Base description which applies to whole site

BIJLAGE 2: AFGEROND EVALUATIE- EN OVERIG ONDERZOEK

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Jaar van Afronding

Vindplaats

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1a. Beleidsdoorlichtingen

 

Goed functionerende economie en markten

1

2016

Kamerstuk, 30 991, nr. 31

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

 

Raad voor Accreditatie

1

2016

Kamerstuk, 25 268, nr. 136

 

De doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het CBS

1

2017

Kamerstuk, 25 268, nr. 148

         

2. Overig onderzoek

 

Evaluatie wet Markt en Overheid

1

2016

Kamerstuk, 34 487, nr. 1

 

Evaluatie Winkeltijdenwet

1

2016

Kamerstuk, 34 647, nr. 1

 

Universele postdienst (UPD)

1

2017

Kamerstuk, 29 502, nr. 140

 

Agentschap Telecom

1

2018

Voorgaande agentschapsdoorlichting is in 2014 afgerond.

         

3. Toetsbare beleidsplannen

       

Zie alinea einde bijlage 2.

Samenvatting afgeronde evaluaties 2017 artikel 1

De doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het CBS

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is doeltreffend geweest, doelmatiger geworden en onafhankelijk in de statistiekproductie. De kwaliteit van de statistieken is op een constant hoog niveau gebleven. Het CBS heeft met het uitvoeren van de meerjarenprogramma’s en werkprogramma’s de behoeften van praktijk, beleid en wetenschap goed bediend. Het CBS heeft zowel de betrouwbaarheid van de statistieken verbeterd als de ervaren administratieve lasten verlaagd, door meer gebruik te maken van registers in plaats van enquêtes om gegevens te verzamelen. De evaluatie geeft diverse aanbevelingen, gericht op verdere verbetering van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het CBS.

Universele Postdienst (UPD)

In 2017 is de evaluatie van de Universele Postdienst afgerond (Kamerstuk, 29 502, nr. 140). Het doel van dit evaluatieonderzoek was om een totaalbeeld te krijgen van de werking en effectiviteit van de huidige inrichting van de Universele Postdienst (UPD) en om mogelijke knelpunten en verbeterpunten voor de toekomst zichtbaar te maken. De evaluatie is samen met de Analyse toekomst postmarkt naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze analyse presenteert relevante feiten, een analyse van de huidige situatie en een beschrijving van de verwachte marktontwikkelingen. De analyse biedt bouwstenen om in de toekomst de post betaalbaar, betrouwbaar en bereikbaar te houden.

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: Innovatief en duurzaam ondernemen

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Jaar van afronding

Vindplaats

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1a. Beleidsdoorlichtingen

 

Doorlichting artikel 2

2

2020

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

 

Evaluatie MIT

2

2017

Kamerstuk, 32 637, nr. 276

 

Ruimtevaart

2

2018

Het evaluatieonderzoek is afgerond. Het rapport wordt in het voorjaar van 2018 met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden.

 

Tussenevaluatie Topconsortia Kennis en Innovatie

2

2016

Kamerstuk, 32 637, nr. 254

 

Toegepast onderzoek; TO2-instellingen (TNO, Deltares, Marin, NLR, ECN, Wageningen Research)

2/4/6

2017

Kamerstuk, 32 637, nr. 274

 

STW

2

2016

Kamerstuk, 34 550 XIII, nr. 128

 

Intellectueel Eigendomsbeleid

2

2018

Het evaluatieonderzoek is afgerond. Het rapport wordt in het voorjaar van 2018 met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden.

 

Scheepsbouwgarantieregeling

2

2017

Kamerstuk, 34 550 XIII, nr. 136

 

Microkredieten

2

2016

Kamerstuk, 31 311, nr. 174

 

Groeiversneller

2

2016

Kamerstuk, 32 637, nr. 201

 

Green deals

2

2016

Kamerstuk, 33 043, nr. 71

 

Digitale agenda / ICT-beleid

2

2017

Kamerstuk, 30 991, nr. 33

 

Evaluatie Actal / regeldruk

2

2016

Kamerstuk, 29 515, nr. 389

 

Ondernemerspleinen / KVK

2

2017

Kamerstuk, 32 637, nr. 302

 

Evaluatie EFRO/Interreg (door Europese Commissie)

2

2016

http://ec.europa.eu/regional_policy/en/policy/evaluations/ec/2007–2013/

 

Evaluatie Rijkscofinanciering EFRO/Interreg (2007–2013)

2

2017

Kamerstuk, 21 501-08, nr. 706

 

Bijdrage Regionale ontwikkelingsmaatschappijen

2

2016

Kamerstuk, 29 697, nr. 23

 

Fiscale ondernemerschapsregelingen

2

2017

Kamerstuk, 31 311, nr. 186

         

2. Overig onderzoek

 

MKBA Ruimtevaart

2

2016

Kamerstuk, 24 446, nr. 60

 

Onderwijs en Ondernemerschap (OESO case study)

2

2016

Studie opgeleverd en ingebracht als case study voor de OECD; OESO case study

 

Doorlichting en evaluatie Topsectorenaanpak

2

2017

Kamerstuk, 32 637, nr. 289

 

SBIR

2

2017

Kamerstuk, 33 009, nr. 46

 

MKBA World Expo

2

2016

Kamerstuk, 34 300 XIII, nr. 173

         

3. Toetsbare beleidsplannen

       

Zie alinea einde bijlage 2.

Samenvatting afgeronde evaluaties 2017 artikel 2

Evaluatie MIT (MKB Innovatiestimuleringsregeling Topsectoren)

De belangrijkste conclusies van de evaluatie zijn positief. De MIT is effectief wat betreft de doelen van de regeling: het vergroot het innovatief vermogen bij het MKB, betrekt het MKB bij de innovatieagenda’s van de topsectoren en regionale innovatiestrategieën en de samenwerking tussen het Rijk en regio’s is verbeterd. Ook is de regeling doelmatig: de kosten en administratieve lasten staan in goede verhouding tot de effecten van de MIT. De evaluatie stelt voorts vast dat de MIT toegankelijk is, voorziet in een duidelijke behoefte en een verscheidenheid aan MKB’ers ondersteunt in de eerste fase van innovatietrajecten. De evaluatie heeft als hoofdaanbeveling: continueer de MIT-regeling met ten minste het huidige budget.

Toegepast onderzoek; TO2-instellingen (TNO, Deltares, Marin, NLR, ECN, Wageningen Research)

Uit het rapport van de evaluatiecommissie blijkt onder meer dat over de hele linie de kwaliteit en impact van het werk van de instellingen goed tot zeer goed is, en op onderdelen tot de wereldtop van het betreffende vakgebied behoort. Over de vitaliteit van de instellingen geeft de commissie een gemengder beeld, en uit daarbij zorgen over de teruggelopen structurele financiering van het Rijk bij deze instellingen. De evaluatiecommissie concludeert verder onder meer dat de publieke middelen die aan de TO2-instellingen ter beschikking worden gesteld, doeltreffend en doelmatig worden ingezet.

Scheepsbouwgarantieregeling

De Garantieregeling Scheepsnieuwbouwfinanciering (GSF) is door SEO Economisch Onderzoek geëvalueerd. De GSF biedt banken 80% staatsgarantie op de nieuwbouwfinanciering van een schip. In de periode 2013–2016 is bij slechts acht schepen een GSF-aanvraag ingediend, waarvan vijf toegewezen. Dit is minder dan twee procent van de honderden gebouwde schepen. De GSF is volgens SEO dan ook niet doeltreffend. Het doel om drempels weg te nemen voor financiering van scheepsnieuwbouw lijkt niet te zijn bereikt, omdat er weinig drempels werden ervaren en er alternatieve financieringsmogelijkheden zijn. De GSF lijkt ook geen invloed te hebben gehad op de internationale concurrentiepositie van werven. Het beeld van de doelmatigheid is volgens SEO gemengd. De overheid heeft provisies ontvangen maar geen schades hoeven te vergoeden. De uitvoeringskosten waren laag, maar hoog in verhouding tot het beperkte aantal verstrekte garanties. In de brief aan de Kamer heeft de Minister van EZ aangegeven dat hij geen basis ziet voor een verlenging van de GSF. De regeling is daarom per 1 juli 2017 afgelopen.

Digitale agenda / ICT-beleid

Technopolis heeft de evaluatie uitgevoerd van het ICT-beleid onder artikelen 12 en 13 van de EZ-begroting 2011–2015. Dit beleid richt zich op ondernemers die innoveren met ICT (thema ICT-innovatie) en de digitale dienstverlening van de overheid aan burgers en bedrijven (eOverheid). De evaluatie omvat vijftien beleidsinstrumenten zoals Ondernemersplein.nl, Ondernemingsdossier, eHerkenning, eFactureren, Doorbraakprojecten met ICT en Digital Gateway to Europe.

De opdracht bij de evaluatie luidde om deze uit te voeren aan de hand van de criteria doeltreffendheid, doelmatigheid, relevantie, coherentie en EZ-toegevoegde waarde en om van daaruit lessen te trekken en aanbevelingen te formuleren voor toekomstig ICT-beleid.

Technopolis komt voor beide thema’s tot een totaaloordeel «voldoende tot goed». Zij doen aanbevelingen voor verdere verbetering zoals:

  • 1. vaker en meer uitgebreid evalueren, en daarbij scherper inzetten op het meten van effect (outcome) in plaats van op de hoeveelheid geleverd werk (output);

  • 2. naast het verder inzetten op coherentie, de rol van EZ explicieter maken;

  • 3. (drie suggesties om) de spanning (te) verkleinen tussen de breedte van het ICT-beleid en het beschikbare budget;

  • 4. continuïteit in dossierhouders en kennis binnen EZ behouden. De rol van EZ, met name als netwerkpartner, blijft daarmee sterk. Deze continuïteit heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de toegevoegde waarde en aan de doeltreffendheid en doelmatigheid van het ICT-beleid.

Evaluatie Wet op de Kamer van Koophandel

Als gevolg van de nieuwe wet op de Kamer van Koophandel (KvK), heeft de KvK in de jaren 2014–2017 een grote en complexe transitie doorgemaakt. Deze wet is in 2017 geëvalueerd door onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF). AEF concludeert dat de transitie naar een nieuwe Kamer van Koophandel succesvol is verlopen: het heeft geleid tot een vereenvoudigde en verzakelijkte governance die past bij de nieuwe positionering van de KvK, vraagsturing en een sterke digitale dienstverlening. Het bereik en de waardering is onder ondernemers substantieel gestegen. De dienstverlening kan op bepaalde punten nog verder worden doorontwikkeld.

Evaluatie Rijkscofinanciering EFRO/Interreg (2007–2013)

EFRO-middelen dienen voor minstens 50% publiek of privaat gecofinancierd te worden. EZK draagt via de Rijkscofinancieringsregeling bij aan het deel van publieke cofinanciering. Het rapport is in het algemeen positief over de Rijkscofinancieringsregeling. Het bevestigt de door EZK beoogde focus op innovatie, ondernemerschap en groei van kenniseconomie voor EFRO-projecten met Rijkscofinanciering. De regeling heeft het onder andere voor het MKB mogelijk gemaakt om zijn concurrentiepositie te verbeteren door snellere commercialisering van kennis.

De onderzoekers geven aan dat de regeling met lage uitvoeringslasten is uitgevoerd voor begunstigden en EZK, omdat deze voor de landelijke programma's was geïntegreerd in de algemene uitvoering door de managementautoriteiten; er golden dus geen aparte loketten of procedures voor de aanvragers. Voor de grensoverschrijdende programma's waren wel aparte procedures maar met lage kosten. De evaluatie laat tenslotte zien dat er zeer waarschijnlijk geen sprake is geweest van verdringing van private middelen.

De onderzoekers bevelen aan om de Rijkscofinancieringsregeling te continueren. Ze bevelen daarnaast aan om een duidelijke missie en doelstelling van de Rijkscofinanciering te formuleren zodat bij een toekomstige evaluatie het makkelijker wordt om een oordeel te vormen over de effectiviteit van de regeling. Daarnaast adviseren ze te blijven streven naar samenwerking met managementautoriteiten en meer aandacht te geven aan de verspreiding van resultaten.

Fiscale ondernemerschapsregelingen

Dit traject is begonnen met een data assessment. Ondanks de uitgebreide microbestanden is het niet gelukt om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de fiscale regelingen empirisch vast te stellen. Wel is er een vrij degelijke beschrijving van de populatie gebruikers van de fiscale ondernemersregelingen gemaakt (zelfstandigenaftrek, MKB winstvrijstelling, kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), Fiscale Oudedagsreserve (FOR), meewerkaftrek, startersaftrek en startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, willekeurige aftrek starters). Het rapport is zonder reactie naar de Tweede Kamer gestuurd.

Doorlichting en evaluatie Topsectorenaanpak

Dialogic heeft de evaluatie uitgevoerd met een nieuwe kwalitatieve evaluatiemethodiek waarmee de doeltreffendheid en doelmatigheid van de topsectorenaanpak kon worden beoordeeld. De topsectorenaanpak blijkt doeltreffend en doelmatig. De aanpak is doeltreffend geweest in het meer vraaggericht programmeren van publiek-privaat onderzoek bij Nederlandse kennisinstellingen, het afstemmen van human capital activiteiten en bij exportbevordering. Verder is het aannemelijk dat de aanpak een doelmatige beleidsstrategie is, waarbij de opbrengsten opwegen tegen de ingezette middelen. Dialogic noemt twee onderdelen die in de toekomst kunnen zorgen voor een verdere versterking van de doeltreffendheid van de beleidsaanpak: i) Betrokken partijen moeten meer richting geven aan de ontwikkeling van grensverleggende (innovatie)visies; ii) marktformatie door innovatief aankoopbeleid zou meer deel uit moeten maken van de topsectorenaanpak.

Small Business Innovation Research (SBIR)

Het beleidsonderzoek SBIR is uitgevoerd door Dialogic in samenwerking met UNU-MERIT. Het onderzoeksconsortium komt tot een positieve conclusie over de toegevoegde waarde van SBIR voor het stimuleren van innovatie. Volgens de onderzoekers draagt SBIR bij aan het ontwikkelen van innovatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en kent de aanpak een bewezen maatschappelijke meerwaarde. Daarbij maken de onderzoekers de kanttekening dat de projecten niet altijd direct in marktrijpe oplossingen resulteren. Bovendien is er niet altijd direct een kant-en-klare markt beschikbaar. Dit valt te verklaren door de huidige opzet van SBIR: SBIR richt zich op het ontwikkelen van innovatieve oplossingen die nog niet in de markt aanwezig zijn. Economische effecten zijn daardoor moeilijk aan te tonen. De onderzoekers doen ook verschillende aanbevelingen om het potentieel van SBIR nog beter te benutten en de economische en maatschappelijke impact te vergroten, waaronder het instellen van een vast EZ-budget voor SBIR en het versterken van het commitment bij opdrachtgevers om over te gaan tot daadwerkelijke aanschaf.

Artikel 3 Toekomstfonds

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Jaar van afronding

Vindplaats

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

   

1a. Beleidsdoorlichtingen

   
 

Doorlichting artikel 3

3

2020

 
         

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

   
 

Kapitaalverstrekking ROM’s

3

2016

Kamerstuk, 29 697, nr. 23

         

2. Toetsbare beleidsplannen

   
       

Zie alinea einde bijlage 2.

Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Jaar van afronding

Vindplaats

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1a. Beleidsdoorlichtingen

 

Een doelmatige en duurzame energievoorziening

4

2020

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

 

Innovatie agenda energie

4

2016

Kamerstuk, 31 530, nr. 2

 

Green Deals

4

2016

Kamerstuk, 33 043, nr. 71

 

Proeftuinen Smart Grids

4

2017

Het evaluatieonderzoek wordt in 2018 uitgevoerd.

 

Warmtewet

4

2016

Kamerstuk, 34 415, nr. 1

 

Rijkscoördinatieregeling

4

2016

Kamerstuk, 2017D01893

 

Garantieregeling aardwarmte

4

2016

Kamerstuk, 31 239, nr. 220

 

Topsector Energie: evaluatie topsectorenaanpak

4

2017

Kamerstuk, 32 637, nr. 289

 

Energieakkoord

4

2016

Kamerstuk, 30 196, nr. 479

 

SDE+

4

2016

Kamerstuk, 31 239, nr. 249

 

ECN

4

2017

Kamerstuk, 32 637, nr. 274

 

Wet voorraadvorming Aardolieproducten (Wva 2012)

4

2017

Het evaluatieonderzoek is uitgevoerd. Het rapport wordt begin 2018 met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden.

 

Salderingsregeling

4

2017

Kamerstuk, 31 239, nr. 251

 

Subsidieregeling innovatie hernieuwbare energie

4

2017

Kamerstuk, 30 196, nr. 572

 

Demonstratie energie-innovatie (DEI)

4

2017

Kamerstuk, 30 196, nr. 572

 

Topsector Energie: TKI tenderregelingen

4

2017

Kamerstuk, 30 196, nr. 572

 

Postcoderoosregeling

4

2017

Het evaluatieonderzoek is uitgevoerd. Het rapport wordt begin 2018 met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden.

 

Subsidie indirecte emissiekosten ETS

4

2017

Kamerstuk, 30 196, nr. 569

         

2. Overig onderzoek

 

Tussenevaluatie energie-audits (op basis van Europese Energie-Efficiency richtlijn (EED))

4

2017

Het evaluatieonderzoek wordt uitgevoerd. Het rapport wordt in 2018 met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden.

 

Derde structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III)

4

2017

Het evaluatieonderzoek is uitgevoerd. Dit dossier hangt samen met de invoering van de Omgevingswet. Het rapport en de beleidsreactie zullen in samenhang daarmee aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

 

Onderzoek algemeen Instrumentarium Geothermie

4

2016

Kamerstuk, 31 239, nr. 220

         

3. Toetsbare beleidsplannen

       

Zie alinea einde bijlage 2.

Samenvatting afgeronde evaluaties 2017 artikel 4

Topsector Energie: evaluatie topsectorenaanpak

Zie omschrijving Doorlichting en evaluatie Topsectorenaanpak (artikel 2).

ECN

In de Visie op het Toegepast Onderzoek (Kamerstuk 32 637, nr. 68) heeft het kabinet toegezegd om de zes organisaties voor toegepast onderzoek (TO2) elke vier jaar te evalueren op kwaliteit en impact van het onderzoek. Deze evaluatie is in 2017 uitgevoerd door Dialogic/Technopolis. Dit betreft het duurzame energieonderzoek van de Stichting ECN (hierna: ECN) en niet de nucleaire activiteiten.

Op basis van verschillende informatiebronnen oordeelt de evaluatiecommissie dat de kwaliteit van ECN positief tot zeer positief is (3–4 op een schaal van 4). ECN verricht zeer goed en hooggewaardeerd onderzoek voor zijn stakeholders. Een deel van het onderzoek behoort tot de wereldtop. De evaluatiecommissie oordeelt verder dat de impact ook positief tot zeer positief is (3–4 op een schaal van 4). De commissie is overtuigd dat ECN relevant en doeltreffend onderzoek doet. Het staat in goede verbinding met een grote diversiteit aan stakeholders. De kennisbenutting is van groot strategisch belang voor het behalen van doelen zoals die zijn geformuleerd voor 2050 in het Energieakkoord en door de EU-lidstaten. Er kan op onderdelen worden verbeterd zodat ook in de toekomst essentiële impact kan worden gerealiseerd. De commissie acht het niet mogelijk een score te geven voor vitaliteit. De uitwerking van de ontvlechting van de nucleaire activiteiten en het duurzame energieonderzoek van de Stichting ECN, en het daarmee samenhangend onderbrengen van onderdelen van ECN bij TNO en PBL, is allesbepalend voor de vitaliteit van ECN.

Salderingsregeling

De evaluatie van de salderingsregeling is in 2016 vervroegd uitgevoerd en in 2017 aan de Tweede Kamer gezonden. Het evaluatierapport «de historische impact van salderen» is opgesteld door onderzoeksbureau PwC en is tot stand gekomen met de inbreng van een groot aantal belanghebbende partijen. Ten aanzien van de doelmatigheid en kosteneffectiviteit is geconcludeerd dat de stimulans van de salderingsregeling in euro’s per kWh, afhankelijk van de aannames en het gekozen perspectief, in alle gevallen (vrijwel) gelijk aan of hoger ligt dan de stimulering via de SDE+. Op basis van de vergelijking in termen van euro’s per ton vermeden CO2-uitstoot blijkt de salderingsregeling een relatief dure regeling. Deze evaluatie geeft bouwstenen voor de vormgeving van de stimulering van lokale hernieuwbare energie vanaf 2020, waarvoor in 2018 een stimuleringskader wordt ontworpen.

Beleidsevaluatie Energie-innovatieregelingen (Subsidieregeling innovatie hernieuwbare energie, Demonstratie energie-innovatie (DEI), Topsector Energie: TKI-tenderregelingen)

De energie-innovatieregelingen zijn geëvalueerd door onderzoeksbureaus Dialogic en SEO Economisch Onderzoek. Drie (type) regelingen om Nederlandse duurzame energie-innovaties te stimuleren worden hierin geëvalueerd. Het rapport geeft inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regelingen en de mogelijkheden om deze te vergroten. De regelingen worden, conform de doelstellingen, ingezet voor innovatie- en demonstratieprojecten die binnen enkele jaren een bijdrage leveren aan energiebesparing en duurzame energieopwekking. Ook zijn er door de regelingen de afgelopen jaren beduidend meer samenwerkingsverbanden ontstaan op thema’s als windenergie, zon PV, biomassa en energiebesparing (doel Topsector Energie) en zijn de verbindingen sneller gelegd en gaan ze langer door dan bij voorgaand energie-innovatiebeleid. Op basis van de maatstaf Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) zijn bedrijven die deelnemen aan de regelingen niet meer gaan investeren in innovatie dan afgewezen bedrijven. De WBSO als maatstaf kent echter een aantal beperkingen, waaronder dat 50–70% van de bedrijven niet WBSO-actief is in het jaar van de subsidieaanvraag en een deel van de partijen geen aanspraak kan maken op de WBSO. Ook zijn er nog geen aanwijzingen gevonden dat deelname aan de regelingen al meer omzet, export en werkgelegenheid tot gevolg heeft. Hier is doorgaans ook meer tijd voor nodig. Of met minder kosten hetzelfde bereikt had kunnen worden (doelmatigheid) is niet aan te tonen, zeker niet omdat er meerdere doelen tegelijkertijd worden nagestreefd. De uitvoering door RVO wordt door de aanvragers als zeer klantvriendelijk ervaren en de uitvoeringslasten zijn goed op orde.

Subsidie indirecte emissiekosten ETS

De evaluatie concludeert dat de regeling effectief is in het voorkomen van carbon leakage. Het oordeel van de evaluatie over doeltreffendheid van de subsidieregeling houdt tevens in dat de regeling voldoet aan de afspraken in het Energieakkoord in 2013 ten aanzien van de borging van de concurrentiepositie van energie-intensieve bedrijven. Het algemene oordeel van de doelmatigheid van de uitvoering van de regeling is positief. Dit betekent dat het effect van de regeling wordt bereikt tegen relatief lage kosten en administratieve lasten. De evaluatie vergelijkt de Nederlandse subsidieregeling met de financiële compensatie van de indirecte emissiekosten ETS in acht andere landen. Deze vergelijking laat zien dat het niveau van de compensatie in Nederland vergelijkbaar is met de compensatie in naburige landen. SEO doet een aantal aanbevelingen ten aanzien van mogelijke aanpassingen van de regeling die bij een eventuele voortzetting mee zullen worden genomen, zoals het dynamisch maken van de referentiewaarden en het meenemen van product- en markteigenschappen die van invloed zijn op het risico van carbon leakage.

Artikel 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Jaar van afronding

Vindplaats

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1a. Beleidsdoorlichtingen

 

Artikel 5 Meerjarenprogramma NCG

5

2021

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

         

2. Toetsbare beleidsplannen

       

Zie alinea einde bijlage 2.

Artikel 6 Concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij- en voedselketens

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Jaar van afronding

Vindplaats

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1a. Beleidsdoorlichtingen

 

Concurrerende, duurzame en veilige agro, visserij en voedselketen

6

2019

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

 

Evaluatie van rijksregelingen met POP 2-cofinanciering (waaronder Investeringsregeling Jonge Agrariërs, subsidieregeling kleine en grote netwerken, subsidieregeling beroepsopleiding en voorlichting, Demonstratieregeling, Samenwerking bij innovatie NU, functionele agrobiodiversiteit, demoregeling proefprojecten GLB, demoregeling Schoon en Zuinig, Fijnstofmaatregelen en luchtwassers)

6

2017

Kamerstuk, 28 625, nr. 255

 

Brede weersverzekering

6

2017

Kamerstuk, 31 710, nr. 68

 

Investeringsregeling energiebesparing (IRE) en Nu duurzaamheidsinvesteringen

6

2016

Kamerstuk, 28 625, nr. 241

 

Eindevaluatie Europees Visserijfonds

6

2017

Kamerstuk, 32 201, nr. 87

 

Inbeslaggenomen goederen (IBG) en Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID)

6

2016

Kamerstuk, 28 286, nr. 886

 

Stimuleringssubsidie biologische Productie

6

2016

Kamerstuk, 29 842, nr. 40

 

Consumentenbond Voedselonderzoek

6

2016

Kamerstuk, 31 532, nr. 163

 

Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG)

6

2016

Kamerstuk, 28 286, nr. 883

 

GD basismonitoring en Diergezondheidsfonds (DGF)

6

2018

Afronding evaluatie wordt voorzien in 2018.

 

Identificatie en registratie Hond

6

2016

Kamerstuk, 28 286, nr. 883

 

Regeling Stidug

6

2016

Kamerstuk, 32 627, nr. 24

 

Verlaagd tarief glastuinbouw

6

2016

Kamerstuk, 32 627, nr. 24

 

Meststoffenwet

6

2017

Kamerstuk, 33 037, nr. 193

 

Programma Internationale Agroketens (PIA)

6

2017

Afronding evaluatie wordt voorzien in het begin van 2018.

 

Raad voor de Plantenrassen

6

2017

Kamerstuk, 25 268, nr. 157

 

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

6

2017

Kamerstuk, 27 858, nr. 399

 

Voedingscentrum

6

2017

De evaluatie van het Voedingscentrum wordt in 2018 uitgevoerd in het bredere verband van de Voedselagenda en het thema voedselverspilling.

 

Plantaardige en biologische keuringsdiensten (NAK, NAKtuinbouw, BKD, KCB)

6

2017

Kamerstuk, 25 268, nr. 157

 

Tussentijdse evaluatie Meerjarenafspraak Energietransitie Glastuinbouw 2014–2020

6

2017

Kamerstuk, 32 627, nr. 27

         

2. Overig onderzoek

     
 

Evaluatie Actieplan Stalbranden

6

2017

Kamerstuk, 34550 XIII, nr. 138

 

Agentschapsdoorlichting Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

6

2016

Kamerstuk, 33 835, nr. 33

 

WOT Natuur en milieu

6

2017

Kamerstuk, 34 550 XIII, nr. 132

 

CO2-convenant en systeem glastuinbouw

6

2017

Kamerstuk, 32 813 / 32 627, nr. 149

         

3. Toetsbare beleidsplannen

 
       

Zie alinea einde bijlage 2.

Samenvatting afgeronde evaluaties 2017 artikel 6

Evaluatie Agroregelingen met POP 2-cofinanciering en fijnstofmaatregelen

In de evaluatie zijn de effecten gemeten van de verleende subsidies op de fiscale inkomens- en vermogensontwikkeling op bedrijfsniveau. Deze effecten zijn positief voor de kennisgerichte maatregelen «Praktijknetwerken», «Samenwerking bij innovatieprojecten» en «Functionele agrobiodiversiteit». De invloed van de milieu gerelateerde subsidies op gecombineerde luchtwassers en fijnstof blijken minimaal neutraal geweest te zijn, negatieve inkomens- en vermogenseffecten zouden averechts hebben gewerkt op de verspreiding van deze technieken. De evaluatie ondersteunt de noodzaak van een andere aanpak voor bedrijfsovername door jonge landbouwers zoals ik momenteel onderzoek met een bedrijfsovernamefonds.

Evaluatie Regeling brede weersverzekering

Uit de evaluatie van de Regeling brede weersverzekering blijkt dat het aantal boeren en tuinders met een Brede Weersverzekering in de periode 2010–2015 jaarlijks met ruim 16% is gegroeid. Met de huidige omvang van circa 1.700 polissen is het niet mogelijk voor de Brede Weersverzekering om, zonder subsidie, in de markt te functioneren als zelfstandig verzekeringsproduct. De verwachting is dat de groei nog wel door zal zetten. De uitvoering van de regeling door RVO.nl is efficiënt en rechtmatig. De aanbevelingen van Wageningen Economic Research (WUR-WEcR) worden in de werkgroep Brede Weersverzekering betrokken bij het actualiseren van de Brede Weersverzekering in het licht van klimaatadaptatie en nieuwe GLB-kaders (Gemeenschappelijk Landbouw Beleid).

Eindevaluatie Europees Visserijfonds

  • Er is nog veel ruimte in en urgentie voor ketenontwikkeling, met het oog op behoud en versterking van de sector in deze tijd van globalisering;

  • Stimuleer maatregelen in het kader van de klimaatdoelstellingen, bijvoorbeeld CO2-reductie;

  • Stimuleer projecten waarbij meer verantwoordelijkheid bij de sector komt te liggen. Voorbeelden hiervan zijn beheerplannen, selectiviteit en datacollectie.

Evaluatie Meststoffenwet

Het syntheserapport evaluatie Meststoffenwet 2016 van PBL meldt:

  • dat in het algemeen het mestbeleid en -regelgeving effectief is, maar onvoldoende om tot volledig doelbereik te komen;

  • er zijn specifieke maatregelen nodig per gewas/teelt/gebied en de oplossing ligt ook in regionale samenwerking met alle belanghebbenden;

  • er zal een balans moeten worden gevonden tussen bescherming van het milieu en bescherming van agrarische ondernemers.

Evaluatie van de vier plantaardige keuringsdiensten (NAK, NAKtuinbouw, BKD en KCB) en de Raad voor de Plantenrassen

In 2017 zijn de vier plantaardige keuringsdiensten (en de Raad voor de Plantenrassen), zelfstandige bestuursorganen, extern geëvalueerd. Conclusie hiervan is:

  • deskundigheid en betrokkenheid van de zelfstandige bestuursorganen hebben bijgedragen aan het hoge niveau van het stelsel van keuringen in de plantaardige sector;

  • de samenwerking met NVWA draagt bij aan internationaal hoog aanzien van kwaliteit en gezondheid van Nederlands plantaardige materiaal;

  • er is groot draagvlak in de sector, flexibiliteit en een hoge kwaliteit van de uitvoering tegen een aanvaardbare hoogte van de tarieven.

Op basis hiervan is de volgende reactie aan beide Kamers verzonden:

  • uit de evaluatie van de plantaardige keuringsdiensten blijkt dat de deskundigheid en betrokkenheid bijdragen aan een hoog niveau van het stelsel;

  • ook de samenwerking met de NVWA draagt bij aan een hoge kwaliteit en plantgezondheid en het internationale aanzien daarvan. In 2016 en 2017 zijn nieuwe Europese regels vastgesteld en in werking getreden op het gebied van plantgezondheid en officiële controles. Die moeten in 2019 rechtstreeks van toepassing worden. Ik werk momenteel aan de herziening van de Plantenziektenwet en onderliggende regelgeving waarin deze Europese regels, voor zover nodig, worden verankerd;

  • uitgangspunt daarbij is om zoveel mogelijk de huidige werkwijze en samenwerking van de NVWA en de keuringsdiensten voort te zetten.

Evaluatie College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Het verslag met daarin de beoordeling van de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het functioneren van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) geeft een positief beeld. De klanttevredenheid is sterk verbeterd. Een aandachtspunt is het terugbrengen van de doorlooptijden van het afhandelen van dossiers binnen de daarvoor geldende wettelijke termijnen en het verkrijgen van inzicht in de prestaties van het Ctgb.

Evaluatie wettelijke onderzoekstaken op het gebied van natuur en milieu 2012–2016

De kwaliteit van de uitvoering van de wettelijke onderzoekstaken natuur en milieu door Wageningen Research wordt positief beoordeeld. De onafhankelijkheid van de uitvoering is goed geborgd. De invulling van de werkzaamheden wordt binnen de afgesproken kaders uitgevoerd op een effectieve en doelmatige wijze. De sturing en het toezicht vanuit het ministerie hierop wordt als voldoende beoordeeld. Belangrijkste aandachtspunt is om de functie en rollen van de verschillende overlegorganen en het PBL te verhelderen en de kaders hierop te actualiseren. Deze aanbeveling is overgenomen.

Tussentijdse evaluatie Meerjarenafspraak Energietransitie Glastuinbouw 2014–2020

De gemaakte afspraken zijn door de partijen nagekomen. De CO2-emissiereductie, voortgang bij de ambities, de kennis- en techniekontwikkeling en de kennisuitwisseling verlopen volgens plan, zoals beschreven in het convenant. Er is zeer helder en consistent richting gegeven aan het innovatiezoekproces, op consistente wijze gewerkt aan meerdere oplossingsrichtingen in intensieve interactie met de glastuinbouwpraktijk, in ruime mate aandacht besteed aan alle sleutelprocessen voor het opbouwen van een innovatie-ecosysteem. Een belangrijke succesfactor is onder andere de publiek-private samenwerking. Voor het succesvol verlopen van de energietransitie dient het programma gecontinueerd te worden.

Evaluatie Actieplan Stalbranden

De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn:

  • 1) Het brandveiligheidsbewustzijn van veehouders en erfbetreders lijkt te zijn toegenomen.

  • 2) De kans op brand met dierlijke slachtoffers in nieuwbouwstallen is afgenomen door onder andere nieuwe bouwvoorschriften in het bouwbesluit (2014). Bij bestaande bouw is verbetering van de brandveiligheid in stallen te zien, zei het in geringe mate. Dit komt onder andere door toename van de keuringen van technische installaties, het ontwikkelen van NEN-normen voor veestallen en het opnemen van brandpreventie in keurmerken.

  • 3) Sinds 2014 wordt systematisch data bijgehouden over de oorzaken van stalbranden door Brandweer Nederland in samenwerking met het Verbond van Verzekeraars. Daarmee is inzicht in de verschillende oorzaken van stalbranden toegenomen.

Evaluatie CO2-convenant en systeem glastuinbouw

De inspanningsverplichting uit het CO2-convenant tot 2016 is gehaald. Door middel van wet- en regelgeving is het hoofddoel «zekerheid over het halen van de klimaattaakstelling glastuinbouw in 2020» geborgd. Het systeem voldoet als tegenprestatie voor het lagere energiebelastingtarief. Over «doelmatigheid» is geen éénduidige conclusie mogelijk omdat de teelt gerelateerde CO2-emissie sowieso onder het plafond is gebleven. Een alternatief lijkt echter niet voorhanden. Uitbreiding van het systeem naar individueel niveau moet vanwege staatssteunaspecten privaat worden vormgegeven.

Artikel 7 Groen onderwijs van hoge kwaliteit

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Jaar van afronding

Vindplaats

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1a. Beleidsdoorlichtingen

 

Groen onderwijs van hoge kwaliteit

7

2019

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

 

Duurzaam Door (voorheen Natuur- en milieueducatie)

7

2017

Kamerstuk, 30 196, nr. 552

         

2. Toetsbare beleidsplannen

       

Zie alinea einde bijlage 2.

Samenvatting afgeronde evaluaties 2017 artikel 7

Duurzaam Door (voorheen Natuur- en milieueducatie)

  • Het succes van het programma DD vertaalt zich in honderden unieke partners, die bereid zijn om hun kennis en ervaring actief te delen met elkaar en met derden;

  • Met het programma DD wordt ook invulling gegeven aan het internationale doel waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd, waaronder sustainable development goal 4.7: «By 2030, ensure that all learners acquire the knowledge and skills needed to promote sustainable development, including, among others, through education for sustainable development and sustainable lifestyles,...»;

  • Bij de afronding van de afgelopen programmaperiode (2013–2016) is de balans opgemaakt. Daarbij is gebruik gemaakt van de uitkomsten van de evaluaties van deze programmaperiode. De belangrijkste resultaten zijn:

    • Er zijn landelijk 208 opdrachten en 14 samenwerkingsovereenkomsten met multi-stakeholdergroepen opgesteld en uitgevoerd. Daarnaast heeft iedere provincie een portfolio van ca. 20 projecten opgesteld en uitgevoerd;

    • Er zijn 32 regionale duurzaamheidsnetwerken begeleid;

    • Er zijn 296 publicaties (in wetenschappelijke tijdschriften, boeken, magazines en via sociale media) verschenen, een onderwijs ICT-systeem «Groen Gelinkt» en een website DD met bijbehorende nieuwsbrieven gerealiseerd;

    • In de periode 2013–2016 zijn vele bijeenkomsten, studiedagen en conferenties georganiseerd, nationaal en internationaal, gericht op de duurzaamheidsthema’s. Deze zijn georganiseerd door het programma DD als ook door de deelnemende partners.

Artikel 8 Natuur en biodiversiteit

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Jaar van afronding

Vindplaats

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

 

1a. Beleidsdoorlichtingen

 
 

Natuur en biodiversiteit

8

2021

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

 

Kroondomeinen

8

2017

Deze evaluatie wordt begin 2018 opgeleverd.

 

Natuurschoonwet 1928

8

2016

Kamerstuk, 33 576, nr. 90

 

Evaluatie Natuurbeleidsplan Caribisch Nederland

8

2017

Het eindrapport komt beschikbaar in het eerste kwartaal van 2018.

 

Evaluatie Natuurpact

8

2017

Kamerstuk, 33 576, nr. 96

 

Natuurvisie

8

2017

Deze evaluatie is gecombineerd met de evaluatie van het Natuurpact, zie: Kamerstuk, 33 576, nr. 96

 

Burgereducatie/IVN

8

2017

Deze evaluatie wordt begin 2018 opgeleverd en wordt daarna met een beleidsreactie aan de Kamer aangeboden.

 

Wet natuurbescherming

8

2019

Deze wet is pas per 1 januari 2017 in werking getreden. De evaluatie schuift daarom door naar 2019 of wordt meegenomen in de evaluatie van de Omgevingswet.

 

In Beslag genomen Goederen (IBG)

8

2017

Het aanleveren van voor de evaluatie benodigde databestanden door RVO.nl vraagt meer tijd. De verwachting is dat het evaluatierapport in het eerste kwartaal 2018 wordt opgeleverd.

 

Natura2000 Doelendocument

8

2018

Deze evaluatie start na afronding EU-fitnesscheck Vogel- en Habitatrichtlijnen, het actieplan van de Europese Commissie en de vaststelling van beheerplannen N2000. Oplevering van de evaluatie wordt in 2018 verwacht.

 

Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer

8

2017

Kamerstuk, 33 576, nr. 106

 

Vrijstelling bos- en natuurterreinen forfaitair rendement

8

2017

Kamerstuk, 33 576, nr. 106

 

Vrijstelling landinrichting

8

2017

Kamerstuk, 33 576, nr. 106

 

Vrijstelling Bureau Beheer Landbouwgronden

8

2017

Kamerstuk, 33 576, nr. 106

 

Vrijstelling natuurgrond

8

2017

Kamerstuk, 33 576, nr. 106

 

Bosbouwvrijstelling

8

2017

Kamerstuk, 33 576, nr. 106

         

2. Overig onderzoek

 

Balans van de leefomgeving

8

2016

Door PBL, conform de Natuurbeschermingswet.

 

EHS Groot project 2014 dan wel eindrapportage EHS

8

2018

Op verzoek van de Tweede Kamer wordt een eindevaluatie opgeleverd.

 

Voortgangsrapportage Natuurpact

8

 

Jaarlijks vanaf 2015. Kamerstuk, 33 576, nr. 99.

         

3. Toetsbare beleidsplannen

       

Zie alinea einde bijlage 2.

Samenvatting afgeronde evaluaties 2017 artikel 8

Evaluatie fiscale vrijstellingen bos en natuur

In deze evaluatie zijn zes fiscale vrijstellingen op het gebied van bos en natuur geëvalueerd. De evaluatie is gericht op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de vrijstellingen in de periode 2012–2015. De onderzoekers hebben aangaande de vrijstellingen de volgende conclusies getrokken:

Vrijstellingen van inkomstenbelasting en/of vennootschapsbelasting

  • De bosbouwvrijstelling is een objectieve vrijstelling die bepaalt dat de winst van het bosbedrijf niet belast is. Dit geldt voor iedere ondernemer/onderneming die bos exploiteert. Deze vrijstelling draagt bij aan het bosbeheer door ondernemingen.

  • De vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer is een objectieve vrijstelling voor aangewezen subsidieregelingen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur. De ontwikkeling en instandhouding van bos- en natuurterreinen is vooral afhankelijk van de beschikbare subsidies, waarbij de fiscale vrijstelling een aanvullende betekenis heeft. Dit geldt vooral voor de functieverandering van landbouwgrond naar natuur in bepaalde gebieden, waarbij grote bedragen gemoeid zijn om het vermogensverlies te compenseren. Deze vrijstelling zorgt ervoor dat de betreffende subsidies lager kunnen blijven om hetzelfde effect te bereiken.

  • De vrijstelling bos- en natuurterreinen bij voordeel uit sparen en beleggen houdt in dat particulieren de waarde van hun betreffende bezit niet aangeven in box 3 van de inkomstenbelasting. Deze vrijstelling draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het particuliere bezit van bos en natuur.

Vrijstellingen van overdrachtsbelasting

  • De vrijstelling overdrachtsbelasting natuurgronden stelt verkrijgers van natuurgronden vrij van overdrachtsbelasting. Deze vrijstelling bevordert de aantrekkelijkheid van natuur als investeringsobject.

  • De vrijstelling overdrachtsbelasting WILG (Wet Inrichting Landelijk Gebied) is een middel om de structuurverbetering van het landelijk gebied te helpen realiseren. De vrijstelling bevordert dat de overdracht van de onroerende zaken via kavelruil en herverkaveling zonder fiscale barrière «geruisloos» plaatsvindt naar betrokken partijen. Dit maakt het eenvoudiger om wegen, waterlopen en overige infrastructuur aan te leggen en gronden van eigenaren kunnen zo dichter bij elkaar worden gebracht. Door de onderzoekers wordt echter het signaal afgegeven dat er mogelijk ook kavelruil wordt gerealiseerd zonder objectieve verbetering van de inrichting van het landelijk gebied.

  • De BBL-vrijstelling (Bureau Beheer Landbouwgronden) is een subjectieve en generieke vrijstelling van overdrachtsbelasting voor verkrijgingen in het kader van het overheidsbeleid. Van oudsher heeft de vrijstelling bijgedragen aan de structuurverbetering van het landelijk gebied. De vrijstelling sluit geheel aan op de behoefte van BBL.

Overzicht afgeronde evaluaties en overige onderzoeken EZ 2013–2015

Voorgaande overzichten betreffen de afgeronde onderzoeken in 2016 en 2017. Voor afgeronde evaluaties en overige onderzoeken in de periode 2013–2015 wordt verwezen naar de publicaties via www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties:

2013: http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties/evaluaties-en-beleidsdoorlichtingen/2013/afgerond-evaluatie-en-overig-onderzoek/xiii-economische-zaken

2014: http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties/evaluaties-en-beleidsdoorlichtingen/2014/evaluatie-en-overig-onderzoek/xiii-economische-zaken

2015: http://www.rijksbegroting.nl/2015/verantwoording/jaarverslag,kst221658_37.html

Inzichtelijk maken van doelen, financiële consequenties en doelmatigheid van nieuw beleid (toetsbare beleidsplannen)

Aan het onderwerp «toetsbare beleidsplannen» is binnen EZ invulling gegeven door nieuwe financiële instrumenten en wetgeving voor te leggen aan de Monitorcommissie (MC). De MC is ingesteld door de Bestuursraad en kijkt op een kritische manier naar nut, noodzaak en vormgeving van nieuwe of gewijzigde financiële beleidsinstrumenten (onder andere subsidie-instrumenten) of belangrijke regelgeving (wetsvoorstellen of AMvB’s die in het rijksbrede Wetgevingsprogramma worden opgenomen). De MC bestaat uit vertegenwoordigers van het kerndepartement en de EZ-diensten, die met het oog op onafhankelijkheid deelnemen op persoonlijke titel.

De MC toetst een beleidsvoorstel (financieel instrument/wetsvoorstel) en hierbij zijn de IAK-vragen (Integraal Afwegingskader) leidend. Aangezien 2017 in het teken stond van de kabinetsformatie heeft dit in 2017 niet tot afgeronde toetsbare beleidsplannen geleid die aan de Kamer zijn aangeboden.

De directie Financieel-Economische Zaken (FEZ) toetst alle nieuwe beleidsplannen op financiële gevolgen. Bij de beoordeling worden effectiviteit en efficiency in overweging genomen.

Licence