Base description which applies to whole site

10.4 Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI draagt bij aan het artikelonderdeel 33.2 «Het bestrijden van criminaliteit door een effectief en doelmatig instrumentarium van opsporing en vervolging» door middel van het leveren van kwalitatief hoogstaand forensisch onderzoek aan de partners in de strafrechtketen. De drie kernproducten daarbij zijn het uitvoeren van onderzoek op overwegend technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk terrein, het doen van onderzoek naar nieuwe methoden en technieken en het overdragen van kennis op het gebied van forensisch en wetenschappelijk onderzoek.

Staat van baten en lasten

Tabel 10.4.1 Staat van baten en lasten over 2016 bedragen x € 1.000

Omschrijving

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

 
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

2016

Verschil realisatie

en

vastgestelde

begroting

Realisatie 2015

Baten

       

Omzet moederdepartement

68.118

89.975

21.857

71.525

Omzet overige departementen

526

388

– 138

887

Omzet derden

1.730

5.094

3.364

7.711

Rentebaten

22

0

– 22

0

Vrijval voorzieningen

0

2.671

2.671

371

Bijzondere baten

0

25

25

436

Totaal baten

70.396

98.153

27.757

80.930

         

Lasten

       

Apparaatskosten

46.180

52.813

6.633

50.358

personele kosten

42.869

46.607

3.738

43.175

– Waarvan eigen personeel

39.469

39.579

110

39.737

– Waarvan externe inhuur

3.400

6.730

3.330

2.833

Waarvan overige personele kosten

 

298

298

605

Materiële kosten

3.311

6.206

2.895

7.183

– Waarvan apparaat ICT

150

3.086

2.936

4.392

– Waarvan bijdrage aan SSO’s

1.000

403

– 597

360

– Waarvan Overige materiële kosten

2.161

2.717

556

2.431

Rentelasten

       

Afschrijvingskosten

4.486

3.630

– 856

3.904

– Materieel

4.486

3.630

– 856

3.904

– waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

– waarvan laboratoriumkosten

0

0

0

0

– Immaterieel

0

0

0

0

Laboratoriumkosten

19.480

19.058

– 422

23.994

– waarvan bijdrage aan SSO’s

4.659

0

0

0

Overige lasten

250

19.525

19.275

5.945

– Dotaties voorzieningen

0

450

450

5.718

– Rentelasten

250

100

– 150

145

– Bijzondere lasten

0

18.975

18.975

82

Totaal lasten

70.396

95.026

24.630

84.201

Saldo van baten en lasten

0

3.127

3.127

– 3.271

1 miv 2016 is de definitie conform begrotingsvoorschrift aangepast.

Saldo van baten en lasten

Het batig saldo 2016 van ruim € 3 mln. komt met name door de vrijval van een groot deel van de reorganisatievoorziening en door de niet volledig aangewende intensiveringsgelden vanuit het moederdepartement.

Baten

De baten bedragen circa € 28 mln. meer dan begroot. Dit komt met name door een hogere bijdrage van het moederdepartement van circa € 19 mln. als gevolg van een kasschuif aflossing egalisatieschuld Rijksvastgoedbedrijf (het laatste verloopt volledig exploitatieneutraal voor het NFI). Daarnaast is de omzet derden circa € 3 mln. hoger dan geraamd. Tot slot zijn de baten circa € 3 mln. hoger als gevolg van de vrijval van voorzieningen.

Lasten

De lasten bedragen circa € 25 mln. meer dan begroot. De personele kosten bedragen circa € 4 mln. meer, met name als gevolg van een hogere inhuur ter ondersteuning en verbetering van de bedrijfsvoering. De materiële kosten zijn hoger (circa € 3 mln.), met name door hogere ICT-kosten voor onderhoud en exploitatie van zowel hardware als software. Tot slot zijn € 19 mln. hogere lasten het gevolg van een kasschuif aflossing egalisatieschuld Rijksvastgoedbedrijf.

Tabel 10.4.2 Balans per 31 december 2016 (vóór resultaatbestemming)
bedragen x € 1.000

Activa

   

Immateriële vaste activa

0

0

Materiële vaste activa

   

– grond en gebouwen

5

6

– installaties en inventarissen

8.023

9.749

– overige materiële vaste activa

1.771

1.848

 

9.799

11.603

Voorraden

0

0

Debiteuren

2.560

2.364

Nog te ontvangen

1.656

1.892

Liquide middelen

12.440

14.242

Totaal activa

26.455

30.101

     

Passiva

   

Eigen vermogen

   

– exploitatiereserve

0

2.751

– onverdeeld resultaat

3.127

– 3.271

 

3.127

– 520

Voorzieningen

2.895

6.729

Leningen bij het Ministerie van Financiën

8.820

10.411

Crediteuren

1.991

5.236

Nog te betalen

9.622

8.245

Totaal Passiva

26.455

30.101

Toelichting op de Balans per 31 december 2016

Vlottende activa

In onderstaand overzicht is voor de posten Debiteuren, Overige vorderingen en overlopende activa en Liquide Middelen aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2016 vorderingen betreft tussen het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 10.4.3 Vlottende Activa
uitgesplitst

Bedragen x € 1.000

Moeder-departement

Andere Ministeries

Derden (buiten het Rijk)

Totaal

Debiteuren

322

349

1.889

2.560

Overige vorderingen en overlopende activa

759

 

897

1.656

Liquide middelen

 

12.440

 

12.440

Totaal

1.081

12.789

2.786

16.656

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeelde resultaat uit het verslagjaar. Onderstaand is het verloop opgenomen van het Eigen Vermogen. Het negatief eigen vermogen ultimo 2015 is door een eenmalige toevoeging van het moederdepartement aangezuiverd.

Tabel 10.4.4 Eigen vermogen

Bedragen x € 1.000

Exploitatie- reserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2016

– 520

 

– 520

Toevoeging door moederdepartement

520

 

520

Storting aan moederdepartement

     

Onverdeeld resultaat 2016

0

3.127

3.127

Stand 31-12-2016

0

3.127

3.127

De eigenaar besluit bij VJN 2017 over de bestemming van het onverdeeld resultaat. In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen in relatie tot het plafond van 5% van de gemiddelde omzet in de afgelopen jaren opgenomen:

Tabel 10.4.5 Ontwikkeling van het Eigen Vermogen

Jaar

Omzet

(x € 1.000)

Eigen vermogen (x € 1.000)

%

2016

95.457

3.127

3%

2015

80.123

– 520

– 1%

2014

75.271

2.751

4%

 

250.851

5.358

2%

       

Gemiddeld vermogen x 5%

83.617

4.181

5%

Op grond van de gemiddelde omzet over de jaren 2014, 2015 en 2016 bedraagt de maximaal toegestane stand van het eigen vermogen € 4,2 mln. De berekening van het maximale eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie jaar (artikel 27 lid 4 c van de Regeling agentschappen).

Voorzieningen

De voorzieningen zijn als volgt te specificeren:

Tabel 10.4.6 Voorzieningen Bedragen x 1.000
 

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2016

     

31-12-2016

Voorziening personele verplichtingen reorganisatie

4.971

– 2.382

341

– 814

2.116

Voorziening vaststellingsovereenkomst en wachtgelden

1.104

– 108

109

– 326

779

Voorziening verlieslatend contract Fieldlab

654

– 50

0

– 604

0

Totaal

6.729

– 2.540

450

– 1.744

2.895

De grondslagen van de voorzieningen luiden als volgt: Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die op balansdatum aanwezig zijn en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen zijn tegen nominale waarde gewaardeerd.

Voorziening personele verplichtingen reorganisatie

De voorziening personele verplichtingen reorganisatie is gevormd voor verplichtingen jegens medewerkers, die als gevolg van de (voorgenomen) reorganisatie vrijwillig dan wel verplicht Van Werk Naar Werk-kandidaat zijn of worden en geen prestaties voor het NFI meer verrichten. De verplichtingen zijn individueel per medewerker bepaald. De kosten bestaan uit doorbetalingen van salaris, stimuleringspremies, opleidingen, salarisgaranties en -suppleties en overige mobiliteitsbevorderende maatregelen. Gecontracteerde detacheringsvergoedingen worden in mindering gebracht op de verwachte kosten. De reorganisatie is op 1 april 2016 van start gegaan.

De reorganisatievoorziening valt in 2016 voor € 2,4 mln. vrij als gevolg van:

  • Een forse uitstroom van verplichte en vrijwillige kandidaten.

  • Van de oorspronkelijk 23 verplicht VWNW-kandidaten zijn er 11 uitgestroomd; 5 verplichte VWNW-kandidaten zullen op korte termijn uitstromen.

  • Het aantal vrijwillig VWNW-kandidaten is teruggebracht van 11 naar 5.

  • Vergoedingen detacheringen: circa 40% van de loonkosten van de verplicht VWNW-kandidaten over 2016 werd vergoed uit detacheringen.

  • Voor het realiseren van de uitstroom zijn verhoudingsgewijs minder VWNW-voorzieningen toegekend/ingezet.

Voorziening wachtgeld

De voorziening vaststellingsovereenkomsten en wachtgelden betreft de toekomstig te betalen verplichtingen uit vaststellingsovereenkomsten en wachtgelden van (oud) medewerkers van het NFI.

Voorziening verlieslatende contracten

Voor de huurkosten, de kosten van de te verwachte verhuisbewegingen en kosten van terugbrengen in de oorspronkelijke staat van het huurpand en die niet kunnen worden gedekt uit de productieopbrengsten, is een voorziening gevormd voor de resterende looptijd van het contract. Het huurcontract liep tot en met augustus 2016. Vanaf medio 2015 is er sprake van gedeeltelijke leegstand van het Fieldlab.

Vlottende passiva

In onderstaand overzicht is voor de posten Crediteuren en Overige schulden en overlopende passiva aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2016 schulden betreft tussen het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 10.4.7 Vlottende Passiva uitgesplitst

Bedragen x € 1.000

Moeder-departement

Andere Ministeries

Derden (buiten het Rijk)

Totaal

Crediteuren

58

66

1.867

1.991

Overige schulden en overlopende passiva

2.179

17

7.426

9.622

Totaal

2.237

83

9.293

11.613

In 2016 heeft het NFI het Fieldlab verlaten; daarom is deze voorziening per ultimo 2016 vrijgevallen.

Tabel 10.4.8 Kasstroomoverzicht (x € 1.000)
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

         

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2016 + stand depositorekeningen

11.753

14.241

2.488

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom

0

95.922

95.922

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom

0

– 94.821

– 94.821

2.

Totaal operationele kasstroom

4.486

1.101

– 3.385

 

Totaal investeringen (–/–)

– 4.495

– 1.959

2.536

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

128

128

3.

Totaal investeringskasstroom

– 4.495

– 1.831

2.664

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

520

520

0

 

Aflossing op leningen (–/–)

– 4.486

– 2.889

1.597

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

4.495

1.298

– 3.197

4.

Totaal financieringskasstroom

529

– 1.071

– 1.600

5.

Rekening Courant RHB 31 december 2016 + stand depositorekeningen (= 1+2+3+4), de maximale roodstand € 0,5 mln.

12.273

12.440

167

De operationele kasstroom is aanvullend als volgt te specificeren:

Bedragen x € 1.000

Resultaat

3.127

Afschrijvingen

3.630

Toevoegingen voorzieningen

450

Vrijval voorzieningen

– 2.671

Mutatie werkkapitaal

– 3.435

 

1.101

Tabel 10.4.9 Doelmatigheidsindicatoren (NFI productie K1)
 

Productgroep

 

Instroom

Capaciteit

Uitstroom

Verschil Uitstroom

en cap

Realisatie gem. levertijd

Norm levertijd 2016

% op tijd

BDE

Bijzondere

Dienstverlening

en Expertise

in aantallen producten

4.689

5.139

4.623

– 516

24

22

71%

BiS

Biologische

Sporen

in aantallen producten

51.094

53.776

51.685

– 2.091

16

18

75%

CFS

Chemische en

Fysische Sporen

in aantallen producten

6.950

7.357

6.952

– 405

22

19

76%

NFI

Nederlands

Forensisch

Instituut totaal

in aantallen producten

62.733

66.272

63.260

– 3.012

17

18

75%

                   

DBS

Digitale en

Biometrische

Sporen

in aantallen uren

 

46.980

46.797

– 183

53

44

68%

De afgesproken productie voor K1 (zaaksonderzoek) is niet geheel gerealiseerd. Voor het NFI totaal bedraagt de gemiddelde gerealiseerde levertijd 17 dagen en ligt daarmee binnen de norm van 18 dagen. Op de productgroepen BDE, CFS en DBS is de normtijd niet gehaald. Het percentage onderzoeksrapporten dat geleverd is binnen de genormeerde levertijd bedraagt 75%. Hiermee is de norm van 95% van de geleverde producten op tijd niet gehaald. Dit komt onder meer door een toenemende complexiteit in zaken.

Licence