia. Vooral van belang in discussies rond hervorming bestuur van IMF en WB.Ja

Toelichting instrumenten

De onderhandelingen over de middelenaanvulling van het Aziatische Ontwikkelingsfonds (AsDF) zijn pas in 2007 gestart en zullen in 2008 worden afgerond. De onderhandelingen over AfDF en IDA zijn wel succesvol afgerond. In de onderhandelingen werd geconcludeerd dat het schuldhoudbaarheidsraamwerk tot wasdom is gekomen en geen verdere aanpassing behoeft.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
Kengetal (in %)20032004200520062007
Reële groei van de wereldeconomie4,05,34,85,45,2
Groei van het volume van de wereldhandel5,510,87,59,26,6

Bron: IMF (World Economic Outlook, oktober 2007)

4.5. Exportkredietverzekering en investeringsgaranties

4.5.1 Algemene beleidsdoelstelling

Een zo compleet mogelijke markt voor verzekering van risico’s die zijn verbonden aan export en investeringen in het buitenland.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Ten behoeve van de algemene doelstelling zijn in 2007 de exportkredietverzekering (EKV) en de Tijdelijke Regeling herverzekering investeringen (TRhi) als instrumenten ingezet. In 2007 zijn onder de EKV 93 polissen uitgereikt, onder de TRhi 3. Het gaat hier om polissen die gezien hun omvang en looptijd niet tegen redelijke voorwaarden op de private markt verkregen konden worden.

Om te voorkomen dat de Nederlandse exporteurs internationaal gezien in een nadelige positie komen en daardoor orders mislopen heeft de Staat deze risico’s op zich genomen. Dit heeft een gunstige invloed op de werkgelegenheid, innovatie en het concurrentievermogen. Daarbij heeft de Staat voldaan aan de internationale eis dat op basis van kostendekkendheid geopereerd dient te worden.

Externe factoren

Het jaar 2007 heeft in het teken gestaan van de aanscherping van de internationale regels voor exportkredietverzekering ten aanzien van de bescherming van het milieu, het beter voorkomen van omkoping, het verder bevorderen van sociale arbeidsomstandigheden en het versterken van de schuldhoudbaarheid van ontwikkelingslanden.

Ook is in internationaal verband vooruitgang geboekt bij het bevorderen van het level playing field. Door de toenemende internationalisering neemt het aantal spelers op de markt voor exportkredietverzekeringen steeds verder toe. Landen die voorheen een minder prominente rol speelden op handelsvlak, zoals Brazilië, India en China, worden steeds belangrijkere concurrenten.

Om te borgen dat Nederlandse exporteurs ook met deze landen onder gelijke voorwaarden kunnen concurreren is het van groot belang om de opkomende economieën bij de werkzaamheden van de OESO te betrekken. Dit proces wordt outreach genoemd, en neemt steeds concretere vormen aan.1

In het streven naar een efficiëntere overheid is het stroomlijnen van de uitvoering van de faciliteit in 2007 een nieuwe fase ingegaan. Het huidige herverzekeringsstelsel wordt namelijk vervangen door een stelsel waarbij door de uitvoerder staatspolissen worden uitgegeven op naam en voor rekening van de Staat. Daarnaast zal De Nederlandsche Bank zich terugtrekken uit het EKV circuit.2

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 5 Exportkredietverzekering en investeringsgaranties Bedragen x € 1000
Algemene beleidsdoelstelling:Een zo compleet mogelijke markt voor verzekering van risico’s die zijn verbonden aan export en investeringen in het buitenlandRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 2003200420052006200720072007
Verplichtingen5 122 0733 746 5574 529 1263 141 3512 293 93611 953 037– 9 659 101
waarvan betalingsverplichtingen:13 07312 55712 12617 35120 54516 9813 564
waarvan kostenvergoeding Atradius DSB11 78311 59911 20013 74012 89812 85642
        
waarvan garantieverplichtingen:5 109 0003 734 0004 517 0003 124 0002 273 39111 936 056– 9 662 665
EKV4 934 0003 577 0004 441 0003 123 0002 340 39111 332 276– 8 991 885
Rhi175 000157 00076 0001 000– 67 000453 780520 780
MIGA00000150 000– 150 000
        
Uitgaven141 17886 35547 78832 83031 936112 481– 80 545
Programma-uitgaven128 12773 79135 66215 47915 29995 500– 80 201
        
Doelstelling 1 Doelmatige inzet herverzekeringsfaciliteiten       
Schade-uitkering EKV128 12773 79135 66215 47911 39195 000– 83 609
Schade-uitkering Rhi00000500– 500
Schade-uitkering MIGA0000000
Uitgaven risicobeheer00003 90803 908
        
Apparaatsuitgaven13 05112 56412 12617 35116 63716 981– 344
Personeel en materieel1 2869579269111 1391 12514
Kostenvergoeding Atradius DSB11 76511 60711 20013 74012 89812 85642
Uitvoeringskosten EXIM   2 7002 6003 000– 400
        
Ontvangsten238 313266 972570 688976 985225 85379 250146 603
Programma-ontvangsten238 313266 972570 688976 985225 85379 250146 603
        
Doelstelling 1 Doelmatige inzet herverzekeringsfaciliteiten       
Premies EKV39 26469 56421 18269 24653 97340 00013 973
Premies Rhi1 2641 3291 6141 1821 1131 250– 137
        
Doelstelling 2 Kostendekkendheid       
Schaderestituties EKV197 785196 079547 892906 557170 76738 000132 767

Toelichting bij tabel budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen

In de begroting is een stelpost opgenomen voor de maximaal te verstrekken garanties (verplichtingenplafond). Het verschil tussen de begroting en realisatie geeft aan welk bedrag onbesteed is gebleven.

Uitgaven

Schade-uitkering EKV (– € 83,6 mln.)

Mede door de relatief gunstige economische situatie zijn er in 2007 minder claims ingediend op de lopende verzekeringsportefeuille. De schade-uitkeringen vallen hierdoor veel lager uit dan verwacht.

Uitgaven risicobeheer (+ € 3,9 mln.)

In 2007 zijn uitgaven gedaan om een gedeelte van het risico op Indonesië via een credit default swap (CDS) pilot in de markt weg te zetten.

Ontvangsten

Premies EKV (+ € 14 mln.)

Door het in verzekering nemen van enkele grote transacties zijn de premieontvangsten hoger uitgevallen dan verwacht.

Schaderestituties EKV (+ € 132,8 mln.)

In 2007 zijn omvangrijke vervroegde aflossingen ontvangen van onder andere Angola en Peru. Hierdoor zijn de gerealiseerde schaderestituties hoger dan begroot.

4.5.2 Operationele doelstellingen

4.5.2.1. Operationele doelstelling 1: Het aanbieden van herverzekeringsactiviteiten voor risico’s verbonden aan export en investeringen in het buitenland, die door de markt niet kunnen worden aangeboden.

Doelbereiking

Versterking risicomanagement

De Staat vult de markt aan door herverzekeringsfaciliteiten en investeringsgaranties aan te bieden. Daarbij accepteert de Staat alleen aanvaardbare risico’s. Om risico’s te identificeren en zoveel mogelijk te beperken is risicomanagement één van de pijlers van het beleid. In 2007 is een goede start gemaakt met de bouw van een portefeuillemodel waarmee de risico’s op portefeuilleniveau in kaart kunnen worden gebracht en waarmee de portefeuille-effecten van nieuwe transacties zichtbaar kunnen worden gemaakt.

Een door de Staat gebruikt risico-instrument is de credit default swap1. In 2007 heeft de Staat een gedeelte van het landenrisico op Indonesië afgedekt in de markt door middel van een credit default swap.2 De inzet van dit instrument maakt nieuwe export naar Indonesië mogelijk.

Scherpere eisen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Projecten moeten voldoen aan de regels van maatschappelijk verantwoord ondernemen, om in aanmerking te komen voor herverzekering door de Staat. In verband met de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven wordt daarbij zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de geldende internationale regelgeving. In 2007 zijn de normen op het gebied van het milieu, omkoping en de sociale arbeidsomstandigheden verder aangescherpt en is de transparantie van de voor herverzekering in aanmerking komende projecten verhoogd.3 Een ander belangrijk onderdeel is verantwoord leenbeleid aan lage inkomens landen. Deze landen mogen niet in een schuldencrisis terecht komen door de herverzekeringsfaciliteiten. Om dit te bereiken zijn Nederland en een aantal medestanders bij de OESO besprekingen gestart met als doel het beleid te laten aansluiten bij het schuldhoudbaarheidsraamwerk van het IMF en de Wereldbank.

Efficiëntere uitvoering

In 2007 is een proces in gang gezet om te komen tot een efficiëntere uitvoering van de faciliteit. Daartoe wordt het bestaande herverzekeringsstelsel vervangen door een (in de wereld meer gebruikelijk) stelsel waarbij de Staat rechtstreeks polissen afgeeft (’staatspolissen’). Ook wordt het aantal bij de uitvoering betrokken partijen teruggebracht doordat de EKV-taken en de taken op het gebied van de TRhi van De Nederlandsche Bank komen te vervallen. Deze taken en verantwoordelijkheden zullen bij de Staat en Atradius DSB worden geborgd.

Instrumenten
2007Realisatie
• Exportkredietverzekering (EKV);Ja
• Tijdelijke Regeling herverzekering investeringen (TRhi);Ja
• MIGA, via de herverzekeringsovereenkomst met de Wereldbank.Nee

Toelichting instrumenten

De Staat biedt mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven om gebruik te maken van MIGA.1 In 2007 zijn geen MIGA garanties in herverzekering genomen.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
IndicatorenBasiswaarde 2004Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
Doorlooptijden van verzekeringsaanvragen555555575271

Bron: doorlooptijden worden door Atradius DSB gemeten en op maandelijkse basis gerapporteerd aan de Staat.

Toelichting

Doelmatige uitvoering van de inzet van de herverzekeringsfaciliteiten wordt mede gemeten aan de hand van doorlooptijden2 van verzekeringsaanvragen. In het afgelopen jaar is de gemiddelde doorlooptijd uitgekomen op 71 werkdagen, 19 dagen boven de norm. Medio 2007, toen duidelijk werd dat de doorlooptijden fors opliepen, heeft de uitvoerder maatregelen genomen die ertoe hebben geleid dat vanaf september de doorlooptijden weer in de buurt van de norm kwamen te liggen. Samen met de exporteurs zal verder onderzoek worden gedaan naar oorzaken en oplossingen.

Cumulatief uitstaand obligo

kst-31444-IXB-1-4.gif

Toelichting tabel

Bovenstaande figuur geeft het cumulatief uitstaand obligo van de EKV en de TRhi weer. In 2007 is het totale obligo toegenomen als gevolg van een stijging van het aantal afgesloten (her)verzekerde orders. Het obligo uit hoofde van de potentieel (her)verzekerde orders (dekkingstoezeggingen) steeg eveneens.

4.5.2.2 Operationele doelstelling 2: Het minimaliseren van concurrentieverstoring tussen landen met als inzet het creëren en handhaven van een gelijk speelveld voor bedrijven, waarbij wordt gestreefd naar kostendekkendheid van de exportkredietverzekeringsfaciliteiten.

Doelbereiking

Vliegtuigakkoord van OESO-landen

De leidende vliegtuigproducerende landen in de OESO en Brazilië hebben in 2007, onder voorzitterschap van een ambtenaar van het Nederlandse ministerie van Financiën, een akkoord bereikt ter beperking van overheidssteun bij de exportfinanciering van vliegtuigen.1 Dit akkoord voorkomt een nieuw trans-Atlantisch handelsdispuut doordat het gelijke speelveld weer hersteld is. De overeenkomst zal er ook voor zorgen dat producenten en afnemers van vliegtuigen hun transacties zullen baseren op prijs en kwaliteit van het vliegtuig in plaats van op financiële overheidssteun. Nederland is een grote toeleverancier van vliegtuigbouwer Airbus en Boeing. Zeer belangrijk is dat voor het eerst een belangrijke opkomende markt (Brazilië) zich heeft aangesloten bij internationale afspraken over exportkredieten.

Benchmark

Sinds 2003 wordt de Nederlandse EKV faciliteit op een aantal punten vergeleken met gelijksoortige faciliteiten voor de belangrijkste concurrenten van Nederlandse exporteurs. Bij deze benchmark wordt inzichtelijk gemaakt hoe het is gesteld met de concurrentiepositie van de EKV. De uitkomst van de benchmark-exercitie over het jaar 2007 is dat Nederland zich, evenals in 2006, in de middenmoot bevindt binnen de groep van 10 voor de Nederlandse concurrentiepositie van belang zijnde landen.

Faciliteit kostendekkend

De totale exportkredietverzekeringsfaciliteit van de Staat dient kostendekkend te zijn. Dit is vastgelegd in het kader van de WTO en OESO. Kostendekkendheid houdt in dat gemeten over een langere periode de opbrengsten (premies en recuperaties) voldoende moeten zijn om de kosten van de faciliteit (schade-uitkeringen en uitvoeringskosten) te dekken. Het doel is om ongeoorloofde subsidiëring te voorkomen. De kostendekkendheid wordt in Nederland bepaald aan de hand van het model bedrijfseconomische resultaatsbepaling (BERB). De uitkomsten van dit model geven aan dat over de periode 1999–2007 de inkomsten uit de polissen voldoende zijn geweest om de kosten te dekken. Cumulatief is in deze periode een positief resultaat behaald van circa € 78 miljoen. Dit betekent een toename van € 28 miljoen ten opzichte van het cumulatieve resultaat in 2006. Op basis van stresstesten blijkt echter dat het cumulatieve positieve resultaat nog niet voldoende groot is om een eventuele verslechtering van de economische situatie (leidend tot hogere voorzieningen) voldoende op te vangen. Er kan dus nog niet worden gesproken van een structureel positief resultaat.

Bedrijfseconomisch resultaat totale faciliteit cumulatief over 1999–2007 in mln. €.
1. Liquide middelen 239
1.1 Premie460 
1.2 Netto schade– 93 
1.3 Netto koersrisico– 19 
1.4 Netto rente35 
1.5 Uitvoeringskosten– 144 
   
2. Vorderingen 65
   
3. Voorzieningen – 226
3.1 Uitstaand politiek risico– 141 
3.2 Uitstaand commercieel risico– 28 
3.3 Verwachte schade– 27 
3.4 Vorderingen– 28 
3.5 Koersrisico– 2 
Totaal 78
Instrumenten
2007Realisatie
• Actieve deelname aan internationale fora;Ja
• Benchmark-exercitie;Ja
• Bedrijfseconomische Resultaatsbepaling (BERB).Ja

4.5.3 Overzicht afgeronde onderzoeken

Type OnderzoekOperationele doelstelling OnderwerpStartAfgerondVindplaats
Overig evaluatie onderzoekOperationele doelstelling 2 Benchmark indicatoren20082008Ministerie van Financiën

Toelichting tabel

In 2007 zijn er geen beleidsdoorlichtingen en/of effectonderzoeken ex-post gestart en/of afgerond.

4.6 Beheer materiële activa

4.6.1 Algemene beleidsdoelstelling

Roerende en onroerende zaken voor het Rijk worden op doelmatige wijze verworven, beheerd en vervreemd en de allocatie van onroerende zaken voor het Rijk is optimaal.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

In 2007 heeft de Raad voor Vastgoed Rijksoverheid (RVR) een advies opgesteld met het oog op de implementatie van het Kabinetsstandpunt naar aanleiding van het IBO-rapport «organisatie beheersfuncties vastgoed rijk».

Het kabinet had daarin onder meer aangegeven welke voorwaarden verbeterd kunnen worden om een slagvaardig, professioneel en toekomstvast functioneren van het rijksvastgoedstelsel te waarborgen (zie Kamerstukken II 2005/06, 30 253, nr. 3.). Het advies van de RVR bevat in het bijzonder een nadere uitwerking van de wijze waarop financiële en juridische kennis bij Domeinen kan worden samengebracht, zodat privaatrechtelijke aankoop, beheer (verpachting, ingebruikgeving) en verkoop van vastgoed in één professionele organisatie kan worden uitgevoerd. Het advies is in januari 2008 aan de betrokken bewindslieden uitgebracht.

Ook is een onderzoek gestart naar de mogelijkheden om het Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf (GOB) meer armslag te geven om daadwerkelijk (beheerste) risico’s te nemen en aldus ontwikkelingsgericht te kunnen werken.

Domeinen Onroerende Zaken (DMN OZ) heeft voldaan aan de laatste voorwaarden om met ingang van 1-1-2008 als baten-lastendienst verder te kunnen gaan.

Externe factoren

De voornaamste factoren die het doelmatig verwerven, beheren en vervreemden van roerende en onroerende zaken en het optimaal alloceren van onroerende zaken voor het rijk beïnvloeden zijn de (bereidheid tot) samenwerking en afstemming tussen de verschillende departementen en het deskundig en professioneel inspelen op marktsituaties bij vastgoedtransacties.

Met betrekking tot deze factoren zijn in 2007 geen ontwikkelingen te melden die van invloed zijn geweest op de behaalde resultaten.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 7 Beheer materiële activa Bedragen x € 1000
Algemene beleidsdoelstelling: Roerende en onroerende zaken voor het Rijk worden op doelmatige wijze verworven, beheerd en vervreemd en de allocatie van onroerende zaken voor het Rijk is optimaal.RealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 2003200420052006200720072007
Verplichtingen109 42495 55689 85677 345105 79199 0756 716
        
Uitgaven109 01094 01889 76477 249105 51599 0756 440
Programma-uitgaven75 61562 81755 82955 36282 95376 4486 505
        
Doelstelling 1 Optimaal handelen in vastgoed       
Anticiperende aankopen3 0000003 45025 000– 21 550
        
Doelstelling 2 Beheer/verkoop Onroerend       
Onderhoud en beheerskosten21 1167 12310 78210 70211 1906 3444 846
Zakelijke lasten50 57345 96543 98944 66044 86345 104– 241
Overige programma-uitgaven08 933469023 450023 450
        
Doelstelling 3 Bewaring/vervreemding Roerend       
Beheerskosten9267965890000
        
Apparaatsuitgaven33 39531 20133 93521 88722 56222 627– 65
        
Ontvangsten280 551410 643498 504331 769317 424214 205103 219
Programma-ontvangsten276 878405 614493 667329 535315 929213 237102 692
        
Doelstelling 1 Optimaal handelen in vastgoed       
Anticiperende aankopen3 60917 5872021 196000
        
Doelstelling 2 Beheer/verkoop Onroerend       
Verkoop onroerende zaken81 677232 633337 987175 709125 960101 40624 554
Beheersontvangsten101 01195 64692 62996 37697 21478 06119 153
Overige programma-ontvangsten48 89256 96361 53046 44383 14032 27050 870
        
Doelstelling 3 Bewaring/vervreemding Roerend       
Verkoop roerende zaken41 6892 7851 3199 8119 6151 5008 115
Apparaatsontvangsten3 6735 0294 8372 2341 495968527

Toelichting bij tabel budgettaire gevolgen van beleid

Verplichtingen

Voor een toelichting op de verplichtingen wordt verwezen naar de toelichting op de uitgaven.

Uitgaven

Anticiperende aankopen (– € 21,5 mln.)

Aan DMN Onroerende Zaken is een lening verstrekt van € 3,5 mln. voor de aankoop van ruilgronden. Met de Dienst Landelijk Gebied/het Bureau Beheer Landbouwgronden van LNV (DLG/BBL) kon een afspraak worden gemaakt voor het versneld toetsen van individuele aanvragen voor geldleningen ten behoeve van het ontwikkelingsgericht aankopen van gronden in het zogenaamde «Economisch Werklandschap» van het gebiedsontwikkelingsproject Greenport Venlo/Klavertje Vier. Naar verwachting zullen in 2008 de daadwerkelijke leningaanvragen volgen.

Onderhoud en beheerskosten (+ € 4,8 mln.)

De hogere uitgaven worden voornamelijk veroorzaakt door pachtafkopen.

Overige programma-uitgaven (+ € 23,5 mln.)

Het verschil betreft:

– de overname in materieel beheer door het ministerie van Financiën van het ministerie van Defensie van het overtollig gestelde vliegveld Twente; het ministerie van Defensie heeft hiervoor een vergoeding ontvangen (+ € 20,0 mln.);

– de anticiperende aankoop van ruilgrond in Zuidelijk Flevoland (+ € 3,5 mln.).

Ontvangsten

Verkoop onroerende zaken (+ € 24,6 mln.)

Het verschil wordt verklaard door:

– meeropbrengsten uit verkopen van landbouwgronden (+ € 14,6 mln.);

– het doorschuiven van een aantal verkopen van landbouwgronden van 2006 naar 2007 (+ € 10,0 mln.).

Beheersontvangsten (+ € 19,2 mln.)

Het verschil wordt voornamelijk verklaard door:

– hogere zandverkopen tegen een hogere prijs (€ 13,5 mln.);

– een lagere pachtderving vanwege de extra verkooptaakstelling agrarische domeingronden, doordat bij de aanvang van de verkooptaakstelling minder verkopen zijn gerealiseerd dan bij de berekening voor de pachtderving is ingeschat. Het effect van de verkooptaakstelling op de (erf)pachtopbrengsten werkt hierdoor vertraagd door (+ € 5,2 mln.).

Overige programma-ontvangsten (+ € 50,9 mln.)

De hogere opbrengsten zijn voornamelijk het gevolg van:

– het in de Club van Parijs bereikte akkoord over de vervroegde aflossing van schulden door Peru. Hierdoor is de resterende rentecomponent versneld ontvangen (+ € 21,8 mln.);

– hogere opbrengsten van de topdelen1 van de vijfde benzineveiling (+ € 9,0 mln.);

– overdracht van objecten aan de Rijksgebouwendienst die bij de stelselwijziging in 1999 buiten beschouwing zijn gebleven (+ € 6,4 mln.);

– de opgenomen geldlening voor anticiperende aankoop ruilgrond in Zuidelijk Flevoland (+ € 3,5 mln.);

– de opbrengst uit inwerkingtreding van het anti-speculatiebeding betreffende de locatie Ypenburg (+ € 2,5 mln.);

– hogere ontvangsten uit verrekenbedingen en anti-speculatiebedingen (+ € 3,1 mln.);

– de structureel hogere vergoeding van de Rijksgebouwendienst voor zakelijke lasten (eigenarendeel) (+ € 1,9 mln.);

– hogere ontvangsten uit onbeheerde nalatenschappen (+ € 0,8 mln.).

Verkoop roerende zaken (+ € 8,1 mln.)

De hogere opbrengst is het gevolg van incidentele extra verkopen van in beslaggenomen mobiele telefoons.

4.6.2 Operationele doelstellingen

4.6.2.1 Operationele doelstelling 1: Er wordt optimaal gehandeld in vastgoed samen met andere departementen.

Doelbereiking

Raad voor Vastgoed Rijksoverheid (RVR)

De in de RVR samenwerkende Rijksvastgoeddiensten hebben in het verslagjaar de eerste positieve ervaringen opgedaan met het nieuwe beleidskader + met bijbehorende leenfaciliteit voor anticiperend en ontwikkelingsgericht handelen (zie Kamerstukken II 2006/07, 27 581, nr. 29).

Er zijn samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen respectievelijk DMN-OZ en de Dienst Vastgoed Defensie, Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor Archeologie Cultuurlandschap en Monumenten en DMN-OZ en de Rijksgebouwendienst.

Daarnaast heeft de RVR haar Rijksvastgoedinformatiesysteem opnieuw geactualiseerd en aan de departementen beschikbaar gesteld. Tevens heeft zij in 2007 opleidingen en seminars, waar onder een Landelijke rijksvastgoeddag, georganiseerd en een Kennisgids op het gebied van vastgoed en archeologie uitgebracht, bedoeld om op effectieve wijze het kennisniveau van de medewerkers van de Rijksvastgoeddiensten op peil te houden.

Tenslotte heeft de RVR een advies opgesteld met het oog op de implementatie van het Kabinetsstandpunt naar aanleiding van de bevindingen uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Organisatie beheersfuncties vastgoed Rijk (Kamerstukken II 2005/06, 30 253, nr. 3).

ProRail BV, Staatsbosbeheer en het Centrum voor Opvang van Asielzoekers hebben in de loop van het verslagjaar aangegeven (verder) toenadering te willen zoeken tot de RVR.

Individuele Rijksvastgoeddiensten

Na van start te zijn gegaan in de loop van 2006, vertegenwoordigde het GOB op 31 december 2007 het Rijk in 6 grote(re) gebiedsontwikkelingsprojecten (fase 3 projecten Almere, Vliegkamp Valkenburg, Greenport Venlo, Bloemendalerpolder, Vliegveld Twente en Moerdijk).

Aan DMN OZ is de bevoegdheid verleend om anticiperend en ontwikkelingsgericht gronden aan te kopen en ruilgronden te verwerven ten behoeve van (de realisatie van ruimtelijke beleidsdoelstellingen van) andere departementen, zie ook: Kamerstukken II 2007/08, 31 200 IXB, nr. 2, blz. 59.

Instrumenten
2007Realisatie
• Ondersteuning van en deelname aan de Raad voor Vastgoed Rijksoverheid en het Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf (GOB);Ja
• Stimuleren uitwisseling van kennis en ervaring, organiseren van gezamenlijke opleidingen, uniformeren van processen, procedures en contracten, uitwisseling vastgoedplannen en -informatie (o.a. omtrent bezit) tussen departementen, bevorderen adoptie van uitvoerende activiteiten en leveren bijdrage aan opzet en uitbouw shared service organisatie(s) voor uitvoerende activiteiten, een en ander conform het Werkprogramma van de Raad voor Vastgoed Rijksoverheid 2005–2007, de uitkomsten van het IBO beheersfuncties vastgoed Rijk en Programma Andere Overheid;Ja
• Beschikbaar stellen van een actueel kader voor modern en (bedrijfs-economisch) doelmatig activabeleid;Nee
• Beschikbaar stellen van een actueel financieel beleidskader, w.o. het beschikbaar stellen van een actueel beleidskader voor anticiperend handelen in vastgoed en gebiedsontwikkeling;Ja
• Beschikbaar stellen leenfaciliteit voor anticiperende aankoop en gebiedsontwikkeling aan departementen.Ja

Toelichting instrumenten

In de loop van 2007 is gestart met een onderzoek naar de mogelijkheden om het GOB in staat te stellen daadwerkelijk ontwikkelingsgericht te werken. In dit verband wordt ook gekeken naar een mogelijk samengaan van het GOB, DMN-OZ en DLG/BBL, met als eventueel gevolg dat risicodragend deelnemen in gebiedsontwikkelingen voortaan binnen één rijksonderdeel wordt geconcentreerd. Inmiddels heeft ook de Kamer hier aandacht voor gevraagd (zie Motie Atsma, Kamerstukken II 2007/08, 31 200 XIV, nr. 111).

In RVR-verband is een start gemaakt met het in kaart brengen van situaties waarin bedrijfseconomisch doelmatig handelen in vastgoed mogelijk belemmerd wordt door begrotingsvoorschriften. Op basis van deze inventarisatie zal aan de hand van pilot-projecten gezocht worden naar oplossingen voor de hier geschetste problematiek.

Uit het feit dat beide onderzoeken aan het einde van het verslagjaar nog niet waren afgerond, kan worden afgeleid dat er weliswaar aan gewerkt wordt, maar dat van een actueel kader voor modern en (bedrijfseconomisch) doelmatig activabeleid nog geen sprake is.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
IndicatorenBasiswaarde 2004Realisatie 2003*Realisatie 2004*Realisatie 2005*Realisatie 2006**Streefwaarde 2007***Realisatie 2007
Mate van uitvoering Werkprogramma RVR op punten uitwisseling kennis en ervaring en opleiding60%100%80%
        
Mate van uitvoering Werkprogramma RVR op punten afstemming (incl. uniformering), adoptie enbundeling van (i.e. realisatie shared service(s) voor) uitvoerende activiteiten20%100%40%

* geen cijfermateriaal beschikbaar.

** Zie jaarverslag IXB 2006 (Kamerstukken II 2006/07, 31 031 IXB, nr. 1, blz. 69).

*** Zie begroting IXB 2007 (Kamerstukken II 2006/07, 30 800 IXB, nr. 2, blz. 58).

Toelichting

Ter toelichting op het realisatiepercentage van 40% geldt dat het RVR-werkprogramma 2005–2007 eind 2006 min of meer «ingehaald» werd door het Kabinetsstandpunt naar aanleiding van het IBO «organisatie beheersfuncties vastgoed Rijk» en het daaraan gekoppelde verzoek van de betrokken bewindslieden aan de RVR om advies.

4.6.2.2 Operationele doelstelling 2: Efficiënt beheren en vervreemden van onroerende zaken van de Staat.

Doelbereiking

In de loop van 2007 is de voorhangprocedure om een baten/lastendienst te worden succesvol afgerond.

Betreffende de verkoop van agrarische gronden is de doelstelling ruimschoots gehaald. De overschrijding van de taakstelling 2007 is te wijten aan een aantal verkopen aan erfpachters dat niet te temporiseren viel. Het betreft hierbij met name een areaal erfpachtgronden dat conform het beleid aan de zittende erfpachters moest worden aangeboden.

Instrumenten
2007Realisatie
• (Zorgen voor) een effectieve en efficiënte organisatie van de verkoop en het beheer van onroerende zaken van de Staat, in het bijzonder door:Ja
  o Doorlopen voorhangprocedure om Dienst Domeinen baten/lastendienst te laten worden; 
  o Vervolg geven aan uitkomsten Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar samenwerkingsmogelijkheden tussen de vastgoeddiensten van de Rijksoverheid. 
• Verkoop van agrarische gronden ter waarde van € 70 mln. (taakstelling).Ja

Toelichting instrumenten

Voor wat betreft de follow-up van het IBO-rapport «organisatie beheersfuncties vastgoed Rijk» wordt verwezen naar wat daarover is opgemerkt onder Operationele doelstelling 1.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
IndicatorenRealisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
Toe te rekenen apparaatskosten aan verkopen (apparaatskosten verkopen/opbrengsten verkopen2%1%3%4%2%
       
Toe te rekenen apparaatskosten aan ingebruikgevingen (apparaatskosten ingebruikgevingen/ opbrengsten ingebruikgevingen)8%9%8%9%8%
       
Betaling OZB: toe te rekenen apparaatskosten aan betaling OZB (apparaatskosten betaling OZB/betaalde OZB)7%8%7%9%8%
       
Kwaliteit dienstverlening betaling OZB (aantal gehonoreerde bezwaarschriften/aantal ingediende bezwaarschriften)88%70%77%
       
Klanttevredenheid7,06,8

Bron indicatoren 1 t/m 4: de (financiële) administratie

Bron klanttevredenheid: eind 2006 / eerste kwartaal 2007 intern uitgevoerd klantonderzoek.

Toelichting

Toe te rekenen apparaatskosten aan verkopen

DMN streefde er naar de apparaatskosten toe te rekenen aan zijn verkopen te beperken tot maximaal 4% van de verkoopopbrengst. De uiteindelijke realisatie van 2% werd veroorzaakt door de hoge opbrengsten die in het kader van de verkooptaakstelling konden worden gerealiseerd.

Klanttevredenheid

Zoals vermeld in het jaarverslag IXB 2006 (Kamerstukken II 2006/07, 31 031 IXB, nr. 1, blz. 67) is de afronding van het voor 2006 geplande klantonderzoek doorgeschoven naar het eerste kwartaal 2007. De algemene waardering, vastgelegd in een «rapportcijfer», bedroeg een 6,8.

4.6.2.3. Operationele doelstelling 3: Roerende zaken van de Staat worden op een efficiënte manier bewaard, vervreemd en vernietigd.

Doelbereiking

Het ministerie van Financiën vertegenwoordigt de Staat in eigendomsrechtelijke verhoudingen. Dit vertaalt zich in de zorg voor de bewaring, de verkoop en eventuele vernietiging van overtollige en/of in beslag genomen roerende zaken. De uitvoering door de baten-lastendienst Domeinen roerende zaken wordt op een integere en efficiënte manier gedaan.

Instrumenten
2007Realisatie
• Continue activiteit is de uitvoering van de taken:Ja
  o Bewaring van goederen; 
  o Het openbaar verkopen van overtollige en verbeurdverklaarde goederen; 
  o De vernietiging van door het OM aangewezen goederen. 
• De gefaseerde invoering van het Landelijk Beslaghuis. Het project Landelijk Beslaghuis beziet in hoeverre het ketenproces van inbeslagname, vervoer, bewaring en verwerking van strafrechtelijk inbeslaggenomen goederen efficiënter en effectiever kan worden ingericht, met minimale risico’s voor de integriteit;Nee
• In verband met het verschuiven van de uitvoering van taken op het gebied van inbeslaggenomen vuurwerk die nu nog bij Defensie plaatsvinden, wordt verder gegaan met de voorbereidingen voor zelfstandige exploitatie van vuurwerkopslag per 1 januari 2007. Inzake de invoering van het baten-lastenstelsel en het Landelijke Beslaghuis kan recente en relevante informatie worden gevonden in Kamerstukken II 2003/04, 28 884, nr. 3.Ja

Toelichting instrumenten

De uitvoering van de kernactiviteiten heeft binnen de gestelde kaders plaatsgevonden zonder vermeldenswaardige uitzonderingen.

DRZ is verantwoordelijk voor het beheer van het Landelijk Beslagregister (LBR), maar kan daar vooralsnog geen goede uitvoering aan geven. Dit komt omdat de ketenpartners nog niet optimaal zijn aangesloten. Er wordt gewerkt aan een meer realistische planning, waarin aandacht is voor de verbetering van de functionaliteit van het LBR en de service applicatie.

Het Ministerie van Defensie heeft het materieel beheer van het vuurwerk opslagcomplex te Ulicoten per 1 januari 2007 overgedragen aan Domeinen roerende zaken. De formele overdracht van het complex aan de Rijksgebouwendienst heeft plaatsgevonden in december 2007.

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
IndicatorenBasiswaarde 2004Realisatie 2003*Realisatie 2004*Realisatie 2005*Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
Kostendekkendheid bewaartaak (bewaarloon/bewaarkosten)88%n.v.t.n.v.t.n.v.t.88%100%100%
        
Kostendekkendheid verkooptaak (toe te rekenen verkoopkosten aan verkochte zaken/ontvangen opgeld van verkochte zaken)139%n.v.t.n.v.t.n.v.t.146%100%153%
        
Gemiddelde bezettingsgraad (gemiddeld bezet aantal m2/totaal beschikbare m2)70%n.v.t.n.v.t.n.v.t.62%80%65%
        
Tarief per m2n.v.t.n.v.t.n.v.t.n.v.t.€ 109€ 139€ 128
        
Tarief per uurn.v.t.n.v.t.n.v.t.n.v.t.€ 98€ 103€ 89
        
Klanttevredenheid (gemiddelde score klanttevredenheidsonderzoek)6.5 (2005)n.v.t.n.v.t.n.v.t.7.07.3

Bron: De interne verslaglegging DRZ

* In de jaren 2003 tot 2005 was DRZ nog geen baten-lastendienst en had andere indicatoren.

Toelichting

De incidentele extra verkoop van in beslag genomen mobiele telefoons heeft een grote bijdrage geleverd aan de hoge kostendekkendheid van de verkooptaak.

4.6.3. Overzicht afgeronde onderzoeken

Type OnderzoekOperationele doelstelling OnderwerpStartAfgerondVindplaats
Overig evaluatieonderzoekOperationele doelstelling 2 Veiling Benzinestations20072008 

Toelichting tabel

In 2007 zijn er geen beleidsdoorlichtingen en/of effectonderzoeken ex-post gestart en/of afgerond.

Veiling Benzinestations

Op 10 september 2007 is SEOR (Stichting Economisch Onderzoek Rotterdam) met het evaluatieonderzoek naar de veiling van benzinestations gestart. Op basis van de ervaringen met de vijf tot nu toe gehouden veilingen is onderzocht welk effect de huidige veilingmethode heeft op de toetredingsmogelijkheden tot de markt van benzinestations en welke factoren daarbij een rol spelen. De looptijd van het onderzoek is met enige tijd verlengd ten behoeve van optimaal overleg met de betrokken brancheorganisaties. Het rapport «Evaluatie Benzineveiling» wordt in het voorjaar 2008, vergezeld van een kabinetsstandpunt, naar de Tweede Kamer verstuurd.

4.7 Begrotingsbeleid

4.7.1 Algemene beleidsdoelstelling

De bij burgers en bedrijven geïnde middelen worden zuinig en goed besteed voor de levering van overheidsvoorzieningen, waarbij negatieve neveneffecten- waaronder administratieve lasten- zoveel als mogelijk worden beperkt.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

• Door toepassing van de begrotingsregels en de regels budgetdiscipline zijn de uitgaven en inkomsten binnen de kaders gebleven zoals die zijn vastgelegd in de Miljoenennota 2008. Met het aantreden van de nieuwe regering in februari 2007 is op een aantal belangrijke plekken afgeweken van de kaders en kadersystematiek zoals vastgelegd in de ontwerpbegroting 2007. Daarom zijn deze nu niet goed te vergelijken met de actuele kaders.

• Het feitelijke EMU-saldo is uitgekomen op 0,4% BBP en daarmee iets hoger dan geraamd bij ontwerpbegroting. Hiermee blijft het EMU-saldo ruimschoots boven de 3 procent-tekortgrens uit het verdrag van Maastricht en het Groei- en Stabiliteitspact.

• Er was sprake van een «structureel» overschot (gecorrigeerd voor de stand van de conjunctuur) van 0,6% BBP, hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de doelstelling van een structureel tekort van maximaal 1/2 % BBP.

• Het foutpercentage in de rechtmatigheid van de gerealiseerde verplichtingen, uitgaven en ontvangsten op de rijksbegroting is minder dan 1 procent.

• Op het terrein van de vermindering van regeldruk voor bedrijven, als onderdeel van doelstelling 16 uit het beleidsprogramma, is in 2007 de meerjarige aanpak van het nieuwe kabinet vastgesteld (Kamerstukken II 2007/08, 29 515, nr. 202). Daarnaast is voor de reductie van administratieve lasten voor bedrijven begin 2007 de «eindstand» van het vorige kabinet opgesteld (netto reductie van administratieve lasten van bijna 20%).

Externe factoren

Factoren die hebben bijgedragen aan het behalen van deze doelstelling zijn:

• de economische ontwikkeling;

• politieke keuzes van het nieuwe kabinet.

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 8 Financieel-economisch beleid van de overheid Bedragen x € 1000
Algemene beleidsdoelstelling:Het bevorderen van doelmatig, doeltreffend en rechtmatig overheidsbeleid binnen overeengekomen beleidsprioriteiten, gericht op houdbare overheidsfinanciënRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 2003200420052006200720072007
Verplichtingen30 59929 33428 28629 67331 97131 350621
Apparaatsuitgaven30 59929 33428 28629 67331 97131 350621
        
Uitgaven30 35929 12928 09129 68031 98431 350634
Apparaatsuitgaven30 35929 12928 09129 68031 98431 350634
        
Ontvangsten4 7874 6354 7176 3767 3444 9422 402
Apparaatsontvangsten4 7874 6354 7176 3767 3444 9422 402

4.7.2 Operationele doelstellingen

4.7.2.1 Operationele doelstelling 1: Het handhaven van de uitgaven- en inkomstenkaders.

Doelbereiking

Ja, met de kanttekening dat de kaderdefinities en -systematiek zijn aangepast bij de installatie van het nieuwe kabinet (zoals gebruikelijk). Zo vallen de rente-uitgaven in de nieuwe systematiek niet meer onder de kaders en is het «lastenkader» vervangen door het inkomstenkader. Ook zijn er door de nieuwe coalitie beleidskeuzes gemaakt die betrekking hadden op 2007 (zie Coalitieakkoord). Hierdoor zijn de uitgavenkaders en het inkomstenkader (voorheen lastenkader) van het nieuwe kabinet niet direct vergelijkbaar met die zoals opgenomen in de ontwerpbegroting 2007. De kaders van het nieuwe kabinet zijn gehandhaafd. Overschrijding van de tekortgrens van 3% van het Verdrag van Maastricht was in 2007 niet aan de orde.

Instrumenten
2007Realisatie
• Bijhouden van de uitgaven en lastenontwikkeling en ervoor zorgen dat het uitgavenkader niet wordt overschreden (en wordt onderschreden in het geval van conjuncturele meevallers);Ja
• Het opstellen van belastingramingen en het toetsen van het inkomstenkader;Ja
• Bezuinigingen doorvoeren en/of lasten verzwaren als het tekort de 3%-grens van het Verdrag van Maastricht overschrijdt, ook als de kaders niet worden overschreden.Niet aan de orde
Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
IndicatorenRealisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
Structurele EMU-saldo (in %BBP)– 2,0– 1,00,60,40,00,6
       
Afwijking van uitgavenkader totaal (mld.)– 0,4– 2,8– 1,9– 0,3– 0,3– 1,5
W.v. Rijksbegroting in enge zin– 0,1– 2,8– 1,5– 0,3– 0,9– 1,1
W.v. Zorg1,01,40,90,90,6– 0,4
W.v. Sociale zekerheid– 0,5– 1,3– 0,9– 0,9– 0,0– 0,1
       
Lasten/inkomensindicator3,81,81,3– 3,3– 1,0– 1,0

Bron: Financieel Jaarverslag van het Rijk 2007

Kengetal20032004200520062007
Feitelijk EMU-saldo (in % BBP)– 3,1– 1,7– 0,30,50,4
EMU-schuldquote (in % BBP)52,052,452,347,945,4
      
Groei BBP (in %)0,32,21,53,03,5

Bron: CBS

4.7.2.2 Operationele doelstelling 2: Gestelde overheidsdoelen worden met zo weinig mogelijk middelen bereikt.

Doelbereiking

In 2007 zijn verdere stappen gezet ter vermindering van de financiële regeldruk. Voor de aanpassing van de Comptabiliteitswet 2001 en lagere regelgeving is in 2006 al een beleidsnotitie naar de Kamer gestuurd. In 2007 is door middel van briefings en schriftelijke beantwoording van vragen de Kamer nader geïnformeerd over de voorstellen tot aanpassing van de regelgeving. Nadere behandeling van de CW 2001 in de Kamer volgt in 2008. Een aantal comptabele regelingen is in 2007 geactualiseerd, gemoderniseerd en gepubliceerd, bijvoorbeeld de Regeling departementale begrotingsadministratie 1997(RDB 1997), thans van kracht als RDB 2007 en de Regeling Verlening Voorschotten 2007. Met de Algemene Rekenkamer is overleg gevoerd over vereenvoudiging van het begrotings- en verantwoordingsproces, toleranties en subsidies. De voorliggende voorstellen beogen een doelmatiger inrichting van verantwoordings- en controleprocessen en daarmee vermindering van de beheers- en controlelasten in de komende jaren. In 2009 zal gekeken worden of de voorstellen succesvol zijn geweest. In september heeft de Rijksoverheid (Financiën, OCW, EZ, VROM, WWI en LNV) een convenant afgesloten met de Vereniging van Universiteiten (VSNU) om de bureaucratie rond subsidiestromen fors terug te dringen. In het convenant is afgesproken om eenduidige begrippen en voorwaarden te gebruiken, zodat één verantwoordingsdocument met één accountantscontrole voor alle doelsubsidies die de universiteiten ontvangen volstaat single information/single audit (Sisa). Naar schatting lopen de besparingen bij universiteiten met deze maatregelen op tot jaarlijks 60% aan administratieve lasten en 80% aan controlelasten voor doelsubsidies.

In het MBO-onderwijsveld (regionale opleidingen centra), bij de vorming van Community Centers in Slotervaart en de afrondende wetgeving rond de specifieke uitkeringen bij mede-overheden is het gebruik van Sisa verder gestimuleerd.

In 2007 is een start gemaakt met stroomlijning van de verantwoording over de Europese gelden in gedeeld beheer door de afgifte in mei 2007 van de nationale verklaring voor de Landbouwfondsen. In het voorjaar is de nationale verklaring namens het kabinet door de minister van Financiën afgegeven aan de Europese Commissie en gestuurd aan de Staten Generaal. De nationale verklaring is (later) voorzien van een positief oordeel van de Algemene Rekenkamer over de deugdelijkheid van de totstandkoming en de rechtmatigheid van de uitgaven.

Instrumenten
2007Realisatie
Begroting 
• Het beoordelen van beleidsvoorstellen op doelmatigheid en doeltreffendheid;Ja
• Departementen aanzetten om ex ante beleidsevaluaties te laten uitvoeren;Ja
• Initiëren en uitvoeren van interdepartementale beleidsonderzoeken (IBO’s);Ja
• Evaluatieonderzoek en beleidsdoorlichtingenJa*
  – Handhaven van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek en beleidsinformatie 2006; 
  – Workshops beleidsdoorlichting: hiermee worden departementen ondersteund in het opzetten van beleidsdoorlichtingen; 
  
• Toegankelijkheid en kwaliteit begrotingsstukken: 
  – Rijksbegrotingsvoorschriften omvat sjabloon beleidsartikel, dit is een handreiking waarmee artikelen samenhangend en toegankelijker en beter toetsbaar worden;Ja
  – In workshops begrotingsschrijven worden departementen ondersteund bij het schrijven van beleidsartikelen;Ja
  – Workshops niet-financiële informatie;Ja
  
Bedrijfsvoering 
• Modernisering Comptabele wet- en regelgeving: aanpassen en vereenvoudigen van de comptabele regelgeving. Hierdoor hebben overheidsdiensten de ruimte om de bedrijfsvoering toe te spitsen op hun eigen situatie, waardoor zij doelmatiger kunnen werken;Ja
• Stimuleren van departementen tot terugdringen van lagere financiële regelgeving en het terugdringen van beheers- en controlelasten van de overheid;Ja
• Stimuleren van toepassing van single information (één keer informatie verstrekken) en single audit (één keer verantwoorden) door departementen;Ja
• De verantwoording over Europese Geldstromen wordt gestroomlijnd door het samenvoegen van de individuele verantwoordingen van departementen aan Europa tot één nationale verklaring;Ja
• Stimuleren van doorlichtingen van bedrijfsvoeringsprocessen (operational audits) door departementen;Ja
• Stimuleren van departementen tot leren van elkaar door het uitwisselen van best practices, het organiseren van thema-bijeenkomsten, workshops en congressen, en het opstellen van benchmarks. In het Interdepartementaal Overleg Financieel Economische Zaken (IOFEZ) wordt op regelmatige basis kennis uitgewisseld over financiële en budgettaire aangelegenheden met de experts van departementen. Financiën zit het IOFEZ voor;Ja
• Baten-lastendiensten: 
  – Beleidslijn instellingsprocedure baten-lastendiensten 2003;Ja
  – Beoordelen aanvragen;Ja
  – Ondersteuning baten-lastendiensten, vooral op het terrein van het inzichtelijk maken van de doelmatigheid;Ja
• Pilot baten-lastenstelsel: in 2007 wordt LNV ondersteund bij de uitvoering van deze pilot met het werken met een baten-lastenadministratie;Ja
• Gevolg geven aan het kabinetsstandpunt op het IBO naar verzelfstandigde organisaties op rijksniveau, waarbij door Financiën in het bijzonder gekeken wordt naar de mogelijkheden om ZBO’s meer mee te laten lopen in het hoofdbesluitvormingsmoment van de rijksbegroting.Ja

* Zie, http/www.rijksbegroting.nl/rijksbegroting_nl/21ea40ad0b8c275b2772f9c11bc71eb0.php

Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
IndicatorenRealisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
Aantal beleidsdoorlichtingen*nvtnvtnvt14>2615

Bron: ministerie van Financiën

* Op basis van de RPE 2006. Departementen hebben de verplichting tot periodieke beleidsdoorlichtingen van algemene of operationele doelstellingen, aansluitend bij de beleidscyclus. Bij het vaststellen van dit kengetal is rekening gehouden met eventuele overloop tussen jaren en het combineren van beleidsdoorlichtingen.

Toelichting

Er zijn twee redenen waarom de realisatie achterblijft bij de planning. Soms besliste het verantwoordelijke departement de geprogrammeerde beleidsdoorlichting niet uit te voeren (paste bijv. toch minder goed in de beleidscyclus). Meestal is er sprake van vertraging en volgt afronding in 2008. Hierbij speelt een rol dat beleidsdoorlichting een nieuw instrument is.

4.7.2.3 Operationele doelstelling 3: Overheidsmiddelen worden rechtmatig besteed, dus zoals vastgelegd in wet- en regelgeving

Doelbereiking

Een indicatie voor het antwoord of de doelstelling is bereikt, vormt het foutenpercentage in de rechtmatigheid van de gerealiseerde verplichtingen, uitgaven en de ontvangsten op de rijksbegroting. Belangrijke voorwaarde voor deze rechtmatigheid is een goed functionerend controlesysteem op departementaal niveau. De auditdiensten vormen een essentieel onderdeel van dit controlesysteem. In 2007 is een studie uitgevoerd naar de mogelijkheden om de werkzaamheden van de auditdiensten meer te centraliseren of te clusteren. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een MR-besluit in september 2007 tot de instelling van een Rijksauditdienst. De Rijksauditdienst bundelt voor alle departementen specifieke expertise en/of functies (vaktechniek, HRM en inzet van EDP- en eventuele andere specialismen). Daarnaast zal de dienst voor vier departementen (BZK, Financiën, VROM en VWS) de audits gaan uitvoeren. De Rijksauditdienst wordt samengesteld uit medewerkers van vier departementale auditdiensten, de CAD en de EDP Audit Pool.

Instrumenten
2007Realisatie
• Uniformering controleaanpak via het Handboek Auditing RijksOverheid (HARO) waarmee departementen worden ondersteund bij het rechtmatig uitvoeren van de begroting;Ja
• Het voeren van vaktechnisch overleg met en het stimuleren van ervaringen tussen de auditdiensten in het kader van het Interdepartementaal Overleg Departementale Auditdiensten (IODAD). Financiën zit het IODAD voor;Ja
• Monitoren van en zonodig interveniëren in de uitvoering van de begroting door de departementen.Ja
Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
IndicatorenRealisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007
Rechtmatigheid uitgaven, verplichtingen en ontvangsten>99%>99%>99%>99%>99%>99%

Bron: departementale jaarverslagen

Kengetal2003200420052006
Aantal door AR geconstateerde ernstige onvolkomenheden over jaar t8635
Aantal aangekondigde bezwaaronderzoeken voor jaar t+1 door AR0201

Bron: Rijk verantwoord 2006, Algemene Rekenkamer

4.7.2.4 Operationele doelstelling 4: Verminderen van kosten en overlast voor bedrijven die voortkomen uit informatieverplichtingen met een kwart ten opzichte van 31 december 2002

Doelbereiking

De operationele doelstelling voor 2007 heeft betrekking op de ambitie van het vorige kabinet om ultimo 2007, rijksbreed, een reductie van 25% administratieve lasten gerealiseerd te hebben voor het bedrijfsleven. Door de vervroegde verkiezingen heeft het vorige kabinet niet alle aangekondigde reductiemaatregelen voor ondernemers kunnen implementeren en is er op verzoek van de Tweede kamer voor gekozen om de «eindstand» van het vorige kabinet te bepalen op peildatum 1 maart 2007. Tot en met februari 2007 is bijna 20% AL-reductie gerealiseerd (ruim € 3,2 mld. ten opzichte van 31 december 2002).

In juli 2007 is door het kabinet de aanpak voor de vermindering van regeldruk voor bedrijven vastgesteld voor de huidige regeerperiode. Dit programma is een belangrijk onderdeel van doelstelling 16 uit het beleidsprogramma (minder regels, minder instrumenten, minder loketten). Stijgingen en reducties van de administratieve lasten die hebben plaatsgevonden in 2007 (ná 1 maart), worden toegerekend aan dit kabinet. Uitgaande van de «oude» systematiek van het vorige kabinet is er in de periode vanaf maart tot en met december 2007 rijksbreed sprake geweest van een reductie van ruim 3%1.

Met de probleemgestuurde, integrale aanpak van regeldruk voor ondernemers door dit kabinet is in 2007 een einde gekomen aan de diverse verschillende projecten die hiervoor bestonden bij de ministeries van Economische Zaken en Financiën. Hieruit is ook de organisatorische consequentie getrokken. Er is in oktober 2007 één gezamenlijke directie gevormd, de Regiegroep Regeldruk, die ten behoeve van de staatssecretarissen van Financiën en Economische Zaken het integrale programma regeldruk voor ondernemers zal uitvoeren.

Reductie van administratieve lasten op het beleidsterrein van Financiën

In de begroting van Financiën voor 2007 is een totaal aan voorgenomen reductiemaatregelen op het fiscale terrein en het terrein van de financiële markten gemeld van € 129 mln. Het gerealiseerde totaal is uitgekomen op € 116,5 mln. waarvan € 53,5 mln. betrekking heeft op de tot en met februari 2007 gerealiseerde reductie (op conto van het vorige kabinet). De verschillen met de voorgenomen reductie 2007 betreffen de volgende posten:

• Zelfstandigenaftrek voor 65-plussers (– € 0,7 mln.)

• Toetreden nieuwe lidstaten (€ 2,45 mln.)

• Downloadbaar formulier suppletie omzetbelasting (€ 1,95 mln.)

• Wijziging regeling voor autohuur buitenland in teruggaveregeling BPM bij uitvoer (€ 0,15 mln.)

• Implementatie MiFID-richtlijn: vaststellen van een allesomvattend regelgevingskader voor de uitvoering van transacties in financiële instrumenten (- € 15,2 mln.)

• Versoepelen identificatie- en verificatieplicht Wid (– € 4 mln. in 2007, € 4 mln. in 2008)

• Identificatie buitenlandse rechtspersonenen Wid (– € 0,1 mln. in 2007, € 0,1 mln. in 2008)

• Derde witwasrichtlijn (€ 3 mln. in 2007, – € 3 mln. in 2008)

• Banken (en eventuele andere dienstaanbieders) aansluiten op NAW (naam, adres en woonplaats) administratie Wid (– € 0,3 mln. in 2007, € 0,3 mln. in 2008)

Uit dit overzicht blijkt dat het verschil tussen voorgenomen en gerealiseerde reductie is terug te voeren op de implementatie van de MiFID-richtlijn per 1 november 2007. Een uitsplitsing en verantwoording van de structurele AL-verzwaring als gevolg van deze implementatie is te vinden op de blz. 35 tot en met 47 van de memorie van toelichting op het betreffende wetsvoorstel (Kamerstukken II 2006/07, 31 086, nr. 3).

De in 2007 gerealiseerde reductie blijkt uit het hierna opgenomen overzicht.

Overzicht gerealiseerde reductie AL in 2007 voor het bedrijfsleven

Reductie (x € 1 mln.)
VennootschapsbelastingVolstaan met fiscale jaarrekening voor kleine rechtspersonen (vervallen commerciële jaarrekening)75
VennootschapsbelastingWet Werken aan Winst– 9,2
InkomstenbelastingBelastingplan 2007 (zelfstandigenaftrek voor 65-plussers)– 0,7
LoonbelastingWetsvoorstel Paarse Krokodil35
LoonbelastingWijziging Wet kinderopvang12,7
LoonbelastingBelastingplan 2007 (afdrachtvermindering onderwijs, persoonlijke dienstverlening, artiesten- en beroepssportersregeling)5,9
Omzetbelasting/DouaneToetreden nieuwe lidstaten2,45
OmzetbelastingFormulier suppletieaangifte1,95
AccijnzenVervallen bunkervergunning etc. en digitaliseren vergunningen3,1
BPMBelastingplan 2007 (teruggaafregeling bij uitvoer)– 0,05
GedragstoezichtBeperken insiderbegrip in complianceregeling Wte5,5
GedragstoezichtAfschaffen doorlopende verplichting buitenbeursinstellingen Wte8,2
GedragstoezichtImplementatie MiFID-richtlijn– 15,2
Prudentieel toezichtVerhogen van de rapportagefrequentie voor verzekeraars– 1,8
Prudentieel toezichtImplementatie richtlijn kapitaalakkoorden Basel 2– 6,4
Totaal 116,45
Instrumenten
2007Realisatie
• Standaard Kosten Model waarmee alle administratieve lasten op dezelfde wijze worden gekwantificeerd;Ja
• Handhaven van het administratieve lastenkader, door voorkomen van onnodige administratieve lasten en toezicht te houden op de afgesproken AL-reducties door departementen;Ja
• Kennisuitwisseling en gezamenlijke projecten met andere departementen, gemeenten, provincies en waterschappen waar eveneens AL-projecten lopen;Ja
• Internationale kennisuitwisseling op AL-terrein via het Standard Cost Model-network.Ja
Realisatie meetbare gegevens bij de operationele doelstelling
IndicatorenRealisatie 2003Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Streefwaarde 2007Realisatie 2007*
Netto reductie administratieve lasten (cumulatief in procenten).nvt610162520

Bron: Kamerstukken II 2006/07, 29 515, nr. 202.

* (peildatum 1 maart 2007)

Toelichting

Tot en met februari 2007 is bijna 20% AL-reductie gerealiseerd ten opzichte van 31 december 2002.

4.7.3. Overzicht afgeronde onderzoeken

Type OnderzoekOperationele doelstelling OnderwerpStartAfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingOperationele doelstelling 2 Kwaliteitsplan auditfunctie
 Operationele doelstelling 4 Visitatie OESO/Wereldbank voor aanpak terugdringen Administratieve lasten (review op Nederlandse aanpak)20062007www.administratievelasten.nl
     
Overig evaluatieonderzoekOperationele doelstelling 1 Jaarlijkse beoordeling Nederlands Stabiliteitsprogramma door EFC/Ecofin20072007http://ec. europs.eu/ economy_ finance/
 Operationele doelstelling 1 Jaarlijkse IMF-artikel IV consultatie20072007www.imf. org

Toelichting tabel

In 2007 zijn er geen effectonderzoeken ex-post gestart en/of afgerond.

Kwaliteitsplan auditfunctie

De voorgenomen beleidsdoorlichting «Kwaliteitsplan auditfunctie» heeft uiteindelijk geen doorgang gevonden. In het licht van de oprichting van een Rijksauditdienst was deze doorlichting niet meer opportuun.

5. NIET-BELEIDSARTIKELEN

5.1 Algemeen

5.1.1 Budgettaire gevolgen

Artikel 9 Algemeen

Tabel budgettaire gevolgen Bedragen x € 1000
 RealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 2003200420052006200720072007
Verplichtingen80 152110 003114 376108 918109 208102 1587 050
        
Uitgaven78 829103 243112 913109 909107 226102 1585 068
Totaal apparaatsuitgaven77 001101 302110 776109 601106 992101 9135 079
Apparaatsuitgaven (excl. omslagstel Rijkswagenpark)71 76795 888105 077103 097101 25796 3134 944
Omslagstelsel Rijkswagenpark5 2345 4145 6996 5045 7355 600135
        
Departementsbrede programma-uitgaven, tegoeden WOII1 8281 9412 137308234245– 11
        
Ontvangsten10 26115 90811 11517 29816 0487 7218 327
Apparaatsontvangsten (excl. omslagstelsel Rijkswagenpark)3 1047 6064 95810 7999 6292 1217 508
Omslagstelsel Rijkswagenpark7 1568 3026 1576 4996 4195 600819

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Apparaatsuitgaven (+ € 4,9 mln.)

De hogere uitgaven worden verklaard door verschillende relatief kleine verschillen zoals hogere ICT-uitgaven voor het kerndepartement en uitgaven voor de interdepartementale projecten GOUD en P-Direkt.

Ontvangsten

Apparaatsontvangsten (+ € 7,5 mln.)

Het verschil wordt voornamelijk verklaard door hogere ontvangsten bij de auditdienst voor verrichte werkzaamheden (€ 0,7 mln.), afroming van het resultaat over 2006 van de baten-lastendienst Domeinen Roerende Zaken (€ 1,5 mln.) en een ontvangst die betrekking heeft op de verzelfstandiging van het Facilitair Salaris Centrum (€ 3,1 mln.)

5.2 Nominaal en onvoorzien

5.2.1 Budgettaire gevolgen

Artikel 10 Nominaal en onvoorzien

Tabel budgettaire gevolgen Bedragen x € 1000
 RealisatieVastgestelde begrotingVerschil
 2003200420052006200720072007
Verplichtingen000002 568– 2 568
        
Uitgaven000002 568– 2 568
Onvoorzien000001 806– 1 806
Loonbijstelling00000378– 378
Prijsbijstelling00000384– 384

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven ( – € 2,6 mln.)

Onvoorzien

De post onvoorzien in de ontwerpbegroting was bedoeld om onzekere ontwikkelingen op te vangen. Dit bedrag is ingezet ter dekking van specifieke problematiek binnen de begroting IXB.

6. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Inleiding

Financiën besteedt op een gestructureerde wijze aandacht aan de bedrijfsvoering. Op basis van de periodieke informatie over de beleids- en bedrijfsvoeringsprocessen en de risico’s die daarbij aan het licht treden, wordt systematisch bewaakt of het ministerie zijn doelstellingen op doelmatige en rechtmatige wijze realiseert. Waar nodig wordt bijgestuurd.

Over het bereiken van de doelstellingen van Financiën over 2007 wordt in het jaarverslag bij de beleidsartikelen verantwoording afgelegd. In deze bedrijfsvoeringsparagraaf (die betrekking heeft op IXA, IXB en het BTW compensatiefonds) wordt artikelsgewijs ingegaan op de bedrijfsvoeringsvraagstukken die zich gedurende het begrotingsjaar hebben voorgedaan en waarvan informatieverstrekking voor het inzicht en de oordeelsvorming door de Tweede Kamer van belang is.

Artikel 1: Belastingen

Kijkend naar de resultaten over 2007, kan worden vastgesteld dat er een opgaande lijn is. Zo zijn de in de begroting gestelde doelen grotendeels bereikt en is het financieel beheer verbeterd.

Toch ligt er een schaduw overheen. De samenleving heeft nog veel terechte klachten, die liggen met name bij de toeslagen, de loonheffingen, de inkomensafhankelijke bijdrage van de zorgverzekeringwet en de inkomstenbelasting. Veel van die klachten vloeien voort uit een nog niet robuust toeslagensysteem, een nog niet goed werkende loonaangifteketen en onvrede met de behandeltermijnen.

De schaduw onderstreept het belang van de maatregelen die genomen zijn, ook al zullen sommige maatregelen niet van vandaag op morgen klaar kunnen zijn, zoals het aanpassen van de wetgeving en het bouwen van nieuwe systemen.

Rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering

Toeslagen

Naleving van wet- en regelgeving voorschotten huurtoeslag 2007

De betalingen voor de huurtoeslag worden door VROM op beleidsartikel 03 «Betaalbaarheid van het wonen» Begrotingshoofdstuk XI verantwoord. De Comptabiliteitswet en onderliggende regelgeving schrijven voor dat, indien de tolerantiegrenzen op het begrotingshoofdstuk worden overschreden, in de bedrijfsvoeringparagraaf expliciet verantwoording wordt afgelegd over de naleving van wet- en regelgeving. Voor 2007 zijn de tolerantiegrenzen op hoofdstukniveau vastgesteld op 1% in het geval van fouten en 3% in het geval van onzekerheden.

Voor de verstrekte voorschotten huurtoeslag luidt de conclusie dat deze over 2007 circa € 59 mln. (circa 1,1% op hoofdstukniveau van VROM) te hoog zijn geweest. Dit betekent hoger dan het niveau van voorschotten, indien er conform aanvraag zou zijn uitbetaald.

De verschillen worden met name veroorzaakt door onjuist of niet verwerkte mutaties op reeds ingediende aanvragen. De fouten zullen in 2008 zoveel mogelijk bij de definitieve vaststelling van het recht op toeslag worden gecorrigeerd.

Financieel beheer

Gebruik loongegevens

Vanaf 2006 worden de loongegevens in de polisadministratie van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) als grondslag gebruikt voor het bepalen van rechten, zoals het recht op de hoogte van toeslagen en de teruggave van teveel ingehouden zorgpremies en premies werknemersverzekeringen.

In de eerste helft van 2007 is gebleken dat de loonaangifteketen nog niet stabiel is. Een deel van de loongegevens 2006 in de polisadministratie bleek niet bruikbaar. Om de processen met betrekking tot de toeslagen en teruggaven van de genoemde premies toch te kunnen realiseren, heeft de Belastingdienst in 2007 bij ongeveer 108 000 van de circa 650 000 inhoudingsplichtigen de loongegevens 2006 opnieuw opgevraagd. Ongeveer 104 000 inhoudingsplichtigen hebben inmiddels naar aanleiding hiervan de jaargegevens aangeleverd. Van ongeveer 4 000 inhoudingsplichtigen is geen opgaaf ontvangen. Deze worden door middel van een boekenonderzoek meegenomen in het intensief toezicht.

Hoewel door alle partijen – inhoudingsplichtigen, administratiekantoren en de Belastingdienst – veel inspanningen zijn geleverd, blijkt dat niet alle gegevens zijn aangeleverd of dat de aangeleverde gegevens onjuist en/of onvolledig zijn. De ontvangen jaarloongegevens, aangevuld met de wel bruikbare gegevens in de polisadministratie zijn inmiddels opgenomen in het bestand van fiscale loongegevens 2006 van de Belastingdienst. Dit bestand vormt, met de uitkomsten van een aantal aanvullende werkzaamheden, de basis voor de hierboven genoemde afnemende processen van de Belastingdienst. Op basis van het bestand is in januari 2008, enkele maanden later dan gebruikelijk, gestart met de definitieve aanslagregeling 2006 Inkomstenbelasting.

De Kamer is in 2008 op diverse momenten (Kamerstukken II 2007/08, 31 066, nrs. 28 en 33) uitgebreid geïnformeerd over de afronding van de gegevensuitvraag 2006 en de gevolgen voor de afnemende processen.

Loonaangifte 2007

Vanaf 1 januari 2006 doen werkgevers en andere inhoudingsplichtigen, zoals uitkeringsinstanties en pensioenfondsen, één gecombineerde, digitale aangifte voor loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. De Belastingdienst boekt in de administratie alle betalingen op loonaangiften op een tussenrekening om deze vervolgens geautomatiseerd te confronteren met de in de loonaangifte aangegeven bedragen. Medio 2007 is de nieuw ontwikkelde programmatuur voor de geautomatiseerde confrontatie in gebruik genomen. Op dat moment bestond voor het loonheffingjaar 2007 een achterstand wat betreft definitieve verantwoording. Deze achterstand is in 2007 voor een belangrijk deel ingelopen. Ultimo 2007 resteert voor circa € 4 mld. (exclusief reguliere overloop) aan ontvangen betalingen 2007, welke in 2007 nog niet definitief verantwoord konden worden. De Belastingdienst zal deze resterende achterstand in het eerste halfjaar van 2008 inlopen.

Door de achterstand in de administratieve verwerking is ook een achterstand opgelopen met het opleggen van naheffingsaanslagen. Hierdoor treedt een kasschuif op van circa € 450 mln. naar 2008. Deze kasschuif werkt door in de afdracht van premies aan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het College voor zorgverzekeringen en de Sociale Verzekeringsbank.

Wegens de problemen met de loonaangifteketen heeft de Belastingdienst in 2007 het coulancebeleid inzake het te laat indienen van loonaangiften doorgezet.

Toeslagen

Het jaar 2007 heeft in het teken gestaan van het verder stabiliseren en onder controle krijgen van de uitvoeringsprocessen van de huur- en zorgtoeslag. Aanvragen en mutaties over het toeslagjaar 2007 zijn beter en sneller verwerkt dan voorgaande jaren, en ook het aantal foute beschikkingen en vraagbrieven daalde aanzienlijk. De wettelijke behandeltermijnen uit de AWIR en AWB werden niet altijd gehaald.

In 2007 is gestart met het definitief vaststellen van de direct verwerkbare posten voor de huur- en zorgtoeslag 2006. Daarbij zijn 584 000 huurtoeslagen, 3 991 000 zorgtoeslagen en 63 000 kinderopvangtoeslagen voor het toeslagjaar 2006 definitief vastgesteld. Ultimo 2007 waren circa 2 mln. toeslagen nog niet vastgesteld. In de helft van deze gevallen betreft dit posten waarbij gewacht moest worden op het pas in 2008 ter beschikking komen van loon- of inkomensgegevens. In de andere helft van de gevallen betreft dit posten, waarbij mede in het kader van toezicht, handmatig de grondslagen (loon- of inkomensgegevens, huishoudsamenstelling of adresgegevens) nader vastgesteld moeten worden. De Tweede Kamer is in 2008 voortdurend geïnformeerd over de wijze waarop de nog niet definitief vastgestelde posten, zoveel als mogelijk, voor 1 april 2008 worden afgehandeld (Kamerstukken II 2007/08, 31 066, nrs. 28, 29, 31 en 33).

De in 2007 bij definitief toekennen 2006 gemaakte fouten voor de huur- en zorgtoeslag bevonden zich binnen de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid. Dit betekent voor deze posten dat de bij de bevoorschotting 2006 gemaakte fouten bij de definitieve toekenning in voldoende mate zijn gecorrigeerd.

De Belastingdienst heeft in 2007 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag 2006 geen toezicht uitgevoerd op de door aanvragers opgegeven werkgeversbijdrage. Dit kwam doordat de uit de loonaangifteketen ontvangen gegevens van onvoldoende kwaliteit waren om een toezichtsactie op te kunnen baseren. Inmiddels is de regeling gewijzigd. Voor 2007 is er sprake van een verplichte werkgeversbijdrage die door de werkgever rechtstreeks aan de Belastingdienst wordt afgedragen.

De financiële administratie vertoont voor de toeslagen tekortkomingen op het gebied van het (tijdig) maken van aansluitingen tussen de beschikkingssystemen en het betalingsysteem. De financiële administratie zal in 2008 op dit punt worden verbeterd.

Het is moeilijk om met de toeslagensystemen betrouwbare (financiële) beleidsinformatie te genereren. Dit geldt in het bijzonder voor de gedetailleerde regeling van de huurtoeslag. Het nieuwe toeslagensysteem moet hier de definitieve oplossing bieden.

Interne beheersing

Teruggaven en verminderingen

Over 2007 is met name voor het verlenen van teruggaven en verminderingen omzetbelasting vastgesteld dat de beheersing van (hoge) teruggaven en verminderingen in opzet en werking nog onvoldoende heeft gefunctioneerd. Met name de controle op de administratieve vastleggingen zal in 2008 verbeterd worden.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Vereenvoudigingsoperatie Belastingdienst

De Belastingdienst wil de dienstverlening aan burgers en bedrijven verbeteren, en tegelijkertijd komen tot een drastische vereenvoudiging van de ICT-voorzieningen. Door de staatssecretaris van Financiën is op 8 juni 2007 het plan van aanpak Vereenvoudigingsoperatie Belastingdienst aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2006/07, 31 066, nr. 2). Dit plan van aanpak bestaat uit een vierluik: 1. aanpak problemen toeslagen en loonaangifte; 2. vereenvoudiging huidige organisatie (maatregelen voor burger en bedrijfsleven); 3. vereenvoudiging toekomstige organisatie (complexiteitsreductie automatisering); 4. vereenvoudiging wetgeving.

Op 19 februari 2008 heeft de staatssecretaris van Financiën de eerste halfjaarsrapportage «plan van aanpak vereenvoudigingsoperatie Belastingdienst» naar de Tweede Kamer gestuurd, waarmee de Kamer is geïnformeerd over de bereikte resultaten in 2007 en de verdere planning (Kamerstukken II 2007/08, 31 066, nr. 30). Op 7 maart heeft de staatssecretaris van Financiën aanvullende informatie (Kamerstukken II 2007/08, 31 066, nr. 33) inzake de informatievoorziening over de vereenvoudigingsoperatie aan de Kamer verstrekt.

Complexiteitsreductie

Door de jaren heen is de complexiteit van de geautomatiseerde ondersteuning van de Belastingdienstactiviteiten enorm toegenomen. Dit weerspiegelt zich in een veelvoud van koppelingen tussen de verschillende systemen alsook in steeds hogere beheers- en ontwikkelingslasten.

Daarmee loopt de Belastingdienst risico’s ten aanzien van de continuïteit van de geautomatiseerde processen. Bovendien is de Belastingdienst steeds minder goed in staat om nieuwe noodzakelijke ontwikkelingen, zoals het uitwisselen van gegevens met andere partijen, snel een plaats te kunnen geven in zijn informatiehuishouding.

Om deze redenen is besloten een meerjarig programma op te zetten om tot een grondige herinrichting van de ICT-infrastructuur te komen. In het programma wordt langs twee trajecten gewerkt, één voor de korte termijn en één voor de langere termijn. Het programma wil voor de korte termijn (2007–2009) de continuïteit van de werkzaamheden van de Belastingdienst waarborgen en tegelijkertijd het fundament leggen voor de structurele oplossing voor de huidige problemen. Daartoe wordt een aantal generieke voorzieningen gerealiseerd. De langere termijn, met als tijdshorizon 2015, behelst een complete herinrichting van de processen van de Belastingdienst.

Interne beheersing

Definitieve regeling aangiften inkomstenbelasting

Door een programmafout zijn in 2007 circa 1,7 mln. aangiften inkomstenbelasting 2005 en eerdere jaren definitief geregeld zonder raadpleging van de in de FI-base beschikbare loon- en inhoudingsgegevens. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het ontwikkelproces onvoldoende checks kent om een tijdige signalering van deze problematiek mogelijk te maken. Door de Belastingdienst worden maatregelen ten aanzien van het functioneel beheer getroffen om de beheersingsorganisatie op dit punt te verbeteren. De gemaakte fouten zullen, waar mogelijk, in 2008 worden hersteld.

Test- en implementatietraject

Een bijzonder aandachtspunt betreft het test- en implementatietraject van ICT-systemen. Regel is dat, alvorens programmatuur van enige importantie in productie wordt genomen, deze tijdig en integraal wordt getest. Gezien de verwevenheid van de verschillende deelprocessen zijn meerdere testen (waaronder een ketentest) noodzakelijk. In dergelijke testen wordt de werking van de programmatuur in de totale keten (ontvangen, behandelen, beschikken, mededelen) beoordeeld. In 2007 is in het testtraject van de verwerking van de ontvangen loongegevens niet vastgesteld dat de gegevens onbruikbaar waren voor verdere verwerking. Dit was ook het geval met de verwerking van aangiften inkomstenbelasting 2007 die in de eerste maanden van 2008 met behulp van het internetprogramma van de Belastingdienst waren ingediend. Voor de Belastingdienst is dit aanleiding voor een totale herziening van het test- en implementatietraject van ICT-systemen. Dit is bij brief van de staatssecretaris van Financiën op 27 februari 2008 (Kamerstukken II 2007/08, 31 066, nr. 32) aangekondigd.

Artikel 8: BTW Compensatiefonds

Wat betreft de BTW-problematiek vindt de Europese Commissie dat de in Nederland bij het BTW-Compensatiefonds (BCF) gecompenseerde BTW geen subsidiabele kosten zijn voor financiering uit de Europese structuurfondsen. Nederland is van mening dat gemeenten en provincies op macro niveau zelf de financiering van het BCF dragen via een korting op de algemene uitkering via het gemeente- of provinciefonds. Hangende de discussie met de Europese Commissie ten principale, is zekerheidshalve een correctie op de declaraties voor EFRO-projecten bij Brussel doorgevoerd. Verder is in juni 2007 een onderzoek gestart om de compensabele BTW, die in Brussel in rekening is gebracht, in kaart te brengen voor alle structuurfondsen. De onderzoeksresultaten zijn omstreeks het voorjaar (2008) bekend.

Rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering IXB

Op basis van de mij beschikbare informatie zijn er geen onrechtmatigheden en/of onzekerheden geconstateerd die de rapporteringstolerantie voor IX-B als geheel overschrijden. Ook bevatten de beleidsartikelen 1 tot en met 8, de niet beleidsartikelen, de saldibalans (behoudens de voorschotten huurtoeslag 2007) en de baten-lastendienst van IXB geen zodanige onrechtmatigheden en/of onzekerheden, dat deze op grond van de rapporteringstoleranties of vanwege in het bijzonder te signaleren risico’s vermeld dienen te worden.

Totstandkoming van niet-financiële beleidsinformatie IXB

Op basis van de mij beschikbare informatie zijn er geen belangrijke tekortkomingen geconstateerd die vermelding behoeven in de bedrijfsvoeringparagraaf met betrekking tot de totstandkoming van de niet-financiële beleidsinformatie.

Conclusie

Op de hierboven wat betreft begrotingsartikel 1 genoemde punten is in 2007 sprake geweest van bedrijfsprocessen, die als onvoldoende ordelijk en beheerst moeten worden gekenmerkt. Voor het overige is in het begrotingsjaar 2007 sprake geweest van beheerste bedrijfsprocessen. De bedrijfsprocessen voorzien tevens in waarborgen voor een rechtmatige begrotingsuitvoering, inclusief een toereikend beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. Wat betreft de hierboven genoemde uitzonderingen zijn maatregelen getroffen om de bedrijfsvoering te verbeteren. In vergelijking met het gevoerde financieel beheer van 2006 is in 2007 een opgaande lijn te constateren.

C. JAARREKENING

7. VERANTWOORDINGSSTAAT

Verantwoordingsstaat 2007 van het Ministerie van Financiën (IXB) (x € 1000)
  (1)(2)(3)=(2)-(1)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  VerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangsten
 TOTAAL 3 915 517116 765 742 4 214 155121 516 777 298 6384 751 035
           
 Beleidsartikelen 3 810 791116 758 021 4 106 929121 500 729 296 1384 742 708
01Belastingen3 411 8593 411 799114 431 0683 635 5523 625 570117 950 276223 693213 7713 519 208
02Financiële markten60 94360 94325 646128 237107 0219 97867 29446 078– 15 668
03Financieringsactiviteiten publiek-private sector6 01019 5932 002 158165 35263 0292 930 366159 34243 436928 208
04Internationale financiële betrekkingen115 82675 550752– 1 020 432141 87459 488– 1 136 25866 32458 736
05Exportkredietverzekering en investeringsgaranties11 953 037112 48179 2502 293 93631 936225 853– 9 659 101– 80 545146 603
07Beheer materiële activa99 07599 075214 205105 791105 515317 4246 7166 440103 219
08Begrotingsbeleid31 35031 3504 94231 97131 9847 3446216342 402
           
 Niet-beleidsartikelen 104 7267 721 107 22616 048 2 5008 327
09Algemeen102 158102 1587 721109 208107 22616 0487 0505 0688 327
10Nominaal en onvoorzien2 5682 5680000– 2 568– 2 5680

1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds naar boven afgerond.

Mij bekend,

De Minister van Financiën,

De financiële en niet-financiële toelichting op de departementale verantwoordingsstaat is opgenomen in het beleidsverslag.

Samenvattende verantwoordingsstaat 2007 inzake baten-lastendienst van het ministerie van Financiën (x € 1000)
 (1)(2)(3)=(2)–(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Domeinen Roerende Zaken   
    
Totale baten13 89516 8682 973
Totale lasten13 88613 415– 471
Saldo van baten en lasten93 4533 444
    
Totale kapitaalontvangsten000
Totale kapitaaluitgaven193– 1 354– 1 547

8. SALDIBALANS

Ministerie van Financiën (IXB)

Saldibalans per 31 december 2007 (bedragen x € 1000)

DEBET       CREDIT
 OMSCHRIJVING31-12-200731-12-2006  OMSCHRIJVING31-12-200731-12-2006
1.Uitgaven t.l.v. de begroting 2006 3 828 393 2.Ontvangsten t.g.v. de begroting 2006 118 314 699
 Uitgaven t.l.v. de begroting 20074 214 150   Ontvangsten t.g.v. de begroting 2007121 516 775 
         
3.Liquide middelen3 2583 248 6. Ontvangsten buiten begrotingsverband305 377171 620
         
4.Rekening-courant RHB117 603 696114 653 647     
         
5.Uitgaven buiten begrotingsverband1 0491 030     
         
 Sub-totaal121 822 152118 486 319  Sub-totaal121 822 152118 486 319
         
7.Openstaande rechten27 075 24125 322 541 7a. Tegenrekening openstaande rechten27 075 24125 322 541
         
8.Extra-comptabele vorderingen1 646 3431 692 223 8a.Tegenrekening extra-comptabele vorderingen1 646 3431 692 223
         
9a.Tegenrekening extra-comptabele schulden1 106 9922 100 9.Extra-comptabele schulden1 106 9922 100
         
10.Voorschotten9 990 1906 446 113 10a.Tegenrekening voorschotten9 990 1906 446 113
         
11a.1Tegenrek. openst. garantieverplichtingen48 507 25147 147 311 11.1Openstaande garantieverplichtingen48 507 25147 147 311
11a.2Tegenrek. openst. betalingsverplichtingen736 917861 395 11.2Openstaande betalingsverplichtingen736 917861 395
12.Deelnemingen13 450 40713 525 877 12a.Tegenrekening deelnemingen13 450 40713 525 877
 Totaal-generaal224 335 494213 483 879  Totaal-generaal224 335 494213 483 879

8.1 Toelichting bij de saldibalans per 31 december 2007

Algemene toelichting

Alle bedragen zijn opgenomen tegen nominale waarden en vermeld in duizenden euro’s tenzij anders vermeld. Door afronding van bedragen op duizenden euro’s, kunnen totaaltellingen niet aansluiten bij de som der delen. In de tabellen zijn specificaties cursief weergegeven. Belangrijke posten worden hieronder nader toegelicht. Hierbij is de nummering van de saldibalans aangehouden.

Specifieke toelichting per saldibalanspost

3. Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit de saldi op bank- en girorekeningen en de bij kasbeheerders aanwezige kasgelden.

4. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Deze post geeft de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Het bedrag is per 31 december 2007 niet in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.

In de saldibalans is het juiste bedrag opgenomen. De verschillen zijn volledig verklaarbaar. De rekening-courant Rijkshoofdboekhouding kan om technische redenen niet meer in het boekjaar 2007 worden gecorrigeerd. De correctie zal plaatsvinden in 2008.

5. Uitgaven buiten begrotingsverband

De stand ultimo 2007 heeft hoofdzakelijk betrekking op de financiële verhouding met Atradius.

6. Ontvangsten buiten begrotingsverband

De stand ultimo 2007 heeft grotendeels betrekking op in het verleden ontvangen bedragen die nog verrekend moeten worden uit hoofde van provinciale opcenten, eurovignetten, afdrachten ABP en afdrachten loonheffing, alsmede op bedragen die Domeinen nog moet verrekenen met derden.

7. Openstaande rechten

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 Ultimo 2007Ultimo 2006
Belastingvorderingen25 949 60324 251 809
   
Vorderingen Domeinen:1 125 4881 070 332
Defensiegoederen1 100 5601 051 650
Overige24 92918 682
   
Overige150400
 27 075 24125 322 541

Toelichting openstaande rechten

Belastingvorderingen

De belangrijkste posten van de ultimo 2007 openstaande belastingvorderingen zijn vorderingen inzake:

(€ x 1 mld.)
 Ultimo 2007Ultimo 2006
Vennootschapsbelasting7,99,5
Inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen5,95,3
Omzetbelasting2,92,8
Belastingen van rechtsverkeer0,60,9
Tabaksaccijns0,60,7
Successierechten0,80,9
Loonbelasting/premies volksverzekeringen4,11,4
 22,821,5

Het volgende overzicht geeft aan in welk jaar de belastingvorderingen zijn ontstaan.

Belastingvorderingen in procenten

kst-31444-IXB-1-5.gif

Van het totale te vorderen bedrag zal uiteindelijk een aanzienlijk gedeelte niet inbaar zijn. Bij 40,8% van de openstaande vorderingen is de betalingstermijn verstreken. Van deze achterstandsposten is 50,1% aan te merken als betwist, bijvoorbeeld omdat een bezwaarschrift is ingediend. Ook van de niet-betwiste rechten met een betalingsachterstand zal een gedeelte niet of moeilijk inbaar zijn, bijvoorbeeld als gevolg van faillissementen.

Verloop van de belastingvorderingen
 Ultimo 2007Ultimo 2006
Ultimo vorig jaar24 251 80923 950 201
Conserverende aanslagen uit voorgaand jaar– 1 487 153– 821 989
Ontstane rechten93 849 71893 549 825
   
Vervallen rechten:  
– ontvangsten en overloop– 15 795 839– 11 789 783
– verleende verminderingen en negatieve aanslagen– 72 467 481– 77 883 161
– oninbaarlijdingen en kwijtscheldingen– 2 533 987– 1 692 184
– overloop– 1 842 898– 2 548 253
– conserverende aanslagen lopend jaar1 975 4341 487 153
 25 949 60324 251 809

Naast de niet direct invorderbare conserverende aanslagen (€ 2 mld.) zijn als rechten de openstaande belastingvorderingen (€ 24 mld.) opgenomen. Dit betreft het nominale bedrag van de in de debiteurenadministraties van de Belastingdienst geregistreerde openstaande invorderingsopdrachten. Deze zijn gecorrigeerd voor de betalingen die ultimo 2007 waren ontvangen maar nog niet waren verwerkt in de debiteurenadministraties (overloop € 1,8 mld.).

Vorderingen Domeinen

De vorderingen van Domeinen bestaan voor 99,8% uit strategische verkopen roerende zaken. Van het totale openstaande bedrag aan strategische debiteuren vervalt € 612,5 mln. tot 2010 en vanaf 2010 vervalt er € 488,1 mln. Een bedrag van € 1,7 mln. is voorlopig buiten invordering gesteld.

De ouderdom van de vorderingen Domeinen is als volgt:

Ontstaan in 2007110 664
Ontstaan in 2006260 321
Ontstaan in 2005258 508
Ontstaan vóór 2005495 995
Totaal1 125 488

Niet uit de saldibalans blijkende vordering

Tot de voorwaardelijke vorderingen kan het saldo van de Maintenance Of Value (MOV) posities worden gerekend (betreft internationale instellingen). De stand van de MOV-posities bedroeg ultimo 2007 € 119,7 mln. Het saldo van de MOV-posities kan afhankelijk van wisselkoersfluctuaties een vordering dan wel een verplichting voorstellen. Door de aandeelhouders van de internationale instellingen is echter besloten dat er geen uitkering van de MOV-verplichtingen zal plaatsvinden. Zodoende zullen er geen financiële transacties op basis van de MOV plaatsvinden, tenzij de aandeelhouders besluiten deze bevriezing op te heffen (wat erg onwaarschijnlijk is).

8. Extra-comptabele vorderingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 Ultimo 2007Ultimo 2006
Geconditioneerde vorderingen export-kredietverzekering (Atradius)1 075 4641 225 685
   
Leningen235 966294 957
   
Geconditioneerde vorderingen BF-regeling18 69622 447
   
Overige316 217149 134
 1 646 3431 692 223

Toelichting extra-comptabele vorderingen

Geconditioneerde vorderingen exportkredietverzekering (Atradius)

Verreweg het grootste deel van de geconditioneerde vorderingen (excl. consolidatierente) op Atradius ad € 1,1 mld. is opgenomen in consolidatie-overeenkomsten in het kader van de Club van Parijs. Vorderingen begrepen in consolidatie-overeenkomsten zijn door landen erkende schulden waar een betalingsregeling voor geldt en kunnen derhalve worden beschouwd als recuperabel. Landen zijn echter niet altijd in staat de betalingsverplichtingen uit hoofde van zo’n regeling na te komen. In die gevallen worden doorgaans herconsolidaties afgesloten. Hierdoor verschuift de geplande ontvangst van provenu’s door Atradius naar de toekomst. Dit betekent dat de afdracht aan de Staat van ontvangen provenu’s overeenkomstig verschuift. In de Club van Parijs is gesproken over verdergaande kwijtschelding van schulden van de allerarmste landen (Heavily Indebted Poor Countries (HIPC)). Als gevolg hiervan zullen deze landen in aanmerking komen voor verdergaande kwijtschelding van hun schulden uit hoofde van de exportkredietverzekering.

Leningen

Het bedrag van de leningen heeft betrekking op de Postbank N.V.

Geconditioneerde vorderingen BF-regeling (NIB)

De rechten van de Staat jegens derden (te weten de kredietnemers van de NIB) ter zake van reeds afgedekte kredieten in het kader van de BF-regeling worden beschouwd als geconditioneerde vorderingen. Zodra de ondernemingen weer voldoende liquide zijn, moet het door de Staat afgedekte krediet worden terugbetaald. In het verleden is gebleken dat slechts een gering bedrag uiteindelijk wordt gerestitueerd (vanwege faillissement e.d.).

Overige

Van de overige vorderingen heeft € 266,4 mln. betrekking op vorderingen inzake verstrekte toelagen zoals kinderopvang-, huur- en zorgtoeslag.

De ouderdom van de vorderingen exclusief de geconditioneerde vorderingen exportkredietverzekeringen (Atradius), is als volgt:

Ontstaan in 2007110 986
Ontstaan in 2006157 907
Ontstaan in 200519 910
Ontstaan vóór 2005281 821
Totaal570 624

9. Schulden

De schuld vloeit vrijwel geheel voort uit verkopen van strategische goederen door Domeinen. Immers, de opbrengst moet worden doorbetaald aan het Ministerie van Defensie.

De ouderdom van de schulden is als volgt:

Ontstaan in 200796 365
Ontstaan in 2006258 579
Ontstaan in 2005258 400
Ontstaan vóór 2005493 648
Totaal1 106 992

10. Voorschotten

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 Ultimo 2007Ultimo 2006
Toeslagen9 825 9946 260 776
Personeel en Materieel25 509100 280
WOZ7 80011 720
Overige130 88773 337
 9 990 1906 446 113

Toeslagen

Deze post bestaat uit kindertoeslag (€ 68 mln.), kinderopvang (€ 2 829 mln.), huurtoeslag (€ 3 213 mln.) en zorgtoeslag (€ 3 716 mln.).

De voorschotten toeslagen zijn als volgt opgebouwd.

(€ x 1 mln.)
VoorschottenKindertoeslagHuur-toeslagKinderopvangZorg-toeslag
Toeslagjaar 2005001340
Toeslagjaar 20060994668801
Toeslagjaar 2007682 2192 0272 915
Totaal683 2132 8293 716

De uitkering van toeslagen is gevoelig voor misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O), omdat de hoogte van de toeslag afhankelijk is van gegevens die toeslaggerechtigden zelf verstrekken. Het tegengaan van M&O bij de uitvoering van de wet- en regelgeving vormt een geïntegreerd onderdeel van het rechtshandhavingsbeleid. In het Beheersverslag van de Belastingdienst wordt dit meer uitgebreid toegelicht.

Personeel en Materieel

Deze post betreft diverse voorschotten aan personeel. Daarnaast hebben deze voorschotten betrekking op betalingen aan leveranciers waarvan de goederen/diensten nog geleverd dienen te worden.

WOZ

De voorschotten WOZ betreffen het restant van de aan de gemeenten in 2003 en 2004 verstrekte voorschotten in het kader van de vangnetregeling 1999 t/m 2002.

Overige voorschotten

Voor € 125,3 mln. betreft het ambtshalve voorschotten uitbetaald op de evenredige bijdrage verdeling (EBV). Deze voorschotten zijn uitbetaald aan burgers bij wie meer dan het maximum aan inkomensafhankelijke bijdrage in het kader van de zorgverzekeringswet is ingehouden. Hiervan is € 89,1 mln. ontstaan in 2007 en het resterende in 2006.

11.1 Openstaande garantieverplichtingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 Ultimo 2007Ultimo 2006
Deelnemingen20 473 21221 494 003
IMF9 605 09310 220 970
Ontwikkelingsbanken/NWB10 868 11911 273 033
   
Kernongevallen (WAKO)14 023 00014 023 000
   
Herverzekeringen12 770 00010 508 000
Exportkredietverzekering12 328 0009 999 000
Herverzekering investeringen442 000509 000
   
Overige1 241 0391 122 308
 48 507 25147 147 311

Toelichting openstaande garantieverplichtingen

Deelnemingen

• IMF: DNB neemt namens de Staat, onder Staatsgarantie, deel in het kapitaal van het Internationale Monetaire Fonds (IMF).

• Ontwikkelingsbanken (Wereldbank, Regionale Ontwikkelingsbanken, EIB, EBRD, MENA, MIGA) en NWB: dit betreft het garantiekapitaal (de niet volgestorte aandelen) inzake de deelneming van de Staat in het kapitaal van de betreffende banken. Slechts indien de banken in ernstige financiële problemen komen, kan om storting (vol- of bijstorting) van het garantiekapitaal worden gevraagd.

Kernongevallen (WAKO)

De Staat dient, voor zover de vergoedingen uit anderen hoofde niet toereikend zijn om schade ten gevolge van een kernongeval te vergoeden, aanvullend openbare middelen beschikbaar te stellen. Momenteel zijn er in Nederland zeven kerninstallaties in de zin van de WAKO. Afhankelijk van het bedrag waarvoor de onderscheiden kerninstallaties aansprakelijk zijn, verschilt het door de Staat maximaal beschikbaar te stellen bedrag tussen € 1 785 mln. en € 2 100 mln. per kernongeval.

Herverzekeringen

De openstaande verplichting betreft voornamelijk het risico (obligo) van de Staat als herverzekeraar uit hoofde van de door Atradius verzekerde kredieten en koersrisico’s. Daarnaast betreft de openstaande verplichting het risico uit hoofde van de door Atradius verzekerde investeringen in het kader van de regeling Herverzekering Investeringen (RHI incl. WHI).

Niet in de balans opgenomen garantieverplichting

De Staat heeft op grond van haar overeenkomst met de FMO (overeenkomst Staat-FMO van 16 november 1998) instandhoudingsverplichtingen ten opzichte van de FMO na eventuele uitputting van haar Reserverekening Algemene Risico’s (RAR Fonds) en bij onvoldoende dekking van bijzondere bedrijfsrisico’s. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in artikel 7 van de overeenkomst Staat-FMO. Daarnaast heeft de Staat op grond van artikel 8 van haar overeenkomst met FMO nog andere financiële zekerheidsverplichtingen ten opzichte van FMO.

De Staat heeft bij het verkopen van deelnemingen een aantal garanties en vrijwaringen afgegeven met betrekking tot de deelnemingen die verkocht zijn. Het betreft hier meer algemene garanties en vrijwaringen die niet kwantificeerbaar zijn.

11.2 Openstaande betalingsverplichtingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 Ultimo 2007Ultimo 2006
Deelnemingen ontwikkelingsbanken564 822705 257
Overige172 095156 138
Totaal736 917861 395

12. Deelnemingen

De post deelnemingen bestaat uit de aandelen in Nederlandse ondernemingen en de aandelen in internationale instellingen. De deelnemingen zijn als volgt gewaardeerd:

• Nederlandse ondernemingen: op basis van de historische aanschafwaarde. Voor Tennet, DNB en NV Luchthaven Schiphol zijn de historische aanschafwaarden onbekend. Deze zijn dan ook opgenomen tegen de nominale waarde.

• Internationale instellingen: op basis van het gestorte kapitaal (oorspronkelijke aankoopprijs) en nog te storten kapitaal uit hoofde van een betalingsverplichting (paid-in capital). Voor het restant dat niet als deelneming is opgenomen, is een garantieverplichting verstrekt (callable capital), die onder saldibalanspost 11 is opgenomen.

Er wordt door Financiën gewerkt aan het kunnen overstappen van de methodiek van historische kostprijs naar een methodiek die meer inzicht geeft in de waardeontwikkeling van de deelnemingen.

De deelnemingen kunnen als volgt gespecificeerd worden. In de laatste kolom van het overzicht is het deelnemingspercentage ultimo 2007 vermeld.

 Ultimo 2007Ultimo 2006Aandeel in %
Nederlandse ondernemingen   
Nederlandse Gasunie N.V.10 067 31210 067 312100
NS N.V.1 012 2651 012 265100
Tennet BV100 000100 000100
Westerscheldetunnel599 666624 47095,4
De Nederlandsche Bank (DNB)500 000500 000100
VSN NV (Connexxion)26 51779 55233,3
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)69 61369 61350
NV Luchthaven Schiphol58 93758 93775,8
    
Overige209 650172 643div.
Subtotaal12 643 96012 684 792 
Internationale instellingen   
Wereldbank (IBRD)179 877201 0612,21
Europese Investeringsbank (EIB)369 353369 3534,50
Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD)130 200130 2002,51
Internationale Financieringsmij. (IFC)38 13042 6202,34
Overige88 88797 850div.
Subtotaal806 447841 085 
Totaal13 450 40713 525 877 

Toelichting deelnemingen

Naar aanleiding van de nota «Deelnemingenbeleid Rijksoverheid» is voorgesteld om het beheer van deelnemingen zoveel mogelijk samen te brengen op één plaats binnen de Rijksoverheid. Gekozen daarbij is voor het ministerie van Financiën, dat reeds een coördinerende functie rond de staatsdeelnemingen heeft.

Niet in de saldibalans opgenomen «deelnemingen»

Zowel de Staatsloterij (SENS) als Holland Casino hebben de juridische status van stichting. Het kansspelbeleid met de daaraan gekoppelde vergunningen behoren toe aan het ministerie van Justitie. Het ministerie van Financiën onderhoudt de financiële betrekkingen. Financiën ontvangt de opbrengsten en houdt toezicht conform de statuten.

9. BATEN-LASTENDIENST DOMEINEN ROERENDE ZAKEN

Algemeen

Domeinen Roerende Zaken (DRZ) heeft in het boekjaar 2007 een netto-resultaat van € 3,5 mln. geboekt. Na een toevoeging conform de regeling baten- en lastendiensten van € 0,2 mln aan het eigen vermogen wordt het onverdeelde resultaat van € 3,3 mln uitgekeerd aan het moederdepartement.

1. Staat van baten en lasten

Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2007 (x € 1000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederdepartement600336– 264
Opbrengst overige departementen10 24511 9501 705
Opbrengsten derden3 0504 1191 069
Rentebaten0155155
Buitengewone baten0308308
Totaal baten13 89516 8682 973
    
Lasten   
Apparaatskosten   
– Personele kosten3 9254 305380
– Materiele kosten9 7008 761– 939
Rentelasten3025– 5
Afschrijvingskosten   
– Materieel2312321
– Immaterieel03737
Overige lasten   
– Dotaties voorzieningen05454
– Buitengewone lasten011
Totaal lasten13 88613 415– 471
    
Saldo van baten en lasten93 4533 444

Toelichting saldo van baten en lasten ten opzichte van ontwerpbegroting 2007

Het saldo van baten en lasten is in 2007 met name tot stand gekomen door incidentele gebeurtenissen en meevallers zoals;

• het verkopen van in beslaggenomen mobiele telefoons (+ € 1,1 mln.)

• eenmalige extra opbrengsten met betrekking tot vernietiging van vuurwerk (+ € 0,4 mln.)

• opbrengsten en kosten in verband met de sluiting van de regio te Amsterdam (+ € 0,6 mln.)

• eenmalige vrijval van een voorziening ten behoeve van een schadeclaim (+ € 0,3 mln.)

• extra rentebaten in verband met positieve geldstromen in 2007 (+ € 0,2 mln.)

Structurele positieve ontwikkelingen zijn zichtbaar in:

• toename van het conservatoir («Pluk-Ze» wetgeving) beslag (+ €0,3 mln.)

• toename in het aantal data vrij te maken harde schijven (+ 0,4 mln.)

• nieuwe contracten met Defensie en het Agentschap Telecom (+ 0,1 mln.)

2. Balans per 31 december 2007

Balans per 31 december 2007 (x € 1000)
 (1)(2)
OmschrijvingBalans per 31 december 2007Balans per 31 december 2006
Activa  
Immateriële activa5700
Materiële activa  
grond en gebouwen1313
installaties en inventaris761488
Overige materiële vaste activa611369
Voorraden00
Debiteuren1 0471 237
Overige vorderingen448142
Te vorderen van moederdepartement00
Liquide middelen5 6914 682
Totaal activa9 1416 931
   
Passiva  
Eigen vermogen-Exploitatie reserve6340
Verplichte reserve5700
Onverdeeld resultaat3 4532 328
Leningen bij MinFin673805
Voorzieningen1 2011 188
Crediteuren1 060774
Nog te betalen1 5501 836
Totaal Passiva9 1416 931

Toelichting activa

Immateriële activa

DRZ heeft communicatie software ontwikkeld die tussen het Landelijk Beslag Register (LBR) en haar automatiseringssysteempakket (SAP). Deze software is geactiveerd tegen historische aanschafwaarde. Tevens is een wettelijke verplichte reserve opgezet.

Toelichting passiva

Ontwikkeling Eigen Vermogen

De gemiddelde omzet sinds de oprichting van Domeinen roerende zaken als baten- en lastendienst (2006) bedraagt € 16 223 865. Het eigen vermogen mag bij deze omzet totaal 5% van de gemiddelde omzet (€ 811 193) bedragen. Het eigen vermogen per 1 januari is hoger dan toegestaan. Het overschot (€ 3 275 807) wordt in 2008 met de IXB-begroting verrekend.

Eigen Vermogen (x € 1 000)
 20062007
Eigen vermogen per 1 januari02 328
Saldo van baten en lasten2 3283 453
Uitkering aan het moederdepartement0– 1 526
Vorming wettelijke reserve0– 168
Eigen vermogen per 31 december2 3284 087

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Voor de huisvesting is Domeinen Roerende Zaken langdurige gebruiksovereenkomsten aangegaan met de Rijksgebouwendienst en de Directie Domeinen. De waarde van deze verplichting bedraagt per 31 december 2007 € 22,5 mln.

3. Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2007 (x € 1000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening-courant RHB 1 januari 20071284 6824 554
2. Totaal kasstroom uit operationele activiteiten2403 6193 379
    
Totaal investeringen -/-– 86– 1 354– 1 268
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)00 
3. Totaal investeringskasstroom– 86– 1 354– 1 268
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)0– 1 526– 1 526
Eenmalige storting door moederdepartement (+)0402402
Aflossingen op leningen (-/-)– 107– 132– 25
4. Totaal financieringskasstroom– 107– 1 256– 1 149
    
5. Rekening-courant RHB 31 december 2007 (1+2+3+4)1755 6915 516

Toelichting

Investeringen

De mutatie in de investeringen is tot stand gekomen door uitgaven binnen het departementaal project Landelijk Beslaghuis. Deze waren bij de opstelling van de ontwerpbegroting 2007 onvoldoende bekend (€ 0,8 mln.). Daarnaast zijn de vervangingsinvesteringen hoger uitgevallen dan verwacht (€ 0,3 mln.) en zijn, niet geraamde investeringen gedaan in productontwikkeling pc schonen (€ 0,2 mln.).

4. Doelmatigheidsindicatoren

Doelmatigheidsontwikkeling Domeinen roerende zaken in 2007

In kwantitatieve zin is de organisatie doelmatiger gaan werken. Dit blijkt uit lagere kostprijzen voor producten, betere bezettingsgraden en het behalen van een kostendekking in 2007. In 2007 is DRZ gestart met de ontwikkeling van kwalitatieve indicatoren. Per balansdatum is alleen de belangrijkste indicator met betrekking tot klanttevredenheid beschikbaar.

Doelmatigheidsindicatoren DRZ
Kwantitatieve indicatorenVBTB norm20062007
Kostendekkendheid bewaartaak100%88%100%
Kostendekkendheid verkooptaak100%146%153%
Kostendekkendheid pc schonen100%0%128%
Kostendekkendheid vernietiging vuurwerk100%0%95%
    
Bezettingsgraag Totaal80%62%65%
Bezettingsgraad Binnen80%70%73%
Bezettingsgraad Buiten80%52%56%
    
Kostprijs per m2 € 109€ 96
Kostprijs per m2 binnen€ 139€ 143€ 128
Kostprijs per m2 buiten € 57€ 52
    
Uurtarief DRZ totaal€ 103€ 98€ 89
Uurtarief verkooptaak (incl. huisvesting) € 140€ 137
Uurtarief bewaartaak € 84€ 75
    
Kwalitatieve indicatoren   
Klanttevredenheid7,0 7,3

Kostendekkendheid

De totale kostendekking in 2007 bedraagt 127%, in de toelichting van de staat van baten en lasten zijn de voornaamste bijdragen tot dit resultaat aangegeven.

Bezettingsgraad/Kostprijs per m2

Toename van opslag voor conservatoir beslag/«Pluk-ze» en Entrepotbeslag draagt bij aan de lichte stijging van de bezettingsgraad. Met de sluiting van de regio te Amsterdam verwacht DRZ haar VBTB norm per 2008 te bereiken.

Kostprijs per m2

De positieve lijn in de ontwikkeling van de kostprijs per m2 is de resultante van een betere bezettingsgraad en vermindering van de uitgaven van met name in de huisvestingskosten.

Uurtarief

De kostprijs per uur valt lager uit omdat op de bewaar- en verkooplocaties meer declarabele uren geregistreerd zijn en de gemaakte kosten nauwelijks afwijken van de verwachte kosten.

D. BIJLAGEN

BIJLAGE 1: TOEZICHTRELATIES ZBO’S/RWT’S

InstellingRijksbijdrage 2007 (x € 1 000)
AFMZie toelichting
DNBZie toelichting
Stichting Waarborgfonds motorverkeer0
Bureau der motorrijtuigverzekeraars0
Waarderingskamer560
Commissie Eindtermen Accountantsopleiding0
Stichting Afwikkeling Maror-gelden Overheid (SAMO)0
Stichting Joods Humanitair Fonds (SJHF)0

Moties van de leden De Nerée tot Babberich c.s. (30 300, nr. 39) en Bibi de Vries c.s. (30 413, nr. 79).

Via bovenstaande moties is de regering ten aanzien van onder meer de toezichthouders op de financiële markten, te weten De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM), verzocht in het departementale jaarverslag een overzicht op te nemen van:

a. de toezichtstaak, de beleidsdoelen en de geleverde prestaties door de toezichthouders;

b. de kosten van de toezichthouders;

c. het aantal formatieplaatsen, zo mogelijk per beleidsdoel en toezichtstaak;

d. de kosten en bedragen die worden doorberekend aan de onder toezicht gestelden.

DNB

Toezichtstaak

Als prudentieel toezichthouder ziet DNB toe op de soliditeit van financiële ondernemingen en het bijdragen aan de stabiliteit van de financiële sector.

Beleidsdoelen

Hoofddoel van het toezicht is een stabiele en integere financiële sector die op een groot vertrouwen van het publiek mag én kan rekenen. Daartoe zijn drie doelstellingen geformuleerd (zie tevens de tabel van de geleverde prestaties):

1. Goede uitvoering van het toezicht

Goed toezicht draagt bij aan een stabiele en integere financiële sector. Om dit waar te maken, moet het toezicht steeds kunnen steunen op een actueel beeld van de «prudentiële status» van de financiële instellingen. Het toezicht moet zich kunnen vergewissen van een integere bedrijfsvoering in het algemeen (waaronder een goede administratieve organisatie en interne controle) en van de integriteit en het integer handelen van de betrokken bestuurders. Toezichtcapaciteit moet zo nodig flexibel ingezet kunnen worden.

2. Goed voorbereid zijn op externe ontwikkelingen

Het monitoren van veranderingen in de financiële wereld om een goede kwaliteit van het toezicht te kunnen garanderen en waar mogelijk te verbeteren alsmede het meewerken aan en het adequaat inspelen op veranderingen in wetgeving en internationale overeenkomsten.

3. Verdere professionalisering van het toezicht

Voor een goede uitvoering van het toezicht is voortdurende aandacht voor de kwaliteit van het toezichtbeleid en -uitvoering onontbeerlijk. Om de kwaliteit van het toezicht te verbeteren, wordt regelmatig aandacht besteed aan de (fasen van) de te onderscheiden processen.

Geleverde prestaties1

DoelstellingStreefwaardeResultaat
Hoofddoelstelling 1: goede uitvoering van het toezicht
Actueel en getrouw beeld van ondernemingen voor risicogestuurd toezichtActueel risicobeeld is voor 100% van de ondernemingen ingevoerd in FIRM, rekening houdend met cross-sectorale toezichtactiviteiten Beoordeling FTK-implementatie bij de 75 grootste pensioenfondsen en de fondsen met een dekkings- of reservetekortGerealiseerd, maar voor toezicht op banken onder druk door externe ontwikkelingen Gerealiseerd
   
Effectieve en tijdige interventiesAdequate en zorgvuldige bescherming van belangen van stakeholdersGeen majeure incidenten; in aanvulling op regulier toezicht 167 keer via formele maatregel ingegrepen, waarvan 18 keer bij illegale instelling
   
Intensivering integriteittoezicht en voorbereiden toezicht governanceOntwikkelen van een integriteitscan en een systeem van self assessments Het volgen van de invoering van Pension Fund Governance (PFG)Gerealiseerd Invoering van PFG door pensioenfondsen gepeild: resultaten op 13 september gepresenteerd
   
Hoofddoelstelling 2: goed voorbereid zijn op externe ontwikkelingen
Invoering Wft, Pw en toezicht herverzekeraarsSoepele implementatie van Wft, Pw en herverzekeringstoezicht bij DNB en ondernemingenGerealiseerd. Vanwege vertraging in wetgeving start het herverzekeringstoezicht in 2008.
   
Overgang van regel- naar principegebaseerd toezichtUitvoeren onderzoek naar de consequenties van de overgang van regel- naar principegebaseerd toezichtOnderzoek is niet uitgevoerd. Onderwerp wordt in toezichtpraktijk via workshops opgepakt. Verder wordt in het beleidsproces expliciet aandacht besteed aan de implicaties van principegebaseerd toezicht.
   
Hoofddoelstelling 3: verdere professionalisering van het toezicht (kwaliteitszorg)
Invoering Quality Assurance (QA)Plan van aanpak ontwikkeld en ingevoerd.Gerealiseerd
   
Verbeteren toezicht via externe evaluatieVoorbereidingen getroffen voor externe evaluatie in 2007/2008Pilot externe evaluatie uitgesteld tot 2008
   
Verbeteren kwaliteit beleidsprocesToevoegen beschrijving van het gevolgde proces aan meer dan 95% van de beleidsnota’sGerealiseerd
   
Samenwerking met AFM versterkenTaakverdeling DNB en AFM vastleggen in convenantHerzien convenant in juli 2007 gerealiseerd; uitgebreid naar toezicht op pensioenfondsen

Toezichtskosten etc.

 20062007
Kosten DNB:   
Banken1€ 35,82 mln.€  45,21 mln.
Pensioenfondsen€ 20,19 mln.€  21,38 mln.
Verzekeraars2€ 24,94 mln.€  25,16 mln.
Overige instellingen€  8,80 mln.€    9,79 mln.
WID MOT Sanctiewet€  0,65 mln.€    0,72 mln.
Som der lasten€ 90,39 mln.€ 102,26 mln.
Aan onder toezichtsgestelden toe te rekenen kosten€ 75,59 mln.€  84,94 mln.
Gemiddeld aantal fte’s3616657

1 Banken inclusief Electronische geldinstellingen en overige kredietinstellingen (niet-banken).

2 Inclusief kosten zorgverzekeraars en kosten materieel toezicht.

3 Direct personeel plus toegerekende ondersteuning.

AFM

Toezichtstaak

Als gedragstoezichthouder ziet de AFM toe op ordelijke en transparante financiële marktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten.

Beleidsdoelen

Hoofddoel van het toezicht is het bevorderen van eerlijke en transparante financiële markten. Daartoe is de AFM actief op twee terreinen, te weten financiële dienstverlening en kapitaalmarkten.

1. Financiële dienstverlening

De AFM bevordert de zorgvuldige financiële dienstverlening aan consumenten. Bedrijven en personen die financiële diensten verlenen, moeten deskundig, betrouwbaar en integer zijn. De informatie van financiële ondernemingen en pensioenuitvoerders dient feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend te zijn. De ondernemingen moeten handelen in het belang van hun klanten (zorgplicht).

2. Kapitaalmarkten

De AFM bevordert de eerlijke en efficiënte werking van kapitaalmarkten, waarop beleggers kunnen vertrouwen. De toezichthouder handhaaft de spelregels voor degenen die actief zijn op de markt van aandelen en andere effecten. Marktmisbruik – gebruik van voorwetenschap, manipulatie of misleiding – is verboden. Beursgenoteerde bedrijven moeten koersgevoelige informatie tijdig en correct naar buiten brengen. De AFM handhaaft de regels voor de uitgifte van effecten en openbare biedingen, voor financiële verslaggeving en voor accountants die de verslaggeving controleren.

Geleverde prestaties

Enige kerncijfers:

OnderdeelOmschrijvingRealisatie
Financiële dienstverlening  
Illegale financiële activiteitenAantal afgeronde instellingsspecifieke onderzoeken375
 Aantal formele toezichtmaatregelen37
 Aantal geconstateerde overtredingen t.o.v. totale aantal onderzoeken39%
Adviseurs en bemiddelaarsAantal gestarte instellingsspecifieke onderzoeken113
 Aantal afgeronde instellingsspecifieke onderzoeken96
 Aantal lopende thema-onderzoeken6
 Aantal toezichtmaatregelen118
InformatieverstrekkingAantal afgeronde beoordelingen van reclames695
IntegriteitAantal gestarte instellingsspecifieke onderzoeken2
 Aantal afgeronde instellingsspecifieke onderzoeken1
 Aantal lopende thema-onderzoeken5
 Aantal toezichtmaatregelen1
Toezicht PensioenuitvoerdersAantal gestarte instellingsspecifieke onderzoeken4
 Aantal afgeronde instellingsspecifieke onderzoeken2
 Aantal toezichtmaatregelen4
Verleners van beleggings-diensten (aanbieders)Aantal gestarte instellingsspecifieke onderzoeken12
Aantal afgeronde instellingsspecifieke onderzoeken39
 Aantal toezichtmaatregelen12
Kapitaalmarkten  
InfrastructuurAantal gestarte instellingsspecifieke onderzoeken4
 Aantal afgeronde instellingsspecifieke onderzoeken3
 Aantal lopende thema-onderzoeken1
Financiële verslaggevingAantal afgeronde instellingsspecifieke onderzoeken 45
 Aantal formele toezichtmaatregelen26
 Aantal geconstateerde overtredingen t.o.v. totale aantal onderzoeken58%
AccountantsorganisatiesAantal gestarte instellingsspecifieke onderzoeken1
 Aantal toezichtmaatregelen2

Toezichtskosten etc.1

 20062007
Lasten AFM:   
Aanbieders€ 27,15 mln.€ 27,08 mln.
Accountantsorganisaties€  4,26 mln.€  6,06 mln.
Adviseurs en bemiddelaars€ 18,42 mln.€ 21,98 mln.
Effecten uitgevende instellingen€ 12,70 mln.€ 14,25 mln.
Infrastructuur€  2,04 mln.€  1,72 mln.
Integriteit€  2,69 mln.€  1,73 mln.
Overig€  0,46 mln.€  1,04 mln.
Afschrijving eerder geactiveerde kosten€  5,52 mln.€  8,05 mln.
Geactiveerde lasten ontwikkelde software€  0,10 mln.
Som der lasten€ 73,25 mln.€ 82,01 mln.
Aan onder toezichtsgestelden toe te rekenen kosten1€ 48,79 mln.€ 51,39 mln.
Gemiddeld aantal fte’s420434

1 Inclusief de in het betreffende jaar gemaakte voorbereidingskosten die later onder aan toezichtsgestelden worden doorberekend.

BIJLAGE 2: TOPINKOMENS

Op grond van artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Stb. 2006, 95) moet een overzicht worden opgenomen van medewerkers die in het verslagjaar meer verdiend hebben dan het gemiddelde belastbare loon van de ministers. Dit gemiddelde belastbare jaarloon is voor 2007 vastgesteld op € 169 000.

FunctieBelastbaar jaarloon 2006Pensioenafdrachten en overige voorzieningen op termijn 2006Totaal 2006Belastbaar jaarloon 2007Pensioenafdrachten en overige voorzieningen op termijn 2007Ontslagvergoeding 2007Totaal 2007Opmerkingen
In 2007 heeft geen medewerker van het ministerie van Financiën een inkomen verdiend boven het gemiddelde belastbare jaarloon van een minister.

BIJLAGE 3: AANBEVELINGEN ALGEMENE REKENKAMER

De Algemene Rekenkamer heeft in haar rapport bij het jaarverslag over 2006 enkele aanbevelingen gedaan. In het onderstaande overzicht wordt aangegeven wat de resultaten zijn van de toezeggingen die zijn gedaan naar aanleiding van de aanbevelingen.

ToezeggingStand van zaken
Toeslagen: 
De Belastingdienst streeft ernaar het toezicht zo vroeg mogelijk uit te voeren. Het onderhoud van het huidige invorderingssysteem wordt afgestemd op het te verwachten aantal vorderingen.In 2007 heeft de nadruk gelegen op het verbeteren van de administratieve processen rondom het toeslagsysteem. Het toezicht op de voorschotten is deels doorgeschoven naar de definitieve toekenningen. Het huidige invorderingssysteem is afgestemd op het aantal te verwachten invorderingen.
  
Financieel beheer: 
Over 2007 zal de naleving van de procedures aangaande administratieve tussenrekeningen, verminderingen en terugbetalingen en Europese aanbestedingen strikt worden bewaakt.De beheersing van de administratieve tussenrekeningen is in de loop van 2007 sterk verbeterd. De beheersing van teruggaven en vermindering is, met uitzondering van de omzetbelasting, verbeterd. Het is – met name in het eerste halfjaar van 2007 – bij verschillende opdrachten voorgekomen dat de Europese aanbestedingsregels niet of niet volledig zijn nageleefd. Bij brief van 3 september van de staatssecretaris van Financiën (Kamerstukken II 2006/07, 31 066, nr. 10) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de naleving van de Europese aanbestedingsregels in de periode januari t/m juli 2007. De interne organisatie is gewijzigd: er is nog maar één dienstonderdeel (B/CFD) dat de Europese aanbestedingen doet en bewaakt dat de Europese aanbestedingsregels worden nageleefd.
  
Toezicht op assurantiebelasting en WBSO: 
Over 2007 zullen voldoende controles worden uitgevoerd.Voor de assurantiebelasting en WBSO zijn over 2007 voldoende controles uitgevoerd.
  
Loonheffing: 
In 2007 wordt het verschil in de aansluiting tussen betalingen en aangiften loonbelasting geanalyseerd.Het verschil in de aansluiting tussen betalingen en aangiften is in 2007 nagenoeg geheel verklaard.
  
Onderbouwing fiscale besluiten: 
De dossiervorming krijgt in 2007 opnieuw aandacht.In 2007 is de dossiervorming verbeterd.
  
Toegang tot vertrouwelijke gegevens: 
De Belastingdienst zal bezien of het beleid om bepaalde personen meer af te schermen verbeterd moet worden.De afscherming van belastingplichtigen die tot bepaalde doelgroepen behoren is in voldoende mate geborgd.

BIJLAGE 4: INHUUR EXTERNEN

In het onderstaande overzicht staan de uitgaven voor de inkopen van de adviseurs en tijdelijk personeel (inhuur externen).

Programma- en apparaatskosten (x € 1 000)
Beleidsgevoelig 
1. Interim management374
2. Organisatie- en formatieadvies168
3. Beleidsadvies1 856
4. Communicatieadvisering155
  
(Beleids)ondersteunend 
5. Juridisch advies/ondersteuning633
6. Advisering/ondersteuning opdrachtgevers automatisering37 562
7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie102
  
Ondersteuning Bedrijfsvoering 
8. Uitzendkrachten (formatie & piek)130 299
  
Totaal uitgaven inhuur externen171 149
Licence