Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.8 Dienst Vastgoed Defensie

Inleiding

Het agentschap Dienst Vastgoed Defensie (DVD) is per 1 juli 2014 opgegaan in het Rijksvastgoedbedrijf, maar als baten-lastenagentschap blijven bestaan totdat het Rijksvastgoedbedrijf die status verkreeg. Dat is op 1 januari 2016 gebeurd. De jaarrekening 2015 is dan ook de laatste van de DVD. De DVD is per 1 januari 2015 overgegaan van het Ministerie van Defensie (X) naar de begroting van Wonen & Rijksdienst (XVIII). Een deel van de dienstverlening, waaronder de servicedienst, is achtergebleven bij Defensie.

De DVD was verantwoordelijk voor het doelmatige en maatschappelijk verantwoorde beheer en inrichting van het Defensievastgoed. De DVD gaf adviezen en trad op als intermediair voor de waarborging van de ruimtelijke belangen van de klanten. De DVD stond de klanten bij in hun zorg voor de beschikbaarheid en bruikbaarheid van het vastgoed.

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap DVD

Staat van baten en lasten van de baten-lastenagentschap DVD (bedragen x € 1.000)
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

(4)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Mutatie

Stand 1e suppletoire begroting

Realisatie

Verschil realisatie en stand 1e suppletoire begroting

Realisatie 2014

Baten

           
             

Omzet moederdepartement

63.537

– 63.537

1.125

1.125

67.593

Programmagelden instandhouding

125.290

11.802

137.092

136.172

– 920

143.332

Programmagelden Expertise & Advies

1.828

– 235

1.593

1.143

– 450

 

Omzet huisvestingsactiviteiten

9.800

– 9.800

5.393

Omzet overige departementen

63.206

63.206

52.552

– 10.654

1.806

Omzet derden

434

434

Mutatie onderhanden projecten

2.667

2.667

2.647

Rentebaten

156

Vrijval voorzieningen

Bijzondere baten

289

289

1.450

Totaal baten

200.455

1.436

201.891

194.382

– 7.509

222.377

             

Lasten

           

Apparaatskosten

61.243

– 1.830

59.413

58.657

– 756

65.684

– Personele kosten

52.100

752

52.852

51.959

– 893

57.452

Waarvan eigen personeel

50.136

– 1.084

47.364

45.217

– 2.147

50.780

Waarvan externe inhuur

1.964

1.836

3.800

4.177

377

4.239

Waarvan overige personele kosten

   

1.688

2.565

877

2.433

– Materiële kosten

9.143

– 2.582

6.561

6.698

137

8.232

Waarvan apparaat ICT

   

 

149

Waarvan bijdrage aan SSO's

   

2.902

3.586

 

4.822

Waarvan overige materiële kosten

   

3.659

3.112

 

3.261

Kosten uitbesteding

1.500

1.500

2.025

525

1.316

Programmagelden instandhouding

125.290

11.802

137.092

136.172

– 920

142.583

Programmagelden Expertise & Advies

1.828

– 235

1.593

1.143

– 450

 

Rentelasten

312

– 312

8

8

889

Rentelasten huisvestingsactiviteiten

9.800

– 9.800

3.454

Afschrijvingskosten

482

– 482

2.377

– Materieel

482

– 482

472

– Materieel huisvestingsactiviteiten

   

1.905

Overige lasten

1.050

1.050

508

– 542

497

– Dotaties voorzieningen

   

 

– Bijzondere lasten

   

508

 

497

Totaal lasten

200.455

193

200.648

198.513

– 2.135

216.800

             

Saldo van baten en lasten

1.243

1.243

– 4.131

– 5.374

5.577

Toelichting

De DVD is per 1 januari 2015 overgegaan van het Ministerie van Defensie naar het Ministerie van BZK (begroting W&R). Een deel van de dienstverlening, waaronder de servicedienst, is achtergebleven bij Defensie. Dit is verwerkt in de 1e suppletoire begroting 2015. In overleg met FEZ BZK is besloten om de 1e suppletoire begroting als vergelijkende cijfers te hanteren.

Baten

Specificatie omzet per productgroep (bedragen x € 1.000)

Productgroep

Stand 1e suppletoire begroting

Realisatie

Verschil realisatie en stand 1e suppletoire begroting

Realisatie 2014

a. Honorarium

       

Strategisch Vastgoedbeheer

5.000

4.997

– 3

5.794

E&A Afstoting

610

896

286

 

Commandantenvoorziening

1.900

1.953

53

2.443

Nieuwbouw & Bodemsanering

17.000

11.898

– 5.102

16.791

Instandhouding

37.356

32.540

– 4.816

42.219

Huisvestingsactiviteiten

5.393

Energie

700

700

700

PPS

340

340

390

Overige

300

787

487

1.062

sub-totaal

63.206

54.111

– 9.095

74.792

         

b. Programmagelden

       

Instandhouding

137.092

136.172

– 920

143.332

E&A

1.593

1.143

– 450

 

Totaal omzet

201.891

191.426

– 10.465

218.124

         

Mutatie onderhanden projecten

2.667

2.667

2.647

Rentebaten

156

Bijzondere baten

289

289

1.450

Totaal baten

201.891

194.382

– 7.509

222.377

Omzet moederdepartement

Deze post bestaat uit intern binnen het Rijksvastgoedbedrijf doorbelaste uren van DVD-medewerkers werkend voor RGD- en RVOB-projecten.

Programmagelden instandhouding

De gerealiseerde omzet programmagelden instandhouding is € 0,9 mln. lager ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. In augustus 2015 werd een onderbesteding voorzien en is het budget verlaagd tot € 125 mln. De realisatie is nagenoeg uitgekomen op het niveau van de 1e suppletoire begroting, waardoor op de balans een vordering op het Ministerie van Defensie van € 11,5 mln. is opgenomen.

Programmagelden Expertise & Advies

De omzet voor het product Expertise en Advies is € 0,5 mln. lager uitgekomen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Dit is het gevolg van een herallocatie van middelen (€ 0,5 mln.) van programmageld naar E&A afstoting.

Omzet overige departementen

Dit betreft voornamelijk honorarium Ministerie van Defensie voor Strategisch Vastgoedbeheer, E&A, Commandantenvoorzieningen, Instandhouding, PPS, Energie en Nieuwbouw & Bodemsanering.

Nieuwbouw en Bodemsanering

In de 1e suppletoire begroting is € 17 mln. begroot. Dit is inclusief de mutatie onderhanden werk.

Per saldo wijkt de realisatie Nieuwbouw (incl. onderhanden werk) € 2,4 mln. af van de begroting.

De realisatie van nieuwbouw projecten is beduidend lager uitgevallen als gevolg van minder capaciteit. Hierdoor zijn minder fasen van projecten gerealiseerd.

Instandhouding

Het verschil tussen de stand van de 1e suppletoire begroting en de realisatie van € 4,8 mln. is terug te voeren op het feit dat bij de opstelling van de eerstgenoemde begroting nog rekening werd gehouden met extra inkomsten vanuit het Ministerie van Defensie ter compensatie van het productrendement op de servicedienst. De servicedienst is achtergebleven bij het Ministerie van Defensie. In de onderhandelingen met het Ministerie van Defensie is hier later van afgezien.

Mutatie onderhanden projecten

In de begroting is deze post op nihil gesteld en opgenomen onder honorarium Nieuwbouw. De mutatie onderhanden projecten bedraagt € 2,7 mln. Hierin zit een toename van de voorziening van negatieve resultaten op toekomstige fasen verwerkt van € 1,2 mln. De mutatie wordt voornamelijk veroorzaakt doordat te weinig projectfasen tot afronding zijn gebracht in 2015.

Bijzondere baten

De incidentele baten zijn opbrengsten uit de normale bedrijfsvoering van voorgaande boekjaren. Dit betreft een vrijval van ultimo 2014 opgenomen transitoria (€ 0,3 mln.).

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten zijn nagenoeg uitgekomen op het niveau van de 1e suppletoire begroting. De salariskosten eigen personeel zijn € 2,1 mln. lager uitgevallen ten opzichte van de begroting.

Externe inhuur

De gerealiseerde inhuurkosten zijn € 0,4 mln. hoger uitgevallen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Er is een verschuiving te zien van gerealiseerde personeelslasten naar kosten inhuur.

Materiële kosten

De materiële lasten zijn nagenoeg op het niveau van de 1e suppletoire begroting uitgekomen.

De huisvestingskosten zijn lager gerealiseerd aangezien het medegebruik van Defensie locaties slechts voor een deel van het jaar in rekening is gebracht (vanaf 1 augustus 2015). De automatiseringskosten komen hoger uit vanwege het feit dat de inzet van het Defensiepersoneel niet was meeberekend in de begroting. De personele kosten van circa 20 fte’s zijn in de begroting verwerkt in de salariskosten. De inschatting was dat de meeste ICT-medewerkers over zouden gaan naar het Rijksvastgoedbedrijf. Dit is slechts deels gebeurd. Daarnaast heeft Defensie aan de DVD algemene netwerkkosten in rekening gebracht, die voorheen binnen Defensie niet werden doorbelast.

Kosten uitbesteding

De gerealiseerde kosten uitbesteding zijn € 0,5 mln. hoger uitgevallen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt doordat in de begroting geen rekening is gehouden met onderlinge leveringen (€ 0,1 mln.) en een verschuiving van inhuur naar uitbesteding (0,2 mln.).

Programmagelden instandhouding

De gerealiseerde kosten in 2015 bedragen € 136,1 mln. (2014: € 142,6 mln.). Eind december 2015 is voor een bedrag van € 13,6 mln. opgenomen als transitorische kosten (2014: € 10,7 mln.). Het volumeverschil van de transitorische posten 2015 is voornamelijk het gevolg van het medio 2015 nieuw geïntroduceerde raamcontract binnen het niet planbaar onderhoud. Dit contract laat een groot verschil zien tussen het volume van de uitgevoerde opdrachten en de gefactureerde opdrachten.

Overige Lasten

Bijzondere lasten

Dit zijn incidentele lasten van de gewone bedrijfsuitoefening uit voorgaande boekjaren. De belangrijkste posten zijn de te laag opgenomen transitoria apparaatskosten ultimo 2014 (€ 0,2 mln.), afboeking van een ten onrechte opgenomen vordering in 2014 (€ 0,1 mln.) en de afrekening interne verhuiskosten DVD (€ 0,1 mln.).

Balans per 31 december 2015

Balans per 31 december 2015 (bedragen x € 1.000)
 

Balans 2015

Openingsbalans 2015

Mutatie

Balans 2014

Activa

       
         

Materiële vaste activa

– Overige materiële vaste activa

Onderhanden projecten

12.297

9.630

9.630

Debiteuren

1.207

425

– 10

435

Vorderingen op moederdepartement

102

10

92

Nog te ontvangen

19.380

35.184

35.184

Liquide middelen

14.534

23.629

23.629

Totaal activa

47.418

68.970

68.970

         

Passiva

       
         

Eigen vermogen

830

4.961

– 1.138

6.099

– Exploitatiereserve

4.961

4.961

4.439

522

– Onverdeeld resultaat

– 4.131

– 5.577

5.577

 

Crediteuren

7.515

23.001

725

22.276

Schulden aan moederdepartement

– 725

725

Nog te betalen

39.073

41.008

1.138

39.870

Totaal passiva

47.418

68.970

68.970

Toelichting

De DVD is per 1 januari 2015 overgegaan van het Ministerie van Defensie naar het Ministerie van BZK (begroting W&R). Een deel van de dienstverlening, waaronder de servicedienst, is achtergebleven bij Defensie. In onderhandelingen met het Ministerie van Defensie is overeengekomen dat een deel van het eigen vermogen gereserveerd wordt voor brandveiligheidsprojecten (€ 1,1 mln.) en programmageld instandhouding (onderbesteding 2014 € 0,7 mln.). Bovenstaandeis verwerkt in de openingsbalans 2015. In overleg met FEZ BZK is besloten om de cijfers in de openingsbalans als vergelijkende cijfers te hanteren.

Activa

Onderhanden projecten

Onderhanden projecten (bedragen x € 1.000)

Saldo per 1 januari 2015

 

9.630

     

Mutaties in de boekwaarde

   

Investeringen (+)

3.898

 

Voorziening negatieve resultaten (–/–)

1.231

 

Correcties opbrengsten (–/–)

 
   

2.667

Saldo per 31 december 2015

 

12.297

De onderhanden projecten hangen samen met de lopende projecten voor nieuwbouw en bodemsanering (onderdeel Verwerving & Afstoting). De stand van de Onderhanden projecten ultimo 2015 is met € 2,7 mln. toegenomen ten opzichte van de stand per 1 januari 2015. Er zijn in 2015 minder projectfasen afgerond dan verwacht. Hierdoor zijn meer projectfasen onderhanden, en is sprake van minder omzet.

De voorziening voor negatieve resultaten op de onderhanden projectfasen is ten opzichte van 1 januari 2015 toegenomen met € 1,2 mln. tot € 5,4 mln. ultimo 2015.

Debiteuren

Het saldo van de debiteuren bedraagt € 1,2 mln. (1 januari 2015: € 0,4 mln.). Daarbij is rekening gehouden met een voorziening voor vermoedelijk oninbare vorderingen van € 0,2 mln.

Debiteuren (bedragen x € 1.000)

Debiteuren

1.357

 

Voorziening dubieuze debiteuren (–/–)

150

 

Saldo per 31 december 2015

 

1.207

De vordering op debiteuren ad € 1,4 mln. betreft voor € 0,2 mln. vorderingen op derden en voor € 1,2 mln. vorderingen op overige Ministeries.

De voorziening voor dubieuze debiteuren betreft in zijn geheel een vordering op overige Ministeries.

Nog te ontvangen

Nog te ontvangen (bedragen x € 1.000)
 

31-dec-15

01-jan-15

Vooruitbetaalde bedragen

61

51

Nog te ontvangen bedragen

2.505

24.152

Te vorderen programmageld

16.814

10.981

Totaal

19.380

35.184

De nog te ontvangen bedragen ad € 19,4 mln. betreffen voor € 1,0 mln. nog te ontvangen bedragen van derden, voor € 0,6 mln. van baten-lastenagentschappen van het Ministerie van BZK en voor € 17,8 mln. van overige Ministeries.

De daling van de nog te ontvangen bedragen wordt voornamelijk veroorzaakt door een vordering op het Ministerie van Defensie van € 17,4 mln. inzake de overdracht van de DVD-panden op de openingsbalans, die in 2015 is afgewikkeld.

De stijging van het te vorderen programmageld wordt veroorzaakt door een vordering op het Ministerie van Defensie ultimo 2015 van € 11,5 mln. vanwege overschrijding van het programmabudget instandhouding.

Liquide middelen

Liquide middelen (bedragen x € 1.000)
 

31-dec-15

01-jan-15

Rekening-courant RHB

14.534

23.629

Totaal

14.534

23.629

Het saldo van de rekening courant met het Ministerie van Financiën Rijkshoofdboekhouding (RHB) is gedaald met € 9,1 mln. Dit komt o.a. door de overschrijding van het programmabudget Instandhouding en doordat er in december 2015 veel inkoopfacturen zijn doorbelast, die uiteindelijk niet zijn verwerkt door het moederdepartement in 2015.

Passiva

Eigen Vermogen

De berekening van de maximale exploitatiereserve is gebonden aan de 5%-regel. Deze houdt in dat maximaal 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie jaren als exploitatiereserve mag worden aangehouden.

Overzicht vermogensontwikkeling over de jaren 2013 – 2015 (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

Saldo per 1 januari

1.391

522

6.099

Saldo van baten en lasten

– 869

5.577

– 4.131

       

Directe mutaties in het eigen vermogen:

     

Uitkering aan het moederdepartement

Bijdrage door het moederdepartement

Overige mutaties

– 1.138

Saldo per 31 december

522

6.099

830

De daling van het eigen vermogen wordt voornamelijk veroorzaakt door een mutatie in de beginbalans als gevolg van afspraken met het Ministerie van Defensie inzake de overgang van DVD naar het Rijksvastgoedbedrijf per 1 januari 2015 (reservering brandveiligheidskosten, onderbesteding instandhouding 2014 en reservering vakantiegeld en eindejaarsuitkeringen) en het negatieve resultaat over het boekjaar. De omzet is met 12% gedaald ten opzichte van 2014, terwijl het aantal afgesloten projectfasen gedaald is met 33% ten opzichte van 2014. Juist in de relatief winstgevende projectinitiatiefasen is een reductie van 50% ten opzichte van 2014 te zien. Het saldo van baten en lasten wordt ten laste gebracht van het eigen vermogen. Op basis van vijf procent van de gemiddelde jaaromzet van de afgelopen drie jaar bedraagt het maximaal toelaatbaar eigen vermogen € 10,5 mln. De stand aan het eind van 2015 bedraagt € 0,8 mln.

Crediteuren

Het saldo van de crediteuren bedraagt € 7,5 mln. (1 januari 2015: € 22,3 mln.). Eind 2015 waren er naar verhouding minder inkoopfacturen dan eind 2014. Het saldo bestaat voor € 7,4 mln. uit schulden aan derden en voor € 0,1 mln. aan overige Ministeries.

Nog te betalen

Nog te betalen (bedragen x € 1.000)
 

31-dec-15

01-jan-15

Vooruitontvangen bedragen

10.112

10.403

Nog te betalen bedragen

26.075

27.797

Te betalen vakantiegelden

1.257

1.412

Te betalen vakantiedagen

1.627

1.396

Overige

2

0

 

39.073

41.008

De totale overlopende passiva zijn met € 1,9 mln. gedaald.

Ultimo 2015 is nog € 4,1 mln. te betalen aan baten-lastenagentschappen van het Ministerie van BZK, € 11,9 mln. aan overige Ministeries en € 23,1 mln. aan derden.

De post «Nog te betalen bedragen» bestaat uit:

Nog te betalen bedragen (bedragen x € 1.000)
 

31-dec-15

01-jan-15

Te betalen apparaatskosten en product eindafrekeningen

12.067

16.051

Nog te betalen programmageld ISH

13.643

11.436

Overige

365

310

Totaal

26.075

27.797

De post daalt van € 27,8 mln. begin 2015 naar € 26,1 mln. eind 2015.

De in de openingsbalans opgenomen bedragen voor brandveiligheidskosten (1,1 mln) en programmageld instandhouding (0,7 mln) zijn in 2015 geheel besteed.

De post te betalen apparaatskosten en product eindafrekeningen neemt af met € 4,0 mln. Deze daling wordt veroorzaakt doordat de salariskosten en nog te betalen inhuurkosten over december 2015 nu grotendeels intern (via rekening-courant RGD) verrekend worden. Daarentegen neemt het nog te betalen programmageld ISH toe met € 2,2 mln. De toename wordt veroorzaakt door het niet planbaar onderhoud. Per 1 juli 2015 is een raamcontract voor kleine werkzaamheden (kleiner dan € 50.000) gestart. Dit contract kent een fors verschil tussen het volume «in opdracht gegeven» en «gefactureerd». Dat verschil is opgenomen als nog te betalen.

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

De DVD heeft voor haar bedrijfsuitoefening een aantal langlopende verplichtingen afgesloten voor het onderhouden van de Defensie objecten (materiële kosten gebruiksvergoeding / instandhouding programma). Daarnaast worden namens het Ministerie van Defensie ten behoeve van het Nieuwbouwprogramma en de Commandantenvoorziening verplichtingen met aannemers aangegaan. In onderstaande tabel zijn de uitstaande verplichtingen samengevat.

Verplichtingen overzicht (bedragen x € 1.000)
 

2016

1 jaar

2017

1 jaar

2018–2020

3 – 5 jaar

Totaal

Apparaatsuitgaven en DVD investeringen

Expertise & advies

2.409

2.409

Commandantenvoorziening

3.413

34

3.447

Instandhouding programma

104.517

47.458

22.869

174.844

Nieuwbouw programma

70.053

3.001

42

73.096

Totaal

180.392

50.493

22.911

253.796

Jubileumuitkeringen

Op de balans is geen schuld opgenomen voor de mogelijke verplichting voor toekomstige jubileumuitkeringen. Ervan uitgaande dat de per 31 december 2015 betreffende medewerkers in dienst blijven, is de verplichting over de periode 2016 tot en met 2019 berekend op € 1,1 mln.

Kasstroomoverzicht over 2015

Kasstroomoverzicht over 2015 (bedragen x € 1.000)
       

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

   

Vastgestelde begroting

Mutatie

Stand 1e suppletoire begroting

Realisatie

Verschil realisatie en 1e suppletoire begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2015 + stand depositorekeningen

47.340

– 23.711

23.629

23.629

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

     

206.839

 
 

Totaal uitgaven operationele kasstroom

(–/–)

     

– 215.934

 

2.

Totaal operationele kasstroom

557

677

1.234

– 9.095

– 10.329

 

Totaal investeringen (–/–)

– 12.564

12.564

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen

(+)

 

3.

Totaal investeringskasstroom

– 12.564

12.564

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

 

 

Eenmalige uitkering van moederdepartement (+)

 

17.363

17.363

– 17.363

 

Aflossingen op leningen (–/–)

– 4.138

4.138

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

12.564

– 12.564

4.

Totaal financieringskasstroom

8.426

8.937

17.363

– 17.363

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2015 + stand depositorekeningen (1+2+3+4), de maximale roodstand 0,5 miljoen €.

43.759

– 1.533

42.226

14.534

– 27.692

Toelichting

Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar zijn gekomen en op welke wijze gebruik is gemaakt van deze middelen. Aan de hand van het kasstroomoverzicht worden de kapitaaluitgaven en -ontvangsten toegelicht.

Operationele kasstroom

De liquiditeit uit operationele activiteiten is met € 10,3 mln. gedaald ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Dit wordt met name veroorzaakt door de effecten van de sterke toename van de Onderhanden projecten (€ 2,7 mln.) en het negatieve resultaat (€ 4,1 mln.).

Financieringskasstroom

Er hebben in 2015 geen stortingen aan of door het moederdepartement plaatsgevonden. In de 1e suppletoire begroting is ten onrechte een uitkering van het moederdepartement Defensie opgenomen.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2015

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2015

Omschrijving

Realisatie

Stand 1e suppletoire begroting

 

2012

2013

2014

2015

2015

Omschrijving generiek deel

         

Vte/Fte (2015)'n totaal

849,0

858,5

854,1

730,8

735,5

– waarvan in eigen dienst

847,0

838,5

818,0

697,4

701,0

– waarvan inhuur

2,0

20,0

36,1

33,4

34,5

Saldo van baten en lasten (%)

0,6%

– 0,4%

2,5%

– 1,5%

– 1,3%

           

Omschrijving specifiek deel

         

Kostprijzen per product(groep) DVD

         

Expertise & advies (honorarium)

77,25

75,95

80,28

82,43

80

Verwerving & Afstoting (excl. OHW)

71,55

70,81

74,12

73,14

74

COVO

63,00

63,45

65,68

67,23

66

Instandhouding

64,59

61,30

62,08

69,52

62

Gemiddelde kostprijs product

65,07

65,07

67,34

71,18

67

Tarieven

zie kostprijzen per product

   
           

Omzet per productgroep (pxq) in K€

         

Expertise & advies (honorarium)

8.562

7.413

5.794

5.893

5.610

Verwerving & Afstoting (incl. OHW)

19.106

15.366

16.791

14.565

17.000

COVO

2.225

3.666

2.443

1.953

1.900

Instandhouding

49.813

44.770

42.219

32.540

37.356

Beveiliging

         

Overig

 

1.090

2.152

1.827

1.340

           

Servicelevels (norm = 80%)

74%

65%

 

71%

80%

Productiviteit (omzet K€ per directe medewerker)

103,7

104,6

100,8

85,9

96

Projecttevredenheid (norm = 90%)

98%

95%

98%

100%

95%

Toelichting

Vte/fte-en totaal

De begroting is opgebouwd op basis van de bij het Ministerie van Defensie gebruikelijke term «voltijdsequivalenten» (vte). Een vte correspondeert met een standaard arbeidsduur van 38 uur per week. Bij het Ministerie van BZK wordt de capaciteit uitgedrukt in «full time equivalenten» (fte). Een fte correspondeert met een standaard arbeidsduur van 36 uur per week. Door Defensie zijn per 1 augustus 2015 702,5 fte’n zijn overgedragen aan het Rijksvastgoedbedrijf. Per 31 december 2015 is de bezetting 697,4 fte’s. Dit betreft zowel direct als indirect personeel en gedetacheerden.

De realisatie van het inhuurbudget DVD is € 4,2 mln. Uitgaande van een gemiddelde middensom van € 125.000 per fte is het aantal inhuurkrachten berekend op 33,4 fte’s.

Kostprijzen per product(groep)

De kostprijzen per product zijn licht gestegen. De gemiddelde kostprijs van het product instandhouding is relatief sterker gestegen omdat er minder uren door servicedienstpersoneel en meer uren door relatief dure medewerkers aan het product zijn besteed.

Omzet per product(groep)

De omzet voor het product «Verwerving en afstoting» (nieuwbouw) is beduidend lager uitgevallen ten opzichte van 2014 en ten opzichte van de raming bij de 1e suppletoire begroting. E.e.a. is het gevolg van sterke functiewisselingen en onderbezetting van personeel. Hierdoor zijn minder projectfasen (2015: 276) afgesloten en gefactureerd dan in vorig jaar (2014: 411).

In het bedrag is rekening gehouden met een mutatie op de onderhanden projecten (betreft alleen nieuwbouw).

Servicelevels

In afwijking van de gegevens uit het verleden heeft deze indicator uitsluitend nog betrekking op het product «Commandantenvoorzieningen». De norm is niet geheel gerealiseerd.

Productiviteit

Ook in de productiviteit is het effect van de voortdurend in beweging zijnde organisatie merkbaar.

Daarnaast werd in de 1e suppletoire begroting rekening gehouden met extra inkomsten van het Ministerie van Defensie ter compensatie van het productrendement op de bij Defensie achtergebleven servicedienst. DIn de onderhandelingen met het Ministerie van Defensie is hier later van afgezien. Hierdoor is de productiviteit lager uitgevallen dan de in de 1e suppletoire begroting berekende productiviteit.

Projecttevredenheid

De meting van de projecttevredenheid is in 2015 onvolledig geweest. Van slechts 40% van de afgesloten projecten is een projecttevredenheidsformulier verstuurd en van de verstuurde formulieren is 63% terugontvangen. De gemiddelde score stemt wel tot tevredenheid. Inmiddels is een start gemaakt met een inhaalslag over 2015. De resultaten hiervan kunnen niet meer worden meegenomen in het jaarverslag.

Licence