Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

6 EN 7. HOGER ONDERWIJS

Artikel

Algemene doelstelling

Het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek zorgt dat studenten en (wetenschappelijk) personeel hun talenten en onderzoekend vermogen maximaal kunnen ontwikkelen. Het leidt hen op voor een positie op de nationale en internationale arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele studenten en (wetenschappelijk) personeel, en bij de behoefte van de maatschappij.

Financieren: De Minister financiert het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek door bekostiging van de onderwijsinstellingen. Mede hierdoor wordt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren: De Minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen via de bekostiging, en de inzet van andere instrumenten, zoals prestatieafspraken, bestuurlijke afspraken, voorlichting en wet- en regelgeving.

Regisseren: De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hoger onderwijs vult de Minister in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. De kwaliteit van de individuele opleidingen in het hoger onderwijs wordt bewaakt met het accreditatiestelsel. Dit is belegd bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften en op de recht- en doelmatigheid. Zij ziet ook toe op de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs, waaronder ook het accreditatiestelsel.

Indicatoren/kengetallen

Tabel 6.1 Indicatoren

Doelstelling/indicator

Basiswaarde (jaartal)

Realisatie 2014

Realisatie

2015

Streefwaarde

(jaartal)

Bron

1

Ambitieus onderwijs dat alle leerlingen en studenten uitdaagt

a)

Alle leerlingen en studenten worden uitgedaagd

 

Percentage studenten dat tevreden is over uitdagend onderwijs

(2011)

(2014)

(2015)1

 

Studentenmonitor Hoger Onderwijs

hbo: 59%

hbo: 54%

hbo: 54%

 

wo: 69%

wo: 65%

wo: 66%

 

b)

Vergroten studiesucces

         
 

Bachelor studiesucces (n+1) van herinschrijvers na het eerste jaar

(2011)

(2014)

 

2

DUO

hbo: 65,7%

hbo: 60,4%

60,5%

wo: 60,9%

wo: 70,4%

72,8%

2

Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren en schoolleiders die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat

a)

Vergroten kwaliteit leraren en schoolleiders

 

Aandeel leraren met een afgeronde hbo of wo masteropleiding3

(2011)

(2013)

 

(2016)

 

hbo: 66,2%

hbo: 72,2%

3

80%

POMO

3

Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties

 

Studenten-tevredenheid

(2011)

(2014)

 

4

Nationale Studenten Enquête (NSE)

hbo: 65,6%

hbo: 69,9%

hbo: 73,3%

wo: 80,1%

wo: 81,4%

wo: 83,9%

4

Aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt verbeteren

 

Aandeel afgestudeerden bètatechniek incl. snijvlakopleidingen

(2012)

(2014)

(2015)

(2016)

DUO

hbo: 18%

hbo: 19%5

hbo: 18%

hbo: 19%

wo: 21%

wo: 22%

wo: 23%

wo: 22%

1

De ingezette cultuuromslag bij de instellingen, waarin uitblinken en talentontwikkeling worden gestimuleerd, lijkt in het wo effect te hebben, maar in het hbo nog niet. In het kader van de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015–2025 «De waarde(n) van weten», die in juli 2015 is gepresenteerd, zal met de sector in gesprek worden gegaan over de manier waarop hier verdere invulling aan kan worden gegeven, opdat studenten verbetering gaan ervaren.

2

Hier geen landelijk streefdoel omdat er prestatieafspraken per instelling zijn gemaakt. Zie verder de brief van 21 april 2015 over de voortgang van de prestatieafspraken.

3

Voor het hbo betreft dit het aandeel docenten met een afgeronde master- of PhD-opleiding. De indicator is gebaseerd op een enquête die maar eenmaal in de twee jaar wordt gehouden. De waarde voor de enquête van 2015 zal begin 2017 beschikbaar zijn.

4

Hier geen landelijk streefdoel omdat niet met alle instellingen over deze indicator prestatieafspraken zijn gemaakt en bovendien deze afspraken per instelling zijn gemaakt.

5

Vanwege een update van diplomagegevens is het percentage met terugwerkende kracht gewijzigd.

Tabel 6.2 Kengetallen

(aantallen x 1.000)

2010/11

2011/12

2012/13

2013/14

2014/15

2015/16

1.

Ingeschreven studenten (exclusief groen onderwijs)

           
 

hbo voltijd bachelor

343,9

354,3

358,5

377,1

385,6

382,7

 

hbo voltijd master

2,7

2,7

2,8

3,1

3,3

3,2

 

hbo deeltijd bachelor

53,7

51,3

44,6

41,9

38,0

36,3

 

hbo deeltijd master

10,8

9,4

8,2

8,5

8,6

8,8

   

Totaal hbo

411,1

417,7

414,1

430,5

435,5

431,0

                 
 

wo voltijd bachelor

150,1

152,9

147,2

150,9

153,5

153,7

 

wo voltijd master

74,4

76,1

79,2

83,9

86,5

90,7

 

wo deeltijd bachelor

5,2

4,2

2,9

2,4

2,0

1,8

 

wo deeltijd master

5,6

4,8

4,0

4,0

3,7

3,4

   

Totaal wo

235,3

237,9

233,3

241,2

245,7

249,7

Bron: 1 cijferho

2.

Gediplomeerden (exclusief groen onderwijs)

           
 

hbo voltijd bachelor

50,9

53,9

49,9

52,1

55,6

 
 

hbo voltijd master

1,1

1,2

1,1

1,2

1,3

 
 

hbo deeltijd bachelor

9,3

9,7

8,0

7,3

6,7

 
 

hbo deeltijd master

3,7

3,4

2,4

2,4

2,2

 
   

Totaal hbo

64,9

68,2

61,4

63,1

65,8

 
                 
 

wo voltijd bachelor

27,3

32,2

30,8

30,8

32,6

 
 

wo voltijd master

32,9

37,0

33,8

35,6

37,2

 
 

wo deeltijd bachelor

0,7

0,7

0,5

0,4

0,3

 
 

wo deeltijd master

1,8

1,9

1,4

1,3

1,4

 
   

Totaal wo

62,7

71,9

66,5

68,2

71,4

 

Bron: 1cijferho

(bedragen x € 1.000)

 

2012

2013

2014

2015

 

3.

Onderwijsuitgaven per student

           
 

hbo

 

6,4

6,5

6,6

6,6

 
 

wo

 

6,4

6,8

6,7

6,8

 

(bedragen x € 1)

 

2014/15

       

4.

Wettelijk collegegeld (hbo en wo voltijd)

 

1.906

       

Toelichting:

  • De cijfers kunnen iets afwijken van eerder gepubliceerde cijfers vanwege mutaties in inschrijvingsgegevens van voorgaande jaren. Daarnaast zijn bij het wo met terugwerkende kracht ook de vier levensbeschouwelijke instellingen en de transnationale Universiteit Limburg meegeteld.

  • Onderwijsuitgaven per student zijn in constante prijzen 2015 (dat wil zeggen gecorrigeerd voor de uitgekeerde loon- en prijsbijstelling).

Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals opgenomen in de begroting. Zo is de Strategische Agenda hoger onderwijs en onderzoek «De waarde(n) van weten» verschenen, zijn er flinke stappen gezet in de doorontwikkeling van het accreditatiestelsel, zijn de subsidieregelingen voor de experimenten en de pilots gericht op versterking van de flexibiliteit en vraaggerichtheid van het deeltijd hoger onderwijs (die in 2016 van start gaan) gepubliceerd en zijn de inschrijvingen ontvangen, is het Holland Scholarship ter bevordering van internationale mobiliteit gelanceerd en heeft de eerste tranche van de stimuleringsregeling open en online hoger onderwijs plaatsgevonden. In het beleidsverslag wordt de stand van zaken van deze ontwikkelingen nader beschreven. Er zijn geen grote afwijkingen of een noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen. Wel is in tegenstelling tot de inzet, in de sector Zorg & Welzijn in 2016 geen experiment vraagfinanciering gestart. Er wordt een aanjager aangesteld gericht op uitbreiding van de experimenten naar de sector Zorg & Welzijn in 2017, en ook verdere groei van deelname in de sector Techniek & ICT (zie brief van 22 januari 2016).

In het onderdeel realisatie beleidsdoorlichtingen in het beleidsverslag wordt ingegaan op de beleidsdoorlichting «Prestaties van leerlingen en studenten omhoog».

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6.3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 (bedragen x € 1.000)
             

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

     

2011

2012

2013

2014

2015

2015

2015

Verplichtingen

2.503.819

2.630.999

2.773.137

2.961.392

2.874.883

2.778.940

95.943

Waarvan garantieverplichtingen

40.000

153.459

30.850

26.789

25.983

 

25.983

Uitgaven

2.509.283

2.543.058

2.610.870

2.732.897

2.811.099

2.770.109

40.990

                   

Bekostiging

2.466.582

2.491.890

2.568.770

2.688.138

2.756.130

2.720.998

35.132

Hoofdbekostiging

2.466.582

2.439.659

2.409.651

2.518.043

2.578.000

2.544.885

33.115

 

Onderwijsdeel hbo

2.384.034

2.358.218

2.333.833

2.445.854

2.507.785

2.474.148

33.637

 

Deel ontwerp en ontwikkeling

69.748

68.605

68.693

69.201

70.046

69.253

793

 

Bekostiging tweede bachelor- en mastergraden in het hbo

1.219

1.303

1.097

       
 

Bekostiging experimenten open bestel

10.705

10.611

5.456

2.537

     
 

Bekostiging postinitiële masteropleidingen hbo

876

922

573

451

169

1.484

– 1.315

Prestatiebox

0

52.231

159.119

170.095

178.130

176.113

2.017

 

Onderwijskwaliteit en studiesucces, en profilering

 

52.231

159.119

170.095

178.130

176.113

2.017

                   

Subsidies

28.186

30.425

23.671

752

3.798

375

3.423

 

Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen

12.055

22.267

19.967

       
 

Regeling stimulering Bèta/techniek

     

0

2.758

0

2.758

 

Studiekeuze-informatie hoger onderwijs

2.400

2.455

2.475

       
 

Overig

13.731

5.703

1.229

752

1.040

375

665

                   

Opdrachten

559

353

91

242

271

100

171

 

Uitbesteding

559

353

91

242

271

100

171

                   

Bijdragen aan agentschappen

13.956

20.390

18.338

17.851

17.613

16.916

697

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.956

20.390

18.338

17.851

17.613

16.916

697

                   

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

23.616

31.096

29.529

1.567

 

NWO (Praktijkgericht onderzoek hbo)

     

23.616

28.696

27.154

1.542

 

NWO (Promotiebeurs voor leraren)

       

2.400

2.375

25

                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

2.298

2.191

2.191

0

 

Stichting Studiekeuze 123

     

2.298

2.191

2.191

0

Ontvangsten

3.948

8.646

6.447

2.615

1.288

1.213

75

Tabel 6.4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 (bedragen x € 1.000)
             

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

     

2011

2012

2013

2014

2015

2015

2015

Verplichtingen

3.946.917

4.028.132

4.180.059

4.293.686

4.235.203

4.126.980

108.223

Waarvan garantieverplichtingen

35.000

104.400

0

       

Uitgaven

3.954.885

3.984.999

4.065.742

4.152.113

4.210.383

4.139.632

70.751

                   

Bekostiging

3.888.292

3.930.849

4.015.082

4.115.685

4.178.621

4.108.307

70.314

Hoofdbekostiging

3.888.292

3.904.174

3.895.816

3.986.790

4.042.961

3.974.053

68.908

 

Onderwijsdeel wo

1.592.895

1.611.971

1.588.295

1.641.970

1.675.277

1.628.730

46.547

 

Onderzoeksdeel wo

1.705.386

1.706.967

1.707.703

1.730.563

1.750.117

1.728.754

21.363

 

Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek

585.754

581.042

595.447

614.257

617.567

616.569

998

 

Bekostiging tweede mastergraden in het wo

4.257

4.194

4.371

       

Prestatiebox

0

26.675

119.266

128.895

135.660

134.254

1.406

 

Onderwijskaliteit en studiesucces, en profilering

 

26.675

119.266

128.895

135.660

134.254

1.406

                   

Subsidies

39.721

26.218

22.684

10.067

4.709

4.954

– 245

 

Subsidieregeling Sirius programma

10.929

11.543

10.302

5.443

1.726

2.407

– 681

 

Subsidieregeling Huygens Scholarship Programme

10.351

           
 

Subsidieregeling Libertas Noodfonds

1.000

765

745

605

265

265

0

 

3TU’s samenwerking

6.066

6.000

3.500

1.500

     
 

Subsidieregeling Programma Akademie assistenten

954

957

         
 

Toetsing en Toetsgestuurd leren

2.426

2.426

2.260

       
 

Overig

7.995

4.527

5.877

2.519

2.718

2.282

436

                   

Opdrachten

1.625

1.630

1.584

1.240

1.374

1.362

12

 

Uitbesteding

1.625

1.630

1.584

1.240

1.374

1.362

12

                   

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

3.270

3.986

3.878

3.769

4.032

3.673

359

 

Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)

3.270

3.986

3.878

3.769

4.032

3.673

359

                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

21.977

22.316

22.514

21.352

21.647

21.336

311

 

Organisaties excl. NVAO, SKI 123, PBT en SURF

21.977

22.316

22.514

21.352

21.647

21.336

311

Ontvangsten

25.117

114

963

10.426

592

16

576

Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

De bekostiging van het hoger onderwijs en onderzoek bestaat uit de hoofdbekostiging en de middelen voor onderwijskwaliteit en studiesucces en profilering (prestatiebox). De bekostiging is voor het hbo met € 35,1 miljoen en voor het wo met € 70,3 miljoen verhoogd. Dit betreft:

  • Aanpassing op basis van de nieuwe raming van studentenaantallen (hbo + € 18,9 miljoen en wo + € 30,4 miljoen);

  • De loon- (werkgeverslasten) en prijsbijstelling 2015 en de toevoeging van de kabinetsbijdrage voor 2015 voor de Loonruimte-overeenkomst publieke sector (in totaal voor het hbo + € 31,2 miljoen en voor het wo + € 37,5 miljoen);

  • Een intertemporele compensatie (hbo – € 9,4 miljoen en wo – € 1,0 miljoen) om de beschikbare budgetten voor Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen in overeenstemming te brengen met de beoogde uitgaven;

  • Diverse kleinere mutaties voor onder andere onderzoek en lerarenbeleid (hbo – € 5,6 miljoen en wo + € 3,4 miljoen).

Hoofdbekostiging

Universiteiten (wo) en hogescholen (hbo) ontvangen bekostiging voor onderwijs en onderzoek. De rijksbijdrage wordt jaarlijks aan de universiteiten en hogescholen toegekend als een lumpsum. De rijksbijdrage is gebaseerd op de WHW. In het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 en de Regeling financiën hoger onderwijs zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage wordt berekend.

Onderwijsdeel hbo en wo

Universiteiten en hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege onderwijs. De rijksbijdrage is gebaseerd op de nominale studieduur van de opleiding en het volgen en succesvol afronden van één bachelor- en één masteropleiding. Het onderwijsdeel bestaat uit:

  • een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal ingeschreven bekostigde studenten en graden (diploma’s), er zijn drie bekostigingsniveaus (laag, hoog en top),

  • een onderwijsopslag in bedragen: bedragen op basis van afspraken voor kwaliteit, kwetsbare opleidingen en bijzondere voorzieningen, en

  • een onderwijsopslag als percentage.

Deel Ontwerp en ontwikkeling hbo en Onderzoeksdeel wo

Hogescholen ontvangen een rijksbijdrage vanwege ontwerp en ontwikkeling (praktijkgericht onderzoek). Universiteiten ontvangen een rijksbijdrage vanwege het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. Het onderzoeksdeel wo is gebaseerd op:

  • een studentgebonden deel: gebaseerd op het aantal bekostigde graden,

  • een deel promoties: gebaseerd op het aantal promoties leidend tot een proefschrift en het aantal ontwerpcertificaten,

  • een voorziening onderzoek in bedragen: bedragen op basis van afspraken over onder andere sectorplannen en zwaartekracht, en

  • een voorziening onderzoek in percentages.

Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek

De bekostiging van het onderwijs en onderzoek bij de acht academische ziekenhuizen loopt via de universiteiten. Hier kunnen studenten geneeskunde onderwijs volgen en praktijkervaring opdoen. De rijksbijdrage bestaat uit een deel dat is gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten en graden, een procentueel deel en een bedrag vanwege rente en afschrijving (voor huisvesting).

Bekostiging experimenten open bestel hbo

De experimenten open bestel zijn in 2014 afgerond. De eindevaluatie is op 16 januari 2015 aan de Tweede Kamer aangeboden. Bij de experimenten open bestel kwamen niet-bekostigde opleidingen tijdelijk in aanmerking voor bekostiging. Zoals in de brief aan de Tweede Kamer aangegeven, leiden de experimenten open bestel vanwege de beperkte uitkomsten niet tot aanpassingen in de wetgeving. Wel is er aanleiding om verder te experimenteren, met als doel de vraaggerichtheid van het aanbod van met name deeltijdonderwijs verder te versterken. Dit zal gebeuren in de experimenten met vraagfinanciering en de pilots gericht op flexibilisering, die in 2016 van start gaan. Hierbij zullen de lessen uit de experimenten open bestel worden benut.

Bekostiging postinitiële masteropleidingen hbo

De middelen zijn ingezet voor de afwikkeling van de tijdelijke financiering van (eerder goedgekeurde) arbeidsmarktrelevante hbo-masters in prioritaire gebieden.

Prestatiebox

Onderwijskwaliteit en studiesucces, en profilering hbo en wo

Voor de periode 2013–2016 ontvangen hogescholen en universiteiten prestatiebekostiging op basis van individuele prestatieafspraken (zie ook de Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap «Kwaliteit in verscheidenheid» en de Hoofdlijnenakkoorden OCW-Vereniging Hogescholen en OCW-VSNU). In het Besluit Experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs is bepaald hoe de omvang van de prestatiebekostiging per instelling wordt vastgesteld. De afspraken zijn gemaakt op basis van concrete indicatoren.

Subsidies

Subsidieregeling stimulering Bèta/techniek (hbo)

Hiermee wordt de ontwikkeling van drie Centres of Expertise (CoE’s) hbo gefinancierd, naast de zeventien CoE’s waarvan de ontwikkeling gefinancierd wordt uit de middelen voor profilering. De CoE’s, die met cofinanciering van bedrijven en instellingen tot stand komen, zijn gericht op toponderwijs, toponderzoek en innovaties. Uitgangpunt hierbij is 25% financiering uit het werkveld, 25% van onderwijsinstellingen en 50% profileringsbekostiging. Het budget is per saldo met € 2,8 miljoen verhoogd. Dit betreft een naar beleidsartikel 6 (hbo) overgeboekte aandeel van beleidsartikel 4 (mbo) voor de Centra voor innovatief vakmanschap (€ 1,1 miljoen), een intertemporele compensatie binnen beleidsartikel 6 (hbo) gepleegd om de beschikbare budgetten voor het Sectorplan mbo-hbo techniek in overeenstemming te brengen met de beoogde uitgaven (voor 2015 + € 1,6 miljoen) en de loon- (werkgeverslasten) en prijsbijstelling 2015 (+ € 0,1 miljoen).

Subsidieregeling Sirius programma (hbo en wo)

Om meer inzicht te krijgen in de wijze waarop excellentie in het hoger onderwijs gerealiseerd kan worden is tot en met 2011 aan verschillende meerjarige projecten een subsidie toegekend voor de bachelorfase. Daarnaast is in 2010 een subsidie toegekend aan zes universiteiten voor projecten in de masterfase. De projecten werden uitgevoerd in de periode 2008–2014, in 2015 zijn de resultaten beschikbaar gekomen in het overall auditrapport. Uit de eindrapportage van het excellentieprogramma Sirius blijkt dat er een cultuuromslag teweeg is gebracht, naar meer uitdagend en intensief onderwijs, en het draagvlak bij studenten en docenten groot is.

Subsidieregeling Libertas Noodfonds (hbo en wo)

Het Libertas Noodfonds is er voor studenten die niet in hun land van herkomst kunnen (blijven) studeren, omdat vanwege politieke redenen hen het studeren onmogelijk wordt gemaakt of zij daarin ernstig worden belemmerd. In 2015 waren er geen landen aangewezen waarvan ingezetenen een beroep konden doen op het Libertas Noodfonds. De middelen hebben betrekking op de afwikkeling van eerder toegekende financiële steun aan studenten uit Zimbabwe en Wit-Rusland (deze landen waren eerder aangewezen).

Overig (hbo en wo)

Bij dit financiële instrument zijn afzonderlijk voor de sectoren hbo en wo overige toekenningen opgenomen die gelijk dan wel kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Opdrachten

Uitbesteding (hbo en wo)

Voor de beleidsontwikkeling worden opdrachten verstrekt voor het uitvoeren van diensten. Het gaat hierbij met name om opdrachten voor beleidsgericht onderzoek.

Bijdrage aan agentschappen

DUO

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor deze begrotingsartikelen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

De NVAO is als onafhankelijke, binationale accreditatieorganisatie opgericht door de Nederlandse en Vlaamse overheid en geeft een deskundig en objectief oordeel over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het betreft hier de bijdrage die de Nederlandse overheid rechtstreeks aan de NVAO heeft vergoed voor de uitvoering van haar taken.

NWO

Praktijkgericht onderzoek hbo: Van hogescholen wordt verwacht dat zij een centrale rol in de Nederlandse en internationale kennisinfrastructuur vervullen. Voor praktijkgericht onderzoek hebben hogescholen direct toegang tot de competitieve onderzoekgeldstroom voor het hbo: het RAAK-programma (voormalige Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen). De middelen voor het RAAK-programma zijn vanaf 2014 ingebed bij NWO. Het budget voor 2015 is met € 1,5 miljoen verhoogd, vanwege bijdragen van de Ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu aan het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA voor het uitvoeren van onderzoek (+ € 1,3 miljoen) en loon- en prijsbijstelling 2015 (+ € 0,2 miljoen).

Promotiebeurs voor leraren: Leraren in het po, vo, mbo en hbo worden in staat gesteld om onderzoek te verrichten dat uitmondt in een proefschrift. De leraren krijgen, met behoud van salaris, vijf jaar lang twee dagen per week vrij om te werken aan onderzoek. Het verstrekken van de beurzen geschiedt via de bekostiging van NWO.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Het betreft hier de (structurele) bekostiging van organisaties die beleidsmatig prioritaire taken uitvoeren, ofwel activiteiten uitvoeren die betrekking hebben op de belangenbehartiging van studenten, ofwel taken uitvoeren die voortkomen uit verdragsrechtelijke verplichtingen.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen met name terugvorderingen bij instellingen en andere subsidieontvangers als gevolg van eindafrekeningen van toegekende subsidies.

Artikel

Licence