Base description which applies to whole site

4.3 Beleidsartikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie zorgen ervoor dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontplooien en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Studenten worden voorbereid op passend vervolgonderwijs en/of een positie op de arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.

De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel van middelbaar onderwijs dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele studenten en bij de behoeftes van de maatschappij. De sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve) omvat het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en de volwasseneneducatie. Het middelbaar beroepsonderwijs heeft een belangrijke maatschappelijke en economische functie. Het is een leverancier van werknemers voor de arbeidsmarkt. Ook is het een schakel tussen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en het hoger beroepsonderwijs.

Financieren

De Minister is verantwoordelijk voor de financiering van het middelbaar onderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren

De Minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van aanvullende bekostiging, subsidies, en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, kwaliteitsafspraken en wet- en regelgeving.

Regisseren

De Minister vult haar verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.

Kengetallen
Tabel 19 Kengetallen

Kengetal

2015

2016

2017

2018

1

Percentage studenten in het mbo dat zich uitgedaagd voelt1

35%

37%

38%

37%

2

Studenttevredenheid2

    
  

Cijfer opleiding

7

7,1

  

Cijfer instelling

6,6

6,7

  

Percentage tevreden over school en studie3

   

62%

1

Bron: ROA. Cijfers over 2019 worden verwacht mei 2020.

2

Bron: JOB-monitor. Dit kengetal wordt twee jaarlijks gemeten.

3

Vanwege een andere vraagstelling over de tevredenheid is het cijfer voor 2018 niet vergelijkbaar met eerdere jaren en worden deze niet getoond.

Tabel 20 Studenten middelbaar beroepsonderwijs (aantallen x 1.000)1
  

2015

2016

2017

2018

2019

1

Aantal studenten mbo (x 1.000 excl. «groen onderwijs», (uitgezonderd 2018 en 2019) vavo)2

446,6

454,1

459

492,4

501,9

 

Bol

355,9

359,3

357,7

373,6

372,4

 

Bbl

90,5

94,8

101,3

118,8

129,5

 

Deeltijd-bol

0,2

0

0

0

0

 

Vavo

9,3

9,7

9,8

9,5

9,2

2

Onderwijsuitgaven per mbo-student (x € 1.000)3

8,1

8

8,1

8,3

8,2

1

Bron: DUO, 1cijferbestand

2

(Sub)totalen geven een kleine afwijking door het afronden van de aantallen.

3

De onderwijsuitgaven per student zijn berekend door de middelen voor het instrument bekostiging te delen door het ongewogen aantal mbo-studenten uit het 1cijferbestand van DUO plus de vavo studenten.

De belangrijkste beleidsconclusies zijn opgenomen in het algemeen onderdeel beleidsprioriteiten. Aanvullend is het sectorbeeld 2019 van de commissie Kwaliteitsafspraken (ckmbo) en de beleidsdoorlichting over de periode 2014-2019 gepubliceerd. Uit de beleidsdoorlichting kan men concluderen dat de kwaliteit in het middelbaar beroepsonderwijs zich in de afgelopen jaren positief ontwikkeld heeft. Kanttekening hierbij is dat er nog verbetering mogelijk is in het inzichtelijk krijgen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid. De samenvattende conclusie van het sectorbeeld is dat de kwaliteitsagenda’s, die de mbo-instellingen voor de periode 2019-2023 hebben gemaakt, een stevige grondslag bieden om deze stijgende lijn in de komende jaren door te zetten.

De beleidsdoorlichting levert een positief beeld op van de ontwikkeling van het mbo. De omgeving van het mbo verandert echter snel. Het mbo wordt geconfronteerd met nieuwe ontwikkelingen en vraagstukken die het mbo voor een duidelijke opgave stelt. Gezien deze opgaven en de conclusies van de beleidsdoorlichting en de sectorrapportage, zijn er drie uitgangspunten voor het beleid gericht op de mbo-sector van belang. De punten zijn:

  • verbinding met de regio staat centraal;

  • meer samenwerking, minder concurrentie;

  • versterking van de beroepskolom vo-mbo-ho.

Tabel 21 Budgettaire gevolgen van beleid van artikel 4 (bedragen x € 1.000)
       

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

   

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

  

3.964.746

4.478.441

4.333.854

4.424.079

5.275.175

4.539.026

736.149

Waarvan garantieverplichtingen

34.560

5.866

‒ 20.656

110.994

‒ 7.208

0

‒ 7.208

Waarvan overige verplichtingen

3.930.186

4.472.575

4.354.510

4.313.085

5.282.383

4.539.026

743.357

Uitgaven

4.065.903

4.118.177

4.209.212

4.601.918

4.654.063

4.596.476

57.587

          

Bekostiging

  

3.686.725

3.704.063

3.786.795

4.151.144

4.210.160

4.134.041

76.119

 

Hoofdbekostiging

 

3.381.311

3.278.808

3.298.079

3.607.090

3.678.920

3.585.802

93.118

  

Bekostiging mbo-instellingen1

3.268.662

3.210.597

3.229.517

3.537.697

3.608.204

3.514.492

93.712

  

Bekostiging kbb's

46.012

      
  

Bekostiging Caribisch Nederland

6.600

7.020

6.109

5.491

5.316

7.408

‒ 2.092

  

Bekostiging vavo

60.037

61.190

62.454

63.902

65.400

63.902

1.498

 

Kwaliteitsafspraken

 

214.086

298.623

366.000

399.635

417.800

417.260

540

  

Investeringsbudget

187.449

179.935

183.600

196.069

381.300

380.760

540

  

Resultaatsafhankelijk budget

26.637

118.688

182.400

203.566

36.500

36.500

0

 

Aanvullende bekostiging

 

91.327

126.632

122.716

144.419

113.440

130.979

‒ 17.539

  

Schoolmaatschappelijk werk in het mbo

13.939

15.003

15.000

14.938

   
  

Regionaal Investeringsfonds

11.218

15.834

20.691

22.729

21.676

42.063

‒ 20.387

  

Salarismix Randstadregio's

 

41.277

42.293

47.591

48.397

48.528

‒ 131

  

Regionaal programma

  

30.400

30.400

30.400

30.400

0

  

Tegemoetkoming schoolkosten mbo

 

4.968

10.000

10.000

10.000

9.988

12

  

Gelijke kansen

  

4.332

18.761

2.967

0

2.967

  

Plusvoorziening overbelaste jongeren en wijkscholen

30.400

30.400

     
  

Programmagelden regio's

19.150

19.150

     
  

Convenanten met RMC-regio's

16.620

0

     

Subsidies

  

229.039

254.258

235.308

246.410

241.277

240.493

784

 

Subsidieregeling praktijkleren

188.825

188.450

196.500

201.500

204.048

204.548

‒ 500

 

Permanent leren

    

464

7.250

‒ 6.786

 

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met taal

3.930

11.688

14.072

22.780

16.007

12.000

4.007

 

Loopbaanorientatie

1.700

737

1.462

2.949

3.234

2.253

981

 

ROC Leiden

 

32.458

7.017

525

   
 

Pilots laaggeletterdheid

5.000

      
 

Overige subsidies

29.584

20.925

16.257

18.656

17.524

14.442

3.082

Opdrachten

  

17.351

11.642

15.567

8.573

8.238

4.363

3.875

 

In- en uitbesteding

3.644

3.515

6.214

4.228

3.590

4.363

‒ 773

 

Caribisch Nederland

13.707

8.127

9.353

4.345

4.648

0

4.648

Bijdragen aan agentschappen

21.191

29.760

24.328

21.108

17.831

21.690

‒ 3.859

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

17.372

27.312

22.128

18.312

15.539

19.190

‒ 3.651

 

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

3.819

2.448

2.200

2.796

2.292

2.500

‒ 208

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

20.833

3.984

51.901

54.910

54.998

64.295

‒ 9.297

 

College voor Toetsen en Examens

     

4.467

‒ 4.467

 

Wet SLOA

     

3.784

‒ 3.784

 

SBB

20.833

3.984

51.901

54.910

54.998

56.044

‒ 1.046

Bijdragen aan medeoverheden

90.764

114.470

95.313

119.773

121.559

131.594

‒ 10.035

 

RMC's

32.550

33.350

34.068

35.309

35.309

35.309

0

 

Educatie

56.700

57.548

58.985

60.391

60.356

60.356

0

 

Caribisch Nederland

1.514

1.722

2.260

1.480

7.437

16.729

‒ 9.292

 

Regionaal Programma

0

21.850

0

22.593

18.457

19.200

‒ 743

Ontvangsten

  

10.875

3.338

2.786

6.742

3.875

3.000

875

1

Vanaf 2018 inclusief de bekosting van het groen mbo-onderwijs.

De realisatie van de uitgaven 2019 ligt € 57,6 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. De realisatie van de ontvangsten is € 0,9 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. De verschillen worden bij de toelichting op de instrumenten verduidelijkt.

Bekostiging

Hoofdbekostiging

Bekostiging mbo-instellingen

De rijksbijdrage die de mbo-instellingen ontvangen, is gebaseerd op de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). De bekostiging is nader uitgewerkt in het Uitvoeringsbesluit WEB.

Per 2019 zijn de twee afzonderlijke budgetten die enerzijds voor de roc’s en vakinstellingen en anderzijds voor de aoc’s beschikbaar waren, samengevoegd tot één landelijk budget voor alle mbo-instellingen. Het landelijk budget dat beschikbaar is voor de mbo-instellingen wordt verdeeld in een budget voor entree-opleidingen en een budget voor de niveaus 2 t/m 4. Het budget voor de entree-opleidingen wordt verdeeld over de instellingen naar rato van het aantal ingeschreven studenten. Het budget voor de niveaus 2 t/m 4 wordt verdeeld naar rato van het aantal ingeschreven studenten en het aantal afgegeven diploma’s van elke instelling. De mate waarop een student meetelt, is afhankelijk van de leerweg (bol of bbl) en de opleiding (c.q. de prijsfactor van de opleiding). De cascadebekostiging, waarbij rekening werd gehouden met het aantal verblijfsjaren van een mbo-student, is afgeschaft. De mate waarin een diploma meetelt is afhankelijk van het niveau en de vraag of de student al eerder een mbo-diploma heeft behaald. In 2019 is € 93,7 miljoen toegevoegd aan de lumpsum voor de mbo-instellingen. Deze stijging wordt grotendeels verklaard door de verdeling van de loonbijstelling tranche 2019.

Bekostiging Caribisch Nederland

Deze middelen zijn bedoeld om de instellingen in Caribisch Nederland via lumpsumbekostiging te financieren voor de studenten die middelbaar beroepsonderwijs volgen. In Caribisch Nederland wordt op alle drie de eilanden, Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES eilanden) middelbaar beroepsonderwijs (mbo) aangeboden. Op de twee Bovenwinds gelegen eilanden (St. Eustatius en Saba) wordt alleen een beperkt aantal entree-opleidingen en opleidingen op niveau 2 aangeboden. Op het Benedenwinds gelegen eiland Bonaire worden op alle mbo-niveaus opleidingen aangeboden.

Bekostiging vavo

De rijksbijdrage voor het verzorgen van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) is voor 2019 beschikbaar gesteld op basis van het vanaf 2015 ingevoerde bekostigingsmodel voor het vavo. De verdeling van de beschikbare middelen voor 2019 heeft plaatsgevonden aan de hand van het aantal ingeschreven studenten op 1 oktober 2017, het aantal vakken dat door studenten met een voldoende is afgesloten en het aantal afgegeven diploma’s in het kalenderjaar 2017. In 2019 is € 1,5 miljoen toegevoegd aan het budget voor de loonbijstelling tranche 2019.

Kwaliteitsafspraken

Investeringsbudget

Alle mbo-instellingen hebben een kwaliteitsagenda ingediend om aanspraak te kunnen maken op het investeringsbudget en resultaatafhankelijk budget voor de kwaliteitsafspraken over de periode 2019-2022. De commissie kwaliteitsafspraken mbo heeft in het voorjaar van 2019 de kwaliteitsagenda’s beoordeeld en na een herkansingsronde zijn uiteindelijk de agenda’s van alle mbo-instellingen goedgekeurd. Daardoor is aan alle instellingen het investeringsbudget toegekend.

Resultaatafhankelijk budget

In 2019 was als onderdeel van de kwaliteitsafspraken over de periode 2015-2018 nog een bedrag van € 36,5 miljoen beschikbaar als prestatiebekostiging op het thema voortijdig schoolverlaten. Dit bedrag is uitgekeerd aan de mbo-instellingen die goede resultaten hebben bereikt bij het tegengaan van voortijdig schoolverlaten in het schooljaar 2017-2018.

Aanvullende bekostiging

Regionaal investeringsfonds (RIF)

Met het Regionaal investeringsfonds mbo zijn in de periode 2014 t/m 2019 middelen beschikbaar gesteld voor duurzame publiek-private samenwerking (pps) in het beroepsonderwijs. Mbo-instellingen, bedrijfsleven en bijvoorbeeld regionale overheden kunnen gezamenlijk een aanvraag indienen. Deze aanvragen moeten bijdragen aan een betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt. Bovendien moeten bedrijfsleven en, bij voorkeur, regionale overheden in de desbetreffende regio financieel bijdragen. Wegens succes is het fonds in 2019 verlengd. In 2019 is € 21,7 miljoen uitgekeerd. Dat is € 20,4 miljoen minder dan in de vastgestelde begroting staat. Dit is met name te verklaren door een meerjarige kasschuif van € 20,0 miljoen om de beschikbare middelen voor de RIF-regeling 2019-2022 in overeenstemming te brengen met het (verwachte) betalingsritme.

Salarismix Randstadregio’s

In het mbo zijn, aanvullend op de lumpsum, middelen beschikbaar gesteld om tot een versterking van de salarismix te komen in de randstadregio’s. Hiervoor was in 2019 € 48,4 miljoen beschikbaar. Van dit bedrag is 75% ingezet om docenten aan de hand van behaalde competenties in een hogere schaal te benoemen. De overige 25% is ingezet om extra docenten en instructeurs aan te nemen met als doel de werkdruk te verminderen. De mbo-instellingen hebben de doelstellingen van de regeling zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin over het geheel genomen behaald.

Regionaal programma

In 2019 zijn alle 39 RMC-regio’s (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie) verder gegaan met de uitvoering van de afspraken uit de vierjarige regionale programma’s voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten en de begeleiding van jongeren in een kwetsbare positie. In 2019 is de wet Regionale samenwerking voortijdig schoolverlaten en jongeren in een kwetsbare positie in werking getreden, waarmee de aanpak structureel is geborgd. Voor de uitvoering van de regionale programma’s was in 2019 in totaal € 49,6 miljoen beschikbaar. Hiervan is € 30,4 miljoen via de contactschool naar de regio gekomen en € 19,2 miljoen via de RMC-contactgemeente naar de regio gegaan (zie bijdrage aan medeoverheden).

Tegemoetkoming schoolkosten mbo

Via de regeling «tijdelijke voorziening leermiddelen» is in 2019 € 10,0 miljoen beschikbaar gesteld om de schoolkosten voor minderjarige bol-studenten uit minimagezinnen te beperken. Hiermee wordt geborgd dat minderjarige bol-studenten niet vanwege financiële redenen afzien van een mbo-opleiding en dat deze studenten de opleiding volgen die bij hun talenten en ambities past.

Gelijke kansen

De middelen voor Gelijke kansen zijn in 2019 besteed aan de regeling doorstroom mbo-hbo en de regeling stimulering doorstroom niet verwant mbo-pabo. De realisatie in in 2019 € 3,0 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Dit komt met name door de betaling van € 2,8 miljoen aan subsidies die in 2018 al toegekend waren voor de regeling doorstroom mbo-hbo.

Subsidies

Subsidieregeling praktijkleren

De subsidieregeling praktijkleren heeft tot doel werkgevers te stimuleren om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. Dankzij de regeling kunnen leerlingen, studenten of werknemers die een (beroeps)opleiding volgen, zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt en kunnen werkgevers beschikken over beter opgeleid personeel. De subsidie is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor begeleiding. Het budget bedroeg in 2019 € 204,0 miljoen, waarvan het grootste deel (€ 196,8 miljoen) bestemd was voor het mbo en de overige middelen bestemd waren voor de compartimenten vmbo, hbo en wo. In de regeling geldt een maximum subsidiebedrag van € 2700 per volledige praktijk- of werkleerplaats. De budgetten voor het mbo en het hbo waren niet toereikend om dit maximale bedrag uit te keren. Werkgevers ontvingen maximaal € 2217 per praktijkleerplaats in het mbo en maximaal € 876 per praktijkleerplaats in het hbo.

Permanent leren

Het Ministerie van OCW werkt met andere departementen, sociale partners, onderwijsinstellingen en andere stakeholders aan het realiseren van een doorbraak op leven lang ontwikkelen (permanent leren). In 2019 zijn de beschikbare OCW middelen voor het verbeteren van de randvoorwaarden voor leven lang ontwikkelen ingezet voor de subsidieregeling flexibilisering mbo voor volwassenen en de verkenning van een digitaal scholingsoverzicht. De realisatie is in 2019 € 6,8 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit komt met name door een kasschuif van € 4,9 miljoen om de middelen voor de subsidieregeling flexibilisering mbo in overeenstemming te brengen met het (verwachte) betalingsritme.

Tel mee met Taal

Ter ondersteuning van de aanpak van laaggeletterdheid zijn in 2019 middelen beschikbaar gesteld als bijdrage aan het actieplan Tel mee met Taal dat door de Ministeries van OCW, SZW, VWS en BZK wordt uitgevoerd en gefinancierd. Met dit actieplan worden onder andere gemeenten, aanbieders van cursussen, werkgevers, bibliotheken en maatschappelijke organisaties ondersteund om laaggeletterden te herkennen, door te verwijzen en te scholen. Ook worden taalhuizen en taalpunten opgericht en taalvrijwilligers getraind. De activiteiten worden door verschillende partijen uitgevoerd.

Loopbaanoriëntatie (LOB)

De middelen zijn ingezet ten behoeve van betere loopbaanbegeleiding (LOB) van jongeren in vo en mbo, te weten via het Expertisepunt LOB dat vo- en mbo-scholen ondersteunt bij de professionalisering van LOBen bij betere doorstroom vo-mbo-ho. Daarnaast worden de middelen gebruikt voor het project LOB-Gelijke Kansen, gericht op ontwikkeling van LOB competenties van mbo-jongeren in een achterstandspositie en de portal Kies MBO met relevante informatie over mbo opleidingen, die helpt bij het kiezen van een vervolgopleiding in het mbo.

Overige subsidies

Hieronder vallen posten zoals het Techniekwerken vo+mbo, ondersteuning RMC’s, School en veiligheid en Kennispunt onderwijs & examinering.

Opdrachten

In- en uitbesteding

Dit betreft middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken.

Caribisch Nederland

Een groot gedeelte van het budget is bestemd voor de verbetering van de onderwijshuisvesting. Daarnaast zijn deze middelen onder meer ingezet voor het scholen van docenten en de transitie naar de Engelse taal op Sint Eustatius om de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren. De middelen voor Caribisch Nederland waren in zijn geheel begroot op het instrument bijdrage aan medeoverheden. Vanuit dat instrument heeft er een overboeking naar het instrument opdrachten plaatsgevonden.

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van de bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft hier het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel. De gerealiseerde uitgaven liggen € 3,6 miljoen lager dan in de vastgestelde begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de herverdeling van de DUO-budgetten over de artikelen en een bijdrage voor de problematiek bij DUO in onderhoud en vervanging van ICT.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) worden middelen verstrekt voor het uitvoeren van de subsidieregeling praktijkleren.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

College voor Toetsen en Examens

Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) is een ZBO dat verantwoordelijk is voor de examens voor rekenen en taal in het beroepsonderwijs en staatsexamens Nederlands als tweede taal. De realisatie is in 2019 € 4,5 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit komt met name doordat deze middelen zijn overgeheveld naar artikel 3 (voortgezet onderwijs). Daarnaast is het budget in 2019 met € 2,5 miljoen opgehoogd in verband met de gewijzigde opzet van de Staatsexamens NT2. Dit bedrag is daarna tevens overgeboekt naar artikel 3 (Voortgezet onderwijs).

Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (SLOA)

De middelen worden ingezet voor het ontwikkelen van centrale examens Nederlandse taal, rekenen en Engels in het mbo door Cito. De subsidieverlening voor Cito verloopt op basis van de wet SLOA. De realisatie in 2019 is € 3,8 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit komt doordat er middelen zijn overgeheveld naar artikel 3 (Voortgezet onderwijs) ten behoeve van Cito. Daarnaast was de bijdrage aan het vo voor het onderdeel SLOA lager dan geraamd.

Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)

SBB heeft middelen ontvangen om de wettelijke taken uit te voeren. Hiermee is door SBB een bijdrage geleverd aan het primaire proces van het beroepsonderwijs. Dit proces omvat zowel het ontwikkelen en onderhouden van de kwalificatiestructuur, als het werven en accrediteren van leerbedrijven. Daarnaast zorgt SBB voor voldoende praktijkplaatsen en bevordert zij de kwaliteit van deze praktijkplaatsen.

Bijdragen aan medeoverheden

RMC’s

Gemeenten hebben met de RMC-functie (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie) de taak om deelname aan onderwijs en arbeidsmarkt te volgen van jongeren tot 23 jaar die geen startkwalificatie hebben. De RMC-functie zorgt er vervolgens samen met andere betrokken partijen in de regio voor dat deze jongeren worden begeleid naar school, zorg, werk of een combinatie daarvan. De financiering voor de uitvoering van de RMC-taak vindt plaats middels een specifieke uitkering. In 2019 was hiervoor € 35,3 miljoen beschikbaar.

Educatie

Sinds 1 januari 2015 wordt het educatiebudget per specifieke uitkering verstrekt aan samenwerkende gemeenten binnen een arbeidsmarktregio (via de contactgemeente). Gemeenten besteden dit budget aan opleidingen Nederlandse taal, rekenen en digitale vaardigheden voor de doelgroepen van het educatie-aanbod, waaronder laaggeletterden en niet-inburgeringsplichtige migranten. Gemeenten hebben voor de besteding van het budget bestedingsvrijheid. Zo kunnen gemeenten opleidingen aanbieden die aansluiten bij de vraag van de diverse doelgroepen van de volwasseneneducatie.

Caribisch Nederland

Aan de openbare lichamen in Caribisch Nederland wordt jaarlijks een bijzondere uitkering verstrekt voor de Sociale Kanstrajecten Jongeren. Voor de samenwerking met Curaçao, Sint Maarten en Aruba worden middelen beschikbaar gesteld, bestemd voor het stimuleren van studeren in de regio en het bevorderen van voorzieningen in de regio, mede ten behoeve van de inwoners van Caribisch Nederland. De realisatie is in 2019 € 9,3 miljoen lager dan in de vastgestelde begroting. Dit wordt met name verklaard doordat de opdrachten van € 5,1 miljoen voor Caribisch Nederland onder het instrument opdrachten gerealiseerd worden in plaats van onder het instrument bijdrage aan medeoverheden. Daarnaast is er vertraging in het masterplan onderwijshuisvesting en kunnen betalingen pas later plaatsvinden dan eerder voorzien. De hiervoor benodigde budgetten zijn via een kasschuif in de juiste jaren geplaatst op artikel 1 (Primair onderwijs), waar de middelen vanaf 2020 beheerd zullen worden.

Regionaal programma

Voor de uitvoering van het regionaal programma voortijdig schoolverlaten en jongeren in een kwetsbare positie is in 2019 een bedrag van € 18,4 miljoen uitgekeerd. Dit is in de vorm van een specifieke uitkering aan RMC-contactgemeenten verstrekt. De realisatie is in 2019 € 0,7 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit wordt veroorzaakt door een administratieve fout waardoor er in 2018 € 0,7 miljoen meer betaald is, terwijl dit pas in 2019 had moeten gebeuren.

Ontvangsten

De ontvangsten van € 3,9 miljoen in 2019 zijn het gevolg van, onder andere, afrekeningen die betrekking hadden op subsidies en regelingen.

Licence