Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

5.1 Apparaat kerndepartement

A. Apparaat kerndepartement

Beleidsartikel 8 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
         

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

Verplichtingen

182.512

198.523

205.091

231.903

222.645

242.985

– 20.340

               

Uitgaven

189.009

198.490

202.238

229.684

221.938

242.985

– 21.047

               

Personeel Kerndepartement

123.624

136.284

140.023

152.171

155.780

149.912

5.868

waarvan eigen personeel

118.331

126.960

130.878

141.261

144.572

143.584

988

waarvan externe inhuur

4.990

9.127

8.844

10.399

10.610

5.527

5.083

waarvan overige personele uitgaven

303

197

301

511

598

801

– 203

               

Materieel Kerndepartement

65.385

62.206

62.215

77.513

66.158

93.073

– 26.915

waarvan ICT

10.321

9.756

7.714

6.245

5.432

9.631

– 4.199

waarvan bijdrage aan SSO's

27.716

30.699

38.790

44.910

37.342

43.181

– 5.839

waarvan overige materiële uitgaven

27.348

21.751

15.711

26.358

23.384

40.261

– 16.877

               

Ontvangsten

36.539

36.211

38.909

69.490

51.786

61.018

– 9.232

Uitgaven

Personeel kerndepartement (+ € 5,9 miljoen)

Bij de subcategorieën Eigen personeel en Externe inhuur is meer uitgegeven dan geraamd. Bij het ramen is de scheidslijn tussen de categorieën Externe inhuur en ICT soms moeilijk te maken, waardoor achteraf bezien de raming op externe inhuur te laag is en de raming van de uitgaven aan ICT juist te hoog.

Daarnaast is bij de ADR extra inhuur geweest als gevolg van vraag naar controlecapaciteit en is meer ingehuurd voor ICT in verband met digitalisering van de werkstromen op het kerndepartement. In totaal is een overschrijding van de personele uitgaven van het kerndepartement gerealiseerd.

Materieel kerndepartement (– € 26,9 miljoen)

Er is sprake van vertraging van ICT-projecten in 2016. Dit heeft een technische oorzaak, zoals bij de digitale documenthuishouding. De bijdrage aan SSO’s is lager dan geraamd vanwege de overgang van dienstverlening op het gebied van huisvesting naar SSO’s. Dit heeft geleid tot lagere uitgaven voor SSO’s. Daarnaast zijn de uitgaven op overige materiële uitgaven lager bij met name DRZ. In 2016 zijn minder hennepkwekerijen geruimd, waardoor er minder kosten zijn voor het ontmantelen en vernietigen. Tevens zijn geplande zonnepanelen niet geplaatst. Bij de Rijksacademie zijn kostenbesparingen gerealiseerd. Op het gebied van huisvesting zijn de facturen vanuit Safire incidenteel lager door boetes in verband met het niet naleven van de overeenkomst. Op diverse kleinere posten is minder uitgegeven dan begroot. Door terughoudendheid bij bijna alle directies is tevens minder uitgegeven aan onder andere uitbesteding, vergaderlocaties, voorlichting en boeken en tijdschriften. Per saldo zijn er minder uitgaven aan materieel dan geraamd.

Ontvangsten

Ontvangsten (– € 9,2 miljoen)

De ontvangsten zijn vooral lager door de overgang naar het nieuwe rijkshuisvestingsstelsel, waardoor medebewoners van het Korte Voorhout rechtstreeks aan het Rijksvastgoedbedrijf betalen (circa – € 8 miljoen). Daarnaast is een andere methodiek gebruikt bij het verrekenen van de kosten van trainees, waardoor geen ontvangsten van andere departementen meer gekomen zijn.

Er zijn kleine meerontvangsten bij onder andere DRZ (totaal circa + € 0,6 miljoen).

B. Totaaloverzicht apparaat Financiën

Vanaf 2015 is DRZ geen baten-lastendienst meer, maar een directie onder het Ministerie van Financiën. De uitsplitsing op het niveau van DRZ komt daarmee in onderstaande tabel vanaf 2015 te vervallen.

Bij de AFM, DNB en de Waarderingskamer wordt de volledige overheidsbijdrage gebruikt voor het apparaat. De onderstaande tabel geeft de totale apparaatuitgaven voor Financiën weer. Hierbij zijn de gerealiseerde apparaatuitgaven voor het kerndepartement, de Belastingdienst en de ZBO’s bij elkaar opgeteld.

Totale apparaatuitgaven en -kosten Financiën (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

Totaal apparaat Financiën IX

3.093.674

3.212.145

3.266.228

3.253.309

3.427.671

Departement

3.012.807

3.143.630

3.182.954

3.220.090

3.409.293

Kerndepartement

189.009

198.490

202.238

229.684

221.938

Belastingdienst

2.823.798

2.945.140

2.980.716

2.990.406

3.187.355

Baten-lasten agentschap 1

17.631

18.099

19.998

N.v.t.

N.v.t.

DRZ

17.631

18.099

19.998

N.v.t.

N.v.t.

ZBO’s en RWT’s

63.236

50.416

63.276

30.976

18.378

AFM2

29.721

20.500

24.552

181

397

DNB

27.710

23.701

20.443

2.125

1.676

Waarderingskamer

555

1.196

1.181

1.250

1.305

NLFI3

5.250

5.019

17.100

27.420

15.000

Bron: financiële administratie.

1

Per 1 januari 2015 is DRZ een directie van het Ministerie van Financiën.

2

Vanaf 2015 is bij AFM en DNB de overheidsbijdrage afgeschaft, conform kabinetsbesluit.

3

2012 en 2013 zijn gecorrigeerd voor NLFI.

In onderstaande tabel worden de apparaatuitgaven per Directoraat-Generaal (DG) van het kerndepartement vermeld.

Apparaatsuitgaven en -kosten per DG (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

Kerndepartement

189.009

198.490

202.238

229.684

221.938

           

GT

23.985

23.051

24.552

23.772

22.670

DGRB

22.390

20.384

20.443

20.954

21.364

SG-cluster

128.294

141.251

143.618

171.900

164.112

DGFZ

14.340

13.804

13.625

13.058

13.792

Bron: financiële administratie.

C. Taakstelling

De taakstelling die het kerndepartement opgelegd heeft gekregen voor de apparaatuitgaven, liep in 2016 volgens schema.

Voor de Belastingdienst geldt de volgende tabel:

Taakstelling Belastingdienst vanaf Rutte I (bedragen x € 1.000)
 

2014

2015

2016

Coalitieakkoord 2010 (Rutte I)

– 124.275

– 165.459

– 172.484

Coalitieakkoord 2012 (Rutte II)

   

– 46.248

       

Versterking toezicht en invordering

     

Intensiveringsmiddelen

169.000

157.000

157.000

Opbrengstentaakstelling

533.000

533.000

566.000

Invulling taakstelling Rutte II (bedragen x € 1 miljoen)
 

2016

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling

50

112

136

136

Kerndepartement

3,5

7,7

9,4

9,4

Belastingdienst

46,2

103,6

125,7

125,7

Agentschap

0

0

0

0

ZBO’s

0

0

0

0

In bovenstaande tabellen zijn alleen de taakstellingreeksen uit de regeerakkoorden van de kabinetten Rutte I en II opgenomen. De totale taakstelling op het budget van de Belastingdienst ligt fors hoger. Dit komt doordat aan het kabinet Rutte I voorafgaande kabinetten ook taakstellingen hebben opgelegd en daarnaast zijn (onder andere) een aantal keren de loon- en prijscompensatie niet uitgekeerd, wat als een taakstelling wordt beschouwd. De totale taakstelling bij de Belastingdienst loopt dan op tot structureel € 543 miljoen vanaf 201828.

De Belastingdienst heeft zijn deel bijgedragen aan de realisatie van de rijksbrede taakstellingen. Zoals met de Tweede Kamer afgesproken worden de taakstellingen vanuit de kabinetten Rutte I (en voorgaande kabinetten) en Rutte II – oplopend tot € 543 miljoen vanaf 2018 – langs twee sporen ingevuld. Spoor 1 betreft efficiency/versobering, waarmee € 410 miljoen wordt ingevuld. Spoor 2 betreft een aanpassing van de (fiscale) wetgeving die leidt tot vereenvoudiging in de uitvoering of taakvermindering bij de Belastingdienst. Spoor 2 draagt € 133 miljoen bij aan de invulling. De afgesproken efficiency en versobering is meerjarig ingevuld en belegd met maatregelen op het terrein van staf/overhead, procesverbeteringen en versoberingen op het gebied van huisvesting. Met onder andere het maatregelenpakket Belastingplan 2017, is Spoor 2 nu structureel ingevuld.

28

Kamerstukken II 2011–2012, 31 066, nr. 117.

Licence