Base description which applies to whole site

Artikel 1 Investeren in waterveiligheid

Omschrijving van de samenhang met het beleid

Het Rijk investeert in waterveiligheid om te voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen en het Rijk en een bijdrage te leveren aan het beheer van de Rijkswateren. Het artikel waterveiligheid is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal waterbeleid) in het jaarverslag Hoofdstuk XII.

Overzicht van budgettaire gevolgen van uitvoering (bedragen x € 1.000)

Stand

       

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

 

Verplichtingen

 

1.053.633

622.126

254.312

531.871

1.014.493

– 482.622

1

Uitgaven

 

574.101

821.580

715.458

587.938

661.112

– 73.174

 

1.01 Grote projecten waterveiligheid

 

463.826

700.046

546.895

432.091

567.349

– 135.258

 

1.01.01 Programma HWBP-2 Waterschapsprojecten

 

205.657

298.717

141.642

229.746

301.396

– 71.650

2

1.01.02 Programma HWBP-2 Rijksprojecten

 

4.151

5.677

7.822

5.018

5.900

– 882

 

1.01.03 Ruimte voor de rivier

 

234.209

373.128

376.855

181.995

227.930

– 45.935

3

1.01.04 Maaswerken

 

19.809

22.524

20.576

15.332

32.123

– 16.791

4

1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid

 

101.860

115.247

165.228

147.808

84.808

63.000

 

1.02.01 Verkenningen en planuitwerkingsprogramma

 

20.569

2.850

4.802

2.175

27.916

– 25.741

5

1.02.02 Realisatieprogramma

 

81.291

112.397

160.426

145.633

56.892

88.741

6

1.03 Studiekosten

 

8.415

6.287

3.335

8.039

8.955

– 916

 

1.03.01 Studie en onderzoekskosten

 

8.415

6.287

3.335

8.039

8.955

– 916

 

1.03.02 Overige studiekosten

 

0

0

0

0

0

0

 

1.04 GIV/PPS

 

0

0

0

0

0

0

 

1.09 Ontvangsten Investeren in waterveiligheid

 

92.708

151.020

207.416

208.776

186.950

21.826

 

1.09.01 Ontvangsten waterschappen HWBP-2

 

79.608

124.477

172.078

156.754

152.320

4.434

 

1.09.02 Overige ontvangsten HWBP-2

 

163

1.056

114

0

0

0

 

1.09.03 Ontvangsten waterschappen nHWBP

 

1.550

6.176

9.042

29.054

29.000

54

 

1.09.04 Overige ontvangsten nHWBP

 

0

0

0

0

0

0

 

1.09.05 Overige aanleg ontvangsten

 

11.387

19.311

26.182

22.968

5.630

17.338

7

  • Ad 1) De verplichtingen van diverse projecten zijn bijgesteld om aan te sluiten bij de actuele projectplanningen. Dit komt met name door de volgende projecten:

    • Markermeerdijken (€ – 460 miljoen): in de Jaarverantwoording 2015 is reeds melding gemaakt van het feit dat de voorbereiding van dit project meer tijd heeft gekost onder andere omdat een onderzoek naar de peilverlaging middels pompen is gedaan. Deze aanpassing is bekend geworden na het opstellen van de ontwerpbegroting 2016. In 2018 wordt over gegaan op beschikking van het genoemde bedrag.

    • Ruimte voor de Rivier: De lagere verplichtingen (€ – 62 miljoen) worden veroorzaakt door een versnelling van fase 2 van het project IJsseldelta waardoor de realisatie van fase I tijdelijk on hold gezet is, evenals een versnelling bij het project Kribverlaging. Vertraging als gevolg van de onderhandelingen over claims van de opdrachtnemer bij het project Hagestein Opheusden zorgen ook voor lagere verplichtingen.

    • Dijkversterking Texel: Onder andere in verband met een aanbestedingsmeevaller is de verplichtingenrealisatie € 47 miljoen lager dan begroot.

    • Realisatieprogramma: Hogere verplichtingen binnen het realisatieprogramma onder andere als gevolg van het naar voren halen van het project Eemshaven–Delfzijl (€ 95 miljoen).

  • Ad 2) De lagere realisatie heeft met name plaatsgevonden op de volgende projecten:

    • Zwakke Schakels Zeeuws Vlaanderen (€ – 5 miljoen): de financiële afhandeling wordt doorgeschoven naar 2017 als gevolg van de lopende onderhandelingen met de aannemer over een aantal claims.

    • Bergambacht–Schoonhoven (€ – 11 miljoen): Dit project is in 2016 financieel afgewikkeld, het resterende projectbedrag komt niet tot betaling.

    • Zwakke schakels kust Noord-Holland (€ – 15 miljoen): Dit project is in 2016 afgerekend de lagere uitgaven komen doordat een aantal risico’s zich niet hebben voorgedaan.

    • Dijkversterking Markermeerdijk Hoorn–Edam–Amsterdam (€ – 57 miljoen): doordat de alliantie onderzoek heeft gedaan naar de verschillende varianten heeft de planfase meer tijd gekost, waardoor de beschikking in 2018 zal worden verstrekt.

    • Dijkversterking Texel (€ – 14 miljoen): de planuitwerking heeft meer tijd gekost waardoor er in 2016 minder is gerealiseerd.

    De realisatie op het project Hoogwaterkering Den Oever (€ 22 miljoen) is hoger als gevolg van een versnelling in het project waardoor de voorbereiding in 2016 is afgerekend in plaats van begin 2017.

  • Ad 3) De lagere realisatie heeft verschillende oorzaken. Een versnelling in fase 2 van het project IJsseldelta maakt dat werkzaamheden uit fase 1 niet meer benodigd zijn, met een lagere realisatie als gevolg (€ – 6,5 miljoen). Tevens is de BTW compensatie op het project Lent is hoger dan verwacht (€ – 5,5 miljoen) en realiseert het project Hagestein Opheusden over 2016 lagere kosten (€ – 6 miljoen), enerzijds als gevolg van vertraging door onderhandelingen over claims en anderzijds door het eerder opleveren van een deelmaatregel met een kasschuif tot gevolg. De herijking van de risicovoorziening op programmaniveau heeft geleid tot een aanpassing van het kasritme (€ – 14 miljoen). Voor de toelichting op het overige verschil wordt verwezen naar het projectoverzicht realisatieprogramma (1.01.03).

  • Ad 4) Bij de Maaswerken is € 10 miljoen overgeheveld van Zandmaas naar de Provincie voor het realiseren van Ooijen-Wanssum. Het overige deel van de lagere realisatie komt doordat de besluitvorming over de realisatie van een aantal sluitstukkaden is vertraagd.

  • Ad 5) De lagere realisatie is voornamelijk veroorzaakt doordat voor de projecten Ooijen Wannssum en Ambitie Afsluitdijk budget (€ 14 miljoen) is overgeheveld naar de regionale partijen. Verder is budget verschoven naar 2017 voor enerzijds de Ambitie Afsluitdijk (€ 10 miljoen) waar pas recentelijk overeenstemming is bereikt met de provincie Friesland over de vismigratie rivier en anderzijds voor de Legger primaire waterkering Vlieland/Terschelling (€ 2,5 miljoen) waarvoor meer onderzoek nodig is dan verwacht.

  • Ad 6) De hogere realisatie is enerzijds het gevolg van het naar voren halen van de planning van het project Eemshaven Delfzijl. Anderzijds is door onder andere additionele onderzoeken en projectoptimalisaties sprake van een vertraging dus lagere realisatie op de projecten Afferdense en Deestse Waarde en de Vooroeverbestorting Wester- en Oosterschelde.

    Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het projectoverzicht realisatieprogramma Overige aanlegprojecten Waterveiligheid bij artikelonderdeel 1.02.02.

  • Ad 7) Betreft de financiering (€ 10,3 miljoen) van het wegontwerp, de verzorgingsplaatsen A7 en fietspad op de Afsluitdijk. De kosten wegontwerp en verzorgingsplaatsen A7 worden vanuit het Infrastructuurfonds gefinancierd. De fietspaden door de provincies Noord-Holland en Friesland. De ontvangsten voor vastgoed zijn hoger dan voorzien (€ 7 miljoen). Delen van de percelen die verworven zijn, zijn uiteindelijk niet nodig voor de werkzaamheden. Deze overhoeken worden nu weer verkocht. De opbrengsten blijven beschikbaar voor het programma.

Financiële toelichting

1.01 Grote projecten waterveiligheid

Motivering

Deze projecten, waaraan de Tweede Kamer de status van Groot Project heeft toegekend, dragen bij aan de waterveiligheid in Nederland.

Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2)

Producten

Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die zijn voortgekomen uit de periodieke toetsing conform de Waterwet. Uit de resultaten van de eerste (2001) en tweede (2006) toetsing op veiligheid van de primaire waterkeringen bleek dat een deel van deze keringen niet voldoet aan de wettelijke norm (Kamerstukken II, 2007–2008, 27 625 en 18 106, nr. 103). Verder bleek uit een toets in 2003 door RWS en de keringbeheerders dat de zeeweringen langs de Noordzeekust op een aantal locaties op een termijn van twintig jaar niet meer aan de geldende veiligheidsnorm zullen voldoen. Deze locaties zijn aangemerkt als Zwakke Schakels. Met de oplevering van de laatste Zwakke Schakel West-Zeeuws-Vlaanderen, eind 2016, is de kustverdediging van Nederland voor de komende 50 jaar weer op orde.

Vanuit HWBP-2 worden subsidies verstrekt aan de waterschappen ten behoeve van de uitvoering van de vereiste verbetermaatregelen en worden de maatregelen aan de Rijkskeringen betaald.

Met het afsluiten van het Bestuursakkoord Water (in 2011) dragen de waterschappen bij aan de financiering van het HWBP-2. De procedureregeling Grote Projecten is op 22 maart 2011 op het HWBP-2 van toepassing verklaard. Op basis van de uitgangspuntennotitie van de Tweede Kamer is een basisrapportage opgesteld (Kamerstukken II 2011–2012 27 625, nr. 237).

Het HWBP-2 bestaat uit 87 versterkingsprojecten, inclusief de Zwakke Schakels. Conform de Regeling Grote Projecten heeft de Tweede Kamer in 2016 twee voortgangsrapportrages ontvangen: Voortgangsrapportage 9 (Kamerstukken II, 2015–2016 32 698, nr. 26) en Voortgangsrapportage 10 (Kamerstukken II, 2015–2016 32 698, nr. 29). Deze hadden betrekking op de periode 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016.

Het HWBP-2 is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.

HWBP-2

Start realisatie

• Houtribdijk

• Waddenzeedijk Texel

 

• Hoogwaterkering Den Oever

Oplevering (waterveilig)

• Hoeksche Waard Noord

• Zwakke Schakels West Zeeuws Vlaanderen

• Dijkversterking Krimpen

• Waddenzeedijk Friese Kust

Volgens de begroting 2016 zouden de volgende projecten in 2016 in realisatie gaan, maar is dit door onderstaande redenen niet gebeurd:

  • Markermeerdijk Hoorn–Edam–Amsterdam: door het onderzoeken van verschillende varianten door de alliantie neemt de planfase meer tijd in beslag.

  • Ipenslotersluis en Diemerdammersluis: dit project is in 2015, een kwartaal eerder dan voorzien, in realisatie gegaan na een actualisatie van de planning.

Het project Hoogwaterkering Den Oever verloopt sneller dan in de Begroting 2016 is voorzien, met een eerdere start van de realisatie als gevolg.

Volgens de Begroting 2016 zouden in 2016 de volgende maatregelen «opgeleverd» moeten worden, maar door onderstaande redenen heeft dit niet in 2016 plaatsgevonden:

  • Keersluis Meppelerdiep Zwartsluis: een nieuwe sluisdeur is in 2016 geplaatst met een tijdelijke bediening, in 2017 wordt de definitieve bediening geïnstalleerd en vindt de definitieve oplevering plaats.

  • Dijkversterking Spui West: is door een snelle uitvoering reeds in 2015 opgeleverd.

  • Zwakke Schakels Noord-Holland: is reeds in 2015 opgeleverd (waterveilig).

Projectoverzicht tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (1.01.01/02) (bedragen x € 1 mln)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Oplevering

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

2016

   

2016

 

2016

   

Project HWBP-2

         

2021

2021

 

Projecten Nationaal

               

HWBP-2 Rijksprojecten

1

2

1

199

199

     

HWBP-2 Waterschapsprojecten

301

230

– 71

2.807

2.470

   

1

Overige projectkosten

5

3

– 2

45

45

     

afrondingsverschillen

 

0

0

 

1

     

Programma

307

235

– 72

3.051

2.715

     

Begroting (DF 1.01.01/02)

307

235

– 72

         

Toelichting:

  • Ad 1) De lagere realisatie heeft met name plaatsgevonden op de volgende projecten:

    • Zwakke Schakels Zeeuws Vlaanderen (€ – 5 miljoen): de financiële afhandeling wordt doorgeschoven naar 2017 als gevolg van de lopende onderhandelingen met de aannemer over een aantal claims.

    • Bergambacht–Schoonhoven (€ – 11 miljoen): Dit project is in 2016 financieel afgewikkeld, het resterende projectbedrag komt niet tot betaling.

    • Zwakke schakels kust Noord-Holland (€ – 15 miljoen): Dit project is in 2016 afgerekend de lagere uitgaven komen doordat een aantal risico’s zich niet hebben voorgedaan.

    • Dijkversterking Markermeerdijk Hoorn–Edam–Amsterdam (€ – 57 miljoen): doordat de alliantie onderzoek heeft gedaan naar de verschillende varianten heeft de planfase meer tijd gekost, waardoor de beschikking in 2018 zal worden verstrekt.

    • Dijkversterking Texel (€ – 14 miljoen): de planuitwerking heeft meer tijd gekost waardoor de beschikking niet in 2016 is afgegeven.

    De realisatie op het project Hoogwaterkering Den Oever (€ 22 miljoen) is hoger als gevolg van een versnelling in het project waardoor de voorbereiding in 2016 is afgerekend in plaats van begin 2017.

Ruimte voor de Rivier

Met de Planologische Kernbeslissing (PKB) wil het kabinet twee doelstellingen bereiken:

  • Het op het vereiste niveau brengen van de bescherming van het rivierengebied tegen overstromingen. Dit houdt in dat de veiligheid langs de Rijntakken en het benedenstroomse deel van de bedijkte Maas (vanaf Hedikhuizen) in overeenstemming wordt gebracht met de wettelijke vereiste norm.2

  • Een bijdrage leveren aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied, waardoor het rivierengebied economisch, ecologisch en landschappelijk wordt versterkt.

Het programma Ruimte voor de Rivier is op 15 mei 2001 door de Tweede Kamer aangewezen als Groot Project. De PKB bevat een besluit over het uiterlijk eind 2015 uit te voeren basispakket van 39 maatregelen en de plaats waar deze getroffen worden. De PKB geeft bovendien een doorkijk naar de lange termijnopgave voor waterveiligheid. Om flexibiliteit in te bouwen is gekozen voor een programmatische aanpak. Conform de Regeling Grote Projecten heeft de Tweede Kamer in 2016 twee voortgangsrapportages ontvangen: Voortgangsrapportage 27 (Kamerstukken II 2015–2016 30 080, nr. 80) en Voortgangsrapportage 28 (Kamerstukken II 2015–2016 30 080, nr. 83). Deze hadden betrekking op de periode juli 2015 tot en met juni 2016.

In 2016 zijn geen maatregelen gestart en de volgende projecten opgeleverd:

Ruimte voor de Rivier

Oplevering

• Dijkverbetering Nederrijn/Betuwe/Tieler- en Culemborgerwaarden

• Dijkverbetering Lek/Betuwe/Culemborgerwaarden

 

• Dijkverlegging Cortenoever

 

• Uiterwaardvergraving Scheller en Oldeneler Buitenwaarden

 

• Dijkverlegging Westenholte

 

• Ruimte voor de Rivier IJsseldelta, gedeelte Zomerbedverlaging

Volgens de Begroting 2016 zouden in 2016 de volgende maatregelen «opgeleverd» moeten worden, maar door onderstaande redenen heeft dit niet in 2016 plaatsgevonden:

  • Extra uiterwaardvergraving Millingerwaard: als gevolg van extra vertraging in de verplaatsing van een overslagbedrijf (door onvoorziene verontreinigingen op de hervestigingslocatie), kan een deel van de maatregel niet tijdig gerealiseerd worden. Realisatie van de maatregel is voorzien in 2017 (zie VGR27).

  • Dijkverbetering Lek / Alblasserwaard en de Vijheerenlanden is door een voorspoedige realisatie al in 2015 gerealiseerd, waar in de begroting nog van 2016 werd uitgegaan (zie VGR27).

  • Hoogwatergeul Veessen–Wapenveld: door vertraging in de ontwerpfase, is realisatie uitgelopen tot begin 2017 (zal verantwoord worden in VGR29).

Ruimte voor de Rivier is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.

Projectoverzicht Ruimte voor de Rivier (bedragen x € 1 mln.)

Projectoverzicht Ruimte voor de Rivier (1.01.03) (bedragen x € 1 mln.)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Oplevering

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

2016

   

2016

 

2016

   

Project RvdR

         

2019

2019

 

Projecten Nationaal

             

1

Projectbudget RvdR

228

182

– 46

2.386

2.362

     

afrondingsverschillen

       

0

     

Programma

228

182

– 46

2.386

2.362

     

Begroting (DF 1.01.03)

228

182

– 46

         

Toelichting:

  • Ad 1) De lagere realisatie heeft de volgende oorzaken:

    • IJsseldelta (€ – 6,5 miljoen): door een versnelling in fase 2, is een deel van de werkzaamheden uit fase 1 niet meer benodigd, dan wel worden deze onderdeel van fase 2. Dit betekent een lagere realisatie in fase 1.

    • Lent (€ – 5,5 miljoen): het deel dat in aanmerking komt voor BTW compensatie is hoger dan voorzien.

    • Hagestein Opheusden (€ – 6 miljoen): onderhandelingen over de afwikkeling van een tweetal claims van de opdrachtnemer zorgen voor druk op de planning met een lagere realisatie als gevolg.

    • Diverse projecten (€ – 28 miljoen): Door een versnelling in de uitvoering door lage waterstanden bij het project Kribverlaging zijn lagere kosten gerealiseerd (€ – 3 miljoen). Tevens is het Plan van Aanpak van het Project Volkerak Zoommeer goedgekeurd en is op basis van de planning van de aannemer de kasprognose aangepast (€ – 3 miljoen). Door het beroep bij de Raad van State bij project IJsseldelta (Reevediep) en het later naar boven halen van de Kogge is de planning van de aannemer en het daarbij horende kasritme aangepast (€ – 5 miljoen). Tevens is een deelmaatregel van het project Hagestein Opheusden eerder opgeleverd dan voorzien waardoor een kasschuif heeft plaatsgevonden (€ – 3 miljoen). Tot slot is de risicovoorziening op programmaniveau herijkt en is het kasritme aangepast naar de huidige inzichten (€ – 14 miljoen).

De oplevering van het volledige programma is vooralsnog afhankelijk van de realisatie van de laatste mijlpaal. Op dit moment is dat het project IJsseldelta, die voor het onderdeel zomerbedverlaging Reevediep medio 2019 zijn mijlpaal waterveiligheid realiseert. Bovengenoemde maatregelen vallen binnen of samen met die mijlpaal. Omdat het gaat om een PKB met een totaal pakket aan samenhangende opgaven, verschuift dus automatisch ook de oplevering van het programma. Zoals aangekondigd bij VGR 28, wordt het resterende deel van de waterveiligheidsdoelstelling bereikt na het realiseren van IJsseldelta Fase II, dat gereed is medio 2022. Dit project valt buiten de scope van de PKB Ruimte voor de Rivier en zal dus de eindmijlpaal voor het programma niet vertragen.

Maaswerken

Op dit onderdeel worden de uitgaven van de deelprogramma’s Zandmaas en Grensmaas van het programma Maaswerken verantwoord. Maaswerken is voortgekomen uit het Deltaplan Grote Rivieren dat na de twee hoogwaters in de Rijn en de Maas in december 1993 en januari 1995 tot stand kwam. Belangrijkste doelstelling van de deelprogramma’s Zandmaas en Grensmaas is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord-Brabant tegen hoog water van de Maas.

Zandmaas

De zandmaasprojecten zijn gereed. De hoogwaterdoelstelling door rivierverruiming is bereikt.

De zomerbedverdieping stuwpand Sambeek is in mei 2016 formeel opgeleverd; de zuidgeul Well-Aijen is eveneens gereed. De bijdrage aan de hoogwaterdoelstelling bij Lomm is gerealiseerd, de hoogwatergeul wordt overgedragen aan Stichting Het Limburgs Landschap. Het retentiebekken Lateraalkanaal-West is in werking. Voor het realiseren van de natuurdoelstelling Zandmaas zijn 396 hectaren beschikbaar. In combinatie met en aansluitend op de noordgeul bij Well-Aijen wordt het Maaspark Well uitgevoerd. Daarmee zijn extra natuurgronden beschikbaar en wordt de natuuropgave van 427 hectaren gehaald. Tenslotte zijn alle resterende projectbesluiten over de prioritaire sluitstukkaden genomen, met uitzondering van de historische kademuur Eijsden (verwacht in 1e kwartaal 2017). Zo kan in 2017 worden gestart met de uitvoering.

Grensmaas

In Bosscherveld is de uitvoering van grindwinning in 2016weer opgestart. De opdracht voor de uitvoering van het zuidelijk passeervak in het Julianakanaal is aan Consortium Grensmaas verstrekt. Zij is gestart met de ontwerpwerkzaamheden. Het passeervak komt ter plaatse van de haven en dient in de loop van 2018 klaar te zijn. De faunapassage bij de brug Elsloo is door het Consortium Grensmaas aanbesteed en inmiddels gereed. In Meers zijn geen bijzonderheden. De uitvoering en grindafzet verloopt via de regionale markt. De inzet is gericht op het realiseren van de hoogwaterdoelstelling in 2017. De werkzaamheden van de oeverbescherming op locatie Urmond zijn afgerond. Vlaanderen / NV De Scheepvaart heeft ingestemd met het herontwerp van de locatie Grevenbicht en het definitief ontwerp is geaccepteerd.

Bij de locatie Visserweert is de hoogwaterbrug tussen Illikhoven en Visserweert gereed en voor het verkeer opengesteld. De ontgravingswerkzaamheden t.b.v. de rivierverruiming Visserweert zijn gestart. Vlaanderen en Nederland voeren samen de aanvullende Boertienmaatregelen (Boertien-plus) uit. De uitvoering van het project Booien–Veurzen is op 1 maart 2016 gestart en verloopt voorspoedig.

Met de uitvoering van de deelprogramma’s Zandmaas en Grensmaas moet bescherming tot een waterstand met een overschrijdingskans van 1/250e gerealiseerd worden.

Conform de Regeling Grote Projecten heeft de Tweede Kamer in 2016 twee voortgangsrapportrages ontvangen: Voortgangsrapportage 29 (Kamerstukken II 2015–2016 18 106, nr. 233) en Voortgangsrapportage 30 (Kamerstukken II 2015–2016 18 106, nr. 237). Maaswerken is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.

Maaswerken

Start realisatie

n.v.t.

 

Oplevering

– Zandmaas Well-Aijen Noordgeul

Meetbare gegevens

Prestatie indicatoren (gerealiseerde en gestelde doelen)

Zandmaas

Grensmaas

Hoogwaterbeschermingprogramma

100% in 2016

100% in 2017

Natuurontwikkeling

427 ha (plus 60 ha compensatie)/ 100% 2015

1.208 ha in 2018

Delfstoffen

 

tenminste 35 miljoen ton

Projectoverzicht Maaswerken (1.01.04) (Bedragen x € 1 mln.)

Projectoverzicht Maaswerken (1.01.04) (bedragen x € 1 mln.)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Oplevering

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

2016

   

2016

 

2016

   

Project Maaswerken

               

Projecten Zuid-Nederland

               

Grensmaas

2

2

0

150

151

2017/2024

2017/2024

 

Zandmaas

30

13

– 17

407

397

2017/2020

2017/2020

1

afrondingsverschillen

 

0

0

 

0

     

Programma

32

15

– 17

557

548

     

Begroting (DF 1.01.04)

32

15

– 17

         

Toelichting:

  • Ad 1) Zandmaas (€ – 17 miljoen): er is € 10 miljoen overgeheveld van Zandmaas naar de Provincie voor het realiseren van Ooijen-Wanssum. Door vertraging in de besluitvorming over de realisatie van een aantal sluitstukken die door de Waterschappen worden uitgevoerd, is € 7 miljoen minder gerealiseerd.

Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid

De kengetallen hieronder geven informatie over de stand van zaken van maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid onder het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2), en de programma’s Ruimte voor de Rivier (RvdR) en Maaswerken. Het geeft een meerjarig inzicht in de voortgang van de maatregelen van de betreffende programma’s. De beleidsinspanningen van de Minister van IenM die onder Hoofdstuk XII (artikel 11) vallen richten zich op de regie op deze programma’s. In de begroting van het Deltafonds wordt nader ingegaan op de uitvoering van deze projecten.

1.02 Overige aanlegprojecten

Meetbare gegevens

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

Motivering

Naast de Grote Projecten op het gebied van waterveiligheid zijn hieronder de overige aanlegprojecten beschreven.

Verkenningen- en planuitwerkingsprogramma

Producten

Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde op het gebied van Waterbeheer te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering. Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten en programma’s verantwoord die zich in de MIRT-verkenningen en planuitwerkingsfase bevinden.

Ambities Afsluitdijk

In de Structuurvisie Afsluitdijk (Kamerstukken II 2010–2011 32 308, nr. 2) is afgesproken dat het rijk de Afsluitdijk versterkt en dat de regio een aantal ambities op de Afsluitdijk realiseert. Het rijk steunt de regio met grond, (ambitie)geld en advies. De ambitiegelden bedroegen oorspronkelijk € 20 miljoen euro. In 2016 is € 3,6 miljoen euro betaald voor bijdragen aan twee projecten (Blue Energy en het Off Grid Test Centre). De nog resterende ruim € 14 miljoen zal naar verwachting in 2017 worden uitgegeven. Een aanvraag voor een bijdrage van € 9,5 miljoen voor de Vismigratierivier is eind 2016 ingediend. Voor de resterende middelen worden begin 2017 aanvragen verwacht.

Integrale verkenning Legger Vlieland en Terschelling

In 2016 is gewerkt aan de planuitwerking van de verlegging van de primaire waterkeringen op Vlieland en Terschelling. Gebleken is dat voor de dimensionering van de kering meer onderzoek nodig was dan verwacht. De start van de uitvoering is nu voorzien in 2017.

Ooijen-Wanssum

Op 12 oktober 2016 is een bestuurlijke overeenkomst ondertekend met regionale partijen voor de uitvoering van dit project waarin naast waterveiligheid ook andere doelen worden gerealiseerd. De planning ligt op schema. De oude Maasarm wordt gereactiveerd, dijken worden verlegd en er komen twee hoogwatergeulen. Door ingrepen in de rivierbedding ontstaat een waterrijk natuurlandschap van ruim 300 hectare. Daarnaast krijgt de haven van Wanssum een uitbreiding en komt er een rondweg voor het doorgaande verkeer. Naast een betere bescherming tegen hoogwater realiseert dit project ook ruimte voor natuur, recreatie en economische ontwikkelingen.

IJsseldelta Fase 2

In december 2016 is de voorkeursbeslissing genomen en de bestuursovereenkomst tussen het Ministerie van IenM en de regionale betrokken partijen getekend. Het project is overgegaan van de verkenningsfase naar de planuitwerkingsfase. De verwachte oplevering van het project is 2022.

Zandhonger Oosterschelde

Conform de voorkeursaanpak van de MIRT-verkenning Zandhonger Oosterschelde wordt gestart met het suppleren van zand op de Roggenplaat. De planuitwerkingsfase is in 2016 afgerond. De ondertekening van de uitvoeringsovereenkomst met Provincie Zeeland en Natuurmonumenten is begin 2017 voorzien.

Rijksstructuurvisie Grevelingen–Volkerak–Zoommeer

In de ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak–Zoommeer (Kamerstukken II 2014–2015 33 531, nr. 2) schetst het kabinet een ontwikkelrichting voor een verbeterde waterkwaliteit die goed is voor de natuur, recreatie en toerisme, landbouw, schelpdierteelt en de kwaliteit van de leefomgeving. De regio heeft een actieve rol in het zorgen voor de bekostiging en uitvoering van de plannen uit de ontwerp-rijksstructuurvisie. In 2016 is een gefaseerde aanpak uitgewerkt en zijn financieringsconstructies verder in kaart gebracht mede op verzoek van de Kamer met de motie Jacobi c.s. (Kamerstukken II 2015–2016 27 625 nr. 356). Deze inspanningen hebben vooralsnog niet tot het gewenste resultaat geleid.

Projectoverzicht bij 1.02.01 Verkenningen en Planuitwerkingen (bedragen x € 1 mln.)
 

Projectbudget

 

Planning

     

     

PB of TB

 

Openstelling

 

Projectomschrijving

Begroting 2016

Huidig

Begroting 2016

Huidig

Begroting 2016

Huidig

 

Verplicht

             

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

             

EPK Planuitw. en verkenningen Waterveiligheid (mn Afsluitdijk)

6

11

       

1

Ambitie Afsluitdijk

18

14

       

2

Gebonden

             

Projecten Zuid-Nederland

             

Ooijen-Wanssum

123

111

2016

2016

 

pm

3

Projecten Oost-Nederland

             

IJsseldelta Fase 2

121

121

na 2020

2018

na 2020

2022

4

Projecten Noord-Nederland

             

Integrale verkenning Legger Vlieland en Terschelling

3

3

2015

2016

2016

2015

5

Projecten Zuidwest-Nederland

             

Zandhonger Oosterschelde (Roggenplaat)

6

7

2016

2016

2018

2018

6

Bestemd

15

14

         

Projecten in voorbereiding:

             

Projecten Nationaal

             

Beheer, Onderhoud en Vervanging nieuwe aanleg (LCC)

             

Steenbestortingen

             

Projecten Zuidwest-Nederland

             

– Rijksstructuurvisie Grevelingen–Volkerak Zoommeer

             

– Zandhonger Oosterschelde

             

– Tidal Test Centre Grevelingen

             

– Overige projecten in voorbereiding

             

Gesignaleerde risico's:

             

Totaal programma planuitwerking en verkenning

291

281

         

Begroting DF 1.02.01

291

281

         

Toelichting:

  • Ad 1) Voor de Vlaams Nederlandse Schelde Commissie (VNSC) is € 5 miljoen overgeheveld vanuit Hoofdstuk XII. Dit betreft een bijdrage voor het uitvoerend secretariaat van de VNSC en een bijdrage aan de monitoring, onderzoeken en studies die vanuit de VNSC worden uitgevoerd.

  • Ad 2) Voor de ambitie Afsluitdijk is € 4 miljoen overgeheveld naar de provincie Friesland voor het uitvoeren van de projecten «Blue Energy» en het «Off grid testcenter».

  • Ad 3) Voor de kosten van de planuitwerking en voorbereiding van de uitvoering is in 2016 een bedrag van € 12 miljoen aan de provincie Limburg overgemaakt.

  • Ad 4) Het project IJsseldelta fase 2 is versneld. Deze versnelling was met name een wens van de regio en versnelde realisatie levert voordelen op door directe aansluiting op fase 1. De versnelling is in de brief omtrent de 27e VGR van het project Ruimte voor de Rivier aan de Tweede Kamer gemeld (Kamerstukken II 2015–2016 30 080, nr. 80). De projectbeslissing wordt nu in 2018 verwacht en de afronding is in 2022 voorzien.

  • Ad 5) Bij de integrale verkenning Legger Vlieland en Terschelling is gebleken is dat er meer onderzoek nodig is dan verwacht. Hierdoor vertraagt de oplevering van de Legger Vlieland en Terschelling en daarmee het budget (€ 2,5 miljoen) voor de uitvoering van het project met een jaar naar 2017.

  • Ad 6) Voor de Roggenplaat is € 0,314 miljoen aan het project toegevoegd als gevolg van bijdragen van derden. Hierdoor is het projectbudget € 6,614 miljoen.

Realisatieprogramma

Om een bijdrage te leveren aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk én een bijdrage te leveren aan het beheer van de Rijkswateren.

Hoogwaterbeschermingsprogramma

Uit de Derde Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterkeringen (in 2011) bleek dat 1.302 kilometer aan dijken, dammen en duinen niet aan de normen voldeden. Circa 2.448 kilometer voldoet wel. Van de 1.777 getoetste kunstwerken voldeden 978 aan de gestelde eisen, 799 voldoen niet. Van de keringen die niet aan de norm voldeden is een groot deel opgenomen in lopende uitvoeringsprogramma’s, zoals het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma. Al bij eerdere toetsingen voldeden deze keringen niet aan de normen. Voor de nieuwe opgave (gerekend vanaf de derde toetsing) is een nieuw Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) gestart, waarin de waterschappen en IenM samenwerken. In totaal zijn 748 km dijk en 275 kunstwerken uit deze derde toetsing aangemeld bij het HWBP. Hiervan waren in het programma 2016–2021 (aangeboden op Prinsjesdag 2015) 480 km dijk en 179 kunstwerken opgenomen en stonden op de begroting van 2016 383 km dijk en 69 kunstwerken. Eind 2016 zat 342 km dijk in een verkenning-, planstudie- of realisatiefase. Voor kunstwerken waren dit er 173. Van de totale opgave zijn inmiddels 38,6 km dijk en 9 kunstwerken veilig verklaard.

HWBP

Start realisatie (schop in de grond)

IJsseldijk Gouda, urgent deel spoor 1

Burghsluis – Schelphoek

Flaauwershaven / Borrendamme

Inlaag Zuidhoek / Bruinisse

Eemshaven – Delfzijl

Oplevering (dijk veilig)

Capelle / Moordrecht

Diefdijk

Zandasfalt Noorderhavendam

Deel Hollandse IJsselkering

Schutsluis Engelen

Emanuelpolder

Volgens de Begroting 2016 zouden in 2016 de volgende projecten «opgeleverd» moeten worden, maar door onderstaande redenen heeft dit niet in 2016 plaatsgevonden:

  • Eemdijk / Spakenburg: betreft een onderdeel dat gekoppeld is aan het HWBP2-project dat in 2017 wordt opgeleverd.

  • Roermond Alexanderhaven: dit project is opgedeeld in drie trajecten waarvan traject A in maart 2016 is afgerond. De realisatie van traject B en C vindt later plaats. De reden hiervoor is dat in overleg met de projectontwikkelaar naar de samenhang met andere werkzaamheden is bekeken en hierop een aangepaste planning is gemaakt.

  • Het project Zandasfalt Noorderhaven is versneld en reeds in 2015 gestart, anders dan in de begroting 2016 is aangegeven heeft de oplevering heeft in 2016 plaatsgevonden.

Rivierverruiming, niet zijnde Ruimte voor de Rivier

Langs de Maas, de Rijn, de Waal en de Lek worden rivierverruimingsprojecten uitgevoerd om een grotere waterafvoer te kunnen opvangen, de zogeheten NURG (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied) projecten. Het NURG-programma wordt samen met het Ministerie van Economische Zaken uitgevoerd en draagt naast veiligheid ook bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied door de aanleg van nieuwe natuur. Een groot deel van de NURG-projecten is inmiddels gerealiseerd. Het project Hemelrijkse Waard is begin 2017 gereed. De projecten Heesseltsche Uiterwaarden en Afferdense en Deestse Waarden zijn nog in realisatie en worden in de komende jaren opgeleverd. Bij het project Afferdense en Deestse Waarden wordt ook bijgedragen aan de waterveiligheidsdoelstellingen van de PKB Ruimte voor de Rivier.

Herstel steenbekledingen en vooroeververdedigingen Oosterschelde en Westerschelde

Bij een inventarisatie van dijkbekledingen van gezette steen bleek in 1996 dat een groot deel van de dijkbekledingen langs de Ooster- en Westerschelde niet voldeed aan de veiligheidsnormen. Het herstel van de steenbekledingen in Zeeland is in 2015 opgeleverd. In 2016 zijn nog enkele restwerkzaamheden uitgevoerd. In 2017 volgt de financieel administratieve afronding. In totaal is langs de Wester- en Oosterschelde 321 kilometer aan steenbekledingen vervangen.

In 2005 en 2010 werd door de Zeeuwse waterschappen geconstateerd dat een deel van de vooroevers in de Ooster- en Westerschelde niet voldeed aan de stabiliteitsnormen. Rijkswaterstaat heeft, na beoordeling van de aanvraag voor bestortingswerken, vastgesteld dat versterking van de onderwateroever en het tegengaan van oevererosie naar volgorde van urgentie in drie clusters wordt aangepakt. De laatste twee (deel)clusters zijn nog in realisatie. Eén cluster is vertraagd na een uitspraak van de Raad van State in 2015. De oplevering is uitgesteld doordat compensatie- en herstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. In 2016 zijn vergunningen aangevraagd en is een voorstel voor het doen van compensatiemaatregelen bij het project Roggenplaat uitgewerkt. Daarnaast is in 2016 besloten dat het herstel tegelijkertijd wordt opgepakt met de uitvoering van het derde cluster van de vooroeververdediging.

Realisatieprogramma Overige aanlegprojecten Waterveiligheid (1.02.02) (bedragen x € 1 mln.)
 

Kasbudget 2016

Projectbudget

Oplevering

Begroting

Realisatie

Verschil

Begroting

Huidig

Begroting

Huidig

 

2016

   

2016

 

2016

   

Projecten Waterveiligheid

               

Projecten Nationaal

               

Programma HWBP

         

2020

2020

 

HWBP Rijksprojecten

4

1

– 3

554

601

     

HWBP Waterschapsprojecten

68

106

38

3.269

4.171

   

1

HWBP Overige projectkosten (programmabureau)

5

6

1

71

78

     
                 

Deltafaciliteit Deltares

0

0

0

26

26

2013

2013

 

Maatregelen i.r.t. rivierverruiming

16

7

– 9

189

191

2018

2018

2

Overige onderzoeken en kleine projecten

12

15

3

1.164

1.166

     

Wettelijk BeoordelingsInstrumentarium 2023

   

0

 

25

     

Projecten Zuidwest-Nederland

               

Dijkversterking en Herstel steenbekleding

12

7

– 5

814

815

2015

2018

3

Projecten Noordwest-Nederland

               

Afsluitdijk

3

4

1

831

869

2022

2022

 

Projecten Oost-Nederland

               

Dijkversterking en Herstel steenbekleding Oosterschelde en Westerschelde

0

0

 

18

2015

2019

 

afrondingsverschillen

1

0

– 1

– 1

       

Programma

121

146

25

6.917

7.960

     

Begroting (DF 1.02.02)

57

146

89

         

Overprogrammering (–)

– 64

0

64

         

Toelichting:

  • Ad 1) De hogere realisatie is voornamelijk het gevolg van het project Eemshaven–Delfzijl, welke als gevolg van politiek-bestuurlijke besluitvorming naar voren is gehaald. In 2016 is een voorschot van € 36 miljoen betaald. Tevens is de verkenningsfase van meerdere projecten opgeknipt in een voorverkenningfase en een verkenningsfase, waardoor het kasbeslag over meerdere jaren wordt verdeeld.

  • Ad 2) De aanbesteding en definitieve gunning voor het project Heesseltsche Uiterwaarde heeft plaatsgevonden in 2016. De oplevering stond in 2018 gepland maar is vanwege additionele onderzoeken en projectoptimalisaties tijdens de voorbereiding naar eind 2020 verschoven (€ – 7 miljoen). Bij het project Afferdense en Deestse Waarde is in 2016 een optimalisatie van het ontwerp uitgewerkt (€ – 1,6 miljoen).

  • Ad 3) De uitvoering van de werkzaamheden bij Vooroeverbestorting Wester- en Oosterschelde is vertraagd. Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State zijn vergunningen vernietigd. Er worden compenserende maatregelen opgesteld en het ontwerp van de vooroeververdedigingen in de Oosterschelde wordt aangepast. Het vervolg wordt tegelijkertijd opgepakt met de uitvoering van het derde cluster van de vooroeververdediging.

1.03 Studiekosten

Motivering

Dit betreft enerzijds studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT Onderzoeken) en anderzijds de overige studiekosten op het gebied van waterveiligheid.

Studie- en onderzoekskosten Deltaprogramma

Producten

Hieronder vallen studie- en onderzoekskosten ten behoeve van het Deltaprogramma (MIRT Onderzoeken). Het Deltaprogramma is een programma van maatregelen, voorzieningen, onderzoeken en ambities gericht op de lange termijn veiligheid en zoetwatervoorziening van Nederland. De onderstaande onderdelen hebben vooral betrekking op waterveiligheid.

  • Doorontwikkeling Deltamodel tot Nationaal Watermodel: dit is een geïntegreerde set van modellen om het waterhuishoudkundig systeem van Nederland door te rekenen, die is ontwikkeld voor het Deltaprogramma. Het Deltamodel wordt gebruikt om de effecten van maatregelen op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening te berekenen. In 2016 blijft het Deltamodel in gebruik voor het beantwoorden van vragen die richting de uitvoering van het Deltaprogramma spelen. De doorontwikkeling van het model heeft als doel de waterhuishoudkundige basis ervan ook in andere rekentoepassingen te gebruiken om zo de onderlinge vergelijkbaarheid en de betrouwbaarheid van die toepassingen te garanderen. Daarnaast wordt het model gebruikt bij het beoordelen (WBI 2017) van de primaire waterkeringen op veiligheid en genereert het model de waterhuishoudkundige basis voor waterkwaliteitsmodellen.

  • MIRT-Onderzoek Optimale lange termijn veiligheidsstrategie voor de Oosterschelde: Dit onderzoek richt zich op een toekomstbestendige aanpak van de waterveiligheidsopgave voor de Oosterschelde, vanuit een optimale combinatie van een aangepast beheer van de Oosterscheldekering, (innovatieve) dijkversterkingen en zandsuppleties op inter-getijdengebieden. De inzet is om de veiligheidsopgave te verbinden met de opgaven die voortvloeien uit de andere (gebruiks)functies van de Oosterschelde. IVO is in 2016 afgerond.

  • Integrale Studie Waterveiligheid en Peilbeheer IJsselmeergebied: Doel van de studie is het inzichtelijk maken van het gehele, complexe watersysteem van het IJsselmeergebied ten behoeve van huidige en toekomstige vraagstukken rondom waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Tijdshorizon is 2050 en verder, mede met het oog op keuzes die dan zullen spelen bij de vervanging van spuicomplexen in de Afsluitdijk. In 2015 en 2016 zijn waterstaatkundige modellen, dijksterkte berekeningen en kostenmodellen effectief gekoppeld, zodat mogelijke klimaat-adaptatie scenario’s in het IJsselmeergebied in meer detail kunnen worden voorzien van waterhuishoudkundige effecten en kosten-schattingen. De studie ligt op schema en de planning is dat deze in 2018 wordt opgeleverd.

  • MIRT-onderzoeken naar de waterveiligheid in de Rijn–Maasdelta: voor de verwachte stijging van de zeespiegel, toenemende extreme rivierafvoeren en sociaaleconomische veranderingen zijn langetermijnstrategieën ontwikkeld voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening in het gebied Rijnmond Drechtsteden. Daarbij worden de strategieën en maatregelen voor waterveiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling in synergie met elkaar en met oog voor ruimtelijke kwaliteit ontwikkeld. Komende jaren wordt met maatregelen en nadere beleidsuitwerking vervolg gegeven aan de gemaakte beleidskeuzes voor dit gebied. Hierbij valt te denken aan het onderzoek naar een Adaptatiestrategie waterveiligheid buitendijkse gebieden. Daarbinnen valt de pilot voor het buitendijkse Bolek gebied waarbij het bedrijfsleven en de gemeente Rotterdam betrokken zijn. Dit onderzoek zal naar verwachting medio 2017 worden opgeleverd. Het MIRT onderzoek Operationalisatie Meerlaagsveiligheid Dordrecht loopt volgens planning en wordt naar verwachting eind 2017 afgerond. Het MIRT onderzoek Alblasserwaard–Vijfheerenlanden is in 2016 afgerond en heeft in beeld gebracht hoe de waterveiligheid te verbinden is met de cultuurhistorische identiteit, ruimtelijke kwaliteit en economische kracht van het gebied. Het heeft een gebiedsvisie opgeleverd en er is besloten dat de integrale samenwerking door de regio zelf verder wordt uitgewerkt, anticiperend op de dijkversterkingen die nodig zijn om voor 2050 aan de norm te voldoen.

  • Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie: In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen afgesproken waterveiligheid en klimaatbestendigheid integraal mee te gaan wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De ambitie daarbij is dat in 2020 klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten een integraal onderdeel van hun beleid en handelen is, zodat Nederland in 2050 ook daadwerkelijk klimaatbestendig is ingericht. Dat vereist een verandering in denken en doen: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden. In 2016 zijn er vanuit het stimuleringsprogramma 5 impactprojecten ondersteund, zijn er diverse thema- en netwerkbijeenkomsten geweest, het kennisportaal3 is vernieuwd en is het netwerk door middel van een nieuwsbrief geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen op het gebied van klimaatadaptatie. Ook zijn er leergemeenschappen ondersteund en bijeenkomsten gehouden over regionale stresstesten.

  • Toetsing Regionale keringen in beheer van het Rijk: met ingang van 1 juli 2016 zijn in het Waterbesluit de veiligheidsnormen voor regionale waterkeringen die in beheer zijn bij het Rijk opgenomen. In 2017 en 2018 wordt voor het eerst getoetst of deze regionale keringen aan de gestelde normen voldoen. Deze taak was nog niet in het takenpakket van Rijkswaterstaat, de beheerder, opgenomen. De middelen zijn in de begroting voor 2016 toegevoegd vanuit de investeringsruimte.

  • Onderzoek Rivierverruiming: In 2015 (Rijn) en 2016 (Maas) zijn voor de korte termijn MIRT-verkenningen gestart naar concrete rivierverruimende maatregelen. Daarnaast is in 2016 voor de lange termijn onderzoek uitgezet om de voorkeursstrategie voor het rivierengebied uit te werken en te actualiseren. Doel is om samen met de regionale partijen te komen tot een totaalvoorstel met een concrete vertaling van de voorkeursstrategie, zoals voorgesteld in het DP2015, inclusief financiële consequenties. Daarvoor is het onder andere nodig om de effecten van rivierverruiming op overstromingskansen beter te kennen in het licht van de nieuwe normering en een betere inschatting te hebben van de (financiële) haalbaarheid. Daarbij zijn potentiële besparingen op versterking van belang evenals maatschappelijke baten en concrete meekoppelkansen. De voorbereidende onderzoeken voor een MKBA zijn in 2016 uitgevoerd.

  • Nieuwe normering: De huidige veiligheidsnormen dateren uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Sindsdien zijn de omstandigheden in Nederland zeer sterk veranderd. Er wonen meer mensen achter de dijk en er is veel meer economisch waarde die beschermd dient te worden tegen overstromingen. Op grond van de analyses van o.a. de tweede Deltacommissie is een groot aantal aanbevelingen gedaan voor het verbeteren van onze normering van de waterveiligheid. In het Deltaprogramma 2015 is in de zogeheten deltabeslissing waterveiligheid het voorstel opgenomen om op grond van de eerder aangegeven overwegingen over te stappen naar een normering gebaseerd op een overstromingsrisicobenadering. In 2016 is de nieuwe normering verwerkt in een aanpassing van de Waterwet. Deze aanpassing is zowel in de Tweede Kamer als ook in de Eerste Kamer met algemene stemmen aangenomen. De nieuwe normering is op 1 januari 2017 wettelijk van kracht geworden (Kamerstukken II 2015–2016 34 436, nr. 106).

  • Daarnaast is gewerkt aan de implementatie van de nieuwe normering. Het Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium/WBI is geactualiseerd en is beschikbaar gesteld voor de eerste ronde beoordelen op veiligheid (2017–2023). Ook het Ontwerpinstrumentarium is geactualiseerd om met de nieuwste inzichten te ontwerpen. Voor de ontwikkeling van draagvlak en om met de nieuwe instrumenten te kunnen werken, zijn de direct betrokken waterkeringbeheerders intensief betrokken geweest door middel van opleidingen en trainingen, waarbij intensief geoefend is met de nieuwe instrumenten en de nieuwe normering.

    Om voor de lange termijn gesteld te staan voor een actuele en toegesneden kennisbasis, wordt gewerkt aan een Kennisagenda Waterveiligheid. Deze kennisagenda bestrijkt het brede terrein van waterveiligheid, dat wil zeggen kust, rivieren en waterkeren. Gewenste onderzoeksthema’s worden binnen deze Kennisagenda geprogrammeerd en uitgevoerd.

Een parallel proces is de aanpassing van het beoordelings- en ontwerpinstrumentarium. Hiermee kan de wettelijke beoordelingsronde in 2017 starten op basis van het nieuwe waterveiligheidsbeleid en kan tussentijds al met de nieuwste inzichten ontworpen worden. Om dit mogelijk te maken is extra ingezet op diverse sporen, zoals de ondersteuning van de keringbeheerders bij de toepassing en ook door een impuls aan grondonderzoek te geven. Daarmee wordt aanvullende bodeminformatie gegenereerd om beter gesteld te staan bij de beoordeling op veiligheid. Daarnaast wordt gewerkt aan de stroomlijning van de informatievoorziening voor het gehele beoordelingsproces, inclusief de rapportage over de resultaten van de uitgevoerde beoordeling.

Aangezien sprake is van een geheel vernieuwde wijze van normering dient extra inzet te worden geleverd ten behoeve van opleidingen en trainingen op het gebied van risicobenadering en het omgaan met overstromingskansen. Dit geldt zowel voor de wettelijke beoordeling van de veiligheid als bij het ontwerpen van noodzakelijke verbetermaatregelen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

In 2016 is de eerste stap gezet in de doorontwikkeling van het wettelijke beoordelingsinstrumentarium (WBI 2023) voor de beoordelingsronde toetsen, die in 2023 zal starten.

1.04 GIV/PPS

Bij infrastructuurprojecten waarbij sprake is van publiek-private samenwerking (PPS) bestaat de betaling uit een geïntegreerd bedrag voor aanleg, onderhoud én financiering gedurende een langdurige periode. De meest toegepaste vorm is DBFM (Design, Build, Finance, Maintain) waarbij de overheid pas na oplevering betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van mijlpalen voor een product tijdens de bouwfase. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar systeem te realiseren.

In de brief van 14 juni 2011 (Kamerstukken II 2010–2011, 32 500 A, nr. 83; Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water) is een lijst van in totaal 32 potentiële DBFM-projecten opgenomen. Aangezien op dit moment nog geen geïntegreerde projecten bij de hoofdwatersystemen in uitvoering zijn, worden er op dit artikel (nog) geen uitgaven verantwoord. RWS is eind november 2016 de DBFM-aanbesteding gestart van het project Afsluitdijk gestart, gericht op gunning in 2018.

1.09 Ontvangsten

Ontvangsten waterschapsprojecten

IenM ontving in 2016 circa € 186 miljoen van de waterschappen als bijdrage voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma, conform het Regeerakkoord en het Bestuursakkoord Water. Het grootste deel hiervan zal worden toegevoegd aan het budget van HWBP-2. Hiervan worden de 100% subsidies voor de projecten bekostigd. Het resterende deel van de bijdrage komt ten goede aan het (nieuwe) HWBP. Hiervan worden de 90%-subsidie betaald. De resterende 10% wordt betaald per project door het uitvoerende waterschap.

De middelen van de waterschappen worden eerst ingezet voor de waterschapsprojecten van het HWBP-2 en vervolgens voor het HWBP. Het in 2013 door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel Wijziging van de Waterwet (doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming) (Kamerstukken II 2012–2013, 33 465) is per 1 januari 2014 in werking getreden. De wet regelt dat het Rijk en de waterschappen elk de helft van de kosten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma gaan betalen.

2

Zoals eerder gemeld aan de Tweede Kamer is deze doelstelling niet in 2015 behaald maar vindt dit naar verwachting in 2019 plaats.

Licence