Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

nr. 1JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES (VII)

Aangeboden 20 mei 2009

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein (in mln. €)

kst-31924-VII-1-1.gif

Gerealiseerde ontvangsten per beleidsterrein (in mln. €)

kst-31924-VII-1-2.gif

INHOUDSOPGAVE blz.

A.Algemeen6
 Aanbieding en dechargeverlening6
 Leeswijzer11
   
B.Beleidsverslag13
1.Beleidsprioriteiten13
2.Beleidsartikelen23
 Veiligheid23
 * 2. Politie23
 * 4. Partners in Veiligheid35
 * 5. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst42
 * 14. Toezicht en Onderzoek Openbare Orde en Veiligheid48
 * 15. Crisisbeheersing52
 * 16. Brandweer- en Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR)62
   
 Bestuur en democratie72
 * 1. Grondwet en Democratie72
 * 6. Functioneren Openbaar Bestuur78
   
 Publieke dienstverlening en openbare sector85
 * 7. Innovatie en Informatiebeleid Openbare Sector85
 * 10. Arbeidszaken Overheid97
 * 11. KwaliteitRijksdienst107
3.Niet-beleidsartikelen121
 * 12. Algemeen121
 * 13. Nominaal en Onvoorzien123
 * 17. VUT-fonds124
4.Bedrijfsvoeringsparagraaf125
   
C.Jaarrekening128
1.De departementale verantwoordingsstaat128
2.De saldibalans130
3.Topinkomens137
4.Baten-lastendiensten140
   
D.Bijlagen183
1.Burgemeestersbenoemingen183
2.Toezichtrelaties en ZBO’s/RWT’s184
3.Aanbevelingen Algemene Rekenkamer185
4.Overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel186
5.Afkortingenlijst187
6.Trefwoordenregister190

A. ALGEMEEN

AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het departementale jaarverslag van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) over het jaar 2008 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2008 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

a. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

c. de financiële informatie in het jaarverslag;

d. de betrokken saldibalans;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2008;

b. het voorstel van de slotwet over het jaar 2008 die met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2008 met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2008 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2008, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2008 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001);

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

LEESWIJZER

Opbouw Jaarverslag 2008

De begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kent een vertrouwde opbouw en het jaarverslag volgt dan ook de opbouw van de begroting 2008.

Het jaarverslag 2008 bestaat uit vier delen:

A. Een algemeen deel met de dechargeverlening;

B. Het beleidsverslag 2008 over de prioriteiten en de beleidsartikelen;

C. De jaarrekening 2008

D. De bijlagen

Het beleidsverslag 2008

In het beleidsverslag 2008 wordt teruggekeken op de resultaten uit 2008. Het beleidsverslag bestaat uit vier onderdelen: het verslag over de beleidsprioriteiten 2008, de beleidsartikelen, de niet-beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringparagraaf.

De paragraaf beleidsprioriteiten 2008 heeft een iets andere opzet in vergelijking met 2007. In deze paragraaf wordt teruggekeken op de resultaten uit 2008 aan de hand van de beleidsdoelstellingen van BZK uit het beleidsprogramma.

Bij de beleidsartikelen wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen. De paragraaf kent per beleidsartikel de volgende opzet:

1. Algemene beleidsdoelstelling, doelbereiking en maatschappelijke effecten

2. Succesfactoren

3. Meetbare gegevens

4. Budgettaire gevolgen van beleid

5. Operationele doelstellingen

6. Overzicht afgeronde onderzoeken

In 4 Budgettaire gevolgen van beleid wordt de realisatie 2008 afgezet tegen de oorspronkelijke raming 2008 en worden opmerkelijke verschillen toegelicht.

In 5 Operationele doelstellingen wordt per operationele doelstelling nader ingegaan op behaalde resultaten in 2008. Hierbij wordt aandacht besteed aan de gerealiseerde instrumenten en de prestatie-indicatoren.

In 6 Overzicht afgeronde onderzoeken wordt per artikel de in 2008 afgeronde onderzoeken weergegeven.

Het jaarverslag bevat ook een bedrijfsvoeringparagraaf. Hierin wordt verslag gedaan over de bedrijfsvoering van hoofdstuk VII (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) van de Rijksbegroting.

De jaarrekening 2008

In de jaarrekening treft u de (samenvattende) verantwoordingsstaten voor de begroting van BZK, de saldibalans met toelichting, de topinkomens en de zes baten-lastendiensten. De Slotwet wordt als een apart Kamerstuk gepubliceerd. In de jaarrekening is de financiële verantwoording van de zes baten-lastendiensten opgenomen. Beleidsmatig vallen deze baten-lastendiensten onder de operationele doelstellingen van de verschillende begrotingsartikelen (KLPD op artikel 2.3, CAS op artikel 7.3, BPR op artikel 7.4, P-direkt op artikel 11.6, LFR op artikel 16.4 en de Werkmaatschappij op artikel 11). In de jaarrekening wordt voor deze diensten middels een balans, een staat van baten en lasten en een kasstroomoverzicht financieel verantwoording afgelegd over 2008. Tevens worden de bijzonderheden ten aanzien van de bedrijfsvoering, de ontwikkeling van het vermogen, de liquiditeit en de exploitatie kort toegelicht.

De bijlagen

De volgende bijlagen treft u aan in het jaarverslag:

1. Overzicht van de burgemeestersbenoemingen in 2008

2. Overzicht van de toezichtrelaties en ZBO’s/RWT’s

3. Overzicht aanbevelingen Algemene Rekenkamer

4. Overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel. Daarnaast zijn voor de toegankelijkheid van het jaarverslag ook een overzicht van gebruikte afkortingen en een trefwoordenregister opgenomen.

B. BELEIDSVERSLAG

B.1. BELEIDSPRIORITEITEN 2008

1. Inleiding

Een veiliger samenleving, een slagvaardig bestuur en een goede publieke dienstverlening: daar staat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor. Cruciaal daarbij is de samenwerking met andere organisaties, binnen en buiten de rijksdienst. Onze partners, zoals de gemeenten, de provincies en de politiekorpsen, worden vaak als eerste geconfronteerd met opgaven vanuit de samenleving. Resultaten bereiken wij samen met hen.

Terugkijkend constateren wij dat wij het leeuwendeel van de doelstellingen voor 2008 hebben behaald. Het wordt veiliger in Nederland, gemeenten en provincies hebben meer bestuurlijke slagkracht en wij slagen erin de administratieve lasten terug te dringen. Toch is er nog vooruitgang te boeken, bijvoorbeeld in het tegengaan van overlast en het bevorderen van diversiteit. Nadrukkelijk zal 2009 in het teken staan van de uitvoering van plannen en afspraken.

Wij streven naar sterke gemeenten en provincies die voor hun daadkracht niet afhankelijk zijn van Den Haag. Met de gemeenten hebben wij in juni 2007 al een bestuursakkoord bereikt. In juni 2008 hebben wij nieuwe afspraken gemaakt over decentralisatie en bestuurskracht. Het afgelopen jaar hebben wij ook met de provincies een bestuursakkoord gesloten waardoor zij een sterkere rol kunnen spelen op ruimtelijk-economisch en cultureel gebied.

Gemeenten, provincies en het rijk zijn één overheid. En die overheid is van en voor ons allemaal. De mensen mogen van ons verwachten dat onze organisaties goed samenwerken en dat wij streven naar maximale dienstverlening met minimale administratieve rompslomp. De dienstverlening door de overheid wordt gemiddeld beoordeeld met een 7. Dat is een ruime voldoende, maar wij blijven werken aan verbetering. Voor burgers zijn de lasten verminderd met 21 procent in tijd en geld. Daarmee zijn wij goed op weg naar de 25 procent vermindering waar wij naar streven.

Uitgangspunt van een overheid die van en voor ons allemaal is, is dat je afblijft van medewerkers met een publieke taak. In 2008 vonden te veel incidenten plaats, bijvoorbeeld tegen buschauffeurs en tegen ambulancemedewerkers. Het tegengaan van deze vormen van agressie is een van onze hoogste prioriteiten. Met alle werkgevers hebben wij een eenduidige landelijke norm opgesteld over welk gedrag wij niet accepteren. Een logo en een slogan maken de norm duidelijk: «Handen af van onze helpers!» Onze aanpak is dadergericht: wie zich schuldig maakt aan agressie moet snel worden opgepakt en extra zwaar gestraft, waarbij hij of zij opdraait voor de schade. Een eerste onderzoek laat zien dat daders van publieke agressie vaker worden gedagvaard en een hogere straf krijgen.

Op het gebied van veiligheid is het landelijke beeld positief. Criminaliteitscijfers zijn gedaald en mensen voelen zich veiliger. Het aantal gevallen van diefstal, inbraak, autokraak en zakkenrollerij is sinds 2002 met maar liefst 28 procent gedaald. Toch zal er nog veel inzet nodig zijn om alle doelstellingen voor 2010 te halen. Wij doen daarbij een beroep op de bevolking. Burgernet is een voorbeeld van het actief betrekken van mensen.

Een overheid die van ons allemaal is, is een herkenbare overheid met een divers samengesteld personeelsbestand. Ook op dat punt is vooruitgang geboekt. Het aantal vrouwen in hogere functies is gegroeid van 16,7 naar 20 procent. Het blijkt lastiger om het aandeel medewerkers met een biculturele achtergrond te laten stijgen met 50 procent in 2011. Nieuwe acties zijn inmiddels ingezet om deze stagnatie te doorbreken.

Het vliegtuigongeluk in februari 2009 heeft bevestigd hoe belangrijk het is dat wij goed voorbereid zijn op rampen en crisissituaties. Het wetsvoorstel veiligheidsregio’s moet ervoor zorgen dat die kwaliteit verder omhoog gaat. Dit wetsvoorstel wordt in 2009 in de Tweede Kamer behandeld. Vooruitlopend hierop hebben wij met het merendeel van de veiligheidsregio’s afspraken gemaakt over een adequate rampen- en crisisorganisatie. Uit onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid blijkt dat de regio’s hier versneld werk van maken. Wij zullen de vorderingen op de voet volgen. Ongelukken zijn niet te voorkomen, het is echter onze plicht om zo goed mogelijk voorbereid te zijn.

2. Realisatie van de beleidsprioriteiten in 2008

Het tegengaan van agressie tegen medewerkers met een publieke taak (doel 49)

In 2008 heeft agressie tegen medewerkers met een publieke taak veel aandacht gekregen. Zo legden in september ambulanceverpleegkundigen te Amsterdam hun werk neer na ernstige bedreigingen. Meteen is een proef gestart met de inzet van bewakingscamera’s op ambulances. Met brede steun is in 2008 de landelijke norm voor een veilige publieke taak opgesteld. Om werkgevers te helpen de norm uit te dragen is een nieuw beeldmerk en een nieuwe slogan geïntroduceerd: «Handen af van onze helpers!». In de zomer van 2008 is een communicatiecampagne gestart. Om werkgevers van organisaties met een publieke taak te ondersteunen, zijn in 2008 aan 31 werkgevers stimuleringsbijdragen voor een totaalbedrag van € 1,25 miljoen toegekend. In 2008 is het «lik op stuk»-beleid ontwikkeld, met concrete maatregelen die ervoor zorgen dat het vanaf 2009 eenvoudiger wordt om schade op daders te verhalen en daders direct te confronteren met hun gedrag. Met deze resultaten heeft BZK de basis gelegd voor correcte omgang met hulpverleners, buschauffeurs, de sociale dienst en alle andere professionals die dagelijks werken aan de publieke taak.

Een reductie van de criminaliteit met 25% in 2010 ten opzichte van 2002 (doel 50)

Het wordt veiliger in Nederland. Nederlanders hebben de afgelopen jaren geleidelijk minder last gekregen van criminaliteit. Dat blijkt uit de Veiligheidsmonitor, die op 31 maart 2009 beschikbaar is gekomen (TK 28 684, nr. 209).

Het aandeel burgers dat zich wel eens of vaak onveilig voelt, is geringer dan in 2006, maar niet verder afgenomen ten opzichte van de vorige meting over 2007. Het aantal gewelds- en vermogendelicten, dat sinds 2006 dalende is, is in 2008 verder afgenomen. Het aantal gewelds- en vermogensdelicten daalde met respectievelijk 14,5% en 20% ten opzichte van het ijkjaar 2006.

 Overall doelstelling 2010 t.o.v. 2002Gerealiseerd t/m 2006Herijkte doelstelling 2010 t.o.v. 2006Resultaat monitor 2008 t.o.v. 2006Nog te realiseren*
Geweld25%6%20%14,5%5,5%
Vermogen25%20%6%20%
Overlast25%9%17,5%0%17,5%
Verloedering25%8%18,5%3%15,5%
Fietsdiefstal100 000 t.o.v. 2006 100 000110 000

* Nog te realiseren= herijkte doelstelling 2010 tov 2006 verminderd met resultaat monitor 2008 (tov 2006)

De criminaliteit tegen ondernemingen is fors gedaald; het aantal diefstallen bij de detailhandel is met 526 000 gedaald naar 974 000 (een daling van 35%). Vergeleken met 2004 komt geweld bij het bedrijfsleven aanmerkelijk minder voor bij de meeste sectoren (zowel detailhandel als transport – 29%, zakelijke dienstverlening – 25% en horeca – 10%). Bij de bouwsector bleef het percentage geweldsdelicten gelijk, maar daarbij dient opgemerkt te worden dat dit type delict veel minder vaak voorkomt dan in andere sectoren (TK, 28 684, nr. 150).

Specifieke aandacht gaat uit naar de aanpak van inbraken in woningen en bedrijven. Met het oog hierop stellen de regionale politiekorpsen vanaf 2008 tot en met 2011 jaarlijks 125 forensisch assistenten aan. De doelstelling voor 2008 (125 fte) is bereikt. In 2008 zijn er 140 extra forensisch assistenten aangesteld. Door de inzet van extra forensisch assistenten wordt een bijdrage geleverd aan de beoogde verhoging van het ophelderingspercentage van 22,9 procent (2006) tot 26,3 procent in 2010.

100 000 minder gestolen fietsen in 2010 ten opzichte van 2006 (doel 51)

Fietsendiefstal wordt net als inbraak tot de vermogensdelicten gerekend. Ook hier wordt resultaat geboekt: sinds 2006 is het aantal fietsdiefstallen al met 10 000 gedaald. In 2008 is het aantal aangiften van fietsendiefstal gestegen. Dit is mede het gevolg van de landelijke publiekscampagne. Twaalf politieregio’s melden een stijging van 10 tot 50%. De grote steden laten de grootste toename zien van het aantal aangiften.

In 2008 zijn verschillende maatregelen genomen door de rijksoverheid, de fietsenbranche, gemeenten, de politie, het RDW en andere organisaties. In januari is het landelijk fietsdiefstalregister in gebruik genomen, waarin alle aangiftes komen te staan (www.fietsdiefstal.nl). Andere maatregelen zijn opgenomen in het Plan van Aanpak Fietsdiefstal 2008–2010 uit de zomer van 2008. In 2008 is het Centrum fietsendiefstal opgericht, is met vele partijen het convenant inzake de aanpak van fietsdiefstal afgesloten, en zijn afspraken gemaakt met gemeenten over fietsenstallingen. Door de genomen maatregelen lijkt BZK goed op weg naar de kabinetsdoelstelling om het aantal fietsdiefstallen in 2010 met 100 000 te verminderen ten opzichte van 2006. Het blijft echter zaak de aandacht niet te laten verslappen.

Een kwart minder fysieke verloedering en ernstige sociale overlast in 2010 ten opzichte van 2002 (doel 52)

Onderdeel van de criminaliteitsreductie met 25% (doel 50) is het terugdringen van overlast en verloedering. Op het terrein van de verloedering is de gewenste daling ingezet. De door de burgers beleefde fysieke verloedering is afgenomen. De schaalscore fysieke verloedering verbeterde met 3% ten opzichte van 2006. Het percentage van de bevolking dat (sociale) overlast als vaak voorkomend heeft ervaren is ten opzichte van het voorgaande jaar niet verbeterd of verslechterd.

Project Veiligheid begint bij Voorkomen

Het project Veiligheid begint bij Voorkomen (VbbV) omvat alle maatregelen waarmee wordt gezorgd voor 25 procent minder criminaliteit, overlast en verloedering (doelen 50 en 52). Veel maatregelen richten zich op instrumentontwikkeling, aanpassen of vergroten van wettelijke bevoegdheden en duurzame versterking van de betrokken organisaties. Een verdere daling van criminaliteit in Nederland vergt een integrale aanpak, waarbij de diverse instrumenten worden gecombineerd. Binnen het project Veiligheid begint bij Voorkomen wordt daarom geïnvesteerd in een effectieve en efficiënte samenwerking. Niet alleen met de andere departementen (Justitie, OCW, J&G, WWI) maar ook met meer uitvoerende organisaties als gemeenten, politie, het Openbaar Ministerie (OM) en maatschappelijke organisaties als de woningcorporaties en jeugd-, onderwijs- en zorginstellingen. Het zijn de gezamenlijke inspanningen die Nederland veiliger maken.

Binnen het kader van het project Veiligheid begint bij Voorkomen (VbbV) zijn in 2008 aanvullende maatregelen getroffen. Dit om ervoor te zorgen, dat ondanks de tegenvallende resultaten de beoogde vermindering van overlast en verloedering wordt gerealiseerd. BZK heeft daarbij de samenwerking met gemeenten gezocht. Overlast en verloedering moeten niet alleen door politie en justitie bestreden worden, maar vooral ook door gemeentebesturen. BZK heeft bijgedragen aan vele maatregelen. Een greep uit de maatregelen:

• Op basis van bij de gemeenten gepeilde behoefte heeft BZK in 2008 een ondersteuningsprogramma voor gemeenten ontwikkeld, met daarin diverse handreikingen, formats en andere instrumenten om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering.

• In 2008 is ervoor gezorgd, dat de Wet bestuurlijke boete in de openbare ruimte in januari 2009 in werking kon treden. Daarmee hebben de vier grote steden (G4) de mogelijkheid gekregen om in geval van overlast een strafbeschikking op te leggen. De overige gemeenten volgen in 2010.

• BZK heeft gewerkt aan een voorstel om burgemeesters doorzettingsmacht te geven richting jeugdinstellingen en multiprobleemgezinnen.

• Gemeenten hebben de regie over het lokale veiligheidsbeleid gekregen.

• BZK heeft het wetsvoorstel Maatregelen ter bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast gedaan.

500 extra wijkagenten (doel 53)

Een belangrijke maatregel, waarmee het kabinet de overlast en verloedering in de fysieke woonomgeving wil tegengaan, is de inzet van 500 extra wijkagenten. In 2008 heeft BZK daarvoor duidelijke (budgettaire) afspraken gemaakt met de politie. Bij de jaarlijkse monitoring neemt BZK als richtgetal een gemiddelde toename van de gehele politie van 125 wijkagenten per jaar hanteren. In 2008 zijn er 118 nieuwe wijkagenten aangesteld. De voortgang van de doelstelling ligt op schema.

Aanpak overmatig alcoholgebruik door jongeren (doel 55)

Overlast door jongeren wordt samen met gemeenten aangepakt. Medio 2008 zijn alle gemeenten opgeroepen om mee te werken aan de pilot «Hokken en keten» van de Voedsel- en Warenautoriteit. Daarbij worden handreikingen en best practices ontwikkeld om het verschijnsel van de zich indrinkende jeugd te bestrijden. In 2008 is BZK ook vijftien pilots met (regio’s van) gemeenten gestart, waarbij in samenwerking met de Voedsel- en Warenautoriteit intensief toezicht op de Drank- en Horecawet is gerealiseerd en waarbij speciale aandacht is besteed aan de controle op leeftijdsgrenzen. Tot slot loopt het project «Horeca preventieteams», dat zich vooral richt op preventie van uitgaansgeweld en -overlast buiten de horecagelegenheid. In 2008 is het wetsvoorstel voorbereid, waarin maatregelen worden opgenomen om alcoholgebruik onder jongeren terug te dringen.

Door het geheel aan maatregelen heeft BZK in 2008 een stevige impuls gegeven aan de aanpak van overlast en verloedering. Dat was ook hard nodig, om het doel van een kwart minder fysieke verloedering en ernstige sociale overlast ondanks de tegenvallende resultaten te bereiken.

Het tegengaan van radicalisering (doel 59)

Het kabinet heeft duidelijke doelen op het gebied van terrorismebestrijding en het tegengaan van radicalisering. De uitvoering van het Operationeel Actieplan Polarisatie en Radicalisering 2008 is in volle gang. Daarbij zet BZK in op ondersteuning van de lokale aanpak. In 2008 hebben 21 gemeenten hiervoor financiële ondersteuning gekregen. De VNG heeft toolkits ontworpen om gemeenten bij te staan in het vormgeven en uitvoeren van de aanpak. Ter ondersteuning van de lokale aanpak heeft BZK in 2008 het Kennis- en Adviescentrum Polarisatie en Radicalisering opgericht (www.nuansa.nl). Dit expertisecentrum verzamelt en verspreidt informatie en beantwoordt vragen van gemeenten, professionals, ouders en jongeren.

Op nationaal niveau zijn samen met verschillende ministeries strategische trajecten in gang gezet om diverse beroepsgroepen toe te rusten en in te zetten bij de lokale aanpak, zoals jeugd- en welzijnswerk en docenten. Daarbij worden minderhedenorganisaties zoveel mogelijk betrokken. Samen met alle betrokken departementen en de VNG is een interdepartementale communicatiestrategie gemaakt. De Trendanalyse polarisatie en radicalisering is in december 2008 naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin zijn positieve en negatieve ontwikkelingen benoemd. Op basis van de uitkomsten van de Trendanalyse is BZK in samenwerking met andere ministeries en de vier grote gemeenten een meerjaren-onderzoeksagenda aan het ontwikkelen. Momenteel wordt onderzoek uitgevoerd naar onder andere salafisme en naar radicalisering onder kleine groepen. Met zeven Europese landen is een netwerk van beleidsexperts opgezet voor de uitwisseling van best practices en de vormgeving van de EU-agenda.

Door de maatregelen op gemeentelijk, nationaal en Europees niveau krijgt BZK grip op de complexe en en diffuse processen van polarisatie en radicalisering.

Verdediging tegen catastrofaal terrorisme (doel 60)

Bij het tegengaan van radicalisering speelt de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een rol. Een prioriteit van de AIVD is onderzoek naar fenomenen als terrorisme, polarisatie en radicalisering. In dat verband heeft een goede informatievoorziening van de AIVD aan de samenwerkingspartners, belangendragers en belanghebbenden centraal gestaan. Ten behoeve van de versterking van de informatievoorziening van de AIVD is een aantal grote vernieuwingsprojecten gestart met ieder een eigen focus. In 2008 is een geavanceerd systeem geïntroduceerd om een verdere automatisering van het bijeenbrengen van informatie binnen de ContraTerrorisme-Infobox (CT-Infobox) te kunnen bewerkstelligen. Daarnaast wordt er binnen twee projecten gewerkt aan de versterking en ondersteuning van de uitvoering van veiligheidsonderzoeken. Hierbij ligt de focus enerzijds op het uitvoeren van de veiligheidsonderzoeken binnen de geldende wettelijke termijn en anderzijds op de dynamisering van de veiligheidsonderzoeken en aldus op de systematische monitoring van vertrouwensfunctionarissen. In 2008 is de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten (mondiaal) maar ook met veiligheidspartners op het gebied van de Nationale Veiligheid verder geïntensiveerd.

Samenwerkingsverbanden binnen de organisatie van de veiligheid worden versterkt met betrokkenheid van de burger (doel 61)

In december 2008 heeft het kabinet zijn visie gepresenteerd op de gewenste ontwikkeling van de politieorganisatie (TK 29 628, nr. 110). Om het presterend vermogen te vergroten moet verder worden geïnvesteerd in samenwerking en het gemeenschappelijk functioneren. BZK wil dit bereiken door het inrichten van een landelijke besluitvormings- en afstemmingsstructuur, het op landelijk niveau inrichten van één shared service organisatie met landelijke bedrijfsvoeringstaken, het versterken van de bovenregionale samenwerking, schaalvergroting en het vastleggen van afspraken met de korpsbeheerders over het verhogen van de basiskwaliteit van de politieorganisatie en van de politiezorg.

Er zijn in 2008 tal van grote en kleine initiatieven geïnitieerd door politie en gemeenten om burgers actiever te betrekken bij hun eigen veiligheid. Burgernet is een mooi voorbeeld, waarin naar aanleiding van een melding direct contact wordt gelegd tussen politie (centralist) en burgers (deelnemers). Dat gebeurt via de telefoon, via sms en via e-mail. Burgers worden snel en concreet in staat gesteld om een actieve rol te vervullen in de veiligheid in de woonomgeving door hen te betrekken bij urgente opsporing en handhaving. Met Burgernet wordt de kans op heterdaad aanhoudingen vergroot, evenals de kans om vermiste kinderen of gestolen auto’s terug te vinden.

In 2008 is gestart met negen pilots van Burgernet in vijf politieregio’s. Voorafgaand aan deze pilots heeft in oktober een wervingscampagne plaatsgevonden. Inmiddels doen meer dan 25 000 mensen mee aan Burgernet en de resultaten zijn bemoedigend. Na een besluit over de eventuele landelijke uitrol van Burgernet wordt ook besloten over zaken als de integratie van de verschillende manieren om burgers te betrekken bij hun eigen veiligheid (zoals SMS-alerteringsystemen) en een verbreding van het gebruik van Burgernet naar andere terreinen (zoals conflict- en crisisbeheersing).

Veiligheidsregio’s zijn georganiseerd en de rampenbestrijding voldoet eind 2009 aan de basisvereisten (doel 63)

In 2008 heeft BZK met zeventien van de vijfentwintig veiligheidsregio’s convenanten afgesloten. Daarmee is het totaal op negentien gebracht.

De convenanten zijn maatwerk, maar bevatten twee vaste onderdelen: de basisvereisten crisismanagement en afspraken over het regionaliseren van de brandweer. De regio’s krijgen hiervoor de komende twee jaar extra budget. Met de gemaakte afspraken wordt bereikt dat de rampenbestrijding en crisisbeheersing vóór eind 2009 op orde is en dat er eind 2010 professioneel georganiseerde veiligheidsregio’s zijn.

Kwaliteitsverbetering wordt ook beoogd met het wetsvoorstel Veiligheidsregio’s, dat medio 2007 aan de Kamer is aangeboden (TK 31 117). In 2008 zijn twee rondes schriftelijke vragen van de Kamer beantwoord. De plenaire bespreking is gepland in het tweede kwartaal 2009. Voorzien wordt dat de Wet veiligheidsregio’s op 1 januari 2010 in werking treed.

Het realiseren van een overheid die beter werk levert met minder mensen (doel 64)

BZK staat niet alleen voor een veilige samenleving maar ook voor een slagvaardige overheid. In 2008 heeft het kabinet stappen genomen om de Rijksoverheid kleiner en beter te maken. Er zijn organisatorische veranderingen doorgevoerd, wat leidt tot efficiënter én beter functioneren. Interdepartementale samenwerkingsverbanden zijn van start gegaan, zoals de Rijksauditdienst en de Mobiliteitsorganisatie Rijk. Daarnaast is de Werkmaatschappij operationeel geworden als baten-lastendienst en is het Planbureau voor de Leefomgeving opgericht. Het proces tot samenvoeging van CFI (Centrale Financiën Instellingen) en de IB-Groep (Informatie Beheer Groep) tot een nieuwe uitvoeringsorganisatie (NUO) is gestart. In 2008 is BZK gereorganiseerd en zijn bij de andere departementen de reorganisatie voorbereid of uitgevoerd.

Binnen BZK is een apart directoraat-generaal opgericht met als opdracht om te zorgen voor de verdere professionalisering van de bedrijfsvoering van het Rijk. Daaronder valt het ontwikkelen van integraal beleid, het stellen van kaders en het voeren van de regie over de terreinen personeel, organisatie, inkoop, huisvesting, ICT en facilitair. Daartoe is de beleidsverantwoordelijkheid voor de rijkshuisvesting van VROM overgedragen aan BZK en die voor de rijksinkoop van EZ naar BZK. Over de positionering en kwaliteitsverbetering van het informatiemanagement en het rapportagemodel voor grote ICT-projecten heeft het kabinet eind 2008 afspraken gemaakt. Zo acht het kabinet het noodzakelijk dat binnen alle ministeries de chief information officer-rol (CIO) op hoog ambtelijk niveau wordt belegd. Iedere minister heeft toegezegd er voor zorg te dragen dat in het tweede kwartaal van 2009 deze rol binnen zijn of haar ministerie is belegd. In 2008 is een onderhandelaarsakkoord bereikt voor het Sociaal Flankerend Beleid 2008–2012 voor de sector Rijk. Dit beleid is gericht op het bevorderen van de mobiliteit, flexibiliteit en begeleiding van werk-naar-werk binnen de rijksdienst. Op het vlak van de overheidscommunicatie zijn stappen gezet. Het Rijkslogo is ingevoerd. Ook is een impuls gegeven aan vernieuwende projecten door toekenning van € 250 miljoen aan innovatieve investeringen. Deze investeringsprojecten beogen naast minder verkokering een efficiëntere en effectievere rijksdienst.

Bij een kleinere en betere overheid hoort beperking en beheersing van de uitgaven voor externe inhuur. Het beleid is er op gericht om de uitgaven externe inhuur te beperken tot onder het niveau van 2007. De nodige maatregelen zijn getroffen. Realisatiecijfers komen extern beschikbaar met Sociaal jaarverslag Rijk, worden nog toegevoegd? In mei ontvangt de Tweede Kamer de derde voortgangsrapportage van het programma Vernieuwing Rijksdienst.

De Rijksoverheid heeft in 2011 een divers samengesteld personeels-bestand (doel 65)

Het kabinet streeft naar een divers samengesteld personeelsbestand bij de overheid: dit betekent een goede vertegenwoordiging van vrouwen en biculturele medewerkers.

Vrouwen zijn in het algemeen – verschillend per sector – goed vertegenwoordigd bij de overheid. De instroom van vrouwen is gemiddeld voldoende (meer dan 50%). Aandachtspunt blijft de vertegenwoordiging van vrouwen in hogere functies (doel 25%), al gaat dit telkens beter. Zo stijgt het aandeel vrouwen in ABD-functies (in 2007 16,7%) in 2008 naar 20%. De gemaakte werkafspraken met de ambtelijke top en de charter Talent voor de Top hebben aan deze stijging bijgedragen. Ander aandachtspunt is het aandeel vrouwen in de top van de politie. Met de politie zijn afspraken gemaakt om dit te verbeteren. In 2008 is het samenwerkingsprogramma «Politietop divers, naar een duurzaam perspectief» in het leven geroepenwww.politietopdivers.nl).

De resultaten over 2008 worden in de Trendnota Arbeidszaken en in de begroting 2010 gepresenteerd.

Medewerkers met een biculturele achtergrond zijn bij de overheid – verschillend per sector – ondervertegenwoordigd. Het blijkt een lastige opgave om het aandeel biculturelen te laten stijgen met 50% (2007–2011). Een groot probleem is het bereiken van de biculturelen op de arbeidsmarkt. Daarom is voor het Rijk een speciale recruiter-organisatie ingericht, die eind 2008 het evenement Double Click heeft georganiseerd. Dit leverde meteen een aantal bi-culturele stagiaires op. Verder wordt er binnen het Rijk veel aan voorlichting gedaan, onder andere via website «Kennisweb Diversiteit». Het project «KansRijke Start» voor hoogopgeleide vluchtelingen loopt. Samen met het Multicultureel Netwerk Rijksambtenaren is in november 2008 een rijksbrede conferentie georganiseerd rondom doorstroom en behoud. In 2008 is het ambassadeursnetwerk diversiteit rijk ingesteld. Een groep (top)managers bij de rijksoverheid gaat zich een jaar lang als ambassadeur inzetten voor meer diversiteit in het personeelsbestand. Om specifiek meer biculturelen in topposities te krijgen zien ministers er persoonlijk op toe dat de departementale doelstellingen op dit terrein worden gehaald.

De resultaten over 2008 worden in de Trendnota Arbeidszaken en in de begroting 2010 gepresenteerd.

Het versterken van burgerschapsvorming en van de grondwet (doel 67)

In 2008 is het Handvest Verantwoordelijk Burgerschap ontwikkeld, waarin de belangrijkste democratische waarden en beginselen van onze samenleving zijn uitwerkt. In april 2008 is het onderzoek afgerond naar wat burgers beschouwen als belangrijkste waarden. In november 2008 heeft de ministerraad ingestemd met een beleidsverkennende notitie en een plan van aanpak.

In mei 2008 is besloten om een «Huis voor Democratie en Rechtstaat» op te richten (TK 31 475, nr. 1). Na het algemeen overleg op 12 juni 2008 is het voornemen verder uitgewerkt en is een bestuurlijke stuurgroep opgericht. Deze stuurgroep heeft gevraagd om te zoeken naar mogelijkheden om het voorstel te verbreden en het ambitieniveau nog verder te versterken. Die zijn er. Voor het ontwikkeltraject is met steun van de gemeente en de Tweede Kamer een projectorganisatie is opgericht. Parallel hieraan is in 2008 proefgedraaid met een uitvoeringsprogramma voor het Huis, onder de titel «De Haagse Tribune». In november 2008 is daarvoor tijdelijke huisvesting met uitzicht op het Haagse Centrum en het Binnenhof gerealiseerd.

In 2008 heeft een staatscommissie de opdracht gekregen om advies uit te brengen over een herziening van en de toegankelijkheid van de Grondwet. De opvatting van het kabinet is besproken met de vaste commissie voor BZK in de Tweede Kamer. De voorbereidingen voor de installatie van de staatscommissie zijn inmiddels afgerond.

Om de bekendheid met de inhoud van de Grondwet te verhogen zijn in 2008 verschillende activiteiten uitgevoerd. Aan het vijfentwintigjarig bestaan van de algehele grondwetsherziening werd aandacht besteed door middel van een symposium en een bundel. Het grote publiek werd bereikt met de nationale grondwetsquiz die in ongeveer 3 miljoen regionale dagbladen heeft gestaan. Middelbare scholen werden bereikt met debatwedstrijden over grondrechten en met het lespakket «jouw rechten-mijn rechten».

Het realiseren van meer beleidsvrijheid voor medeoverheden (doel 68)

BZK werkt aan meer beleidsvrijheid voor medeoverheden. In juni 2007 was al een bestuursakkoord met de gemeenten bereikt. In 2008 zijn de gemaakte afspraken uitgewerkt. De Interbestuurlijke taakgroep gemeenten (commissie d’Hondt) heeft voorstellen geformuleerd voor de overheveling van taken naar gemeenten.

In juni 2008 is een bestuursakkoord met de provincies bereikt voor de periode 2008–2011. Eerst (in maart 2008) had de Commissie Lodders al decentralisatievoorstellen gedaan. De decentralisatie van een aantal concrete rijkstaken versterkt de rol van provincies op ruimtelijk-economisch en cultureel gebied. Aan de andere kant dragen de provincies € 600 miljoen over naar het Rijk. Op basis van het advies van de Commissie Lodders hebben de provincies en het Rijk vervolgens een bestuursakkoord gesloten.

Elke afspraak uit de bestuursakkoorden heeft zijn eigen tijdslijn. Zo is de decentralisatie naar gemeenten van het participatiebudget, dat zorgt voor de financiële ontschotting tussen re-integratiedeel van de Wet werk en bijstand, de Wet inburgering en de Wet educatie en beroepsonderwijs, in 2008 afgerond. De wet ligt op dit moment bij de Eerste Kamer. De komende twee jaar wordt verder gewerkt aan het uitvoeren van de afspraken uit het bestuursakkoord.

Verandering van de bestuurlijke verhoudingen vereist aanpassingen van de financiële verhoudingen. Bij grotere beleidsvrijheid past vermindering van het aantal specifieke uitkeringen. In 2008 is het aantal specifieke uitkeringen met 32 gedaald naar 102. Met ingang van 1 augustus 2008 is de Financiële-verhoudingswet gewijzigd. Daardoor is het mogelijk om naast integratie-uitkeringen decentralisatie-uitkeringen op te nemen in het provinciefonds en gemeentefonds. Verder is een «verzameluitkering per departement» geïntroduceerd. Hierdoor kan het aantal specifieke uitkeringen omlaag en worden de bestuurlijke lasten verminderd. In 2008 is de verantwoording over specifieke uitkeringen is vereenvoudigd en het systeem van Single information, Single audit (SiSa) en single review is wettelijk geborgd.

Het oplossen van de 10 meest gevoelde knelpunten bij administratieve lasten (doel 69)

Het kabinet werkt samen met gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om de regeldruk met 25% te verminderen. Er zijn in 2008 bestuurlijke afspraken gemaakt met alle overheden in het nationaal uitvoeringsprogramma. Tezamen willen we de publieke dienstverlening aan de burger merkbaar verbeteren. Daarbij is de aandacht gericht op het verminderen van de 10 knelpunten in de dienstverlening waar de burger het meest last van heeft (www.lastvandeoverheid.nl). In 2008 is de aanpak verbreed naar professionals en mede-overheden en voor hen zijn de belangrijkste knelpunten in kaart gebracht.

Zowel de vermindering van regeldruk als versterking van het informatiebeleid zijn nodig om merkbare verbeteringen waar te maken. Op beide fronten zijn het afgelopen jaar zaken in de steigers gezet: een reeks aan pilots en proeven, vooral uitgevoerd door gemeenten. Enkele opvallende zaken:

• 67% overheidsdienstverlening via internet (was al 2007)

• van 12 000 regels naar 10 000

• 25 formulieren begrijpelijk voor burgers

• 1 miljoen minder aktes (oa door samenloop GBA/BS bij huwelijk en scheiding)

• modelverordeningen gereed, op 14 na (volgen in 2009)

• meer dan 70% van de blokkades van gemeenten opgelost de rest volgt komend jaar (als Wabo op 1-1-2010 ingaat).

• 25 pioniers mediation-vaardigheden

• 300 aanvragen van de voucherregeling gemeenten

• terugdringen wachttijden bij het loket gelukt

• 24 gemeenten aan de slag met ontwikkeling klantgericht openingstijdenbeleid

• 2 mln burgers hebben toegang tot een 14+ nummer

• MijnOverheid.nl had op 31 december 2008 8 045 geregistreerde gebruikers

Door het totaalpakket aan maatregelen zijn in 2008 de administratieve lasten voor burgers verminderd tot 21,75% in tijd en 20,9% in geld. We zitten op koers voor een afname van 25%. Het tweede doel is om de dienstverlening te verbeteren naar minimaal een 7 naar beleving van burgers. Inmiddels scoren de afzonderlijke overheden gemiddeld een 7. De aansluiting tussen de overheden moet nog verbeteren, want als keten scoort de overheid een 6,7.

Tabel: Overzicht beleidsprioriteiten
Nr.Doel uit beleidsprogrammaBegrotingsartikel
49Door gerichte maatregelen bevorderen van een respectvolle omgang van mensen met elkaar en van fatsoen in het maatschappelijke verkeer.10
50Een reductie van de criminaliteit met 25% in 2010 ten opzichte van 20024 & 2
51100 000 minder gestolen fietsen in 2010 ten opzichte van 20064
52Een kwart minder fysieke verloedering en ernstige sociale overlastin 2010 ten opzichte van 20024
53500 extra wijkagenten2
55Aanpak overmatig alcoholgebruik door jongeren4
59Het tegengaan van radicalisering4 & 5
60Versterken verdediging tegen catastrofaal terrorisme5
61Samenwerkingsverbanden binnen de organisatie van de veiligheid worden versterkt met betrokkenheid van de burger2
63Veiligheidsregio’s zijn georganiseerd en de rampenbestrijding voldoet eind 2009 aan de basisvereisten15 & 16
64Het realiseren van een overheid die beter werk levert met minder mensen11
65De Rijksoverheid heeft in 2011 een divers samengesteld personeelsbestand met een aandeel vrouwen in de Algemene Bestuursdienst van ten minste 25%11
67Het versterken van burgerschapsvorming en van de grondwet1
68Het realiseren van meer beleidsvrijheid voor medeoverheden6
69Het oplossen van de 10 meest gevoelde knelpunten bij administratieve lasten6

B2. BELEIDSARTIKELEN

VEILIGHEID

Politie (artikel 2)

Algemene beleidsdoelstelling

Een veiliger samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De algemene beleidsdoelstelling voor de politie in 2008 was «een veiliger samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie». Als onderdeel van het beleidsprogramma Veiligheid begint bij voorkomen, levert de politie een bijdrage aan het verbeteren van de Veiligheid in Nederland. Het kabinet streeft er naar om aan het einde van deze kabinetsperiode criminaliteit en overlast te reduceren met 25 procent ten opzichte van 2002. In zijn algemeenheid kan geconcludeerd worden dat de criminaliteitscijfers de afgelopen jaren zijn gedaald en het gevoel van onveiligheid is afgenomen.

In 2008 waren er minder slachtoffers van criminaliteit dan het jaar daarvoor. De daling is vooral toe te schrijven aan een lager aantal inbraken, fietsendiefstal en diefstal uit auto’s. Het gevoel van veiligheid bleef redelijk constant ten opzichte van 2007.

Met betrekking tot de verbetering van de politieorganisatie zijn drie sporen gevolgd: De gezamenlijke landelijke prioriteiten, de samenwerkingsafspraken en de samenwerking met de andere veiligheidspartners.

Landelijke prioriteiten

Er zijn voor de periode 2008–2011 vier landelijke prioriteiten voor de korpsen vastgesteld voor geweld, wijkveiligheid, jeugd en opsporing. Met deze prioriteiten is aangesloten bij de prioriteiten uit het beleidsprogramma van het kabinet. Met de korpsen zijn gesprekken gevoerd waarin de resultaten van de gezamenlijke prioriteiten aan de orde zijn geweest. Hoewel niet alle landelijke doelstellingen volledig zijn gehaald, is het duidelijk dat er toch belangrijke stappen voorwaarts zijn gezet. Onder operationele doelstelling 2.4 is dit nader uitgewerkt. Daarnaast wordt in het Jaarverslag Nederlandse Politie 2008 dat gelijktijdig met dit jaarverslag naar de Tweede Kamer is verstuurd uitgebreid ingegaan op de voortgang van de landelijke prioriteiten.

Samenwerkingsafspraken:

Waar het gaat om het bevorderen van de onderlinge samenwerking en het gemeenschappelijk functioneren heeft de politie in het afgelopen anderhalf jaar flinke vooruitgang geboekt, bijvoorbeeld in de vorm van landelijke voorzieningen voor inkoop en Human Resource Management (HRM).

In november 2008 is een rapportage van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid en een rapportage van de korpsbeheerders over de voortgang op de samenwerkingsafspraken opgeleverd. Op basis van het hierin neergelegde resultaat heeft het kabinet in december 2008 haar standpunt bepaald over de gewenste doorontwikkeling van de politieorganisatie. Het kabinet is ervan overtuigd dat verdere verbetering op het gemeenschappelijk functioneren en de samenwerking binnen het huidige regionale bestel kan worden gerealiseerd. Daartoe is wel een aanpassing van de Politiewet 1993 noodzakelijk. Met deze aanpassing zullen de randvoorwaarden worden geschapen voor een grotere eenheid van de politie, een betere samenwerking en een slagvaardiger besturing. De voor het politiebestel kenmerkende vrijblijvendheid ten aanzien van bovenregionale en landelijke aangelegenheden, die tot uiting komt in allerlei samenwerkingsvormen en overleggremia zonder beslissingsmacht, wordt omgezet in sturingskracht op landelijk niveau. De voornemens van het kabinet en de noodzakelijke aanpassing van de Politiewet 1993 zullen in 2009 nader worden uitgewerkt.

Samenwerking met andere veiligheidspartners:

De politie is niet de enige partij die over veiligheid gaat. Veiligheid is het resultaat van activiteiten van verschillende overheden en overheidsdiensten op internationaal, landelijk, provinciaal en lokaal niveau en van bedrijven, scholen, hulpverlening, maatschappelijke organisaties en burgers. Een concreet resultaat van deze samenwerking is dat in 2008 het traject is afgerond om de Veiligheidsmonitor Rijk te integreren met bestaande regionale en gemeentelijke enquêtes op het terrein van veiligheid. Hierbij zijn de belangen van de betrokken partijen samengebracht in één monitor. Deze integrale Veiligheidsmonitor biedt qua uitkomsten een breed scala aan onderlinge vergelijkingsmogelijkheden tussen gemeenten en tussen korpsen.

Externe factoren

Een grote bijdrage aan het succes van beleid hangt samen met de mate waarin de politie de beleidskaders van het kabinet doorvertaalt in het dagelijkse werk. Maar naast de inspanningen van de politie zelf zijn de inspanningen die (keten)partners, bijvoorbeeld Justitie en burgers, leveren van groot belang.

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 2002Realisatie 2006Realisatie 2007Streefwaarde 2008Realisatie2008
Jeugdcriminaliteit(Kalsbeeknorm)n.v.t.74,9%75,8%80%77%
Verdachten OM218 463246 687251 591250 909250 130
Tevredenheid over optreden politie bij contact61,3%56,9%57%geen61,8%
Beschikbaarheid van de politie(schaalscore)4,45,05,0geen4,3

Bron: Kerngegevens Nederlandse politie 2006 en 2007, vastgestelde landelijke prioriteiten 2008–2011 en de Integrale Veiligheidsmonitor.

Toelichting

• De realisatie van de scores over tevredenheid en beschikbaarheid uit de Integrale Veiligheidsmonitor zijn niet vergelijkbaar met de scores uit de Veiligheidsmonitor Rijk die over vorige jaren zijn vermeld in verband met gewijzigde meetmethodiek (zie brief over Veiligheidsmonitor, Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 28 684, nr. 135 en de brief Voortgang naar een Veiliger samenleving, Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 28 684, nr. 2009).

• Jeugdcriminaliteit (Kalsbeeknorm): Het percentage processen-verbaal veelplegers en harde-kernjongeren dat binnen 30 dagen na het eerste verhoor wordt aangeboden bij het Openbaar Ministerie.

• Verdachten OM: Het aantal aan het Openbaar Ministerie aangeleverde verdachten.

• Tevredenheid bij Politie over contact: Het deel van de bevolking dat daadwerkelijk contact heeft gehad met de politie of zeer tevreden was over het optreden van de politie bij dat contact.

• Beschikbaarheid van de politie (schaalscore): De beschikbaarheid van de politie in de eigen woonomgeving is een schaalscore, gebaseerd op een vijftal stellingen, te weten «je ziet de politie in de buurt te weinig», «ze komen hier te weinig uit de auto», «ze zijn hier te weinig aanspreekbaar», «ze hebben hier te weinig tijd voor allerlei zaken» en «ze komen niet snel als je ze roept».

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
2. PolitieRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen4 362 1454 677 8734 778 7394 725 2545 276 4804 861 019415 461
nieuw verleende garanties    95 050  
        
Uitgaven4 057 5044 128 7354 292 5574 432 9224 802 3664 544 639257 727
2.1 Apparaat16 16911 52011 29311 87912 05610 5761 480
2.2 Politie op regionaal niveau3 178 2593 208 8523 389 1913 554 5513 837 9013 614 319223 582
2.3 Politie op bovenregionale en landelijke niveau456 145477 604534 111567 430627 371596 50230 869
* Bijdrage baten-lastendienst KLPD407 402415 018463 022504 559534 575470 45065 125
2.4 Prestatievermogen van de politie38 20364 17663 14355 85361 12774 869– 13 742
2.5 Adequaat niveau van politiepersoneel165 578176 606202 313238 582248 312241 0737 239
2.6 Dienst geneeskundige verzorging politie203 150189 97792 5064 62715 5997 3008 299
        
Ontvangsten230 062227 46826 9745 7591 9113 215– 1 304

Financiële toelichting

Volgens het geïntegreerde middelenbeheer kunnen regiokorpsen een lening afsluiten bij het ministerie van Financiën, nadat dit in een overeenkomst geregeld is. Korpsen kunnen hier pas gebruik van maken als BZK, als vakdepartement, een garantstelling heeft gegeven voor de rente- en aflossingsverplichting. Ultimo 2008 is door BZK voor de politieregio’s voor een bedrag van € 682 mln aan garanties afgegeven. Volgens opgave door het ministerie van Financiën staat ultimo 2008 een bedrag van € 207 mln daadwerkelijk open aan leningen aan de regio’s.

Op beleidsartikel 2 (politie) vallen de totale uitgaven over 2008 circa € 257 mln. hoger uit dan in de oorspronkelijke begroting was geraamd. De belangrijkste verschillen voor verplichtingen en uitgaven worden hieronder toegelicht:

• Op artikelonderdeel 2.2 (regiokorpsen) wordt het verschil van € 223, 5 mln. hoofdzakelijk verklaard door het toevoegen van de loonbijstelling en het verwerken van de incidentele dekking voor CAO Politie en het toevoegen van de werkgeverslasten (€ 230,9 mln). Daarnaast is vanuit artikelonderdeel 2.3 en 2.4 € 15,2 mln pijlerbudget overgeheveld naar artikelonderdeel 2.2 voor bewaken en beveiligen, forensisch assistenten en buurtagenten en is vanuit artikelonderdeel 2.2 € 35,8 mln overgeheveld naar artikelonderdeel 4.3 voor de bijdrage C2000. Tot slot is een overeenkomst met de providers gesloten (€ 13,7 mln).

• Op artikelonderdeel 2.3 (politie op bovenregionaal en landelijk niveau) is € 30,8 mln meer uitgegeven dan oorspronkelijk geraamd. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het toevoegen van de loonbijstelling voor de CAO Politie (€ 32,3 mln), het inboeken van de huisvestingstaakstelling (– € 1,5 mln) het overhevelen naar artikelonderdeel 2.2 van pijlerbudget bewaken en beveiligen (- € 3,0 mln) en het overhevelen van budget (€ 2,9 mln) voor het Landelijk Operationeel Crisiscentrum vanuit artikelonderdeel 15.4.

• Op artikelonderdeel 2.4 (prestatievermogen van de politie) is € 13,7 mln minder uitgegeven dan geraamd in de begroting 2008. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het toevoegen van de loonbijstelling voor de CAO Politie (€ 4,6 mln), een overboeking van Justitie voor Cybercrime (€ 1,5 mln) en het overhevelen van pijlerbudget (– € 12,5 mln) naar artikelonderdelen 2.2 en 2.3 en is minder prestatiebekostiging (– € 4,5 mln) toebedeeld aan de regiokorpsen.

• Op artikelonderdeel 2.5 (personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid en onderwijs politie) is € 7,2 mln meer uitgegeven dan geraamd in de begroting 2008. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het toevoegen van de loonbijstelling voor de CAO Politie (€ 7,9 mln), overhevelen van pijlerbudget vergrijzing (€ 1,8 mln) vanuit artikelonderdeel 2.2 en het overhevelen van budget Veilige Publieke Taak (– € 2,0 mln) naar artikelonderdeel 10.8.

• Het verschil van € 8,3 mln op artikelonderdeel 2.6 (Dienst Geneeskundige Verzorging Politie) wordt verklaard door het inzetten van werkgeversdeel DGVP (€ 7,3 mln) voor de CAO Politie en de afwikkelingskosten (€ 14,5 mln) van de DGVP.

• Minder gerealiseerde ontvangsten door liquidatie DGVP.

• Daarnaast wordt het verschil tussen de verplichtingenrealisatie en -raming veroorzaakt door het vastleggen van garantieverplichtingen 2007 en 2008.

Operationele doelstelling 2.2: Voorzien in middelen die nodig zijn voor adequate politiezorg door de regionale politiekorpsen.

Doelbereiking

Budgetverdeelsysteem

De minister van BZK stelt per regionaal politiekorps een algemene bijdrage en een aantal bijzondere bijdragen beschikbaar. Voor de verdeling van de algemene bijdrage wordt gebruik gemaakt van een budgetverdeelsysteem, dat op basis van objectieve omgevingskenmerken en verdeelformules de werklast voor een politiekorps voorspelt. De omvang van het totaal te verdelen budget geldt daarbij als een gegeven. Het budgetverdeelsysteem doet geen uitspraak over het totaal benodigde politiebudget.

Naast het reguliere proces van budgetverdeling en verstrekking kan de minister van BZK in bijzondere gevallen aanleiding zien om een bijzondere bijdrage op grond van artikel 3 van het Besluit financiën regionale politiekorpsen te verstrekken. In 2008 is dit voor Rotterdam-Rijnmond en Gelderland-Zuid het geval geweest teneinde de begroting 2009 en meerjarenraming 2010–2012 sluitend te krijgen. Politiekorps Drenthe heeft vanwege haar onder preventief toezichtstelling en het niet op eigen kracht structureel sluitend krijgen van de begroting een bijzondere bijdrage ontvangen. Het politiekorps Twente wordt tijdelijk ondersteund in een traject naar een structureel lager lastenniveau. Aan politiekorps Utrecht is een bijzondere bijdrage verstrekt in verband met Burgernet (zie verder onder operationele doelstelling 2.4). Tot slot is aan politiekorps Limburg-Zuid een bijzondere bijdrage verstrekt voor het project Borderline.

In 2008 is geen sprake geweest van bijdragen op basis van artikel 4 van het Besluit financiën regionale politiekorpsen.

Voor de asielbekostiging gelden geen bijzonderheden. De prognosegegevens op basis waarvan bekostiging plaats vindt zijn afdoende geweest voor de financiering van de asielgerelateerde politietaken.

Repressief en preventief toezicht

Op basis van de in november 2007 ingediende begrotingen zijn acht korpsen onder preventief toezicht gesteld in 2008. In afwijking van de gebruikelijke begrotingscyclus hebben deze politiekorpsen op verzoek van BZK op 1 april 2008 een geactualiseerde begroting 2008 c.q. meerjarenraming 2009–2011 ingediend. Deze geactualiseerde begrotingen zijn aan een toets onderworpen. Vier korpsen lieten in de geactualiseerde begroting een meerjarig sluitend beeld zien, één korps deed een beroep op de faciliteit inzet eigen vermogen en twee korpsen hadden voldoende eigen vermogen om tekorten voor een bepaalde tijd op te vangen. Invulling van het preventief toezicht is om deze redenen niet nodig geweest voor deze zeven korpsen. Bij één korps was bij de geactualiseerde begroting geen perspectief op een meerjarig sluitend beeld en vroeg de financiële situatie om een stringente invulling van het preventief toezicht.

Gerechtskosten

In verband met de Telecommunicatiewet en de Regeling kosten aftappen en gegevensverstrekking is voor de periode 2008–2010 een contract getekend door de betrokken providers. In 2008 is gestart met de voorbereidingen van de overheveling van het budget en de administratie naar de politie.

500 forensisch assistenten

Het Kabinet heeft geld beschikbaar gesteld, zodat de korpsen 500 forensisch assistenten kunnen aantrekken. Hierbij is uitgegaan van een evenredige verdeling over vier jaar (125 per jaar). Doordat BZK een deel van de middelen al eind 2007 beschikbaar heeft gesteld waren de korpsen in staat een vliegende start te maken. Op basis hiervan hebben de korpsen een eerste tranche met 140 forensisch assistenten aangesteld.

500 wijkagenten

De peildatum waarop bepaald wordt of de korpsen de doelstelling hebben behaald is vastgesteld op eind 2011 (in de Begroting 2008 staat per abuis 2010). Voor de tussentijdse voortgang wordt een landelijk streefcijfer van 125 extra wijkagenten per jaar gehanteerd. In 2008 zijn 118 nieuwe wijagenten aangesteld. De voortgang van de doelstelling ligt op schema.

Instrumenten

2008Realisatie
Repressief toezichtJa
Preventief toezichtJa
gerechtskostenJa
500 forensisch assistentenJa
500 wijkagentenJa

Realisatie meetbare gegevens

Jaarverslag 2008
KengetalBijdragen 2007Bijdragen 2008Realisatie 2008
Algemene bijdrage3 3493 4383 605
Bijzondere bijdragen9471101
Bron: Decembercirculaires (DC)DC2006DC2006DC2008

Het verschil tussen de raming en realisatie 2008 wordt veroorzaakt door het beschikbaar stellen van pijlermiddelen uit het beleidsprogramma en dat budget voor bewaken en beveiligen uit de algemene bijdrage gehaald en overgebracht naar de bijzondere bijdragen.

Operationele doelstelling 2.3: Voorzien in middelen die nodig zijn voor adequate politiezorg op het bovenregionaal en landelijk niveau.

Doelbereiking

Cybercrime

De unit cybercrime is in 2008 bij het KLPD opgericht. Voor de aanpak van cybercrime is in 2008 het versterkingsprogramma cybercrime gestart. Voor het programma zijn gelden beschikbaar die oplopen van 7,7 mln in 2008 tot 13,8 mln in 2011. Het programma zet in op drie elementen: ten eerste opleidingen en kennis, ten tweede te gebruiken methoden en technieken en, ten slotte in te zetten organisatie en processen. Met het OM is afgesproken dat de versterkingsprogramma’s ook een drietal proeftuinen zouden inrichten, te weten de proeftuin «bestrijding kinderporno», de proeftuin «kiezen of helen» in het kader van de bestrijding van fraude op Internet en de proeftuin «tegen ICT gerichte criminaliteit». De eerste twee proeftuinen zijn in 2008 van start gegaan. De derde proeftuin zal begin 2009 van start gaan. Verder werkt het versterkingsprogramma met het opzetten van een groot aantal projecten binnen de politie die steeds in het teken staan van het versterken van het vermogen van de politie om met cybercrime om te gaan. In dat kader zijn in 2008 het project «Internetsurveillance» en het project «database kinderporno» bij het KLPD van start gegaan. Ten slotte organiseert het programma de aanschaf van up to date methoden en technieken (tools) die nodig zijn bij de bestrijding van cybercrime.

Financieel-economische criminaliteit

Voor de versterking van de aanpak van financieel-economische criminaliteit ( FinEC ) zijn bij de politie vanaf 2008 extra gelden beschikbaar gesteld. Deze middelen lopen op van 4,5 mln in 2008 tot 13 mln in 2011.

Kern van het versterkingsprogramma FinEC is dat bij elk aspect en op elk niveau van het politiewerk – dat wil zeggen van de wijk tot en met het (inter-)nationale niveau en van intake via handhaving en opsporing tot en met advisering – de organisatie van de de financieel-economische invalshoek wordt ingebed bij elk aspect van politiewerk van de wijk tot en met het (inter-)nationale niveau en van intake via handhaving en opsporing tot en met advisering. Het versterkingsprogramma FinEC loopt op schema. In 2008 is een start gemaakt met drie pilotregio’s (Kennemerland, Hollands Midden en Flevoland), waar de financiële expertise wordt uitgebreid en waar extra aandacht voor het financieel rechercheren wordt ontwikkeld. Dit zal moeten leiden tot toename van het aantal zaken dat in deze pilotregio’s wordt gedraaid op bijvoorbeeld fraude en witwaszaken en voor het meer en vaker afnemen van crimineel vermogen. Ook is in 2008 de «cabrio-aanpak» (aanpak onverklaarbaar bezit) vrijwel landelijk uitgerold.

Technologische identificatie hooligans

Momenteel loopt er een pilot stemherkenning onder leiding van Justitie. De tussenresultaten van de pilot geven nog geen aanleiding tot landelijke invoering. In het Landelijk Executie Overleg van het OM (LEO) is gesproken over de inrichting van een «studie/projectgroep» die zich gaat verdiepen in de mogelijkheden om moderne technieken (zoals elektronische stemherkenning) te gaan gebruiken bij handhaving van gebiedsverboden (waar onder stadionverbod). De Reclassering neemt, in opdracht van Justitie, het voortouw in deze studie/projectgroep, waarbij verbinding zal worden gezocht met de Expertgroep technologie en innovatie van de Strategische Beleidsgroep Voetbal van de Raad van Hoofdcommissarissen.

Instrumenten

2008Realisatie
CybercrimeJa
Financieel-economische criminaliteitJa
VingerafdruksysteemNee
Technologische identificatie hooligansJa
Samenwerking korpsenJa
Afspraken structurele samenwerking korpsenJa

Toelichting instrumenten

Vingerafdruksysteem

Het vingerafdruksysteem van de Nederlandse politie (Havank) is verouderd en moet worden vervangen door een modernere en snellere variant. In 2008 heeft de Europese Aanbesteding hiervoor plaats gevonden en is het contract met een fabrikant getekend.

In het aanbestedingstraject is vertraging opgelopen door een gerechtelijke procedure.

Dit zal ertoe leiden dat het nieuwe systeem in de tweede helft van 2009 operationeel is.

Realisatie meetbare gegevens

Deze operationele doelstelling betreft met name de bekostiging van KLPD en recherche. Deze organisaties hebben een grote mate van vrijheid om beleid vorm te geven en uit te voeren. Dit maakt het niet zinvol om bij deze operationele doelstelling aparte meetbare gegevens op te nemen. Bij de algemene doelstelling zijn meetbare gegevens opgenomen over het functioneren van de politie. Het beleid onder deze operationele doelstelling draagt hieraan bij.

Operationele doelstelling 2.4: Verhogen van het prestatievermogen van de politie.

Doelbereiking

Personele capaciteit politie

Gelet op het aantal aspiranten dat wordt opgeleid op de Politieacademie is het de verwachting dat de sterkteafspraken voor 2010 wordt gehaald. De realisatie over 2007 is aangeboden aan de Tweede Kamer (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 28 824, nr. 36).

Bewapening en uitrusting politie

Het huidige dienstpistool in gebruik bij de Nederlandse Politie, de Walther P5, is aan het einde van zijn technische en economische levensduur en moet daarom worden vervangen. In november 2007 is gestart met het project Nieuw Pistool Nederlandse Politie (NPNP). Het project is gericht op de invoering van een nieuw dienstpistool en holster bij de Nederlandse politie. Het programma van eisen en wensen voor het nieuwe dienstpistool wordt begin 2009 afgerond en de Europese aanbesteding van het dienstpistool wordt in het eerste kwartaal van 2009 gestart. Eind 2009 zal de Europese Aanbesteding voor het bij het pistool passende holster worden gestart. De uiteindelijke vervanging van de huidige pistolen zal in 2010, 2011 en 2012 plaatsvinden. In 2008 is de voorbereiding van een pilot met een EID (Electronic Immobilization Device) gestart, waarbij de bruikbaarheid van «less lethal» wapens voor de politiepraktijk daadwerkelijk wordt uitgetest. De pilot start in het voorjaar van 2009.

Kwaliteitsontwikkeling Nederlandse politie

De kwaliteitsontwikkeling van de Nederlandse politie wordt door drie instrumenten gestimuleerd, namelijk:

• De Stimuleringsregeling Taakuitvoering Politiekorpsen. De Stimuleringsregeling richt zich op het verbeteren van het presterend vermogen van de politiekorpsen. In 2008 is het budget toegekend aan projecten die bijdragen aan het presterend vermogen in het algemeen of specifiek aan de bestrijding van de ontsporing van de jeugd dan wel de verbetering van de informatiepositie van de politie in de keten.

• Het Netwerk voor Innovatie en Kwaliteit (NIK). Het NIK heeft als doelstelling ervoor te zorgen dat er een maximaal rendement wordt behaald uit innovatieve projecten ter verbetering van de kwaliteit van het politiewerk. In 2008 is aandacht besteed aan de thema’s geweld, internetgebruik bij politie en gebiedsgebonden politie. De bijeenkomsten zijn gratis toegankelijk voor alle politiemedewerkers en zijn in 2008 erg goed bezocht.

• De Politie innovatie Prijs (PiP). De PiP is een onderscheiding die wordt toegekend aan politiemensen die een vernieuwend idee hebben uitgevoerd dat daadwerkelijk een effectieve bijdrage heeft geleverd aan de verbetering van de taakuitvoering door de politie. Op 22 mei 2008 is de PiP 2007 door de minister uitgereikt aan het korps Groningen met het project «Attenderingsservice». Daarnaast is ook de Aanmoedigingsprijs uitgereikt, een prijs voor een goed idee waar nog geen voldragen plan achter zit. Het korps Noord-Holland-Noord voor het idee van een boetevolgsysteem.

Burgernet

In november 2008 is gestart met negen pilots van Burgernet in vijf politieregio’s. Voorafgaand aan deze pilots heeft in oktober een wervingscampagne plaatsgevonden. De start van pilots is enigszins vertraagd omdat het nieuwe technische Burgernetsysteem niet op tijd voldeed aan de hoge kwaliteits- en stabiliteitseisen. Het nieuwe Burgernetsysteem was in het derde kwartaal van 2008 gereed en is inmiddels in de praktijk succesvol beproefd: de voorlopige resultaten van de pilots zijn bemoedigend. De pilots lopen door tot mei 2009. In de zomer van 2009 worden de pilots geëvalueerd.

In het najaar van 2009 valt naar verwachting de finale besluitvorming over een landelijke uitrol van Burgernet.

Versterking Opsporing

In 2008 zijn de maatregelen uit het programma versterking opsporing en vervolging door de politie voortvarend verder geïmplementeerd.

Deze implementatie – per korps verschillend in tempo – leidt tot een waarneembare kwaliteitsverbetering binnen de opsporing bijvoorbeeld op het terrein van tegenspraak en review, forensische opsporing, het opleidingsniveau en de registratie van politieverhoren. Op 31 januari 2009 dient de implementatie van het programma gereed te zijn.

Instrumenten

2008Realisatie
Sturen prestaties via landelijke prioriteitenNee
Personele capaciteit politieJa
Bewapening en uitrusting politieJa
Kwaliteitsontwikkeling Nederlandse politieJa
BurgernetJa
Uitbreiden bevoegdheden lokaal bestuurNee
Verbeteren informatievoorzieningJa
Versterking opsporingJa

Toelichting instrumenten

Sturen prestaties via landelijke prioriteiten

De landelijke prioriteiten betreffen afspraken op de thema’s geweld, wijkveiligheid, jeugd en opsporing. Hoewel niet alle landelijke doelstellingen volledig zijn gehaald, is het duidelijk dat er toch belangrijke stappen voorwaarts zijn gezet. Uitgesplitst naar thema:

• Geweld: in 2008 is de geweldsratio ontwikkeld. Deze ratio bestaat uit het aantal verdachten dat met een procesverbaal is aangeleverd bij het Openbaar Ministerie in relatie tot het aantal geregistreerde aangiften.

• Wijkveiligheid: in 2008 zijn 118 wijkagenten extra aangesteld (tussentijds streefcijfer tot ultimo 2011: 125 wijkagenten per jaar). Daarnaast is in 2008 besloten dat de regiokorpsen gaan werken met de gebiedsscan. De gebiedsscan maakt het mogelijk gegevens over de veiligheidssituatie in wijken en buurten in kaart brengen en daarmee gemeenten te voorzien van uniforme veiligheidsinformatie op wijkniveau.

• Jeugd: de politie heeft zich ook in 2008 intensief beziggehouden met de persoonsgerichte aanpak van criminele jeugd. Aan de hand van de zogenaamde de shortlistmethodiek waarmee de aard en omvang van problematische jeugdgroepen in hun wijk of verzorgingsgebied in beeld gebracht. Dit instrument wordt nog verder verbeterd. Een belangrijke oorzaak van jeugdcriminaliteit en herhaling daarvan is het onvoldoende vroegtijdig signaleren en ingrijpen. Besloten is om de registratie te gaan verbeteren en daarnaast het proces van vroegtijdig signaleren en adviseren over risicojeugd is verder verbeterd. De score op de Kalsbeeknorm (Kalsbeeknorm = Het procesverbaal van de politie moet binnen dertig dagen na het eerste verhoor bij het Openbaar Ministerie zijn ontvangen.) is verbeterd van 76% (afgerond) naar 77%.

• Opsporing: de regiokorpsen hebben 250 130 verdachten aangeleverd bij het OM (doelstelling 250 909). Daarnaast gaat het hierbij om de beleidsprogramma’s Versterking Aanpak Georganiseerde Misdaad, Financieel-economische Criminaliteit en Cybercrime (zie ook hierboven). Op 24 oktober 2008 is de eerste voortgangsrapportage van het project Veiligheid begint bij Voorkomen aangeboden aan de Tweede Kamer (brief Naar een veiliger samenleving, Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 28 684, nr. 178).

Uitbreiding bevoegdheden lokaal bestuur

Het wetsvoorstel Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast is aan de Tweede Kamer aangeboden en in december 2008 de nota naar aanleiding van het verslag (TK, 2008–2009, 31 467, nr. 7).

In het kader van de versterking van de aanpak van huiselijk geweld is met ingang van 1 januari 2009 de wet tijdelijk huisverbod ingevoerd (TK, 2007–2008, 30 657, nr. A).

Met betrekking tot de samenhang van de openbare ordebevoegdheden van de burgemeester is door het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Utrecht in opdracht van BZK onderzoek verricht. Op 24 april 2008 is het kabinetsstandpunt over het rapport Bestuur, recht en veiligheid aan de Tweede Kamer gezonden (TK, 2007–2008, 28 684 en 29 754, nr. 134).

Realisatie meetbare gegevens

Bij de algemene doelstelling zijn meetbare gegevens opgenomen over de effecten van het functioneren van de politie. Het beleid onder deze operationele doelstelling draagt hieraan bij.

 200620072008201020112014
Gerealiseerde sterkte korpsen (inclusief KLPD, exclusief aspiranten)51 23352 002    
Gerealiseerde sterkte korpsen      
Streefsterkte korpsen   52 20053 20054 700
Streefsterkte korpsen (– 2,5% bandbreedte)   50 90051 90053 300
Personeel CIP/ISC   300  

Bron: Polbis en jaarverslag Nederlandse Politie 2008

Operationele doelstelling 2.5: Verhogen van professionaliteit van de politie door het ontwikkelen van personeelsbeleid, arbeidsvoorwaardenbeleid en het faciliteren van politieonderwijs.

Doelbereiking

Uitvoeren actiepunten werkgeversvisie kwaliteit politiepersoneel

Het gedachtegoed en aanbevelingen uit de werkgeversvisie Politie worden meegenomen in activiteiten van diverse individuele politiekorpsen en de politieacademie evenals op landelijk niveau in de uitwerking van projecten van het Landelijk HRM programma zoals «Loopbaanbeleid gericht op vitaliteit» en «Fit & Gezond». Ook vormt de werkgeversvisie input voor de Politietop zoals afgesproken in de CAO politie 2008.

Politieacademie

Het realiseren van de operationele doelstelling ten aanzien van de politieacademie blijkt onder meer uit het gegeven dat in 2008 van start is gegaan met het herijken van de beroepsprofielen waarop de kwalificatiestructuur van het politieonderwijs is gebaseerd. De beroepsprofielen dienen actueel te zijn, zodat het onderwijs adequaat aansluit op de politiepraktijk.

Arbeidsvoorwaardenakkoord

In 2008 is voor de sector Politie een Arbeidsvoorwaardenakkoord gesloten voor de periode 2008–2010 (TK, 2007–2008, 29 628, nr. 92). In dit driejarige akkoord zijn afspraken opgenomen gericht op onder andere het inrichten van een politietop, het uitvoeren van een belonings- en functiewaarderingsonderzoek, en een tegemoetkoming in de zorgkosten van studerende kinderen boven de 18 jaar.

Uitwerken afspraken uit akkoord 2005–2007

In 2008 is vorm gegeven aan het verder uitwerken en implementeren van een aantal afspraken uit het akkoord 2005–2007. In 2008 is de eerste tranche van het project Harmonisatie Arbeidsvoorwaarden Politie afgerond. Hiermee wordt beoogd om de aanvullende regionale arbeidsvoorwaarden van de politie landelijk te harmoniseren. Deze afspraak komt voort uit het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2005–2007 en is gestart in 2007.

Integriteitsbeleid

Om politiemedewerkers weerbaarder te maken voor schendingen zijn in 2008 door de politieberaden richtlijnen vastgesteld om korpsen te stimuleren integriteitsbeleid te voeren conform de basisnormen uit de modelaanpak integriteitsbeleid, openbaar bestuur en politie. Voorbeelden hiervan zijn onder andere: «richtlijn Integriteit in het zakelijk verkeer, richtlijn omgaan met geschenken, richtlijn financiële belangen en richtlijn voor melden van vermoedens van misstanden».

Diversiteit bij de politie

Om een divers samengestelde politieorganisatie te bereiken, wordt gestreefd naar een betere instroom, doorstroom en behoud van specifieke doelgroepen. Met de korpsbeheerders zijn op 24 september 2007 onder andere samenwerkingsafspraken gemaakt over diversiteit en multicultureel vakmanschap bij de politie.

De korpsen worden om de gewenste resultaten te behalen ondersteund door de Taskforce Diversiteit, het Samenwerkingsprogramma Politietop Divers en het Talentenprogramma. De Taskforce Diversiteit heeft een aanjaagfunctie ten aanzien van de gemaakte afspraken en richt zich op de ontwikkeling van multicultureel vakmanschap, de werving en selectie, het imago van de politie en het realiseren van de voorschakelklassen. Daarnaast doet de Taskforce voorstellen ten aanzien van de in het leven geroepen Prestatiebeloning voor diversiteit.

Talentenprogramma

In 2008 is een aanvang gemaakt met de ontwikkeling van een Talentenprogramma voor startende leidingevenden. Het programma richt zich op de doorstroommogelijkheden voor vrouwen en allochtonen. Doel van het programma is om de meest succesvolle startende leidinggevende in de schalen 9 -12 versneld te laten doorgroeien. Voor deelname aan het programma wordt uitgegaan van het aanwezige talent met specifieke aandacht voor de divers samengestelde groep.

Taskforce personeelsvoorziening

Vanaf medio 2006 tot eind 2008 heeft de Taskforce trends, ontwikkelingen en regionale personeelsbewegingen gemonitoord. De inzichten die dat opleverde, vormden de basis voor het identificeren van strategische vraagstukken en het geven van adviezen over bijsturingsmaatregelen op landelijk niveau met als doel om op de lange termijn een evenwichtige (zowel in aantal als in kwaliteit) samenstelling van het personeelsbestand van de politie te kunnen waarborgen. De Taskforce Personeelsvoorziening Politie heeft in samenwerking met de korpsen en de Politieacademie in 2008 diverse vraagstukken zoals uitstroom, langer doorwerken en aandeel hoger opgeleiden onderzocht.

De Raad van Hoofdcommissarissen en het Korpsbeheerdersberaad hebben, samen met de Politieacademie en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, besloten dat Taskforce Personeelsvoorziening Politie geen tijdelijk karakter mag hebben. Sinds 1 november 2008 is de Taskforce overgegaan in het Kenniscentrum Personeelsvoorziening.

Instrumenten

2008Realisatie
Uitvoeren actiepuntenJa
PolitieacademieJa
ArbeidsvoorwaardenakkoordJa
Uitwerken afspraken uit akkoord 2005–2007Ja
IntegriteisbeleidJa
DiversiteitJa
TalentenprogrammaJa
Taskforce personeelsvoorzieningJa
Aanpak agressie en geweldJa

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenWaarde 2007Waarde 2008Streven 2008–2011
Percentage vrouwen en/of allochtonen in vacatures in Kroonbenoemingen met betrekking tot de korpsleiding, periode 2008–201123,1%42,9%50%
Percentage vrouwen en/of allochtonen in vacatures in Kroonbenoemingen in schalen 15 en 16, niet zijnde korpsleiding, periode 2008–201118,8%0%30%
Percentage vrouwen34%Niet bepaald
Percentage allochtonen in personeelsbestand bij korpsen en politieondersteunende organisaties, peildatum 31 december 20106,5%6,7%8,5%

Bron: Kerngegevens Nederlandse Politie 2008:

Overzicht afgeronde onderzoeken
SoortOnderwerp/onderzoekAD of ODStartAfgerondVindplaats
Beleidsdoorlichting     
Effectenonderzoek expost     
Overig evaluatieonderzoekEvaluatie milieutaakOD 2008Brief aan de Tweede Kamer in voorbereiding
 Evaluatiemeldpunt cybercrimeOD20082008Brief aan Tweede Kamer in voorbereiding
 Monitoren indicatoren prestatieafsprakenOD2009n.n.t.b.n.n.t.b.
 Personeels- en Mobiliteitsonderzoek (PoMo)    

Partners in Veiligheid (artikel 4)

Algemene beleidsdoelstelling

Goed samenwerkende partners in veiligheid.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De doelstelling om de criminaliteit en overlast in Nederland in 2010 met 25% te hebben verminderd ten opzichte van 2002 is een zeer ambitieuze doelstelling, die niet anders dan in nauwe samenwerking met alle veiligheidspartners kan worden gerealiseerd. Met name de lokale overheden, hun lokale partners, maar ook het bedrijfsleven hebben in 2008 een belangrijke rol gespeeld. Bij de overlast door Marokkaans-Nederlandse jongens heeft het kabinet in 2008 naar aanleiding van incidenten in verschillende gemeenten overleg gevoerd met burgemeesters, vertegenwoordigers van OM en politie. De ernst en omvang van de problematiek, het beschikbare instrumentarium en de behoefte aan aanvulling daarvan zijn daarbij aan de orde geweest.

De ervaren overlast en verloedering is duidelijk lager dan in 2002, zij het dat de laatste tijd sprake lijkt te zijn van een stabilisatie op het niveau van 2005 (lastig vallen op straat en tasjesroof werden minder vaak genoemd). Preventie, bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving en nazorg zijn hierbij sleutelwoorden (TK, 2007–2008, 28 684, nr. 130).

Het is nog te vroeg om de maatschappelijke effecten van de lokale aanpak op gebied van polarisatie en radicalisering te meten, daar de meeste gemeenten pas van start zijn gegaan. In gemeenten die eerder al met een aanpak tegen polarisatie en radicalisering zijn begonnen – Amsterdam-Slotervaart, Rotterdam, Eindhoven, Zoetermeer, Winschoten –, begint de aanpak vruchten af te werpen: het aantal haatzaaiende preken neemt af en de weerbaarheid onder met name moslimjongeren neemt toe en de rechtsradicale kern in Zoetermeer en in Winschoten is succesvol aangepakt. Zorgwekkend blijven de negatieve denkbeelden van diverse bevolkingsgroepen tegenover elkaar, de nog altijd hoge meldingen van inter-etnische confrontaties en de recente verharding van de acties van radicale dierenrechtenactivisten (TK, 2008–2009, 29 754, nr. 141).

Belangrijk in het kader van kennisuitwisseling op het terrein van polarisatie en radicalisering is de realisatie ultimo 2008 van het kennis- en adviescentrum Nuansa. Gemeenten, eerstelijnsprofessionals, ouderen en jongeren kunnen met al hun vragen over polarisatie en radicalisering contact opnemen met Nuansa. Via de website www.nuansa.nl stelt Nuansa best-practices, publicaties en onderzoeken op het terrein van polarisatie en radicalisering beschikbaar.

In 2008 zijn de eerste producten uit de strategie nationale veiligheid tot stand gebracht. De eerste nationale risicobeoordeling, met daarin een overzicht van de kans op en impact van dreigingen op het terrein van klimaatverandering, energievoorzieningszekerheid en polarisatie en radicalisering, is uitgebracht en heeft geleid tot een concreet advies aan de ministerraad over de te versterken capaciteiten op deze terreinen. Daarnaast is er een advies over de (on)mogelijkheden van een grootschalige evacuatie bij een overstroming uitgebracht. Beide adviezen hebben geleid tot een drietal speerpunten: continuïteit bij een grieppandemie, de versterking van zelfredzaamheid van burgers en landelijke sturing.

Een samenhangende uniforme informatiehuishouding is verder vergroot door realisatie van Informatie Architectuur Sector Veiligheid (IASV), het programma Geneeskundige Bestuurlijke Informatievoorziening (G-BIV), en standaarden voor de uitwisseling van geografische informatie. Ten behoeve van de lokale bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit zijn 10 regionale informatie- en expertisecentra geïnstitutioneerd. De informatie-uitwisseling tussen deelnemende partijen is verbeterd door het afsluiten van een bestuurlijk akkoord informatie-uitwisseling. In samenwerking met het KLPD en VtsPN is een nieuwe 112-centrale operationeel gegaan en ten tijde van de jaarwisseling heeft de centrale optimaal gefunctioneerd. Het Centrum Fietsdiefstal fungeert als verzamelplaats voor borging van kennis en expertise en speelt een actieve rol richting gemeenten. De publiekscampagne is eind 2008 succesvol afgesloten.

Externe factoren

De samenwerking en samenhang tussen de partners in veiligheid is verder vergroot, wat alleen heeft kunnen geschieden door de steun en inzet van de veiligheidspartners. BZK faciliteert bij de ontwikkeling en uitvoering van het veiligheidsbeleid op lokaal en regionaal niveau. Succes is voor een groot deel dan ook afhankelijk van de bereidheid en capaciteit van de veiligheidspartners om aan dat beleid uitvoering te geven.

Realisatie meetbare gegevens

Er zijn geen meetbare gegevens opgenomen, omdat de goede samenwerking tussen de partners in veiligheid op zowel lokaal, regionaal, nationaal en internationaal gebied moeilijk in meetbare gegevens is uit te drukken.

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
4. Partners in veiligheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen318 157170 343154 818218 993128 72177 40851 313
        
Uitgaven298 876168 107142 548155 175145 296109 39835 898
4.1 Apparaat10 5228 8879 3069 58210 74610 941– 195
4.2 Veiligheidsbeleid op nationaal niveau5 9642 0544 29037 33838 05549 107– 11 052
4.3 ICT-infrastructuur84 990151 661124 365103 85094 80043 75751 043
4.4 Netwerk C2000195 238000 00
4.5 Projecten2 162000 00
4.6 Veiligheidsbeleid op internationaal niveau 5 5054 5874 4051 6955 593– 3 898
        
Ontvangsten7 0663 7508 3778 0112 83002 830

Financiële toelichting

Verplichtingen

De verplichtingen zijn verhoogd als gevolg van het toevoegen van budgetten voor C2000 van VWS, Defensie, Financiën, politie en brandweer. Daarnaast is in 2008 opdracht gegeven voor de implementatie van nieuwe software voor C2000.

Operationele doelstelling 2 (veiligheidsbeleid op nationaal niveau)

De realisatie is lager door vertraging in de uitvoering van het operationele actieplan polarisatie en radicalisering. Daarnaast zijn budgetten overgeboekt naar gemeenten voor projecten in het kader van polarisatie en radicalisering en aan Justitie voor het CCV en projecten uit het Nationale R&D-programma maatschappelijke veiligheid.

Operationele doelstelling 3 (ICT-Infrastructuur)

Het verschil tussen realisatie en oorspronkelijke begroting wordt met name veroorzaakt door de gedurende het jaar ontvangen begrotingsbedragen van de betrokken disciplines (politie, brandweer, VWS, Defensie) voor de centrale exploitatiekosten C2000.

Operationele doelstelling 6 (veiligheidsbeleid op internationaal niveau)

De kosten voor landenprogramma’s en uitzendingen van politiefunctionarissen naar internationale crisisgebieden zijn geraamd op artikel 4.6, maar worden betaald en verantwoord op artikel 2.3. Deze zijn bij najaarsnota overgeheveld.

Operationele doelstelling 4.2: De bestuurlijke veiligheidspartners ondersteunen met kennis, instrumenten en expertise.

Doelbereiking

• De regierol van de gemeenten ten aanzien van (integrale) veiligheid wordt wettelijk verankerd. Medio 2008 is een wetsvoorstel aan de Raad van State verzonden. De Raad heeft inmiddels een advies gegeven, welke noopt tot heroverweging van (de inhoud van) het wetsvoorstel.

• Convenant Winkelcriminaliteit is afgesloten en in uitvoering. De acties in dit convenant vormen een nieuwe impuls voor de verdere reductie van criminaliteit tegen ondernemingen. Daarnaast is adequate voortgang geboekt op diverse projecten (o.a. versterking repressie door verbetering informatie-uitwisseling, versterking bovenregionale samenwerking).

• Het algemene beeld van de Veiligheidsmonitor 2008 (TK 2008–2009, 28 684, nr. 209) is voor een belangrijk deel zonder meer positief. Het aantal gewelds- en vermogensdelicten is in 2008 verder afgenomen en de fysieke verloedering is licht verminderd. Dit neemt niet weg dat op een aantal weerbarstige onderdelen extra inspanningen nodig zijn om de veiligheid verder te verbeteren en de buurtproblemen aan te pakken. Het Bureau Veiligheidsmonitor, belast met de dagelijkse organisatie en coördinatie van de uitvoering van de Veiligheidsmonitor op rijks-, regionaal en lokaal niveau, is in 2008 van start gegaan.

• Op het gebied van technologie en veiligheid is het eerste Research&Development-programma maatschappelijke veiligheid tot uitvoering gekomen. Dit vraaggestuurde programma bevatte in eerste instantie een honderdtal voorstellen voor innovatieve trajecten. Twintig daarvan zijn na een zorgvuldige selectie aanbesteed en in uitvoering genomen, bijvoorbeeld het ontwerp van een virtuele veiligheidswijk, de driedimensionale opname van een plaats delict en de ontwikkeling van compacte blusmiddelen.

Instrumenten

2008Realisatie
Faciliteren lokaal veiligheidsbeleidja
Uitvoeren actieplan overlast en verloederingja
Uitvoeren actieplan polarisatie en radicaliseringdeels
Bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteitja
Uitvoeren actieplan veilig ondernemen IIIja
Evaluatie Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid(CCV)deels
Veiligheidsmonitorja
Monitor criminaliteit bedrijfslevenja
Subjectieve veiligheidja
Technologie en Veiligheidja
Programma nationale veiligheidja

Toelichting instrumenten

• In 2008 zijn voor 21 gemeenten aanvragen voor decentralisatie-uitkeringen in het kader van het actieplan polarisatie en radicalisering gehonoreerd voor een totaalbedrag van € 1,3 mln. Gemeenten aarzelden om de problematiek in de volle breedte op te pakken en niet alle gemeenten blijken op de hoogte te zijn geweest van de mogelijkheid om en de voorwaarden voor het aanvragen van de financiële ondersteuning.

• Toekomstscenario voor het CCV wordt in 2009 uitgewerkt. De aanbevelingen uit de evaluatie 2007 worden hierin meegenomen.

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenOverall doelstelling 2010 t.o.v. 2002Doelstelling vanaf 2006Resultaat begin 2009 Veiligheids-monitor 2008Nog te realiseren 2009–2011
Geweld25%20%14,5%5,5%
Vermogen25%6%20%
Overlast25%17,5%0%17,5%
Verloedering25%18,5%3%15,5%
Fietsendiefstal100 000 t.o.v. 2006100 000110 000

Bron: Brief integrale Veiligheidsmonitor 2008, 31 maart 2009 (TK, 28 684, nr. 209)

Toelichting

De minister van Justitie (projectminister) heeft samen met de ministers van BZK, OCW, WWI en Jeugd en Gezin het project Veiligheid begint bij Voorkomen gestart. De hoofddoelstelling van het project is een reductie van criminaliteit (geweld- en vermogensdelicten), fysieke verloedering en ernstige sociale overlast met 25% ten opzichte van 2002. Bij dit project horen de bovenstaande indicatoren.

Operationele doelstelling 4.3: Een samenhangende informatiehuishouding van de partners in veiligheid.

Doelbereiking

• Binnen het Informatie Beleid Veiligheid (IBV) zijn de volgende activiteiten in gang gezet om de samenhang, standaardisatie en samenwerking in de informatievoorziening bij de veiligheidspartners te bevorderen.

• Onder verantwoordelijkheid van de Raad voor Multidisciplinaire Informatievoorziening Veiligheid (Raad MIV) is een portfolio-overzicht opgezet van lopende trajecten en activiteiten voor de verbetering van de informatievoorziening binnen en tussen de verschillende veiligheidspartners. Viawww.pmiv.nl kunnen gebruikers in het veld overzicht krijgen van de lopende projecten en kennis en ervaring met elkaar delen.

• Uitgaande van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA), zijn architectuurprincipes opgesteld voor het veiligheidsveld. Er is een maandelijks afstemmingsoverleg gekomen van de architecten uit het veiligheidsveld, de VtsPN en het ministerie van BZK.

• De dekking van het C2000-netwerk is verder geoptimaliseerd door het bijplaatsen van masten. Daarnaast is eind 2008 opdracht gegeven voor een hard- en software upgrade van het C2000-netwerk waardoor de continuïteit van het netwerk en de toekomstvastheid wordt verbeterd.

• De informatievoorziening voor brandweer is versterkt. Het landelijke brandweer informatiebeleidsplan «In helder perspectief» (BRIL) is opgeleverd en bestuurlijk door Raad voor Regionaal Commandanten (RRC) van de NVBR, de Raad MIV en de Bestuurscommissie Brandweer van het Veiligheidsberaad geaccordeerd. Het plan beschrijft het pad naar een structurele verbetering van de informatievoorziening van de brandweer de komende jaren in 4 plateaus. Activiteiten voor het eerste plateau zijn in volle gang waarbij de focus ligt op inrichting van ICT-organisatie en het realiseren van een samenhangende informatievoorziening voor de brandweer gebaseerd op landelijk gestandaardiseerde processen.

Instrumenten

2008Realisatie
Informatie Basisvoorziening Veiligheid (IBV)ja
Eenheid door samenhang en standaardisatie in de informatievoorzieningja
C2000 en geïntegreerd meldkamersysteem (GMS)ja
Stimuleren van uniforme ICT-infrastructuur en informatiehuishouding voor de politieja
Samenhangende informatievoorziening voor de brandweerja
Versterken van de samenhang en standaardisatie binnen de informatievoorziening van de GHORja
Fietsendiefstalja

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 2007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
Misbruik 112 terugbrengen (mobiel)70%50%65%

Bron: cijfers Korps Landelijke Politiediensten (KLPD)

Toelichting

Het misbruik van 112 is gedaald van 70% naar 65%. De streefwaarde voor 2008 was 50%. De 112-centrale is later dan gepland operationeel gegaan. In de eerste helft van 2009 is de benodigde software beschikbaar voor de nieuwe centrale. Pas dan kan de misbruikbestrijding worden geoptimaliseerd. Ook is een publiciteitscampagne gestart die er op is gericht om het misbruik te reduceren.

Operationele doelstelling 4.6: Onderhouden en uitbreiden van internationale veiligheidsrelaties.

Doelbereiking

• Nadere uitvoering is gegeven aan de landenprogramma’s met o.a. Suriname, Indonesië, Bulgarije, Roemenië alsook met de buurlanden. Het landenprogramma Zuid-Afrika is in 2008 van start gegaan. Met Kroatië is een Memorandum of Understanding (MoU) afgesloten over politiesamenwerking en crisisbeheersing. Ook zijn de mogelijkheden voor structurele samenwerking met Servië, Macedonië en Montenegro in de Westelijke Balkan onderzocht. De onderhandelingen met Turkije over een MoU zijn gecontinueerd.

• Nederland heeft actief geparticipeerd in de ad hoc groep informatie uitwisseling dat onder het Frans voorzitterschap nieuw leven is ingeblazen. Hierin is ondermeer richting gegeven aan de implementatie van het Prüm-Verdrag en Raadsbesluit alsmede het Zweeds Kaderbesluit. In 2008 is een kabinetsstandpunt geformuleerd over het Stockholm programma (een meerjaren beleidskader voor de JBZ en opvolger van het Haags Programma). De realisatie van het nationale Schengen Informatie Systeem is vertraagd ten gevolge van de vertraging van het door de Europese Commissie te ontwikkelen Centrale Schengen Informatie Systeem. De levering van opsporingsinformatie van het KLPD aan het Europol Informatie Systeem is aanzienlijk uitgebreid. In 2008 is de herijking van het Civiel Beschermingsmechanisme afgerond en aangenomen. Op basis van dit mechanisme kan binnen de EU wederzijdse hulp in het geval van crises worden geboden.

• Voor de toekomstige samenwerking is per korps een werkgroep gestart om met ondersteuning van de Nederlandse politie ontwerpen te maken van de toekomstige organisatie en werkprocessen op Curacao, Sint Maarten, Bonaire, Saba en Sint Eustatius. In aanloop naar de nieuwe Koninkrijksstructuur is op Bonaire een nieuwe korpschef geïnstalleerd. De Politieacademie heeft cursussen verzorgd om de politiekorpsen op de Nederlandse Antillen en Aruba aan te sluiten op het Politie Discussie Netwerk (PDN).

• Ultimo 2008 heeft evaluatie van en nieuwe beleidsambities voor de uitzending van politiefunctionarissen naar vredesmissies plaatsgevonden (TK, 2008–2009, 27 476, nr. 14). In 2008 zijn 31 personen uitgezonden. Eind 2008 zijn door de minister van BZK de herinneringsmedailles uitgereikt.

Instrumenten

2008Realisatie
Bi- en multilaterale samenwerkingJa
Europese samenwerkingJa
Samenwerking met Nederlandse Antillen/Aruba en met SurinameJa
Internationale vredesmissiesJa
Europese ministerraadJa

Realisatie meetbare gegevens

Er zijn geen meetbare gegevens opgenomen, omdat de uitkomsten van internationale samenwerking moeilijk meetbaar zijn. Het is een dynamische wereld waarin de specifieke bijdrage van Nederland – of zelfs BZK – niet altijd exact is na te gaan.

Overzicht afgeronde onderzoeken
SoortOnderzoeksonderwerpNr. AD of ODStartafgerondvindplaats
Beleidsdoorlichting     
Effectenonderzoek expost     
Overig evaluatieonderzoekEvaluatie uitvoering pilots «afspraken Rijk-gemeenten»4.220072009 
 Beleidseffectenanalyse Sociale Veiligheid4.220062008Rapport SCP Sociale veiligheid ontsleuteld (TK 2007–2008, 28 684, nr. 161)

Toelichting

De evaluatie uitvoering pilots afspraken Rijk-gemeenten is niet in 2008 afgerond. Begin 2009 zal deze evaluatie gereed zijn.

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (artikel 5)

Algemene beleidsdoelstelling

Een bijdrage leveren aan een veilige samenleving door op het gebied van de Nationale Veiligheid tijdig dreigingen en risico’s te onderkennen die niet direct zichtbaar zijn en de relevante belangendragers te voorzien van informatie en handelingsperspectief.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De AIVD doet in binnen- en buitenland onderzoek om tijdige dreigingen en risico’s te onderkennen voor de nationale veiligheid. Dergelijke dreigingen en risico’s kunnen gericht zijn tegen de Nederlandse samenleving als geheel maar ook tegen individuele burgers. Daarbij kan het gaan om geweldsdreigingen, met als doel fundamentele maatschappelijke veranderingen te realiseren of de democratische besluitvorming onder druk te zetten. Ook kan maatschappelijke ontwrichting dreigen, of beperking van de grondrechtelijke vrijheden van bepaalde personen of groepen. Ook wint de AIVD politieke inlichtingen in, die voor de regering van waarde kunnen zijn bij de standpuntbepaling over het buitenlands beleid en bij het voeren van internationale handelingen. Tot slot richt de AIVD zijn onderzoek op risico’s voor en dreigingen tegen vitale maatschappelijke processen (bijvoorbeeld energie- en drinkwatervoorziening, transport en telecommunicatie) en risico’s die ontstaan doordat kwetsbare overheidsinformatie in handen komt van onbevoegden.

Het afgelopen jaar is het zicht op fenomenen, objecten en individuen die verbonden zijn aan maatschappelijke verschijnselen als, terrorisme, radicalisering, buitenlandse inmenging, informatiebeveiliging en proliferatie toegenomen.

Op gebied van bijvoorbeeld terrorisme bleek in 2008 dat Nederland en Nederlandse belangen een voorkeursdoelwit vormen voor internationaal opererende jihadistische netwerken. Een van de oorzaken hiervoor is gelegen in de film Fitna. Hoewel na de verschijning van de film Fitna relatief weinig beroering onder de moslimbevolking was, blijkt de film uiteindelijk wel een belangrijke factor te zijn voor het dreigingsprofiel van Nederland. Fitna wordt door jihadisten als een belediging en provocatie ten opzichte van de islam gezien en hierdoor aangegrepen als een verdere legitimering voor het aanmerken van Nederland(se belangen) als doelwit.

Het afgelopen jaar heeft de NCTb het algemeen dreigingsniveau verhoogd van «beperkt» naar «substantieel». Aanleiding hiervoor was de toegenomen dreiging vanuit internationaal opererende netwerken (zie AIVD Jaarverslag 2008).

Een ander voorbeeld is de intensivering van het onderzoek in 2008 naar inlichtingenactiviteiten van vreemde mogendheden in Nederland met als doel deze vorm van dreiging adequaat te kunnen duiden en inlichtingenactiviteiten aan het licht te brengen. In 2008 is gebleken dat heimelijke inlichtingenactiviteiten van vreemde mogendheden ook bij het openbaar bestuur en politie in Nederland voorkomen. Zie hiervoor de brieven van 19 december 2007 en 26 september 2008 (TK 2007–2008, 30 977, nr. 8 en TK 2007–2008, 28 844, nr. 25).

Op het gebied van informatiebeveiliging zijn het afgelopen jaar een aantal incidenten geweest zoals de Rijkspas en OV-chipkaart waaruit blijkt hoe kwetsbaar de beveiliging van informatiegevoelige technologieën kan zijn. Het Nationaal Bureau Verbindingsbeveiliging heeft op verzoek nader onderzoek gedaan en op deze incidenten geadviseerd. Zie hiervoor de brieven die hierover naar de Tweede Kamer zijn verzonden (TK 2007–2008, 31 200 VII, nr. 50 enTK 2007–2008, 31 200 VII, nr. 74 en TK 2008–2009, 31 700 VII, nr. 4 enTK 2008–2009, 23 645, nr. 260).

Externe factoren

Algemeen

Samenwerking met (strategische) relaties, belangendragers en buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten is cruciaal in het functioneren van de AIVD en dient verschillende belangen. De samenwerking is er uiteindelijk op gericht partners door middel van informatievoorziening bruikbare handelingsperspectieven te bieden, opdat geconstateerde dreigingen gereduceerd en/of het weerstandsvermogen verhoogd kunnen worden.

De AIVD informeert en adviseert bestuurders, beleidsmakers en andere belanghebbenden op lokaal, nationaal en internationaal niveau en stelt hen daarmee in staat op basis van deze informatie beleid te ontwikkelen of maatregelen te nemen. AIVD-producten kunnen aanleiding geven tot beleidsmaatregelen, maar ook tot repressief optreden (bijvoorbeeld aanhoudingen op basis van een ambtsbericht van de AIVD). Ook preventieve maatregelen – zoals verscherping van beveiligingsmaatregelen – kunnen het gevolg zijn van advisering door de AIVD. De AIVD heeft dus zowel een signalerende als een mobiliserende rol. Onder bepaalde omstandigheden en als andere effectieve mogelijkheden ontbreken, kan de AIVD vastgestelde risico’s ook door middel van eigen optreden verkleinen.

Samenwerking in Nederland

De nationale samenwerking met strategische relaties waaronder het Openbaar Ministerie (OM), de NCTb, het KLPD, de IND, FIOD-ECD, de KMAR, en de MIVD is het afgelopen jaar verder geïntensiveerd. De Contraterrorisme Infobox (CT-Infobox) is een samenwerkingsverband van bovengenoemde strategische relaties en maakt onderdeel uit van een breed scala aan maatregelen in de bestrijding van terrorisme. De CT Infobox heeft daarin een bijzondere rol, omdat hier informatie bij elkaar wordt gebracht van de verschillende aangesloten diensten over netwerken en personen die betrokken zijn bij terrorisme, in het bijzonder jihadistisch terrorisme. Het grote voordeel van de CT Infobox is dat de gegevens multidisciplinair, dus met de expertise van meerdere organisaties, worden vergeleken en geanalyseerd.

In 2008 is een geavanceerd systeem ontwikkeld waarin de beschikbare gegevens van de verschillende partnerorganisaties worden ontsloten. De informatie van IND, KLPD en AIVD wordt in het nieuwe systeem bij elkaar gebracht, waardoor het zoeken is vereenvoudigd en het analyseren een stuk sneller kan plaatsvinden. In een latere fase zullen ook bestanden van andere partners worden ontsloten. Het systeem is ontwikkeld in het kader van het programma Veiligheidsverbetering door Information Awareness (VIA), dat gecoördineerd wordt door de NCTb en waar de AIVD, het KLPD en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) aan deelnemen.

De relatie tussen de AIVD en de Regionale Inlichtingendiensten (RID) is het afgelopen jaar verder geïntensiveerd en geprofessionaliseerd. Er zijn met alle RID-en duidelijke afspraken gemaakt over verwachtingen, werkwijzen en informatie-uitwisseling. In de praktijk hebben deze afspraken geleid tot bijvoorbeeld gezamenlijke opleidingen, het instellen van liasons en de invoering van Inlichtingen Behoefteplannen. Wel zijn er nog verbeterpunten in de samenwerkingsrelatie aan te wijzen. De AIVD en de RID-en pakken die punten gezamenlijk op in onder andere het project Bruggenhoofd. Zie hiervoor de brief van 30 januari 2008 (TK 2007–2008, 29 924, nr. 22).

Veiligheidsonderzoeken

In 2007 is het verbeterprogramma Sneller Veiliger gestart. Dit programma is gericht op het wegwerken van alle achterstanden met betrekking tot de werkvoorraden en op het terugdringen van de doorlooptijd (behandeltijd) bij de uitvoering van veiligheidsonderzoeken. De Wet veiligheidsonderzoeken schrijft een maximale behandeltijd van acht weken voor. In de praktijk is gebleken dat teveel onderzoeken buiten die termijn werden afgerond. Het voornaamste doel van het verbeterprogramma Sneller Veiliger was om te realiseren dat vanaf 1 september 2008, 95% van alle A-onderzoeken binnen de wettelijke termijn worden uitgevoerd. Bij de bepaling en vaststelling van de doelstelling is uitgegaan van de aanname dat gemiddeld 5% van de onderzoeken niet binnen acht weken kunnen worden uitgevoerd vanwege verschoonbare factoren, zoals de lange behandeltijd van informatieverzoeken door internationale collegadiensten. Deze doelstelling is gerealiseerd. De Tweede Kamer is halfjaarlijks over de voortgang van het verbeterprogramma Sneller Veiliger geïnformeerd (TK 2007–2008, 30 805, nr. 11 en TK 2008–2009, 30 805, nr. 12).

De maatregelen van het verbeterprogramma hebben diverse verbeteringen opgeleverd. De instroom van het aantal uit te voeren veiligheidsonderzoeken is beter beheersbaar geworden. De AIVD voert daarvoor een stringent beleid met betrekking tot het aanwijzen van vertrouwensfuncties (zie AIVD Jaarverslag 2008).

KengetallenWaarde 2006Waarde 2007Waarde 2008
Totaal aantal vertrouwensfuncties:   
Rijksoverheid6 2596 4995 492
Defensieorderbedrijven18 50020 80020 800
Burgerluchtvaart35 43744 36940 199
Politie16 14716 60817 905
Koninklijk Huis269269342
Vitale bedrijven1 5471 5471 547
    
Totaal78 15990 09286 285

Bron: AIVD

Internationale samenwerking

In overeenstemming met de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken is door de minister van Algemene Zaken een hernieuwd Aanwijzingsbesluit met een looptijd van vier jaar (2008–2012) vastgesteld waarin een andere focus voor de werkterreinen en aandachtsgebieden van de inlichtingentaak buitenland zijn vastgesteld (Stcrt, 2007, 141). De Aanwijzing 2008–2012 geeft de AIVD de taak inlichtingen in te winnen over de werkelijke, verborgen, intenties, activiteiten en opinies van specifiek benoemde landen of regio’s; de zogenaamde politieke inlichtingen.

De verzamelde inlichtingen stellen de Nederlandse regering in staat om, bij het bepalen van standpunten over het buitenlands beleid en bij het voeren van internationale onderhandelingen, te beschikken over de informatie die via andere, bijvoorbeeld diplomatieke, kanalen niet of moeilijk te verkrijgen is. Het gaat dan om het inwinnen van ontbrekende, maar met het oog op de nationale veiligheid van belang zijnde, gegevens die alleen met de inzet van en/of samenwerking tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten verkregen kunnen worden.

De inlichtingentaak staat niet alleen ten dienste van onmiddellijk nut voor Nederland. Gezamenlijke Europese en bondgenootschappelijke of volkenrechtelijke belangen kunnen ook van belang zijn voor de nationale veiligheid. De regering kan opbrengsten van inlichtingentaak buitenland eventueel inbrengen in bilateraal en multilateraal verband. De minister informeert de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer zo nodig over de uitvoering van de inlichtingentaak buitenland door de AIVD en over de resultaten daarvan.

Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen

Voor een inlichtingen- en veiligheidsdienst bestaat het primaire werkproces bijna volledig uit het verwerken van informatie. Voor een goede (operationele) taakuitoefening moet de AIVD kunnen beschikken over een effectief, efficiënt en veilig informatiesysteem. Daarnaast is de hoeveelheid informatie die de AIVD moet verwerken de afgelopen jaren sterk toegenomen als gevolg van een grotere mate van operationaliteit, maar ook door de sterk gestegen hoeveelheid informatie van zowel buitenlandse collega-diensten als van binnenlandse samenwerkingpartners en technologische ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld internetonderzoek en SIGINT-informatiestromen.

De operationele taakopdracht maakt bovendien dat de technologie van de AIVD minstens op het niveau moet zijn van mogelijke onderzoekssubjecten. Gelet op nieuwe technologische ontwikkelingen zal de AIVD continu moeten innoveren en anticiperen in de informatiemaatschappij. Het afgelopen jaar heeft de AIVD diverse maatregelen genomen om te komen tot een adequaat niveau van de informatievoorziening. Een van de maatregelen betrof de inrichting van een projectdirectie Informatiemanagement, die als taak heeft om de continuïteit, de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van de huidige ICT-voorzieningen binnen de AIVD te garanderen en om de noodzakelijke vernieuwing van de ICT-voorzieningen onder regie te realiseren en in beheer te nemen (TK, 2007–2008, 30 977, nr. 10).

Algemeen dreigingsbeeld

Veranderingen in het algemene dreigingsbeeld vragen voortdurend om bijstelling van prioriteiten en het hierop afstemmen van de beschikbare middelen. Langs deze weg heeft het dreigingsbeeld invloed op de inzet op de aandachtsvelden, maar ook op de mogelijkheden die er zijn voor het verbeteren van de infrastructuur, het bijdragen aan het beleid van anderen en de inspanningen op het gebied van samenwerking. Voor een nadere beschouwing van het algemene dreigingsbeeld wordt verwezen naar het AIVD Jaarverslag.

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
5. Algemene Inlichtingen- en VeiligheidsdienstRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen88 569121 090128 746180 355168 412159 1169 296
        
Uitgaven88 123107 993133 580174 617175 172159 11616 056
5.1 Apparaat85 072102 392127 966170 494169 170154 92814 242
5.2 Geheime uitgaven3 0515 6015 6144 1236 0024 1881 814
        
Ontvangsten7085693968632 6063912 215

Financiële toelichting

De hogere uitgaven zijn ten eerste een gevolg van de ingebruikname van het nieuwe pand in Zoetermeer. Ten tweede hebben medewerkers die in dienst waren in 1999 recht op een aanvulling bij vervroegde uittreding als gevolg van de afschaffing van de toenmalige FLO-regeling. Tot slot zijn bedragen toegevoegd aan het budget in verband met loon- en prijsbijstelling en het FES-project Bescherming tegen elektronische aanvallen.

Operationele doelstellingen

Nadere operationalisering van de algemene beleidsdoelstelling heeft betrekking op de uitvoering van de wettelijke taken van de AIVD conform de Wet op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de Wet veiligheidsonderzoeken, als bedoeld in de Rijksbegrotingvoorschriften. Voor wat betreft de operationele doelstellingen van de AIVD wordt verwezen naar de brief aan de Tweede Kamer over de hoofdlijnen van het AIVD Jaarplan (TK, 2007–2008, 30 977, nr. 8) en het AIVD Jaarverslag. In dit beleidsartikel zijn daarom ten aanzien van de AIVD slechts de operationele doelstellingen «apparaat» en «geheime uitgaven» opgenomen. Over de geheime uitgaven kunnen verder geen mededelingen worden gedaan.

Toelichting apparaatuitgaven

De AIVD is in 2008 zowel kwantitatief als kwalitatief verder gegroeid tot 1393 fte. Het groeiplafond (van 1504 fte) komt daarmee in zicht. Bij de invulling van de personele groei is reeds rekening gehouden met de in 2011 te bereiken personele taakstelling. De AIVD is met het afronden van het Ontwikkelprogramma Prospect in 2007 niet uitontwikkeld (TK 2007–2008, 30 977, nr. 11).

Ook de komende jaren blijven inspanningen op gebied van organisatieontwikkeling noodzakelijk. In 2008 is de AIVD daarom gestart met een reorganisatie, genaamd KOERS. De AIVD heeft zich tot doel gesteld om zich tussen nu en drie jaar verder te ontwikkelen tot een dienst die gezaghebbend, invloedrijk en offensief is en die excelleert in de uitvoering van (operationeel) onderzoek, het duiden van de verzamelde informatie, het mobiliseren van anderen en het handelen in het voorkomende geval dat zelfstandig risico’s moeten worden gereduceerd.

Daartoe heeft de AIVD in 2008 voor de komende jaren strategische doelstellingen vastgesteld die voor de dienst leidend en bepalend zijn voor alle processen en activiteiten. De strategische doelstellingen betreffen het voorkomen van aanslagen, het tijdig onderkennen van relevante ontwikkelingen op de werkterreinen van de dienst, het nog beter aanzetten van ketenpartners tot handelen, het nog beter zichtbaar maken van de toegevoegde waarde van de dienst voor de nationale veiligheid en om tot de kopgroep van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in Europa te behoren.

Overzicht afgeronde onderzoeken

De AIVD onderzoekt haar activiteiten op periodieke basis, conform de Regeling periodiek evaluatieonderzoek en beleidsinformatie. Rapportages worden vertrouwelijk aangeboden aan de Commissie van Toezicht voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en de president van de Algemene Rekenkamer. Politiek relevante bevindingen worden aangeboden aan de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.

Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid (artikel 14)

Algemene beleidsdoelstelling

Een bijdrage leveren aan een veilige samenleving en het vertrouwen van de burger in de overheid vergroten door onafhankelijk toezicht en onafhankelijk onderzoek en het doen van aanbevelingen die verantwoordelijken in staat stellen de veiligheid te verbeteren.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Inspectie OOV

De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV) heeft, op basis van haar werkplan 2008, onderzoek verricht naar (aspecten van) de kwaliteit waarmee brandweer-, Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen- (GHOR), politie-, rampenbestrijdings- en crisisbeheersingstaken worden uitgevoerd. De rapportages bevatten conclusies en aanbevelingen die verantwoordelijken in staat hebben gesteld de kwaliteit van de uitvoering van hun veiligheidstaken te verbeteren.

Externe factoren IOOV

• Om de goede keuzes te kunnen maken, zodat maximaal effect wordt bereikt ten aanzien van de kwaliteitsverbetering binnen de OOV-taken, voert de Inspectie OOV jaarlijks een risicoanalyse uit. Op basis van deze risicoanalyse stelt de Inspectie haar werkplan op. Dit werkplan wordt mede namens de minister van Justitie door de minister van BZK aan de Tweede Kamer aangeboden.

• De rapportages van de Inspectie OOV zijn, voorzien van een beleidsmatige reactie van de minister(s) van BZK (en van Justitie), aangeboden aan de Tweede Kamer en de verantwoordelijke besturen op provinciaal, regionaal en lokaal niveau. De rapportages zijn eveneens aangeboden aan de bijbehorende democratische controleorganen (bv. college van B&W, gemeenteraden, Provinciale Staten (PS) en Gedeputeerde Staten (GS). De Inspectie OOV heeft daarmee beoogd het politiek-bestuurlijke debat over de kwaliteit van de taakuitvoering te voeden.

  Willen de door de Inspectie OOV voorgestelde verbeteringen effect hebben, dan moeten democratische controleorganen (gemeentebesturen) ook daadwerkelijk aandacht en bestuurlijke kracht opvatten om met deze verbeteringen aan de slag te gaan. Uit bestuurlijke en ambtelijke reacties en uit effectonderzoek blijkt dat de aanbevelingen van de Inspectie OOV opvolging ondervinden (bv. toetsing «Rampenbestrijding op orde»). Dit geeft invulling aan het doelbereik en het maatschappelijk effect van het toezicht op het OOV-domein.

Realisatie meetbare gegevens

IOOV

Meetgegevens ten aanzien van de resultaten van het toezicht door de Inspectie OOV zijn vooraf moeilijk te formuleren. Het daadwerkelijke effect van toezicht is niet gelegen in het aantal rapporten, maar in kwaliteitsverbetering van de taakuitvoering in de praktijk. Daarom investeert de Inspectie OOV in effectmeting van haar toezichtactiviteiten door middel van «follow-up»-onderzoek (naar opvolging van aanbevelingen) en evaluaties van toezichtmethoden. Over de uitkomsten van deze onderzoeken wordt aan de Tweede Kamer gerapporteerd.

Ovv

De Onderzoeksraad voor veiligheid besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid welk voorval de raad in onderzoek neemt en op welke wijze de raad dat onderzoek doet. Daarom worden in de begroting van BZK geen meetbare gegevens opgenomen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
14. Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen6 30811 32015 10515 83616 59015 2731 317
        
Uitgaven5 48811 03715 15915 38715 88215 273609
14.1 Inspectie Openbare Orde en Veiligheid3 5654 0454 3165 2245 7195 122597
14.2 Onderzoeksraad voor veiligheid1 9236 99210 84310 16310 16310 15112
        
Ontvangsten1283851131101

Operationele doelstelling 14.1: Het vergroten van de kwaliteit waarmee politie, brandweer, rampenbestrijdings- en crisisbeheersingsorganisaties hun taken uitvoeren.

Doelbereiking

Het bevorderen van veiligheid is een verantwoordelijkheid van de overheid. Eén van de doelstellingen van het kabinet is daarom het verder verbeteren van de organisatie van politie, brandweer, Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing (veiligheidsregio’s). Om te komen tot een gezamenlijke aanpak van maatschappelijke problemen op het veiligheidsterrein zijn afspraken gemaakt met de VNG en de besturen van de veiligheidsregio’s en – samen met de minister van Justitie – met de korpsbeheerders. De Inspectie OOV houdt toezicht op de taakuitvoering door de verantwoordelijke besturen en organisaties op het terrein van de openbare orde en veiligheid. De activiteiten in het Werkplan 2008 van de Inspectie OOV zijn afgeleid van deze beleidsdoelstellingen van het kabinet.

Een belangrijk uitgangspunt bij het toezicht van de Inspectie OOV is selectief en slagvaardig toezicht, intensief waar nodig en op afstand waar mogelijk. De Inspectie houdt toezicht door systematische en thematische onderzoeken. Tevens kan de Inspectie besluiten onderzoek te doen naar aanleiding van een incident, ongeval of ramp. In toenemende mate wordt de Inspectie OOV benaderd (door burgers, bedrijven, operationele diensten en medeoverheden) om een oordeel te vormen over een concreet veiligheidsvraagstuk. De Inspectie kan besluiten om hierop ter advisering een onderzoek in te stellen.

• Systematisch toezicht ten aanzien van rampenbestrijding en crisisbeheersing

  Een van de beleidsdoelstellingen is dat de veiligheidsregio’s eind 2009 de rampenbestrijding kwalitatief op orde hebben. In het kader van «Rampenbestrijding op orde» heeft de Inspectie OOV met het project RADAR de toetsing van de voorbereiding op de rampenbestrijding voortgezet. Door monitoring en praktijktoetsen wordt er een beeld verkregen van de staat van de voorbereiding op de rampenbestrijding in alle veiligheidsregio’s. De onderzoeksresultaten bieden de regio (bestuurders en operationele diensten) een handvat om binnen de eigen organisatie de nodige verbeteringen door te voeren. Begin 2009 wordt de Tweede Kamer met een tussenrapportage geïnformeerd over de stand van zaken van «Rampenbestrijding op orde».

• Thematisch onderzoek op de verschillende domeinen van openbare orde en veiligheid

  In 2008 heeft de Inspectie OOV een aantal thematische onderzoeken verricht. Thematisch onderzoek verschaft inzicht in de kwaliteit van (deelaspecten van) de brandweerzorg, GHOR, rampenbestrijding, crisisbeheersing, politiezorg en onderwijs.

  De minister van BZK heeft in 2008 de volgende rapportages aan de Tweede Kamer aangeboden:

– Optreden brandweer bij gevaarlijke stoffen (TK, 2007–2008, 26 956, nr. 62)

– Voorbereiding ongevallen luchtvaartterreinen (TK, 2007–2008, 24 804, nr. 56)

– Toetsing samenwerkingsafspraken politie 2008 (TK, 2008–2009, 29 628, nr. 110)

– Advisering GHOR bij publieksevenementen, samenwerking met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (TK, 2008–2009, 31 700 XVI, nr. 86)

– Quick-scanC2000 beveiligingsplannen(TK, 2007–2008, 25 124, nr. 55)

– Examinering van het brandweeronderwijs (TK, 2007–2008, 26 956, nr. 60)

• Incidenteel onderzoek en advisering naar aanleiding van politiek of maatschappelijke actualiteiten c.q. incidenten

  De Inspectie OOV heeft in 2008 onderzoek gedaan naar:

– Systeembeschouwing veiligheid brandweerduiken (TK, 2008–2009, 26 956, nr. 65)

– Project Territoriale Congruentie Schiphol, veiligheidsregio Kennemerland (TK, 2008–2009, 29 517, nr. 29)

– Brandveiligheid van justitiële inrichtingen, samenwerking met de Inspectie voor de Sanctietoepassing en de VROM-Inspectie (TK, 2007–2008, 24 587, nr. 312)

  Daarnaast heeft de Inspectie OOV rechtstreeks gerapporteerd over:

– Toezicht C2000

– Jaarlijkse onderzoeken politieonderwijs

– Periodieke kwaliteitsonderzoeken politieonderwijs

– Incident Ooij, ongeval op de Waal met een snelle interventieboot van het brandweerkorps Millingen aan de Rijn/Ubbergen/Groesbeek

  Een aantal onderzoeken is in 2008 gestart. Deze worden binnenkort afgerond en aan de Tweede Kamer aangeboden:

– Tussenrapportage «Rampenbestrijding op orde»

– Diversiteit politie

– Informatiegestuurde politie

– Beheer gerechtelijke wapens

– Kwaliteit van het multidisciplinair opleiden en oefenen

Instrumenten

2008Realisatie
Systematisch toezichtJa
Thematisch onderzoekJa
Incidenteel onderzoekJa

Realisatie meetbare gegevens

Zie toelichting bij de Algemene doelstelling.

Operationele doelstelling 14.2: Onderzoeksraad voor veiligheid.

De Onderzoeksraad voor veiligheid is een ZBO rechtspersoonlijkheid en is gelet op de onafhankelijke positie op afstand geplaatst van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De werkzaamheden van de raad zijn gekoppeld aan het zich voordoen van een voorval of een reeks van voorvallen.

De minister van BZK draagt geen verantwoordelijkheid voor de individuele onderzoeken en aanbevelingen die de onderzoeken mogelijk vergezellen. De Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid bevat op dit punt ook geen bevoegdheden. De minister heeft wel een toezichthoudende rol als het gaat om de bij algemene maatregel van rijksbestuur of algemene maatregel van bestuur aangewezen voorvallen verplicht te onderzoeken. De minister van BZK vult ministeriële verantwoordelijkheid in door het afleggen van verantwoording aan de Staten-Generaal. In de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid is een aantal bevoegdheden opgenomen die het mogelijk maken invulling te geven aan de ministeriële verantwoordelijkheid voor de raad. De wet bevat met het oog op het toezicht op de raad nagenoeg gelijke bepalingen als het ingediende voorstel voor de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Doelbereiking

Succesfactoren

De Ovv brengt de leerpunten uit het onderzoek naar voorvallen in kaart, doet aanbevelingen voor verbetering van de veiligheid aan verantwoordelijke partijen zoals overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties en houdt de opvolging van aanbevelingen bij. In de praktijk is de Ovv actief binnen de sectoren: luchtvaart, scheepvaart, railverkeer, wegverkeer, defensie, gezondheid van mens en dier, industrie, buisleidingen en netwerken, bouw en dienstverlening, water en crisisbeheersing & hulpverlening. De onderzoeken die zijn gedaan in 2008 zijn te vinden op www.onderzoeksraad.nl.

Instrumenten

2008Realisatie
Onderzoek en aanbevelingenJa

Realisatie meetbare gegevens

Zie toelichting bij de Algemene doelstelling.

Overzicht afgeronde onderzoeken

In 2008 zijn er geen lopende of afgeronde evaluaties (beleidsdoorlichtingen, effectenonderzoek expost of overige evaluaties).

Crisisbeheersing (artikel 15)

Algemene beleidsdoelstelling

Een samenleving die goed voorbereid is op crises.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Op 11 juli 2008 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitvoering van het beleidsplan Crisisbeheersing 2004–2007 (TK 2007–2008, 29 668, nr. 23). In deze eindrapportage is geconcludeerd dat de hoofddoelstelling – een betere voorbereiding op nationaal en decentraal niveau en op de aspecten omgang met dreigingen en risico’s, bescherming vitale infrastructuur en risico- en crisiscommunicatie – voor een belangrijk deel is gerealiseerd. De eindrapportage is besproken tijdens een algemeen overleg met de Tweede Kamer op 6 november 2008 (TK 2007–2008, 29 668, nr. 27).

Op 12 maart 2008 heeft de Tweede Kamer de bestuurlijke rapportage ontvangen over de regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing (TK 2007–2008, 29 668, nr. 19). Bij eerste voortgangsbrief van 30 mei 2008 is de Kamer geïnformeerd over de strategie Nationale Veiligheid en de Nationale Risicobeoordeling (TK 2007–2008, 30 821, nr. 6).

Externe factoren

• De feitelijke totstandkoming van de veiligheidsregio’s is mede afhankelijk van behandeling van de wet- en regelgeving die in 2007 is ingediend bij de Tweede Kamer en van de specifieke bestuurlijke processen in de regio’s.

• Goed functionerende (inter-)nationale organisaties die bereid zijn tot samenwerking (veiligheidsstructuur).

• Structurele en actieve betrokkenheid van de bestuurlijke partners die verantwoordelijkheid dragen bij crises.

• De bereidheid tot veiligheidsbewust gedrag door en het vermogen tot zelfredzaamheid van de bevolking, aangezien de overheid niet alle rampen en crises kan voorkomen en beheersen.

• Het treffen van adequate veiligheidsmaatregelen door het bedrijfsleven, vanuit het oogpunt van publiek private samenwerking om rampen en crises te voorkomen en te beheersen én vanuit het oogpunt van continuïteit van dienstverlening van vitale infrastructuur.

• De ontwikkeling van technologie die van invloed is op de beheersing van crises, zoals informatietechnologie.

Realisatie meetbare gegevens

Om te komen tot een samenleving die goed is voorbereid op een crisis is van deze algemene doelstelling een doorvertaling gemaakt naar operationele doelstellingen. Om deze reden zijn bij de algemene doelstelling geen en bij de operationele doelstelling wel prestatie-indicatoren opgenomen.

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
15. CrisisbeheersingRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen039 45652 74545 83130 97335 016– 4 043
        
Uitgaven034 77342 19940 11226 23036 380– 10 150
15.1 Apparaat07 5148 0298 4617 7207 954– 234
15.2 Proactie/preventie04 0581 1411 4683 2995 759– 2 460
15.3 Functioneren crisisbeheersingsorganisatie014 54213 73017 2269 46512 398– 2 933
15.4 Aansturen crisisbeheersing08 65919 2999 9663 0068 951– 5 945
15.5 Crisiscommunicatie0002 9912 7401 3181 422
        
Ontvangsten0819984002 4222000422

Financiële toelichting

Op beleidsartikel 15 (crisisbeheersing) vallen de totale uitgaven over 2008 circa € 10,2 mln lager uit dan in de oorspronkelijke begroting was geraamd. De belangrijkste verschillen worden hieronder toegelicht:

• Op artikelonderdeel 15.2 Proactie/preventie is circa € 2,5 mln minder uitgegeven dan geraamd. Oorzaak hiervan is dat in verband met een interne reorganisatie € 2,3 mln budget is overgeheveld naar artikelonderdeel 15.3.

• Het verschil van € 3,0 mln op artikelonderdeel 15.3 Functioneren crisisbeheersingsorganisatie wordt hoofdzakelijk verklaard door de budgetoverheveling vanwege een interne reorganisatie (+ € 2,3 mln) en het overhevelen van budget (– € 5,6 mln) naar artikel 16 voor Preparatie Decentraal.

• Op artikel 15.4 Aansturen crisisbeheersing is € 5,9 mln minder uitgegeven met name als gevolg van het overhevelen van budget (circa – € 3,0 mln) naar artikelonderdeel 15.5 vanwege een interne reorganisatie en het overhevelen van budget (– € 2,9 mln) voor het Landelijk Operationeel Crisiscentrum naar artikelonderdeel 2.3 KLPD.

• Op artikel 15.5 Crisiscommunicatie is € 1,5 mln. meer uitgegeven hoofdzakelijk als gevolg van de budgetoverheveling vanwege de interne reorganisatie (circa + € 3,0 mln) en de Denk Vooruit Campagne (+ € 1,0 mln). De aanbesteding voor het project Cell Broadcast is echter vertraagd (– € 2,5 mln).

Operationele doelstelling 15.2: Versterking van de bescherming van de vitale infrastructuur.

Doelbereiking

Bescherming vitale infrastructuur

In het afgelopen jaar heeft het programma bescherming vitale infrastructuur bij de sectoren regelmatig aandacht gevraagd voor het maken van afspraken over de consequenties van afhankelijkheden van andere sectoren. Ook is een groot aantal vitale partijen in staat gesteld meer inzicht te krijgen in deze afhankelijkheden ondermeer in het licht van grieppandemie- en overstromingsscenario’s. Het bewustzijn van partijen is hierdoor vergroot, er zijn onder meer contractuele afspraken gemaakt om beter beschermd te zijn. In de dagelijkse situatie lijken deze maatregelen goed te werken. In samenwerking met onder meer het Strategisch Overleg Vitale Infrastructuur (SOVI) en VNO-NCW wordt bezien hoe de kennis van het «overheidshandelen» ten tijde van een grootschalige (dreigende) crisissituatie vergroot kan worden bij de vitale sectoren.

Nationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuur (NAVI)

In het afgelopen jaar heeft het NAVI een aantal succesvolle kennis- en informatiebijeenkomsten georganiseerd, zijn met het bedrijfsleven adviestrajecten gestart en verschillende security methodieken ontwikkeld. Gezien de grote belangstelling voor de bijeenkomsten en het toenemende aantal vragen voor producten en ondersteuning, blijkt NAVI aan de behoefte te voldoen.

Eind 2008 heeft een evaluatie plaatsgevonden ter voorbereiding op de definitieve positionering van het NAVI. Uit de evaluatie blijkt dat het NAVI daadwerkelijk meerwaarde heeft en met de verschillende activiteiten op koers ligt naar de beoogde zelfstandige, goed functionerende, vraaggestuurde organisatie voor verbetering van security bij bedrijven in de vitale infrastructuur. Voorjaar 2009 vindt door het kabinet nadere besluitvorming plaats over het NAVI.

Instrumenten

2008Realisatie
Bescherming vitale infrastructuur (BVI)Ja
Nationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuur (NAVI)Ja

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 2007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
Door partijen in de 12 vitale sectoren zijn afspraken gemaakt over de consequenties van hun afhankelijkheden van andere sectoren1 sector6 sectoren6 sectoren

Bron: 3e rapportage vitaal 2008

Toelichting

In 2008 zijn met zes sectoren afspraken gemaakt.

Operationele doelstelling 15.3: Een goed functionerende crisisbeheersingsorganisatie.

Doelbereiking

Vaststellen basisvereisten crisismanagement

In het concept Besluit veiligheidsregio’s zijn de kwaliteitseisen opgenomen aan het operationele optreden van de crisisorganisatie van de veiligheidsregio. Deze eisen worden door de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV) bij de doorlichting gehanteerd om vast te stellen of de regio’s eind 2009 de rampenbestrijding en crisisbeheersing op orde hebben.

Met de 19 regio’s, die doorgroeien naar volledige regionalisering, zijn in verband hiermee convenanten afgesloten (waarvan 17 in 2008).

Formuleren kwaliteitseisen

In het referentiekader regionaal crisisplan (www.regionaalcrisisplan.nl) dat in 2008 door een vijftal regio’s is ontwikkeld, zijn adviezen opgenomen met betrekking tot kwaliteitseisen op het gebied van planvorming, opleiden, trainen en oefenen.

Bevorderen permanente cyclus multidisciplinair opleiden

In 2008 is in het kader van het programma CENS2 (Center of Excellence for National Safety en Security) ter bevordering van de permanente cyclus van multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen een landelijke infrastructuur opgericht waarin het Nifv (Nederlands instituut fysieke veiligheid), de Politieacademie en de Nederlandse Defensieacademie participeren.

Nieuw systeem regionale planvorming

In het concept Besluit veiligheidsregio’s worden verschillende kwaliteitseisen opgenomen voor de invulling van de beleidsplannen, de crisisplannen en de inrichting van de regionale crisisorganisatie.

Het in een vijftal regio’s gevalideerde referentiekader regionaal crisisplan wordt begin 2009 aangeboden aan de managementraden en het Veiligheidsberaad voor formele vaststelling.

Door de landelijke koepelorganisaties is een Handreiking beleidsplan ontwikkeld die de besturen van de veiligheidsregio’s procesmatig kan ondersteunen.

Ontwikkelen benchmark-instrument

De veiligheidsregio’s en de koepelorganisaties worden gestimuleerd standaardinstrumenten te ontwikkelen door de regionale uitvoering in beleidsondersteuning. Dit is een voortdurende activiteit.

Rol Defensie als structurele veiligheidspartner vormgeven

Om de structurele samenwerking beter vorm te kunnen geven, zijn liaisonofficieren van Defensie structureel toegevoegd aan alle veiligheidsregio’s. Op lokaal niveau heeft dat geleid tot een toename van het aantal gezamenlijke multidisciplinaire oefeningen. Op landelijk niveau heeft de oefening Waterproef een zeer succesrijke samenwerking met Defensie laten zien. Het in het convenant Civiel-Militaire Bestuursafspraken (ICMS) afgesproken traject over de verdere vormgeving van de specialistische bijstand van Defensie verloopt goed en zal naar verwachting volgens plan gereed zijn in 2012.

Eenduidigheid in informatievoorziening

De concept-AMvB stelt eisen aan informatievoorziening. Er lopen verschillende landelijke projecten die samenhangen met de structurering en eenduidigheid van informatievoorziening. Zo zijn met het ontwikkelde referentiekader regionaal crisisplan de werkprocessen opnieuw geformuleerd. Verder vraagt de invoering van het netcentrisch werken een uniforme informatiearchitectuur. Deze ontwikkelingen lopen deels nog door en waar mogelijk vindt synchronisatie en afstemming plaats.

Systematiek adequaat zorgniveau

Het wetsvoorstel veiligheidsregio’s verplicht de regio’s om een risicoprofiel op te stellen en om een adequaat zorgniveau vast te stellen. Het risicoprofiel vormt de basis voor het beleidsplan en in het bijzonder voor de operationele prestaties die daaraan door het bestuur verbonden worden. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel is eind 2008 een project opgestart voor het opstellen van het risicoprofiel dat eind 2009 een handreiking moet opleveren in aanvulling op bestaande methoden. Om de kwaliteit van de prestaties te kunnen meten, consolideren en verbeteren is in het wetsvoorstel veiligheidsregio’s de eis opgenomen dat de veiligheidsregio beschikt over een kwaliteitszorgsysteem.

Verbetering steunpuntregio’s CBRN (Chemische, Biologische, Radiologische of Nucleaire middelen)

De zes steunpuntregio’s hebben zich in 2008 verder doorontwikkeld. Zowel binnen de eigen regio als samen met de omliggende regio’s is geregeld monodisciplinair en in toenemende mate multidisciplinair geoefend. Op materieel gebied zullen de regio’s volledig uitgerust zijn na een aanvullende levering van CBRN-pakken. Via de Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding (LFR), is hiervoor een EU-aanbestedingsprocedure gestart die naar verwachting in juli 2009 wordt afgerond. De financiering van de steunpuntregio’s is verder structureel geregeld in de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR).

Verbetering besluitvormingsprocessen

De doelbereiking van dit instrument is, vanwege de verwevenheid met het instrument «Implementatie van werkafspraken over de informatievoorziening», opgenomen onder de operationele doelstelling van artikelonderdeel 15.4.

Actualiseren bestuurlijke bevoegdheden

De bestaande bestuurlijke bevoegdheden zijn geïnventariseerd en gebundeld in de publicatie «Crisis en recht. Schema’s bevoegdheden en verplichtingen tijdens crises – editie 2008», welke op 11 juli 2008 aan de Tweede Kamer aangeboden (Bijlage 3 bij Eindrapportage beleidsplan Crisisbeheersing 2004–2007,TK 2007–2008, 29 668, nr. 23). Op 5 november 2008 (TK 2007–2008, 29 668, nr. 25) is de Tweede Kamer een gedrukte versie van dit naslagwerk, alsmede van de «Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing» aangeboden.

Opstellen nationale responsplannen

In 2008 is gestart met het opstellen van nationale crisisplannen ter voorbereiding op voorzienbare risico’s en dreigingen, zoals hoogwater en overstromingen, terrroristische aanslagen, pandemie en ICT-uitval. Daarnaast is begonnen met de ontwikkeling van een generiek nationaal crisisplan dat moet aansluiten op de regionale planvorming zoals voorzien in het wetsvoorstel veiligheidsregio’s.

Basisvereisten crisisbeheersing

Op interdepartementaal niveau zijn de basisvereisten vastgesteld waaraan de verschillende ministeries zich hebben gecommitteerd. De komende twee jaar worden deze eisen geïmplementeerd.

Rampenbeheersing Overstromingen

De Taskforce Management Overstromingen (TMO) heeft in 2008 verder uitvoering gegeven aan de uitwerking van de organisatorische maatregelen. Meest in het oog springende resultaten zijn de ontwikkeling van realistische overstromingsscenario’s, een landelijk draaiboek overstromingen, een risico- en communicatiestrategie, een betere bewustwording bij bestuurders, professionals, burgers en bedrijfsleven, de oprichting van een landelijk expertiseteam en de ontwikkeling van een nazorgstrategie voor evacuatie en opvang.

Al deze facetten zijn aan bod gekomen tijdens de grootschalige landelijke oefenweek «Waterproef» van 3 tot en met 7 november 2008.

De Taskforce heeft haar werkzaamheden per 31 december 2008 beëindigd. Begin 2009 wordt het eindrapport TMO met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden.

Regelingen Wet tegemoetkoming schade bij rampen (WTS)

In 2008 heeft er een evaluatie plaatsgevonden van de WTS Maas en Wilnis regelingen. Op basis hiervan zal er een aantal maatregelen genomen worden om de uitvoering te verbeteren. Indien dit nodig is zal ook de wetgeving geactualiseerd worden.

Instrumenten

2008Realisatie
Vaststellen basisvereisten crisismanagementJa
Formuleren kwaliteitseisenJa
Bevorderen permanente cyclus van multidisciplinair opleidenJa
Nieuw systeem planvormingJa
Ontwikkelelen benchmark-instrumentJa
Rol Defensie als structurele veiligheidspartner vormgevenJa
Eenduidigheid in informatievoorzieningJa
Systematiek adequaat zorgniveauJa
Verbeteren CBRN-steunpuntregio’sJa
Verbetering besluitvormingsprocessenJa
Actualiseren bestuurlijke bevoegdhedenJa
Opstellen nationale responsplannenJa
Basisvereisten crisisbeheersingJa
Rampenbeheersing OverstromingenJa
Regelingen Wet tegemoetkoming schade bij rampen (WTS)Ja

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde peildatum2007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
Regionaal beleidsplan. De veiligheidsregio heeft het beheersplan rampenbestrijding omgevormd naar een meerjarig beleidsplan veiligheid (% regio’s)00800
Regionaal crisisplan. De regio beschikt over een actueel oprationeel crisisplan ter vervanging van de gemeentelijke rampenplannen (% regio’s)00800
Basisvereisten crisismanagement. De regio heeft de basisvereisten crisismanagement geïmplementeerd (% regio’s)00800
Bronnen 1, 2 en 3: jaarverslag regio’s. CBS verzamelt en levert informatie.
Civiel militaire samenwerking. Aantal militairen dat inzetbaar is bij civiele crisissituaties (aantal manschappen)3 0003 0004 6004 600

Bron: ministerie van Defensie/ Catalogus Civiel-Militaire Samenwerking

Toelichting

Beheers-, crisisplan en basisvereisten crisismanagement

Geen van de streefwaarden is behaald omdat met name de regio’s specifieke informatie nodig hebben uit de wet- en regelgeving. De verwachting is dat, na het aannemen van het wetsvoorstel veiligheidsregio’s, de streefwaarden realiseerbaar zijn.

Civiel Militaire samenwerking

De ICMS-afspraken voorzien in 4 600 militairen, die in 2012 beschikbaar zijn als alle maatregelen operationeel zijn. Een aantal maatregelen (EOD teams, samengestelde eenheden voor de bescherming van havens, NBC responseteam, en NBC detectie- en ontsmettingscapaciteit) zal pas vanaf 2010 gereed zijn. In 2012 is alles operationeel en dan is het maximum van 4 600 gerealiseerd. De gegarandeerde effecten worden echter nu al gehaald.

Operationele doelstelling 15.4: Aansturen crisisbeheersing.

Doelbereiking

Generieke crisisbesluitvormingsstructuur

Het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming (NHC) is aangepast op basis van de in het beleidsplan Crisisbeheersing 2004–2007 vastgelegde verantwoordelijkheidstoedeling. Een nieuwe versie wordt vastgesteld zodra de ministerraad een besluit heeft genomen over het voorstel van de minister van BZK inzake regie en aansturing bij nationale crises (zie Eindrapportage beleidsplan Crisisbeheersing, TK 2007–2008, 29 668, nr. 23).

Implementatie werkafspraken informatievoorziening

Met de verschillende crisispartners, waaronder de veiligheidsregio’s, ministeries, het Landelijk Operationeel Crisis Centrum (LOCC) en het Nationaal Crisis Centrum (NCC) is medio 2005 een besloten infrastructuur opgezet, het zogenaamde OOV net. In 2008 zijn in totaal 42 van de beoogde 54 partners ontsloten.

In 2008 is gestart met het aanbieden van verschillende diensten. De informatieproducten, zoals Geo Data Infrastructuur (GDI), landelijk Crisis Management Systeem (CMS) en mogelijk videoconferencing zijn of worden medio 2009 beschikbaar.

Ontwikkelen periodieke korte termijn inventarisatie dreigingen

Binnen het Nationaal Crisis Centrum (NCC) vindt een continue omgevingsmonitoring plaats. Omgevingsindicatoren (open nieuwsbronnen en experts) worden dagelijks gevolgd in zes kennisaccounts: infectieziekten, gevaarlijke stoffen, vitale infrastructuur, openbare orde, economische veiligheid en natuur en klimaat. Na afronding van de experimentele fase van het monitoringssysteem zal de output worden gebruikt voor periodieke trendanalyses rapportages.

Aanbieden crisisinformatiestructuur

In het kader van Intensivering Civiele Militaire Samenwerking (ICMS) is in 2006 gestart met Network Enabled Capabilities (NEC) experimenten. Deze werkwijze is beproefd tijdens de oefeningen Voyager en Waterproef. Gebleken is dat de werkwijze met gebruikmaking van een landelijk Crisis Management Systeem (CMS) en de Geo Data Infrastructuur (GDI) een sneller en nauwkeuriger gedeeld operationeel beeld geeft van de situatie, waardoor men sneller en tot een betere besluitvorming kan komen.

Verder hebben het NCC en het LOCC veelvuldig gebruik gemaakt van zogenaamde video-conferencing voor de communicatie met de verschillende veiligheidspartners.

In overleg met Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) is gestart met het samen verder ontwikkelen van een alerteringssysteem («Quick Alert»). Deze initiatieven zijn in een ver gevorderd stadium en worden begin 2009 geoperationaliseerd.

Nationaal Crisis Centrum (NCC) aanbieden bestuurlijk afgestemde adviezen

Het maken van bestuurlijk afgestemde adviezen met een bestuurlijk beeld, een operationeel beeld en een mediabeeld is een continu proces. Tijdens incidenten en crises wordt dit geïntensiveerd.

Database beschikbare capaciteit hulpdiensten

Het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC) beschikt over een database met een totaaloverzicht van de beschikbare capaciteit en middelen van alle hulpdiensten.

Operationele afstemming Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC)

Het LOCC heeft in 2008 de operationele diensten kunnen ondersteunen bij onder andere de voorbereiding van de TT-Assen, de vierdaagse te Nijmegen en de open dag van de Koninklijke Luchtmacht te Leeuwarden. Daarnaast heeft het LOCC een coördinerende rol uitgeoefend tijdens het nationale deel van de oefening Waterproef.

Samenwerking op terreinen als informatie-uitwisseling

De samenwerking tussen Nationaal Crisis Centrum (NCC), het Expertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie (ERC), Shared Services Crisisbeheersing (SSCb) en het LOCC heeft in 2008 een andere grondslag gekregen. NCC, ERC en SSCb zijn samengevoegd tot één vernieuwd National Crisis Centrum (NCC).

Opleveren (inter-)departementale diensten door Shared Services Crisisbeheersing (SSCb)

De Shared Services Crisisbeheersing (SSCb) is geïntegreerd in het nieuwe NCC. Het SSCb heeft in 2008 de volgende activiteiten gerealiseerd:

– organisatie van het nationale deel van de oefening Waterproef (november 2008); de evaluatie zal begin 2009 gereed zijn.

– een dilemmatraining voor staatssecretarissen.

– een interdepartementale basisopleiding crisisbeheersing. De opleiding is zeer positief beoordeeld en wordt in 2009 gecontinueerd.

Instrumenten

2008Realisatie
Generieke crisisbesluitvormingsstructuurJa
Implementatie werkafsprakenJa
Ontwikkeling periodieke korte termijn inventarisatie van dreigingenJa
Aanbieden crisisinformatiestructuurJa
Nationaal Crisis Centrum aanbieden bestuurlijk afgestemde adviezenJa
Database beschikbare capaciteitJa
Operationele afstemming door Landelijk Operationeel Crisis CentrumJa
Samenwerking op terreinen als informatie-uitwisselingJa
Opleveren (inter-)departementale diensten door Shared Services CrisisbeheersingJa

Realisatie meetbare gegevens

De aansturing van de crisisbeheersing draagt bij aan een goed functionerende crisisbeheersorganisatie. Dit wordt in meerdere indicatoren uitgedrukt in operationele doelstelling 15.3. Hier volstaat een verwijzing naar die meetbare gegevens.

Operationele doelstelling 15.5: Het bieden van open en realistische informatie vóór, tijdens en ná crises.

Doelbereiking

Expertisecentrum

Het jaar 2008 stond landelijk specifiek in het kader van overstromingsproblematiek. Maar ook werd bijvoorbeeld geïnvesteerd op en aan diverse partijen geadviseerd over de doorontwikkeling van de inzet van regionale omroepen als rampenzender en werd advies geleverd in de aanloop naar (mogelijke) crisissituaties.

Denk Vooruit campagne

De campagne richtte zich in 2008 op de concrete voorbereiding op rampen en crises. Er is gekozen voor een campagne met een duidelijk handelingsperspectief: aanschaf van een noodpakket. In 2009 wordt over het vervolg van de campagne besloten.

In 2009 zal de campagne een vervolg krijgen en worden ingebed in het beleidsprogramma Zelfredzaamheid.

Cell Broadcast

Op 20 augustus 2008 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de invoering van Cell Broadcast in Nederland (TK 2007–2008, 29 668, nr. 24). Op 31 december 2008 is de Europese aanbestedingsprocedure gestart . Dit zal naar verwachting in 2009 leiden tot een contract waarna de feitelijke uitrol kan starten. In 2008 zijn eveneens gesprekken met de operators gevoerd over contracten en Service Level Agreements (SLA) met de voorwaarden waaronder Cell Broadcast als dienst wordt uitgevoerd.

Tevens is samen met Zweden, Duitsland, Groot-Brittanië, Polen, Hongarije subsidie aangevraagd bij de Europese Commissie voor het project samenwerking EU. De aanvraag is in augustus 2008 door de Commissie gehonoreerd. Het project heeft als eindresultaat dat alle kennis en expertise wordt gedeeld met geïnteresseerde landen en dat er formats worden opgeleverd die de standaardisatie van de techniek in kaart brengen. Eind 2008 is een start gemaakt met het bestuurlijke en communicatietraject voor implementatie en toepassing van Cell Broadcast.

Ondersteuning crisiscommunicatie

In 2008 werd het publieksinformatienummer viermaal ingezet (bij een grote brand in Blerick, de ruiming van vliegtuigbommen in respectievelijk Blerick en Schiphol en bij de brand in een gymlokaal in Almelo).

De website www.crisis.nlwerd tweemaal daadwerkelijk ingezet: bij een storing in de drinkwatervoorziening in Groningen en een brand in de gemeente Tynaarloo.

Verder zijn trainingen verzorgd o.a. ten behoeve van de website crisis.nl voor webredacteurs en voor de oefening Waterproef. Daarnaast zijn voor diverse incidenten (o.a. politie-CAO, gijzeling in Almelo, kredietcrisis, film Fitna en Jami) gerichte media-analyses verzorgd en Q&A’s gemaakt.

Instrumenten

2008Realisatie
ExpertisecentrmJa
Denk vooruit campagneJa
Cell BroadcastJa
Ondersteuning crisiscommunicatieJa

Realisatie meetbare gegevens

Indicatoren
 Streefwaarde 2008Realisatie 2008
Percentage van de bevolking dat weet dat de overheid adviseert een noodpakket te hebben60%75%
Percentage van de bevolking dat minimaal één item uit het noodpakket kan noemen40%60%
Percentage van de bevolking dat het een goed idee vindt een noodpakket in huis te hebben40%56%
Percentage van de bevolking dat van plan is een noodpakket of losse onderdelen daarvan aan te passen15%42%

Bron: Bereik- en effectenonderzoek RVD

Toelichting

Voor de campagne «Denk vooruit» wordt niet langer het bereik gemeten, maar zijn er streefwaarden met betrekking tot het effect van de campagne.

Overzicht afgeronde onderzoeken
SoortOnderzoeksonderwerpNr. AD of ODStartafgerondvindplaats
BeleidsdoorlichtingBeleidsplan Crisisbeheersing2004–2007200820092009 
Effectenonderzoek expost     

Op 11 juli 2008 is de eindrapportage over de uitvoering van het beleidsplan Crisisbeheersing 2004–2007 aan de Tweede Kamer aangeboden (TK 2007–2008, 29 668, nr. 23). Deze is besproken tijdens een algemeen overleg met de Kamer op 6 november 2008 (TK 2007–2008, 29 668, nr. 27).

Over de uitkomsten van de externe beleidsdoorlichting wordt de Tweede Kamer begin 2009 geïnformeerd.

Brandweer en Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR) (artikel 16)

Algemene beleidsdoelstelling

Een goed georganiseerde hulpverlening die staat voor de veiligheid van de burger.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Wet veiligheidsregio’s

Het kabinet streeft er naar dat de rampenbestrijding en crisisbeheersing vóór eind 2009 op orde zijn en dat er in 2010 professioneel georganiseerde veiligheidsregio’s bestaan. Brandweer en GHOR zijn hierin regionaal georganiseerd. Gemeenten dragen gezamenlijk zorg voor de regionale aanpak van rampen- en crisissituaties. Het wetsvoorstel veiligheidsregio’s integreert hiermee de Brandweerwet 1985, de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen en de Wet rampen en zware ongevallen en geeft het bestuurlijke kader voor een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionale bestuurlijke regie. De Tweede Kamer heeft een verslag en een nader verslag vastgesteld naar aanleiding van de wet. Op 11 december 2008 is de nota naar aanleiding van het nader verslag en de tweede nota van wijziging aan de Tweede Kamer aangeboden. (TK 2007–2008, 31 117, nr. 9)

Besluit Veiligheidsregio’s

In maart 2008 heeft de minister het conceptbesluit veiligheidsregio’s ter consultatie voorgelegd aan de veiligheidspartners. Het conceptbesluit veiligheidsregio’s heeft zijn grondslag in artikel 16 van het wetsvoorstel veiligheidsregio’s, dat de mogelijkheid geeft nadere eisen te stellen aan de organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, de brandweerzorg, de GHOR en het personeel dat daarbij betrokken is. De consultatie leidt tot enkele aanpassingen in het Besluit. Zodra de Tweede Kamer het wetsvoorstel veiligheidsregio’s heeft aangenomen, zal het Besluit veiligheidsregio’s voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd.

Convenanten

Om de vorming van veiligheidsregio’s te stimuleren zijn vooruitlopend op de wet en het besluit met 19 van de 25 veiligheidsregio’s convenantafspraken gemaakt om het proces van regiovorming al in gang te zetten en te gaan voldoen aan de basisvereisten crisismanagement. In de convenanten is opgenomen dat er jaarlijks een gesprek plaats zal vinden om de voortgang van de convenantafspraken te monitoren en mogelijke knelpunten bij de uitvoering van de convenanten te signaleren. Uit het aantal gesloten convenanten blijkt een groeiende bewustwording bij de verschillende veiligheidspartners voor het belang van een professionele, geregionaliseerde rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Stimulering

Ter stimulering van de vorming van veiligheidsregio’s en ter begeleiding van de implementatie van de Wet veiligheidsregio’s is in 2008 een communicatieplan opgesteld. Activiteiten die daaruit voortvloeiden waren het uitbrengen van brochures en het aanbieden van artikelen over veiligheidsregio’s aan vakbladen. De communicatieactiviteiten worden in samenwerking met het Veiligheidsberaad, Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR), Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR), Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) en Voorziening tot samenwerking Politie Nederland (vts-PN) uitgevoerd.

Externe factoren

In het kader van de behandeling van het wetsvoorstel is, ten behoeve van het draagvlak voor de Wet veiligheidsregio’s, afgestemd met voornamelijk de CdK’s, VNG, IPO, het Veiligheidsberaad, de Vakvereniging Brandweervrijwilligers, de NVBR, de Raad RGF, de Raad Regionaal Commandanten en de Raad van Hoofdcommissarissen, vts-PN, VBV, GHOR-bestuurders en betrokken ministeries. Uit de samenwerking tussen brandweer-, GHOR- en politieorganisaties blijkt de bereidheid tot het komen tot professionele veiligheidsregio’s.

Realisatie meetbare gegevens

 kengetalWaarde 2004Waarde 2005Waarde 2006Waarde 2007
1.aMelding brand43 10043 20049 70047 300
1.bMeldingen hulpverlening40 20036 90040 00049 400
1.cMeldingen loos alarm58 60063 60068 80066 400
2.Opkomsttijd < 8 min33,9%31,4%29,6%30,7%
3.aDoden bij brand74678068
3.bGewonden bij brand1 0851 0131 073843
3.cReddingen bij brand920567586576
4.aVrijwillig operationeel personeel22 03921 96021 64421 429
 Waarvan vrouwen1 1071 1401 1881 300
4.bBeroeps operationeel personeel5 2605 4135 4405 424
 Waarvan vrouwen251238313307
4.cNiet operationeel personeel3 3253 3013 3963 271

Bron: CBS Brandweerstatistiek

Toelichting

• Algemeen: de cijfers voor 2008 komen in november 2009 ter beschikking.

• 4c: Niet operationeel personeel is personeel met een functie op het terrein van pro-actie en/of preventie en personeel in een ondersteunende functie.

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
16. Brandweer en GHORRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen0150 836146 028221 146184 097155 60228 495
        
Uitgaven0134 212144 509150 057152 490155 629– 3 139
16.1 Apparaat06 8756 9804 0573 0193 220– 201
16.2 Bestuurlijke organisatie093 512101 423113 760119 265117 7561 509
16.3 Taken04 4664 2786 1325 5645 49173
16.4 Kwaliteit029 35931 82826 10824 64229 162– 4 520
* Bijdrage baten-lasten LFR00017 79215 2806 3008 980
        
Ontvangsten05595 33889169250– 81

Financiële toelichting

Realisatie 2008 is lager vanwege lagere bijdrage aan het Nifv (i.v.m. afrekensystematiek voor opleidingen en minder toekenning van subsidies voor bijzondere projecten), lagere uitgaven aan kwaliteit brandweerpersoneel en vertraging bijdrage aan CBRN-steunpunten.

Operationele doelstelling 16.2: Een goede bestuurlijke organisatie voor een slagvaardige brandweer en GHOR

Doelbereiking

De organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing behoort tot de verantwoordelijkheid van de colleges van Burgemeester & Wethouders. De operationele uitwerking ligt bij de brandweer- en GHOR regio’s. Op dit moment wordt, vooruitlopend op het van kracht worden van de Wet veiligheidsregio’s, overal gewerkt aan de oprichting of verdere inrichting van veiligheidsregio’s. In deze veiligheidsregio’s werken brandweer, GHOR, gemeenten en politie samen aan de organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Wet Veiligheidsregio’s (WVr)

In het wetsvoorstel is opgenomen dat het bestuur van de veiligheidsregio o.a. verantwoordelijk is voor het beheer van de regionale brandweer. Een regionaal georganiseerde brandweer is een belangrijk onderdeel van de veiligheidsregio, doch er is ruimte gelaten voor maatwerk voor de regio en gemeenten.

Convenanten

Met 19 van de 25 regio’s zijn afspraken gemaakt in een convenant, waarvan 17 zijn overeengekomen in 2008. De convenantafspraken lopen tot eind 2009. In de convenanten zijn afspraken gemaakt over de vorm en inhoud van het doorgroeien naar een volledige regionalisering van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en het voldoen aan de basisvereisten crisismanagement.

Multidisciplinaire en integrale taakuitvoering

Door de vorming van veiligheidsregio’s kunnen de organisaties die zich met de dagelijkse zorg van de rampenbestrijding en crisisbeheersing bezig houden naar een gezamenlijke multidisciplinaire taakuitvoering groeien. Op basis van de bestuurlijke rapportages over het jaar 2007 (brief Tweede Kamer van 12 maart 2008) kon geconstateerd worden dat de multidisciplinaire aanpak meer en meer terrein wint. Dit wordt gefaciliteerd door projecten als Waterrand en het Referentiekader Regionaal Crisisplan.

Prestatiesturing

In de huidige praktijk worden binnen veiligheidsregio’s programma- en produktbegrotingen opgesteld. Veel van deze begrotingen bieden onvoldoende inzicht in de prestaties van veiligheidsregio’s en van de daarbinnen opererende organisatie-onderdelen zoals de (regionale) brandweer, de GHOR en de gemeenschappelijke meldkamer. Het verbeteren van de sturing van veiligheidsregio’s op basis van prestaties en kwaliteit is het kernthema van het project Aristoteles. Er wordt een instrument ontwikkeld dat de ambtelijke en politieke leiding adequate informatie moet gaan verschaffen over prestaties van de veiligheidsregio. In 2008 is de projectopzet voorbereid en heeft aanbesteding van de ontwikkeling van een dergelijk instrument plaatsgevonden. Dit instrument zal stevig verankerd worden in de planning en controlcyclus en in het systeem van kwaliteitszorg.

Voorbereiden maatregelen van bestuur op het terrein van Wet veiligheidsregio’s (WVr)

In het conceptbesluit veiligheidsregio’s worden eisen gesteld aan de brandweerzorg, de geneeskundige hulpverlening en de organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, de basisbrandweerzorg, de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen en de eisen aan rampenbestrijdingsplannen voor inrichtingen en luchthavens. In het conceptbesluit personeel worden eisen gesteld aan het personeel in de operationele diensten van de veiligheidsregio’s. Deze eisen bevorderen uniformiteit tussen regio’s waardoor interregionale bijstand en bovenregionale samenwerking beter vorm kunnen krijgen.

Positie veiligheidsbestuur ten opzichte van zorginstellingen verstevigen

In het wetsontwerp is de positie van het veiligheidsbestuur verstevigd ten opzichte van de zorginstellingen.

Verkenning van de uitbouw van het bestuur van de Veiligheidsregio (Vr)

De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het bestuur van de veiligheidsregio bevinden zich op het regionale niveau van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Van belang is dat de veiligheidsregio’s deze primaire functie gaan vervullen, waarvoor deze in het leven worden geroepen.

Territoriale congruentie Kennemerland

Bij brief van 8 oktober 2008 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van het besluit om territoriale congruentie voor de gemeente Haarlemmermeer (inclusief Schiphol) op de schaal van de politieregio Kennemerland te realiseren (TK 2008–2009, 29 517, nr. 29). In die brief wordt onder meer verslag gedaan van een uitgebreide simulatie in de veiligheidsregio Kennemerland die de Inspectie OOV in maart 2008 heeft uitgevoerd als eindtoets voor het implementatietraject. Uit die simulatie is gebleken dat de veiligheidsregio Kennemerland zich snel heeft ontwikkeld. De drie leermomenten die de Inspectie OOV heeft gedefinieerd, zijn door de regio voortvarend opgepakt.

Congruentie Hattem

Het door BZK genomen besluit tot de congruentie van de gemeente Hattem is in nauwe samenwerking met de betrokken veiligheidsregio’s uitgewerkt. Hattem is per 1-1-2009 bestuurlijk congruent en per 1-4-2009 operationeel congruent.

Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR)

De financiële verhouding van het Rijk met de veiligheidsregio’s betreft het rijksaandeel in de hybride financiering van de veiligheidsregio’s door middel van de Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR). Behalve van het Rijk ontvangen de veiligheidsregio’s bijdragen van de deelnemende gemeenten. In 2008 ontvingen de regio’s van het Rijk in totaal circa € 70 mln. op basis van een per 1 januari van dat jaar ingevoerde nieuwe verdeelsystematiek, die iets meer dan voorheen de aanwezigheid van veiligheidsrisico’s weerspiegelt.

Instituut Nederlandse Kwaliteit (INK) model

De convenanten in het kader van de invoering van het kwaliteitszorgsysteem voor de regionale bandweer zijn afgelopen.

Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven

Op grond van het Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006 worden aan gemeenten bijdragen verstrekt in de kosten voor opsporing van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. In 2008 hebben meer gemeenten dan in 2007 een beroep gedaan op deze bijdrageregeling.

Sinds medio 2006 is de dienst regelingen van het ministerie van LNV verantwoordelijk voor de uitvoering van het bijdragebesluit.

Instrumenten

2008Realisatie
Wet Veiligheidsregio’sJa
Niveau van veiligheid omhoog brengennee
Convenantensluiten voor veiligheidsregio’sJa
Blauwdruk veiligheidsregionee
Multidisciplinaire en integrale taakuitvoeringJa
PrestatiesturingJa
Voorbereiden maatregelen van bestuur op het terrein Wet Veiligheidsregio’sJa
Positie veiligheidsbestuur ten opzichte van zorginstellingen verstevigenJa
Verkenning van de uitbouw van het bestuur van de veiligheidsregioJa
Congruentie HaarlemmermeerJa
Congruentie HattemJa
BDURJa
ACIRnee
INK modelJa
Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosievenJa

Toelichting instrumenten

Niveau van veiligheid omhoog brengen

De Inspectie OOV inventariseert in de loop van 2008 en 2009 hoe de organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing er in iedere veiligheidsregio voor staat. Dit als vervolg op de eerder uitgevoerde Algemene Doorlichting Rampenbestrijding.

Blauwdruk veiligheidsregio

De kwaliteits-AMvB bevindt zich op dit moment nog in de ontwerpfase. De eisen aan de organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing uit het conceptbesluit zijn onderdeel van de convenanten die met de veiligheidsregio’s zijn afgesloten.

Er is geen blauwdruk van de veiligheidsregio gemaakt. Het inrichten van de veiligheidsregio is een decentrale verantwoordelijkheid.

ACIR

In 2008 is de landelijke vraagorganisatie, Informatie Management (IM) brandweer van start gegaan, met de aanstelling van een National Information Officer (NIO). Het landelijke project Digitale Bereikbaarheidskaart is de eerste praktijkproef voor deze vraagorganisatie. Verder zijn onderwerpen geagendeerd als het Nationaal Meldkamer Systeem (NMS), doorontwikkeling C2000, gebruik van de basisregistraties en processen in preventie, preparatie en repressie.

In een landelijke vraagorganisatie IM GHOR is nog niet voorzien. Capaciteitsproblemen zijn hiervan de oorzaak. Met de GHOR vindt nog overleg plaats over een verdere vormgeving van een landelijke vraagorganisatie.

Realisatie meetbare gegevens

Brandweer en GHOR zijn lokaal georganiseerde, gefinancierde (via de gemeenten) en bestuurde taken. BZK financiert op regionaal niveau additioneel in beperkte mate. Van het eenzijdig formuleren van outputindicatoren door het Rijk kan daarom geen sprake zijn. Daarbij heeft het terrein van de fysieke veiligheid een hoog abstractieniveau en het is daarmee moeilijk SMART te formuleren.

Het wetsvoorstel veiligheidsregio’s zal een nadere uitwerking hebben op veel terreinen, waaruit basisvereisten, kwaliteitseisen en -normen kunnen worden afgeleid.

Operationele doelstelling 16.3: Operationeel slagvaardige brandweer en geneeskundige diensten voor een sterke hulpverlening.

Doelbereiking

Stellen van kaders

Door middel van het Actieplan Brandveiligheid, waarvan de eindrapportage in april 2009 aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden, zijn kaders gesteld voor de werkwijze van de brandweer. Met name de nieuwe brandveiligheidsvisie schept kaders voor het opereren van de brandweer en andere betrokkenen bij brandveiligheid. In 2008 zijn een kenniscentrum, een website en een lectoraat gerealiseerd.

Anticiperen op de rol van de veiligheidsregio’s op terreinen van pro-actie en preventie

In het wetsvoorstel veiligheidsregio’s krijgt de veiligheidsregio taken op het gebied van pro-actie en preventie toebedeeld. Bij de ontwikkeling van instrumenten en beleid op het gebied van pro-actie en preventie wordt de inspanning gericht op de veiligheidsregio en niet meer op de gemeente. Hierbij wordt wel een soepele overgang van gemeentelijk naar regionaal niveau in het oog gehouden.

Faciliteren activiteiten ter verbetering van de kwaliteit van de brandweer, GHOR en veiligheidsregio’s

De activiteiten ter verbetering van de kwaliteit worden bezien in de overdracht van taken naar het veld. Afspraken hierover worden gemaakt met het Veiligheidsberaad in oprichting.

Versterken GHOR voor wat betreft sturing, regie en coördinatie

De kennisbevordering op dit terrein wordt vormgegeven door de GHOR-academie en de aansluiting Land-zee regeling wordt opgenomen in het project Waterrand.

Zorgen voor invoering van de eerder ontwikkelde en geactualiseerde leidraad repressieve basis brandweerzorg, leidraad grootschalig optreden en het besluit bedrijfsbrandweren

De belangrijkste elementen uit bestaande informele regelgeving zijn als kwaliteitseisen opgenomen in het Besluit Veiligheidsregio’s. Na invoering van de Wet Veiligheidsregio’s en het daarmee samenhangende Besluit Veiligheidsregio’s zal de verantwoordelijkheid voor handreikingen en leidraden worden overgelaten aan het veld en de bestuurders daarvan.

Leidraad repressieve brandweerzorg

De belangrijkste elementen uit deze leidraad zijn opgenomen in het Besluit Veiligheidsregio’s. Dit geldt bijvoorbeeld voor de opkomsttijden voor de brandweer en de basiseisen brandweerzorg. Verder ligt de verantwoordelijkheid voor deze leidraad bij het veld.

Leidraad Grootschalig Brandweeroptreden

Deze leidraad bevat een Inrichtingsplan om van een aanbod- naar vraaggestuurde hulpverleningsorganisatie te komen. Na aanpassing zal deze leidraad per regio moeten worden uitgewerkt.

Het Besluit bedrijfsbrandweren

Na invoering van de Wet Veiligheidsregio’s wordt bepaald welke elementen worden opgenomen in het Besluit Veiligheidsregio’s. De elementen die niet worden meegenomen worden overgelaten aan het veld en de bestuurders daarvan.

Nader uitwerken van de thema’s brandweerspecialisaties, brede dienstverlening en zelfredzaamheid

Brandweerspecialisaties worden meegenomen in het Besluit Veiligheidsregio’s.

Over de rol van burgers en bedrijven in relatie tot de hulpverlening wordt een visie ontwikkeld.

Communicatie

Bij de afronding van het project Brandveiligheid is vastgelegd dat een communicatietraject wordt opgezet om het veiligheidsbewustzijn verder te bevorderen.

Instrumenten

2008Realisatie
Stellen van kaders.Ja
Anticiperen op de rol van de veiligheidsregio’ op terreinen van pro-actie en preventie.Ja
Faciliteren activiteiten ter verbetering van de kwaliteit van de brandweer, GHOR en veiligheidsregio’s.Ja
Versterken van GHOR voor wat betreft sturing.Ja
Zorgen voor invoering van de eerder ontwikkelde en geactualiseerde leidraad repressieve basis brandweerzorg, leidraad grootschalig optreden, het besluit bedrijfsbrandweren.Ja
Nader uitwerken van de thema’s brandweerspecialisaties, brede dienstverlening en zelfredzaamheid binnen de hulpverlening.Ja
Communicatie.Ja

Realisatie meetbare gegevens

Zie toelichting bij operationele doelstelling 16.2.

Operationele doelstelling 16.4: Het zekerstellen van de kwaliteit van het personeel en het materieel binnen de organisatie van de brandweer en de GHOR.

Doelbereiking

Kennisinstituut Nederlands instituut fysieke veiligheid (Nifv)

De doorontwikkeling van het Nifv richting een kennisinstituut heeft in 2008 vorm gekregen door middel van programmaonderzoek, toegepast onderzoek en evaluaties van crises. De beschikbare en opgedane kennis is gemobiliseerd en heeft zijn weg gevonden in de oprichting van de kennissteunpunten Infopunt Veiligheid, het Besluit Risico’s en Zware Ongevallen en de kenniscentra Gemeenschappelijke Hulporganisaties Ongevallen en Rampenbestrijding (GHOR) en Transportveiligheid.

Ook de verbreding van het takenpakket (voorheen primair gericht op het brandweerterrein) heeft plaatsgevonden, zoals het opleiden, oefenen, kennisontwikkeling en onderzoek met het doel om de vakbekwaamheid van het personeel te verhogen op het brede terrein van de rampen en crisisbestrijding.

Een nieuwe wijze van aansturing is niet mogelijk, omdat dit pas mogelijk is met de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s. Daarmee wordt het aantal wettelijke taken formeel uitgebreid. Thans vindt een verkenning plaats naar een nauwere samenwerking tussen het Nifv en de veiligheidsregio’s. De uitkomsten van die verkenning zullen mede bepalend zijn voor de aansturing van het Nifv.

Nederlands bureau voor brandweerexamens (Nbbe)

Het Nbbe heeft in 2008 een goede start gemaakt met de ontwikkeling van het functiegericht leersysteem met nieuwe vormen van toetsen zowel voor de brandweer als voor de GHOR. Een ander belangrijk onderwerp waarop resultaten zijn behaald in 2008 is de ontwikkeling van het Erkennen Verworven Competenties (EVC)-bureau.

Tevens is gestart met de ontwikkeling van toetsen in het kader van blijvende vakbekwaamheid. Ter voorbereiding op de toekomstige rol en positie van het Nbbe is in 2008 een begin gemaakt met een kostendekkend tariefgestuurde bedrijfsvoering.

Onderzoek naar motivatie en beschikbaarheid vrijwilligers

Mede op grond van de aanbevelingen uit het rapport «Vinden en binden van vrijwilligers» uit 2005 is een handleiding relatiebeheer vrijwillige brandweer opgesteld die begin 2008 naar korpsen en besturen is verzonden. De Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) heeft een taskforce vrijwilligheid ingesteld. De taskforce heeft de intentie een nationaal platform vrijwilligheid bij de brandweer op te richten. In dit platform kunnen onderwerpen worden besproken en kortgesloten als belastbaarheid en beschikbaarheid van vrijwilligers en werkgeverschap.

Herijken verantwoordelijkheidsverdeling Rijk en regio inzake rampenbestrijdingsmateriaal

Met het Veiligheidsberaad is, in een breder kader van verantwoordelijkheidsverdeling tussen BZK en het decentrale bestuur, bekeken of en hoe het rampenbestrijdingsmaterieel overgedragen kan worden aan het decentrale bestuur. Daarvoor zijn in 2008 scenario’s voor deze overdracht van taken verkend en opgesteld. Met de NVBR is een grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheid van het operationele veld bij de opzet en uitvoering van vernieuwing van het rampenbestrijdingsmaterieel overeengekomen.

Technologische ontwikkelingen in relatie tot fysieke veiligheid

Er is een landelijke structuur opgezet waarbinnen de technologische ontwikkelingen inzake fysieke veiligheid geïntegreerd worden aangepakt en waarin brandweer en GHOR tezamen met andere disciplines participeren. Het monodisciplinaire netwerk innovatie brandweer is opgestart.

Vervanging afgeschreven rampenbestrijdingsmaterieel

In 2008 is in samenwerking met de veiligheidsregio’s gestart met de vervanging van het afgeschreven brandweermaterieel.

Start leergang bevelvoerders en manschappen

In 2008 heeft in vier regio’s een pilot plaatsgevonden met de nieuwe leergang Manschap A. Momenteel beziet het brandweerveld op grond van de uitkomsten van de pilot hoe de leergang zo effectief mogelijk kan worden geïmplementeerd. Zorgvuldigheid is hierbij van belang, met name om de belasting van het personeel zoveel mogelijk te beperken. Medio 2009 bestaat meer duidelijkheid over de wijze van landelijke invoering van de leergangen Manschap A en bevelvoerder. Voor een aantal prioritaire overige functies zijn in 2008 leergangen ontwikkeld. Voor de meeste GHOR-functies zijn in 2008 leergangen ontwikkeld. De overige volgen in 2009.

Strategisch onderzoek veranderende demografische samenstelling

In 2008 is het project Personeelsvoorziening brandweer gestart. De eindrapportage komt eerste helft 2009 gereed. De eindrapportage kan worden aangewend voor het ontwikkelen van strategieën om de personeelsvoorziening voor de brandweer ook in de toekomst te borgen.

Implementatie beleidswijzigingen voortkomend uit de visie grootschalig optreden brandweer en GHOR

De uitwerking van de nieuwe visie grootschalig optreden brandweer en GHOR is nog niet geheel gereed. Vooruitlopend daarop is en wordt een aantal beleidswijzigingen inzake materieel dat uit de visie voortkomt, geïmplementeerd.

Instrumenten

2008Realisatie
Start leergang bevelvoerders en manschappen.Ja
Strategisch onderzoek veranderende demografische samenstelling.Ja
Kennisinstituut Nederlands instituut fysieke veiligheid(Nifv).Ja
NbbeJa
Onderzoek naar motivatie en beschikbaarheid vrijwilligers.Ja
Herijken verantwoordelijkheidsverdeling Rijk en regio inzake rampenbestrijding.Ja
Technologisch ontwikkelingen in relatie tot fysieke veiligheid.Ja
Vervanging afgeschreven rampenbestrijdingsmaterieel.Ja
Implementatie beleidswijzigingen voortkomend uit de visie grootschalig optreden brandweer en GHOR.Ja

Realisatie meetbare gegevens

Zie toelichting bij operationele doelstelling 16.2.

Overzicht afgeronde onderzoeken.

In 2008 zijn er geen onderzoeken uitgevoerd.

BESTUUR EN DEMOCRATIE

Grondwet en democratie (artikel 1)

Algemene beleidsdoelstelling

Een samenleving waarin de grondrechten van de burgers, zoals vrijwaring van discriminatie, de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting, de privacy en de godsdienstvrijheid zijn verzekerd en het vertrouwen in en de deelname aan een goed functionerende democratische rechtsstaat, toenemen.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Een toenemend aantal mensen is van mening dat opvattingen over gedrag en zeden in ons land erop achteruit gaan (Sociaal en Cultureel rapport, 2008). Ook neemt de morele onzekerheid, onduidelijkheid over wat goed en kwaad is, toe. Beide verschijnselen doen zich in alle bevolkingsgroepen voor. Tegelijkertijd kan gesteld worden dat het met het vertrouwen in de samenleving wel goed zit. De uitkomsten van de European Values Study die in december 2008 gepresenteerd werden, wijzen in die richting. Het vertrouwen «in anderen» is volgens die bron in de afgelopen jaren zelfs toegenomen. De weinig eenduidige indicatoren en onderzoeksresultaten nodigen hoe dan ook niet uit tot «achteroverleunen». Zeker niet in het licht van de economische crisis. Het uitgezette beleid ter bevordering van de sociale cohesie, van burgerschap en van democratie moet daarom krachtig worden voortgezet. Dat gebeurt in het programma democratie en burgerschap waarin diverse activiteiten zijn samengebracht, zoals het Huis voor democratie en rechtsstaat, het project versterking Grondwet en het Handvest verantwoordelijk burgerschap.

Externe factoren

Het behalen van de beleidsdoelstelling hangt af van een aantal factoren. Via bovengenoemd programma wordt de kennis van, het begrip voor en de vaardigheden van burgers met betrekking tot democratie en burgerschap bevorderd. Ook wordt bewerkstelligd dat de overheid de hand in eigen boezem steekt en via betere dienstverlening en meer openheid de burger actief en positief tegemoet treedt. Maar daarnaast is iedere burger ook zelf verantwoordelijk voor zijn bijdrage aan het functioneren van de democratische rechtsstaat.

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
1. Grondwet en democratieRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen7 57715 64727 12514 41013 0267 2885 738
        
Uitgaven6 56714 81126 02213 79011 6037 2884 315
1.1 Apparaat6 56714 81126 0224 6035 1284 244884
1.2 Programma0008 0714 3782 6171 761
1.3 Kiesraad0001 1162 0974271 670
        
Ontvangsten7859302779250925

Financiële toelichting

De hogere realisatie op artikelonderdeel 1.2 is voornamelijk veroorzaakt door een toevoeging van middelen bij Voorjaarsnota ten behoeve van de uitvoering van de adviezen van de Adviescommissie inrichting verkiezingsproces (commissie Korthals Altes).

Voor artikelonderdeel 1.3. De noodzaak van verdere professionalisering van het verkiezingsproces brengt de noodzaak van een stevige ambtelijke ondersteuning van de Kiesraad met zich mee. De omvang van het secretariaat van de Kiesraad wordt structureel afgestemd op de taken. Daarnaast dient de Kiesraad nieuwe software te laten ontwikkelen en te beheren ter ondersteuning van het verkiezingsproces.

Realisatie meerbare gegevens

KengetalBasisjaar 2007Waarde 2008
Percentage van de bevolking dat altijd of meestal het gevoel heeft voor de eigen mening uit te kunnen komen.62%84%

Bron: Nationaal Vrijheidsonderzoek-opiniedeel, SCP

Toelichting

Het Nationaal Vrijdheidsonderzoek heeft deze vraag niet meer opgenomen in het onderzoek, maar het SCP heeft hier wel onderzoek naar gedaan. De cijfers zijn daardoor niet goed vergelijkbaar.

Operationele doelstelling 1.2: Het zorgen voor een actueel constitutioneel bestel en daarmee samenhangende wetgeving en het verbeteren van de politieke participatie.

Doelbereiking

Staatsinrichting en grondrechten

Inrichting verkiezingsproces

  Het kabinet heeft in mei 2008 geconcludeerd dat de invoering van de stemprinter en stemmenteller, zoals geadviseerd door de Adviescommissie inrichting verkiezingsproces, niet haalbaar is. Deze conclusie heeft tot gevolg dat niet alleen bij de eerstkomende verkiezingen in Nederland met papieren stembiljetten zal worden gestemd, maar dat dit in beginsel structureel het geval zal zijn (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 200 VII, nr. 64). De gemeenten hebben eind 2008 een vergoeding ontvangen voor de restant boekwaarde van hun stemmachines.

In de zomer van 2008 is het wetsvoorstel inrichting verkiezingsproces voor advisering toegezonden aan de Kiesraad, de VNG en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. Eind 2008 zijn de adviezen over dit wetsvoorstel ontvangen.

Digitale samenleving

  In vervolg op het onderzoek van de Commissie Grondrechten in het digitale tijdperk en de voorstellen van deze commissie tot wijziging van de Grondwet en de adviezen van de Raad van State daarover, heeft BZK nader onderzoek laten verrichten naar de techniekonafhankelijke formulering van deze rechten, onder meer in rechtsvergelijkend perspectief (R.E. Leens, B.J. Koops en P. de Hert (red.): Constitutional rights and new technologies, Den Haag, 2008). Daarnaast heeft BZK samen met andere ministeries bijgedragen aan de totstandkoming van een internationale politieke verklaring en een aanbeveling aan de lidstaten met betrekking tot dit onderwerp, beide aangenomen door het Comité van ministers van de Raad van Europa. Ten slotte heeft het kabinet het voornemen bekend gemaakt om, de in te stellen staatscommissie die advies zal moeten uitbrengen over een herziening, ook te vragen over dit onderwerp te adviseren (TK, 2008–2009, 31 570, nr. 10).

Handvest verantwoordelijk burgerschap

  Het Handvest verantwoordelijk burgerschap beoogt uitwerking te geven aan de belangrijkste democratische waarden en beginselen van onze samenleving. In 2007 is BZK begonnen met een verkenning onder experts en gewone burgers. Het onderzoek naar wat burgers beschouwen als belangrijkste waarden is medio april 2008 afgerond. Uit dit onderzoek blijkt dat burgers vooral drie punten noemen met betrekking tot burgerschap: respectvol omgaan met elkaar, iets doen voor een ander en zorgen voor de leefomgeving. Op 7 november 2008 heeft de ministerraad ingestemd met een beleidsverkennende notitie en een plan van aanpak. Hierin zijn de uitkomsten van het genoemde onderzoek verwerkt.

Begin 2009 zal via een brief aan de Tweede Kamer de tekst van het Handvest worden gepubliceerd. Daarna zal een discussietraject met sleutelfiguren uit allerlei maatschappelijke organisaties worden gestart. Ook wordt gewerkt aan de rol van de overheid om de randvoorwaarden te scheppen voor een bevordering van verantwoordelijk burgerschap (onder meer door de implementatie van de Code goed openbaar bestuur).

Nationaal Instituut voor Rechten van de Mens (NIRM)

  In juli 2008 heeft het kabinet besloten tot de oprichting van een Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens. (TK 2007–2008, 31 200 VII, nr. 75). Dit besluit is op 2 en 18 december 2008 met de Tweede Kamer besproken (TK 2008–2009, 31 700 VII, nr. 55) Naar aanleiding van een motie van het lid Schinkelshoek (TK 2008–2009, 31 700 VII, nr. 52) wordt onderzocht of de benoemde taken – advisering, toezicht, internationale samenwerking, onderzoek, onderwijs, voorlichting en training – ondergebracht kunnen worden bij bestaande instellingen en organisaties. Het heeft nog steeds de voorkeur van het kabinet het NIRM te verbinden aan het bureau van de Nationale Ombudsman, omdat daardoor diverse facilitaire voorzieningen mede gebruikt kunnen worden door het NIRM. Wel beoogt het kabinet met de oprichting van het NIRM inhoudelijke samenwerking tussen diverse organisaties die zich bezig houden met mensenrechten. De nadere uitwerking van het kabinetsstandpunt is in voorbereiding.

Huis voor democratie en rechtsstaat

  Begin 2008 is de kabinetsreactie ontwikkeld met betrekking tot het voorstel een Huis van de democratie op te richten. Dat heeft geleid tot een kabinetsvoornemen om een Huis voor democratie en rechtsstaat op te richten en daarvoor structureel middelen vrij te maken (TK, 2007–2008, 31 475, nr. 1).

  Op basis van het op 12 juni 2008 gehouden algemeen overleg is het voornemen verder uitgewerkt en is een bestuurlijke stuurgroep opgericht. Deze stuurgroep heeft gevraagd om te zoeken naar mogelijkheden om het voorstel te verbreden en het ambitieniveau nog verder te versterken. Zowel voor het verbreden als het versterken zijn er mogelijkheden. De Tweede Kamer wordt daar in 2009 apart over geïnformeerd. Voor het ontwikkeltraject is met steun van de gemeente en de Tweede Kamer een projectorganisatie opgericht. Parallel hieraan is in 2008 proefgedraaid met een uitvoeringsprogramma voor het Huis, onder de titel «De Haagse Tribune». In november 2008 is daarvoor ook tijdelijke huisvesting aan de Hofweg, met uitzicht op het Haagse centrum en het Binnenhof, gerealiseerd. Deze activiteiten werden mede mogelijk gemaakt door de middelen die door het amendement Schinkelshoek en Heijnen (TK, 2007–2008, 31 200 VII, nr. 27) waren vrijgemaakt, alsmede een bescheiden financiële bijdrage van de gemeente Den Haag in de kosten van de tijdelijke huisvesting.

Lokale proeftuinen burgerparticipatie

  In het Actieprogramma Lokaal Bestuur (VNG/BZK) is een programma «In actie met burgers» opgenomen. Dit naar aanleiding van de motie Schinkelshoek en het amendement Anker bij de begrotingsbehandeling 2008 (TK, 2007–2008, 31 200 VII, nr. 28. en31). Eind november 2008 zijn ambtenaren uit bijna 100 gemeenten gestart in 17 thematische proeftuinen (bijvoorbeeld e-participatie, wijkbudgetten, raad en burgerparticipatie, burgerinitiatieven). De deelnemers hebben een actie- en leeragenda opgesteld voor het komende jaar. Tevens zijn 12 vernieuwende experimenten (bv. Hellendoorn, Emmen, Smallingerland, Amersfoort) beloond met extra ondersteuning. In het najaar van 2008 heeft de Tweede Kamer bij de motie Kalma (TK, 2008–2009, 30 184, nr. 22) gevraagd om een Charter burgerparticipatie uit te werken en het gebruik van burgerfora en dergelijke te stimuleren. Aan professor Leyenaar is een studieopdracht verleend. De interne voorbereiding van het Charter is gestart.

Representatieve democratie

  In de kabinetsreactie op de voorstellen van de Nationale Conventie is aangegeven dat het kabinet maatregelen, initiatieven en voorstellen tot versterking van de representatieve democratie zal entameren en ondersteunen. (TK, 2007–2008, 30 184, nr. 14). In 2008 zijn in dit kader diverse activiteiten van de VNG (actieprogramma Lokaal Bestuur) en het IPP gesubsidieerd.

Wetgevingskwaliteit

Antilliaanse wet- en regelgeving

  In 2008 heeft een vergelijking van Nederlandse en Antilliaanse regelgeving plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot wetsvoorstellen die nodig zijn om Bonaire, Sint Eustatius en Saba in het Nederlandse staatsbestel te vervlechten. Het grootste deel van de wetsvoorstellen ligt volgens planning in januari 2009 voor advisering bij de Raad van State.

Kwaliteit van de rijksdienstverlening

  Op 26 februari 2008 zijn de Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van diensten 2008 (ARVODI-2008) en de Algemene Rijksinkoopvoorwaarden 2008 (ARIV 2008) door de Minister-President vastgesteld. Door de modernisering van de standaardvoorwaarden en -modellen wordt de juridische verhouding tussen de rijksoverheid en particulieren op deze terreinen gemoderniseerd en de aanbestedingspraktijk ondersteund. Daarnaast is in 2008 een Menukaart bezwaarschriften verschenen met best practises en aanbevelingen voor een snelle en kwalitatief hoogwaardige bezwaarschriftprocedure. Tevens is een kennisseminar georganiseerd naar aanleiding van de Menukaart, waarbij 2 thema’s centraal stonden:

1. Het voorkomen van bezwaarschriften;

2. Een betere en tijdige afhandeling van bezwaarschriften.

Instrumenten

2008Realisatie
Inrichting verkiezingsprocesJa
Staatscommissie GrondwetNee
Digitale samenlevingJa
Handvest verantwoordelijk burgerschapJa
Nationaal mensenrechteninstituut/mensenrechteneducatieJa
Kenbaarheid regelgevingNee
Antiliaanse wet- en regelgevingJa
Kwaliteit van de rijksdienstverleningJa

Toelichting instrumenten

Staatscommissie Grondwet

  De Raad van State heeft op verzoek van het kabinet advies uitgebracht over de opdracht aan de staatscommissie voor de herziening van de Grondwet. De opvatting van het kabinet is op 1 oktober 2008 besproken met de vaste commissie voor BZK in de Tweede Kamer. Dit debat is in januari 2009 afgerond, zodat de voorbereidingen voor de installatie van de staatscommissie kunnen worden voortgezet.

Kenbaarheid regelgeving

  De lancering van een website met Antilliaanse wet- en regelgeving is in 2008 nog niet gerealiseerd. Het controleren en completeren van de Antilliaanse regelgeving heeft meer tijd gekost dan verwacht. De planning is nu dat uiterlijk op 15 mei 2009 alle wet- en regelgeving van de Nederlandse Antillen via het internet toegankelijk is. De eilandregelgeving van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zal later volgen.

Realisatie meetbare gegevens

Voor deze operationele doelstelling zijn geen specifieke indicatoren en kengetallen voorhanden. In de algemene toelichting is wel een kengetal voor dit artikel opgenomen.

Operationele doelstelling 1.3: Een zodanige toerusting van de Kiesraad dat een goede organisatie en begeleiding van het verkiezingsproces en een kwalitatief hoogwaardige advisering over het kiesrecht en de verkiezingen zijn gewaarborgd.

Doelbereiking

De Kiesraad heeft in totaal 7 adviezen uitgebracht, over uiteenlopende onderwerpen als de wijziging van de Kieswet in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, St. Eustatius en Saba, hulp aan kiezers in het stemlokaal tot het voorstel voor een wet inrichting verkiezingsproces. Ook is een nadere reactie uitgebracht op het gewijzigde voorstel van wet financiering politieke partijen.

In 2008 hebben in Nederland geen reguliere verkiezingen plaatsgevonden. Wel heeft de Kiesraad een beperkte ondersteuning verleend bij de gemeentelijke herindelingverkiezingen in november 2008. Ook is rond de waterschapsverkiezingen aan betrokkenen de nodige informatie verschaft over het verkiezingsproces en de relevante kieswettelijke bepalingen.

De voorbereiding van de verkiezing van de (Nederlandse) leden van het Europese Parlement is eind 2008 ter hand genomen. Tenslotte heeft de Kiesraad de ontwikkeling van de ondersteunende software voor het verkiezingsproces aanbesteed en begeleidt zijn secretariaat de daadwerkelijke bouw.

Instrumenten

Bij Voorjaarsnota 2008 is in aanvulling op de al in de begroting beschikbaar gestelde middelen de structurele financiering van het secretariaat van de Kiesraad, voor zover het zijn huidige takenpakket betreft, geregeld. De wijze waarop de Kiesraad zijn taken uitoefent is, gelet op zijn onafhankelijkheid, ter beoordeling aan de Kiesraad zelf, vanzelfsprekend binnen de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld.

Realisatie meetbare gegevens

De werking en doelstelling van (het secretariaat van) de Kiesraad laat zich niet in meetbare gegevens of kengetallen uitdrukken.

Overzicht onderzoeken
SoortOnderwerpNr. AD of ODStartAfgerondVindplaats
Beleidsdoorlichting     
Effectenonderzoek expost     
Overig evaluatieonderzoekEvaluatie Algemene wet bestuursrecht (Awb) 20072009 

Toelichting

Het evaluatieonderzoek is nog niet geheel afgerond. Het kabinet moet nog een kabinetsreactie opstellen.

Functioneren Openbaar Bestuur (artikel 6)

Algemene beleidsdoelstelling

Een doeltreffend, doelmatig en democratisch openbaar bestuur met optimale interbestuurlijke verhoudingen.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Na het bestuursakkoord met de gemeenten heeft het kabinet ook met de provincies een bestuursakkoord gesloten. Gemeenten en provincies werken, ondersteund door het ministerie van BZK, actief aan hun bestuurskracht. De beleidsvrijheid van decentrale overheden is vergroot en de verantwoordingslasten naar het rijk zijn verminderd. De interbestuurlijke verhoudingen zijn verbeterd, ook in de beleving van volksvertegenwoordigers, bestuurders en ambtenaren bij gemeenten en provincies.

Externe factoren

De constatering dat (de koepels van) gemeenten en provincies met het rijk, op basis van de gesloten bestuursakkoorden, zoveel mogelijk als één overheid hebben gepoogd te werken, stemt tevreden.

Realisatie meetbare gegevens

Door het grote aantal (niet altijd rechtstreeks samenhangende) activiteiten en instrumenten is het lastig om de algemene beleidsdoelstelling door middel van een set eenduidige indicatoren te meten. Een grote hoeveelheid informatie op het gebied van het binnenlands bestuur is te vinden in de Trendnota Staat van het bestuur 2008. De Trendnota wordt dit voorjaar gepubliceerd.

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
6. Functioneren openbaar bestuurRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen32 54942 59541 51039 51755 35742 77412 583
waarvan garantie verplichting    641  
        
Uitgaven32 16942 69635 97340 85852 81142 55010 261
6.1 Apparaat9 9148 1786 8129 62211 0609 4901 570
6.2 Inrichting en werking openbare bestuur6 0455 9676 3076 19718 7277 80710 920
6.3 Rechtspositie arbeidsvoorwaardenbeleid en politieke ambtsdragers5 9289 8267 6438 9727 3349 713– 2 379
6.4 Faciliteren politieke partijen10 28218 72515 21116 06715 69015 540150
        
Ontvangsten1 3789961 6411 6742 0611 455606

Financiële toelichting

De realisatie op artikel 6.2 is fors hoger door een overboeking vanuit het ministerie van Financiën met betrekking tot EU-subsidies en BTW. Dit betreft betalingen aan gemeenten met betrekking tot BTW die niet meer in Brussel kunnen worden gedeclareerd voor EU-projecten. Verschillende steden hebben EU-subsidies ontvangen via de Structuurfondsprogramma’s Doelstelling 2-Steden en Urban waarvan de BTW nu gecompenseerd wordt.

Op artikel 6.3 is minder uitgegeven dan verwacht aan uitkeringen, wachtgelden en pensioenen voor burgemeesters, ministers, staatssecretarissen en Europarlementariërs.

Verder zijn er ontvangsten gerealiseerd voor het European Knowledge Network (EUKN). Het EUKN, waarvan het secretariaat is ondergebracht bij het NICIS, loopt tot medio 2010. Voor het EUKN ontvangt BZK jaarlijks de bijdragen van de lidstaten en betaalt deze aan het NICIS. Na 2010 zal het netwerk duurzaam moeten worden gefinancierd. Dit houdt dat de bijdrage vanuit Nederland (onder andere vanuit het NICIS) wordt beëindigd en lidstaten en de Europese Commissie dit kennisnetwerk gezamenlijk financieren.

Voor het EUKN is op artikel 6.2 een garantiestelling opgenomen. Voor de periode 2007–2010 stelt BZK zich garant voor het betalen van de bijdrage aan het NICIS, van lidstaten die in gebreke blijven. Per 31 december 2008 is de hoogte van de garantieverplichting € 641 005 voor de bijdragen. Bestaande uit een bedrag van € 400 000 voor 2009, € 200 000 voor 2010 en € 41 005 voor nog niet ontvangen bijdragen uit eerdere jaren. Daarnaast staat BZK garant voor de jaarlijkse bijdrage (€ 175 000) die het NICIS zelf bijdraagt vanuit de FES-subsidiebeschikking. Indien uit de evaluatie na 2009 blijkt dat de wetenschappelijke doelen voor het FES niet zijn gehaald, zal BZK de gelden die niet conform de FES-voorwaarden zijn besteed compenseren.

In 2008 is ruim € 400 000 vanuit de lidstaten ontvangen en heeft BZK geen risico gelopen. Wel betreffen deze ontvangsten voor een beperkt deel ook nog nagekomen betalingen vanuit 2007

Operationele doelstelling 6.2: De bestuurskracht van decentrale overheden vergroten en de onderlinge verhoudingen tussen bestuurslagen verbeteren.

Doelbereiking

Slagvaardig openbaar bestuur

Bestuursakkoorden en interbestuurlijke taskforce

  De uitvoering van het Bestuursakkoord Rijk-gemeenten is in 2008 door het kabinet voortgezet. Ter uitvoering van het Bestuursakkoord heeft de interbestuurlijke Taakgroep d’Hondt voorstellen voor decentralisatie en bestuurskracht gedaan. De decentralisatievoorstellen zijn in het kabinetsstandpunt vrijwel geheel overgenomen. De afgesproken decentralisatieagenda is in uitvoering. In 2008 zijn onder meer het brede participatiebudget en een gebundelde doeluitkering voor jeugd gevormd.

  In het vervolg op het Financieel akkoord Rijk-provincies van 2007 heeft de gemengde commissie provincies onder voorzitterschap van mevrouw Lodders advies uitgebracht. Op basis hiervan hebben Rijk en provincies een bestuursakkoord voor de periode 2009–2011 gesloten.

Bestuurskracht

  In 2008 is in het programma Krachtig Bestuur een dialoog met provincies en gemeenten (bestaande uit gesprekken met de koepels, beroepsvereniging en afzonderlijke provincies en gemeenten) tot stand gebracht. Uit deze dialoog is naar voren gekomen wat op dit moment de knelpunten zijn waar decentrale overheden tegenaan lopen en waarbij het programma Krachtig Bestuur daadwerkelijk een verschil kan maken. Dit programma heeft tot doel:

• concrete knelpunten die bestuurskracht in de weg staan, in de praktijk aan te pakken. Bijvoorbeeld op het terrein van intergemeentelijke samenwerking, bevolkingsdaling en de arbeidsmarktpositie van gemeenten

• bestuurskracht rondom decentralisatiethema’s te versterken

• leerprocessen bij provincies en gemeenten te stimuleren. Bijvoorbeeld door benchmarking en bestuurskrachtmetingen

  Gemeentelijke herindeling is één van de oplossingen ter versterking van bestuurskracht van gemeenten. De in 2008 ingediende wetsvoorstellen tot gemeentelijke herindeling van vier gemeenten (Bennebroek/Bloemendaal (TK 2007–2008, 31 328), en Alkemade/Jacobswoude (TK 2007–2008, 31 329)) zijn per 1 januari 2009 van kracht geworden. Daarnaast zijn er in 2008 zeven wetsvoorstellen in voorbereiding genomen die betrekking hebben op gemeentelijke herindeling per 1 januari 2010. In 2008 zijn er op verzoek van gemeenten, in samenwerking tussen provincies en het ministerie van BZK, begrotingsscans en herindelingscans uitgevoerd. Deze geven de gemeenten meer inzicht in hun financiële positie respectievelijk in die van de nieuw te vormen gemeenten. De scans helpen gemeenten bij de besluitvorming over hun financiële positie, dan wel bij de besluitvorming over herindeling.

Actieprogramma lokaal bestuur

  Het Actieprogramma Lokaal Bestuur (ALB) is een vierjarig samenwerkingsverband (2007 tot en met 2010) tussen het ministerie van BZK en de VNG. Het programma beoogt bij te dragen aan de versterking van het lokaal bestuur. Medio 2008 heeft Berenschot onderzocht in hoeverre het actieprogramma aan deze doelstelling bijdraagt. De conclusies van het onderzoek zijn zeer positief. Het ALB blijkt goed aan te sluiten op de vraag vanuit de gemeenten. Een belangrijke meerwaarde van het ALB is de inzet op de doelgroepen gezamenlijk, zoals bij de quick scan lokaal bestuur.

  In het kader van het thema versterking van het vertrouwen tussen burger en bestuur is eind 2008 het deelproject «In actie met Burgers!» gestart, ook wel bekend onder de aanduiding Lokale proeftuinen burgerparticipatie.

Trendnota

  De Staat van het Bestuur 2008 biedt een algemeen beeld van de trends bij gemeenten, provincies en de interbestuurlijke betrekkingen. Hoewel hiernaar veel onderzoek wordt verricht en het nodige hierover wordt gepubliceerd, blijkt de informatie – met name op geaggregeerd niveau – vaak moeilijk toegankelijk of zelfs niet aanwezig. In de Staat van het Bestuur is deze informatie gebundeld. Ook zijn met onderzoek leemtes in kennis aangevuld. De publicatiereeks Staat van het bestuur moet uitdrukkelijk als groeidocument worden gezien. Zo zullen in een volgende versie van deze trendnota ook de waterschappen als zelfstandige bestuurslaag worden meegenomen. Tevens zal in een volgende versie meer aandacht worden gegeven aan cijfers over de positie en betrokkenheid van burgers in het decentraal bestuur.

Overhedendagen (voorheen Gemeentedagen)

  In 2008 zijn in het voor- en najaar de Overhedendagen georganiseerd (de opvolger van de Gemeentedagen). Tijdens deze dagen zijn gemeenten en provincies geïnformeerd over actualiteiten op het terrein van het openbaar bestuur en over ontwikkelingen op het gebied van de financiële verhouding, in het bijzonder het Gemeentefonds. De focus ligt niet alleen op het brengen van kennis en informatie, maar ook op het ophalen van signalen van medeoverheden over het functioneren van het openbaar bestuur in de dagelijkse praktijk. Uit de evaluaties blijkt dat deze bijeenkomsten positief worden gewaardeerd en een belangrijk communicatie-instrument vormen op het terrein van de bestuurlijke en financiële verhoudingen.

Interbestuurlijke verhoudingen

Vervolg Commissie Doorlichting Interbestuurlijk Toezicht

  Het kabinet heeft de aanbevelingen van de commissie Oosting over de herziening van het interbestuurlijke toezicht op hoofdlijnen overgenomen. Het kabinetstandpunt is in april 2008 naar de Tweede Kamer gestuurd (Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 200 VII, nr. 61). De herziening van het interbestuurlijke toezicht vraagt om maatregelen van rijk, provincies en gemeenten. BZK heeft met VNG en IPO een gezamenlijk uitvoeringsplan opgesteld. Naar verwachting zal de herziening van het interbestuurlijke toezicht deze kabinetsperiode afgerond worden.

Financiële verhouding, decentralisatie- en specifieke uitkeringen

  De financiële verhoudingswet is op een aantal punten gewijzigd met het oogmerk het aantal specifieke uitkeringen terug te dringen en de verantwoordingslasten te verminderen. Het Gemeentefonds is flexibeler gemaakt met de invoering van de zogenaamde decentralisatie-uitkering. Dat heeft tot gevolg dat minder snel naar het instrument specifieke uitkering wordt gegrepen. De vereenvoudigde verantwoording van specifieke uitkeringen (single information en single audit) is vereenvoudigd en heeft een bredere toepassing gekregen: meer specifieke uitkeringen en ook betrekking hebbend op de geldstromen tussen de decentrale overheden onderling. Het totaal aantal specifieke uitkeringen is in 2008 van 134 tot 101 gedaald.

Ontwikkeling Europese bestuurskracht provincies en gemeenten

  Conform de afspraken in het bestuursakkoord is in 2008 in samenwerking met BZ, IPO en VNG gewerkt aan een actieplan om de betrokkenheid van decentrale overheden in het EU-beleidsproces te vergroten. Op basis van het actieplan verkennen Rijk en decentrale overheden, in elk geval bij het uitkomen van de commissieplannen voor het daarop volgende jaar, welke plannen een verwachte impact hebben op het decentrale bestuur. Het doel is om vervolgens op deze dossiers vanaf de conceptfase intensief te kunnen samenwerken. Het actieplan is in december 2008 door de ministerraad geaccordeerd.

  Om provincies en gemeenten in staat te stellen EU-regels optimaal te implementeren en uit te voeren, is het ook van belang dat de Europese Commissie zich bewust is van de impact die EU-regels op het decentrale bestuur kunnen hebben en hieraan in de toekomst ook aandacht schenkt in de beleidsontwikkeling. Dit uitgangspunt is tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2004 voor BZK aanleiding geweest om een High Level Network on Governance (HLNG) te organiseren. Doel van het HLNG is dat de voor het openbaar bestuur verantwoordelijke directeuren-generaal van de ministeries in de EU-lidstaten Europese thema’s behandelen die de functionering en inrichting van het binnenlandse bestuur beïnvloeden. Sindsdien is er jaarlijks een bijeenkomst geweest, waarvan de laatste onder het Franse EU-voorzitterschap op 15 en 16 september 2008 is georganiseerd.

  De impact van EU-regels op decentrale overheden en de mate waarin de EU-commissie hieraan aandacht schenkt, is een terugkomend thema tijdens de HLNG-bijeenkomsten. BZK heeft daarom tijdens de HLNG bijeenkomst onder het Portugese voorzitterschap het initiatief genomen voor een Europees vergelijkend onderzoek naar de impact van EU-regels op het decentraal bestuur. Het onderzoek is inmiddels van start gegaan en naast Nederland, nemen Frankrijk, Engeland, Zweden, Noorwegen en IJsland vanuit de Europese Economische Ruimte (EER) deel aan het onderzoek. De uitkomst van dit onderzoek levert input voor de Europese Commissie tot een effectievere toepassing van ex-ante analyses en opzet van het beleidsproces.

BZK zal in 2009 een kopgroep van landen vormen die de mogelijkheden voor effectievere ex-ante analyses en een effectievere opzet van het huidige beleidsproces gaan verkennen.

Een belangrijke Europese richtlijn die in de implementatiefase verkeert, is de invoering van de Dienstenrichtlijn op decentraal niveau. BZK werkt sinds eind 2006 nauw samen met de ministeries van EZ (politiek verantwoordelijk) en Justitie in een interdepartementale projectgroep ter implementatie van de Dienstenrichtlijn, met focus op de borging van een goede invoering bij gemeenten en provincies en aansluiting bij e-overheidsbeleid.

Financiële schade kredietcrisis

  In de loop van het jaar ondervond ook de Nederlandse overheid de gevolgen van de kredietcrisis. Het ministerie van BZK heeft het voortouw genomen bij de inventarisatie van de gevolgen voor de medeoverheden. Samen met de provinciale toezichthouders zijn alle uitzettingen van de medeoverheden in beeld gebracht. Het totale risico voor de provincies (inclusief nazorgfondsen), gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen bedraagt € 238,2 miljoen. Het ministerie van BZK staat de getroffen medeoverheden met raad en daad terzijde en hebben tevens een gezamenlijk incasso in het leven geroepen. Daarnaast is een werkgroep ingesteld die met voorstellen is gekomen om de regelgeving op het terrein van de uitzettingen aan te passen.

Instrumenten

2008Realisatie
Uitwerking bestuursakkoordenJa
Interbestuurlijke taskforceJa
Actieprogramma lokaal bestuurJa
TrendnotaJa
BestuurskrachtJa
OverhedendagenJa
Urgentieprogramma Randstad (UPR)Ja
Uitwerking decentralisatieagendaJa
Vervolg Commissie Doorlichting Interbestuurlijk ToezichtJa
Specifieke uitkeringen/SISAJa
De financiële verhoudingenJa
Europa en binnenlands bestuurJa
Ontwikkeling Europese bestuurskracht gemeenten en provinciesJa

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde peildatum20062007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
Aantal specifieke uitkeringen 136134101101

Bron: Overzicht specifieke uitkeringen 2008 (TK 31 200 B, nr. 19)

* Het streven is om aan het einde van de kabinetsperiode het aantal specifieke uitkeringen terug te brengen hebben tot 45.

Operationele doelstelling 6.3: Goede randvoorwaarden scheppen voor (voormalige) politieke ambtsdragers.

Doelbereiking

Rechtspositie politieke ambtsdragers

  De wetsvoorstellen die voortkomen uit de adviezen van de commissie Dijkstal voorzien in modernisering van diverse aspecten van de rechtspositie van politieke ambtsdragers. Deze voorstellen liggen bij de Tweede Kamer en wachten op afhandeling door de Staten-Generaal.

Commissie Dijkstal II

  De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is de laatste pensioenvoorziening die niet vanuit een fonds wordt gefinancierd. De commissie Dijkstal heeft geadviseerd de Appa onder te brengen bij het ABP-fonds met een eigen Appa-regeling. Een definitief besluit over de aansluiting bij het ABP-fonds kan echter volgens het kabinet pas worden genomen als er duidelijkheid is over de juridische en financiële overgangscondities. De minister van BZK heeft deze overgangscondities nader uitgewerkt in een rapportage die voor reactie naar betrokken organisaties (VNG, IPO, Unie van Waterschappen, Pensioenkamer) is gestuurd. Het kabinet zal aan de hand van de reacties een kabinetsstandpunt opstellen die het vertrekpunt zal vormen voor het vervolgtraject voor de fondsvorming van politieke pensioenen.

Instrumenten

2008Realisatie
Rechtspositie politieke ambtsdragersJa
Commissie Dijkstal IIJa
Personele zorg burgemeestersJa

Realisatie meetbare gegevens

Dit artikelonderdeel betreft voornamelijk de uitvoering van specifieke wet- en regelgeving. Hierover zijn geen zinvolle meetbare gegevens op te nemen.

Operationele doelstelling 6.4: Het faciliteren van politieke partijen door uitvoering van de Wet subsidiëring politieke partijen.

Doelbereiking

Aan politieke partijen met zetels in de Eerste en/of Tweede Kamer wordt jaarlijks subsidie verstrekt. Dit gebeurt op grond van de Wet subsidiëring politieke partijen. Deze wet bevat met name subsidievoorschriften.

In 2008 is gewerkt aan een nieuwe Wet Financiering Politieke Partijen (WFPP), waarin naast subsidievoorschriften ook regels voor giften en partijsponsoring zijn opgenomen. Het ontwerpwetsvoorstel dat daartoe is opgesteld, is aangepast aan het advies van de Raad van State, het advies van de Kiesraad en de aanbevelingen die de Group of States against Corruption (GRECO) van de Raad van Europa in juni 2008 heeft gedaan1. Nadien is het gewijzigde ontwerpwetsvoorstel met de politieke partijen en de Kiesraad besproken.

Instrumenten

2008Realisatie
SubsidieverstrekkingJa

Realisatie meetbare gegevens

Dit artikelonderdeel betreft voornamelijk de uitvoering van specifieke wet- en regelgeving. Hierover zijn geen zinvolle meetbare gegevens op te nemen.

Overzicht afgeronde onderzoeken
SoortOnderwerpNr. AD of ODStartAfgerondVindplaats
Beleidsdoorlichting     
Effectenonderzoek expost     
Overig evaluatie-onderzoekOnderzoek naar de succes- en faalfactoren bij de naleving van Europese aanbestedingsregels bij decentrale overheden 20082008TK, 30 501, nr. 30

PUBLIEKE DIENSTVERLENING EN OPENBARE SECTOR

Innovatie en Informatiebeleid Openbare Sector (artikel 7)

Algemene beleidsdoelstelling

Het verhogen van het presterend vermogen van de overheid door het bevorderen van de inzet van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en de innovatie van werkprocessen.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Het kabinet heeft in 2008 gewerkt aan betere publieke dienstverlening. Dat betekent minder last van regels, gebruik van betrouwbare ICT-voorzieningen, toegankelijkheid van overheidsinformatie en het verbeteren van werkprocessen binnen en door de overheid.

In 2008 is de waardering van dienstverlening door de overheid gemeten. Hieruit blijkt dat dienstverlening waarbij één overheidsorganisatie is betrokken al met een 7 wordt gewaardeerd. Dienstverlening waarbij meer organisaties zijn betrokken, kan echter beter. Burgers moeten merken dat ze minder last hebben van regels. In 2008 is de top-10 knelpunten van de administratieve lasten aangepakt. Zo zijn formulieren eenvoudiger gemaakt en zijn er minder vergunningen nodig. In 2008 zijn de administratieve lasten van burgers verder gereduceerd tot 22% in tijd en 21% in kosten. Daarmee zit het kabinet op koers voor een totale vermindering van 25% in 2011.

De inzet van ICT is voor dienstverlening én minder regeldruk van belang. In 2008 is met gemeenten overeengekomen om een focus aan te brengen in de implementatie van ICT-voorzieningen. Door die focus zal ook de implementatie, en toename van het gebruik, sneller plaatsvinden. Vooruitlopend op de landelijke ontwikkelingen heeft een aantal gemeenten alvast een omgevingsloket in gebruik genomen. Bedrijven en inwoners kunnen er terecht voor diverse vergunningen. Dit is voor de klant veel duidelijker en overzichtelijker, ook snelheid en kostenreductie spelen een rol. Het omgevingsloket betekent voor de klant één aanspreekpunt voor de verschillende vergunningen. Gemeenten hebben de interne procedures zo aangescherpt dat klanten sneller antwoord krijgen op hun aanvraag.

Externe factoren

Bij betere dienstverlening is de hele publieke sector betrokken, waarbij BZK coördineert. Samenwerking met medeoverheden en uitvoeringsorganisaties is daarom van doorslaggevend belang. De Bestuurlijke Regiegroep dienstverlening en e-overheid onder voorzitterschap van de staatssecretaris van BZK vervult hier een centrale rol.

Realisatie meetbare gegevens

Het presterend vermogen van de overheid is moeilijk in meetbare gegevens uit te drukken. Wel is de tevredenheid van burgers over de dienstverlening van de overheid gemeten. De overheid wil minimaal een 7 scoren voor haar dienstverleningskwaliteit. Op dit moment scoort de overheid deze 7 gemiddeld al voor individuele organisaties. Duidelijk is geworden dat de waardering voor de dienstverlening daalt (6,7) als er meerdere overheidsinstanties betrokken zijn bij één levensgebeurtenis. Door het gebruik van een gemeenschappelijke infrastructuur en hergebruik van elkaars gegevens zal een positieve bijdrage geleverd worden aan de klanttevredenheid. Hierbij kan worden gedacht aan de voorbeeldprojecten uit het uitvoeringsprogramma, zoals Regelhulp en Digitaal Klantdossier, maar ook aan een project als mijnoverheid.nl. Tevens is er een nauwe relatie met Antwoord waar informatievoorziening aan burgers via levensgebeurtenissen (bijvoorbeeld geboorte, of werkloos worden) wordt verbeterd.

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
7. Innovatie- en informatiebeleid Openbare SectorRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen115 941129 396244 274188 251163 90189 05474 847
        
Uitgaven96 96594 382130 025140 937162 95389 22273 731
7.1 Apparaat3 1693 9174 4474 8555 3963 2342 162
7.2 Verbeteren ICT-voorzieningen27 00630 40546 22165 67277 49244 87332 619
7.3 Instandhouden, en optimaliseren ICT-voorzieningen15 81315 48925 91748 93857 00822 83634 172
* Bijdrage baten-lastendienst CAS4 7864 6754 6804 6366 3244 8681 456
7.4 Reisdocumentenen GBAstelsel50 97744 57153 44021 47223 05718 2794 778
* Bijdrage baten-lastendienst BPR0015 22922 60919 18612 3006 886
        
Ontvangsten48 08641 87658 17316 5668 74208 742

Financiële toelichting

Bij Voorjaarsnota 2008 is voor het Nationaal Uitvoeringsprogramma € 4 mln. toegevoegd aan artikel 7.2. Voorts is bij Voorjaarsnota 2008 € 5,2 mln. overgeheveld van artikel 7.2 naar 7.3 voor de verschuiving van het Burgerservicenummer van ontwikkeling naar beheer.

Aan artikel 7.2 is uit de eindejaarsmarge 2007 aan algemene middelen € 2,8 mln. en voor i-teams € 3 mln. toegevoegd. Daarnaast is € 18 mln van de investeringsimpuls toegevoegd. De ontwikkelingen van de elektronische identiteitskaart heeft tot een afname van € 6,5 mln geleid. De bevoorschotting van ICTU heeft de realisatie op dit artikel hoger doen uitvallen. Uit het Programma Implementatie Agenda ICT-beleid (PRIMA) van EZ/SenterNovem is € 5,5 mln. ontvangen ten behoeve van het uitvoeren van programma’s en projecten in het kader van het programma e-overheid; dit bedrag is bij Najaarsnota 2008 zowel aan de uitgaven- als aan de ontvangstenkant toegevoegd.

Door het sterk toegenomen gebruik van de producten van GBO.Overheid zijn de kosten daarvan fors gestegen. Het budget hiervoor op artikel 7.3 is bij Voorjaarsnota 2008 met 33,4 mln. verhoogd. Voor e-overheid is het budget op dit artikel met € 3 mln. verlaagd.

Operationele doelstelling 7.2: Het verbeteren van de publieke dienstverlening, vergroten van de toegankelijkheid van overheidsinformatie en het verminderen van de administratieve lasten voor burgers door het realiseren van een adequate en betrouwbare ICT-infrastructuur voor de openbare sector en het innoveren van de werkprocessen binnen de overheid.

Doelbereiking

Contact met de burger

Het project Antwoord© (voorheen het programma CCO) legt de nadruk op het verbeteren van de publieke dienstverlening via het telefonische kanaal. Antwoord biedt een basisinfrastructuur. In 2008 is gerealiseerd dat het herkenbare 14+netnummer beschikbaar is voor gemeenten, Ook zijn diverse publicaties en handleidingen verschenen die gemeenten kunnen hanteren bij het verbeteren van hun publieke dienstverlening.

Op de persoonlijke internetpagina (PIP) kan de burger eenvoudiger zaken doen met de overheid en overheidsdiensten afnemen die passen bij de persoonlijke behoefte. In 2008 is de websitewww.mijnoverheid.nlbeschikbaar gekomen voor burgers. Voorlopig heeft mijnoverheid.nl nog een beperkte inhoudelijke vulling en is nog niet bij een breed publiek gepromoot.

Gedeelde informatie

• De gemeenschappelijke voorzieningen voor het stelsel van basisregistraties zijn in 2008 verder ontwikkeld binnen het programma OverheidsdienstenPlatform (ODP). Het betreft hier de Overheidsservicebus (OSB), de Terugmeldfaciliteit (TMF) en de Gemeenschappelijke Ontsluiting van Basisregistraties (GOB). De activiteiten uit dit programma worden voortgezet binnen het nieuw op te richten organisatie/servicepunt voor het stelsel van basisregistraties.

• De aangekondigde acties van Nederland Open in Verbinding, open source software en open standaarden, zijn uitgevoerd. In het bijzonder zijn afspraken met de andere overheden over de inzet ervan in het Nationaal Uitvoeringsprogramma dienstverlening en e-oveheid (NUP) verankerd. Ook is het «open document format» (ODF) ingevoerd bij de rijksoverheid. Voor het gebruik van open standaarden is inmiddels een uitgebreide lijst met toepasselijke standaarden vastgesteld.

• De condities, vormgeving en (on-)mogelijkheden van breder gebruik van de e-overheid bouwstenen zijn nader verkend in gesprekken met diverse betrokken partijen, waaronder partijen uit de financiële sector.

• In 2008 is het bestuurlijke draagvlak voor de Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA) onder meer vergroot door advisering hierover door het Forum en College Standaardisatie. De NORA en de daaruit afgeleide architecturen, zoals die voor de rijksoverheid en voor de gemeenten, zijn door het kabinet vastgesteld als norm voor alle grote ICT-projecten (TK, 2007–2008, 26 643, nr. 128). Op voordracht van het College Standaardisatie zal de nieuwe versie van de NORA worden gepositioneerd als interoperabiliteitsraamwerk. De eerste versie van het strategisch deel van NORA is in 2008 beschikbaar gekomen.

Veilig en betrouwbaar

• De Gemeenschappelijke Machtigings- en Vertegenwoordigingsvoorziening (GMV) is ontwikkeld en zal in grootschalige pilotsituaties worden uitgeprobeerd, waarbij onder meer de Belastingdienst wordt betrokken.

• In 2008 is het Meldpunt ID-fraude als pilot opgezet, met als taken het registreren en doorgeleiden van meldingen, het beantwoorden van individuele en algemene vragen en het doen van analyses over aard en omvang van identiteitsfraude.

• Informatiebeveiliging heeft constante aandacht gehad in het afgelopen jaar. Het Computer Emergency Response Team van de Nederlandse overheid (GOVCERT.NL) heeft een toenemend aantal overheidsorganen ondersteund bij preventie en afhandeling van ICT-gerelateerde veiligheidsincidenten.

Persoonsgegevens

• In 2008 heeft de besluitvorming over de inrichting en opzet van het Register Niet-Ingezetenen (RNI) op hoofdlijnen plaatsgevonden. Voorts is gestart met het in kaart brengen van de budgettaire aspecten van het RNI, het wetgevingstraject en de ontwikkeling van het RNI en de daarvoor benodigde ontwerpen.

• In 2008 is een onderzoek uitgevoerd naar het persoonsinformatiebeleid aan de hand van een aantal maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en trends. Het hieruit voortvloeiende rapport van het Telematica-Instituut is besproken met experts. Dit rapport en een eerder rapport over de toekomst van persoonsinformatiebeleid (ZENC, 2007) leveren bouwstenen aan voor een beleidsnota over het persoonsinformatiebeleid die in 2009 wordt opgesteld.

Reductie administratieve lasten voor burgers: meer aandacht voor merkbare resultaten

• In 2008 zijn zes van de achttien vergunningsstelsels afgeschaft en tien andere zijn vereenvoudigd. Ook wordt er al meer op basis van vertrouwen gewerkt, waaronder door minder APK-controles, afschaffing van de verplichte welstandstoets en het afschaffen van de verplichte vijfjaarlijkse keuring van de gehandicaptenparkeerkaart. 25 formulieren voor burgers zijn al begrijpelijk gemaakt. Ook zijn in 2008 de administratieve lasten voor burgers verminderd. De reductie is in 2008 verder afgenomen tot 22% in tijd en 21% in geld. Hiermee ligt het kabinet op koers voor de doelstelling van een reductie van 25% in 2011.

• De 25% administratieve lastenverlichting voor gemeenten heeft in 2008 de eerste resultaten opgeleverd. In samenwerking met de VNG zijn de modelverordeningen gedereguleerd. Het resultaat is dat 46% van de modellen is afgeschaft, verminderd of vereenvoudigd. Hierdoor gaat de VNG van 147 naar 117 modellen. De reductie van administratieve lasten die we in deze eerste fase bereiken, bedraagt voor burgers 23% in kosten. Voor bedrijven bedraagt de AL-reductie 26%. De deregulering van de VNG-modellen moet beschouwd worden als een eerste stap tot reductie van de administratieve lasten van gemeenten. In 2008 is de nulmeting hiervan voltooid. De nulmeting geeft aan dat 90% van de administratieve lasten veroorzaakt wordt door zes gemeentelijke producten. Hieronder vallen onder andere de Wet werk en bijstand, parkeervergunningen, -ontheffingen en de gehandicaptenparkeerkaart.

• Voor professionals zijn vijftien profielen opgeleverd en nulmetingen uitgevoerd, waarmee per domein een top-5 van knelpunten wordt geformuleerd.

Regie e-overheid/ontwikkelingen samen met andere overheden

• In de Regiegroep Dienstverlening en e-overheid zijn alle overheden op bestuurlijk niveau vertegenwoordigd. De grote uitvoeringsorganisaties zijn in 2008 via een vertegenwoordiging van de Manifestgroep aangesloten. De staatssecretaris van BZK was in 2008 voorzitter van deze Regiegroep. De Regiegroep heeft zich als hoeder van het Nationale Uitvoeringsprogramma (NUP) dienstverlening en e-overheid gepositioneerd. Het NUP is op 1 december 2008 door VNG, IPO, Unie van Waterschappen en het Rijk getekend.

• De i-Teams ondersteunen de andere overheden bij de invoering van de elektronische overheid op maat. Dit wordt bereikt door het opstellen van bestuurlijk geaccordeerde realisatieplannen. In 2008 zijn 176 realisatieplannen door gemeenten afgerond waarmee het totaal op 225 gemeenten komt.

• Van de € 104 mln. op de aanvullende post is € 50 mln. toegekend aan de Gemeenschappelijke Machtigingsvoorziening (GMV), Overheidsdienstenplatform (ODP), de Persoonlijke InternetpPagina/ MijnOverheid.nl en de Registratie Niet Ingezetenen (RNI), Nieuw Handelsregister (NHR) (NHR alleen in 2007) die onderdeel zijn van het NUP.

Instrumenten

2008Realisatie
Contactcenter overheid (CCO)Ja
Persoonlijke internetpagina (PIP)Ja
BasisregistratiesJa
Open Standaarden en Open Source SoftwareJa
Breder gebruik E-overheidbouwstenen / E-overheidJa
Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA)Ja
DigiDJa
Elektronische Nederlandse Identiteitskaart (eNIK)Nee
Meldpunt ID-fraudeJa
Basisvoorziening internetstemmenNee
InformatiebeveiligingJa
Register Niet-ingezetenen (RNI)Ja
PersoonsinformatiebeleidJa
Wetsvoorstel hergebruik overheidsinformatieNee
Geo-informatieJa
Vergunningen, bekendmakingen en decentrale regelgeving op internetNee
Vermindring administratieve lastenJa
Meldpunt last van de overheidJa
25% administratieve lastenverlichting bij gemeentenJa
Regiegroep Dienstverlening en e-overheidJa
i-TeamsJa
Toekenningscriteria en goedkeuringsprocedure voor middelen aanvullende postJa

Toelichting instrumenten

• Elektronische Nederlandse Identiteitskaart (eNIK): naar aanleiding van de rechtelijke uitspraak in 2007 heeft BZK aangegeven zich te beraden op de ontstane situatie. Tijdens het AO e-overheid van 5 november jl. is aangegeven dat ingezet zal worden op de lijn van een «open» stelsel, waarbij meerdere middelen gebruikt kunnen worden. BZK zal regie voeren op de samenhang van de te ontwikkelen middelen. BZK wil de mogelijkheden en initiatieven van andere partijen benutten. Bij succes kunnen deze in het authenticatiestelsel van DigiD worden opgenomen.

• Basisvoorziening internetstemmen: het project is stopgezet. Het kabinet heeft, met instemming van de Tweede Kamer, naar aanleiding van het rapport van de Adviescommissie Inrichting Verkiezingsproces besloten dat er in Nederland in een stemlokaal gestemd moet worden onder toezicht van een stembureau. Alleen voor de kiezers in het buitenland heeft het kabinet de optie opengehouden van het elektronisch stemmen op afstand. Voordat daarover besluitvorming plaatsvindt, zal vastgesteld moeten worden in welke mate een dergelijke vorm van stemmen kan voldoen aan de waarborgen die moeten gelden voor verkiezingen die onder de werking van de Kieswet vallen.

• Wetsvoorstel hergebruik overheidsinformatie: in 2007 is met de provincies een intentieverklaring afgesloten over verstrekking en hergebruik van GEO-informatie. Het is nog niet gelukt om vergelijkbare afspraken af te ronden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en met de Unie van Waterschappen. Het maken van deze afspraken vormt een belangrijke voorbereiding voor de indiening van een wetsvoorstel over het hergebruik van overheidsinformatie. Daardoor kon een dergelijk wetsvoorstel nog niet aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

• Vergunningen, bekendmakingen en decentrale regelgeving op internet: de doelstelling om in 2008 vergunningen, bekendmakingen en decentrale regelgeving bij minimaal een derde van alle gemeenten, provincies en waterschappen op internet te zetten is niet gerealiseerd met betrekking tot de publicatie van vergunningen door gemeenten en waterschappen en de publicatie van decentrale regelgeving door gemeenten. De publicatie van vergunningen is sterk verbonden aan de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsvergunning (Wabo). De beoogde invoeringsdatum is met een jaar uitgesteld tot 1 januari 2009. Hierdoor kon op dit punt weinig voortgang worden geboekt. De publicatie van decentrale regelgeving is achtergebleven, doordat de centrale publicatievoorziening die hiervoor in opdracht van BZK is ontwikkeld, niet in januari maar pas in oktober van 2008 in gebruik kon worden genomen. Als gevolg hiervan zijn in 2008 nauwelijks nieuwe bestuursorganen aangesloten.

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde peildatum20062007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
Aantal gemeenten dat ten minste een relevante categorie vergunningen integraal op internet ontsluit 508015084
Bron: overheid.nl monitor
Vermindering van de administratieve lasten gemeenten (netto)Nulmeting 2008    
Bron: Voortgangsrapportage administratieve lasten
Score op kwaliteit dienstverleningNulmeting 2008  76,4 op Rijksniveau; 6,7 voor de keten; 7 op organisatieniveau
Bron: Voortgangsrapportage administratieve lasten
Oplossen 10 knelpunten2007 vaststelling top 10 knelpunten*    
Bron:www.lastvandeoverheid.nl
Vermindering/afname gegevensuitvraag aan burgers    Deze meting niet uitgevoerd i.v.m. nieuw onderzoek naar kwaliteit van de dienstverlening

* In 2007 is de top-10 knelpunten administratieve lasten van burgers vastgesteld. De doelstelling is dat alle knelpunten in 2011 zijn opgelost. Er zijn geen tussentijdse streefwaarden bepaald.

Operationele doelstelling 7.3: Optimaliseren en instandhouden van bestaande overheidsbrede ICT-voorzieningen, alsmede het gebruik hiervan bevorderen.

Doelbereiking

De kerntaak van de gemeenschappelijke beheerorganisatie GBO.Overheid is het beheren van overheidsbrede ICT-voorzieningen en het gebruik hiervan bevorderen. Het betreft voorzieningen op het gebied van toegang, gegevensuitwisseling, informatiebeveiliging en standaardisatie. GBO.Overheid stimuleert overheidsorganisaties gebruik te maken van haar voorzieningen onder andere door (potentiële) afnemers te bezoeken, voorlichtingsmiddagen te organiseren en evenementen te bezoeken. Overheidsorganisaties waren in 2008 echter niet verplicht tot aansluiting.

Hieronder volgt een toelichting van de bereikte doelen per productlijn.

Gegevensuitwisseling

• Overheidstransactiepoort (OTP) verzorgt berichtenuitwisseling, op basis van eenmalig aan te leveren informatie, tussen enerzijds burgers en bedrijven en anderzijds overheidsorganisaties. In 2008 zijn bijna 15 miljoen berichten verstuurd over de OTP, een stijging van 15% ten opzichte van 2007. Vanaf eind 2008 kan de OTP ook grote berichten van 20 Mb tot 5 Gb verwerken. Tot voor kort was de maximale grootte van een bericht 2 Mb.

• Op 22 september 2008 heeft GBO.Overheid het Programma van Uitgangspunten van Koppelnet Publieke Sector (KPS) in beheer genomen. Deze uitgangspunten bevatten onder meer de standaarden voor de koppeling tussen overheidsnetwerken. Sinds 22 september 2008 is de eerste toepassing van KPS in de vorm van de Haagse Ring operationeel. De Haagse Ring voorziet in een koppeling tussen alle kerndepartementen en een aantal diensten en uitvoeringsorganisaties in Den Haag.

• Op 15 december 2008 is de Overheidsservicebus (OSB) in beheer genomen door GBO.Overheid. De Overheidsservicebus realiseert een efficiënte berichtenuitwisseling tussen overheidsorganisaties door standaarden voor de logistiek te leveren.

• Het Nederlands Taxonomie project (NTP) heeft procesinfrastructuur gerealiseerd waarmee leveranciers van financiële pakketten en accountants- en administratiekantoren jaarrekeningen, belastingaangiften en statistiekopgaven elektronisch kunnen samenstellen en uitwisselen. Het beheer van deze procesinfrastructuur is in 2008 geleidelijk overgegaan van NTP naar GBO.Overheid, conform het convenant van 9 juni 2006 tussen onder meer de ministers van Justitie, Financiën en BVK en de staatssecretaris van EZ.

Informatiebeveiliging

• GOVCERT.NL, het Computer Emergency Response Team van de Nederlandse overheid, ondersteunt de overheid bij preventie en afhandeling van ICT-gerelateerde veiligheidsincidenten. Het aantal veiligheidsincidenten is toegenomen van 131 in 2007 naar 156 in 2008 (een stijging van 16%). In 2008 heeft GOVCERT.NL 3 nieuwe deelnemers verwelkomd, waardoor het totaal op 62 is gekomen. Dit aantal van 62 is lager dan voorzien door een bewuste rem op de acquisitie van nieuwe deelnemers. De huidige capaciteit van GOVCERT.NL staat geen significante groei in het aantal deelnemers toe.

Standaardisatie

• Het Bureau Forum Standaardisatie ondersteunt het Forum en College Standaardisatie in het bevorderen van het gebruik van (open) standaarden voor de gegevensuitwisseling tussen overheden, burgers en bedrijven. In 2008 is een basislijst gemaakt met acht open standaarden waarvoor de comply-or-explain-afspraak geldt. Gewerkt wordt aan verdere uitbreiding van deze lijst. Op 12 november 2008 heeft het College ingestemd met de interoperabiliteitsagenda die door het Forum is ontwikkeld. Ook is het eindrapport vastgesteld van een onderzoek naar het wettelijk kader voor de e-overheid. Op 17 december 2008 heeft het Forum ingestemd met de start van de openbare review van het strategiedeel NORA 3.0.

Burgerservicenummer en www.overheid.nl

Naast de producten in beheer bij GBO vallen ook de kosten voor het beheer van het Burgerservicenummer (BSN) -in beheer bij BRP- en de websitewww.overheid.nl – in beheer bij ICTU – onder dit artikel.

Instrumenten

2008Realisatie
GOVCERT.nlJa
PKI-overheidJa
OverheidsTransactiePoort (OTP)Ja
DigiDJa
Bureau Forum en College StandaardisatieJa

Realisatie meetbare gegevens

Indicatoren20062007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
GOVCERT.nl7777,7
Bron: Govcert.nl door GBO.overheid
Overheid.nl6,67,877,4
Bron: Rapportage prestatiemetingwww.Overheid.nl 2008, januari 2009, Imtech ICT Public i.s.m. ADV Market Research

Toelichting

Voor de voorzieningen GOVCERT.NL en overheid.nl is een kwaliteitsindex ontwikkeld waarbij onder andere gebruik en klanttevredenheid jaarlijks worden gemeten. Het streven is voor deze voorziening een kwaliteitsniveau te realiseren van ten minste 7 op een schaal van 10.

In 2008 zijn nog geen aanvullende kwaliteitsindicatoren in gebruik genomen. Ook is nog niet begonnen met het evaluatieonderzoek Kwaliteitsmeting. In het kader van de voorgenomen inrichting van GBO.Overheid als baten-lastendienst zal namelijk een integraal kwaliteitsbeeld worden opgesteld.

Operationele doelstelling 7.4: Het instandhouden en optimaliseren van de reisdocumentketen en het stelsel van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) zoals neergelegd in de Paspoortwet en de wet GBA.

Doelbereiking

Het GBA-stelsel en de reisdocumentenketen zijn belangrijke maatschappelijke basisvoorzieningen. De GBA, waarin de persoonsgegevens van ingezetenen van Nederland worden vastgelegd, is nodig om het openbaar bestuur te kunnen laten functioneren. De gegevens worden beschikbaar gesteld aan gebruikers die deze nodig hebben voor het uitvoeren van hun wettelijke of maatschappelijke taak. De reisdocumentenketen biedt burgers de mogelijkheid te reizen en zich te identificeren door middel van het voorzien in paspoorten en identiteitskaarten. De verantwoordelijkheid voor het beheer ligt binnen BZK bij het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten.

GBA

Modernisering GBA

  Er is onderzoek verricht naar de herstart van het programma Modernisering GBA. De herijking van de Definitiestudie en Business Case zijn afgerond. Tevens is er een Programmaplan opgesteld. De samenhangende vernieuwing van de GBA-wet en het GBA-besluit is met de herstart van de modernisering ook doorgeschoven naar 2009.

Kwaliteit GBA

  De staatssecretaris van BZK heeft op 11 juni 2008 in een brief aan de Tweede Kamer een aantal maatregelen gepresenteerd om de kwaliteit van de GBA op het gewenste niveau te krijgen (TK, 2007–2008, 27 859, nr. 12). Eén van de maatregelen is invulling te geven aan een meer actieve rol van de minister als beheerder van de centrale voorziening om centrale verstrekking van gegevens mogelijk te maken. De wijze waarop deze rol als beheerder van het stelsel wordt ingevuld, heeft mogelijk consequenties voor de wijze waarop de audit wordt uitgevoerd.

Onderzoek aansluiting bevolkingsadministratie BES bij GBA-stelsel

  Het traject voor het komen tot keuzes voor de toekomstige inrichting van de bevolkingsadministraties op de eilanden bestaat uit drie onderdelen. Eind 2008 is de eerste stap gezet met het starten van een onderzoek naar de stand van zaken van de kwaliteit van de bevolkingsadministraties op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Reisdocumenten

Vingerafdrukken in reisdocumenten/Online Raadpleegbare Reisdocumentenadministratie (ORRA)

  Op 25 januari 2008 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Paspoortwet in verband met het herinrichten van de reisdocumentenadministratie. Het wetsvoorstel is op 20 januari 2009 door de Tweede Kamer aangenomen. Op 28 juni 2009 moet op grond van Europese regelgeving vingerafdrukken in de Nederlandse reisdocumenten worden opgenomen. In 2008 is de programmatuur en apparatuur verworven die de uitgevende instanties nodig hebben om de vingerafdrukken te kunnen opnemen en te verifiëren alsmede om de chip in de reisdocumenten uit te lezen.

Terugdringen vermiste en gestolen reisdocumenten

  Het beleid inzake het bestaande instrument van paspoortweigering bij het vermoeden van misbruik van reisdocumenten is aangescherpt. Het aantal personen dat vanwege vermoeden van misbruik gesignaleerd staat, is toegenomen. Er is in samenwerking met de gemeente Amsterdam en de politie Amsterdam-Amstelland een proef voorbereid die in 2009 wordt uitgevoerd. Enerzijds is deze proef is erop gericht om in gevallen waarin er geen vermoedens van misbruik zijn, de klantvriendelijkheid van de gemeente te verhogen, de administratieve lasten van de burger te verminderen en de lasten voor de politie te reduceren door burgers niet langer naar de politie te sturen. Anderzijds moeten, in gevallen waarin er wel vermoedens van misbruik zijn, betrokkenen adequater aangepakt worden door specialisten van de politie. In 2008 is een onderzoek gestart naar mogelijke verbeteringen in de informatie-uitwisseling tussen ketenpartners met het oog op het tegengaan van misbruik van reisdocumenten.

Instrumenten

2008Realisatie
Modernisering GBAJa
Aanpassen auditsysteemNee
Onderzoek bevolkingsadministratie BES aansluiten bij GBA-stelselJa
Wijziging van de Paspoortwetin verband met de vorming van een online raadpleegbare reisdocumentenadministratie (ORRA)Ja
Terugdringen vermiste en gestolen reisdocumentenJa

Toelichting instrumenten

• Het aanpassen van de auditsystematiek is nog niet gerealiseerd vanwege de relatie met de mogelijk toekomstige rol van de minister als beheerder van de centrale voorzieningen. Informatie over de kwaliteit van gegevens die daardoor gegenereerd kan worden hoeft immers niet meer bij elke gemeenten apart onderzocht en gecontroleerd te worden. De resultaten van het onderzoek naar die toekomstige rol zijn naar verwachting medio 2009 beschikbaar.

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 200420062007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
Percentage van gemeentendat in een keer slaagt voor GBA-audit33%65%65%65%71,3%
Bron: BZK/BPR     

Toelichting

De audits bij gemeenten worden eens in de drie jaar uitgevoerd. Gemeenten worden vooraf ingedeeld in een kwartaal in een van de drie jaren. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van de audit. De huidige derde cyclus loopt van 1 juli 2007 tot en met 1 juli 2010. De gemeenten sturen nadat ze de audit hebben laten uitvoeren hun rapportage op naar de minister. Het insturen van de rapportage mag tot 5 maanden na het daadwerkelijk plaatsvinden van de audit. Het exacte cijfer over 2008 is daarom op moment van het uitkomen van dit jaarverslag nog niet bekend.

In 2008 stonden er 144 gemeenten ingedeeld waarvan inmiddels 94 rapportages zijn ontvangen en verwerkt. Van deze 94 zijn er 67 in een keer geslaagd. Dat is 71,3%.

Het jaarverslag 2007 presenteerde een percentage van 100%. Van het eerste half jaar waren toen 4 rapportages ontvangen en deze gemeenten waren alle vier in een keer geslaagd. Inmiddels is bekend dat van de 68 gemeenten die in 2007 waren ingedeeld er 48 in een keer zijn geslaagd. Dit is 70,6%.

Overzicht afgeronde onderzoeken
SoortOnderwerpNr. AD of ODStartAfgerondVindplaats
Beleidsdoorlichting     
Effectenonderzoek expost     
Overig evaluatieonderzoekVoortgang reductie administratieve lasten(gemeenten)7.220082009 
 Monitor dienstverlening op basis van eenmalige gegevensverstreking   I.v.m. onderzoek naar kwaliteit dienstverlening binnen de keten heeft dit onderzoek op productenniveau geen doorgang gevonden
 e-overheidvoortgangsrapportage7.220082008http://www.e-overheid.nl/e-overheid-2.0/live/binaries/ e-overheid/architectuur/inhoud-najaarsrapportage-2008.pdf
 Overheid.nl monitor7.220082009http://www.overheidheeft antwoord.nl/actueel/nieuws,2008/november/Overheid-nl-Monitor-jaaronderzoek.html
 Kwaliteitsmeting beheerprogramma’s7.320082008Bron: Rapportage prestatiemetingwww.Overheid.nl 2008, januari 2009, Imtech ICT Public i.s.m. ADV Market Research

Arbeidszaken overheid (artikel 10)

Algemene beleidsdoelstelling

Ervoor zorgen dat de inzet van arbeid in de openbare sector bijdraagt aan meer respect en meer legitimiteit en betere prestaties van overheidsorganisaties.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

Een gericht arbeidsmarkt- en arbeidsvoorwaardenbeleid draagt bij aan een beter functionerende overheid. Mede naar aanleiding van het rapport van de commissie-Bakker1 is het afgelopen jaar de nadruk gelegd op het zoeken naar oplossingsrichtingen voor de op de middellange termijn voorziene arbeidsmarktknelpunten. De knelpunten als gevolg van de vergrijzing zullen zich overheidsbreed voordoen. Nu al moet worden nagedacht over oplossingen om ook op termijn een voldoende niveau van publieke dienstverlening te kunnen handhaven. In 2008 is een eerste aanzet gegeven om gezamenlijk met alle overheidssectoren te komen tot een scenario met concrete oplossingen. Een mogelijkheid is het meer gericht inzetten van de beschikbare arbeidsvoorwaardenmiddelen voor bijvoorbeeld differentiatie, salaris, loopbaanperspectief en/of flexibele werktijden.

De aantrekkelijkheid van het werken bij de overheid staat centraal bij het bestrijden van de interne bureaucratie door het verminderen van de administratieve lasten voor de professionals. Bovendien draagt dit bij aan een beter functionerende overheid.

Vanuit de veronderstelling dat een herkenbare overheid bijdraagt aan de legitimiteit van het overheidshandelen, was in 2008 het bevorderen van een divers samengesteld personeelsbestand een speerpunt van beleid. Ook acties die transparantie, lerend vermogen en integriteit van de overheid bevorderen dragen bij aan dit doel, zoals de rapportage over topinkomens in de publieke en semi-publieke sector, de rapportage vertrouwen in verantwoorden, de belangstelling voor benchmarken, klanttevredenheidsonderzoeken, kwaliteitshandvesten, de ontwikkeling van de code goed bestuur, de introductie van het landelijke model uniforme registratie integriteitsschendingen en het voortzetten van het anoniem kunnen melden van integriteitsschendingen bij Stichting M. (Meld Misdaad anoniem).

Het bevorderen van het met respect bejegenen van medewerkers die een publieke taak uitvoeren, staat centraal in het Programma Veilige Publieke Taak. Met dit programma wordt beoogd agressie en geweld tegen deze medewerkers aanmerkelijk te verminderen.

Externe factoren

De overheidssectoren hebben in 2008 de contractloonontwikkeling in de markt kunnen volgen. De loonontwikkeling als zodanig is geen belemmering geweest voor het werven van voldoende gekwalificeerd personeel.

De beeldvorming ten aanzien van het overheidspersoneel heeft zich verder positief ontwikkeld door de aandacht die van verschillende kanten, waaronder die van de politiek, wordt gevraagd en gegeven aan het ambtenaarschap als professie.

Uit het gebruik van door BZK ter beschikking gestelde instrumenten op het terrein van integriteit en bedrijfsvoering blijkt de bereidheid binnen de publieke sector om zich te verbeteren.

Het CBS1 constateert dat in 2006/’07 het aantal afgestudeerden aan de universiteit met 4% steeg ten opzichte van 2005/’06. Van de geslaagden is 54% vrouw en bijna 11% niet-westers allochtoon2. Het aantal hbo-geslaagden is fractioneel gestegen ten opzichte van 2005/’06. Van die geslaagden is 57% vrouw en 10% niet-westers allochtoon. Ten opzichte van 2005/’06 is het percentage geslaagde niet-westerse allochtonen op universitair en op hbo-niveau gestegen.

Veel bestaande financieringsmethoden leveren onvoldoende prikkels voor arbeidsproductiviteitsverbetering.

Er zijn geen duidelijke signalen bekend dat de personele afslanking in 2008 al tot knelpunten of een verminderde kwaliteit van dienstverlening heeft geleid.

Realisatie meetbare gegevens

Respect, legitimiteit en de prestaties van overheidsorganisaties zijn lastig te meten. Op het niveau van de algemene doelstelling zijn daarom geen meetbare gegevens beschikbaar. Op het niveau van de operationele doelstellingen worden wel meetbare gegevens geformuleerd, die goed weergeven wat de uitkomsten van de inspanningen van BZK zijn.

In de Trendnota Arbeidszaken Openbare Sector, die jaarlijks als bijlage bij de begroting verschijnt, wordt verslag gedaan van de ontwikkelingen met betrekking tot de arbeidszaken in de publieke sector.

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
10. Arbeidszaken overheidRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen82 12962 97866 295191 13367 16299 300– 3 2138
        
Uitgaven78 51862 20265 928115 42392 31699 300– 6 984
10.1 Apparaat11 33511 05911 92310 84511 37310 448925
10.5 Uitkeringsregelingen54 33540 28044 28795 40165 06777 203– 12 136
10.6 Randvoorwaarden sectoren/overheid12 84810 8639 7180000
10.7 Vergroten aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever0006 0507 1676 565602
10.8 Verbeteren kwaliteitdienstverlening0002 7778 7095 0843 625
10.9 Verbeteren kwaliteitbedrijfsvoering000350000
        
Ontvangsten1 8971 5392 0872 97613 05182012 231

Financiële toelichting

De lagere verplichtingenstand wordt veroorzaakt door de in 2007 aangegane meerjarige verplichting voor de tijdelijke compensatieregeling ziektekosten post-actieven.

Op artikel 10.5 is het verschil ontstaan omdat er ruim € 10 mln. minder gemoeid was met de compensatieregeling ziektekosten post-actieven.

Op de artikelonderdelen 10.7 en 10.8 zijn aan het oorspronkelijke begrotingsbedrag bedragen toegevoegd in het kader van gehonoreerde claims voor diversiteit en veilige publieke taak.

Operationele doelstelling 10.5: Uitvoeren van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de (voormalige) overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen en het uitvoeren van een tijdelijke maatregel i.v.m. het koopkrachtverlies als gevolg van het afbouwen of afkopen van de tegemoetkoming in de ziektekosten van gepensioneerden van 65 jaar en ouder.

Doelbereiking

De uit deze doelstelling voortvloeiende taken zijn juist en tijdig uitgevoerd. De verantwoordingsstukken van de Stichting Administratie Indische Pensioenen (SAIP) over 2007 zijn goedgekeurd door de minister van BZK en de minister van Financiën.

De compensatieregeling ziektekosten voor post-actieven is uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank.

Instrumenten

2008Realisatie
Inhoudelijke en beleidsmatige ondersteuning van SAIPJa
Beschikbaar stellen van voldoende middelenJa
Compensatiemaatregel ziektekosten post-actieve ambtenarenJa

Realisatie meetbare gegevens

Voor deze operationele doelstelling zijn geen meetbare gegevens beschikbaar. Het betreft hier alleen de uitvoering van een regeling op basis waarvan een bepaalde groep mensen aanspraak kan maken op een geldsom.

Operationele doelstelling 10.7: Voldoende aanbod van goed gekwalificeerd overheidspersoneel en een divers samengesteld overheidsapparaat door het (binnen de gestelde financiële grenzen) bevorderen van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever, de arbeidsproductiviteit en de arbeidsparticipatie.

Doelbereiking

In 2008 zijn met de Zelfstandige Publieke Werkgevers bestuurlijke afspraken gemaakt. Deze afspraken betreffen twee grote thema’s.

Het eerste thema is een maatschappelijk herkenbare, gerespecteerde en legitieme publieke sector. Een divers samengesteld personeelsbestand, integriteit en transparantie vergroten de maatschappelijke herkenbaarheid en de legitimiteit van de overheid, en daarmee ook het respect voor de overheid. Hierbij is ook het streven om veilig te werken voor een gerespecteerde overheid. Elementen die onderdeel uitmaken van het veilig werken zijn een duidelijke normstelling voor burgers in de richting van de werknemers met een publieke taak, het registreren van het aantal voorvallen van agressie en geweld en zorgen voor opvang na een voorval met agressie en geweld.

Het tweede thema betreft de arbeidsparticipatie en de arbeidsmarktpositie van de publieke sector.

Een activerende, flexibele en innovatieve overheid draagt bij aan het vergroten van de arbeidsparticipatie. Daarom is er mede op verzoek van de Tweede Kamer een onderzoek gestart, naar het eigenrisicodragerschap voor de werkloosheidslasten en de effecten van het ambtelijke ontslagrecht. Voor een goede arbeidsmarktpositie moet de overheid concurrerend en aantrekkelijk zijn. Voor de korte termijn zijn doelstellingen geformuleerd, waarin deze aspecten zijn meegenomen. Er is een werkgroep flexibilisering ingesteld om ervaringen uit te wisselen en de regie te voeren over de ontwikkeling van instrumenten om sectoren en organisaties te begeleiden. Ook wordt een studie uitgevoerd naar de loonontwikkeling in de marktsector, waarbij vooral aandacht zal worden besteed aan een mogelijk verschil in de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden voor hoger en lager opgeleid personeel.

Voor de langere termijn is er na het rapport van de commissie Bakker intensief overleg met de overheidssectoren voorbereid. Gestart is met het verkennen van de mogelijkheden om tot een gezamenlijke strategische agenda te komen op basis van scenarioanalyses.

Op 7 oktober 2008 heeft het kabinet met de sociale partners in de Stichting van de Arbeid een tripartiete verklaring uitgegeven (het najaarsakkoord 2008), onder meer over de thema’s arbeidsmarkt, arbeidsparticipatie en slimmer werken. De kabinetssectoren (Rijk, Politie, Defensie, Rechterlijke Macht en Primair Onderwijs) zijn hieraan gebonden door het akkoord van de Tweede Kamer hiermee.

Om de diversiteit te bevorderen is in 2008 een aantal activiteiten uitgevoerd of in gang gezet. In de eerste plaats is de visie van het kabinet ten aanzien van diversiteit actief uitgedragen en zijn de ontwikkelingen in de sectoren gemonitord: de uitkomsten van de monitoring zullen worden opgenomen in de Trendnota Arbeidszaken Overheid.

In juni 2008 zijn bestuurlijke afspraken over diversiteit gemaakt met de Zelfstandige Publieke Werkgevers (de kabinetssectoren zijn al gebonden aan het Beleidsprogramma). Eén van de afspraken is dat BZK sectoren zal ondersteunen bij het bevorderen van diversiteit, onder andere door het inschakelen van het Landelijke Netwerk Divmanagement; dit is het expertisecentrum voor diversiteit dat zorgt voor een praktische ondersteuning van organisaties bij het invoeren, ontwikkelen en managen van diversiteit. Daarnaast kunnen organisaties gebruik maken van het stappenplan Diversiteit, dat concrete handvatten biedt voor een te voeren diversiteitsbeleid.

Verder is in 2008 de diversiteitsindex ontwikkeld. Met dit internetinstrument kunnen overheidswerkgevers hun eigen situatie op het gebied van diversiteit spiegelen aan andere overheidswerkgevers. In 2008 zijn kenniskringen georganiseerd, waarbij medewerkers uit verschillende overheidsorganisaties en deskundigen op het terrein van diversiteit best practices hebben uitgewisseld.

Een verantwoorde loonontwikkeling draagt bij aan beheersing van de kosten en daarmee aan de mogelijkheden om binnen de financiële kaders te blijven. De driejarig gemiddelde afwijking van de loonontwikkeling bij de overheid ten opzichte van de markt bedraagt + 0,9%. In 2008 was sprake van een hogere gemiddelde contractloonmutatie in de overheidssectoren (3,6%) dan in de marktsector (3,0%).1 Dit past overigens binnen een marktconforme loonkostenontwikkeling, doordat in de marktsector een deel van de loonruimte is ingezet voor prestatiebeloning.

Ook het beperken van de arbeidsuitval draagt bij aan een beperking van de kosten. De neerwaartse trend in het percentage uitstroom naar inactiviteit (WW, WIA, (pre)pensioen) onder oudere werknemers heeft zich in 2008 doorgezet. Ook ten aanzien van de verhouding actieven/inactieven (voor de gehele populatie werknemers) is sprake van een gunstige ontwikkeling in 2008.

De ABP-premies maken een belangrijk onderdeel uit van de totale loonkosten voor overheidswerkgevers. De geringe premiestijging in 2008 ligt gemiddeld in lijn met de door het CPB verwachte pensioenpremie-ontwikkeling.

Ten behoeve van de instandhouding van een adequaat overlegstelsel wordt onder andere jaarlijks subsidie verleend aan de Stichting Centrum Arbeidsverhoudingen voor Overheidspersoneel en aan de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen. Ook in 2008 is deze bijdrage betaald.

Instrumenten

2008Realisatie
Verduidelijken van de bestuurlijke verhoudingen tussen de coördinerende minister en de verschillende sectoren door middel van bestuurlijke afsprakenJa
Sturen via de toedeling van de arbeidsvoorwaardenruimteJa
Formuleren van speerpunten ten behoeve van het CAO-overlegJa
Overreding via bestuurlijk overlegJa
Waarneming bij de CAO-overleggen in de sectorenJa
Bevorderen van afstemming tussen sectorenJa
In stand houden van een adequaat overlegstelselJa
Ontwikkelingen in de openbare sector inzichtelijk maken op sectoraal niveauJa

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 2007Waarde 2006Waarde 2007Streefwaarde 2008realisatie 2008
Percentage allochtonen in het personeelsbestand van de publieke sector5,6%*5,5%5,6%6,2**
Percentage vrouwen in de instroom in topfuncties in de publieke sector***31%31%31%31%**
Percentage vrouwen in de nieuwe instroom voor de overige functies in de publieke sector***58%57%58%50%**

Bron: ABP, GBA, Personeels en mobiliteitsonderzoek (POMO)

* Dit cijfer is bijgesteld. Het oorspronkelijke cijfer (5,7%) was gebaseerd op onderzoek door het CBS; omdat het CBS deze gegevens vanaf 2008 niet meer kan leveren, wordt gebruik gemaakt van gegevens van het ABP en van GBA. Om vergelijking mogelijk te maken is daarom het cijfer van de peildatum opnieuw bepaald op grond van gegevens van het ABP en het GBA.

** De cijfers over 2008 zijn pas medio 2009 beschikbaar en kunnen daardoor niet opgenomen worden in het jaarverslag 2008. Ze worden wel opgenomen in de Trendnota Arbeidszaken Overheid 2010, die in september 2009 verschijnt.

*** Door een technische fout zijn in het jaarverslag 2007 niet de juiste cijfers voor de instroom van vrouwen in topfuncties en in overige functies opgenomen. De cijfers zijn opnieuw berekend. De verschillen zijn niet bijzonder groot en geven een positiever resultaat; zo is de instroom van vrouwen in topfuncties voor 2006 geen 28% maar 31% en is de nieuwe instroom van vrouwen in overige functies in 2006 geen 56% maar 57%.

Toelichting

Gegeven de huidige verschillen in bezetting in sectoren en het aanbod waarover een sector kan beschikken, kunnen ten aanzien van de drie indicatoren per sector afwijkende afspraken worden gemaakt. In sommige beroepsgroepen bestaat bijvoorbeeld meer dan de helft van medewerkers uit vrouwen, maar daarbij is ook vaak de populatie (het aanbod) overwegend vrouw.

KengetalBasiswaarde 2005Waarde 2006Waarde 2007Waarde 2008
Percentage uitstroom naar inactiviteit in groep 50+ werknemers9,6%4,4%3,8%**
Driejarig gemiddelde afwijking loonontwikkeling overheid ten opzichte van de markt in procenten– 0,3%– 0,4%0,4%0,9%
Verhouding actieven/inactieven indexcijfer ontwikkeling verhouding inactieven (arbeidsongeschikt, ziek, werkloos)10910094**

Bron: ABP , CPB, GBA, UWV

Toelichting

** Het percentage uitstromende 50+ werknemers en het indexcijfer actieven/inactieven voor 2008 zijn pas medio 2009 beschikbaar en kunnen daardoor niet opgenomen worden in het jaarverslag 2008. Ze worden wel opgenomen in de Trendnota Arbeidszaken Overheid 2010, die in september 2009 verschijnt als bijlage bij de begroting.

De uitstroom naar inactiviteit ligt in 2007 lager dan het streefcijfer voor 2007 (6%). Voor 2007 is sprake van een neerwaartse vertekening, doordat in 2004 en 2005 extra voortijdige uitstroom heeft plaatsgevonden door de taakstelling van het vorige kabinet en vooruitlopend op de versobering van de pensioenregeling per 1 januari 2006

Operationele doelstelling 10.8: Het bevorderen van klantoriëntatie, integriteit en transparantie/rekenschap en kostenbewustzijn van overheidsorganisaties en het bevorderen van een meer respectvolle behandeling van overheidsdienaren.

Doelbereiking

Klant en medewerker tevredenheid

Voor het meten van klanttevredenheid en medewerkertevredenheid heeft BZK in 2008 de Internetspiegel beschikbaar gesteld. Verder is in samenwerking met de Inspectieraad bij de inspecties Onderwijs en Gezondheidszorg een klanttevredenheidsonderzoek (KTO) uitgevoerd. Op basis van de opgeleverde rapportages is besloten om voor alle Inspecties een KTO uit te voeren. Met de Benchmark Publiekszaken is het verband onderzocht en geanalyseerd tussen klanttevredenheid en medewerkertevredenheid. In het derde kwartaal van 2008 zijn de rapportages aan de 42 deelnemende gemeenten opgeleverd.

Verder heeft BZK een meerjarige samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Erasmus Universiteit Rotterdam, faculteit Sociale Wetenschappen, betreffende onderzoek naar de relatie tussen HRM & publieke prestaties.

Tussen Rijk, gemeenten en provincies is afgesproken dat er naar gestreefd wordt dat alle overheidsorganisaties met contacten met burgers en bedrijven gaan werken met klantgerichte servicenormen. Er is niet gekozen voor een wettelijke verplichting, maar voor het informeren, stimuleren en enthousiasmeren van publieke organisaties. Er is intensief samengewerkt met de andere overheden, met de Handvestgroep Publieke Verantwoorden en met de Nationale Consumenten en Patiënten Federatie, die in servicenormen een middel ziet om de kwaliteit van ziekenhuizen zichtbaar te maken.

In 2008 heeft BZK over dit onderwerp een succesvolle nationale conferentie georganiseerd (900 deelnemers). Ook is er een prijs uitgereikt voor het beste handvest van 2008 en zijn er seminars, workshops en intervisiebijeenkomsten georganiseerd. Ten slotte heeft BZK in 2008 veel individuele publieke organisaties ondersteund door middel van een website en verspreiding van brochures.

Inmiddels hebben 120 publieke organisaties een kwaliteitshandvest aangemeld op de site www.burgerlink.nl/kwaliteitshandvesten.

Integriteit

In november 2008 is het landelijk model «Registratie integriteitschendingen openbaar bestuur en politie» gepresenteerd. Het model – gebaseerd op een goed verlopen en in 2008 afgesloten pilot – is opgesteld in samenwerking met gemeenten, provincies, waterschappen en de politie. Het gebruik ervan maakt eenduidige rapportages mogelijk en zal binnen de sectoren worden gestimuleerd.

Uit een onafhankelijke evaluatie bleken de huidige klokkenluiderregelingen onvoldoende te zijn. Daarom is een actieplan geformuleerd dat ertoe moet leiden dat het mogelijk is om veilig, vertrouwd en eenvoudig meldingen te kunnen doen. In 2008 is in de sectoren Rijk en Politie de verruiming van de toegankelijkheid en de concretisering van de bescherming van de melder in de regelingen in gang gezet.

De pilot bij Stichting M. (Meld Misdaad Anoniem) voor het anoniem kunnen melden van integriteitschendingen, is in 2008 succesvol afgerond. Op grond van de evaluatie is besloten dat het meldpunt voor langere termijn bij M. wordt ondergebracht.

Code goed openbaar bestuur

Door een werkgroep van bestuurders en leidinggevenden uit het openbaar bestuur is een concept-code voor goed openbaar bestuur opgesteld. De code is bedoeld voor besturen van organisaties bij Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen, maar is ook bruikbaar voor bijvoorbeeld politie en brandweer. Oriëntatie op de burger, integriteit en transparantie zijn belangrijke elementen. Om te zorgen voor voldoende draagvlak voor de code en het advies, is eind 2008 een breed consultatietraject uitgevoerd.

Topinkomens

De rapportage in het kader van de wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (WOPT) is eind december 2008 naar de Tweede Kamer gezonden (TK, 2008–2009, 30 111, nr. 48). Het betreft hier de verantwoording over het jaar 2007 van organisaties die onder de werking van deze wet vallen. Bij 525 van de in totaal 2 636 aangeschreven organisaties waren functionarissen in dienst van wie de totale beloning in 2007 uitsteeg boven het normbedrag van € 169 000; het ging om 2 183 functionarissen. 4% daarvan betrof meldingen door overheidsorganisaties (Rijk, provincie, gemeente). De totale respons bedroeg 97%.

Administratieve lasten professionals

Het project ter vermindering van administratieve lasten voor professionals is in de loop van 2008 samengevoegd met het project tot vermindering van administratieve lasten voor burgers en medeoverheden. In 2011 moet sprake zijn van een merkbare afname, zodat de uitvoerende overheidsprofessionals hun aandacht meer op de dienstverlening aan burgers en samenleving kunnen richten.

In overleg met de Tweede Kamer is gefocust op functies in de domeinen veiligheid, zorg, onderwijs en sociale zekerheid. Met vertegenwoordigers van de uitvoerende beroepsbeoefenaren zijn de vijf punten bepaald die dringend moeten worden verbeterd (regeldruk, hoeveelheid en ingewikkeldheid van formulieren; de wildgroei aan rapportage- en controleverplichtingen). De beschrijving van de domeinen en de functies met administratieve lasten is in 2008 afgerond. In 2008 is gestart met het opstellen van een nulmeting per profiel. In overleg met de doelgroepen worden verbeteringen aangebracht.

Ervaringen met administratieve overbelasting en suggesties ter verbetering kunnen via de websitewww.mijnechtewerk.nl. worden gemeld. Dit heeft geleid tot een aantal verbeterinitiatieven.

Veilige publieke taak

In 2008 is de landelijke norm voor agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak gerealiseerd. Deze landelijke norm over wat onder acceptabel gedrag wordt verstaan is door alle ministers en ruim 40 verschillende koepels van werkgever- en werknemersorganisaties ondertekend. De normstelling en bijbehorend beeldmerk («handen af van onze helpers») vormt de basis voor de eind 2008 gestarte landelijke communicatiecampagne om burgers, werkgevers en werknemers te informeren over agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak.

De aanpak van daders heeft in 2008 een stevige impuls gekregen door in te zetten op het vergroten van de pakkans en op lik-op-stukbeleid. Zo is een start gemaakt met een pilot met camera’s op ambulances en een pilot met technische middelen bij de politie in de noodhulp. Daarnaast zijn er concrete afspraken gemaakt met vervoersbedrijven over het melden en aangifte doen van agressie en geweld. De afronding van twee onderzoeken naar het overheidsoptreden van politie en openbaar ministerie inzake agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak, vormt een opmaat voor eenduidige landelijke afspraken met politie en openbaar ministerie.

Het vereenvoudigen van verhaal en incasso moet een directe lik-op-stukreactie naar daders mogelijk maken. Om werkgevers te ondersteunen bij het verhalen van schade op de dader, is een verkenning uitgevoerd naar de oprichting van een kennis- en expertisecentrum schadeverhaal en naar mogelijkheden om dit proces te vereenvoudigen. Tot slot faciliteert en ondersteunt het programma werkgevers met een publieke taak door het aanbieden van instrumenten, zo is onder andere een sjabloon voor een arbocatalogus agressie en geweld gereed en is een stimuleringsregeling voor werkgevers opgezet en uitgevoerd.

Instrumenten

2008Realisatie
Beschikbar stellen van diverse laagdrempelige analyse-instrumentenJa
Beschikbaar stellen van voorbeeldenJa
Kennis- en informatieoverdrachtJa
Vaststellen van feitelijke situatieJa
Concrete voorstellen formulerenJa
Promoten/beschikbaar stellen van de betreffende voorstellenJa
Tot stand brengen van beroepscodes voor werknemers in de openbare sectorJa
Uitvoering van het programma Veilige publieke dienstJa

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 200620062007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
Het percentage organisaties in de openbare sector (cf WOPT) dat melding maakt over topinkomens5092949297
Bron:www.minbzk.nl/topinkomens
Toename in procentpunten van het aantal organisaties in de openbare sector dat benchmarkt52225
Bron: Interne inventarisatie
Toename in procentpunten van het aantal organisaties in de openbare sector dat haar medewer- kerstevredenheid meet255555
Bron:www.Internetspiegel.nl
Toename in procentpunten van het aantal organisaties in de openbare sector dat haar klanttevredenheid meet202333
Toename in procentpunten van het aantal organisaties in de openbare sector dat kwaliteitshand- vesten gebruikt15551
Bron:www.kwaliteitshandvesten.nl
Toename in procentpunten van het aantal organisaties in de openbare sector dat integriteitschendingen registreert10101020 
Het percentage organisaties in de openbare sector dat integriteitschendingen registreert. 5463pm 
Bron: Inventarisatie Integriteitsbeleid openbaar bestuur en Politie(TK 28 844, nr.13)

Toelichting

Het aantal organisaties in de publieke sector dat in 2008 betrokken is geweest bij benchmarking, kan op basis van de thans beschikbare gegevens niet worden vastgesteld. Redenen hiervoor zijn dat, hoewel bekend is hoeveel benchmarks er zijn uitgevoerd in 2008 in de openbare sector, er geen volledig beeld is van welke organisaties hieraan hebben deelgenomen en organisaties deelgenomen kunnen hebben aan meerdere benchmarks, waardoor er dubbellingen in de telling ontstaan. Op grond van deze onduidelijkheden komt deze indicator niet terug in de begroting 2009.

De toename in 2008 van het aantal organisaties dat haar medewerkerstevredenheid meet betreft alleen de medewerkerstevredenheidsonderzoeken die via de InternetSpiegel zijn gehouden. Bekend is dat er voor het meten van de tevredenheid van medewerkers ook andere instrumenten worden gebruikt, precieze cijfers daarvan zijn niet bekend.

Dit betreft een schatting. Via de internetspiegel zijn vorig jaar twee pilots gehouden. Een aantal overheidsorganisaties voert wel dit klanttevredenheidsonderzoeken uit, maar maakt daarvoor geen gebruik van de InternetSpiegel. De schatting is gebaseerd op contacten met overheidsorganisaties. Omdat het niet mogelijk is voor dit onderwerp sluitende cijfers te leveren, is deze indicator niet meer opgenomen in de begroting voor 2009.

Het aantal organisaties dat kwaliteitshandvesten gebruikt blijft achter bij de streefwaarde. Dit komt voornamelijk omdat onder de totaaltelling ook de sectoren Onderwijs en Zorg vallen, die qua aantallen erg groot zijn, maar waar het hanteren van servicenormen moeizaam van de grond komt. Oorzaak is onder andere dat bij veel organisaties eerst de bedrijfsvoering verbeterd moet worden om betekenisvolle servicenormen te kunnen hanteren.

Door een misverstand is in de begroting 2008 ten onrechte een toename in procentpunten opgenomen als streefcijfer van het aantal organisaties dat integriteitsschendingen registreert, terwijl feitelijk de lijn van de begroting 2007 had moeten worden voortgezet, waarbij het ging om het percentage van het aantal organisaties. In de begroting voor 2009 is dit weer rechtgezet. Het realisatiecijfer van dit percentage over 2008 is nog niet bekend. Een inventarisatie bij organisaties in de openbare sector is in voorbereiding.

Overzicht afgeronde onderzoeken
SoortOnderwerp/ onderzoekAD of ODStartAfgerondVindplaats
Beleidsdoorlichting     
Effectenonderzoek expost     
Overig evaluatieonderzoekSectorenmodel10.7Augustus 20072009 
 Wijziging van de ambtenarenwet (integriteit)10.820072008TK 28 844, nr. 13
 Subsidie CAOP10.720082008In bezit van de beleidsafdeling

Toelichting

Het evaluatieonderzoek sectorenmodel zou in december 2008 afgerond worden. Dit is vertraagd. Beoogd wordt nu eerste helft van 2009.

Kwaliteit Rijksdienst (artikel 11)

Algemene beleidsdoelstelling

Het bevorderen van de kwaliteit van het personeel, het management en de organisatie van het Rijk en de informatievoorziening binnen het Rijk.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De algemene doelstelling is gericht op het functioneren van de totale rijksoverheid. Een goed functionerende overheid, die integer, effectief en kostenbewust is, vergroot de legitimiteit van het overheidshandelen.

In 2008 zijn de volgende mijlpalen bereikt:

• Het Directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering (DGOBR) is opgericht. De opdracht van DGOBR is het verder professionaliseren van de bedrijfsvoering van het Rijk.

• Een rijksbreed stelsel voor de bedrijfsvoering is ingericht met de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR) als voorportaal voor de Raad voor Bestuur. Hierdoor is een meer strategische sturing vanuit de politieke en ambtelijke top op de rijksbrede bedrijfsvoering geborgd.

• De wervingskanalen met betrekking tot het rijksbreed aantrekken van een diversiteit aan medewerkers zijn aangepast of uitgebreid.

• Rijksbreed zijn afspraken gemaakt over de positionering en kwaliteitsverbetering van informatiemanagement en het rapportagemodel voor grote ICT-projecten.

• De nulmeting externe inhuur 2007 en een nadere analyse van de uitgaven externe inhuur in 2007 zijn aangeboden aan de Tweede Kamer.

• De ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie werken op facilitair gebied samen onder de naam FASAM (facilitaire samenwerking).

Externe factoren

Van invloed op het behalen van de doelstellingen was:

• draagvlak bij het management en bij de medewerkers van de rijksoverheid;

• specifieke steun en instemming van de centrales van overheidspersoneel voor het personeelsbeleid;

• positie van het Rijk op de arbeidsmarkt, waar schaarste aan talent ontstaat;

• ontwikkelingen in de taken van de rijksoverheid;

• technologische ontwikkelingen.

Realisatie meetbare gegevens

De kwaliteit van het personeel, het management, de organisatie en informatievoorziening van het Rijk betreft in sterke mate het functioneren van het Rijk. Kwaliteit is een breed begrip dat nader uitgewerkt wordt in de operationele doelstellingen. Daar zijn diverse gegevens opgenomen die iets zeggen over concrete prestaties op dit terrein.

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
11. Kwaliteit rijksdienstRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen74 030113 438124 452144 773100 15448 80251 352
nieuw verleende garanties    0  
        
Uitgaven69 617102 796122 209121 03078 63548 80229 833
11.1 Apparaat11 97314 07513 50311 93310 79110 170621
11.2 Professioneel topmanagement3 0223 52611 07514 26315 45515 130325
11.5 Garantieregelingen0000000
11.6 Goed functionerend personeel43 25647 37876 25119 79115 46013 4602000
11.7 Goed functionerende organisatie3324212 53558 78713 1143 06810 046
11.8 Goed functionerende informatie-voorziening en HRM-functie11 03437 39618 8450000
11.9 KwaliteitinformatievoorzieningRijk0007 90722 6426 63516 007
11.10 Bevorderen kwaliteitHRM-functie0008 349278339– 61
11.11 Inkoop, facilitaire zaken en huisvestingsbeleid Rijk00008950895
        
Ontvangsten3 3891 64719 15168 5229 1093678 742

Financiële toelichting

11.06 Het verschil in de realisatie wordt ten eerste veroorzaakt doordat er een ramingbijstelling heeft plaatsgevonden op de arbeidscommunicatie. Hierdoor wordt een bedrag van € 2,6 mln. in mindering gebracht. Ten tweede is een bedrag toegevoegd vanuit de eindejaarsmarge voor budgetten CAO Rijk omdat middelen hiervoor in 2007 eerder niet volledig tot besteding waren gekomen. Deze middelen zijn in 2008 alsnog hiervoor ingezet.

11.07 De mutaties betreffen de inzet van rijksbrede middelen voor Sociaal Flankerend Beleid aan de Mobiliteitsorganisatie in het kader van het programma Vernieuwing Rijksdienst. Tevens worden vanuit ditzelfde programma middelen toegekend ten behoeve van het investeringsproject E-Inspectie en Inspectie Benchmark.

11.09 Bij Najaarsnota zijn vanuit het programma Vernieuwing Rijksdienst middelen toegekend ten behoeve van de investeringsprojecten: Digitale Werkomgeving Rijk, vorming directie Informatiseringbeleid Rijk en projectinrichting Gateway.

De hogere ontvangsten hangen samen met de hierboven vermelde hogere uitgaven.

In 2008 zijn er meer verplichtingen aangegaan dan oorspronkelijk geraamd. Dit komt doordat er onder andere voor Rijksweb, Kennisprogramma Digitale Informatievoorziening, subsidie A&O Fonds en E-inspecties verplichtingen zijn aangegaan die in latere jaren tot betaling komen.

Operationele doelstelling 11.2 Het bevorderen van de kwaliteit van het management van het Rijk.

Doelbereiking

De ambtelijke leiding heeft een toonaangevende rol bij het bevorderen van de kwaliteit van het Rijk. Daarom wordt onder de noemer «management development» (MD) structureel geïnvesteerd in de werving, selectie en ontwikkeling van leidinggevenden op strategische posities van het Rijk (de Algemene Bestuursdienst), in de «leerlijnen» van talenten die in de toekomst de leiding overnemen en in de kwaliteit van het politiek-ambtelijk samenspel.

• De rijksbrede aandacht voor management development staat in dienst van de ontwikkeling van het Rijk als geheel en van de afzonderlijke organisatieonderdelen – de dertien departementen en departementsoverstijgende programma’s en projecten. Uitgangspunt voor strategische posities van het Rijk is de ABD-schouw: een jaarlijkse inventarisatie van de behoefte en het potentieel aan leidinggevenden. In het voorjaar van 2008 voerden de leiding van ieder departement en Bureau ABD deze ABD-schouw uit. De resultaten zijn tijdens het jaar leidend geweest bij de adviserende rol van Bureau ABD bij werving, selectie en ontwikkeling. In 2008 waren er in totaal 146 benoemingen in de Algemene Bestuursdienst. Het betrof 91 managers die al een ABD-functie bekleedden, 34 managers die zijn doorgegroeid naar een ABD-functie en 21 managers van buiten de overheid. De verhouding tussen de mobiliteit binnen de ABD, groei van talent vanuit het Rijk naar de ABD en instroom van buiten het Rijk is (omgerekend 62:23:14). Hiermee is de norm van (60:30:10) grotendeels gehaald.

• In de ABD wordt gestreefd naar een groter aandeel vrouwen. In 2008 is veel extra aandacht gegeven aan de instroom en doorstroom van vrouwelijke leidinggevenden. Het aandeel vrouwen in de Topmanagementgroep steeg naar 25%. Het aandeel vrouwen in de ABD (inclusief TMG) steeg naar 20,2%. In de nieuwe jaargang van het ABD-kandidatenprogramma – een ontwikkelprogramma voor topmanagers van morgen – is het aandeel vrouwen 43%. Over de afgelopen vijf jaar is het aandeel vrouwen in het Kandidatenprogramma 48%. Dat biedt een waarborg voor doorstroom van getalenteerde vrouwelijke managers naar ABD-functies. Met het voortzetten van de stijgende lijn van de afgelopen jaren komt de doelstelling van 25% in de ABD in 2011 in zicht.

• Ook een grotere culturele verscheidenheid op ambtelijk leidinggevend niveau is speerpunt in management development. Het aantal allochtonen in de ABD is tot op heden zeer beperkt. In 2008 is bij Bureau ABD een coördinator aangesteld om alle wegen te verkennen en middelen te ontwikkelen/in te zetten om aantal allochtonen te vergroten.

• Sinds april 2006 zijn de ruim zestig leden van de topmanagementgroep (TMG) in dienst bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze groep bestaat uit de secretarissen-generaal, directeuren-generaal, inspecteurs-generaal en enkele daarmee gelijkgestelde functies. Bureau ABD is verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkgeverstaken voor de TMG.

• De brede aandacht voor inhoudelijke deskundigheid heeft een impuls gegeven aan vernieuwende initiatieven om topambtenaren tot op hogere leeftijd te behouden voor het Rijk. In het programma «Verzilvering» worden ervaren managers bemiddeld voor bijzondere opdrachten waarin hun persoonlijk meesterschap op maat wordt ingezet. In 2008 maakte de leiding van de departementen centraal middelen vrij voor dit programma.

• De departementale MD-eenheden en Bureau ABD werken in het programma «Managementleerlijnen» samen om rijksbreed de samenwerking in de talentontwikkeling «van starter tot meester» te verbeteren. In dit programma wordt gewerkt aan de uitwisseling van talenten op alle niveaus en aan het breder benutten van sterke elementen uit bestaande departementale ontwikkelprogramma’s. In 2008 heeft de leiding van de departementen besloten een rijksbreed essentieprogramma uit te werken en een inwerkprogramma voor nieuwe directeuren. Ook is er een inventarisatie gemaakt van management ontwikkelingsprogramma’s van de departementen.

• De tendens van toenemende flexibilisering in leidinggevende opdrachten zet door in het management bij het Rijk. In 2008 werden voor 82 opdrachten op interim-basis managers via ABD-Interim ingezet. Sinds de start van ABD-Interim in 2005 zijn 250 opdrachten met succes bemiddeld.

• In 2008 is de uitwisseling tussen de ABD en de ZBO’s van de handvestgroep, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere verbeterd, met loopbaangesprekken, vacatureuitwisseling, interimplaatsingen en mobiliteit. Ook is een structuur opgezet om uitwisselingen met het bedrijfsleven te organiseren.

• Bureau ABD coördineert en bevordert de plaatsing van Nederlanders op (top)posities in de Europese instellingen. Structureel en persoonsgericht wordt aandacht gegeven aan de instroom van zowel laureaten als stagiairs bij de EU.

• Het politiek-ambtelijk samenspel rondom het management-development is in 2008 verbeterd door onder andere structureel overleg tussen MP, vice-MP’s, de minister van BZK en de DG voor de ABD. Ook investeerde Bureau in het samenspel in de ABD met een aantal bijeenkomsten en diverse publicaties.

Instrumenten

2008Realisatie
Adviseren bij werving, selectie en ontwikkeling van managers op strategische positiesJa
Uitvoeren van diversiteitsbeleidJa
Uitvoeren van de rol van werkgever voor de topmanagementgroepJa
Verbinden van departementale MD-programma’sJa
Intensiveren van de samenwerking met o.a. de vier grote gemeenten en de ZBO’s van de handvestgroepJa
Coordineren en bevorderen van de plaatsing van Nederlanders op (top)posities in de Europese InstellingenJa
Bevorderen van politiek-ambtelijk samenspel, door bijeenkomsten en publicatiesJa

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 200220062007 Streefwaarde 2008Realisatiewaarde 2008
Percentage vrouwen in de ABD1216,718,2>2020,2

Bron: ABD

KengetalBasiswaarde 200620072008
Ratio voor doorstroom, instroom van onderen en instroom van buiten6-3-16-3-16,2–2,3–1,4

Bron: ABD

Operationele doelstelling 11.5: De uitvoering van de Garantieregelingen.

In 1974 is door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken de mogelijkheid geschapen om een hypotheekgarantie te verlenen. Voor het burgerlijk rijkspersoneel is deze met ingang van 8 december 1990 ingetrokken, zodat deze regeling in principe geen uitvoeringskosten meer met zich meebrengt. Wel is sprake van een theoretisch risico op de reeds toegekende garanties. Daarom wordt de voortgang van de aflossingen van de hypotheken en het uitstaan nog gevolgd. Aangenomen wordt dat indien niet aan een aflossingsverplichting wordt voldaan, de opbrengst van gedwongen verkoop voldoende is om de resterende schuld te voldoen. Daarom wordt bijna € 0,5 mln. als totaal theoretisch risico beschouwd per 1–1–2009

In 2008 is het aantal Hypotheekgaranties verminderd van 21 naar 19. Het theoretische risico is mede hierdoor verlaagd van € 0,697 mln. naar € 0,478 mln.

Operationele doelstelling 11.6: Het bevorderen van de kwaliteit van het personeel van het Rijk.

Doelbereiking

Het bevorderen van de kwaliteit van het personeel van het Rijk is een permanente opdracht van het kabinet, ook voor de langere termijn. Deze doelen kunnen uitsluitend bereikt worden met flexibele en duurzaam inzetbare rijksambtenaren. Door de kracht van diversiteit kan een ieder zijn toegevoegde waarde leveren. De rijksdienst kan zo ook een aantrekkelijke werkgever zijn waar het plezierig en interessant is om te werken.

Belangrijke mijlpalen in 2008 zijn:

• Ten behoeve van het rijksbreed aantrekken van een diversiteit aan medewerkers zijn wervingskanalen aangepast of uitgebreid. Dit is terug te zien in de samenstelling van het Rijkstraineeprogramma. Het percentage van allochtone trainees is in 2008 toegenomen tot 16% en het percentage vrouwen tot 57% .

• Om een impuls te geven aan de betrokkenheid van het (midden)management bij diversiteit is het Ambassadeursnetwerk Diversiteit Rijk in het leven geroepen. Dertien (top)managers uit de rijksdienst voeren gedurende een jaar concrete acties uit die bijdragen aan meer diversiteit in het personeelsbestand. Zij werken hierbij samen met een multiculturele duopartner.

• Het Groeiboek Diversiteit Rijk biedt managers en adviseurs handreikingen bij het werken aan meer diversiteit. Het eerste deel is verschenen in november 2008.

• In november 2008 vond de conferentie «Diversiteit? Gewoon doen!» plaats, die het ministerie van BZK samen met het Multicultureel Netwerk Rijksambtenaren heeft georganiseerd. Ook deze conferentie bood handreikingen voor het in de praktijk werken aan diversiteit.

• Als het gaat om strategieën en instrumenten gericht op de doorstroming van medewerkers naar hogere niveaus staat de aanpassing gericht op meer diversiteit nog aan het begin. Wel zijn in het kader van de P-schouwen managers op de departementen opgeroepen expliciet aandacht te besteden aan het mogelijke doorstroompotentieel van medewerkers met een allochtone achtergrond.

• Het ministerie van BZK stimuleert en faciliteert de uitwisseling en kennisdeling tussen de departementen door middel van een interdepartementaal netwerk en het Kennisweb Diversiteit op Rijksweb. Ook monitort het de uitvoering van het diversiteitsbeleid bij de rijksonderdelen.

• In 2008 is het StageServicePunt Rijk operationeel geworden dat zich richt op werving van stagiairs en daarbij veel aandacht heeft voor de diversiteitsdoelstellingen.

Instrumenten

2008Realisatie
Personele gevolgen programma Vernieuwing Rijksdienst 
De afspraken in de 4-jarige CAO bieden een goede basis medewerkers van werk naar werk te begeleidenJa
Het Rijksbreed Mobiliteitsnetwerk ondersteunt de mobiliteit van medewerkersJa
Het in 2007 gestarte plan eenduidig werkgeverschap ten behoeve van flexibele en ontkokerde beleidsstaven wordt gecontinueerdJa
Met de bonden worden afspraken gemaakt over het versoepelen van het reorganisatieproces, waarbij het concept vat en zeker wordt vervangen door het concept flexibel en veiligJa
Diversiteit 
Rijksbrede benchmarking van prestaties op het terrein van doorstroom van vrouwen en allochtonen met het oog op het uitwisselen van best practisesJa
Zorgen voor goede registratie en monitoringJa
Het aanpassen van reguliere personeelsinstrumenten op specifieke doelgroepenJa
Ondersteunen van het kennisnetwerk Diversiteit, inclusief opzetten websiteJa
Investeren in de bewustwordeing van het management via communicatie en agenderingJa
Maatschappelijk Verantwoord Werkgeverschap 
Afspraken maken over stage- en werkervaringsplaatsen voor kansarme doelgroepenJa
Stages 
Afspraken maken over reguliere stageplaatsen voor MBO-ers, HBO-ers en WO-ersJa
Integriteit en Arbeidsomstandigheden 
Implementatie van de in interdepartementaal verband ontwikkelde visie in het kader van het met de Centrales van Overheidspersoneel gesloten arboplus-convenantJa

Realisatie meetbare gegevens

Indicatoren20062007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
1a. Percentage allochtone medewerkers totaal9,5%10,0%11,1%8,2%
1b. Percentage allochtonen schaal 9 en hoger6%6,2%7% 
Ziekteverzuim (incl.> 1 jaar) – % medewerkers dat ziek is geweest5,5%5,6%5%5,7%
Percentage medewerkers dat een functioneringsgesprek heeft gehad68%71,3%72%75,7
Werkgeverstevredenheidsonderzoek – % medewerkers die tevreden zijn met hun baan69,3% 69,3%72%
Werkgeverstevredenheidsonderzoek – % medewerkers die tevreden zijn met hun werkgever49% 49%57%
6. % vrouwen in hogere functies (schaal 11–14)31,1%31,7%35%32,2%
7. % vrouwen in hogere functies (schaal 15 en hoger)18,3%19,7%22%20,3%
Stages: totaal aantal 1000  1 0003 068
Waarvan allochtone mannen 25%  250 
Waarvan allochtone vrouwen 25%  250 
Waarvan autochtone mannen 25%  250 
Waarvan autochtone vrouwen 25%  250 
Bron: sociaal jaarverslag    

Toelichting

De definitie voor het diversiteitbeleid is aangepast en komt nu overeen met de definitie die ook door het CBS wordt gehanteerd. De nieuwe definitie maakt vergelijking met andere sectoren mogelijk. De vrijwilligheid van de oude registratiemethode leidde in toenemende mate tot non-respons. Dat betekent dat de betrouwbaarheid van de cijfers in de loop der jaren ernstig is afgenomen.

Operationele doelstelling 11.7: Het bevorderen van de kwaliteit van de organisatie van het Rijk.

Doelbereiking

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt voortdurend aan de bevordering van de kwaliteit van de organisatie van het Rijk. Ook in 2008 zijn belangrijke stappen gezet om de inrichting van de rijksoverheid aan te passen aan de eisen van de tijd. Het Directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk houdt zich bezig met kaderstelling op het terrein van de organisatie. Het Directoraat richt zich niet alleen op de organisatie en inhoudelijke vormgeving van de bedrijfsvoering maar ook op de andere functies van het rijk, die in de Nota Vernieuwing Rijksdienst zijn onderscheiden, zoals kennis en advies, uitvoering en toezicht. Deze taak wordt in samenwerking met en deels onder verantwoordelijkheid van het programma Vernieuwing Rijksdienst opgepakt.

De belangrijkste mijlpalen zijn:

• Over de prioriteiten die bij de taakopdracht van het directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijksdienst is de Tweede Kamer geïnformeerd in de Tweede Voortgangsrapportage Vernieuwing Rijksdienst (TK 2008–2009, 31 490, nr. 6).

• Over de vernieuwing van het toezicht en de stand van zaken op het terrein van kennis en advies en uitvoering is in deze Voortgangsrapportage verslag uitgebracht.

• Het programma Eenduidig Toezicht is begin 2008 overgegaan in het programma Vernieuwing Toezicht (VT), dat een bredere opdracht kreeg en onderdeel werd van het programma Vernieuwing Rijksdienst. (TK 2007–2008, 31 201, nr. 25).

• Er zijn beknopte gegevens verstrekt over het programma Vernieuwing Toezicht. Deze gegevens zijn verzonden aan de Tweede Kamer, als onderdeel van de voortgangsrapportage programma Regeldruk Bedrijven (TK 2008–2009, 29 515, nr. 269) en de eerder genoemde voortgangsrapportage Vernieuwing Rijksdienst.

• Alle ministers hebben aan de Eerste en Tweede Kamer laten weten welke zelfstandige bestuursorganen onder de werking van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zullen worden gebracht en op welke termijn de voordracht voor een daartoe strekkende wettelijke regeling zal worden gedaan. Beide Kamers zijn over het kwantitatieve totaalbeeld geïnformeerd (TK 2007–2008, 25 268, nr. 63).

• De ministerraad is akkoord gegaan met de vaststelling van de zogenaamde departementale kaarten van de topstructuur van de ministeries. BZK heeft deze kaarten opgesteld. In de kaarten is de goedgekeurde topstructuur en topformatie van de ministeries vastgelegd. Omdat het een nulmeting betreft, wijkt bij sommige ministeries de actuele situatie af van die op de kaart. Er zal een actualisatie van de kaarten plaatsvinden op basis van rapportages van de ministeries.

Instrumenten

2008Realisatie
Helpen ministeries de zes principes van goed toezicht implementerenJa
Vervolgacties voor verdere implementatie van de principes van goed toezichtJa
Vervolg programma eenduidig toezichtJa*
Bewaken normen van goed toezicht, neergelegd in de KVoTJa
Duidelijkheid creëren over de reikwijdte voor de ministeriële verantwoordelijkheid voor de publieke taken door de aangescherpte kaderwetJa**
Voorzien in voorwaarden voor een optimale publieke dienstverlening van burgers en bedrijvenJa
Begeleiden ministeries bij het onderbrengen van ZBO’s onder de kaderwet ZBO’s en beheren ZBO-registerJa***
Voorstellen ontwikkelen voor een stroomlijning van het kennis- en adviesstelselJa
Toetsen voorstellen van ministeries voor het instellen van adviescollegesJa
Goede organisatorische en bestuurlijke inrichting van de topstructuur en van de primaire (beleids)processenJa
Ondersteuning ministeries door een ontwikkeld actueel beleidskader voor de inrichting van een ministerie en een visie op de organisatie van de rijksdienst als geheelDeels
Toetsen van de departementale topstructuren aan de kaders en rapporteren in het Sociaal Jaarverslag van het RijkJa
Bundelen bedrijfsvoeringstaken en rijksbreed uitvoerenJa
Voorstellen doen om de (strategische) sturing en governance op het terrein van interdepartementale samenwerking door de politieke en ambtelijke top te versterkenJa
Aanreiken van (innovatieve) producten en diensten ter verbetering van de (organisatie)inrichting van de bedrijfsvoeringJa
Plannen ontwikkelen voor een betere overheid na afslankingJa

* Het programma Eenduidig Toezicht is opgegaan in het programma Vernieuwing Toezicht, dat deel uitmaakt van het programma Vernieuwing Rijksdienst.

** Alle ministeries hebben het parlement gemeld hoe zij omgaan met de Kaderwet in relatie tot de bestaande ZBO’s.

*** Deze activiteit loopt nog enkele jaren door. Zij gaat namelijk gepaard met wetgeving.

Toelichting instrumenten

Met het Kader Topstructuur en Topfuncties Rijk 2007 worden de ministeries ondersteund bij de inrichting van de eigen organisatie. Een visie op de organisatie van de rijksdienst in de toekomst maakt onderdeel uit van het programma Vernieuwing Rijksdienst. Verdere informatie staat in de Tweede voortgangsrapportage Vernieuwing Rijksdienst (TK 2008–2009, 31 490, nr. 6).

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 20062007Streefwaarden 2008Realisatie 2008
Aantal toezichtdomeinen waarin de besluitvorming over de vorming van een loket voor alle rijksinspecties is afgerond0638
Het aantal strategische adviescolleges 151314
Het aantal eenmalige en ad-hoc colleges1012Max. 128
Aantal ministeries dat hun topstructuur met bijbehorende topformatie hebben vastgesteld in overeenstemming met BZK0%40%100%100%
Bron: Gegevens aan geleverd door betrokken organisaties en de ministeries.

Operationele doelstelling 11.9: Het bevorderen van de kwaliteit van de informatievoorziening binnen het Rijk gestart.

Doelbereiking

Het bevorderen van de kwaliteit van de sturing op ICT en een efficiëntere bedrijfsvoering is een permanente opdracht van het kabinet, ook voor de langere termijn. Deze doelen kunnen uitsluitend bereikt worden met een flexibele en duurzame inzet van I(CT). Door de kracht van I(CT) kan het rijk zijn taken richting burger en bedrijfsleven beter en transparanter vorm geven.

De belangrijkste mijlpalen in 2008 zijn:

• Rijksweb en de Haagse Ring zijn verder uitgebouwd en diensten en gebruik nemen toe. Zij dragen bij aan de rijksbrede samenwerking. Voor zowel Rijksweb als de Haagse Ring zijn verdere afspraken en standaarden voor de uitwisseling van informatie en aansluitvoorwaarden vastgesteld.

• De opbouw van de Digitale Werkomgeving Rijksoverheid als onderdeel van de Rijkswerkplek is gestart. DWR is een project in het kader van de Vernieuwing van de Rijksdienst (VRD).

• Voor de inrichting van de informatievoorziening van ministeries is de modelarchitectuur Rijksdienst (MARIJ) 1.0 opgeleverd.

• Het zoeksysteem voor burgerbrieven (tracking- en tracing systeem) is opgeleverd en is bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in een pilot-omgeving uitgetest.

• Het onderzoek naar de governance van grote IT-projecten en een pilot gericht op het opzetten van gatewayreviews zijn afgerond.

• De Baseline Informatiehuishouding Rijksoverheid is opgeleverd.

• De achterstanden in de selectie, bewerking en overdracht van papieren archieven van de Rijksdienst zijn weggewerkt voor de periode tot 1976. Voor de periode na 1976 zijn plannen van aanpak gemaakt.

• Met het aanpassen van het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst – Bijzondere Informatie is gestart. Het Normenkader Mobiele Datadragers is vastgesteld.

• Er zijn beleidsafspraken gemaakt over het organiseren en faciliteren van rijksbrede sturing op IT-aangelegenheden, onder andere door het organiseren van een netwerk voor kennisuitwisseling op het gebied van IT-projecten en het evalueren van IT-projecten.

Instrumenten

2008Realisatie
Programmaorganisatie Rijksweb treedt op als vraagbundelaar en makelaar van applicaties en infrastructuur. Rijksweb ontwikkelt en beheert deze ookJa
Nieuwe generieke ICT-diensten ter ondersteuning van interdepartementale informatie-uitwisseling worden aangeboden of bestaande diensten worden uitgebreidJa
Bijdragen dat de mogelijkheden van de Haagse Ring intensiever worden benutJa
Het Koppelnet Publieke Sector (KPS) afrondenJa
Realiseren van uitwisselbaarheid van informatie tussen ministeries en orde brengen in de informatiehuishouding van ministeriesNee
Op 1 april 2008 een baseline informatiehuishoudingJa
Kennisprogramma dat departementen helpt bij het implementeren van baselineJa
Plannen voor het wegwerken van de papieren werkvoorraden uit de periode van 1976–1996Ja
Aanpassen regelgeving ter versnelling van het proces van archiefselectieNee
Op 1 januari 2009 is de achterstand in de bewerking en overdracht van archieven van voor 1975 weggewerktJa
Departementen maken een gemeenschappelijke set van afspraken op basis van het Voorschrift InformatiebeveiligingRijksdienst 2007Ja
Departementen stimuleren acties uit te voeren, gericht op een cultuurverandering op het terrein van informatiebeveiligingJa
Het transparant inrichten van de informatiehuishouding op basis van samenhangende architectuur voor de rijksoverheid die past binnen de reeds ontwikkelde Nederlandse Overheidsreferntie-architectuur (NORA)Nee
Implementatieplan en implementatieplantrajecten door de ministeries voor diverse instrumenten die in de rijksdienst toepasbaar zijn, zoals DigiD, het burger service nummer (BSN) en elektronische formulierenJa
Bevorderen dat ministeries op een goede manier alle vormen van burgercorrespondentie afhandelenJa
Een zoeksysteem voor de rijksoverheid bouwen, generiek inzetbaar voor alle rijksoverheidsorganisaties en stimuleren van dit systeem bij tenminste twee rijksoverheidsorganisatiesNee
Organiseren en faciliteren rijksbrede sturing op IT-aangelegenheden, onder andere door het organiseren van een netwerk voor kennisuitwisseling op het gebied van IT-projecten en het evalueren ban IT-projectenJa

Toelichting instrumenten

Het instrument realiseren van uitwisselbaarheid van informatie tussen ministeries en orde brengen in de informatiehuishouding van ministeries is niet gehaald in 2008. Met de baseline informatiehuishouding is wel een start gemaakt. De baseline zal de komende jaren worden geïmplementeerd bij de departementen.

Het aanpassen van de regelgeving ter versnelling van het proces is een gezamenlijke aanpak van OCW en BZK waarbij OCW verantwoordelijk is voor de aanpassingen in wetgeving. Aanpassing is nog niet gerealiseerd.

Met de oplevering van de Marij, de architectuur voor de rijksoverheid op basis van de NORA, is een start gemakt met het transparant inrichten van de informatiehuishouding.

In 2008 is het zoeksysteem «Track&Trace» gebouwd. Door technische en organisatorische complexiteit is de beproeving en generieke inzetbaarheid later gestart dan oorspronkelijk gepland. De daardoor gecreëerde tijd is gebruikt om potentiële nieuwe deelnemers bij de overheid voor de beproeving te benaderen in een nieuw deelproject «marktverkenning T&T». De marktverkenning levert kandidaten voor verbreding van het gebruik van de bouwsteen. Een aantal organisaties heeft inmiddels interesse getoond in een quick-scan.

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde 2007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
Set van basisafspraken m.b.t. de inrichting informatiehuishoudingnietwelwel
Set van basisafspraken m.b.t. informatiebeveiligingnietwelwel
Bron: BZK/DGOBR/directie informatisering Rijk
IndicatorBasiswaarde 200520062007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
Papieren werkvoorraden in kilometers van voor 19757474502574
Bron: Projectorganisatie WAA:
Aantal samenwerkingsruimtes Rijksweb40190290350560
Bron: ICTU/Rijksweb
Implementatie zoeksysteem (tracking & tracingsysteem) burgerbrieven in rijksorganisaties 0021
Bron Gegevens aangeleverd door rijksorganisaties:

Toelichting

In 2008 zijn de selectiewerkzaamheden voor de 74 kilometer afgerond. De materiele bewerking van de archieven die aan het Nationaal Archief worden overgedragen, heeft vertraging opgelopen. Deze vertraging wordt veroorzaakt doordat de werkzaamheden arbeidsintensiever zijn dan vooraf ingeschat. Daarnaast waren er problemen met de personele capaciteit.

Operationele doelstelling 11.10: Het bevorderen van de kwaliteit van de Human Rersources Management (HRM)-functie van het Rijk.

Doelbereiking

De belangrijkste mijlpalen in 2008 zijn

• De P-Direkt startpagina met zelfbedieningsmodules is gerealiseerd.

• Koppeling ministeries aan SAP Payroll gerealiseerd.

• Onderzoek verricht naar de P&O Kennisfunctie verricht.

Instrumenten

2008Realisatie
SAP Portaal/Zelfbediening: het maken van een P-Direkt startpagina en het daaraan koppelen van de ministeriesNee
SAP Payroll: het koppelen van de ministeries op het centrale salarissysteemJa
Doorgroei van (deelneming aan) het OntwikkelCentrum (OC) en de ExpertiseCentra (EC)Ja
Professionalisering van de personeelsfunctieNee

Toelichting instrumenten

Sap Portaal: De P-Direkt startpagina met zelfbedieningsmodules is gerealiseerd, de koppeling van ministeries daaraan moet nog geschieden. Bij een aantal ministeries is een losse zelfbedieningsmodule geïntroduceerd.

Een onderzoek naar de P&O Kennisfunctie heeft waardevolle aanknopingspunten opgeleverd. Met de voltooiing van dit onderzoek zijn belangrijke stappen gezet voor de professionalisering van de personeelsfunctie. De uitkomsten van dit onderzoek leiden er onder andere toe dat in de toekomst meer wordt ingezet op de versterking van de relatie P&O en lijnmanagement.

Realisatie meetbare gegevens

IndicatorenBasiswaarde peildatum20062007Streefwaarde 2008Realisatie 2008
SAP Portaal/Zelfbediening31 december0242
CRMA31 december04129
Aansluiting SAP Payroll31 december44109

Bron: Gegevens aangeleverd door departementen

Toelichting

Vanwege technische problemen is er vertraging in de planning ontstaan van centrale record management applicatie (CRMA).

Overzicht afgeronde onderzoeken
SoortOnderwerpNr. AD of ODStartAfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingHet bevorderen van de kwaliteit van het management van het Rijk11.220082009 
 Onderzoek naar redenen voor verloop onder allochtonen11.620072008Kennisweb Diversiteit
Effectenonderzoek expostBurgerbrieven: externe evaluatie door Nationale Ombudsman11.920082008http://www.nationale ombudsman.nl/rapporten/grote_onderzoeken/ behandeling_burgerbrieven/documents/Rapport2008250.pdf
Overig evaluatieonderzoekJaarlijkse Arbeidsmonitor11.620082009 
 Tweede rapportage kaderstellende visie op toezicht11.720072008TK 2007–2008, 31 201, nr. 25
 Periodieke evaluatie kaderwet adviescolleges11.720092009 
 Evaluatie Rijksweb11.920082008 
 Informatiebeveiliging: jaarlijks onderwerp in jaarverslag Algemene Rekenkamer11.920082009Algemene Rekenkamer
 Voortgangsrapportage informatie op orde11.920082009 

B3. NIET-BELEIDSARTIKELEN

Algemeen (artikel 12)

Op dit artikel worden díe uitgaven verantwoord die betrekking hebben op de ondersteuning van het BZK-beleid. Met ondersteuning worden alle beheersmatige taken binnen BZK bedoeld. In de ondersteuning wordt voorzien door de staf.

Tevens wordt op dit artikel de bijdrage van BZK aan de functionele kosten Koninklijk Huis verantwoord. Aan dit begrotingsartikel zijn geen kwantificeerbare prestatiegegevens gekoppeld.

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
12. AlgemeenRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen90 19595 57193 710106 059110 46991 40319 066
        
Uitgaven86 11491 83692 850100 310110 43891 40319 035
12.1 Apparaat75 16179 63482 19890 11999 14481 45617 688
12.2 Bijdrage functionele kosten Koninklijk Huis10 95312 20210 65210 19111 2949 9471 347
* Bijdrage baten-lastendienst P-direkt005797221 5682 364– 796
* Bijdrage baten-lastendienst Werkmaatschappij000011 22017 568– 6 348
        
Ontvangsten4 7812 2164 54511 47912 44298311 459

Financiële toelichting

Bij VJN 2008 is € 12,7 mln aan het apparaat toegevoegd, voornamelijk voor huisvesting, interne dienstverlening en de dienstverlening aan de Werkmaatschappij en P-direkt. De twee laatstgenoemde posten zijn ook aan de ontvangstenkant toegevoegd.

De uiteindelijk hogere realisatie aan de uitgavenkant wordt veroorzaakt door noodzakelijke meerkosten op het gebied van beveiliging en door extra uitgaven met betrekking tot onderhoud en exploitatie van de huisvesting. Daarnaast wordt de overschrijding veroorzaakt door uitgaven die verband houden met extra dienstverlening aan de onderdelen, waardoor ook de uiteindelijke ontvangsten hoger zijn dan geraamd.

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie wordt veroorzaakt door loonbijstelling en door verschillende ramingsmethodieken van het Koninklijk Huis en BZK. Met ingang van het begrotingsjaar 2009 is dit gelijkgetrokken en zijn beide initiële begrotingen aan elkaar gelijk gesteld.

Operationele doelstelling 12.1: Dienstverlening staf.

De stafdiensten hebben op professionele wijze diensten verleend aan de bewindspersonen en de organisatie. Deze dienstverlening kenmerkt zich door een integrale, grotendeels vraaggerichte, aanpak waarbij resultaatgericht en kostenbewust opereren centraal staat.

Naast deze dagelijkse dienstverlening is een aantal speerpunten in 2008 verwezenlijkt.

• Vernieuwing staforganisatie BZK; per 1 september 2008 is de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering (DCB) van start gegaan. Direct bij start van DCB zijn het aantal managementlagen gereduceerd en is een programma opgesteld om de komende jaren efficiënter te gaan werken.

• Informatiebeveiliging; in 2008 hebben de directies, onder regie van de beveiligingsambtenaar en de directie ICT (vanaf 1 september 2008 de directie Bedrijfsvoering), een afhankelijkheidstoets uitgevoerd en voor de informatiesystemen een informatiebeveiligingsplan (IBP) opgesteld.

Operationele doelstelling 12.2: Functionele kosten Koninklijk Huis.

Op de grond van de Wet 10 december 1970 Stb. 573, houdende herziening van het financieel statuut voor het Koninklijk Huis, is een aantal uitgaven van H.M. de Koningin ten laste van de BZK-begroting gebracht. Het betrof een bijdrage in de functionele kosten Koninklijk Huis.

De totale bijdrage in de functionele kosten Koninklijk Huis bedroeg in 2008 € 11,294 mln.

De overige uitgaven die gerelateerd zijn aan het Koninklijk Huis voor de beveiliging (DKDB) bedroegen in 2008 € 14,3 mln. Deze uitgaven worden gedaan binnen artikelonderdeel 2.3.

Nominaal en onvoorzien (artikel 13)

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
13. Nominaal en onvoorzienRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen– 1 22602000 00000– 2 0602 060
        
Uitgaven– 1 2260000– 2 0602 060
13.1 loonbijstelling2000000
13.2 prijsbijstelling– 38000000
13.3 onvoorzien– 1 1900000– 2 0602 060
        
Ontvangsten0000000

Financiele toelichting

Het negatieve bedrag op artikel 13.3 in de vastgestelde begroting betrof een huisvestingstaakstelling die nog intern verrekend moest worden over BZK onderdelen. Dit is bij 1e suppletore begroting 2008 gedaan.

VUT fonds (artikel 17)

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)
17. VutfondsRealisatieVastgestelde begrotingVerschil
2004200520062007200820082008
Verplichtingen   00 0
        
Uitgaven000800 000300 000300 0000
17.1 VUT-fonds000800 000300 000300 0000
        
Ontvangsten000022 37222 3720

Toelichting

De uitkomst van de onderhandelingen tussen de sociale partners bij de overheid over VUT/prepensioen/levensloop (VPL) in 2005 heeft geleid tot een tekort in de periode van 2007–2012. Dit tekort wordt ingelopen met behulp van een rentedragende lening, verstrekt door de Staat der Nederlanden, die in de periode 2007–2009 in drie tranches wordt uitgekeerd. De tweede tranche van de lening (€ 300 mln.) is in 2008 in verband met het parlementaire goedkeuringsproces van de ontwerpbegroting 2008 op een latere datum aan het VUT-fonds ter beschikking gesteld dan aanvankelijk was geraamd.

B4. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Inleiding

In de bedrijfsvoeringparagraaf wordt verslag gedaan van relevante kwaliteitsverbeteringen en aandachtspunten in de bedrijfsvoering van BZK. De bedrijfsvoeringparagraaf heeft conform de Comptabiliteitswet het karakter van een uitzonderingenrapportage.

Voorgeschreven is dat de bedrijfsvoeringparagraaf in ieder geval ingaat op risico’s in het financieel en materieel beheer, rechtmatigheid en de totstandkoming van de niet-financiële beleidsinformatie. Daarnaast kunnen overige aspecten van de bedrijfsvoering aan de orde komen. Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen in het management control systeem genoemd en wordt de stand van zaken gemeld op een aantal onderwerpen waarover rijksbrede afspraken zijn gemaakt en/of toezeggingen aan de Tweede Kamer zijn gedaan: taakstelling, informatiebeveiliging, diversiteit en externe inhuur.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Management control systeem

Belangrijke instrumenten in het management control systeem van BZK zijn de werkafspraken tussen de secretaris-generaal en de directeuren-generaal, en de periodieke beheerrapportages met daarin informatie over de piofach-gebieden. Beide instrumenten zijn in 2008 verder geprofessionaliseerd. Per ultimo 2008 is een slag gemaakt om te komen tot een maandelijkse, digitale management informatie rapportage (MIR) voor het concern BZK.

Eind 2008 is binnen BZK de rol van Chief Information Officer (CIO) geïntroduceerd om de sturing op en beheersing van informatievoorziening en ICT-projecten te verbeteren.

Op basis van de informatie uit het management control systeem kan worden geconstateerd dat de bedrijfsvoering binnen BZK eind 2008 op hoofdlijnen op orde is. Wel waren er in 2008 enkele aandachtspunten en die komen in deze bedrijfsvoeringparagraaf aan de orde.

Taakstelling BZK

In het beleidsprogramma van dit kabinet is als doelstelling opgenomen het realiseren van een overheid die beter werk levert met minder mensen. In het kader van deze doelstelling hebben de ministeries een taakstelling gekregen. Op basis van bezettingscijfers blijkt dat BZK als totaal op koers ligt voor wat betreft de taakstelling 2008. De Tweede Kamer wordt in de voortgangsrapportage van het Programma Vernieuwing Rijksdienst uitgebreider geïnformeerd over de stand van zaken van deze doelstelling bij de rijksoverheid.

Informatiebeveiliging

Bij het jaarverslag 2007 constateerde de Algemene Rekenkamer een onvolkomenheid ten aanzien van het voldoen aan de eisen van het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst (VIR) en het VIR-Bijzondere Informatie. BZK heeft daarop in 2008 een forse inspanning geleverd. Bij alle onderdelen zijn afhankelijkheidsanalyses uitgevoerd waarbij aandachtspunten in beeld zijn gebracht. Voor nagenoeg alle informatiesystemen binnen BZK zijn inmiddels informatiebeveiligingsplannen opgesteld. BZK voldoet uiterlijk medio 2009 aan het VIR, conform eerdere toezegging aan de Tweede Kamer.

Voor wat betreft het voldoen aan het VIR-BI zijn de oplossingen voor de ICT bepaald. Het aanpassen van de (nieuwe) ICT-systemen aan het VIR-BI loopt door tot eind 2009 / begin 2010.

Diversiteit

In het beleidsprogramma van dit kabinet is als doelstelling opgenomen dat de rijksoverheid in 2011 een meer divers samengesteld personeelsbestand krijgt. Het ministerie van BZK heeft een rijksbrede coördinerende verantwoordelijkheid voor deze doelstelling.

BZK heeft ultimo 2008 een aandeel vrouwen van 49%. De instroom van vrouwen bij BZK in 2008 was 57,8%. Er is binnen BZK een projectgroep Diversiteit in het leven geroepen met als taak voorstellen aandragen en implementeren om de instroom van bi-culturele medewerkers binnen BZK verder te laten stijgen.

In het Sociaal Jaarverslag Rijk 2008 en de Trendnota Arbeidszaken Overheid wordt de Tweede Kamer uitgebreider geïnformeerd over de diversiteitcijfers bij het Rijk.

Externe inhuur

In juni 2008 heeft het kabinet aan de Tweede Kamer toegezegd de uitgaven externe inhuur te handhaven op het niveau van 2007 (nullijn) en waar mogelijk te doen dalen.

In bijlage 5 «Overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel» bij dit jaarverslag zijn de uitgaven van BZK voor externe inhuur in 2008 opgenomen, inclusief een toelichting.

Financieel en materieel beheer

Kerndepartement

De in 2008 ingezette reorganisatie binnen BZK is naar behoren verlopen. Over het geheel genomen zijn processen en systemen tijdig aangepast en hebben de bedrijfsprocessen ongehinderd doorgang kunnen vinden. Ook de financiële en managementinformatievoorziening is actueel, accuraat en continu toegankelijk gebleven.

De naleving van de regels voor subsidiebeheer en het beheren en tijdig afwikkelen van voorschotten en vorderingen kan worden verbeterd. In de loop van 2008 heeft het ministerie maatregelen getroffen om de naleving beter te borgen: maandelijkse rapportages omtrent tekortkomingen, meer voorlichting en intensivering van de interne controle. De implementatie daarvan loopt door in 2009.

Baten-lastendiensten

Bij de LFR (Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding) is het Bedrijfsvoeringplan LFR afgerond. Dit plan is opgesteld naar aanleiding van opmerkingen van de Algemene Rekenkamer bij het jaarverslag 2007 over het materieel beheer. De nog niet gerealiseerde activiteiten zijn inmiddels in de lijn belegd.

Het opstellen van de jaarstukken 2008 heeft onevenredig veel inspanningen gevergd. In 2009 zal de inrichting van de controlfunctie, het toezicht op de naleving van de procedures en de uitwerking van de opdrachtgever – opdrachtnemerrelatie worden verbeterd. Dit om te komen tot een goed projectbeheer. Daarnaast zal een verscherpt toezicht worden uitgeoefend door de eigenaar van het agentschap.

Voor de Werkmaatschappij is, na een proefjaar, 2008 het eerste jaar als baten-lastendienst. Dit feit in combinatie met de complexiteit van de organisatie van de Werkmaatschappij heeft ertoe geleid dat het opstellen van de jaarstukken veel inspanning heeft gevergd. In 2009 wordt extra aandacht besteed aan de inrichting van de financiële functie en de planning- en controlfunctie.

Met de reorganisatie van het directoraat-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties (DGBK) is besloten om de beleidsfuncties en de verantwoordelijkheid voor de ontwikkelingsprogramma’s van BPR (agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten) over te dragen aan het kerndepartement. Het gaat om de programma’s modernisering GBA, Elektronische reisdocumenten en herinrichting van het Verkiezingsproces.

Rechtmatigheid

In 2008 zijn de tolerantiegrenzen voor de rechtmatigheid niet overschreden. Er is verder sprake van een getrouwe weergave.

Niet-financiële informatie

De Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) en beleidsinformatie stelt eisen aan de totstandkoming van niet-financiële informatie. Mede naar aanleiding van opmerkingen van de Rijksauditdienst en de Algemene Rekenkamer bij het jaarverslag 2007 is in 2008 opnieuw expliciet aandacht besteed aan de totstandkoming van de niet-financiële informatie. De aandacht is vooral gericht op de dossiervorming rond de totstandkoming van de niet-financiële informatie, waaronder de bronvermelding. De met de totstandkoming van de niet-financiële informatie samenhangende processen, worden in 2009 geëvalueerd op effectiviteit en efficiëntie.

De niet-financiële informatie zelf in dit jaarverslag voldoet aan de eisen die worden gesteld in de RPE.

Een bijzondere categorie niet-financiële informatie zijn de beleidsdoorlichtingen. In 2008 zijn twee beleidsdoorlichtingen gestart. Deze betreffen beleidsartikel 15 crisisbeheersing en beleidsartikel 11.2 het bevorderen van de kwaliteit van het management van het Rijk. Deze doorlichtingen zijn inmiddels aan de Tweede Kamer aangeboden.

C. JAARREKENING

C1. DE DEPARTEMENTALE VERANTWOORDINGSSTAAT

  (1)(2)(3)=(2)-(1)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  VerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangstenVerplichtingenUitgavenOntvangsten
 Totaal 5 696 94031 853 6 126 19278 641 429 25246 788
           
 Beleidsartikelen         
           
 Veiligheid         
2Politie4 861 0194 544 6393 2155 276 4804 802 3661 911415 461257 727– 1 304
4Partners in veiligheid77 408109 3980128 721145 2962 83051 31335 8982 830
5Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst159 116159 116391168 412175 1722 6069 29616 0562 215
14Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheid15 27315 273016 59015 88211 3176091
15Crisisbeheersing35 01636 3802 00030 97326 2302 422– 4 043– 10 150422
16Brandweeren GHOR155 602155 629250184 097152 49016928 495– 3 139– 81
           
 Bestuur en Democratie         
1Grondwet en democratie7 2887 288013 02611 6039255 7384 315925
6Functioneren Openbaar Bestuur42 77442 5501 45555 35752 8112 06112 58310 261606
           
 Publieke Dienstverlening en Openbare Sector         
7Innovatie- en informatiebeleid Openbare Sector89 05489 2220163 901162 9538 74274 84773 7318 742
10Arbeidszaken Overheid99 30099 30082067 16292 31613 051– 32 138– 6 98412 231
11Kwaliteitrijksdienst48 80248 802367100 15478 6359 10951 35229 8338 742
           
 Niet-Beleidsartikelen         
12Algemeen91 40391 403983110 469110 43812 44219 06619 03511 459
13Nominaal en onvoorzien– 2 060– 2 06000002 0602 0600
17Vutfonds0300 00022 3720300 00022 372000

C1. VERANTWOORDINGSSTAAT BATEN-LASTENDIENSTEN 2008

Naam(1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Korps landelijke politiediensten   
Totalen baten534 484586 23351 749
Totalen lasten534 484586 02851 544
Saldo van baten en lasten0205205
    
Totalen kapitaalontvangsten41 87152 70910 838
Totale kapitaaluitgaven85 46655 685– 29 781
    
Basisadministratie Persoonsgegevens en reisdocumenten   
Totalen baten95 77999 3283 549
Totalen lasten95 77989 420– 6 359
Totaal restitutie afnemers 9 9089 908
Saldo van baten en lasten000
    
Totalen kapitaalontvangsten20 0000– 20 000
Totale kapitaaluitgaven25 0395 488– 19 551
    
Centraal Archief Selectiedienst   
Totalen baten9 73510 061326
Totalen lasten9 73510 255520
Saldo van baten en lasten0– 194– 194
    
Totalen kapitaalontvangsten0267267
Totale kapitaaluitgaven318309– 9
    
P-Direkt   
Totalen baten21 79426 9245 130
Totalen lasten21 60826 8705 262
Saldo van baten en lasten18654– 132
    
Totalen kapitaalontvangsten1 00037 25036 250
Totale kapitaaluitgaven5 06735 07430 007
    
Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding   
Totalen baten7 19018 34111 151
Totalen lasten7 12817 86110 733
Saldo van baten en lasten62480418
    
Totalen kapitaalontvangsten000
Totale kapitaaluitgaven280107– 173
    
Werkmaatschappij   
Totalen baten041 70241 702
Totalen lasten041 62741 627
Saldo van baten en lasten07575
    
Totalen kapitaalontvangsten0200200
Totale kapitaaluitgaven0239239

C2. DE SALDIBALANS PER 31 DECEMBER 2008

Saldibalans per 31 december 2008 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII)
1)Uitgaven 20086 126 184 861 2)Ontvangsten 200878 634 156
       
3)Liquide middelen157 795    
       
4)Rekening-courant RHB  4a)Rekening-courant RHB6 043 615 903
       
5)Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)10 547 159 6)Ontvangsten buiten begrotingsverband (ntra-comptabele schulden)14 639 756
       
7)Openstaande rechten  7a)Tegenrekening openstaande rechten 
       
8)Extra-comptabele vorderingen 4 419 456  8a)Tegenrekening extra-comptabel vorderingen4 419 456
       
9a)Tegenrekening extra-comptabele schulden  9)Extra-comptabele schulden  
       
10)Voorschotten5 722 592 328 10a)Tegenrekening voorschotten5 722 592 328
       
11a)Tegenrekening garantieverplichtingen684 123 544 11)Garantieverplichtingen684 123 544
       
12a)Tegenrekening openstaande verplichtingen5 869 119 147 12)Openstaande verplichtingen 5 869 119 147 
       
13Deelnemingen  13a)Tegenrekening deelnemingen 
       
 TOTAAL18 417 144 290  TOTAAL18 417 144 290

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten 2008

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken (gebaseerd op het laatste dagafschrift) en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders. Het totaalbedrag van € 157 795 is als volgt opgebouwd:

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst(AIVD)€ 157 795
Totaal€ 157 795

Ad 4. Rekening-courant RHB

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen is het bedrag overeenkomstig het laatste dagafschrift van genoemd departement.

Ad 5. Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)

Het bedrag van € 10 547 159 aan uitgaven buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

a. Vorderingen kasbeheerders Rijksdiensten: 
  AIVD€ 1 159 965
b. Te vorderen van ministeries en derden€ 4 052 664
c. Intra-comptabele voorschotten€    47 682
d. Intra-comptabele debiteuren€ 5 286 848
Totaal€ 10 547 159

Ad a. Vorderingen kasbeheerders Rijksdiensten

Het saldo van de AIVD bestaat voornamelijk uit een debiteurensaldo (€ 0,5 mln) en facturen in omloop (€ 0,6 mln).

Ad b. Te vorderen van ministeries en derden

Dit saldo betreft een doorberekening aan het ministerie van Justitie (€ 1,3 mln), de termijnvoorschotten Loyalis/APPA (€ 0,8 mln), IKAP (€ 0,3 mln), een vordering op Werkmaatschappij (€ 0,2 mln), een bedrag aan nog in te lezen voorschotten P&O (€ 0,2 mln), een vordering op BZK/Hoofdstuk IV (€ 0,4 mln) en een vordering op BZK/Hoofdstuk IIB (€ 0,6 mln).

Ad c. Intra-comptabele voorschotten

Het saldo bestaat uit diverse posten uit 2006 t/m 2008 (de aflossing van deze renteloze lening geschiedt door inhouding op het salaris).

Ad d. Intra-comptabele debiteuren

Door de overgang naar SAPHR is er minder aandacht geweest voor het debiteurenbeheer. Het saldo bestaat verder uit gestalde gespaarde levensloopbedragen. Van de oude vorderingen is een deel ontvangen en een aantal vorderingen zijn overgedragen aan de deurwaarder.

Het saldo van ruim € 1 mln zijn te ontvangen loonkosten detacheringen van het laatste half jaar van 2008, die vermoedelijk allemaal geïnd gaan worden in het eerste kwartaal van 2009.

Ad 6. Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)

Het bedrag van € 14 639 756 aan ontvangsten buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

a. Schulden kasbeheerders Rijksdiensten: 
  AIVD€ 891 944
b. Nog af te dragen loonheffing en sociale premies€ 6 406 096
c. Overige intra-comptabele schulden€ 7 341 716
Totaal€ 14 639 756

Ad a. Schulden kasbeheerders Rijksdiensten

Het saldo van de AIVD bestaat voornamelijk uit het crediteurensaldo (€ 0,6 mln) en een schuld aan Defensie (0,2 mln).

Ad b. Nog af te dragen loonheffing en sociale premies

Een bedrag van € 4,2 mln is in januari 2009 aan de belastingdienst afgedragen. Het resterende saldo van € 2,2 mln bestaat uit af te dragen premies ABP.

Ad c. Overige intra-comptabele schulden

Dit saldo betreft een bedrag betreffende de bijdrage GSB (€ 4,4 mln), reservering IKAP (€ 0,3 mln), een EU-bijdrage inzake Floodex (€ 0,5) en nog te betalen vergoedingen betreffende ABD-interim (€ 1,4 mln).

Ad 8. Extra-comptabele vorderingenAd 8a. Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

Het saldo per 31 december 2008 wordt hieronder per departementsonderdeel per jaar gespecificeerd:

(x € 1)Stand 31-12-2008
t/m 2004€   811 200
2005€    59 562
2006€   665 726
2007€   977 039
2008€ 1 905 929
Totaal€ 4 419 456
Stand openstaande vorderingen per 31 december 2008 per artikel
ArtikelOmschrijvingStand per 31-12-2008
1Grondwet en democratie€    58 274
4Partners in veiligheid€   106 419
5Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst€    28 444
6Functioneren openbaar bestuur€    42 283
7Innovatie- en informatiebeleid Openbare Sector€     1 265
10Arbeidszaken Overheid€   711 188
11KwaliteitRijksdienst€ 2 041 468
12Algemeen€ 1 375 345
15Crisisbeheersing€    11 795
16Brandweeren GHOR€    42 975
 Totaal€ 4 419 456

Artikel 1 Grondwet en democratie

Het saldo bestaat uit een aantal vorderingen met betrekking tot Interlab (€ 0,1 mln).

Artikel 4 Partners in Veiligheid

Het saldo betreft een afrekening CCV subsidie 2007 (€ 0,1 mln).

Artikel 10 Arbeidszaken Overheid

Het saldo bestaat uit een vordering op NWO (€ 0,7). Inmiddels is vastgesteld dat deze vordering niet meer invorderbaar is. Hiervoor zal het traject «buiten-invorderingstelling» worden gevolgd.

Artikel 11 Kwaliteit Rijksdienst

De vorderingen betreffen vorderingen op andere ministeries van AMC (€ 1,1 mln), RMO (€ 0,4 mln) en inzake rijkstrainees (€ 0,2 mln).

Artikel 12 Algemeen

De vorderingen bestaan uit diverse vorderingen met betrekking tot P-direct (€ 0,7 mln), LFR (€ 0,4 mln) en Filenet (€ 0,2 mln).

Ad. 10. Openstaande voorschottenAd. 10a. Tegenrekening openstaande voorschotten

De saldi van de per 31 december 2008 openstaande voorschotten en van de in 2008 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:

Stand openstaande voorschotten per 31 december 2008
(x € 1)Stand per 01-01-2008Aangegaan 2008Afgerekend 2008Stand per 31-12-2008
t/m 2004168 181 986 22 012 938146 169 048
2005128 312 048 31 209 09497 102 954
2006419 763 242 104 537 348315 225 894
20074 405 739 266 3 958 665 010447 074 256
2008 4 717 991 585971 4094 717 020 176
Totaal5 121 996 5424 717 991 5854 117 395 7995 722 592 328
Stand openstaande voorschotten per 31 december 2008 per artikel
ArtikelOmschrijvingStand per 31-12-2008
1Grondwet en democratie2 504 382
2Politie4 741 324 654
4Partners in veiligheid258 273 726
6Functioneren openbaar bestuur47 962 637
7Innovatie- en informatiebeleid Openbare Sector246 339 141
10Arbeidszaken Overheid61 692 375
11KwaliteitRijksdienst31 552 281
12Algemeen15 532 946
15Crisisbeheersing33 429 659
16Brandweeren GHOR241 312 465
 Derden42 668 062
Totaal 5 722 592 328

Artikel 1 Grondwet en democratie

De voorschotten bestaan uit een aantal verstrekte subsidies aan IPP (Instituut voor Publiek en Politiek) (€ 1,1 mln), IPP/Haagse Tribune (€ 0,9 mln), FDO (St. Forum voor Democratische Ontwikkeling) (€ 0,2 mln) en Nat. Comité 4/5 mei (€ 0,1 mln). De definitieve vaststelling van deze subsidies zal plaatsvinden in 2009 en 2010.

Artikel 2 Politie

Het leeuwendeel van de openstaande voorschotten (85%) bestaat uit de algemene bijdragen (78%) en de bijzondere bijdragen (7%) verstrekt in 2008 aan de regionale politiekorpsen. Deze bijdragen worden vastgesteld na ontvangst en beoordeling van de jaarrekeningen 2008. Deze worden naar verwachting in het tweede kwartaal 2009 aangeleverd.

Voor het overige betreft het voorschotten die open staan ter zake van het LSOP, KLPD en VTSPN. Ook deze voorschotten worden afgewikkeld na ontvangst en beoordeling van de financiële verslagleggingen.

Artikel 4 Partners in Veiligheid

Van de openstaand voorschotten betreft 95% VTSPN, waarvan het overgrote deel betrekking heeft op het beheer van C2000 (78%). Deze voorschotten worden vastgesteld op basis van ontvangst en beoordeling van de jaarrekeningen.

Artikel 6 Functioneren openbaar bestuur

De voorschotten bestaan uit:

1. De bijdragen aan de politieke partijen zijn als voorschot verstrekt (€ 12,2 mln). De afwikkeling zal in 2009 plaatsvinden na ontvangst accountantsverklaringen.

2. De voorschotten aan het URBAN-project (€ 27,2 mln) zullen in de loop van 2009 worden afgewikkeld. Een deel zal worden ingevorderd, maar terugbetaling is onwaarschijnlijk, zodat uiteindelijk zal worden kwijtgescholden.

3. De overige voorschotten bestaan vooral uit verstrekte subsidies aan NGB (Ned. Genootschap van Burgemeesters), VNG (Congres en Studiecentrum VNG), CONGREX Holland, KED (St. Europa Decentraal) en OGS (Oorlogsgravenstichting) (€ 7,1 mln).

Artikel 7 Innovatie- en informatiebeleid Openbare Sector

De voorschotten bestaan voornamelijk uit voorschotten verstrekt aan Stichting ICTU (€ 222,6 mln); de eindafrekeningen over 2006, 2007 en 2008 zijn nog niet ontvangen.

Artikel 10 Arbeidszaken Overheid

De voorschotten bestaan uit:

1. Stichting ICTU (€ 6,8 mln); de eindafrekeningen over 2006, 2007 en 2008 zijn nog niet ontvangen.

2. APPA/ABP (€ 2,9 mln); betreft de betalingen van uitkering en pensioenen aan politieke ambtsdragers die kunnen worden afgedaan na ontvangst van de accountantsverklaring.

3. SAIP (St. Administratie Indonesische Pensioenen) (€ 33,9 mln); deze stichting voert pensioenregelingen uit van gewezen overheidspersoneel en hun nagelaten betrekkingen uit de voormalige overzeese gebieden.

4. CAOP (St. Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel) (€ 6,9 mln); afwikkeling subsidies vindt plaats in 2009 en 2010.

5. VSO (Verbond Sector Werkgevers Overheid) (€ 5,7 mln); afwikkeling subsidies vindt plaats in 2009 en 2010.

Artikel 11 Kwaliteit Rijksdienst

Op dit artikel staat een bedrag aan voorschotten open van € 31,5 mln. Daarvan is het merendeel (€ 26,4 mln) verstrekt aan de stichting ICTU ten behoeve van de uitvoering van i-projecten. Als volgt gespecificeerd: € 7,4 mln voor programma’s op basis van besluitvorming in het Interdepartementaal Overlegorgaan Directeuren Informatievoorziening (IODI). Het gaat dan om projecten als baseline digitalisering, bundeling landelijke netwerken en rijkswerkplek. € 19,0 mln betreft programma’s in het kader van besluitvorming Vernieuwing Rijksdienst (VRD). Het gaat om de projecten digitale werkomgeving rijk (€ 15,0 mln) en E-inspecties (€ 4 mln).

Naast het bovenstaande is nog een subsidie aan het A&O-fonds van € 3,2 mln opgenomen en een voorschot van € 1,5 mln m.b.t. het kandidatenprogramma voor het Bureau Algemene Bestuursdienst, dat wordt uitgevoerd door IMEC.

Het grootste deel van de voorschotten zal in 2009 kunnen worden afgehandeld.

Artikel 12 Algemeen

Het saldo van de voorschotten bestaat grotendeels uit voorfinanciering Koninklijk Huis 2008 (€ 11,3 mln) en APPA: programmakosten ABP (€ 2,8 mln). De afrekening van het Koninklijk Huis zal volgen in oktober 2009.

Artikel 15 Crisisbeheersing

Van de openstaande voorschotten op dit begrotingsartikel betreft 55% het afwikkelen van regelingen door de Dienst Regelingen (agentschap van LNV).

Voor 22% bestaat het uit bijdragen op het gebied van crisis- en rampenbeheersing aan provincies, gemeenten, waterschappen, brandweer en GGD.

Circa 12% heeft betrekking op de afwikkeling van de Bijlmerramp en de Nieuwjaarsbrand in Volendam.

Al deze voorschotten worden vastgesteld op grond van ontvangst en beoordeling van de financiële verantwoordingen.

Artikel 16 Brandweer en GHOR

Het merendeel (83%) van deze bijzondere bijdragen betreffende Brandweer en GHOR heeft betrekking op het NIFV en de bommenregeling (bijdragen aan gemeenten voor het verwijderen van explosieven uit de tweede wereldoorlog). Deze voorschotten worden vastgesteld op basis van de ontvangst en beoordeling van de financiële verantwoordingen.

Derden

Dit betreft voornamelijk voorschotten met betrekking tot Loyalis (€ 30,5 mln). Van de jaren 2006, 2007 en 2008 zijn nog geen goedgekeurde accountantsverklaringen ontvangen.

Ad 11. Openstaande garantieverplichtingenAd 11a. Tegenrekening openstaande garantieverplichtingen

Het bedrag van € 684 123 544 garanties is als volgt opgebouwd:

Garanties 1 januari 2008€ 589 698 733 
Verleende garanties in 2008€  95 050 000
 € 684 748 733 
   
Vervallen garanties in 2008€     625 189–/–
Totaal openstaande garanties per 31 december 2008€ 684 123 544 

De garanties betreffen:

Middelenbeheer. Volgens het geïntegreerd middelenbeheer kunnen regiokorpsen een lening afsluiten bij het ministerie van Financiën, nadat dit in een overeenkomst geregeld is. Korpsen kunnen hier pas gebruik van maken als BZK, als vakdepartement, een garantstelling heeft gegeven voor de rente- en aflossingsverplichting. Ultimo 2008 is door BZK voor de politieregio’s voor een bedrag van € 681,9 mln aan garanties afgegeven. Volgens opgave door het ministerie van Financiën staat per 31 december 2008 een bedrag van € 207,0 mln daadwerkelijk open aan leningen aan de regio’s.

Hypotheekgaranties. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid geschapen om onder bepaalde voorwaarden een hypotheek-garantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. In 2008 is het aantal hypotheekgaranties verminderd van 22 naar 19 garanties. Het theoretische risico is mede hierdoor verlaagd van € 0,6 mln naar € 0,5 mln. Het maximale garantieplafond per 31 december 2008 bedraagt € 1,6 mln.

NICIS. BZK fungeert als bank/trekker van een 3-jarig pilot-project bij het NICIS en staat garant voor de financiering van dit project. Er wordt naar verwachting € 0,4 mln per jaar aan het NICIS bijgedragen, waarbij alle EU-lidstaten in principe een bedrag van € 0,025 mln per jaar bijdragen.

Ad 12. Openstaande verplichtingenAd 12a. Tegenrekening openstaande verplichtingen

Het bedrag van € 5 869 119 147 openstaande verplichtingen is als volgt opgebouwd:

Verplichtingen 1 januari 2008 € 5 950 616 574 
Correctie per 1 januari 2008 €     5 666 887–/–
Aangegane verplichtingen in 2008 € 6 122 186 357+
  € 12 067 136 044 
    
Tot betaling gekomen in 2008€ 6 126 184 860  
Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren €    71 832 037  
  € 6 198 016 897–/–
Totaal openstaande verplichtingen per 31 december 2008 € 5 869 119 147 

C3. TOPINKOMENS

Op grond van artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Stb. 2006, 95) is een overzicht opgenomen van medewerkers die in het verslagjaar meer verdiend hebben dan het gemiddelde belastbare loon van de ministers. Dit gemiddelde belastbare jaarloon is voor 2008 vastgesteld op € 181 000 Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op de navolgende functionarissen.

OrganisatieFunctieBelastbaar jaarloon 2007Pensioen-afdrachten en ove-rige voor-zieningen betaalbaar op termijn 2007Ontslag-vergoeding 2007Totaal 2007Belastbaar jaarloon 2008Pensioen-afdrachten en ove-rige voor-zieningen betaalbaar op termijn 2008Ontslag-vergoeding 2008Totaal 2008MotiveringOpmerkingen
BZKMedewerker40 6358 320048 955305 4524 4050309 857I.v.m. dienst- ongeval scha- devergoeding totaal € 194 306,00, waarvan netto € 6 534,00 
BZKMedewerker37 7056 496044 201283 61500283 615I.v.m. dienst- ongeval scha- devergoeding totaal € 303 928,00, waarvan netto € 20 313,00Ontslag per 1/11/2007
BZKKorpschef11 3012 958014 259161 49836 0020197 500Werkweek van ca 39,6 uur en vergoedingen. Arbeidsvoorwaarden zijn afgestemd met het bevoegd gezag (minister). 
BZKMedewerker47 98410 667058 65153 52811 001117 6001 82 129Stamrecht/aan-vulling op fpu van € 117 600Ontslag per 1/1/2009
BZKBeleidsmedewerker00150 000150 0000055 14355 143Schadeloos- stellingDe totale ontslag- vergoeding is € 280 142,53. Hiervan betaald in 2006 € 75 000,00 in 2007 € 150 000,00 in 2008 € 55 142,53
BZKSG VenW154 84638 4580193 304163 66241 0720204 73438-urige werkweek (ingaande 1/10/2007) en variabele beloning 
BZKSG VWS159 55640 8110200 367157 06945 5780202 64739-urige werkweek en variabele beloning 
BZKSG OCW128 56361 9220190 485131 14764 6440195 79140-urige werkweek en variabele beloning 
BZKProgramma SG VRD148 62234 1410182 763155 30337 2300192 533variabele beloning 
BZKHoofd AIVD147 21032 3130179 523155 37936 8670192 24640-urige werkweek en variabele beloning 
BZKDG Fiscale Zaken130 40228 6700159 072152 22236 2910188 51340-urige werkweek (ingaande 15/4/2008) en variabele beloning 
BZKSG LNV147 08932 5910179 680150 38535 8670186 25240-urige werkweek en variabele beloning 
BZKDG Veiligheid146 83032 0590178 889148 77435 4920184 26640-urige werkweek en variabele beloning 
BZKIG Gezondheidszorg129 85129 1890159 040150 17332 9630183  13640-urige werkweek en variabele beloning 
BZKSG Justitie144 28232 4180176 700147 58435 0200182 60440-urige werkweek en variabele beloning 
BZKVoorzitter MT Nieuwe Uitvoeringsorg. Onderwijs138 84330 7750169 618147 82434 3170182 14138-urige werkweek (ingaande 1/1/2008) en variabele beloning 
BZKSG VROM159 62431 1820190 806144 95137 0570182 00840-urige werkweek en variabele beloning 
BZKDG Volksgezondheid145 89431 0180176 912148 27133 5580181  82940-urige werkweek en variabele beloning 
BZKDG ABD143 17932 3060175 485146 79834 3180181 11640-urige werkweek en variabele beloning 
BZKSG Financiën142 04734 3630176 410144 25236 8010181 05338-urige werkweek en variabele beloning 

C4. BATEN-LASTENDIENSTEN

BASISADMINISTRATIE PERSOONSGEGEVENS EN REISDOCUMENTEN (BPR)

Algemeen

Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) is de spil in de identiteitsinfrastructuur voor het vastleggen, beheren, verstrekken en gebruiken van persoonsgegevens voor burgers en organisaties met een publieke taak. BPR is een professionele beheerorganisatie. De belangrijkste producten zijn het beheer van het GBA-stelsel (Gemeentelijke Basisadministratie), het beheer van de reisdocumentenketen en de beheervoorziening voor het Burger Service Nummer (BSN).

Voor deze producten voert BPR onder andere de volgende taken uit:

– het inrichten en uitvoeren van het beheer voor het GBA-netwerk, de beheervoorziening BSN en de reisdocumentenketen;

– het bijhouden van een basisregister en signaleringsregister voor reisdocumenten;

– de ontwikkeling en uitvoering van kwaliteitsbeleid voor GBA en reisdocumenten;

– de voorbereiding van het beleid en de wet- en regelgeving voor GBA en reisdocumenten;

– het autoriseren van afnemers voor het gebruik van gegevens uit de GBA;

– het geven van voorlichting en ondersteuning aan burgers en overheden over GBA, BSN en reisdocumenten.

Daarnaast worden bij BPR drie vernieuwingsprojecten uitgevoerd:

– de modernisering van de GBA (mGBA) naar aanleiding van het rapport van de Commissie Snellen;

– de invoering van de generatie elektronische reisdocumenten en vervanging van de infrastructuur voor de aanvraag en uitgifte van reisdocumenten;

– sinds 2007: de zorg voor het gebruik van de stemmachines.

De kosten voor het beheren van de GBA worden doorberekend aan de gebruikers (gemeenten en afnemers) in de vorm van een kostendekkend tarief. Vanaf 2008 worden de kosten van het gebruik binnen het merendeel van de overheid betaald uit de begroting van BZK (budgetfinanciering). De overige gebruikers betalen een kostendekkend tarief. BSN wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van BZK. De kosten komen voor rekening van de begroting van BZK. De kosten voor het beheren van de reisdocumentenketen en de kosten van de productie en distributie van de reisdocumenten worden gedekt uit het tarief dat BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties. De taken van BPR voor beleidsontwikkeling en wet- en regelgeving worden uit de begroting van BZK bekostigd. De kosten van de projecten worden deels door de opdrachtgever betaald uit de begroting van BZK. De rente en aflossing van die lening worden doorberekend in de prijs van de reisdocumenten en het tarief van de GBA.

In het kader van de reorganisatie van het directoraat-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties (DGBK) is besloten om, in aanvulling op de overheveling van de beleidsfuncties van het agentschap BPR naar de directie OBD, ook de verantwoordelijkheid voor de ontwikkelingsprogramma’s van BPR naar deze directie te verplaatsen. Het gaat om de programma’s modernisering GBA, Elektronische reisdocumenten en herinrichten van het Verkiezingsproces. De overheveling van deze programma’s vond plaats in september 2008.

Deze situatie zal in 2009 vooralsnog voortgezet worden.

Bedrijfsvoering

Vanaf januari 2008 is budgetfinanciering ingevoerd. Budgetfinanciering betekent dat de kosten van het gebruik van de GBA worden betaald door de rijksoverheid en niet meer door de overheidsinstelling – als gebruiker – zelf. Budgetfinanciering wordt ingevoerd voor overheidsorganisaties die gebruik maken van de basisregistratie GBA, indien het verantwoordelijke ministerie hiervoor budget beschikbaar heeft gesteld. Organisaties die onder de budgetfinanciering vallen, ontvangen daarom in 2008 geen factuur meer voor het gebruik van de GBA. Voor de overige overheidsinstellingen en private partijen wordt het huidige systeem van tarieffinanciering gecontinueerd. Inmiddels hebben de gemeenten en departementen hun financiële bijdrage geleverd aan de budgetfinanciering. De exploitatie van de GBA in 2008 gaat uit van 120 miljoen berichten. Hiervan wordt momenteel 49,46% (ruim 59 miljoen berichten) budget gefinancierd. De stand van het budget gefinancierde berichten verloop in 2008 is ruim 75 miljoen berichten. Concreet betekent dit, dat de instanties ruim 16 miljoen meer bevragingen hebben gedaan dan dat men had verwacht. Dit komt neer op een bedrag van ruim 1,6 miljoen euro aan minder opbrengsten voor BPR.

In 2008 zijn er ruim 2 miljoen paspoorten en 1,1 miljoen Nederlandse identiteitskaarten (NIK’s) geleverd aan de uitgevende instanties. Ten opzichte van de ramingen zijn circa 200 duizend paspoorten méér en 100 duizend NIK’s mínder verstrekt. Deze verschuiving naar paspoorten kan worden verklaard door het opheffen van de prijsbevriezing van de NIK’s per 1 januari 2008. Het prijsverschil tussen paspoorten en NIK’s is veel kleiner geworden. Door deze mutatie kiezen de burgers eerder voor een paspoort dan een NIK.

Na het in produktie nemen van GBA-V in december 2007, is in januari 2008 gestart met de migratie van afnemers van de LRD naar de GBA-V Online LRD Service. Deze migratie werd gefaseerd uitgevoerd in de periode januari tot en met augustus 2008. De migratie vond plaats in 6 groepen gebruikers die na elkaar werden gemigreerd. Deze migratie is succesvol afgerond.

Vermogensontwikkelingen

Het eigen vermogen is ultimo 2008 gelijk aan de gemaximeerde omvang. Het onverdeelde resultaat uit 2008 is voor een deel toegevoegd aan het tegoed van de opdrachtgever reisdocumenten en voor een deel ten gunste gebracht van het door de gebruikers van de GBA opgebouwde tegoed. Er zijn geen voorzieningen opgenomen op de balans. De materiële vaste activa die zijn aangeschaft voor het uitgifteproces van de reisdocumenten en de modernisering GBA zijn gefinancierd met een lening bij het ministerie van Financiën. De overige materiële vaste activa worden uit de eigen middelen gefinancierd.

Tabel weerstandsvermogenBaten-lastendienst BPR
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)1019685100100
Aandeel materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)  829679
Verloop voorzieningen (bedragen x € 1000)

Eigen vermogen tov gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100.

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA] * 100

Tabel Liquiditeit
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Quick ratio1,681,751,391,071,04

«Quick ratio»: debiteuren + nog te ontvangen + liquide middelen/crediteuren + nog te betalen

Exploitatie

Baten-lastendienst BPRGespecificeerde verantwoordingsstaat 2008 (€ 1000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederdepartement12 30019 1866 886
Opbrengst overige departementen2 7773 034257
Opbrengst derden80 30275 704– 4 598
Rentebaten4001 4041 004
Bijzondere baten000
Totaal baten95 77999 3283 549
    
Lasten   
Apparaatskosten90 17984 616– 5 563
– personele kosten7 4797 993514
– materiële kosten82 70076 623– 6 077
Rentelasten45054797
Afschrijvingskosten5 1504 257– 893
– materieel400321– 79
– materieel mGBA2 7501 825– 925
– materieel R-programma20002 111111
Overige lasten000
– dotaties voorzieningen000
– bijzondere lasten000
Totaal lasten95 77989 420– 6 359
    
Exploitatie resultaat 9 9089 908
waarvan te restitueren aan GBAafnemers 7 061 
waarvan te restitueren aan opdrachtgever reisdocumenten 2 847 
Saldo van baten en lasten 0 

In 2008 is het saldo van baten en lasten dat ten gunste van het eigen vermogen van BPR kan worden gebracht nihil. Er is wel een positief exploitatieresultaat van ruim € 7 miljoen bij het beheer van de GBA. Conform regelgeving wordt dit bedrag verrekend met de gebruikers van de GBA. In dit exploitatieresultaat zit een bedrag van € 2,1 miljoen dat door de opslag per bericht als dekking voor de nog te betalen (2009 en volgend) rente en aflossing van de lening voor de mGBA geoormerkt dient te worden. De oorzaak van het positieve exploitatieresultaat is dat het volume van het berichtenverkeer circa 17 % hoger is dan het volume waarmee bij het opstellen van de begroting rekening was gehouden. Dit leidt tot een toename van de baten. Daarnaast zijn onder andere als gevolg van de vertraging in het programma van modernisering GBA bepaalde kosten voor het in beheer nemen van onderdelen uit het programma niet gemaakt.

Bij het beheer van de reisdocumenten is er een exploitatieresultaat van ruim € 2,8 miljoen. Conform regelgeving wordt dit bedrag verrekend met de opdrachtgever van de reisdocumenten. In dit exploitatieresultaat zit een bedrag van € 1,8 miljoen dat door de opslag per reisdocument als dekking voor de nog te betalen (2009 en volgend) rente en aflossing van de lening voor de Reisdocumenten Aanvraag en Afgifte Station (RAAS) geoormerkt dient te worden. Het positieve exploitatieresultaat komt enerzijds door hogere opbrengsten uit de spoedleges en een hoger aantal uitgegeven documenten dan geraamd. Anderzijds is minder omzet gerealiseerd voor gratis NIK’s voor 14-jarigen en zijn de productiekosten voor de NIK’s hoger dan het begroot was.

In het geval van het programma mGBA wordt een deel van de kosten geactiveerd op de balans en in komende jaren afgeschreven. Een ander deel van de kosten wordt, in lijn met de afspraken die met de gebruikers GBA zijn gemaakt, ten laste gebracht van het door de gebruikers van de GBA opgebouwde tegoed.

Bij de overige producten en programma’s zijn de baten gelijk aan de lasten. Met de opdrachtgever is afgesproken dat de werkelijk gemaakte kosten worden vergoed. De baten bestaan uit de vergoeding voor de gemaakte kosten en zijn dus per definitie gelijk aan de lasten.

Baten-lastendienst BPRBalans per 31 december 2008 (x € 1 000)
 Balans 2008Balans 2007
Activa  
Immateriële activa00
Materiële activa00
– grond en gebouwen00
– installaties en inventarissen473549
– overige materiële vaste activa9 52812 864
Voorraden00
Debiteuren5 4405 732
Nog te ontvangen744450
Liquide middelen47 82937 524
Totaal activa:64 01457 119
   
Passiva  
Eigen Vermogen  
– exploitatiereserve4 8744 362
– verplichte reserve00
– onverdeeld resultaat00
Leningen bij het MvF7 25111 833
Voorzieningen00
Crediteuren5 5405 471
Nog te betalen46 34935 453
Totaal passiva64 01457 119

Investeringen

Baten-lastendienst BPRKasstroomoverzicht per 31 december 2008 (x € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1 Rekening-courant RHB 1 januari 200826 33537 37111 036
    
2 Totale operationele kasstroom5 15015 94610 796
    
  Totaal investeringen (-/-)– 20 400– 84519 555
  Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)000
3 Totaal investeringkasstroom– 20 400– 84519 555
    
  Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)000
  Eenmalige storting door het moederdepartement (+)000
  Aflossingen op leningen (-/-)– 4 639– 4 643– 4
  Beroep op leenfaciliteit(+)20 0000– 20 000
4 Totaal financieringskasstroom15 361– 4 643– 20 004
    
5 Rekening-courant RHB 31 december 2008 (=1+2+3+4)26 44647 82921 383

N.B.: Maximale roodstand is € 0,5 miljoen

Doelmatigheid

De doelmatigheid van BPR wordt inzichtelijk gemaakt door het opnemen van de tarieven voor de reisdocumenten en de GBA en indicatoren met betrekking tot de kwaliteit van deze producten.

Reisdocumenten

De kostprijs van de documenten is gelijk aan de leges die BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals de gemeenten en de buitenlandse posten. De gepresenteerde kostprijs is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen. In augustus 2006 is de gezichtsopname op het reisdocument ingevoerd. De kostprijs van de reisdocumenten is vanaf dat moment met circa € 8 toegenomen door de kosten van de chip. De kostprijs van het paspoort is in 2008 2,2% hoger dan in 2007. Voor de NIK is de kostprijs met circa 2,3% gestegen. De productiekosten zijn met 2,5% gestegen en de beheerkosten met ongeveer 0,3% gedaald. Het aantal uitgegeven reisdocumenten ligt jaarlijks op circa 3 miljoen stuks.

Een indicator voor de kwaliteit van het proces van aanvraag, productie en distributie van de reisdocumenten is het aantal geretourneerde documenten per 1 000 uitgegeven documenten. Een document wordt geretourneerd indien de kwaliteit niet voldoet aan de gestelde normen, bijvoorbeeld omdat de foto niet voldoet aan de eis, er fouten zijn gemaakt bij het invoeren van de aanvraag of het document is beschadigd tijdens de productie.

Indicator200620072008
Tarief paspoort (in euro’s)21,8321,4221,93
Tarief NIK (in euro’s)16,3716,3717,01
Aantal uitgegeven documenten (x 1 mln)3.23.53.5
Aantal geretourneerde paspoorten per 1 000 uitgegeven documenten2.421.861.36

GBA

Het basistarief voor de GBA is in 2008 niet gestegen. Met ingang van 2007 was het tarief verhoogd als gevolg van de modernisering van de GBA. Door de modernisering GBA ontstaat de mogelijkheid om de persoonsgegevens 24 uur per dag online beschikbaar te stellen voor de gebruikers. Het aantal raadplegingen van de GBA dat online wordt afgehandeld, neemt toe. De beschikbaarheid van het GBA netwerk ligt stabiel op 100%.

Indicator200620072008
Tarief GBA (in eurocenten)141818
Totaal berichten en bevragingen (x € miljoen)138141139
Online bevragingen als percentage van totaal berichten en bevragingen17%24%26%
Beschikbaarheid netwerk (norm = 99,9%)100%100%100%

BATEN-LASTENDIENST CENTRALE ARCHIEF SELECTIEDIENST (CAS)

Algemeen

De Centrale Archief Selectiedienst (CAS) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, te Winschoten, is de belangrijkste archiefbewerker voor de rijksoverheid en heeft als taak om in opdracht van de zorgdragers «werkzaamheden te verrichten in verband met archiefbewerking» (KB CAS 12 december 1996).

Als facilitaire dienst (lees: Shared Services Organisatie) op het terrein van selectie, verrijking en beheer van overheidsinformatie beschikt de CAS over een pakket diensten en producten, waarmee een belangrijke rol wordt vervuld bij het komen tot een efficiënt informatiebeheer ter borging van de inzichtelijkheid van zowel recht- en doelmatig bestuur en bedrijfsmatige processen, alsook de verantwoording hiervan aan de burger.

De kerntaken van de CAS zijn:

A. Het bewerken en beheren van archieven van de rijksoverheid.

B. Het beschikbaar stellen van archieven van de rijksoverheid.

Bedrijfsvoering

De missie van de CAS luidt: Het als facilitair bedrijf binnen de Rijksoverheid optimaal uitvoeren van de kerntaak: het leveren van diensten op het terrein van (beleidsprestaties worden voor zover van belang opgenomen in de toelichting bij het betreffende beleidsartikel)

1. Actie 1: In gaan op de stand van zaken met betrekking tot de toetsing aan de aanvullende voorwaarden voor baten-lastendiensten. Indien niet in rechtstreekse zin aan een aanwijzing kan worden voldaan zal moeten worden aangegeven op welke wijze de baten-lastendienst aan kan/zal tonen dat het aan de achter de aanwijzingen ten grondslag liggende doelstellingen (o.m. ten aanzien van het zichtbaar maken van de doelmatigheidsontwikkeling) voldoet. De reactie van Financiën wordt hierbij – voorzover reeds beschikbaar – meegenomen.

2. Actie 2: Aandacht voor de voortgang inzake reeds eerder (bij de begroting) gemelde verbeterprogramma’s/-maatregelen.

3. Actie 3: Overige opmerkelijke zaken in het financieel en materieel beheer. Archiefbewerking conform de eisen van de Archiefwet in zowel een papieren als digitale omgeving, merendeels op basis van Raamconvenanten met de ministeries en Hoge Colleges van Staat.

– Primair proces

A. Het bewerken en beheren van archieven van de rijksoverheid.

  Voor 2008 werd ruim 154 000 uur (2007: 127 000) ingezet voor de uitvoering van door de opdrachtgevers aangedragen projecten. Ruim 70 % van de capaciteit werd ingezet op archiefbewerkingsprojecten vallend onder de werking van de Raamconvenanten (financiering vanuit het moederdepartement). De overige 30%, te weten 17% archiefbewerking en 13 % opslag&beheersactiviteiten werd ingezet op projecten waarbij financiering door de opdrachtgevers plaatsvindt.

  In 2008 waren de grootste volumeafnemers voor wat betreft archiefbewerking: BuiZa (19%), LNV (16%) en Justitie (12%).

  De archiefbewerking leverde een output op van 11 km geselecteerd archief, waarvan het meerdendeel ten behoeve van LNV 2,4 km, Justitie 2,1 km, BuiZa 1,2 km en VWS 1,1 km. De in 2008 afgeronde en administratief afgesloten archiefbewerkingsprojecten leverden per saldo 200 inventarissen op.

  De toename van het volume in 2008 t.o.v. 2007 heeft ertoe geleid dat de openstaande raamconvenantsmiddelen ultimo 2007 zijn afgenomen met ruim € 1,4 mln. Resteert ultimo 2008 een openstaande convenantsverplichting van € 0,4 mln.

B. Het beschikbaar stellen van archieven van de rijksoverheid.

  Verwerving van alle notariële archieven in Nederland in opdracht van het ministerie van Justitie. Dit vereiste archiefruimte die kon worden gehuurd via de Rijksgebouwendienst, aanpalend aan de CAS-terreinen.

– Ondersteunende Processen

Personeelsaangelegenheden:

a. Informatiebeveiliging

  Ultimo 2008 is het merendeel van de medewerkers gescreend. Tot heden is er nog geen melding van het niet verstrekken van een «verklaring van geen bezwaar».

b. Externe Inhuur

  Ten behoeve van het op peil brengen van de benodigde productiecapaciteit heeft de CAS 24 uitzendkrachten gedetacheerd. Hetgeen geleid heeft tot een positieve kwantiteit- en kwaliteitsimpuls.

Inkoop:

In 2008 zijn 2 Europese aanbestedingen afgerond. Een voor transport- en verhuisdiensten 2007/2008 en een voor de inkoop van verpakkingsmateriaal.

Vermogensontwikkelingen

Tabel weerstandsvermogenBaten-lastendienst CAS
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)8918114212177
Aandeel materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)222216625
Verloop voorzieningen (bedragen x € 1000)

Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100.

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA] * 100

De baten-lastendienst CAS werkt op basis van doorberekening van tarieven tegen integrale kostprijs en zonder winstoogmerk, principe van kostendekkendheid.

In 2008 zijn 1,89% van de totale kosten niet gedekt, met als gevolg een licht negatief resultaat. Het eigen vermogen bedraagt ultimo balansdatum ruim € 0,19 mln., zijnde 46% van de maximale omvang eigen vermogen.

Tabel Liquiditeit
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Quick ratio0,750,910,790,790,66

«Quick ratio»: debiteuren + nog te ontvangen + liquide middelen/crediteuren + nog te betalen

Exploitatie

Baten-lastendienst CASGespecificeerde verantwoordingsstaat 2008 (€ 1000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederdepartement4 8686 3241 456
Opbrengst overige departementen4 8673 710– 1 157
Opbrengst derden   
Rentebaten   
Bijzondere baten 2727
Totaal baten9 73510 061326
    
Lasten   
Apparaatskosten9 3229 310– 12
– personele kosten7 1316 505– 626
– materiële kosten2 1912 805614
Rentelasten42218
Afschrijvingskosten409379– 30
– materieel409379– 30
– immaterieel  0
Overige lasten  0
– dotaties voorzieningen  0
– materiele kosten projecten0470470
– bijzondere lasten 7474
Totaal lasten9 73510 255520
Saldo van baten en lasten0– 194– 194

Het negatieve resultaat 2008 van € 0,194 mln. (1,9 % van de totale kosten) is als volgt te verklaren.

De bruto-marge archiefbewerkingsprojecten (voorcalculatie versus realisatie) heeft een positief resultaat van € 0,421 mln. opgeleverd, zijnde 4,72% van de omzet archiefbewerking. De bruto-marge bestaat uit 2 componenten, te weten € 0,345 mln postief resultaat als gevolg van afgesloten projecten en € 0,076 mln positief resultaat als gevolg van winstneming onderhanden zijnde projecten ultimo 2008; dit resultaat is bepaald aan de hand van de waarderingsgrondslagen.

De uitbreiding van de opslagcapaciteit heeft voor het jaar 2008 geleid tot een exploitatietekort van € 0,309 mln.

Er is sprake van een negatief bezettings- en budgetresultaat van € 0,232 mln. Daarnaast is er sprake van een bijzondere last van € 0,074 mln.

Een deel van de afschrijvingskosten op de materiele vaste activa is doorberekend naar de projecten; dit is opgenomen onder de post bijzondere baten.

Ad. A Bewerken en beheren van archieven:

In het kader van de afgesloten Raamconvenanten was voor 2008 voor de uitvoering van de convenantverplichtingen een bedrag van € 4,868 mln. beschikbaar. De realisatie bedroeg € 6,324 mln. De tijdelijke uitbreiding van het productievolume voor een periode van twee jaar ligt hieraan ten grondslag. De realisatie projecten niet-convenantwerkzaamheden bedroeg€ 2,607 mln.

Ad. B Het tijdelijk beschikbaar stellen van archiefruimte:

Er is een omzet van € 1,103 mln. gerealiseerd. Als gevolg van onderbezetting van 30 km archiefruimte is er een exploitatietekort ontstaan.

Baten-lastendienst CASBalans per 31 december 2008 (x € 1 000)
 Balans 2008Balans 2007
Activa  
Immateriële activa00
Materiële activa  
– grond en gebouwen366315
– installaties en inventarissen548535
– overige materiële vaste activa234422
Voorraden380
Debiteuren1 3121 161
Nog te ontvangen351194
Liquide middelen– 2801 638
Totaal activa:2 5694 265
   
Passiva  
Eigen Vermogen  
– exploitatiereserve388359
– verplichte reserve00
– onverdeeld resultaat– 194109
Leningen bij het MvF22223
Voorzieningen00
Crediteuren403311
Nog te betalen1 7503 463
Totaal passiva2 5694 265

De afname van de balanstotalen wordt voornamelijk veroorzaakt door de besteding van de ultimo 2007 beschikbare Raamconvenantsmiddelen, voor een bedrag van € 1,45 mln. Onder de post nog te betalen is het onderhanden werk saldo projecten verantwoord voor een bedrag van € 0,66 mln.

Investeringen

Er is in 2008 voor een bedrag van € 0,25 mln. geïnvesteerd, waavan 90% aan gebouwen en installaties. Van de materiële vaste activa is ultimo 2008 67% afgeschreven.

Gelet op de liquide middelen positie, zie toelichting kasstroomoverzicht, heeft de CAS, de investeringen 2008 gefinancierd door een beroep te doen op de leenfaciliteit.

Baten-lastendienst CASKasstroomoverzicht per 31 december 2008 (x € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1 Rekening-courant RHB 1 januari 20084481 6371 189
    
2 Totale operationele kasstroom159– 1 875– 2 034
    
  Totaal investeringen (-/-)– 268– 2599
  Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)099
3 Totaal investeringkasstroom– 268– 25018
    
  Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)0 0
  Eenmalige storting door het moederdepartement(+)  0
  Aflossingen op leningen (-/-)– 50– 500
  Beroep op leenfaciliteit(+) 258258
4 Totaal financieringskasstroom– 50208258
    
5 Rekening-courant RHB 31 december 2008 (=1+2+3+4)289– 280– 569

N.B.: Maximale roodstand is € 0,5 miljoen

De mutatie tussen het begin- en eindsaldo rekening-courant voor 2008 bedraagt € 1,917 mln. en is voor een groot deel te verklaren door besteding van de beschikbare raamconvenantsmiddelen ultimo 2007, ter waarde van ruim € 1,45 mln.

Doelmatigheid

  2005200620072008
Uurtarieven         
Specialisten 80,0085,0085,0085,00
Archiefbewerking 51,0052,0052,0052,00
Selecteurs 47,5048,00
Opslag & Beheer 45,5045,5045,5045,50
Productie Uren%Uren%Uren%Uren%
Totaal 127 808100,0124 662100,0127 434100,0154 739100,0
Formatief 108 58085,0106 41485,4109 85286,2105 83168,4
Inhuur 19 22815,018 24814,617 58213,848 90831,6
Bezetting formatief UrenfteUrenfteUrenfteUrenfte
Specialisten 2 8143,13 8663,15 6945,14 1954,1
Archiefbewerking/selecteurs 100 87166,792 91670,192 99468,991 47766,6
Opslag & Beheer 4 8953,09 6326,011 1647,010 1596,8
Productie per fteNormUren%Uren%Uren%Uren%
Specialisten49,2%907,744,7%1 288,763,4%1 423,670,1%1 048,751,6%
Archiefbewerking/selecteurs68,9%1 512,374,4%1 374,467,6%1 415,469,7%1 452,971,5%
Opslag & Beheer73,8%1 631,780,3%1 594,678,5%1 594,978,5%1 505,574,1%
Kwaliteitsindicatoren         
Klanttevredenheid:         
– aantal ingediende klachten niet gemetenniet gemeten10
Tijdige oplevering:         
– % tijdige oplevering niet gemetenniet gemeten100%100%
Goede oplevering Nat. Archief:         
– % goede staat niet gemetenniet gemeten95%97%
– % goede toegang niet gemetenniet gemeten100%100%

De gemiddelde productieve norm p/fte voor de groep archiefbewerking, 68,9% (1400 uur), is ruimschoots gerealiseerd, namelijk 71,5% (1452 uur).

Het ziektepercentage in het primair proces bedroeg 4,03%. CAS totaal geeft een ziektepercentage van 5,04%.

Een derde van het gerealiseerde productievolume is gerealiseerd door inhuurkrachten, mede als gevolg van tijdelijk uitbreiding van het volume.

BATEN-LASTENDIENST KORPS LANDELIJKE POLITIEDIENSTEN (KLPD)

Algemeen

De bereikte resultaten en effecten worden opgenomen in het Jaarverslag Nederlandse Politie. Vanuit het KLPD wordt gewerkt om een gezamenlijke en professionele bijdrage te leveren aan de veiligheid in Nederland, zoals vastgelegd in de korpsvisie. Centraal hierin staan de vijf korpsthema’s:

1) Nationaal en internationaal knooppunt voor informatie en intelligence;

2) Bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit en terrorisme;

3) Toezicht en opsporing op de diverse verkeersstromen;

4) Operationele ondersteuning;

5) Bewaken en beveiligen.

Deze operationele thema’s geven goed houvast voor doorontwikkeling en het zichtbaar maken van de positie van het Korps. Hiermee draagt het KLPD bij aan het veiliger maken van Nederland langs de lijnen van het landelijke concept van Politie in Ontwikkeling.

In 2008 is bestuurlijke overeenstemming bereikt over het inbrengen van de dienst Logistiek van het KLPD bij de voorziening tot samenwerking Politie Nederland. Deze dienst wordt met «lusten & lasten» overgedragen.

Bedrijfsvoering

De aanbevelingen van de Auditdienst zijn opgevolgd. Voor zover deze nog niet gereed zijn zullen deze een vervolg in 2009 krijgen.

In het jaar 2008 zijn de voorbereidingen getroffen voor de implementatie van de nieuwe luchtvloot welke in 2009 plaats vindt. De Algemene Rekenkamer heeft in 2008 een terugblikonderzoek uitgevoerd naar de aanbesteding en het proces van implementatie. Uit de ontvangen concept nota van bevindingen is af te leiden dat er nauwelijks sprake is van afbreukrisico.

Als gevolg van het mogelijk wegvallen van noodzakelijke support voor het handpalm en vingerafdrukkensysteem (Havank) is in 2008 op grond van een Europese aanbesteding een contract gesloten levering en implementatie zal in 2009 plaatsvinden.

Als uitvloeisel van het coalitie akkoord is een plafond voor externe inhuur vastgesteld door BZK, voor het korps. Voor het jaar 2008 kan worden gesteld dat het korps onder het vastgestelde plafond is gebleven.

De inspanningen om het ziekteverzuim terug te dringen hebben opnieuw geleid tot een winst op het gebied van inzetbaarheid. Het ziekteverzuim is gedaald van 5,7% in 2007 tot 5,6% in 2008.

Vermogensontwikkelingen

Tabel weerstandsvermogenBaten-lastendienst KLPD
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)43485450
Aandeel materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)51391845
Verloop voorzieningen (bedragen x € 1000)12,310,54,84,6

Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100.

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA] * 100

In bovengenoemde tabel zijn bij de laatste proefdruk onjuiste gegevens terecht gekomen in het jaarverslag Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2007.

Over de aanwending van het eigen vermogen wordt expliciet en separaat besloten door de eigenaar van het agentschap. Het onverdeelde resultaat wordt na vaststelling van de jaarrekening ten gunste van het eigen vermogen gebracht. Het eigen vermogen dient als buffer voor incidentele onvoorziene tegenslagen.

Langlopende schulden

Voor de kapitaalintensieve investeringen wordt gebruik gemaakt van de leenfaciliteit. Leningen worden gedurende de looptijd afgelost. Gedurende 2008 zijn leningen afgeroepen voor de aanschaf van helikopters en vaartuigen.

Voorzieningen

Gedurende het jaar is per saldo een bedrag van € 0,2 mln. onttrokken aan de voorzieningen. Voor de opbouw wordt verwezen naar onderstaande tabel.

 Saldo 31–12–2007DotatiesOnttrekkingenOverige mutatiesSaldo 31–12–2008
Reorganisatie DNR1 595 – 423 1 172
Arbeidsongeschiktheid400 – 199 201
Migratie ICT2 703 – 2 703 
Schade algemeen6446  110
Wet politiegegevens (WPG) 1 135  1 135
Reorganisatie KLPD 1 950  1 950
      
Totaal voorzieningen4 7623 131– 3 3254 568
Tabel LiquiditeitBaten-lastendienst KLPD
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Quick ratio0,870,760,320,49

«Quick ratio»: debiteuren + nog te ontvangen + liquide middelen/crediteuren + nog te betalen

Exploitatie

Baten-lastendienst KLPDGespecificeerde verantwoordingsstaat 2008 (€ 1000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederdepartement486 450534 57548 125
Opbrengst overige departementen26 93222 401– 4 531
Opbrengst derden20 10224 3974 295
Rentebaten1 000401– 599
Bijzondere baten04 4594 459
Totaal baten534 484586 23351 749
    
Lasten   
Apparaatskosten   
– personele kosten339 116387 36948 253
– materiele kosten154 201161 2147 013
Rentelasten3 2942 305– 989
Afschrijvingskosten   
– materieel37 87330 733– 7 140
– immaterieel   
Overige lasten   
– dotaties voorzieningen03 1313 131
– bijzondere lasten01 2761 276
Totaal lasten534 484586 02851 544
Saldo van baten en lasten0205205

De bijzondere baten betreffen de opbrengst van de verkoop vaartuigen en de mutatie Tor-verplichting.

De stijging van de bijdragen wordt met name veroorzaakt door toevoeging van de bijdrage voor structurele en incidentele effecten van de invoering van het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie (2008–2010), Havank en projecten internationale politiesamenwerking.

Voor de regionale politiekorpsen zijn de afschrijvingstermijnen vastgelegd in de Regeling Harmonisatie Politie (HAP). Deze afschrijvingstermijnen wijken slechts op onderdelen af van de afschrijvingstermijnen geldend voor een agentschap. Om vergelijkbaar te zijn met de regionale politiekorpsen worden de HAP afschrijvingstermijnen gehanteerd. De afschrijvingstermijnen van de twee regelingen zijn hieronder weergegeven.

CategorieLevensduur in jarenRegeling BLDHAP
Instructiemiddelen10
Huisvesting8, 205, 1010, 15
Voertuigen4, 5, 104, 53, 5, 10
Vliegtuigen10
Vaartuigen7, 104, 10, 20
Verbindingsmiddelen4, 5, 103, 55, 7, 10
Automatisering3, 53, 53, 5, 10
Wapens & uitrusting5, 10
Operationele middelen5, 10
Baten-lastendienst KLPDBalans per 31 december 2008 (x € 1 000)
 Balans 2008Balans 2007
Activa  
Immateriële activa00
Materiële activa  
– grond en gebouwen00
– installaties en inventarissen21 68922 334
– overige materiële vaste activa128 739109 486
Voorraden10 0789 851
Debiteuren30 31225 770
Nog te ontvangen00
Liquide middelen41 26019 985
Totaal activa232 078187 426
   
Passiva  
Eigen Vermogen  
– exploitatiereserve13 57810 894
– verplichte reserve00
– onverdeeld resultaat2052 684
Leningen bij het MvF56 10821 706
TOR-langlopend deel2012 872
Voorzieningen4 5684 762
Crediteuren9 89611 950
Nog te betalen147 522132 558
Totaal passiva232 078187 426

Toelichting

Op basis van voortschrijdend inzicht is het kort lopende gedeelte van de lening bij het ministerie van financiën en de TOR ondergebracht bij nog te betalen (kort lopende schulden). De vergelijkende cijfers zijn overeenkomstig aangepast.

Investeringen

Baten-lastendienst KLPDKasstroomoverzicht per 31 december 2008 (x € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1 Rekening-courant RHB 1 januari 200840 85820 574– 20 284
    
2 Totale operationele kasstroom22 43423 263829
    
  Totaal investeringen (-/-)– 74 871– 48 41826 453
  Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)20002 424424
3 Totaal investeringkasstroom– 72 871– 45 99426 877
    
  Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)0 0
  Eenmalige storting door het moederdepartement(+)000
  Aflossingen op leningen (-/-)– 10 595– 7 2673 328
  Beroep op leenfaciliteit(+)39 87150 28510 414
4 Totaal financieringskasstroom29 27643 01813 742
    
5 Rekening-courant RHB 31 december 2008 (=1+2+3+4)19 69740 86121 164

N.B.: Maximale roodstand is € 0,5 mln.

Doelmatigheid

Door het kabinet en de veiligheidspartners wordt de komende vier jaar een extra impuls gegeven aan het veiliger maken van Nederland. Het kabinet heeft als doelstelling aan het eind van deze kabinetsperiode (2010) een daling van de criminaliteit en overlast met 25% ten opzichte van 2002.

Met het oog op het realiseren van de bovenstaande doelstelling is aangegeven aan welke prioriteiten het KLPD de komende vier jaar naast haar reguliere werkzaamheden (passend bij de expertiserol zoals omschreven in de strategische visie van het korps) een extra impuls zal geven.

De prioriteiten en doelstellingen zijn hieronder beknopt weergegeven.

Prioriteiten KLPD 2008–2011

1. Aanpak criminaliteit kwalitatief – Zware en Georganiseerde criminaliteit

Doelstelling: Het KLPD versterkt de criminaliteitsaanpak kwalitatief.

2. Informatie en Intelligence

Doelstelling: Het KLPD verbetert de informatiehuishouding en de intelligence op nationaal en internationaal gebied.

3. Internationaal

Doelstelling: Het KLPD versterkt de executieve samenwerking van politie op internationaal gebied en onderzoekt voor de eigen opsporingsonderzoeken structureel de mogelijkheden voor internationale informatie-uitwisseling en samenwerking.

4. Vervoersstromen

Doelstelling: Het KLPD verbetert de informatiepositie en de samenwerking met ketenpartners en andere korpsen op het gebied van informatie-uitwisseling.

De voortgang, welke wordt gemonitord in de bestuurlijke Driehoek, ligt in lijn met met de gemaakte afspraken. De hieraan verbonden budgettaire component zal in 2009 zijn beslag vinden.

Met betrekking tot de meerjarige sterktegroei zijn separate afspraken gemaakt. De realisatie in 2008 bedraagt 4 907 fte’s.

BATEN-LASTENDIENST P-DIREKT

Algemeen

P-Direkt is op 1 januari 2006 van start gegaan als tijdelijke baten-lastendienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, onder het eigenaarschap van de directeur-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk (verder DGOBR). In 2008 hebben het kabinet en de Tweede Kamer ingestemd met het toekennen van de definitieve status van baten-lastendienst per 1 januari 2009.

P-Direkt heeft tot doel een professioneel en pro-actief centrum te zijn voor de gemeenschappelijke HR-diensten van 12 departementen. Zij biedt medewerkers, managers en HRM-professionals betrouwbare, moderne, gestandaardiseerde en efficiënte dienstverlening op het gebied van geautomatiseerde administratieve afhandeling van personele processen. Het betreft de gehele administratieve en registratieve functie op P&S-gebied.

De opzet van P-Direkt geschiedt in twee fasen. In de eerste fase (2007–2009) worden de HRM-processen vereenvoudigd en geüniformeerd en wordt een zelfbedieningsportaal door de ministeries ingevoerd. De P-dossiers worden centraal opgeslagen en alle departementen stappen over naar SAP voor hun HR-administratie. Tevens vindt voor de salarisverwerking aansluiting plaats op de payroll van SAP. P-Direkt is operationeel opdrachtgever voor deze ontwikkelingen. In 2008 is de bouw van de nieuwe personeelssystemen grotendeels gerealiseerd en daarmee de dienstverlening van P-Direkt gereed gemaakt voor implementatie bij de departementen. Eind 2008 zijn alle 26 zelfbedieningsprocessen in het P-Direkt portaal (release 3.1) opgeleverd. In fase 2 (2009–2011) gaan ministeries hun HR-taken gebundeld laten uitvoeren in het Shared Service deel van P-direkt, het zogenaamde contactcenter. Hiermee voorziet fase 2 in één HR-administratie en één HR-contactcenter voor de hele rijksoverheid. De voorbereidingen van fase 2 zijn na het kabinetsbesluit, medio 2008 gestart.

De oplevering van nieuwe dienstverleningssystemen betekent dat bestaande systemen steeds meer uitgefaseerd gaan worden. Systemen zoals het IPA-salarissysteem, IKAP, Emplaza en PeRCC zullen in 2009 en 2010 uitgefaseerd gaan worden naarmate departementen aansluiten op de nieuwe dienstverleningssystemen van P-Direkt. Het IPA systeem is ultimo 2008 als eerste uitgefaseerd, uitfasering van Emplaza en instroom naar het P-Direktportaal zal geleidelijk plaatsvinden. De PeRCC departementen zullen grotendeels in de loop van 2009 overgaan naar SAP-HR. De beheerteams van deze producten en de service desk van Dienstverleningssystemen (DVS) zullen in 2009 naast de nieuwe beheerteams bestaan.

Bedrijfsvoering

P-Direkt staat voor de opgave de eigen bedrijfsvoering verder te professionaliseren. Als beginnende en snel groeiende organisatie is veel aandacht noodzakelijk voor organisatie- en personeelsontwikkeling. In 2008 is het Facilitair Salaris Centrum (FSC) van het ministerie van Financiën en het PeRCC team van het ministerie van Justitie overgekomen naar P-Direkt. In 2009 zal de overkomst van personeel vanuit de ministeries versneld doorzetten door de oprichting van het contactcenter en het versterken van de beheerorganisatie.

Vermogensontwikkeling

Baten-lastendienst P-direkt
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2007
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)07,4
Aandeel materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)99,092,495,9
Verloop voorzieningen (bedragen x € 1000)54149

Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100.

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA] * 100

Om eventuele risico’s uit de normale bedrijfsuitoefening op te kunnen vangen wordt weerstandsvermogen opgebouwd.

Baten-lastendienst P-direkt
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Quick rationvtnvt0,760,730,96

«Quick ratio»: debiteuren + nog te ontvangen + liquide middelen/crediteuren + nog te betalen

Exploitatie

Baten-lastendienst P-direktGespecificeerde verantwoordingsstaat 2008 (€ 1000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederdepartement2 3641 568– 796
Opbrengst overige departementen19 43024 1484 718
Opbrengst derden   
Rentebaten 161161
Bijzondere baten 163163
Bijdrage moederdepartement 884884
Totaal baten21 79426 9245 130
    
Lasten   
Apparaatskosten   
– personele kosten6 4396 303– 136
– materiële kosten1 0111 293282
– opbouwkosten 1 0471 047
– Inkoop ICT8 94615 4266 480
Rentelasten1 4401 294– 146
Afschrijvingskosten   
– materieel3 7721 507– 2 265
– immaterieel   
Overige lasten   
– dotaties voorzieningen   
– bijzondere lasten   
Totaal lasten21 60826 8705 262
Saldo van baten en lasten18654– 132

Baten en Lasten

De baten en lastenrealisatie is hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door de eerder dan geplande toetreding van nieuwe gebruikers en doorberekening van het P-Direktportaal die ten tijde van opstelling van de ontwerpbegroting nog niet voor 2008 was voorzien. Dit heeft zowel effect op de baten als de personele en de materiële lasten.

De bijdrage moederdepartement bestaat uit de resterende projectgelden P-Direkt die in 2008 zijn aangewend ter financiering van het aanbestedingstraject, communicatieactiviteiten en opbouw van de P-Direkt organisatie. Analoog aan het jaarverslag 2007 wordt deze post zowel bij de baten als de lasten separaat zichtbaar gemaakt. De bijzondere baten betreffen in 2008 gelden (terug)ontvangen in verband met in 2007 betaalde servicekosten en aan het moederdepartement BZK overgedragen hardware.

Baten-lastendienst P-direktBalans per 31 december 2008 (x € 1 000)
 Balans 2008Balans 2007
Activa  
Immateriële activa  
Materiële activa  
– activa in aanbouw/ontwikkeling52 21123 495
– grond en gebouwen  
– installaties en inventarissen13160
– overige materiële vaste activa16 47013 151
Voorraden  
Debiteuren1 957843
Nog te ontvangen1 941502
Liquide middelen17 64110 147
Totaal activa:90 35148 198
   
Passiva  
Eigen Vermogen  
– exploitatiereserve  
– verplichte reserve  
– onverdeeld resultaat54– 22
Leningen bij het MvF67 64832 459
Voorzieningen14954
Crediteuren5 3215 740
Nog te betalen17 1799 967
Totaal passiva90 35148 198

Activa

De overige materiële activa betreffen de cRMA, het HRM-portaal en licenties. Deze investering is gefinancierd door middel van de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën.

De licenties en de applicatie- en configuratiedocumentatie van SAP en Documentum worden aangewend voor de te ontwikkelen dienstverlening van P-Direkt. De afschrijvingen zijn begin 2007 gestart.

C-RMA

In 2008 is release 2 voor de centrale RMA gerealiseerd. De inkoop betreft de aanschaf van hardware (servers), de bouw van de software en de implementatie bij de departementen. Het technisch beheer vindt plaats bij het ministerie van Justitie (GBO). De cRMA is eind 2008 geactiveerd op de balans.

Onder de activa in aanbouw worden geactiveerd de investeringen in de nieuwe dienstverlening. Hieronder zijn opgenomen de eigen uren, de kosten van derden evenals de geactiveerde rente, in relatie tot de opgenomen leningen, op de nog niet in gebruik genomen projecten. De activa in aanbouw worden afgeschreven vanaf het moment dat het actief in gebruik wordt genomen ten behoeve van de dienstverlening van P-Direkt. Hieronder vallen de volgende ontwikkelprojecten:

Transactieportaal

Op basis van de vereenvoudigde en geüniformeerde HRM-procesontwerpen heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat in opdracht van P-Direkt als inbesteder in SAP de verwerkingsprocessen ingericht (inclusief digitale formulieren), die ontsloten kunnen worden voor de gebruikers via een zogenoemd portaal. De inkoopkosten betreffen voornamelijk de inbesteding bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat en het ministerie van Financiën en de aanschaf van Adobe-licenties.

SAP HR/SAP Payroll

Het ministerie van Justitie heeft in opdracht van P-Direkt als inbesteder de migratie gerealiseerd van de huidige personeelsadministraties op basis van PeRCC naar één geïntegreerde personeelsadministratie op basis van SAP HR. Vervolgens is van daaruit aangesloten op de salarisdienstverlening van het FSC van het ministerie van Financiën ter vervanging van de IPA-salarisverwerking. De koppeling SAP HR en SAP Payroll is een gegarandeerde en al werkende voorziening. De inkoopkosten betreffen voornamelijk de inbesteding bij Justitie.

Debiteuren en Overlopende activa

Het saldo debiteuren ultimo 2008 betreft voornamelijk de doorberekening van de licentiekosten 2008. De totale vordering wordt als inbaar aangemerkt; derhalve is er geen voorziening voor oninbaarheid in aftrek gebracht.

De post nog te factureren bedragen heeft voornamelijk betrekking op de nog in rekening te brengen licentiekosten van SAP bij Rijksweb.

Liquide middelen

Alle tegoeden van P-Direkt worden aangehouden bij de Rijkshoofdboekhouding.

Eigen Vermogen

De Regeling Baten- en lastendiensten 2007 stelt dat het een baten-lastendienst is toegestaan om reserves tot een bedrag van 5% van de gemiddelde jaaromzet over de afgelopen 3 jaren aan te houden.

De eigenaar DGOBR heeft ter aanvulling van het negatief exploitatiesaldo 2007 (–/– € 22 212) in 2008 het eigen vermogen aangevuld ten laste van het projectbudget.

Leningen, Crediteuren en Overlopende passiva

Op 1 januari bestond de post leningen uit de conversielening ter financiering van de licenties en applicatie- en configuratiedocumentatie. In 2008 zijn leningen bij het ministerie van Financiën opgevraagd voor de bouw van het Transactieportaal, het personeelsinformatiesysteem SAP HR, het salarisverwerkingssysteem SAP Payroll en het Centraal Electronische Personeelsarchief (cRMA).

De aflossingsverplichtingen van leningen van de overige materiële activa voor het jaar 2009 ten bedragen zijn op de balans onder de kortlopende schulden opgenomen.

De post crediteuren is in de eerste maanden van 2009 grotendeels betaald.

Onder de overlopende passiva zijn opgenomen de nog te betalen kosten, de verplichting uit hoofde van vakantiegeld en verlof alsmede de nog te besteden bijdragen van het moederdepartement. De stijging van de overlopende passiva ten opzichte van 2007 wordt onder andere veroorzaakt doordat een aantal crediteuren achterlopen met hun facturatie.

Investeringen

Batel-lastendienst P-direktKasstroomoverzicht per 31 december 2008 (x € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1 Rekening-courant RHB 1 januari 200840210 1479 745
    
2 Totale operationele kasstroom3 8505 3181 468
    
  Totaal investeringen (-/-)– 1 442– 33 613– 32 171
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)  0
3 Totaal investeringkasstroom– 1 442– 33 613– 32 171
    
  Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)  0
  Eenmalige storting door het moederdepartement (+)  0
  Aflossingen op leningen (-/-)– 3 625– 1 4612 164
  Beroep op leenfaciliteit(+)1 00037 25036 250
4 Totaal financieringskasstroom– 2 62535 78938 414
    
5 Rekening-courant RHB 31 december 2008 (=1+2+3+4)18517 64117 456

De investeringen en het beroep op de leenfaciliteit zijn hoger dan in de begroting geraamd. Dit komt omdat de leenplafonds 2008 pas bij 1e suppletore begroting 2008 zijn vastgesteld. De leningen zijn volledig opgenomen ter financiering van de investeringsactiviteiten.

Doelmatigheid

P-Direkt is opgericht om de doelmatigheid in de HR-kolom van de Rijksoverheid te verbeteren waarbij een bijdrage wordt geleverd aan het slagvaardiger maken van de rijksdienst. Naast deze «makro-»doelmatigheid streeft P-Direkt naar doelmatigheid van de eigen bedrijfsvoering. Door bundeling van taken van de bestaande dienstverlening uit de verschillende departementen binnen P-Direkt wordt een efficiencyslag gemaakt. P-Direkt stelt zich tot doel in deze groeiperiode het huidige overheadpercentage van 20% te verbeteren naar 17,5% waardoor de uurtarieven jaarlijks met reëel 0,5% kunnen worden verlaagd (totaal een verlaging met ca 7%). Tevens zal de oorspronkelijke doelstelling om de dienstverleningstarieven aan de afnemers met jaarlijks 2% te verlagen na de nulmeting in 2009 worden ingezet.

Nieuwe dienstverlening

Om de nieuwe dienstverlening per 2008 qua bedrijfsvoering doelmatig in te richten wordt momenteel het beheer op een gestandaardiseerde wijze opgezet en de planning en control vormgegeven. In het kader van de planning en control worden prestatieafspraken gemaakt en worden zogenaamde Key Performance Indicators (KPI’s) opgesteld. Deze zijn «hard» in de betekenis van het afleggen van verantwoording over het eventueel niet halen er van; de KPI’s fungeren als indicator over het functioneren opdat tijdig kan worden bijgestuurd. In 2008 zijn door P-Direkt deze KPI’s vastgesteld, waarna deze de basis vormen voor afspraken met de klanten. Ten aanzien van de volgende onderwerpen zijn prestatieafspraken dan wel KPI’s vastgesteld en vervolgens in de planning en controlproducten opgenomen.

Klantgerichtheid

De dienstverlening van P-Direkt is er op gericht de medewerkers van de departementen te ondersteunen bij het uitvoeren van de personeelsprocessen. Vanuit deze externe focus worden afspraken gemaakt met de departementen over de kwaliteit van de diensten.

Kwaliteit en kostenefficiency

Naast de klantgerichte sturing is sturing op kwaliteit en kostenefficiency het middel om doelmatiger werken te bevorderen. Door afspraken te maken over de hoeveelheid en de kwaliteit van de te leveren diensten worden doelmatigheidsprikkels geïntroduceerd.

Naast de planning en control zijn er nog andere instrumenten die P-Direkt benut om haar doelmatigheid te vergroten. De belangrijkste zijn: Benchmarking, Audits, Gebruikerstevredenheidsonderzoek en Periodiek evaluatieonderzoek.

Eind 2008 is het HR Shared Service Center benchmark community 2009 gestart waarin P-direkt participeert.

Periodiek evaluatieonderzoek

Met betrekking tot de bijdrage van P-Direkt aan de doelmatigheid op rijksniveau wordt binnen vier jaar na de start een onafhankelijk evaluatieonderzoek uitgevoerd. De eigenaar is opdrachtgever voor het evaluatieonderzoek. Onderdeel van deze evaluatie is het uitvoeren van een kosten-batenanalyse. Zijn de besparingen die vooraf voor reëel werden gehouden ook daadwerkelijk gerealiseerd. De uitkomsten van de evaluatie moeten er toe leiden dat op zowel het niveau van P-Direkt als het niveau van de individuele contracthouder voorstellen voor doelmatigheid en kwaliteit worden vastgesteld.

Bestaande dienstverlening

Met betrekking tot de bestaande dienstverlening geldt dat P-Direkt deze heeft overgenomen met alle lusten en lasten, dus ook met bestaande contracten. Dat beperkt de sturing op doelmatigheid. Eenheid in beheer wordt hier ook bemoeilijkt. Enerzijds omdat dit afspraken met onderaannemers vereist en die zijn contractueel reeds – zoals gesteld – vastgelegd. Anderzijds omdat investeren in standaardisatie gezien de beperkte doorlooptijd van de dienstverlening slechts beperkt rendeert. Binnen dit kader geeft P-Direkt uitvoering aan de doelmatigheidseis door bij een kwalitatief goede dienstverlening:

• te sturen op een optimaal contractmanagement binnen de dienstverlening met leveranciers en afnemers;

• binnen een in opbouw zijnde organisatie een efficiënte inzet van personeel te realiseren om hiermee de overhead op een laag niveau te houden. Onder andere door functies die nog geen volledige capaciteit vergen te bundelen en door de inzet van externen in de bedrijfsvoeringfuncties te beperken;

• te sturen op het niveau van kostprijzen om inzichtelijkheid te bieden in het kostenverloop en de resultaten van de dienstverlening.

Daarnaast participeert P-Direkt in het benchmarkonderzoek voor baten-lastendiensten die de overheadcijfers van de baten-lastendiensten binnen het rijk in kaart moet brengen en vergelijken. P-Direkt heeft in 2008 gestuurd op een percentage van 20% overhead (2007: 24,5%). In deopvolgende jaren zal P-Direkt dit percentage verder verlagen naar het Rijksbrede percentage voor baten-lastendiensten van 17,5%.

Kengetallen

P-Direkt is bezig met de transitie van projectenorganisatie naar een beheer- en dienstverleningsorganisatie. De beheerorganisatie is gestart met de overname van een aantal werkelijke HRM-oplossingen bij ministeries (o.a. Emplaza en PeRCC) en heeft in 2008 de nieuwe HRM-oplossingen vanuit de 1e fase in beheer genomen (o.a. de Payroll, het HRM-informatie en transactieportaal en de Personeelsdossierservice). In 2008 is de organisatiestructuur die dat beheer op een efficiënte wijze uitvoert verder opgezet. Onderdeel daarvan is het op eenduidige wijze vastleggen en administreren van afspraken met de leveranciers en de klanten. Dat laatste vindt plaats in een zogenaamd Service Charter waarin ook performance-indicatoren worden opgenomen. In 2009 wordt een nulmeting uitgevoerd die de basis zal vormen voor de doelmatigheidsmeting in de jaren 2009 en verder.

Bij P-Direkt wordt de basisdienstverlening doorberekend middels een individuele arbeidsrelatie(iar)-tarief per maand. Momenteel is er nog sprake van een mix van oude en nieuwe producten en additionele verrekeningen waardoor de financiële impact per departement zeer verschillend is. Met ingang van 2009 zal er echter veelal sprake zijn van een integrale afname van de basisdienstverlening door alle departementen: het gaat dan in eerste instantie (Fase I) om het transactieportaal, het personeelsinformatiesysteem, de salarisverwerking, het elektronisch personeelsdossier en op iets langere termijn (Fase II) de personeels- en salarisadministratie. Door de betreffende iar-tarieven op jaarbasis bij elkaar op te tellen wordt een zogenaamde P-Direktpakketprijs vastgesteld!

Om de doelmatigheid van P-Direkt aan te tonen zal sprake moeten zijn van een dalende kostprijs bij een (minstens) gelijk blijvende kwaliteit. Naast beschikbaarheid en betrouwbaarheid wordt ook gerapporteerd over de reactiesnelheid (calls, incidenten en serviceverzoeken opgelost binnen streeftijd voor alle (per product) klanten samen).

P-direktRealisatieRaming
 2007200820082009
kostprijs in € per IAR57185185288
gewogen kostprijs producten Fase I
gewogen kostprijs producten Fase II    
     
Kwaliteit    
Beschikbaarheid 99%98%98%
Betrouwbaarheid 99%95%95%
Reactiesnelheid 92%80%80%

Toelichting:

Medio 2007 is gestart met de productie van het Centrale Personeelsdossier, in 2008 (gefaseerd) aangevuld met de Salarisverwerking, het HRM- en Transactieportaal waarna in 2009 Fase 1 wordt gecompleteerd met het Personeelsregistratiesysteem.

NB. Hier is dus sprake van een uitbreiding van dienstverlening (meer productaanbod) over de jaren waarbij het jaar 2009 het eerste jaar zal zijn dat sprake is van een volledig productaanbod (Fase I) zodat pas voor het jaar 2010 vastgesteld kan worden of er sprake is van doelmatiger produceren.

BATEN-LASTENDIENST LANDELIJKE FACILITEIT RAMPENBESTRIJDING (LFR)

Algemeen

Per 1 januari 2007 heeft de Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding de status van baten-/lastendienst verkregen. De LFR is beleidsmatig ondergebracht bij het directoraat generaal Veiligheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De LFR verleent diensten op het gebied van verwerven en beheren van materieel en bijstandteams ten behoeve van de brandweer, politie, geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen en andere en hulpverleningsorganisaties.

De missie van de baten-/lastendienst LFR luidt: «De baten-/lastendienst is een landelijke faciliteit ten behoeve van de partners in de veiligheid met als centrale rol de multidisciplinaire ondersteuning waaronder bijstand en operationele logistiek».

Bedrijfsvoering

De LFR, heeft in haar jaarplan 2008 ten aanzien van de personeelzorg aangegeven extra aandacht te besteden aan de persoonlijke ontwikkeling en het welzijn van de medewerkers.

Over het jaar 2008 is het percentage gehouden (en geregistreerde) functioneringsgesprekken 88%.

Het ziekteverzuim bij de LFR is in 2008 gedaald en ligt op gemiddeld 5,45%.

In 2008 is in door het ministerie van BZK georganiseerde voorlichtingsbijeenkomsten aandacht besteed aan integer werken en zijn alle medewerkers geïnformeerd over waar informatie en spelregels over integer werken te vinden zijn.

Dit omvat onder meer het geactualiseerd maken en houden van de website van de LFR en de herstart van het informatiebulletin voor klanten en relaties.

In opdracht van de directeur-generaal Veiligheid heeft de LFR in 2007 de uitvoering van het Bedrijfsvoeringplan LFR ter hand genomen. Begin 2008 was het overgrote deel van de verbeteringen gerealiseerd en heeft Directeur Generaal Veiligheid besloten het project af te ronden. De nog niet gerealiseerde activiteiten zijn verder in de lijn belegd. De programmamanager heeft in het de eerste maanden van 2008 geconstateerd dat de verbeteringen daadwerkelijk zijn gerealiseerd en nageleefd.

In de tweede helft van 2008 heeft de LFR een aantal verbeteringen in gang gezet om tot verbeterde administratieve processen en een adequaat financieel beheer te komen. De getroffen maatregelen sluiten aan op de accountantsrapportage 2007 en bevatten onder meer de start van de stroomlijning van de verwervings-, de financieel-administratieve processen, de planning & controlcyclus en de managementrapportages.

Met de oprichting van de baten-lastendienst LFR per 1-1-2007 is beoogd de taken op het terrein van het materieel beheer voor de brandweerzorg te concentreren en doelmatiger te laten functioneren. In het kader van de Wet op de Veiligheidsregio’s is er een tendens om meer beheertaken te bundelen. De oprichting van een landelijke shared service organisatie wordt daarbij verkend ten behoeve van de landelijke crisis- en rampenbestrijding. In dit licht wordt nagedacht over de herpositionering van de LFR taken.

In verband met de oprichting per 1 januari 2007 zijn er geen gegevens beschikbaar over de jaren tot en met 2006.

Vermogensontwikkelingen

Tabel weerstandsvermogenBaten-lastendienst LFR
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)29,980,9
Aandeel materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)00
Verloop voorzieningen (bedragen x € 1000)4950

Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100.

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA] * 100

Het Eigen Vermogen is van € 0,308 mln. eind 2007 gestegen naar € 0,788 mln.

De toename van de voorziening betreft het saldo van de jaartranche en de onttrekkingen aan de jubileumvoorziening.

Tabel Liquiditeit
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Quick ratio0,941,15

«Quick ratio»: debiteuren + nog te ontvangen + liquide middelen/crediteuren + nog te betalen

In verband met de oprichting van het agentschap per 1 januari 2007 zijn er geen historische gegevens van voor die periode beschikbaar.

Exploitatie

Baten-lastendienst LFRGespecificeerde verantwoordingsstaat 2008 (€ 1000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederdepartement6 30015 2808 980
Opbrengst overige departementen 00
Mutatie onderhanden werk02 1072 107
Opbrengst derden89095464
Rentebaten  0
Bijzondere baten  0
Totaal baten7 19018 34111 151
    
Lasten   
Apparaatskosten   
– personele kosten4 6224 503– 119
– materiele kosten2 31113 04310 732
Rentelasten86456
Afschrijvingskosten   
– materieel186110– 76
– immaterieel   
Overige lasten   
– dotaties voorzieningen 141141
– bijzondere lasten   
Totaal lasten7 12817 86110 733
Saldo van baten en lasten62480418

De verwervingen (aanschaf materieel ten behoeve van derden) maken geen onderdeel uit van de kosten en opbrengsten.

Echter de kosten en opbrengsten van de beheeractiviteiten zijn niet in de begroting 2008 meegenomen maar maken wel onderdeel uit van de realisatie 2008. Dit verklaart de grote afwijking van de gerealiseerde baten en lasten ten opzichte van de in de begroting opgenomen baten en lasten.

De mutatie «onderhanden werk» is een gevolg van de toename van de geactiveerde projectkosten van de projecten die eind 2008 nog niet gereed zijn.

Baten-lastendienst LFRBalans per 31 december 2008 (x € 1 000)
 Balans 2008Balans 2007
Activa  
Immateriële activa 0
Materiële activa  
– grond en gebouwen79
– activa in aanbouw690
– installaties en inventarissen70105
– overige materiële vaste activa284320
Voorraden– 79105
Debiteuren8881 861
Nog te ontvangen431197
Liquide middelen2 326968
Totaal activa3 9963 565
   
Passiva  
Eigen Vermogen  
– exploitatiereserve3080
– verplichte reserve 0
– onverdeeld resultaat480308
Leningen bij het MvF00
Voorzieningen5049
Crediteuren243779
Nog te betalen2 9152 429
Totaal passiva3 9963 565

Zie voor de toename van liquide middelen het kasstroomoverzicht.

Door een meer gespreide facturatie is ultimo 2008 de debiteurenpositie lager dan die in 2007

Investeringen

Baten-lastendienst LFRKasstroomoverzicht per 31 december 2008 (x € 1 000)
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1 Rekening-courant RHB 1 januari 2008– 1649671 131
    
2 Totale operationele kasstroom2491 4661 217
    
  Totaal investeringen (-/-)– 280– 107173
  Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)0 0
3 Totaal investeringkasstroom– 280– 107173
    
  Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)0 0
  Eenmalige storting door het moederdepartement(+)0 0
  Aflossingen op leningen (-/-)0 0
  Beroep op leenfaciliteit(+)0 0
4 Totaal financieringskasstroom000
    
5 Rekening-courant RHB 31 december 2008 (=1+2+3+4)– 1952 3262 521

N.B.: Maximale roodstand is € 0,5 miljoen

Doelmatigheid

LFR heeft veel tijd en inspanning gestoken in de uitvoering van projectmatig werken en de aanpassing van het tijdregistratiesysteem. Hiermee worden alle projecten binnen LFR op een gelijkvormige wijze aangestuurd en zal de informatiepositie aangaande de projectvoortgang en -beheersing verbeteren.

LFR gebruikt het internet materieelbeheersysteem (IMS) voor onder meer onderhoudschema’s, inkoop en rapportage. Ook de voorraad posities materieel voor de veiligheidsregio’s kunnen hieruit worden afgeleid.

Verder is een projectadministratie in gebruikgenomen en wordt gewerkt op basis van de projectmanagementmethode Prince2. Daarnaast zijn belangrijke stappen gezet op het gebied van innovatietrajecten voor de hulpverleningsdiensten.

Kengetallen

Kengetallen
 (1)(2)(3)=(2)-(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2008Realisatie 2008Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Directe uren – intern42 96232 841– 10 121
Directe uren per directe medewerker intern1 193,41 042,6– 151
Directe uren medewerker intern914,1767– 147,1
Productiviteitspercentage Directe medewerker intern65%56,8%– 8,2%
Productiviteitspercentage medewerker intern49,8%43,3%– 6,5%

Zowel de directe uren van de interne medewerkers als van de productiviteit van de directe interne medewerkers is in 2008 achter gebleven bij de begroting.

BATEN-LASTENDIENST WERKMAATSCHAPPIJ

Algemeen

De Werkmaatschappij (DWM) is per 1 januari 2008 van start gegaan als baten-lastendienst onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. DWM is een concernbreed platform en thuisbasis voor interdepartementale samenwerking op het terrein van de bedrijfsvoering in brede zin binnen de gehele Rijksoverheid. DWM biedt onderdak aan bedrijfseenheden en interdepartementale samenwerkingsverbanden. Die laatsten kunnen bij DWM terecht voor de afname van PIOFACH-ondersteuning, zij maken echter geen onderdeel uit van DWM.

De bedrijfseenheden wel, zij maken deel uit van de baten-lastendienst DWM en vallen daarmee onder het ministerie van BZK. Een bedrijfseenheid is het resultaat van een interdepartementale samenwerking die tot volle wasdom is gekomen, en aldus in staat concrete producten en diensten te leveren en de daarmee samenhangende kosten in rekening te brengen bij de opdrachtgevers. Per januari 2008 bestaat de DWM uit dertien bedrijfseenheden en drie samenwerkingsverbanden.

Bedrijfsvoering

Financieel Beheer

Het financieel beheer en de financiële verantwoording van de WM moeten voldoen aan de voorschriften voor baten-lastendiensten; daarnaast worden er een aantal algemene bedrijfseconomische beginselen als uitgangspunt genomen. Algemeen uitgangspunt is dat getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht wordt gegeven in de grootte en samenstelling van het vermogen van de baten-lastendienst en de omvang van de baten en lasten, het saldo van baten en lasten, kapitaaluitgaven en kapitaalontvangsten. De ervaring leert dat blijvend veel moet worden geïnvesteerd in een zo efficiënt mogelijk ingericht financieel beheer. Het jaar 2008 leert dat er verbeteringen mogelijk zijn. Op basis van een evaluatie van het jaarrekeningtraject is een lijst met concrete verbeteracties in voorbereiding.

Ontwikkelingen

Gegeven de ervaringen van het afgelopen jaar is verdere optimalisering en uniforming van processen en werkwijze noodzakelijk. De aangekondigde evaluatie biedt hiervoor de bouwstenen. Het gaat om acties zowel rond het proces van de totstandkoming van de jaarrekening als de huidige inrichting van de financiële functie en het Bedrijfsburo. Ook op het terrein van ICT en (ontsluiting van) managementinformatie zijn verbeteringen te realiseren. Niet alleen waar het gaat om de bedrijfsvoeringsondersteunende systemen, maar ook waar het gaat om de primaire basisregistratiesystemen van bedrijfseenheden. Daartoe is eind 2008 o.a. gestart met een project Exact waarmee de uren- en opdrachtenadministratie kan worden gekoppeld aan de financiële administratie.

Vermogensontwikkelingen

Tabel weerstandsvermogenBaten-lastendienst Werkmaatschappij
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%)nvtnvtnvtnvt
Aandeel materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%)nvtnvtnvtnvt49%
Verloop voorzieningen (bedragen x € 1000)nvtnvtnvtnvtnvt

Eigen vermogen tov gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100.

Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF/boekwaarde MVA] * 100

Om eventuele risico’s uit de normale bedrijfsuitoefening op te kunnen vangen wordt weerstandsvermogen opgebouwd. Het jaar 2008 is het eerste jaar van de WM.

Tabel LiquiditeitBaten-latendienst Werkmaatschappij
 Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006Realisatie 2007Realisatie 2008
Quick rationvtnvtnvtnvt0,99

«Quick ratio»: debiteuren + nog te ontvangen + liquide middelen/crediteuren + nog te betalen

Exploitatie

Baten-lastendienst WerkmaatschappijGespecificeerde verantwoordingsstaat 2008 (€ 1000)
 (1)(2)(3)(4)=(3)-(2)
 Oorspronkelijk vastgestelde begroting1e suppletore begroting 2008RealisatieVerschil realisatie en 1e suppletore begroting
Baten    
Opbrengst moederdepartement017 56811 220– 6 348
Opbrengst overige departementen0117 41926 167– 91 252
Opbrengst derden04 0171 871– 2 146
Rentebaten02011– 9
Bijzondere baten07612 4331 672
Totaal baten0139 78541 702– 98 083
     
Lasten    
Apparaatskosten 138 69241 017– 97 675
– personele kosten020 01321 3941 381
– materiële kosten0118 67919 623– 99 056
Rentelasten0130361231
Afschrijvingskosten    
– materieel0 6464
– materieel ICT052161109
Overige lasten    
– dotaties voorzieningen  2424
– bijzondere lasten  00
Totaal lasten0138 87441 627– 97 247
Saldo van baten en lasten091175– 836

De 1e suppletore begroting 2008 en de realisatie 2008 wijken op een drietal posten beduidend van elkaar af. Deze afwijkingen worden veroorzaakt door verschillen in inzicht en groepering ten tijde van het opmaken van de begroting en de jaarrekening. Deze verschillen zijn:

1. In de begroting zijn bij de bedrijfseenheden Houdstermaatschappij, Flexchange en AMC de doorberekeningen van kosten van derden vermeerderd met de fee aan afnemers als baten opgenomen. In de realisatiecijfers is bij deze bedrijfseenheden als omzet de fee verantwoord welke is gebaseerd op de door de eigenaar goedgekeurde tarieven. De wijze van omzetverantwoording zou tot een aanpassing van de begrote baten en de lasten hebben geleid van € 99,2 mln. In de onderstaande toelichtingen heeft deze correctie wel plaats gevonden. De (gecorrigeerde) begrote opbrengsten bedragen derhalve € 39,8 mln.

2. Het verwerken van de inhuur ten behoeve productie (personeel) in de begroting onder de materiele kosten en in de realisatie onder de personele kosten.

3. Het verwerken van de overige personele kosten in de begroting onder de materiele kosten en in de realisatie onder de personele kosten.

De bijzondere baten van € 2 432 930 bestaan uit de vergoeding voor opbouwkosten 2008 van de expertisecentra (ca € 1 875 000), bijdragen vorige eigenaren (€ 360 100) en de vrijval verplichte reserve (€ 196 000) als gevolg van de afschrijving op de materiële vaste activa.

Totaal batenOorspronkelijk vastgestelde begroting1e suppletore begrotingRealisatie
Totaal stand voor correctie 139 785134 874
Af: eliminatie doorberekende inkoopkosten – 99 154– 93 172
Totaal stand na correctie040 63141 702
Totaal LastenOorspronkelijk vastgestelde begroting1e suppletore begrotingRealisatie
Totaal stand voor correctie 138 874134 799
A Af: eliminatie doorberekende inkoopkosten– 99 154– 93 172
Totaal stand na correctie039 72041 627

Het verschil (hogere) lasten van circa € 1,8 mln. wordt veroorzaakt door inhuur externen bij diverse bedrijfseenheden.

Resultaat

Het saldo van baten en lasten over 2008 bedraagt € 74 500. Bij de 1e suppletore begroting was € 910 700 geraamd. Onderstaand is een vergelijking per bedrijfseenheid gegeven tussen de 1e suppletore begroting en de realisatie 2008.

 1e suppletore begrotingRealisatieVerschil Realisatie en 1e suppletoire begroting
 
Houdstermaatschappij700– 162 700– 163 400
Flexchange3 300– 882 900– 886 200
We Print Together (WPT)230 300– 266 700– 497 000
Intercoach (IC)6 200– 20 000– 26 200
Expertisecentrum Rijksadvies (RA)032 20032 200
Expertisecentrum Formatieadvies (FA)73 500178 800105 300
Expertisecentrum Arbeidsjuridisch (AJ)82 20075 700– 6 500
Expertisecentrum Arbeidsmarktcommunicatie (AMC)317 4001 075 600758 200
Expertisecentrum Arbeid & Gezondheid (A&G)086 30086 300
Expertisecentrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk (BMW)1 100149 400148 300
Bhuro071 30071 300
Het Buitenhuis (HBH)0– 74 000– 74 000
Interdepartementale Posten Koeriersdienst (IPKD)196 000– 188 500– 384 500
 910 70074 500– 836 200

Houdstermaatschappij: Het negatieve saldo van de houdstermaatschappij is voornamelijk veroorzaakt doordat er meer gebruik is gemaakt van ingehuurd personeel (€ 215 000).

Flexchange: In de begroting van Flexchange is onvoldoende rekening gehouden met extra kosten voor externe inhuur en advisering en ICT diensten als gevolg van de gerealiseerde verdrievoudiging van de afzet ten opzichte van 2007.

We Print Together (WPT): Bij het opstellen van de kostprijscalculatie voor 2008 is géén c.q. onvoldoende rekening gehouden met de (koeriers)kosten van de IPKD, een stijgend papierverbruik en de (loon) indexering 2008.

Expertisecentrum Formatieadvies (FA): Hoewel de omzet iets is achtergebleven bij de begroting is sprake van een hoger resultaat van circa € 100 000. Dit is veroorzaakt door het maken van fixed price afspraken met diverse departementen.

Expertisecentrum Arbeidsmarktcommunicatie (AMC):Het hogere resultaat is veroorzaakt door lager dan geraamde productiekosten voor de imagocampagne.

Expertisecentrum Arbeid & Gezondheid (A&G): Hoewel de omzet flink is achtergebleven als gevolg van vertraagde aansluiting van departementen (comply or explain afspraken) heeft A&G toch een positief resultaat behaald. Dit is veroorzaakt doordat op de projecten met fixed price afspraken de kosten lager zijn uitgevallen dan begroot.

Expertisecentrum Bedrijfsmaatschappelijk werk (BMW): Als gevolg van extra inkomsten die zijn gegenereerd bij de diverse samenwerkingspartners is het resultaat circa € 150 000 hoger dan begroot.

Interdepartementale Posten Koeriersdienst (IPKD): Doordat de vacature hoofd IPKD langer heeft opengestaan zijn er meer kosten gemaakt voor externe inhuur. Verder zijn in 2008 voor diverse ritten te lage tarieven doorberekend aan de klant.

Baten-lastendienst WerkmaatschappijBalans per 31 december 2008 (x € 1 000)
 Balans 2008Beginbalans
Activa  
Immateriële activa  
Materiële activa400392
– grond en gebouwen1780
– installaties en inventarissen116124
– overige materiële vaste activa106268
Voorraden124126
Debiteuren9 5250
Nog te ontvangen4 0981 110
Liquide middelen4891
Totaal activa14 6361 629
   
Passiva  
Eigen Vermogen247368
– exploitatiereserve00
– verplichte reserve172368
– onverdeeld resultaat750
Leningen bij het MvF1280
Voorzieningen00
Crediteuren6 4840
Nog te betalen7 7771 261
Totaal passiva14 6361 629

Overlopende activa en passiva

De post nog te ontvangen bestaat voornamelijk uit de nog door AMC te factureren posten € 1 931 400, alsmede een vordering van De Werkmaatschappij op BZK (DGOBR) uit hoofde van inbreng van activa en passiva in de per 1 januari 2008 opgerichte baten-lastendienst is eind 2008 door DGOBR voldaan.

De post nog te ontvangen bestaat voornamelijk uit nog te verrekenen met het moederdepartement per saldo € 1 989 200 en de per saldo door Flexchange € 1 439 000 met de ministeries en uitzendbureaus te verrekenen bedragen als gevolg van de door haar verrichte bemiddeling.

Investeringen

Baten-lastendienst WerkmaatschappijKasstroomoverzicht per 31 december 2008 (x € 1 000)
 (1)(2)(3)(4)=(3)-(2)
 Oorspronkelijk vastgestelde begroting1e suppletore begroting 2008RealisatieVerschil realisatie en 1e suppletore begroting
1 Rekening-courant RHB 1 januari 20080000
     
2 Totale operationele kasstroom0– 184526710
     
  Totaal investeringen (-/-)0– 1 550– 2331 317
  Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)   0
3 Totaal investeringkasstroom0– 1 550– 2331 317
     
  Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)   0
  Eenmalige storting door het moederdepartement(+)   0
  Aflossingen op leningen (-/-)  – 6– 6
  Beroep op leenfaciliteit(+)01 550200– 1 350
4 Totaal financieringskasstroom01 550194– 1 356
     
5 Rekening-courant RHB 31 december 2008 (=1+2+3+4)0– 184487671

Het beroep op de leenfaciliteit is met name lager dan geraamd vanwege een vertraagde investering bij Flexchange.

Doelmatigheid

Werkmaatschappijbrede indicatoren1e suppletore begrotingRealisatie
tevredenheid opdrachtgevers (departementen)76,4
Medewerkertevredenheid7volgt inbegr. 2010
% fte overhead * (obv benchmark)20%1x per 2 jaar
% fte primaire proces (obv benchmark)80%1x per 2 jaar
Omzet (in €) **139 784 81639 258 428
Gemiddeld aantal fte315268
Omzet per fte in €443 180146 487

* overhead inclusief verkoop

** omzet exclusief intercompany

Ontwikkeling omzet: Na correctie van de een op een doorbelastingen resteert een begrote omzet ( exclusief rente- en bijzondere baten) van € 39,8 mln. De gerealiseerde omzet ligt in lijn met de begrote omzet.

Omzet per fte: De (gecorrigeerde) begrote omzet per fte bedraagt € 126 000 ten opzichte van een gerealiseerde omzet per fte van € 146 500. Deze ontwikkeling geeft een vertekend beeld, omdat de Werkmaatschappij in 2008 genoodzaakt was om extern personeel in te huren als gevolg van de interdepartementale taakstelling personeel en de interdepartementale spelregels en afspraken die daarmee samenhangen. In plaats van vast en tijdelijk overheidspersoneel is door meerdere eenheden extern personeel ingehuurd om aan de vraag van departementen te kunnen voldoen c.q. omzet te genereren. Omdat het kengetal is gebaseerd op het aantal fte’s ambtelijk personeel veroorzaakt inhuur van extern een toename van de omzet per fte.

In 2009 zal een betere indicator worden ontwikkeld, die kan/zal worden geoperationaliseerd in de jaarplannen 2010.

Indicatoren per Bedrijfseenheid
  1e suppletore 2008realisatie 2009
houdster*Inkooptarief BZK-stafdiensten (in €)18 85018 850
 kostprijs uitgedrukt in opslag % op directe inkoop (excl. opbouwkosten)108,70%112,17%
 klanttevredenheid Bedrijfseenheden76,6
WPTopslag printen zwart/wit (in €)0,01290,0126
 volume zwart/wit45 000 00046 192 329
 opslag printen kleur (in €)0,02970,0276
 volume kleur17 500 00018 823 085
Intercoachkostprijs coachtrajecten (in €)8391 232
 deelnemers coachtrajecten16072
Flexchangekostprijs uitgedrukt in opslag % op directe inkoop103%104,28%
 directe inkoopkosten uitzendkrachten (in €)89 320 38886 057 729
AJ*gemiddelde kps/decl.uur (in €)91,2496,85
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren65,00%62,88%
FA*gemiddelde kps/decl.uur (in €)100130
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren59,00%41,89%
RA*gemiddelde kps/decl.uur (in €)132159
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren49,10%34,81%
AMC**gemiddelde kps/decl.uur (in €)81,53niet beschikbaar
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren67,90%niet beschikbaar
A&Ggemiddelde kps/decl.uur (in €)94,67niet beschikbaar
 aandeel declarabele uren direct personeel52,96%niet beschikbaar
BMWontwikkeling gemiddelde kps/decl.uur (in €)76,0676
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren62,8%66,00%
Bhuroontwikkeling gemiddelde kps/decl.uur (in €)87,4686,87
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren57,2%67,30%
Buitenhuisontwikkeling gemiddelde kps/decl.uur (in €)191,50niet beschikbaar
 ontwikkeling kostprijs per uur sessie algemeen184,70niet beschikbaar
 aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren37,9%niet beschikbaar
IPKDkostprijs basis/plusronde per adres (in €)649,56650
 aantal adressen361361

* exclusief aanloopkosten

** kostprijs AMC exclusief directe inkoopkosten

Het hogere opslagpercentage van de houdster hangt samen met de lagere omzetrealisatie en dus lagere inkoopkosten voor de PIOFACH dienstverlening (de noemer) waardoor de teller zwaarder weegt in de gehanteerd formule (opslag% = totaal apparaatskosten/inkoopkosten dienstverlening).

De hogere gerealiseerde kostprijzen bij AJ, FA en RA De gemiddelde kostprijzen per declarabel uur hebben betrekking op de declarabele uren van het ambtelijk personeel. Het aandeel productieve fte ambtelijk personeel en daarmee het aandeel declarabele uren is, mede door de interdepartementale taakstelling personeel en de spelregels die daarmee samenhangen, lager dan geraamd. Als gevolg hiervan stijgt de kostprijs per declarabel uur.

De hogere kostprijs voor coachtraject hangt samen met een lager dan verwachtte afname van dit product. In 2008 is het kostprijsmodel van Intercoach herzien wat heeft geleid tot een aanpassing (verhoging) van het tarief.

De hogere kostprijs van Flexchange wordt veroorzaakt door de exponentiële groei in het afgelopen jaar. Om dit te kunnen realiseren zijn extra kosten gemaakt voor de ontwikkeling van de organisatie en het primaire systeem.

Enkele van de bedrijfseenheden (Buitenhuis, AMC, A&G) die op 1 januari 2008 zijn toegetreden hebben geen realisatiegegevens kunnen opleveren. In 2009 zal worden gezocht naar een alternatief hetzij door herformulering van kengetallen hetzij door implementatie van een urenverantwoording hetzij door aanpassing van kengetallen. Dit alternatief kan/zal worden geoperationaliseerd in het jaarplan 2010.

D. BIJLAGEN

D1. BURGEMEESTERSBENOEMINGEN

Periode 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008.

Overzicht burgemeestersbenoemingen

Totaal aantal benoemingen in de periode 1 januari 2008 t/m 31 december 2008: 34

Aantal benoemingen waarbij de minister in haar voordracht de aanbeveling van de raad volgde: 34

In één procedure waren er te weinig benoembare kandidaten. In dit geval is de commissaris in overleg met de vertrouwenscommissie tot de conclusie gekomen dat de raad niet in staat zal zijn tot een (wettelijk vereiste) meervoudige aanbeveling te komen. De commissaris stelde voor de procedure opnieuw te starten. Deze vacature is tot nu toe nog niet vervuld.

Overzicht benoeming vrouwelijke burgemeesters

Aantal vrouwelijke burgemeesters op 1 januari 2008: 76

Vrouwelijke burgemeester volgt een vrouw op: 4

Vrouwelijke burgemeester volgt een man op: 5

Vrouwelijke burgemeester benoemd na herindeling: 0

Vrouwelijke burgemeester wordt opgevolgd door een man: 6

Vacature met laatstelijk een vrouwelijke burgemeester: 5

Aantal vrouwelijke burgemeesters op 31 december 2008: 80

Overzicht burgemeestersposten naar politieke kleur en man/vrouw verhouding per 29 december 2008
PartijenPostenPercentagesInwonersPercentagesManVrouwTotaal
CDA13733,80%4 137 04326,2011720137
PVDA10726,40%5 313 87233,708423107
VVD10626,20%4 582 21129,108224106
D66276,70%1 027 6336,5019827
GL102,50%252 7481,605510
CU82,00%254 3421,608 8
SGP61,50%139 0890,906 6
OVG30,70%45 0800,303 3
GEEN10,20%9 8380,101 1
 405 15 761 856 32580405

D2. TOEZICHTSRELATIES EN ZBO’S/RWT’S

Naam organisatieBeleidsartikelRWTZBOFunctieRamingRealisatieURL
– Kiesraad1. Grondweten Democratie XBegeleiding en organisatie kiesproces0,42,1www.kiesraad.nl
– Politieregio’s2. PolitieX Handhaving veiligheid3 608,13 637,6Diversen
– Politieacademie(PA)2. PolitieXXVerzorging van opleiding en het afnemen van examens voor politiefunctionarissen123,0126,0www.politieacademie.nl/politie
– Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)10. Arbeidszaken overheidXXUitvoering van overzeese pensioenen36,533,9www.saip.nl
– Onderzoeksraad voor veiligheid14. Toezicht en onderzoek openbare orde en veiligheidXXUitvoering van onafhandelijk onderzoek van rampen10,210,2www.onderzoeksraad.nl
– Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid16. Brandweeren GHORXXVerzorging van opleiding brandweerfunctionarissen6,93,3www.nifv.nl
– Nederlands Bureau Brandweerexamens (Nbbe)16. Brandweeren GHORXXHet afnemen van examens voor brandweerfunctionarissen0,01,1www.nbbe.nl
– Stichting VUT-fonds17. VutfondsX Uitvoering van VUT-rechtenWettelijke taak is in 2007 komen te vervallen

D3. AANBEVELINGEN ALGEMENE REKENKAMER

Jaar constateringAandachtspuntenStand van ZakenConclusieAanbevelingOntwikkelingen/toezegging minister
Onvolkomenheden financieel beheer en materieelbeheer
2001InformatiebeveiligingHet ministerie van BZK voldoet in 2007 nog niet aan de eisen uit het VIR en het VIR-BI. De informatiebeveiliging van het departement kent nog onvolkomenhedenOntwikkel informatiebeveiligingsplannen (IBP’s) voor de onderdelen waarvoor nog geen IBP is opgesteld en toets de verouderde IBP’s op hun actualiteit. Voer het plan van aanpak voor de verdere invoering van het VIR-BI uit. Neem in het informatiebeveiligingsbeleid op dat het informatievoorzieningsbeleid daarmee wordt afgestemd en laat onafhankelijk toetsen of dat beleid toereikend is.Bij alle onderdelen zijn afhankelijkheidsanalyses uitgevoerd. Voor nagenoeg alle informatiesystemen binnen BZK zijn informatiebeveiligingsplannen opgesteld. BZK voldoet uiterlijk medio 2009 aan het VIR ( conform eerdere toezegging aan de Tweede Kamer). Voor voldoen aan het VIR-BI zijn de oplossingen voor de ICT bepalend. Het aanpassen van de (nieuwe) ICT-systemen aan het VIR-BI loopt door tot eind 2009/begin 2010.
      
Aandachtspunten
2007Totstandkoming bedrijfsvoeringparagraaf (BVP)Totstandkoming van de BVP is niet transparant genoeg. AR geeft aan dat afweging om bevindingen al dan niet op te nemen in (BVP) duidelijker vastgelegd moet worden.Nagaan of totstandkoming BVP nog duidelijker kan worden vastgelegd.Voor het opstellen van de BVP is dit jaar gebruik gemaakt van een afwegingskader. Dit afwegingskader geeft inzicht in wanneer een onderwerp wordt opgenomen in de BVP. Het proces totstandkoming BVP is hierdoor nog inzichtelijker geworden.
      
2007Registratie aantal aangeleverde verdachten in de systemen van het Openbaar Ministerie en PolitieSprake van verschil in cijfers aantal aangeleverde verdachten in de systemen van het OM en de politie.De AR geeft aan het verschil in de administratie tussen de politie en het Openbaar Ministerie m.b.t. het aantal aangeleverde verdachten OM een aandachtspunt te vinden.Het verschil in de administratie politie en OM analyseren en prestatiegegevens in jaarverslag bezien.Uiterlijk in 2009 wordt landelijk een voorziening/systeem geïmplementeerd voor de analyse, registratie en ontsluiting van gegevens op het gebied van handhaving (is samenwerkingsafspraak met de politie). In de loop van 2010 wordt deze voorziening gekoppeld aan de systemen van het OM waardoor er een sluitende analyse gegevens OM en Politiebeschikbaar is.

D4. OVERZICHT NIET-FINANCIELE INFORMATIE OVER INKOOP VAN ADVISEURS EN TIJDELIJK PERSONEEL

Uitgaven voor inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel (inhuur externen) conform de definitie informatiestatuut 2007

Ministerie: Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Verslagjaar: 2008

UITGAVEN IN 2008(in € x 1 000)
Programma- en apparaatskosten 
1. Interim management3 039
2. Organisatie- en formatieadvies2 239
3. Beleidsadvies3 035
4. Communicatie advisering573
  
Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)8 886
  
5. Juridisch advies1 634
6. Advisering opdrachtgevers automatisering12 510
7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie1 707
  
(beleids) ondersteunend (som 5 t/m 7)15 851
  
8. Uitzendkrachten26 600
  
Ondersteuning bedrijfsvoering26 600
Totaal uitgaven inhuur externen, exclusief:51 337
P-Direkt en Werkmaatschappij22 716
Inhuur voor Vernieuwing Rijksdienst projecten864
Totaal74 917

Algemene toelichting op de tabel

Bovenstaand overzicht geeft een beeld van de uitgaven voor inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel (inhuur externen) conform de rijksbrede definitie en de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV2009). Verschil ten opzichte van het jaarverslag 2007 is dat de uitgaven van de batenlastendiensten ook zijn opgenomen in het overzicht. Dit betreft het KLPD, de CAS, het BPR, de LFR, P-Direkt en de Werkmaatschappij.

Toelichting op het uitgavenniveau en belangrijkste mutaties

De minister van BZK heeft in juni 2008 de Tweede Kamer geïnformeerd over de maatregelen die het kabinet neemt om de uitgaven externe inhuur te beheersen (TK 2007–2008, 31 201, nr. 38). In het verlengde hiervan heeft BZK in 2008 zelf stappen ondernomen om de uitgaven te beteugelen. Desondanks liepen de uitgaven in 2008 aanvankelijk snel op, vooral vanwege het na-ijleffect van uitgaven gedaan in het begin van het jaar. Daarop zijn aanvullende maatregelen getroffen om de uitgaven inhuur te beheersen. Zo is er op het kerndepartement een geautomatiseerd monitoringssysteem geïntroduceerd waarmee continu de stand van zaken kan worden opgemaakt. Daarnaast zijn nieuwe regels geïntroduceerd voor het aangaan, accorderen en registreren van externe inhuur. Verder is geïnvesteerd in de verdere bewustwording over hoe om te gaan met externe inhuur, ook bij de baten-lastendiensten. In het laatste kwartaal van 2008 is een verplichtingenstop van kracht geworden binnen het kerndepartement, waardoor de stijgende ontwikkeling van de uitgaven is getemperd. Dit pallet van maatregelen heeft een positief effect gehad op het terugbrengen van de externe inhuur voor de uitvoering van bestaande activiteiten. Doordat 2008 ook het jaar was van de opbouw van nieuwe baten-lastendiensten en de uitvoer van vernieuwingsprojecten, is de totale omvang aan uitgaven toch licht gestegen.

Nieuwe baten-lastendiensten

2008 was een belangrijk jaar van opbouw voor twee nieuwe BZK batenlastendiensten; de Werkmaatschappij en P-Direkt. Deze twee baten-lastendiensten hadden in 2007 nog geen uitgaven aan externe inhuur. In 2008 is hiervan wel sprake van. In bovenstaande tabel is daarom inzichtelijk gemaakt welke bedragen hier specifiek mee zijn gemoeid. In algemene zin hebben organisaties in de opbouwfase een relatief grote externe inhuur: de formatie is nog niet gevuld met personeel en de opbouwactiviteiten vergen specialistische tijdelijke expertise. Voor P-Direkt geldt in het bijzonder dat er specifieke ICT expertise noodzakelijk was in 2008. Het is niet doelmatig deze expertise structureel in huis te hebben. Te verwachten is dat de uitgaven aan externe inhuur in 2009 ook omvangrijk zullen zijn. In geval van P-Direkt is de Tweede Kamer regelmatig geïnformeerd over de voortgang. Zo stemde de Kamer in juni 2008 in met de Fase 2 van P-Direkt (TK, 2007–2008, 30 146, nr. 21). Hierbij is aan de Tweede Kamer aangekondigd dat met de omvangrijke investeringen die nodig zouden zijn in de eerste jaren van opbouw, ook de inhuur van externe ICT deskundigheid gemoeid zou zijn.

Projecten in het kader van de Vernieuwing Rijksdienst

BZK voert innovatieve projecten uit in het kader van de Vernieuwing van de Rijksdienst. Veel van deze BZK projecten hebben een sterke ICT component, bijvoorbeeld het investeringproject Digitale Werkomgeving Rijk. Deze hebben hun weerslag op de omvang van de externe inhuur bij BZK. Het apart presenteren van deze specifieke uitgaven geeft inzicht in de inhuur die gemoeid is met deze projecten die de afslanking en verbetering van de rijksdienst tot doel hebben. In 2009 zal de omvang van de externe inhuur voor deze projecten naar verwachting verder toenemen.

D5. AFKORTINGENLIJST

ABDAlgemene Bestuurs Dienst
ACIRAdvies Commissie ICT Rampenbestrijding
ADAuditdienst
AIVDAlgemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
AppaAlgemene pensioenwet Politieke Ambtsdragers
BDURBrede Doel Uitkering Rampenbestrijding
BESBonaire, Sint Eustatius en Saba
BIBOBBevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur
BPRBasisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten
BSNBurger Service Nummer
BVSBudgetverdeelsysteem
BZKBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
CAOCollectieve Arbeidsovereenkomst
CAOPCentrum Arbeidsverhoudingen OverheidsPersoneel
CASCentrale Archief Selectiedienst
CCVCentrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid
DGVDirectoraat generaal Veiligheid
DigiDDigitale identificatie
DKDBDienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging
ECExpertisecentra
EIDElectronic Immobilization Device
e-NIKElektronische Nederlandse Identiteitskaart
EUEuropese Unie
FEZFinancieel-Economische Zaken
FteFulltime-equivalent
GBAGemeentelijke Basisadministratie
GBOGemeenschappelijke Beheerorganisatie voor de overheid
GHORGeneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen
GMSGeïntegreerd Meldkamersysteem
G-BIVGeneeskundige Bestuurlijke Informatievoorziening
GHORGeneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen
HBOHoger Beroepsonderwijs
HKZHarmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector
HRMHuman Resources Management
IASVInformatie Architectuur Sector Veiligheid
IBVInformatie Basisvoorziening Veiligheid
ICTInformatie- en communicatietechnologie
ICTUICT-uitvoeringorganisatie
INKInstituut Nederlandse Kwaliteit
IOOVInspectie Openbare Orde en Veiligheid
IPOInterprovinciaal Overleg
KLPDKorps Landelijke Politie Diensten
LFRLandelijke Faciliteit Rampenbestrijding
LOCCLandelijk Operationeel Crisis Centrum
MCSManagement control systeem
MDManagement Development
MIVDMilitaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
NAVINationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuur
NbbeNederlands bureau voor brandweerexamens
NCCNationaal Crisis Centrum
NibraNederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding
NifvNederlands instituut fysieke veiligheid
NIKNederlandse identiteitskaart
NORANederlandse Overheids Referentie Architectuur
NPNPNieuw Pistool Nederlandse Politie
NVBRNederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding
OCOntwikkelcentrum
OMOpenbaar Ministerie
OOVOpenbare Orde en Veiligheid
OTPOverheidsTransactiePoort
OvvOnderzoeksraad voor Veiligheid
PeRCCpersoneelsinformatie systeem
PIOFACHPersoneel, Informatie, Organisatie, Financiën, Administratie, Communicatie en Huisvesting
PIPPersoonlijke internetpagina
PKIPublic Key Infrastructure
P&OPersoneel & Organisatie
RAASInfrastructuur voor de aanvraag en uitgifte van reisdocumenten
RNIRegister Niet-ingezetenen
RWTRechtspersoon wettelijke taak
SAIPStichting Administratie Indonesische Pensioenen
SBG-JStrategische Beleidsgroep Jeugd
SISASingle Information Single Audit
VbbVVeiligheid begint bij voorkomen
VIRVoorschrift informatiebeveiliging Rijk
VNGVereniging van Nederlandse gemeenten
VPLVut/Prepensioen/Levensloop
VSOVerbond Sectorwerkgevers Overheid
VtS PNVoorziening tot samenwerking Politie Nederland
WFPPWetsvoorstel Financiering Politieke Partijen
WOWetenschappelijk Onderwijs
WTSWet tegemoetkoming Schade
WVRWet veiligheidsregio’s
ZBOZelfstandig bestuursorgaan

D6. TREFWOORDENREGISTER

Administratieve lasten 13, 22, 85, 87, 88, 89, 91, 94, 96, 97, 103, 104

Adviescolleges 115, 116, 120

AIVD 17, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 130, 131, 138

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst 5, 17, 42, 46, 128, 130, 132

Algemene Rekenkamer 5, 6, 7, 12, 47, 120, 125, 126, 127, 153

Arbeidsmarkt 20, 80, 97, 99, 100, 107, 177, 178

Arbeidsvoorwaardenbeleid 26, 32, 78, 97

Arbeidsvoorwaarden 33, 34, 97, 100, 101, 137, 155

Basisregister 140

Basisregistraties 67, 87, 89, 174

Basisvoorzieningen 93

Beleidsprioriteit 5, 11, 13, 14, 22

Beleidsprogramma 11, 22, 23, 28, 60, 100, 125, 126

Bestuursakkoord 13, 20, 21, 78, 79, 81, 82

Bovenregionaal 26, 28

BPR 11, 95, 127, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 186

Brandweer 5, 18, 36, 37, 39, 48, 49, 50, 62, 63, 64, 65, 67, 68, 69, 70, 71, 103, 128, 132, 133, 135, 168, 184

BSN 92, 117, 140

Burgercorrespondentie 117

Burgerservicenummer 86, 92

C2000 26, 36, 37, 39, 50, 67, 134

CAS 11, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 186

Commissie Dijkstal 83

Commissie Korthals Altes 73

Constitutioneel beste 73

Convenanten 18, 54, 62, 64, 66, 67, 147, 149

Crisisbeheersing 5, 18, 40, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 56, 57, 58, 59, 61, 62, 64, 65, 67, 127, 128, 132, 133, 135

Crisiscommunicatie 52, 53, 59, 60

Cybercrime 26, 28, 29, 34

Decentralisatie 13, 21, 38, 79, 80, 81, 82

Democratische rechtsstaat 72

DGVP 26

Dienst geneeskundige verzorging politie 25

Elektronische overheid 89

Elektronische reisdocumenten 127, 140

E-overheid 82, 85, 86, 87, 88, 89, 96

Financiële verhoudingswet 81

GBA-netwerk 140

GBA 21, 86, 93, 94, 95, 101, 102, 140, 141, 143, 144, 145, 146

GBA-stelsel 93, 94, 140

Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens 93

Gemeenten 13, 15, 16, 17, 18, 20, 21, 22, 35, 36, 37, 38, 41, 62, 63, 64, 66, 67, 73, 75, 78, 79, 80, 81, 82, 85, 87, 88, 89, 90, 91, 95, 96, 102, 103, 110, 135, 140, 141, 145

GMS 39

Grondrechten 20, 72, 73

Grondwet 5, 20, 22, 72, 73, 76, 128, 132, 133, 184

Informatiebeveiliging 42, 88, 89, 91, 92, 116, 117, 118, 120, 122, 125, 148, 185

Informatiehuishouding 35, 38, 39, 116, 117, 118, 157

Informatievoorziening 17, 31, 36, 38, 39, 43, 45, 55, 56, 57, 58, 86, 107, 108, 116, 125, 126, 134, 185

Inspectie OOV 48, 49, 50, 65, 66, 67

Inspectie Openbare Orde en Veiligheid 14, 23, 48, 49, 54

Integriteit 33, 97, 99, 102, 103, 105, 106, 112

Internationale samenwerking 40, 44, 74

IOOV 48, 54

Jeugdcriminaliteit 24

Justitie 16, 24, 26, 29, 37, 38, 48, 49, 82, 92, 107, 131, 139, 147, 148, 159, 162, 163

Kiesraad 72, 73, 76, 77, 83, 184

Kieswet 76, 90

KLPD 11, 28, 29, 32, 36, 39, 40, 43, 53, 134, 153, 154, 155, 156, 157, 158, 186

Kwaliteit 5, 14, 18, 19, 30, 31, 32, 34, 48, 49, 50, 54, 55, 57, 64, 65, 66, 67, 68, 69, 75, 76, 85, 91, 93, 94, 95, 96, 97, 98, 102, 103, 105, 106, 107, 108, 109, 111, 113, 116, 118, 120, 125, 127, 128, 132, 133, 134, 140, 145, 148, 152, 165, 166

Leenfaciliteit 145, 150, 151, 154, 157, 162, 164, 172, 179

Levensloop 124, 131

LFR 11, 56, 126, 133, 168, 169, 170, 171, 172, 186

Management control systeem 125

Meldkamer 39, 65, 67

Modernisering GBA 93, 94, 127, 140, 141, 143, 146

Nationale Conventie 75

OM 16, 24, 28, 29, 35, 43, 185

Onderzoeksraad voor veiligheid. 51

Overlast 13, 15, 16, 17, 22, 32, 35, 38, 157

Paspoort 93, 94, 141, 145, 146

Paspoortwet 93, 94

P-direkt 11, 121, 159, 160, 161, 162, 164, 165, 166

Pensioen 79, 83, 99, 100, 101, 102, 124, 134, 137, 138, 139, 184

Personeelsbeleid 32, 107

Polarisatie 17, 35, 37, 38

Politiebestel 24

Politieke ambtsdragers 78, 83, 134

Politieke partijen 76, 78, 83, 134

Politieonderwijs 32, 33, 50

Politie 5, 13, 15, 16, 18, 19, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 39, 40, 42, 44, 48, 49, 50, 55, 60, 63, 64, 65, 94, 100, 103, 104, 105, 128, 129, 133, 136, 153, 154, 155, 157, 168, 184, 185

Politiewet 24

Prestatievermogen 25, 26, 30

Preventie 17, 26, 27, 28, 35, 38, 43, 53, 63, 67, 69, 88, 92

Provincies 13, 21, 78, 79, 80, 81, 82, 90, 102, 103, 135

RAAS 144

Radicalisering 17, 22, 35, 37, 38, 42

Rampenbestrijding 18, 22, 48, 49, 50, 52, 54, 56, 57, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 69, 70, 71, 126, 129, 168

Reisdocumen 145

Reisdocumentenketen 93, 140

Reisdocumenten 86, 93, 94, 127, 129, 140, 141, 143, 144, 145

Samenwerkingsafspraken 23, 33, 50

Specifieke uitkeringen 82

Statuut 122, 186

Terrorismebestrijding 17, 58

Terrorisme 17, 22, 42, 43, 153

Topinkomens 5, 11, 97, 103, 105, 137

Tot kwaliteit 54

Transparantie 97, 99, 102, 103

Trendnota 19, 20, 78, 80, 82, 98, 100, 101, 102, 126

Veiligheid 5, 13, 16, 18, 22, 23, 24, 32, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 55, 57, 58, 62, 63, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 88, 92, 103, 128, 132, 133, 134, 139, 153, 157, 168, 184

Veiligheidsmonitor 14, 37, 38

Veiligheidsonderzoeken 17, 18, 44, 46

Veiligheidsregio 14, 18, 22, 49, 50, 52, 54, 55, 56, 57, 58, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 168, 172

Verkiezing 73, 76, 89, 90, 127, 141

Verloedering 15, 16, 17, 22, 35, 37, 38

VUT 5, 124

Werkafspraken 19, 56, 58, 59, 125

Werkmaatschappij 11, 19, 121, 126, 129, 131, 174, 175, 176, 178, 179, 180, 186, 187

WFPP 83

Wijkagenten 16, 22, 27, 28

Licence