Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4.1 Belastingen

A. Algemene doelstelling

Het genereren van inkomsten voor de financiering van overheidsbeleid. Solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving is hiervoor de basis. Doeltreffende en doelmatige uitvoering van die wet- en regelgeving zorgen ervoor dat burgers en bedrijven bereid zijn hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering op het terrein van de belastingen. Het beleid is gericht op een eenvoudig, solide en fraudebestendig belastingstelsel. Een belastingstelsel dat begrijpelijk is en dat de administratieve lasten voor burgers en bedrijven en de uitvoeringskosten voor de Belastingdienst waar mogelijk reduceert. Een belastingstelsel dat een solide belastingopbrengst oplevert, zonder willekeurige schommelingen. Een eerlijk belastingstelsel waarbij uitholling van de belastinggrondslag effectief kan worden bestreden zodat ieder zijn deel bijdraagt.

C. Beleidsconclusies

Compliance moet zorgen voor de borging van de continuïteit van belastingopbrengsten en de rechtmatige betaling van toeslagen. De Belastingdienst bevordert compliance door passende dienstverlening te leveren, massale processen juist en tijdig uit te voeren, adequaat toezicht uit te oefenen en waar nodig naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen. Compliance wordt afgemeten aan de mate waarin burgers en bedrijven tijdig, juist en volledig aangifte doen en tijdig betalen. De uitkomst van deze kengetallen laat ten opzichte van 2015 een lichte daling zien van het nalevingstekort. De compliante betaling van belastingen en premies is ongewijzigd ten opzichte van 2015. De gerelateerde doelstellingen zijn grotendeels gerealiseerd, behalve de doelstellingen voor de bereikbaarheid van de BelastingTelefoon, het tijdig afdoen van bezwaren, het aantal boekenonderzoeken, het aantal processen-verbaal dat leidt tot een veroordeling of schikking en de controles op passagiersvluchten. Hierna wordt bij de verschillende onderdelen op de oorzaken ingegaan.

Om te zorgen dat de Belastingdienst ook in de toekomst de compliance van burgers kan beïnvloeden en belastingopbrengsten kan generen, zijn in de Investeringsagenda Belastingdienst maatregelen aangekondigd om de portalen, gericht op een gedeelde informatiepositie van burgers en bedrijven, door te ontwikkelen en zo de interactie via de BelastingTelefoon en bezwaarschriften op termijn aanzienlijk terug te brengen. Voor 2016 werden de volgende doelstellingen nagestreefd:

  • Het portaal (Mijnbelastingdienst, MijnBD) voor burgers en bedrijven is volledig operationeel. Het portaal bevat statusinformatie waardoor veel telefoontjes naar de BelastingTelefoon overbodig worden. Resultaat 2016: het portaal MijnBD is voor iedereen beschikbaar gekomen. In de komende jaren worden steeds functionaliteiten toegevoegd;

  • Er worden pilots met compliante burgers uitgevoerd, waarbij een directe betaalmogelijkheid en de mogelijkheid om een eenvoudige betalingsregeling te treffen wordt geboden. Resultaat 2016: pilots voor een directe betaalmogelijkheid via internet en eenvoudige betalingsregelingen zijn nog niet gerealiseerd en

  • de werkwijze met informatiegestuurd toezicht en inning is volledig operationeel. Resultaat 2016: de werkwijze met informatiegestuurd toezicht is operationeel voor de IH niet-winst en nog niet voor andere belastingmiddelen. De werkwijze met informatiegestuurde inning is volledig operationeel.

Om de beoogde resultaten uit 2016 volledig te realiseren dient nog een aanzienlijke inspanning te worden geleverd waarvoor een herijking van de Investeringsagenda nodig is. Deze vindt plaats voor de zomer van 2017. De voortgang op de Investeringsagenda wordt toegelicht in het beleidsverslag (paragraaf 3.3).

Compliance

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling (jaar1)

Kengetal (in %)

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Realisatie

2016

Percentage aangiften omzetbelasting tijdig ontvangen

n.v.t.

95,3

95,1

95,3

94,9

Percentage aangiften loonheffingen tijdig ontvangen

n.v.t.

99,1

99,2

99,2

99,2

Juist en volledig aangifte doen; percentage nalevingstekort op basis van de steekproef Particulieren (uitgedrukt als percentage van de totale belastingopbrengst voor dit segment)2

n.v.t.

1,1

n.v.t.

1,1

1,0

Juist en volledig aangifte doen; percentage nalevingstekort op basis van de steekproef Midden- en kleinbedrijf (uitgedrukt als percentage van de totale belastingopbrengst voor dit segment)

n.v.t.

4,4

n.v.t.

6,0

5,2

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

1

Het jaartal is het jaar waarin de uitkomsten van de metingen worden gerapporteerd.

2

Exclusief IB-aangiften van ondernemers en partners van ondernemers.

Toelichting

Percentage tijdig ontvangen aangiften

De tijdigheid van het aangiftegedrag voor de OmzetBelasting (OB) en loonheffing (LH) laat over de afgelopen jaren geen bijzondere ontwikkeling zien.

Juist en volledig aangifte doen

Om het nalevingstekort te meten doet de Belastingdienst steekproeven in de segmenten Particulieren en Midden- en kleinbedrijf. De onderzochte aangiften worden aselect getrokken en leveren inzicht in het fiscaal relevante gedrag van belastingplichtigen en mogelijke nalevingstekorten. De uitkomsten van de steekproef Particulieren en Midden- en kleinbedrijf die in 2016 zijn vastgesteld hebben respectievelijk betrekking op de aangiftejaren 2014 en 2013. De uitkomsten mogen niet worden verabsoluteerd aangezien het om een schatting gaat.

Belastingmoraal

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

Kengetal (in %)

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Realisatie

2016

Belastingontduiking is onaanvaardbaar

93

92

92

93

92

Zelf belasting ontduiken is uitgesloten

88

88

87

90

89

Belasting betalen betekent iets bijdragen

37

35

37

35

37

Ervaren kans op ontdekking

81

80

82

83

84

Bron: Fiscale monitor.

Toelichting

De cijfers over de belastingmoraal zijn stabiel over de jaren. Alleen voor de ervaren kans op ontdekking is sinds 2013 elk jaar een lichte stijging te zien.

In de webrapportage www.fiscalemonitor.nl zijn ook de overige resultaten van de Fiscale monitor 2016 te bekijken.

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de Algemene RekenKamer (ARK) onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het handhavingsbeleid van de Belastingdienst. De ARK heeft een positief beeld van de opzet van het handhavingsbeleid, omdat het systematisch en gestructureerd inspeelt op (de oorzaken van) het gedrag van burgers en bedrijven. De focus op (oorzaken van) gedrag biedt de mogelijkheid om gericht de naleving van belastingwet- en regelgeving te bevorderen en eventuele risico’s van gemiste belastingopbrengsten aan te pakken met een optimale mix van handhavingsinstrumenten. Tegelijkertijd stelt de ARK vast dat de Belastingdienst nog informatie mist voor de verdere onderbouwing van de keuzes in het handhavingsbeleid. Wat betreft kennis van (het gedrag van) de belastingplichtige, samenhang tussen hoofddoelstellingen en bereikte resultaten en efficiënte inzet van mensen en middelen, zijn zeker nog slagen te maken. Hiervoor zijn in de Brede agenda en Investeringsagenda de nodige initiatieven op dit terrein benoemd. De volledige uitkomsten van het onderzoek zijn opgenomen op de site van de ARK.

D. Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 1 Belastingen (bedragen x € 1.000)
       

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

Verplichtingen

3.357.051

3.273.683

2.933.935

3.259.300

3.651.055

3.114.765

536.290

               

Uitgaven (1) + (2)

3.268.814

3.187.000

3.210.167

3.190.076

3.323.566

3.114.765

208.801

               

(1) Programma-uitgaven

445.016

241.860

229.451

199.670

136.211

238.304

– 102.093

waarvan:

             

Rente

440.182

236.375

223.783

193.420

130.422

232.390

– 101.968

Belasting- en invorderingsrente

440.182

236.375

223.783

193.420

130.422

232.390

– 101.968

Rentevergoeding depotstelsel

 

0

0

0

0

0

0

               

Bekostiging

4.834

5.485

5.668

6.250

5.789

5.914

– 125

Proceskosten

3.872

3.749

3.865

4.677

4.089

3.536

553

Overige programma-uitgaven

962

1.736

1.803

1.573

1.700

2.378

– 678

               

(2) Apparaatuitgaven

2.823.798

2.945.140

2.980.716

2.990.406

3.187.355

2.876.461

310.894

waarvan uitvoering fiscale wet- en regelgeving en douanetaken Caribisch Nederland

   

13.211

17.897

11.885

13.000

– 1.115

               

Personele uitgaven

2.063.064

2.105.757

2.235.931

2.216.312

2.464.980

2.090.805

374.175

waarvan: Eigen personeel

1.877.434

1.875.697

1.995.071

2.019.909

2.203.409

1.920.364

283.045

waarvan: Inhuur externen

185.630

230.060

240.860

196.403

261.571

170.441

91.130

               

Materiële uitgaven

760.734

839.382

744.785

774.093

722.375

785.656

– 63.281

waarvan: ICT

232.263

247.976

237.586

249.311

224.413

252.673

– 28.260

waarvan: Bijdrage SSO's

222.993

228.255

211.555

204.720

216.934

185.412

26.143

               

Ontvangsten (3) + (4)

105.863.956

108.151.202

116.225.745

117.090.239

121.876.136

116.447.338

5.428.798

               

(3) Programma-ontvangsten

105.838.010

108.124.386

116.204.039

117.069.316

121.850.938

116.415.523

5.435.415

waarvan:

             

Belastingontvangsten

105.037.894

107.503.003

115.402.186

116.240.772

121.044.798

115.517.770

5.527.028

               

Rente

             

Belasting- en invorderingsrente

432.004

255.029

372.452

367.668

361.879

441.500

– 79.621

               

Boetes en schikkingen

             

Ontvangsten boetes en schikkingen

168.749

167.381

218.885

257.964

245.675

238.977

6.698

               

Bekostiging

             

Kosten vervolging

199.363

198.973

210.516

202.912

198.586

217.276

– 18.690

               

(4) Apparaatontvangsten

25.946

26.816

21.706

20.923

25.198

31.815

– 6.617

Verplichtingen (+ € 536 miljoen)

Gedurende het begrotingsjaar is het verplichtingenbudget in lijn met de uitgavenmutaties bijgesteld (kas = verplichting). Voor een toelichting op de verplichtingen wordt verwezen naar de toelichting op de uitgaven. Daarnaast is met 2de suppletoire begroting 2016 de verplichtingenraming bijgesteld met + € 533 miljoen voor de verplichting die is aangegaan voor de vertrekregeling (zie voor een nadere toelichting: Kamerstukken II 2016–2017, nr. 34 620 IX). Ten opzichte van de 2de suppletoire begroting zijn per saldo minder verplichtingen gerealiseerd dan geraamd. Dit wordt verklaard doordat enerzijds voor de verplichting voor de vertrekregeling abusievelijk een te hoog bedrag was begroot en anderzijds doordat het bedrag aan openstaande betalingsverplichtingen ultimo 2016 is afgenomen ten opzichte van ultimo 2015.

Uitgaven (+ € 209 miljoen)

Belasting- en invorderingsrente

De uitgaven zijn lager dan oorspronkelijk geraamd. De Belastingdienst hoeft namelijk minder rente te vergoeden, omdat de teruggaven als gevolg van definitieve aanslagen lager uitvallen dan in voorgaande jaren.

Bekostiging

De uitgaven voor de vergoedingsregeling voor proceskosten zijn hoger dan geraamd door een toegenomen beroep op de regeling. Daarentegen zijn de overige programma-uitgaven lager uitgevallen, met name door lager dan geraamde uitgaven in verband met garanties voor procesrisico’s.

Apparaatuitgaven Belastingdienst

In 2016 heeft de Belastingdienst per saldo ca € 366 miljoen aan extra middelen ontvangen voor onder andere de uitvoering van de Investeringsagenda, de uitvoering van fiscale wetgeving en loon- en prijscompensatie (een nadere toelichting is opgenomen in de betreffende suppletoire begrotingen). Rekening houdend met de aanvullende middelen, is per saldo circa € 43 miljoen minder gerealiseerd dan geraamd. Dit betreft meevallers in de uitvoering, zoals onder andere meevallers op de facilitaire uitgaven en uitgaven die zijn doorgeschoven naar volgend jaar.

De uitgaven voor het gespecialiseerde financiële adviesbureau Oliver Wyman, waaraan het realiseren van een aantal producten op verschillende verandergebieden in het kader van de Investeringsagenda is uitbesteed, bedroeg € 5,4 miljoen exclusief btw over de periode van 1 januari 2016 tot en met 18 maart 2016 (beëindiging van het contract). Na beëindiging van het contract voor ondersteuning van de Investeringsagenda zijn medewerkers van Oliver Wyman ingehuurd op basis van nadere overeenkomsten onder een raamovereenkomst met een broker (inhuurbemiddelaar). Dit betrof de periode juni tot medio oktober 2016. De kosten daarvan bedroegen € 1,2 miljoen exclusief btw.

Ontvangsten (+ € 5.429 miljoen)

Belasting- en invorderingsrente

De ontvangsten zijn lager dan oorspronkelijk geraamd. Door de introductie van ondergrenzen in de belasting- en invorderingsrente zijn belastingplichtigen eerder aan hun verplichtingen gaan voldoen, teneinde latere rentebetalingen te voorkomen. Dit effect is het sterkst zichtbaar bij de vpb (vennootschapsbelasting). De verhoging van de belastingrente naar de ondergrens van 8% heeft ertoe geleid dat bedrijven steeds meer op tijd aan hun verplichtingen voldoen.

Boetes en schikkingen

In 2016 was over het algemeen sprake van meevallende realisaties, aangezien meer verzuimboetes werden opgelegd vanwege te late aangifte of te late betaling. De boetes bij de motorrijtuigenbelasting brachten minder op dan geraamd, omdat als gevolg van een rechterlijke uitspraak het tarief van de verzuimboete verlaagd moest worden. Per saldo is een meevaller van € 7 miljoen gerealiseerd.

Kosten vervolging

Ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2016 zijn de aan burgers en bedrijven doorbelaste kosten van vervolging lager uitgevallen, omdat een groter deel van de belasting- en premieontvangsten op compliante wijze is voldaan.

Apparaatontvangsten

De uitgaven als gevolg van het doorbelasten van uitgaven voor werkzaamheden aan derden vallen structureel lager uit. In de Ontwerpbegroting 2017 zijn zowel de uitgaven als de ontvangsten structureel neerwaarts bijgesteld.

E. Toelichting op de instrumenten

Fiscaal beleid en wetgeving

E.1. Genereren van inkomsten – fiscale wet- en regelgeving

Het genereren van inkomsten ten behoeve van uitgaven voor de rijksbegroting, de sociale fondsen en de zorgverzekeringen door middel van het ontwikkelen van solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving die ook in internationale context werkbaar is.

Ten aanzien van de fiscaliteit had het kabinet voor 2016 drie doelstellingen. Allereerst wilde het kabinet zich blijven inzetten voor een evenwichtige verbetering van de koopkracht. Verder wilde het kabinet de belastingwetgeving begrijpelijker en beter uitvoerbaar maken. Tot slot was het tegengaan van belastingontwijking voor het kabinet een belangrijk thema.

Belastingplan 2017

Het pakket Belastingplan 2017 bevatte in totaal zes wetsvoorstellen: het wetsvoorstel Belastingplan 2017, het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2017, het wetsvoorstel Fiscale vereenvoudigingswet 2017, het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen, het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing en het wetsvoorstel Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen. Van voornoemde wetsvoorstellen zijn alleen de wetsvoorstellen Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige pensioenmaatregelen en Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing aangehouden, de overige wetsvoorstellen zijn in 2016 aangenomen. In maart 2017 is het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige pensioenmaatregelen alsnog aangenomen.

In het Belastingplan 2017 zijn maatregelen opgenomen die een budgettair effect hebben. Er zijn onder andere maatregelen getroffen die positief bijdragen aan een evenwichtige verbetering van de koopkracht. Daarnaast zijn er vereenvoudigingen voor de Belastingdienst gerealiseerd in het wetsvoorstel Fiscale vereenvoudigingwet 2017. Ook in het tot 2017 aangehouden wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen is een belangrijke vereenvoudiging opgenomen, namelijk het uitfaseren van het pensioen in eigen beheer. Het wetsvoorstel waarin is voorgesteld de monumentenaftrek en de aftrek van scholingsuitgaven om te zetten in niet-fiscale regelingen is, op verzoek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die primair voor dit wetsvoorstel verantwoordelijk is, door de Tweede Kamer aangehouden tot 2017 met de intentie deze in 2018 in werking te laten treden. Verder zijn in het Belastingplanpakket 2017 enkele maatregelen opgenomen in het kader van het bestrijden van belastingontwijking die ongewenst gebruik van fiscale regels tegen dienen te gaan. Hierbij valt te denken aan maatregelen op het terrein van de innovatiebox en de renteaftrekbeperkingen.

In lijn met eerdere jaren bevatte het pakket Belastingplan 2017 een wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen. In deze wet zijn maatregelen opgenomen ten behoeve van het noodzakelijke onderhoud en andere maatregelen die meer technisch van aard zijn en die geen budgettaire gevolgen hebben. Dit wetsvoorstel bevatte onder meer een wijziging in de heffing van buitenlandse commissarissen en bestuurders die ondernemers zijn.

Het kabinet heeft in 2016 de keuze gemaakt om het belang van vereenvoudiging extra te onderstrepen door een afzonderlijk vereenvoudigingswetsvoorstel op te nemen, te weten de Fiscale vereenvoudigingswet 2017. Met dit wetsvoorstel is ingezet op een vermindering van de administratieve lasten van burgers en bedrijven, een vermindering van de uitvoeringskosten van de Belastingdienst en een vermindering van de regeldruk. Begin 2016 heeft een externe consultatie plaatsgevonden om burgers en het bedrijfsleven de kans te geven ideeën voor vereenvoudiging van het belastingstelsel aan te dragen. Een deel van de maatregelen in het wetsvoorstel is voortgekomenuit deze externe consultatie. Zo is het voorstel om de teruggaafregeling voor oninbare debiteuren in de btw en de milieubelastingen te vereenvoudigen – na de internetconsultatie – opgenomen in de Fiscale vereenvoudigingswet 2017. Naast het onderhavige wetsvoorstel bevatte het pakket Belastingplan 2017 nog een aantal andere belangrijke vereenvoudigingen. Deze zijn opgenomen in het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen en het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing.

In het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen is ingezet op de uitfasering van het zogenoemde pensioen in eigen beheer voor de directeur-grootaandeelhouder. De mogelijkheid van opbouw van een pensioen in eigen beheer wordt daarmee afgeschaft, gecombineerd met een tijdelijke maatregel die voorziet in de mogelijkheid van een fiscaal gefaciliteerde afkoop van het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer. Voor directeur-grootaandeelhouders die hier geen gebruik van kunnen of willen maken, voorziet het wetsvoorstel in andere oplossingen. Het wetsvoorstel is in maart 2017 aangenomen, hiermee is op een aanvaardbare wijze een einde gekomen aan de discussie over het pensioen in eigen beheer die is gestart in de Eerste Kamer in december 2012 tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Belastingplan 2013. De behandeling van het wetsvoorstel was aanvankelijk in 2016 is in de Eerste Kamer aangehouden op verzoek van de Staatssecretaris van Financiën.

Tot slot heeft het kabinet in het Belastingplan 2017 een wetsvoorstel opgenomen dat ziet op de verlaging van energiebelasting voor openbare laadpalen door een tijdelijk verlaagd tarief in de energiebelasting op te nemen voor laadpalen met een zelfstandige aansluiting op het distributienet.

Uitwisseling inlichtingen over rulings

In het wetsvoorstel Uitwisseling inlichtingen over rulings is de Europese richtlijn tot wijziging van de Richtlijn 2011/16/EU geïmplementeerd. De richtlijn is geïmplementeerd in de Wet op de Internationale Bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB). Hiermee is de automatische uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande, grensoverschrijdende afspraken tussen de belastingdiensten en bedrijven (rulings) tussen de lidstaten geregeld. Het uitwisselen van rulings was een van de maatregelen van Europa tegen internationale belastingontwijking door het bedrijfsleven. De uitwisseling van informatie over rulings met de landen waarmee overeenkomstig de OESO-richtlijnen wordt uitgewisseld, vindt plaats op basis van het Verdrag inzake Wederzijdse Administratieve Bijstand in Belastingzaken (WABB-verdrag) of op basis van een belastingverdrag. De uitwisseling volgens de OESO-richtlijnen vergt geen implementatie in nationale wetgeving omdat de WIB daarvoor al voldoende basis biedt.

Autobelastingen

Tijdens de eerste helft van 2016 heeft de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Wet uitwerking Autobrief II plaatsgevonden. Daarnaast is een onderzoek naar mogelijke onregelmatigheden in de CO2- en NOX-uitstoot van enkele automerken uitgevoerd en is de Kamer hierover geïnformeerd. Ook heeft de wetswijziging ter implementatie van de nieuwe Europese CO2-testmethode, de WLTP (Worldwide harmonized Light vehicles Test Procedure) -testmethode, de nodige inzet gevergd. Met de Belastingdienst is afgesproken verder te werken aan mogelijke vereenvoudigingen en technische aanpassingen in de autobelastingen. Dit leidt in 2017 mogelijk tot enkele (wets)wijzigingen. Verder is veel bijstand verleend aan het Ministerie van Economische Zaken in het dossier «Elektrisch rijden». Tot slot is meer capaciteit beschikbaar gemaakt voor het wijzigingsprotocol Eurovignet en de werkgroep Bereikbaarheid in het kader van de studiegroep Duurzame groei.

Voortgangsrapportage box 3 heffing

In 2016 is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een heffing op het werkelijke, individueel behaalde rendement. Dit heeft geresulteerd in de voortgangsrapportage «Heffing box 3 op basis van werkelijk rendement» die op Prinsjesdag 2016 naar de Eerste en de Tweede Kamer is gestuurd. In de rapportage zijn drie varianten van een mogelijke belastingheffing in box 3 geschetst die het werkelijke, individueel behaalde rendement beter benaderen. Deze rapportage is op 27 oktober in een AO met de Tweede Kamer besproken.

Ten behoeve van de formatie wordt een keuzedocument opgesteld. In dit document worden de drie varianten verder uitgewerkt. Ook wordt hierbij een juridische analyse uitgevoerd en worden alternatieve mogelijkheden verkend binnen een forfaitair systeem.

Vestigingsklimaat

Naar aanleiding van internationale ontwikkelingen heeft het kabinet bij brief van 20 september 2016 zijn toekomstvisie op het fiscale vestigingsklimaat uiteengezet. Centraal in deze visie staat een gelijktijdige beweging op twee fronten:

  • de proactieve aanpak van belastingontwijking krachtig voortzetten waarbij Nederland internationaal het voortouw neemt én

  • het tarief van de vennootschapsbelasting verlagen tot een concurrerend niveau, zodat Nederland aantrekkelijk blijft voor investeerders.

In het pakket Belastingplan 2017 zijn reeds maatregelen opgenomen die kunnen worden gezien als ondersteuning van deze visie. Voor belastingontwijking kan bijvoorbeeld worden gewezen op de aanpassingen van de innovatiebox of van de specifieke renteaftrekbeperkingen. Wat betreft het vennootschapsbelastingtarief verwijst het kabinet naar de gerealiseerde schijfverlenging in de vennootschapsbelasting.

Nederlands voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie

In het eerste halfjaar van 2016 is Nederland voor de twaalfde keer voorzitter van de Raad van de Europese Unie geweest. Nederland heeft de vergaderingen van de Raad voorgezeten en nam het voortouw bij de onderhandelingen tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de andere Europese instellingen over nieuwe Europese regelgeving. Het voorzitterschap bestond met name uit het opstellen van de agenda. De Europese Commissie (EC) heeft het initiatiefrecht en maakt de voorstellen voor wetgeving (verordeningen, richtlijnen, etc). De lidstaten besluiten in het geval van belastingen bij unanimiteit en ten aanzien van douaneonderwerpen bij gekwalificeerde meerderheid. Bij de indirecte belastingen lag de focus op de fraudebestrijding in de btw. Bij de directe belastingen zijn de richtlijnvoorstellen over country-by-country reporting (tussen belastingdiensten) en over de anti-BEPS-richtlijn (ATAD) aangenomen met daarin uiteenlopende anti-misbruikmaatregelen in lijn met de uitkomst van het BEPS-project van de OESO. Op douanegebied hebben de inwerkingtreding van het Douanewetboek van de Unie en de verschillende onderdelen van de «governance» binnen douane (waaronder de totstandkoming van het Strategic policy framework douane) veel aandacht gekregen.

Project Base Erosion Profit Shifting

In 2016 zijn verdere wettelijke maatregelen die uit het BEPS-project zijn voortgevloeid aan het parlement voorgelegd zoals wijzigingen in de innovatiebox, de Wet internationale bijstandverlening bij de heffing van belastingen (in verband met automatische uitwisseling van informatie over rulings) en maatregelen ter invulling van de BEPS-taakstelling als gevolg van het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale eenheid. Ook in 2016 is Nederland betrokken geweest bij de verdere uitwerking van de resultaten van het BEPS-project. Dat heeft geleid tot de definitieve teksten van het multilaterale instrument en zal in 2017 uitmonden in een nieuwe update van het OESO-modelverdrag.

Richtlijn tegen belastingontwijking

In juni 2016 is onder het Nederlandse voorzitterschap een Europese richtlijn belastingontwijking, de ATAD, aangenomen. De richtlijn bevat verschillende maatregelen om ervoor te zorgen dat winst wordt belast op de plek waar de waarde wordt gecreëerd. De maatregelen uit de richtlijn zijn: een renteaftrekbeperking, een exitheffing, een algemene antimisbruikbepaling, een Controlled Foreign Corporation (CFC)-maatregel en een maatregel om hybride mismatches binnen de EU tegen te gaan. Nederland streeft naar een voortvarende implementatie van deze maatregelen. Het voornemen is dat in de tweede helft van 2017 een conceptwetsvoorstel voor consultatie wordt aangeboden. De maatregelen dienen per 1 januari 2019 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. De uitwerking hiervan zal in 2017 plaatsvinden. De EC heeft daarnaast op 25 oktober 2016 een richtlijnvoorstel gepresenteerd om hybride mismatches tegen te gaan voor geldstromen van en naar landen buiten de EU (ATAD 2). De Raad (Ecofin) heeft inmiddels ingestemd met het richtlijnvoorstel, Nederland zal ook op dit punt een voortvarende implementatie nastreven.

Belastingverdragen

In 2016 heeft Nederland geen nieuwe verdragen getekend. Wel zijn de wetsvoorstellen voor inwerkingtreding van de in 2015 getekende verdragen met Kenia, Zambia en Malawi ingediend. Onderhandelingen hebben in 2016 plaatsgevonden met Iran, Irak, Indonesië, Vietnam, Oezbekistan, Kirgizië, Oekraine, Duitsland, Zwitserland, Spanje, Chili, Ghana en Zimbabwe.

Naar aanleiding van een in 2014, tijdens het AO over een internationaal fiscaal verdragsbeleid, gedane toezegging van de Staatssecretaris heeft Nederland ook in 2016 prioriteit gegeven aan het opnemen van anti-misbruikbepalingen in verdragen met 23 ontwikkelingslanden. In 2014 zijn de 23 ontwikkelingslanden die het betreft reeds benaderd. In 2015 en 2016 hebben er met verschillende landen gesprekken plaatsgevonden over opname van anti-misbruikbepalingen. De landen waarvan we geen (officiële) reactie hebben ontvangen zijn inmiddels meerdere malen benaderd. In 2016 is daarnaast verder gewerkt aan de ontwikkeling van het multilaterale instrument van de OESO. Daarmee kunnen op efficiënte wijze bestaande bilaterale verdragen aangepast worden. Het is een alternatief instrument om de in het BEPS-project afgesproken anti-misbruikmaatregelen in verdragen op te nemen.

Belastingdienst

E.2. Belastingdienst – Dienstverlening

De Belastingdienst bevordert met passende dienstverlening dat burgers en bedrijven hun wettelijke verplichtingen nakomen.

Doelbereiking

De bereikbaarheid van de BelastingTelefoon over het jaar 2016 ligt onder de streefwaarde en de afhandeling van bezwaren is niet binnen de Awb-termijn gerealiseerd. De overige realisaties zijn op het gewenste niveau.

Dienstverlening

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator (in %)

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Streefwaarde

20161

Realisatie

2016

Bereikbaarheid BelastingTelefoon (BT)

82

79

63

77

80–85

76

Kwaliteit beantwoording fiscale vragen BT

86

86

88

89

80–85

86

Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn

94

93

87

87

90–95

81

Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn

95

98

93

97

90–95

98

Klanttevredenheid2:

           

internet

90

91

94

91

80–90

91

balie

89

85

92

88

80–90

86

telefonie:

           
 

– 

algemeen

81

85

79

84

70–80

82

 

– 

intermediairs

87

89

83

89

80–90

89

Bron: Fiscale monitor en Belastingdienst/Centrale Administratie.

1

De streefwaarden van de Belastingdienst worden weergegeven in bandbreedtes. Hiermee geeft de Belastingdienst per prestatie-indicator aan wat de onder- en de bovengrens is.

2

De in de tabel opgenomen realisatie heeft betrekking op klanten die neutraal tot zeer positief scoren.

Toelichting

Bereikbaarheid BelastingTelefoon

Het telefonieaanbod bedroeg in 2016 14,2 miljoen belpogingen ten opzichte van 15,8 miljoen belpogingen in 2015. De telefonische bereikbaarheid van de BelastingTelefoon blijft met 76% achter bij de norm. De lagere bereikbaarheid in 2016 heeft zich vooral voorgedaan in enkele kortere periodes bij de telefoniestromen Toeslagen en Particulieren. Daarnaast in een groter deel van 2016 bij de telefoniestroom Ondernemingen. In deze periodes was het telefonieaanbod hoger dan voorspeld, waardoor niet alle telefonie meteen door informanten afgehandeld kon worden en tevens herhaalverkeer ontstond. Buiten de genoemde periodes was de bereikbaarheid hoger. De lagere bereikbaarheid uit genoemde periodes is niet gecompenseerd door een hogere bereikbaarheid in de overige periodes in 2016. Om dit te bereiken zou namelijk een uit het oogpunt van doelmatigheid onevenredige grote inzet aan extra personeel nodig zijn.

Door het beschikbaar komen van technische mogelijkheden worden steeds meer burgers en bedrijven geholpen zonder een informant te spreken. Het gaat dan om het bestellen van een formulier of doen van een uitstelverzoek door in het gespreksmenu de juiste keuze te maken en vervolgens het burgerservicenummer in te toetsen. De burgers en bedrijven die op deze wijze geholpen worden, worden niet meegenomen in de definitie van bereikbaarheid. De zogenaamde technische bereikbaarheid houdt wel rekening met deze stroom geholpen burgers en bedrijven en ligt met 88% hoger.

Kwaliteit beantwoording fiscale vragen BelastingTelefoon

Externe bureaus meten of de fiscaal juiste antwoorden worden gegeven. De streefwaarde is gerealiseerd. Een klein deel van de vragen had het karakter van een verzoek om een individueel belastingadvies. In die gevallen werd de belastingplichtige verwezen naar een fiscaal adviseur.

Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn

De tijdige afdoening van bezwaarschriften ligt 9% onder de streefwaarde. Voor de douane en de belastingmiddelen Vpb en LH is de streefwaarde nagenoeg gerealiseerd maar de afhandeling van bezwaren IH, OB en Toeslagen blijft achter bij de doelstelling.

Het niet realiseren van de Awb-doelstelling voor bezwaren IH is veroorzaakt door het meer en eerder opleggen van definitieve aanslagen zonder voorafgegaan te worden door voorlopige aanslagen. Een groot deel van de aanvullingen kon daardoor niet meer bij de aangiftes worden gevoegd en diende daardoor in het bezwaarproces te worden meegenomen.

Het niet realiseren van de Awb-doelstelling voor bezwaren OB is veroorzaakt door de hoge voorraad niet-tijdige bezwaarschriften OB aan het begin van 2016, die in de maanden maart en april 2016 grotendeels is weggewerkt, en een piek in het aanbod van bezwaren over kwartaalaangiften, waardoor de voorraad in september 2016 weer is opgelopen.

Het niet realiseren van de Awb-doelstelling voor bezwaren Toeslagen houdt verband met het afhandelen van een oude voorraad van vóór 2016. De nieuwe instroom wordt Awb-conform afgehandeld.

Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn

De streefwaarde voor de Awb-conforme afhandeling van klachten is gerealiseerd. In 2016 heeft de Belastingdienst 13.105 klachten ontvangen. Dat is 10,2% minder dan in 2015. Vooral Belastingen, FIOD en Toeslagen ontvingen minder klachten. B/CA en Douane ontvingen in 2016 ongeveer evenveel klachten als in 2015. De BelastingTelefoon ontving als enig dienstonderdeel meer klachten: 7,9% meer dan in 2015.

Klanttevredenheid

De realisatie van de klanttevredenheid over internet, balie en telefonie ligt binnen de bandbreedte van de streefwaarden of zelf iets daar boven. De score bevat, in tegenstelling tot eerdere jaren, niet de tevredenheid van ondernemers omdat het aantal respondenten te laag was voor een betrouwbare meting.

Kengetallen BelastingTelefoon
 

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Afgehandeld belvolume (aantallen)

15.236.020

14.154.450

12.807.020

Wachttijd: beleving (sec.)

67

731

79

Wachttijd: feitelijk (sec.)

145

111

109

1

Waarde januari tot en met mei 2015.

Toelichting

Uit bovenstaande kengetallen kan worden afgeleid dat het aantal aangenomen telefoongesprekken met ruim 1,3 miljoen is afgenomen. Deze daling is mede het gevolg van de acties die de BelastingTelefoon heeft ingezet om te sturen op het gebruik van de andere interactiekanalen (website, MijnBD en de online aangifte). De vernieuwde website is begin 2016 live gegaan. Door de nieuwe opzet kunnen bezoekers sneller en eenvoudiger de meest gezochte informatie vinden. Verder is de website aangevuld met informatie op basis van gegevens over de meest gestelde vragen aan de BelastingTelefoon. Via MijnBD is het mogelijk geworden om een verzoek tot uitstel in te dienen voor het doen van aangifte. De vragen en toelichtingen op de online aangifte voor de IH zijn dusdanig aangepast dat voor het controleren en aanvullen van de gegevens geen fiscale voorkennis nodig is. Tot slot wordt in verzonden brieven bij onder meer de werkstroom Auto verwezen naar de website in plaats van de BelastingTelefoon.

Uit de kengetallen van de wachttijd kan worden afgeleid dat de feitelijke wachttijd is verbeterd. Dit betreft het aantal seconden vanaf het moment waarop de klant zijn laatste keuze heeft gemaakt in het keuzemenu tot het moment waarop de klant wordt geholpen door een belmedewerker.

Vooringevulde aangifte

Eén van de maatregelen om de aangifte makkelijker te maken is de VoorIngevulde Aangifte (VIA) waarmee burgers gegevens die al bij de Belastingdienst bekend zijn elektronisch bij de Belastingdienst ophalen. Zij hoeven de gegevens alleen nog te controleren. Het aantal mensen dat gebruik maakt van deze service steeg van 7,9 miljoen in 2015 naar 9,0 miljoen in 2016. Dit houdt verband met het nog steeds groeiend aantal mensen dat VIA-gegevens downloadt en/of de app gebruikt, de groei van het aantal belastingplichtigen IB/IH en het feit dat belastingconsulenten en buitenlandse belastingplichtigen sinds 2016 de VIA-aangifte kunnen doen met behulp van commerciële software. Het beschikbaar komen van de VIA voor de winstaangifte (de aangifte van inkomstenbelasting voor ondernemers) heeft vertraging opgelopen door gebrek aan IV (InformatieVoorziening)-ontwikkelcapaciteit. In het afgelopen jaar zijn wel de specificaties voor de vooringevulde aangifte IH ondernemers uitgewerkt.

Mijnbelastingdienst.nl

Sinds 2015 is het webportaal Mijnbelastingdienst.nl in gebruik. Hiermee kunnen burgers online aangifte doen, uitstel aanvragen en rekeningnummers wijzigen. Het portaal wordt de komende jaren in functionaliteit verder uitgebreid en speelt een belangrijke rol in de interactie met de burger. In 2016 heeft de burger de mogelijkheid gekregen om zelf zijn inkomensgegevens in te zien en af te drukken. Hierdoor is het niet meer nodig om een inkomensverklaring (IB-60) aan te vragen. Ook kan de burger nu vanuit het portaal digitaal bezwaar maken en is het C-biljet toegevoegd. Daarnaast is in 2016 een start gemaakt met het beproeven van andere inlogmethodes naast DigiD. Deze proef wordt in 2017 voortgezet.

Elektronische berichtenverkeer

Het berichtenverkeer met de Belastingdienst wordt op grond van de Wet Elektronisch BerichtenVerkeer Belastingdienst (Wet EBV) geleidelijk gedigitaliseerd. De eerste stap was de digitale verzending van de voorschotbeschikkingen (automatische continueringen) van toeslagen voor 2016. Deze zijn vanaf eind november 2015 in de berichtenbox op MijnOverheid geplaatst. Bij wijze van service worden deze berichten ook op het portaal MijnToeslagen geplaatst. In 2016 zijn ook de voorlopige en definitieve aanslagen voor de inkomstenbelasting weer in de berichtenbox van MijnOverheid bezorgd, naast verzending op papier. Daarnaast zijn vanaf het najaar van 2016 zeven nieuwe berichtstromen in het kader van de inkomstenbelasting (vanaf belastingjaar 2014) behalve op papier ook digitaal verzonden naar de berichtenbox van MijnOverheid. Het gaat om ambtshalve aanslagen, navorderingsaanslagen, ambtshalve verminderingen, beslissingen op bezwaar, carry back, reacties op verzoeken voor een voorlopige aanslag en teruggaven bij middeling.

Verder is het in 2016 mogelijk geworden om de aangifte van erf- en schenkbelasting digitaal in te dienen via een elektronisch formulier op MijnBelastingdienst. Ook kan (op basis van het authentieke inkomensgegeven uit de basisregistratie Inkomen) voortaan een inkomensverklaring worden gedownload vanaf het onderdeel Persoonlijke gegevens van MijnOverheid.

In de periode november-december 2016 zijn de continueringsbeschikkingen van toeslagen voor 2017 wederom digitaal naar de berichtenbox van MijnOverheid gestuurd. Daarnaast zijn deze berichten ook weer op MijnToeslagen geplaatst. De Belastingdienst houdt een zogenoemde maatwerkoplossing in stand voor mensen die geen mogelijkheid hebben om berichten in de berichtenbox te (laten) raadplegen. Zij ontvangen een papieren kopie van berichten die de Belastingdienst uitsluitend digitaal bezorgt in de berichtenbox (tot op heden alleen de continueringsbeschikking van toeslagen). Zij kunnen bellen met de speciale helpdesk Digitale post als ze hiervoor in aanmerking willen komen.

E.3. Belastingdienst – Handhaving

De Belastingdienst oefent adequaat toezicht uit en dwingt, zo nodig, naleving af zodat burgers en bedrijven hun wettelijke verplichtingen nakomen.

Doelbereiking

De streefwaarden van de prestatie-indicatoren voor validatie van grote ondernemingen en boekenonderzoeken zijn niet gerealiseerd. De realisaties van het aantal behandelde aangiften Inkomensheffing, het beoogde percentage processen-verbaal dat leidt tot een veroordeling/ transactie en de douanecontroles zijn in geringe mate achtergebleven op de streefwaarde. Bij de toelichting van de desbetreffende prestatie-indicatoren wordt ingegaan op de oorzaken. De overige realisaties zijn op het gewenste niveau.

Misbruik en oneigenlijk gebruik

Belastingheffing en toeslagen zijn gevoelig voor Misbruik en Oneigenlijk gebruik (MenO), omdat de hoogte van de heffing en de verplichting tot betalen afhankelijk zijn van gegevens die belastingplichtigen en toeslaggerechtigden zelf verstrekken. Dit kan van invloed zijn op de volledigheid van de belastingontvangsten en de juiste uitbetaling van toeslagen. Het tegengaan van MenO bij de uitvoering van wet- en regelgeving vormt derhalve een geïntegreerd onderdeel van het rechtshandhavingsbeleid.

De bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik richt zich niet meer uitsluitend op de achterkant van een proces, wanneer het geld al is uitgekeerd, maar steeds meer op de voorkant: bij de aanvraag of de aangifte. Met behulp van data-analyse worden risicovolle posten beoordeeld en geselecteerd. Zowel bij Toeslagen, Belastingen en de Douane is gewerkt aan de ontwikkeling en implementatie van gerichte query’s en risicoclassificatiemodellen om misbruik, oneigenlijk gebruik en fouten te detecteren en tijdig onterechte uitbetalingen te voorkomen. Dat heeft erin geresulteerd dat in 2016 voor € 226 miljoen aan onterechte uitbetalingen inzake IH is voorkomen (2015: € 234 miljoen).

Belastingplichtigen die hun vermogen in binnen- of buitenland verborgen hielden voor de Belastingdienst konden in 2016 nog gebruik maken van de inkeerregeling. Onder deze regeling hebben zich in 2016 1.211 inkeerders gemeld (2015: 2.187)12 met een aangegeven ingekeerd vermogen van € 358 miljoen (2015: € 1,3 miljard). Hiermee bedraagt over de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2016 het totaal aantal inkeerders 17.907, met een aangegeven ingekeerd vermogen van € 6,3 miljard. De inkeerregeling heeft in 2016 € 154 miljoen aan extra belastinginkomsten opgeleverd (2015: € 559 miljoen).

Belastingdienst/Toeslagen past thematisch toezicht toe op lopende toekenningen. Dit vindt plaats op die situaties waarin het vaak fout gaat, waarin burgers vergeten op cruciale momenten mutaties door te voeren. Afhankelijk van de toeslagsoort is er sprake van meer of minder opbrengst. In 2016 heeft dit bij ruim 185.000 (inclusief de definitieve toekenning van de kinderopvangtoeslag en exclusief de 4-jarigen-attentiebrief) burgers geleid tot een vermindering van € 95 miljoen aan toeslagen (2015: ruim € 105 miljoen). De meest in het oog springende thema's zijn:

  • slechte schatters: bij circa 10.000 burgers (2015: ruim 61.000) is de toeslag verminderd met in totaal € 7 miljoen (2015: ruim € 58 miljoen). Het aantal verminderingen en het bedrag van de vermindering is ten opzichte van 2015 lager omdat de inkomensgegevens voor het Massaal automatisch continueren zijn verbeterd en

  • kinderopvang 4-jarigen: bij circa 10.000 burgers is de toeslag verminderd met in totaal circa € 16 miljoen.

Ter voorkoming van misbruik of oneigenlijk gebruik van toeslagen zijn maatregelen uitgevoerd die toezien op een extra beoordeling van mutaties, voordat een voorschot bij een verhoogd risico wordt uitgekeerd. In 2016 zijn 105.000 mutaties beoordeeld (2015: 90.900). Bij circa 70.000 heeft dit geleid tot een correctie van het toeslagbedrag. Met de maatregelen is een (bruto) vermindering gemoeid van € 87 miljoen (2015: € 81 miljoen). Netto is (conform de afgesproken rekenmethodiek) een bedrag van € 28,3 miljoen aan uitbetaling tegengehouden (2015: € 26,1 miljoen).

Voor de kinderopvangtoeslag is het deel (circa 16,7%) dat betrekking heeft op het toekennen van de gastouderopvang onzeker in verband met niet objectief vast te stellen uren. Deze onzekerheid bestond ook al vóór 2016 en is het gevolg van beperkingen in wet- en regelgeving en als gevolg daarvan beperkingen in de controlemogelijkheden voor Belastingdienst/Toeslagen.

De FIOD (Fiscale Inlichtingen en OpsporingsDienst) vervult een belangrijke taak in de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, ondermijning en het afpakken van crimineel vermogen. Met het strafrechtelijk afpakken van wederrechtelijk verkregen voordeel was in 2016 een bedrag gemoeid van € 543 miljoen (2015: € 198 miljoen). Verder is voor € 224,5 miljoen conservatoir beslag gelegd (2015: € 101 miljoen).

Bij brief van 10 december 201213 van de Staatssecretaris van Financiën aan de Kamer zijn maatregelen voorgesteld om het toezicht te intensiveren (Intensivering Toezicht en Invordering, ITI). Deze maatregelen betreffen ondermeer de versnelling van de aanslagregeling voor particulieren, de uitvoering van boekenonderzoeken, de uitvoering van controles voor de omzetbelasting en de vennootschapsbelasting en het realiseren van structureel extra opbrengsten uit invordering. Hiervoor is in 2012 een business case gemaakt. De ITI-opbrengsten zijn onderdeel van de totale belastingontvangsten zoals deze zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Financiën (IX). Het deel van de totale belastingontvangsten dat wordt toegerekend aan opbrengsten ten gevolge van de intensivering wordt door de Belastingdienst gemonitord en gerapporteerd. Vanwege beperkingen in de rapportages had de Belastingdienst behoefte om de totstandkoming van de financiële gegevens in de monitor en de hierover opgenomen toelichtingen door de AuditDienst Rijk (ADR) te laten onderzoeken. De ADR heeft hiertoe de verantwoordingen 2013 en 2014 over de businesscase onderzocht en vastgesteld dat deze tekortkomingen en onzekerheden kennen. Deze worden veroorzaakt door onduidelijkheid in definities, uitgangspunten en grondslagen van de businesscase en tekortkomingen in het monitormodel. Ook is geconstateerd dat de businesscase geen rekening houdt met autonome ontwikkelingen en dat een mechanisme ontbreekt om de businesscase aan te passen. De precieze omvang van de onzekerheden kan niet worden vastgesteld. Om deze reden zijn de realisatiecijfers van ITI niet opgenomen in het jaarverslag. De door de ADR geconstateerde onzekerheden in de ITI-verantwoording hebben betrekking op de toerekening aan de businesscase van de intensivering.

Fiscaal Toezicht

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Streefwaarde

2016

Realisatie

2016

Percentage gevalideerde grote ondernemingen voor horizontaal toezicht

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

85

81

Aantal MKB-ondernemingen onder een horizontaaltoezichtconvenant

87.000

89.000

109.000

112.600

75.000–100.000

143.000

Aantal behandelde aangiften IH (betreft Particulieren en MKB)

855.500

1.076.000

1.048.500

1.009.000

845.000–1.000.000

839.400

Aantal behandelde aangiften VpB

28.000

29.000

34.000

36.000

29.000–37.000

37.000

Aantal boekenonderzoeken

29.900

40.700

38.300

26.300

30.750–33.250

27.900

Percentage bezwaren ingediend na een correctie door de Belastingdienst

n.v.t.

n.v.t.

10

n.v.t.

8–12

8,6

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

Percentage gevalideerde grote ondernemingen voor horizontaal toezicht

Voor elke grote onderneming wordt beoordeeld of de onderneming in aanmerking komt voor horizontaal toezicht. Het streven om deze toets eind 2016 voor 85% van alle categorie 1- en 2-klanten van het segment Grote ondernemingen te hebben uitgevoerd is niet gerealiseerd. Door de uitstroom van personeel in het kader van de vertrekregeling, in combinatie met een reeds bestaande onderbezetting, was het niet mogelijk om deze doelstelling volledig te realiseren.

Aantal behandelde aangiften IH

Vanaf 2015 is de focus bij de aangiftebehandeling van IH verlegd naar posten met een groter fiscaal belang en risico. Deze aangiften kenmerken zich door een hogere tijdsbesteding. Het aantal behandelde aangiften IH is daardoor in geringe mate achtergebleven op de streefwaarde.

Aantal boekenonderzoeken

Vanaf 2015 is de focus bij boekenonderzoeken verlegd naar posten met een groter fiscaal belang en risico. Deze boekenonderzoeken kenmerken zich door een hogere tijdsbesteding en hogere opbrengst. Het aantal beoogde boekenonderzoeken is niet gerealiseerd. Met een gemiddelde bruto correctieopbrengst per boekenonderzoek in 2016 van € 36.455 is sprake van een stijging van circa € 5.500 ten opzichte van 2015.

Toeslagen

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Streefwaarde

2016

Realisatie

2016

Rechtmatige toekenning van toeslagen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

gerealiseerd

de score van fouten en onzekerheden ligt onder de rapporteringsgrens op artikelniveau

gerealiseerd

Aantal terug te betalen bedragen onder € 500 als percentage van het totale aantal terugbetalingen in een gegeven toeslagjaar

93,1

91,5

92,3

91,9

91

91,6

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

Terug te betalen bedragen zoveel mogelijk beperken

De Belastingdienst streeft er naar het ontstaan van terug te betalen bedragen bij het definitief toekennen zoveel mogelijk te beperken tot bedragen die inherent zijn aan de systematiek van de inkomensafhankelijke regelingen. De streefwaarde hiervoor is gerealiseerd (< € 500).14

Douane

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Streefwaarde

2016

Realisatie

2016

Controles op goederenstromen (aantal)

352.000

338.300

357.100

386.000

350.000–420.000

366.400

Gecertificeerde goederenstromen (percentage)

85

91

91

89

>90

88

Controles op passagiersvluchten (aantal)

13.100

13.600

14.7001

13.000

12.000–15.000

11.600

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

1

Het cijfer was in het jaarverslag 2015 abusievelijk afgerond op 15.000 in plaats van afronding op honderdtallen.

Toelichting

Controles op goederenstromen

De aantallen controles zijn lager dan vorig jaar, maar vallen nog binnen de planning van de jaardoelstelling.

Gecertificeerde goederenstromen

De omvang van het gecertificeerde deel van de goederenstromen blijft iets achter bij de planning. Dit wordt veroorzaakt door een toename van het aantal aangiften afkomstig van niet-gecertificeerde bedrijven.

Controles op passagiersvluchten

De voortgang is vanaf het begin van het verslagjaar achtergebleven bij de doelstelling doordat in de zomer een deel van de capaciteit is ingezet voor bijstand van de Koninklijke Marechaussee (KMar). De capaciteit voor controles op passagiersvluchten heeft zich in het najaar iets hersteld, maar niet in de mate die was verwacht. Daarmee is de doelstelling van het aantal gecontroleerde vluchten niet gerealiseerd.

De aantallen correcties en processen-verbaal die voortvloeien uit de controles van de Douane zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Correcties en processen-verbaal VGEM (Veiligheid, Gezondheid, Economie en Milieu) en fiscaal

Prestatie-indicator (aantallen x 1.000)

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Realisatie

2016

Correcties scan- en fysieke controles vracht

3,6

2,6

6,2

7,8

9

Correcties koeriers en postzendingen

14

15

14

6,5

10,8

Correcties passagiers

19

18

19

20

15

Correcties ambulante controles binnen/buitengrens

1,7

1,6

1,5

1,1

1,2

Correcties administratieve controles

0,6

0,5

0,7

0,7

0,7

Processen-verbaal

22

26

27

16

15

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

FIOD

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator (in %)

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Streefwaarde

2016

Realisatie

2016

Percentage processen-verbaal dat leidt tot veroordeling/transactie

84

85

83

82

82–85

80

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

De keuze voor de te vervolgen zaken vindt plaats in het overleg tussen het Openbaar Ministerie (OM), de toezichthouders en de FIOD. In 2016 zijn 543 processen verbaal afgerond (2015: 466). Omdat de verwerking van processen-verbaal vaak enige tijd duurt, hebben nog niet al deze processen-verbaal in 2016 geleid tot een uitspraak. Het OM heeft in 2016 225 FIOD-zaken behandeld (2015: 190), waaronder zaken uit eerdere jaren. Van de 225 zaken zijn 45 zaken geseponeerd of hebben geleid tot vrijspraak. 180 zaken hebben wel tot een veroordeling geleid. Hieruit volgt het percentage van 80%, wat onder de streefwaarde is.

Invordering

Realisatie meetbare gegevens

Kengetal (in %)

Realisatie 2012

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie

2015

Streefwaarde 2016

Realisatie 2016

Achterstand invordering

2,3

2,4

2,3

2,2

2,5–3,0

2,6

Betaling belastingen en premies op compliante wijze

 

98,2

98,3

98,4

98–99

98,4

Inning invorderingsposten binnen een jaar

 

57,0

58,5

57,0

55–65

57,2

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

De streefwaarden zijn gerealiseerd.

E.4. Belastingdienst – Massale processen

De Belastingdienst voert zijn massale processen efficiënt uit.

Doelbereiking

De doelstelling wordt afgemeten aan het aantal postzendingen zonder fouten. De doelstelling is gerealiseerd.

Realisatie meetbare gegevens

Kengetal (in %)

Realisatie 2012

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie

2015

Streefwaarde 2016

Realisatie 2016

Postzendingen zonder fouten

100

99,3

99,9

100

>99

100

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

Op verschillende plaatsen in het ontvangstproces zijn maatregelen getroffen om er op toe te zien dat belastingplichtigen de juiste berichten en gegevens ontvangen. Grote stromen beschikkingen (aangiften, aanslagen, toeslagen) worden voor verzending systematisch gecontroleerd op juistheid, volledigheid en inhoudelijke (fiscale) kwaliteit. In 2016 zijn 11.385 partijen gecontroleerd. Deze partijen waren in totaal goed voor circa 148 miljoen poststukken.

Daarnaast wordt het aantal damages bijgehouden. Een damage is een verstoring in het primaire proces die leidt tot directe gevolgen voor burgers of bedrijven. Het aantal damages is ten opzichte van 2015 afgenomen (56 verstoringen in 2016 tegen 76 in 2015). Op de website van de Belastingdienst is een aparte pagina ingericht waarop direct de verstoringen worden gemeld, inclusief een instructie voor burgers en bedrijven hoe te handelen.

Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het aantal belastingplichtigen en toeslaggerechtigden over de afgelopen jaren weer.

Volumeontwikkeling belastingplichtigen en toeslaggerechtigden

Kengetal (aantallen x 1.000)

Realisatie 2012

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Belastingplichtigen IB/IH

8.003

7.845

7.847

8.003

8.268

Belastingplichtigen VpB

853

886

909

925

952

Inhoudingsplichtigen LB/LH

638

639

647

665

678

Belastingplichtigen OB

1.571

1.637

1.754

1.784

1.854

Toeslaggerechtigden

6.465

6.104

5.829

5.493

5.570

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

De cijfers tonen een groei van het aantal belastingplichtigen bij de vier grote belastingmiddelen aan, met name bij de IB/IH en de OB. Het volume van toeslaggerechtigden wisselt over de jaren en is in 2016 licht toegenomen.

Ingediende aangiften inkomstenbelasting

Kengetal (belastingjaar t-1; aantal x 1.000)

Realisatie 2012

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Ontvangen aangiften:

10.968

11.148

11.282

11.503

11.705

waarvan digitaal

10.448

10.705

10.891

11.130

11.403

waarvan papier

520

443

391

373

302

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

Steeds meer belastingplichtigen kiezen voor de digitale aangifte. Dit heeft geleid tot een verdere daling van het aantal aangiften op papier.

Tijdige afhandeling aangiften

Kengetal (in %)

Realisatie 2012

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Tijdigheid afhandelen aangiften IB

98,5

99,9

99,4

99,1

99,5

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

Als regel ontvangen degenen die vóór 1 april hun aangifte inkomstenbelasting doen, vóór 1 juli bericht van de Belastingdienst. De doelstelling voor het tijdig afhandelen van aangiften IB bedraagt 98–100% en is met 99,5% ruimschoots gerealiseerd.

12

De cijfers over de inkeerregeling uit het jaarverslag 2015 zijn in dit jaarverslag gecorrigeerd.

13

Kamerstukken II 2012–13, 31 066, nr. 149.

14

Voor kinderopvangtoeslag wordt een grens van € 1.000 aangehouden. Bij de toekenningen van kinderopvangtoeslag gaat het veelal om hogere bedragen dan bij andere toeslagen.

Licence