Base description which applies to whole site

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Jaarverantwoording van het baten-lastenagentschap RVO.nl per 31 december 2017

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap RVO.nl (bedragen x € 1.000)
 

(1)

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(2)

Realisatie 2017

(3)=(2)-(1)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2016

Baten

       

Omzet moederdepartement

305.945

381.219

75.274

338.928

Omzet overige departementen

108.626

126.136

17.510

120.940

Omzet derden

27.369

40.489

13.120

42.245

Rentebaten

10

4

– 6

5

Vrijval voorzieningen

 

1.916

1.916

4

Bijzondere baten

 

4.834

4.834

13.776

Totaal baten

441.950

554.598

112.648

515.898

         

Lasten

       

Apparaatskosten

429.261

541.485

112.224

501.009

– Personele kosten

244.621

323.947

79.326

298.697

waarvan eigen personeel

212.680

252.767

40.087

228.242

waarvan externe inhuur

20.721

53.458

32.737

52.453

waarvan overige personele kosten

11.220

17.722

6.502

18.002

– Materiële kosten

184.640

217.538

32.898

202.312

waarvan apparaat ICT

       

waarvan bijdrage aan SSO's

92.948

135.116

42.168

102.505

waarvan overige materiële kosten

91.692

82.422

– 9.270

99.807

Rentelasten

28

332

304

149

Afschrijvingskosten

12.661

11.809

– 852

10.984

– Immaterieel

10.301

10.727

426

9.736

– Materieel

2.360

1.082

– 1.278

1.248

Overige lasten

 

633

633

4.053

– Dotaties voorzieningen

 

534

534

3.032

– Bijzondere lasten

 

99

99

1.021

Totaal lasten

441.950

554.259

112.309

516.195

         

Saldo van baten en lasten

0

339

339

– 297

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement

De gerealiseerde omzet van het moederdepartement is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 24,6% hoger.

Bedragen x € 1.000

Vastgestelde begroting

2017

Realisatie

2017

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2016

DG Agro en Natuur

152.071

200.117

48.046

185.209

DG Bedrijfsleven en Innovatie

90.566

101.822

11.256

97.338

DG Energie, Telecom en Mededinging

52.835

60.020

7.185

45.262

Overig

10.473

19.260

8.787

11.119

Totaal

305.945

381.219

75.274

338.928

De toename van de omzet ten opzichte van de begroting wordt vooral veroorzaakt door aanpassing van de initiële opdrachtverlening 2017, aanvullende opdrachten en wijzigingen op de bestaande opdrachten van DG A&N (€ 48,0 mln), DG B&I (€ 11,3 mln) en DG ETM (€ 7,2 mln). Daarbij is in totaal € 9,1 mln ontvangen voor loon- en prijscompensatie.

De toename bij DG A&N is het gevolg van de hogere initiële opdrachtverlening (circa € 10,0 mln), een aantal materiële meerwerkopdrachten waaronder het Fosfaatreductieplan inclusief herziening (€ 16,2 mln), de herziening fosfaatrechtstelsel (€ 3,0 mln), de ophoging landbouwradennetwerk / beurzenprogramma (€ 2,0 mln), uitfasering bezwaarafhandeling NVWA (€ 1,8 mln) en de stoppersregeling (beëindiging melkveehouderijen: € 1,7 mln). De omzettoename houdt voorts verband met diverse overige meerwerkopdrachten (€ 8,8 mln) en ontvangen loon- en prijsbijstelling (€ 4,5 mln).

De stijging van de omzet DG B&I ten opzichte van de ontwerpbegroting betreft aanvullende opdrachten voor de uitvoering van diverse projecten, programma’s en regelingen zoals eIDAS (elektronische Identificatie en Vertrouwensdiensten, € 2,7 mln), het Netherlands Investment Agency (€ 1,4 mln) het Investor Relations Programma (€ 0,5 mln), de Seed Capital regeling (€ 0,6 mln) en de dekking van de transitiekosten voor de oprichting van de Nederlandse financierings- en ontwikkelingsinstelling Invest-NL (€ 2,5 mln).

De stijging van de omzet bij DG ETM wordt verklaard door extra opdrachten, zoals Stimulering Duurzame energieproductie (€ 4,2 mln) en diverse aanvullende opdrachten (€ 1,2 mln).

Onder overig zijn naast de opdracht voor het Inkoop Uitvoeringscentrum (€ 11,8 mln) ook de bijdragen en aanvullende opdrachten voor e-Overheid voor Bedrijven (e-OvB; € 1,2 mln), de Unit omgevingskennis (€ 1,8 mln) en Concordaat (€ 3,0 mln) gerealiseerd.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen betreft de uitvoering van opdrachten voor diverse ministeries, waarvan 72,7% afkomstig is van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ).

Bedragen x € 1.000

Vastgestelde begroting

2017

Realisatie

2017

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2016

Ministerie van Buitenlandse Zaken

80.900

91.659

10.759

88.388

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

12.100

15.305

3.205

15.749

Ministerie van Infrastructuur en Milieu

11.000

12.776

1.776

11.326

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

2.850

3.857

1.007

3.107

Ministerie van Veiligheid en Justitie

375

391

16

318

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1.401

231

– 1.170

333

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

 

426

426

375

Overig

 

1.491

1.491

1.344

Totaal

108.626

126.136

17.510

120.940

De omzet van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is hoger (€ 10,8 mln) als gevolg van de extra opdrachten voor met name Wereld Expo Astana, Dutch Good Growth Fund, Dutch Risk Reduction (DRR) en Delegated Representative Jakarta (water sector).

De hoger dan begrote omzet van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (€ 3,2 mln) wordt onder meer veroorzaakt door de opdracht Politieke Prioriteiten (€ 1,9 mln) voor ondersteuning en uitvoering op een groot aantal onderwerpen als de agenda innovatie in de bouw, transitie circulaire bouw en verkenning energiebesparingspotentieel utiliteitsbouw. Daarnaast is de opdracht Subsidie Energiebesparing Eigen Huis verhoogd met € 1,2 mln in verband met meer animo dan verwacht voor deze regeling bij subsidieaanvragers.

Omzet derden

De omzet derden heeft betrekking op opdrachten voor de Europese Unie, bijdragen van derden in de uitvoeringskosten die in opdracht van het moederdepartement plaatsvinden (bijvoorbeeld heffingen en retributies), opdrachten voor de provincies en overige opdrachtgevers.

Bedragen x € 1.000

Vastgestelde begroting

2017

Realisatie

2017

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2016

Europese Unie

3.234

2.027

– 1.207

3.880

Leges Dierregistraties

6.000

5.772

– 228

5.557

Leges overige regelingen Agro

2.900

2.415

– 485

2.247

Leges Mest

600

689

89

764

Vergunningen

423

 

– 423

553

Provincies

12.100

24.245

12.145

22.836

Overig

2.112

5.341

3.229

6.408

Totaal

27.369

40.489

13.120

42.245

De omzet derden is € 13,3 mln hoger dan begroot. Bij provincies is sprake van een hogere omzet: de opdrachten POP3 en de Jonge Landbouwers (€ 7,9 mln) worden bij provincies in rekening gebracht. Daarnaast is de omzet op de Subsidieregeling Natuur en Landschap/ Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (SNL/ANLb) € 2,4 mln hoger dan begroot.

Naast lager dan geraamde inkomsten van de Europese Unie, leges en vergunningen is voorts sprake van (extra) omzet uit hoofde van de bij overig opgenomen Bureau Beheer Landbouwgronden (€ 4,7 mln). De bestendige gedragslijn is aangehouden door de leges en Dierregistraties bij de categorie Derden op te nemen.

Vrijval voorzieningen

In 2016 is een reorganisatievoorziening getroffen (€ 2,2 mln) omdat overtolligheid verwacht werd die voortkomt uit de aansluiting van RVO.nl bij de Collectieve Dienst Verleners Facilitair (CDV). Door actuelere inzichten op personeelsgebied, in combinatie met natuurlijk verloop waarbij tijdelijke vervanging wordt aangetrokken, is de omvang van de voorziening met € 1,3 mln verlaagd.

De overige € 0,6 mln betreft vrijval bij de voorziening dubieuze debiteuren.

Bijzondere baten

Aan bijzondere baten is € 4,8 mln gerealiseerd. Dit betreft met name een bijdrage van het moederdepartement in verband met huisvestingskosten (€ 3,5 mln) en de bijdrage voor afbouw van de werkzaamheden van voormalig Dienst Landelijk Gebied (€ 1,2 mln).

Toelichting op de lasten

Algemeen

De lasten zijn ten opzichte van de begroting met 25,4% gestegen. Hieronder worden de lasten toegelicht.

Personele kosten

De personele kosten vallen, vooral door een hoger werkpakket, in totaal 32,4% (€ 79,3 mln) hoger uit dan begroot. De kosten voor eigen personeel zijn 19% hoger dan geraamd (€ 40,1 mln). Dit vooral vanwege een hoger aantal tijdelijke ambtenaren en door de toename van het werkpakket.

De verwachte bezetting voor 2017 was 3.354 fte, waarvan 2.817 fte ambtelijk personeel en 537 fte externe inhuur (Rijksbegroting EZ). Gemiddeld in 2017 waren er 3.183 fte in ambtelijke dienst. Per 31 december 2017 waren 3.229 fte in ambtelijke dienst. De hogere gerealiseerde bezetting is toe te schrijven aan de toename van de omvang van het werkpakket.

De gemiddelde loonkosten per fte ambtelijk bedragen in 2017 € 79.415. Dit is 5,2% hoger dan de geraamde loonkosten per fte ambtelijk personeel, hetgeen vooral wordt veroorzaakt door nieuwe CAO-afspraken in het najaar (loonsverhoging van 1,4%), gestegen pensioen- en overige werkgeverslasten en de invaring van PIANOo, Concordaat en Expert National Detaché (END), waar de medewerkers grotendeels in de hogere schalen (> schaal 11) zijn ingedeeld.

De kosten van externe inhuur zijn € 32,7 mln hoger dan begroot. Dit komt voor een deel doordat de externe inzet voor ICT in 2017 in de realisatie is meegenomen (effect € 10,8 mln). Daarnaast is de extra inzet ten opzichte van de begroting in 2017 toe te schrijven aan het hoger dan oorspronkelijke begrote werkpakket. Verder is capaciteit ingehuurd voor het nader optimaliseren van de (onder andere financiële) bedrijfsvoeringsprocessen.

Tevens zijn de gemiddelde kosten per fte externe inhuur hoger dan begroot. Deze toename wordt veroorzaakt doordat relatief meer externen zijn ingehuurd in de hogere tariefklassen en minder in de lagere schalen. Dit is mede het gevolg van het beleid om op meer langdurige opdrachten ambtelijke medewerkers in te zetten in plaats van uitzendkrachten. Die verambtelijking heeft vooral in de lagere schalen plaatsgevonden. Hierdoor is het zwaartepunt bij inhuur verschoven naar hogere inhuur.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn in totaal 17,8% hoger uitgevallen dan begroot. De stijging wordt met name veroorzaakt door de hogere gerealiseerde bijdragen aan Shared Service Organisaties van € 42,2 mln. Dit betreft voornamelijk extra kosten van de ICT-dienstverlener DICTU. De overige materiële kosten zijn lager uitgevallen (€ 9,3 mln). De daling van de materiële kosten hangt mede samen met de herrubricering van de kosten voor externe capaciteit ten behoeve van beheer, onderhoud en ontwikkeling van ICT-systemen naar externe inhuur.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten voor immateriële vaste activa zijn iets lager uitgevallen dan begroot. In de ramingen is al rekening gehouden met diverse ICT-systemen die in de loop van 2017 in gebruik zijn genomen. De afschrijvingskosten voor de materiële vaste activa zijn € 1,3 mln lager uitgevallen dan begroot, mede ten gevolge van saldering met desinvesteringen.

Bijzondere lasten

In 2017 zijn diverse bijzondere lasten (€ 0,1 mln) ontstaan. Dit is het gevolg van enkele technisch administratieve boekingen betreffende handelsfacturen en diverse kleine debiteurenposten.

Saldo van baten en lasten

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland sluit het jaar met een positief resultaat van € 0,3 mln. In dit resultaat zijn éénmalige bijzondere baten en lasten verwerkt, per saldo ruim € 4,7 mln aan baten.

Balans per 31 december 2017 (Bedragen x € 1.000)
 

2017

2016

Activa

   

Immateriële vaste activa

36.451

42.983

Materiële vaste activa

3.672

4.656

– Grond en gebouwen

1.952

2.456

– Installaties en inventarissen

1.720

2.200

– Overige materiële vaste activa

   

Vlottende activa

97.868

55.587

– Voorraden en onderhanden projecten

   

– Debiteuren

3.050

4.098

– Overige vorderingen en overlopende activa

25.817

19.794

– Liquide middelen

69.001

31.695

Totaal activa

137.991

103.226

     

Passiva

   

Eigen vermogen

18.347

18.008

– Exploitatiereserve

18.008

18.305

– Onverdeeld resultaat

339

– 297

Voorzieningen

925

2.200

Langlopende schulden

19.668

6.902

– Leningen bij het Ministerie van Financiën

19.668

6.902

Kortlopende schulden

99.051

76.116

– Crediteuren

8.253

5.787

– Overige verplichtingen en overlopende passiva

90.798

70.329

Totaal passiva

137.991

103.226

Toelichting op de balans

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit een exploitatiereserve en het onverdeeld resultaat. Het onverdeeld resultaat over 2017 bedraagt € 0,3 mln positief. Het eigen vermogen ultimo 2017 bedraagt € 18,3 mln. De maximale toegestane omvang van de exploitatiereserve bedraagt € 23,0 mln, zijnde 5,0% van € 460,9 mln, de gemiddelde omzet over 2014, 2015 en 2016. Het eigen vermogen ultimo jaar 2017 is € 4,7 mln lager dan het toegestane maximum.

Tabel Vermogensontwikkeling (Bedragen x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

1 Eigen vermogen per 1/1

25.044

24.471

18.305

18.008

2 Saldo van baten en lasten

4.042

– 1.809

– 297

339

3 Directie mutaties in het eigen vermogen:

       

–  3a uitkering aan moederdepartement

– 4.615

– 4.357

   

–  3b bijdrage moederdepartement ter versterking EV

       

–  3c overige mutaties

       

4 Eigen vermogen per 31/12

24.471

18.305

18.008

18.347

Crediteuren en nog te betalen bedragen

Onder de crediteuren en de nog te betalen bedragen zijn de volgende bedragen begrepen voor schulden aan het moederdepartement EZ en overige departementen:

Bedragen x € 1.000

2017

2016

Moederdepartement

21.815

25.262

Agentschap NVWA

784

1.009

Rijksdienst voor Wegverkeer

4

 

Dienst Publiek en Communicatie

3

61

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

2.424

1.346

Ministerie van Buitenlandse Zaken

13.453

2.621

Ministerie van Financiën

37

187

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

114

761

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

821

1.211

Ministerie van Algemene Zaken

 

4

CIBG (onderdeel van Ministerie van VWS)

 

15

Rijksvastgoedbedrijf

 

3

Derden

9.319

3.081

Overige posten

50.277

40.555

Totaal

99.051

76.116

Debiteuren en nog te ontvangen bedragen

Onder de debiteuren en de nog te ontvangen bedragen zijn de volgende bedragen begrepen voor vorderingen op het kerndepartement EZ, andere departementen, derden en op overigen (exclusief voorziening dubieuze debiteuren ad € 0,6 mln):

Bedragen x € 1.000

2017

2016

Moederdepartement

67

161

Agentschap DICTU

1.239

64

Agentschap NVWA

21

44

Agentschap RVO.nl (beleidsadministratie)

378

3.946

Rijkswaterstaat

142

224

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

145

52

Ministerie van Buitenlandse Zaken

2.003

3.231

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

 

93

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

38

105

Ministerie van Justitie en Veiligheid

13

211

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

83

250

Immigratie Naturalisatie Dienst

81

222

Belastingdienst Centrum Facilitaire Dienstverlening

94

29

Derden

24.928

8.658

Overige posten

270

7.477

Totaal

29.502

24.768

Kasstroomoverzicht over 2017 (Bedragen x € 1.000)
   

(1)

Oorspron-kelijk vastgestelde begroting

(2)

Realisatie 2017

(3)=(2)-(1)

Verschil realisatie en oorspron-kelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2017 + stand depositorekeningen

47.946

31.695

– 16.251

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

27.661

547.707

520.046

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

– 23.000

– 524.229

– 501.229

2.

Totaal operationele kasstroom

4.661

23.478

18.818

 

Totaal investeringen (-/-)

– 10.000

– 10.043

– 43

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

 

6.313

6.313

3.

Totaal investeringskasstroom

– 10.000

– 3.730

6.270

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

     
 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

     
 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 3.700

– 1.783

1.917

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

10.000

19.341

9.341

4.

Totaal financieringskasstroom

6.300

17.558

11.258

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2017 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4).

48.907

69.001

20.094

De gerealiseerde operationele kasstroom is € 18,8 mln hoger dan begroot. Dit komt vooral door hogere operationele ontvangsten. De gerealiseerde investeringskasstroom is € 6,3 mln lager dan verwacht. Dit wordt vooral veroorzaakt door niet geraamde desinvesteringen.

Het beroep op de leenfaciliteit is in 2017 ruim € 9,3 mln hoger geweest dan begroot.

Doelmatigheidsindicatoren

Omschrijving

Realisatie

2016

Realisatie

2017

Begroting

2017

Inputindicatoren

     

Kernindicatoren

     

Verhouding direct/indirect personeel

87%

88%

84%

       

Outputindicatoren

     

Kernindicatoren

     

Tariefindex in reële termen

99,8%

99,9%

100,0%

Totaal aantal ambtelijk fte werkzaam exclusief externe inhuur

3.055

3.229

2.817

Saldo baten en lasten als percentage van totale baten

– 0,1%

0,1%

0,0%

       

Kwaliteitsindicatoren

     

Kernindicatoren

     

Klanttevredenheid

7,2

7,2

7,3

Gehonoreerde bezwaarschriften

36%

34%

25%

Toelichting

Inputindicatoren

RVO.nl heeft over 2017 een gunstiger direct-indirect verhouding gerealiseerd dan begroot. Dit als gevolg van de hogere realisatie van het werkpakket dan begroot.

Outputindicatoren

De stijging van het aantal ambtelijke fte in dienst ultimo 2017 naar 3.229 fte is het gevolg van het personeelsbeleid meer tijdelijke ambtenaren in dienst te nemen en door de invaring van organisatie-onderdelen PIANOo, Concordaat en END.

Kwaliteitsindicatoren

De klanttevredenheid wordt jaarlijks gemeten en is met een score van 7,2 op hetzelfde (hoge) niveau gebleven.

Het percentage gehonoreerde bezwaarschriften is hoger dan de begroting 2017 (25%). In totaal zijn in 2017 14.895 bezwaren afgehandeld, waarvan 5.102 bezwaren gegrond zijn verklaard. Hiervan heeft 2.678 betrekking op gehonoreerde bezwaren als gevolg van de invoering van de nieuwe wet Basisbetalingsregeling en 943 op de nieuwe regeling Fosfaatreductieplan. Beide regelingen vertekenen door hun evenredig grote aandeel het beeld over de kwaliteit van de uitvoering door RVO.nl.

Licence