Base description which applies to whole site

1. Onderwijs

1.1 Gelijke kansen creëren en talenten tot bloei brengen

Doelstelling/indicator

Sector

Basiswaarde (jaartal)

Eerdere realisatie (jaartal)

Actuele realisatie (jaartal)

Tussen-/streefwaarden (jaartal)

Art.nr.

Reden Opname

Bron

1

Ambitieus onderwijs dat alle leerlingen en studenten uitdaagt

a)

Alle leerlingen en studenten worden uitgedaagd

             
 

Aandeel scholen dat leerlingen begeleidt in het ontdekken en ontwikkelen van hun talenten

po

47% (2015)

65% (2017)

Nog niet gepubliceerd

79% (2018) 100% (2020)

1

SA

Enquêtes Bestuursakkoord PO Regioplan

 

Aandeel toptalentleerlingen dat zich vaak of bijna altijd verveelt omdat de lesstof te makkelijk is of omdat hij/zij eerder klaar is dan de rest

vo

56% (2013)

20% (2017)

Wordt niet meer gemeten

41% (2016)

25% (2018)

3

SA

Toptalenten in het onderwijs, 2017

 

Aandeel scholen dat aandacht heeft voor toptalenten in de vorm van uitdagend aanbod of talentprogramma’s

vo

82% (2015)

84% (2017)

Wordt niet meer gemeten

88% (2016)

100% (2018)

3

SA

Toptalenten in het onderwijs, 2017

 

Percentage studenten in het mbo dat zich uitgedaagd voelt

mbo

34% (2010)

37% (2016)

38% (2017)

Hoger (2018)

4

C

ROA

 

Percentage studenten dat tevreden is over uitdagend onderwijs

ho

hbo: 58% (2010–2011)

hbo: 55% (2016–2017)

hbo: 52% (2017–2018)

Hoger -

6/7

C

Studentenmonitor Hoger Onderwijs

wo: 68% (2010–2011)

wo: 68% (2016–2017)

wo: 69% (2017–2018)

Hoger -

 

Aandeel thuiszittende leerlingen dat drie of meer maanden thuis zit zonder passend onderwijsaanbod

po

0,07% (2014–2015)

0,09% (2016–2017)

0,10% (2017–2018)

0% (2020)

1

SA

Leerplichttelling 2017–2018

vo

0,17% (2014–2015)

0,14%

(2016–2017)

0,18% (2017–2018)

0,10% (2017)0% (2020)

3

SA

b)

Vergroten studiesucces

             
 

Aandeel leerlingen dat het referentieniveau voor lezen behaalt

po

99% (2015–2016)

97% (2016–2017)

98% (2017–2018)

Niet benoemd

1

SA

College voor Toetsen en Examens Kamerbrief resultaten eindtoets 2017–2018

Aandeel leerlingen dat het referentieniveau voor taalverzorging behaalt

po

95% (2015–2016)

96% (2016–2017)

96% (2017–2018)

Niet benoemd

1

SA

College voor Toetsen en Examens

Kamerbrief resultaten eindtoets 2017–2018

Aandeel leerlingen dat het referentieniveau voor rekenen behaalt

po

87% (2015–2016)

93% (2016–2017)

93% (2017–2018)

Niet benoemd

1

SA

College voor Toetsen en Examens

Kamerbrief resultaten eindtoets 2017–2018

Aandeel zittenblijvers

po

2,2% (2012–2013)

1,7% (2016–2017)

1,7% (2017–2018)

1,5% (2020)

1

SA

DUO

vo

5,9% (2012–2013)

5,7% (2016–2017)

6,2% (2017–2018)

4,7% (2017) 3,9% (2020)

3

SA

DUO

 

Percentage mbo-deelnemers per niveau dat met diploma de instelling verlaat, jaarresultaat per niveau

mbo

2007–2008

2015–2016

2016–2017

2018

4

C

MBO Raad

Niveau 1: 66%

Niveau 1: 78%

Niveau 1: 79%

Hoger

Niveau 2: 62%

Niveau 2: 73%

Niveau 2: 72%

Hoger

Niveau 3: 63%

Niveau 3: 72%

Niveau 3: 72%

Hoger

Niveau 4: 65%

Niveau 4: 74%

Niveau 4: 75%

Hoger

Totaal: 64%

Totaal: 73%

Totaal: 74%

Hoger

 

Bachelor studiesucces (n+1) van herinschrijvers na het eerste jaar

ho

hbo: 65,7% (2010–2011)

hbo: 62,1% (2016–2017)

hbo: 63,3% (2017–2018)

6/7

C

DUO

wo: 57,3% (2010–2011)

wo:

73,2% (2016–2017)

wo: 72,6% (2017–2018)

 

Uitval in het eerste jaar

ho

hbo: 27,9% (2010–2011)

hbo:

26,8% (2016–2017)

hbo: 28,0% (2017–2018)

6/7

C

DUO

wo: 18,8% (2010–2011)

wo:

15,7% (2016–2017)

wo: 16,5% (2017–2018)

 

Switchen na het eerste jaar

ho

hbo: 8,4% (2010–2011)

hbo:

8,3% (2016–2017)

hbo: 8,3% (2017–2018)

6/7

C

DUO

wo:

9,0% (2010–2011)

wo:

8,3% (2016–2017)

wo:

9,1% (2017–2018)

Iedere leerling, ongeacht afkomst, moet zijn of haar talenten maximaal kunnen ontplooien. Het kabinet zet daarom in op gelijke kansen voor iedere leerling om zich te ontwikkelen, en heeft hiervoor in 2018 verschillende maatregelen genomen. In oktober is het programma «Gelijke Kansen» gestart met als opdracht om meer samenhang aan te brengen in het bestaande beleid van OCW, en de netwerkaanpak binnen de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) verder uit te bouwen. In het primair onderwijs (po) en het voorgezet onderwijs (vo) is het aantal gelijke-kansen-allianties uitgebreid van 28 naar 60. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met de VO-raad over een dekkend aanbod van brede brugklassen. De pilot met «10–14 scholen» is in 2018 uitgebreid, waarbij leerlingen pas na hun veertiende instromen op een specifiek niveau, in plaats van op hun twaalfde. Ook is, vooruitlopend op de structurele verhoging van € 170 miljoen uit het Regeerakkoord, er in 2018 € 40 miljoen geïnvesteerd in vroeg- en voorschoolse educatie en is er jaarlijks € 9,5 miljoen vrijgemaakt voor doorstroomprogramma’s po-vo. Daarnaast is begin 2018 gereageerd op het onderzoek naar de deelname aan en uitgaven voor het zogenaamde «schaduwonderwijs», waarmee alle vormen van extra ondersteuning die leerlingen krijgen buiten het reguliere onderwijs, zoals bijles, huiswerkbegeleiding en examentraining worden bedoeld. Uit het onderzoek bleek dat dat de financiële omvang beperkt is en dat deze vorm van onderwijsondersteuning voor ongeveer de helft kosteloos wordt aangeboden. In het Regeerakkoord is structureel € 15 miljoen extra uitgetrokken voor beter onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen. In maart hebben wij een brief gestuurd, en hebben wij de Regeling «subsidie begaafde leerlingen po en vo» opgesteld. Deze subsidieregeling stimuleert samenwerkingsverbanden en schoolbesturen om te zorgen voor een dekkend onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor (hoog)begaafde leerlingen in de regio.

In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is gelijke kansen één van de landelijke speerpunten in de nieuwe kwaliteitsagenda’s van mbo-instellingen. In november 2018 is de cascadebekostiging in de mbo afgeschaft. Hierdoor tellen alle studenten even zwaar mee in de bekostiging, ook degenen die meer tijd nodig hebben om hun diploma te halen of opleidingen stapelen. Daarnaast is de wijziging van de wet educatie en beroepsonderwijs door de Tweede Kamer aangenomen, om bestrijding van voortijdig schoolverlaters (vsv) aan te pakken. Met het programma «Sterk beroepsonderwijs» wordt samen met betrokkenen in het veld gewerkt aan een betere aansluiting tussen vmbo en mbo. Vanuit de subsidieregeling doorstroom mbo-hbo, is ruim € 10 miljoen geïnvesteerd in projecten voor het verbeteren van de aansluiting van het mbo op het hbo en het bevorderen van het studiesucces in het hbo van mbo-gediplomeerden. In het ho is de associate degree per 1 januari 2018 een zelfstandige opleiding geworden. Deze opleiding biedt mbo-studenten die een vierjarige bachelor te lang vinden de mogelijkheid om alsnog door te stromen naar het ho. Ook is het programma «Students4Students» ingezet om gelijke kansen in het ho te bevorderen. In dit programma worden studenten begeleid door rolmodellen en coaches.

1.2 Curriculumontwikkeling, en leerlingenkrimp en verantwoording

In 2017 is besloten om het onderwijscurriculum te actualiseren. Het doel hiervan is om vanuit de onderwijspraktijk te komen tot een toekomstgericht en samenhangend curriculum met een heldere doorlopende leerlijn van het begin van het po tot het eind van het vo. In maart 2018 zijn er ontwikkelteams, bestaande uit leraren en schoolleiders, gestart met de ontwikkeling van het nieuwe curriculum. Deze teams actualiseren in samenwerking de kerndoelen en eindtermen van het onderwijs. Zij zullen in 2019 bouwstenen opleveren voor nieuwe kerndoelen en eindtermen.

In het Regeerakkoord is opgenomen dat rekenen voor alle leerlingen een integraal onderdeel van het examen wordt. In de brief Toekomst van rekenen in het vo en mbo is er met de Kamer gecommuniceerd over een alternatief voor de rekentoets. Inmiddels is de inhoud van de brief onderwerp van debat geweest in de Tweede Kamer.

Wij blijven inzetten op een pluriform scholenaanbod en thuisnabij onderwijs. Daarom is in 2018 € 10 miljoen toegevoegd aan de toeslag voor kleine scholen in het po. Daarnaast is in juni de jaarlijkse voortgangsrapportage leerlingendaling naar de Kamer verstuurd, over de leerlingendaling in het po, vo en mbo. Hierin geven wij aan schoolbesturen steviger te gaan aanspreken op hun verantwoordelijkheid om de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs te borgen, zoals wij ook hebben aangekondigd in het Regeerakkoord. Om besturen te ondersteunen vergroten we de ruimte voor samenwerking en stimuleren we regionale samenwerking. Dit doen we ook in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs waar de komende jaren de leerlingen- en studentenaantallen ook zullen dalen, bijvoorbeeld met het faciliteren van doorlopende leerroutes vo-mbo en het in de wet opnemen van het samenwerkingscollege mbo. Daarnaast is in het najaar van 2018 de commissie-Dijkgraaf ingesteld, die gaat adviseren over de leerlingendaling in het vo.

In onze brief waarin wij reageren op het advies van de Onderwijsraad, onderschrijven wij hun advies om de lumpsumbekostiging te behouden. De verantwoording van onderwijsinstellingen laat echter wel ruimte voor verbetering. Onze brief kondigt acties aan om de verantwoording van scholen te verbeteren door in te zetten op financiële benchmarks. Een eerste indruk hiervan is te vinden op het nieuwe dashboard.

1.3 Leraren, lerarentekort en lerarenregister

Doelstelling/indicator

Sector

Basiswaarde (jaartal)

Eerdere realisatie (jaartal)

Actuele realisatie (jaartal)

Tussen-/streefwaarden (jaartal)

Art.nr.

Reden Opname

Bron

2

Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren en schoolleiders die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat

a)

Vergroten kwaliteit leraren en schoolleiders

               
 

Aandeel lessen dat wordt gegeven door daartoe bevoegde en benoembare leraren

vo

83,5% (2011)

95,2% (2016)

95,7% (2017)

96% (2016) 100% (2020)

3

SA

IPTO en CenterData

 

Aandeel leraren met een afgeronde wo-bachelor of hbo-/wo masteropleiding

po

20% (2013)

22% (2016)

Wordt niet meer gemeten

25% (2018) 30% (2020)

1

SA, LA

Onderwijs Werkt!; Regioplan en DUO

 

Aandeel leraren met een afgeronde hbo of wo masteropleiding

vo

33% (2013)

38% (2016)

Wordt niet meer gemeten

40% (2017) 50% (2020)

3

SA, LA

CenterData en DUO

   

Bovenbouw vwo

53% (2013)

63% (2016)

Wordt niet meer gemeten

Hoger (2017)

80–85% (2020)

3

SA, LA

CenterData en DUO

   

Hbo

66,2% (2011)

75,2% (2015)

Wordt niet meer gemeten

80% (2016)

6/7

C

PoMo (Personeels- en mobiliteitsonderzoek), bewerking Vereniging Hogescholen (2016).

 

Aandeel leraren met ten minste drie jaar ervaring dat de algemeen didactische vaardigheden beheerst

po

85% (2013)

84% (2015)

Wordt niet meer gemeten

96% (2018) 100% (2020)

1

SA, LA

Onderwijsverslag; Inspectie van het Onderwijs

vo

76% (2013)

67% (2016)

Wordt niet meer gemeten

90% (2017) 100% (2020)

3

SA, LA

 

Aandeel leraren met ten minste tien jaar ervaring dat de differentiatie vaardigheden beheerst

po

56% (2013)

56% (2015)

Wordt niet meer gemeten

79% (2018) 100% (2020)

1

SA, LA

Onderwijsverslag; Inspectie van het Onderwijs

vo

34% (2013)

33% (2016)

Wordt niet meer gemeten

40% (2017) 100% (2020)

3

SA, LA

b)

Verbetercultuur

             
 

Aandeel leraren dat deelneemt aan peer review

po

62% (2014)

74% (2016)

Wordt niet meer gemeten

87% (2018) 100% (2020)

1

LA, T

Onderwijs werkt!; Regioplan (2014–2015); PoMo (BZK, 2016)

vo

63% (2014)

68% (2016)

Wordt niet meer gemeten

81% (2017) 100% (2020)

3

 

Aandeel leraren dat is geregistreerd in het Lerarenregister

po/vo/

mbo

8% (2014)

35% (2017)

Wordt niet meer gemeten

100% (2019)

1, 3 en 4

SA, LA, T

Lerarenregister

 

Aandeel schoolleiders dat is geregistreerd in het schoolleidersregister

po

31% (2015)

69% (2017)

79% (2018)

100% (2018)

1

SA

Schoolleidersregister po

c)

Veilig leerklimaat

               
 

Aandeel leerlingen dat zich veilig voelt

po

95% (2012)

97% (2016)

97% (2018)

Stabiel of hoger (2017, 2020)

1

T

Praktikon: monitor naar sociale veiligheid;

vo

93% (2012)

95% (2016)

97% (2018)

Stabiel of hoger (2017, 2020)

3

Goede en betrokken docenten zijn essentieel voor kwalitatief goed onderwijs. Het lerarentekort vormt een grote uitdaging. Om het lerarentekort tegen te gaan, investeert het kabinet sterk in leraren. Sinds 2017 werken we met zes actielijnen om het lerarentekort aan te pakken. Er is structureel € 270 miljoen beschikbaar gesteld voor het verhogen van het salaris voor leraren in het in het po. Ook de besturen zetten € 70 miljoen van de middelen voor de functiemix in om de salarissen van docenten te verbeteren. Het subsidieplafond van de regeling zij-instroom is structureel verhoogd naar € 17,2 miljoen, om meer mensen als zij-instromer tot docent op te leiden. Nieuwe studenten die per studiejaar 2018–2019 starten met een lerarenopleiding betalen de eerste twee jaar maar de helft van het collegegeld. Daarnaast is ingezet op een regionale aanpak van het lerarentekort door schoolbesturen, scholen en lerarenopleidingen. Op 8 februari 2018 is voor het po het werkdrukakkoord afgesloten met vertegenwoordigers van het veld. In dit akkoord is afgesproken om structureel € 237 miljoen in te zetten om de werkdruk te verlagen. Scholen kunnen zelf bedenken hoe zij dit geld willen inzetten, zodat maatwerk mogelijk is. Over de representatie van de beroepsgroep leraren heeft de heer Rinnooy Kan afgelopen jaar als verkenner onderzocht wat de mogelijkheden zijn om beroepsgroepvorming onder leraren te stimuleren. Zijn advies volgen wij op door leraren de tijd en de ruimte te geven om van onderop, los van bestaande organisaties en onder regie van de leraren zelf, een beroepsgroep te vormen die het vervolg op het lerarenregister bepaalt. Tot die tijd wordt het lerarenregister niet verder ontwikkeld.

1.4 Sectorakkoorden, kwaliteitsafspraken en Strategische agenda

Doelstelling/indicator

Sector

Basiswaarde (jaartal)

Eerdere realisatie (jaartal)

Actuele realisatie (jaartal)

Tussen-/streefwaarden (jaartal)

Art.nr.

Reden Opname

Bron

3

Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties

 

Aandeel scholen dat Vensters volledig heeft ingevuld

po

5,3% (2014)

35% (2017)

45% (2018)

100% (2017)

1

SA, T

PO-Raad

vo

94% (2014)

92% (2017)

93% (2018)

Hoger (2016) 100% (2017)

3

VO-raad

 

Aandeel scholen dat op alle indicatoren van kwaliteitszorg voldoende scoort

po

38% (2012–2013)

41% (2014–2015)

Wordt niet meer gemeten

Stabiel of hoger (2017) Hoger (2020)

1

SA

Onderwijsverslag; Inspectie van het Onderwijs

 

Aandeel scholen dat opbrengstgericht werkt

vo

47% (2012–2013)

64% (2015–2016)

Wordt niet meer gemeten

77% (2017) 100% (2020)

3

SA

Onderwijsverslag; Inspectie van het Onderwijs

 

Aandeel (zeer) zwakke scholen dat zich binnen een jaar verbetert

po

27% (2012–2013)

41% (2015–2016)

65% (2016–2017)

60% (2016) 100% (2017–2018)

1

SA

Inspectie van het Onderwijs

 

Aandeel (zeer) zwakke afdelingen dat zich binnen de gestelde termijn verbetert

vo

72% (2012)

74% (2016)

Wordt niet meer gemeten

100% (2020))

3

SA

Inspectie van het Onderwijs

 

Oordeel ouders over betrokkenheid

po

Cijfer 7 (2012)

Cijfer 7 (2014)

Wordt niet meer gemeten

Stabiel of hoger (2017) Hoger (2020)

1

T

Monitor Ouder-betrokkenheid

 

Aantal voortijdig schoolverlaters

vo/mbo

41.800 (2008–2009)

23.744 (2016–2017)

25.574 (2017–2018)

20.000 (2019–2020)

3 en 4

T

DUO

 

Studenten-tevredenheid

mbo

       

4

C

JOB-monitor

   

Opleiding

7,0 (2014)

7,0 (2016)

7,1 (2018)

7,3 (2020)

   

Instelling

6,5 (2014)

6,6 (2016)

6,7 (2018)

6,7 (2020)

   

% tevreden over school en studie (meting tot 2018)

49% (2014)

52% (2016)

 

55% (2020)

   

% tevreden over school en studie (meting vanaf 2018)

     

62% (2018)

       
 

Studenttevredenheid

ho

hbo: 65,6% (2010–2011)

hbo: 75,8% (2017–2018)

hbo: 72,9% (2018–2019)

6/7

C

Nationale Studenten Enquête

wo: 81,1% (2010–2011)

wo: 85,2% (2017–2018)

wo: 84,0% (2018–2019)

In het Regeerakkoord is afgesproken dat de doelen uit de sectorakkoorden voor het po en vo worden gehandhaafd. De sectorakkoorden zijn geactualiseerd, op basis van de tussenevaluatie in 2017, de geboekte voortgang en maatschappelijke ontwikkelingen. In juni zijn de geactualiseerde akkoorden met het primair en voortgezet onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd.

Voor het mbo was 2018 het laatste jaar dat de kwaliteitsafspraken voor 2015–2018 golden. Uit de voortgangsrapportage van «mbo in bedrijf» blijkt dat veel instellingen verwachten dat zij de kwaliteitsafspraken gaan halen. In februari hebben wij het nieuwe bestuursakkoord «Trots, vertrouwen en lef» gesloten met de mbo-sector, met nieuwe kwaliteitsafspraken. Mbo-instellingen krijgen hierin meer ruimte om zelf te bepalen hoe zij zich kunnen verbeteren. Elke instelling stelt een eigen kwaliteitsagenda op, zodat zij rekening kan houden met de eigen regionale situatie. Soms is het docenten en schoolleiders onduidelijk welke ruimte er in de regels zit voor onderwijsvernieuwing. Hiervoor is in 2018 ruimte in regels mbo gepubliceerd, waarin de meest gestelde vragen van docenten over de wet- en regelgeving aan bod komen. Het groen onderwijs valt sinds januari 2018 onder de verantwoordelijkheid van OCW. In 2018 was de bekostiging van de groene onderwijsinstellingen nog niet geharmoniseerd met de bekostiging van de andere bekostigde instellingen. Om verdere achterstand in de bekostiging van de aoc’s te voorkomen is voor 2018 incidenteel € 11 miljoen toegevoegd aan het budget voor aoc’s. In onze brief van 13 september 2018 hebben we de Tweede Kamer geïnformeerd over de toekomstbestendigheid van het groene onderwijs en de gespreksronde met de aoc’s in 2018. Met JOB en de MBO Raad zijn afspraken gemaakt over de schoolkosten in het mbo. Hierdoor is er voor instellingen en studenten meer helderheid over schoolkosten in het mbo en kan de Inspectie van het Onderwijs beter toezien op naleving. Verder is aangekondigd dat mbo’ers vanaf studiejaar 2020–2021 wettelijk «studenten» gaan heten in plaats van «deelnemers». Door nu ook in de wet de term deelnemer te veranderen in het woord student wordt recht gedaan aan de waarde van mbo-opleidingen.

In april 2018 zijn de sectorakkoorden hbo en wo gesloten. Belangrijke onderdeel hiervan zijn de kwaliteitsafspraken op instellingsniveau, die uitgaan van minder sturing door de overheid en meer vertrouwen in de instellingen. Daarnaast bevatten de akkoorden afspraken over verantwoording en transparantie. De commissie Van Rijn is gevraagd alle knelpunten en oplossingsrichtingen te bekijken en te komen met een advies voor één voorkeursscenario voor de herziening van de bekostigingssystematiek in het ho. Voor onderwijsvernieuwing in het ho zijn er in 2018 74 Comeniusbeurzen verstrekt aan docenten en onderwijsleiders. Deze investering is onderdeel van de strategisch agenda en wordt betaald uit de studievoorschotmiddelen. Daarnaast heeft de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in 2018 een nieuw platform opgezet voor erkende onderwijsinnovatoren die zich inzetten om het ho te verbeteren. Ook is het budget voor de regeling open en online is in 2018 verhoogd van € 1 naar € 2 miljoen. Er is een nieuwe regeling gepubliceerd met twee pijlers: online onderwijs en open leermaterialen.

1.5 Internationalisering

In juni hebben wij de visiebrief «internationalisering in evenwicht» aan de Tweede Kamer gestuurd. Met onze aanpak stimuleren wij de internationalisering van het mbo en ho, maar wel met aandacht voor de keerzijden ervan. Het is belangrijk dat er bewust taalbeleid wordt gevoerd, dat de onderwijskwaliteit voorop staat en dat het onderwijs toegankelijk blijft. Ook is de algemene maatregel van bestuur in werking getreden over de voorschriften voor het verzorgen van hoger onderwijs in het buitenland (transnationaal onderwijs) in het voorjaar van 2018. De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan voor de versterking van het programma «Erasmus+».

Duizenden Nederlandse kinderen gaan naar school in het buitenland. Het is belangrijk dat zij goed onderwijs krijgen in het Nederlands, zodat zij na terugkomst probleemloos instromen in het onderwijs en in de maatschappij. Voor de Nederlandse scholen in het buitenland is met ingang van 2018 structureel € 3 miljoen per jaar vrijgemaakt.

1.6 Opleiden voor de samenleving van de toekomst

Doelstelling/indicator

Sector

Basiswaarde (jaartal)

Eerdere realisatie (jaartal)

Actuele realisatie (jaartal)

Tussen-/streefwaarden (jaartal)

Art.nr.

Reden Opname

Bron

4

Aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt verbeteren

 

Aandeel leerlingen in de beroepsgerichte leerweg van het vmbo dat kiest voor techniek

vo

23% (2012)

24% (2017)

24,3% (2018)

30% (2017)

3

 

DUO

 

Aandeel mbo-studenten techniek

mbo

28% (2011)

27,2% (2017–2018)

27% (2018–2019)

Hoger (2018)

4

C

DUO

 

Aandeel afgestudeerden bètatechniek incl. snijvlakopleidingen

ho

hbo: 18% (2012)

hbo: 20% (2017)

hbo: 20% (2018)

hbo: 19% (2016)

6/7

C

DUO

wo: 21% (2012)

wo: 26% (2017)

wo: 27% (2018)

wo: 22% (2016)

 

Percentage 25–64 jarigen dat deelneemt aan een leeractiviteit (Leven Lang Leren)

mbo/ ho

17% (2010)

19% (2016)

19,1% (2017)

20% (2020)

4/6/7

C

Eurostat, Labour Force survey (LFS)

 

Percentage gediplomeerden dat aangaf dat de aansluiting van de opleiding met de huidige functie voldoende/goed was

mbo

79% (2012)

76% (2016)

77% (2017)

Hoger (2018)

4

T

ROA, BVE-Monitor

hbo

72% (2013)

75% (2016)

75% (2017)

Hoger (2020)

6/7

C

HBO-Monitor (factsheet Vereniging Hogescholen)

 

Percentage gediplomeerden dat aangaf dat de opleiding voldoende basis was om te starten op arbeidsmarkt

wo

56% (2011)

47% (2015)

52% (2017)

Hoger (2020)

6/7

C

NAE, Rapport Academici op de arbeidsmarkt

 

Percentage leerbedrijven dat over vakkennis het oordeel (zeer) goed geeft

mbo

77% (2016)

77% (2018)

Hoger (2020)

4

T

SBB

 

Percentage leerbedrijven dat over beroepsvaardigheden het oordeel (zeer) goed geeft

mbo

76% (2016)

80% (2018)

Hoger (2020)

4

T

SBB

De leerlingen van nu zijn de werknemers en ondernemers van de toekomst. Om de waarde van opleidingen voor het individu en de maatschappij te vergroten dienen opleidingen aan te sluiten op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. In 2018 is er € 40 miljoen beschikbaar gesteld om nieuwe beroepsgerichte profielen in te voeren in het vmbo. In het technisch vmbo daalt het aantal leerlingen namelijk hard. Bij ongewijzigd beleid zou dit leiden tot sluiting van techniekafdelingen op vmbo’s en dat er steeds grotere gaten ontstaan in het onderwijsaanbod. Dit is een punt van zorg, zeker gezien de tekorten aan technisch personeel op de arbeidsmarkt. In onze brief van 15 juni 2018 schreven wij dat regionale samenwerking de sleutel is om te komen tot een transitie naar een duurzaam, dekkend en kwalitatief hoogstaand technisch onderwijsaanbod. In het mbo is in 2018 een nieuwe regeling voor het Regionaal Investeringsfonds gepubliceerd. Om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in het mbo te verbeteren, is vanuit dit fonds € 18,4 miljoen toegezegd aan 15 samenwerkingsverbanden tussen mbo-instellingen en bedrijven. Deze richten zich onder andere op digitale vaardigheden, zorg, bouw en infrastructuur en levensmiddelentechnologie. Daarnaast is de subsidieregeling praktijkleren meerjarig verlengd. Ook hebben wij dit jaar ingezet op het programma «Leven lang ontwikkelen». Dit programma stimuleert mensen om hun hele leven lang deel te blijven nemen aan onderwijs. Ook is het subsidieplafond van de regeling «Tel mee met Taal» voor scholing voor laaggeletterden in 2018 opgehoogd met € 5 miljoen en is er een extra aanvraagperiode geweest. Dit extra geld is ingezet voor taalscholing van laaggeletterde werknemers en ouders, en activiteiten van regionale samenwerkingsverbanden.

Licence