Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2. Mobiliteit en transport

2.1 Wegen en verkeersveiligheid

In 2012 is fors geïnvesteerd in aanleg, beheer en onderhoud van het wegennet. In totaal is 131 kilometer rijstroken opengesteld. De Tracéwet is per 1 januari 2012 in werking getreden, waardoor uiteindelijk de doorlooptijd van besluitvorming wordt teruggebracht. In de besluitvorming rond de projecten is aandacht voor overleg met regionale en lokale overheden en participatie van maatschappelijke organisaties. Dit is zichtbaar gemaakt bij de mijlpalen in de besluitvorming van projecten.

In 2012 is een aantal tracébesluiten vastgesteld, onder meer voor de A9 Omlegging Badhoevedorp en de N31 Harlingen. Verder is het Wegaanpassingsbesluit A28 Utrecht-Amersfoort vastgesteld. Voor een aantal projecten is de besluitvorming vertraagd. Zo is het project Nieuwe Westelijke Oeververbinding na de val van het kabinet Rutte I controversieel verklaard en is in overleg met de Tweede Kamer m.b.t. de Ring Utrecht afgesproken om een onafhankelijke onderzoek te doen naar de verbreding van de A27 bij Amelisweerd (commissie Schoof).

De snelheidsverhoging op de proeftrajecten is met ingang van 1 september 2012 definitief gemaakt. In totaal is op ca. 45% van het hoofdwegennet de maximumsnelheid per 1 september 2012 verhoogd naar 130 km/u, gedurende het gehele etmaal of in de avond en nachtperiode. Per 1 december 2012 is ook op de A2 tussen Vinkeveen en Maarssen de snelheid verhoogd naar 130 km/u.

In 2012 is de Beleidsimpuls Verkeersveiligheid vastgesteld met 23 maatregelen door overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten om de stijgende trend ernstig verkeersgewonden te keren. De nadruk ligt op het verbeteren van de verkeersveiligheid van de risicogroepen ouderen, fietsers en jonge beginnende bestuurders. Daarnaast zijn het Alcoholslotprogramma en het experiment 2toDrive gestart.

2.2 Spoor en openbaar vervoer

Programma Hoogfrequent Spoor

In 2012 zijn de diverse maatregelen van PHS verder uitgewerkt:

De verschillende goederenstudies zijn afgerond. De resultaten en bevindingen zijn op 12 juli 2012 aan de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II, 2012/13, 32 404, nr. 57).

De studies naar het integrale capaciteitsvraagstuk Amsterdam Centraal zijn afgerond. Besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden, mede in relatie tot OV SAAL.

In juli 2012 is de globale uitwerking gepubliceerd van de vier tracévarianten die in het m.e.r.-onderzoek Oost-Nederland worden onderzocht

De minister van IenM heeft in 2012 de definitieve Notities Reikwijdte en Detailniveau (NRD’s) Rijswijk-Delft Zuid en Oost-Nederland vastgesteld; de ontwerp-NRD Meteren-Boxtel is gepubliceerd.

ProRail heeft de studies voor beschikkingsaanvraag van Doorstroomstation Utrecht afgerond.

Uitbreiding netwerk en nieuwe stations

Met ingang van de nieuwe dienstregeling die op 9 december 2012 is ingegaan, is de Hanzelijn tussen Lelystad en Zwolle in gebruik genomen, met nieuwe stations in Dronten en Kampen Zuid. De Hanzelijn is conform de overeengekomen scope gebouwd en gecertificeerd volgens de Europese richtlijnen voor hogesnelheidsverbindingen. Het project is door gunstige aanbestedingen en het uitblijven van voorziene risico’s ruim binnen het budget gerealiseerd.

Verder zijn in de nieuwe dienstregeling opgenomen de nieuwe stations Sassenheim, Halfweg-Zwanenburg en Westervoort. Daarnaast zijn de stations Almere Poort, Groningen Europapark, Hengelo Gezondheidspark en Hoevelaken geopend, en zijn aan de Merwede-Linge-Lijn een aantal stations toegevoegd. Opening van het station Maastricht Noord is uitgesteld tot medio 2013. De waterstand ter plaatse bleek hoger dan was aangenomen, wat aanpassingen in de bouwconstructie noodzakelijk maakte. Ook wat betreft de versterking van spoorverbindingen naar het buitenland zijn in 2012 stappen gezet. Dit betreft o.a. de verbindingen Arnhem-Emmerich-Düsseldorf en Heerlen-Herzogenrath-Aken.

Winterweer

De Tweede Kamer heeft in 2012 ingestemd met het gezamenlijke winterweerprogramma van NS, ProRail en IenM (Kamerstukken II, 2012/13, 29 984, nr. 306). Direct is gestart met de uitvoering van de maatregelen uit het programma, zoals wisselverwarming, het ontwikkelen van een besluitvormingsprocedure voor het aanpassen van de dienstregeling en verbetering van de reisinformatie. De implementatie ligt grotendeels op schema. In december 2012 is voor het eerst de dienstregeling conform de opgestelde procedure aangepast. De treindienst is daarmee, ondanks de winterse omstandigheden, landelijk niet ontregeld geraakt.

OV Chipkaart

Op 3 november 2011 is het Nationaal Vervoerbewijs (de strippenkaart) in de laatste regio’s afgeschaft. Op dat moment is ook het jaar «tariefrust» ten einde gekomen en geldt voor alle decentrale overheden tariefvrijheid, conform de Wp2000. NS heeft bij het uitfaseren van het papieren treinkaartje een zelfstandige verantwoordelijkheid. Het kabinet heeft hierin geen formele rol. In het traject naar de definitieve overgang naar de OV-chipkaart heeft NS een aantal belangrijke stappen gezet, zoals de introductie van nieuwe abonnementen die alleen op de OV-chipkaart verkrijgbaar zijn en specifiek beleid gericht op studenten om hen te laten reizen met de Studenten OV-chipkaart. Het einde van het papieren treinkaartje is voorzien eind 2013.

De nadere uitwerking van de aanbevelingen van de commissie-Meijdam is in 2012 ter hand genomen. In april heeft de heer Meijdam een voorstel gepresenteerd voor de opzet van een permanente structuur voor OV-chipkaart gerelateerde besluitvorming met een landelijk, en daarmee concessieoverstijgend, karakter. Vervolgens hebben vervoerders, overheden en consumentenorganisaties in november een intentieverklaring ondertekend om te komen tot een permanente structuur op vrijwillige basis. Parallel hieraan is gestart met de ontwikkeling van wetgeving en gesprekken met de aandeelhoudende vervoerders over de herpositionering van Trans Link Systems. Ten aanzien van de aanbevelingen over het dubbel opstaptarief is de heer Meijdam in overleg getreden met vervoerders en overheden.

Regionaal OV

In 2012 is het wetsvoorstel voor opheffing van de WGR+ regio's voor advies aan de Raad van State aangeboden. Het wetsvoorstel zal in 2013 voor behandeling aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Pas wanneer dit wetgevingstraject is afgerond zal de hiermee samenhangende decentralisatie van de BDU worden geëffectueerd. Met de inwerkingtreding van de initiatiefwet Aanbestedingsvrijheid OV grote steden hebben de vier grote steden per 1 januari 2013 de vrijheid gekregen zelf te kiezen om het OV in- of aan te besteden. Het wetsvoorstel lokaal spoor is in 2012 bij de Tweede Kamer ingediend.

2.3 Scheepvaart en havens

Om het vaarwegennet te versterken is een aantal voorkeursbeslissingen voor aanleg en uitbreiding genomen. De verkenning inzake de Volkeraksluizen is eind 2012 afgerond en besluitvorming wordt voorbereid. De werkzaamheden aan de schutsluis Zwartsluis zijn in 2012 gestart.

Het programma «Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen» heeft in 2012 belangrijke tussenresultaten opgeleverd gericht op verbetering van informatiestromen en daarmee van de betrouwbaarheid en betere benutting van het vaarwegennet. Het programma wordt eind 2013 afgerond.

De lagere wetgeving t.b.v. de implementatie van het ILO Maritiem Arbeidsverdrag is afgerond, waarmee het level playing field van zeevarenden op Nederlandse schepen is gewaarborgd. Het wetsvoorstel voor een nieuw nationaliteitssysteem van zeeschepen, dat de flexibiliteit m.b.t. nationaliteit en registratie van zeeschepen moet vergroten, is aan de Tweede Kamer aangeboden.

Op het terrein van de piraterijbestrijding is verder gewerkt aan de verbetering van de beveiliging van de koopvaardijvloot onder Koninkrijksvlag, met behoud van het internationale level playing field als specifiek aandachtspunt.

De aanleg van Maasvlakte II is in een vergevorderd stadium. De zeewering is gesloten, de openbare weg- en spoorinfrastructuur is opengesteld en er is een start gemaakt met het toegankelijk maken voor zeeschepen. De natuurlijke ontwikkeling van de aangelegde natuurcompensatie wordt gemonitord. De beroepsprocedures voor de aanleg van extra natuur en recreatie zijn grotendeels afgerond.

De minister van IenM heeft, met instemming van de convenantpartners Gemeente Amsterdam en provincie Noord-Holland, een voorkeursbeslissing genomen ten aanzien van de zeesluis bij IJmuiden. Een projectbesluit wordt eind 2013 verwacht, waarna marktpartijen invulling kunnen geven aan het DBFM-contract.

Nederland en Vlaanderen hebben een akkoord bereikt over een grote nieuwe zeesluis bij Terneuzen. Een Nederlands-Vlaams projectteam is ingesteld en de planuitwerkingsfase is gestart.

2.4 Beter Benutten

Eind 2012 was 95% van alle plannen van aanpak met ruim 250 multimodale en innovatieve maatregelen geaccordeerd. Nagenoeg alle overige plannen zullen snel volgen. Met de uitvoering van de maatregelen is gestart. In elke regio is een uitvoeringsorganisatie in het leven geroepen waarin de betrokken organisaties (rijk, provincie, gemeenten, stadsregio’s en bedrijfsleven) deelnemen en zijn bestuurlijke trio’s opgericht van Minister, een CEO en een regionaal bestuurder) Het bedrijfsleven doet in alle regio’s actief mee. Mede daardoor krijgen werknemers meer mogelijkheden om buiten de spits te reizen. Met het bedrijfsleven zijn de eerste «slimme deals» gesloten. In deze deals treffen de publieke en private partijen samen maatregelen binnen hun eigen domein ter vermindering van de spitsdruk.

Vanuit de regionale programma’s zijn maatregelen in uitvoering genomen ter ondersteuning van de groeiambitie spoor (P+R, stedelijk OV, fietsstallingen). Spreiding over de dag is onderdeel van de werkgevers- en werknemersaanpak regionale programma’s.

De openingstijden van de spits- en plusstroken zijn verruimd: 39 plus- en spitsstroken worden bediend volgens het nieuwe regime. Dit heeft geleid tot positieve bereikbaarheidseffecten. Uit de eerste resultaten van de mobiliteitsprojecten blijkt dat de filedruk op specifieke trajecten afneemt. Ook bij nameting blijkt dat een groot aantal mensen het nieuwe reis gedrag blijft vertonen.

Op het gebied van Intelligente Transportsystemen (ITS) zijn plannen van aanpak voor de landelijke ITS clusters vastgesteld waarin rijk en regio samenwerken, is een ITS Action Plan naar EU en naar de Kamer verzonden (Kamerstukken II, 2011/12, 33 000 XII, nr. 143), is het programma van eisen van de landelijke clusters vastgesteld en is de marktconsultatie m.b.t. maatregelen Multimodale Reisinformatie afgerond.

In de bestuurlijke overleggen MIRT, najaar 2011, zijn concrete afspraken gemaakt over ruim 250 maatregelen in 10 regionale gebiedsprogramma’s. Daarbij gaat het om innovatieve maatregelen die zich richten op het verleiden van reizigers/verladers om de spits te mijden, ITS projecten, bevorderen van de ketenmobiliteit, fietsmaatregelen, en verruiming van de openstelling van spitsstroken en aanleg van nieuwe stroken.

Samen met het door de regio’s te investeren geld, is er op dit moment voor het programma Beter Benutten een totaalbedrag van ruim € 1,1 mld beschikbaar (prijspeil 2011).

2.5 Luchtvaart

De ministers van IenM en Defensie hebben in september 2012 de Luchtruimvisie vastgesteld en naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II, 2011/12, 31 936, nr. 114). Hierin is onder meer een Beleidsagenda Luchtruim opgenomen. Het Rijk heeft de luchtverkeersdienstverleners opdracht gegeven te starten met de uitwerking en implementatie van de Luchtruimvisie. Hiertoe werken de luchtverkeersdienstverleners aan een Roadmap die medio 2013 zal worden opgeleverd.

De Beleidsagenda Luchtvaartveiligheid (2011–2015) is in 2012 verder uitgevoerd. In dit verband is onder meer met alle betrokken partijen een intensivering van de aanpak van vogelaanvaringen overeengekomen langs vier sporen. De vang- en dodingacties zijn in de tweede helft van juni afgerond. Om de foerageermogelijkheden te beperken is in totaal 1.500 hectaren graan versneld ondergeploegd. Om het aantal broed- rustgebieden en rustgebieden te beperken is nader onderzoek conform planning afgerond. Schiphol heeft de aanbesteding van de radarinstallatie afgerond.

De evaluatie van de regulering van de luchthaventarieven van Schiphol is afgerond en de resultaten zijn in april 2012 naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II, 2011/12, 29 665, nr. 164). In deze brief is tevens een kabinetsstandpunt op hoofdlijnen opgenomen over de noodzakelijk geachte wijzigingen in de tariefregulering. De uitwerking hiervan is in 2012 ter hand genomen en zal in de eerste helft van 2013 worden afgerond.

Op 31 oktober 2012 liepen de twee experimenteerjaren met het nieuwe normen- en handhavingstelsel af. De resultaten van de evaluatie zullen worden besproken aan de Alderstafel en naar verwachting zal in het voorjaar van 2013 advies worden uitgebracht aan het Rijk. Hierna volgt politieke besluitvorming en het formele traject van de aanpassing van de regelgeving.

De kabinetsreactie op het Aldersadvies Lelystad is aan de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II, 2011/12, 31 936, nr. 115). Daarnaast is de voorstudie over de vorm van luchtverkeersleiding Lelystad afgerond. Het kabinet komt in 2013 met een standpunt over verdere ontwikkeling van vliegveld Lelystad.

De luchtvaartsector is per 1 januari 2012 opgenomen in het Europese systeem van emissiehandel (ETS). De EU zet in op een mondiale oplossing. Binnen ICAO wordt gewerkt aan een mondiaal marktconform systeem voor reductie van CO2 uitstoot en een raamwerk voor nationale/regionale systemen vooruitlopend op de invoering van een mondiaal syteem. Besluitvorming wordt verwacht tijdens de ICAO Assemblee van september 2013

Het FABEC-verdrag dat een betere benutting van het Europees luchtruim als doel heeft, is in 2012 in werking getreden. Luchtruimontwerp en de organisatie van de dienstverlening vindt steeds meer plaats in FABEC-verband.

Licence