Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2. LEESWIJZER

Voor u liggen het Jaarverslag 2012 van Infrastructuur en Milieu (IenM, Hoofdstuk XII). Het jaarverslag IenM verantwoordt de gerealiseerde prestaties en uitgaven van Rijksbegrotingshoofdstuk XII ten opzichte van de doelstellingen en de begrotingsstand.

Dit boekwerk bestaat uit de volgende onderdelen:

  • een algemeen deel;

  • het beleidsverslag 2012 van IenM;

  • de Jaarrekening 2012 van IenM;

  • de bijlagen.

Algemeen deel

Het algemeen deel bevat de aanbieding van het jaarverslag, het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Het beleidsverslag 2012

In het beleidsverslag wordt ingegaan op de resultaten die in 2012 zijn geboekt. Het beleidsverslag bestaat uit vier onderdelen: het verslag over de beleidsprioriteiten, de beleidsartikelen, de niet-beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringparagraaf.

Beleidsprioriteiten

In de paragraaf over de beleidsprioriteiten wordt verantwoording over de bereikte resultaten van de beleidsagenda in de begroting 2012 afgelegd. De beleidsmatige conclusie is steeds apart na iedere prioriteit opgenomen.

De beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen

Dit jaarverslag 2012 van het ministerie van IenM verantwoord de prestaties en uitgaven die omschreven zijn in de Begroting 2012. Bij 1e suppletoire begroting 2012 is de begroting 2012 echter naar een nieuwe IenM begrotingsstructuur geconverteerd. Hierover is de Kamer per brief geïnformeerd (Kamerstukken II, 2011/2012, 33 000, nr. 111). De conversie van begrotingsstructuur heeft indertijd plaatsgevonden om de departementale samenvoeging van voorheen VROM met voorheen V&W zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen. De conversie heeft gevolgen voor de inrichting van het Jaarverslag 2012, voor wat betreft:

  • De begrotingsstructuur. In de begrotingsstructuur van de 1e suppletoire 2012 heeft de realisatie plaatsgevonden. Om deze reden wordt ook verantwoording afgelegd in de structuur van de 1e suppletoire begroting 2012.

  • De begrotingsstanden. Over de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten van het gehele jaar 2012 wordt verantwoording afgelegd. De standen van de oorspronkelijke vastgestelde begroting 2012 zijn naar de nieuwe structuur van de 1e suppletoire begroting 2012 geconverteerd (zie bijlage D 4 voor conversietabel zoals ook reeds bij 1e suppletoire 2012 opgenomen). Deze standen vormen het vertrekpunt bij de verantwoording.

  • De beleidsdoelstellingen. Bij een andere begrotingsstructuur horen ook andere beleidsdoelstellingen. In een brief aan de Kamer (Kamerstukken II, 2011/2012, 31 865, nr. 41 en nr. 42) zijn reeds de herijkte doelstellingen voor het jaar 2012 gemeld. Tevens is in deze brief opgenomen dat de betreffende doelstellingen nog tekstueel verfijnd zouden kunnen worden. Later in het jaar is op voorstel van de Kamer een 2e conversie van de begrotingsstructuur 2013 doorgevoerd, waarbij enige artikelen zijn opgesplitst.

    Bij het bepalen van de doelstelling bij een beleidsartikel voor het jaar 2012 is daarom in dit Jaarverslag:

    • De doelstelling uit de brief aan de Kamer in juni 2012 als uitgangspunt genomen.

    • De doelstelling uit de begroting 2013 overgenomen indien artikelen bij de 2e conversie één op één zijn overgegaan naar de begrotingsstructuur 2013. Dit is gedaan omdat in de begroting 2013 nog enige tekstuele verbeteringen zijn doorgevoerd naar aanleiding van overleg met onder andere de Algemene Rekenkamer.

    Alle doelstellingen die in het Jaarverslag 2012 zijn opgenomen, zijn dus eerder aan de Kamer voorgelegd.

  • De prestaties, kengetallen en indicatoren. Over alle voorgenomen prestaties, kengetallen en indicatoren die in de begroting 2012 in VBTB (Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording) structuur worden genoemd, wordt conform VBTB-systematiek verantwoording afgelegd in de structuur van de 1e suppletoire 2012.

Onder de beleidsartikelen worden zowel de financiële als de niet-financiële gegevens gepresenteerd. Tevens is er informatie opgenomen over de gerealiseerde effecten en de geleverde concrete beleidsprestaties, waar mogelijk voorzien van prestatiegegevens. In de toelichting worden de gerealiseerde beleidsprestaties op hoofdproductniveau verantwoord.

De financiële informatie wordt gepresenteerd door middel van de tabellen «Budgettaire gevolgen van beleid», waarbij opmerkelijke verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar worden toegelicht. Om de hoeveelheid informatie te beperken is gekozen voor het hanteren van de hieronder aangegeven norm. Aan de hand van deze norm is bepaald of een verschil is toegelicht. Naar aanleiding van de aanbeveling van de Tijdelijke Commissie Onderhoud en Innovatie Spoor is de normering aangepast, waarbij geldt dat begrotingsbedragen boven de € 50 miljoen met een afwijking van meer dan € 5 miljoen ook worden toegelicht.

Norm bij te verklaren verschillen

Begrotingsbedrag

Verschil

< € 4,5 mln.

> 50%

€ 4,5 – € 22,5 mln.

> € 2,5 mln.

> € 22,5 mln.

> 10%

> € 50 mln.

> 5 mln

Dit houdt in dat die hoofdproducten, waarbij het verschil tussen het begrotingsbedrag en de realisatie kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor beleidsmatige relevante mutaties, deze worden ongeacht bovenstaande normering wel toegelicht.

Verder worden in afwijking van bovenvermelde norm die artikelen, waarop in de begroting 2012 geen of zeer geringe ontvangsten, uitgaven of verplichtingen zijn geraamd maar waar in 2012 wel relatief kleine bedragen op zijn gerealiseerd, niet apart toegelicht.

In de tabellen budgettaire gevolgen van beleid bij de (niet-) beleidsartikelen is een kolom geschrapt met zogenoemde slotwetmutaties. Deze kolom is namelijk niet conform Rijksbegrotingsvoorschriften. Bovendien beoogt het jaarverslag een overzicht van de belangrijkste mutaties op jaarbasis te geven. Slotwetmutaties krijgen hierbij evenveel aandacht als mutaties bij andere begrotingsmomenten. Voor meer specifieke verdieping in kleinere slotwetmutaties wordt verwezen naar de slotwetten van HXII en het IF. Deze documenten worden tegelijkertijd met de jaarverslagen naar de Kamer gezonden.

Als gevolg van de samenvoeging van voorheen VenW met voorheen VROM en de conversie naar een nieuwe artikelindeling, kan met de realisatiecijfers in de nieuwe artikelindeling niet verder worden teruggekeken dan het jaar 2011. De cijfers die in dit jaarverslag voor het jaar 2011 zijn opgenomen, zijn indicatief. Alleen voor het niet beleidsartikel «Apparaat van het kerndepartement» zijn geen indicatieve cijfers voor het jaar 2011 opgenomen. Voor de realisatiecijfers uit voorgaande jaren wordt u verwezen naar eerder gepubliceerde jaarverslagen.

Onder de niet-beleidsartikelen worden uitgaven, die niet zuiver of doelmatig kunnen worden toegerekend aan de beleidsartikelen, verantwoord.

Betreffende de niet-financiële informatie moet worden vermeld dat IenM bij het verkrijgen van deze indicatoren voor een deel afhankelijk is van verzameling door externe partijen zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De praktijk is zodanig dat deze gegevens in een aantal gevallen later beschikbaar komen. Dit leidt ertoe dat niet in alle gevallen de gegevens over het verslagjaar ten tijde van het opstellen van het jaarverslag beschikbaar waren

De bedrijfsvoeringsparagraaf

Deze paragraaf gaat in op de belangrijkste bedrijfsvoeringsontwikkelingen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

De bedrijfsvoeringparagraaf heeft het karakter van een uitzonderingsparagraaf en bestaat uit vier onderdelen, te weten rechtmatigheid, totstandkoming beleidsinformatie, financieel en materieel beheer en overige aspecten van bedrijfsvoering. In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt tevens ingegaan op de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer en de maatregelen die IenM heeft getroffen om de bedrijfsvoering te verbeteren.

De Jaarrekening

De Jaarrekening bevat de volgende onderdelen:

  • de departementale verantwoordingstaat van IenM (een cijfermatige staat waarbij inzicht wordt gegeven in de financiële afwijkingen tussen de begroting en de realisatie op artikelniveau).

  • de samenvattende verantwoordingsstaten van de agentschappen KNMI, Rijkswaterstaat, Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) (een cijfermatige staat waarbij inzicht wordt gegeven in de financiële afwijkingen tussen de begroting en de realisatie per agentschap).

  • de departementale saldibalans van IenM met de daarbij behorende toelichting.

  • de balans per 31 december 2012, de staat van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de doelmatigheidskengetallen van de agentschappen.

Diverse bijlagen

Aan het jaarverslag zijn enkele bijlagen toegevoegd.

  • een overzicht inzake het toezicht op de zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en de rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s).

  • Afgerond evaluatie en overig onderzoek.

  • Overzicht niet-financiële informatie over inschakeling van externe adviseurs en tijdelijk personeel (externe inhuur).

  • Conversietabel begrotingsstanden.

  • Rapportage behandeling correspondentie.

  • een afkortingenlijst.

Naast dit Jaarverslag, hoofdstuk XII van de Rijksbegroting, kent IenM ook een Jaarverslag over het Infrastructuurfonds (fonds A van de rijksbegroting), waarin de concrete projecten en programma’s staan. Met dit aparte fonds voor de infrastructuur wordt invulling gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de Wet op het Infrastructuurfonds (Stb. 1993, nr. 319), te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur.

Groeiparagraaf

De indeling van de verantwoording 2012 heeft grote wijzigingen ondergaan ten opzichte van de jaarverantwoording 2011. Dit komt omdat bij 1e suppletoire 2012 een begrotingsconversie is doorgevoerd om de departementale samenvoeging van voorheen VROM met voorheen V&W zo vloeiend mogelijk te laten verlopen (zie ook begin van de leeswijzer). Bij deze begrotingsconversie is qua structuur reeds voorgesorteerd op de systematiek van Verantwoord Begroten. Omdat het jaarverslag 2012 zoveel mogelijk een spiegel van de begroting 2012 zou moeten zijn, is ervoor gekozen om wel te verantwoorden conform «oude» VBTB-beginselen. Het jaarverslag 2012 bevat dus transitiekenmerken, het jaarverslag 2013 zal volledig in Verantwoord Begroten stijl gepresenteerd worden.

De verantwoording van IenM is ook digitaal beschikbaar op www.rijksbegroting.nl.

Licence