Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

7.4 BALANSEN PER 31 DECEMBER 2010 VAN DE BATEN-LASTENDIENSTEN VAN HET MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

KNMI
Gespecificeerde Staat van baten en lasten per 31 december 2010
Bedragen x € 1 000

Omschrijving

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

(4)

 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2010

Realisatie 2010

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

42 897

38 089

– 4 808

36 818

Opbrengst overige departementen

112

887

775

1 165

Opbrengst derden

16 855

18 878

2 023

18 451

Rentebaten

25

1

– 24

3

Vrijval voorzieningen

 

223

223

222

Bijzondere baten

 

2

2

91

Totaal baten

59 889

58 080

– 1 809

56 750

Lasten

    

Apparaatskosten

    

* personele kosten

30 745

34 326

3 581

34 419

* materiële kosten

26 963

21 675

– 5 288

20 414

Rentelasten

204

152

– 52

140

Afschrijvingskosten

1 997

2 036

39

1 813

* materieel

    

* immaterieel

    

Overige Lasten

    

* dotaties voorzieningen

 

0

0

64

* bijzondere lasten

 

0

0

0

Totaal lasten

59 909

58 189

– 1 720

56 850

Saldo van baten en lasten

20

109

89

100

Toelichting op de verantwoordingsstaat

Opbrengsten moederdepartement

Voor onder andere Aardobservatie en het Deltaplan werden bijdragen ontvangen van het moederdepartement. Deze bijdragen waren echter niet gelijk aan de hiervoor door het KNMI gemaakte kosten. Het «teveel» ontvangen bedrag wordt niet als opbrengst verantwoord, maar wordt gereserveerd voor toekomstige jaren. Omdat de kosten van Aardobservatie (€ 3,6 mln.) en het Deltaplan (€ 1,8 mln.) lager zijn uitgevallen, zijn ook de verantwoorde opbrengsten lager dan begroot. Hier stonden enkele kleine posten tegenover die een stijging veroorzaakten.

Opbrengst overige departementen

De niet begrote opbrengsten door werkzaamheden voor het ministerie van Defensie zijn uitgekomen op een bedrag van € 0,89 mln.

Opbrengst derden

Extra projectopbrengsten (subsidies) van € 2,4 mln. De kosten zijn echter met bijna hetzelfde bedrag gestegen.

Voor de opbrengsten uit de luchtvaartmeteorologische dienstverlening is de realisatie € 0,11 mln. lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door lagere projectkosten enerzijds en hogere kosten door met name de stijging van de lonen anderzijds.

Vrijval voorzieningen

Er zijn 2 voorzieningen voor een deel vrijgevallen.

  • € 0,16 mln. op de voorziening voor het Vernieuwingsprogramma; omdat de loonstijging in 2010 lager is uitgevallen dan begroot.

  • € 0,06 mln. op de voorziening dubieuze debiteuren.

Opbrengsten per productgroep

De opbrengsten gespecificeerd naar productgroep zijn:

Bedragen x € 1 000

Realisatie 2010

Realisatie 2009

Totaal

58 080

56 750

Weer

30 346

30 078

Klimaat

17 673

17 916

Seismologie

1 926

1 943

Aardobservatie

7 909

6 497

Rentebaten

1

3

Vrijval voorzieningen

223

222

Buitengewone baten

2

91

Personele lasten

De personele kosten zijn hoger dan begroot. De stijging wordt veroorzaakt door de in de CAO afgesproken loonstijging (3,4% ca. € 1 mln.), extra kosten voor medewerkers gefinancierd uit externe projecten (ca. € 0,4 mln. reiskosten en ca. € 0,4 mln. salariskosten), hogere toelagen (ca. € 0,4 mln.) en inhuur (ca. € 1,1 mln.).

Materiële lasten

Door vertraging bij het opstarten van nieuwe programma’s zijn de opgevraagde en betaalde contributies in het kader van aardobservatie € 3,6 mln. lager dan begroot. Daarnaast zijn door vertragingen in het Deltaplanproject de kosten € 1,7 mln. minder dan geraamd.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn vrijwel gelijk aan de begroting.

Saldo van baten en lasten

Het negatieve resultaat zal ten laste van het Eigen Vermogen worden gebracht. Toekomstige verliezen zullen worden voorkomen door bezuinigingen op de personele kosten (taakstelling in het kader van de Vernieuwing Rijksdienst).

Balans per 31 december 2010 van Baten Lastendienst KNMI
Bedragen x € 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa

  

Materiële activa

  

* grond en gebouwen

625

372

* installaties en inventarissen

2 677

2 360

* overige materiële vaste activa

2 891

2 699

* in ontwikkeling

2 450

130

Onderhandenwerk

1 277

1 698

Debiteuren

3 512

2 605

Nog te ontvangen

1 844

4 279

Liquide middelen

19 350

8 020

Totaal activa

34 626

22 163

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

* exploitatiereserve

1 911

1 391

* verplichte reserves

0

0

* onverdeeld resultaat

– 109

– 100

Egalisatierekening

0

0

Leningen bij het MvF

6 964

4 031

Voorzieningen

1 109

1 791

Crediteuren

1 427

715

Nog te betalen

23 324

14 335

Totaal passiva

34 626

22 163

Toelichting op de balans

Materiële activa

In 2010 heeft met terugwerkende kracht een stelselwijziging plaatsgevonden. De activacategorie waarneemapparatuur en waarneeminfrastructuur had een grensbedrag van € 2 500 per individueel actief. Dit grensbedrag is komen te vervallen. Hierdoor is de boekwaarde van de investeringen verhoogd met € 0,642 mln. Dit bedrag is toegevoegd aan de exploitatiereserve.

Nog te ontvangen

De daling wordt veroorzaakt door het ontvangen van de openstaande bedragen van EUMETSAT (€ 1,24 mln.) en het deels afwikkelen van de nog te betalen bedragen aan de luchtvaartsector.

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit het saldo op de rekening courant bij de Rijkshoofdboekhouding (RHB) van het ministerie van Financiën en een tweetal deposito’s met een totale waarde van € 12 mln.

Nog te betalen

In 2010 zijn bedragen ontvangen waarvan de kosten niet in hetzelfde jaar vallen als de ontvangsten. De ontvangsten waar nog geen kosten tegenover staan worden niet als opbrengst verantwoord, maar als vooruitontvangen (onder de post «Nog te betalen») ter dekking van toekomstige kosten. Zodra de kosten worden gemaakt worden de opbrengsten verantwoord en de vooruitontvangen bedragen verminderd. Het gaat vooral om ontvangsten in het kader van Aardobservatie, Deltaplan en het NMDC (Nationaal Modellen en Data Centrum). Zie ook onderstaande tabel:

 

Vooruitontvangen

Ontvangen bijdrage

Opbrengsten IenM

Uitgaven derden

Vooruitontvangen

Vooruitontvangen

Kosten IenM

Aardobservatie

5 873

11 554

7 909

 

3 645

9 518

7 909

Deltaplan

1 083

2 105

278

 

1 827

2 910

278

NMDC Vooronderzoek

284

 

217

 

– 217

67

217

NMDC

 

2 000

105

454

1 441

1 441

105

Daarnaast zijn de vooruit ontvangen bedragen in het kader van subsidieprojecten gestegen met € 1,5 mln.

Voorzieningen

De voorzieningen zijn afgenomen van € 1,8 mln. naar € 1,1 mln. De belangrijkste mutaties zijn een onttrekking van € 0,49 mln. en een vrijval van € 0,16 mln. met betrekking tot het Vernieuwingsprogramma.

Van de voorzieningen heeft 50% een looptijd langer dan een jaar. Dit wordt met name veroorzaakt door de voor het Vernieuwingsprogramma opgenomen voorziening voor FPU+; deze loopt tot en met 2015.

  

Infrastructuur de Bilt

Flankerend beleid

ARAR99

Vernieuwings-programma

Totaal

Saldo per 1 jan 2010

180

5

42

1 564

1 791

Bij:

     
 

dotatie

     

Af:

     
 

vrijval

   

158

158

 

mutaties

 

3

33

488

524

Totaal af

 

3

33

646

682

Saldo per 31 dec 2010

180

2

9

918

1 109

Het Eigen Vermogen bedraagt na verwerking van het verlies en de toevoeging als gevolg van de stelselwijziging activa € 1,8 mln. Dit is 3,3% van de omzet van de afgelopen drie jaar.

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010
Bedragen x € 1 000
  

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

     

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen

3 278

8 019

4 741

2.

Totaal operationele kasstroom

1 445

11 932

10 487

3a.

Totaal investeringen (-/-)

– 2 000

– 4 633

– 2 633

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

 

134

134

3.

Totaal investeringskasstroom

– 2 000

– 4 499

– 2 499

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

   

4b.

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

   

4c.

Aflossingen op leningen (-/-)

– 1 634

– 964

670

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

2 000

4 860

2 860

4.

Totaal financieringskasstroom

366

3 896

3 530

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2010 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

(maximale roodstand 0,5 mln. euro)

3 089

19 348

16 259

Operationele kasstroom

De vooruitontvangen en te betalen bedragen (schulden) zijn gestegen met € 8,7 mln. (zie de toelichting op de balans onder «Nog te betalen») en de kortlopende vorderingen zijn afgenomen met € 1,5 mln. Daarnaast is er voor een bedrag van € 12 mln. deposito’s geplaatst.

Investeringskasstroom

De belangrijkste investeringen zijn: € 2 mln. in centrale dataopslagsystemen en € 0,4 mln. in tapijt en meubilair. Daarnaast is gestart met de verbouwing die nodig is om de verplaatsing van het computercentrum mogelijk te maken. De uitgaven hiervoor zijn € 1,1 mln.

Financieringskasstroom

Er is een beroep op de leenfaciliteit gedaan van € 4,9 mln. De investeringsuitgaven in 2010 zijn weliswaar lager, maar in het beroep op de leenfaciliteit is ook rekening gehouden met de stelselwijziging. De met terugwerkende kracht als investering aangemerkte uitgaven zijn alsnog in 2010 geleend (€ 0,6 mln.).

Doelmatigheid

Omschrijving Generiek Deel

2007

2008

2009

2010

2010 (Index)

Kostprijs in € per eenheid product

     
 

– percentage overhead

20%

20%

17%

85

 

– fte’s overhead

98

96

101

103

 

– kostprijs per fte

107

113

116

109

       

Productievolume (jaar)

     
 

– verhouding productieve uren en normuren

69%

69%

67%

97

De fte’s overhead worden bepaald op basis van de geschreven uren. Alle uren geschreven op overheadactiviteiten worden daarbij omgerekend naar het corresponderende aantal fte’s.

De kostprijs per fte wordt bepaald door de totale kosten exclusief contributies in het kader van aardobservatie, dotaties voorzieningen en bijzondere lasten te delen door het aantal fte’s.

Het percentage overhead is sterk gedaald. Hierbij is sprake van effecten die elkaar versterken. Allereerst is sprake van enkele incidentele meevallers, daarnaast is sprake van daadwerkelijk lagere personele en materiële overheadkosten.

Er is geen direct oorzakelijk verband tussen de ontwikkeling van de kostprijs per fte en de ontwikkeling van de doelmatigheid. Zo wordt de stijging van de kostprijs per fte veroorzaakt door een stijging van de loonsom per fte (+ € 4 000). De stijging van de loonsom wordt met name veroorzaakt door een stijging van de bruto salariskosten en de toelagen. Aan de andere kant zijn vooral de inhuurkosten gedaald wat heeft geleid tot een daling van de kostprijs per fte van circa € 1 000.

Het aantal fte’s overhead is gestegen doordat meer activiteiten en projecten zijn uitgevoerd die niet direct aan een Productgroep toegerekend konden worden.

RIJKSWATERSTAAT
Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2010
Bedragen in EUR 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

2 183 175

2 410 095

226 920

2 328 047

Opbrengst overige departementen

 

36 764

36 764

29 085

Opbrengst derden

81 504

110 698

29 194

89 963

Rentebaten

800

838

38

1 368

Bijzondere baten

5 000

11 363

6 363

22 705

Exploitatiebijdrage

    

Vrijval voorzieningen

 

1 099

1 099

 

Totaal baten

2 270 479

2 570 857

300 378

2 471 168

     

Lasten

    

Apparaatskosten

1 033 809

1 081 171

47 362

1 088 579

* personele kosten

753 918

767 973

14 055

758 552

* materiële kosten

279 891

313 198

33 307

330 027

Onderhoud

1 168 954

1 398 933

229 979

1 281 685

Rentelasten

11 370

9 035

– 2 335

9 232

Afschrijvingskosten

56 346

52 317

– 4 029

47 552

* materieel

53 828

50 575

– 3 253

45 420

* immaterieel

2 518

1 742

– 776

2 132

Dotaties voorzieningen

   

4 163

Bijzondere lasten

 

3 804

3 804

2 294

Totaal lasten

2 270 479

2 545 260

274 781

2 433 505

     

Saldo van baten en lasten

 

25 597

25 597

37 663

Toelichting op de verantwoordingsstaat

Baten

Opbrengst Moederdepartement

De opbrengst moederdepartement betreft de omzet uit hoofde van activiteiten (en de daarmee samenhangende producten) die Rijkswaterstaat verricht voor het moederdepartement. De opbrengst moederdepartement is een vergoeding voor:

  • het beheer en onderhoud van de infrastructuur en verkeersmanagement;

  • de apparaatskosten (personeel en materieel) van Rijkswaterstaat die verband houden met de aanleg en onderhoud van infrastructuur;

  • capaciteit die Rijkswaterstaat levert in het kader van de kennis- en adviestaken.

De toename van de opbrengsten van het moederdepartement ten opzichte van de begroting zijn grotendeels te verklaren door een toevoeging van middelen voor het versneld uitvoeren van het Beheer en Onderhoud op de netwerken en het uitvoeren van nog uit te voeren werkzaamheden uit 2009.

Specificatie opbrengst moederdepartement

Begroting 2010

Realisatie 2010

Hoofdwatersystemen

331 478

381 307

Hoofdwegen

1 200 889

1 336 103

Hoofdvaarwegen

591 417

632 864

Overig

59 391

59 821

Totaal

2 183 175

2 410 095

Bron: Rijkswaterstaat

Opbrengsten overige departementen

De opbrengst overige departementen heeft betrekking op van andere ministeries ontvangen vergoedingen uit hoofde van activiteiten die voor die andere ministeries zijn uitgevoerd. Het belangrijkste deel betreft opbrengsten voor de activiteiten van de in 2009 opgerichte Rijksrederij, welke nog niet in de begroting waren opgenomen.

Opbrengsten derden

De opbrengsten derden betreffen voor een belangrijk deel vergoedingen voor schades veroorzaakt door (vaar)weggebruikers aan de (water)wegen (€ 21,1 mln.) en opbrengsten in het kader van de Waterwet (€ 19,9 mln.). Ook zijn er vergoedingen ontvangen voor personeel dat voor derden heeft gewerkt (€ 13,2 mln.). Daarnaast bestaan de opbrengsten grotendeels uit vergoedingen van onder meer provincies en gemeenten voor diverse werkzaamheden, zoals Verkeersmanagement (Verkeerscentrum Nederland). De opbrengsten zijn hoger dan begroot. Dit komt enerzijds door de genoemde ontvangsten voor personeel en opbrengsten voor leveringen van strooizout, die niet waren begroot, en anderzijds door hogere vergoedingen voor beheer en onderhoud.

Rentebaten

Deze hebben voornamelijk betrekking op vergoedingen over de rekening courant en korte termijndeposito’s die door Rijkswaterstaat worden aangehouden. De rentebaten zijn hoger dan begroot als gevolg van een hoger saldo Liquide Middelen dan begroot aan het begin van en gedurende het jaar.

Bijzondere baten

De bijzondere baten betreffen onder meer de teruggave van energiebelasting en heffingrente (€ 3,4 mln.), boekwinsten verkoop van activa (€ 4,0 mln) en een aantal kleine posten.

Vrijval voorzieningen

De vrijval voorzieningen van € 1,0 miljoen betreft de vrijval uit de voorziening dubieuze debiteuren als gevolg van een lagere gemiddelde ouderdom van de openstaande bedragen bij debiteuren.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten zijn hoger dan begroot. Dit is het gevolg van de bijstelling van de eindejaarsuitkering, welke niet in de begroting was opgenomen. Daartegenover was de gemiddelde bezetting lager dan de toegstane formatie.

Daarnaast waren de kosten van inhuur enigszins hoger als gevolg van vervangende inhuur op vacatures. Door het beleid terughoudend om te gaan met vervangende inhuur is de hogere realisatie beperkt gebleven. De kosten van externe inhuur betreffen de inzet van derden op kerntaken van Rijkswaterstaat.

Specificatie

Begroting 2010

Realisatie 2010

Aantal FTE

9 329

9 298

Kosten per FTE

74

76

Eigen personeelskosten

693 918

705 553

Inhuur

60 000

62 420

Totale personele kosten

753 918

767 973

Bron: Rijkswaterstaat

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan onder meer uit: bureau-, voorlichtings- en huisvestingskosten, kosten voor onderhoud en exploitatie van bedrijfsmiddelen en kosten voor huren en leasen van bedrijfsmiddelen. De hogere realisatie is voornamelijk het gevolg van de kosten van de Rijksrederij (€ 15 mln), die zowel aan de opbrengsten- als aan de kostenkant niet begroot waren. Daarnaast zijn er extra kosten gemaakt voor de huur van een vervangend schip als gevolg van het uitbranden van het schip «de Waker».

Onderhoud

Onderhoud heeft betrekking op de kosten die in rekening worden gebracht door derden (met name aannemers en ingenieursbureaus), die werkzaamheden uit voeren die direct bijdragen aan het beheer en de instandhouding van de infrastructuur. De hogere realisatie op beheer en onderhoud wordt met name veroorzaakt door het versneld uitvoeren van het onderhoud en het afronden van werkzaamheden die in 2009 gepland waren.

Rentelasten

Dit betreft kosten van rentedragende leningen die bij het ministerie van Financiën zijn afgesloten. Deze kosten zijn lager dan begroot als gevolg van een lagere rente en als gevolg van een lager beroep op de leenfaciliteit in zowel 2009 als 2010.

Afschrijvingskosten

Dit betreft de reguliere afschrijvingskosten van zowel materiële als immateriële vaste activa. Door een terughoudend beleid met betrekking tot vervangingsinvesteringen in 2009 en 2010 zijn de afschrijvingskosten lager dan begroot.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten zijn veroorzaakt door boekverliezen wegens het afstoten van vaste activa (€ 2,4 mln.), een BTW naheffing (€ 1,2 mln.) en een aantal kleine posten.

Balans per 31 december 2010 van Baten Lastendienst RWS
Bedragen in EUR 1 000
  

Balans 2010

 

Balans 2009

Activa

    

Immateriële activa

 

4 132

 

2 146

Materiële activa

 

295 814

 

279 429

* grond en gebouwen

131 965

 

123 783

 

* installaties en inventarissen

36 792

 

31 492

 

* overige materiële vaste activa

127 057

 

124 154

 

Financiële vaste activa

 

112 587

 

125 487

Voorraden

    

MIRT-projecten

 

9 116 255

 

8 419 731

Debiteuren

 

45 296

 

35 861

Nog te ontvangen

 

35 996

 

40 860

Liquide middelen

 

424 120

 

307 717

Totaal activa

 

10 034 200

 

9 211 231

Passiva

    

Eigen Vermogen

 

85 077

 

59 480

* exploitatiereserve

59 480

 

21 817

 

* onverdeeld resultaat

25 597

 

37 663

 

Langlopend vreemd vermogen

 

235 860

 

223 340

Voorzieningen

 

1 875

 

2 168

MIRT-projecten

 

9 116 255

 

8 419 731

Crediteuren

 

62 682

 

74 886

Nog te betalen

 

532 451

 

431 626

Totaal passiva

 

10 034 200

 

9 211 231

Bron: Rijkswaterstaat

Toelichting op de balans

Activa

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd op het bedrag van de bij derden bestede kosten, verminderd met de cumulatieve lineaire afschrijvingen. De toename van de immateriële vaste activa wordt veroorzaakt door investering in verschillende softwarelicenties en -upgrades.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd op aanschafwaarde, verminderd met de cumulatieve lineaire afschrijvingen. De materiele vaste activa zijn met name toegenomen door investeringen in gladheidsbestrijdingsmaterieel, in vaartuigen, in de kantoren in Zwolle en Arnhem en investeringen in kantoorautomatisering en elektrische hulpmiddelen.

Financiële vaste activa

Onder de financiële vaste activa is het langlopende deel van de vordering op het Ministerie van Infrastructuur en Milieu opgenomen, die ontstaan is bij de vorming van de Baten en Lastendienst in 2006. In 2008 zijn er afspraken gemaakt over de afwikkeling van deze vordering. Resultaat hiervan is dat het restant van de vordering ultimo 2008 in 15 jaar wordt afgebouwd. Het kortlopende deel van deze vordering (aflossing 2011) is opgenomen onder debiteuren.

MIRT-projecten

Onder de post MIRT-projecten is de som van de directe productie-uitgaven op lopende MIRT-projecten tot en met de balansdatum opgenomen. Hier tegenover staat aan passivazijde eveneens de post «MIRT-projecten» voor hetzelfde bedrag. In 2010 is een start gemaakt aan onder andere de volgende projecten: A2 passage Maastricht, A50 Ewijk – Valburg en A74 Venlo. Daarnaast zijn in 2010 onder meer de volgende projecten opgeleverd: Rijksweg 2 Rondweg Den Bosch, A12 Den Haag – Gouda en Verruiming Twentekanalen.

Debiteuren

De waardering van de post debiteuren vindt plaats tegen nominale (factuur)waarde of lagere waarde als gevolg van mogelijke oninbaarheid. De openstaande bedragen ouder dan 2 jaar zijn 100% voorzien tenzij aannemelijk is gemaakt dat een lagere voorziening volstaat. Overige openstaande bedragen worden afhankelijk van hun ouderdom procentueel voorzien. De gemiddelde ouderdom is afgenomen, waardoor een deel van de voorziening is vrijgevallen.

Nog te ontvangen

«Nog te ontvangen» bestaat uit nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen alsmede betaalde waarborgsommen.

Liquide middelen

De stijging van de post Liquide Middelen is het gevolg van een ontvangst van het moederdepartement ten behoeve van het basispakket beheer en onderhoud die voorzien was in 2011 maar reeds in 2010 is voldaan.

Passiva

Eigen Vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit een exploitatiereserve en een nog onverdeeld resultaat. Als gevolg van de wijziging van de regeling Baten en Lastendiensten 2011 is de wettelijke reserve zelfontwikkelde software komen te vervallen. Het resultaat van 2009 van € 37,7 mln. is toegevoegd aan de exploitatiereserve en het resultaat van 2010 staat op het onverdeeld resultaat.

Ontwikkeling Eigen vermogen

Stand per 31/12/08

Stand per 31/12/09

Stand per 31/12/10

Eigen vermogen

   

– exploitatiereserve

50 012

21 816

59 480

– verplichte reserve

158

0

0

– onverdeeld resultaat

– 28 353

37 663

25 597

Totaal

21 817

59 480

85 077

Bron: Rijkswaterstaat

Langlopend vreemd vermogen

Het langlopende vreemd vermogen betreft leningen bij het Ministerie van Financiën in het kader van de leenfaciliteit. Deze leningen zijn gebruikt ter financiering van investeringen in vaste activa. Ten behoeve van investeringen is voor € 56,6 mln. in 2010 geleend bij het Ministerie van Financiën (zie toelichting Materiële vaste activa).

Voorzieningen

Bij de vorming van de Rijksrederij in 2009 is de voorziening arbeidsvoorwaardenverschil ontstaan als gevolg van de arbeidsvoorwaardenverschillen voor het personeel dat naar Rijkswaterstaat is overgekomen. In 2010 is 0,3 mln. onttrokken. De looptijd van deze voorziening is uiterlijk tot 2023.

 

Stand 1-1-10

Dotatie 2010

Onttrekking 2010

Vrijval 2010

Stand 31-12-10

Voorziening arbeidsvoorwaardenverschil

2 168

0

– 293

0

1 875

Totaal

2 168

0

– 293

0

1 875

Bron: Rijkswaterstaat

MIRT-projecten

Voor een toelichting wordt verwezen naar de debet-post MIRT-projecten.

Crediteuren

De afname in 2010 wordt met name verklaard doordat gestuurd is op de tijdige betaling van facturen (92% tijdig over heel 2010) en dus meer facturen voor de jaargrens zijn verwerkt.

Nog te betalen

Onder «nog te betalen» zijn de nog uit te voeren werkzaamheden (€ 88 mln.) en overige schulden en overlopende passiva opgenomen. De «nog uit te voeren werkzaamheden» zijn op de balans gepassiveerd en zullen in 2011 worden uitgevoerd. De stijging wordt grotendeels veroorzaakt door een in 2010 ontvangen bijdrage voor Beheer en Onderhoud in 2011 (zie ook toelichting liquide middelen).

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2010
Bedragen in EUR 1 000
  

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen

4 789

307 708

302 919

2.

Totaal operationele kasstroom

58 903

162 218

103 315

 

Totaal investeringen (-/-)

– 85 000

– 73 507

11 493

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

2 818

2 818

3.

Totaal investeringskasstroom

85 000

70 689

14 311

 

Storting op deposito (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

11 500

11 500

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 55 500

– 43 226

12 274

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

85 000

56 600

– 28 400

4.

Totaal financieringskasstroom

41 000

24 874

16 126

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2010 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

19 692

424 111

404 419

 

(maximale roodstand 0,5 mln. euro)

   

Bron: Rijkswaterstaat

Toelichting Kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de inkomsten en uitgaven gedurende 2010 uit de reguliere bedrijfsvoering. De mutatie van de operationele kasstroom wordt met name veroorzaakt door de in 2010 ontvangen bijdrage voor beheer en onderhoud voor 2011 (zie toelichting Liquide middelen) en het saldo van baten en lasten. Daartegenover staat een daling van de post Nog uit te voeren werkzaamheden.

Investeringskasstroom

Hieronder vallen de verkopen van activa en de nieuwe investeringen. Een belangrijk deel van deze investeringen had betrekking op gebouwen, strooimachines en sneeuwschuivers en nieuwe schepen voor de rijksrederij. Door terughoudendheid in het aangaan van nieuwe investeringen en door desinvesteringen is de investeringskasstroom lager dan begroot.

Financieringskasstroom

Hieronder vallen alle geldstromen die te relateren zijn aan de financiering van het agentschap, te weten:

  • Beroep op de leenfaciliteit 56,6 mln

  • Aflossingen op leningen 43,2 mln.

Terughoudendheid in het doen van investeringen en het financieren van enkele investeringen uit eigen middelen resulteerden in een lagere financieringskasstroom.

Doelmatigheidsindicatoren

Een doelstelling van de agentschapvorming van Rijkswaterstaat is het verhogen van de doelmatigheid. Om te kunnen beoordelen hoe de doelmatigheid zich ontwikkelt, wordt gebruik gemaakt van een aantal indicatoren. Met de invoering van de verplichte set aan doelmatigheidsindicatoren in het jaarverslag in 2009 zijn een aantal indicatoren nieuw of anders gedefinieerd dan voorheen. Omdat vanuit de historie sommige cijfers niet vergelijkbaar kunnen worden weergegeven, wordt voor deze kengetallen gebruik gemaakt van de toegestane ingroei. Met ingang van het jaarverslag 2010 zijn nieuwe doelmatigheidsindicatoren toegevoegd, te weten de gebruikers tevredenheid en ontwikkeling pinwaarden.

Omschrijving

2007

2008

2009

2010

Apparaatskosten per eenheid areaal

    

Hoofdwegennet

43 858

43 512

Hoofdvaarwegennet

39 851

43 407

Hoofdwatersystemen

2 428

2 293

     

% Apparaatskosten tov omzet

    

% Apparaatskosten tov omzet

30%

24%

23%

22%

     

Tarieven per FTE

    

Kosten per FTE

115 657

117 348

119 733

121 120

Met prijspeilcorrectie

115 657

113 753

112 379

112 990

     

Omzet BLD per productgroep

    

Hoofdwatersystemen

354 755

391 432

428 914

381 307

Hoofdwegen

1 486 019

1 422 386

1 339 801

1 336 103

Hoofdvaarwegen

436 365

545 990

518 546

632 864

Overig

142 559

81 593

40 786

59 821

TOTAAL

2 419 698

2 441 401

2 328 047

2 410 095

     

Bezetting

    

FTE formatie

9 618

9 545

9 566

9 433

FTE bezetting

8 911

9 083

9 202

9 298

% overhead

19,1%

16,6%

16,1%

15,6%

     

Exploitatiesaldo

    

Exploitatiesaldo

0,4%

-1,1%

1,5%

1,0%

     

Gebruikerstevredenheid

    

automobilisten landelijk

    

publieksgerichtheid

6,7

betrouwbare reistijd

6,8

     

vrachtwagenchauffeurs landelijk

    

publieksgerichtheid

6,9

betrouwbare reistijd

5,8

     

recreatievraart landelijk

    

publieksgerichtheid

7,0

betrouwbare reistijd

7,2

     
     

Ontwikkeling pinwaarde

    

Hoofdwatersystemen

97

100

Hoofdwegen

101

100

Hoofdvaarwegen

102

100

Bron: Rijkswaterstaat

Toelichting

Apparaatskosten per eenheid areaal

Deze indicator geeft informatie over hoe de kosten die het apparaat van Rijkswaterstaat maakt voor verkeersmanagement en beheer en onderhoud zich ontwikkelen ten opzichte van het areaal. Een dalende trend van de kosten per eenheid areaal geeft een indicatie van een toename in de efficiëntie van de organisatie op het gebied van Beheer en Onderhoud en Verkeersmanagement. Bij het hoofdvaarwegennet zijn de kosten per eenheid areaal gestegen als gevolg van de toevoeging van de Rijksrederij. De definitie van deze indicator wijkt af van de indicator die in de begroting is genoemd. De uitkomsten zijn derhalve niet vergelijkbaar.

% Apparaatskosten tov omzet

Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de kosten van het apparaat en de totale omzet (incl GVKA-gelden) van Rijkswaterstaat. Een daling van dit percentage is een indicatie van een toenemende efficiëntie van de organisatie. Dit jaar is dit percentage wederom gedaald.

Tarieven per FTE

Deze indicator geeft de ontwikkeling weer van de kosten (loonkosten , materiële kosten, rentekosten en afschrijvingskosten) per formatieve ambtelijke FTE. Het betreft daarbij zowel de werkelijke kosten per FTE als de kosten gecorrigeerd voor prijsstijgingen. Absoluut stijgen de kosten per FTE over de afgelopen jaren, maar wanneer deze kosten worden gecorrigeerd voor prijspeilstijgingen liggen deze ondanks een afname van de formatie in lijn met de voorgaande jaren.

Omzet per productgroep

In de onderstaande tabel is de Opbrengst Moederdepartement uitgesplitst naar de verschillende netwerken.

Bezetting

Deze voorgeschreven indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van Rijkswaterstaat zich ontwikkelt. Op zichzelf zegt dit kengetal niets over de doelmatigheid van de organisatie, maar moet dit worden bezien in relatie tot de omvang van het werkpakket. De stijging van de bezetting wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de opvulling van vacatures op cruciale plekken.

Percentage overhead

Deze indicator geeft aan welk deel van het ambtelijke personeel (in FTE) binnen Rijkswaterstaat zich bezig houdt met de bedrijfsvoering. Bedrijfsvoering bevat alle processen die ondersteunend zijn aan de organisatie. Het streven is daarbij voortdurend een optimale kwalitatieve en kwantitatieve omvang van de bedrijfsvoering.

Exploitatiesaldo (% van de omzet)

Deze voorgeschreven indicator toont de ontwikkeling van het exploitatiesaldo als percentage van de omzet over de afgelopen 4 jaar. Een positief percentage duidt op een positief exploitatiesaldo.

Gebruikerstevredenheid

Jaarlijks laat Rijkswaterstaat de gebruikerstevredenheid toetsen bij gebruikers van de netwerken. De waardering van de gebruikers op een schaal van 1 tot 10 is opgenomen als doelmatigheidsindicator.

Ontwikkeling PINwaardes

PINwaarden zijn een weergave van de serviceniveaus van Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud op de netwerken. De cijfers uit eerdere jaren zijn uitgedrukt in een indexcijfer ten opzichte van het verantwoordingsjaar.

Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)
Gespecificeerde Staat van baten en lasten per 31 december 2010
Bedragen in EUR 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie t-1

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

91 596

89 148

– 2 448

93 207

Opbrengst overige departementen

0

0

0

 

Opbrengst derden

8 646

13 649

5 003

17 413

Rentebaten

0

260

260

536

Vrijval voorzieningen

0

2 598

2 598

341

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

100 242

105 655

5 413

111 497

Lasten

  

0

 

Apparaatskosten

95 153

96 215

1 062

100 896

* personele kosten

63 082

73 426

10 344

78 094

* materiële kosten

32 071

22 788

– 9 283

22 802

Rentelasten

607

105

– 502

117

Afschrijvingskosten

  

0

 

* materieel

1 332

595

– 737

1 169

* immaterieel

3 150

2 122

– 1 028

1 264

Overige Lasten

    

* dotaties voorzieningen

0

5 519

5 519

3 916

* bijzondere lasten

0

13

13

0

Totaal lasten

100 242

104 570

4 328

107 362

Saldo van baten en lasten

0

1 085

1 085

4 135

Staat van baten lasten

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement betreft de omzet uit hoofde van activiteiten die de Inspectie VenW verricht voor het moederdepartement.

De gerealiseerde agentschapsbijdrage over 2010 wijkt af van de betaalde bijdrage (in kastermen) doordat er middelen, die in voorgaande jaren op de balans zijn gereserveerd, in 2010 zijn gerealiseerd en omdat ontvangen middelen in 2010 slechts beperkt in 2010 zijn aangesproken en daardoor gereserveerd zijn voor 2011.

Opbrengst derden

De opbrengsten derden zijn de aan de afnemers van het product «vergunningen» in rekening gebrachte tarieven. De uitplaatsing van de vergunningverlenende taken aan KIWA heeft pas halverwege 2010 plaatsgevonden met als gevolg dat de opbrengsten derden in 2010 hoger zijn uitgevallen dan begroot. Aan de lastenzijde resulteert dit in hogere personele kosten.

Rentebaten

De rentebaten zijn hoger dan geraamd door de hogere stand van de liquide middelen.

Lasten

Personele kosten

Als gevolg van de vertraging in de overdracht van de vergunningverlenende taken staan, tegenover de hogere opbrengst derden, ook hogere personele kosten.

Daarnaast is het verschil het gevolg van de inhuurkosten voor twee vertraagde ICT-projecten.

Materiële kosten

Door vertraging in de besluitvorming rondom het BES-project zijn de aanwezige middelen voor uitbestedingswerkzaamheden voor slechts een deel uitgeput. De uitvoeringswerkzaamheden zijn nu in volle gang en zullen in 2011 tot volledige besteding van de gereserveerde middelen leiden.

Rentelasten

De rentelasten zijn lager dan begroot omdat er bij de begroting vanuit werd gegaan dat er voorgaande jaren meer geleend zou worden voor investeringen in het wagenpark en in het Informatieplan; het geleende bedrag is uiteindelijk lager uitgevallen.

Afschrijvingskosten

Vertraging in de besluitvorming over het nieuwe wagenparkbeleid heeft ertoe geleid dat het grotendeels afgeschreven wagenpark nog niet vervangen is. Hierdoor blijven de afschrijvingskosten achter. Doordat een tweetal grote projecten nog «in aanbouw» zijn, worden er ten opzichte van de begroting relatief weinig afschrijvingslasten geboekt onder de immateriële vaste activa.

Balans per 31 december 2010 van Baten Lastendienst IVW
Bedragen in EUR 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa

  

Immateriële activa

4 611

5 961

Materiële activa

  

* grond en gebouwen

  

* installaties en inventarissen

37

50

* overige materiële vaste activa

1 379

1 692

Voorraden

  

Debiteuren

832

1 718

Nog te ontvangen

1 430

1 446

Liquide middelen

68 331

55 828

Totaal activa

76 620

66 695

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

* exploitatiereserve

4 135

* verplichte reserves

* onverdeeld resultaat

1 085

4 135

Leningen bij het MvF

1 357

2 599

Voorzieningen

6 877

4 630

Crediteuren

3 387

1 855

Nog te betalen

59 780

53 476

Totaal passiva

76 620

66 695

Toelichting balans

Activa

(Im)materiële activa

Doordat er meer is afgeschreven op (im-)materiële vaste activa dan dat erin geïnvesteerd is, is er lagere balanswaarde ontstaan ten opzichte van 2009.

Debiteuren

Het saldo van de debiteuren en van de bijbehorende voorziening is vooral gedaald door de creditering van de facturen voor post-toelating bij Luchtvaart.

Nog te ontvangen

Deze overlopende activa bestaan uit een aantal kleinere posten zoals onderhanden werk en nog te factureren werkzaamheden.

Liquide middelen

De Inspectie V&W heeft een rekening-courantverhouding met de Rijkshoofdboekhouding. Van de ruim € 68 mln. die per 31 december op de rekening-courant staat, is € 60 mln. als deposito geplaatst bij de Rijkshoofdboekhouding. Het positieve saldo wordt vooral verklaard doordat er voor grote ICT-projecten middelen zijn ontvangen, die in de loop van 2011 en verder tot uitgaven leiden. De activiteiten voor de BES-eilanden zijn in 2009 aangevangen, waarna de uitgaven in 2010 begonnen zijn en de middelen in 2011 grotendeels besteed zullen zijn.

Passiva

Eigen vermogen

De verplichte reserve hoeft niet meer aangehouden te worden vanwege wijziging van regelgeving. Over 2010 heeft de Inspectie een batig saldo van € 1,085 mln gerealiseerd. Op basis van de gemiddelde omzet over de jaren 2008 t/m 2010 is het rekenkundig plafond voor maximale eigen vermogen € 5,274 mln.

De eigenaar bepaalt hoe het behaalde resultaat wordt aangewend.

Voorzieningen

In 2010 is er één nieuwe voorziening getroffen. Het betreft hier de voorziening in verband met de aanstaande fusie met de VROM-inspectie. De voorziening is grotendeels gevuld met de verwachte kosten als gevolg van de voorgenomen verhuisbewegingen van de IVW. De dotatie is dan ook toegevoegd aan de voorziening huisvesting transitiekosten.

In 2009 was een voorziening getroffen voor de ICT-(migratie)kosten die samenhingen met de reorganisatie(uitplaatsing van taken). Na de eindonderhandelingen zijn deze kosten uiteindelijk weggevallen.

Voor werknemers die werkzaam zijn in een zogenoemde substantieel bezwarende functie (SB-functie) is, op basis van de FLO-regeling, in 2010 een aanvullende dotatie gedaan voor dat deel dat niet centraal wordt gefinancierd. Het in 2009 getroffen deel van deze voorziening is door afspraken over centrale financiering gedeeltelijk vrijgevallen.

Tevens heeft de IVW heeft een voorziening getroffen (voor Vrachtunie verhoogd) voor twee claims als gevolg van verloren rechtzaken (Vrachtunie en een civielrechtelijke claim wegens asbestschade) waarbij wel bedragen zijn geclaimd maar waarvoor in 2011 nog het definitief te betalen bedrag moet worden vastgesteld.

Verloopstaat voorziening t/m 31 december 2010

Bedragen x € 1 000

Reorganisatie

Huisvesting

FLO

Claims

Dub. Deb.

Wachtgeld

Totaal

Stand begin boekjaar

500

664

2 500

638

2 254

328

6 884

Dotatie ten laste van het resultaat

 

1 910

2 503

1 040

28

39

5 520

Vrijval ten gunste van het resultaat

– 500

 

– 1 759

 

– 150

– 188

– 2 597

Onttrekking voorziening

 

– 664

– 30

  

– 103

– 797

Stand eind boekjaar

0

1 910

3 213

1 678

2 132

76

9 009

Voor de verplichtingen richting voormalig personeel (oud-wachtgelders) van de Inspectie V&W is een voorziening gevormd. Het gaat hierbij om nog twee personen die geen deel meer uitmaken van het huidige personeelsbestand. Maandelijks vindt er een onttrekking plaats in verband met de uitkering aan deze personen.

Nog te betalen

Dit betreft nog niet gerealiseerde middelen voor ICT-projecten (€ 27,3 mln), de programmagelden voor het Project Koninkrijk (BES) (€ 15,6 mln). Tevens worden onder deze post onder anderen de verplichtingen aan eigen personeel en vooruitontvangen bedragen van derden verantwoord.

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2010
Bedragen x € 1 000
 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB + stand depositorekeningen 1 januari 2010

25 835

55 825

29 990

2.

Totaal operationele kasstroom

2 000

15 841

13 841

 

Totaal investeringen (-/-)

– 7 155

– 1 193

5 962

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

7 155

1 193

5 962

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 5 178

– 2 146

3 032

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

7 155

0

– 7 155

4.

Totaal financieringskasstroom

1 977

– 2 146

– 4 123

5.

Rekening-courant RHB + stand depositorekeningen 31 december 2010 (=1+2+3+4)

22 657

68 327

45 670

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Totaal operationele kasstroom

De positieve operationele kasstroom is vooral ontstaan door toename van de vlottende passiva. Het betreft hier vooral de middelen die voor de lopende ICT-projecten en BES ter beschikking zijn gesteld.

Totaal investeringskasstroom

Ten opzichte van de begroting is er minder geïnvesteerd. Dit komt doordat geplande investeringen in het wagenpark momenteel heroverwogen worden en pas later plaats zullen vinden. Ook is een kleiner dan begroot deel van de uitgaven voor zelfontwikkelde software activeerbaar, waardoor deze uitgaven direct als kosten worden gerealiseerd.

Totaal financieringskasstroom

De financieringskasstroom bestaat uit de maandelijkse aflossingen op leningen. Door minder te investeren in het wagenpark en door minder activeerbare uitgaven voor zelfontwikkelde software is voor een belangrijk deel de (begrote) basis om een lening aan te vragen weggevallen.

Rekening-courant RHB per 31 december 2010

Het positieve saldo per 31 december wordt vooral verklaard doordat er voor grote ICT-projecten middelen zijn ontvangen, die in de loop van 2011 tot uitgaven leiden. De activiteiten voor de BES-eilanden zijn in 2009 en 2010 gestart. De meeste kosten en uitgaven worden in 2011 verwacht. Het saldo op de rekening-courant dat hierdoor ter vrije beschikking is gekomen, is grotendeels op kortlopende deposito’s geplaatst (februari en mei 2011) omdat deze middelen snel aangewend zullen worden.

Doelmatigheidsindicatoren

Omschrijving Generiek Deel

2008

2009

2010

1. Kostprijzen per product (groep)

   

– Handhaving

43 454

43 086

47 840

– Vergunningverlening

29 647

27 826

15 059

– Kennis, advies en berichtgeving

28 329

26 275

19 155

    

2. Tarieven/uur

   

– Handhaving

113

113

107

– Vergunningverlening

106

109

106

– Kennis, advies en berichtgeving

138

133

113

    

3. Omzet per produktgroep (pxq)

   

– Handhaving

40 901

43 086

47 840

– Vergunningverlening

29 227

27 826

15 059

– Kennis, advies en berichtgeving

26 664

26 275

19 155

    

4. FTE-totaal ((gemiddeld) excl. externe inhuur)

981,2

916,6

838,6

    

5. Saldo van baten en lasten

– 4,11%

3,65%

1,03%

    

6. Kwaliteitsindicator 1: doorlooptijd vergunningen

ntb

    

7. Kwaliteitsindicator 2: ziekteverzuim

4,5

4,2

4,7

    

Omschrijving Specifiek Deel voor Inspectiediensten

 
    

8. Kostprijs/product:

   

Inspectie

43 454

43 086

47 840

Vergunningverlening

29 647

27 826

15 059

Kennis, advies en berichtgeving

28 329

26 275

19 155

    

9. Kwaliteit Handhaving:

   

Klachten(bezwaar &beroep)

0

0

235

Gegrond verklaard (%)

14%

Door een relatief snelle daling van de bezetting van voornamelijk staf-medewerkers zijn de tarieven voor alle productgroepen gedaald.

Licence