Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.2. Budgettaire en financiële consequenties van de beleidsprioriteiten 2016

In het begrotingsjaar 2016 hebben zich drie belangrijke mutaties voorgedaan die verbonden zijn met de realisatie van bovengenoemde beleidsprioriteiten.

De eerste mutatie betreft de uitkomst van de normeringssystematiek. De jaarlijkse toe- of afname van het provinciefondsfonds die voortvloeit uit de koppeling aan de rijksuitgaven, wordt het accres genoemd. Het accres kent twee bijstellingsmomenten tijdens het lopende jaar (mei en september) en één moment van vaststelling en afrekening na afloop. De vaststelling van het accres vindt plaats op basis van de stand van het Financieel jaarverslag van het Rijk. Het accres over 2016 komt daarin uit op 4,25%, hetgeen overeen komt met € 47 miljoen. Dit is € 3 miljoen hoger dan geraamd in Miljoenennota 2017. De afrekening van het accres 2016 (het verschil tussen Miljoenennota en vaststelling) wordt verwerkt in de 1e suppletoire begroting 2017.

Het BTW-compensatiefonds (BCF) heeft sinds 2015 een plafond. Het plafond groeit of daalt met het accrespercentage zoals volgt uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en het provinciefonds. Het plafond wordt tevens aangepast voor taakmutaties die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, volgt een uitname uit het gemeentefonds en provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste aan het gemeentefonds en provinciefonds. Het verschil wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de aandelen van het beroep op het BCF door de gezamenlijke gemeenten respectievelijk gezamenlijke provincies in het gerealiseerde jaar.

Bij Miljoenennota 2017 is een onderschrijding van het BCF-plafond 2016 met € 218 miljoen voorzien. De vaststelling of het BCF-plafond in 2016 is over- of onderschreden vindt plaats op basis van het Financieel Jaarverslag van het Rijk. De onderschrijding van het BCF-plafond 2016 komt daarin uit op € 157 miljoen, waarvan € 20 miljoen ten gunste van het provinciefonds. De definitieve afrekening over 2016 (het verschil tussen Miljoenennota en vaststelling) wordt verwerkt in de 1e suppletoire begroting 2017.

Ten derde is de structurele omvang van de decentralisatie-uitkeringen gestegen in 2016 naar ca. € 1,4 miljard. Dit komt door de toevoeging van de decentralisatie-uitkering Verkeer en Vervoer aan het provinciefonds en door de verhoging van de decentralisatie-uitkering Natuur voortvloeiend uit het regeerakkoord.

Voor het overige hebben zich in het begrotingsjaar 2016 voor het provinciefonds geen belangrijke mutaties voorgedaan die verbonden kunnen worden aan bovenstaande realisatie van beleidsprioriteiten.

Licence