Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

D1. SZA-kader

Deze paragraaf presenteert een totaaloverzicht van de uitgaven in de budgetdisciplinesector Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (SZA) in het jaar 2016. Eerst wordt de opbouw van de totale uitgaven in het SZA-kader weergegeven, onderverdeeld naar begrotings- en premiegefinancierde uitgaven. Daarna wordt inzicht gegeven in de onderverdeling van de uitgaven in het SZA-kader naar de verschillende regelingen. Ten slotte worden de uitgavenmutaties sinds de begroting 2016 gegroepeerd weergegeven en vindt toetsing van de SZA-uitgaven aan de ijklijn plaats.

Overzicht en aansluiting bij jaarverslag

Om een goede vergelijking te maken tussen begrote en gerealiseerde uitgaven zijn de uitgaven van de begroting 2016 (prijzen 2015) omgerekend naar prijzen 2016. Bij de analyse wordt de raming van uitgaven en ontvangsten uit de begroting 2016 (de stand Miljoenennota 2016 inclusief verwerking van de nota van wijziging) als startpunt genomen. Daarnaast worden in deze paragraaf de ontvangsten in mindering gebracht op de uitgaven (netto SZA-uitgaven). Daarom wijken deze uitgaven af van de uitgaven zoals opgenomen in de beleidsartikelen.

Allereerst volgt een vergelijking van de gerealiseerde SZA-uitgaven ten opzichte van de uitgaven zoals geraamd in de begroting 2016 (zie tabel D1.1). Uit deze tabel is af te leiden dat de totale uitgaven onder het SZA-kader € 1,0 miljard lager zijn uitgekomen dan voorzien bij de begroting 2016. De uitgaven in het SZA-kader bestaan uit begrotingsgefinancierde uitgaven (€ 31,7 miljard) en premiegefinancierde uitgaven (€ 56,6 miljard). De begrotingsgefinancierde uitgaven worden uit belastinginkomsten betaald, de premiegefinancierde uitgaven worden voornamelijk door middel van premies gefinancierd. Het merendeel van de uitgaven van de SZW-begroting valt binnen het uitgavenkader SZA. Op de totaaltelling van de uitgaven vindt een correctie plaats om dubbeltelling te voorkomen die ontstaat doordat sociale fondsen voor een deel gefinancierd worden uit begrotingsmiddelen. Deze zogeheten Rijksbijdragen worden verantwoord op artikel 12 van dit jaarverslag. Dit betreft hoofdzakelijk een bijdrage aan het Ouderdomsfonds. De opbrengsten van de AOW-premie zijn namelijk onvoldoende om de ouderdomsuitgaven (AOW) te dekken. De apparaatuitgaven en enkele andere uitgaven, waaronder subsidies en opdrachten, behoren tot de uitgaven onder het kader Rijksbegroting in enge zin (Rbg-eng) en zijn daarom niet relevant voor het SZA-kader. Deze uitgaven worden in mindering gebracht op de totaaltelling. Voor het gedeelte van de ontvangsten dat tot de niet-belastingontvangsten wordt gerekend wordt eveneens gecorrigeerd. De gerealiseerde ontvangsten van de begrotingsartikelen in het SZA-kader wijken af van de totale artikelontvangsten in de taartdiagrammen aan het begin van dit jaarverslag (€ 1,9 miljard). In deze diagrammen zijn ook de artikelontvangsten die betrekking hebben op de budgetdisciplinesector Rbg-eng en de niet-kaderrelevante ontvangsten meegenomen (voornamelijk werkgeversbijdragen kinderopvangtoeslag).

Tabel D1.1 SZA-uitgaven 20161 (x € 1 mld)
 

Realisatie 2016

Begroting 2016

Verschil

2016

Totaal uitgaven begrotingsgefinancierd

31,7

32,1

– 0,5

–/– Correctie dubbeltelling rijksbijdragen

12,8

13,1

– 0,3

–/– Uitgaven Rijksbegroting eng

0,5

0,6

– 0,1

–/– Correctie ontvangsten

0,7

0,6

0,1

A. SZA-uitgaven begroting

17,7

17,8

– 0,1

       

Totaal uitgaven premiegefinancierd

56,6

57,5

– 0,9

–/– Ontvangsten

0,4

0,4

0,0

B. SZA-uitgaven premie

56,2

57,1

– 0,9

       

C. Integratie-uitkering sociaal domein

2,8

2,7

0,0

       

Totaal SZA- uitgaven (A + B + C)

76,6

77,6

– 1,0

1

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Uitgavenontwikkeling

Tabel D1.2 toont een onderverdeling van de uitgaven die vallen onder het SZA-kader naar de verschillende regelingen. Wederom is het startpunt de begroting 2016 (de stand Miljoenennota 2016 inclusief verwerking van de nota van wijziging), omgerekend naar prijzen 2016. Tevens worden de ontvangsten in mindering gebracht op de uitgaven.

De voornaamste oorzaak van de lagere uitgaven zijn de lager dan geraamde werkloosheidsuitgaven (WW) als gevolg van de meevallende economische ontwikkeling. De AOW-uitgaven en de uitgaven aan arbeidsongeschiktheid, ziekte en zwangerschap zijn hoger uitgekomen dan begroot.

Tabel D1.2 Uitgaven SZA-kader 2014–2016 (x € 1 mln)
 

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Begroting 2016

Verschil

2016

Werkloosheid

         

WW-uitgaven (werkloosheid)

6.769

6.168

5.478

6.274

– 796

Macrobudget participatiewetuitkeringen (bijstand) en intertemporele tegemoetkoming

5.736

5.624

5.711

5.618

93

           

Arbeidsongeschiktheid / Ziekte en zwangerschap

         

WIA/WAO/WAZ/Wajong

11.873

11.971

12.253

12.120

133

ZW/WAZO

2.688

2.576

2.626

2.595

30

           

Ouderdom / Nabestaanden

         

MKOB

985

1

1

0

1

AOW

34.119

34.967

36.004

34.979

1.025

Inkomensondersteuning AOW

846

936

934

3

Anw

594

452

424

450

– 26

           

Kinderopvang en kindregelingen

         

KOT

1.731

1.645

2.006

2.005

2

AKW/WKB/TOG

4.236

5.093

5.205

5.188

18

           

Re-integratie / Participatie

         

Re-integratieuitgaven arbeidsongeschiktheid

184

182

221

244

– 23

Wsw-budget

2.390

17

17

21

– 4

Participatiebudget gemeenten

695

1

0

0

0

Integratie-uitkering sociaal domein

2.900

2.761

2.715

47

           

Uitvoeringskosten en overige uitgaven

         

Uitvoeringskosten (UWV/SVB etc.)

2.135

2.036

1.944

1.941

3

Overige uitgaven

829

919

1.018

1.023

– 5

           

Nominale ontwikkeling

0

0

0

1.473

– 1.473

           

Totaal SZA-uitgaven

74.965

75.398

76.607

77.578

– 971

Werkloosheid

De uitkeringslasten WW komen € 0,8 miljard lager uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling is de realisatie € 930 miljoen lager dan begroot. Door de gunstige economische ontwikkeling is de werkloosheid sterker gedaald dan verwacht. Dit heeft geleid tot lagere uitkeringslasten ten opzichte van de begroting.

De uitgaven macrobudget participatiewetuitkeringen en de intertemporele tegemoetkoming samen vallen € 93 miljoen hoger uit dan begroot. Via de reguliere systematiek van het macrobudget werken hoger uitgevallen realisaties in het voorgaande jaar (2015) volledig door in het budget van het uitvoeringsjaar. De uitgaven zijn voorts hoger uitgevallen vanwege de doorwerking van de gestegen lonen en prijzen in de uitkeringen en vanwege de intertemporele tegemoetkoming die bedoeld is om de feitelijke bijstandslasten voor gemeenten samenhangend met de verhoogde asielinstroom te dekken.

Arbeidsongeschiktheid / Ziekte en zwangerschap

De uitgaven voor arbeidsongeschiktheid, ziekte en zwangerschap zijn € 0,2 miljard hoger uitgekomen dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling is de realisatie ongeveer € 10 miljoen hoger dan begroot. Dit hangt samen met hoger dan geraamde Wajong- en WIA-uitkeringslasten die slechts ten dele worden gecompenseerd door lager dan begrote uitkeringslasten WAO, WAZ, WAZO en ZW.

Ouderdom / Nabestaanden

De AOW-uitgaven zijn € 1,0 miljard hoger uitgekomen dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling is de realisatie € 0,2 miljard hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk verklaard doordat de uitgaven aan de partnertoeslag in de AOW hoger uitvielen dan bij het opstellen van de begroting werd geraamd. Daarnaast bleek ook de loon- en prijsbijstelling hoger uit te vallen dan aanvankelijk geraamd.

De uitkeringslasten Anw zijn € 26 miljoen lager uitgekomen dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling is de realisatie € 32 miljoen lager dan begroot. Dit hangt voornamelijk samen met een lager dan verwacht aantal uitkeringsjaren.

Kinderopvang en kindregelingen

Het saldo van de uitgaven en ontvangsten kinderopvangtoeslag is in 2016 nagenoeg op het begrote bedrag uitgekomen. Dit saldo bestaat uit € 40 miljoen hogere uitgaven dan geraamd en € 39 miljoen hogere ontvangsten (terugvordering kinderopvangtoeslag) dan voorzien.

De uitgaven aan de kindregelingen (AKW, WKB en TOG) zijn € 18 miljoen hoger dan begroot. De WKB-uitgaven vallen hoger uit dan verwacht (€ 55 miljoen) door asielmigratie, nabetalingen over vorige toeslagjaren en de intensivering van het kindgebonden budget per 2017 (dit leidt vanwege betaling in de maand vooraf ook in 2016 al tot uitgaven). Hier tegenover staan hogere WKB-ontvangsten (€ 21 miljoen) en lager dan verwachte gerealiseerde uitkeringslasten AKW (€ 17 miljoen).

Re-integratie / Participatie

In 2016 is het re-integratiebudget niet volledig benut. Hierdoor is er in 2016 € 23 miljoen minder uitgegeven aan re-integratie arbeidsongeschikten dan begroot. Dit is het gevolg van enerzijds lagere uitgaven aan re-integratie WIA/WAO/WAZ/ZW (€ 38 miljoen), hoofdzakelijk het gevolg van lagere uitgaven dan verwacht aan de inkoop van trajecten. Anderzijds is er sprake van hogere uitgaven aan re-integratie Wajong (€ 15 miljoen) doordat reeds in 2016 een deel van het re-integratiebudget 2017 aan het UWV betaald is om het kasritme van het Rijk te optimaliseren.

Uitvoeringskosten en overige uitgaven

De realisatie van de netto-uitvoeringskosten van het UWV en de SVB komen € 3 miljoen hoger uit dan begroot. Als rekening gehouden wordt met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling is de realisatie € 18 miljoen lager dan begroot.

De overige uitgaven betreffen verschillende kleinere regelingen, voornamelijk de AIO, OBR, TW, uitkeringen Caribisch Nederland en uitgaven aan integratie en maatschappelijke samenhang. Deze uitgaven zijn per saldo € 5 miljoen lager uitgekomen dan begroot.

Toetsing aan ijklijn

Tabel D1.3 laat de ontwikkeling van het SZA-kader en de netto SZA-uitgaven zien voor het jaar 2016. De SZA-uitgaven worden getoetst aan de ijklijn.

Tabel D1.3 Bijstelling SZA-uitgaven en ijklijn sinds de indiening van de Miljoenennota 2016 (x € 1 mld)

Uitgaven

 

SZA-uitgaven bij indiening Miljoenennota 20161

77,5

Budgettaire mutaties

– 0,9

SZA-uitgaven jaarverslag 2016

76,6

   

Uitgavenplafond (ijklijn)

 

IJklijn SZA-uitgaven bij begroting 2016

78,1

IJklijnmutaties

– 0,7

IJklijn SZA-uitgaven jaarverslag 2016

77,4

   

Kadertoetsing (over- / onderschrijding ijklijn) bij indiening Miljoenennota 2016

– 0,6

Kadertoetsing (over- / onderschrijding ijklijn) jaarverslag 2016

– 0,8

1

Exclusief intensivering AKW conform nota van wijziging.

Uitgaven

Sinds de stand bij het indienen van de Miljoenennota 2016, voor verwerking van de nota van wijziging (Tweede Kamer, 2015–2016, 34 302, nr. 79), waarin een intensivering van de AKW met € 100 miljoen is opgenomen, zijn er als gevolg van de meevallende macro-economische ontwikkeling en op grond van uitvoeringsinformatie over 2016 budgettaire mutaties opgetreden. Hierdoor zijn de geraamde SZA-uitgaven van € 77,5 miljard ten tijde van het indienen van de Miljoenennota 2016 uitgekomen op € 76,6 miljard bij het jaarverslag 2016.

Uitgavenplafond (ijklijn)

De ijklijn 2016 is € 0,7 miljard lager vastgesteld dan in de begroting 2016 is opgenomen. Voornaamste oorzaak is een bijstelling van het kader als gevolg van de ontwikkeling van de prijs van de nationale bestedingen. Daarnaast is de ijklijn bijgesteld voor overboekingen tussen de kaders en statistische correcties. De ijklijn voor 2016 is uiteindelijk vastgelegd op € 77,4 miljard.

Toetsing SZA-uitgaven aan uitgavenplafond

Door de lagere SZA-uitgaven ten opzichte van de ontwerpbegroting is er sprake van een onderschrijding van het kader. Tegelijkertijd is het SZA-kader ook neerwaarts bijgesteld. Per saldo is er bij het jaarverslag 2016 € 0,8 miljard minder uitgegeven dan de voor 2016 geldende ijklijn.

Licence