Base description which applies to whole site

III Toelichting op de saldibalans per 31 december 2018

1 Uitgaven ten laste van de begroting (debet 3.071.120 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Uitgaven ten laste van de begroting

3.071.120

2.821.706

Onder deze post zijn de gerealiseerde uitgaven op de begroting van BHOS in het jaar 2018 opgenomen. Splitsing van de uitgaven heeft plaatsgevonden op basis van de verdeling van de budgeteenheden per hoofdstuk.

Na goedkeuring van de Slotwet door de Staten-Generaal wordt dit bedrag vereffend met het Ministerie van Financiën.

2 Ontvangsten ten gunste van de begroting (credit 84.583 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Ontvangsten ten gunste van de begroting

84.583

106.697

Onder deze post zijn de gerealiseerde ontvangsten in het jaar 2018 opgenomen. Splitsing van de ontvangsten heeft plaatsgevonden op basis van de verdeling van de budgeteenheden per hoofdstuk. Na goedkeuring van de Slotwet door de Staten-Generaal wordt dit bedrag vereffend met het Ministerie van Financiën.

4a Rekening-courant RHB (credit 2.986.537 x EUR 1.000)

Omdat de administratie en de liquide middelen stroom voor beide begrotingen via één administratief systeem verlopen is er voor gekozen alle lopende rekeningen op te nemen op de balans van BZ en het saldo van de uitgaven met betrekking tot BHOS achteraf middels een intern verrekenstuk tussen de RHB rekeningen van BZ en BHOS te verrekenen.

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Rekening-courant RHB BHOS

2.973.142

2.715.881

Te verrekenen tussen BZ en BHOS

13.395

– 872

Totaal

2.986.537

2.715.009

Op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Het verschuldigde saldo op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is in overeenstemming met de opgave van de RHB.

Door de splitsing van de balans tussen BHOS en BZ is er een te verrekenen bedrag tussen de twee balansen noodzakelijk om evenwicht te creëren. Het te verrekenen bedrag ontstaat doordat er ná de verrekening van de maand december nog correcties plaatsvinden en invloed hebben op de verhouding BZ en BHOS. De verrekening van dit bedrag heeft bij de RHB plaatsgevonden met verrekenstukken in het komende jaar.

5 Rekening-courant RHB (begrotingsreserve) (debet 113.222 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Begrotingsreserve DGGF

46.472

0

Begrotingsreserve FOM

44.449

0

Begrotingsreserve DRIVE

12.500

0

Begrotingsreserve DTIF

9.801

0

Totaal

113.222

0

In lijn met de opmerking van de Algemene Rekenkamer in het rapport bij het Jaarverslag 2017 zijn de begrotingsreserves in verband met de risicoregelingen waarvoor de Minister voor BHOS beleidsverantwoordelijk is overgeplaatst van de saldibalans Buitenlandse Zaken naar de saldibalans Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking.

5a Begrotingsreserve (credit 113.222 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 20171

Toevoegingen 2018

Onttrekkingen 2018

Saldo 31 december 2018

Verwijzing naar Begrotings- artikel

Begrotingsreserve DGGF

46.974

1.355

1.857

46.472

1.4

Begrotingsreserve FOM

44.023

426

0

44.449

1.2

Begrotingsreserve DRIVE

12.500

0

0

12.500

1.3

Begrotingsreserve DTIF

12.536

919

3.654

9.801

1.2

Totaal

116.033

2.700

5.511

113.222

 
1

Saldo 31 december 2017 is overgenomen van saldibalans 2017 H5 Buitenlandse Zaken.

In 2016 is besloten het FOM voor nieuw af te geven garanties stop te zetten ten gunste van het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF). Ter dekking van eventuele schades dient tegen een hefboom 1:2 de helft van het uitstaande bedrag aan garanties te worden aangehouden in de begrotingsreserve. In 2018 zijn ontvangen provisies van EUR 0,426 mln. toegevoegd. Er zijn geen schades uitgekeerd die aan de reserve onttrokken dienden te worden.

In 2016 zijn middelen aan de begrotingsreserve onttrokken die niet beschikbaar dienden te blijven om de lopende FOM garanties af te dekken. Deze middelen zijn toegevoegd aan de begroting om de uitgaven op het instrument DTIF tot en met 2021 te dekken. De uitstaande garanties FOM nemen echter sneller af dan verwacht. Hierdoor is de begrotingsreserve per ultimo 2018 niet in evenwicht met de uitstaande garanties. In 2019 wordt de begrotingsreserve opnieuw bezien.

Ter dekking van eventuele schades uit DGGF onderdeel 1 (RVO) dient tegen hefboom 1:2 de helft van het uitstaande bedrag aan garanties worden aangehouden in de begrotingsreserve. Ter dekking van eventuele schades uit DGGF onderdeel 3 (Atradius) dient tegen hefboom 1:1 voor de wisselfinancieringen en hefboom 1:3 voor de garanties een begrotingsreserve aangehouden te worden. In 2018 zijn door RVO en Atradius ontvangen premies van EUR 1,355 mln. toegevoegd aan de reserve. Schade-uitkeringen (wisselfinanciering) door Atradius van EUR 1,857 mln. zijn onttrokken aan de reserve.

De totaalstand van de garantieverplichtingen DGGF bedraagt per ultimo 2018 EUR 80,6 mln. Hierdoor is de begrotingsreserve per ultimo 2018 in evenwicht met de uitstaande garanties.

Voor DRIVE is een begrotingsreserve gecreëerd. Het saldo in de reserve van EUR 12,5 mln. betreft de bodemstorting uit 2015. In 2018 zijn geen transacties tot stand gekomen, waardoor geen mutaties in de reserve noodzakelijk waren.

Voor DTIF is in 2016 een begrotingsreserve gecreëerd. Ter dekking van eventuele schades uit DTIF onderdeel RVO dient tegen hefboom 1:4 in de reserve te worden aangehouden voor het uitstaande bedrag aan garanties. Ter dekking van eventuele schades uit DTIF onderdeel Atradius dient tegen hefboom 1:1 voor de wisselfinancieringen een begrotingsreserve aangehouden te worden. De reserve bevat een bodemstorting van EUR 5,0 mln. In 2018 zijn door RVO en Atradius ontvangen premies van EUR 0,919 mln. toegevoegd aan de reserve. Schade-uitkeringen (wisselfinanciering) door Atradius van EUR 3,654 mln. zijn onttrokken aan de reserve.

De totaalstand van de garantieverplichtingen DTIF bedraagt per ultimo 2018 EUR 8,2 mln. Hierdoor is de begrotingsreserve per ultimo 2018 niet geheel in evenwicht met de uitstaande garanties. In 2018 is geen aanvullende storting verricht, omdat wisselfinancieringen in termijnen worden uitbetaald als de transactie tot stand is gekomen.

10 Vorderingen (debet 1.632.641 x EUR 1.000)

Dit betreffen vorderingen die reeds ten laste van de begroting zijn gebracht en extracomptabel worden bewaakt. Deze vorderingen hebben vaak een langdurig karakter.

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Te ontvangen aflossingen op begrotingsleningen

139.096

164.934

Massif fonds

334.375

319.725

IDF (voorheen MOL fonds)

354.516

354.516

DGGF Fonds

279.886

225.039

NIO begrotingslening

91.000

104.000

Verrichte garantiebetalingen NIO

31.064

33.584

Diverse extra-comptabele vorderingen

402.704

277.994

Totaal

1.632.641

1.479.792

Met ingang van het verslagjaar 2018 zijn door het Ministerie van Financiën de grondslagen voor de extracomptabele vorderingen gewijzigd. Extracomptabele vorderingen op het Rijk worden weer opgenomen in de saldibalans. De vergelijkende cijfers zijn niet gecorrigeerd. Het totaal van de vorderingen op ministeries per 31 december 2017 bedroeg EUR 2,171 mln.

De extracomptabele vorderingen met betrekking tot IDF (voorheen MOL fonds) en het Massif fonds staan uit bij de FMO en betreffen revolverende fondsen. De betaalde IDF-fondsen staan per 31 december 2028 en de Massif-fondsen per 31 december 2026 ter beschikking van de Minister en zijn als geconditioneerde vordering opgenomen op de balans.

Uit informatie van de FMO blijkt dat de asset waarde van IDF per 31 december 2018 EUR 333,852 miljoen bedraagt. De door BHOS totaal ingebrachte fondsen tot en met 31 december 2018 bedroegen echter EUR 354,516 miljoen. Het aandeel van BHOS voor wat betreft het Massif fonds is per 31 december 2018 vastgesteld op EUR 482,852 miljoen. De door BHOS totaal ingebrachte fondsen t/m 31 december 2018 bedroegen echter EUR 334,375 miljoen. De genoemde asset waarden zijn voorlopige cijfers zoals bekend bij het opstellen van de saldibalans. De definitieve cijfers blijken uit de jaarrekening 2018 van FMO.

Voor het DGGF (Dutch Good Growth Fund) zijn leningen verstrekt aan RVO.nl en PWC/TJ, gericht op het midden- en kleinbedrijf voor investeringen in ontwikkelingslanden. Aan RVO.nl is een lening verstrekt van EUR 92,3 miljoen. Aan PWC/TJ is een lening verstrekt van EUR 187,6 miljoen.

Navolgend overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de extracomptabele vorderingen en de ouderdom.

Specificatie x 1.000 EUR

Totaal

2018

2017

2016

2015

en ouder

Op termijn opeisbaar aflossing begrotingsleningen

139.096

0

0

38.147

100.949

Op termijn opeisbaar begrotingslening

91.000

0

0

0

91.000

Op termijn opeisbaar overige vorderingen

611

0

0

0

611

Totaal op termijn opeisbare vorderingen

230.707

0

0

38.147

192.560

Direct opeisbaar garantiebetalingen

31.064

0

10

0

31.054

Direct opeisbaar overige vorderingen

6.917

2.712

50

2.763

1.392

Totaal direct opeisbare vorderingen

37.981

2.712

60

2.763

32.446

Geconditioneerde vorderingen

1.363.953

       

Totaal

1.632.641

       

Te ontvangen aflossingen op begrotingsleningen

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Openingsbalans

164.934

190.118

Bij: Consolidaties

0

0

Af: Aflossingen

25.645

25.026

Af: Kwijtscheldingen

193

158

Eindbalans

139.096

164.934

De begrotingsleningen zijn voornamelijk met OS-landen afgesloten. In overeenstemming met de in de leningovereenkomsten vastgestelde aflossingsschema’s zal het saldo per 31 december 2018 in de volgende jaren worden afgelost. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele toekomstige kwijtscheldingen en nog op te nemen begrotingsleningen (consolidaties).

Jaar

Aflossingen

Rente

Totaal

2019

22.839

228

23.067

2020

20.778

263

21.041

2021

16.526

354

16.880

2022

12.759

378

13.137

2023

8.405

403

8.808

Na 2023

50.667

5.496

56.163

Totaal

131.974

7.122

139.096

Verrichte garantiebetalingen Ned. Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden (NIO)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Openingsbalans

33.584

33.574

Bij: Overmakingen aan de NIO (garanties)

0

10

Af: Ontvangsten van de NIO (garanties)

2.520

0

Af: Kwijtscheldingen

0

0

Af: Consolidaties

0

0

Eindbalans

31.064

33.584

Diverse extracomptabele vorderingen

De post diverse extracomptabele vorderingen bestaat uit:

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

TCX Currency Exchange Fund

59.266

59.593

IFC-GAFSP

82.379

85.286

AEF Fund

127.196

75.306

Lening PIDG

77.575

28.600

DTIF

20.144

6.526

PUM

488

486

One Acre Fund

12.750

0

FIB Lening

315

0

RVO KHED/Daey Fonds

2.873

0

Te ontvangen rente op begrotingsleningen en garantiebetalingen (NIO)

12.191

10.822

Buiteninvordering gestelde vorderingen

1.524

1.696

Overige

6.003

9.679

Totaal

402.704

277.994

De assetwaarde van het AEF Fund bedraagt per 31 december 2018 EUR 140,1 miljoen. De totaal door BHOS ingebrachte fondsen bedroegen echter EUR 127,2 miljoen. Het betreft een voorlopig cijfer, bekend bij het opstellen van de saldibalans. De definitieve waarde blijkt uit de jaarrekening 2018 van FMO.

Voor de Private Infrastructure Development Group (PIDG) is een lening verstrekt voor het realiseren van infrastructurele projecten in lage inkomenslanden en fragiele staten. De stijging in 2018 ten opzichte van 2017 wordt veroorzaakt door het omzetten van eerdere bijdragen in een lening, alsmede een extra lening van USD 30 miljoen.

Voor het Dutch Trade Investment Fund (DTIF) is een lening verstrekt aan RVO gericht op het midden- en kleinbedrijf voor risicodragende investeringen en exporttransacties.

De vordering Programma Uitgezonden Managers (PUM) betreft een exploitatiereserve die op basis van een subsidie aan de organisatie is verstrekt.

De lening aan One Acre Fund is verstrekt voor financiering van een kredietverleningsprogramma, zowel in natura als in geld, bestemd voor kleine boeren in Afrika.

12 Voorschotten (debet 3.731.681 x EUR 1.000)

Dit betreffen nog openstaande voorschotten, waarvan de uitgaven reeds ten laste van de begroting zijn gebracht. Afwikkeling vindt plaats op basis van ontvangen verantwoordingen

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Voorschotten

3.376.229

3.976.539

Voorschotten RVO

355.452

368.602

Totaal

3.731.681

4.345.141

Ouderdomsanalyse voorschotten (x 1.000 EUR)

31 december 2018

31 december 2017

Verstrekt in 2011 en ouder

48.813

64.379

Verstrekt in 2012

103.940

177.000

Verstrekt in 2013

134.098

466.525

Verstrekt in 2014

151.370

522.014

Verstrekt in 2015

258.160

624.944

Verstrekt in 2016

481.031

1.069.185

Verstrekt in 2017

965.525

1.421.094

Verstrekt in 2018

1.588.744

0

Totaal

3.731.681

4.345.141

Opbouw openstaande voorschotten (exclusief voorschotten RVO):

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Openingsbalans

3.976.539

5.958.122

Bij: Verstrekte voorschotten

1.657.767

1.679.332

Af: Verantwoorde voorschotten

2.224.959

3.630.411

Af: Herwaardering naar nieuwe corporate rate

33.118

30.504

Eindbalans

3.376.229

3.976.539

13 Garantieverplichtingen (credit 2.583.777 x EUR 1.000)

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Asian Development Bank (AsDB)

1.241.244

1.251.588

Inter American Development Bank (IADB)

276.794

286.563

African Development Bank (AfDB)

637.416

642.728

Council of Europe Development Bank (CED)

176.743

176.743

Fonds Opkomende Markten (FOM)

24.760

49.597

Dutch Good Growth Fund (DGGF)

80.592

51.020

Dutch Trade Investment Fund (DTIF)

8.224

5.791

NIO

138.003

154.770

Totaal

2.583.777

2.618.800

De garantieverplichtingen die uitstaan bij de regionale ontwikkelingsbanken (Asian Development Bank, Inter American Development Bank, African Development Bank en de Council of Europe Development Bank) betreft het niet volgestorte aandelenkapitaal.

De uiteindelijke afname in EUR wordt veroorzaakt door koersverschillen. Slechts indien de banken in ernstige financiële problemen komen, kan om storting (vol- of bijstorting) van het garantiekapitaal worden gevraagd.

De garantie bij het Fonds Opkomende Markten betreft een garantie aan de FMO voor financieringen aan lokale dochterondernemingen of joint-ventures van Nederlandse bedrijven. De openstaande garanties zijn gedaald van EUR 49,6 miljoen naar EUR 24,8 miljoen, omdat in 2016 is besloten om het FOM voor nieuw af te geven garanties stop te zetten.

De garantie in het kader van het Dutch Good Growth Fund heeft betrekking op ontwikkelingsrelevante en risicodragende investeringen en exporttransacties. De stijging van EUR 51 miljoen naar EUR 80,6 miljoen komt door een toename van afgegeven garanties door RVO en Atradius. De stijging betreft zowel polissen voor garanties als wisselfinancieringen.

De garantie bij het Dutch Trade and Investment Fund betreft een garantie voor risicodragende investeringen en exporttransacties. De stijging van EUR 5,8 miljoen naar EUR 8,2 miljoen komt met name door een door RVO verstrekte garantie.

Voor deze laatste 3 regelingen is een begrotingsreserve gevormd.

14 Andere verplichtingen (credit 5.804.878 x EUR 1.000)

Opbouw openstaande verplichtingen:

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Openingsbalans

6.113.841

5.705.603

Bij: Correctie Openingsbalans

0

1.334.688

Bij: Aangegane verplichtingen

2.756.771

1.888.088

Af: Tot betaling gekomen verplichtingen

3.065.734

2.814.538

Eindbalans

5.804.878

6.113.841

Conform deze toelichting worden de negatieve bijstellingen niet separaat in de toelichting op de saldibalans weergegeven. Overigens worden omvangrijke negatieve bijstellingen op de verplichtingen wel toegelicht bij de financiële toelichting van het beleidsartikel waar de negatieve bijstelling betrekking op heeft.

Af te dragen vennootschapsbelasting

Vanaf 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting ook van toepassing op overheidsinstellingen. Overheidsinstellingen kunnen op basis van de fiscale wet- en regelgeving voor bepaalde activiteiten worden gekwalificeerd als ondernemer. Het resultaat van deze activiteiten is onderhevig aan de vennootschapsbelasting. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een inventarisatie gemaakt van activiteiten waarop de vennootschapsbelasting van toepassing zou kunnen zijn. Deze inventarisatie is verricht met behulp van de handreiking Vennootschapsbelasting Rijksoverheid, opgesteld door het Fiscaal Loket van het Ministerie van Financiën.

Het Ministerie heeft de financieringen in het kader van BHOS onderzocht ten aanzien van de vennootschapsbelasting.

De Minister voor BHOS geeft uitvoering aan de begrotingswet. In de begroting is vastgelegd dat het kabinet de agenda voor hulp, handel en investeringen vormgeeft om extreme armoede uit te bannen, inclusieve en duurzame groei te bevorderen en succes voor Nederlandse bedrijven in het buitenland te bewerkstelligen. De inzet is om duurzame handel en investeringen te bevorderen door versterking van het internationaal handelssysteem. De Minister maakt hierbij onder andere gebruik van financieringsinstrumenten zoals leningen, garanties en deelnemingen. Het is beleid van de Minister om niet in concurrentie met de markt te handelen, maar juist om de markt voor anderen te ontwikkelen.

Daarnaast biedt het Ministerie andere financieringen aan via Atradius DSB. Voor deze financieringen is voor vier jaren een vrijstelling voor de vennootschapsbelasting verkregen van de Belastingdienst.

Met betrekking tot de fondsen in beheer van FMO N.V. heeft de Belastingdienst geoordeeld dat deze onder de vennootschapsbelastingplicht vallen.

Op basis van de oordelen van de Belastingdienst en de door het Ministerie ingenomen standpunten heeft het Ministerie in 2018 de voorlopige belastingaanslag 2016 betaald ad EUR 7,8 miljoen. Voor 2017 is begroot dat EUR 7,2 miljoen. aan Vpb wordt verrekend aangezien de fondsen waarop vennootschapsbelasting moet worden afgedragen in dat jaar verlieslatend waren. Indiening van de belastingaangifte vennootschapsbelasting 2017 vindt plaats in 2019. Na indiening kan de verrekening van de betaalde vennootschapsbelasting uit de belastingaangifte 2016 plaatsvinden. Voor 2018 is begroot dat het Ministerie EUR 0,7 miljoen vennootschapsbelasting moet betalen. Per saldo is er meer betaald aan de belastingdienst dan de belastingschuld bedraagt over de periode 2016 t/m 2018. Om deze reden is in tegenstelling tot de jaren 2016 en 2017 geen saldo als af te dragen vennootschapsbelasting opgenomen in de saldibalans bij BHOS.

15 Deelnemingen (debet 158.486 x EUR 1.000)

De post deelnemingen bestaat uit aandelen in internationale instellingen.

Voor het niet volgestorte deel (callable capital) is een garantieverplichting verstrekt die onder 13. Garantie-verplichtingen is opgenomen.

De deelnemingen kunnen als volgt gespecificeerd worden. De laatste kolom van het overzicht vermeldt de voting power ultimo 2018. Naast de omvang van de deelneming in aandelen kan dit percentage ook beïnvloed zijn door bijvoorbeeld de omvang van de middelenaanvullingen.

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2018

31 december 2017

Voting power in %

Asian Development Bank

65.340

65.884

1,12

African Development Bank

49.450

46.385

0,89

Inter American Development Bank

12.438

12.877

0,20

Inter American Investment Corporation

9.188

9.425

0,91

Council of Europe Development Bank

22.070

22.070

3,63

Totaal

158.486

156.641

 

De waarde van de deelneming in de African Development Bank is in 2018 voor een bedrag van EUR 3,478 miljoen toegenomen door een aanvullende kapitaalstorting (in valuta SDR) en met een bedrag van EUR 0,412 miljoen afgenomen als gevolg van koerswijziging.

De waarde van de deelneming in de Inter American Investment Corporation Bank is in 2018 voor een bedrag van EUR 0,087 miljoen toegenomen door een aanvullende kapitaaluitbreiding (in valuta USD) en met een bedrag van EUR 0,324 miljoen afgenomen als gevolg van koerswijziging.

De waarde van de deelnemingen in de Asian Development Bank (in SDR) en Inter American Development Bank (in USD) is afgenomen als gevolg van koerswijzigingen.

Niet uit de saldibalans blijkende verplichtingen:

Verdragsmiddelen Suriname

Het restant van de verplichting uit hoofde van de Verdragsmiddelen Suriname Schenkingen bedraagt per 31 december 2018 EUR 1,1 miljoen.

Licence