Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

7.4 De balansen per 31 december 2012 van de agentschappen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu

Rijkswaterstaat
Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2012
Bedragen in EUR 1.000
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2011

Baten

       

Omzet moederdepartement

1.968.723

2.230.363

261.640

2.197.097

Omzet overige departementen

30.000

34.899

4.899

38.556

Omzet derden

82.000

104.656

22.656

143.116

Rentebaten

800

895

95

1.838

Vrijval voorzieningen

1.011

1.011

0

Bijzondere baten

10.000

2.773

– 7.227

4.608

Totaal baten

2.091.523

2.374.597

283.074

2.385.215

         

Lasten

       

Apparaatskosten

1.033.091

1.047.236

14.145

1.031.938

* personele kosten

720.184

748.033

27.849

754.745

* materiële kosten

312.907

299.203

– 13.704

277.193

Onderhoud

980.191

1.247.730

267.539

1.246.209

Afschrijvingskosten

63.494

50.588

– 12.906

53.331

* materieel

60.769

48.546

– 12.223

51.547

* immaterieel

2.725

2.042

– 683

1.784

Overige Lasten

14.748

15.203

455

12.633

* Dotaties voorzieningen

4.000

4.000

1.479

* Rentelasten

14.748

7.751

– 6.997

8.714

* Bijzondere lasten

3.452

3.452

2.440

Totaal lasten

2.091.523

2.360.757

269.234

2.344.111

         

Saldo van baten en lasten

13.840

13.840

41.104

         

Dotatie aan reserve Rijksrederij

8.846

8.846

15.185

         

Nog te verdelen resultaat

4.994

4.994

25.919

Toelichting op de verantwoordingsstaat

Baten

Omzet Moederdepartement

De omzet moederdepartement betreft de omzet voor werkzaamheden die Rijkswaterstaat verricht voor het moederdepartement. De omzet moederdepartement is een vergoeding voor:

  • het beheer en onderhoud van de infrastructuur en verkeersmanagement;

  • de apparaatskosten (personeel en materieel) van Rijkswaterstaat die verband houden met de aanleg en onderhoud van infrastructuur;

  • capaciteit die Rijkswaterstaat levert in het kader van de kennis- en adviestaken.

De toename van de omzet van het moederdepartement ten opzichte van de begroting zijn grotendeels te verklaren door het in lijn brengen van het budget voor Beheer en Onderhoud met de meerjarige onderhoudsplanning, zoals toegelicht in bijlage 4.2 van de begroting Infrastructuurfonds 2012.

Specificatie omzet moederdepartement

Begroting 2012

Realisatie 2012

Hoofdwatersystemen

381.733

367.956

Hoofdwegen

829.537

1.003.693

Hoofdvaarwegen

426.319

555.948

Overig

331.134

302.766

Totaal

1.968.723

2.230.363

Bron: Rijkswaterstaat

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen heeft betrekking op van andere ministeries ontvangen vergoedingen voor activiteiten die voor die andere ministeries zijn uitgevoerd. Het belangrijkste deel betreft opbrengsten voor het gebruik van vaartuigen van de Rijksrederij. De hogere realisatie wordt in belangrijke mate veroorzaakt door bijdragen van andere ministeries aan projecten en vergoedingen voor personeel dat voor andere departementen heeft gewerkt.

Omzet derden

De omzet derden betreffen voor een belangrijk deel vergoedingen voor schades veroorzaakt door (vaar)weggebruikers aan de (water)wegen (€ 26,5 miljoen) en opbrengsten in het kader van de Waterwet (€ 16,6 miljoen). Ook zijn er vergoedingen ontvangen voor personeel dat voor derden heeft gewerkt (€ 9,8 miljoen). De resterende omzet derden betreft met name bijdragen van provincies en gemeenten voor diverse uitgevoerde werkzaamheden in het kader van beheer en onderhoud. De opbrengsten zijn hoger dan begroot. Dit komt enerzijds door de genoemde ontvangsten voor personeel, die niet waren begroot, en anderzijds door hogere vergoedingen voor beheer en onderhoud van provincies en gemeentes.

Rentebaten

Deze hebben voornamelijk betrekking op vergoedingen over de rekening courant en korte termijndeposito’s die door Rijkswaterstaat worden aangehouden. De rentebaten zijn hoger dan begroot als gevolg van een hoger saldo Liquide Middelen dan begroot gedurende het jaar.

Vrijval voorzieningen

Jaarlijks wordt de voorziening dubieuze debiteuren op basis van de ouderdom van de openstaande debiteurenposten berekend. Dit jaar is de gemiddelde ouderdom door actief debiteurenbeleid afgenomen waardoor een vrijval van € 1 miljoen heeft plaatsgevonden, waardoor de voorziening per saldo lager is dan vorig jaar.

Bijzondere baten

De bijzondere baten bestaan grotendeels uit boekwinsten uit de verkoop van activa.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten zijn hoger dan begroot. De hogere kosten worden met name veroorzaakt door een stijging van de werkgeverspremies met betrekking tot zorgverzekeringswet en pensioenpremies.

De bezetting in 2012 gedaald naar 8.640 FTE, waarmee de gemiddelde bezetting 2012 (8.723 FTE) lager is dan de toegestane formatie (9.042).

Daarnaast waren de kosten van inhuur enigszins hoger als gevolg van enerzijds het doorschuiven van inhuur voor spoedaanpakprojecten die is doorgeschoven van 2011 naar 2012 en anderzijds door inhuur op vacatures. Door het beleid terughoudend om te gaan met vervangende inhuur is de hogere realisatie beperkt gebleven. De kosten van externe inhuur betreffen de inzet van derden op de kerntaken van Rijkswaterstaat.

Specificatie

Begroting 2012

Realisatie 2012

Aantal FTE

9.042

8.723

Kosten per FTE

75

79

Eigen personeelskosten

674.346

687.413

Kosten Inhuur

45.838

60.620

Totale personele kosten

720.184

748.033

Bron: Rijkswaterstaat

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan onder meer uit: bureau-, voorlichtings- en huisvestingskosten, kosten voor onderhoud en exploitatie van bedrijfsmiddelen en kosten voor huren en leasen van bedrijfsmiddelen. De lagere realisatie is in belangrijke mate het gevolg van het sturen op efficiëntie om op lange termijn te kunnen voldoen aan de opgelegde taakstellingen op het apparaat.

Onderhoud

Onderhoud heeft betrekking op de kosten die in rekening worden gebracht door derden (met name aannemers en ingenieursbureaus), die werkzaamheden uit voeren die direct bijdragen aan het beheer en de instandhouding van de infrastructuur. Daarnaast zijn zowel de inhuur op niet-kerntaken in het primaire proces als de investeringen met betrekking tot het beheer van areaal verantwoord onder de post onderhoud. De hogere realisatie op beheer en onderhoud wordt met name veroorzaakt door het aansluiten van het budget met de meerjarige onderhoudsplanning (zie Omzet moederdepartement). Daarnaast zijn ook de bijdragen van derden ten behoeve van onderhoudsprojecten hoger dan geraamd.

Rentelasten

Dit betreft kosten van rentedragende leningen die bij het ministerie van Financiën zijn afgesloten. De kosten zijn lager dan begroot door het terughoudend aangaan van nieuwe investeringen en het feit dat in de begroting 2012 rekening gehouden was met hogere rentelasten voor de Rijskrederij die nu via de bestemmingsreserve verlopen.

Afschrijvingskosten

Dit betreft de reguliere afschrijvingskosten van zowel materiële als immateriële vaste activa. De kosten zijn lager dan begroot door het terughoudend aangaan van nieuwe investeringen en het feit dat in de begroting 2012 rekening gehouden was met hogere rentelasten voor de Rijskrederij die nu via de bestemmingsreserve verlopen.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten bestaan voor € 1,3 miljoen uit boekverliezen op afgestoten activa en voor € 1,7 miljoen aan bijzondere lasten als gevolg van het desinvesteren van de kosten die gemaakt waren voor de verkeerscentrale Geldrop.

Dotatie Rijksrederij

Deze dotatie bestaat uit het verschil bij de Rijksrederij tussen afschrijvingen op vervangingswaarde (waarop de tarieven zijn gewaardeerd) en historische uitgaafprijs (waarop de vaartuigen worden gewaardeerd). Dit bedrag wordt toegevoegd aan de reserve Rijksrederij, waar dit gereserveerd wordt voor de aanschaf van nieuwe vaartuigen en levensduurverlengend onderhoud.

Balans per 31 december 2012 van Baten Lastendienst RWS
Bedragen in EUR 1.000
   

Balans 2012

 

Balans 2011

Activa

       

Immateriële vaste activa

 

3.663

 

4.229

Materiële vaste activa

 

242.108

 

261.857

* grond en gebouwen

121.018

 

124.507

 

* installaties en inventarissen

25.591

 

29.683

 

* overige materiële vaste activa

92.898

 

101.772

 

* in ontwikkeling

2.601

 

5.895

 

Financiële vaste activa

 

94.787

 

104.187

Voorraden

       

Onderhanden werk

 

9.013.411

 

7.547.002

Debiteuren

 

25.355

 

33.095

Nog te ontvangen

 

18.597

 

20.983

Liquide middelen

 

359.909

 

262.747

Totaal activa

 

9.757.830

 

8.234.100

Passiva

       

Eigen Vermogen

 

124.976

 

111.503

* exploitatiereserve

86.316

 

60.396

 

* reserve Rijksrederij

33.666

 

25.188

 

* onverdeeld resultaat

4.994

 

25.919

 

Leningen bij het MvF

 

191.605

 

219.086

Voorzieningen

 

5.494

 

1.684

Op te leveren projecten

 

9.013.411

 

7.547.002

Crediteuren

 

99.619

 

58.283

Nog te betalen

 

322.725

 

296.542

Totaal passiva

 

9.757.830

 

8.234.100

Toelichting op de balans

Activa

Immateriële activa

De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de bij derden bestede kosten, verminderd met de cumulatieve lineaire afschrijvingen.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd op aanschafwaarde, verminderd met de cumulatieve lineaire afschrijvingen. Door terughoudend in het investeren in materiële vaste activa is deze post in waarde afgenomen.

Financiële vaste activa

Onder de financiële vaste activa is het langlopende deel van de vordering op het Ministerie van Infrastructuur en Milieu opgenomen, die ontstaan is bij de vorming van de Baten en Lastendienst in 2006. In 2008 zijn er afspraken gemaakt over de afwikkeling van deze vordering. Resultaat hiervan is dat het restant van de vordering ultimo 2008 in 15 jaar wordt afgebouwd. Het kortlopende deel van deze vordering (aflossing 2013) is opgenomen onder debiteuren.

Onderhanden werk

Onder de post onderhanden werk is de som van de directe productie-uitgaven op lopende MIRT-projecten tot en met de balansdatum opgenomen. Hier tegenover staat aan passivazijde eveneens de post «op te leveren projecten» voor hetzelfde bedrag. In 2012 is onder meer gestart met de projecten A4 Delft – Schiedam en Wilhelminakanaal en zijn onder meer de projecten A12 Lunetten – Veenendaal en A74 Venlo opengesteld.

Debiteuren

De waardering van de post debiteuren vindt plaats tegen nominale (factuur)waarde of lagere waarde als gevolg van mogelijke oninbaarheid. De openstaande bedragen ouder dan 2 jaar zijn 100% voorzien, tenzij aannemelijk is gemaakt dat een lagere voorziening volstaat. Door actief opschonen van oudere openstaande debiteurenposten en het verbeteren van het debiteurenproces is de stand van Debiteuren gedaald in 2012.

Nog te ontvangen

De post nog te ontvangen bestaat uit nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. Het bedrag aan uitstaande vorderingen is lager dan eind vorig jaar.

Liquide middelen

De post liquide middelen is toegenomen in 2012. Dit is onder meer het gevolg van een dalend debiteurensaldo door actief debiteurenbeleid, het winstsaldo en een stijging van het crediteurensaldo.

Passiva

Eigen Vermogen

Het eigen vermogen bestaat naast een exploitatiereserve en een nog onverdeeld resultaat uit de bestemmingsreserve Rijksrederij. Deze bestemmingsreserve Rijksrederij wordt opgebouwd vanuit het tarief voor het gebruik van de schepen van de Rijksrederij, dat gebaseerd is op vervangingswaarde, en is bestemd voor de aanschaf van nieuwe vaartuigen en voor levensduur verlengend onderhoud.

Ontwikkeling Eigen vermogen

Stand per 31/12/10

Stand per 31/12/11

Stand per 31/12/12

Eigen vermogen

 

– exploitatiereserve

47.436

60.396

86.316

– bestemmingsreserve Rijksrederij

14.386

25.188

33.666

– onverdeeld resultaat

12.960

25.919

4.996

Totaal

74.782

111.503

124.976

Bron: Rijkswaterstaat

Het Eigen Vermogen is gestegen tot bijna 125 miljoen euro, waarmee het Eigen Vermogen voor een bedrag van € 3 miljoen boven het maximum van 5% van de gemiddelde omzet voor apparaatskosten en onderhoud van de afgelopen 3 jaar uitkomt. Deze overschrijding is met name het gevolg van terughoudendheid in het aangaan van investeringen in nieuwe schepen, waardoor de bestemmingsreserve Rijksrederij in omvang is gestegen. Bij de eerstvolgende suppletoire begrotingswet zal worden aangegeven hoe deze overschrijding wordt hersteld.

Langlopend vreemd vermogen

Het langlopende vreemd vermogen betreft leningen bij het Ministerie van Financiën in het kader van de leenfaciliteit. Deze leningen zijn gebruikt ter financiering van investeringen in vaste activa. Ten behoeve van investeringen is voor € 27,9 miljoen in 2012 geleend bij het Ministerie van Financiën.

Voorzieningen

Bij de vorming van de Rijksrederij in 2009 is de voorziening arbeidsvoorwaardenverschil ontstaan als gevolg van de arbeidsvoorwaardenverschillen voor het personeel dat naar Rijkswaterstaat is overgekomen. In 2012 is € 0,2 miljoen onttrokken. De looptijd van deze voorziening is uiterlijk tot 2023.

In 2012 is voor RWS een (nieuwe) reorganisatievoorziening getroffen. De basis voor het vormen van deze reorganisatievoorziening is de besluitvorming binnen RWS in het kader van het ondernemingplan RWS (OP2015). Als gevolg van dit OP2015 zal de organisatie in de komende jaren met aanzienlijk minder medewerkers haar taken gaan vervullen. In de aanloop naar de kleiner wordende organisatie zijn in 2012 financiële regelingen met verschillende looptijden getroffen met een aantal medewerkers.

 

Stand 1-1-12

Dotatie 2012

Onttrekking 2012

Vrijval 2012

Stand 31-12-12

Voorziening arbeidsvoorwaardenverschil

1.684

 

190

 

1.494

Reorganisatievoorziening

 

4.000

   

4.000

totaal

1.684

4.000

190

 

5.494

Bron: Rijkswaterstaat

Op te leveren projecten

Voor een toelichting wordt verwezen naar de debet-post «onderhanden werk».

Crediteuren

De stijging in 2012 wordt met name verklaard doordat er eind 2012 enkele grote facturen zijn ontvangen, die niet meer voor de jaargrens betaald konden worden.

Nog te betalen

Onder «nog te betalen» zijn de nog uit te voeren werkzaamheden (€ 90 miljoen) en overige schulden en overlopende passiva opgenomen. De «nog uit te voeren werkzaamheden» zijn op de balans gepassiveerd en zullen in 2013 worden uitgevoerd.

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2012
Bedragen in EUR 1.000
   

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

         

1.

Rekening-courant RHB + stand deposito-rekeningen 1 januari 2012

149.204

262.740

113.536

2.

Totaal operationele kasstroom

63.494

146.784

83.290

 

Totaal investeringen (-/-)

– 66.500

– 31.922

34.578

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

1.647

1.647

3.

Totaal investeringskasstroom

– 66.500

– 30.275

36.225

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

8.400

8.400

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 50.483

– 55.692

– 5.209

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

66.500

27.948

– 38.552

4.

Totaal financieringskasstroom

24.417

– 19.344

– 43.761

5.

Rekening-courant RHB + stand depositorekeningen 31 december 2012 (=1+2+3+4)

(maximale roodstand 0,5 miljoen euro)

170.615

359.905

189.290

Bron: Rijkswaterstaat

Toelichting Kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de inkomsten en uitgaven gedurende 2012 uit de reguliere bedrijfsvoering. De hogere operationele kasstroom wordt onder meer veroorzaakt door het positieve resultaat, de stijging van de post crediteuren en de daling van de post debiteuren.

Investeringskasstroom

Hieronder vallen de verkopen van activa en de nieuwe investeringen. Een belangrijk deel van deze investeringen had betrekking op gebouwen en nieuwe schepen voor de rijksrederij. Door terughoudendheid in het aangaan van nieuwe investeringen en door desinvesteringen is de investeringskasstroom lager dan begroot.

Financieringskasstroom

Hieronder vallen alle geldstromen die te relateren zijn aan de financiering van het agentschap, te weten:

  • Aflossing langlopende vordering op moederdepartement € 8,4 miljoen.

  • Beroep op de leenfaciliteit € 27,9 miljoen.

  • Aflossingen op leningen € 55,7 miljoen.

Terughoudendheid in het doen van investeringen en het financieren van enkele investeringen uit eigen middelen resulteerden in een lagere financieringskasstroom.

Doelmatigheidsindicatoren

Een doelstelling van de agentschapvorming van Rijkswaterstaat is het verhogen van de doelmatigheid. Om te kunnen beoordelen hoe de doelmatigheid zich ontwikkelt, wordt gebruik gemaakt van een aantal indicatoren. Omdat vanuit de historie sommige cijfers niet vergelijkbaar kunnen worden weergegeven, wordt voor deze kengetallen gebruik gemaakt van de toegestane ingroei.

Omschrijving

2009

2010

2011

20121

Apparaatskosten per eenheid areaal

       

Hoofdwegennet

– 

– 

27.898

27.406

Hoofdvaarwegennet

– 

25.538

25.393

Hoofdwatersystemen

– 

– 

1.173

1.163

         

% Apparaatskosten tov omzet

       

% Apparaatskosten tov omzet

23%

22%

22%

23%

         

Tarieven per FTE

       

Kosten per FTE

119.733

121.120

119.235

121.920

Met prijspeilcorrectie

119.733

120.291

117.115

118.648

         

Omzet BLD per product

       

Hoofdwatersystemen

428.914

381.307

413.485

367.956

Hoofdwegen

1.339.801

1.336.103

981.583

1.003.693

Hoofdvaarwegen

518.546

632.864

492.057

555.948

Overig

40.786

59.821

309.972

302.766

TOTAAL

2.328.047

2.410.095

2.197.097

2.230.363

         

Bezetting

       

FTE formatie

9.566

9.433

9.166

9.068

FTE bezetting

9.202

9.298

8.919

8.640

% overhead

16,1%

15.6%

14,2%

15,1%

         

Exploitatiesaldo

       

Exploitatiesaldo

1,5%

0,5%

1,1%

0,6%

         

Gebruikerstevredenheid

       

publieksgerichtheid

49%

gebruikerstevredenheid HWS

*

gebruikerstevredenheid HWN

76%

gebruikerstevredenheid HVWN

63%

         

Ontwikkeling pinwaarde

       

Hoofdwatersystemen

94

98

96

100

Hoofdwegen

101

101

101

100

Hoofdvaarwegen

101

100

102

100

Bron: Rijkswaterstaat

1

Gebruikerstevredenheid HWS in 2012 niet gemeten.

Toelichting

Apparaatskosten per eenheid areaal

Deze indicator geeft informatie over hoe de kosten die het apparaat van Rijkswaterstaat maakt voor verkeersmanagement en beheer en onderhoud zich ontwikkelen ten opzichte van het areaal. Een dalende trend van de kosten per eenheid areaal geeft een indicatie van een toename in de efficiëntie van de organisatie op het gebied van Beheer en Onderhoud en Verkeersmanagement.

Door de aanpassing van de bekostigingssystematiek van Rijkswaterstaat is de definitie van dit kengetal aangepast, waardoor geen vergelijkbare cijfers uit de jaren voor 2011 beschikbaar zijn.

% Apparaatskosten tov omzet

Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de kosten van het apparaat en de totale omzet (incl GVKA-gelden) van Rijkswaterstaat. Een daling van dit percentage is een indicatie van een toenemende efficiëntie van de organisatie.

Tarieven per FTE

Deze indicator geeft de ontwikkeling weer van de kosten (loonkosten, materiële kosten, rentekosten en afschrijvingskosten) per formatieve ambtelijke FTE. Het betreft daarbij zowel de werkelijke kosten per FTE als de kosten gecorrigeerd voor prijsstijgingen. Gecorrigeerd voor het prijspeil is ondanks de kleine stijging ten opzichte van 2008 een dalende trend waarneembaar in de kosten per FTE.

Omzet BLD per product

In de bovenstaande tabel is de Opbrengst Moederdepartement uitgesplitst naar de verschillende netwerken.

Door de aanpassing van de bekostigingssystematiek van Rijkswaterstaat bij 1e suppletoire 2011 zijn de bedragen voor 2011 en 2012 niet vergelijkbaar met de cijfers uit 2009 en 2010.

Bezetting

Deze voorgeschreven indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van Rijkswaterstaat zich ontwikkelt. Op zichzelf zegt dit kengetal niets over de doelmatigheid van de organisatie, maar moet dit worden bezien in relatie tot de omvang van het werkpakket. Gedurende 2012 is gestuurd op afbouw van de bezetting en is deze verder afgenomen.

Percentage overhead

Deze indicator geeft aan welk deel van het ambtelijke personeel (in FTE) binnen Rijkswaterstaat zich bezig houdt met de bedrijfsvoering. Bedrijfsvoering bevat alle processen die ondersteunend zijn aan de organisatie. Het streven is daarbij voortdurend een optimale kwalitatieve en kwantitatieve omvang van de bedrijfsvoering. De beperkte stijging van dit percentage in 2012 is het gevolg van een relatief grotere uitstroom op niet-overhead functies.

Exploitatiesaldo (% van de omzet)

Deze voorgeschreven indicator toont de ontwikkeling van het exploitatiesaldo als percentage van de omzet over de afgelopen 4 jaar. Een positief percentage duidt op een positief exploitatiesaldo.

Gebruikerstevredenheid

Jaarlijks laat Rijkswaterstaat de gebruikerstevredenheid toetsen bij gebruikers van de netwerken. De waardering van de gebruikers is opgenomen als een percentage van de ondervraagden dat tevreden is. Sinds 2012 wordt de gebruikerstevredenheid op een andere wijze berekend, waardoor geen vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn over eerdere jaren. Het lage percentage voor de tevredenheid over publieksgerichtheid wordt volgens de ondervraagden met name veroorzaakt door de onbekendheid met Rijkswaterstaat en wat allemaal gebeurt op het gebied van publieksgerichtheid.

Ontwikkeling PINwaardes

PINwaardes zijn een weergave van de serviceniveaus van Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud op de netwerken. De cijfers uit eerdere jaren zijn uitgedrukt in een indexcijfer ten opzichte van het verantwoordingsjaar. Op het hoofdwegennet en het hoofdvaarwegennet zijn de PIN-waardes gemiddeld lager geworden dan in 2011. Dit wordt bij het hoofdvaarwegennet met name veroorzaakt door lagere scores op passeertijden hoofdtransportassen als gevolg van capaciteitsproblemen bij sluizen in Zeeland, die door middel van een MIRT-studie moet worden opgelost. Voor het hoofdwegennet is deze daling met name het gevolg van eerder uitgesteld onderhoud aan bruggen, wat de komende jaren zal worden ingelopen.

Agentschapsparagraaf baten-lastendienst Inspectie Leefomgeving en Transport
Inspectie Leefomgeving en Transport per 31 december 2012
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Baten

     

Omzet moederdepartement

145.251

147.822

2.571

Omzet overige departementen

0

417

417

Omzet derden

6.046

8.334

2.288

Rentebaten

0

231

231

Vrijval voorzieningen

0

1.674

1.674

Bijzondere baten

0

414

414

Totaal baten

151.297

158.892

7.594

       

Lasten

     

Apparaatskosten

148.097

136.672

– 11.425

• personele kosten

94.744

99.532

4.788

• materiële kosten

53.353

37.140

– 16.213

Afschrijvingskosten

2.900

2.673

– 227

• immaterieel

1.500

1.544

44

• materieel

1.400

1.129

– 271

Overige lasten

300

11.604

11.304

• dotaties voorzieningen

0

10.442

10.442

• rentelasten

300

21

– 279

• bijzondere lasten

0

1.141

1.141

Totaal lasten

151.297

150.949

– 349

       

Saldo van baten en lasten

   

7.942

Baten

Omzet moederdepartement

De opbrengst moederdepartement betreft de omzet uit hoofde van activiteiten die de Inspectie Leefomgeving en Transport verricht voor het moederdepartement.

De gerealiseerde agentschapsbijdrage over 2012 wijkt af van de betaalde bijdrage (in kastermen) doordat er middelen, die in voorgaande jaren op de balans zijn gereserveerd, in 2012 zijn gerealiseerd en omdat ontvangen middelen in 2012 slechts beperkt in 2012 zijn aangesproken en gereserveerd zijn voor 2013. Daarnaast is er sprake van een grote reeks mutaties bij 1e en 2e suppletoire begroting. De belangrijkste mutaties zijn te relateren aan de ontvlechting van het voormalige VROM en aan de fusie tussen de IVW en de Vrom-inspectie. Deze hebben allen plaatsgevonden na de indiening van de oorspronkelijke begroting. Deze mutaties zijn doorgevoerd na uitgebreid onderzoek. Uiteindelijk hebben de mutaties een aanzienlijk effect op zowel de baten- als op de lastenkant van de begroting.

Omzet derden

De omzet derden is de aan de afnemers van het product «vergunningen» in rekening gebrachte tarieven.

Bij de indiening van de oorspronkelijke begroting is er vanuit gegaan dat de overdracht van de uitvoering van een gedeelte (domein Scheepvaart) de toelatings-en-continueringsactiviteiten naar klassenbureaus voor 1 januari 2012 gerealiseerd zou zijn. Gedurende het jaar is een steeds groter deel van de taken overgedragen. De realisatiecijfers over 2012 zijn hierdoor wel hoger dan begroot.

De rest van het verschil wordt verklaard door een, ondanks de economische crisis, meevallende hoeveelheid aanvragen waardoor over de gehele linie de opbrengst derden hoger uit is gevallen dan waar rekening mee was gehouden.

Rentebaten

De rentebaten zijn hoger dan geraamd door de hogere stand van de liquide middelen.

Bijzondere baten

Betreft boekwinst op de verkoop activa (restwaarde vervangen wagenpark).

Lasten

Personele kosten

De gerealiseerde personele kosten wijken af van de begroting als gevolg van de hierboven genoemde begrotingsmutaties.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn lager dan begroot. De post uitbesteding is de afgelopen jaren flink gedaald. Door vertraging in de ict-projecten (Informatieplan) zijn de kosten op materieel gebied ruim achtergebleven.

Belangrijkste onderdeel van de materiële kosten zijn de DVO-kosten waarin alle werkplekgerelateerde en ict-kosten zijn opgenomen. Op zowel facilitair (€ 1 miljoen) als op ict-terrein (€ 5 miljoen) zijn structurele besparingen gerealiseerd.

Rentelasten

De rentelasten hebben grotendeels betrekking op de afgesloten leningen bij de RHB. Het restant betreft bestuurlijke boete.

Deze lasten zijn lager dan begroot omdat er bij de begroting vanuit werd gegaan dat er voorgaande jaren meer geleend zou worden voor investeringen in het wagenpark en in het Informatieplan; het geleende bedrag is uiteindelijk ruim lager uitgevallen.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten betreffen het wagenpark en geactiveerde projecten uit het Informatieplan. De afwijkingen zijn te verklaren door de deels vertraagde vervanging van het wagenpark.

Bijzondere lasten

Hieronder vallen de versnelde afschrijvingen op zelfontwikkelde software als gevolg van een stelselwijziging waardoor zelfontwikkelde software niet meer geactiveerd wordt. Tevens is er een auto vervangen die nog een resterende boekwaarde had.

Balans per 31 december 2012
Bedragen x € 1.000
 

31-12-12

1-01-12

Activa

   

Immateriële vaste activa

452

3.359

Materiële vaste activa

3.748

2.854

• grond en gebouwen

• installaties en inventarissen

29

89

• overige materiële vaste activa

3.719

2.765

Debiteuren

2.056

1.234

Nog te ontvangen

1.461

1.929

Liquide middelen

82.851

65.391

Totaal activa

90.568

74.767

     

Passiva

   

Eigen vermogen

9.654

1.712

Exploitatiereserve

1.712

1.712

• Nog te verdelen resultaat

7.942

• Voorzieningen

17.999

12.677

Langlopend vreemd vermogen

58

186

Crediteuren

2.919

2.243

Nog te betalen

59.937

57.949

Totaal passiva

90.568

74.767

Toelichting balans

Activa

(Im)materiële activa

Hieronder vallen enkel de boekwaardes van afgekochte licenties. Zelfontwikkelde software wordt niet langer geactiveerd.

Debiteuren

Het saldo van de debiteuren en van de bijbehorende voorziening is vooral gestegen door een grote post van € 0,9 miljoen die in rekening is gebracht bij het ministerie van Economische Zaken.

Nog te ontvangen

Deze overlopende activa bestaan uit een aantal kleinere posten zoals onderhanden werk en nog te factureren werkzaamheden.

Liquide middelen

De ILT heeft een rekening-courantverhouding met de Rijkshoofdboekhouding. Van de ruim € 65 miljoen die per 31 december op de rekening-courant staat, is € 20 miljoen als langlopende deposito geplaatst bij de Rijkshoofdboekhouding. Het beperkte aandeel in deposito wordt verklaard vanwege de negatieve rente op kortlopende deposito’s. Het positieve saldo wordt vooral verklaard doordat er voor grote ICT-projecten (BCT) middelen zijn ontvangen, die in de loop in 2013 tot uitgaven leiden. De activiteiten voor de BES-eilanden zijn in 2009 gestart, waarvan de meeste uitgaven inmiddels in 2012 zijn gedaan en in begin 2013 afgerond zullen worden. Tevens heeft de ILT een aantal voorzieningen moeten treffen waar een liquiditeitspositie tegenover staat.

Passiva

Eigen vermogen

Het resultaat boekjaar is het resultaat dat de Inspectie heeft gerealiseerd over de maanden januari tot en met december 2012. Door het positieve resultaat over 2012 overschrijdt de ILT het maximum eigen vermogen (5% van de totale opbrengst ad € 156,6 miljoen) van € 7,828 miljoen. Deze middelen staan ter beschikking van de eigenaar. Bij de eerstvolgende suppletoire begrotingswet zal worden aangegeven hoe deze overschrijding wordt hersteld.

Voorzieningen

Reorganisatievoorziening: Het aantal medewerkers waarvoor eerder in 2011 onder de reorganisatie een herplaatsingskandidaatsvoorziening werd opgenomen, is in 2012 fors teruggelopen doordat voor velen een nieuwe werkplek gevonden is. Een beperkt aantal van hen heeft nu gebruik gemaakt van bovengenoemde regeling. Deze voorziening loopt tot halverwege 2013. Voor een resterende medeweker is een dotatie gedaan van € 0,03 miljoen.

De huisvestingsbewegingen en andere fusiegerelateerde zaken, die een gevolg waren van de fusie met de Vrom-inspectie hebben tot de vorming van een voorziening geleid. Gedurende het jaar 2012 is er naast onttrekkingen ook een aantal verwachte kosten gedaald. Het restant van de voorziening is in 2012 vrijgevallen.

In 2012 is een nieuwe voorziening getroffen. Teneinde te kunnen voldoen aan de personele taakstelling en tevens de beoogde verhouding tussen de inzet in het primaire proces en de ondersteunende directies (85–15) te kunnen realiseren is besloten om een reorganisatie van de directie bedrijfsvoering door te voeren. Dit betreft een voorziening voor een maximale duur van 3 jaar. Het betreft een dotatie van € 8,486 miljoen.

SBF/FLO regeling; voor werknemers die werkzaam zijn in een zogenoemde substantieel bezwarende functie is, op basis van de SBF/FLO-regeling, in het verleden een voorziening getroffen omdat deze werknemers recht hebben om vervroegd uit treden. Door instroom van nieuwe medewerkers en actualisatie van de rentestand is een dotatie gepleegd van € 1,233 miljoen.

Claims van derden; De voorziening voor claims van derden ad € 0,631 miljoen bestaat per ultimo 2012 uit een tweetal nieuwe posten als gevolg van verloren rechtszaken. (€ 0,392 miljoen). De begin 2012 nog lopende asbestclaim is geheel afgehandeld. De totale vergoeding viel inclusief kosten iets lager uit dan geclaimd. Het restant ad € 0,102 miljoen is vrijgevallen.

Wachtgeld; voor de verplichtingen richting voormalig personeel (oud-wachtgelders) van de Inspectie V&W is een voorziening gevormd. Het gaat hierbij om nog een persoon die geen deel meer uitmaakt van het huidige personeelsbestand. Maandelijks vindt er een onttrekking plaats in verband met de uitkering aan deze persoon.

De overige dotaties aan de voorzieningen hebben betrekking op dubieuze debiteuren (€ 0,066 miljoen)

Verloopstaat voorzieningen t/m 31 december 2012

Bedragen x € 1.000

Reorganisatie

Huisvesting

FLO

Claims

dub.deb

Wachtgeld

Totaal

Stand begin boekjaar

3.634

832

7.844

240

1.932

128

14.610

Dotatie ten laste van het resultaat

8.513

1.233

632

64

10.442

Vrijval ten gunste van het resultaat

– 1.288

– 246

– 102

– 17

– 14

– 1.667

Onttrekking voorziening

– 2.168

– 586

– 449

– 138

 

– 66

– 3.407

Stand eind boekjaar

8.691

0

8.628

632

1.978

48

19.977

Nog te betalen

Betreft nog niet gerealiseerde middelen voor Boord Computer Taxi (BCT) (22,818 miljoen), en de programmagelden voor het Project Caribisch Nederland (€ 4,447 miljoen). Tevens worden onder deze post onder anderen de verplichtingen aan eigen personeel en vooruitontvangen bijdragen opgenomen. Door vertragingen en leveranciersproblemen is de uitvoering van ICT-projecten dermate onzeker op de korte termijn dat de beschikbare middelen nu terug worden gestort. (€ 10,131 miljoen)

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2012
Bedragen x € 1.000
 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2012

12.825

65.374

52.549

2.

Totaal operationele kasstroom

– 1.500

19.448

20.948

 

Totaal investeringen (-/-)

– 3.706

– 2.378

1.328

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

1.717

1.717

3.

Totaal investeringskasstroom

– 3.706

– 661

3.045

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 3.000

– 1.312

1.688

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

4.000

0

– 4.000

4.

Totaal financieringskasstroom

1.000

– 1.312

– 2.312

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2012(=1+2+3+4)

8.619

82.849

74.230

Toelichting op het kasstroomoverzicht

1. Rekening-courant RHB 1 januari 2012 (€ 65,374 miljoen)

De rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding stond per 1 januari 2012 op € 65,374 miljoen.

2. Totaal operationele kasstroom (€ 19,448 miljoen)

De operationele kasstroom geeft de kasstromen weer die voortvloeien uit de bedrijfsvoering. Om de operationele kasstroom vast te kunnen stellen wordt het resultaat, zoals vermeld in de staat van baten en lasten, gecorrigeerd voor een aantal stroomgrootheden: toe- of afname vlottende activa (debiteuren en vorderingen) en van vlottende passiva (crediteuren en overige vlottende passiva).

De positieve operationele kasstroom op 31 december is vooral ontstaan door positieve resultaat per 31 december (€ 7,281 miljoen). Daar tegenover staan de onttrekkingen en vrijval van de voorzieningen.

3. Totaal investeringskasstroom (– € 0,661 miljoen)

Er is geïnvesteerd in immateriële vaste activa(licenties), in het wagenpark en in inspectie-ondersteunende (meet-)apparatuur. Ten opzichte van de begroting is er minder geïnvesteerd. Dit komt doordat geplande investeringen in het informatieplan slechts gedeeltelijk in 2012 zijn uitgevoerd en doordat zelfontwikkelde software niet langer geactiveerd wordt.

4. Totaal financieringskasstroom (– € 1,312 miljoen)

De financieringskasstroom bestaat alleen uit de maandelijkse aflossingen op leningen. Voor de investeringen in 2012 is geen lening aangevraagd gezien de huidige liquiditeitspositie.

5. Rekening-courant RHB per 31 december 2012 (€ 82,849 miljoen)

Het positieve saldo per 31 december wordt vooral verklaard doordat er voor grote ICT-projecten (Informatieplan en BoordcomputerTaxi) middelen zijn ontvangen, die in deels nog in 2013 tot uitgaven leiden en die deels worden teruggestort. Ook de uitgave van de middelen voor de BES-eilanden lopen door tot begin 2013. Het saldo op de rekening-courant dat hierdoor ter vrije beschikking is gekomen, is op een deposito geplaatst dat in juni 2013 vrijvalt.

Doelmatigheidsindicatoren

Omschrijving Generiek Deel

2012 realisatie

oorspronkelijke begroting

1. Kostprijzen per product (groep)

   

– Handhaving

142.195

145.251

– Vergunningverlening

7.206

6.046

totaal

149.401

151.297

2. Tarieven/uur

   

– Handhaving

135,7

120

– Vergunningverlening

121,1

110

– Kennis, advies en berichtgeving

   

3. Omzet per produktgroep (pxq)

   

– Handhaving

149.170

145.251

– Vergunningverlening

8.141

6.046

totaal

157.311

151.297

     

4. FTE-totaal per 31 -12

1.120,2

1.207,0

     

5. Saldo van baten en lasten

3,96%

0,00%

     

6. Kwaliteitsindicator 1: doorlooptijd vergunningen

n.t.b.

 
     

7. Kwaliteitsindicator 2: ziekteverzuim

5,10%

 
     

Omschrijving Specifiek Deel voor Inspectiediensten

   
     

8. Kostprijs/product:

   

Inspectie

143.864

 

Vergunningverlening

7.206

 

9. Kwaliteit Handhaving:

   

Klachten(bezwaar &beroep)

nog niet

 

Gegrond verklaard (%)

beschikbaar

 

Door overdracht van voorheen centraal belegde VROM-middelen naar de ILT-begroting zijn de kostprijzen en is de omzet per productgroep gestegen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting.

Agentschap KNMI

De opbrengsten van het moederdepartement wijken af van de kasbetalingen aan de baten-lastendienst KNMI zoals opgenomen in voorgaande verantwoordingsstaat. Dit komt omdat bedragen die worden ontvangen voor zaken als Aardobservatie en Deltaplan voor een deel als vooruitontvangen worden geboekt omdat de kosten nog gemaakt moeten worden.

Jaarrekening

Balans

Balans per 31 december 2012 van Baten Lastendienst KNMI
 

2012

2011

Activa

   

Immateriële activa

   

Imateriële vaste activa

0

398

Materiële activa

   

* grond en gebouwen

6.124

6.501

* installaties en inventarissen

3.245

4.156

* overige materiële vaste activa

4.516

2.947

* in ontwikkeling

241

2.215

Onderhanden projecten

1.137

1.497

Debiteuren

3.350

2.515

Nog te ontvangen

830

1.020

Liquide middelen

19.081

17.129

Totaal activa

38.524

38.377

Passiva

   

Eigen Vermogen

   

* exploitatiereserve

611

1.801

* verplichte reserves

   

* onverdeeld resultaat

1.266

– 1.190

Leningen bij het MvF

7.306

9.070

Voorzieningen

1.188

656

Vooruitontvangen projecten

4.240

4.251

Crediteuren

2.500

2.331

Nog te betalen

21.413

21.458

Totaal passiva

38.524

38.377

Toelichting op de balans

Immateriële activa

De immateriële vaste activa bedroeg ultimo 2011 € 0,4 miljoen en betrof activa die nog niet in gebruik was, maar in ontwikkeling was. Het betrof in 2011 geactiveerde kosten ten behoeve van de ontwikkeling van het project Robukis (omvormen van het Klimatologisch Informatie Systeem (KIS) tot een toekomstvast systeem (robuust, beheersbaar en van documentatie voorzien).

In 2012 is besloten deze activa ten laste van de kosten te brengen, daar de bedrijfswaarde niet kon worden vastgesteld.

Materiële activa

In 2012 zijn geen grote investeringsuitgaven gedaan. Wel is geïnvesteerd in LED lampen (€ 0,1 miljoen), regenmeters/-detectors (€ 0,17 miljoen) en Argo floats (€ 0,1 miljoen), satelliet dataplatform (€ 0,13 miljoen) en rekencapaciteit voor derden (€ 0,15 miljoen).

Onderhanden projecten

In deze post is een negatieve bijstelling opgenomen van € 0,6 miljoen vanwege verwachte verliezen op gesloten contracten.

Debiteuren

De grootste posten betreffen een vordering op Eurocontrol (€ 1,5 miljoen) voor de dienstverlening aan de luchtvaartsector en een vordering op het Nederlandse Space Office (NSO) van circa € 1,0 miljoen.

Nog te ontvangen

De post Nog te ontvangen bedragen bestaat voor het overgrote deel (€ 0,85 miljoen) uit vooruitbetaalde (jaar)bedragen.

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit het saldo op de rekening courant bij de Rijkshoofdboekhouding (RHB) van het ministerie van Financiën en een deposito met een waarde van € 10 miljoen.

Nog te betalen

In 2012 zijn bedragen ontvangen waarvan de kosten niet in hetzelfde jaar vallen als de ontvangsten. De ontvangsten waar nog geen kosten tegenover staan worden niet als opbrengst verantwoord, maar als vooruitontvangen (onder de post «Nog te betalen») ter dekking van toekomstige kosten. Zodra de kosten worden gemaakt worden de opbrengsten verantwoord en de vooruitontvangen bedragen verminderd. Het gaat vooral om ontvangsten in het kader van Aardobservatie en het Deltaplan. Zie ook onderstaande tabel:

 

per 1/1/2012

2012

     

per 31/12/2012

 

Vooruitontvangen

Ontvangen bijdrage

kosten/opbrengsten

derden

Vooruitontvangen 2012

Vooruitontvangen

Aardobservatie

9.761

11.896

10.110

 

1.786

11.547

Deltaplan

4.589

1.658

3.433

 

– 1.775

2.814

Voorzieningen

De voorzieningen zijn toegenomen van € 0,7 miljoen naar € 1,2 miljoen. De belangrijkste mutaties zijn een onttrekking van € 0,3 miljoen wegens reguliere FPU+ uitgaven, een toevoeging van € 0,8 miljoen voor verwachte wachtgeld uitkeringen.

De voor het Vernieuwingsprogramma opgenomen voorziening loopt tot en met 2015 en de voorziening wachtgeld loopt tot 2021. De voorziening Infrastructuur De Bilt zal in 2013 worden benut.

 

Infrastructuur de Bilt

Vernieuwingsprogramma

wachtgeld

Totaal

Saldo per 1 jan 2012

180

476

0

656

Bij:

       

dotatie

0

37

800

837

Af:

       

vrijval

0

0

0

0

mutaties

0

306

0

306

Totaal af

0

306

0

306

Saldo per 31 dec 2012

180

207

800

1.187

Eigen Vermogen

Het Eigen Vermogen bedraagt na verwerking van de winst € 1,9 miljoen. Dit is 3,1% van de omzet van de afgelopen drie jaar. Het Eigen vermogen is in 2012 weer voldoende om enige toekomstige tegenvallers op te vangen.

 

2007

2008

2009

2010

realisatie 2011

begroot 2012

realisatie 2012

1. Eigen vermogen per 1/1

1.882

1.718

1.391

1.291

1.801

0

611

2. Saldo van baten en lasten

– 164

– 327

– 100

– 109

– 1.190

– 314

1.266

3a. uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

3b. bijdrage van moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

3c. overige mutaties

0

0

0

0

 

0

0

3. Totaal directe mutaties in EV

0

0

0

619

0

0

0

4. Eigen vermogen per 31/12

1.718

1.391

1.291

1.801

611

– 314

1.877

% gemiddelde omzet laatste 3 jaar

3,6%

2,8%

2,5%

3,3%

1,0%

3,1%

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht per 31 december 2012 KNMI
Bedragen in € 1.000
   

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2012 + stand depositorekeningen

19.150

17.129

– 2.021

2.

Totaal operationele kasstroom

1.668

5.147

3.479

3a.

Totaal investeringen (-/-)

– 4.200

– 1.053

3.147

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

 

2

2

3.

Totaal investeringskasstroom

– 4.200

– 1.051

3.149

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

     

4b.

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

     

4c.

Aflossingen op leningen (-/-)

– 2.117

– 2.143

– 26

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

4.200

0

– 4.200

4.

Totaal financieringskasstroom

2.083

– 2.143

– 4.226

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2012 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

18.701

19.082

381

Toelichting Kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom is opgebouwd uit afschrijvingskosten (€ 2,7 miljoen), toename van de kortlopende vorderingen (– € 0,6 miljoen), een toename van de schulden (€ 0,1 miljoen), toename van de voorzieningen (€ 1,2 miljoen), toename van het onderhanden projecten (– € 0,3 miljoen), een waardevermindering van de immateriële vaste activa (€ 0,4 miljoen) en het gerealiseerde positieve resultaat (€ 1,3 miljoen).

Investeringskasstroom

In 2012 zijn geen grote investeringsuitgaven gedaan. De belangrijkste uitgaven in 2012 zijn: € 0,1 miljoen in LED-verlichting, € 0,1 miljoen in Argo floats, € 0,17 miljoen in regenmeters/-detectors, € 0,1 miljoen in satellietdataplatform en € 0,15 miljoen in rekencapaciteit voor derden.

Financieringskasstroom

Er is € 2,1 miljoen regulier afgelost op de uitstaande leningen bij het Ministerie van Financiën. Er is geen beroep op de leenfaciliteit gedaan.

Verlies- en winst

Staat van baten en lasten van de baten-lastendienst KNMI
Bedragen x € 1.000
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2012

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2011

Baten

       

Omzet moederdepartement

41.032

42.814

782

39.488

Omzet overige departementen

883

1.165

– 282

1.099

Omzet derden

16.133

20.240

4.107

18.082

Rentebaten

25

25

115

Vrijval voorzieningen

 

3

3

77

Bijzondere baten

       

Totaal baten

58.073

64.246

6.173

58.860

         

Lasten

       

Apparaatskosten

       

* Personele kosten

27.496

32.980

5.484

33.206

* Materiële kosten

28.385

25.507

– 2.878

24.316

Afschrijvingskosten

       

* Immaterieel

       

* Materieel

2.270

2.745

475

2.318

Overige Lasten

       

* Dotaties voorzieningen

 

1.471

1.471

 

* Rentelasten

236

278

42

210

* Bijzondere lasten

       

Totaal lasten

58.387

62.980

4.593

60.050

         

Saldo van baten en lasten

– 314

1.266

1.580

– 1.190

Toelichting Verlies en winst

Baten

Omzet moederdepartement

De belangrijkste oorzaken voor de afwijkende realisatie zijn een verlaging van de opbrengsten aardobservatie (€ 1,8 miljoen), verhogingen als gevolg van de positionering van het KNMI (€ 0,6 miljoen) en ontvangen van prijscompensatie (€ 0,3 miljoen) en het overboeken van vooruitontvangen bedragen (€ 2,7 miljoen) naar de opbrengsten. Dit laatste betreft het Deltaplan en het NMDC. Deze vooruitontvangen bedragen worden pas nu als opbrengst verantwoord, omdat hiervoor nu de prestaties geleverd zijn.

Omzet overige departementen

De begrote opbrengsten betreffen voornamelijk ministerie van Defensie (€ 0,87 miljoen).

Omzet derden

De projectopbrengsten (subsidies) zijn € 4,2 miljoen hoger dan begroot. Vooral door het uitvoeren van meer projecten dan begroot.

Voor de opbrengsten uit de luchtvaartmeteorologische dienstverlening is de realisatie € 0,1 miljoen lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door het uitvoeren van minder projecten dan begroot. De overige opbrengsten zijn vooral hoger door opbrengsten voor het inrichten van een productieomgeving voor RWS (€ 0,25 miljoen).

Lasten

Personele kosten

De werkelijke personele kosten zijn hoger dan begroot. De overschrijding van de loonkosten wordt veroorzaakt door hogere sociale lasten (dit uit zich ook in de stijging salariskosten per medewerker), incidentele uitgaven en hogere kosten voor medewerkers gefinancierd uit externe projecten. Voor deze laatste is ook extra omzet gegenereerd.

Personeel

Euro 1.000

Begroot 2012

Realisatie 2012

Realisatie 2011

Personeel

27.496

32.980

33.206

       

Specificatie

     

Loonkosten

27.438

28.579

29.084

Inhuur

 

2.265

1.403

Overige personeelskosten

58

2.136

2.719

       

Gemiddeld aantal fte

389,8

388,6

403,2

Mutatie fte t.o.v. voorgaand jaar

 

– 3,6%

– 6,6%

Loonsom per medewerker

70,4

73,5

72,1

Stijging salariskosten per medewerker

 

2,0%

2,6%

Materiële kosten

De gerealiseerde materiële lasten zijn € 2,9 miljoen lager dan begroot. Door vertraging bij het opstarten van nieuwe programma’s aardobservatie zijn de opgevraagde en betaalde contributies € 1,6 miljoen lager.

Realisatie 2011 – realisatie 2012

Ten opzichte van 2011 is er sprake van een toename van € 1,0 miljoen aan contributie voor aardobservatie. De overige contributies zijn met € 0,1 miljoen gestegen. De materiële kosten (exclusief contributies) zijn gestegen met € 0,1 miljoen ten opzichte van 2011. Dit is een stijging van 0,9%.

Materieel

Euro 1.000

Begroot 2012

Realisatie 2012

Realisatie 2011

Materieel

28.385

25.507

24.316

Contributie Bijdragen

 

13.071

11.998

Onderhoud en exploitatie

 

4.028

4.283

Huur en lease

 

3.358

3.288

Bureau, voorlichting en huisvesting

 

2.105

2.157

SWO

 

1.850

1.539

Uitbesteding

 

1.034

984

Overige kosten

 

61

67

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn hoger dan begroot door investeringen in opslag en rekencapaciteit.

Dotaties voorzieningen

De dotatie aan de voorziening betreft verwachte kosten voor wachtgeld uitkeringen en verwachte verliezen op door derden gefinancierde projecten. Deze zijn in mindering gebracht op de post onderhanden projecten op de balans.

Saldo van baten en lasten

Het positieve resultaat zal ten gunste van het eigen vermogen worden gebracht.

Doelmatigheid

Percentage Overhead

Het percentage overhead is gestegen ten opzichte van 2011 met 5%. Dit wordt onder andere veroorzaakt door incidentele kosten (voorzieningen) in 2012.

Fte’s overhead

De fte’s overhead worden bepaald op basis van de geschreven uren. Alle uren geschreven op overheadactiviteiten worden daarbij omgerekend naar het corresponderende aantal fte’s. Zowel overheadactiviteiten binnen de Staf als binnen de sectoren vallen hieronder.

Het aantal fte’s overhead is gedaald doordat minder uren zijn besteed aan indirecte activiteiten en management en -ondersteuning. Dit heeft vooral te maken met de invoering van een nieuw kostprijsmodel in 2012 om daar waar het mogelijk is activiteiten en uren direct productief te maken.

Tarieven per uur

Het uurtarief wordt bepaald door de totale kosten exclusief kosten direct geboekt op een product te delen door het aantal uren geschreven op de producten.

Er is geen direct oorzakelijk verband tussen de ontwikkeling van het uurtarief en de ontwikkeling van de doelmatigheid.

De daling van het uurtarief wordt zowel veroorzaakt door een stijging van het aantal geschreven uren op producten als door een daling van de kosten. De stijging van de geschreven uren op producten wordt veroorzaakt door een stijging van de gemiddelde productieve uren per fte en een verschuiving van indirect productieve uren naar direct uren op de producten.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2012
   

2010

Realisatie 2011

2012

Kostprijs in € per eenheid product

     
 

– percentage overhead

17%

19%

20%

 

– fte's overhead

101

103

88

         

Tarieven/uur

108

118

111

         

Omzet per productgroep

     
 

– weer

30.346

28.736

29.465

 

– klimaat

17.673

18.806

20.958

 

– seismologie

1.926

1.999

3.686

 

– aardobservatie

7.909

9.127

10.110

         

FTE- totaal

426

393

383

         

Saldo van baten en lasten (%)

0%

– 2%

2%

         

Algemene weersverwachtingen en adviezen

     
 

– afwijking min temperatuur °C

– 0,24

– 0,33

– 0,17

 

– afwijking max temperatuur °C

– 0,21

– 0,06

– 0,32

 

– gem afwijking wind snelheid (m/s)

0,04

– 0,03

– 0,05

Luchtvaartverwachtingen

     
 

– tijdigheid TAF schiphol (%)

99

99,5

99,7

Maritieme verwachtingen

     
 

– tijdigheid marifoonbericht (%)

99,3

99

98,4

Agentschap Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) 2012

De Nederlandse Emissieautoriteit heeft één opdrachtgever, de directie Klimaat, Lucht en Geluid (KLG), onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De eigenaar van de Nederlandse Emissieautoriteit is de Secretaris-Generaal van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Het kalenderjaar 2012 heeft wederom veel van de NEa gevraagd omdat naast de reguliere werkzaamheden in dat jaar ook de buitengewoon grote en complexe projecten «Allocatie fase III» en «Biobrandstoffen» zijn uitgevoerd. Deze projecten vergden in 2012 weer veel aandacht en inzet en hadden tot gevolg dat er op onderdelen van reguliere NEa-taken minder inzet dan vooraf gepland gepleegd kon worden, gegeven de beperkingen in beschikbare menskracht. Door deze aanvullende werkzaamheden blijft de werkdruk bij de NEa toenemen.

Op beheersmatig vlak is ook nog een heel belangrijke stap gezet. Medio 2012 heeft de NEa besloten de missie en visie van de NEa opnieuw te bezien. Dat zal begin 2013 tot een herziene missie en visie leiden.

Het bestuur van de NEa heeft inmiddels een jaar ervaring opgedaan in de nieuwe constellatie van een baten-lastendienst die het ZBO ondersteunt. De Raamafspraken tussen eigenaar, (coördinerend) opdrachtgever, (voorzitter van het) bestuur en directeur NEa, zullen in de eerste helft van 2013 worden geëvalueerd.

Algemene grondslagen voor de waardering

Deze jaarrekening is opgesteld volgens de voorschriften van de Comptabiliteitswet (CW) en de nadere uitwerking hiervan in de Rijksbegrotingvoorschriften (RBV), de Regeling departementale begrotingsadministratie (RDB) en de Regeling Baten-lastendiensten 2011.

Begrotings- en realisatiecijfers agentschap Nederlandse Emissieautoriteit 2012
X € 1.000
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2012

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2011

Baten

       

Omzet moederdepartement

7.815

7.299

– 516

7.040

Omzet derden

0

4

4

23

Rentebaten

0

0

0

1

Bijzondere baten

0

554

554

0

Totaal baten

7.815

7.857

42

7.064

         

Lasten

       

Apparaatskosten

       

* personele kosten

5.085

4.981

– 104

4.653

* materiële kosten

2.180

1.504

– 676

1.997

Afschrijvingskosten:

       

* materieel

1

2

1

11

* immaterieel

480

422

– 58

0

Rentelasten

69

21

– 48

0

Totaal lasten

7.815

6.930

– 885

6.661

Saldo van baten en lasten

0

927

927

403

Resultaat

De NEa heeft 2012 afgesloten met een positief resultaat van € 0,9 miljoen. Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting is het resultaat vooral opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • lagere personele kosten (€ 0,1 miljoen)

  • lagere materiële kosten (€ 0,7 miljoen)

In de toelichting op de begrotings- en realisatiecijfers wordt het resultaat nader verklaard.

Toelichting op de begrotings- en realisatiecijfers

Omzet moederdepartement

De totale omzet is € 0,5 miljoen lager dan oorspronkelijk begroot. In het overzicht van de doelmatigheidsindicatoren zijn de begrote omzetcijfers voor 2012 per product genoemd. Na deze overzichten is een verklaring gegeven voor de verschillen.

Omzet derden

De opbrengsten derden bestaan uit ontvangsten van de Europese Commissie voor deelname van NEa medewerkers aan het project RENA.

Bijzondere baten

Dit betreffen huurkosten en departementsbrede kosten over 2011 waarvan in 2012 bekend is geworden dat deze niet afgedragen hoeven te worden.

Apparaatskosten

De personele kosten komen in totaal € 0,1 miljoen lager uit dan oorspronkelijk begroot.

De materiële kosten zijn € 0,7 miljoen lager dan oorspronkelijk begroot. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn dat de departementsbrede materiële kosten gedeeltelijk en de huurkosten in het geheel in 2012 niet aan de NEa doorberekend worden. Ook zijn de overige materiële kosten lager uitgevallen dan oorspronkelijk begroot. In de overige materiële kosten zitten bedragen begrepen die uitbetaald zijn als bestuursvergoeding aan het NEa bestuur ten bedrage van € 88.700,–.

Balans van de agentschap Nederlandse Emissieautoriteit per 31 december 2012 (voor verwerking van het resultaat)
Balans per 31 december 2012
x € 1.000
 

31 december 2012

31 december 2011

ACTIVA

   
     

Vaste activa

   

Immateriële vaste activa

1.686

2.108

Materiële vaste activa:

   

Inventaris

1

3

 

1.687

2.111

     

Vlottende activa

   

Voorraden

4

8

Overige vorderingen

10

2

Overlopende activa

3

50

 

17

60

     

Liquide middelen

5.612

3.468

     

TOTAAL ACTIVA

7.316

5.639

     

PASSIVA

   
     

Eigen vermogen

   

Exploitatiereserve

1.075

237

Onverdeeld resultaat

927

838

 

2.002

1.075

Langlopende schulden

   

Leenfaciliteit Financiën

1.400

800

     

Kortlopende schulden

   

Crediteuren

77

309

Overige schulden en overlopende passiva

3.837

3.455

 

3.914

3.764

     

TOTAAL PASSIVA

7.316

5.639

Immateriële vaste activa

De waardering van de immateriële vaste activa wordt bepaald door de historische kostprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. Voor deze posten wordt een lineaire afschrijvingstermijn van vijf jaar aangehouden. De restwaarde van de immateriële activa wordt geschat op nihil. Deze post bestaat uit het softwaresysteem Arend dat de NEa zelf heeft ontwikkeld en dat ondersteunend was aan het primaire proces van de NEa. Deze software is in 2010 geheel afgeschreven. De software was gefinancierd middels de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën. De lening is in 2010 afgelost.

Eind 2011/begin 2012 is het nieuwe informatiesysteem PAN, dat het oude informatiesysteem heeft vervangen, in gebruik genomen. Dit systeem is grotendeels gefinancierd middels een beroep op de leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën in 2011 en 2012.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit het saldo van de exploitatiereserve en het saldo van het onverdeelde resultaat van het jaar 2012.

In de Regeling baten-lastendiensten 2011 is aangegeven dat er de mogelijkheid is voor de dienst om een exploitatiereserve op te bouwen. De maximale exploitatiereserve bedraagt 5% van de gemiddelde omzet van de afgelopen 3 jaar. Het maximale eigen vermogen in 2012 bedraagt € 352.460,-. Met de eigenaar zullen afspraken worden gemaakt over de bestemming van de overschotten van de jaren 2010, 2011 respectievelijk € 0,435 miljoen en € 0,403 miljoen (welke abusievelijk niet in 2012 heeft plaatsgevonden) en 2012. Bij de eerstvolgende suppletoire begrotingswet zal worden aangegeven hoe deze overschrijding wordt hersteld.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden bestaan uit diverse grootboekrekeningen. De post vooruitontvangsten per 31-12-2012 betreft het saldo van de afrekeningen met KLG over de jaren 2011 en 2012. De afrekening met de opdrachtgever wordt berekend, zoals in de raamafspraken tussen de directie KLG en de NEa en de offerte 2012 is overeengekomen. De post nog te betalen bedragen bestaat voornamelijk uit kosten voor ingehuurd personeel en onderhoud ICT. De af te dragen boetes en inleggelden worden evenals het tegoed van de afrekeningen 2011 en 2012 verrekend met de opdracht voor 2013.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Met CapGemini is op 18 april 2006 een tweejarig contract afgesloten, met als ingangsdatum 1 mei 2006, voor applicatie- en technisch beheer van de NEa systemen. Het contract kan jaarlijks stilzwijgend worden verlengd met een jaar. Het huidige contract loopt tot 1 mei 2013. De kosten bedragen € 272.772,– per 12 maanden. Het contract is jaarlijks opzegbaar.

Met Jitscale is in 2012 een driejarig contract afgesloten voor het technisch beheer van PAN. Het contract loopt tot in 2014. De kosten bedragen € 37.226,– per 12 maanden.

Kasstroomoverzicht
x € 1.000
   

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2012

1.364

3.468

2.104

         

2.

Totaal operationele kasstroom

481

1.344

863

         

3a -/-

Totaal investeringen

– 1.000

0

1.000

3b +/+

Totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 1.000

0

1.000

         

4a -/-

Eenmalige uitkering aan

0

0

0

 

moederdepartement

     

4b +/+

Eenmalige storting door

0

0

0

 

moederdepartement

     

4c -/-

Aflossingen op leningen

– 480

– 200

280

4d +/+

Beroep op leenfaciliteit

1.000

1.000

0

4.

Totaal financieringskasstroom

520

800

280

         

5.

Rekening courant RHB 31 december 2012

(=1+2+3+4)

1.365

5.612

4.247

(maximale roodstand 0,5 mln euro)

Operationele kasstroom

Bij het bepalen van de operationele kasstroom is uitgegaan van het saldo van baten en lasten, dat is gecorrigeerd voor de afschrijvingen en de mutaties in de balansposten kortlopende activa en passiva.

Investeringskasstroom

Er zijn in 2012 geen investeringen geweest. De activering van het in eigen beheer ontwikkelde PAN-systeem heeft in zijn geheel in 2011 plaatsgevonden, terwijl de financiering (middels leenfaciliteit) in delen is opgevraagd in 2011 en 2012.

Financieringskasstroom

Dit betreft het beroep op de leenfaciliteit in 2012 bij het ministerie van Financiën verminderd met de gedane aflossingen in 2012.

Doelmatigheid

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2012

Doelmatigheidsindicatoren

Begroting 2012

Prestatie 2012

Prestatie 2011

Prestatie 2010

Kostprijzen per product (x € 1):

       

Vergunningaanvragen (per vergunning)

3.660

4.483

3.716

4.029

Onderhoud dossier (per dossier)

711

926

722

852

Audits (per audit)

7.024

5.879

7.131

7.957

Ad hoc onderzoek (per onderzoek)

6.712

6.404

6.814

7.078

Afsluiten handelsjaar (per emissiejaarverslag)

424

369

430

– 

Infodesk (per vraag)

138

113

140

– 

Registeradministratie (per gemiddelde rekening in beheer)

601

325

610

– 

Helpdesk en registeradministratie

     

924

         

Tarieven per uur (x € 1):

       

Laag

84

84

85

107

Midden

94

94

95

136

Hoog

115

115

116

139

         

FTE totaal (excl. externe inhuur)

43

41,67

38,10

35,84

         

Omzet per productgroep (x € 1.000)

       

Vergunningaanvragen (p*q)

91

31

63

117

Onderhoud dossier (p*q)

359

426

334

399

Validatie en toewijzing rechten luchtvaart

81

     

Toezicht en handhaving

       

Audits (p*q)

1.004

435

849

923

Ad hoc onderzoeken (p*q)

470

243

368

630

Diepte- en thema onderzoeken

250

18

145

94

Handhaving

209

 

190

217

Bezwaren en beroepen

83

 

72

94

Afsluiten handelsjaar (p*q)

212

 

215

180

Infodesk (p*q)

235

242

358

– 

Registeradministratie (p*q)

571

309

580

– 

Helpdesk en registeradministratie

     

905

Registeronderhoud

959

874

974

769

Rekeningbeheer overheid

88

99

Fraudebestrijding

43

165

139

26

Voorbereiding nieuwe regelgeving en beleidsafstemming

350

 

255

325

Advisering en beleidsafstemming

     

203

Toewijzing rechten nieuwkomers

96

 

21

158

Overige producten/diensten

132

 

297

285

NEa brede producten en diensten

 

1.148

   

Projecten

2.582

3.307

2.180

1.448

Totaal

7.815

7.299

7.040

6.773

         

Saldo van baten en lasten (%)

0

11,80%

5,82%

6,42%

         

Kwaliteitsindicatoren

       

Validatie& vergunningen

       

% vergunningen verleend binnen wettelijke termijn

>99%

100%

100%

97%

% meldingen afgehandeld binnen wettelijke termijn

>99%

99%

100%

88%

Aantal bedrijven met een vergunning

500

421

463

468

         

Registratie Emissiehandel

       

Register CO2online

>99%

– 

99,3%

99,50%

Register NOxonline

>99%

100%

99,9%

99,70%

         

Toezicht en handhaving

       

Aantal uitgevoerde audits bij bedrijven gebaseerd op IGT en nieuwkomers

87

66

113

115

Aantal uitgevoerde audits bij bedrijven gebaseerd op een steekproef

30

8

6

– 

Aantal uitgevoerde audits bij luchtvaartoperators

10

– 

 

1

Aantal uitgevoerde ad hoc onderzoeken bij bedrijven

80

38

55

89

Aantal uitgevoerde thema onderzoeken

4

1

1

1

         

Algemeen

       

Aantal gegronde klachten over uitoefening taken

<3

0

0

0

Aantal ongegronde klachten over uitoefening taken

<2

0

0

0

% klachten afgerond binnen wettelijke termijn

100%

nvt

nvt

nvt

Tevreden belanghebbenden

>65%

– 

– 

69%

Ontevreden belanghebbenden

<10%

– 

– 

8%

Directe uren/totaal aantal gewerkte uren

>58%

66%

65%

63%

Met ingang van 2012 zijn verschillende producten en diensten onder het product «NEa brede producten en diensten» gevoegd om een wat compactere producten en diensten lijst te verkrijgen. Hierdoor kunnen een aantal producten en diensten in bovenstaand overzicht niet vergeleken worden met voorgaande jaren.

De begrote en gerealiseerde omzet per product verschilt bij een aantal producten. De audits, ad hoc- en thema onderzoeken zijn achtergebleven bij de oorspronkelijke begroting. De oorzaak van deze afwijking is dat de medewerkers van deze afdeling regelmatig zijn ingezet bij de diverse lopende projecten van de NEa. Bij de projecten zijn de opdrachten voor de projecten Biobrandstoffen en Ontwikkeling Centraal Register hoger uitgekomen dan oorspronkelijk begroot. Als gevolg van het doorschuiven van de Registertransitie door de Europese Commissie moesten de in 2011 uitgevoerde werkzaamheden deels worden herhaald in 2012.

De werkzaamheden voor het project Voorbereiding 3e handelsperiode zijn vertraagd door vertraagde oplevering van de regelgeving, deze werkzaamheden worden in 2013 voortgezet.

Licence